Berichten

Boeken / Non-fictie

Klassieker herleeft

recensie: Geschiedenis van de seksualiteit - Michel Foucault

Geschiedenis van de seksualiteit van de Franse filosoof Michel Foucault wordt nieuw leven ingeblazen met een mooie heruitgave door uitgeverij Boom.

Tussen 1976 en 1984 publiceerde Foucault de drie delen van zijn Geschiedenis van de seksualiteit. Het vierde en laatste deel zou pas lang na zijn dood verschijnen. De werken blijven fascineren en zijn inhoudelijk nog erg actueel. In deze nieuwe uitgave zijn de eerste drie delen van Geschiedenis van de seksualiteit voor het eerst samengevoegd in één bundel. Vertaalster Jeanne Holierhoek heeft het hele werk opnieuw vertaald, waardoor het werk ook in taalkundig opzicht goed in de moderne tijd past.

Machtsspel

Foucault is als filosoof met name bekend door zijn denken over macht. Ook Geschiedenis van de seksualiteit gaat over macht. De auteur geeft een analyse van de omgang met seksualiteit in de hedendaagse maatschappij, de middeleeuwen en de oudheid. Op die manier zet hij vraagtekens bij de manier waarop wij nu naar seksualiteit kijken. Het heersende paradigma is dat wij onszelf bevrijd hebben van een onderdrukking. Vroeger was de seksualiteit onvrij, stelt Foucault. Je mocht er niet over praten en was gebonden aan geldende normen.

Bevrijding

Volgens Foucault is het paradigma waarin wij nú zitten evengoed onderdrukkend. Niet omdat het ons iets verbiedt, maar juist omdat het ons iets gebiedt, namelijk het voortdurend praten over onze seksualiteit. Iedereen wordt aangemoedigd om in de openbaarheid te brengen wie hij is en welke seksuele geaardheid bij die persoon hoort. Maar juist dat vastleggen van seksualiteit in hokjes als ‘homo’ of ‘transgender’ verkleint onze vrijheid, stelt Foucault. Er is dus nog veel meer winst in de vorm van vrijheid te behalen als we ons niet laten dwingen tot het publiekelijk maken van een bepaalde keuze, maar juist door het niet-kiezen en niet-delen. Foucault zou dus kritiek hebben op de hedendaagse gender-discussie, omdat de mensen die zichzelf in deze discussie denken te bevrijden, zichzelf tegelijkertijd opnieuw vastleggen. Dit is een belangrijk onderwerp in het denken van de filosoof, die zelf als homoseksueel de betekenis van dit label veelvuldig heeft onderzocht in zijn teksten.

Actueel

Foucault zet in Geschiedenis van de seksualiteit dus vraagtekens bij de wat hij noemt ‘bekenteniscultuur’, waarin iedereen continu de drang voelt over zijn of haar seksualiteit te praten en deze te categoriseren. Volgens de filosoof is deze behoefte direct terug te herleiden tot het christendom, waarin de gelovige door een bekentenis bij de priester vergeven kan worden voor zijn zonden. In de huidige tijd waarin er veel aandacht is voor LHBT-vraagstukken is Geschiedenis van de seksualiteit nog altijd even actueel als toen Foucault het schreef. Ook in onze tijd doet het feminisme opnieuw stof opwaaien en het kan bijzonder interessant zijn dit met Foucault in de hand te beschouwen. Foucault graaft dieper dan veel mensen die dit debat overschreeuwen en aan de oppervlakte blijven. Via zijn denken wordt het misschien mogelijk om uit het bestaande paradigma te ontsnappen en met een andere kijk onszelf te bezien.

De nieuwe uitgave van Geschiedenis van de seksualiteit is erg de moeite waard en mag uiteraard niet ontbreken in de boekenkast van een filosofieliefhebber.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Klassieker herleeft

recensie: Geschiedenis van de seksualiteit - Michel Foucault

Geschiedenis van de seksualiteit van de Franse filosoof Michel Foucault wordt nieuw leven ingeblazen met een mooie heruitgave door uitgeverij Boom.

Tussen 1976 en 1984 publiceerde Foucault de drie delen van zijn Geschiedenis van de seksualiteit. Het vierde en laatste deel zou pas lang na zijn dood verschijnen. De werken blijven fascineren en zijn inhoudelijk nog erg actueel. In deze nieuwe uitgave zijn de eerste drie delen van Geschiedenis van de seksualiteit voor het eerst samengevoegd in één bundel. Vertaalster Jeanne Holierhoek heeft het hele werk opnieuw vertaald, waardoor het werk ook in taalkundig opzicht goed in de moderne tijd past.

Machtsspel

Foucault is als filosoof met name bekend door zijn denken over macht. Ook Geschiedenis van de seksualiteit gaat over macht. De auteur geeft een analyse van de omgang met seksualiteit in de hedendaagse maatschappij, de middeleeuwen en de oudheid. Op die manier zet hij vraagtekens bij de manier waarop wij nu naar seksualiteit kijken. Het heersende paradigma is dat wij onszelf bevrijd hebben van een onderdrukking. Vroeger was de seksualiteit onvrij, stelt Foucault. Je mocht er niet over praten en was gebonden aan geldende normen.

Bevrijding

Volgens Foucault is het paradigma waarin wij nú zitten evengoed onderdrukkend. Niet omdat het ons iets verbiedt, maar juist omdat het ons iets gebiedt, namelijk het voortdurend praten over onze seksualiteit. Iedereen wordt aangemoedigd om in de openbaarheid te brengen wie hij is en welke seksuele geaardheid bij die persoon hoort. Maar juist dat vastleggen van seksualiteit in hokjes als ‘homo’ of ‘transgender’ verkleint onze vrijheid, stelt Foucault. Er is dus nog veel meer winst in de vorm van vrijheid te behalen als we ons niet laten dwingen tot het publiekelijk maken van een bepaalde keuze, maar juist door het niet-kiezen en niet-delen. Foucault zou dus kritiek hebben op de hedendaagse gender-discussie, omdat de mensen die zichzelf in deze discussie denken te bevrijden, zichzelf tegelijkertijd opnieuw vastleggen. Dit is een belangrijk onderwerp in het denken van de filosoof, die zelf als homoseksueel de betekenis van dit label veelvuldig heeft onderzocht in zijn teksten.

Actueel

Foucault zet in Geschiedenis van de seksualiteit dus vraagtekens bij de wat hij noemt ‘bekenteniscultuur’, waarin iedereen continu de drang voelt over zijn of haar seksualiteit te praten en deze te categoriseren. Volgens de filosoof is deze behoefte direct terug te herleiden tot het christendom, waarin de gelovige door een bekentenis bij de priester vergeven kan worden voor zijn zonden. In de huidige tijd waarin er veel aandacht is voor LHBT-vraagstukken is Geschiedenis van de seksualiteit nog altijd even actueel als toen Foucault het schreef. Ook in onze tijd doet het feminisme opnieuw stof opwaaien en het kan bijzonder interessant zijn dit met Foucault in de hand te beschouwen. Foucault graaft dieper dan veel mensen die dit debat overschreeuwen en aan de oppervlakte blijven. Via zijn denken wordt het misschien mogelijk om uit het bestaande paradigma te ontsnappen en met een andere kijk onszelf te bezien.

De nieuwe uitgave van Geschiedenis van de seksualiteit is erg de moeite waard en mag uiteraard niet ontbreken in de boekenkast van een filosofieliefhebber.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

De kunst van het leven (en schrijven)

recensie: Seneca - Levenskunst

Sommige inzichten en beschouwingen zijn tijdloos. De Essays van Montaigne. De autobiografische, filosofische bespiegelingen van Marcus Aurelius. En zonder twijfel ook de traktaten van Seneca. Zes daarvan zijn nu gebundeld in Levenskunst. Wie zich aan het leven al eens een bult valt, kan hier niet omheen.

De carrière van Seneca (ca. 4 v.Chr. – ca. 65 na Chr.) is welbekend en veelbesproken. Van hoge Spaanse afkomst kwam hij in Rome terecht, waar hij een glansrijke carrière zou uitbouwen als redenaar, senator, schrijver, filosoof en zakenman. Hij werd door keizer Claudius, die van zijn inzichten niets moest hebben, verbannen naar Corsica, maar later door Agrippina, de tweede vrouw van Claudius, terug naar Rome gehaald. Daar zou hij zijn beroemdste rol spelen: mentor en privéleraar van de jonge, wilde maar potentieel glorieuze Nero. Wist hij de keizer in diens eerste regeringsjaren nog in toom te houden, dan ging het al gauw van kwaad naar erger. Seneca werd uiteindelijk van een complot tegen de keizer beschuldigd en kreeg de eervolle uitweg van zelfmoord aangeboden, die hij aannam.

Onkwetsbaarheid

Een bewogen leven dus, en dat voor een man die de stoa volgde, een denkwijze die stelde dat passie altijd door de rede moest worden beheerst. Kortom, die de onverstoorbaarheid predikte. Dat blijkt ook uit de vragen die hij zich in de essays stelt: Wat moet ik doen om écht gelukkig te worden? Hoe kan ik waardig sterven? Hoe leid ik een moreel waardig en evenwichtig bestaan? Hoe kan ik mij het ideaal van onkwetsbaarheid aanmeten?

Vervolgens gaat hij diepgaand, maar niet zonder humor en anekdotiek in op deze vragen. Zo bestrijdt hij bijvoorbeeld de dooddoener dat het leven te kort zou zijn. Onzin, aldus Seneca, we vullen het gewoon tot de nok met overbodige en nutteloze zaken als sporten, een mooi lichaam, najagen van geld en politieke discussies. Allemaal niet nodig, vindt hij, want dat is niet waar de mensen je zullen om herinneren. Het gaat erom je leven zo goed mogelijk in te richten en vervolgens af te sluiten met het beste en meest waardige einde.

Het boeiende nawoord van vertaler en classicus Vincent Hunink, waarin hij Seneca’s meerwaarde voor onze huidige tijd onderstreept, is een mooie bonus, net als de verklarende lijst van persoons- en plaatsnamen. Een goed einde dus, net zoals Seneca het gewild zou hebben.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Een radicaal onzeker meesterwerk

recensie: Louis Paul Boon - De Kapellekensbaan

In de Perpetuareeks verschijnen de grootste werken uit de wereldliteratuur. Volstrekt logisch, dus, dat dit jaar Louis Paul Boons De Kapellekensbaan werd opgenomen.

De Kapellekensbaan (1953) is het eerste deel van een tweeluik, waarvan het drie jaar later verschenen Zomer te Ter-Muren het tweede deel vormt. Louis Paul Boon (1912–1979) wilde niets minder dan de naoorlogse wereld in taal vangen, zoals Kris Humbeeck in zijn nawoord bij deze editie schrijft. Daarbij moeten we vaststellen dat ‘dat belachelijk ambitieuze project niet totaal is mislukt.’ Dat is inderdaad opmerkelijk.

In het schrijven ontstaat het verhaal

Wat wel tot mislukken gedoemd is, is een overzicht van de plot van deze breed uitwaaierende en diep gravende roman te geven. De Kapellekensbaan bestaat uit drie lagen. Ten eerste is daar het hedendaagse verhaal van een Boon-achtige figuur die een roman over het negentiende-eeuwse meisje Ondineke schrijft, dat als roman-in-roman is opgenomen. De laatste lijn bestaat uit verhalen over de Vos Reynaerde, geschreven door een kennis van de hoofdpersoon van de eerste laag.

In het schrijven ontstaat het verhaal. Er hangt een radicale onzekerheid over het verhaal van Ondineke, en ook de gesprekken die ‘Boontje’, de verteller, met vrienden en kennissen voert, lijken zich telkens in het moment te ontvouwen. Anno 1953 bestaan geen grote idealen meer: die zijn in de Tweede Wereldoorlog ten onder gegaan. Zodoende opent zich een vertelwereld die filosofisch gezien nog het dichtst bij Hermans’ sadistische, nihilistische universum ligt. Boons werk lijkt ook met eenzelfde kracht en snelheid op papier gegooid als Willem Otterspeer opmerkte over Hermans: zonder filter, zonder al te veel redactie. Qua stijl is deze roman echter anders, zelfs uniek.

Overgave

Het eerste hoofdstuk opent namelijk zo: ‘Ge ziet van uit uw open zolderraam hoe het niemandsbos in het rood wordt geverfd door de zakkende zon, en hoort hoe het droefgeestig schaap van mossieu colson van tminnesterie nog een laatste keer blaat vooraleer het achter de knarsende staldeur verdwijnt:’, en na die dubbele punt gaat de zin nog even verder. Gelijk schuift ‘Boontje’ de standaardtaal hier deels opzij, gelijk zitten we in een geheel eigen wereld, een universum waarin de taal opgerekt wordt om de chaos te kunnen representeren.

Het moge duidelijk zijn dat De Kapellekensbaan niet de meest makkelijke roman is om te lezen. Zeker voor de Nederlandse lezer zal het zestig jaar oude Vlaams niet het meest makkelijk zijn – maar laat je daar niet door afschrikken. De Kapellekensbaan vraagt om overgave aan deze overdonderende leeservaring. Laat je meevoeren op de stroom van woorden en beelden – en daarna snel door naar Zomer te Ter-Muren.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Over leugens en wetsovertredingen

recensie: Hannah Arendt - Het waagstuk van de politiek

Het waagstuk van de politiek verzamelt drie van Hannah Arendts late teksten. Samen vormen het interview en de twee essays een mooie introductie tot Arendts denken.

‘Weet u, wezenlijk voor mij is: ik moet begrijpen,’ zegt Hannah Arendt (1906–1975) in een befaamd interview uit 1964 met Günter Gaus dat deze bundel opent. Een filosofe vond de politiek theoretica zich niet: haar ingang tot de mens en menselijk gedrag was altijd via de politiek. Het interview laat mooi zien hoe Arendts leven haar denken inspireerde, en andersom. Als joodse was ze in de jaren dertig Duitsland ontvlucht; ten tijde van het interview woonde en werkte ze in de Verenigde Staten.

Het grote probleem van de Holocaust, ‘het persoonlijke probleem, was niet wat onze vijanden deden, maar wat onze vrienden deden,’ aldus Arendt. Hier is goed te zien hoe de persoonlijke angst verraden te worden door bekenden bij haar groeit tot een groter politiek-filosofisch punt, tot een inkijkje in de menselijke ziel.

Actuele essays

Waar het interview met Gaus vooral terugkijkt, behandelen de twee in Het waagstuk van de politiek opgenomen essays meer hedendaagse gebeurtenissen. In Liegen in de politiek staat Arendt stil bij de begin jaren zeventig vrijgegeven Pentagon Papers (een lijvig rapport over de oorlog in Vietnam) en in Burgerlijke ongehoorzaamheid kijkt ze naar dienstweigeraars en de burgerrechtenbeweging. Beide essays zijn nog steeds actueel.

Dat laatste weten vertalers Dirk de Schutter en Remi Peeters ook: in hun inleiding verwijzen zij naar Donald Trump, een president die geen enkele moeite lijkt te hebben met de waarheid vervormen. Wat opvalt aan Liegen in de politiek is dat Arendt het probleem dan wel helder weet te stellen – wanneer zij schrijft dat feiten ‘een getuigenis nodig’ hebben om herinnerd te worden, is gelijk duidelijk waarom machthebbers die het zonder willen stellen zo’n bedreiging vormen –, zij de kracht van feitenvrije politiek daarentegen duidelijk onderschat. Ze waarschuwt ervoor dat leugens de grens tussen waarheid en onwaarheid doen vervagen en daarmee kunnen leiden tot totalitarisme, maar vertrouwt er uiteindelijk op dat de feiten altijd zullen spreken.

Telkens terugkeren

Het meest interessante essay in deze bundel is uiteindelijk Burgerlijke ongehoorzaamheid. In dit essay pleit Arendt voor het beschermen van de ongehoorzame burger, die volgens haar uit is op een rechtvaardiger wereld. Het is ‘de nieuwste vorm van vrije vereniging’, niet zomaar bandeloosheid: de wet wordt met een gerechtvaardigd doel overschreden. In dit essay zet Arendt tot denken aan.

Hannah Arendt is een denker die telkens weer terugkeert, vooral in het huidige tijdsgewricht. Het waagstuk van de politiek verzamelt een aantal van haar minder bekende, maar stuk voor stuk boeiende en relevante teksten. Samen vormen ze bovendien ook een mooie inleiding in haar denken en een fijn opstapje naar haar bekende boeken.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Vrolijke pessimist

recensie: Michel Houellebecq - In aanwezigheid van Schopenhauer

Het oeuvre van de Franse schrijver Michel Houellebecq is sterk beïnvloed door het denken van Arthur Schopenhauer. In het essay In aanwezigheid van Schopenhauer verklaart Houellebecq zijn liefde voor de Duitse filosoof. Maar voor wie het werk van Schopenhauer niet kent, is het essay niet erg toegankelijk.

Hij moet ongeveer 25 zijn geweest toen Houellebecq kennis maakte met het werk van Schopenhauer. Hij had toen al aardig wat gelezen: Dostojevski, Verlaine, Pascal, Mann, de Bijbel. Houellebecq had het idee een fase in zijn ontdekkingstocht in de literatuur te hebben afgerond. ‘En toen kantelde alles, in een paar minuten tijd.’

Veel schrijvers hebben zich laten beïnvloeden door de Duitse brompotfilosoof: Lev Tolstoj, Oscar Wilde, Marcel Proust, W.F. Hermans, Gerard Reve en nog veel meer. Waarom lopen zoveel schrijvers weg met Schopenhauer?

Banale wijsheid

Het zou te maken kunnen hebben met zijn heldere schrijfstijl of met het feit dat hij veel over kunst schreef. Maar de belangrijkste reden is misschien wel dat Schopenhauer er niet voor terugdeinsde praktische adviezen te geven over hoe gelukkig te worden (spoiler: dit is zo goed als onmogelijk). Daarnaast was Schopenhauer niet uit op tijdelijke roem maar schreef hij, aldus Houellebecq, voor de eeuwigheid. Om die reden was hij niet te beroerd banaliteiten en vanzelfsprekendheden op te dissen wanneer hij die juist achtte. En is dat niet wat een schrijver vaak doet: praktische filosofie, vaak banaal of vanzelfsprekend, via een goed verhaal omzetten in kunst?

De filosofie van Schopenhauer, die zich vooral kenmerkt door pessimisme over de menselijke conditie, vind je duidelijk terug in het werk van Houellebecq. Net als voor Schopenhauer zijn leven en lijden ook voor Houellebecq synoniem, zo schrijft zijn vertaler Martin de Haan in het voorwoord. De enige manier om het lijden te verminderen is de begeerte in de kiem te smoren. Want ‘elk genot, hoe heerlijk het ook mag lijken, is immers maar relatief, verkregen te midden van grote zorgen en voorbestemd tot een snel einde’, aldus Houellebecq. Wanneer de personages in zijn boeken daadwerkelijk verkrijgen waarnaar ze streven, worden ze er helemaal niet gelukkig van of komt er, vaak op een wrede manier, snel een eind aan hun geluk.

Geloof

En toch noemt Houellebecq Schopenhauer troostrijk en zelfs opbeurend. Daarmee doet hij aan Gerard Reve’s kwalificatie van Schopenhauer denken: ‘Vreemd, dat van de geschriften van pessimisten altijd een diepe troost uitgaat, en dat de optimisten je tot zelfmoord brengen. Je wordt er beroerd van, van Schopenhauer, en toch kikker je er helemaal van op.’

Zowel bij Reve als bij Houellebecq doemt er soms, tussen alle ellende en tegenspoed, toch iets op van hoop en liefde. Hoop en liefde: twee woorden van de bekende christelijke drieslag ‘geloof, hoop en liefde’. Ook ‘geloof’ is bij beide schrijvers op een bepaalde manier niet helemaal afwezig. Reve bekeerde zich natuurlijk tot het katholicisme – op zijn eigen, excentrieke manier. Houellebecq, die meent dat samenleven zonder religie niet gaat, zoekt de oplossing ergens anders. ‘Mijn intuïtie zegt dat het rooms-katholicisme tot het verleden behoort’, aldus Houellebecq in een interview met NRC Handelsblad.

Schopenhauer én Comte

Houellebecq zoekt het bij de positivistische negentiende-eeuwse filosoof Auguste Comte die een Religie der Mensheid ontwierp, waarin niet God maar de Mens centraal staat. Hij ontwierp een religie met alles erop en eraan: rituelen, gebeden, sacramenten en een hogepriester (een functie die hij voor zichzelf had gereserveerd).

Door zijn ontdekking van Comte is Houellebecq, zo zegt hij, ‘schopenhaueriaan af’ geworden. Maar volgens De Haan moeten we dat niet overdrijven – en daar is In aanwezigheid van Schopenhauer het bewijs van. Comte en Schopenhauer vormen samen de ‘tweetaktmotor die het werk van de romancier gaande houdt.’

Het is interessant om te weten hoe die twee filosofen zich tot elkaar verhouden in het denken van Houellebecq. Maar daar is het de schrijver zelf allemaal niet om te doen. Het essay bestaat voor een groot deel uit citaten van Schopenhauer, voorzien van (soms zeer kort) commentaar van Houellebecq. Het gaat Houellebecq in dit boekje niet om Houellebecq, maar om Schopenhauer. Niet erg natuurlijk, maar enige bekendheid met Schopenhauers werk is voor het volledig kunnen waarderen van dit essay geen overbodige luxe.

Reageer op dit artikel

Reportage

Drie dagen losbandigheid en ruimdenkendheid

special: Het filosofieprogramma van Lowlands 2018

Na de stortregen van vannacht zie je hier en daar op de camping truien, broeken en spijkerjassen te drogen hangen in de ochtendzon. De donderdagnacht van Lowlands, waarbij het terrein nog niet écht open is en er nog geen programmering is, is achter de rug. Het gros van de mensen heeft zich tot diep in de nacht in het zweet gewerkt bij de silent disco, die dit jaar in twee (in plaats van één) tenten gehouden wordt. Mijn festivalgenoten en ik zijn opgewarmd en klaar voor drie dagen Lowlands paradise!

Voor elk wat wils

Lowlands is een festival waar niet alleen allerlei muzieksoorten te zien en beluisteren zijn. Er is zó veel te doen op dit toch wel immense festivalterrein dat je naderhand eigenlijk maar een fractie van het programmaboekje kan afkruisen. Er zijn verschillende muziekpodia variërend van héél groot (zoals de sinds vorig jaar vernieuwde Alpha) tot héél klein. Daarnaast is er een speciale theatertent en is er ruimte voor beeldende kunst, straattheater, literatuur, comedy, film en wetenschap. Dit jaar is er ook een geheimzinnige nieuwe tent: Adonis. Een vriend van mij dacht dat dit een Grieks restaurant was, dat geeft je een beeld van hoe deze tent er aan de buitenkant uitziet. Witte marmeren pilaren, standbeelden van ontblote mannentorso’s begroeid met klimop. De rij die het hele festival voor de tent stond liet wel zien dat dit geen Grieks restaurant was, maar Lowlands eigen en eerste LGBTQ-bar.

Echo

Tussen al dat festivalgedruis, waar menig genotsmiddel uiteraard door weinigen geschuwd wordt, is ook een zwarte tent met de naam Echo te vinden. Deze geheimzinnige zwarte doos is de plek voor diepgang op dit festival dat je laat duizelen van de indrukken. Diepgang? Ja, ja. Lowlands heeft zelfs (sinds 2012) een speciale filosofie programmering. Elke dag organiseert The School of Life hier verschillende lezingen van uiteenlopende sprekers. Hier komen zowel mensen samen die net fris gedoucht zijn en de dag willen beginnen met wat hersengymnastiek als mensen die net hun tiende biertje achteroverslaan en nog niet hebben ontbeten (omdat ze misselijk waren door de kater van gisteren). En dat is het mooie: in de Echo doet het er niet toe. Iedereen is welkom, zolang je maar met een open houding deelneemt. En als je in slaap valt omdat je vannacht niet geslapen hebt is dat ook niet erg. Maar de meeste lezingen zullen je daartoe niet verleiden: ze zijn natuurlijk wel aangepast aan de gemiddelde toehoorder op een festival en dus verre van slaapverwekkend.

Filosofie voor het dagelijks leven

Wat voor diepgang is er dan zoal te vinden op dit festival vol mogelijkheden? The School of Life richt zich voornamelijk op wat we praktische filosofie kunnen noemen. Daarbij heb je aan de ene kant een richting die meer doet denken aan zelfhulpfilosofie voor het individu. Praktische tips om minder stress en zorgen te ervaren alom. Dat dit vaak meer psychologie of gedragswetenschappelijk is doet er niet toe. De lezing van Wouter de Jong (bij het grote publiek bekend als acteur van GTST) – getiteld ‘Proteïneshake voor je hersenen’ – is hier een voorbeeld van. Van begin tot eind vermakelijk en grappig. De inhoud is wat verder te zoeken. Maar daar is het ook niet om te doen. De volledige zaal, van maar liefst 700 mensen, reageert goed op de publieksparticipatie-oefeningen en doet enthousiast mee. Wanneer er glowsticks worden uitgedeeld en de lichten even uitgaan zwaait iedereen met het lichtgevende staafje in het rond alsof hij in de Bravo bij een techno-dj staat los te gaan. Je verlaat met een positief en vrolijk gevoel de zaal, om met hernieuwde energie het festivalgedruis weer in te duiken.


Glowsticks tijdens de lezing van Wouter de Jong. Foto: ‘De Jongens van Lucht’.

Hersenkrakers

Aan de andere kant is daar de meer écht filosofische kant met lezingen van filosofen als Jan Drost en Lammert Kamphuis. Dat betekent niet dat deze lezingen sáái zijn, zeker niet. Wel anders. Serieuzer en een stuk dieper op de inhoud. Zonder powerpoint weet Jan Drost het publiek 50 minuten lang te boeien met zijn gedachten over de liefde en het daar soms onvermijdelijk bij horende liefdesverdriet. Zijn kritiek op de moderne mens is dat hij niet meer in staat is zich afhankelijk op te stellen, en daardoor niet tot echte liefde in staat is. Liefde is een afhankelijkheidsverklaring, en dat weet Drost heel fraai duidelijk te maken. Hij krijgt zelfs een paar keer de zaal aan het lachen, wat toch knap is bij zo’n zwaar onderwerp met een niet alledaags publiek.


Jan Drost na afloop van zijn lezing ‘Als de liefde voorbij is’. Foto: ‘De Jongens van Lucht’.

Drinken met Sartre

Wanneer je na een lezing weer het festivalterrein op loopt kijk je toch nét even wat anders naar diezelfde plek en de mensen daar. Iets bewuster, iets reflexiever, misschien zelfs met de lichte tred van een verlichte geest? Voor diegenen die niet op willen houden met filosoferen is het niet getreurd. Lowlands heeft ook dit jaar weer een filosofisch café (oké, het is meer een cafeetje). Aan deze bar kun je à la Sartre en Camus in het Parijs van de jaren ’50 samen doorkeuvelen over tal van diepe onderwerpen, onder het genot van een alcoholische versnapering of van al wat wils.

Andere hersengymnastiek

Daarnaast staat er dit jaar misschien wel Nederlands bekendste filosoof op het programma: Arjen Lubach. Niet in die hoedanigheid, maar toch. Dat filosofen invloed kunnen uitoefenen op en populair zijn bij het grote publiek, blijkt wel als een uur voor aanvang van zijn show de rij al uit meer dan duizend mensen bestaat (waarvan het gros de schrijver en presentator niet te zien zal krijgen omdat de tent overvol is). Was dat het dan, voor de naar diepgang zoekende festivalganger? Nee! Elke dag worden in de VPRO-tent afleveringen van het documentaire programma Tegenlicht vertoond. Na élke aflevering is een speciale Tegenlicht Talk georganiseerd, met sprekers en met een publiek dat deelneemt aan de discussie en de opgeworpen vragen overdenkt.

Het goede leven

Drie dagen Lowlands (met de donderdag erbij gerekend vier dagen) zijn alsof je even op een andere planeet bent. Jij en je mede Lowlanders maken deze wereld samen, en alleen wat hier gebeurt telt. We kunnen met zijn alleen in dít moment en op deze plek zijn omdat het terrein alles biedt wat we nodig hebben. Een slaapplek, lekker eten, (iets minder fijn sanitair, toegegeven), muziek, kunst, theater en diepgang. Die combinatie maakt Lowlands zo woest aantrekkelijk en een plek waar iedereen zich thuis kan voelen. En dankzij de lezingen van The School of Life kun je misschien zelfs als een verlicht mens terugkeren. Of dat alleen aan het filosofieprogramma ligt is uiteraard nooit te achterhalen. Waarschijnlijk een beetje van alles bij elkaar. En dan zitten we precies op de veelgeprezen gulden middenweg. De combinatie van losbandigheid en ruimdenkendheid gaan haarfijn samen en komt voor menigeen in de buurt van wat onder het goede leven wordt verstaan. Een aanrader? Jazeker!

 

 

 

Heb je zin gekregen in Lowlands festival? Dan moet je helaas nog even wachten. Volgend jaar vindt Lowlands plaats op 16, 17 en 18 augustus!

 

Afbeelding bovenaan: ‘De Jongens van Lucht.’

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Dwalen met Descartes

recensie: Hans Dooremalen - Descartes in Amsterdam

Hans Dooremalen schrijft met Descartes in Amsterdam een filosofische detective, die zowel leerzaam als spannend is – maar toch vooral dat eerste.

Dooremalen schreef nog niet eerder een filosofische detective, en weinigen gingen hem voor in dit genre. Er wordt nauwelijks op deze manier over filosofie geschreven, dus dat maakt dat Descartes in Amsterdam al direct opvalt.

De Gouden eeuw

De grote wijsgeer – alom bekend door zijn uitspraak cogito ergo sum (ik denk dus ik ben) – leefde enkele jaren in het zeventiende-eeuwse Amsterdam. Een Amsterdam waar de schout, benoemd door de stadhouder, veel macht had. Een Amsterdam waar meerdere burgemeesters waren, waar katholieken hun missen in schuilkerken hielden en waar één ding belangrijker was dan alle godsdiensttwisten bij elkaar: de handel. In dit Amsterdam kon Descartes ongestoord werken aan zijn methode (die hij later uiteen zou zetten in zijn Meditaties in 1641).

Vanuit deze waargebeurde setting schrijft Dooremalen zijn filosofische detective. Het verhaal beslaat elke dag van de oktobermaand van 1634. Op dag één wordt – hoe kan het ook anders – een lijk gevonden. De man is naakt en ligt op een vreemd symbool. Meerdere slachtoffers volgen. Descartes is direct geïnteresseerd en assisteert de onderschout die met het onderzoek opgezadeld is en niet weet waar te beginnen. De onderliggende motivatie van Descartes om te helpen bij het onderzoek, is te kunnen bewijzen dat zijn methode werkt. Want: ‘Een metselaar gebruikt zijn gereedschap om gebouwen te maken en een wetenschapper zijn methode om de wereld beter te maken, door uit te zoeken hoe die wereld werkt.’

Klassieke detective

Dat hem dat uiteindelijk zal lukken zal niemand verbazen. Wat dat betreft is deze filosofische detective niet veel anders dan niet-filosofische detectives, behalve dan die ene hoofdpersoon. Uiteindelijk wordt het mysterie ontrafeld. Maar, het gaat natuurlijk om het verhaal dat daarheen leidt. Dat is bij vlagen uitermate spannend.

Toch zijn er ook veel momenten waarop Dooremalen zo veel informatie en weetjes over de geschiedenis van Amsterdam en zijn inwoners in de dialogen stopt dat ze stroef gaan lopen en wat passief worden. Aan de ene kant is het reuze interessant om te weten wat er gebeurde in het oude Amsterdam, om bekende straatnamen te horen en je in te beelden hoe het er toen uit gezien moet hebben. Maar aan de andere kant werkt een te grote hoeveelheid van die informatie wel verlammend voor de tekst. Dit is zeker niet overal het geval, maar hier en daar had het wat minder gemogen.

Methode

Er staan ook grappige weetjes in over Descartes, bijvoorbeeld dat hij een relatie had met Helena, de dienstmeid en dat hij ‘s ochtends (net als iedereen in die tijd trouwens) bij het ontbijt een beker bier dronk. Dooremalen schrijft op een prettige manier. Wanneer er niet te veel wordt opgesomd verlopen de gesprekken soepel en zijn de beschrijvingen geloofwaardig.

Het personage van de beroemde filosoof wordt goed uitgediept, zodat je als lezer een duidelijk beeld krijgt van wat voor man het nu eigenlijk was. Ook zijn beroemde methode wordt herhaaldelijk (ook dit soms weer té vaak) uitgelegd en toegepast. In feite komt deze erop neer dat – totdat heldere en duidelijke kennis is vergaard – alles betwijfeld wordt en niets voor waar aangenomen wordt. Zo gaat Descartes ook te werk tijdens het onderzoek. Door deze radicale twijfel poogt hij vooroordelen en tunnelvisie te voorkomen. Onderdeel daarvan is een herhaaldelijk hardop opnoemen wat al wel zeker is, om zo niks over het hoofd te zien.

Descartes in Amsterdam is een vermakelijke detective die extra interessant is door de bijzondere hoofdpersoon. Het boek is leerzaam en biedt bovendien een leuk inkijkje in het Amsterdam van de Gouden eeuw. Liefhebbers van ingewikkelde plots en grote spanning zullen hier echter niet aan hun trekken komen.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Volk en verbeelding

recensie: René ten Bos - Het volk in de grot

Denker des Vaderlands René ten Bos schrijft met Het volk in de grot een actueel boek dat klassiek filosofische thema’s aansnijdt.

Ten Bos gebruikt graag metaforen om zijn denken uiteen te zetten. De grot blijkt een metafoor die vaker voorkomt in de geschiedenis van het denken. De metafoor van de grot duikt veelvuldig op, vanaf de eerste mensen die op haar muren tekenden tot de moderne ‘bubbels’ waarin wij nu schijnen te leven.

Verlichting

De bekendste grot uit de geschiedeis is natuurlijk die van Plato. In zijn grot-allegorie wordt duidelijk hoe de mens die denkt dat de schaduwen die hij ziet werkelijkheid zijn, zich vergist. Het blijken afspiegelingen van ‘echtere’ voorwerpen. De enkeling die naar de bron van het licht op zoek gaat en daar – na een pijnlijke verblinding – de werkelijkheid onder ogen komt, ziet hoe hij altijd in een schijnwereld heeft geleefd. Hier zou het verhaal kunnen stoppen. Maar dat doet het niet. Deze ‘wijze’ besluit om terug de grot in te gaan, om zijn medemensen te ‘verlichten’. Precies dit laatste staat centraal in Het volk in de grot.

Vormeloos geheel

Maar wie is dat volk waar zo vaak over gesproken wordt? Ten Bos begint zijn boek met een poging antwoord te geven op deze vraag. Aan de hand van bekende denkers als Judith Butler en Giorgio Agamben komt hij tot een benadering. Dit zou al snel een langdradige verhandeling kunnen worden, maar de Denker des Vaderlands neemt je in fijne bewoordingen en heldere taal mee. Het volk zweeft tussen ‘insluiting en uitsluiting’ en is vormloos. Het is niet een tegenovergestelde van ‘elite’ maar veeleer een niet afgebakende ruimte waar iedereen toe kan behoren. Ten Bos komt dus niet met een definitie, want als die er al is, dan is die wel dat het volk nooit gedefinieerd kan worden. Toch wordt voortdurend en van alle kanten gepoogd het volk wél af te bakenen. Het volk is dom, het volk, dat zijn de arbeiders, het volk wordt niet gehoord en zo verder.

Hoogmoed van de wetenschap

Sinds Plato is er eigenlijk niet veel veranderd in de manier waarop geleerden, denkers en wetenschappers zich geroepen voelen om het volk te verlichten. Maar zit dat volk daar eigenlijk wel op te wachten? Waarom mag het niet in de grot blijven, waar het zich zo prettig voelt? Ten Bos laat zien dat dit een terechte vraag is, en nog altijd actueel. In tijden van nepnieuws – waarin iedereen in zijn eigen ‘grot’ zit – is de waarheid weer een felbevochten recht dat door politici van links tot rechts geclaimd wordt. Maar die ene vraag blijft prangend. Waarom moeten we zo nodig die grot uit? Waarom moet het volk opgevoed worden, onderwezen, uit de schaduw komen en verlicht worden? Ten bos neemt ook de niet filosofisch ingewijde lezer mee in het denken over deze kwestie. Hij schrijft toegankelijk, persoonlijk, scherp en bij vlagen op een vermakelijke manier cynisch.

Geborgenheid

Ook Nietzsche, een door Ten Bos geliefde denker, bekritiseerde eind 19e eeuw al deze drang naar ratio en kennis. ‘Ook de verstandigste mens heeft van tijd tot tijd de natuur weer nodig, dat wil zeggen zijn onlogische grondhouding tegenover alle dingen.’ Zo bezien is het misschien wel menseigen om de schaduwrijke grot te verkiezen boven het kille licht van de werkelijkheid. Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk verlangen wij allemaal terug naar de geborgenheid van de baarmoeder. Wie heeft gegronde redenen om ons daaruit los te trekken? Ten Bos kiest geen kant, maar geeft een sterk pleidooi voor het stellen van deze vraag.

Het volk in de grot bevraagt juist die aanname die nooit aan een kritische overweging wordt blootgesteld. Wil het volk niet liever warmte, veiligheid en gezelschap in plaats van alleen die waarheid. De grondbeginselen van intellectuelen, wetenschappers en journalisten worden in een ander licht bekeken. Dat maakt Het volk in de grot als een spiegel voor al zijn lezers, want het zijn toch vooral de geleerden en intellectuelen die een filosofisch boek openslaan. Daarmee heeft Ten Bos meteen de aandacht van het juiste publiek te pakken.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Laat melancholie bestaan

recensie: Ben Schomakers - Het begin van de melancholie

In Het begin van de melancholie laat Ben Schomakers ons zien dat we niet somber gestemd moeten zijn over melancholie. Integendeel, ze helpt ons inzicht te geven in fundamentele aspecten van het menszijn. In een allesbehalve mistroostig essay neemt de schrijver ons mee in de wereld van verlies, verdriet en verlangen.

Ben Schomakers (1960) is filosoof en vertaler van verschillende werken uit de antieke wijsbegeerte. Van zijn hand verscheen onder meer een vertaling van Aristoteles’ Over de ziel. Het begin van de melancholie is een geestdriftig geschreven essay waarin Schomakers een pleidooi houdt om ons niet van het verdriet af te wenden. We dienen dit verschijnsel serieus te nemen. Volgens de schrijver kan een analyse van het verdriet ons veel leren over wat het is om mens te zijn.

Lastig onderwerp

In Het begin van de melancholie gaat de filosoof op zoek naar het beginpunt van melancholie in een mensenleven. De auteur geeft geen weergave van melancholie door de tijd heen of van een zoektocht naar een historisch beginpunt van het begrip, zoals de titel zou doen kunnen vermoeden.

Het besproken onderwerp is lastig. In het essay wordt de lezer geconfronteerd met moeilijke, onprettige gevoelens. Schomakers is zich bewust van dit feit maar hij neemt geen moment een blad voor de mond. Dat maakt het lezen van dit essay niet altijd makkelijk. Je moet ervoor gaan zitten. Het beladen thema vraagt om aandacht van de lezer.

Nieuwe ‘zijnsvorm’

In een helder opgebouwd essay worden de thema’s verlies, verdriet, verlangen en melancholie beschreven. In gesprek met onder andere Freud komt de filosoof tot de conclusie dat het verdriet dat we ervaren in feite het verlies van een ontoegankelijk geworden ‘zijnsvorm’ is. Een ‘zijnsvorm’ is een bepaald, uniek perspectief dat een individu op de werkelijkheid heeft. Het is een manier van kijken naar de wereld zodat deze voor hem of haar, in zekere mate, als begrijpelijk wordt ervaren.

Door verlies, bijvoorbeeld van een geliefde of een andere dierbare, verdwijnt deze vanzelfsprekende kijk op de wereld. De wereld wordt daardoor tijdelijk als onsamenhangend of betekenisloos beschouwd. Na het verlies zal het individu een nieuwe verhouding tot de werkelijkheid moeten vinden. Bij de verdrietige ontstaat het verlangen om de wereld opnieuw als begrijpelijk en betekenisvol te gaan zien. Een nieuwe ‘zijnsvorm’ zal langzaamaan ontstaan, het leven kan weer opgepakt worden. Melancholie wordt omschreven als de ervaring die optreedt wanneer op de verloren ‘zijnsvorm’, op het achtergelaten perspectief op de werkelijkheid wordt teruggekeken. Schomakers omschrijft het poëtisch:

‘Verdriet is somber en sinister, we hebben geen idee van de route die we gaan moeten om er een antwoord op te verzinnen, maar als we die route gegaan zijn, en naar beneden turen, in de diepte van de schacht waaruit we gekropen zijn, zien we haar daar glinsteren, in het licht uit de werkelijkheid dat erop moet vallen om haar zichtbaar te maken, de melancholie.’

 

Omgang met verdriet

Schomakers’ stijl is bij vlagen, zoals uit het bovenstaande citaat blijkt, dichterlijk te noemen. Dit is geen moment hinderlijk. Sterker nog, zijn taalgebruik maakt het mogelijk lastige gevoelens en ervaringen zeer accuraat uit te drukken. Het is mede deze vaardigheid die maakt dat het essay ook een troostende werking kan hebben. In de herkenbaarheid van deze omschreven ervaringen ligt de bij de lezer ondervonden troost.

Het essay geeft ons naast deze verhelderende analyse van het verdriet ook enkele handvatten hoe we met deze gevoelens, van onszelf en anderen, om moeten gaan. Zo waarschuwt de auteur ons er bijvoorbeeld voor om niet het verdrietig-zijn als identiteit aan te nemen. Maar ook stelt hij ons gerust over het feit dat een buitenstaander bij het verdriet van anderen nooit werkelijk troost kan bieden. Dat is niet erg, binnen de logica van het verdriet is het zeer begrijpelijk.

Daarnaast verliest de filosoof het huidige tijdsgewricht niet uit het oog. Op verschillende plekken in zijn essay komen we stevige maatschappijkritiek tegen. Schomakers zet zich af tegen een samenleving waarin verdriet en melancholie geen bestaansrecht lijken te hebben, gevreesd lijken te worden. Een correcte en terecht zorgelijke constatering.

Het begin van de melancholie biedt de lezer een verhelderende blik op lastige, in een mensenleven onontkoombare ervaringen en gevoelens van verlies en verdriet. Schomakers’ essay biedt ons inzicht, troost en hoop richting de toekomst. Een uitstekend essay, wel voor de enigszins geoefende lezer.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Met hart en ziel

recensie: Ole Martin Hoystad - De ziel

Cultuurhistoricus Ole Martin Hoystad ontrafelt in zijn nieuwste onderzoek een van de meest besproken begrippen uit de menselijke geschiedenis. De ziel laat de voortdurende veranderingen zien in de manier waarop de mens over zijn raadselachtige binnenste nadenkt.

De Noorse onderzoeker Hoystad verwierf bekendheid met zijn onderzoek naar het hart, een symbool dat niet weg te denken is uit ons taalgebruik, maar dat door zijn vele betekenissen tegelijkertijd niet makkelijk te definiëren valt. In De ziel doet hij iets soortgelijks. Tot een eenduidige definitie komt de historicus niet en precies het ontbreken daarvan zegt veel over de aard van onze ziel.

Dualisme

Wanneer we praten over de ziel denken we al snel aan zijn tegenstelling: het lichaam. Dit loskoppelen van ziel en lichaam in de geschiedenis van het denken wordt het begin van de moderniteit genoemd, die met Descartes werd ingeluid. Dat betekent dat mensen ver vóór die tijd ook al dachten over de ziel, maar dan niet in verhouding tot het lichaam. Het zielenverhaal van Hoystad begint bij Homerus, om via de presocratici bij Plato en Artistoteles te komen, en zo de verschillende verschijningsvormen van de ziel in de oudheid te laten zien. Zo waarschuwde Heraclitus voor een vochtige ziel, een aandoening die je kon oplopen bij het drinken van teveel alcohol. Voor deze presocraat waren lichaam en ziel dus duidelijk verbonden met elkaar. In de middeleeuwen speelt Augustinus een belangrijke rol, de kerkvader die heel wat zonden beging voordat hij gelovig werd. Die zonden schreef hij op in de hoop op die manier zijn ziel te kunnen reinigen. Het gangbare idee in die tijd was dat God uiteindelijk over de reinheid van de ziel zou oordelen.

Volledige historie

De ziel is zo ontzettend uitgebreid dat er weinig mensen zullen zijn die er niets van kunnen leren. Hoystad gaat op elke besproken denker zo diep in dat een volledig beeld gevormd kan worden van diens ideeën en de tijd waarin die ontstonden. Door deze overvloed aan achtergrondinformatie zou je De ziel bijna ook als naslagwerk kunnen gebruiken. Door die niet geringe omvang van het boek en de detaillering is het geen werk dat je binnen een paar dagen uit leest. Maar dat hoeft ook niet, de ziel is zo oud als de mensheid en haar leren kennen móet wel tijd kosten. Niet getreurd, Hoystad schrijft bijzonder helder, oppeppend en met humor. De grote hoeveelheid aan informatie blijft zo boeien.

Zielsopvattingen

De grote verscheidenheid aan zielsopvattingen door de tijd heen laat zien hoe belangrijk het begrip is voor de mens. We zijn nog altijd bezig met die ziel, ongeacht de invulling van dat begrip en ongeacht religie of cultuur. Dit is ook zo in de moderne geseculariseerde wereld, denk aan de zielloosheid van Adolf Eichman die Hannah Arendt heeft laten zien. Zonder gewetensbezwaren is hij verantwoordelijk voor het transport van duizenden joden naar de gaskamers, simpelweg omdat het hem werd opgedragen. Andere moderne denkers als psychoanalyticus Freud, taalfilosoof Wittgenstein en schrijver Franz Kafka blijken eveneens een beeld te hebben van dat ‘binnenste’ van de mens. Zo is de ziel kneedbaar en wordt ze gevormd door alles wat wij meemaken, voelen of vrezen. Voor iedereen met een brede historische- en filosofische interesse is De ziel zowel leerzaam als vermakelijk, Hoystad schrijft met hart en ziel.

Reageer op dit artikel