Tag Archief van: Amsterdam

Kunst / Expo binnenland

Met fantasie en verbeelding

recensie: Carel Visser in de Rijksmuseumtuinen
Kunstwerk Jacobsladderfoto: Rijksmuseum/Amie Galbraith

De Nederlandse beeldhouwer Carel Visser (1928-2015) ging aan de slag met onder meer ijzer, herhalingen, stapelingen en spiegelingen en vooral met verbeelding en fantasie. Zijn twaalf beelden die nu gratis in de tuinen en het atrium van het Amsterdamse Rijksmuseum zijn te zien, vragen de bezoekers om hun eigen beleving en invulling van de abstracte vormen.

Kunstwerk twee vogels

Twee Vogels, 1954-1994, Collectie Erven Carel Visser. Foto: Rijksmuseum/ Amie Galbraith.

Of het nu gaat om de open ruimte tussen Twee vogels (1954), een vroeg werk in de vijver, of een werkmodel van Vliegende vis (1993), een laat werk dat lijkt te zweven in het atrium: overal valt de ruimtelijkheid op. De Vliegende vis vormt bovendien de fraaie synthese tussen het uitgangspunt van Visser: de natuur, die overal op een of andere manier is terug te vinden, en de geometrische abstractie ervan en het materiaal dat hij gebruikte.

Tussen die twee uitersten, de vroege en late Visser, kun je in je verbeelding de as van de schitterende Jacobsladder (1955) zien, met zijn acht repeterende sikkelvormen van zwartgelakt ijzer die daaromheen lijken te draaien als een trap. Het acht meter hoge werk staat in zijn eentje mooi te zijn naast een eenzame boom, die al even hoog wil reiken. Want esthetiek voert bij deze tentoonstelling de boventoon.

Auschwitz

Kunstwerk Auschwitz

Auschwitz 1957, Collectie Erven Carel Visser. Foto: Rijksmuseum/ Jordi Huisman.

Uit dezelfde tijd als de vroege Visser stamt een ontwerp voor de wedstrijd voor een nieuw oorlogsmonument, Auschwitz (1957), dat nooit is uitgevoerd. Je herkent er de schoorstenen van de gaskamers in en de doodlopende treinrails. De internationale jury vond het te formalistisch, te emotieloos.

In een aflevering van de korte filmportretten Hollandse meesters in de 21e eeuw werd aan Visser gevraagd of Grote Auschwitz (uit het Kröller-Müller Museum) voor een tentoonstelling in 2019 in het Haags Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum Den Haag) niet eerst schoongemaakt moest worden. ‘Nee’, antwoordde de kunstenaar. ‘Het mos moet erop blijven zitten.’ En hij had gelijk, want zijn opvatting sluit aan bij wat de gastcurator van deze tentoonstelling, Jan Teeuwisse, in de begeleidende catalogus schrijft: ‘Vissers handschrift in het harde en stugge materiaal is bewust imperfect (…). Hij had vrede met de vergankelijkheid van zijn werk, vond dat zelfs essentieel.’ Op de kleine versie van het ijzeren en stalen kunstwerk ontbreekt het mos en eigenlijk is het jammer dat, om welke reden dan ook, de grote versie niet is te zien.

Als bezoeker kun je geruime tijd blijven staan bij de huid van lood van Signaal 1 en 2 (1964) en er van alles in zien en ontdekken. De werken staan al sinds 2020 in de tuinen, dankzij een schenking van KPN. De twee beelden vormden ook de aanleiding voor deze eerste tentoonstelling van een Nederlandse beeldhouwer in de tuinen. Kunstenaars Richard Long, Barbara Hepworth en Ellsworth Kelly gingen hem onder meer voor.

Kunstwerken Signal 1 en 2

Signaal 1 en 2, 1964, Rijksmuseum, schenking van KPN. Foto: Rijksmuseum/Albertine Dijkema.

Leegte en plantenvormen

De leegte tussen Twee vogels keert, nog voor Vliegende vis, terug in Gat (1968). Het gat wordt als het ware omlijst door twee horizontale en twee verticale ijzeren balken. Volgens een tekstbordje mag je zelf ook hier al kijkend uitmaken of het in dit geval ‘niets’ of ‘alles’ omkadert.

Wat ook terugkeert zijn plantenvormen, zoals in Als een plant (1988). Uit ijzer is een vorm gesneden die op een plant lijkt. ‘Gesneden beelden’, noemden Visser en criticus Carel Blotkamp het werk. Daarmee verwijzen zij zowel naar de vorm van de bladeren als naar het verbod op gesneden beelden uit het Bijbelboek Exodus.

Het is een fijne tentoonstelling met werk van een van de grootste Nederlandse beeldhouwers die al in 1958 deelnam aan de Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië. Later deed hij dat nog eens in Venetië, toen Kho Liang Ie voor de gelegenheid het Rietveldpaviljoen met asfalt bedekte. Van hem is momenteel in het Stedelijk Museum Amsterdam ook een tentoonstelling te zien. Mooi, die gelijktijdigheid.

Kunst / Expo binnenland

Met fantasie en verbeelding

recensie: Carel Visser in de Rijksmuseumtuinen
Kunstwerk Jacobsladderfoto: Rijksmuseum/Amie Galbraith

De Nederlandse beeldhouwer Carel Visser (1928-2015) ging aan de slag met onder meer ijzer, herhalingen, stapelingen en spiegelingen en vooral met verbeelding en fantasie. Zijn twaalf beelden die nu gratis in de tuinen en het atrium van het Amsterdamse Rijksmuseum zijn te zien, vragen de bezoekers om hun eigen beleving en invulling van de abstracte vormen.

Kunstwerk twee vogels

Twee Vogels, 1954-1994, Collectie Erven Carel Visser. Foto: Rijksmuseum/ Amie Galbraith.

Of het nu gaat om de open ruimte tussen Twee vogels (1954), een vroeg werk in de vijver, of een werkmodel van Vliegende vis (1993), een laat werk dat lijkt te zweven in het atrium: overal valt de ruimtelijkheid op. De Vliegende vis vormt bovendien de fraaie synthese tussen het uitgangspunt van Visser: de natuur, die overal op een of andere manier is terug te vinden, en de geometrische abstractie ervan en het materiaal dat hij gebruikte.

Tussen die twee uitersten, de vroege en late Visser, kun je in je verbeelding de as van de schitterende Jacobsladder (1955) zien, met zijn acht repeterende sikkelvormen van zwartgelakt ijzer die daaromheen lijken te draaien als een trap. Het acht meter hoge werk staat in zijn eentje mooi te zijn naast een eenzame boom, die al even hoog wil reiken. Want esthetiek voert bij deze tentoonstelling de boventoon.

Auschwitz

Kunstwerk Auschwitz

Auschwitz 1957, Collectie Erven Carel Visser. Foto: Rijksmuseum/ Jordi Huisman.

Uit dezelfde tijd als de vroege Visser stamt een ontwerp voor de wedstrijd voor een nieuw oorlogsmonument, Auschwitz (1957), dat nooit is uitgevoerd. Je herkent er de schoorstenen van de gaskamers in en de doodlopende treinrails. De internationale jury vond het te formalistisch, te emotieloos.

In een aflevering van de korte filmportretten Hollandse meesters in de 21e eeuw werd aan Visser gevraagd of Grote Auschwitz (uit het Kröller-Müller Museum) voor een tentoonstelling in 2019 in het Haags Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum Den Haag) niet eerst schoongemaakt moest worden. ‘Nee’, antwoordde de kunstenaar. ‘Het mos moet erop blijven zitten.’ En hij had gelijk, want zijn opvatting sluit aan bij wat de gastcurator van deze tentoonstelling, Jan Teeuwisse, in de begeleidende catalogus schrijft: ‘Vissers handschrift in het harde en stugge materiaal is bewust imperfect (…). Hij had vrede met de vergankelijkheid van zijn werk, vond dat zelfs essentieel.’ Op de kleine versie van het ijzeren en stalen kunstwerk ontbreekt het mos en eigenlijk is het jammer dat, om welke reden dan ook, de grote versie niet is te zien.

Als bezoeker kun je geruime tijd blijven staan bij de huid van lood van Signaal 1 en 2 (1964) en er van alles in zien en ontdekken. De werken staan al sinds 2020 in de tuinen, dankzij een schenking van KPN. De twee beelden vormden ook de aanleiding voor deze eerste tentoonstelling van een Nederlandse beeldhouwer in de tuinen. Kunstenaars Richard Long, Barbara Hepworth en Ellsworth Kelly gingen hem onder meer voor.

Kunstwerken Signal 1 en 2

Signaal 1 en 2, 1964, Rijksmuseum, schenking van KPN. Foto: Rijksmuseum/Albertine Dijkema.

Leegte en plantenvormen

De leegte tussen Twee vogels keert, nog voor Vliegende vis, terug in Gat (1968). Het gat wordt als het ware omlijst door twee horizontale en twee verticale ijzeren balken. Volgens een tekstbordje mag je zelf ook hier al kijkend uitmaken of het in dit geval ‘niets’ of ‘alles’ omkadert.

Wat ook terugkeert zijn plantenvormen, zoals in Als een plant (1988). Uit ijzer is een vorm gesneden die op een plant lijkt. ‘Gesneden beelden’, noemden Visser en criticus Carel Blotkamp het werk. Daarmee verwijzen zij zowel naar de vorm van de bladeren als naar het verbod op gesneden beelden uit het Bijbelboek Exodus.

Het is een fijne tentoonstelling met werk van een van de grootste Nederlandse beeldhouwers die al in 1958 deelnam aan de Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië. Later deed hij dat nog eens in Venetië, toen Kho Liang Ie voor de gelegenheid het Rietveldpaviljoen met asfalt bedekte. Van hem is momenteel in het Stedelijk Museum Amsterdam ook een tentoonstelling te zien. Mooi, die gelijktijdigheid.

Film / Documentaire

Steeds beter, steeds mooier

recensie: Famous Orchestras – Royal Concertgebouw Orchestra
Het Concertgebouw © Hans Roggen© Hans Roggen

In Preludium, het muziekmagazine van Het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), wordt de documentaire over het orkest van de Frans-Duitse televisiezender ARTE (regisseur Andreas Morell) zuinigjes ‘boeiend’ genoemd, maar het is – op enkele kanttekeningen na – méér dan dat.

De documentaire (2025) is de tweede in een reeks van vier over Famous Orchestras: Orchester der Weltklasse. De andere orkesten zijn: de Berliner, de Wiener Philharmoniker en het Orchestre National de France. Natuurlijk: in de Schatkamer van Beeld en Geluid kun je sinds kort ook het vijfdelige portret van het orkest uit 2008 terugzien. En op de eigen website van het KCO staan de ‘mooiste orkestregistraties’, maar zo’n brede en goed in elkaar gezette documentaire als deze verdient alle aandacht.

Karakteristieke klank

Klaus Mäkelä, de toekomstige chef-dirigent, stelt aan het begin dat de karakteristieke klank van het KCO ligt in warmte en transparantie. ‘Warm, transparant en flexibel’, vult muziekjournalist Hans Haffmans aan. Het heeft alles te maken met de beroemde én moeilijke akoestiek van de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, aldus directievoorzitter Dominik Winterling. Maar ook – moet worden gezegd – met het ideaalbeeld van elke dirigent die voor het orkest staat. Klank is zo’n beetje de rode draad die in deze documentaire naar voren komt. En daarbij mag het volgens Mäkelä duidelijk zijn dat het vooral gaat om ‘de traditie in onze tijd over te dragen’.

Verschillende dirigenten en componisten

De documentaire gaat terug tot de eerste dirigenten, de beide Willems: Kes en ‘diva’ Mengelberg. Zij zetten de traditie van jonge dirigenten in. Opvallend is de aandacht voor (toen) nieuwe muziek, van bijvoorbeeld Mahler, Schönberg en Stravinsky.
Fascinerend zijn de oude filmfragmenten van Amsterdam, die worden afgewisseld met evenveel fragmenten van repetities en concerten uit dezelfde tijd. Zo zien we het publiek toestromen voor het eerste Mahlerfestival (1920), door een ingang die recent weer is geopend.
Eerste violist Michael Waterman laat partituren en partijen van symfonieën van Mahler zien, met aantekeningen van Willem Mengelberg. Soms op grond van wat de componist tijdens repetities uit de zaal hem toeriep: ‘Niet te langzaam! Niet te langzaam! Niet te langzaam!’ De traditie gaat dus terug tot de bron, de componist zelf. Althoboïste Miriam Pastor Burgos en solofagottist Andrea Cellacchi benadrukken beiden het belang van Mahler voor alle volgende chef-dirigenten van het orkest.

Maar laten we daarbij Anton Bruckner niet vergeten, want na Mengelberg zette met name diens opvolger Eduard van Beinum zijn symfonieën op de lessenaar, waar ze tot op de dag van vandaag regelmatig staan. Denk daarbij ook aan Bernard Haitink, die op zijn tweeëndertigste chef-dirigent werd. Hij gaf de musici een grote vrijheid van spelen. ‘Hij was eerlijk, zonder show en maakte puur muziek’, aldus concertmeester Vesko Eschkenazy.

De eerste niet-Nederlandse dirigent was de Italiaan Riccardo Chailly. Hij had veel aandacht voor precisie en exacte ritmiek. De klank van het orkest werd onder zijn leiding slanker.
Chailly werd opgevolgd door Mariss Jansons, een uitzondering op de regel van jonge dirigenten, want hij was al eenenzestig jaar toen hij door het orkest werd gevraagd om hun chef-dirigent te worden. Het orkest wilde alles geven waarom hij tijdens concerten vroeg. Veelbetekenend in dit verband is het mooie beeld op het moment dat twee eerste violisten elkaar aankijken op een manier van: ‘Fijn, het is gelukt!’
De volgende dirigent in de rij was Daniele Gatti, wederom een Italiaan. Volgens tweede concertmeester Ursula Schoch was hij ‘wild en vaak ongecontroleerd’, wat niet iedereen kon waarderen en een tweespalt binnen het orkest gaf. Kenmerkend was misschien eerder dat hij het orkest ook lelijk kon laten spelen als de muziek daarom vroeg; muziek die te waar is om mooi te zijn. Na Gatti’s vertrek duurde het volgens Schoch lang voor er weer een eenheid binnen de gelederen kwam.
Nu moet er weer een dirigent komen die aan een mooie klank en technische details gaat werken. Die is gevonden in de Fin Klaus Mäkelä. Hij brengt weer vrijheid in het spel volgens piccolobespeler Vincent Cortvrint en moet de speelcultuur van oudsher zowel bewaren als op een hoger plan brengen. Net als Haitink is hij een musicus onder de musici.

Talenten van de toekomst

Omdat de documentaire naar volledigheid lijkt te streven, is er ook kort aandacht voor onder meer de Academie van het Concertgebouworkest en Concertgebouw Orchestra Young. Hierin zitten de talenten van de toekomst. De twee ere-dirigenten, Nikolaus Harnoncourt en Iván Fischer, worden genoemd en er zijn beelden van gastdirigent Barbara Hannigan, die in 2022 bij het orkest debuteerde.

Er komt nog veel meer voorbij, waaronder de tournees die belangrijk zijn voor het orkest. Belangrijk voor de uitstraling, het image en ook voor de teambuilding binnen het orkest. Hetzelfde programma dat op reis wordt meegenomen, wordt er door herhaaldelijk spelen in telkens andere, soms qua akoestiek moeilijke zalen, steeds beter op.

Of dit allemaal te veel van het goede is, kan in het midden worden gelaten, omdat het uiteindelijk tot een mooi totaalbeeld van de veelzijdige bezigheden van het orkest leidt. Waarbij veel, zo niet alles, is gericht op (technisch) steeds beter worden, steeds mooier spelen. En daar zijn ze al zo goed in, individueel én samen…

Gezien op: ARTE
Nog te zien tot: 9 oktober 2026

Theater / Voorstelling

Vrijheid, verdraagzaamheid en tolerantie zijn het hoogste goed

recensie: Spinoza - de Mokum Musical - NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek
Madam X en SpinozaGergely Ofner

Elke mens is vrij te denken wat die zelf wil, zonder te worden gedwarsboomd of gestraft door de wetten van enigerlei godsdienst of die van de staat. Spinoza – de Mokum Musical zet deze stellingname neer als de basis van de filosofie van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse denker Spinoza.

Spinoza staat te boek als de belangrijkste filosoof die Nederland ooit heeft voortgebracht. Een samenwerkingsverband van NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek maakt over Spinoza en zijn gedachtegoed deze zomer de grote jaarlijkse openluchtvoorstelling in het Amsterdamse Bostheater. Een combinatie van theater, zang, dans en muziek. Deze musical staat vanaf het eerste moment als een huis.

Vluchteling

Amsterdam, de zeventiende eeuw. Het openingsbeeld van Spinoza – de Mokum Musical laat een sekswerker zien, gehuld in (koninklijk) oranje, en rabbijnen in witte gewaden. ‘Gewone’ Amsterdamse Joden kruipen in vieze kleren vanaf alle kanten de speelvloer op: deze mensen zijn als vluchteling naar de stad gekomen, op een gegeven moment. De Amsterdamse Joden beginnen een heftige groepsdans op swingende livemuziek.

Bekeren tot het christendom

We zien een vrouw met haar drie kinderen, te midden van de sluipende Joodse mensen. Die vrouw stelt de moeder voor van Baruch Spinoza (Amsterdam, 1632 – Den Haag, 1677). Zij is een nakomeling van Portugese Joden die uit het zuiden vluchtten, omdat ze onder druk werden gezet zich te bekeren tot het christendom.

Met het gegeven dat het hier gaat om vluchtelingen, is de toon voor de voorstelling gezet: met de situatie tijdens de zeventiende eeuw wordt expliciet verwezen naar die van vandaag.
Deze muziektheatervoorstelling gaat over vluchtelingen die moeilijk een plek kunnen vinden. Over conflicten en oorlogen. Over machtsmisbruik door godsdienstige en wereldlijke leiders. Over het teloorgaan van de democratie. Zelfs de Verenigde Staten van Donald Trump komen voorbij, voor de goede verstaander.

Vrijheid

Het levensverhaal en het gedachtegoed van Spinoza fungeren daarmee vooral als kapstok om het in het theater te hebben over verdraagzaamheid en tolerantie. Over de vrijheid te mogen zijn wie je bent, te mogen denken, te geloven en te zeggen wat je zelf wilt. En Spinoza – de Mokum Musical bevraagt hedendaagse slagvelden. Daarmee is dit geen exacte biografie van de filosoof.

Gay

Met het werkelijke levensverhaal van Spinoza nemen de tekstschrijvers het niet zo heel nauw. Zo kwam hij niet met zijn moeder en zussen per schip aan in Nederland: hij is in Amsterdam geboren. In het Bostheater is Spinoza expliciet gay. Feit is dat de historische figuur Spinoza niet getrouwd was en geen nakomelingen had. Over eventuele relaties is niets bekend. Er is inderdaad een biograaf die suggereert dat hij mogelijk gay was, maar dat is allesbehalve zeker.
Niettemin: in een voorstelling die het accent legt op mogen zijn wie je bent, op vrijheid van denken en doen, is het charmant de filosoof queer te laten zijn.

Bento

De echte Baruch Spinoza was van Joods-Portugese komaf. De Latijnse versie van zijn naam was Benedictus de Spinoza, in het dagelijks gebruik ingekort tot ‘Bento’ en zo heet Spinoza in het Amsterdamse Bos ook.
Spinoza krijgt het aan de stok met de joodse hoogwaardigheidsbekleders van Amsterdam, omdat hij al als adolescent stelt dat de geschriften in de Thora, het heilige boek van de joden, nooit afkomstig kunnen zijn van een god, maar gewoon zijn bedacht door mensen. Spinoza zet zich daarnaast af tegen de joodse voorschriften rondom eten en drinken. Hij ontwikkelt gaandeweg zijn eigen filosofie, die we kennen als het rationalisme. Daarmee is hij een van de eerste filosofen van de Verlichting. Die gaat uit van de rede, van het menselijk verstand, van de kennis die we opdoen met behulp van wetenschappelijk onderzoek.

Op een goed moment wordt deze godslasterlijke filosoof door de Amsterdamse Joodse gemeenschap in de ban gedaan. Daarna verlaat Baruch Spinoza Amsterdam en zwerft van stad naar stad. De kost verdient hij niet met zijn filosofische geschriften, maar met het slijpen van lenzen. Doordat het stof dat daarbij vrijkomt in zijn longen terechtkomt, wordt hij ziek. Hij sterft daaraan in 1677 in Den Haag. Zijn belangrijkste werk, de Ethica, wordt pas na zijn dood gepubliceerd.

Verstrooid

De makers van Spinoza – de Mokum Musical maken van de filosoof een rechtlijnig man die met iedereen ruzie krijgt, omdat hij niet van zijn standpunten wil afwijken. Olaf Ait Tami zet Bento enerzijds gepassioneerd, anderzijds nogal verstrooid neer, als een boekenwurm die niet helemaal doorheeft wat er in zijn dagelijkse omgeving gebeurt.

Zijn naaste verwanten zijn zijn zussen Rebecca en Miriam. Terwijl Rebecca (Sarah Janneh) trouwt met rabbijn Samuel de Casseres, en dus steil is in de joodse leer, is Miriam (Nimuë Walraven) het eigenlijk eens met broer Bento. (Nota bene: in de echte geschiedenis trouwt Samuel de Casseres met Miriam – maar vooruit).
Omdat de diepgelovige rabbijn door dat huwelijk zijn zwager is geworden, vervreemdt Bento ook nog van zijn familie.

Nachtvlinder

De enige gemeenschap die hem echt omarmt, is die van de vrouwen en mannen van lichte zeden en die van de achterkamertjes. Die gemeenschap wordt hier vooral vertegenwoordigd door de flamboyante nachtvlinder Madame X (een geestige, scherpe en sarcastische Malou Gorter). Madame X is gehuld in een oranje kimono, met eromheen een lap met een vlinder erop geprint. De vlinder staat hier voor vrijheid, voor kunnen wegvliegen.
In die tolerante wereld wordt Bento verliefd op Simon (Joes Brauers). Maar zelfs Simon moet het afleggen tegen het werk aan zijn filosofische geschriften.

Wat Spinoza’s gedachten en filosofieën over vrijheid, godsdienst en tolerantie in grote lijnen inhouden, wordt in fragmenten door verschillende spelers uitgesproken. Die teksten zijn soms wat cryptisch, breedvoerig en bovendien worden sommige herhaald. Dat is jammer, want daardoor wordt deze oogstrelende voorstelling onvermijdelijk een lange zit.

Spectrum

In het Amsterdamse Bostheater zetten NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek dit verhaal neer in een decor dat opgebouwd is uit talloze steigerbuizen, die voornamelijk schuin zijn geplaatst. In de achterwand is een verhoogd podium gebouwd voor de musici van HIIIT & Het Muziek. Zij hebben een enorm spectrum aan muziekstijlen in petto, waaronder op Joodse klezmer geïnspireerde melodieën.

In het midden van de speelvloer staat een groot zwart decorblok, waarop sleutelscènes zich afspelen. Aan weerszijden van de speelvloer hangen tussen de steigerbuizen plateautjes waarop individuele spelers en zangers staan, zingen en dansen.

Ballon

De dansers van NITE + Club Guy & Roni vormen een soort Grieks koor, dat voortdurend commentaar levert op de handeling. Zij voeren solo’s en groepsballetten uit (choreografie: Roni Haver) en ze nemen veel liedjes voor hun rekening.
Een opvallend element in een aantal van de kostuums (kostuums: Benji Nijenhuis) is een soort dekbedhoes die in de breedte wordt gedragen. Zo’n hoes bolt tijdens het lopen onvermijdelijk op tot een enorme ballon. Extra fraai is wanneer die ballonnen ook nog zijn bedrukt met grote vlinders, die de vrijheid benadrukken.

De uitgekiende ensembleregie van Guy Weizman smelt deze mengelmoes van spelers, dansers en musici samen tot een zinvolle en meeslepende belevenis.

Tekst: Rik van den Bos, Marieke van Veen, Lev Avitan
Liedteksten: Guy Weizman
Choreografie: Roni Haver
Compositie: David Dramm, Pink Oculus
Muzikanten: Angelo Ursini (klarinet/saxofoon/fluiten), Giordano Mor (trombone), Karima El Fillali (zang), Al Mutasim Billah Hasan (ney/oud/toetsen), Niels Meliefste (slagwerk), Noa Eyl (viool), Zofia Sofinka Imiela (toetsen/zangcoach) 
Decor: Ascon de Nijs
Kostuums: Benji Nijenhuis 
Licht: Maarten van Rossem

Theater / Voorstelling

Wanhopige strijd tegen de eigen demonen

recensie: De architect – ITA Ensemble/Rebecca Frecknall
DA_FABIAN CALIS_27-05-2026_7987Fabian Calis

De oudere generatie vecht snoeihard om haar leidende positie te behouden: door hard te schreeuwen, tegen te werken, te manipuleren, desnoods door te liegen. De jonge garde staat niettemin te trappelen om het stokje over te nemen. Deze concurrentiestrijd is het centrale thema van De architect van ITA Ensemble. De weerstand van de ouderen is bij voorbaat kansloos: de jongere generatie laat zich uiteindelijk niet tegenhouden.

‘Denk je dat het gaat onweren?’ vraagt Katelyn aan haar verloofde Gideon, terwijl de regen over de ramen gutst. Het slechte weer voorspelt onheil in De architect. En ‘Onheil’ is de middelste naam van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen, op wiens Bouwmeester Solness (1892) dit stuk van ITA Ensemble is gebaseerd.

Toparchitect

De Britse regisseur en tekstbewerker Rebecca Frecknall actualiseerde het stuk en boog het om naar een situatie die meer van nu is. De toparchitect van de gevestigde generatie is geen oudere man, zoals bij Ibsen, maar een oudere vrouw: Solness wordt Sela, die haar strepen als bouwmeester ruimschoots heeft verdiend. Sela is getrouwd met een vrouw: Aline.

Toekomst

De nieuwe generatie in De architect wordt om te beginnen vertegenwoordigd door de enthousiaste, getalenteerde Gideon. Hij is bouwkundig tekenaar: een treetje lager dan architect. Toch hoopt hij snel de leiding over het architectenbureau te kunnen overnemen van zijn baas Sela.
Gideon en Katelyn zijn dolverliefd en verwachtingsvol over de toekomst. Katelyn (Ilke Paddenburg) is bovendien zwanger: alweer een nieuwe generatie is in aantocht.

Maar als Sela binnenkomt, slaat de stemming onmiddellijk om. Sela blaast hoog van de toren. Ze is autoritair, dominant, schreeuwt, valt iedereen in de rede. Het is wel duidelijk wie hier de ster-bouwmeester is. Gideon (Sanne den Hartogh) laat zich met een geknakt nekje de mantel uitvegen, omdat hij het heeft gewaagd ongevraagd initiatief te tonen.

Zwakte

Het hele kantoor danst vooralsnog naar Sela’s pijpen. Gideon en Katelyn, maar ook de dokter, Herdal, die kind aan huis is. Echtgenote Aline is de enige die Sela van repliek durft te dienen.
Aline heeft echter haar eigen zwakte: Sela en Aline hebben samen een zoon gehad, Jonas, die zelfmoord heeft gepleegd. Het lukt Aline niet zijn dood te verwerken. Ze verdrinkt haar verdriet, heeft te allen tijde een glas wijn in de hand.

Affaire

De plotwending die er vanaf het begin aan zit te komen, wordt veroorzaakt door de jonge vrouw Hilde (Eefje Paddenburg). Druipnat maakt zij vanuit het noodweer haar entree. Hilde mag blijven logeren, besluiten de bewoners. De natte jurk gaat uit, ze krijgt droge kleren die van de overleden zoon zijn geweest.
Hilde wacht tot ze met Sela alleen is om aan de oudere vrouw uit te leggen dat zij elkaar allang kennen: toen Hilde een 15-jarig meisje was, en Sela al een gearriveerde architect, hebben de twee een geheime affaire gehad. Sela heeft die achter zich gelaten, maar voor Hilde was ze belangrijk.

Op onheil hebben Scandinavische toneelschrijvers het patent; zo ook in dit stuk. Niet Gideon, maar Hilde leidt Sela naar de afgrond. De oude garde gaat niet ten onder aan de strijd om vakmanschap, maar aan de liefde.

Demoon

Dit roept de vraag op wie de jonge vrouw Hilde eigenlijk is. Het openingsbeeld van deze voorstelling laat Hilde zien die zwijgend over het lange bureau van Sela heen loopt: bij wijze van vooraankondiging van de ‘geest’ die met haar zal verschijnen. Op dat moment is Hilde er dus nog niet.

Wanneer ze verderop in het stuk alleen zijn, herinnert Hilde Sela eraan dat de oudere vrouw ooit heeft gezegd dat zij een kenmerk delen: ze dragen allebei een ‘demoon’. Het woord verwijst naar een mythisch wezen tussen mens en godheid in. Je kunt je daarmee zelfs afvragen of in de interpretatie van Frecknall Hilde ‘als mens’ wel bestaat, of dat ze een soort geest is die de boel definitief uit balans brengt.

Frecknall laat Sela en Hilde een lange dialoog aangaan, zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, ieder aan een uiterste van de speelvloer. Daarbij krimpt Sela in elkaar en klimt Hilde overal bovenop. Een mogelijke interpretatie van deze enscenering is dat Sela een innerlijke strijd voert – met zichzelf dus.

Buik-boks

Regisseur Frecknall kiest bijna per personage voor een andere speelstijl. Marieke Heebink zet Sela grotesk neer, tegen het clowneske aan, met grote gebaren en een opgezette borst. Tot intimiteit is deze Sela niet in staat: ze geeft huisarts Herdal (Eelco Smits) een soort buik-boks bij wijze van knuffel.

De Hilde van Eefje Paddenburg praat tamelijk monotoon, steeds op ongeveer hetzelfde volume en dezelfde toonhoogte; enigszins gekunsteld. Ze klimt boven op tafels, op de bank, plaatst een voet ín een maquette van Sela. Ze zet een soort elfje neer dat boven de materie zweeft.

Cynisch

Opvallend sterk en consistent is Janni Goslinga als Aline, de alcoholische, rouwende echtgenote. Ze redeneert, discussieert, vleit, is cynisch; en prikt met haar analyses de ballon van ongevoeligheid van Sela door.

Mooi is ook Sanne den Hartogh als de ambitieuze jongere concurrent. Den Hartogh pocht als Sela er niet is en is kruiperig wanneer ze er wél is.

Huisarts Herdal en de zwangere Katelyn krijgen van Frecknall weinig diepgang of kleur, behalve om Sela zich superieur te laten voelen aan deze personages.

Poppenhuis

Buitengewoon fraai is het decor (scenografie: Chloe Lamford). Dat houdt het midden tussen een hyperrealistische ruimte en een poppenhuis. Het stelt een architectenbureau voor, vol designmeubelen en maquettes. Een transparante ruimte met hoge ramen, opdat de tekenaars veel licht op hun werk zullen hebben.
De hal van het huis gaat schuil achter een halve wand van losse verticale latten waartussen ruimte is gelaten. Zo kunnen binnenkomende of vertrekkende personages aanwezig zijn, stiekem meekijken en -luisteren zonder dat de mensen in de kantoorruimte doorhebben dat ze er zijn.

Vaart

Makke aan De architect is dat het geheel nogal onevenwichtig is. De start is vliegend, sterk, snel, bevlogen. Maar vanaf het moment dat Hilde met haar ‘demoon’ binnen is, verliest de voorstelling aan vaart, waardoor ze uiteindelijk zelfs een beetje begint te slepen.
Zoals we bij Frecknall wel vaker horen, maakt ze ook in De architect gebruik van een erg aanwezige soundscape, met alles van strijkers tot een mechanische beat (geluidsontwerp: George Dennis).

De architect is een voorstelling die niet helemaal strak in haar vel zit, maar wel een met een fijne ondertoon: oudere generaties moeten jongere op een goed moment de ruimte gunnen.

Tekst naar: Henrik Ibsen – Bouwmeester Solness
Scenografie: Chloe Lamford
Kostuumontwerp: An D’Huys
Lichtontwerp: Jack Knowles
Geluidsontwerp: George Dennis

Theater / Voorstelling

Bij voorbaat kansloos

recensie: Het incident – ITA Ensemble
HET INCIDENT_PERS_FEE GOLIN--2Fee Golin

Discriminatie en racisme zijn vandaag de dag zó vanzelfsprekend, dat we vaak niet eens doorhebben hoe bepalend ze zijn. De slachtoffers voelen dat des te beter. Zo ook de scholier Guadalupe in de solovoorstelling Het incident van ITA Ensemble. Hoewel intelligent, is het meisje door haar achtergrond en kleur bij voorbaat gedoemd tot mislukken.

Vijftien jaar is ze, nog net geen zestien, het meisje dat met een joekel van een blauw oog en een hechting in haar wenkbrauw moet verschijnen bij de rector en de zogeheten zorgcoördinator. De vraag is hoe deze scholier ertoe is gekomen een lelijk misdrijf te plegen. Wat is er aan het incident voorafgegaan, wat speelt er allemaal in zo’n leven? Wat gaat er in haar hoofd om, en waarom is dat zo?

Wanhoop

Als antwoord op deze vragen springt Guadalupe, gespeeld door June Yanez, om te beginnen twee maanden terug in de tijd. In korte, heftige, maar ook gevoelige en grappige scènes schetst Guadalupe het beeld van de omstandigheden en gebeurtenissen die haar uiteindelijk tot wanhoop hebben gedreven.

Een vader heeft ze niet, moeder is afwezig, thuis heeft ze een klein zusje. Het belangrijkste deel van haar leven speelt zich af op school. Guadalupe zou het in principe ver kunnen schoppen. Maar ondanks haar intelligentie wordt haar schoolcarrière een mislukking. Ze wordt steeds van school gestuurd, totdat ze in het afvoerputje van het systeem terecht is gekomen: ‘Dit is de plek waar je heen gaat als geen school je meer wil hebben.’ Daar raakt ze in de problemen doordat ze hardnekkig te laat komt. En regels zijn regels, wie te laat komt, krijgt straf.

Beperking

June Yanez heeft als speelvlak niet meer dan een grote grijze kubus van één kubieke meter tot haar beschikking. De hele voorstelling speelt zich af boven op die kubus. Daarop staat, danst, ligt, kruipt, hurkt Yanez, gehuld in zwarte kleren.

De afbakening van die kubus dwingt de acteur tot samengebald spel, klein maar heftig, maar de beperking staat ook voor de kleine wereld waarin Guadalupe leeft en waaraan ze zich niet kan onttrekken.

Rijke bitch

Het stuk is vormgegeven als één lange monologue intérieur. Daarin vertelt Guadalupe haar verhaal. Met de kin op de borst kijkt ze van onder haar wenkbrauwen de wereld in. Aanvallend, maar ook kwetsbaar, angstig, onzeker. Daarnaast zet Guadalupe negen andere personages neer: vriendinnen, klasgenoten, leraren, haar zusje, de kleuterjuf, kennissen. Ieder personage heeft een eigen lichaamstaal, gelaatsuitdrukking, stembuiging.
Zo beeldt ze de bekakte moeder van een rijke vriendin uit. Die moeder wil de jongelui die bij haar kind op bezoek zijn zicht op beeldende kunst bijbrengen. In een minuut tijd, met slechts een paar gebaren, gelaatsuitdrukkingen en stembuigingen, maakt Yanez van deze vrouw een onuitstaanbare rijke bitch die uiteraard makkelijk praten heeft tegen de kansloze pubers.

Straattaal

Yanez schakelt als een razende van personage naar personage. Van monoloog naar dialoog, of zelfs naar een gesprek met drie mensen plus haar moeder op FaceTime op een denkbeeldige telefoon. Van Standaardnederlands naar straattaal, zelfs naar Frans.

Gaandeweg ontrolt zich het verhaal van een meisje dat op het eerste gezicht een grofgebekte rotpuber is met lak aan regels, maar dat in werkelijkheid bang is, eenzaam en machteloos. Ze zit zodanig klem in de omstandigheden waarin ze moet functioneren, dat ze zich onmogelijk ‘normaal’ kan ontwikkelen, laat staan floreren of zelfs excelleren.

Veelzijdig

Het grote talent June Yanez (°1997), nieuwe aanwinst van ITA Ensemble, gaat in de regie van Zephyr Brüggen tot het uiterste. Brüggen staat bekend om haar zeer lijfelijke ensceneringen, waarin ruimte is voor humor, en waarin schijnbare chaos uiteindelijk toch leidt tot een rond verhaal. In Yanez treft zij een veelzijdige, gedreven acteur, die op het manische af in staat is elk denkbaar personage razendsnel geloofwaardig en zelfs geestig neer te zetten.

Aanklacht

Deze tekst van Leila Sahir is geïnspireerd door de HUMAN documentaireserie Klassen van Sarah Sylbing en Ester Gould, over kansarme scholieren in Amsterdam Noord.
Het incident is – onder de bovenlaag van een klein, persoonlijk verhaal – een maatschappelijke aanklacht tegen een wereld waarin ‘wit en kapitaalkrachtig’ bij voorbaat met 1-0 voorstaat, ten koste van ‘van kleur en arm’. Het is een aanklacht tegen het rigide schoolsysteem, waarin regels belangrijker zijn dan leerlingen en hun persoonlijke drijfveren. Structureel onbegrip kan een mens tot ernstige daden drijven.

Meer oog voor de situatie waarin zulke jongeren zitten is nodig. Misschien lijken ze lastig en onhandelbaar, maar oordeel niet voordat je weet wat er misschien allemaal achter hun daden zit.

Tekst: Leila Sahir
Lichtontwerp: Xenia Filimonova
Geluid: Jonathan Salas

Theater / Voorstelling

Vruchtbare kruisbestuiving tussen ballet en streetdance

recensie: GRIMM (8+) – Junior Company van Het Nationale Ballet & ISH Dance Collective
2605 NOB ISH GRIMM ©MichelSchnater 0016Michel Schnater

Zeg ‘Grimm’ en je zegt sprookjes. Veel sprookjes van de Duitse gebroeders Grimm zijn inmiddels gebruikt voor klassieke balletten. ISH Dance Collective en de Junior Company van het Nationale Ballet blazen daar nu een frisse wind doorheen met hún versie. In de sterke en grappige familievoorstelling GRIMM klutsen ze een heel stel sprookjes door elkaar, gedanst op een swingende soundscape van geluidsontwerper Scanner.

De setting is het schemergebied tussen realiteit en fantasie. Broers Jack (Lars de Vos) en Will (Jenson Blight) zitten op twee rode zitzakken met hun rug naar de zaal als gekken te gamen. Op een groot beeldscherm in de achterwand zien we racende en over de kop slaande auto’s. Dan komt vader binnen. Bij wijze van les neemt hij zijn zoons hun consoles af: door al dat gegame stompt je fantasie af. Hij geeft hun een appel.

Het beeldscherm gaat op zwart. Ze gooien de appel naar het lege beeldscherm, maar het ding vliegt er doorheen. Het beeldscherm is zomaar veranderd in een poort. En zoals in Alice in Wonderland via een konijnenhol, belanden de broers via deze poort in een sprookjeswereld.

Aanbidders

Vanaf dat moment tuimelen de broers door een aaneenschakeling van sprookjes en ontmoeten ze de ene sprookjesfiguur na de andere. Grimm-figuren zoals Roodkapje (Léa Sauvignon), Sneeuwwitje (Rosa Cabrera Nuesi), Assepoester (Raquel Tijsterman), Doornroosje (Annabelle Eubanks), Raponsje (Micka Karlsson). Dwergen, prinsen en aanbidders dansen om hen heen. Brother Jack heeft een oogje op Assepoester.

De sprookjeswereld wordt echter overvleugeld door een heks met een glazen bol (Patrick Karijowidjojo). Hij stuurt het kwaad aan, geholpen door de Wolf (Liam McCall) van Roodkapje. Die Wolf heeft op zijn beurt een paar wolvinnen als hulpje.

Combinatie

Door deze mix van personages ontstaat een aaneenschakeling van verhalende dansen. Choreografen Marco Gerris (ISH) en Ernst Meisner (Junior Company) vlechten zorgvuldig beide dansstijlen door elkaar heen. Ze hebben er zorg voor gedragen dat elke dans een combinatie is van ballet en streetdance in al zijn verschijningsvormen, zoals hiphop, locking en breakdance.

De ene helft van de dansers loopt op spitzen, de andere op bijvoorbeeld sneakers. Veel van de kostuums zijn geïnspireerd op degene die Disney zijn sprookjesfiguren aantrekt. Zo heeft Sneeuwwitje de Disney-jurk van de sprookjesfiguur aan, maar dan ingekort tot ballerina-lengte.

Er zijn solo’s, duetten, trio’s, kwartetten en groepsdansen. Gerris en Meisner werken met een groot ensemble van professionele dansers, deels van (ver) over de landsgrenzen. Zo beschikken ze over de weergaloze en charismatische breakdancer Dietrich Pott. De Raponsje van Micka Karlsson is tissue-acrobaat.

Oogstrelend resultaat

De kruisbestuiving tussen klassiek ballet en allerlei soorten streetdance levert méér op dan de som der delen, een soort 1 + 1 = 3. De dansstijlen inspireren en versterken elkaar. Het resultaat is zowel geestig als oogstrelend.

Voor elke nieuwe passage komt geluidsontwerper en componist Scanner (Robin Rimbaud) met andere muziek. Elke scène krijgt een eigen decor dat op het achterdoek wordt geprojecteerd (video- en decorontwerp: Aitor Biedma).

Hernieuwde versie

GRIMM is op papier een herneming van een voorstelling die ISH Dance Collective en Junior Company in 2018 brachten. Deze hernieuwde versie is in de loop der jaren echter duidelijk gerijpt. Ze is sterker, strakker, preciezer.

Ook al verlopen groepsdansen niet altijd helemaal synchroon en haalt er weleens een danser per abuis te hard uit, is dit een uitstekend gelukte familievoorstelling.

Muziek: Scanner (Robin Rimbaud)
Video- en decorontwerp: Aitor Biedma
Kostuumontwerp: Studio Ruim
Lichtontwerp: Mike den Ottollander

Theater / Voorstelling

Korte metten met grensoverschrijdend gedrag in het theater

recensie: The Actor – Oh Deer
The actor_(c)Anne van Zantwijk_edit-8987Anne van Zantwijk

‘Florian, het is natuurlijk echt heel vervelend dat wij hier nu zo tegenover elkaar zitten’, zegt de gerenommeerde regisseur tegen zijn topacteur. Als toeschouwer weet je dan al wat er gaat komen: die regisseur heeft Florians grenzen overschreden, en nu gaat hij proberen de beschadigde acteur monddood te maken. Over dit soort #MeToo-situaties in het theater gaat de solovoorstelling The Actor van de nieuwe productiekern Oh Deer.

De jonge toneelspeler Florian (Florian Myjer) repeteert voor de titelrol in Shakespeares Hamlet. Hij is gehuld in een schermpak en wordt omgeven door mintgroene theatergordijnen. Deze acteur krijgt fraaie rollen, heeft getalenteerde collega’s, maar vooral ook: een vaste regisseur wiens sterspeler hij is. Hij mag stralen omdat hij comfortabel is ingebed in de theaterwereld.
Enerzijds is dat luxe, anderzijds benauwend. De boel raakt uit balans doordat de topregisseur – door de acteur ‘Frans Schaeffer’ genoemd – steeds meer de grenzen opzoekt van wat hij kan vragen van een acteur.

Naakt op het podium

Inmiddels is het zover dat regisseur Frans Hamlet/Florian en tegenspeler Ophelia/Naomi gedurende het eerste uur van de voorstelling naakt op het podium laat staan, zonder dat daarvoor een goede dramaturgische reden is. En: zonder de vereiste intimiteitscoördinator, die de spelers de ruimte kan bieden om te vertellen of en hoe ze hierin willen meegaan. De bom staat op barsten.

Vertrouwen

Acteur is per definitie een kwetsbaar beroep. Om te overtuigen, zul je je lichaam plus je emoties in de strijd moeten werpen. Zover kun je alleen gaan in een sfeer van absoluut vertrouwen. Medewerkers, collega-acteurs en zeker ook de regisseur zullen door en door integer en betrouwbaar moeten zijn, willen makers met elkaar komen tot een topvoorstelling.

Wordt dat vertrouwen geschaad, dan is het voor spelers onmogelijk nog ‘alles’ te geven. Daar lijdt de kunst onder. Dit is de kern van de boodschap van solovoorstelling The Actor van acteur Florian Myjer bij Oh Deer, in de regie van Floor Houwink ten Cate.

Geweld

Sinds het begin van het #MeToo-tijdperk is duidelijk dat het in de kunsten en de media nogal eens fout ging en nog wel gaat: hooggeplaatsten gebruiken verbaal, geestelijk en fysiek geweld. Van ondergeschikten wordt vaak (te) veel gevraagd.

De goede verstaander ziet in de hoogmoedige regisseur Frans mensen zoals Matthijs van Nieuwkerk en Ivo van Hove, en de tekst verwijst ook naar wijlen Dora van der Groen (1927-2015), de veeleisende Vlaamse theatermaker. Dit stuk breekt een lans voor een theaterpraktijk waarin makers tot grote prestaties komen zonder dat daarbij mensen worden gekwetst.

Werken onder druk

Florian Myjer, die in deze solovoorstelling alle rollen speelt, schreef deze tekst in samenwerking met Floor Houwink ten Cate en Han van Wieringen. Ze baseerden zich op de geregeld beladen sfeer in de theaterwereld, maar vooral: op het werken onder de grote druk van krappe tijdschema’s en hoge publieksverwachtingen.
The Actor is voer voor dramaturgen vanwege het zeer nauwgezet heen en weer springen tussen personages en verhaallijnen; vanwege het Droste-effect van het spelen van een toneelstuk in een toneelstuk in een toneelstukstuk; vanwege de vele expliciete en impliciete verwijzingen naar Hamlet; enzovoort.

Verrassingen

De teksten zijn deels verhalend proza, gelardeerd met dialogen, deels monologen en dialogen recht naar de zaal. ‘De acteur’, ‘Florian’ en ‘ik’ lijken in de tekst min of meer samen te vallen; toch maakt Myjer expliciet onderscheid tussen deze drie, zowel door zijn tekst verschillend in te steken als door al dan niet naar zichzelf te wijzen.
Myjer heeft in deze solovoorstelling een heel scala aan kleine gebaren, symbolen en een handvol voorwerpen om te laten zien welk personage hij vertolkt.

Zeer fraaie visuele verrassingen en vondsten zorgen voor humor, maar ze versterken de boodschap ook; zoals wanneer de regisseur boven op een verheven podiumpje op zijn designstoel zit, als op een troon.

Huzarenstuk

We wisten al van voorstellingen zoals Brideshead Revisited, Lady Chatterley’s Lover en Schuldig kind dat Florian Myjer een sterke acteur is. Maar deze rol als ‘de acteur’ is een absoluut huzarenstuk; regisseur Houwink ten Cate laat hem fysiek en emotioneel alles uit de kast halen. Niet alleen vertelt Myjer als vanzelf het verhaal met al zijn zijsporen en uitweidingen; hij gooit daarbij elke vezel in zijn lijf in de strijd. En zijn stem, plus elke gezichtsspier waarmee hij zijn mimiek kan bijsturen, waarmee hij een emotie kan neerzetten. Hij staat, ligt, kruipt, rolt, springt, klimt. Schreeuwt, lacht, huilt.

Zo brengt Myjer zijn boodschap feilloos over het voetlicht: heb je zo veel persoonlijk leed over voor het maken van een topvoorstelling, van kunst? Of weten we inmiddels best dat dat ook kan zonder grenzen te overschrijden? Het antwoord is zonneklaar.

Tekst: Florian Myjer en Floor Houwink ten Cate
Dramaturgie: Han van Wieringen
Decorontwerp: Janne Sterke
Kostuumontwerp: Daphne de Winkel
Geluidsontwerp: Annelinde Bruijs
Lichtontwerp en techniek: Bo van der Ham

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Theater / Voorstelling

Hoe een tevreden burger tot een bange vluchteling verwordt

recensie: Prophet Song - ITA Ensemble/Mina Salehpour
Prophet Song © Andreas Schlager (13)Andreas Schlager

Hoe ontstaan vluchtelingen? Normale mensen die hun hele hebben en houden achterlaten in de hoop elders een nieuwe start te maken? Niet van de ene dag op de andere, in elk geval. De indrukwekkende voorstelling Prophet Song van ITA Ensemble laat het geleidelijke proces zien waarin een tevreden burger verandert in een angstige vluchteling.

Hoe reageren normale burgers wanneer de machthebbers zich opeens tegen hen keren? Bij de Ierse burgers in Prophet Song heerst eerst ongeloof: het zal zo’n vaart niet lopen, toch? Vervolgens zijn ze verontwaardigd: ja zeg, dat kan zomaar niet. Maar stukje bij beetje zet de neergang door, neemt rechteloosheid met bruut geweld de macht over en gaat de democratie ten onder. Het is niet moeilijk in Prophet Song alle hedendaagse oorlogen te zien, plus het regime van Donald Trump.

Noodwetvoorziening

In deze voorstelling van de Iraans-Duitse regisseur Mina Salehpour worden de burgers van Ierland overvallen door autoritaire machthebbers. Met een plots ingevoerde ‘noodwetvoorziening’ in de hand grijpen ze hard en redeloos in tegen burgers die hen onwelgevallig zijn. Na aanvankelijke verbazing en verontwaardiging om het rechteloze tekeergaan van agenten en soldaten, blijkt al snel dat tegenspraak, protesten of rechtszaken geen nut hebben.

Mannen worden zonder duidelijke aanklacht opgepakt. Vervolgens verdwijnen zij in het ondoorgrondelijke rechtssysteem – als er al sprake is van een rechtssysteem. Misschien komen ze nog ooit terug, misschien zijn ze ook al op dag één om het leven gebracht.

Onzichtbare baby

Zo wordt ook Larry (Sanne den Hartogh) opgepakt. Larry is de man van Eilish. Hij is voorzitter van de onderwijsvakbond en bereidt een staking voor. Reden om hem zonder pardon op te pakken. Net als een vriend, die al eerder in het gevang verdween.

Spil van de plot is vervolgens zijn echtgenote Eilish (Janni Goslinga), moeder van hun vier kinderen. De jongste is nog een baby. Eilish houdt baby Ben rechtop midden vóór haar lichaam vast. Met haar linkerhand ondersteunt ze het hoofdje, met de rechter de billetjes. Baby Ben is echter ‘onzichtbaar’: Goslinga draagt geen kind, geen pop, geen bundeltje doeken, maar een imaginair kind. Een baby is een symbool voor nieuw leven, voor de toekomst. In het onzichtbaar zijn van die baby kunnen we de twijfel zien aan de mogelijkheid van nieuw leven, aan de vraag of er wel sprake zal zijn van een toekomst.

Stapje voor stapje

Eilish gelooft niet in de plotselinge rechteloosheid. Ze gaat ervan uit dat haar man weer wordt vrijgelaten. Ze probeert ondertussen haar kinderen op koers te houden en voor haar dementerende vader (Gijs Scholten van Aschat) te zorgen. Heel langzaam, stapje voor stapje, na een reeks van nare incidenten, begint deze alledaagse vrouw in te zien dat er geen weg terug is, dat de situatie alleen maar erger zal worden.

Bewerkt boek

Prophet Song is een bewerking van het gelijknamige boek uit 2023 van de Ierse schrijver Paul Lynch. De internationaal vermaarde regisseur Mina Salehpour, als kind met haar ouders gevlucht uit Iran, bewerkte het boek samen met Lea Goebel tot een theatertekst.

Scenograaf Andrea Wagner geeft de spelers alleen een tafel, een stel sobere stoelen en een plastic teil als decor. Desondanks is de vormgeving groots, overweldigend, mede dankzij de subtiele belichting (lichtontwerp Mark Van Denesse) en een zeer zware, dreigende soundscape (componist Sandro Tajouri).
In het stuk volgen de gebeurtenissen elkaar in een razend tempo op, en Salehpour houdt er een moordend tempo in door de scènes bijna ongemerkt in elkaar te laten overvloeien. Daardoor vliegen de twee uur die de voorstelling duurt om.

Zwijgende massa

Mooie vondst is een soort klassiek Grieks ‘koor’ van figuranten op het podium. Nu eens lopen ze tussen de acteurs door, soms staan ze op een rij, of ze keren de spelers de rug toe. De figuranten symboliseren de zwijgende massa, de wereld die ziet hoe de ramp zich voltrekt, maar niet ingrijpt.

Salehpour heeft een hele roedel ijzersterke acteurs tot haar beschikking. Vooral Janni Goslinga als moeder Eilish levert een topprestatie. Goslinga staat feitelijk de volle twee uur in de schijnwerpers. We zien haar geleidelijk veranderen van liefdevol, vrolijk en strijdlustig in bang en wanhopig. Goslinga trekt alle registers van haar grote talent open, van lachend naar huilend, van beweeglijk naar stram.

Gijs Scholten van Aschat zet volkomen geloofwaardig en naturel een verwarde, eigenwijze dementerende vader neer. Jesse Mensah speelt oudste zoon Mark met toepasselijke bravoure, speels in stemgebruik en lichaamstaal. Maria Kraakman zet zo’n beetje alle vrouwenrollen neer, met groots gemak schakelend van personage naar personage.

Lichtvoetigheid

Opvallend is Roman Derwig als de speelse twaalfjarige zoon Bailey, en als een licht schmierende soldaat. Hij zet een mooie bokkige puber neer, en een irritante, spottende soldaat. Derwig speelde eerder dit jaar de titelrol in Hamlet bij Theater Rotterdam. Toen stond hij er vooral bij als een jammerende jongen, met hangende wenkbrauwen en een pruillip. In Prophet Song stuitert Derwig met jeugdige lichtvoetigheid over het podium.

De enige die niet goed uit de verf komt, is ‘Ntianu Stuger als dochter Molly. Stuger heeft zich de afgelopen jaren bewezen als groot talent, maar ze krijgt van Salehpour nauwelijks de ruimte om méér te doen dan het meisje nogal hangerig neerzetten.

Vreedzaam

De apocalyps waar de voorstelling op afstevent, is niet louter inktzwart. Er is een uitweg. Vluchtelingen zetten in een lange sliert koers naar de grens met een vreedzaam buurland. Misschien hebben ze tóch een toekomst.

Tekst: Paul Lynch
Bewerking: Mina Salehpour en Lea Goebel
Scenografie: Andrea Wagner
Componist: Sandro Tajouri
Lichtontwerp: Mark Van Denesse
Kostuumontwerp: Maria Anderski

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd