Tag Archief van: 8WEEKLY

De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370
Kunst / Expo binnenland

Melancholie en verlangen

recensie: Umbild - Jules van Hulst & Wieger Steenhuis
De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370

Les fleurs du mal (De bloemen van het kwaad) heet de dichtbundel (1857) van Charles Baudelaire. Deze bundel vormt primair het uitgangspunt voor de tentoonstelling Umbild van Jules van Hulst en Wieger Steenhuis in Museum de Fundatie in Zwolle.

De kunstenaars benadrukken gelukkig dat het niet zo eenzijdig is als de titel van Baudelaire doet vermoeden; niet alleen het kwaad komt in de gedichten terug. Het gaat volgens hen namelijk zowel over spleen als over ideaal: het negatieve, zware en melancholische, en het ideaal, het verlangen naar het perfecte. De kenners en liefhebbers weten het: goed en kwaad komen niet alleen in de hele bundel, maar soms zelfs in één gedicht terug, zoals in ‘Duellum’. Dit begint met verlangen en eindigt met de vechtscheiding van dichter Charles en diens vrouw Jeanne.

Jules van Hulst en Wieger Steenhuis

Die dubbelslag kom je in de expositie overal tegen. Van Hulst (Nijmegen, 1984) en Steenhuis (Emmen, 1982) onderzochten een jaar lang in het kader van een mastertraject bij Museum de Fundatie hoe hedendaagse technieken kunnen worden ingezet om bestaande kunstwerken uit de collectie opnieuw te tonen en daarbij diepere lagen aan te boren.
Van Hulst is beeldend kunstenaar die video’s, performances, installaties en poëziefilms maakt. Steenhuis is ontwerper en ontwikkelaar van interactieve installaties en realtime computer graphics waarin wordt uitgegaan van gedeelde ervaringen.

Drie originele kunstwerken

Ascetics.temp

Drempel naar de droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

De drie originele kunstwerken die beide kunstenaars naast Baudelaire tot uitgangspunt namen, worden getoond in een kleine zaal op de begane grond: het bronzen beeld De geknielde van de fontein (1898) van George Minne, het stilleven Bibelots (ca. 1935) van James Ensor en Landschap in Wales (1917) van Valerius De Saedeleer. Alle drie Vlaamse symbolisten, zoals Baudelaire een Franse symbolist was.

De geknielde van de fontein George Minne

Het eerstgenoemde werk komt terug in Ascetics.temp van Van Hulst en Steenhuis. Een installatie waarin de geknielde in het aangeduide water lijkt te kijken. In tegenstelling tot Narcissus, die betoverd was door zijn eigen spiegelbeeld in het water, is deze man naar binnen gekeerd. De installatie is omringd door gordijnen die soms door een ventilator worden aangeblazen en waarop vervolgens een woord wordt geprojecteerd, zoals ‘analogie’, ‘imitatie’, ‘mimesis’. Net als bij het originele beeld op de begane grond kan de bezoeker om de installatie heenlopen.

Schilderij Inwisselbaar

De bezoeker is zowel kijker als de bekekene. Beeld: Peter Tijhuis.

Bibelots James Ensor

De Bibelots van Ensor zijn bij Van Hulst en Steenhuis getransformeerd tot een installatie onder de titel Inwisselbaar. Hierin zijn objecten uit de collectie van Museum de Fundatie samengebracht. Oorspronkelijk zijn het bij Ensor kleine siervoorwerpen die staan voor ijdelheid. Dit thema is ook hier gebleven, want een felle lamp zorgt ervoor dat de schaduw van de waarnemer op een witte muur valt. Zo kijkt de bezoeker dus zelf naar de kunstwerken, maar kan deze op die manier ook door andere bezoekers worden bekeken. Dit is naast Baudelaires spleen en ideaal nog een onderliggend, misschien wat gezocht thema in deze expositie: kijken en bekeken worden.

Landschap in Wales Valerius De Saedeleer

Het prachtige landschap naar De Saedeleer is door Van Hulst en Steenhuis fraai gevangen in hout, staal, monitoren en data-aansturing. Het is een intrigerende installatie, die ze Daily Nocturne noemen, ‘een venster naar een droomwereld’, het ideaal van Baudelaire.
De toeschouwer ziet hoe materialen als hout en staal misschien in tegenspraak zijn met de droomwereld die de kunstenaars willen verbeelden. Maar juist daardoor komt de tweeslag van Baudelaire ook in materie mooi naar voren.

Daily Nocturne

Een venster naar een droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

Het principe van data-aansturing komt terug bij de videomuur Heliotropisme bij het restaurant boven in het museum. Er zijn zonnebloemen te zien die verwelken en weer opbloeien, van spleen naar ideaal. Wanneer er iemand langsloopt, begint ook hier weer fel licht te schijnen dat de passant als de zon langs de negen videopanelen leidt.

Museum de Fundatie biedt met deze tentoonstelling een fraai voorbeeld op het snijvlak van Baudelaire, drie kunstenaars uit het Vlaams/Frans symbolisme en moderne transformaties daarvan, waarbij inventief gebruik is gemaakt van hedendaagse technieken en materialen. Een tweeslag (melancholie en verlangen) om ter plaatse te ervaren!

De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370
Kunst / Expo binnenland

Melancholie en verlangen

recensie: Umbild - Jules van Hulst & Wieger Steenhuis
De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370

Les fleurs du mal (De bloemen van het kwaad) heet de dichtbundel (1857) van Charles Baudelaire. Deze bundel vormt primair het uitgangspunt voor de tentoonstelling Umbild van Jules van Hulst en Wieger Steenhuis in Museum de Fundatie in Zwolle.

De kunstenaars benadrukken gelukkig dat het niet zo eenzijdig is als de titel van Baudelaire doet vermoeden; niet alleen het kwaad komt in de gedichten terug. Het gaat volgens hen namelijk zowel over spleen als over ideaal: het negatieve, zware en melancholische, en het ideaal, het verlangen naar het perfecte. De kenners en liefhebbers weten het: goed en kwaad komen niet alleen in de hele bundel, maar soms zelfs in één gedicht terug, zoals in ‘Duellum’. Dit begint met verlangen en eindigt met de vechtscheiding van dichter Charles en diens vrouw Jeanne.

Jules van Hulst en Wieger Steenhuis

Die dubbelslag kom je in de expositie overal tegen. Van Hulst (Nijmegen, 1984) en Steenhuis (Emmen, 1982) onderzochten een jaar lang in het kader van een mastertraject bij Museum de Fundatie hoe hedendaagse technieken kunnen worden ingezet om bestaande kunstwerken uit de collectie opnieuw te tonen en daarbij diepere lagen aan te boren.
Van Hulst is beeldend kunstenaar die video’s, performances, installaties en poëziefilms maakt. Steenhuis is ontwerper en ontwikkelaar van interactieve installaties en realtime computer graphics waarin wordt uitgegaan van gedeelde ervaringen.

Drie originele kunstwerken

Ascetics.temp

Drempel naar de droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

De drie originele kunstwerken die beide kunstenaars naast Baudelaire tot uitgangspunt namen, worden getoond in een kleine zaal op de begane grond: het bronzen beeld De geknielde van de fontein (1898) van George Minne, het stilleven Bibelots (ca. 1935) van James Ensor en Landschap in Wales (1917) van Valerius De Saedeleer. Alle drie Vlaamse symbolisten, zoals Baudelaire een Franse symbolist was.

De geknielde van de fontein George Minne

Het eerstgenoemde werk komt terug in Ascetics.temp van Van Hulst en Steenhuis. Een installatie waarin de geknielde in het aangeduide water lijkt te kijken. In tegenstelling tot Narcissus, die betoverd was door zijn eigen spiegelbeeld in het water, is deze man naar binnen gekeerd. De installatie is omringd door gordijnen die soms door een ventilator worden aangeblazen en waarop vervolgens een woord wordt geprojecteerd, zoals ‘analogie’, ‘imitatie’, ‘mimesis’. Net als bij het originele beeld op de begane grond kan de bezoeker om de installatie heenlopen.

Schilderij Inwisselbaar

De bezoeker is zowel kijker als de bekekene. Beeld: Peter Tijhuis.

Bibelots James Ensor

De Bibelots van Ensor zijn bij Van Hulst en Steenhuis getransformeerd tot een installatie onder de titel Inwisselbaar. Hierin zijn objecten uit de collectie van Museum de Fundatie samengebracht. Oorspronkelijk zijn het bij Ensor kleine siervoorwerpen die staan voor ijdelheid. Dit thema is ook hier gebleven, want een felle lamp zorgt ervoor dat de schaduw van de waarnemer op een witte muur valt. Zo kijkt de bezoeker dus zelf naar de kunstwerken, maar kan deze op die manier ook door andere bezoekers worden bekeken. Dit is naast Baudelaires spleen en ideaal nog een onderliggend, misschien wat gezocht thema in deze expositie: kijken en bekeken worden.

Landschap in Wales Valerius De Saedeleer

Het prachtige landschap naar De Saedeleer is door Van Hulst en Steenhuis fraai gevangen in hout, staal, monitoren en data-aansturing. Het is een intrigerende installatie, die ze Daily Nocturne noemen, ‘een venster naar een droomwereld’, het ideaal van Baudelaire.
De toeschouwer ziet hoe materialen als hout en staal misschien in tegenspraak zijn met de droomwereld die de kunstenaars willen verbeelden. Maar juist daardoor komt de tweeslag van Baudelaire ook in materie mooi naar voren.

Daily Nocturne

Een venster naar een droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

Het principe van data-aansturing komt terug bij de videomuur Heliotropisme bij het restaurant boven in het museum. Er zijn zonnebloemen te zien die verwelken en weer opbloeien, van spleen naar ideaal. Wanneer er iemand langsloopt, begint ook hier weer fel licht te schijnen dat de passant als de zon langs de negen videopanelen leidt.

Museum de Fundatie biedt met deze tentoonstelling een fraai voorbeeld op het snijvlak van Baudelaire, drie kunstenaars uit het Vlaams/Frans symbolisme en moderne transformaties daarvan, waarbij inventief gebruik is gemaakt van hedendaagse technieken en materialen. Een tweeslag (melancholie en verlangen) om ter plaatse te ervaren!

Theater / Voorstelling

Twijfels en overtuigingen van een verzetsman

recensie: Soldaat in verzet – De Theater BV
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

Is het zinnig om als individu gewelddadig verzet te plegen tegen een onverbiddelijke bezetter die de absolute overmacht heeft? Een bezetter die verzetsdaden beantwoordt met bloedige represailles? Dat is een van de vragen waarmee Jan Verleun worstelde, verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verleun moest zijn daden met de dood bekopen. De Theater BV maakt de voorstelling Soldaat in verzet over dit tegelijkertijd grote en kleine oorlogsverhaal.

Bij binnenkomst in de theaterzaal klinken de indringende doodsklokken van de Waalsdorpervlakte. We kennen die klokken van de indrukwekkende jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei; RTL4 zendt de herdenking daarvandaan uit. In deze duinen bij Den Haag werd Jan Verleun (1919-1944) gefusilleerd.

Terugslaan

Verleun was twintig en soldaat toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen. Hij raakte onmiddellijk gewond, waardoor een sterke motivatie ontstond om op een of andere manier terug te slaan: ‘Geef me extra tijd en ik beloof dat ik dit land vrij zal krijgen.’
Zo kwam hij als student terecht in het verzet. Hij liquideerde eigenhandig de collaborateurs Hendrik Seyffardt en Folkert Posthuma, maar werd verraden en na martelingen en verhoren gefusilleerd. Zijn jongere zus Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink schreven over deze verzetsman een boek dat in 2004 verscheen. Scriptschrijver Allard Blom baseert de tekst van Soldaat in verzet op het boek.

Dit oorlogsstuk wordt gespeeld door Soy Kroon en Thomas Cammaert, in de regie van Olivier Diepenhorst. Eerder brachten Kroon en Cammaert samen Trompettist in Auschwitz (2022), toen in de regie van Eddy Habbema.

Flashbacks

Setting is de dodencel waarin Verleun wacht op de voltrekking van zijn vonnis. De geschiedenis wordt verteld in flashbacks, waarin we fragmenten zien uit Verleuns verleden. Kroon en Cammaert spelen alle personages, zoals zusje Do, medeverzetsman Leo Frijda en diens vriendin Irma. En ze spelen Jan Verleun ook allebei, al dan niet voorzien van de schuilnaam die hij gebruikte voor zijn werk in het verzet.

Projecties

De vormgeving is fraai en zeer effectief (decorontwerp: Joris van Veldhoven). De achterwand is groen/grijs, betonachtig, en in de lengte in tweeën gespleten. Twee grote blokken vormen de belangrijkste decorstukken. Daarop twee staande microfoons waarop twee cameraatjes zitten. De claustrofobische beelden van die cameraatjes worden op de achterwand geprojecteerd: staand of schuin, hangend, liggend, doormidden gebroken door de kier in de achterwand.

Binnenwereld

Samen spelen Kroon en Cammaert Jan Verleun, en zijn van een schuilnaam voorzien alter ego; een beetje zoals W.F. Hermans speelt met identiteiten in zijn oorlogsroman De donkere kamer van Damokles. In dat boek blijft de vraag of Osewoudt en Dorbeck één en dezelfde persoon zijn.
Mooi aan de keuze voor twee spelers die dezelfde Jan neerzetten, is dat enerzijds de moed en de overtuigingen, anderzijds de twijfels en angsten van de verzetsman er de ruimte door krijgen. Je kunt de binnenwereld van het personage verwoorden door er iemand bij te zetten die luistert, tegenspreekt of juist motiveert.
Gesprekken met het alter ego voorkomen dat het stuk één lange monoloog wordt. Jammer is wel dat de argumenten in die gesprekken wel erg vaak worden herhaald; op een gegeven moment kennen we de afwegingen wel.

Beklemmende sfeer

Regisseur Olivier Diepenhorst kiest voor zeer lijfelijk spel, van het uitdrukken van de pijn die martelingen veroorzaken, tot een knuffelpartij tussen twee geliefden. Diepenhorst zet zelfs hoorbare ademhaling in om de angst van de verzetsman over het voetlicht te krijgen.
Geluidseffecten zoals langzaam druppend water en het gekraak van een defecte lamp versterken de beklemmende sfeer. Helaas is de versterking van de spraak nu en dan te slecht om verstaanbaar te zijn.

Naturel

Of het opzet is dat Soy Kroon nu en dan hapert in zijn tekst, stopt en herformuleert is niet duidelijk, maar dat struikelen over tekst werkt goed om de weifelende Verleun smoel te geven. Hij komt daardoor enorm naturel over; zijn onzekerheid en angst worden dankzij het periodieke gestamel extra geloofwaardig.
Cammaert neemt meer de ondersteunende rol op zich. Ook omdat hij vaker de innerlijke stem is die Verleun vragen stelt.

Represailles

De kwestie die het stuk eigenlijk ter discussie stelt, is of gewapend verzet tegen de bezetter op deze manier, op het niveau van een alleen handelend individu, wel zinvol is. Het liquideren van een enkele collaborateur leidde voorspelbaar en onherroepelijk tot represailles die aan velen het leven kostten. De vraag of je daarom bij voorbaat beter kunt afzien van gewelddadig verzet, blijft onbeantwoord.

‘Ik heb mijn best gedaan’, zegt Verleun. Zeker, maar tegen welke prijs, is de vraag. Soldaat in verzet is een klein oorlogsverhaal, zoals er meerdere zijn, maar een goed voorbeeld van de heldhaftige onhandigheid van individuele verzetsmensen.

Gebaseerd op: boek van Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink
Script: Allard Blom
Decor: Joris van Veldhoven
Licht: Coen van der Hoeven

Theater / Voorstelling

Lekker rocken in de nabije toekomst

recensie: We Will Rock you, de musical

De muziek van Queen is tijdloos, zo prijkt  ‘Bohemian Rhapsody’ (bijna) elk jaar boven aan in de Top2000. Tijd om de musical We will rock you! weer naar Nederland te halen, moet Albert Verlinde gedacht hebben. Maar hoe actueel is deze musical die over de toekomst gaat?

Voor de derde keer staat deze jukeboxmusical vol hits van Queen in Nederland. In 2010/2011 was de show al te zien in het Beatrix Theater in de versie van Stage Entertainment en in 2019 bracht TEC entertainment de musical naar Nederland met popdiva Anastacia in de hoofdrol. De musical van Ben Elton is wereldwijd al sinds 2002 een groot succes, zo stond de show ruim twaalf jaar op West End en is te zien geweest in veel verschillende landen met vertaalde versies. Hoewel de show keer op keer volle zalen trekt, zijn recensenten altijd kritisch geweest. Het verhaal van de musical is namelijk flinterdun en bij vlagen absurd.

Dystopische toekomst

In We will rock you! bevinden we ons in de toekomst op AI Planet, geregeerd door dictator Killer Queen (Nyassa Alberta). Dit blijkt een wereld vol AI en technologie, waar niemand echt een individu mag zijn en waar rockmuziek verboden is. Een jongen, Galileo (Brecht van Arnhem), krijgt visioenen waarin hij flarden van pop- en rockmuziek hoort. Samen met Scaramouche (Magtel de Laat)  vindt hij de rebelse Bohemians en gaan ze op zoek naar muziekinstrumenten om rockmuziek te maken. Zo proberen ze in opstand te komen tegen het regime van de Killer Queen.

Een musical over de toekomst, gemaakt in 2002 met muziek uit de jaren ’70, ’80 en ’90, wat voor een toekomstbeeld wordt daar in geschetst? Gelukkig  een verrassend actueel beeld, door de gevatte bewerking van vertaler en bewerker Jon van Eerd. De muziek van Queen mag dan tijdloos zijn, de show zelf moest redelijk bewerkt worden om een actueel verhaal te worden. In vorige versies speelde het verhaal zich meer dan 300 jaar in de toekomst af, in deze nieuwe versie lijkt de toekomst verrassend dichtbij. De hoofdrolspelers strijden namelijk op de AI planet tegen AI muziek en willen dat er weer echte rockmuziek mag klinken. Een strijd die menig artiest tegenwoordig ook moet voeren. Daarnaast zitten er veel actuele verwijzingen in naar President Trump, waarvan Killer Queen de vergrotende trap is (denk aan verwijzingen naar decreten, Groenland en zelfs de Straat van Hormuz). Het ligt er, zoals met alles in deze musical, lekker dik boven op. Toch zet de show je zowaar ook een klein beetje aan het denken: want is deze geschetste toekomst wel zo ver weg?

Het verhaal draait om technologie en de bevolking onderdanig houden door middel van AI. Passend is dan ook het decor, dat gebruik maakt van slimme videoprojecties waarmee de ruimte echt het gevoel krijgt van een technologische en dystopische toekomst. Hier en daar wordt er slim gebruik gemaakt van geprojecteerde mensen die onmogelijke stunts uitvoeren en het, toch al behoorlijk grote ensemble, nog extra groot doen lijken.

Met het decor waant men zich in de toekomst, de kostuums dragen hier niet altijd aan bij. Zo vallen de jonggingspakken met QR-codes van de Gagagirls vallen wat uit de toon. Daarentegen matchen de strakke pakken van de hulpjes van Killer Queen weer perfect met het decor.

Jukeboxmusical

In We will rock you! draait het om de muziek van Queen en daaromheen is een flinterdun verhaal geschreven, die kritiek uiten recensenten al sinds de internationale première in 2002. Dat wisten de producenten natuurlijk ook al toen ze de rechten van deze show van Ben Elton kochten en zoveel bewegingsvrijheid is er niet bij een bewerking. Natuurlijk draait het bij een jukeboxmusical altijd om de bestaande muziek die gebruikt wordt, maar vaak wordt er nog een redelijk verhaal omheen gebouwd, denk bijvoorbeeld aan Mamma Mia!. In deze Queen-musical komen echter regelmatig de Queenhits uit de lucht vallen, zonder dat ze het verhaal echt dienen, zoals wanneer Killer Queen in één scene van ‘Fat Bottomed Girls’ naar ‘Don’t Stop Me Now’ naar ‘Another One Bites The Dust’ gaat. Erg is het niet, want de nummers worden fenomenaal gezongen.  Bovendien mikt deze musical op liefhebbers van Queen en die kunnen natuurlijk niet genoeg krijgen van alle hits.
Het blijft dus een mager verhaal, ook al heeft Jon van Eerd er een actuele draai aangegeven.

De vele hits maken de musical tot een echt feestje. Zeker Nyassa Alberta indruk met haar zangtalent en ook hoofdrolspelers Brecht van Arnhem en Magtel de Laat zingen samen moeiteloos de ene klassieker na de andere. Ook Naima Bayo valt als Oz op met het nummer ‘No-one but You’. Lucas Hamming, die als een van de weinigen een échte rockstem heeft, is helaas slechts in een paar nummers te horen.
Naast dat er vocaal wordt uitgepakt, heeft de show ook een groot ensemble dat veel energie geeft en mooie choreografieën danst. Bovendien heeft het ensemble het behoorlijk druk met kledingwissels en dansen. Zo spelen ze de hulpjes van Killer Queen, de Gagagirls en de Bohemians en die groepen komen allemaal regelmatig terug gedurende de show.

Naar We will rock you!  ga je  dus niet voor een goed verhaal, maar juist om de muziek van Queen live te horen.  Deze musical is nog tot en met november in verschillende Nederlandse theaters te zien, dus wie lekker mee wil swingen op de muziek van Queen heeft nog genoeg kans om te gaan.

Boeken / Fictie

Een kleurrijke schets van een duistere tijd

recensie: Meester van de trommels – José Eduardo Agualusa
Omslag Meester van de trommelsbol.com

In Meester van de trommels beschrijft José Eduardo Agualusa de geschiedenis van een natie en de geschiedenis van een familie. Het is een kleurrijke schets van een reeks grauwe gebeurtenissen – een interessant contrast.

Jan Pinto beleeft roerige tijden in Angola. Hij wordt door de ene diplomaat, dan weer door de andere koning betrokken bij conflicten die zich voltrekken tussen de Portugese kolonisten en de inheemse bevolking in het Angolese binnenland. Ondertussen onderhoudt hij een romantische relatie met Lucrécia Van-Dunem, die hij op de boot vanuit Lissabon naar Luanda ontmoet en bij wiens familie hij overnacht tijdens zijn verblijf in de Angolese hoofdstad. Naast de politieke intriges treedt ook de liefde als thema op de voorgrond – een klassieke, ouderwetse liefde in net zo’n pure vorm als Gabriel García Márquez’ Liefde in tijden van cholera.

Weinig houvast

Jans politieke en militaire bemoeienis in Angola brengt hem met veel Angolese en Portugese bewindslieden in contact en maakt dat hij bij een groot aantal gewapende conflicten betrokken raakt. De avonturen waarin Jan Pinto zich stort, en de vele reizen die hij daarvoor maakt, zijn niet altijd even goed bij te houden voor de lezer. Dat komt doordat Meester van de trommels vrijwel geen houvast biedt voor lezers met weinig parate kennis over de betrekkingen tussen de Portugezen en Angolezen in Angola in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Een raamvertelling

In de eerste hoofdstukken van Meester van de trommels is de verteltrant redelijk objectief. Wanneer het verhaal echter wordt onderbroken door een commentaar waarin de samenstelling van het Portugese koloniale leger in Angola wordt toegelicht, wordt duidelijk dat het vertelperspectief niet dat van een neutrale, boven het verhaal zwevende alwetende verteller is. De lezer leert al snel dat het verhaal in feite een geschiedkundige reconstructie is, die wordt opgetekend door de kleindochter van hoofdpersoon Jan Pinto. Deze kleindochter-verteller, Leila, baseert haar reconstructie grotendeels op informatie die zij leest in de dagboeken van haar oudtante Irene Van-Dunem, de zus van Lucrécia. Zij voorziet de informatie in de dagboekfragmenten regelmatig van haar eigen commentaar: zij geeft graag historische context of haar persoonlijke visie op de gebeurtenissen. Tussen die commentaren door rapporteert Leila echter over het algemeen zo droog over de geschiedenis van haar grootvader, dat zij als verteller volkomen op de achtergrond treedt en de lezer haar perspectief uit het oog verliest. Toch zijn het Leila’s commentaren die de lezer eraan blijven herinneren dat de verteller een personage is in haar eigen verhaal.

Door dit in zichzelf grijpende personale vertelperspectief krijgt de lezer de indruk dat Leila zelf een bepaald belang heeft bij het vertellen van het verhaal. Maar doordat enkele wezenlijke vragen onbeantwoord blijven (we leren bijvoorbeeld niet wat voor Leila de aanleiding was om de geschiedenis van haar grootvader uit te pluizen, hoe ze aan de dagboeken is gekomen en hoe haar eigen verstandhouding met de personages eruitziet), blijft het voor de lezer nogal wazig wat dat belang precies is. Gaat het Leila om het schetsen van een beeld van de conflicten op het Angolese grondgebied aan het begin en in het midden van de twintigste eeuw? Om de bovennatuurlijke rol die de trommels spelen in de oorlogvoering van de inheemse bevolking? Om het optekenen van de geschiedenis van de familie Pinto, inclusief de liefde tussen Jan en Lucrécia? Of is het Leila te doen om het vertellen van haar eigen verhaal? Leila relateert in de laatste hoofdstukken immers ook een en ander over haar eigen beslommeringen ten tijde van het schrijven. Deze drie thema’s maken de hoofdonderdelen van het verhaal uit, maar worden nauwelijks met elkaar verweven, waardoor zij elkaar blijven beconcurreren om de voorgrond van het narratief.

Magische details

De personages in Meester van de trommels hebben talloze wonderlijke verhalen te vertellen. Zo blijkt dat de moeder van Lucrécia en Irene over het onverklaarbare talent bezat om, door slechts over de buik te strijken, aan te voelen of een zwangere vrouw van een jongen of een meisje zou bevallen. De bovennatuurlijke aard van veel van die subverhalen geeft het boek een bepaalde magisch-realistische kwinkslag, die wordt geconsolideerd door de magische trommels. De trommels lopen als een rode draad door het hele verhaal: bij het horen van bepaalde ritmes van die trommels wordt de luisteraar in een gruwelijke trance gebracht. Het koninkrijk Bailundo zet de trommels in wanneer zijn territorium wordt bedreigd door de Portugese kolonisten, en vele jaren later gebruikt Leila, die dj is, de ritmes van die trommels in haar muziek.

In Meester van de trommels zijn de bewoners van Angola, en specifiek de inheemse bewoners van het Angolese binnenland, degenen die het leven aldaar het beste begrijpen: zij hebben een gepaste eerbied voor de omgeving en voor de magische elementen. Zij nemen die bovennatuurlijke elementen aan als wonderlijke, maar voldongen feiten van het leven en gebruiken ze handig bij het verdedigen van hun leefomgeving als dat nodig is. De Angolezen steken kleurrijk en bewonderenswaardig af tegen de Portugezen, die zich alleen maar bezighouden met imperialisme en oorlogsvoering en die stuk voor stuk als nogal schandelijke, bespottelijke karikaturen worden neergezet.

De hoofdstukken in Meester van de trommels zijn los van elkaar subliem, maar vormen geen duidelijk, bevredigend geheel, en specifiek de rol van Leila is wat onnauwkeurig uitgewerkt. De literaire kwaliteit van Meester van de trommels schuilt dan ook voornamelijk in de bewonderenswaardige magische details en anekdotes die door de personages worden verteld en in de ingenieuze manier waarop dit boek de verhouding tussen de Portugezen en de Angolezen weergeeft.

Theater / Voorstelling

Luchtige en hemelse musical

recensie: Nonsens de musical
Nonsens_Pretpakhuis_scenefoto's_AVfotoreportages_8AV fotoreportages

Een musical over nonnen. Veel mensen denken dan aan Sister Act, maar die was vorig theaterseizoen al te zien. Nu reist er een echte musicalkomedie door het land met alleen maar nonnen op het podium: Nonsens de musical.

Oorspronkelijk is de show een off-Broadway musical van Dan Goggin uit 1985 en was deze al eerder in Nederland te zien in 2016. Het Pretpakhuis brengt dit theaterseizoen een moderne Nederlandse versie van Nonsens op het toneel.

Benefietconcert

Het noodlot heeft toegeslagen in het klooster: na het eten van bedorven soep zijn er 52 nonnen overleden. Het grootste deel van de zusters is begraven, maar voor de laatste drie begrafenissen was geen geld. De hoofdzuster (Mylène d’Anjou) heeft het geld aan ‘belangrijkere’ zaken besteed, zoals een abonnement op een streamingdienst. Hierdoor liggen de laatste drie zusters nog in de vriezer. De overgebleven vijf nonnen van het klooster organiseren een benefietconcert om geld op te halen voor de laatste drie begrafenissen.

Nonsens de musical laat dit benefietconcert, en alles wat er in de coulissen gebeurt tijdens het concert, zien. Het benefietconcert verloopt uiteraard niet vlekkeloos. Zuster Amnesia (Linda Verstraten) vergeet steeds wat ze moet doen, vlogger-non (Lisanne Dijkstra) mag van de hoofdzuster haar nummer niet zingen en zo blijft er van alles misgaan.

Luchtig en simpel

De musical is eigenlijk een reeks korte sketches achter elkaar geplakt en met de rode draad van het benefietconcert aan elkaar verbonden. Het is simpel, maar werkt goed. Nonsens gaat van de ene grap naar de andere (soms flauwe) grap: van woordspelingen naar foute grappen, publieksparticipatie, grappige liedjes en verwijzingen naar de actualiteit.

Het is een kleine musical met slechts vijf acteurs, en alle vijf de nonnen zijn erg grappig. Mylène d’Anjou valt extra op door haar goede komische timing. Als de hoofdzuster per ongeluk stoned wordt, ontstaat er bijvoorbeeld een hilarische scène. Daarnaast valt Ger Otte op, die erg jaloers is als nét-niet-hoofdzuster en met een enkele blik de zaal aan het lachen krijgt.

Er zitten veel knipogen in de musical. Zo worden twee van de nonnen gespeeld door mannen (Ger Otte en Christiaan Schreuder) en zingt de non die vlogt, Lisanne Dijkstra, over influencers, terwijl de actrice zelf ook tiktokster is. Bovendien mag het publiek regelmatig meedoen, bijvoorbeeld met de quiz van zuster Amnesia en ook op andere momenten is er publieksparticipatie.

De vertaling van Jon van Eerd is dan ook goed gevonden, met allerlei verwijzingen naar de actualiteit, bijvoorbeeld naar The Voice of VI. Nonsens zorgt voor veel gelach. De ene grap werkt wat beter dan de andere natuurlijk, maar het is echt een musical die je de buitenwereld even laat vergeten.

De humor staat centraal in deze musical, maar natuurlijk wordt er veel in gezongen en de nummers zijn ook echt een feestje. Kortom, Nonsens is een echte musicalkomedie voor wie een luchtige en vrolijke avond uit wil.

Theater / Voorstelling

Zingend strijden voor het Vaderland

recensie: Willem van Oranje de musical
Scenefoto Willem van Oranje_3 (c) Danny KaanDanny Kaan

Hoe vertel je het verhaal van de Vader des Vaderlands Willem van Oranje? Al meer dan 10 jaar hebben de makers van Willem van Oranje de musical zich beziggehouden met deze vraag. Het maakproces ging niet zonder enige strubbelingen, die regelmatig ook het nieuws behaalden, maar nu is de musical er eindelijk. En hoe. Willem van Oranje de musical staat sinds februari 2026 in het speciaal voor de show gebouwde Prinsentheater in Delft.

Willem van Oranje werd vermoord in Delft, zo leert elke Nederlander tijdens de geschiedenisles. Goede aanleiding om juist daar, aan de rand van Delft, het nieuwe Prinsentheater te bouwen, speciaal voor de musical. Willem van Oranje de musical heeft namelijk een eigen theater nodig, omdat de zaal 360 graden draait en het theater eigenlijk om de set heen is gebouwd. Een techniek vergelijkbaar met de TheaterHangaar van Soldaat van Oranje, die diezelfde regisseur, Theu Boermans, ook nu toepast.

Een geschiedenisles

De geschiedenisles begint bij keizer Karel V die zijn zoon Filips II kroont. Filips II’s (Roben Mitchell) ego blijkt gekrenkt door Willem van Nassau (Joris Smit), omdat Willem de favoriet is van zijn vader Karel V. De nieuwe streng katholieke koning onderdrukt de Nederlanden met vervolgingen van protestanten en uiteindelijk breekt de Tachtigjarige Oorlog uit. Verschillende veldslagen komen voorbij, de beeldenstorm, het Leids Ontzet, de Acte van Verlatinghe. Tussen alle veldslagen en het politieke gekonkel met de Hertogin van Parma, de Hertog van Alva, de koning zelf en het bestuurlijke systeem van de Nederlanden, zien we ook een stuk van het liefdesleven van Willem van Oranje. Van politieke huwelijken, overlijdens en affaires.

De musical is een lange geschiedenisles van 3,5 uur met veel historische informatie, maar weinig drama. Ondanks dat de musical echt wel ingekort had kunnen worden, verveelt de show nooit. Er is altijd veel te zien en alles gaat vlot door. Toch rijst na de eerste akte de vraag: ‘Is Willem echt zo’n passieve lafaard?’ Gelukkig onderneemt hij iets meer actie in de tweede akte.

Visueel spektakel

Willem van Oranje de musical is echt een show waarbij het publiek zijn ogen uitkijkt. Een draaiend theater, videobeelden en een groots decor samen gecombineerd zorgen voor een waar visueel spektakel. De theaterzaal waar het publiek in zit draait rond, vergelijkbaar met Soldaat van Oranje, waardoor er verschillende sets zijn die men ziet: van troonzaal tot kerk, bar, binnenplaats en slagveld. Bovendien wordt alles ondersteund door mooie videobeelden op de achtergrond of tijdens het draaien van de zaal. Zo zien we regelmatig een landkaart die reizen en veroveringen aangeeft en zien we ridders te paard op video, die afstappen en zo het toneel op lopen.

In de show ligt de nadruk echt op het vertellen van het verhaal met visueel spektakel. Een geschiedenisles die je meebeleeft. De musical vat het in het programmaboekje samen als ‘Zijn leven. Zijn strijd. Ons verhaal.’ Toch voelt de musical meer als een mooie geschiedenisles, het verhaal van Nederland, dan als een kijkje in het leven van Willem van Oranje zelf. Je leert de stadhouder niet echt kennen; er zijn weinig emoties of persoonlijk drama te zien, zoals vaak wel het geval is in het medium musical. Vooral in de eerste akte is Willem een passief personage en komt hij pas echt tot actie na de pauze. Willem van Oranje blijkt een saaie politicus die iedereen te vriend wil houden en je ziet weinig emotie over zijn relatieperikelen.

De cast weet zich goed staande te houden tussen al het visuele spektakel. Er wordt goed geacteerd en gezongen, al is er geen enkel lied dat echt blijft hangen. Daarvoor moet je de musical vaker zien. Joris Smit speelt een rustige Willem van Oranje, Roben Mitchell zorgt als Filips II voor een vleugje humor en Matteo van der Grijn maakt indruk als de strijdlustige Lumey. De show heeft een zeer grote cast met ook veel figuranten in het ensemble, om zo de historische scènes geloofwaardig te spelen.

Kortom, Willem van Oranje is een grootse, lange geschiedenisles vol spektakel. Een lange musical die wat zitvlees vergt, maar zeker niet verveelt.

Muziek / Interview
special: Recensie Human / Colors (25th Anniversary Edition) + interview SPOOK
SPOOK - Humanomslag

Terugkeren en jubileren

De band SPOOK is terug! Marijn Ooijman keert met Human terug naar waar hij vijfentwintig jaar geleden met Colors het bedje spreidde. Met dezelfde mix van rock, pop, jazz en blues weet SPOOK andermaal een album te presenteren dat nog lang gekoesterd mag worden. Met de release van het tweede album Human is het meteen tijd voor het zilveren jubileum van het debuutalbum.

De mix van diverse stijlen maakt het moeilijk om SPOOK in een muzikaal hokje te stoppen. Misschien is dat dan wel meteen de kracht van deze band. Want deze dwarsheid door allerlei stijlen heen maakt dat het album Human met regelmaat zal blijven klinken.

Human

Zelf noemt singer-songwriter en leider van de band SPOOK Marijn Ooijman zijn muziek ‘genuine jazz infused poprock’. Dat lezen we op zijn website, die naast het album Human ook reclame maakt voor zijn theatertour: Het SPOOK genaamd AMBITIE.

Het is net of de tijd heeft stilgestaan als je naar het nieuwste album van de band luistert. Stil, omdat de stijl van het debuut doorklinkt in het nieuwe album. Het vergt een aantal luisterbeurten om de schoonheid van alle liedjes te ontdekken en alle lagen van het album te ontrafelen. De stem van Ooijman is je baken in deze ontdekkingsreis. Als je graag een album luistert dat één stijl borgt, ben je bij SPOOK aan het verkeerde adres. Maar wie graag op reis genomen wordt door een landschap of amalgaam van stijlen, kan zich helemaal thuis voelen bij Human.

Het album pakt je bij je lurven en brengt je terug naar waar SPOOK sterk in is: fijn subtiel elektrisch gitaarwerk, een kristalheldere stem die een tekst zingt die ook ergens over gaat. Ooijman vertelt waarom en hoe hij mens is met alles wat hem bezighoudt. Ook hier is natuurlijk de liefde niet ver weg, zoals dat bij het leven hoort. De eerste single ‘Movie Girl‘ van Human verscheen al in juli vorig jaar. Een vrolijk liedje dat sterk het UK-popbandgevoel in zich heeft. De release van het album zelf was op 17 januari 2026.

Een van de liedjes die in je hoofd zal gaan zitten is ‘Dance For Me Now’, dat ergens huist tussen een popballad en jazzswinger. Het is een regelrecht liefdesliedje. Op het daaropvolgende ‘Straight To Hell’ krijgen we een heel andere signatuur, waarin we zelfs een trombone horen in een schijnbare livesetting aan het einde van de compositie.

‘Dreamin’ Flow’ sluit het album af als een soort modern slaapliedje en nodigt je uit om de slaap te nemen en je klaar te maken voor de morgen. Laat je niet voor lang in slaap wiegen door SPOOK, maar druk op play om nogmaals dit wonderschone album te luisteren. Of stond je speler al op repeat?

Colors

Ook het zilveren debuutalbum Colors werd 25 jaar geleden voorafgegaan door de single ‘To Be Me‘ met op de flipside een akoestische versie van het liedje. Dit is de bonustrack van de jubileumeditie van het album, die geremasterd is door Big Bo Brocken. Voor fans van destijds twee redenen om opnieuw een aanschaf te overwegen. Wie voor het eerst van SPOOK hoort, doet er goed aan om na een paar luisterbeurten van de nieuweling meteen ook het debuut aan de verzameling toe te voegen. Dan kun je dubbel genieten van wat Ooijman je te bieden heeft.

Waarom 25 jaar wachten?

Echt zware kost hoeven we van SPOOK niet te verwachten als we de instrumentale omlijsting van de liedjes beschouwen. Alle liedjes lenen zich prima voor een bandbenadering, maar blijven ook akoestisch overeind. Wie dieper luistert naar de teksten van Ooijman zal zich verbazen over de diepgang die je daarin aantreft. Al met al is de muziek van SPOOK een enerverende luisterervaring. De kristalheldere productie van Big Bo Brocken en ook de remastering maken die luisterervaring compleet. Geen spierballenblues, rock of jazz. Muziek die uitnodigt om echt te luisteren en te beleven.

We vragen Marijn naar zijn muzikale reis van de afgelopen jaren en het nieuwe album.

Waarom duurde het 25 jaar?

‘Omdat we in 2008/2009 uit elkaar gingen en ieder een eigen weg insloeg op muzikaal gebied. Vijf jaar geleden kwamen gitarist Jeffrey en ik elkaar weer tegen en zijn we onze oude liedjes samen akoestisch gaan spelen. En van het een kwam het ander. We zijn nooit gestopt met muziek maken, hoor. Alleen in andere genres. En we zijn ook altijd liedjes blijven schrijven en die staan nu gedeeltelijk op Human. Er is meer in de maak.’ In de tussentijd heeft Marijn blues en Southern Rock gespeeld en is hij op pad geweest als tourmanager voor onder anderen Michael Dotson, Kyla Brox, Lance Lopez, Timo Gross, Steve Conte en vele anderen.

Wat maakt dat je nu weer een album als Human wilde uitbrengen?

‘Vooral het feit dat ik verder moet met het schrijven van liedjes en dat betekent dat de liedjes in mijn hoofd vastgelegd moeten worden om ruimte te creëren.’

Vanwaar de samenwerking met Bo?

‘Bo is een van mijn beste vrienden, al jaren, en heel af en toe hielp ik hem in zijn studio met wat hand- en spandiensten tijdens de verbouwing. Ik zag hoe gepassioneerd hij bezig was en hoe hij alles in zijn hoofd had. Het is exact zo geworden zoals hij geschetst had. Bo is een echte vakman die ieders muzikale wensen en ideeën in hun waarde laat. En het beste uit de artiest en uit de liedjes haalt tijdens de opnames en tijdens het mixproces. Alles kan bij Bo. Analoog, digitaal, hij heeft alles in huis en is gek op vintage.’

Moeten we nu weer 25 jaar wachten?

‘Nee, zeker niet. Ik heb alweer het een en ander klaarliggen, maar alles valt of staat met het financiële plaatje, dus we hopen dat de plaat Human goed gaat lopen. Via alle gerenommeerde platenwinkels is alles te bestellen/te koop: Human op cd en vinyl en Colors 25th Anniversary op cd.’

Waarom moeten we naar het theater komen?

‘Allereerst alleen al voor de muziek, maar zeker ook voor het verhaal. Het verhaal van iemand wiens ambitie hem in trouble brengt, hem vooruit stuwt, hem rare dingen laat doen en hem ook hele mooie dingen laat doen, waarover hijzelf enorm twijfelt. Een verhaal over een levensloop, over keuzes maken, over je minderwaardig voelen, over jeugd en opvoeding en over het zijn wie je bent en daarmee om durven/moeten gaan. De liedjes en beelden geven de nodige diepte en inkijkjes in zijn leven.’

Film / Films

De waardigheid van een invalide

recensie: Joe Speedboot – Sam de Jong
Joe-Speedboot_st_5_jpg_sd-highFilmdepot

Aan het verstand van Fransje mankeert niets. Omdat hij in een rolstoel zit en ook niet kan praten, behandelt iedereen in het dorp hem echter als een kleuter. Maar vanaf het moment dat nieuwkomer Joe Speedboot ten tonele verschijnt, gaat in Fransjes leven de zon schijnen.

‘Er wordt gezegd dat de samoerai een tweevoudige weg heeft, van het penseel en het zwaard’, aldus het geschreven motto aan het begin van Joe Speedboot. De spreuk is ontleend aan de zeventiende-eeuwse Japanse samoerai en filosoof Miyamoto Musashi. De pen staat dan voor cultuur, het zwaard staat voor de strijd. Voor de invalide hoofdpersoon Fransje Hermans wordt dit motto de werkelijkheid: hij kan goed schrijven, maar hij blijkt ook uit te blinken in de merkwaardige sport armworstelen.

Dagboek

De middelbare scholier Fransje (Daan Buringa) zit sinds een onzinnig ongeluk in een rolstoel. Na veel oefenen kan hij wel zijn armen en handen gebruiken, maar hij kan niet praten. Schrijven kan hij daarentegen als de beste: hij schrijft het ene na het andere dagboek vol met eigen overpeinzingen en met alles wat er gebeurt in zijn (fictieve) dorp Lomark.

Fransje is erg intelligent, zijn hersenen zijn door het ongeluk niet geraakt. Helaas groeit hij op in het kansloze gezin van een autosloper, met een onbruikbare broer (Chris Peters). Zijn ouders (Janni Goslinga en Rogier Schippers), onervaren in dit soort tegenslag, proberen in hun onmacht de gehandicapte zoon het gevoel te geven dat hij nuttig is.

In zijn waarde

Maar het licht gaat bij Fransje pas aan als de onaangepaste, creatieve, goedlachse Joe Speedboot ten tonele verschijnt. Joe neemt Fransje als eerste serieus, laat hem in zijn waarde en kan Frans’ gezelschap waarderen. Wanneer blijkt dat Fransje door al het rijden met de rolstoel en door zijn taak in de autosloperij een ijzersterke rechterarm heeft ontwikkeld, bedenkt Joe dat Fransje wel kan gaan meedoen aan wedstrijden armworstelen, waarbij stevig wordt gegokt.

Succesroman

Het verhaal kent een onderstroom van lichtvoetig gebrachte filosofie, leunend op de eerdergenoemde Miyamoto Musashi. Die komt ook aan de orde in Joe Speedboot (2005), de meeslepende en hilarische succesroman van Tommy Wieringa die aan de film ten grondslag ligt. Het is niet verstandig de vergelijking met het boek ver door te voeren. De plot is onvermijdelijk flink ingedikt en er zijn stevige elementen weggelaten.
Knap is dat het scenario van Jan Eilander en Daniël Samkalden de essentie van het coming-of-age verhaal desondanks overeind laat. Zij hebben het verhaal van Tommy Wieringa meer dan verdienstelijk omgezet in een filmscript. Het script laat het oorspronkelijke verhaal intact, en het nodigt de kijker uit mee te gaan in het wel en wee van Fransje.

Uiteraard zijn daartoe aanpassingen gedaan. De meest opvallende is die van de verteller: de stem van vriendin PJ (spreek uit: PieDjé) vertelt in de voice-over het verhaal van Fransje. Aan het einde van de film blijkt waarom, dat moeten we hier niet verklappen.

Waagstuk

Regisseur Sam de Jong heeft een flinke dobber gehad aan de verfilming van de roman van Wieringa. Het boek wordt beschouwd als een moderne klassieker, het is per definitie een waagstuk dat te willen verfilmen. De Jongs filmplannen lagen er sinds 2021, de opnames startten begin mei 2024. De film is er nu, bijna twee jaar later. Een van de tegenvallers was dat hoofdspeler Daan Buringa een arm brak, waardoor de opnames moesten worden stilgelegd.

Geestig

Deze verfilming is het wachten waard. Het is een fijne, geestige film geworden. Belangrijk voor dat succes zijn de drie hoofdrolspelers: Tobias Kersloot als Joe Speedboot, Daan Buringa als Fransje, en QiQi van Boheemen als PJ. Drie sterke jonge acteurs die ervoor zorgen dat we dit verhaal geloven. Vooral de charismatische Tobias Kersloot (Joe) is een groot talent. Daan Buringa moet het als zwijgende invalide voornamelijk hebben van zijn mimiek. Dat gaat hem behoorlijk goed af, Buringa heeft een heel scala aan gelaatsuitdrukkingen in zijn mars.

Voorts valt Chris Peters op, als Fransjes lamlendige broer Dirk. Peters mag lekker vet een sukkel spelen, met als gevolg dat we serieus medelijden krijgen met het feit dat Fransje het van deze grote broer moet hebben voor het vertier in zijn leven.

Ongezelligheid

Dit alles tegen de achtergrond van een landschap dat afwisselend boerenland, industrie en rivieren laat zien. Veel ongezelligheid: Nederland biedt geen herbergzame aanblik in deze film.
In de score zorgt een wisselwerking van Hollandse smartlappen, gabberhouse, house en zachte singer/songwritermuziek (we zien Froukje!) voor commentaar op de locaties waar we zijn. Dit alles dient ter ondersteuning van de ontwikkeling die de personages doormaken: van verwarde, dorpse pubers bij wie langzaam enig besef ontstaat van wat ze willen, tot strijdvaardige jongvolwassenen. Joe Speedboot is een vrolijke, hoewel nogal dik aangezette, feelgoodfilm.

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Boeken / Fictie

Moord is bijzaak

recensie: Het onmogelijke fortuin – Richard Osman
Het onmogelijke fortuinbol.com

Na een zijsprong met de start van de reeks Voor al uw moordzaken én de verschijning van de verfilming van De moordclub (op donderdag) keert Richard Osman terug naar zijn bekendste personages. Het onmogelijke fortuin is alweer het vijfde deel in De moordclub (op donderdag)-reeks, waarin de hoogbejaarde speurneuzen zich ditmaal begeven in de wereld van cryptomunten, huurmoordenaars en autobommen.

Met De moordclub (op donderdag)-reeks geeft Osman het detectivegenre een eigen draai. Geen excentrieke rechercheurs, maar ouderen met een uit de hand gelopen hobby staan centraal. Dat is niet zomaar een gimmick: de boeken gaan juist over ouder worden, over onderschat worden ondanks een leven vol ervaring, over vriendschap, familiebanden en eenzaamheid. Osman weet deze thema’s licht te houden met humor en charme, zonder ze te bagatelliseren. Door de reeks heen zien we hoe de personages en hun onderlinge relaties zich blijven ontwikkelen. Bovendien werkt in dit vijfde deel een grote gebeurtenis uit het vierde deel van de reeks, De laatste duivel die sterft, nadrukkelijk door.

Tussen bitcoins en autobommen

De welbekende clubleden Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim treffen we op de bruiloft van Joyce’ dochter Joanna. Tussen het feestgedruis door wordt Elizabeth aangesproken door Nick Silver, een man die ervan overtuigd is dat iemand hem wil vermoorden. Hij heeft een autobom onder zijn wagen gevonden en denkt dat dit alles te maken heeft met een gigantisch bitcoinvermogen waar hij over beschikt. Wanneer Silver vervolgens spoorloos verdwijnt, maar wél verdachte berichten blijft sturen naar de bruidegom, is het nieuwe mysterie geboren. Toch blijkt al snel dat Het onmogelijke fortuin vooral níét draait om dat mysterie – en precies dat maakt dit boek zo geslaagd voor lezers die de eerdere delen kennen. Hoewel het verhaal op zichzelf te lezen is, mis je zonder voorkennis veel onderlinge grapjes, emotionele ontwikkelingen en betekenisvolle details. In een reeks waarin het leven naast moord en doodslag centraal staat, zijn juist die lagen onmisbaar.

Moord is slechts bijzaak

Hoewel ook dit deel weer een vernuftig opgebouwd mysterie bevat, lees je deze reeks niet voor de spanning rondom de antiek-oplichterijen, drugsdeals en spionagepraktijken. Je leest haar voor de personages. Het onmogelijke fortuin valt daarbij extra op, omdat het verhaal nog nadrukkelijker ruimte maakt voor alles náást het raadsel. Meer dan eens leren we over de levens van de clubleden, zeker nu er nieuwe perspectieven zijn toegevoegd, zoals die van Joyce’ dochter en Rons kleinzoon. Ook Connie krijgt eindelijk meer ruimte en laat zowaar verdere karakterontwikkeling zien. Waar Ron eerder soms wat naar de achtergrond leek te verdwijnen, krijgen hij, zijn kinderen en zijn kernprincipes hier meer aandacht – al is de aanleiding minder prettig. Met de introductie van nieuwe personages treden thema’s als rouw en eenzaamheid nog sterker op de voorgrond. Zoals Joyce in haar dagboek opmerkt: je hebt het nieuws, en je hebt het leven. Dit boek gaat dan ook niet echt over bommen en bitcoins, maar over eenzame mannen met te veel kattenbeeldjes en moedige vrouwen in lastige situaties.

Osmans superkracht is zijn humor en schrijfstijl, en waar die in de verfilming grotendeels ontbraken, keren ze in Het onmogelijke fortuin gelukkig volledig terug: heerlijk droog, scherp en bovenal herkenbaar Brits. Tegelijkertijd schuwt hij emoties niet en weet hij de ups en downs van het ouder worden raak te verwoorden, met een lach en een traan. Opvallend zijn deze keer de grappen die subtiel verwijzen naar de verfilming – zoals Ron die iedereen naar diens favoriete James Bond acteur vraagt. Die van hem is vanzelfsprekend de knappe acteur Pierce Brosnan, die geheel toevallig de rol van Ron op zich neemt in de verfilming. Deze knipogen werken het beste voor de lezers die zich al langer in de wereld van Coopers Chase begeven.

Het onmogelijke fortuin bewijst dat Osman zijn succesformule nog altijd beheerst: humor, charme, een goed doordacht mysterie, maar vooral oog voor het echte leven. Wie de eerdere delen heeft gelezen, krijgt hier een rijk en emotioneel vervolg voorgeschoteld en loopt zelfs de kans dat dit deel uitgroeit tot de favoriet van deze boekenreeks.