Berichten

Hollywood Boulevard
Boeken / Non-fictie

Het boek was beter

recensie: Steven De Foer - Hollywood Boulevard. Een eeuw filmsterren.
Hollywood Boulevard

Een fantastisch idee, uitgewerkt tot een fantastisch boek. Dat is Hollywood Boulevard. Een eeuw filmsterren in een notendop. Verplichte kost voor iedereen die zich graag een filmliefhebber noemt.

Hollywood Boulevard is een turf van ruim 600 pagina’s, maar dat deert niet: het boek leest even vlot als een kwaliteitsblockbuster zich laat bekijken. En dat is uiteraard een compliment. De pitch is alvast briljant: een geschiedenis van 100 jaar Hollywood, aan de hand van biografieën van iconische acteurs en actrices. Op die manier krijg je niet alleen een mooie, meanderende en volledige tijdlijn – van de stille films naar het studiosysteem tot de golden seventies en de zielloze comic book-verfilmingen van vandaag – maar ook fantastische en vaak weinig bekende biografische weetjes over de mensen die aan bod komen.

Dikke baby

Wist je bijvoorbeeld dat Humphrey Bogart Vlaamse roots heeft, aangezien zijn voorouders ‘Bogaert’ heetten? Of dat Charles Chaplin wel héél erg groene blaadjes lustte? Of dat Oliver Hardy, bekend van ‘de Dikke en de Dunne’, als baby al ruim zes kilo woog? Allemaal anekdotes die van dit boek een echte schatkamer maken. Maar met anekdotes alleen maak je geen meeslepende literatuur en dat heeft De Foer goed begrepen. Hij maakt werk van goed gedocumenteerde, grondige levensverhalen die hij handig weet te verweven in de evolutie van de film.

De Foer is bovendien niet vies van een tegen de haren in strijkende mening, wat heel verfrissend werkt. Zo vindt hij Raging Bull, toch alom geprezen als een klassieker van twee artiesten op het toppunt van hun kunnen (Martin Scorsese en Robert De Niro), eigenlijk een miskleun. Beschouwt hij Apocalypse Now als zwaar overroepen én noemt hij Meryl Streep een van de meest overschatte actrices uit de filmgeschiedenis. Het geeft aan dat hij niet bang is om heilige huisjes in te trappen, maar hij onderbouwt zijn stellingen ook. Hij choqueert dus niet om te choqueren.

Vrouwe Cinema

Heeft het boek dan geen minpunten? Niet dat het echt als negatief element kan gelden, maar de conclusie van De Foer is wel héél zwartgallig en fnuikt op slechts enkele pagina’s het leesplezier dat je uit de andere pagina’s haalde. Akkoord, zijn bevindingen over de hedendaagse cinema zijn wellicht raak, maar zo dramatisch als hij het voorstelt is het volgens ons toch niet. En zelfs als het zo is, is het toch jammer om zo donker te eindigen. Maar nogmaals, dat is detailkritiek: Hollywood Boulevard is een dijk van een filmboek, vlot geschreven, rijk aan boeiende anekdotes en van begin tot einde doordrenkt van liefde voor Vrouwe Cinema.

Hollywood Boulevard
Boeken / Non-fictie

Het boek was beter

recensie: Steven De Foer - Hollywood Boulevard. Een eeuw filmsterren.
Hollywood Boulevard

Een fantastisch idee, uitgewerkt tot een fantastisch boek. Dat is Hollywood Boulevard. Een eeuw filmsterren in een notendop. Verplichte kost voor iedereen die zich graag een filmliefhebber noemt.

Hollywood Boulevard is een turf van ruim 600 pagina’s, maar dat deert niet: het boek leest even vlot als een kwaliteitsblockbuster zich laat bekijken. En dat is uiteraard een compliment. De pitch is alvast briljant: een geschiedenis van 100 jaar Hollywood, aan de hand van biografieën van iconische acteurs en actrices. Op die manier krijg je niet alleen een mooie, meanderende en volledige tijdlijn – van de stille films naar het studiosysteem tot de golden seventies en de zielloze comic book-verfilmingen van vandaag – maar ook fantastische en vaak weinig bekende biografische weetjes over de mensen die aan bod komen.

Dikke baby

Wist je bijvoorbeeld dat Humphrey Bogart Vlaamse roots heeft, aangezien zijn voorouders ‘Bogaert’ heetten? Of dat Charles Chaplin wel héél erg groene blaadjes lustte? Of dat Oliver Hardy, bekend van ‘de Dikke en de Dunne’, als baby al ruim zes kilo woog? Allemaal anekdotes die van dit boek een echte schatkamer maken. Maar met anekdotes alleen maak je geen meeslepende literatuur en dat heeft De Foer goed begrepen. Hij maakt werk van goed gedocumenteerde, grondige levensverhalen die hij handig weet te verweven in de evolutie van de film.

De Foer is bovendien niet vies van een tegen de haren in strijkende mening, wat heel verfrissend werkt. Zo vindt hij Raging Bull, toch alom geprezen als een klassieker van twee artiesten op het toppunt van hun kunnen (Martin Scorsese en Robert De Niro), eigenlijk een miskleun. Beschouwt hij Apocalypse Now als zwaar overroepen én noemt hij Meryl Streep een van de meest overschatte actrices uit de filmgeschiedenis. Het geeft aan dat hij niet bang is om heilige huisjes in te trappen, maar hij onderbouwt zijn stellingen ook. Hij choqueert dus niet om te choqueren.

Vrouwe Cinema

Heeft het boek dan geen minpunten? Niet dat het echt als negatief element kan gelden, maar de conclusie van De Foer is wel héél zwartgallig en fnuikt op slechts enkele pagina’s het leesplezier dat je uit de andere pagina’s haalde. Akkoord, zijn bevindingen over de hedendaagse cinema zijn wellicht raak, maar zo dramatisch als hij het voorstelt is het volgens ons toch niet. En zelfs als het zo is, is het toch jammer om zo donker te eindigen. Maar nogmaals, dat is detailkritiek: Hollywood Boulevard is een dijk van een filmboek, vlot geschreven, rijk aan boeiende anekdotes en van begin tot einde doordrenkt van liefde voor Vrouwe Cinema.

Philip K. Dick
Boeken / Fictie

Het onvoorstelbare voorgesteld

recensie: Philip K. Dick - De man in het hoge kasteel
Philip K. Dick

Wat zou er gebeurd zijn als de nazi’s de Tweede Wereldoorlog gewonnen hadden? Je kunt het je moeilijk voorstellen, maar toch is dat precies wat cultschrijver Philip K. Dick deed in zijn onlangs opnieuw vertaalde De man in het hoge kasteel.

Dick staat vooral te boek als schrijver van sciencefiction. Het lot dat hem als genre-auteur is beschoren, is dat zijn boeken voornamelijk door een kleine groep liefhebbers worden gelezen. Dick is bij het grote publiek bekender om de op zijn werk gebaseerde verfilmingen, zoals Blade Runner, Total Recall, Minority Report en A Scanner Darkly. Vorig jaar kwam daar de tv-serie The Man in the High Castle bij, gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1962. Omdat de eerdere Nederlandse vertaling te wensen overliet, heeft uitgeverij Lebowski het boek opnieuw laten vertalen. De man in het hoge kasteel is daarvan het resultaat.

Dystopie

De roman focust op een aantal personages die zich ieder op eigen wijze proberen te handhaven in een onheilspellende wereld. In Dicks wereld hebben niet de geallieerden, maar de Duitsers en de Japanners de Tweede Wereldoorlog gewonnen. Hij beschrijft een scenario waarin Franklin D. Roosevelt in 1933 is omgelegd. Hierdoor neemt de geschiedenis een andere wending en geven de geallieerden zich in 1947 over.

De man in het hoge kasteel speelt zich vijftien jaar later af. De westkust van de Verenigde Staten is bezet door Japan terwijl de oostkust bezet is door Duitsland. Het binnenland vormt een neutrale zone. In dit gebied woont de man in het hoge kasteel, schrijver van De sprinkhaan sleept zich voort. Het boek speelt een centrale rol in deze roman. Hoewel het boek door de Duitsers is verboden, lezen meerdere personages het. Immers, De sprinkhaan sleept zich voort gaat over een wereld waarin niet de nazi’s, maar de geallieerden de Tweede Wereldoorlog winnen.

Dubbele lagen

Hoewel Irving Pardoens vertaling vlot leest, is De man in het hoge kasteel geen gemakkelijke kost. De vele dubbele lagen, plottwists en perspectiefwisselingen maken het boek soms wat chaotisch. Dit is geenszins een verwijt; het is simpelweg de manier waarop Dick met zijn materie omgaat. Hij overdondert, geeft een stortvloed aan informatie maar biedt daarbij weinig handvatten.

Het is de vraag of De man in het hoge kasteel echt sciencefiction is. Alternate history zou een meer specifieke aanduiding voor dit werk zijn, aldus de exacteling. Dick maakt korte metten met deze discussie door hem uit te besteden aan twee van zijn personages die De sprinkhaan sleept zich voort aan het lezen zijn. Het is een van de vele dubbele lagen die Dick heeft verwerkt in dit verontrustende maar magistrale werk.

Onder correctoren
Boeken / Non-fictie

Taalpluizeritis en abc-geilheid

recensie: Fred Baggen - Onder correctoren
Onder correctoren

Taal anno 2016 is hot. Vooral het analyseren ervan. Taalminnend Nederland bladert het liefst tot in de vroege uurtjes de Dikke Van Dale door, speurend naar curieuze woorden en onlogische letterconstructies. Zo ook Fred Baggen die, getuige zijn boek Onder correctoren, uitblinkt in het taalpluizen.

Ooit gehoord van aaneenschrijveritis of tussen-n-leed? Van bijwoordsels en voorzetselismen? Deze en andere opmerkelijke taalverschijnselen passeren de revue in Baggens abecedarium Onder correctoren (de titel refereert aan W.F.Hermans’ klassieker Onder professoren). De freelancetekstcorrector gaf het in eigen beheer uit met zijn kleine onafhankelijke uitgeverij Aldus Boek Compagnie. Baggen bewondert, en verwondert zich over, de Nederlandse taal in dit boek. Hij wijdt er een vijftigtal, vaak satirische, lemma’s aan met namen als ‘Correctortortuur’ en ‘Etymoliegen’. Lemma’s die bovendien bewondering oproepen voor het bescheiden vak van de tekstcorrector.

Mierenneukers en muggenzifters

De luchtige toonzetting maakt dat Onder correctoren niet belerend overkomt. Baggen toont vanaf de eerste bladzijde dat veel in onze taal maar voor lief wordt genomen, zonder dat we er nog over nadenken. Zo opent hij zijn boek:

 ‘Wie er heeft bedacht dat een Woord vooraf of een Voorwoord – in tegenstelling tot wat de term suggereert – nooit uit één woord bestaat, maar altijd uit meerdere, was wellicht niet erg taalgevoelig toen hij of zij die term in het leven riep.’

Het lijkt op het eerste gezicht mierenneukerij, maar Baggen geeft meer van dit soort voorbeelden die samen aantonen dat de Nederlandse taal bol staat van inconsequenties en onlogica.

Een kijkje in de keuken

Dergelijke taalonvolkomenheden maken het werk voor een redacteur of tekstcorrector soms behoorlijk ingewikkeld. Want Baggen schrijft niet alleen over taal, maar ook over de worsteling die een corrector daarmee heeft. En over het tekstgevoel waarop hij als vakman soms een beroep moet doen. In een van de lemma’s interviewt de auteur zichzelf. Hij geeft een kijkje in zijn leven als freelanceredacteur, een wereld van hard werken voor weinig geld. Het zelfinterview toont de bescheidenheid van het correctorsbestaan.

Zonder correctoren…

Als lezer sta je vaak niet stil bij het monnikenwerk dat door een corrector wordt verricht bij de totstandkoming van een boek. Een auteur maakt een verhaal, maar zijn secondant (corrector) maakt het leesbaar, zet de spreekwoordelijke puntjes op de i. Ondanks dat Baggen soms tot de vroege uurtjes door moet werken, zo leert Onder correctoren ons, beleeft hij wel degelijk plezier aan zijn werk. Een aantal lemma’s kan zijn taalliefde niet verhullen, zoals het hoofdstuk ‘Instinkers’ waarin de volgende passage staat:

‘Het credo van de begrafenisondernemer luidde: “Laat je niet kisten.” Zijn collega van het crematorium voegde daaraantoe: “Maar laat je gerust verassen.”’

Jammer genoeg lijdt Baggen niet alleen aan taalpluizeritis, maar ook aan abc-geilheid. Hij grijpt iedere gelegenheid aan om een a tot z-opsomminkje te geven. Dat gaat op een gegeven moment erg geconstrueerd aanvoelen en vervelen.

Desalniettemin is Onder correctoren een vermakelijk taalboek, een prima kerstcadeau voor de letterliefhebber dat op de boekenplank zeker niet misstaat tussen de Paulien Cornelissen en Marc van Oostendorps van deze wereld. Want in de woorden van Fred Baggen: ‘Taal is ook míjn ding.’

Boeken / Non-fictie

Iedereen kan kunstenaar zijn

recensie: Will Gompertz
 - Denk als een kunstenaar

Na zijn succesvolle debuut in 2012 kwam onlangs het tweede boek van kunstcriticus Will Gompertz uit: Denk als een kunstenaar. Hierin legt hij uit hoe iedereen creatief en inspirerend kan zijn en waarom ‘mislukkelingen’ niet bij de pakken neer moeten gaan zitten.

Gompertz is ervan overtuigd dat iedereen creatief is, maar dat veel mensen niet weten hoe ze het moeten zijn. De truc is om te leren denken als een kunstenaar. Hoe kunstenaars denken laat Gompertz zien aan de hand van tien stellingen. Die fungeren tevens als tips zodat iedereen creatief en inspirerend kan worden. Kunstboek meets zelfhulpboek dus.

De boodschap van het boek is voor een groot deel hetzelfde als dat van het gemiddelde zelfhulpboek: ook jij kunt het! Bij elk zelfhulpboek staat ‘het’ voor iets anders: gelukkig zijn, rijk zijn, een casanova zijn of, in dit geval: creatief en inspirerend zijn. Hoewel in elk zelfhulpboek een ander doel wordt nagestreefd (geluk, rijkdom, promiscuïteit) zijn de voorgestelde wegen naar dat doel vaak hetzelfde: ervoor gaan, nooit opgeven, in jezelf geloven en gewoon dóén.

Talent

Wie Gompertz leest, krijgt de indruk dat je met een beetje doorzettingsvermogen en het opvolgen van een paar creatieve tips, succesvol kunstenaar kan worden. Hoe zit het dan met talent? En heb je ook niet wat geluk nodig?

Tegenover elk succesverhaal staat natuurlijk een veelvoud aan mislukkingen. Gompertz zet de mensen die er niet volledig voor gaan, omdat ze menen over onvoldoende talent te beschikken, een beetje makkelijk weg als laf. Je kan het ook zelfkennis noemen.
Gompertz ziet dat anders: creatief talent wordt volgens hem overschat. Vandaar ook zijn bewondering voor Marcel Duchamp, de Franse kunstenaar die bekend werd door een omgedraaide wc-pot als kunst te presenteren.

“Geen enkele kunstenaar is in staat zoveel mensen te inspireren die twijfelen aan hun creativiteit als Marcel Duchamp.”

Want Duchamps talent hield niet over, zo zegt Gompertz.

“In die zin was Duchamp geen grote kunstenaar. Het geniale aan hem was dat hij als een kunstenaar had leren denken.”

Een wel erg schrale opvatting van kunst en het kunstenaarschap – maar eentje die tegenwoordig helaas veel aanhangers kent.

Kunstacademies

Gompertz heeft ook een boodschap aan de maatschappij: alle scholen zouden meer als kunstacademies moeten zijn. Onze huidige scholen zijn namelijk autoritair, te hiërarchisch en smoren creativiteit van de leerlingen in de kiem, zo meent Gompertz. De examens met van bovenaf vastgelegde stof openen niet de ogen van leerlingen, maar brengen volgens hem juist oogkleppen aan. Scholen zijn “een milde vorm van gevangenschap door de staat.”

Gelukkig voor Gompertz zijn er nog plaatsen waar je aan de tirannie kunt ontsnappen. Kunstacademies zijn creatieve vrijplaatsen waar naar het individu wordt gekeken in plaats van naar de cursusstof. En de technologische vooruitgang maakt het mogelijk het onderwijs nog beter te laten aansluiten op de belangstelling van de individuele leerling.

Doorzettingsvermogen

Maar waarom moet iedere leerling krijgen wat het wil? Als de leerling zelf mag kiezen, blijft er dan niet heel weinig over van het door Gompertz zo gewaardeerde verbreden van je horizon en het in aanraking komen met andere ideeën?

Gompertz wil de leerlingen liever in hun eigen wereldje laten:

“Tegen de tijd dat ze naar de middelbare school gaan, hebben zij hun eigen wereld al ingericht met playlists, Facebookpagina’s en Googlefilters. Wie dan vasthoudt aan een hiërarchisch onderwijssysteem, probeert een overstroming te keren met een vinger in de digitale dijk: die dijk gaat het begeven onder de aandrang van miljoenen leerlingen die op maat gemaakt onderwijs eisen.”

Van iemand die een boek schrijft waarvan de centrale boodschap luidt dat je alles kunt bereiken zo lang je maar niet opgeeft, had je iets meer strijdbaarheid verwacht.

Boeken / Non-fictie

Een klassieke tragedie

recensie: Conny Keessen en Eva Wiessing - Worstelen aan de rand van Europa

23 april 2010: Griekenland moet Europa om financiële hulp vragen nadat het land door de recessie hard onderuit is gegaan. Heel de Europese Unie kijkt toe hoe zich een drama ontvouwt, een drama dat al jarenlang broeide onder het oppervlak, met meer verstrekkende gevolgen dan zelfs de pessimisten zich hadden kunnen indenken.

De grote lijnen van de Griekse crisis zijn veelal wel bekend, maar Conny Keessen en Eva Wiessing zetten ze nog even op een rij in een overzichtelijke tijdlijn. Toelating tot de eurozone in 2000. Recessie in 2008. Europese financiële hulp in 2010, gevolgd door forse bezuinigingen, het ene noodpakket na het andere en politieke onrust. In dat jaar maken de auteurs, economieverslaggever (Wiessen) en radiocorrespondent (Keessen) hun eerste reportages over de crisis voor het NOS Journaal.

Wiessen en Keessen wilden op zoek naar de verhalen achter de Griekse crisis, want, zo schrijven ze in hun dankwoord, de dagelijkse worstelingen van alle Grieken die bereid waren om hun verhalen te delen, zeggen meer dan alle cijfers en rapporten over Griekenland bij elkaar. En die cijfers liegen er al niet om. In maart 2009 rapporteerden de Grieken nog een schuld van 97,6% van het BBP, aan het eind van het jaar bleek die schuld opgelopen tot 111,5% en in 2014 tot maar liefst 177%. In 2013 is de jeugdwerkloosheid in Griekenland onder jongeren van 15-24 jaar 58,3%. Ondertussen zucht het land onder de zware bezuinigingsmaatregelen en grijpen de Grieken vast aan een laatste strohalm: de verkiezing van Tsipras’ Syriza partij met zijn lobby voor een Grexit. Een voortijdig vertrek van diens minister van financiën Varoufakis en nieuwe bezuinigingen zijn het gevolg. De gewone mensen betalen de prijs.

Het drama ontvouwt zich zonder mededogen. De auteurs zijn duidelijk begaan met Griekenland en de problemen van het land rijgen zich in vlot proza aaneen: een les in economie en recente geschiedenis. Het ministerie van Financiën had geen gegevens beschikbaar over de btw-inkomsten in de eerste maanden van 2008, waardoor de belastinginkomsten niet meer waren dan ruwe schattingen.

Helaas geen eind goed, al goed in dit boek. De Griekse tragedie duurt voort en er is nog geen eind in zicht. Keessen en Wiessing geven in Worstelen aan de rand van Europa gehoor aan de gewone Griek, maar de problemen zijn dieper geworteld dan de gewone Europeaan had durven of willen vermoeden. Die goede afloop volgt hopelijk nog.

Boeken / Non-fictie

Een spannend verslag over het ontstaan van IS

recensie: Joby Warrick
 - Zwarte Vlaggen: de opkomst van IS

De Amerikaanse journalist Joby Warrick onderzoekt in zijn nieuwste boek Zwarte vlaggen de ontstaansgeschiedenis van Islamitische Staat (IS). Daarbij focust hij op één man in het bijzonder: Abu Musab al-Zarqawi.

Zwarte vlaggen is niet het zoveelste boek over IS. In tegenstelling tot veel andere boeken over het onderwerp, ligt de focus niet op sociologische of geopolitieke factoren, maar op menselijke actoren. Dat vergt uiteraard meer journalistiek ‘grondwerk’. Voor het boek heeft Warrick met veel mensen gesproken – niet met experts, maar met ervaringsdeskundigen.

Een groot deel van die gesprekken gingen over één man: Abu Musab al-Zarqawi. Aan het begin van het boek maken we kennis met de jongeman die als gewetenloze crimineel in de gevangenis is beland. Daar vindt de bekering plaats: hij vindt het geloof en verandert in een even gewetenloze terrorist. Wat niemand toen kon vermoeden, was dat deze bloeddorstige Jordaniër, die niet uitblonk in intelligentie of welbespraaktheid, uit zou groeien tot een van de meest invloedrijkste terroristen ter wereld.

Degelijk onderzoek

Warrick onderzoekt hoe zo’n onbeduidende crimineel uitgroeit tot een kopstuk van het internationale terrorisme. Zarqawi heeft hij nooit ontmoet, maar Warrick spreekt met mensen die hem dicht op de huid hebben gezeten. De belangrijkste daarvan zijn Basel el-Sabha, die dokter was in de gevangenis waar Zarqawi zat opgesloten, CIA-agente Nada Bakos die hem jarenlang heeft gevolgd en Abu Haytam, topambtenaar bij de Jordaanse inlichtingendienst die een groot deel van zijn werkende bestaan met Zarqawi in een kat-en-muisspel verwikkeld was. Zij geven een uniek inkijkje in de persoonlijkheid en de werkwijze van Zarqawi.

Zarqawi’s bloeddorstigheid stuitte zelfs op verzet van Osama bin Laden en Ayman al-Zawahiri, de nummer één en twee van Al Qaeda. Maar Zarqawi trok zich daar niet veel van aan. Hij had een helder doel voor ogen: Bin Laden overtreffen als de meest beroemde terrorist ter wereld.

Om dat te bewerkstelligen bereidde Zarqawi een aanslag voor die de grootste ooit zou moeten worden. Gelukkig werd het plan kort voor uitvoering ontdekt door de Jordaanse geheime dienst. De aanslag in de hoofdstad Amman zou naar schatting 80.000 (!) mensen het leven hebben gekost.

Lokale strijd

De lokale bronnen waarmee Warrick spreekt, maken inzichtelijk dat de strijd tegen het terrorisme vooral door lokale spelers wordt gevoerd: het leger, de geheime dienst en de bevolking. Zij zijn dan ook veruit het vaakst slachtoffer van terroristische aanslagen.

In de meeste boeken over dit onderwerp wordt vooral gekeken naar de gevolgen van Westers Midden-Oostenbeleid. Warrick toont aan dat de rol van het Westen veel geringer is dan vaak wordt gedacht.

Toenemende spanningen

Dat wil niet zeggen dat Warrick blind is voor de negatieve gevolgen van Westers beleid. De Irakoorlog creëerde volgens hem een ideale voedingsbodem voor terroristen. Maar Warrick laat daarbij duidelijk zien dat de chaos in Irak het gevolg was van doelbewuste acties van terroristen. Zo dreigde Zarqawi soennieten, die zich tijdens de eerste democratische verkiezingen verkiesbaar wilden stellen, te vermoorden. Een enkeling trotseerde die bedreigingen: Tariq al-Hashimi van de Iraakse Islamitische Partij besloot zich wél verkiesbaar te stellen. Hij betaalde daarvoor een zware prijs: twee broers en een zus werden vermoord.

Buiten politici werden ook kiezers bedreigd. Met name bij stemlokalen in soennitische gebieden werden veel aanslagen gepleegd. Als gevolg van deze terreurcampagne brachten slechts 2 procent van de soennieten hun stem uit. Omdat de sji’ieten en Koerden wel waren gaan stemmen, waren de soennieten in de politiek nauwelijks vertegenwoordigd. De sektarische spanningen namen daardoor toe: precies wat Zarqawi wilde.

Toen vervolgens belangrijke sji’itische heiligdommen, waaronder de Gouden Moskee, werden opgeblazen, liepen de sektarische spanningen helemaal uit de hand. De burgeroorlog ging de meeste bloedige fase in.

Verslagen

Eind 2006 begon het tij te keren. Zarqawi werd dat jaar gedood door een Amerikaans bombardement. Kort daarna brak de Anbar-Awakening uit: soennitische stammen in de provincie Anbar kwamen in opstand tegen Al Qaeda’s overheersing.

Vervolgens besloot George W. Bush het aantal Amerikaanse troepen op te voeren. Ook werd gekozen voor een agressievere tactiek jegens de terroristen. Met succes: in 2008 was Al Qaeda’s rol in Irak uitgespeeld.

Wedergeboorte

Het keerpunt kwam in 2011. Drie ontwikkelingen droegen bij aan de wedergeboorte van Al Qaeda in Irak, dat zich inmiddels had omgedoopt tot ISIS. De terugtrekking van de Amerikaanse troepen was de eerste. Kort daarna vaardigde de sji’itische premier een arrestatiebevel uit tegen de eerder genoemde soennitische vice-president Tariq al-Hashimi die daarop naar de autonome Koerdische regio vluchtte. Dat zette kwaad bloed bij de soennieten.

Het derde omslagpunt vormde de opstand in buurland Syrië tegen het regime van Bashar al-Assad. De terroristen uit Irak maakten gebruik van het ontstane machtsvacuüm. Daar bouwden zij hun organisatie opnieuw op om in de zomer van 2014, sterker dan ooit tevoren, terug te keren in Irak. De rest is geschiedenis – en helaas nog altijd actualiteit.

Het boek geeft een goed beeld van de ontstaansgeschiedenis van IS maar is tegelijk meer dan dat: het zegt een hoop over het hedendaagse islamistisch terrorisme in het algemeen. Warricks focus op lokale actoren geeft een veel completer beeld van het terrorisme en de strijd daartegen. Iedereen die zich wil mengen in het debat over de strijd tegen het terrorisme zou er goed aan doen dit boek te lezen.

Boeken / Fictie

Het hart hongert naar vervulling

recensie: Renate Dorrestein - Zeven soorten honger

Een week in het bestaan van een instituut dat rijke dikkerds helpt zoveel mogelijk gewicht te verliezen, gerund door een nouveau riche echtpaar dat hun leven in sneltreinvaart ziet ontrafelen: laat het aan Renate Dorrestein over om er een gedegen, maar weinig vernieuwende roman over te schrijven.

De perfect gestileerde Nadine Ravendorp runt samen met haar echtgenoot Derek het William Bantinginstituut, waar corpulente heren een jaarsalaris als borg inleggen om hun streefgewicht te halen. Nadine noemt dat een kwestie van ‘de juiste motivatie aanboren’ en is trots dat het instituut, in de vijfentwintig jaar dat het bestaat, nog nooit heeft gefaald. Overigens is er geen sprake van een afvalkliniek; in het William Banting gaan de gasten, overwegend hoge piefen uit het bedrijfsleven, onder begeleiding van personal trainers aan de slag met ‘leefstijlverbetering’. Hun maag wordt onderhouden met chique maaltijden als ‘een gegrild plakje aubergine, afgeblust met balsamicoazijn en omkranst met een spoortje frambozencoulis’ en vertier vindt men in de sauna of op de tennisbaan.

Divers vlees in de kuip…

Zoals het een roman van Dorrestein betaamt, loopt deze overzichtelijke wereld al snel helemaal in de soep. Het begint wanneer Nadine met een paar wijntjes op een dakloze aanrijdt en hem mee naar huis neemt, in de hoop een aanklacht te kunnen ontwijken. Het lijkt deze ‘neef Helmut’ uitstekend te bevallen in het luxueuze William Banting. Tel daarbij op dat de zaken niet meer zo goed gaan als voorheen. Dat de heer Voetemans, de nieuwste gast, besluit zijn anorectische tienerdochter mee te nemen en dat Derek een aantal dagen vertrekt om te spreken op een symposium, waar ook niet alles in de haak is, en de chaos is compleet. Doorspekt van voedselmetaforen komen in het boek alle soorten honger aan bod: die van het oog, de neus, het oor, de mond, het hoofd, de maag, en last but not least: de honger van het hart.

…maar geen vlees zonder

Die honger van het hart laat Zeven soorten honger onvervuld. Dorrestein, een van ’s lands meest productieve schrijvers, brengt al meer dan dertig jaar lang vrijwel elk jaar een roman uit. Zeven soorten honger voelt als een product van die routine. De diverse verhaallijnen worden kundig opgebouwd en refereren aan belangrijke hedendaagse thema’s, maar de echte diepgang mist. De personages zijn weinig sympathiek, waardoor hun leed nergens echt weet te raken, hoewel neef Helmut voor komische verlichting weet te zorgen (‘Christus te paard! Ik heb uren op een fiets gezeten die nergens naar toe ging!’). Het gemis van diepgang wordt schrijnender naarmate de ontknoping nadert en Dorrestein haar vlot en vermakelijk neergezette opbouw teniet doet door de roman in een pennenstreek af te willen ronden. Dat geeft geen spek in de erwten.

Boeken / Non-fictie

Het Westen als bron van alle kwaad

recensie: Ludo De Brabander
 - Oorlog zonder grenzen

De Belgische publicist en vredesactivist Ludo De Brabander bekijkt in zijn jongste boek terrorisme vanuit historisch perspectief. Volgens hem heeft het door het Westen gevoerde Midden-Oostenbeleid van de afgelopen eeuw desastreuze gevolgen.

In Oorlog zonder grenzen zet hij de belangrijkste oorzaken van de huidige situatie in het Midden-Oosten uiteen: de koloniale overheersing, het tekenen van grenzen zonder rekening te houden met de lokale bevolking, het leveren van wapens aan autoritaire regimes en de talloze militaire interventies. Dit heeft een voedingsbodem gecreëerd voor het terrorisme.

Erger is volgens De Brabander dat het Westen niet lijkt te leren van zijn fouten. Voor problemen wordt te vaak naar militaire oplossingen gegrepen. Zie de ‘war on terror’, die door George W. Bush werd afgekondigd na de aanslagen van 11 september 2001. Een totale mislukking, vindt De Brabander. Het aantal terroristische aanslagen is de laatste vijftien jaar alleen maar toegenomen. De oorlog tegen terreur heeft in Irak, Afghanistan en Pakistan al ruim 1,3 miljoen mensen het leven gekost. “Dat zijn ontiegelijk meer slachtoffers dan het aantal doden door aanslagen van terroristische organisaties”, concludeert De Brabander.

1,3 miljoen: een weerzinwekkend aantal. Maar door dit te contrasteren met het aantal doden door aanslagen van terroristische organisaties, creëert hij een valse tegenstelling. Die zijn namelijk onderdeel van die totaalsom. Sterker nog: groeperingen als Al Qaeda en de Taliban nemen het grootste deel van die 1,3 miljoen slachtoffers voor hun rekening. Veel meer Irakezen, Afghanen en Pakistanen zijn door terroristische organisaties vermoord dan door Westerse interventionisten.

Het boek zit vol met dit soort slordigheden en verdraaiingen. Om te beginnen met wat voorbeelden: hij noemt Henry Kissinger meerdere malen ‘Henri Kissinger’ en vergist hij zich meerdere keren in data, waarvan de pijnlijkste is dat hij schrijft dat de aanslagen op het World Trade Center niet op 11, maar op 9 september plaatsvonden.

Kwade opzet?

Ook haalt De Brabander citaten uit de context en schept zo een verdraaid beeld. Zo verzet hij zich tegen de toenemende stigmatisering van moslims. Als voorbeeld neemt hij een column van Mia Doornaert getiteld ‘Het is wij tegen zij’. Wanneer men het stukje erbij pakt, blijkt het een stuk genuanceerder te liggen. Want wie verstaat Doornaert onder ‘wij’? “‘Wij’ zijn allen die, ongeacht afkomst of overtuiging, aan de kant staan van een seculiere, vreedzame samenleving.” Is dat nou zo stigmatiserend?

Is De Brabander ongenuanceerd of oneerlijk? Naarmate men verder leest, gaat men meer het laatste vermoeden. Zo stelt De Brabander dat CDA-lijsttrekker Sybrand Buma “vluchtelingen herhaaldelijk definieert in termen van een bedreiging, gericht tegen ‘onze waarden’ en tegen ‘onze joods-christelijke Europese samenleving’”. In het interview dat De Brabander aanhaalt, gebruikt Buma die woorden maar één keer en hebben ze geen betrekking op vluchtelingen, maar op strijders van de Islamitische Staat. Hier is De Brabander niet meer ongenuanceerd, maar simpelweg oneerlijk.

Wantrouwen

Die oneerlijkheid lijkt voort te komen uit zijn manier van denken. Deze vredesactivist vormt zijn wereldbeeld niet op basis van feiten, hij vervormt feiten op basis van zijn wereldbeeld. Zo ook met de gifgas-aanval in Ghouta, een buitenwijk van Damascus. Algemeen wordt aangenomen dat het Syrische regime achter die aanval zat. De Brabander ziet dat anders. Interessant, zou je zeggen, wachtend op zijn onderbouwing. Die blijkt er niet te zijn. Zijn enige argument is dat we wantrouwend moeten zijn tegenover de beweringen van Westerse politici omdat ze rond de Irakoorlog ook niet de waarheid hebben gesproken. Redenen waarom een alternatieve verklaring logischer zou zijn, geeft hij niet. Hij ‘onderbouwt’ het met een verwijzing naar een of ander vaag, amateuristisch blog.

Wanneer het op terroristen aankomt, is hij een stuk minder wantrouwend. Verklaringen van Osama bin Laden en IS-strijders slikt hij voor zoete koek. Bin Ladens haat jegens het Westen zou vooral gevoed zijn door het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan en IS pleegt aanslagen omdat het Westen onschuldige moslims vermoord. Het lijkt niet bij normaal zo wantrouwige De Brabander op te komen dat dat mogelijk wel eens propaganda zou kunnen zijn.

Eurocentrisme

Deze manier van denken is het gevolg van een te eenzijdige focus op de rol van het Westen in het Midden-Oosten. De Brabander heeft een blinde vlek voor de dynamiek in de regio zélf, terwijl de oorlog tegen terreur vooral een lokale oorlog is. Alles wat in het Midden-Oosten gebeurt, voert hij terug op Westerse acties: de Arabische Lente is een opstand tegen door het Westen opgelegde neoliberale economie, de Iraakse invasie van Koeweit was het gevolg van de bij Saddam Hoessein ontstane onduidelijkheid over de Amerikaanse bereidheid Koeweits soevereiniteit te beschermen en het terrorisme is het gevolg van Westerse bemoeienis met de regio. Door zijn eenzijdige focus op de fouten van het Westen, maakt hij zich schuldig aan een omgedraaide vorm van eurocentrisme. ‘Alles komt door ons’, maar dan in negatieve zin.

Na alle kritiek op het gevoerde Midden-Oostenbeleid wordt men nieuwsgierig naar hoe het volgens De Brabander wél moet. Daar is hij vrij helder in: het Westen moet zich uit de regio terugtrekken. Een serieuze denker heeft oog voor de gevolgen die zijn voorstellen zouden hebben. Denkt hij dat Al-Qaeda of de Taliban hun wapens zullen neerleggen als het Westen stopt met bombarderen? Zal IS de Yezidi’s, de christenen en de sji’ieten met rust laten? Die vragen stelt hij niet. Dat komt doordat hij in zijn zoektocht naar de oorzaken van het terrorisme, zich te weinig richt op de terroristen zelf. Zijn idee dat al het slechte in het Midden-Oosten door het Westen komt, zou dan wel eens aan het wankelen kunnen worden gebracht. De Brabanders wereldbeeld zou er genuanceerder van kunnen worden. Maar voor nuance lijkt bij deze ‘vredeshitser’ geen plaats te zijn.

Boeken / Fictie

Het graf van de duivel

recensie: Vrouwkje Tuinman - Afscheidstournee

Als de jonge Achille zijn overleden vader, de wereldberoemde violist Nicolò Paganini, wil begraven, blijkt de duistere reputatie van de musicus dit onmogelijk te maken. Vrouwkje Tuinman weet met Afscheidstournee de geschiedenis van een verstoorde familie in een roman te vatten.

Het blijft een fenomeen in de muziekgeschiedenis: de magistrale violist en componist Nicolò Paganini (1782-1840). Zijn muziek, zijn vioolspel en zijn voorkomen maakten hem populair tot ver over de Italiaanse grenzen. Met een goed gevoel voor marketing en niet vies van enig effectbejag wist hij zijn imago als ‘duivelskunstenaar’ tot in detail uit te venten. Dat heeft hem tijdens zijn leven geen windeieren gelegd, maar zorgde na zijn dood voor veel tegenwerking.

Duivelsgebroed

Met dat gegeven gaat Vrouwkje Tuinman aan de slag. Ze maakt de puberzoon van Nicolò tot hoofdpersoon en laat deze Achille vertellen over zijn worsteling om zijn vader een passende begrafenis te geven. De instanties – lees De Kerk – staan dit niet toe. Paganini was geen praktiserend katholiek, heeft de laatste sacramenten aan zijn sterfbed geweigerd en staat alom bekend als verbeelding van de duivel. Het gesleep met de doodskist van zijn vader, met de erfenis van zijn vader, is letterlijk en figuurlijk de ballast die Achille met zich mee zal moeten dragen.

Tuinman weet een pakkend verhaal op te starten. Ze verbindt de feiten die bekend zijn uit de Paganini-geschiedenis met een flinke dosis fantasie en komt zo tot een nieuwe, geheel eigen compositie. Na jaren van omzwervingen, waarbij de kist op veel geheime plekken wordt gestald, strijkt Achille met zijn jonge vrouw Paolina neer op het door de componist nagelaten landgoed Gaione in de buurt van Parma. Hier wordt de kwestie om een eervolle begrafenis met een gepast monument te kunnen verzorgen, na nog wat geharrewar met de plaatselijke clerus, min of meer naar de achtergrond geschoven.

Bijenhouderij

Wat volgt is een vrij prozaïsch relaas over de wederwaardigheden van de familie dat door de schrijfster wordt uitgesmeerd over komende generaties. Achille en Paolina krijgen een reeks kinderen die allen op hun eigen manier met de erfenis van de grote violist te maken hebben. De een groeit op als bevlogen musicus, de ander beheert de muzikale nalatenschap van grootvader en een derde ontpopt zich als zakenman die op slimme wijze munt uit de situatie weet te slaan. De kern van het verhaal blijft echter Achille, de zoon die nooit zal loskomen van zijn vader en zijn eigen identiteit altijd heeft gevormd naar diens overweldigende aanwezigheid.

In het verloop van Afscheidstournee blijft continue het gevoel overheersen dat de achterliggende geschiedenis van de musicus Paganini vele malen interessanter is dan het geconstrueerde verhaal over zijn nazaten. Tuinman heeft veel ‘omgeving’ nodig om tot een substantieel verhaal te komen: de geest van Paganini blijft aandringen, terwijl de schrijfster zich uitentreuren bezighoudt met de ziekelijke moeder van Achille, zijn nuchtere halfzusje en het wel en wee van zijn kinderen. Dat Achille zijn tijdverdrijf in de bijenhouderij zoekt – mede om zijn vaders kist onzichtbaar te kunnen verbergen – is een aardige metafoor voor de overgang van het leven in de dood, maar blijft tegelijkertijd iets geforceerds houden.

Uiteindelijk komt het goed met het graf van Nicolò Paganini. ‘Het kleine beetje dat er nog van zijn vader over was, verdiende het in alle openheid te worden geprezen, in plaats van verketterd.’ De zoon, die zichzelf wegcijferde voor de zielenrust van zijn vader, is door Vrouwkje Tuinman op enigszins wijdlopige manier aan de vergetelheid onttrokken.

Boeken / Non-fictie

Degelijk en volledig maar ietwat droog

recensie: H.W. Brands
 - Reagan: de biografie

Over Ronald Reagan zijn enorm veel boeken geschreven. Voor een groot deel zijn dat halve hagiografieën. Historicus Henry William Brands voegt daar een dikke, wetenschappelijke biografie aan toe.

Weinig Amerikaanse presidenten roepen zoveel tegenstrijdige emoties op als Ronald Reagan. Door links wordt hij verguisd als de wegbereider van het neoliberalisme dat met lagere belastingen en deregulering de oorzaak is van toenemende ongelijkheid, torenhoge staatsschulden en de financiële crisis. Door rechts wordt hij vereerd als een halfgod. De Republikeinse voorverkiezingen zijn al jaren niet veel meer dan een wedstrijdje ‘wie het meest op Reagan lijkt’.

Van die politieke gevoeligheid merk je in Brands’ nieuwste biografie niets. Het is een en al zakelijkheid. Dat kun je aan Brands wel overlaten: hij beschrijft liever dan dat hij beoordeelt. Dat laatste laat hij aan de lezer over.

Humor


Ondanks Brands’ droge beschrijving is het tijdens het lezen van dit boek moeilijk om géén sympathie voor Reagan te krijgen. Zelfs op de meest onverwachte momenten wist Reagan gebruik te maken van zijn gevoel voor humor. Nadat hij was neergeschoten en met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht, zei hij tegen de artsen die op het punt stonden hem te opereren:

“Ik hoop dat jullie allemaal Republikeinen zijn.”

Dit is maar één voorbeeld van de vele grappen van Reagan die Brands heeft opgeschreven. Reagan gebruikte zijn gevoel voor humor vaak voor politieke doeleinden. Hij was er namelijk van overtuigd dat mensen makkelijker te overtuigen waren als je ze aan het lachen maakte.

Aandacht


Dat was misschien wel Reagans voornaamste talent: het vermogen een publiek weten te bespelen. Als kind ontdekte hij dat hij genoot van de aandacht van het publiek. Als zoon van een alcoholistische vader met losse handjes, kwam de aandacht en het applaus dat hij eens na een toneelstukje kreeg als een verademing.

Reagan bleef heel zijn verdere leven het publiek zoeken: als sportverslaggever op de radio, als filmacteur in Hollywood, als woordvoerder voor het bedrijf General Electric en uiteindelijk als politicus. Volgens Brands ging Reagan niet de politiek in voor de macht, zoals veel van zijn voorgangers, maar voor de aandacht:

“Hij wilde de aandacht en het applaus waarnaar hij als kind was gaan smachten. Hij wilde een podium. Hij wilde altijd een podium.”

Zijn sterke performances en zijn verleden als acteur werden door critici ook vaak tegen hem gebruikt. Volgens Brands sloegen zij de plank volledig mis. “Reagan acteerde niet als hij sprak; hij ontleende zijn retorische kracht aan het feit dat hij met hart en ziel geloofde in alle fantastische eigenschappen die hij de Verenigde Staten en het Amerikaanse volk toedichtte.”

Simpel


Reagan kon zo helder en overtuigend spreken, omdat zijn politieke visie ook vrij helder en simpel was. Hij had twee doelen. Het terugdringen van de overheid in het binnenland en het verslaan van het communisme in het buitenland.

Op die twee kernbeginselen kwam hij telkens terug. Hij wist ze dan ook kernachtig te formuleren. Tijdens zijn inauguratiespeech zette hij een tot dan toe dominante politieke visie op zijn kop: “De overheid is niet de oplossing, de overheid is het probleem.”

Reagan stelde voor eerst de belastingen te verlagen om zo de overheid te dwingen te bezuinigen. Zijn tactiek had echter geen succes. De belastingverlagingen kwamen er wel maar ondanks de verminderde inkomsten, lukte het Reagan niet genoeg te bezuinigen. Gevolg: het begrotingstekort en de staatsschuld liepen op. Gedeeltelijk had dat te maken met het feit dat de Democraten in het Huis van Afgevaardigden weigerden in te stemmen met de bezuinigingspakketten. Voor een ander deel lag het aan Reagan zelf.

Strijdbaar


Er was namelijk één terrein waarop Reagan niet wilde bezuinigen: defensie. Sterker nog, de budgetten voor het defensieapparaat moesten omhoog. Voor Reagan was meer geld voor defensie een onderdeel van zijn tweede kernprincipe – het verslaan van het communisme – en daarmee onbespreekbaar.

Ook zijn visie op de Koude Oorlog wist hij namelijk kernachtig te formuleren:

“Wij winnen, zij verliezen.”

Dat mag in eerste instantie als een dooddoener klinken, dat was het niet. Terwijl zijn voorgangers er alles aan deden om een confrontatie met de Sovjet-Unie te voorkomen, zocht Reagan die juist op. Hij was ervan overtuigd dat de Koude Oorlog te winnen was – een idee dat in Amerika en de rest van de wereld veel weerstand opriep.

In plaats van de wapenwedloop te stoppen, wilde Reagan deze juist opvoeren. Niet omdat hij uit was op oorlog, maar omdat hij ervan overtuigd was dat de Sovjet-Unie zo’n nieuwe wapenwedloop zich economisch gezien niet kon veroorloven. Door zich bereid te tonen een nieuwe wapenwedloop te starten, dwong Reagan Moskou naar de onderhandelingstafel. De wapenwedloop was het middel, wapenvermindering het doel.

Winnen


En zo geschiedde. Samen met de Sovjet-leider Michail Gorbatsjov werd de grond gelegd voor de akkoorden die uiteindelijk onder Reagans opvolger, George Bush, werden getekend. Ondanks de onderhandelingen bleef Reagan in het openbaar de Sovjets moreel onder druk zetten om vrijheid toe te staan. Zijn befaamde oproep aan Gorbatsjov om de Berlijnse Muur neer te halen, was daarvan wellicht het hoogtepunt.

Brands concludeert dat Reagan in zijn eerste doelstelling maar half is geslaagd: hij wist de overheid te verkleinen maar liet daarbij de staatsschuld enorm oplopen. Maar zijn tweede doelstelling heeft hij bereikt: dat de Sovjet-Unie ophield te bestaan, was voor een groot deel te danken aan Reagans politiek.

Taai


Tot zulke conclusies komt Brands pas in het slotwoord. En ook daar blijft hij voorzichtig zijn mening aan de lezer op te dringen. Wellicht is hij daarbij te voorzichtig geweest, wat het boek van 800 pagina’s, behalve degelijk, ook een beetje droog maakt.

Wellicht als compensatie voor die droogheid en om wat spanning te creëren, hebben veel hoofdstukken een open einde. Dat pakt niet zo goed uit. Omdat hij tal van verschillende onderwerpen door elkaar heen behandelt (van belastinghervormingen tot onderhandelingen over gijzelaars), komt hij op zo’n open einde pas weer een aantal hoofdstukken later terug. Eerder dan voor spanning zorgt dat voor verwarring.

Vrijheid


Desalniettemin wordt uit het boek duidelijk dat Reagan een enorme stempel heeft gedrukt op de wereldgeschiedenis. Op het moment dat hij het Witte Huis verliet, was dat nog niet helemaal duidelijk. Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie begon het Amerikaanse volk hem meer te waarderen en is een groot deel van de Amerikanen nóg meer van hem gaan houden. En die liefde was wederzijds: Reagan hield van het Amerikaanse volk en vertrouwde erop dat het alleen vrijheid nodig had om te kunnen floreren. Zijn liefde voor vrijheid kwam voort uit het geloof en vertrouwen in de goedheid van de mens. Wellicht vormde dat bij uitstek de grondslag van zijn politieke visie.