Berichten

Theater / Voorstelling

Die Gedanken sind Frei

recensie: De Theatertroep - Opgediept

Opgediept van de Theatertroep brengt ons via het Duitsland van het interbellum naar de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Met karige middelen, mooi licht en veel vindingrijkheid wordt een belangrijke en aangrijpende voorstelling gemaakt.

De Theatertroep kun je een soort kind van Het Barre Land en Maatschappij Discordia noemen. Dezelfde autonome vorm van theater maken en de warme bejegening van het publiek. De groep is een samensmelting van allerlei disciplines wat maakt dat niet al het acteren grandioos is, maar daar valt prima mee te leven.

Opgediept is een speciaal voor De Theatertroep geschreven stuk van Judith Herzberg, een prequel van haar trilogie Leedvermaak/Rijgdraad/Simon, die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zowel in het theater als in de bioscoop te zien is geweest. Het stuk wordt voorafgegaan door Mephisto, naar het boek van Klaus Mann.

Chaotisch en grappig

Mephisto gaat over een groot Duits acteur, zeg maar kaliber Pierre Bokma of Jacob Derwig, die zichzelf verkoopt aan de nazi’s. De Theatertroep maakt daar een cabaretachtige voorstelling van, waar de bewuste acteur af en toe in opduikt.
Dit is qua vorm niet mijn favoriete deel van de avond, zeker niet na de chaotische en erg grappige inleiding waar we eerder op zijn getrakteerd. Sommige momenten zijn echter aardig: een slimme mop met dubbele bodem over Hitler, een prachtig gezongen protestlied, Die Gedanken sind Frei, waarbij mijn buurman zachtjes meezingt, een paar zinnen uit Hamlet en een stukje uit De Kersentuin.

Wat gaandeweg wel steeds duidelijker wordt en beklemming oproept, is dat de tijd van toen doet denken aan de onze. Mensen zijn ontevreden, zoeken naar zondebokken – destijds Joden – en maken zich zorgen over het steeds duurder wordende leven. De NSDAP, de partij van de nazi’s, wordt eerst weggelachen, maar is een paar jaar later in één klap de grootste. Verwoed probeer ik in gedachten geruststellende verschillen te vinden: de werkloosheid noch inflatie is momenteel zo erg als destijds. En Trump is Hitler niet. Maar toch, de verbijstering over hoe het in vredesnaam mogelijk is dat hij president werd, is misschien een weerspiegeling van de schok destijds. Iedereen is bang voor de toekomst en probeert te voorkomen wat lijkt te gebeuren, maar het helpt niet. Het gebeurt toch. Die machteloosheid beangstigt.

Beklemming

Na een korte ombouw zien we, in het Amsterdam van 1942, een jong Joods echtpaar dat net, in een poging het te redden, hun enige kind heeft afgestaan aan een onderduikmoeder. En nu niet weet wat het moet doen. Pakken om zelf naar een onderduikplek te gaan? Of misschien wel op transport. Moet er een pan mee? Een pan?!? Hoe zit het met de onderduikmoeder, is ze wel te vertrouwen? En de buurvrouw, kwam die niet spioneren? Een bekend kruidenier die met de Duitsers heult, hij zal er na de oorlog zeker voor boeten. En dan weer over het kind.

De spelers brengen de tekst heel sec, bijna laconiek. Dat werkt aanvankelijk erg goed. Het kalme praten maakt hun totaal weggeslagen leven des te aangrijpender. Maar op den duur verdwijnt de beklemming. Misschien duurt het stuk net iets te lang of raken de spelers hun concentratie kwijt?

Het geeft niet. De inhoud is overgekomen. Geweldig dat een groep van zulke jonge spelers ons zoiets moois aanbiedt.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Die Gedanken sind Frei

recensie: De Theatertroep - Opgediept

Opgediept van de Theatertroep brengt ons via het Duitsland van het interbellum naar de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Met karige middelen, mooi licht en veel vindingrijkheid wordt een belangrijke en aangrijpende voorstelling gemaakt.

De Theatertroep kun je een soort kind van Het Barre Land en Maatschappij Discordia noemen. Dezelfde autonome vorm van theater maken en de warme bejegening van het publiek. De groep is een samensmelting van allerlei disciplines wat maakt dat niet al het acteren grandioos is, maar daar valt prima mee te leven.

Opgediept is een speciaal voor De Theatertroep geschreven stuk van Judith Herzberg, een prequel van haar trilogie Leedvermaak/Rijgdraad/Simon, die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zowel in het theater als in de bioscoop te zien is geweest. Het stuk wordt voorafgegaan door Mephisto, naar het boek van Klaus Mann.

Chaotisch en grappig

Mephisto gaat over een groot Duits acteur, zeg maar kaliber Pierre Bokma of Jacob Derwig, die zichzelf verkoopt aan de nazi’s. De Theatertroep maakt daar een cabaretachtige voorstelling van, waar de bewuste acteur af en toe in opduikt.
Dit is qua vorm niet mijn favoriete deel van de avond, zeker niet na de chaotische en erg grappige inleiding waar we eerder op zijn getrakteerd. Sommige momenten zijn echter aardig: een slimme mop met dubbele bodem over Hitler, een prachtig gezongen protestlied, Die Gedanken sind Frei, waarbij mijn buurman zachtjes meezingt, een paar zinnen uit Hamlet en een stukje uit De Kersentuin.

Wat gaandeweg wel steeds duidelijker wordt en beklemming oproept, is dat de tijd van toen doet denken aan de onze. Mensen zijn ontevreden, zoeken naar zondebokken – destijds Joden – en maken zich zorgen over het steeds duurder wordende leven. De NSDAP, de partij van de nazi’s, wordt eerst weggelachen, maar is een paar jaar later in één klap de grootste. Verwoed probeer ik in gedachten geruststellende verschillen te vinden: de werkloosheid noch inflatie is momenteel zo erg als destijds. En Trump is Hitler niet. Maar toch, de verbijstering over hoe het in vredesnaam mogelijk is dat hij president werd, is misschien een weerspiegeling van de schok destijds. Iedereen is bang voor de toekomst en probeert te voorkomen wat lijkt te gebeuren, maar het helpt niet. Het gebeurt toch. Die machteloosheid beangstigt.

Beklemming

Na een korte ombouw zien we, in het Amsterdam van 1942, een jong Joods echtpaar dat net, in een poging het te redden, hun enige kind heeft afgestaan aan een onderduikmoeder. En nu niet weet wat het moet doen. Pakken om zelf naar een onderduikplek te gaan? Of misschien wel op transport. Moet er een pan mee? Een pan?!? Hoe zit het met de onderduikmoeder, is ze wel te vertrouwen? En de buurvrouw, kwam die niet spioneren? Een bekend kruidenier die met de Duitsers heult, hij zal er na de oorlog zeker voor boeten. En dan weer over het kind.

De spelers brengen de tekst heel sec, bijna laconiek. Dat werkt aanvankelijk erg goed. Het kalme praten maakt hun totaal weggeslagen leven des te aangrijpender. Maar op den duur verdwijnt de beklemming. Misschien duurt het stuk net iets te lang of raken de spelers hun concentratie kwijt?

Het geeft niet. De inhoud is overgekomen. Geweldig dat een groep van zulke jonge spelers ons zoiets moois aanbiedt.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Een Britse kijk op de samenleving

recensie: Zadie Smith – Voel je vrij en Matt Haig – Planeet paranoia

In de zomer van 2018 publiceerden twee Britse auteurs een essayistische bundel over hedendaagse thema’s zoals technologie, de Brexit en sociale media. Zadie Smith publiceerde een verzameling essays in Voel je vrij en haar collega Matt Haig schreef het persoonlijke Planeet paranoia. Werpen zij een nieuw licht op deze thema’s?

De boekhandels liggen er vol mee: waarschuwingen tegen social media en hoe je staande te houden in deze drukke maatschappij. De boeken van Smith en Haig lijken in eerste instantie de zoveelste in de reeks. Omdat hun boeken tegelijk verschenen, is het interessant om te kijken hoe zij dit thema allebei hebben aangepakt. De twee boeken zijn in opzet verschillend: Smith verzamelde eerder gepubliceerde essays in Voel je vrij en Haig schreef met Planeet paranoia een persoonlijke kijk op een verwarde wereld. Bij een tweetal thema’s komen ze elkaar tegen; beiden zijn ze wantrouwend tegenover sociale media en zowel Smith als Haig pleit voor het behoud van de bibliotheek.

Zadie Smith – Voel je vrij

De Britse Zadie Smith is een zeer gewaardeerde auteur en essayist en naast haar schrijfwerk doceert ze aan de New York University. Deze twee ambachten komen op een mooie manier samen in haar bundel. De essays vormen een mix van persoonlijke beschouwingen en cultuurwetenschappelijke analyses:

“Mijn duidingen – als je ze zo kunt noemen – zijn eigenlijk altijd strikt persoonlijk.”

De essays zijn verdeeld in verschillende thematische blokken. Ze begint de bundel op een persoonlijke manier, met onder meer haar kijk op de Brexit (met een uitslag die haar verraste) maar verderop worden de essays theoretischer. Alsof je bij haar thuis begint en eindigt als student in de collegebank. De onderwerpen die ze aansnijdt lopen uiteen van een interview met Jay-Z tot een analyse van The social network, waarin ze met een goed staaltje omdenken Facebook onderuithaalt:

“Het lijkt me vooralsnog belangrijk om te beseffen dat Facebook (…) is ontworpen door een tweedejaarsstudent op Harvard die er de preoccupaties op na hield van een tweedejaarsstudent op Harvard. Wat is de status van je relatie, heb je wel een leven (kom met bewijzen, lever foto’s aan).”

Hiermee haalt Smith de angel uit de situatie en ontnuchtert ze de soms zware discussie over de problemen rondom het sociale platform. Een groot verschil met bijvoorbeeld de Nederlandse auteur Sidney Vollmer, die in zijn boek On/Off voornamelijk boos werd op de moderne technologieën.

Haar persoonlijke gedachtegangen zijn heerlijk om te lezen. Ze beschouwt haar onderwerpen van alle kanten en is niet bang om zichzelf ongelijk te geven (zoals in het essay over Brexit). De meer theoretische essays lezen alsof je haar colleges bijwoont. Wat knap is, is dat haar stukken persoonlijk en intellectueel tegelijk zijn.

Matt Haig – Planeet paranoia

Matt Haig heeft de laatste jaren voornamelijk twee soorten boeken geschreven: science fiction (De wezens, Het eeuwige leven) en het meer persoonlijke en autobiografische Redenen om te blijven leven, waarin hij zijn eigen depressie onderzoekt. Zijn nieuwste boek Planeet paranoia borduurt voort op dat laatste, al trekt hij het thema nu breder. Hij denkt na over de vraag hoe je jezelf staande kunt houden in deze verwarde wereld.

Planeet Paranoia is qua vorm een totaal ander boek dan Voel je vrij. Haig schrijft in een hybride vorm; hij weeft verschillende fragmenten tot een geheel. Die fragmenten zijn lijstjes, gedichten, persoonlijke relazen, wetenschappelijke benaderingen en zelfs korte stukjes fictie.

Op deze manier creëert hij een compleet beeld van de verwarde wereld en zo zit er ook voor iedere lezer wel een vorm van inspiratie in. Ook voorkomt Haig op deze manier dat hij te lang door predikt als een dominee. Zijn betogen (‘we moeten dit, jij moet zus en zo’) worden zo onderbroken met wat nuchterdere stukken, soms zelf met een vleugje optimisme. Dankzij deze aanpak behoudt hij het evenwicht en dat is wel zo prettig voor de lezer.

Smith en Haig komen elkaar tegen in hun visie op sociale media en het behoud van bibliotheken. In het eerste geval komen ze elkaar letterlijk tegen wanneer Haig Smith interviewt: “Ik gebruik mijn telefoon veel vaker dan Smith, maar desondanks – of misschien juist daardoor – deel ik haar zorg op veel punten.” En beiden pleiten ze voor een bibliotheek in elke stad, zoals Smith het zo mooi verwoordt: “Wat een goede bibliotheek te bieden heeft [is] niet makkelijk elders te vinden: een overdekte publieke ruimte waar je niets hoeft te kopen om er te mogen verblijven.”

Maar waar Zadie Smith je kan verwonderen met haar intelligente beschouwingen, daar is het boek van Matt Haig een prettig leesbare compositie die je al snel weer vergeet. Zo pakken twee boeken die op het eerste gezicht hetzelfde lijken, toch heel verschillend uit.

 

Voel je vrij                                    Planeet paranoia
Auteur:
Zadie Smith                     Auteur: Matt Haig
Uitgever: Prometheus                 Uitgever: Lebowski
Prijs: 25,99                                     Prijs: 19,99
ISBN: 9789044636147                  ISBN: 9789048845262
Beoordeling: 4 sterren                Beoordeling: 3,5 sterren

                

Reageer op dit artikel

Bezoekers bij de Vorkurs van Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.
Kunst / Expo binnenland

De blijvende invloed van Bauhaus

recensie: Nederland Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld
Bezoekers bij de Vorkurs van Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Zoals haast elke hippe tentoonstelling in modern museumland begint ook Nederland <-> Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld met een onderdompelende ervaring. Zelf ervaren blijkt echter niet alleen populair in de eenentwintigste eeuw (met zijn overprikkelde millennials en hun korte spanningsbogen). Nee, ook in 1919 was ervaring hot.

Bij de oprichting van het Bauhaus, een kunstopleiding in Duitsland tussen 1919 en 1933, geloofde een groep vooruitstrevende creatievelingen dat studenten optimaal leerden als zij al het voorgaande vergaten en simpelweg ervoeren. Alleen door een ‘Vorkurs’ waarin niet kennis, maar juist de ontdekking centraal stond konden zij onbevooroordeeld creëren.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

En zo begint ook de bezoeker met een gesimuleerde ‘Vorkurs’ zijn reis door het museum. In de eerste drie zalen ligt de focus op de ervaring van kleuren, materialen en vormen. Er is een lichtgevende driehoek die van kleur verandert als je hem aanraakt. Er is een tafel waar je scala aan materialen voelt. Ook zijn er houten figuren die je van een plat vlak de diepte in kunt toveren. De ‘Vorkurs’ veroorzaakt veel speelplezier.

Na deze ervaring komt toch ook de klassieke informatie. De introductiefilm legt de relatie tussen Bauhaus en Nederland bloot. Kernfiguren komen aan bod en er wordt ingegaan op de communicatiemiddelen tijdens het interbellum. De film biedt een overzichtelijke introductie op het ogenschijnlijk chaotische vervolg van de tentoonstelling.

Hart van de tentoonstelling

Het hart van Nederland Bauhaus bevindt zich in de ruime Bodonzaal. Bij binnenkomst overvalt een wirwar van vitrines, kriskras geplaatste wanden met schilderijen, vloertekeningen en uithangborden je. Tekst op de wand maakt het helderder: de tentoonstellingen is opgedeeld in 26 ‘knooppunten’. Drie knooppunten staan centraal: Bauhaus I, – II, en – III.

Bauhaus I gaat over de begindagen van de opleiding. Eromheen vind je voorlopers. Dat is soms verrassend, want hoewel de strakke lijnen en primaire kleuren een belangrijke rol zouden gaan spelen, was bij de start vooral het ambachtswerk belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het glas in loodraam de Geboorte van Christus uit 1911/12 van Johan Thorn Prikker. Hier is ook relatief veel werk uit de eigen collectie van Boijmans te zien, waaronder het topstuk Lyrisches (1911) van Wassily Kandinsky.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

In Bauhaus II verliest het ambacht de centrale positie en verschuift de aandacht naar de relatie tussen kunst en techniek. Hier staan veel bureaulampen en gestroomlijnde buisstoelen. Grappig is dat je dit soort interieur ook nu nog regelmatig tegenkomt. Ook opvallend is een filmpje van een aan Bauhaus gelieerd ballet (Triadisches Ballett van Oskar Schlemmer) waarin een danseresje in geometrisch gevormd kostuum ronddanst.

In Bauhaus III wordt tot slot de groeiende aandacht voor architectuur en stedenbouw benadrukt en benoemd dat de opleiding er twee richtingen bijkreeg: fotografie en reclameontwerpen. In dit gedeelte van de tentoonstelling vind je een hoop affiches en posters. Hoewel de ontwerpen nog steeds aantrekkelijk zijn, zijn de onderwerpen veranderd. Zo zie je aanlokkelijk gepresenteerde plaatjes van sigaretten.

De rest van de knooppunten zijn, hoewel ze misschien minder centraal staan, niet minder interessant. In een tentoonstelling over het Bauhaus in Nederland kunnen de banden tussen de opleiding en de Nederlandse De Stijl natuurlijk niet ontbreken. Er zijn werken van Mondriaan opgesteld en we zien een aantal Rietveld meubels.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Kracht en zwakte

Eigenlijk wordt elk aspect van het Bauhaus, elke verbinding en elke afgeleide belicht en daarin schuilt zowel de kracht als de zwakte van de tentoonstelling. Nederland Bauhaus maakt de bezoekers bewust van de enorme verspreiding van het Bauhaus gedachtegoed en de esthetiek zonder daarin kunstmatig te definiëren. Het toont herkenbare objecten en beelden en slaat zo een verbinding tussen toen en nu en de ‘Vorkurs’ is een ware vondst die je meteen meesleept.

Tegelijkertijd is het door de chaotische opstelling in het hoofdgedeelte soms moeilijk een rode draad te ontwaren en is een uitleg van de vormentaal en principes van het Bauhaus beperkt. Verder is de informatie ruim voldoende. Hoewel de makers van de tentoonstelling adviseren om een tablet met extra informatie mee te nemen is dat eigenlijk niet nodig.

Toch blijft Bauhaus je bij. Hopelijk is de herinnering nog zeven jaar helder, want dat is hoe lang Boijmans Van Beuningen de deuren sluit voor een grootschalige verbouwing. We zullen dit kunstwalhalla missen.

Reageer op dit artikel

Erwin Olaf, Palm Springs, The Kite, 2018. © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery
Kunst / Reportage
special: Erwin Olaf – I Am
Erwin Olaf, Palm Springs, The Kite, 2018. © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Overdonderende dubbeltentoonstelling

Het Gemeentemuseum en het Fotomuseum in Den Haag brengen een eerbetoon aan de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf (1959), die dit jaar zestig jaar wordt. De overzichtstentoonstelling is opgesplitst in twee delen. Het Fotomuseum toont werk uit zijn beginjaren (1980-2000) en het Gemeentemuseum vanaf 2000 tot 2018.

“Wat ik het liefst wil laten zien, is een perfecte wereld met een barst erin. Ik wil het beeld verleidelijk genoeg maken om mensen mijn verhalen in te trekken, en dan een klap uitdelen.”

Erwin Olaf, Chessmen, XVII, 1988 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Chessmen, XVII, 1988 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Dit zijn woorden van Erwin Olaf zelf. En als bezoeker zul je dat zelf ervaren. Zijn portretten, scenes, installaties en filmpjes hebben allemaal een diepere betekenis, die voor iedereen anders kan zijn. Dat is zo intrigerend in zijn werk. Zijn werken vertellen verhalen en roepen daarmee veel vragen op. Je kunt je eigen verhaal erbij verzinnen of het ‘verklarende’ bordje naast de foto lezen. De foto’s zijn perfect; alles is tot in het kleinste detail geënsceneerd.

De beginjaren

Als Olaf tweeëntwintig jaar is maakt hij zijn eerste studio opnames. Op de School van Journalistiek in Utrecht kiest hij fotograferen, omdat hij dat leuker vindt dan schrijven. Hij is geïnteresseerd in mensen, maar ook in de schilderkunst, met name het effect van licht en donker. In zijn serie Ladies Hats (1985-94) is zijn bewondering voor Rembrandt overduidelijk. Olaf begeeft zich in het uitgaansleven van Amsterdam. Hij is zelf homoseksueel en fotografeert het theatrale van het nachtleven.

Een paar jaar na zijn afstuderen maakt hij in opdracht de serie Chessmen (1987-88). Hij kiest als uitgangspunt het schaakspel met tweeëndertig foto’s. Inhoudelijk kiest hij voor macht en onderdrukking in een sadomasochistische entourage. De foto’s in het Fotomuseum zijn voor een groot deel in zwart-wit en gemaakt met een Hasselblatt camera. Naast de foto’s van Olaf zelf, heeft hij ook een galerij ingericht voor zijn inspiratiebronnen zoals: Man Ray, Robert Mapplethorpe Tineke Dijkstra en Hans van Manen. Maar Olaf blijft zichzelf ontwikkelen; van analoog werkende fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller.

Erwin Olaf, Keyhole #6. 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery.

Erwin Olaf, Keyhole #6. 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery.

De meester

De digitale fotografie heeft Olaf veel meer ruimte gegeven. Hij kan zijn foto’s naar eigen idee op esthetisch, politiek en sociaal maatschappelijk niveau manipuleren en vormgeven. Ook integreert hij zijn foto’s in bewegende beelden en installaties, zoals Keyhole (2012-13), waarbij je als toeschouwer door twee sleutelgaten kunt kijken en je afvragen wat zich daar nu daadwerkelijk afspeelt.

Rond 2012 besluit Olaf een drieluik te maken over de steden Berlijn, Shanghai en Palm Springs. Het is zijn meest recente werk. Hij geeft door middel van zijn intrigerende foto’s zijn visie over de mensen op deze plaatsen.

Berlijn, 2012

Het Interbellum is een periode waar Olaf door wordt gefascineerd. In het Berlijn van de jaren twintig zijn de mensen euforisch na de Eerste Wereldoorlog, maar er is ook een teloorgang te zien van waarden. Het schilderij Der Salon I, 1921 van Otto Dix is zijn uitgangspunt voor de foto Clärchen’s Ballroom, Mitte. Hij ziet ook een strijd tussen oud en jong en vindt dat het kind in de Westerse samenleving steeds meer macht krijgt. Hij fotografeert dan ook kinderen die macht uitstralen op een allesbehalve prettige manier. De foto Portrait 05 toont een jong meisje met blonde vlechten geheel gekleed in perfect zwart leer en zwarte rijglaarzen. Zij zit op een veel te hoge stoel en kijkt met een strakke verkilde blik de ruimte in. Op de foto Masonic Lodge, Dahlem, zie je een blank jongetje in een zwart pak, met leren handschoenen aan, wijzen naar een prachtige donkere man. Deze draagt alleen een soort badpak dat behangen is met onderscheidingen. Hij staat op een karretje met vier wielen en ziet eruit alsof jij een pop is.

Erwin Olaf, Berlin, Freimaurer Loge Dahlem, 22nd of April, 2012, 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Berlin, Freimaurer Loge Dahlem, 22nd of April, 2012, 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Midden in de zaal staat een carrousel. Je ziet een geknielde en geblinddoekte clown, die er triest uitziet. Daaromheen draaien kinderpoppen zonder hoofd met allerlei verschillende kostuumpjes aan in de rondte terwijl ze een liedje zingen. Je krijgt er een onbehaaglijk gevoel bij.

Shanghai, 2017 en Palm Springs, 2018

Terwijl Shanghai de stad van de toekomst zou moeten zijn volgens Olaf, portretteert hij een aantal jonge vrouwen in bewegende beelden (Shanghai). Ondanks het feit dat hun uiterlijk perfect is, is hun gemoedstoestand vreselijk triest. Ze lijken te smeken om hen te verlossen van hun verborgen eenzaamheid. Deze serie spreekt boekdelen! Alles wat zo mooi lijkt, is fake!

Hoewel Palm Springs een in de woestijn gelegen stad in Californië creëren de mensen daar hun eigen paradijzen. Olaf stelt in zijn verhalende foto’s de vraag of ze daar gelukkig zijn. Op de foto At the Pool, zie je op de voorgrond een gezette dame die naar een jong knap meisje aan de rand van het zwembad kijkt. Wat is hun relatie? Beide zien er niet echt gelukkig uit. Olaf geeft een hint met het boek Lolita van Vladimir Nabokov dat open op de terrastafel ligt.

Erwin Olaf, Shanghai, Huai Hai 116, Portrait #2, 2017 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Shanghai, Huai Hai 116, Portrait #2, 2017 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Op de foto The Kite zie je aan de ene kant een donkere vrouw en een klein halfbloed meisje. Ze staan op een ruw terrein, waar ze aan het picknicken zijn. De vlieger van het meisje (de vlag van de VS) is aan de andere kant, in een park met windmolens in een verdorde boom gekomen en gescheurd. Ook hier vraag je je af wat er aan de hand is.

Aanrader

Dit is met recht een overdonderende tentoonstelling. Het vele werk dat is te zien laat aan de ene kant zijn technische ontwikkeling zien, maar ook zijn kracht om zichzelf steeds te vernieuwen. Bovendien weet hij de toeschouwer steeds te aan te zetten om zijn eigen fantasie te gebruiken. Terugkijkend op zijn werk komt er eigenlijk maar een overkoepelend thema ter sprake: vrijheid en hoe die vrijheid op allerlei manieren wordt onderdrukt of beperkt. Zelfs zijn foto’s van de Koninklijke familie dragen dit gevoel uit.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

De destructieve kracht van een kunstenaar

recensie: Frascati Producties / Charli Chung - Don Caravaggio

Don Caravaggio is over de top theater met uitbundige kostuums, grootse emoties en bijbehorende gebaren. Alles gelukkig met een vette knipoog.

Iedereen is verliefd op Don Caravaggio, zijn vrouw Elvire, bediendes en het boerenvolk. Verliefd op zijn charmes, levenslust, lichaam en talent om te scheppen. En Caravaggio, op zijn beurt, is verliefd op iedereen – niet in de laatste plaats op zichzelf. In Don Caravaggio van Frascati Producties zien we hoe de Italiaanse schilder, die een aantal van de grootste kunstwerken van de wereld op zijn naam heeft staan, voor zijn naaste omgeving vooral een destructieve kracht is.

Regisseur Charli Chung modelleert zijn Caravaggio naar de beroemde hartenbreker Don Juan, zoals Molière hem portretteerde in zijn gelijknamige toneelstuk. Zo voegt Chung twee karakters samen die in ieder geval één gemene deler hebben: de drang om hun levens te leiden zoals ze dat zelf willen; op basis van hun eigen passies en ongeacht sociale conventies en algemeen geldende (zedelijke) normen en waarden.

Centraal in Don Caravaggio staat de liefdesrelatie tussen de Don (Marius Mensink) en zijn muze Elvire (Judith van den Berg). Zijn liefde voor haar is oprecht, maar hij houdt even oprecht van anderen – zoals een pas ontmoet boerinnetje of een schildknaap. In feite zijn ze allemaal zijn muzes. Elvira wordt in eerste instantie neergezet als de archetype van de hysterisch verliefde en volkomen afhankelijke vrouw. Ze heeft vermoedens van de overspeligheid van de Don, maar is onnozel genoeg om na wat sussende woorden en een feestje in haar naam weer gerustgesteld te zijn. En zo lijkt Don Caravaggio zich betrekkelijk zorgeloos een weg door het leven te neuken.

Uitbundig theater

Don Caravaggio is over de top theater met uitbundige kostuums en grime. Maar ook theater van grootse emoties en bijpassende grootse gebaren. Met personages die – geïnspireerd op Molière – lange en gestileerde monologen tegen elkaar afsteken in overdreven dictie. Daar moet je van houden. Voor deze recensent hielp het dat het stuk zichzelf niet te serieus neemt. Alles is met een vette knipoog en de karakters zijn zich bewust van hun eigen bespottelijkheid.

Toch is juist het slot, waarin de personages iets minder karikaturaal worden, het sterkste stuk. Elvira betrapt de Don met haar eigen schildknaap in bed. Nu zijn sussende woorden niet meer genoeg. Caravaggio probeert Elvira nog eenmaal mee te nemen in zijn levensvisie en haar ervan te overtuigen dat ze zijn oprechte liefde en bewondering geniet. Maar Elvira, nu eindelijk ernstig geworden, vertelt de Don dat ze helemaal niet door hem overtuigd wil worden. Ze wil dat hij eens naar haar luistert en begrijpt dat ze wat betreft haar kijk op de liefde net zo compromisloos is als de Don zelf. Een confrontatie tussen twee wereldbeelden. De een niet beter dan de ander en geen van beiden minder waar, maar tezamen wel onverenigbaar. Daar zit het drama in deze komedie.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Gefragmenteerd op zoek naar eenheid

recensie: Jaap Goedegebuure - Kellendonk: Een biografie

Een biografie over een man die van biografieën niets moest hebben. Netjes chronologisch gerangschikte zinloze feiten, zo kwalificeerde schrijver Frans Kellendonk ze. Met Kellendonk: Een biografie bewijst Jaap Goedegebuure het ongelijk van de gebiografeerde.

Van de meerwaarde van de schrijversbiografie was Frans Kellendonk (1951-1990) niet overtuigd: ‘Dat kennis van het leven zou leiden tot een beter begrip van het werk is een veelgehoord, maar ondeugdelijk argument, want de biograaf kan niet anders dan omgekeerd te werk gaan en proberen om de chaos, die elk leven is, in het perspectief van de kunst te ordenen.’

Voor Jaap Goedegebuure was dat niet een reden om geen biografie over Kellendonk te schrijven. Daarin bewijst hij een ‘zakelijke’ biograaf te zijn, waar hij meer beschrijft dan duidt. Hij is niet geforceerd op zoek naar biografische gegevens om Kellendonks werk te duiden en zadelt de lezer niet op met psychologische theorieën die het werk verklaren. Hij beschrijft vrij afstandelijk het tragische leven van de schrijver. Dat Kellendonks particuliere tragiek de grondtoon van zijn ideeënmuziek vormt – een ideeënmuziek die het particuliere overstijgt – is zo evident dat de lezer geen verdere aanwijzingen van de biograaf nodig heeft.

Traditie

De tragiek was de onverenigbare kloof tussen Kellendonks levensbeschouwing en zijn levenswandel. In interviews, brieven en essays wees hij regelmatig op het belang van de gemeenschap, op de noodzaak van een bezield verband en de noodzaak van religie. In de traditie van de Bijbelse Paulus sprak hij over de maatschappij als een ‘mystiek lichaam’, waarin de (lichaams)delen samen een geheel – een lichaam – vormen.

Kellendonk was van kinds af aan erg bezig met traditie en met zijn plaats daarin. Als jongetje maakte hij (fictieve) geschiedenisverhalen en stambomen van de familie Kellendonk. Het ironische is dat juist hij in de familiestamboom een doodlopende tak zou blijken te zijn.

Want Kellendonk leefde als einzelgänger, of zoals Goedegebuure het noemt, als een monnik. Hij was niet makkelijk in de omgang en had weinig behoefte aan sociaal contact. Volgens een vast schema waagde hij zich ‘s avond uit zijn werkkamer – waar hij nauwgezet werkte aan vertalingen en eigen werk – om in café Le Shako twee drankjes te gebruiken. Een gesprek met hem aanknopen en op gang houden ging zijn kroeggenoten moeilijk af.

De eenling

Hij was een eenling, een dissonant in zijn op het katholieke gedachtegoed geïnspireerde ideaal van maatschappelijke harmonie. Zijn homoseksualiteit zag hij als een valse noot. Niet in persoonlijk opzicht – hij lijkt totaal niet geworsteld te hebben met zijn geaardheid en maakte van het feit dat hij goed in de markt lag ook volop gebruik. Maar in maatschappelijk opzicht lag dat ingewikkelder. Zonder voortplanting had men geen deel aan wat Kellendonk ‘de geschiedenis van het vlees’ noemde. Zonder deel te hebben aan de geschiedenis viel je buiten de gemeenschap. En ‘gemeenschap’ is wat de mens zo nodig had volgens hem.

Onverenigbaar

Aan collega-schrijver P.F. Thomese schreef hij dat hij graag opnieuw katholiek wilde worden, en dan niet zozeer omwille van het geloof maar omwille van het deel uitmaken van een (bezielde) gemeenschap:

Het benauwde opgesloten zijn in je eigen bewustzijn, dat is typisch iets voor romantici. Daar heb ik fundamentele bezwaren tegen. Dat zeg ik, omdat ik, natuurlijk, in aanleg zelf een romanticus ben. Maar ik ben het er niet mee eens.

Maar zomaar weer geloven kon hij niet. Hij noemde zichzelf een ongelovige gelovige. Hij bleef verlangen naar het katholicisme van zijn jeugd, maar een mis kon hij niet meer bijwonen zonder halverwege misselijk de kerk te verlaten.

Schijnheilig

Het ene vinden, het andere doen: is dat niet schijnheilig? Schijnheiligheid is onoprecht en impliceert dat je jezelf moreel beter voordoet dan je bent. Dat kon van Kellendonk zeker niet gezegd worden. De reden dat Kellendonks verlangens en neigingen zo uiteen liepen was dat hij ze simpelweg niet kon verenigen.

Pas op zijn sterfbed kon hij zich overgeven: ‘Ik ben altijd bang geweest om mijn autonomie te moeten prijsgeven, afhankelijk te moeten worden. Nu ben ik afhankelijk geworden, met een schok, van de hulp en hartelijkheid van anderen, en het blijkt géén afschuwelijke ervaring te zijn, integendeel, een bevrijding. Ik ben bevrijd van mijn eigen waanwereld, eindelijk een inwoner van de wereld van de mensen. De tranen stromen me regelmatig over de wangen en er zit geen druppeltje verdriet in.’

Geslaagd

Zorgt deze biografie voor een beter begrip van het werk van Kellendonk? Ja. Maar mocht iemand daar niet van overtuigd zijn: het boek is ook op zichzelf zeer de moeite waard. De goed en bij vlagen mooi geschreven biografie geeft een scherp beeld van een interessant en veelgelaagd persoon.

Een zeer geslaagde biografie van de man die een hekel had aan biografieën. Het past precies bij Frans Kellendonk: een vat vol (schijnbare) tegenstellingen.

Reageer op dit artikel

Theater / Reportage
special: Finale Leids Cabaret Festival 2019

Comedian Jasper van der Veen toont Toomler-ervaring en wint sterke editie Leids Cabaret Festival

Bij de 41ste editie van het vermaarde Leids Cabaret Festival viel vooral op dat er alleen mannelijke finalisten waren, maar elk met een geheel eigen stijl. Uiteindelijk mocht Amsterdammer Jasper van der Veen zowel de jury- als de publieksprijs mee naar huis nemen.

Ondanks het sterke spel van de deelnemers, dat in eerdere edities nog wel eens tegenviel, bleef de inhoud deze editie van het Leids Cabaret Festival nog vaak aan de oppervlakte drijven. Cabaret dat schuurt, prikkelt, ontwricht of verwart, hoefde men deze editie niet te verwachten. Heel af en toe was er een maatschappelijk kritiekpuntje te horen, maar dat leek meer een verplicht nummer of gekunsteld engagement dan recht uit het hart te komen.

Wat de meeste cabaretiers tegenwoordig, inclusief de finalisten, met elkaar gemeen hebben, is het zogenaamde persoonlijk engagement. Dat betekent een stortvloed aan verhalen over zelfontplooiing, overgoten met een flinke saus ironie. Oprechte ernst zou immers afbreuk kunnen doen aan een gezellig avondje lachen. Ook de setting is vaak weinig spannend: cabaretiers maken de gekste dingen mee in de supermarkt, sportschool, middelbare school, op de bank met hun vriendin of bij ouders thuis. Je zou bijna hopen dat er ook buiten die vierkante kilometer iets te beleven valt, maar blijkbaar is de boze buitenwereld te ingewikkeld om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Kortom, ‘cabaret binnen de lijntjes’, oordeelde de jury in het rapport. Een terechte conclusie.

Tuinbroek

De finale bestond dit keer uit de 21-jarige Gavin Reijnders met zijn programma 21 jaar te jong, de 31-jarige Jasper van der Veen met Paradijsvogel en de 32-jarige Vlaming Senne Guns sloot af met Opus 3. Leeftijd en kwaliteit hoeven lang niet altijd samen te gaan, maar nu was het wel erg duidelijk dat Reijnders de Benjamin van het gezelschap was. Hij heeft een aantal fraaie liedjes in petto, onder meer over stratenmakers en romantiek voor hetero’s, maar verder blijkt vooral dat hij de nodige podiumervaring mist. In een tuinbroek en getooid met een gitaar banjert hij over het toneel, en vertelt hij over Hyves, musicals, snoepjes in hagelslag en trekt op een leuke manier een parallel tussen mannen en avocado’s. Toch oogt het allemaal nog net niet naturel genoeg, en zijn zijn grappen nog te weinig gebouwd op het effect vanuit de zaal. Daardoor blijft het bij genoeg lachmomenten, maar geen golvende lachsalvo’s. Daar kan Reijnders tijdens de finalistentour gelukkig naar hartenlust aan blijven schaven. Zijn innemendheid en charme heeft hij in elk geval mee.

Pyramide

Met Jasper van der Veen staat er gelijk al wat meer branie op het podium. Van der Veen is lid van Comedytrain en dat is duidelijk te merken aan zijn techniek. Zijn grappen zijn snedig, puntig en hij heeft veruit de beste timing van de drie finalisten. Daarmee toont hij aan dat het maken van vlieguren zo ontzettend belangrijk is om het materiaal zo goed mogelijk onder de knie te krijgen. Van der Veen heeft de luxe dat hij wekelijks kan optreden in het Amsterdamse Toomler. Daar wordt hij omringd door de beste cabaretiers en comedians van het moment. In zo’n warm bad is het natuurlijk heerlijk experimenteren. Niet dat Paradijsvogel nou zo’n overdonderende indruk maakt – daarvoor doen de thema’s als de huizenmarkt en hippe feestjes wel erg Amsterdams aan – maar zijn letterlijke omdraaiing van de pyramide van Maslow is een waar hoogtepunt in zijn voorstelling, omdat hij en passant ook een vileine kritische noot uitdeelt aan social media. Van der Veen is een prettige cabaretier om naar te kijken en te luisteren: hij oogt ontspannen en beweeglijk tegelijkertijd. Hij weet precies wat hij aan het doen is op het podium. Vandaar dat hij ook terecht tot winnaar is gekozen van het festival. Het zou hem echter wel sieren als hij voor zijn eerste avondvullende programma iets meer inhoudelijke uitdaging zoekt, zodat hij kan laten zien dat hij meer in zijn mars heeft dan hij nu heeft gedaan.

Finkers, maar dan uit Gent

Het is even schakelen als er ineens een boomlange krullenbol met Vlaamse tongval en met bravoure een fonkelende entree maakt. Nee, Senne Guns is bepaald geen maker die met een lineair verhaal of met een spervuur aan grappen op de proppen komt. In plaats daarvan zijn we getuige van de kronkels in zijn hoofd, wat resulteert in een absurdistisch en muzikaal geheel.

Het doet ergens denken – niet alleen qua uiterlijk – aan Herman Finkers, die eveneens met gortdroge humor en dictie de zaal voor de gek kon houden. Guns houdt ervan om de nar uit te hangen, alleen lijkt het er op dat hij zijn trucje te doorzichtig heeft gemaakt. Guns wil vooral vermaken, maar het programma zou sterker worden als hij daar nog meerdere lagen in weet te bouwen en het publiek in verwarring achterlaat. Nu blijft het vooral bij aardige anekdotes over muilvocht, bewusteloze vrijdag, een stuiterende wasmachine en een horrorschilderij. Ook zijn pianospel mag er zijn, zeker wanneer hij onder de piano zelf ligt, maar wel de juiste toetsen weet te raken. Guns voelt zich op zijn gemak op het podium en dat weet hij goed uit te buiten, onder meer door een leuke interactie met de zaal. Met een goede regisseur zal hij komende jaren nog de nodige stappen kunnen zetten om zijn programma naar een mooi, uitgebalanceerd geheel te maken.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Literatuur voor het slapengaan

recensie: Georges Perec - Een man die slaapt

Wie een boek leest, doet dat doorgaans (ook) om zich niet te vervelen. Maar wat als dat boek verveling tot onderwerp heeft? Mensen die nog altijd nachtmerries hebben van hun verplichte lectuur van De Avonden, zullen dus wellicht geen plezier beleven aan Een Man die Slaapt. Maar voor wie houdt van dromerig en kabbelend proza, is dit klassieke romanexperiment een must.

Het goede nieuws voor mensen die niet graag lezen of niet van dikke boeken houden: Een Man die Slaapt telt amper 112 pagina’s. Het minder goede nieuws: het lezen vraagt wel een inspanning. Ten eerste omdat het boekje in de vrij ongebruikelijke je-vorm is opgesteld en ten tweede omdat de mijmeringen van de verteller niet echt licht verteerbaar zijn. Een willekeurig voorbeeld:

“Onverschilligheid lost de taal op, schudt de tekens door elkaar. Je bent geduldig en wacht niet, je bent vrij en je kiest niet, je bent beschikbaar en er wordt geen enkel beroep op je gedaan. Je vraagt niets, je eist niets, je dringt niets op.”

 

Bij momenten neigt het zelfs naar het pedante:

“Onzinnige dromen van eenzaamheid. Dolende Amnesticus in het Land der Blinden: brede, lege straten, koude lichten, zwijgende gezichten waar je blik overheen zou glijden.”

 

Geen gemakkelijke kost dus. Toch groeide het boekje, dat in 1967 in Frankrijk verscheen, al snel uit tot een klassieker. Vooral omdat het met zijn bespiegelingen en zelftwijfel perfect aansloot bij het existentialisme van Camus en Sartre. Het hoofdpersonage is immers iemand die in een staat van slaperigheid/bewusteloosheid door de straten van de stad loopt en mijmert over vergankelijkheid, verveling, leegte en eenzaamheid. De sfeer is met andere woorden dromerig en poëtisch, zeker omdat het personage afstand wil nemen van zijn individualiteit (vandaar dus ook de je-vorm, die het gevoel van eenzaamheid nog versterkt).

Geen spek voor ieders bek dus. Wie houdt van actie en van ondernemende personages, blijft met andere woorden beter ver weg van Een Man die Slaapt. Maar voor wie pakweg De Avonden, Stoner en The Catcher in the Rye lijfboeken zijn – schuldig! – is Een Man die Slaapt een nieuwe, welgekomen outcast. Toegegeven, langer dan 112 pagina’s moest dit boekje ook niet duren, aangezien er écht niets gebeurt, maar gedurende die 112 pagina’s beleef je wel de mooist denkbare droomloze slaap. Zij het dat je er wel de prijs voor betaalt …

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Overdonderende drugsrollercoaster

recensie: Toneelgroep Oostpool – People, Places & Things

Alles klopt aan People, Places & Things: Het is een goed geschreven en gelaagd stuk, met een sobere, maar effectieve enscenering en acteerprestaties waar je u tegen zegt.

Over People, Places & Things van Toneelgroep Oostpool is al veel moois geschreven. Zo schreef Trouw dat het stuk, in 2014 geschreven door de talentvolle Duncan Macmillan (nu overigens mooi vertaald door Hannah van Wieringen), alle potentie heeft om een ‘hedendaagse klassieker’ te worden. De Volkskrant noemde Hannah Hoekstra’s vertolking van de aan drank en drugs verslaafde actrice Emma ‘ronduit sensationeel […] in al haar variaties’. Volgens NRC Handelsblad behoort het stuk zelfs tot ‘de betere voorstelling van dit seizoen’.

Al deze lof is meer dan terecht. Zo terecht zelfs, dat er hier nog schepje bovenop wordt gedaan. Met deze productie heeft Marcus Azzini zichzelf weer overtroffen. Trouwens, niet alleen Azzini. Hannah Hoekstra speelt de rol van Emma alsof die haar op het lijf is geschreven. Dankzij haar prestatie is People, Places & Things een beklemmende, soms komische, maar bovenal ontroerende voorstelling. Het is een stuk dat gezien moet worden. Gelukkig denken de theaters daar ook zo over. De voorstelling is eigenlijk bedoeld voor de kleinere zalen met de vlakke vloer, maar door alle belangstelling verplaatst naar de grote zaal van Theater Rotterdam. Zelfs die is uitverkocht.

Verslaafd aan drank, drugs en acteren

Hannah Hoekstra speelt Emma, een aan drank en drugs verslaafde actrice. In haar glitterpak, het kostuum dat ze droeg tijdens haar vertolking van Nina in Een meeuw, betreedt Emma de afkickkliniek. Hier speelt Azzini op een interessante manier met de grenzen van de werkelijkheid. Is het Nina uit Een meeuw die instort, of is het actrice Emma die de controle verliest? Dat glitterpak en korte kapsel lijken overigens naar dezelfde jaren ’70 stijl te verwijzen als de kleding uit Azzini’s eigen Een Meeuw van twee seizoenen geleden. Die grenzen vervagen eveneens omdat Emma zich bij de afkickkliniek daadwerkelijk presenteert als Nina, de actrice die helemaal geen probleem heeft.

Hoekstra speelt haar rol perfect. Zonder voorspelbaar te worden, opent ze verschillende registers om de complexiteit van haar rol neer te zetten. Ze begint verwaand en recalcitrant. Hoekstra verbindt spel en mimiek moeiteloos met elkaar om Emma’s weerzin te benadrukken, soms op het grappige af. Tegelijkertijd laat ze met enkele handbewegingen en nerveuze trekken Emma’s kwetsbaarheid en afhankelijkheid doorschemeren. Met behulp van geluidsruis en lichtflitsen laat Azzini treffend zien hoe de drugs nog steeds bezit van haar hebben en kortsluiting in haar hoofd veroorzaken.

Aanvankelijk wil Emma niets weten van de therapiesessies. Waar de mede-verslaafden rollenspellen spelen om met hun verleden in het reine te komen, wil zij het verleden vermijden. Om maar niet met zichzelf geconfronteerd te hoeven worden, kruipt ze steeds verder in de rol van actrice en verzint ze haar levensverhaal.

Hoogtepunten alom

Dat is de sterkste eigenschap van Macmillans tekst: People, Places & Things is niet alleen een toneelstuk over drugsverslaving, het is een stuk over verslaving aan escapisme in de breedste zin van het woord.

De dialogen lijken erg alledaags, maar kaarten ondertussen fundamentele kwesties aan, zonder daarbij gewichtig of theoretisch te worden. Bovendien is de timing erg goed. Wanneer een scène erg emotioneel wordt, geeft een van de personages er een komische twist aan. En vice versa: wanneer alles eind goed, al goed lijkt, krijgt het stuk een genadeloze slotscène. Die scène is een waar hoogtepunt, niet alleen vanwege de tekst, maar ook vanwege het acteerwerk van Ariane Schluter en Loek Peters, die in het stuk verschillende rollen vervullen en in de laatste scène de kei en keiharde ouders van Emma spelen.

Ook de enscenering (Studio Dennis Vanderbroeck) zorgt voor een hoogtepunt. Het decor bestaat enkel uit een dubbele witte wand, die Emma steeds confronteert met haar identiteit. Emma probeert haar identiteit en de demonen uit haar verleden te ontwijken. Ze krijgt een terugval, waardoor ze in de werkelijke hel belandt. De dubbele witte wand draait nu rond als een helse kermisattractie. De muziek wordt steeds zondiger, beklemmender, evenals het licht. De scène maakt op esthetische wijze de tragiek van verslaving pijnlijk duidelijk. Op zulke momenten is Azzini op z’n best.

Weer mens te zijn

Daarmee gaat People, Places & Things niet alleen over de vraag hoe een ex-verslaafde wordt geacht zich staande te houden in de buitenwereld, maar ook over de confrontatie met je identiteit en de worsteling je staande te houden in een chaotische, onzekere wereld. Over de vraag hoe je als ex-verslaafde weer mens kunt zijn. Laat ‘Hoe nu mens te zijn?’ nu net het motto van Toneelgroep Oostpool zijn. Dit motto speelde dit seizoen in meerdere Oostpool-producties een rol, maar komt tot nu toe bij People, Places & Things het beste tot uiting.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Bondig over Bruegel

recensie: Nils Büttner - Bruegel. De Schilder van Boeren en Heiligen

Pieter Bruegel de Oude wordt terecht één van de allergrootste schilders genoemd: De Boerenbruiloft, De Kinderspelen, De Ekster op de Galg … Het zijn maar enkele van zijn meesterwerken die tot het collectieve geheugen behoren. Bruegel. De Schilder van Boeren en Heiligen, van hoogleraar middeleeuwse en moderne kunstgeschiedenis Nils Büttner, is een fijne kennismaking, zij het voor een onbestemde doelgroep.

Wie zoals ondergetekende het genoegen had om de in alle opzichten unieke Bruegel-expositie in Wenen te zien, waar 30 van zijn 40 schilderijen en heel wat tekeningen te zien waren, kan er niet onderuit: de man was een genie. Als geen ander slaagde hij erin het leven van alledag te koppelen aan inzichten in de kleinmenselijkheid, of het vrome (vastende mensen) samen af te beelden met het scabreuze (schijtende mensen). Hij perfectioneerde landschapskunst en is tot op vandaag onovertroffen in het schilderen van winterse taferelen, die je als toeschouwer de koude doet voelen. Met Jagers in de Sneeuw als beroemdste voorbeeld.

Bruegel en Bosch

Bruegel wordt wel eens weggezet als epigoon van Jeroen Bosch, die hem net voorging en tijdens zijn leven al een legende was. En de auteur van Bruegel. De Schilder van Boeren en Heiligen geeft toe dat schilderijen als Dulle Griet en De Val van de Opstandige Engelen inderdaad rijkelijk putten uit de esthetiek van de meester uit ’s-Hertogenbosch – sommige van zijn tekeningen werden zelfs met ‘Bosch’ ondertekend om ze waardevoller te maken. Maar Bruegel was geen kopiist, hij doet veel meer met Bosch volgens het principe van de aemulatio: je bestaande esthetische verdiensten eigen maken en die vervolgens verbeteren.

Bruegel voor dummies?

Is Bruegel. De Schilder van Boeren en Heiligen, gelet op de bescheiden afmetingen en omvang (175 pagina’s), de ideale Bruegel for dummies? Nee, daarvoor gaat de auteur te vaak dieper in op specifieke werken om hun betekenis te duiden en – op een vaak erg technische manier – toe te lichten. Bovendien zijn de biografische details wat te gestoffeerd met namen van kunstverzamelaars en schilders die bij ‘dummies’ geen belletje zullen doen rinkelen.

Anderzijds is het geen aanwinst voor Bruegel-aficionada: daarvoor vertelt het boekje niets nieuws en levert het geen bijkomende inzichten. Daarmee valt het werk van Nils Büttner eigenlijk tussen twee stoelen: voor wie is Bruegel. De Schilder van Boeren en Heiligen eigenlijk bedoeld? Mijn gok: voor lezers zoals ik, die geïnteresseerd zijn in kunst(geschiedenis) en gefascineerd door Bruegel, maar er niet genoeg van afweten en dus van de inzichten van Büttner smullen. En het dus ook bijvoorbeeld jammer vinden dat bepaalde anekdotes – zoals het feit dat vrijende koppeltjes en erecties op Bruegels schilderijen werden gecensureerd om ze braver te maken – niet aan bod komen. Nog een klein minpuntje: de kleurkatern in het midden met tientallen van zijn schilderijen is weliswaar fraai vormgegeven, maar veel te klein om de werken adequaat te consumeren. Bruegel is een fijn boekje voor een kleine doelgroep, en meer moet dat soms niet zijn.

PS. Voor de liefhebbers: de auteur maakte gelijkaardige biografische werken over Rembrandt, Rubens en Bosch.

Reageer op dit artikel