Berichten

Kunst / Expo binnenland

Een blik in de Biblebelt

recensie: Recensie: Bij ons in de Biblebelt, Museum Catharijne Convent

In de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt opent een vrij gesloten gemeenschap in Nederland de deuren naar de buitenwereld. Herkenbaar voor wie de ‘refowereld’ van dichtbij kent, en verhelderend voor wie er in deze tentoonstelling voor het eerst dichtbij komt.

Campagnebeeld Bij ons in de Biblebelt, foto Sjaak Verboom, ontwerp Fabrique (zonder tekst)

Een respectvolle benadering

Een leven waarin de bijbel je leidraad is, waar je op zondag twee keer naar de kerk gaat en het Reformatorisch Dagblad op de deurmat valt. Het zijn voor reformatorische christenen op de Biblebelt vanzelfsprekendheden. Hoewel de reformatorische zuil van buitenaf misschien een eenheid lijkt, schuilen er veel verschillen in opvattingen, keuzes en uitingsvormen. Een genuanceerd beeld dat recht doet aan deze gemeenschap in zijn volle breedte kan deze tentoonstelling dan ook niet bieden zonder afbreuk te doen aan het scheppen van een helder en begrijpelijk beeld. Bij ons in de Biblebelt benadert de reformatorische wereld echter respectvol en open, en probeert daarbij stereotypering te vermijden.

De overeenkomsten binnen de gemeenschap worden benadrukt, maar daarbij wordt niet voorbijgegaan aan de verschillen. Zo komen in een reeks video-interviews diverse ‘refo’s’ aan het woord over uiteenlopende onderwerpen als media, vrije tijd en politiek. Zij vertegenwoordigen allen de reformatorische wereld, maar delen niet op alle punten exact dezelfde mening. De tentoonstelling laat hiermee zien dat de ‘refowereld’, ook wel bekend als de ‘zwarte-kousen-gemeenschap’ , kleurrijker is dan men misschien op voorhand zou denken. Dit geldt niet enkel voor hun kleding maar ook voor de diversiteit in de keuzes die gemaakt worden en de verantwoording daarvan. De subcultuur wordt dichtbij gebracht en persoonlijk benaderd.

Uit de serie Zaterdag/zondag, foto Sjaak Verboom

De Biblebelt en de tijdgeest

De tentoonstelling schetst een beeld van de historie van de reformatorische zuil in Nederland, van diverse belangrijke figuren in deze geschiedenis en van reformatorische kerkverbanden. Dat laatste is een complex onderwerp, en één waar de tentoonstelling dan ook niet te diep op ingaat: niet de verschillen worden benadrukt, maar dat wat de diverse kerken bindt. De focus van de tentoonstelling ligt vooral op thema’s die een rol spelen binnen de ‘refowereld’ van nu: welke keuzes maken ‘refo’s’ binnen de Biblebelt? Waarin onderscheiden zij zich fundamenteel van de mensen die zij rekenen tot ‘de buitenwereld’? Welke gevaren neemt de huidige tijdgeest met zich mee voor het overeind blijven van de reformatorische normen en waarden?

Met reformatorische scholen, vakantieparken, studentenverenigingen en een eigen krant slaagt ‘de zuil’ er grotendeels in om een eigen wereld te creëren, waarin andere waarden gelden dan in de rest van de maatschappij. Maatschappelijke ontwikkelingen dringen echter ook door in de reformatorische wereld. De tentoonstelling brengt de wijze waarop reformatorische christenen met deze ontwikkelingen omgaan in beeld. De komst van internet en social media is hiervan een voorbeeld.

Gereformeerde Gemeente, Lisse, foto Henk Visscher, Reformatorisch Dagblad

De ophef aangaande het niet vaccineren van kinderen door veel ouders op de Biblebelt en de recentere opschudding rondom de Nashville-verklaring komen eveneens aan de orde. Toch wordt niet gefocust op dergelijke negatieve opspraak. De aandacht gaat vooral naar de reformatorische christenen, hun levensstijl en de verantwoording van hun keuzes. Ook is er ruimte voor beeldende kunst: verschillende kunstenaars van de reformatorische kunstenaarsvereniging KORF tonen hun beeldend werk.

Diverse thema’s die in de tentoonstelling slechts zijdelings aan de orde komen, zoals homoseksualiteit, man-vrouw verhoudingen en het verlaten van de reformatorische gemeenschap, worden in lezingen rondom de tentoonstelling verder uitgediept. Zo komen ook Franca Treur en Jan Siebelink aan het woord in een lezing. Beide auteurs zijn in een streng christelijk gezin opgegroeid, maar zijn inmiddels uit dit milieu gestapt. Het is een bewuste keuze van de curator Tanja Kootte om het verlaten van de reformatorische wereld niet te benadrukken in de tentoonstelling. De keerzijde die de gemeenschap kent, zoals de beklemming die ermee gepaard kan gaan, en de gevolgen van het maken van een andere keuze, zitten er op een meer subtiele manier in verweven.

Het doel van de tentoonstelling is dat bezoekers zelf een beeld kunnen vormen van deze groep christenen in Nederland. Bij ons in de Biblebelt geeft een eerlijke, persoonlijke inkijk in de ‘refowereld’, die de kijker uitdaagt om verder te denken dan stereotypen en vooroordelen.

Reageer op dit artikel

Kunst / Expo binnenland

Een blik in de Biblebelt

recensie: Recensie: Bij ons in de Biblebelt, Museum Catharijne Convent

In de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt opent een vrij gesloten gemeenschap in Nederland de deuren naar de buitenwereld. Herkenbaar voor wie de ‘refowereld’ van dichtbij kent, en verhelderend voor wie er in deze tentoonstelling voor het eerst dichtbij komt.

Campagnebeeld Bij ons in de Biblebelt, foto Sjaak Verboom, ontwerp Fabrique (zonder tekst)

Een respectvolle benadering

Een leven waarin de bijbel je leidraad is, waar je op zondag twee keer naar de kerk gaat en het Reformatorisch Dagblad op de deurmat valt. Het zijn voor reformatorische christenen op de Biblebelt vanzelfsprekendheden. Hoewel de reformatorische zuil van buitenaf misschien een eenheid lijkt, schuilen er veel verschillen in opvattingen, keuzes en uitingsvormen. Een genuanceerd beeld dat recht doet aan deze gemeenschap in zijn volle breedte kan deze tentoonstelling dan ook niet bieden zonder afbreuk te doen aan het scheppen van een helder en begrijpelijk beeld. Bij ons in de Biblebelt benadert de reformatorische wereld echter respectvol en open, en probeert daarbij stereotypering te vermijden.

De overeenkomsten binnen de gemeenschap worden benadrukt, maar daarbij wordt niet voorbijgegaan aan de verschillen. Zo komen in een reeks video-interviews diverse ‘refo’s’ aan het woord over uiteenlopende onderwerpen als media, vrije tijd en politiek. Zij vertegenwoordigen allen de reformatorische wereld, maar delen niet op alle punten exact dezelfde mening. De tentoonstelling laat hiermee zien dat de ‘refowereld’, ook wel bekend als de ‘zwarte-kousen-gemeenschap’ , kleurrijker is dan men misschien op voorhand zou denken. Dit geldt niet enkel voor hun kleding maar ook voor de diversiteit in de keuzes die gemaakt worden en de verantwoording daarvan. De subcultuur wordt dichtbij gebracht en persoonlijk benaderd.

Uit de serie Zaterdag/zondag, foto Sjaak Verboom

De Biblebelt en de tijdgeest

De tentoonstelling schetst een beeld van de historie van de reformatorische zuil in Nederland, van diverse belangrijke figuren in deze geschiedenis en van reformatorische kerkverbanden. Dat laatste is een complex onderwerp, en één waar de tentoonstelling dan ook niet te diep op ingaat: niet de verschillen worden benadrukt, maar dat wat de diverse kerken bindt. De focus van de tentoonstelling ligt vooral op thema’s die een rol spelen binnen de ‘refowereld’ van nu: welke keuzes maken ‘refo’s’ binnen de Biblebelt? Waarin onderscheiden zij zich fundamenteel van de mensen die zij rekenen tot ‘de buitenwereld’? Welke gevaren neemt de huidige tijdgeest met zich mee voor het overeind blijven van de reformatorische normen en waarden?

Met reformatorische scholen, vakantieparken, studentenverenigingen en een eigen krant slaagt ‘de zuil’ er grotendeels in om een eigen wereld te creëren, waarin andere waarden gelden dan in de rest van de maatschappij. Maatschappelijke ontwikkelingen dringen echter ook door in de reformatorische wereld. De tentoonstelling brengt de wijze waarop reformatorische christenen met deze ontwikkelingen omgaan in beeld. De komst van internet en social media is hiervan een voorbeeld.

Gereformeerde Gemeente, Lisse, foto Henk Visscher, Reformatorisch Dagblad

De ophef aangaande het niet vaccineren van kinderen door veel ouders op de Biblebelt en de recentere opschudding rondom de Nashville-verklaring komen eveneens aan de orde. Toch wordt niet gefocust op dergelijke negatieve opspraak. De aandacht gaat vooral naar de reformatorische christenen, hun levensstijl en de verantwoording van hun keuzes. Ook is er ruimte voor beeldende kunst: verschillende kunstenaars van de reformatorische kunstenaarsvereniging KORF tonen hun beeldend werk.

Diverse thema’s die in de tentoonstelling slechts zijdelings aan de orde komen, zoals homoseksualiteit, man-vrouw verhoudingen en het verlaten van de reformatorische gemeenschap, worden in lezingen rondom de tentoonstelling verder uitgediept. Zo komen ook Franca Treur en Jan Siebelink aan het woord in een lezing. Beide auteurs zijn in een streng christelijk gezin opgegroeid, maar zijn inmiddels uit dit milieu gestapt. Het is een bewuste keuze van de curator Tanja Kootte om het verlaten van de reformatorische wereld niet te benadrukken in de tentoonstelling. De keerzijde die de gemeenschap kent, zoals de beklemming die ermee gepaard kan gaan, en de gevolgen van het maken van een andere keuze, zitten er op een meer subtiele manier in verweven.

Het doel van de tentoonstelling is dat bezoekers zelf een beeld kunnen vormen van deze groep christenen in Nederland. Bij ons in de Biblebelt geeft een eerlijke, persoonlijke inkijk in de ‘refowereld’, die de kijker uitdaagt om verder te denken dan stereotypen en vooroordelen.

Reageer op dit artikel

Sveta Shueva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA
Kunst / Expo buitenland

De bureaucratische hel van een grimmig kantoorpand

recensie: Recensie: Sveta Shuvaeva – Lake View Limited Offer
Sveta Shueva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA

Voor veel mensen is het kantoor een gewone, onopmerkelijke omgeving. Het is een ware kunst om die alledaagsheid om te zetten naar iets bijzonders en ons te vervreemden van dat wat we zo goed kennen. Met haar installatie Lake View Limited Offer in het MHK Antwerpen, is dat de Russische kunstenares Sveta Shuvaeva (1986) gelukt.

Stiekeme gluurder

Sveta Shuvaeva’s installatie is in een aparte zaal geplaatst en vult deze bijna helemaal. Vanbuiten is de installatie een grote witte rechthoek met een skelet van lichtgekleurd hout. Aan weerskanten van de rechthoek bevinden zich twee ingangen, door het midden van het blok loopt een nauwe gang.

Sveta Shuvaeva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA

Sveta Shuvaeva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA

Aan één kant van de gang zijn ‘ramen’ geplaatst. Het zijn openingen in de wand die telkens verschillend van vorm zijn. Ze gunnen je een kijkje in een aantal kleine ruimtes en plaatsen je in de schoenen van een stiekeme gluurder.

Niets anders dan lucht

De ruimtes zijn fel verlicht en verstild. Daar gaat iets onheilspellend van uit, ook al zijn de voorwerpen in de ruimte de saaie herkenning zelf: stekkerdozen, usb-sticks, paperassen, opgedroogde theezakjes, troosteloze verpakkingen van afhaalmaaltijden, levende of haast gestorven kamerplanten.

De voorwerpen vallen op doordat ze allemaal gemaakt zijn van papier. Dat leidt misschien tot tedere gevoelens, – als je je voorstelt dat je een kwetsbare papieren asbak oppakt, stel je je voor dat je die vasthoudt als een babykonijntje – maar het schept ook afstand. Met het bestuderen van die ruimtes komt het besef dat elke laptop, elke kamerplant, gevuld is met niets anders dan lucht.

Sveta Shueva, Lake View Limited Offer, detail installatie. Foto: Yuri Palmin

Sveta Shueva, Lake View Limited Offer, detail installatie. Foto: Yuri Palmin

Het stille ontbreken van mensen

Het kantoor wordt daarmee slechts een illusie. En dat is precies Shuvaeva’s bedoeling. De titel van de tentoonstelling Lake View Limited Offer nam de kunstenares rechtstreeks over van een reclameposter van net nieuw opgeleverde appartementen in een woonwijk. De zin presenteert een ideaal (het kopen van een huis met een prachtig uitzicht) dat wellicht onbereikbaar is.

Vooral als je de installatie interpreteert als het kantoor dat toegang biedt tot dit ideaal. De droom is onmogelijk te verwezenlijken, want op het kantoor is geen enkele medewerker aanwezig. Het stille ontbreken van mensen maakt de plek nog grimmiger.

Bureaucratische hel

Sveta Shuvaeva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA

Sveta Shuvaeva, Lake View Limited Offer. Foto © M HKA

Het kan zelfs lijken alsof je je in een bureaucratische hel zonder uitweg bevindt. Zo omschrijft Shuvaeva de installatie zelf tenminste. Maar het doorbreken van de hel is mogelijk, zo stelt ze. Niks anders dan papier scheidt je van de uitgang.

Toch haal je opgelucht adem als je weer naar buiten stapt. Opgelucht en enigszins verward: bekritiseert Shuvaeva de bureaucratie, verwijst ze naar het huidige Rusland, verbeeldt ze kwetsbare dromen? Hoe dan ook: deze tentoonstelling heeft je, al is het maar voor even, anders leren kijken naar usb-sticks, stekkerdozen en kamerplanten. Die frisse blik is een waar genoegen.

Reageer op dit artikel

Evangelistarium (Ansfriduscodex) St Gallen en Neder-Rijn tweede helft 10e eeuw (boekblok) 1200 – 1400 (boekband) Museum Catharijneconvent Utrecht
Kunst / Expo binnenland

Glinsterende godsdienst

recensie: De Münster Domschat
Evangelistarium (Ansfriduscodex) St Gallen en Neder-Rijn tweede helft 10e eeuw (boekblok) 1200 – 1400 (boekband) Museum Catharijneconvent Utrecht

Museum Catharijneconvent is veranderd in een heuse schatkamer. Het goud en zilver blinkt je tegemoet tijdens een bezoek aan De Münster Domschat, waarin niet alleen de Münster, maar ook de verloren Utrechtse Domschat aan bod komt.

Reliekkruis Münster (?) circa 900-1120 Collectie Domschat Sint-Paulusdom Münster

Reliekkruis, Münster (?), circa 900-1120. Collectie Domschat Sint-Paulusdom, Münster.

Een schat op papier

De Münster Domschat begint opvallenderwijs met papieren objecten: het middeleeuws archief van de Utrechtse Domkerk. In 1578, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, kreeg de kerk de opdracht om haar rijk gevulde schatkamer om te laten smelten. Het blinkende goud en zilver van de Domschat was nodig om de oorlogsstrijd te bekostigen. Het resultaat was dat een uitgebreide en kostbare verzameling religieuze objecten in één klap uit de verdere geschiedenis verdween. Het Catharijneconvent besteedt aandacht aan de Utrechtse schat door het tentoonstellen van haar archiefstukken. Deze laten uitgebreid zien hoe de schat tot stand is gekomen en omschrijven soms tot in detail hoe de objecten eruit hebben gezien. Van de Münster Domschat is het juist het archief dat de tand des tijds niet heeft doorstaan. Beide schatten vullen elkaar in deze tentoonstelling dan ook perfect aan. De introductie met archiefstukken uit Utrecht biedt een context bij de Münster schat en de Münster objecten schetsen op hun beurt weer een beeld van de pracht en praal die ooit in de Utrechtse Dom heeft gestaan.

Voelen

De tentoonstellingstitel belooft natuurlijk een Domschat, maar voordat je deze te zien krijgt, kom je langs het zogenoemde ‘schatlab’. In deze zaal wordt de bezoeker uitgenodigd fysiek kennis te maken met de waardevolle materialen die gebruikt werden om religieuze objecten te maken. Goud, zilver, edelstenen, saffier, zijde, bloedkoraal – je mag het allemaal aanraken. Het museum geeft bovendien inzicht in de herkomst en de symboliek van de materialen. Door middel van multimedia installaties vertellen metaal- en textielrestauratoren, kunsthistorici en geologen hun verhaal. Het is misschien wat veel informatie in één zaal, maar het interactieve karakter maakt het schatlab een van de sterkste aspecten van de tentoonstelling.

Pauluskopreliekhouder circa 1060 Collectie Domschat Sint-Paulusdom Münster

Pauluskopreliekhouder, circa 1060. Collectie Domschat Sint-Paulusdom, Münster.

Münster

De tentoonstelling culmineert natuurlijk in de Münster Domschat, die voor het eerst in de geschiedenis haar thuisstad heeft verlaten. In een verdonkerde zaal glimmen de religieuze objecten je tegemoet. De schat omvat reliekhouders in de vorm van handen, kruizen en religieuze figuren, maar ook prachtige kledingstukken en andere religieuze voorwerpen. Zo wordt er een dertiende-eeuws kazuifel tentoongesteld, een gewaad dat door de priester werd gedragen tijdens de mis. Ook zijn er twee draagaltaren te zien, kleine kistjes die meegenomen konden worden op reis om zo buiten de kerk ook een kerkdienst te kunnen houden. Een van de belangrijkste en kostbaarste objecten in de tentoonstelling is het vergulde hoofd van de apostel Paulus, dat een centrale plek in de vitrines heeft gekregen. In dit reliekschrijn zouden ooit schedelfragmenten en zelfs een tand van de apostel hebben gezeten. Deze relieken waren extra belangrijk voor de Münster Dom, omdat Paulus de beschermheilige van de kerk is.

 

Museum Catharijneconvent slaagt erin door inzet van verschillende middelen een ijzersterke context te bieden bij de Münster Domschat. Zo’n Domschat die voor het eerst buiten haar schatkamer te zien is, is natuurlijk reden voor een feestje, en De Münster Domschat is dat feest. Een afwisselende, interactieve, fonkelende, schitterende tentoonstelling.

Reageer op dit artikel

Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.
Kunst / Expo binnenland

Kijken en nog eens kijken

recensie: Herman Gordijn | 60 jaar nieuwsgierig onderzoeken
Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.

De prachtige, overzichtelijke tentoonstelling met werk van Herman Gordijn (1932-2017) in Museum Nairac in Barneveld laat voorstudies zien die de kunstenaar voor zijn schilderijen maakte. Evenzeer de moeite waard als de eindproducten zelf, waarvan sommige ook te zien zijn.

Annelies Barendrecht Herman Gordijn

Annelies Barendrecht, Portret Herman Gordijn.

Op de expositie van Gordijn in Museum MORE te Gorssel van 2017 lag de nadruk op zijn bekendere eindwerk. Zonder de onderzoeken, voorstudies en experimenten die Museum Nairac nu toont, was dat er echter nooit geweest.

Het museum is genoemd naar een negentiende-eeuwse burgemeester van Barneveld, waar in de vaste opstelling een stijlkamer aan is gewijd. Gordijn was overigens beschermheer van het museum, dat zich in de flyer bij de expositie met zijn werk terecht een pareltje noemt, een van ‘de kleine musea die het grote publiek nog verder moet ontdekken’.

Herman Gordijn Voorstudie Beatrix Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Voorstudie Beatrix. Museum Nairac Barneveld.

Meekijken en nog eens kijken

De partner van Gordijn, Joseph Kessels, vond het werk in het atelier in Terschuur (gemeente Barneveld), waar de schilder vanaf 1984 werkte. Kessels fungeerde ook als gastconservator. Tot het niet eerder geëxposeerde werk behoren de schetsboeken voor het bekende portret van (de toenmalige) koningin Beatrix.

Door het tonen van etsplaten, voorstudies en schetsboeken kijk je over Gordijns schouder mee én leer je, door goed te kijken, de verschillen zien tussen die studies en de eindproducten. Niet dat dit laatste van alles valt te bewonderen; van bijvoorbeeld het bekende doek Mona met kussen hangt ter afsluiting van een reeks schetsen alleen een foto. Het origineel is in Museum MORE te zien.

Kinderwagens en zelfportretten

Herman Gordijn Zelfportret 1977 Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Zelfportret, 1977. Museum Nairac Barneveld.

Op een van de voorstudies voor Kinderwagen II is goed Gordijns zoektocht te zien; hij heeft er met potlood aantekeningen op gemaakt: ‘pop? hondje?’ Op de ene voorstudie zie je drie personen, op een andere vier. Op het uiteindelijke schilderij (collectie De Heus-Zomer) zijn het er drie geworden, maar in andere poses: een kijkt in de wagen, een houdt de hand voor ogen en een heeft het hoofd achterover geworpen. Pal bij deze wand hangt een pentekening die Gordijn zo’n zeven jaar eerder in Amsterdam maakte van tal van kinderwagens onder een boom in het Vondelpark. Zo bij elkaar, doet het de lippen krullen. Een zekere humor kan het museum te midden van de pluimveelteelt en -handel ook niet worden ontzegd; in het winkeltje zijn Fabergé-eieren te koop.

Ook de wand met zelfportretten trekt de aandacht. Het oudste, een pentekening, dateert uit 1950, het jongste is een niets ontziende iPad-tekening uit 2017. Deze wand wordt aangevuld met foto’s van Gordijn, die Ingrid Bakker in 2009 maakte tijdens een atelierbezoek. Het museum mag ze nu in overleg met haar laten zien, om een extra kijkje in het kunstenaarschap van Gordijn te kunnen bieden.

Aanvullen en invullen

Deze zorgvuldig samengestelde en ingerichte expositie vult zo het beeld dat Museum MORE in 2017 van Herman Gordijn neerzette, op een bijzondere manier aan. Of misschien moeten we zeggen: vult deze op een bijzondere manier ín. Met weinig woorden over de inhoud van het werk, Gordijn eigen, en wat meer achtergrondinformatie over enkele geportretteerden en de gebruikte technieken (houtsnede, aquatint, litho, ets), is het een tentoonstelling die ook voor scholieren bijzonder instructief kan zijn. Nieuwsgierig meekijken over de schouder van de kunstenaar en nog eens kijken om verschillen te ontdekken tussen de studies en het eindresultaat, daar gaat het om. Het museum is er ruimschoots in geslaagd om het publiek deze kans te geven.

Reageer op dit artikel

Bezoekers bij de Vorkurs van Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.
Kunst / Expo binnenland

De blijvende invloed van Bauhaus

recensie: Nederland Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld
Bezoekers bij de Vorkurs van Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Zoals haast elke hippe tentoonstelling in modern museumland begint ook Nederland <-> Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld met een onderdompelende ervaring. Zelf ervaren blijkt echter niet alleen populair in de eenentwintigste eeuw (met zijn overprikkelde millennials en hun korte spanningsbogen). Nee, ook in 1919 was ervaring hot.

Bij de oprichting van het Bauhaus, een kunstopleiding in Duitsland tussen 1919 en 1933, geloofde een groep vooruitstrevende creatievelingen dat studenten optimaal leerden als zij al het voorgaande vergaten en simpelweg ervoeren. Alleen door een ‘Vorkurs’ waarin niet kennis, maar juist de ontdekking centraal stond konden zij onbevooroordeeld creëren.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

En zo begint ook de bezoeker met een gesimuleerde ‘Vorkurs’ zijn reis door het museum. In de eerste drie zalen ligt de focus op de ervaring van kleuren, materialen en vormen. Er is een lichtgevende driehoek die van kleur verandert als je hem aanraakt. Er is een tafel waar je scala aan materialen voelt. Ook zijn er houten figuren die je van een plat vlak de diepte in kunt toveren. De ‘Vorkurs’ veroorzaakt veel speelplezier.

Na deze ervaring komt toch ook de klassieke informatie. De introductiefilm legt de relatie tussen Bauhaus en Nederland bloot. Kernfiguren komen aan bod en er wordt ingegaan op de communicatiemiddelen tijdens het interbellum. De film biedt een overzichtelijke introductie op het ogenschijnlijk chaotische vervolg van de tentoonstelling.

Hart van de tentoonstelling

Het hart van Nederland Bauhaus bevindt zich in de ruime Bodonzaal. Bij binnenkomst overvalt een wirwar van vitrines, kriskras geplaatste wanden met schilderijen, vloertekeningen en uithangborden je. Tekst op de wand maakt het helderder: de tentoonstellingen is opgedeeld in 26 ‘knooppunten’. Drie knooppunten staan centraal: Bauhaus I, – II, en – III.

Bauhaus I gaat over de begindagen van de opleiding. Eromheen vind je voorlopers. Dat is soms verrassend, want hoewel de strakke lijnen en primaire kleuren een belangrijke rol zouden gaan spelen, was bij de start vooral het ambachtswerk belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het glas in loodraam de Geboorte van Christus uit 1911/12 van Johan Thorn Prikker. Hier is ook relatief veel werk uit de eigen collectie van Boijmans te zien, waaronder het topstuk Lyrisches (1911) van Wassily Kandinsky.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

In Bauhaus II verliest het ambacht de centrale positie en verschuift de aandacht naar de relatie tussen kunst en techniek. Hier staan veel bureaulampen en gestroomlijnde buisstoelen. Grappig is dat je dit soort interieur ook nu nog regelmatig tegenkomt. Ook opvallend is een filmpje van een aan Bauhaus gelieerd ballet (Triadisches Ballett van Oskar Schlemmer) waarin een danseresje in geometrisch gevormd kostuum ronddanst.

In Bauhaus III wordt tot slot de groeiende aandacht voor architectuur en stedenbouw benadrukt en benoemd dat de opleiding er twee richtingen bijkreeg: fotografie en reclameontwerpen. In dit gedeelte van de tentoonstelling vind je een hoop affiches en posters. Hoewel de ontwerpen nog steeds aantrekkelijk zijn, zijn de onderwerpen veranderd. Zo zie je aanlokkelijk gepresenteerde plaatjes van sigaretten.

De rest van de knooppunten zijn, hoewel ze misschien minder centraal staan, niet minder interessant. In een tentoonstelling over het Bauhaus in Nederland kunnen de banden tussen de opleiding en de Nederlandse De Stijl natuurlijk niet ontbreken. Er zijn werken van Mondriaan opgesteld en we zien een aantal Rietveld meubels.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Bezoekers bij Nederland-Bauhaus in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Februari 2019. Foto: Aad Hoogendoorn.

Kracht en zwakte

Eigenlijk wordt elk aspect van het Bauhaus, elke verbinding en elke afgeleide belicht en daarin schuilt zowel de kracht als de zwakte van de tentoonstelling. Nederland Bauhaus maakt de bezoekers bewust van de enorme verspreiding van het Bauhaus gedachtegoed en de esthetiek zonder daarin kunstmatig te definiëren. Het toont herkenbare objecten en beelden en slaat zo een verbinding tussen toen en nu en de ‘Vorkurs’ is een ware vondst die je meteen meesleept.

Tegelijkertijd is het door de chaotische opstelling in het hoofdgedeelte soms moeilijk een rode draad te ontwaren en is een uitleg van de vormentaal en principes van het Bauhaus beperkt. Verder is de informatie ruim voldoende. Hoewel de makers van de tentoonstelling adviseren om een tablet met extra informatie mee te nemen is dat eigenlijk niet nodig.

Toch blijft Bauhaus je bij. Hopelijk is de herinnering nog zeven jaar helder, want dat is hoe lang Boijmans Van Beuningen de deuren sluit voor een grootschalige verbouwing. We zullen dit kunstwalhalla missen.

Reageer op dit artikel

Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam
Kunst / Expo binnenland

‘Terugblik op de toekomst’

recensie: Connecting Time
Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam

In 1993 verscheen een boek van Marcus van Loopik – kenner van het jodendom én beeldend kunstenaar – onder de titel Terugblik op de toekomst. Hoewel het over iets heel anders gaat dan het werk van de Amerikaan Daniel Arsham (namelijk over ‘een joodse visie op tijd en geschiedenis’), lijkt er geen betere omschrijving van Ashrams kunst te bedenken dan deze titel.

Kunstwerken van Arsham zijn momenteel op twee plaatsen in Amsterdam te zien: in Galerie Ron Mandos (tot en met 16 maart aanstaande) en in het MOCO Museum (Modern Contemporary Museum Amsterdam). Dit museum is in 2016 op particulier initiatief opgezet in Villa Alsberg, op de hoek van het Museumplein. Een in het begin van de vorige eeuw gebouwde villa door Eduard Cuypers, broer van de bekende architect Pierre. Een kruip-door-sluip-door gebouw, hetgeen zijn voors en tegens heeft. Aan de ene kant komt kunst in de veelal kleine ruimtes optimaal tot zijn recht, met een of enkele werken die elkaar zo niet in de weg zitten. Aan de andere kant is het soms moeilijk om tussen de bezoekers door te laveren. Veelal jonge(re) bezoekers, die afkomen op moderne kunst van bijvoorbeeld Bansky, die permanent te zien valt.

Het MOCO Museum stelt dat hij het eerste museum in Nederland is dat Arsham presenteert. Dat zou wel eens kunnen kloppen, maar Arshams kunst is hier toch niet helemaal onbekend; al sinds 2001 toont Galerie Ron Mandos regelmatig werk van hem. Ook nu is daar werk van hem te zien, waaronder de mooie, verstilde installatie Tree for Zen Garden.

Daniel Arsham

Wie Daniel Arsham is, kom je in het MOCO Museum gaandeweg te weten aan de hand van informatieve teksten op de wanden. Teksten die thematisch zijn geordend en telkens een tipje van de sluier oplichten, in relatie tot de getoonde kunstwerken.

Arsham werd in 1980 in Miami geboren en maakte in 1992 Hurricane Andrew mee, die – hoe kan het ook anders – een grote indruk op hem maakte. Zijn drie Eroded Dogs (2018) zijn zoveel jaar later daar nog het gevolg van: honden als kwamen ze uit de hel van Pompeï. Als kind was hij gek op sport; football legende Dan Marino was zijn held. Maar ook de popmuziek uit die tijd had zijn belangstelling. Iets daarvan wordt getoond in het zaaltje Iconic Objects, waarin een bronzen Eroded Fender Guitar hangt en een Eroded Basketball Rack staat. Later werd hij geobsedeerd door de Griekse en Romeinse oudheid; Cracked Face lijkt terug te gaan op het in tweeën gebroken Romeinse beeld van het hoofd van Marcus Aurelius.

Wit of kleurig

Daniel Arsham Calcified Room 2016 MOCO Museum Amsterdam

Daniel Arsham, Calcified Room, 2016. MOCO Museum Amsterdam.

Een wit hoofd, zoals de meeste kunst van Arsham wit is, hoewel in sommige werken wat kleur zit; Arsham is kleurenblind, maar kreeg in 2015 een bril die dit deels verhielp. Wit is de nooit eerder getoonde installatie Calcified Living Room, een woonkamer gevuld met meubels uit de jaren vijftig van de vorige eeuw die er versteend bij staan.

Een en al kleur, monochroom, zijn weer de sportballen die een gehele ruimte in het souterrain van het MOCO Museum vullen: Amethyst Ball Cavern, Arshams eerste architecturale installatie. De grotachtig gevormde ruimte wordt volledig ingenomen door tennis- en volleyballen. Drie lichtgevende basketballen hangen ertussen en in een spiegel ziet de museumbezoeker zichzelf.

Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam

Daniel Arsham, Amethyst Ball Cavern, 2016. MOCO Museum Amsterdam.

Zowel de grot als het heilige getal drie, het licht en de spiegel uit een Nieuwtestamentische brief van Paulus (die al heel wat kunstenaars inspireerde) verwijzen naar een van de drie thema’s uit Arshams werk: religie. Dit, en de twee andere thema’s (liefde en oorlog) worden in het boek Fictional Archeology over Arsham (uitgave Galerie Perrotin, 2015) als zodanig benoemd. Een boek dat ook ingaat op de vraag of Arsham’s kunst nu over het verleden of de toekomst gaat, of dat het een terugblik op de toekomst biedt. De drie genoemde thema’s komen overigens in beide tentoonstellingen niet of nauwelijks terug.

Zo kun je concluderen dat zijn eerste Nederlandse solotentoonstelling, zoals nu in het MOCO Museum, Arsham terecht bij een groter, en voornamelijk jong publiek bekend zal maken. Het werk van Daniel Arsham bergt bovendien nog thema’s genoeg in zich voor nieuwe exposities. Zo blijft er altijd wat om naar uit te zien.

 

Reageer op dit artikel

Liz Magic Laser, The Thought Leader, 2015
Kunst / Expo binnenland

Op je sokken door het museum

recensie: Een Ontembare Kracht: Het kind als inspiratiebron voor CoBrA en kunst van nu
Liz Magic Laser, The Thought Leader, 2015

CoBrA-kunst wordt soms wat kort door de bocht omschreven als zijnde ‘kindertekeningen’. Dat is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want kinderen inspireerden de CoBrA-kunstenaars in sterke mate. ‘Een Ontembare Kracht’ werpt een verfrissende en eigentijdse blik op deze inspiratiebron.

Op zoek naar een nieuw begin raakten CoBrA-kunstenaars begin jaren ’50 gefascineerd door kinderen en hun open blik, spontaniteit, onbevangenheid en fantasierijke belevingswereld. Dit uitte zich in een kunst van karakteristieke simpele vormen en gekras zoals op kindertekeningen.

Karel Appel, Spelende kinderen, 1948, Collectie Cobra Museum © Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2018

Karel Appel, Spelende kinderen, 1948, Collectie Cobra Museum
© Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2018

 

In het werk van CoBrA-coryfeeën zoals Karel Appel, Constant, Corneille en Lucebert is die beeldtaal onmiskenbaar aanwezig. Als een slingerende omlijsting beweegt de CoBrA-kunst zich langs de buitenste wanden van de tentoonstellingsruimte. Ze zijn van context voorzien middels informatieve video’s, tijdschriften en andersoortig documentatiemateriaal met vermakelijke feitjes. Zo beschouwde CoBrA-kunstenaar Asger Jorn de uitgestoken tong bijvoorbeeld als teken van verzet. De CoBrA-kunstenaars toonden hun werk soms zij aan zij met kindertekeningen – een voorbeeld dat door de curator op geslaagde wijze is opgevolgd.

Spontaniteit genuanceerd

De tentoonstelling ‘Een Ontembare Kracht’ slaat ook een brug naar het nu: CoBrA-kunst treedt in dialoog met hedendaagse kunstwerken waarin het kind een rol speelt. Een belangrijk gegeven daarin is dat de veronderstelde ‘spontane’ creativiteit van kinderen in de afgelopen decennia meer genuanceerd is geraakt. In de tijd van CoBrA stond de kennis hierover zogezegd nog in de kinderschoenen. Tegenwoordig wordt ook de invloed van de omgeving hierin meegenomen, bijvoorbeeld het onderwijs en de cultuur waarin je opgroeit. De visie die de huidige tentoonstelling geeft op de vrije, creatieve expressie van het kind is dientengevolge wat kritischer van aard.

Kleine volwassenen

Die kritische noot is met name te vinden in hedendaagse videowerken, waarin het onbevangen kind-zijn centraal én ter discussie staat. Liz Magic Laser’s The Thought Leader (2015) – inclusief de al dan niet bewuste verwijzing naar de opstandige tong van Jorn – toont een elfjarige die als charismatische spreker volwassenen toespreekt. Eigenlijk citeert hij uit een pessimistisch boek, maar zijn onwetende publiek is duidelijk in de war.

Priscila Fernandes, For a better world, still from video, 2012

Priscila Fernandes, For a better world, still from video, 2012

 

Ook het jonge kunstschaats duo in Magic Laser’s video Kiss and Cry (2015) oogt als twee kleine volwassenen, met alleen nog tijd om te trainen. De video For A Better World van Priscilla Fernandes (2012) toont een pretpark waar kinderen ‘spelenderwijs’ beroepen oefenen. Eigenlijk lijken alleen Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, en Dzoel-kifl uit Joost Conijn’s gelijknamige video (2004) zich nog te wagen aan authentiek, fantasierijk kinderspel.

Voor alle leeftijden

Veel van de eerdergenoemde, meer ‘serieuze’ videowerken zijn gehuisvest in knusse tentjes, vol knuffels en spelletjes zoals Pim-Pam-Pet. Daarnaast mag er ook met de kunst zelf gespeeld worden. Zo is er de speciaal voor de tentoonstelling gemaakte ‘muur’ van Nicolás Paris (a small world or a place between an insect and an adult, 2018). Ook de bordspellen met ruimte voor fantasie van Maze de Boer (PLAY, 2014) en het experimentele blokkenspel ontworpen door Stéphanie Marin (Play YET!, 2014) nodigen uit om mee aan de slag te gaan.

Joost Conijn, Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, Dzoel-kifl, 2004

Joost Conijn, Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, Dzoel-kifl, 2004

Het wordt daarom ook harte aangemoedigd om de tentoonstelling op kousenvoeten te bezoeken. Daarnaast zijn veel kunstwerken dusdanig laag opgehangen dat de gemiddelde volwassene door de knieën moet, en kan de kleine mens gebruikmaken van opstapjes bij hoge vitrines.

Transformaties

De focus op het kind creëert een interessante dialoog, waarin verschuivende perspectieven op speelse wijze zichtbaar worden gemaakt. Het wordt duidelijk dat de kennis over de kinderlijke ontwikkeling in de afgelopen ruime halve eeuw een enorme vlucht heeft genomen. Tegelijkertijd lijkt ook een vorm van achteruitgang te worden aangekaart.

Dat contrast tekent zich vooral af in de eigentijdse waarden. In de huidige maatschappij lijkt het kind steeds vroeger te transformeren tot een kleine volwassene. Er is weinig ruimte voor doelloos, spelenderwijs aanrommelen. ‘Een Ontembare Kracht’ lijkt die grens tussen kind en volwassen op te zoeken, te vervagen en te overtreden. En dat is bijzonder verfrissend.

Reageer op dit artikel

Zaaloverzicht met Dapne (1939) - Foto van Museum Beelden aan Zee
Kunst / Expo binnenland

Een zee van beelden aan zee

recensie: Recensie: Ossip Zadkine ǀ Zadkine aan zee
Zaaloverzicht met Dapne (1939) - Foto van Museum Beelden aan Zee

Als de naam Zadkine wordt genoemd, denk je meestal direct aan het beeld De verwoeste stad (1953) in Rotterdam. Daar blijft het dan wel zo’n beetje bij. Deze tentoonstelling geeft echter ook een andere kijk op het oeuvre van deze beeldend kunstenaar.

Bij binnenkomst in het museum word je overweldigd door een ‘zee’ van beelden in één ruimte. Om enige rust in de tentoonstelling te brengen, hebben de makers geprobeerd de ruimte te verdelen door er een aantal schermen in te plaatsen. Bovendien zijn de beelden allemaal voorzien van een nummer dat je kunt vinden op een lijst die je aan het begin van de tentoonstelling meekrijgt.

Vrouwenkop, Beelden aan Zee (1).-013405

Vrouwenkop, Beelden aan Zee (1).-013405

Taille Direct

Zadkine wordt in 1888 in Vitebsk (het huidige Wit-Rusland) geboren, maar vestigt zich op tweeëntwintigjarige leeftijd in Parijs. Daar leert hij veel gerenommeerde kunstenaars kennen. Zijn eerste werken dateren van het begin van de twintigste eeuw. Zadkine begint zijn carrière als beeldhouwer van de ‘taille directe’. Dit betekent dat hij zijn beelden maakt zonder voorstudie en direct het hout en steen bewerkt. Daarbij laat hij zich leiden door de vorm van het materiaal, waardoor ze een primitieve uitstraling hebben. De tentoonstelling toont geweldige voorbeelden daarvan, onder andere Vrouwenkop (1922) waarin het houtblok met deuk nog goed is te zien en Daphne (1939), gehakt uit iepenhout.

Thema’s

In de jaren twintig maakt hij onder invloed van het kubisme sterk gestileerde beelden, zoals La Belle Servante (1926). Naast hout en steen werkt hij nu ook in brons. Zijn thema’s komen uit de mythologie en het dagelijks leven. Zadkine is gefascineerd door muziek en zelf improviseert hij op de accordeon. Dat thema keert veelvuldig terug in zijn werk.

La Belle Servante, 1926, Bronze, 3/5, Susse Fondeur, Paris, Signé : O.Z., 103 x 35 x 27 cm, Inv. MZS 171

La Belle Servante, 1926, Bronze, 3/5, Susse Fondeur, Paris, Signé : O.Z., 103 x 35 x 27 cm, Inv. MZS 171

In de jaren dertig wordt zijn werk wat losser en beweeglijker. Hij werkt met holten en volume en werkt zijn beelden driedimensionaal uit. Het statische maakt plaats voor dynamiek. Zadkine blijft zich ontplooien. Zijn werk wordt steeds expressiever. Opvallend zijn handen die veelvuldig voorkomen in zijn werk; vredige –, reikende -, omklemmende -, en wanhopige handen.

Zadkine is ook geboeid door Vincent van Gogh. Hij reist in zijn voetsporen, leest zijn brieven en maakt verschillende beeldjes van hem.

Orpheus

Zadkine is zeer geïnteresseerd in de mythologische figuur Orpheus. De legende gaat dat deze met zijn lier mensen, dieren en zelfs stenen wist te ontroeren en het kwaad in de wereld op afstand probeerde te houden.
Op de tentoonstelling zijn er verschillende beelden van hem te zien in hout en brons. Later zal Zadkine steeds meer geboeid raken door deze zanger en dichter uit de Griekse oudheid. Hij voelt net als Orpheus dat vreugde en verdriet dicht bij elkaar liggen.

Invloed van de oorlog

Een beeld dat grote indruk maakt is De Gevangene (1943). Zadkine verblijft tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten, waar hij naar toe gevlucht was vanwege zijn Joodse achtergrond. Dat hij zich bezighield met de verschrikkingen van de oorlog en zijn concentratiekampen, blijkt uit dit beeld. Een vrouw omringd door tralies, die zij met haar handen omklemt. De intens droeve blik waarmee zij naar buiten kijkt doet je huiveren. Dit beeld is niet zomaar gewoon een beeld, maar vat het lot van een heel volk samen.

Schreurs_BAZ-Zadkine-DeVerwoesteStad

Schreurs_BAZ-Zadkine-DeVerwoesteStad

Na de Tweede Wereldoorlog maakt hij beroemde herdenkingsmonument De verwoeste stad (1951-1953) voor Rotterdam. Zadkine zit in de trein al hij in de verte de vernietigde stad ziet. Hij geeft het beeld vorm met een heftige expressie van ten hemel geheven handen en een groot gat op de plaats waar het hart zou moeten zitten, symbool van een wanhopige stad zonder hart.

De tentoonstelling omvat zoveel beelden, dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Ondanks de ‘hulpmiddelen’ is het moeilijk de nummerlijst te volgen, vooral als het druk is. Met een iets minder uitgebreide tentoonstelling waren de beelden beter tot hun recht gekomen.

Reageer op dit artikel

Kunst
special: Oud cultuurcentrum aan het water

Zomerspecial: Helsingør – Denemarken

In Denemarken, op het eiland Sjælland. ligt de havenstad Helsingør. Hoog boven de oude huizen aan de haven verrijst kasteel Kronborg, waar Shakespeare zijn Hamlet situeerde. Maar eigenlijk is de hele kustlijn in zuidelijke richting – langs de Sont – een en al geschiedenis en musea. Omdat ik half Deens ben ga ik hier een paar keer per jaar op familiebezoek. Naast eindeloos bijpraten op de lange zomeravonden nemen culturele uitstapjes een belangrijke plaats in tijdens deze vakanties.

De Deense cultuur is na de Middeleeuwen  opgebloeid toen verschillende steden, waarvan Kopenhagen de belangrijkste werd, langs de Hanzeroutes handel dreven met Engeland, Nederland en Frankrijk in het westen en Rusland en de Baltische staten in het Oosten. Bijna heel Scandinavië was destijds van Denemarken en de grens met Duitsland liep bij Hamburg. Geld stroomde overal vandaan binnen en dat is nog steeds te zien en te voelen in de kuststrook ten noorden van Kopenhagen. Langs deze goudkust staan schitterende oude villa’s met privéstranden. In het binnenland liggen uitgestrekte, goed onderhouden bossen. Ook het legendarische Slot Gurre (van de ‘Gurrelieder’ van Arnold Schönberg) ligt hier, aan een romantisch meer.

Tussen de 16e en 19e eeuw raakte Denemarken door een eindeloos aantal oorlogen bijna alles kwijt. Nu is het een aardig land van modern design en populaire series geworden. Aan de goudkust, tegenover Zweden, wonen nog steeds de vroegere rijken, te midden van het nieuwe geld. Ook de schrijfster Karen Blixen woonde hier, in een villa aan zee. De sfeer is rustig, de inwoners zijn welvarend en vriendelijk. Het lijkt alsof de ellende van de boze buitenwereld hier niet is doorgedrongen. Geen vluchtelingen, geen economische crisis, geen hittegolf. Boven het eiland Hveen, waar de astronoom Tycho Brahe in de 16e eeuw zijn observatorium bouwde, schijnt een namiddagzon aan een lichtbewolkte hemel. Zweden licht op als een matblauwe, glooiende kustlijn. De brug van Kopenhagen-Zuid naar Malmø, bekend uit de film The Bridge heeft de gezellige veerboten van vroeger vervangen, maar vanuit Helsingør kun je nog steeds in een kwartiertje naar het Zweedse Helsingborg oversteken.

De mooiste bezienswaardigheden aan de Sont:

  1. Het Louisiana Museum voor moderne kunst in Humlebæk, tien treinminuten van Helsingør;
  2. De oude scheepswerf in Helsingør, die verbouwd is tot cultuurcentrum;
  3. Het Karen Blixen-huis in Rundstedlund;
  4. Museum Ordrupgaard;
  5. Het heuvelachtige, beboste achterland, voor prachtige wandel- en fietstochten.
hh

Foto: Oude scheepswerf in Helsingør – Stephan Meuwissen

Naar een ander continent in het Louisiana Museum

Ik bezocht met mijn Louisiana-jaarkaart  drie keer het Louisiana Museum. In de serie tentoonstellingen over architectuur is daar nu de derde, laatste overzichtsexpositie ingericht. Moderne architectuur in Afrika. Wie bij moderne bouwkunst niet meteen aan Afrika denkt kan hier zijn mening herzien. In samenwerking met plaatselijke architecten en politici zijn in de meeste Afrikaanse landen enorme projecten opgezet. Initiatieven en know-how liggen meestal bij westerse architecten maar het respect voor de mensen waar ze voor ontwerpen toont zich in de ontwikkeling van de gebouwen. Met foto’s, films en kaarten krijg je een indruk met wat bedoeld wordt met de uitspraak: ‘Design is een mensenrecht.’

Niet alleen de nieuwe stedenbouw, zoals een complete stad op palen in de lagune van Lagos, maar ook scholen, gezondheidscentra, theaters – alles van de mooiste materialen, in warme, soms felle kleuren. Fantasierijke nieuwbouw, gevoegd in het Afrikaanse landschap en aansluitend bij de plaatselijke cultuur. Een mooi voorbeeld vond ik de vergaderplaats van de dorpsoudsten in een dorp in Congo. Overdag een soort crèche, ‘s middags een plek voor de hangjongeren en aan het begin van de avond, als het koeler is, een plek voor de oudere mannen om te overleggen.

floating_school_nle_9101_1_0_0

Foto: http://en.louisiana.dk/exhibition/africa

In een andere vleugel bezocht ik een expositie van Peter Doig, schilder van grote, kleurige doeken, figuratief met een knipoog, soms raadselachtig en dromerig, soms grappig – ongrijpbare beelden die pas bij nadere beschouwing iets van hun betekenis prijsgeven.

Vergeet voor vertrek het museumrestaurant niet; het is een apart bezoek waard. Het uitzicht, een beeldentuin die zich omlaag glooiend tot aan het strand uitstrekt, is een rustpunt vanwaar je opnieuw het museum induikt voor weer andere indrukken  Zo kun je dagen doorbrengen, genieten van de prachtige landschappen en het zeer diverse kunstaanbod. En Denemarken is gemakkelijk en goedkoop te bereiken….

Reageer op dit artikel