Tag Archief van: 8WEEKLY

Film / Serie

Visueel indrukwekkend epos met barsten in het verhaal

recensie: War of the Kingdoms | Cyrill Boss, Philipp Stennert
oVEZQmzgUu5IoiWBeYHfqGbth9sAgcCFIT0qL0lTCANAL+

Het Duitse epos Hagen leek alles mee te hebben: een budget van meer dan vijftig miljoen euro, een legendarisch verhaal en een internationale cast. Toch flopte de film vorig jaar hard. Met nog geen tweehonderdduizend bezoekers bleef het succes ver uit. Als zesdelige miniserie krijgt het project nu een tweede kans onder de naam War of the Kingdoms, met Gijs Naber wederom als de centrale figuur.

De serie is gebaseerd op het beroemde Nibelungenlied, een middeleeuwse sage die zo invloedrijk is dat zelfs J.R.R. Tolkien zich erdoor liet inspireren. War of the Kingdoms kiest voor een uitgesproken, filmische stijl en zet meteen de toon. Je wordt zonder veel uitleg het verhaal ingetrokken, wat de wereld fascinerend maakt, maar ook verwarrend kan zijn voor wie het verhaal nog niet kent.

Het verhaal

Hagen von Tronje is een soldaat en opperbevelhebber, gedreven door plicht en loyaliteit aan zijn koning en koninkrijk. Achter zijn zwijgzame façade schuilt echter een verboden liefde voor prinses Kriemhild, een gevoel dat hij nooit openlijk kan tonen. Tegelijk draagt hij een onontdekt verleden met zich mee, dat wel littekens heeft achtergelaten.

Wanneer de koning sterft, staat het rijk op instorten. De Hunnen vallen vanuit het oosten binnen, Romeinse legers naderen vanuit het zuiden en de jonge Gunther erft de troon. Zijn vastberadenheid om het koninkrijk te redden leidt hem naar Brunhild, de legendarische Walkurenkoningin met mysterieuze krachten. Om haar hand te winnen heeft hij zowel de hulp nodig van Hagen als van Siegfried, de charismatische drakendoder die voor extra onrust zorgt.

Een productie die indruk maakt

Het enorme budget is op vrijwel elk moment zichtbaar. War of the Kingdoms blinkt uit in indrukwekkende locaties, zorgvuldig ontworpen kostuums en overtuigende mythische wezens. Het camerawerk is dynamisch en filmisch, waardoor de serie soms meer aanvoelt als een grote bioscoopproductie dan als televisie. Dat de film en serie gelijktijdig zijn opgenomen, een unicum in Europa, werpt hier duidelijk zijn vruchten af.

Ook het acteerwerk ligt op hoog niveau. Gijs Naber overtuigt als de getormenteerde Hagen von Tronje, een man die veel voelt, maar weinig zegt. De ontwikkeling van Siegfried (Jannis Niewöhner), die begint als een irritante opschepper en langzaam verandert in een tragisch figuur, is eveneens sterk gespeeld. Opvallend prettig is bovendien de aanwezigheid van meerdere krachtige vrouwenrollen, die meer zijn dan enkel bijfiguren in een mannenepos.

Te veel losse eindjes

Waar de serie visueel excelleert, laat het verhaal steken vallen. In zes afleveringen worden veel verhaallijnen geïntroduceerd, maar niet allemaal bevredigend afgerond. Zo wordt Hagens verleden wel onthuld, maar nauwelijks verbonden aan zijn verdere ontwikkeling als personage. Ook het verhaal rondom de verminkte hand van Gunthers jongere broer voelt afgeraffeld. Het meest frustrerend is misschien wel dat de breuk tussen Siegfried en Brunhild totaal onverklaard blijft.

War of the Kingdoms haalt inhoudelijk niet het niveau van series als Game of Thrones of filmreeksen als The Lord of the Rings. Toch maakt de serie veel goed met zijn visuele kracht, sterke acteerprestaties en ambitieuze opzet. Wie bereid is door narratieve tekortkomingen heen te kijken, krijgt een indrukwekkend en stijlvol epos voorgeschoteld dat ondanks alles de moeite waard is.

De serie is vanaf 25 november 2025 exclusief te streamen bij CANAL+ en vanaf 29 november 2025 wekelijks om 20:30 uur te zien op CANAL+ Action.

Film / Serie

Visueel indrukwekkend epos met barsten in het verhaal

recensie: War of the Kingdoms | Cyrill Boss, Philipp Stennert
oVEZQmzgUu5IoiWBeYHfqGbth9sAgcCFIT0qL0lTCANAL+

Het Duitse epos Hagen leek alles mee te hebben: een budget van meer dan vijftig miljoen euro, een legendarisch verhaal en een internationale cast. Toch flopte de film vorig jaar hard. Met nog geen tweehonderdduizend bezoekers bleef het succes ver uit. Als zesdelige miniserie krijgt het project nu een tweede kans onder de naam War of the Kingdoms, met Gijs Naber wederom als de centrale figuur.

De serie is gebaseerd op het beroemde Nibelungenlied, een middeleeuwse sage die zo invloedrijk is dat zelfs J.R.R. Tolkien zich erdoor liet inspireren. War of the Kingdoms kiest voor een uitgesproken, filmische stijl en zet meteen de toon. Je wordt zonder veel uitleg het verhaal ingetrokken, wat de wereld fascinerend maakt, maar ook verwarrend kan zijn voor wie het verhaal nog niet kent.

Het verhaal

Hagen von Tronje is een soldaat en opperbevelhebber, gedreven door plicht en loyaliteit aan zijn koning en koninkrijk. Achter zijn zwijgzame façade schuilt echter een verboden liefde voor prinses Kriemhild, een gevoel dat hij nooit openlijk kan tonen. Tegelijk draagt hij een onontdekt verleden met zich mee, dat wel littekens heeft achtergelaten.

Wanneer de koning sterft, staat het rijk op instorten. De Hunnen vallen vanuit het oosten binnen, Romeinse legers naderen vanuit het zuiden en de jonge Gunther erft de troon. Zijn vastberadenheid om het koninkrijk te redden leidt hem naar Brunhild, de legendarische Walkurenkoningin met mysterieuze krachten. Om haar hand te winnen heeft hij zowel de hulp nodig van Hagen als van Siegfried, de charismatische drakendoder die voor extra onrust zorgt.

Een productie die indruk maakt

Het enorme budget is op vrijwel elk moment zichtbaar. War of the Kingdoms blinkt uit in indrukwekkende locaties, zorgvuldig ontworpen kostuums en overtuigende mythische wezens. Het camerawerk is dynamisch en filmisch, waardoor de serie soms meer aanvoelt als een grote bioscoopproductie dan als televisie. Dat de film en serie gelijktijdig zijn opgenomen, een unicum in Europa, werpt hier duidelijk zijn vruchten af.

Ook het acteerwerk ligt op hoog niveau. Gijs Naber overtuigt als de getormenteerde Hagen von Tronje, een man die veel voelt, maar weinig zegt. De ontwikkeling van Siegfried (Jannis Niewöhner), die begint als een irritante opschepper en langzaam verandert in een tragisch figuur, is eveneens sterk gespeeld. Opvallend prettig is bovendien de aanwezigheid van meerdere krachtige vrouwenrollen, die meer zijn dan enkel bijfiguren in een mannenepos.

Te veel losse eindjes

Waar de serie visueel excelleert, laat het verhaal steken vallen. In zes afleveringen worden veel verhaallijnen geïntroduceerd, maar niet allemaal bevredigend afgerond. Zo wordt Hagens verleden wel onthuld, maar nauwelijks verbonden aan zijn verdere ontwikkeling als personage. Ook het verhaal rondom de verminkte hand van Gunthers jongere broer voelt afgeraffeld. Het meest frustrerend is misschien wel dat de breuk tussen Siegfried en Brunhild totaal onverklaard blijft.

War of the Kingdoms haalt inhoudelijk niet het niveau van series als Game of Thrones of filmreeksen als The Lord of the Rings. Toch maakt de serie veel goed met zijn visuele kracht, sterke acteerprestaties en ambitieuze opzet. Wie bereid is door narratieve tekortkomingen heen te kijken, krijgt een indrukwekkend en stijlvol epos voorgeschoteld dat ondanks alles de moeite waard is.

De serie is vanaf 25 november 2025 exclusief te streamen bij CANAL+ en vanaf 29 november 2025 wekelijks om 20:30 uur te zien op CANAL+ Action.

Film / Films

Een krachtige aanklacht tegen kindhuwelijken

recensie: Nawi, Dear Future Me | Vallentine Chelluget, Apuu Mourine, Kevin & Tobias Schmutzler | 2024
Nawi_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

Dear Future Me, schrijft de dertienjarige Nawi in haar dagboek. Het schrift krijgt ze van haar lerares, die haar ziet als een slim en leergierig meisje met goede cijfers en grote dromen. Schrijf je dromen op en maak ze waar, lijkt de boodschap. Maar in een traditioneel Afrikaans dorp blijkt dromen voor een meisje niet vanzelfsprekend, laat staan realiseerbaar.

‘Niets meer en niets minder.’ Zo omschrijft Nawi haar waarde wanneer ze hoort dat ze wordt uitgehuwelijkt voor zestig schapen, acht kamelen en honderd geiten. In de afgelegen regio Turkana, in het noorden van Kenia, zijn kindhuwelijken officieel verboden, maar in de praktijk nog altijd wijdverbreid. De bruidsschat kan voor arme families het verschil betekenen tussen overleven en verhongeren.

Gedwongen keuzes

Nawi wordt beloofd aan een veel oudere, welgestelde man. Haar vader worstelt met het besluit, maar staat machteloos tegenover de traditie én een schuld bij zijn broer die moet worden afbetaald. Als enige dochter rust op Nawi de verantwoordelijkheid om haar familie te redden. Haar argumenten dat ze met onderwijs later meer kan betekenen, vinden geen gehoor. Het huwelijk wordt voltrokken. Nawi is pas dertien.

Met een slimme smoes weet ze de consumptie van het huwelijk uit te stellen. Wanneer een overstroming het dorp treft, grijpt ze haar kans en slaat ze op de vlucht. Vanaf dat moment wordt de film niet alleen een aanklacht tegen kindhuwelijken, maar ook een verhaal over moed, verzet en zelfbeschikking.

Lokaal verteld, lokaal geworteld

De film is gebaseerd op een kort verhaal van Milcah Cherotich, geschreven voor een nationale verhalenwedstrijd in Kenia. Die lokale oorsprong voel je. Nawi is geen van buitenaf opgelegd drama, maar een verhaal dat van binnenuit wordt verteld door makers die het onderwerp van dichtbij kennen.

Opvallend is het collectieve regisseurschap: vier regisseurs werkten samen aan de film. Onder hen Apuu Mourine, afkomstig uit Turkana, en Vallentine Cheluget uit Kisumu. Voor beiden is dit hun speelfilmdebuut. De Duitse broers Tobias en Kevin Schmutzler maakten eerder al sociaal geëngageerde films en brengen die betrokkenheid hier opnieuw mee.

Goede intenties, wisselende uitvoering

De boodschap van de film is helder en urgent, maar de uitvoering is niet altijd even sterk. Op verschillende momenten verraadt de film zijn beginnende makers. Sommige camerakeuzes suggereren dreiging of actie die vervolgens uitblijft, wat verwarrend werkt en de spanning ondermijnt. Vooral de camerahoeken die gepakt worden, kloppen niet helemaal met het verhaal dat ze willen vertellen.

De toevoeging van de oudere, toekomstige Nawi, passend bij de ondertitel Dear Future Me, is een mooi idee, maar blijft dramaturgisch onderbenut. De lijn wordt niet consequent doorgetrokken, waardoor het concept meer belofte dan uitwerking heeft.

Ook het slot voelt te nadrukkelijk optimistisch. De plotselinge realisatie van Nawi’s droom, verbeeld in een school die letterlijk lijkt te zijn ontsproten aan haar dagboektekeningen, komt geforceerd over. De nuance maakt plaats voor een bijna sprookjesachtig einde.

Indrukwekkend ondanks tekortkomingen

Toch weet Nawi te overtuigen. De weidse landschappen van Turkana zijn adembenemend gefilmd, de muziek is aanstekelijk en Michelle Lemuya Ikeny speelt de rol van Nawi met grote overtuigingskracht en natuurlijke kwetsbaarheid. Haar spel draagt de film.

Nawi is een sympathieke, betrokken film met een belangrijke boodschap, die ondanks zijn oneffenheden weet te raken. Niet voor niets is de film de officiële Keniaanse inzending voor de Oscars van 2025.

Film / Films

Eeuwigheid als keuzeprobleem

recensie: Eternity | David Freyne
Eternity_st_4_jpg_sd-lowFilmdepot

Je gaat dood en reist per trein naar een knooppunt: een chaotische plek waar ‘afterlife coordinators’ je helpen kiezen waar je je eeuwigheid wilt doorbrengen. Verkopers bestoken je met aanbiedingen en folders. Maar wat als daar al iemand op je zit te wachten? Kies je dan voor het leven dat je geleid hebt, of voor het leven dat je had kunnen leiden?

Joan (Elizabeth Olsen) komt precies voor die keuze te staan. Kiest ze haar huidige echtgenoot Larry (Miles Teller), met wie ze kinderen en kleinkinderen heeft en een heel leven heeft opgebouwd? Of kiest ze voor haar eerste liefde Luke (Callum Turner), die jong sneuvelde in een oorlog en decennialang op haar heeft gewacht?

Geen weg terug

De regels van dit hiernamaals worden al snel duidelijk. Elke nieuwkomer arriveert, verbijsterd en verward, op The Junction: een kruising tussen een statig treinstation, een congrescentrum en een jaren 50-hotel. De nieuwkomers, die eruitzien zoals ze waren op het hoogtepunt van hun geluk, worden overspoeld met advertenties, lichtbakken en vlotte verkopers die hun een eeuwige bestemming proberen aan te smeren. Maar één ding is zeker: als je eenmaal hebt gekozen, is er geen weg terug.

Wie echt geen keuze kan maken, wordt aan het werk gezet op The Junction: als barman, schoonmaker of ‘afterlife coordinator’. Daar blijf je totdat je eindelijk een beslissing durft te nemen. En als je een verkeerde keuze maakt en wegloopt uit je eeuwigheid, beland je in het niets.

Te weinig verhaal, te veel focus op details

De uitwerking van het kruispunt is fantastisch. Aan alles is gedacht: comfortabele kamers waar je kunt acclimatiseren, een breed scala aan eeuwigheden: van bergen tot zee, van een oneindig pretpark tot een Weimar-eeuwigheid (‘met 100% minder nazi’s’) en zelfs locaties die zijn opgeheven omdat ze niet bleken te werken. Alles is tot in detail vormgegeven. In iedere eeuwigheid kun je bovendien de archieven induiken om je leven terug te kijken, alleen of samen.

Die rijkdom aan details is imponerend, maar lijkt ten koste te zijn gegaan van het verhaal. De liefdesdriehoek tussen Joan, Larry en Luke had diepgang en spanning kunnen bieden, maar blijft opvallend vlak. Daardoor sleept de film en voelt hij langer dan nodig. De balans tussen wereldbouw en emotionele ontwikkeling is zoek.

Elizabeth Olsen geen talent voor comedy

De casting van Elizabeth Olsen als Joan pakt helaas niet goed uit. Haar komisch talent is beperkt; ze zet overdreven mimiek in om grappen te verkopen en heeft weinig variatie in emotionele expressie. Hierdoor valt ze op, vooral naast Teller en Turner, die hun rollen met overtuiging en natuurlijk komisch gevoel neerzetten.

Een positieve uitschieter is Da’Vine Joy Randolph als ‘afterlife coordinator’ Anna. Zij weet de film keer op keer op te tillen, zelfs wanneer het plot weer in herhaling valt. Jammer genoeg blijft de belofte dat haar eigen achtergrond wordt uitgediept onbeantwoord. Een gemiste kans, want haar personage is een van de interessantste van de film.

Onder de humor en de visuele rijkdom schuilt in Eternity een prikkelende gedachte over liefde en tijd. De film vraagt niet zozeer wat er ná de dood komt, maar wat er van ons overblijft als tijd geen rol meer speelt. Kan liefde bestaan zonder eindigheid? Is geluk iets dat we kunnen herbeleven, of slechts iets dat we ooit kenden? Een verrassend filosofische onderlaag, die nog lang blijft resoneren.

Boeken / Fictie

Perec als maatschappijcriticus

recensie: De dingen – Georges Perec
vienna_boekenkastPixabay

Het eerste hoofdstuk van De dingen is Perec ten voeten uit: het boek opent met een ietwat oeverloos aandoende, nauwgezette beschrijving van een ouderwets-elitair ingericht appartement. Maar wat volgt is een opmerkelijk goed te volgen narratief dat in een heldere chronologie en zonder al te veel digressies wordt gepresenteerd.

Het is pas na het stilleven van de openingspassage – die leest als de beschrijving van een filmdecor en de manier waarop een camera dat decor zou moeten filmen – dat de protagonisten van het boek, Sylvie en Jérôme, worden geïntroduceerd. Bij het vertellen van het verhaal van deze personages lijkt Perec het principe show, don’t tell te hebben omgekeerd: De dingen bevat maar weinig afgebakende scènes, en bestaat hoofdzakelijk uit een aaneenschakeling van diepgaande analyses van de beweegredenen van Sylvie en Jérôme en van de patronen en gewoontes die hun leven kenmerken.

Het tell, don’t show dat Perec als uitgangspunt voor deze korte roman heeft gekozen, zorgt ervoor dat – zoals Manet van Montfrans in haar nawoord bij De dingen ook noemt – Sylvie en Jérôme in deze roman in feite niet waarlijk als personages fungeren. Zij staan eerder symbool voor de generatie die in de jaren ’60 voor het eerst in aanraking kwam met de consumptiemaatschappij. Ook al was Perec er niet bepaald door gecharmeerd, het feit dat hij naar aanleiding van de publicatie van De dingen tot socioloog van de consumptiemaatschappij werd gebombardeerd, heeft hij toch echt grotendeels aan zijn eigen keuze voor deze metapsychologische verteltrant te danken.

Symbool van een generatie

En inderdaad is er een meer romanachtige versie van De dingen denkbaar, waarin Sylvie en Jérôme als individuen meer uitgewerkt zouden zijn, waarin wij meer leren over hun achtergrond en de eigenaardigheden van hun relatie en waarin meer directe rede zou zijn gebruikt. Het boek was dan eerder opgevat als een vertelling met een maatschappijkritische ondertoon. Het is voor de geïnteresseerde lezer misschien de moeite waard om te onderzoeken of meer recente boeken zoals De perfecties van Vincenzo Latronico – waarvoor De dingen als inspiratiebron diende – of The Anthropologists van Ayşegül Savaş misschien niet waarlijke roman-manifestaties van De dingen zijn.

Doordat het boek niet in scènes is opgebouwd, komen Sylvie en Jérôme als karakters niet helemaal tot leven en voelt de tekst vrij analytisch aan. Maar toch is het vertelperspectief effectief. De analyses die Perec presenteert worden met grote regelmaat geïllustreerd aan de hand van pijnlijk concrete details die de tragiek en de noodlottigheid van het materialistische doolhof waarin de twee zich bevinden voor de lezer voelbaar maken. De lezer krijgt het gevoel met de neus op de feiten van de kapitalistische samenleving te worden gedrukt.

Het zijn die ludieke details waar Perec de lezer voortdurend op trakteert, die maken dat De dingen absoluut geen grote droge hap is. Zij zorgen ervoor dat het boek, als schets van een meerjarige psychosociale ontwikkeling van een individu dat tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, toch uitermate levendig aanvoelt.

De dingen: een debuut als warming-up voor later werk

Het boek leest dus zeker niet als een sociologisch onderzoeksrapport. Sterker nog, De dingen is misschien wel een perfect boek voor wie behoefte heeft aan een inleiding tot het werk van Georges Perec: het verhaal is uniform qua perspectief, wordt in een redelijk zuivere chronologische volgorde verteld, en de metapsychologische analyses zijn toegankelijk geschreven. Het boek kent geen lange uitweidingen, geen labyrintische fractale effecten, geen enigmatische perspectiefwisselingen en geen ingewikkelde syntactische constructies. Kortom, de elementen die gemeenplaatsen zijn in veel van Perecs latere werk en die een groot deel van zijn oeuvre wat ontoegankelijk van aard maken. En toch bevat De dingen de aandacht voor sprekende details en onmiskenbare blijken van vertelplezier die voor Perec zo kenmerkend zijn.

De dingen heeft de kiemen van de typische, ingewikkelde Perec-stijl in zich die in latere boeken tot volle bloei zouden komen. Maar in dit boek lijkt Perec zich op dat vlak nog enigszins in te houden. Het boek is daarmee een toegankelijke instapper voor wie het werk van Perec beter wil leren kennen. Wie al is ingewijd in de wereld van deze fascinerende schrijver en een bewondering koestert voor de literaire vrijheid die Perec zich in zijn andere boeken zo duidelijk permitteert, zal De dingen misschien niet roemen als Perecs belangrijkste literaire verdienste. Het boek is immers wat ‘gewoontjes’ en redelijk conformistisch in vergelijking met zijn andere werk. Maar De dingen is wel een van de weinige boeken waarin Perec zich relatief onverholen maatschappijkritisch uitlaat. En dat is dan wel weer bijzonder.

Theater / Voorstelling

Kibbelen op weg naar de Apocalyps

recensie: HOPE – NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater Hamburg
HOPE Mit Texten von Maria Milisavljević Regie Guy WeizmanChoreografie Roni HaverKerstin Schomburg

Hoop, echte existentiële hoop, ontstaat niet op momenten van grote voorspoed, omdat we dan best tevreden zijn. Hoop ontstaat in tijden van tegenspoed. Dan is het een noodzakelijke emotie om te kunnen doorgaan. Theatermakers NITE/Club Guy & Roni/Thalia Theater Hamburg gebruiken het concept ‘hoop’ om ter discussie te stellen in welke staat de wereld is waarin wij leven, in een oogstrelende maar ook rommelige voorstelling.

NITE staat voor Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble. NITE is de voortzetting van het Groningse Noord Nederlands Toneel, onder leiding van regisseur en choreograaf Guy Weizman en choreograaf Roni Haver. Samen vormden zij eerder het dansgezelschap Club Guy & Roni. Zij streven naar maatschappelijk geëngageerde, multidisciplinaire voorstellingen die het publiek aan het denken zetten.

Thalia Theater Hamburg zoekt voor zijn maatschappijkritische voorstellingen graag de aansluiting bij internationale theatermakers. Dan is NITE/Club Guy & Roni geen vreemde keuze.

Balletkleding

In HOPE gebruiken de makers een nogal omslachtige vertelling om hun boodschap over de huidige, bedenkelijke toestand van de wereld te verpakken. Een gezelschap van dansers en acteurs, goeddeels gehuld in babyroze balletkleding, ruziet over een nieuw ballet, onbewust van het feit dat de wereld de volgende dag ten onder zal gaan.

De choreograaf van het beoogde ballet (Maike Knirsch) gooit de ensemblevoorstelling die eerder is bedacht echter op de schop en wil alsnog een soloballet maken. Iedereen is kwaad, behalve degene die de solo zal dansen (Gloria Odosi).

Monologen

Er ontspint zich een ruzieachtige woordenstroom. Daarin concurreren eenlingen, duo’s en grotere groepen met elkaar. Er zijn weinig gesprekken of dialogen; spelers spreken een voor een korte monologen uit (tekst: Maria Milisavljević, 1982, Arnsberg, Duitsland), voornamelijk met het gezicht naar de zaal. Bewust Brechtiaans: de vierde wand naar het publiek wordt voortdurend doorbroken.

De monoloogjes, veelal in korte zinnetjes, van Milisavljević getuigen van kwetsbaarheid: ‘Iets moois, iets fijns.’ Van eenzaamheid, van behoefte aan intimiteit: ‘Hug me!’ Van het zoeken naar houvast op allerlei gebieden: ‘Elke waarheid is iemand anders’ leugen.’ Er is een soort verteller (Bien De Moor) die zich onderscheidt door een geel kostuum.
De voorstelling wordt gespeeld in een mengelmoes van Duits, Engels en Nederlands, met Engelse en Nederlandse boventitels.

Schetsmatig

Individuen stellen zich voor aan de hand van uit het leven gegrepen anekdotes. Die vorm werkt niet goed, omdat de verhaaltjes te schetsmatig, te fragmentarisch zijn om de personages echt een karakter te geven. Zo beklijven de namen van de personages ook niet echt, de verschillende types blijven daartoe te oppervlakkig.

Kwetsbaar

Daarbinnen is niettemin onder anderen Tilo Werner als een van de dansers erg mooi: balancerend op de punten van zijn zwarte glitterschoenen vertelt hij een kwetsbare homo-erotische droom. Vorm en inhoud vallen daar samen: de wiebelige man en het bange verlangen.

Gekissebis

Personages die hun verhaal hebben gedaan, krijgen een hoofddeksel met een hoge roze veer op het hoofd. Ze worden daardoor iets tussen revueartiesten en circuspaarden in. Met behulp van verrijdbare decorstukken, deels voorzien van spiegelende oppervlakken, verandert de omgeving steeds van structuur. Er is veel gekissebis, concurrentie. Aanvallen en verdedigen.

Fragmentarische teksten, korte dansen op indringende, live uitgevoerde muziek vormen de aanloop naar een nogal lang uitgestelde apotheose. De dreiging van een naderende zondvloed wordt gesymboliseerd doordat er water door het dak druppelt, dat door Tilo Werner wordt opgevangen in zijn roestvrijstalen champagneglaasje.

Prachtige muziek

Bij het toenemen van de spanning wint HOPE enorm aan kracht, zowel in het spel als in de wervelende vormgeving, de spectaculaire belichting en zeker ook in de prachtige, aanzwellende muziek (muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp). De noodzaak van ‘hoop’ wordt duidelijker wanneer het erop lijkt dat het apocalyptische einde nadert.

De actuele boodschap die je kunt halen uit de warrige interactie tussen de spelers en uit de zoekende teksten van HOPE komt neer op: we kibbelen, maken elkaar het leven zuur met futiliteiten, jaloezie en kleinzieligheid, terwijl de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dan zal blijken hoe hard je elkaar nodig hebt. En hoe hard je dan hoop nodig hebt, als houvast om te proberen te overleven.

Tekst: Maria Milisavljević
Choreografie: Roni Haver
Dans: Rosie Reith, Tatiana Matveeva, Tommy Heeffer
Decorontwerp: Ascon de Nijs
Componist: Camill Jammal
Muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp
Lichtontwerp: Maarten van Rossem
Kostuumontwerp: Simon Carle & MAISON the FAUX

Film / Films

Linklaters ode aan cinema

recensie: Nouvelle Vague - Richard Linklater
nouvelle vague© Filmdepot

Richard Linklater reconstrueert met Nouvelle Vague niet de geboorte van de Franse filmbeweging uit de jaren ’60, maar vangt vooral het gevoel dat erbij hoorde: dat film alles kan zijn. Nouvelle Vague is een hangout-film over makers, ego’s en ideeën. Losjes, speels en gemaakt met een onmiskenbare liefde voor film.

De nieuwe film van Linklater is een feest van herkenning voor de cinefiel. Alsof je naar The Avengers voor filmnerds kijkt, wandelen de grote spelers van de Franse cinema door het beeld. Namen als Truffaut, Melville, Bresson en Chabrol komen en gaan. Niet als de legendarische figuren waar ze nu bekend om staan, maar als jonge makers vol ideeën, twijfel en arrogantie, klaar om de wereld van film op te schudden. De spotlight in Nouvelle Vague staat op de maestro van de beweging: Jean-Luc Godard. De film volgt hem door de straten van Parijs, waar hij À bout de souffle (Breathless) maakte, volgens velen een van de meest invloedrijke films aller tijden.

Hangout-film

Linklater staat bekend als de man van de hangout-film, een officieus subgenre van films waar conflict of climax ver te zoeken is. Weinig spanning, weinig drama, een echte slice of life met ruimte voor humor en kleine momenten die een wereld kunnen schetsen. Een film waar je elk moment kunt ‘binnendruppelen’, zonder eigenlijk iets van het verhaal gemist te hebben. In dat opzicht voelt Nouvelle Vague als Linklaters eerdere film Dazed and Confused (1993), maar dan volledig gedipt in de esthetiek van Godards À bout de souffle uit 1960. De hippies ingeruild voor pretentieuze filmmakers, de highschool voor de straten van Parijs, en joints voor sigaretten en koffie.

Linklater ontmantelt de mythe rond Godard in Nouvelle Vague en zet er een man voor in de plaats: een haantje dat zichzelf ziet als revolutionair, een zelfverklaarde profeet van de cinema. Zijn monologen eindeloos en meanderend, vol kunst en politiek. Ze botsen heerlijk tegen de banale chaos van het filmsetleven: een camera die weigert te draaien, een acteur die te laat komt, een crew die op halve kracht werkt. Linklater kijkt niet neer op de klungeligheid; hij omarmt deze. Je verlaat de film dan ook niet met het gevoel dat je naar legendes hebt gekeken, maar naar mensen die durfden te maken, ondanks alle twijfel en tegenslag.

Liefdesbrief

Stilistisch is Nouvelle Vague een kameleon. Linklater bootst de look en feel van À bout de souffle tot in de details na: zwart-wit, losse camerabewegingen, abrupte montage, speelse omgang met dialoog. Het is duidelijk dat Linklater niet zozeer een verhaal wil vertellen of een boodschap wil overbrengen (want die is er eigenlijk niet). Bijna obsessief doet hij zijn best om zijn eigen handtekening uit te wissen – als eerbetoon, maar ook als experiment.

Dit gaat echter niet zonder risico. Cinefielen en makers zullen ongetwijfeld smullen van de details en verwijzingen, maar voor wie op zoek is naar spanning of emotie is Nouvelle Vague misschien een lange zit. Toch blijft er genoeg doorheen sijpelen dat onmiskenbaar Linklater is: zijn fascinatie voor makers en kunstenaars die praten, zoeken en dromen.

De vraag dringt zich op waarom hij (een Amerikaan) deze film móést maken, iets waar hij zelf ook jaren onzeker over was voordat hij besloot het toch te doen. Misschien ligt het antwoord bij hemzelf. Ook Linklater kwam uit een filmbeweging, namelijk die van de onafhankelijke cinema uit de jaren ’90, samen met namen als Soderbergh en Tarantino. Is Nouvelle Vague dan misschien een stille zelfportettering?

Wat Nouvelle Vague in ieder geval is, is een liefdesbrief aan rebellie, aan het maken zelf, en aan cinema als daad. Of zoals Linklater het zelf verwoordde: ‘A love letter to those who made you want to make films.’ En soms hoeft een film ook niet veel meer te doen dan dat. Zodra je de knop kan omzetten en los kan laten dat er vrijwel geen drama of conflict gaat komen, is het puur genot om jezelf even onder te dompelen in het Parijs van de jaren ’60.

Film / Films

Een soepel samenspel van zware thema’s en luchtige humor

recensie: Zootropolis 2 - Jared Bush & Byron Howard
ZOOTOPIA 2©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Zootropolis 2 bewijst opnieuw hoe krachtig animatie kan zijn wanneer volwassen thematiek wordt verpakt in een wervelend kinderavontuur. Net als in het eerste deel gebruiken de makers dieren als spiegel voor menselijk gedrag en maatschappelijk ongemak. Kinderen zien een spannend undercoververhaal, terwijl volwassenen worden getrakteerd op actuele kwesties die slim en humoristisch in de plot zijn verweven.

Dit vervolg sluit direct aan op het origineel: konijn-agent Judy Hopps en ex-oplichter Nick Wilde zijn inmiddels officiële partners. Hun band wordt echter stevig op de proef gesteld wanneer ze undercover moeten in nieuwe, minder bekende hoeken van de stad om de mysterieuze reptielenvluchter Gary De’Snake op te sporen. De speurtocht leidt hen door een reeks levendige wijken waar nieuwe diersoorten, culturen en sociale spanningen samenkomen.

Thema’s voor alle leeftijden

Hoewel de film trouw blijft aan de vertrouwde Disney-boodschappen — durf te dromen, vertrouw op elkaar, iedereen kan het verschil maken — schuwt Zootropolis 2 de zwaardere onderwerpen niet. Onder de kleurrijke animatie ligt een duidelijke onderstroom van reflectie over diversiteit, angst voor het ‘andere’ en de kracht van vooroordelen. De vraag of reptielen werkelijk een bedreiging vormen of slechts verkeerd begrepen worden, vormt het morele kloppend hart van het verhaal.

Het knappe is dat deze thematiek nooit te zwaar aanvoelt. De film blijft lichtvoetig dankzij de lange reeks grappen, visuele vondsten en onverwachte filmverwijzingen. Zo krijgen volwassenen een glimlach van de knipogen naar The Silence of the Lambs, The Shining en de komisch dreigende Godfather-parodie van het minuscule maffiamolletje. De makers weten steeds precies wanneer de toon luchtig moet blijven, zonder de boodschap te verzwakken.

Animatie vol leven en nieuwe werelden

Visueel gezien schittert Zootropolis 2 met minstens zoveel overtuiging als zijn voorganger. De animatie is rijk, dynamisch en vol details die de stad opnieuw laten bruisen. Het universum wordt bovendien uitgebreid met nieuwe zones en diersoorten: reptielen, semi-aquatische zoogdieren en andere creaturen voegen frisse energie toe. De charismatische nieuwe burgemeester, Brian Winddancer — een uitbundig vormgegeven hengst — is een van de vele kleurrijke nieuwkomers die meteen tot de verbeelding spreken.

©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Ook de interactie tussen Judy en Nick blijft een belangrijk ankerpunt. Hun groei als team, inclusief botsingen en onverwachte inzichten, geeft het verhaal een warm en herkenbaar menselijk element. Hun samenwerking vormt de tegenhanger van de maatschappelijke spanningen die overal om hen heen spelen, waardoor de film tegelijkertijd persoonlijk en groots aanvoelt.

Een waardige opvolger

Zootropolis 2 is een van die zeldzame kinderfilms die op meerdere niveaus werkt: voor jonge kijkers is het een spannend, grappig avontuur; voor volwassenen een verrassend actuele spiegel van de samenleving. De balans tussen humor, emotie en thematische diepgang is indrukwekkend, en de animatie draagt elke scène met flair.

Met een team van bijna zevenhonderd makers achter de schermen is het duidelijk dat dit vervolg met dezelfde zorg en ambitie is gemaakt als het Oscarwinnende origineel. Of het opnieuw prijzen gaat winnen is afwachten, maar inhoudelijk én visueel verdient het in ieder geval een plek tussen de beste animatiefilms van de laatste jaren.

Film / Films

Neurenberg door Amerikaanse ogen

recensie: Nuremberg - James Vanderbilt (2025)
Filmstill Nuremberg© Photo by Scott Garfield

Nuremberg is zo’n film die je dwingt jezelf af te vragen hoe je de bioscoop komt binnenwandelen. Wat neem je mee uit je eigen leven? Hoe sta je tegenover de geschiedenis, en hoe beïnvloedt dat wat je ziet? De film roept uiteenlopende meningen op en laat bij iedere kijker een andere indruk achter: alleen al daarom is hij interessant.

Het uitgangspunt is sterk: legerpsychiater Douglas Kelley krijgt de opdracht de geestelijke gezondheid en persoonlijkheid van de gearresteerde nazileiders te onderzoeken voorafgaand aan de beroemde Processen van Neurenberg. Daarmee opent de film een venster op een cruciaal historisch moment, waarin de wereld voor het eerst probeerde internationale rechtsnormen te formuleren voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Intrigerende geschiedenis, maar niet altijd even zorgvuldig

Het historische aspect vormt een van de sterkste punten van de film. Veel dialogen zijn gebaseerd op bestaande transcripties, en de film toont overtuigend hoe revolutionair het tribunaal was. De keuze om nazikopstukken niet zonder proces te executeren, maar te berechten volgens het internationaal recht, legde de basis voor alles wat later zou uitmonden in instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Tegelijkertijd kiest regisseur en scenarist James Vanderbilt voor een uitgesproken Hollywoodbenadering. Dat levert enerzijds een gestroomlijnd, meeslepend drama op, maar leidt anderzijds tot discutabele keuzes. Zo krijgt Kelley in de film een heldenrol toebedeeld die hij historisch nooit heeft gehad. Ook de subplot rondom de band tussen Kelley en Görings dochter voelt overbodig en haalt vaart uit het verhaal.

Daarnaast stapelt de film meerdere verhaallijnen op elkaar: de psychologische strijd tussen Kelley en Göring, en de totstandkoming van het tribunaal. Elk van die lijnen had op zichzelf een sterke film kunnen opleveren, maar samen zorgen ze soms voor onnodige ruis.

En dan is er de onvermijdelijke Amerikaanse borstklopperij: van de heldhaftige toonzetting tot de afsluitende Amerikaanse vlag — subtiel is het allemaal niet.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Crowe schittert, Malek overtuigt, en de spanning werkt

Wat Nuremberg overeind houdt en zelfs naar een hoger niveau tilt, is het acteerwerk. Russell Crowe is ronduit fenomenaal als Hermann Göring: charismatisch, manipulatief, glad en gevaarlijk. Zijn spel maakt pijnlijk duidelijk hoe iemand tegelijk briljant en moreel volkomen verdorven kan zijn. Ook Rami Malek zet een degelijke, al is het minder gelaagde, Kelley neer.

De scènes tussen de twee vormen de kern van de film: benauwend, psychologisch geladen en moreel ongemakkelijk. De confrontaties werpen interessante vragen op over verantwoordelijkheid, schuld, zelfbeeld en propaganda — vragen die door de Hollywoodinvloeden soms niet de ruimte krijgen die ze verdienen, maar die wel blijven resoneren.

Interessant, mooi gemaakt, maar niet zonder kanttekeningen

Nuremberg heeft een strakke visuele stijl. Koelere kleurtonen en een grijs, grauw decor plaatsen je als kijker meteen in de naoorlogse tijd. Maar tegelijkertijd is dit visueel verzorgde en acteertechnisch sterke historische drama dus duidelijk een Amerikaanse productie met een uitgesproken Amerikaanse invalshoek: helden zijn Amerikaans, initiatief is Amerikaans, oplossingen zijn Amerikaans. Sommige keuzes zijn discutabel, andere ronduit onnodig, en toch blijft de film de moeite waard.

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internationale recht of de psychologie achter macht en kwaad, biedt Nuremberg genoeg stof tot nadenken. En voor iedereen die Russell Crowe graag op zijn best ziet: dit is er zo één.

Film / Films

Een fonkelende afsluiter voor Oz

recensie: Wicked: For Good - Jon M. Chu
WICKED FOR GOOD© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved. (via Filmdepot)

Met Wicked: For Good komt het tweeluik tot een krachtig en rijk gelaagd einde. Waar het eerste deel vooral opbouwde, levert het tweede deel de beloofde ontlading: alle puzzelstukjes vallen in elkaar en de makers nemen de tijd om de losse eindjes uit het verhaal van Oz zorgvuldig af te ronden. De cirkel is rond.

Vocaal is dit vervolg ronduit adembenemend. Cynthia Erivo bewijst opnieuw waarom ze wordt gezien als een van de grootste stemmen van deze generatie. ‘No Good Deed’ is zonder twijfel het kloppend hart van de film: rauw, intens en bijna fysiek voelbaar. De emotionele kracht van haar vertolking verankert het verhaal diep in de kijker.

De nieuwe nummers, ‘No Place Like Home’ en ‘The Girl in the Bubble’, zijn betekenisvolle uitbreidingen van het narratief. Ze verdiepen de karakterontwikkeling van Elphaba en Glinda door hun innerlijke conflicten, verlangens en kwetsbaarheden scherper te belichten. Dankzij deze liedjes wordt hun emotionele reis niet alleen duidelijker, maar ook menselijker en gelaagder.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Glinda krijgt de ruimte die ze verdient

Dankzij de toevoeging van haar jongere zelf krijgen we eindelijk zicht op de drijfveren van Glinda: haar verlangen naar magie, haar behoefte om geliefd te worden en haar worsteling met verwachtingen. Het personage wordt hierdoor merkbaar uitgediept. Ariana Grande zet dit weergaloos neer. Haar spel is gevoelig en open, soms speels, soms breekbaar, maar altijd geloofwaardig. Dit is een Glinda die meer is dan glitter en glimlach: een volwaardig, complex personage.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Een visueel feest

Net als in het eerste deel is de cinematografie ronduit verbluffend. De sets ademen vakmanschap en doen denken aan het beste wat de filmindustrie te bieden heeft. Je voelt dat hier de absolute top heeft samengewerkt: elk shot lijkt met chirurgische precisie ontworpen om de magie van Oz te vangen, van weidse landschappen tot intieme momenten van emotionele intensiteit.

Rustiger, maar nooit saai

Wie de musical kent, weet dat acte 2 nu eenmaal minder bombastisch is. Ook in de film ligt het tempo wat lager, maar verveling treedt geen moment op. De makers benutten de rust om personages te laten reflecteren en relaties te verdiepen. Het voelt als een noodzakelijke ademhaling, niet als een dal.

Het slot van Wicked: For Good is emotioneel geladen, groots opgezet en trouw aan de thematische kern van de reeks. Het zet een waardige punt achter een duologie die al vanaf het begin grote ambities had. Toch is er één gemis: Fiyero (stel je hier gerust even Erivo’s ‘Fiyerooooo!’-uithaal uit ‘No Good Deed’ voor). Jonathan Bailey speelt de rol met charme en warmte (hoe kan het ook anders?), maar net als in de musical blijft Fiyero’s keuze voor Elphaba vrij oppervlakkig. De contouren zijn er, maar de film had de kans om zijn emoties en motivaties scherper in beeld te brengen en kiest uiteindelijk niet voor die verdieping. Het is een kleine hapering in een verder zeer compleet geheel.

Wicked: For Good is een meeslepend, visueel adembenemend en muzikaal overweldigend slotstuk dat recht doet aan de geliefde wereld van Oz. Met fenomenale vertolkingen, nieuwe nummers die écht iets toevoegen en een prachtig verweven afronding van alle verhaallijnen, levert de film precies wat hij moet: magie. Een waardige, krachtige afsluiter van een klassieker.

Boeken / Fictie

Perfecte cadeautjes

recensie: Drie boekjes in de serie Van Oorschot Terloops
mamuka-jimshiashvili-jwxYvMCYMA0-unsplashMamuka Jimshiashvili voor Unsplash

Ruim drie jaar geleden schonken we op deze website al eens aandacht aan ‘de kostelijke serie boekjes Van Oorschot Terloops’. De serie is nog steeds alive and kicking. De boekjes met wandelingen, geschreven door bekende schrijvers, passen zó in binnenzak of tas. En in de zak met cadeautjes van de Kerstman.

Recent verschenen weer drie titels: De zakdoekjesboom van Hans Hagen, De duivelsberg van Daan Borrel en ten slotte Het kind en ik van Otto de Kat. Respectievelijk spelend aan de rand van het Gooi (bij ’s-Graveland), de 17de etappe van het Pieterpad bewandelend en zich bewegend rond Slot Loevestein. Alle drie voorin traditiegetrouw voorzien van een plattegrondje van het gebied, zodat je de wandelingen eventueel na zou kunnen lopen. Maar ook vanuit de leunstoel is het genieten geblazen.

De duivelsberg

Om te beginnen de wandeling van de schrijfster Daan Borrel (°1990), die in 2025 debuteerde met de roman De dragers. Deze stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2025. We beginnen ermee, omdat de auteur ook ingaat op het fenomeen ‘wandelen’.

Ze haalt Henry David Thoreau (Walking, 1851) aan. Hij beveelt aan te wandelen ‘in de geest van het eeuwige avontuur’. Dan ben je ‘een vrij man’, qua geest en lichaam. Wandelen in de wilde natuur. Vrouwen wandelen volgens Borrel op een andere manier: om te overleven ‘en voor hun water hele afstanden (…) naar een waterput (…) om eenmaal daar belaagd of ontvoerd te worden’. Of zoals Maria, de moeder van Jezus, zij ging ver te voet. Een kleine toespeling op het feit dat Daan Borrel tijdens een wandeling met haar moeder ontdekt dat ze zwanger is. Ze lopen door. Voor de lol. De titel van het boekje slaat op het pannenkoekenrestaurant waar ze uitrusten.

Door haar zwangerschap wandelt ze nog wel, ‘veel rondom het huis, en soms ook verder weg, toch bereikte ik niet meer dat vrije gevoel (…), die contemplatie, spirituele esthetische ervaring’. Toen Sadie, de dochter van Daan en Jelte, wat groter werd, moest ze ‘alleen een nieuwe vorm van vrijheid (…) ontdekken, één in afhankelijkheid’. En dat doet ze. Die zoektocht beschrijft ze subtiel en fijnzinnig.

De zakdoekjesboom

Meer dan een generatie ouder dan Daan Borrel is dichter en schrijver Hans Hagen (°1955). Hij weeft door zijn verhaal ook gedichten, zoals ‘kruidje’:

ze zeggen dat zelfs planten
lief kunnen hebben
het kruidje-roer-mij-niet bijvoorbeeld
de blaadjes vouwen zich samen
als je ze aanraakt
kruidje doet alsof hij dood is
tot je opnieuw aait
en weer
dan houdt hij zijn blaadjes wijd open
geen angst of pijn
aai meer

Hagen begint zijn wandeling bij zijn geboortehuis op Groenlust bij ’s-Graveland. Degene die de wandeling na wil lopen, kan bij de ingang van landgoed Gooilust beginnen, even verderop in het boek. De auteur haalt herinneringen op waaraan hij twijfelt. Net als Borrel, omdat haar moeder zich dezelfde belevenissen soms anders herinnert. ‘Ik weet bijvoorbeeld’, schrijft Hagen, ‘heel zeker dat een van de kalkoenen van (…) buren twee koppen had. Eentje van achteren en eentje van voren (…). Zelf gezien. Of zelf verzonnen?’

De auteur is duidelijk geïnteresseerd in de geschiedenis van de omgeving waar hij is geboren en nu wandelt. Die geschiedenis gaat terug op de families Corver Hooft, Six en Blauw. Hagen verweeft deze geschiedenis telkens met herinneringen aan zijn jeugd. Hoe hij zijn vriendjes onder het verhoogde terras van Blauw doorjoeg. Zoals bij Borrel telkens beelden bovenkomen van een wandeling met onder anderen haar moeder, die ze later overdoet. Hagen betrekt ook meer familieleden in zijn verhaal, dat daarom soms wat te veel uitwaaiert in het pendelen tussen vroeger en nu, de wandeling en de natuur.
De titel van het boekje slaat op de Davidia involucrata, de vaantjes- of zakdoekjesboom, die rond mei in bloei staat. ‘Dan hangen er rijen lichte zakdoekjes aan de takken, teer als vlindervleugels. Een klein wit doekje boven, een groter doekje onder als bloem.’

Het kind en ik

De titel van het boekje van Otto de Kat ten slotte is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff, dat voorin is afgedrukt. Telkens neemt de auteur – pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt (°1946), schrijver en onder meer ook oprichter van uitgeverij Balans – één of meer regels ervan om zijn verhaal aan op te hangen. Voor- en achteruit denkend in de tijd.

Het verhaal gaat terug tot de jongensjaren van de auteur, die zou gaan studeren, theologie met bijvak Nederlands, zoals de ik-figuur bij Nijhoff zou gaan vissen. De Kat maakt ‘een wak in het verleden’. Zijn stijl is even poëtisch als die van de dichter.
De Kat start zijn wandeling bij Brakel. Zijn vader ‘loopt met passen uit de eeuwigheid’ op hem af. Weer is het – net als bij Hagen – juni, en ‘er zijn tere kleuren groen’. Het doel van de wandeling is Slot Loevestein, ‘dwars door het Munnikenland, langs meertjes vol waterlelies en kuifeenden’.

Wandelen doen alle drie de auteurs door de natuur. Het is alleen eerder autorijden op zijn vijftiende, zonder leraar, dat De Kat vrijheid geeft, ‘losgezongen van de wereld’. Zijn fantasie gaat met hem op de loop. Hij denkt ‘aan Tempeliers en Geuzen en Spanjolen (…) en Cisterciënzers’, zoals jongens op die leeftijd doen.

De manier waarop De Kat geschiedenis en fantasie verweeft met het heden en wat er in het echt bestaat, is vloeiender en evenwichtiger dan de manier waarop Hagen dat doet. Poëtischer van taal ook. ‘Terug, telkens terug, in de tijd zeker, het gebied strekt zich uit in zijn eigen verleden. Heeft het landschap een geheugen? Ja, hier wordt het bewezen, het hele Munnikenland ademt achteruit.’

Het is natuurlijk wat je als lezer aanspreekt, of degene die je een of meer boekjes cadeau zou willen doen. Daar kun je je (kerst)cadeautje(s) op uitzoeken. Voor elck wat wils. Vol verlangen zien we uit naar de komende delen in deze prachtige serie!

  • Daan Borrel, De duivelsberg
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028252103
  • Hans Hagen, De zakdoekjesboom
    Een wandeling
    88 pagina’s
    ISBN 9789028251373
  • Otto de Kat, Het kind en ik
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028253049