Tag Archief van: Amsterdam

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Theater / Voorstelling

Hoe een tevreden burger tot een bange vluchteling verwordt

recensie: Prophet Song - ITA Ensemble/Mina Salehpour
Prophet Song © Andreas Schlager (13)Andreas Schlager

Hoe ontstaan vluchtelingen? Normale mensen die hun hele hebben en houden achterlaten in de hoop elders een nieuwe start te maken? Niet van de ene dag op de andere, in elk geval. De indrukwekkende voorstelling Prophet Song van ITA Ensemble laat het geleidelijke proces zien waarin een tevreden burger verandert in een angstige vluchteling.

Hoe reageren normale burgers wanneer de machthebbers zich opeens tegen hen keren? Bij de Ierse burgers in Prophet Song heerst eerst ongeloof: het zal zo’n vaart niet lopen, toch? Vervolgens zijn ze verontwaardigd: ja zeg, dat kan zomaar niet. Maar stukje bij beetje zet de neergang door, neemt rechteloosheid met bruut geweld de macht over en gaat de democratie ten onder. Het is niet moeilijk in Prophet Song alle hedendaagse oorlogen te zien, plus het regime van Donald Trump.

Noodwetvoorziening

In deze voorstelling van de Iraans-Duitse regisseur Mina Salehpour worden de burgers van Ierland overvallen door autoritaire machthebbers. Met een plots ingevoerde ‘noodwetvoorziening’ in de hand grijpen ze hard en redeloos in tegen burgers die hen onwelgevallig zijn. Na aanvankelijke verbazing en verontwaardiging om het rechteloze tekeergaan van agenten en soldaten, blijkt al snel dat tegenspraak, protesten of rechtszaken geen nut hebben.

Mannen worden zonder duidelijke aanklacht opgepakt. Vervolgens verdwijnen zij in het ondoorgrondelijke rechtssysteem – als er al sprake is van een rechtssysteem. Misschien komen ze nog ooit terug, misschien zijn ze ook al op dag één om het leven gebracht.

Onzichtbare baby

Zo wordt ook Larry (Sanne den Hartogh) opgepakt. Larry is de man van Eilish. Hij is voorzitter van de onderwijsvakbond en bereidt een staking voor. Reden om hem zonder pardon op te pakken. Net als een vriend, die al eerder in het gevang verdween.

Spil van de plot is vervolgens zijn echtgenote Eilish (Janni Goslinga), moeder van hun vier kinderen. De jongste is nog een baby. Eilish houdt baby Ben rechtop midden vóór haar lichaam vast. Met haar linkerhand ondersteunt ze het hoofdje, met de rechter de billetjes. Baby Ben is echter ‘onzichtbaar’: Goslinga draagt geen kind, geen pop, geen bundeltje doeken, maar een imaginair kind. Een baby is een symbool voor nieuw leven, voor de toekomst. In het onzichtbaar zijn van die baby kunnen we de twijfel zien aan de mogelijkheid van nieuw leven, aan de vraag of er wel sprake zal zijn van een toekomst.

Stapje voor stapje

Eilish gelooft niet in de plotselinge rechteloosheid. Ze gaat ervan uit dat haar man weer wordt vrijgelaten. Ze probeert ondertussen haar kinderen op koers te houden en voor haar dementerende vader (Gijs Scholten van Aschat) te zorgen. Heel langzaam, stapje voor stapje, na een reeks van nare incidenten, begint deze alledaagse vrouw in te zien dat er geen weg terug is, dat de situatie alleen maar erger zal worden.

Bewerkt boek

Prophet Song is een bewerking van het gelijknamige boek uit 2023 van de Ierse schrijver Paul Lynch. De internationaal vermaarde regisseur Mina Salehpour, als kind met haar ouders gevlucht uit Iran, bewerkte het boek samen met Lea Goebel tot een theatertekst.

Scenograaf Andrea Wagner geeft de spelers alleen een tafel, een stel sobere stoelen en een plastic teil als decor. Desondanks is de vormgeving groots, overweldigend, mede dankzij de subtiele belichting (lichtontwerp Mark Van Denesse) en een zeer zware, dreigende soundscape (componist Sandro Tajouri).
In het stuk volgen de gebeurtenissen elkaar in een razend tempo op, en Salehpour houdt er een moordend tempo in door de scènes bijna ongemerkt in elkaar te laten overvloeien. Daardoor vliegen de twee uur die de voorstelling duurt om.

Zwijgende massa

Mooie vondst is een soort klassiek Grieks ‘koor’ van figuranten op het podium. Nu eens lopen ze tussen de acteurs door, soms staan ze op een rij, of ze keren de spelers de rug toe. De figuranten symboliseren de zwijgende massa, de wereld die ziet hoe de ramp zich voltrekt, maar niet ingrijpt.

Salehpour heeft een hele roedel ijzersterke acteurs tot haar beschikking. Vooral Janni Goslinga als moeder Eilish levert een topprestatie. Goslinga staat feitelijk de volle twee uur in de schijnwerpers. We zien haar geleidelijk veranderen van liefdevol, vrolijk en strijdlustig in bang en wanhopig. Goslinga trekt alle registers van haar grote talent open, van lachend naar huilend, van beweeglijk naar stram.

Gijs Scholten van Aschat zet volkomen geloofwaardig en naturel een verwarde, eigenwijze dementerende vader neer. Jesse Mensah speelt oudste zoon Mark met toepasselijke bravoure, speels in stemgebruik en lichaamstaal. Maria Kraakman zet zo’n beetje alle vrouwenrollen neer, met groots gemak schakelend van personage naar personage.

Lichtvoetigheid

Opvallend is Roman Derwig als de speelse twaalfjarige zoon Bailey, en als een licht schmierende soldaat. Hij zet een mooie bokkige puber neer, en een irritante, spottende soldaat. Derwig speelde eerder dit jaar de titelrol in Hamlet bij Theater Rotterdam. Toen stond hij er vooral bij als een jammerende jongen, met hangende wenkbrauwen en een pruillip. In Prophet Song stuitert Derwig met jeugdige lichtvoetigheid over het podium.

De enige die niet goed uit de verf komt, is ‘Ntianu Stuger als dochter Molly. Stuger heeft zich de afgelopen jaren bewezen als groot talent, maar ze krijgt van Salehpour nauwelijks de ruimte om méér te doen dan het meisje nogal hangerig neerzetten.

Vreedzaam

De apocalyps waar de voorstelling op afstevent, is niet louter inktzwart. Er is een uitweg. Vluchtelingen zetten in een lange sliert koers naar de grens met een vreedzaam buurland. Misschien hebben ze tóch een toekomst.

Tekst: Paul Lynch
Bewerking: Mina Salehpour en Lea Goebel
Scenografie: Andrea Wagner
Componist: Sandro Tajouri
Lichtontwerp: Mark Van Denesse
Kostuumontwerp: Maria Anderski

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf

Theater / Voorstelling

Clash van culturen en van rollenpatronen

recensie: Gedeelde grond – Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen
Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (1)Richard Beukelaar

‘De lucht, de geur, het eten’, verzucht Mounir. De hele atmosfeer maakt dat hij het gevoel heeft dat hij thuiskomt als hij vanuit Den Haag naar Marokko reist. Maar zijn vrouw Salma maakt in Den Haag carrière. Voor haar betekent Nederland thuis en Marokko vakantie. Gedeelde grond, een fascinerende voorstelling van de combinatie Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen, toont een koppel in een culturele spagaat.

Behoren tot de tweede of tot de derde generatie immigranten in Nederland maakt dat je onvermijdelijk bungelt tussen meerdere culturen. Vaak biedt Nederland werk, een inkomen en hopelijk een toekomst voor de kinderen. Maar ook stress, discriminatie, weggezet worden als iemand met ‘een niet-westerse achtergrond’. Het land van herkomst is echter voor vrouwen vaak minder ideaal.

Toekomst

Gedeelde grond, geschreven door Max Wind, laat een echtpaar zien dat zeer aan elkaar gewaagd is. Allebei ambitieus en succesvol in de eigen branche, allebei vastbesloten het te maken in de maatschappij. Alleen: diep in hun hart hebben ze verschillende visies over hoe hun toekomst eruit moet zien.

Mounir is in Nederland weliswaar een succesvolle ondernemer, hij vindt het ook een vervelend land, met vervelende mensen die vervelend discrimineren en die in hem altijd de allochtoon zien.
Salma is een rijzende ster in de politiek, ziet hoe haar kinderen het behoorlijk doen in Nederland. Voor haar betekent Noord-Afrika een plek om met vakantie te gaan; maar daarna wil ze weer naar huis, naar Den Haag.
Stof voor een fundamenteel conflict: hij wil de verhuizing naar Marokko afdwingen, zij is met haar hoofd alweer bij terugvliegen naar Nederland, naar haar werk.

Rollenpatronen

Het stuk is de acteurs op het lijf geschreven: Mouna Laroussi is van Nederlands-Marokkaanse komaf, haar personage ook. Walid Benmbarek heeft een Marokkaans-Tunesische achtergrond. Vooral Benmbarek spreekt tijdens de voorstelling hier en daar een paar zinnen Arabisch – die hij vervolgens zelf vertaalt naar het Nederlands.

De wrijving tussen het koppel gaat niet alleen over de hang naar Marokko of die naar Nederland, maar ook over gender- en rollenpatronen. Terwijl Mounir zijn vrouw graag gewoon zou verwennen – zo mag ze van hem best stoppen met werken – is Salma juist vastbesloten een sterke maatschappelijke functie op zich te nemen.

Vanzelfsprekende chemie

Behalve met tekst vertellen de personages het verhaal ook met oogstrelende acrobatiek-achtige dans (choreografie Jakop Ahlbom). Deze acteurs zijn ook in het dagelijks leven een koppel. Die vanzelfsprekende chemie werpt hier beslist haar vruchten af.

In de regie van Zorba Huisman is vooral Laroussi zeer overtuigend. Haar timing, stemgebruik, lichaamstaal zijn puntgaaf. Zij is helemaal in het zwart gekleed, met halfblond geverfd haar.
Benmbarek is in zwart-wit gekleed, met een zwart shirt en een witte broek en schoenen; zijn kleren symboliseren het dilemma waarmee hij kampt. Hij is onrustig, beweegt erg veel met zijn armen. Benmbarek zet het macho personage met wat overdrijving neer, hier en daar moet hij een beetje trekken om geloofwaardig te zijn.

Liefdevolle sfeer

Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (3)

© Richard Beukelaar

Het decor, dat een villa in Marokko voorstelt, is vormgegeven als een soort grijze apenrots, opgebouwd uit staande en liggende gemarmerde blokken. Buitengewoon functioneel: de acteurs lopen, buitelen, stuiteren, dansen over de blokken, benaderen elkaar of scheppen juist afstand met behulp van die blokken. Het licht ondersteunt de sfeer van liefdevol warm oranjegeel tot onbehaaglijk strak wit.

Sterk aan de plot van Gedeelde grond is dat de vrouw en de man in zekere zin allebei gelijk hebben en krijgen. De spagaat is onvermijdelijk. Het moeten combineren van twee zó verschillende culturen is lastig. Zie er maar eens mee om te gaan.

 

Tekst: Max Wind
Choreografie: Jakop Ahlbom

Kunst / Achtergrond
special: Maurizio Cattelan: A Clever Way into the Heart
Maurizio CattelanSilke van Kamp

Verscholen onder de spotlight

Gehuld in een vilten maatpak rollen er lovende woorden over de tong van Silke van Kamp. Dat een voordracht van een essay over een hedendaagse kunstenaar zó meeslepend en leuk kan zijn, bewijst deze onder de spotlight gestapte regisseur. De laatste week van september is haar theatrale voordracht A Clever Way into the Heart te zien in de zalen van Frascati in Amsterdam – en gedurende oktober ook in verschillende theaters in de Randstad. Haar manifest werd bekroond met de Lucian T. Armozatia Award. Iedereen die Silkes voordracht heeft gezien, begrijpt precies waarom.

‘Alles is fout, alles is slecht, alles is al gemaakt en jij bent slechts een schil die iedereens tijd verspilt.’ In A Clever Way into the Heart word je meegezogen, en vind je jezelf, naast Van Kamp, vastgelijmd aan haar bed. Moe van het bluffen, zakelijk gelul en geldzaken. Bang en verdrietig, om de onbeantwoorde vraag: ‘Wat betekent kunst nog voor mij?’ Silke, theatermaker en schrijfster van dit manifest, houdt wél van kunst. ‘Misschien wel zoveel dat ik er bang voor was en het ging haten’, vertelt ze over het moment dat ze thuis in bed ligt met een burn-out. Opgebrand. Totdat ze op het werk van Maurizio Cattelan stuit en haar ‘held’ ontmoet. Iemand die zich verzet tegen alle mogelijke autoriteit in de wereld van de kunst, in plaats van zich erdoor te leiden.

Stupid

Silke droomt van eeuwig beginnen, verzucht ze. ‘Zolang ik niet begin, blijf ik voor altijd briljant in mijn hoofd.’ Ze heeft last van faalangst, is haar plezier en eigenwijsheid verloren. Bang voor de meningen van anderen, bang om te horen dat haar werk niet goed genoeg is, dat het niet bijzonder, of simpelweg stom, is. Ze slaat steil achterover als ze ontdekt dat het juist de angst om iets stoms te maken is wat haar held, Cattelan, in zijn kunstpraktijk omarmt. ‘Toen wist ik dat ik écht van kunst hield’, roept ze, wanneer ze leert dat de stoerste rebel die ze kende, het bangst was van iedereen.

Eeuwig beginnen

Silkes held was letterlijk doodsbang om de ruimte met zijn kunstenaarschap te vullen. Dat blijkt in Torno Subito. In 1986 kreeg de steiloor de kans om een solo-expositie in te vullen in een galerie in Bologna. Maurizio was slechts vier jaar geleden als kunstenaar begonnen en vulde de lege expositieruimte enkel met één klein bordje. ‘TORNO SUBITO‘, las je erop. De klassieke ‘BE RIGHT BACK‘ tekst van winkeliers. De galeriebezoekers stonden in een lege ruimte gespannen te wachten op kunst of een kunstenaar die nooit verscheen. Wachtend op ‘het briljante werk van een kunstenaar die nog moest beginnen’, pleit de essayschrijfster met twinkelende ogen op het podium.

Kwetsbaar

Silkes bewondering werkt aanstekelijk als ze stapsgewijs uitlegt welke zes terugkerende elementen van Cattelan een grootmeester maken. Niet alleen meester van de kunst, maar ook – of misschien wel vooral – meester van zijn publiek.

This is the one profession in which I can be a little bit stupid, and people will say ‘Oh you’re so stupid; thank you, thank you for being so stupid’

Cattelans woorden prikkelen de tot burn-out verslagen Silke tot haar diepste. Ze voelt zich verwant aan zijn werk, de onopvallende kwetsbaarheid die schuilgaat achter de steile oren van Cattelan raakt haar.

Net als bij de Italiaanse grootmeester, is het ook de kwetsbaarheid achter Silkes bravoure waarmee ze haar publiek om haar vinger windt. Met ongeremde trefzekerheid zet ze het kleinste en meest ongemakkelijke van zichzelf en Cattelan in de spotlight. Haar theatrale essaylezing is doordrenkt van een meeslepend spanningsveld tussen zelftwijfel en het verlangen naar bevestiging, en stuurt je naar huis met een grote dosis materie om over na te denken.

Nog te zien tot: 14/10/2025 (Het Nationale Theater, Den Haag), 30/10/2025 (Theater Kikker, Utrecht).

Kunst
special: Amsterdam en De magische wereld van Lizzy Ansingh
SK-A-4700Rijksmuseum Amsterdam

Veelzijdige Amsterdamse Joffer

De affiches in het Amsterdamse straatbeeld vielen niet over het hoofd te zien: Meet Lizzy. Rijksmuseum. Toeristen zetten dit museum vaak met stip op 1 of 2, na of net voor het Van Gogh Museum. Veel minder bekend is het Luther Museum Amsterdam. Niet te missen als je op dit moment los van het Rijksmuseum meer over Lizzy Ansingh (1875-1959) te weten wilt komen.

Laten we beginnen met het museum. Het is gevestigd in het statige gebouw ‘Wittenberg’ (1772) in de Plantagebuurt, in de nabijheid van de Hortus en van Artis; een mooie combinatie voor een dagje Amsterdam. Het gebouw was opgetrokken als Evangelisch-Luthers Diaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis. Het diende lang als onderkomen voor ouderen, armen en wezen. Enkele jaren geleden is het omgebouwd tot museum.
Links van de ingang vinden in de Kerkzaal de tijdelijke tentoonstellingen, evenementen en concerten plaats en rechts ervan is het gedeelte met onder meer enkele regentenkamers en de Administratiekamer, waarin het verhaal over Luther wordt uitgebeeld.

Lizzy Ansingh ‘een visionair kunstenaar’

En dan de tentoonstelling. Lizzy Ansingh kwam uit een lutherse familie. Haar grootvader was predikant. Vandaar de link met het Luther Museum Amsterdam.
Haar nicht Thérèse Schwartze gaf Ansingh niet alleen de eerste schilderlessen, maar leerde haar ook kijken naar het werk van kunstenaars als Breitner en Maris. Ze kwamen, net als Mondriaan, wel in de ateliers van Simon Maris en George Hendrik Breitner.
In 1894-1897 studeerde Ansingh aan de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten, waar een kring vriendinnen ontstond die de naam ‘Amsterdamse Joffers’ kreeg, in 1912 aan hen gegeven door de kunstcriticus Albert Plasschaert. De tentoonstelling wordt in die context geplaatst, want op de gang hangt informatie over en werk van enkele Amsterdamse Joffers. Ansingh was de spil van de joffers en zorgde er onder meer voor dat Coba Ritsema (1876-1961) bekendheid kreeg. Van haar zullen we straks tussen twee haakjes meer te weten kunnen komen op een tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem (september 2025-januari 2026). De joffers zijn terug van weggeweest!

Vroege werk

De Amsterdamse Joffers werkten in hun atelier, omdat het eind negentiende, begin twintigste eeuw niet als gepast werd beschouwd om buitenshuis landschappen te tekenen of later ook te schilderen. Ansingh blonk uit in stillevens, portretten in opdracht en genrestukken met poppen.
Die poppen vormden volgens een tekstbordje haar ‘artistieke laboratorium’. Elk kreeg een eigen karakter mee, maar er werd ook geoefend met schaal en compositie. Een van de eerste schilderijen die wordt getoond is een vroeg werk: expressief en met een grove toets. Ook enkele Japanse poppen in een sprookjesbos ademen de tijd van ontstaan, met de invloed van wat we Japonaiserie of Japonisme noemen. Termen die ook van toepassing zijn op het postimpressionistische werk van Vincent van Gogh (1853-1890), al doen sommige schilderijen van Ansingh vooral qua thematiek meer denken aan die van een andere tijdgenoot: Martin Monnickendam (1874-1943). Van hem was onlangs werk te zien in het Allard Pierson in Amsterdam; ook een tip waard! Was zij de poppenschilder – hij was de schouwburgschilder, maar beiden laten poppen en mensen zien als in een spiegel.

Late werk

Stilleven met vaasje en rode bloem

Stilleven met vaasje en rode bloem © Marc Pluim

In Ansinghs late werk, zoals Fee met pauwenveren, lopen droom en werkelijkheid in elkaar over. Het is sprookjesachtig qua sfeer. De schilderijen zijn vol van herinneringen aan bijvoorbeeld haar ouderlijk huis en hebben een zekere lading. Ook in de tekeningen zonder poppen werkt de kunstenares met sfeer, kleur en licht.
Naast ruim dertig schilderijen en tekeningen staat er op de tentoonstelling ook een vitrine waarin onder meer boekjes liggen die Lizzy Ansingh samen maakte met een andere joffer, Nelly Bodenheim (1874-1951). Ansingh maakte de tekst en Bodenheim de illustraties. Ze kijken, lijkt het wel, met verwondering naar de wereld. Iets dat ook blijkt uit haar gedichten die her en der in de zaal hangen.
De meeste getoonde werken komen uit de Collectie Stichting Kunsttunnel en uit particuliere collecties, waaronder een heel mooi Stilleven met vaasje en rode bloem, dat in langdurige bruikleen is van Museum Arnhem.

De tentoonstelling brengt de ontwikkeling van het veelzijdige werk van Lizzy Ansingh mooi over het voetlicht. Het begint met een afbeelding van het portret dat Thérèse Schwartze van haar maakte en dat de affiche van het Rijksmuseum siert: een mondaine dame, met een zwarte hoed op het hoofd. Geschilderd in 1902, toen Ansingh zes- of zevenentwintig was. Op het affiche van het Luther Museum Amsterdam staat ze wat dromerig te kijken en is ze gekleed in een bontjas.
Maar de klap op de vuurpijl is misschien de prachtige tekening aan het eind van de expositie. Met een bibberende handtekening. Ongetwijfeld een laat werk, al staat er geen jaartal bij (zoals bij de meeste werken overigens niet) en ook geen tekstbordje, maar indrukwekkend en aandoenlijk is het.

Kunst / Expo binnenland

Een spiegel voorgehouden

recensie: Fiona Tan – Monomania
Fiona Tan, RijksmuseumRijksmuseum persbeelden

De tentoonstelling Monomania van Fiona Tan (1966) in de zuidvleugel van het Rijksmuseum Amsterdam begint met het olieverfschilderij Portret van een kleptomaan van de negentiende-eeuwse Fransman Théodore Géricault, een bruikleen uit het Museum voor Schone Kunsten Gent. Hiermee begon ook Tans zoektocht naar wat monomania is, hoe het in beeld wordt gebracht en wat voor indruk dit op de beschouwer maakt.

Monomania is volgens het begeleidende boekje dat de zaalteksten vervangt ‘een vorm van gedeeltelijke krankzinnigheid en [wordt] beschreven als één enkele ziekmakende obsessie in een verder gezonde geest. Rond 1850 staat monomania synoniem voor emotionele “waanzin”.’

Fiona Tan. Foto: Andreas Langfeld.

Dat is ook de tijd die centraal staat in Tans jarenlange zoektocht naar het begin van de psychiatrie en in de twee jaar voorbereiding voor deze tentoonstelling. Tan is de eerste kunstenaar die van het Rijksmuseum Amsterdam carte blanche krijgt voor een tentoonstelling. Wat meer is ‘dan cureren’, zei ze fijntjes tijdens de perspresentatie. In de catalogus eindigt zij met de constatering dat ze, nog eens kijkend naar het gezicht van de zogeheten kleptomaan van Géricault, uiteindelijk medeleven en empathie voelt en in hem een medemens herkent.

Associëren en verbanden leggen

Edvard Munch (eigenhandig gesigneerd), Staand naakt met rood haar, 1902, Rijksmuseum. inv.no. RP-P-1953 -888

De tentoonstelling roept ons op om dat ook te gaan voelen en onze eigen associaties en verbanden te leggen tussen de kunstwerken. Kunstwerken en gebruiksvoorwerpen die merendeels afkomstig zijn uit verschillende depots van het Rijksmuseum, naast enkele bruiklenen en eigen werk van Fiona Tan, en die verdeeld zijn over tien zalen. Doeken, boeken, beelden, foto’s en nog veel meer met aan het einde een grote video-installatie, Janine’s Room (2025), die alles op drie schermen lijkt samen te vatten. Janine verwijst naar Janine Dakyns, die wordt genoemd in de roman The Rings of Saturn van W.G. Sebald, een schrijver die Tan heeft geïnspireerd in haar werk. Sebald schrijft onder meer: ‘In een zandkorrel in de zoom van Emma Bovary’s winterjurk, zei Janine, zag Flaubert de hele Sahara. Voor hem woog elk stofje zo zwaar als het Atlasgebergte.’

Opvallend is dat de fraai verzorgde en origineel vormgegeven catalogus (een design van Irma Boom, net als het begeleidende boekje) niet begint met Géricault, maar met een afbeelding van een spiegel in de Queen Anne style (Noord-Nederland). Je zou deze, samen met twee andere werken waar de spiegel naast hangt, als de uitgangspunten van Tans werkwijze kunnen zien. Die twee andere stukken zijn Ophélie van Odilon Redon en Zonde van Edvard Munch. Ze staan als het ware respectievelijk symbool voor de drie aandachtspunten die Tan aanhield bij zowel haar twee jaar durende onderzoek als de keuze van de kunst- en andere werken: wetenschap – kunst – representatie.

Wetenschap, kunst, representatie

Wetenschap manifesteert zich hier in de vorm van een geoxideerde spiegel, vergelijkbaar met de tien spiegels die kunstenaar Germaine Kruip toonde op een tentoonstelling in de Amsterdamse Oude Kerk (2015-2016). Door die oxidatie kun je jezelf niet in de spiegel zien: ‘An image of absence’ noemt Tan het in een essay in de catalogus. Redon en Munch vertegenwoordigen niet alleen kunst (respectievelijk olieverf en pastel op papier en een lithografie), maar ook representatie. Ophelia staat voor wat tijdens een congres over haar (in Arnhem, 2009) hysterie en melancholie werd genoemd, twee zogenaamd typisch vrouwelijke aandoeningen. Tan schrijft, wederom in de catalogus, dat een mysterieuze ziekte als hysterie door de Franse psychiater Jean-Etienne Dominique Esquirol (1772-1840) werd gelabeld als een psychische in plaats van een eerder neurologische aandoening om zo ‘zijn onderzoeksveld te vergroten en zijn vak te legitimeren’. De achtergrond van Zonde van Munch (Staand naakt met rood haar) zou kunnen worden gezocht in de associatie die binnen met name het christendom soms wordt gelegd tussen seksualiteit en zonde. De vrouw heeft lang rood haar, zoals ook Maria Magdalena vaak met lang rood haar wordt afgebeeld. Maria Magdalena ging ten onrechte de geschiedenis in als prostituee. Fiona Tan zoekt de achtergrond van de vrouw binnen het kader van ‘Waanvoorstellingen’.

Odilon Redon (eigenhandig gesigneerd), Ophélie, la cape bleue sur les eaux (Ophelia, de blauwe nonnenkap in het water), 1900 – 1905, Rijksmuseum, Inv.no. SK-A-4840.

Het zijn zomaar enkele voorbeelden uit een overweldigende tentoonstelling die je, soms letterlijk, een spiegel voorhoudt, zoals in de zaal met zes digitale installaties (De criminele klasse). Je moet er moeite voor doen om de persoonlijke herinneringen, associaties en verbanden die Tan legt te kunnen volgen en je wordt uitgenodigd er ook voor jezelf naar op zoek te gaan. Als dat lukt, krijg je er zóveel voor terug, dat er een paar dagen in je hoofd niets meer bij lijkt te kunnen. Een effect dat misschien niet eens zo ver van de bedoeling van deze expositie afligt. Even opgesloten zitten in je hoofd, zoals de vissen in de Goudviskom met drie schepen (Bohemen), ook te zien in de tentoonstelling. Ge(s)laagd dus. En meer dan dat.

Theater / Voorstelling

Verwarrende, inktzwarte zoektocht naar bevrijding

recensie: FRANK - Cherish Menzo/GRIP & Theater Utrecht i.s.m. met Dance on Ensemble
FRANK_c_Bas_de_Brouwer24Bas de Brouwer

Als je een nieuwe mens wilt bouwen, heb je daarvoor bestaand mens-materiaal nodig. In FRANK – denk aan ‘Frankenstein’ – van performer Cherish Menzo cum suis bestaat dat mens-materiaal uit robotachtige figuren, waarin we vervolgens tot slaaf gemaakten herkennen. Uiteindelijk breken ze los in deze vreemde, inktzwarte, verwarrende dans-/performance-voorstelling.

In een vierkante laboratoriumruimte met een witte vloer en wanden van transparant plastic wordt een tekst geprojecteerd van de Britse dichter Percy Shelley. Een tekst over duisternis, geheimen, lijkenhuizen en doodskisten. Percy Shelley was de man van Mary Shelley, die in 1818 Frankenstein; Or, The Modern Prometheus schreef.

Zwarte regenjassen

In die laboratoriumruimte (of is het een slachthuis?) maken Cherish Menzo, Malick Cissé, Mulunesh en Omagbitse Omagbemi als robots een soort dansende rondjes, van hoek naar hoek naar hoek naar hoek, op een zware elektronische soundscape (geluidsontwerp: Maria Muehombo). Allen dragen zwarte regenjassen met capuchons, zijn daardoor uniform, onherkenbaar, anoniem.

Aanvankelijk zijn ze gedwee, marcheren ze keurig hun rondjes. Maar meer en meer beginnen de individuen om zich heen te kijken, door de vierde wand die de plastic schermen vormen, kijken ze naar het publiek. Ze breken uit het keurslijf en worden personages. De regenjassen gaan uit, eronder kostuums waarin het rood van bloed herkenbaar is. Uit hun zakken strooien ze van tijd tot tijd inktzwarte as. De vier worden zowel slachtoffer als dader in dit laboratorium-slachthuis, in een ongemakkelijke, cryptische voorstelling die schuurt en schrijnt.

Monster

De ‘Frank’ uit de titel is gebaseerd op het monster van Frankenstein; choreograaf Cherish Menzo stelt in de aankondiging van deze voorstelling dat ze de figuur/de idee van ‘het monster’ wil onderzoeken. Daarbij is ‘monster’ natuurlijk een makkelijke aanduiding voor alles waar je last van hebt.

Menzo

Performancekunstenaar, danser en choreograaf Cherish Menzo heeft inmiddels een stevige status opgebouwd. In 2023 won ze de Regieprijs van de Toneeljury voor de meest indrukwekkende regie van het afgelopen seizoen, en de BNG Bank Theaterprijs, een stimuleringsprijs voor opkomend talent, voor DARKMATTER. In 2024 won ze de Gieskes-Strijbisprijs voor mid-career makers, samen met muzikant Vernon Chatlein.

JEZEBEL (2019) en DARKMATTER (2022) vormden de eerste twee luiken van een drieluik, die ze ‘een verbeelde, mythische trilogie’ noemt. FRANK vormt van deze trilogie het derde deel. Thema’s zoals vrouwelijkheid, huidskleur, tot slaaf gemaakt-zijn keren in haar werk terug.

Teksten

In FRANK ontwikkelt zich een verhalende choreografie, waarbij teksten in het Engels en het Frans op de achterwand worden geprojecteerd, die de spelers ook uitspreken. Dat is tamelijk verwarrend, want de teksten (geschreven door Menzo en Khadija El Kharraz Alami) verschijnen en verdwijnen snel, terwijl ze veelal associatief en niet heel coherent zijn. Dat gedoe met abstracte teksten is erg jammer en het leidt ook af. De boodschap over het bouwen van een mens die een monster is, of het monster dat een mens is, komt er ook zonder tekst uit.

Bevrijd

De kapstok die Frankenstein biedt, geeft gelegenheid in het monster dat losbreekt uit zijn gevangenschap bevrijde tot slaaf gemaakten te zien. Uit een kluwen van dansers ontstaan mensen, individuen, personages. Menzo gebruikt fraaie tribal Afrikaans-geïnspireerde dans en dito muziek. Zo komt ‘Bam Bam’ uit 1966 langs, van Toots & The Maytals, een liedje waarin je de tot slaaf gemaakten met ritmische zang het tempo van werken erin hoort houden. De liggende, zingende Menzo wordt door haar medespelers bedolven onder de akelige, rondgestrooide zwarte as. Daaruit verrijst ze.

Onaangenaam

Uiteindelijk breken de performers letterlijk uit het keurslijf en uit het decor. Ze breken door de vierde wand – de fictieve afscheiding tussen speelvloer en tribune – heen en wenden zich direct tot toeschouwer: ‘Look at that!’ De ketenen zijn verbroken, de muren zijn neergehaald. De confrontatie is voor de toeschouwer onaangenaam.

Het meest confronterend is uiteindelijk het zingen van het beroemde Surinaamse kinderliedje ‘Agen masra Jantje e kiri suma pikie’ (‘Alweer vermoordt Meester Jantje een mensenkind’).

FRANK is een pijnlijke voorstelling. Geen feestje, wel zeer fraai vormgegeven. Het gaat nog lang duren voordat de verhoudingen tussen mensen van alle kleuren, genders en herkomst in evenwicht zijn.

FRANK maakt in het voorjaar van ’26 een tournee langs de Nederlandse theaters.

Geluidsontwerp: Maria Muehombo aka M I M I
Video design: Andrea Casetti
Geluids- en videotechniek: Arthur De Vuyst
Decorontwerp: Morgana Machado Marques
Lichtontwerp: Ryoya Fudetani
Dramaturgie: Johanne Affricot, Renée Copraij
Kostuums: Cherish Menzo
Tekst: Khadija El Kharraz Alami, Cherish Menzo
Technici op tournee: Pieter-Jan Buelens, Ryoya Fudetani, Hadrien Jeangette, Arthur De Vuyst

Theater / Voorstelling

Hadestown is on-Nederlands goed!

recensie: Hadestown – Koninlijk Theater Carré
Orpheus en EurydiceDanny Kaan

Hadestown neemt je swingend mee op weg naar de hel. Deze musical was al een hit op Broadway en West End en nu kun je dit mythologisch liefdesverhaal eindelijk in Nederland zien. Is het de moeite waard?

In het kader van Broadway aan de Amstel brengt Koninklijk Theater Carré, na onder andere Sunset Boulevard (2018) en The Book of Mormon (2022), deze zomer dus Hadestown naar Nederland. De musical heeft een Brits-Nederlandse cast en wordt in het Engels opgevoerd, maar de hoofdrollen worden voornamelijk door Nederlandse acteurs vertolkt.

Klassieke mythologie in een Amerikaanse bar

Hadestown vertelt het eeuwenoude verhaal van de verliefde Orpheus die naar de hel gaat om zijn geliefde Eurydice te zoeken. Deze mythe wordt verweven met die van Hades en Persephone. Eeuwenoude Griekse verhalen, maar in een totaal andere setting: een bar in de jazzy sfeer van New Orleans uit de jaren 20. Het klinkt misschien wat vreemd, maar het werkt perfect. De muziek van deze show heeft namelijk geen klassieke musicalsound, maar nummers met een jazz, blues, folk en soms zelfs een beetje gospel sound.

Hermes, de verteller, gaat midden in de bar staan en begint met het delen van het verhaal. De toehoorders worden als vanzelf de spelers in de mythe. En de bar? Die verandert door een mooi lichtspel in de weg naar de onderwereld.

Topcast

Hades en Persephone

Edwin Jonker als Hades en Joy Wielkens als Persephone. © Danny Kaan

De cast van Hadestown is ijzersterk; de zang, het spel, de dans, alles valt mooi samen. Spelers die opvallen zijn Edwin Jonker, Jeangu Macrooy, Joy Wielkens en Claudia de Breij.

Edwin Jonker zet een weergaloze Hades neer; de rol van de twijfelende slechterik lijkt op zijn lijf geschreven. Hij speelde natuurlijk al mee in diverse musicals, maar toch zie je nu nog weer een andere kant van hem. Waar hij in Jesus Christ Superstar als Pilates – ook een twijfelende bad guy – al positief opviel, lijkt hij deze kant van zichzelf nog verder ontwikkeld te hebben. En die stém, die is nog lager dan voorheen.

Persephone, echtgenote van Hades gespeeld door Joy Wielkens, trekt op het podium ook alle aandacht naar zich toe. Wielkens, bij het grote publiek waarschijnlijk bekend van haar rollen op tv, gooit hoge ogen met haar stem én vooral met hoe vrij zij over het podium beweegt. Zij geeft zich echt over aan de muziek en gaat helemaal los.

Jeangu Macrooy speelt de onschuldige Orpheus in zijn tweede musical ooit. De rol staat in schril contrast met zijn rol als Jezus vorig jaar, maar ook deze zet hij geloofwaardig neer. Ook al torent hij boven iedereen uit, hij is écht de onzekere Orpheus: ‘a poor boy’ zoals Hermes hem omschrijft.

Diezelfde Hermes is de verteller van het verhaal en wordt de ene voorstelling door Claudia de Breij en de andere voorstelling door Maarten Heijmans gespeeld. Claudia de Breij speelde de première en verbaast meteen. Dat de cabaretière goed kan zingen is algemeen bekend, toch leek ze een wat opvallende keuze voor een musical met een jazz en folk sound. De Breij neemt al deze twijfels na de eerste paar zinnen al meteen weg, want ze lijkt een ware transformatie doorgemaakt te hebben. Haar stem klinkt warm en past, samen met haar hele performance als Hermes, perfect bij deze musical.

Hadestown is een musical die je gezien moet hebben, ook als je niet zo van musicals houdt. De muziek (en overigens het verhaal ook) zal velen aanspreken. Het is een swingende show waarbij het moeilijk is om stil te zitten. Hopelijk is Hadestown een startsein voor meer ontraditionele musicals in Nederland, want het musicalgenre is heel breed en dat is niet altijd terug te zien in de Nederlandse theaters.

Kortom, Hadestown is geweldig en echt de culturele must-see van deze zomer! Het enige minpuntje is wellicht dat de show alleen in juli en augustus te zien is, dus je moet er snel bij zijn.