Tag Archief van: cultuurtips

Kunst / Expo binnenland / Expo buitenland

Zelfportret van een genereuze fotograaf

recensie: Wish I Were Here van Bertien van Manen
Bertien van Manen, Odessa, Ljalja, uit de serie Lets sit down before we go, 1991-2Bertien van Manen

De overzichtstentoonstelling Wish I Were Here van Bertien van Manen in het Antwerpse FOMU belooft een ‘intieme vorm van documentaire’. De expo lost die verwachting ruimschoots in. De tentoonstelling is nog tot 28/08/2022 te bezichtigen.

De overzichtstentoonstelling komt wat stroef op gang met fotoboeken in een vitrinekast waarin Van Manens eerste ‘sociale foto’s’ verzameld staan: geëngageerde fotoreeksen waarin nonnen en vrouwelijke gastarbeiders uit Nicaragua de hoofdrol spelen. Met dank aan de kadrering en het belichaamde perspectief doen de foto’s al wel het grote talent van de fotografe vermoeden; ze fotografeert bijvoorbeeld vanuit een licht schuine hoek, zodat de kijker zich bewust wordt van haar aanwezigheid als fotograaf. Zowel ruimtelijk als thematisch staan deze foto’s echter nog te ver van de kijker af om echt aan te grijpen. Het is bijvoorbeeld niet voldoende duidelijk waarom Van Manen precies deze mensen wilde fotograferen en welke aspecten van hun leven ze precies wilde vatten.

Generositeit en perfecte beelden

In de volgende zaal is het eerste wat men ziet een potloodtekening van Willem van Manen. Hij beeldt zijn geliefde Bertien naakt en in zijaanzicht af, terwijl ze met gezwinde pas vooruit lijkt te lopen. Lang, mager en omgeven door een immense bos haar doet ze denken aan een veel levendiger versie van een Giacometti-beeld. Vanaf dat punt in de expo beklijft Van Manen onophoudelijk. Het is tekenend voor haar generositeit dat ze eerst zichzelf in haar blootje zet vooraleer ze ons haar onderwerpen toont.

De expo blijkt pas echt te beginnen met de reeks die Van Manen in de Appalachen maakte. Het is meteen een van de meest beklijvende series van de hele tentoonstelling. Deze fotoreeks, die het leven van mijnwerkers en hun families toont, bevat perfecte beelden waarnaar je wil blijven kijken. Zoals het beeld van een jongen die zich al schommelend bevindt in de contrastrijke clair-obscur wereld van bomen en lucht: zijn hoofd in de nek geworpen, de duisternis in, zijn blik in het licht. De foto’s van kinderen worden vaak gekenmerkt door die aanwezigheid van licht, zelfs overbelichting. Bij een mindere fotograaf zou dit gemakkelijk tot kitsch vervallen, maar niet bij Van Manen die een rauw thema combineert met visuele perfectie.

Uit ieder beeld rijst de liefde op die Van Manen voor haar onderwerpen voelt. In het bijzonder de liefde voor Mavis en Junior, een mijnwerkerskoppel bij wie ze tijdens haar reizen door de Appalachen inwoonde. Prachtig is dan ook het boek The other side of the moon dat ze in een oplage van drie liet maken als cadeau voor Mavis en waarvan een exemplaar in de expo te bezichtigen is.

Leven en dood

De generositeit van Van Manen zet zich voort in de manier waarop ze anderen toestaat met het werk om te gaan. Jeroen de Vries en muzikante Coco Zhao maakten een video-installatie van het fotoboek East Wind West Wind. Deze reeks, die foto’s toont uit het China van de late jaren negentig, wordt geprojecteerd op strakgespannen doeken. Telkens als iemand er tussendoor loopt deinen ze een tijdlang op en neer, waardoor de foto’s soms een beetje buiten hun kader vallen. Het is een mooie, simpele manier om de reeks tot leven te brengen.

Het laatste deel van de expo, een fotoreeks die van Manen in Ierland maakte na het verlies van haar man Willem, hakt erin. Als kijker word je geconfronteerd met de plotse stuurloosheid van haar werk. Het houden van mensen, waar ze zo goed in is, kan zich niet meer richten op een levenspartner. En opeens zijn het geen mensen meer, maar lege landschappen, die de fotograaf vastlegt.

Het gat in de buik

Een koptelefoon nodigt uit de beelden met muziek te beluisteren. Het is een van de weinige betreurenswaardige ingrepen in de tentoonstelling. De foto’s zijn in combinatie met de muziek bijna onverdraaglijk. Het fijne gevoel dat door de expo heen werd opgebouwd, krijgt hier iets wrangs en de toeschouwer verlaat de tentoonstelling met een gat in de buik. Desondanks is die wrange afsluiter ook een blijk van Van Manens kunnen en van haar veelzijdigheid.

Bertien van Manen is naast een fenomenale fotograaf ook een inspirerend mee-lever, die mensen in al hun schoonheid en lelijkheid mocht afbeelden. De liefde en interesse waarmee ze naar mensen kijkt zijn inspirerend, haar omgang met haar onderwerpen ontroerend. Wish I Were Here toont zoals beloofd een intiem portret van de fotograaf en haar onderwerpen. Van Manens werk is een zelfportret, samengesteld uit beelden van anderen.

Kunst / Expo binnenland / Expo buitenland

Zelfportret van een genereuze fotograaf

recensie: Wish I Were Here van Bertien van Manen
Bertien van Manen, Odessa, Ljalja, uit de serie Lets sit down before we go, 1991-2Bertien van Manen

De overzichtstentoonstelling Wish I Were Here van Bertien van Manen in het Antwerpse FOMU belooft een ‘intieme vorm van documentaire’. De expo lost die verwachting ruimschoots in. De tentoonstelling is nog tot 28/08/2022 te bezichtigen.

De overzichtstentoonstelling komt wat stroef op gang met fotoboeken in een vitrinekast waarin Van Manens eerste ‘sociale foto’s’ verzameld staan: geëngageerde fotoreeksen waarin nonnen en vrouwelijke gastarbeiders uit Nicaragua de hoofdrol spelen. Met dank aan de kadrering en het belichaamde perspectief doen de foto’s al wel het grote talent van de fotografe vermoeden; ze fotografeert bijvoorbeeld vanuit een licht schuine hoek, zodat de kijker zich bewust wordt van haar aanwezigheid als fotograaf. Zowel ruimtelijk als thematisch staan deze foto’s echter nog te ver van de kijker af om echt aan te grijpen. Het is bijvoorbeeld niet voldoende duidelijk waarom Van Manen precies deze mensen wilde fotograferen en welke aspecten van hun leven ze precies wilde vatten.

Generositeit en perfecte beelden

In de volgende zaal is het eerste wat men ziet een potloodtekening van Willem van Manen. Hij beeldt zijn geliefde Bertien naakt en in zijaanzicht af, terwijl ze met gezwinde pas vooruit lijkt te lopen. Lang, mager en omgeven door een immense bos haar doet ze denken aan een veel levendiger versie van een Giacometti-beeld. Vanaf dat punt in de expo beklijft Van Manen onophoudelijk. Het is tekenend voor haar generositeit dat ze eerst zichzelf in haar blootje zet vooraleer ze ons haar onderwerpen toont.

De expo blijkt pas echt te beginnen met de reeks die Van Manen in de Appalachen maakte. Het is meteen een van de meest beklijvende series van de hele tentoonstelling. Deze fotoreeks, die het leven van mijnwerkers en hun families toont, bevat perfecte beelden waarnaar je wil blijven kijken. Zoals het beeld van een jongen die zich al schommelend bevindt in de contrastrijke clair-obscur wereld van bomen en lucht: zijn hoofd in de nek geworpen, de duisternis in, zijn blik in het licht. De foto’s van kinderen worden vaak gekenmerkt door die aanwezigheid van licht, zelfs overbelichting. Bij een mindere fotograaf zou dit gemakkelijk tot kitsch vervallen, maar niet bij Van Manen die een rauw thema combineert met visuele perfectie.

Uit ieder beeld rijst de liefde op die Van Manen voor haar onderwerpen voelt. In het bijzonder de liefde voor Mavis en Junior, een mijnwerkerskoppel bij wie ze tijdens haar reizen door de Appalachen inwoonde. Prachtig is dan ook het boek The other side of the moon dat ze in een oplage van drie liet maken als cadeau voor Mavis en waarvan een exemplaar in de expo te bezichtigen is.

Leven en dood

De generositeit van Van Manen zet zich voort in de manier waarop ze anderen toestaat met het werk om te gaan. Jeroen de Vries en muzikante Coco Zhao maakten een video-installatie van het fotoboek East Wind West Wind. Deze reeks, die foto’s toont uit het China van de late jaren negentig, wordt geprojecteerd op strakgespannen doeken. Telkens als iemand er tussendoor loopt deinen ze een tijdlang op en neer, waardoor de foto’s soms een beetje buiten hun kader vallen. Het is een mooie, simpele manier om de reeks tot leven te brengen.

Het laatste deel van de expo, een fotoreeks die van Manen in Ierland maakte na het verlies van haar man Willem, hakt erin. Als kijker word je geconfronteerd met de plotse stuurloosheid van haar werk. Het houden van mensen, waar ze zo goed in is, kan zich niet meer richten op een levenspartner. En opeens zijn het geen mensen meer, maar lege landschappen, die de fotograaf vastlegt.

Het gat in de buik

Een koptelefoon nodigt uit de beelden met muziek te beluisteren. Het is een van de weinige betreurenswaardige ingrepen in de tentoonstelling. De foto’s zijn in combinatie met de muziek bijna onverdraaglijk. Het fijne gevoel dat door de expo heen werd opgebouwd, krijgt hier iets wrangs en de toeschouwer verlaat de tentoonstelling met een gat in de buik. Desondanks is die wrange afsluiter ook een blijk van Van Manens kunnen en van haar veelzijdigheid.

Bertien van Manen is naast een fenomenale fotograaf ook een inspirerend mee-lever, die mensen in al hun schoonheid en lelijkheid mocht afbeelden. De liefde en interesse waarmee ze naar mensen kijkt zijn inspirerend, haar omgang met haar onderwerpen ontroerend. Wish I Were Here toont zoals beloofd een intiem portret van de fotograaf en haar onderwerpen. Van Manens werk is een zelfportret, samengesteld uit beelden van anderen.

Muziek / Reportage
special: MOMO 2022 Rotterdam

5 tips voor Motel Mozaïque 2022

Motel Mozaïque. Het kan een beetje hectisch zijn voor degene die Rotterdam niet in zijn broekzak heeft zitten. Waar ligt in vredesnaam Roodkapje? Wat is WORM? Wie zijn al die artiesten? Verslaggevers Rose Heliczer en Priya Wannet doken voor je in het diepe en kwamen met een best-of Motel Mozaïque 2022.

Het was niet makkelijk kiezen. Duikel je binnen in kerk Arminius voor een intiem concert met Belgisch nu-folktalent Meskerem Mees, loop je halverwege weg om toch naar Rotown te gaan voor Britse ontdekking Katy J. Person en krijg je beide concerten maar half mee? Misschien. Maar als je eenmaal in het festivalwezen geland bent en eens een keer stil blijft staan krijg je de muzikale wind van voren.

Famous

Bij de band Famous, bijvoorbeeld: de driekoppige formatie die tot nu toe vooral beroemd is in de Londense underground scene. De zanger, wiens naam redelijk lastig te achterhalen is als je op “famous band London” zoekt, schudt handen met het publiek tijdens de soundcheck. “Nice to meet you”, zegt hij. Een beleefde opening voor iemand met teksten als “I wish I was dead or at least in someone elses head”, of: “I wake up dead in my bed while she wakes up next to somebody else”. Een nerveuze muzikale rant over liefde, dood, en alle random associaties die erbij horen. Klinkt als een distorted versie van Bright Eyes meets Joy Division.

Grooves in de kerk

De grootste verrassing kwam echter van Goya Gumbani, bijna gemist door het spektakel in Rotown. Maar voor degene die onmiddellijk na Famous haar tas greep om naar de kerk Arminius te marcheren lukte het nog nèt om een kwartier mee te pakken. Nogmaals: enigszins jammer van de programmering, want het is een verademing om na de goede, maar intense wanhoopsact van Famous, in deze groove van Gumbani te vallen. De Londense rapper met New Yorkse roots brengt een live-band mee. Ze weten een warme, ontspannen sfeer te creëren, waarin de ease in de stem van Gumbani goed tot zijn recht komt.

Mirjam Manusama

Op zaterdag gaan we langs bij de Rotterdamse ontwerper Mirjam Manusama die met haar slow fashion label Manusama Nuance taboes rondom genderstereotypen wil doorbreken. Zodra je de donkere ruimte van het Ubik Theater binnentreedt wordt je aandacht meteen getrokken naar een groot scherm. Hierop zijn twee dansers te zien die in vloeiende cirkels om elkaar heen bewegen. De kleding valt prachtig over hun lichamen en samen lijken ze met elkaar te versmelten. Na de bewegende beelden volgt de rest van Manusama’s collectie op de paspoppen: een serie Japanse kimono’s die opvallen door hun minimalistische eenvoud. De tassen die ze speciaal voor deze collectie heeft ontworpen zijn met kettingen aan het plafond opgehangen. Ook ligt her en der de vloer bezaaid met houtsnippers wat de eenvoud van haar design nog eens extra benadrukt.

“Sioh Maluku”

Van Mirjam Manusama gaan we naar de Arminiuskerk voor de Molukse familie Lekranty-Lo’ko. Meteen vanaf het begin is het concert een puur spektakel: de familie komt gezamenlijk op met dansers. De dansers gekleed als molukse krijgers slaan hun stokken tegen elkaar en maken sierlijke bewegingen. Vanaf de kerkbanken beginnen mensen enthousiast mee te klappen en te joelen. Echter slaat de stemming direct om zodra de dansers de vloer verlaten en de band begint te spelen. “Sioh Maluku” (NL: O Moluku) klinkt door de zaal, die onmiddellijk stilvalt. Ons vaderland Maluku. Zo ongelofelijk mooi gezongen, dat het kippenvel tot op je enkels staat. 

VACUUM

De naam zegt het al: VACUUM. Luchtledig, zonder sturing of duidelijk doel. Bijna een uur lang kijk je naar een video waarbij beelden zich langzaam lijken te vervormen. Je hebt geen idee waar je naar zit te kijken. In de beschrijving lees je alleen maar: ‘een concertervaring die allesbehalve typisch is’. Nou dat hebben we geweten. De voorstelling begint met een dansperformance waardoor je als toeschouwer meteen al op het verkeerde been wordt gezet. Want zodra de danser uit beeld is gekropen start er een ellenlange beeldmontage. De muziek is voortdurend op de achtergrond te horen en geeft de voorstelling een extra dimensie. Al met al een zeer bijzondere en geslaagde voorstelling die het zeker waard was te bezoeken. 

 

En zo kunnen we natuurlijk nog pagina’s volschrijven over het overvolle festivalprogramma. Er is zoveel te zien en te beleven. Voor wie de “Early Bird” tickets voor de volgende editie al in huis heeft en niet zo bekend is met Rotterdam: huur een OV- fiets! Sommige locaties liggen ver uit de buurt en de programmering is behoorlijk strak. Afgezien daarvan was Motel Mozaïque ook dit jaar weer een zeer geslaagd en divers festival. Wij kijken alvast uit naar de volgende editie!

LAVALU
Muziek / Album

LAVALU lanceert nieuw album ‘Earthbound’

recensie: Earthbound - LAVALU
LAVALU

Vrijdag 8 april presenteerde de Arnhemse zangeres en pianiste LAVALU (Marielle Woltring) haar nieuwe album Earthbound in het Amsterdamse Concertgebouw. Het derde en tevens ook het laatste deel uit de Rise-trilogie die maar liefst zes jaar duurde. Op Earthbound is ze voor het eerst te horen in trio-formatie samen met altvioliste Roos Tuenter en cellist Paul Rittel.

Soms lopen dingen anders dan gedacht en sta je ineens met je voeten in de modder. Al ploeterend door het drassige moeras zak je steeds verder weg in een bodemloze put. Marielle Woltring (1979), beter bekend onder haar artiestennaam LAVALU, ging een periode van stilstand door die ze moest zien te verwerken in combinatie met een burn-out. Haar hele leven was ze gewend om altijd maar te vliegen. Altijd maar te presteren. Tot het moment dat haar vleugels afbraken en ze zichzelf ter aarde zag storten. Het besef kwam dat het zo niet langer verder kon. Met Earthbound laat ze die periode van onrust achter zich. Ze richt zich nu op de toekomst. Waarvan ze zelf zegt dat ze die neemt zoals het komt: ‘Je kunt in het leven wel een glitterpak aantrekken, maar uiteindelijk sta je toch met je poten in de modder’.

Zachte kracht

Door het toevoegen van zang zorgt Woltring er voor dat Earthbound niet alleen een klassiek album is, maar ook een popalbum. Met zachte, kwetsbare zang brengt ze haar muziek en diepe betekenisvolle teksten. Zo zingt ze over teleurstellingen op een manier die gevoelig maar nooit droevig overkomt. Ze nam de meeste liedjes thuis op, in haar woonkamer. Die intimiteit voel je in bijvoorbeeld het bloedstollend mooie Your Hand. Tegelijkertijd bemerk je ook een muzikale gevoeligheid, een stukje perfectionisme wellicht, in de composities. Noten die prachtig vallen, instrumenten die elkaar aandachtig beantwoorden, achtergrondvocalen die Woltrings stem perfect complementeren. Hierdoor wil je niet alleen maar in LAVALU’s stem kruipen omdat het er zo knus en fijn is, maar ook omdat die muziek gewoon heel erg goed in elkaar steekt.

Een album met vooral ingetogen klanken, een beperkt aantal instrumenten en zachte zang, kan over het algemeen snel wat saai worden. Earthbound is echter een album dat tien tracks lang blijft boeien, ongeacht hoe vaak je het album hoort. Ingetogen en tedere klanken domineren. Daarnaast zijn er nummers waarop Woltring laat horen dat ze ook jazzy en poppy kan klinken. Kortom: een prachtige afsluiter van een persoonlijke reis die door dalen en over bergen is gegaan.

 

Muziek / Album

De rijkdom van stilte

recensie: Silent Dreams - Harriet Krijgh
Harriet Krijgh op haar celloCo Broerse

De Nederlandse Harriet Krijgh is een van de meest veelbelovende cellisten van haar generatie. Op haar nieuwe album Silent Dreams (2021) speelt ze samen met pianiste Magda Amara liederen voor cello en piano. Onder meer Schubert, Schumann, Brahms, Strauss en Rachmaninov zijn van de partij. Krijgh selecteerde zestien liederen die haar na aan het hart liggen. Ze vormen een weerspiegeling van haar leven als mens en musicus.

Als Harriet Krijgh (1991) in 2019 door een zware handblessure thuis komt te zitten komt haar carrière als succesvol musicus noodgedwongen in de ijskast te staan. Ze wordt overspoeld door een gevoel van eenzaamheid. Zonder cello weet Krijgh niet meer wie ze is en is ze haar muzikale stem verloren. Ondanks deze tegenslagen put zij kracht uit dezelfde gedichten die componisten als Schubert, Schumann, Brahms en Richard Strauss inspireerden. Vooral het onbestemde verlangen erin treft haar als een blik van herkenning. Die liederen vertellen haar iets over zichzelf waar ze nog geen woorden voor had. Op Silent Dreams zijn nu zestien prachtige stukken te beluisteren die Krijgh speciaal voor het maken van dit album heeft uitgezocht. Samen vormen ze het magische huwelijk tussen woord en klank. Het zijn de liederen (en gedichten) die haar in moeilijke tijden troost en houvast hebben geboden.
‘En daarom wil ik ze spelen en delen, met de enige muzikale stem die ik bezit, die van de cello. Het gaat me niet om de schoonheid en de lange lijnen, maar om dicht bij de betekenis van de woorden te komen. Wanneer het in een lied om Schmerz (NL: pijn) gaat, moet mijn cello niet mooi zingen, maar juist die pijn voelbaar maken’, zegt ze daarover in het cd-boekje van Silent Dreams.

Klassieke werken

Om de klassieke werken zo goed mogelijk tot uitdrukking te laten komen, werkte Krijgh samen met haar goede Russische vriendin Magda Amara (1984). Amara behoort in haar eigen land en ver daarbuiten tot een van de meest vooraanstaande pianisten. Ze won prijzen op grote concoursen, waaronder het Ennio Porrino Piano Concours in Italië en de Vladimir Horrowitz International Competition. Net als Krijgh werd ook Amara al in een vroeg stadium van haar leven geïnspireerd door de wereld van de klassieke muziek. Beide vrouwen zijn ontzettend gedreven om alles te geven wat ze in zich hebben. En dat is terug te horen op dit album. Schubert, Schumann, Poulenc, Chausson, Glinka en Rachmaninov: ze komen allemaal voorbij in het artistieke repertoire van deze jonge makers. Ook de opname zelf is fraai gestileerd: met een speelduur van bijna 48 minuten is het een waar genot voor het luisterend oor. Vooral het laatste lied ‘Morgen’ van Richard Strauss klinkt hoopvol, vol vertrouwen en vooral vol van liefde.

Al met al is Silent Dreams een zeer ontroerende recital waarbij er over alles is nagedacht. De melodieën die door beide musici met veel precisie en aandacht zijn uitgewerkt raken je als luisteraar tot op het bot. Krijgh bewijst maar weer dat de cello echt kan ‘zingen’, het ideaal dat ze voortdurend nastreeft in haar musiceren. Dus leg je oor te luisteren, adem de klanken in en laat je meevoeren op de golven van de stilte.

Aelbert Cuyp, Riviergezicht met koeien, ca 1650, Museum of Fine Arts, Budapest
Kunst / Expo binnenland

Helemaal terug van weggeweest: Aelbert Cuyp

recensie: In het licht van Cuyp. Aelbert Cuyp & Gainsborough – Constable – Turner
Aelbert Cuyp, Riviergezicht met koeien, ca 1650, Museum of Fine Arts, Budapest

Lange tijd kon je de fraaie landschappen van Aelbert Cuyp, geboren in Dordrecht, alleen bewonderen aan de overkant van de Noordzee. De afgelopen decennia zijn enkele belangrijke doeken teruggekocht door Nederlandse musea. Ter ere van zijn 400e geboortedag eert het Dordrechts Museum haar plaatsgenoot met een prachtige overzichtstentoonstelling: In het licht van Cuyp. Aelbert Cuyp & Gainsborough – Constable – Turner.

Aelbert Cuyp (1621-1690) wordt tegenwoordig tot de grote landschapsschilders van de 17e eeuw gerekend. Maar in zijn eigen tijd was hij nauwelijks meer dan een lokale grootheid. Kenmerkend zijn de stralende landschappen, badend in het heldere licht van een net buiten beeld gepositioneerde zon. Op de voorgrond vaak een aantal minutieus geschilderde koeien, of schepen, op de achtergrond het herkenbare silhouet van zijn geliefd Dordrecht. Buiten die regio begaf hij zich zelden. Op bestelling werkte hij voornamelijk voor plaatselijke notabelen. Pas jaren na zijn dood begon zijn ster echt te rijzen, vooral in Engeland.

Ontdekt door de Engelsen

In Engeland werd Cuyp vanaf het midden van de 18e eeuw een gevierde naam, met bewonderaars als Thomas Gainsborough, William Turner en de rijke landadel die zijn ode aan het buitenleven enorm waardeerde. Die hang naar het buitenleven is opvallend in een periode waarin de grauwe industrialisering een aanvang nam. Als je de overzichtstentoonstelling in Dordrecht bezoekt, valt het op dat  zijn werken nog steeds erg fris, levendig en harmonieus ogen. Ze ademen in alles een groot vakmanschap. Het is meteen begrijpelijk dat Cuyp de Engelsen wist te raken met zijn panorama’s vol warme gloed en ongerepte landelijkheid.

Invloedrijk

Engelse landschapsschilders als John Constable, Gainsborough, en Turner waren allemaal op de één of andere manier schatplichtig aan Cuyp. Zijn lichteffecten, wolkenpartijen, thema’s en composities werden door hen grondig bestudeerd en vervolgens naar eigen hand gezet. Veelzeggend is dat grootmeester Turner in de periode 1817-1835 vier keer naar Dordrecht afreisde om persoonlijk de wereld van Cuyp te bestuderen. De impact van Cuyp op de toonaangevende Engelse kunstenaars is een mooi uitgewerkt thema in de expositie.

Even helemaal terug in Dordrecht

Het gevolg van Cuyps grote overzeese populariteit was dat bijna al zijn werken rond 1800 waren opgekocht door Engelse aristocraten. In Nederland was toen amper nog een schilderij van hem te vinden. Hij raakte hier zelfs een beetje in vergetelheid. Gelukkig is er de afgelopen decennia gewerkt aan een inhaalslag. Eén van de topstukken van de expositie in Dordrecht is Cuyps Rivierlandschap met ruiters (ca. 1653-1657). Dit schilderij werd in 1965 als eerste belangrijke werk van Cuyp aangekocht door het Rijksmuseum in Amsterdam.

Met de expositie In het licht van Cuyp is de schilder weer even helemaal terug, thuis in het Dordrecht waar hij van geboorte tot dood leefde. Vanuit Engeland en de Verenigde Staten zijn meesterwerken als Het Valkhof te Nijmegen (ca. 1660) en De Maas bij Dordrecht (ca. 1650) beschikbaar gesteld. In totaal zijn er bijna 30 van zijn schilderijen te zien, geflankeerd door tientallen werken van Engelse bewonderaars. Een uitgelezen kans om je onder te dompelen in hun weidse landschappen.

Verlengd t/m 8 mei

In verband met onderbreking door de pandemie is de tentoonstelling verlengd en nog te bezoeken t/m 8 mei. Nieuwsgierig? Op de website van het museum kun je vooraf een leuke online rondleiding volgen!

Kunst / Expo binnenland / Expo buitenland

Een niet te missen les in vrouwelijk curatorschap

recensie: Portrait of a Lady - Art Deco museum Villa Empain

De tentoonstelling Portrait of a Lady, nog tot 4 september 2022 te zien in het Art Deco museum Villa Empain te Brussel, biedt in vijfentachtig zeer goed geselecteerde kunstwerken een niet te missen bijdrage aan de vervrouwelijking van de kunst.

‘It isn’t easy to inhabit the body, is what I’m trying to say; it isn’t easy to stop being a picture, pretty as or trying to be,’ schrijft Olivia Laing in haar essay Skin Bags[1]. In Portrait of a Lady wordt niet expliciet verwezen naar Laing, maar de expositie roept wel echo’s van Laings werk op door op dezelfde doorwrochte manier te wroeten in het beeldkarakter van de vrouw. In een tiental kamers passeert de toeschouwer een geschiedenis van de vrouw in de kunst.

Geen geschiedenisles

De hoofdstukken waarin de expo is onderverdeeld (zoals: Vrouwen in een interieur en De transformatie van het discours) vormen zeker niet het boeiendste onderdeel van de expo. Al was het maar omdat zich toch steeds de vraag blijft opdringen wat deze hoofdstukken voor hebben op andere thema’s. In vijfentachtig goed gekozen kunstwerken (overigens van consequent hoge kwaliteit), verdeeld over een tiental kamers, loopt het publiek langs een van de schier oneindige versies waarop het verhaal van de vrouw in de kunst verteld kan worden.

Wie deze expo bezoekt met als doel een eenduidige geschiedenisles te krijgen, komt bedrogen uit. Wie die ambitie echter los kan laten, krijgt iets zeer waardevols in de plaats. De expo roept bedrieglijk eenvoudige gevoelens op, waaronder een complex netwerk van interessante, intellectuele opvatting verborgen zit.

Meer dan de male gaze

Neem het voorbeeld van de twee werken in de volledige met azuurblauwe steentjes betegelde badkamer: Girl with Outstretched Arms van Alphonse Mucha en Voluptuous van Felix De Vigne. Frontaal in de nis van de badkamer hangt de potloodtekening van Mucha waarop een jonge vrouw haar armen uitstrekt, de palmen in een afwerend gebaar. Dieper in de nis hangt het schilderij van De Vigne. Het werk straalt sensualiteit uit en toont twee naakte, roomwitte vrouwen die zich baden in een rivier.

De vastberaden vrouw in broze potloodlijnen lijkt haar seksegenoten te willen beschermen tegen begerige blikken. Zodat deze, niet verstoord door schaamte of zelfbewustzijn, naakt kunnen zijn. Hoewel dit contact over kaders en lijsten heen een werkelijk uitzonderlijk moment in de expo is, blijft de dialoog tussen kunstwerken en publiek zich door de hele tentoonstelling manifesteren.

Deze expo overstijgt met verve de eendimensionele antwoorden op het vraagstuk van de male gaze en legt de verantwoordelijkheid voor het denken en voelen bij de kijker. Dat je daarbij en passant ronduit schitterende werken van Seydou Keïta, James Ensor en Irina Rasquinet te zien krijgt, is balsem voor de soms pijnlijke vragen die overblijven. Met betrekking tot het werk van Rasquinet, te zien onder de bomen op het balkon van de villa, valt het overigens tegen alle goede gewoonten in aan te raden het museum op een stralend zonnige dag te bezoeken. Het spel van licht en schaduw op de glasvezel sculpturen is van een hypnotiserende schoonheid.

Museum van empathie

Portrait of a Lady sluit af met een reizende installatie van het Empathy Museum: A Mile in My Shoes. De bezoeker kiest een paar schoenen uit, stuk voor stuk vrouwenschoenen. Ze krijgt vervolgens in een koptelefoon het korte, bijbehorende (levens)verhaal te horen, ingesproken door de eigenaar van de schoenen zelf. Dat kan een heftig en geladen verhaal zijn, maar net zo goed het relaas van een ouder wordende vrouw die haar roeping vond als bloemist.

Door het laatste woord te geven aan vrouwen en aan een verbindend gegeven als empathie lijkt deze expo te willen zeggen dat in de feministische slag om musea, protest en zorg hand in hand moeten gaan.

Het is niet met zekerheid te zeggen, maar het vermoeden rijst dat dit een tentoonstelling is die gemaakt is voor vrouwen. Als het dan al niet de vrouwelijke kunstenaar of de vrouwelijke muze is die als kwantificeerbare winnaar uit deze vergelijking komt, dan toch zeker wel de vrouwelijke toeschouwer, die dankzij haar bezoek een wezenlijke en nog lang nazinderende dialoog over vrouwelijkheid kan aangaan. Portrait of a Lady is op die manier als een goed gesprek met een hartsvriendin, of als een essay van Olivia Laing. En bovenal is de expo een niet te missen les in vrouwelijk curatorschap.

 

[1] Laing, Olivia. 2020. Funny Weather: Art in an Emergency. Londen: Picador.

Muziek / Achtergrond
special: Het nieuwe concertseizoen
Hans Roggen

Van de middeleeuwen tot nu

Ze rollen zo langzamerhand in de brievenbus: de brochures voor het nieuwe concertseizoen 2022-2023. En de aankondigingen op social media komen ondertussen ook binnen, met het verzoek data vrij te houden. Concerten, series en festivals die lopen van middeleeuwse muziek, via de gouwe ouwe tot werken waarvan de inkt nog nat is. Een voorproefje. 

Een middeleeuwse legende

Soms ontstaan er interessante dwarsverbanden. Om te beginnen de ‘Hildegarddag’ van de Organisatie Oude Muziek, op 25 februari 2023 in TivoliVredenburg in Utrecht en een dag later in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Een hele dag gewijd aan ‘een middeleeuwse legende’. Met een scratch voor amateurzangers, de film Vision, een lezing door de gerenommeerde Vlaamse musicus Hendrik Vanden Abeele, onder meer dirigent van vocaal ensemble Psallentes en onderzoeker aan de Universiteit Leiden, en twee concerten door achtereenvolgens Ars Choralis Coeln en het Triburtina Ensemble.

Precies een maand later, op 25 maart 2023, brengt de sopraan Barbara Hannigan in het kader van de NTR ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw samen met de legendarische pianisten Katia en Marielle Labèque een vertaling van ‘de impact die de muziek van de Duitse abdis en mystica destijds had (…) naar de eenentwintigste eeuw’. Met licht, soundscapes en projectie.
In december dit jaar staat Hannigan voor het eerst voor het Koninklijk Concertgebouworkest als dirigent. Zij verheugt zich er vooral op deel uit te maken van de prachtige klank van het orkest, zoals ze in een interview met artistiek directeur Ulrieke Niehoff vertelde tijdens de seizoenpresentatie op 28 maart jl. via Zoom.

Grote Zaal en Het Koninklijk Concertgebouworkest

Een gouwe ouwe

Een gouwe oude blijkt komend concertseizoen Johannes Brahms te zijn; zijn naam duikt overal op, al valt 190 jaar geleden geboren-zijn toch niet echt een kroonjaar te noemen. Bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest dirigeert John Eliot Gardiner in mei 2023 de vier symfonieën die Brahms componeerde, verdeeld over twee avonden (3 en 5 mei). Een ‘bonusserie’ volgens spreekstalmeester Dominic Seldis tijdens voornoemde presentatie onder leiding van een dirigent die het beste uit het orkest naar boven haalt.
Ook in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam zijn bijvoorbeeld verschillende concerten met de kamermuziek van Brahms gepland, waaronder een marathon op 5 november 2022 met als centrale gast zowel ’s middags als ‘s avonds de pianiste Elisabeth Leonskaja.  

Festivals

Ook de festivals hopen komend concertseizoen weer ‘los’ te kunnen gaan. Variërend van het Festival Oude Muziek in Utrecht tot November Music in ’s-Hertogenbosch en alles wat daar qua muziekstijlen, periodes en provincies tussen zit.
Het Festival Oude Muziek (FOMU) richt de aandacht dit jaar van 26 augustus – 4 september op ‘Galanterie(s)’, met name op de zonen van Joh. Seb. Bach. Co-curator is dit jaar prof. dr. Rosa Braidotti (Universiteit Utrecht), die al verschillende edities van het festival als interessante gastspreker optrad.
In 2022 vindt ook weer het Internationaal Van Wassenaer Concours plaats. Van 31 augustus t/m 2 september tijdens het FOMU, met dit jaar de focus op klassiek en romantisch repertoire.

Qua tijd (september) volgt het Gaudeamus Festival bijna naadloos op het FOMU. Hier gaat het om ‘hét festival voor nieuwe muziek van jonge en experimentele makers’. Op 7 september 2022 is de opening night. Hier treedt dan het Asko|Schönberg op in samenwerking met de Ensemble Academie en Wu Wei (cheng). In VredenburgTivoli in Utrecht, ook het hart van het FOMU.

Wie zijn hart wil ophalen aan nog meer hedendaagse muziek, kan terecht bij November Music (van 3 t/m 13 november 2002). De centrale componist is dit jaar Joey Roukens, over wie 8WEEKLY al eerder schreef. Aan hem is onder meer de opdracht gegeven tot het schrijven van het jaarlijkse Bosch Requiem.
Op 15 oktober gaat overigens in een serie van de AVROTROS in VredenburgTivoli Roukens’ Eerste symfonie in première, uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van André de Ridder. En op 11 mei 2023 danst Het Nationale Ballet de première van de ‘dansthriller naar het beroemde boek van Oscar Wilde: Dorian’ op muziek van diezelfde Joey Roukens.

Festivals om altijd goed in de gaten te houden zijn het Februari Festival in het nieuwe Amare in Den Haag, het ‘huis voor cultuur, educatie, events en ontmoeting’, het Peter de Grote Festival in Groningen (20 t/m 30 juli), dat tegen die tijd overigens waarschijnlijk een naamsverandering heeft ondergaan, en ‘Musica Sacra’ in Maastricht (14 t/m 18 september 2022) met als thema ‘Exodus’.
En houd – nu we het over nieuwe concertzalen hebben – ook de programmering van Musis Arnhem in de gaten! Als ze daar een gigant als pianist Grigory Sokolov weten te strikken (10 juni 2022), is dat een belofte voor een interessant concertseizoen 2022-2023! 

Niet in Arnhem maar wel in Enschede (31 maart), Oldenzaal (1 april) en Zwolle (2 april 2023) voert Phion, het orkest van Gelderland en Overijssel Bachs Matthäuspassion uit onder leiding van barokspecialist Reinhard Goebel. Dat belooft spannend te worden!

Alle hokjes te boven

Zoals we begonnen met interessante dwarsverbanden, zo eindigen we met een ensemble dat een paar keer te horen is komend seizoen, en dat met hun opname van Bachs Matthäus Passion op Harmonia Mundi dit seizoen hoge ogen gooide. Merlijn Kerkhof schreef er in de Volkskrant het volgende over: ‘Wie in een stuk waarvan iedere noot tien keer is omgekeerd nog zo kan verrassen, behoort tot de groten. En wie alleen al het openingskoor beluistert, moet vaststellen dat Pichon aardig groot is.’ Raphaël Pichon is dirigent van Pygmalion. Zij komen onder meer naar het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam en voeren dan werk uit van de voorgangers van Joh. Seb. Bach, zoals in het FOMU navolgers van hem te horen zijn. Op 7 februari en 8 april 2023.

En dan zijn nog lang niet alle brochures en aankondigingen binnen! Zo ontbreekt nog veel vocale (koor en opera) muziek, maar dat we wat hebben in te halen, dat is duidelijk.  

 

Muziek / Concert

Dood en (over)leven

recensie: NTR ZaterdagMatinee 12 februari 2022
Simon van Boxtel

Het begon allemaal op 23 september 1961. Met het ‘Matinee op de Vrije Zaterdag’. Het Matinee bestaat nog steeds, nu onder de naam ‘NTR ZaterdagMatinee’. Concerten met vanaf het begin af aan een avontuurlijke programmering en uitvoeringen op een hoog niveau, live uitgezonden op Radio 4. Een centrale rol spelen het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, aangevuld met instrumentale of vocale solisten en onder leiding van gerenommeerde dirigenten.

Dit seizoen staat het werk van de Deense componist Hans Abrahamsen (1952) centraal. Afgelopen zaterdag zong sopraan Barbara Hannigan samen met het Radio Fil – zoals het orkest in de wandeling wel wordt genoemd – onder leiding van chef-dirigent Karina Canellakis Abrahamsens Let me tell you. Omlijst door de Ouverture Parsifal van Richard Wagner en de Lemminkäinen-suite van Jean Sibelius. Over avontuurlijk programmeren gesproken!

Diep graven

Zo’n programma heeft alles te maken met wat in het programmaboekje onder de overkoepelende termen ‘Sagen en legenden’ werd geschaard. Abrahamsen plaatste in zijn liederencyclus Ophelia centraal, het personage uit Shakespeares toneelstuk Hamlet, gebaseerd op een sage. Wagner greep terug op een epos van Wolfram von Eschenbach, en Sibelius werd ook geïnspireerd door een aloude sage, lezen we.

Maar er valt dieper te graven. Op z’n minst nog twee lagen diep. In de eerste plaats zijn er overeenkomsten qua sfeer tussen Wagner, Abrahamsen en Sibelius. Twee uitersten raken elkaar in alle drie de werken: een breekbaar klankidioom en een gewijde sfeer met geladen stiltes. Om nog maar te zwijgen over de toonsoort Es gr.t., waarin zowel Wagner zijn ouverture eindigt als Sibelius zijn suite. Dat is één.

Ten tweede (of derde, als je de sagen en legenden meetelt) is daar een overkoepelend thema: dood en (voort)leven. Dat geldt voor de opera van Wagner, waarin de dood van Jezus van Nazareth en diens opstanding passeren, en voor Ophelia bij Abrahamsen, die sterft en wellicht voortleeft. En ten slotte ook voor Sibelius, waar Lemminkäinen in de rivier wordt gegooid maar uiteindelijk door zijn moeder met een druppel honing weer naar het rijk der levenden wordt teruggebracht.

Natuurlijk zijn er ook grote verschillen tussen de laatromantische Wagner, de totaal eigen stijl van Abrahamsen en Sibelius als vertegenwoordiger van de nationaal-Finse muziek. De tekst die Paul Griffiths in 2008 schreef en baseerde op de 481 woorden die Ophelia in Hamlet spreekt, is trouwens ook al eerder op muziek gezet. Of liever: tijdens het Holland Festival 2007 improviseerde celliste Frances-Marie Uitti in het Amsterdamse Bimhuis op dezelfde tekst die toen door de schrijver zelf werd uitgesproken.

En nog eens diep graven

Je moet als uitvoerenden wel een hoog muzikaal aanzien hebben om de overeenkomsten én de verschillen allemaal tot hun recht te laten komen. En dat was afgelopen zaterdag het geval. Om te beginnen was daar natuurlijk de soliste voor wie Abrahamsen zijn compositie in 2013 schreef: de sopraan Barbara Hannigan. Wát voor een sopraan, maar dat wisten we al. Opvallend was haar sterke benadrukking van de letter ‘k’, die hierdoor telkens als een verkapt slagwerk klonk. Slagwerk dat een grote rol speelt in dit stuk, zoals aan het slot, waar een slagwerker een vel papier over een grote trom wrijft. De zaal zat er muisstil en ademloos naar te luisteren, en dirigent Karina Canellakis hield geruime tijd de armen in de lucht om die sfeer niet te verbreken. Daarna nodigde zij, samen met Hannigan, de componist uit op het podium om in het ovationele applaus en voetgetrappel te delen.

Wat Canellakis voor elkaar kreeg en uit het orkest haalde, grensde het gehele concert aan het ongelooflijke. Er was hard aan gewerkt, dat kon je alleen al zien aan de uitgekiende orkestopstelling: de contrabassen zaten niet rechts zoals gebruikelijk, maar links. Rechts zat een deel van de koperblazers en een harp. Zelfs in de grote bezetting van het orkest leverde dit merendeels een afgewogen en doorzichtige klank op, die optimaal versmolt en waarin verschillende sferen ten diepste werden uitgelicht. Zodat ten slotte ook de dreigende ondertoon in alle stukken (nog zo’n overeenkomst!) aldoor voelbaar was.

Een concert dat niet alleen om door een ringetje te halen was, maar nog lang zal nazinderen.

 

Boeken / Fictie

Een reis naar binnen

recensie: Astrid Roemer – Over de gekte van een vrouw

Wat is er in deze tijden van Black Lives Matter en de schandalen die BOOS aan het licht bracht relevanter dan een roman over een Surinaamse vrouw die in een door mannen gedomineerde wereld haar moeizame weg vindt? Gelukkig is dat boek allang geschreven. Onze recensent snorde Over de gekte van een vrouw (1982) op uit haar boekenkast en herlas hem. Is het boek nog steeds relevant in 2022?

Met Over de gekte van een vrouw zorgde Astrid Roemer (Paramaribo, 1947) voor een compleet eigen geluid in de Nederlands-Caribische literatuur en veroverde daarmee een Europees lezerspubliek. Deze indrukwekkende roman over het vrouw-zijn in de jaren tachtig zorgt ervoor dat de koloniale geschiedenis van Suriname voelbaar wordt. De achttienjarige Noenka wordt, wanneer zij als lerares het nest verlaat, in een samenleving gezogen die vibreert van identiteiten, botsende levensovertuigingen, agressie en persoonlijke belangen. Zij worstelt met het vinden van een eigen identiteit en seksualiteit. Die zoektocht naar de betekenis van het vrouw zijn en het zwart zijn, is het belangrijkste onderwerp van Over de gekte van een vrouw, de tweede roman van Roemer. De Surinaamse auteur debuteerde in 1970 onder het pseudoniem Zamani met de dichtbundel Sasa en ontving in 2016 de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre. Als kers op de taart won Roemer vorig jaar de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.

Ik ben Noenka, wat betekent: Niet Weer. Geboren uit twee tegenstellingen, een vrouw en een man die zelfs mijn dromen opentrekken. Ik ben vrouw, ook al weet ik niet waar het begint en waar het vrouw-zijn ophoudt, en in de ogen van anderen ben ik zwart en iedere keer wacht ik af wat dat betekent.

 

Transformatie

Hoewel het verhaal eerst even op gang moet komen trekt het je daarna al snel mee naar het postkoloniale tijdperk. Dit is een periode waarin er geen ruimte is voor avontuurlijke rebelse vrouwen die de wereld willen ontdekken en zeker niet willen blijven hangen in een gewelddadig huwelijk. Toch weet Noenka zich al na negen dagen te bevrijden uit de wurggreep van haar man en slaat ze op de vlucht. Een drastische keuze die haar leven compleet verandert. Noenka rolt van de ene in de andere relatie, maar allemaal kunnen ze haar niet bieden wat ze zoekt. Tot ze later iemand tegenkomt die haar leert om haar vrouwelijkheid te omarmen. ‘Zacht als een open orchidee’.

 

Toen kwam Gabrielle. Ze bevrijdde mij uit de greep van mijn vaders geslacht zoals mijn moeder dat gedaan zou hebben, reddeloos en beslist. Ze droeg mijn koffer de hele weg die wij te voet aflegden naar het treinstation. Het scherpe zand vulde onze schoenen en bemoeilijkte het lopen. Ze sprak niet. Soms bleef ze staan om het zweet van haar gezicht te vegen, haar schoenen leeg te schudden, de koffer in de andere hand te vatten of om te zuchten: mijn Gabrielle, strijdbaar maar zonder wraak op haar lippen.

 

Bijbelse symbolen

De roman staat bol van de symboliek en is daarmee uitermate geschikt voor de meer ervaren lezer. Het is beeldenrijk en complex geschreven, vol Bijbelse verwijzingen en Creoolse allegorieën. Met name in het begin en aan het einde laat de auteur veel open. De lezer moet zelf het verhaal reconstrueren aan de hand van flarden informatie van een verwarde Noenka.

 

In mijn hoofd schreeuwde mijn stem:
Hoe kun je mij slaan, zwarte man? Hoe kun je mij zo diep kwetsen? Weet je niet dat daar mijn pijnlijke wond is, zwarte man, deel van het gezwel dat generaties oud is. Hoe kun je een erectie krijgen terwijl je mij slaat, zwarte man. Hoe kun je pijn met pijn vergelden. Ik wil dat je zacht voor me bent, zwarte man, een heelmeester voor dat oude gezwel. Ik heb niets te maken met die afgrijselijke poel, zwarte man, waarin deze wittemannenwereld jou wil doen verdrinken. Ik ben een mee-lijdende zuster, zwarte man.

De thrillerachtige sfeer, gecombineerd met de poëtische beschrijving van een vrouwelijke binnenwereld maakt van Over de gekte van een vrouw een heel bijzonder boek. Maar belangrijker nog: het laat de lezer kennismaken met Suriname op een manier die in Nederland onbekend is. Juist nu in deze tijd is het belangrijk om stil te staan bij onze eigen privileges. Al met al een boek dat zeer de moeite waard is en je aan het denken zet.

 

Film / Films

Vijf films die je absoluut moet kijken op het IFFR

recensie: International Film Festival Rotterdam
Hold Me Tight FilmIFFR

Het International Film Festival Rotterdam wordt dit jaar online uitgezonden tot en met 6 februari. We missen het pluche, en op je laptop komt de cinematografie natuurlijk een stuk minder sterk uit dan op een groot bioscoopscherm. Voordeel is wel dat je alle films kan kijken die je wilt. Tegelijk maakt het ontbreken van een blokkenschema de keuze wel heel moeilijk. Hoe word je wegwijs in zo een groot aanbod? Rose Heliczer deed het vuile werk voor je en kwam tot deze best-of selectie.

Stijlvolle film-noir

THE EXECUTION – Lado Kvataniva

Issa viert feest. Hij heeft na tien jaar een van de meest complexe moordzaken uit Rusland opgelost. Althans, dat denkt hij. Dan krijgt hij een telefoontje. Er is een nieuw slachtoffer, dat de aanval overleefd heeft. Hoewel de trailer veel bloed en geweld belooft, is dat niet de reden om deze film te kijken. The Execution is geen heldenfilm, maar een psychologische verkenning van de begrippen goed en kwaad en hoe de twee in elkaar verweven zijn. De film drijft op intelligente wendingen in het plot en een sterke opbouw. De relatie tussen de detective en verdachte wordt steeds persoonlijker. Aan het eind geeft dat, zoals een goede film-noir betaamt, vooral slachtoffers. De Etruskische executie, waarin de crimineel gestraft wordt door zijn eigen prooi, speelt een rol. 
Dankzij de goed gestileerde beelden (die sovjet-auto’s!) en een druppel zwarte humor is deze bij tijden bloederige film goed te verteren. Een prettig opgezet verhaal dat door heen en weer in de tijd te springen naar een verrassend einde toewerkt.

 

Liefde en verlies

HOLD ME TIGHT– Mathieu Amalric

Hoewel de cinematografie erg sterk is en er weinig gesproken wordt, is dit niet je standaard “weinig dialoog prachtige landscapes”- arthouse-film. We volgen Clarisse, die haar gezin verlaat in een prachtige oldtimer die al twee maanden stof stond te happen in de garage. Of dat denken we. Beelden van haar nachtelijke vertrek vermengen zich met hoe de rest van het gezin de volgende ochtend wakker wordt in een huis zonder moeder. Franse filmmaker Mathieu Amalric weet een geslaagd verhaal over liefde en verlies neer te zetten. Kundig speelt hij met tijd, realiteit en fantasie. Wie zit er in wiens hoofd? Wie verliet wie? Of verliet iedereen elkaar op een bepaalde manier? Zinnen als “I imagined that I left” of “I am tired of waiting on spring”, veranderen door de film heen van betekenis. Net als het beeld dat je vormt van deze weggelopen moeder, die indrukwekkend vertolkt wordt door Luxemburgse actrice Vicky Krieps. Een poëtisch getinte film waarbij na afloop pas de gebeurtenissen en uitspraken op hun plek dwarrelen.

 

Lippenstift en drugskartels

NOCHE DE FUEGO – Tatiana Huezo

Drugskartels in Mexico. Zijn we daar ondertussen niet op uitgekeken? Nou: Nee. Tatiana Huezo laat ons meekijken in het dagelijks leven van Ana, een jong meisje dat de oversteek naar adolescentie aan het maken is in een dorp dat beheerst wordt door een drugskartel. Als je op de papavervelden werkt beschermen ‘ze’ je. Maar ‘ze’ nemen ook jonge meisjes mee van huis. Daarom hebben Ana en haar moeder een kuil gegraven waarin Ana zich kan verstoppen als het nodig is. De moeder-dochterband speelt een grote rol in de film. Het wordt steeds begrijpelijker waarom Ana’s moeder zwaar aan de drank gaat, of razend wordt als ze ziet dat haar negenjarige dochter lippenstift draagt.

De meisjes worden gedwongen hun haren af te laten knippen tegen de luizen. Ana’s moeder verklaart dat het meisje met de hazenlip niet geknipt hoeft te worden omdat luizen alleen van zoet bloed houden, en dat van haar is bitter. De kijker weet wel beter. Ana is een dapper kind dat haar weg vindt in een verstoorde wereld. Die overigens in prachtige beelden en door knap acteerwerk (de blik van de jongere Ana!) vastgelegd is. Noche de Fuego is ook sonorisch erg aantrekkelijk. Er wordt veel nadruk gelegd op het gehoor, omdat de meisjes getraind worden om goed te luisteren waar welk geluid vandaan komt. Wiens hond blaft. Waar er geschreeuwd wordt. Welke auto op hun huis afkomt. Een film over vriendschap, moeders, en manieren om je te redden in de dreigende dagelijkse realiteit dat alles van het een op het andere moment afgelopen kan zijn.

 

Vergane Glorie

GÉZA – Reyndert Guiljam

Er staan veel films op de IFFR-programmering. Vergeet daarom vooral niet ook wat shorts te kijken! Reyndert Guiljam, de maker van Géza, is er één om in de gaten te houden. ‘Alles wat de dag me brengt dat is goed’, zegt Géza Szegedi, subject van de korte documentaire. Hij was ooit Neerlands grootste strafrechtadvocaat. We zien beelden van hem in de rechtszaal. We horen hoe hij op zijn knieën over de vloer van de zaal kroop om ‘het recht te zoeken’. Deze markante en extreem succesvolle advocaat maakte een duikvlucht naar beneden toen vanaf de jaren tachtig het een en ander veranderde in de regelgeving omtrent advocatuur in Nederland. Hij verloor zijn bezittingen en is zelfs dakloos geweest. De vraag die door de documentaire heen blijft zinderen is: is Szegedi geniaal of gek? En zou het kloppen dat hij, zoals zijn zoon stelt, een motor zonder standaard is? Een motor die op volle kracht door moet blijven rijden om niet om te vallen? Géza is een slim gemonteerd, onderhoudend verhaal. We spreken de geliefde van Géza, een oud seksbaron, een zoon, een vriendin. Het wordt nergens te sentimenteel en blijft afwisselen tussen lichtvoetigheid en tragiek, zoals Géza zelf bloedserieus en clownesk door het leven wandelt. Al dan niet met een enorme bontmuts op zijn hoofd.

GÉZA Film

Géza | IFFR 

Dromenland

Please Baby Please – Amanda Kramer

Gezien maker Amanda Kramer de IFFR Focus van 2022 is, kun je de openingsfilm Please Baby Please eigenlijk niet missen. Maar wat valt erover te zeggen? Kijk hem niet als je brak bent. Of kijk hem juist als je brak bent. Want dit is geen logische film. Zet hem aan en word meegevoerd in deze hypergestileerde draaikolk over seksuele voorkeuren, mannelijkheid en de aantrekkingskracht van gevaar. Maak een val van de realiteit naar een spookachtig droombeeld. Mijmer over de functie van ‘stoer zijn’ en word verliefd op Karl Glusman die in zijn doorkijktanktop zwoele blikken in de camera werpt. Maar verwacht geen pakkende verhaallijn of een enorme spanningsboog. Wel is de film de moeite van het kijken waard. Het is een interessante afwisseling op conventionelere cinema, vanwege zijn extravagante karakters, droomachtige sfeer en het sporadische musicallied.

International Film Festival Rotterdam is te zien tot en met 6 februari 2022.

 

Please Baby Please Film