Tag Archief van: boeken

Boeken / Non-fictie

Vanuit het hart gesproken

recensie: Geloof, hoop en ravage - Nick Cave en Seán O'Hagan

Als iemand die zich de afgelopen jaren niet vaak liet interviewen, verrast Nick Cave met de bundel Geloof, hoop en ravage. In ruim driehonderd pagina’s bevraagt bevriende Guardian-journalist Seán O’Hagan de rockster openlijk over wat hem beweegt.

Doorgewinterde fans van de Australische zanger hebben Cave de afgelopen decennia een metamorfose zien ondergaan. Van norse punkrocker, overlever van een zware heroïneverslaving, tot weldenkend cultfiguur die een haast mythische status toegedicht krijgt. Tegenwoordig stelt Cave zich steeds kwetsbaarder op en is zijn mildheid gegroeid. Zong hij in de jaren negentig nog People ain’t no good, tegenwoordig beschouwt hij de mensheid niet meer als kwaadwillend. Sinds de plotselinge dood van zijn zoon Arthur in 2015 heeft hij een hernieuwde en oprechtere band opgebouwd met zijn publiek.

Openhartige band

Zo zijn er The Red Hand Files: een online platform waarop Cave wekelijks ingaat op uiteenlopende vragen van volgers. Ook in de concertreeks Conversations with Nick Cave stond de interactie met het publiek centraal. Concertgangers konden de zanger vragen wat ze wilden, geen onderwerp was taboe. Geloof, hoop en ravage past in deze toenaderingslijn die de afgelopen jaren in gang is gezet. Cave voelt zich mens geworden, zo vertrouwt hij aan O’Hagan toe.

O’Hagan spreekt tijdens ruim vijftien telefoongesprekken met Cave over zijn creatieve processen, zijn oeuvre, ingrijpende levensgebeurtenissen en de manier waarop de zanger een herwonnen betekenis aan het leven geeft. Het is lovenswaardig hoe open en welbespraakt de zanger spreekt over een intiem onderwerp als de dood van zijn zoon. Zoals Cave het verklaart, heeft hij enkele jaren moeten wachten voordat hij er de juiste woorden voor gevonden had.

Geloof als leidraad

Religie is nog zo’n thema dat steeds terugkomt in de gesprekken met O’Hagan. An sich geen verrassing voor wie bekend is met het oeuvre van Cave. Zijn geloofsopvatting is een zeer persoonlijke, die noch voor O’Hagan, noch voor de lezer altijd even makkelijk te begrijpen is. Absolute antwoorden heeft Cave zelf ook niet, al blijft religie een onuitputtelijke inspiratiebron voor zijn creatieve werk. Zelfs de keramieken beeldjes die Cave maakte, gebaseerd op het leven van de duivel, blijven niet onbesproken.

Het interview bewijst zich welkome vorm voor alle intieme materie. Regelmatig grijpt O’Hagan terug op eerdere gesprekken en volgt er meer opheldering. De interviewer toont zich begripvol, geduldig, maar schuwt moeilijke onderwerpen niet en neemt geen genoegen met halve antwoorden. Geloof, hoop en ravage is een sterk en opzichzelfstaand document dat uiteraard waardevol is voor fans van Cave, maar dat door de universele en wezenlijke onderwerpen voor iedereen een troostrijke leeservaring is.

Boeken / Non-fictie

Vanuit het hart gesproken

recensie: Geloof, hoop en ravage - Nick Cave en Seán O'Hagan

Als iemand die zich de afgelopen jaren niet vaak liet interviewen, verrast Nick Cave met de bundel Geloof, hoop en ravage. In ruim driehonderd pagina’s bevraagt bevriende Guardian-journalist Seán O’Hagan de rockster openlijk over wat hem beweegt.

Doorgewinterde fans van de Australische zanger hebben Cave de afgelopen decennia een metamorfose zien ondergaan. Van norse punkrocker, overlever van een zware heroïneverslaving, tot weldenkend cultfiguur die een haast mythische status toegedicht krijgt. Tegenwoordig stelt Cave zich steeds kwetsbaarder op en is zijn mildheid gegroeid. Zong hij in de jaren negentig nog People ain’t no good, tegenwoordig beschouwt hij de mensheid niet meer als kwaadwillend. Sinds de plotselinge dood van zijn zoon Arthur in 2015 heeft hij een hernieuwde en oprechtere band opgebouwd met zijn publiek.

Openhartige band

Zo zijn er The Red Hand Files: een online platform waarop Cave wekelijks ingaat op uiteenlopende vragen van volgers. Ook in de concertreeks Conversations with Nick Cave stond de interactie met het publiek centraal. Concertgangers konden de zanger vragen wat ze wilden, geen onderwerp was taboe. Geloof, hoop en ravage past in deze toenaderingslijn die de afgelopen jaren in gang is gezet. Cave voelt zich mens geworden, zo vertrouwt hij aan O’Hagan toe.

O’Hagan spreekt tijdens ruim vijftien telefoongesprekken met Cave over zijn creatieve processen, zijn oeuvre, ingrijpende levensgebeurtenissen en de manier waarop de zanger een herwonnen betekenis aan het leven geeft. Het is lovenswaardig hoe open en welbespraakt de zanger spreekt over een intiem onderwerp als de dood van zijn zoon. Zoals Cave het verklaart, heeft hij enkele jaren moeten wachten voordat hij er de juiste woorden voor gevonden had.

Geloof als leidraad

Religie is nog zo’n thema dat steeds terugkomt in de gesprekken met O’Hagan. An sich geen verrassing voor wie bekend is met het oeuvre van Cave. Zijn geloofsopvatting is een zeer persoonlijke, die noch voor O’Hagan, noch voor de lezer altijd even makkelijk te begrijpen is. Absolute antwoorden heeft Cave zelf ook niet, al blijft religie een onuitputtelijke inspiratiebron voor zijn creatieve werk. Zelfs de keramieken beeldjes die Cave maakte, gebaseerd op het leven van de duivel, blijven niet onbesproken.

Het interview bewijst zich welkome vorm voor alle intieme materie. Regelmatig grijpt O’Hagan terug op eerdere gesprekken en volgt er meer opheldering. De interviewer toont zich begripvol, geduldig, maar schuwt moeilijke onderwerpen niet en neemt geen genoegen met halve antwoorden. Geloof, hoop en ravage is een sterk en opzichzelfstaand document dat uiteraard waardevol is voor fans van Cave, maar dat door de universele en wezenlijke onderwerpen voor iedereen een troostrijke leeservaring is.

Boeken / Fictie

Gesplinterd verleden

recensie: Zomersplinters – Mick van Biezen
pexels-paul-scheelen-269808325-16395961Pexels

Zomersplinters, geschreven door politicoloog en freelance journalist Mick van Biezen (1987), verhaalt over twee getroebleerde hoofdpersonages die een grotere rol in elkaars leven spelen dan ze zouden willen. Laat je niet misleiden door de dikte van deze roman. Ondanks dat het boek slechts 208 pagina’s telt, weet Van Biezen een indrukwekkend verhaal neer te zetten. Anderzijds lijken die pagina’s niet toereikend genoeg; de karakterontwikkeling voelt ‘onaf’ aan en voor een diepgaandere analyse van beiden hadden iets meer extra hoofdstukken misschien volstaan. Maar waar het verhaal in lengte wellicht tekortschiet, is dat zeker niet het geval met de schrijfstijl: dit is simpelweg het werk van een geoefend schrijver.

Vadermoord

Het lijkt bijna te mooi om waar te zijn: opgroeien met de liefde van je leven en een happy end samen aan de Amsterdamse grachtengordel. Andreas Sauer en Leah Valenti groeien beiden op in Wassenaar, waar ze boomhutten en zandkastelen bouwen. Hun ouders kennen elkaar van hun tijd in Koeweit, waar beide kinderen geboren zijn. Andreas komt graag over de vloer bij Leah, die in een immens groot huis werkt en alles kan krijgen wat haar hartje begeert. Je zou verwachten dat dit Leah tot een intens gelukkig kind zou maken, maar niets is minder waar. De haat richting haar vader, Frank, groeit met de dag, tot op het agressieve af. Er is zelfs een duidelijk vermoeden dat Leah iets te maken heeft met het kunstoog van haar vader. Niet alleen zijn bloedeigen dochter heeft een afkeer van Frank, maar ook zijn vrouw Isa. Laatstgenoemde gaat gebukt onder de lasten van het huwelijk en dat niet alleen… Als snel wordt duidelijk dat Frank een wapenhandelaar is aan wiens handen nogal wat bloed kleeft. Leah acht het verleden van haar vader ‘moreel ongepast’ en doet er alles aan om zijn tegenhanger te zijn. Met voorkeursstemmen belandt ze in het Europees Parlement en hamert ze op het verbroken contact met haar vader, die ze publiekelijk in een slecht daglicht plaatst. Een personage spreekt zelfs van een ‘vadermoord’. Zijn misdaden hebben – naar eigen zeggen – haar rechtvaardigheidsgevoel aangewakkerd.

Een bewoonde vuilnisbelt

Intussen voert Andreas, vanuit wiens ogen het verhaal wordt waargenomen, een eigen strijd. Een geestelijke strijd tegen de verschrikkingen die hij heeft gezien als correspondent in het Midden-Oosten. Vlak na zijn terugkomst in Nederland wordt hij benaderd door zijn ‘ex-schoonvader’ Frank, die hem mededeelt dat Leah uit een soort kliniek – Dante’s Detox – is ontsnapt. Vijftien jaar na hun laatste contactmoment slaan de twee mannen de handen ineen om Leah, die heel wanhopig haar best doet om niet gevonden te worden, te vinden. Het belooft een hectische zoektocht te worden tegen een droomachtige achtergrond: idyllische Toscaanse plekken als Florence tot aan de havenstad Napels. Van die laatste stad is Andreas totaal niet gecharmeerd en hij noemt het een ‘een maffianest’ en een ‘bewoonde vuilnisbelt’. Als we Andreas mogen geloven, kunnen we Napels als beoogde vakantieplek van de lijst afstrepen …

Toch onderneemt hij actie en voldoet hij – tegen willens en wetens in – aan de wens van Frank. Hij moet meerdere maskers opzetten om op haast ‘onaantastbare’ plekken te komen. Hoewel er ruimte is voor liefde op de meest onverwachte momenten, is er evenveel ruimte voor paniek en achterdocht. Ook merk je hoe de hoofdpersoon wordt overvallen door onzekerheid en gevoelens van haat. Waarom de jeugdliefdes Leah en Andreas zijn gebrouilleerd, wordt pijnlijk duidelijk. Dat Leah het keer op keer in haar leven voor zichzelf weet te verpesten, juist op die momenten dat het geluk voor het oprapen ligt, wordt op het einde van het verhaal pas duidelijk. Het is tegelijkertijd verhelderend én jammer dat het einde nog zoveel vragen oproept waar geen antwoorden meer op gegeven zullen worden.

Interessante introducties

Wat beklijft, zijn de prachtige oneliners die Van Biezen erin gooit. Subtiel worden de mooiste neologismen en opmerkelijkste werkwoorden in een zin gegooid (zoals een stilte die ‘uitdijt’). Je ziet tevens dat Van Biezen zijn best doet om zijn kennis van andere Nederlandse schrijvers en boekwerken te etaleren. Zo vergelijkt hij de werkwijze van de journalist Andreas met die van de Nederlandse auteur Cees Nooteboom. Je kunt je bijna voorstellen dat het schrijfproces van Van Biezen zelf ook zo is gegaan:

‘Steeds vaker werd hij overvallen door een gevoel dat Cees Nooteboom ‘heimwee naar vorm’ had genoemd. Het had iets te maken met orde aanbrengen in de chaos, met niet alleen anderen iets vertellen wat ze nog niet weten, maar ook jezelf. Dat vertellen ging verder en dieper dan het overbrengen van feiten. Het meest magische was het vinden van de beste vorm, het beitelen tot de essentie overbleef. Hij kon zich totaal verliezen in het schaven, het pielen, de volgorde omgooien, en dan alles toch weer terugzetten. De tekst moest een bepaald ritme krijgen, aan hem de taak om de muziek te horen.’

Mocht het bovenstaande ook maar enige betrekking hebben op de auteur zelf, dan loont het minutieuze werken zeker. Van Biezen heeft van zijn verhaal een compact geheel gemaakt. Hij is heel goed in puur en alleen het ‘tonen’. Show, don’t tell. Er staat geen woord te veel op papier om de essentie van het verhaal over te brengen. Je ziet dat Van Biezen de pen vaak, heel vaak, heeft opgepakt.

Introducties van personages behoeven slechts een zin of twee om toch een volledig beeld te scheppen van een bepaalde type mens. Of het nu gaat om ‘een zestigjarige vrouw met een decolleté zo ver uitgesneden dat de ruimte voor verbeelding die overblijft, zich beperkt tot enkele millimeters (en met een blik waarin elke vorm van houvast ontbreekt)’ of een nogal excentriek exemplaar zoals de kunstenares Ellen Krauss, ‘een trotse lesbienne die feminisme ademt’. De manier waarop Van Biezen ieder personage laat kennismaken met de lezer, is er een die het prijzen waard is. Door de rake observaties en de ongezouten mening van Andreas over alle figuren die hij ontmoet, blijven de karakters – of ze nu bijfiguren zijn of weinig inbrengende passanten in het verhaal – je echt bij. Enige minpunt is dat de karakterontwikkeling van Leah en Andreas nog niet echt compleet te noemen is. Er zijn nog te veel losse eindjes uitgezet, met als belangrijkste die van de vader van Andreas. Andreas’ vader, Daniël, heeft zijn gezin verlaten. De reden daartoe wordt opgehelderd, maar je verlangt naar iets meer context én informatie over die tijd in het leven van Leah en Andreas.

Van Biezen mag trots zijn op het mooie werk dat hij heeft neergezet. Het betreft zeker geen vrolijk verhaal en is zeker niet bestemd voor de tere zielen onder ons. Het verhaal maakt je haast neerslachtig, al was het maar vanwege de zeer stroeve vader-dochterrelatie, de ontrouw, het verraad én de nogal cynische instelling van Andreas (die zeker gevoed is door Leah). De schrijfstijl is afgewogen, indrukwekkend en verveelt geen moment. Inhoudelijk gezien is het einde nogal afgeraffeld in vergelijking met de rest. Daarnaast wordt de lezer gevoed met kleine babyhapjes aan informatie, terwijl je ook ergens hoopt op die ene berenhap. Toch zet dit boek duidelijk de toon: van deze auteur gaan we meer horen en dat is maar goed ook!

Boeken
special: Petitie en ludieke actie boekenbranche tegen 21% btw

Hoe verzinnen ze het?

Samen met uitgevers en boekenwinkels startte de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) enkele weken geleden een campagne tegen de voorgestelde verhoging van de btw op boeken. De petitie tegen dit ‘waardeloos idee’ is ondertussen al bijna 300.000 keer ondertekend. Op 11 juni werd deze petitie gezamenlijk aan de Tweede Kamer aangeboden.

Ter ondersteuning van de petitie en het aanbieden daarvan, hadden de organisatoren bedacht om tussen station Den Haag Centraal en het (tijdelijke) parlementsgebouw een galerij vol reusachtige replica’s van bekende boeken te bouwen. De titels van de tien gekozen boeken waren daarbij creatief aangepast: De Griezelbus van Paul van Loon heette nu bijvoorbeeld De Griezelbtw, Kluun deed mee met Komt een kind bij de taaldokter, en Tommy Wieringa’s Nirwana werd Nirwaarts. Aan fantasie geen gebrek inderdaad.

Dreigende kaalslag

Heel wat minder fantasierijk is het onzalige plan van de beoogde nieuwe coalitie om het kopen en lezen van boeken onaantrekkelijker te maken en voor mensen met een lager inkomen extra moeilijk. Tijdens de presentatie in Nieuwspoort werd uitvoerig stilgestaan bij de culturele kaalslag die door dit plan dreigt.

In een eerste panelgesprek, onder leiding van directeur Eveline Aendekerk van de CPNB, kwam naar voren dat de voorgestelde btw-verhoging op korte termijn eerst vooral de boekhandels en de minder succesvolle schrijvers zal treffen. Naar schatting zal de maatregel resulteren in een verminderde verkoop van vier miljoen boeken per jaar, en dat zal de boekenbranche zeker verder onder druk zetten volgens bestuursvoorzitter Geneviève Waldmann van de GAU (Groep Algemene Uitgevers) en bestuurslid Fabian Paagman van de KBb (Koninklijke Boekverkopersbond).

Maar nog veel belangrijker zijn de brede effecten op langere termijn. Het ontmoedigen van lezen leidt niet alleen tot verdere achteruitgang van de (al dramatisch gedaalde) taal- en leesvaardigheid van Nederlanders, maar verarmt onze hele samenleving. De vier schrijvers die aan het tweede panelgesprek deelnamen – Pieter Koolwijk, Simone van der Vlugt, Tommy Wieringa en Hanneke de Zoete – maakten nog eens duidelijk hoe belangrijk lezen kan zijn voor je persoonlijke en communicatieve ontwikkeling.

Voor hoeveel lezers gaat er geen wereld van inspiratie, nieuwe inzichten of welkome herkenning open met een boek? Waar leer je beter om je ook eens in een ander te verplaatsen? Zelfs, of misschien juist, als je die ander in het dagelijks leven vaak snel voorbijgaat. Waar vind je betere woorden en formuleringen die je bewuster maken van wat je zelf denkt en voelt? Hoe fijn en ontspannend is het soms om even onder te duiken in een mooiere imaginaire wereld? Wie verzint het om hier uit winstbejag een platte belasting op te heffen?

Toegevoegde waarde

In een korte toespraak vatte CPNB-directeur Aendekerk de grote bezwaren tegen de voorgenomen maatregel nog eens bondig samen. De maatregel staat in alle opzichten haaks op een andere belangrijke doelstelling van het hoofdlijnenakkoord – het bevorderen van de leesvaardigheid – en is een totale miskenning van de enorme toegevoegde waarde die boeken hebben voor mens, maatschappij én economie. De schade, ook financieel, die uiteindelijk dreigt, is vele malen groter dan de snelle winst die het de schatkist misschien kan opleveren.

Voordat de petitie (in boekvorm) aan de aanwezige parlementariërs werd aangeboden, droeg Dichter des Vaderlands Babs Gons tenslotte een gedicht voor dat zij speciaal voor de actie schreef, ‘Toegevoegde Waarde’ (© Babs Gons, 31 mei 2024):

‘Verhoog je de belasting op een boek dan belast je een sterrenstelsel een glorende horizon belast je een boek dan sluit je grenzen van verbeelding dan leg je rivieren droog dan barst het glas van ramen die uitzicht bieden op verre oorden belast je een boek dan gooi je de deur dicht voor denkbeeldige vriendjes voor welkome monsters beperk je tijdelijke schuilplaatsen troostrijk landschap dan hebben we straks niet genoeg werelden om in te ontsnappen dan wordt het te duur om de tijd kwijt te raken om te verdwalen en onszelf weer terug te vinden in zevenmijlslaarzen naar succes onszelf te zien in de spiegel in anderen ver ver van ons vandaan dan belast je de toegevoegde waarde van de schoonheid dan hef je belasting op de stemmen van Odysseus en Celie en Pippi en Droogstoppel belast je een boek dan belast je onze vreugde want een boek zou geen andere belasting mogen dragen dan het gemoed van de schrijver.’

 

Boeken / Fictie

Terug van weggeweest

recensie: In augustus zien we elkaar – Gabriel García Márquez

In 2022 besloten de twee zoons van Gabriel García Márquez om het onvoltooide manuscript van En agosto nos vemos alsnog te publiceren. Het boek is voor García Márquez-aficionado’s een aangenaam en tamelijk onverwacht weerzien met deze Colombiaanse auteur: ook in deze laatste roman zijn veel van de voor zijn werk zo kenmerkende elementen terug te vinden.

In augustus zien we elkaar beschrijft enkele jaren uit het leven van de ongeveer vijftigjarige Ana Magdalena Bach, die elk jaar op 16 augustus naar een (niet bij naam genoemd) eiland terugkeert om gladiolen te brengen naar het graf van haar moeder, die op het eiland begraven ligt. Ook hoopt zij elk jaar een minnaar te vinden met wie zij zich gedurende één nacht kan onttrekken aan haar dagelijks leven in de stad, met man en kinderen. De schone lei waarmee zij elk jaar naar het eiland vertrekt en waarmee zij zichzelf, bij elke nieuwe man, opnieuw kan uitvinden, oefent een aantrekkingskracht op haar uit waaraan zij geen weerstand kan of wil bieden.

De grillen van de liefde

Hoewel Ana Magdalena vreemdgaat, heeft zij geenszins een slechte relatie met haar man: hun nachten samen zijn na al die jaren nog even onstuimig, en haar man is de eerste die ze belt wanneer zij over haar wederwaardigheden op het eiland wil vertellen. Ana Magdalena zit zo duidelijk vol liefde, dat de lezer niet anders kan dan te delen in haar hoop op een succesvolle onenightstand en in haar teleurstelling wanneer weer een van haar avonturen in de soep loopt, bijvoorbeeld wanneer een man haar plotseling twintig dollar betaalt voor de intimiteit die zij ’s nachts met elkaar hebben gedeeld.

De liefde, de rol die aan de liefde is toebedeeld in het schipperen tussen menselijk geluk en ongeluk en de veranderingen in een huwelijk op de langere termijn, zijn belangrijke thema’s die in dit boek, net zoals in veel andere werken uit García Márquez’ oeuvre, tot uiting komen. Een ander, wat subtieler thema, is het raadsel van de moderniteit, waarmee Ana Magdalena herhaaldelijk wordt geconfronteerd. Dat thema kennen we uit Honderd jaar eenzaamheid, maar wordt in dit boek voor het eerst door García Márquez toegepast op het leven in de eenentwintigste eeuw.

Een verrassende stijl

Thematisch gezien past In augustus zien we elkaar dus naadloos tussen García Márquez’ andere boeken. Wat betreft de stijl zijn er wel wat subtiele verschillen met zijn andere werk te ontdekken. Zo ligt het verteltempo in In augustus zien we elkaar duidelijk hoger dan in andere werken van García Márquez, die eerder thema- dan plotgedreven zijn (zoals Liefde in tijden van cholera en De kolonel krijgt nooit post), waardoor het boek leest als een trein.

Ook schrijft de auteur in deze laatste roman in wat concretere, meer onomwonden bewoordingen (voornamelijk wat liefde en seks betreft), wordt er ondubbelzinnig gerefereerd aan literaire bronnen en worden bepaalde anglicismen niet uit de weg gegaan. Door deze opvallendheden doet de roman moderner aan dan veel van García Márquez’ andere werk, maar het betekent ook dat in dit boek niet dezelfde bloemrijke stijl als die van Liefde in tijden van cholera en De herfst van de patriarch terug te vinden is.

Een aangename wederontmoeting voor de García Márquez-liefhebber

De huidige uitgave is een bijzondere: de tekst is een door de uitgever geïntegreerde versie van ‘Versie 5’ van het manuscript, die García Márquez zelf als ‘Gran OK final’ (‘Helemaal en definitief OK’) had aangemerkt en van een latere, digitale versie, waarin hij toch nog wijzigingen had aangebracht op basis van eerdere versies. Het boek bevat fotokopieën van met de hand geredigeerde pagina’s van de schijnbaar laatste ‘Versie 5’. Het manuscript was dus duidelijk nog niet af, waardoor het lastig is om uit te maken welke van bovenstaande vernieuwingen ten opzichte van veel eerder werk intentioneel waren en welke in een later stadium eventueel nog zouden zijn vervangen, als García Márquez ertoe de kans had gehad.

Toch kunnen we deze vraag voor een deel beantwoorden; veel van bovenstaande bijzonderheden uit In augustus zien we elkaar zijn ook terug te vinden in Herinnering aan mijn droeve hoeren, het laatste fictieve werk dat deze auteur bij leven publiceerde. Dat lijkt erop te wijzen dat de enigszins verrassende stijl uit In augustus zien we elkaar niet een eenmalige toevalstreffer was, maar dat García Márquez zijn schrijfstijl ook na een decennialange schrijfcarrière nog altijd toestond te ontwikkelen. En eigenlijk is dat precies wat je zou verwachten bij iemand wiens leven grotendeels in het teken stond van de liefde voor het schrijven en de literatuur.

In augustus zien we elkaar biedt voor de liefhebber van García Márquez’ oeuvre een van harte welkom en ontroerend weerzien. De literaire kwaliteiten van deze grootse auteur, die in zijn verhalen als geen ander de eigenaardigheden van de menselijke psyche weet te vatten, komen ook in dit postuum gepubliceerde werk tot volle glorie. In het tedere en intieme verhaal slaagt García Márquez er ontegenzeggelijk in om, zoals hij al zo vaak heeft gedaan, een karakter te introduceren dat lang in de geheugens van de lezer gegrift zal blijven: dat van een vrouw wier liefde, ultieme menselijkheid en hervonden jeugdige verlangen naar avontuur tot tranen toe weten te roeren.

 

Boeken / Fictie

Burn-out? Nee, een blow-up!

recensie: De burn-out van Sophie Kinsella
strandhuisjesPexels

Het is meer dan terecht dat collega-schrijver Jojo Moyes de titel ‘de koningin der romcoms’ toekent aan auteur Sophie Kinsella. Kinsella (54), bij wie deze maand hersenkanker werd vastgesteld, is echt ongeëvenaard goed in het combineren van een flinke dosis humor met onbeholpen personages. Haar nieuwste roman De burn-out is een boek dat je buikspieren keihard aan het werk zet, maar ook op een mooie manier laat reflecteren op wat er écht toedoet in het leven. Bereid je voor op een lach en een traan, en vooral op een verhaal vol innemende karakters.

Liever een non

Een hoge werkdruk, een verlaagd (lees: non-existent) libido en een totaal gebrek aan sociaal contact. Zomaar een greep uit de problemen waar het hoofdpersonage van De burn-out, de drieëndertigjarige Sasha, mee worstelt. Dolblij was ze toen ze aan de slag kon bij de nieuwe populaire start-up van Lev. Laatstgenoemde is een hip genie met iets te weinig aandacht voor zijn werknemers, die de leiding over het bedrijf aan zijn broer Asher overlaat. Hoe hoger het werk zich opstapelt, hoe dieper Sasha wegzinkt in een dal. Echt ‘vreugdevol werken’ doet ze allang niet meer en dat wordt haar niet in dank afgenomen. Als de zoveelste collega ontslag neemt en extra werk op Sasha’s bordje schuift, trekt ze het letterlijk niet meer. Ze ontvlucht het kantoor en sprint naar het klooster aan de overkant. In een split second neemt ze de beslissing om haar dagen te slijten als non, maar ze wordt aangezien als een ‘verwarde vrouw’ en de aanwezige zuster legt snel contact met de HR-afdeling. Niet lang daarna komt een afgezant van haar werk haar vriendelijk verzoeken om te retourneren naar haar bureau, maar Sasha vertoont meteen vluchtgedrag en sprint het drukke centrum van Londen in. En dan – zowel letterlijk als figuurlijk – loopt ze tegen een muur aan …

Boerenkoolsmoothies en boosaardige hunks

Uitrusten en niet meer denken aan werk. Dé remedie tegen een burn-out. Tenminste, dat denken de werkgever van Sasha, haar moeder en zus Kirsten. Sasha moet verplicht drie maanden rust pakken en aan zichzelf gaan werken. Sasha’s moeder, een weduwe met een enorme lust voor werken, gebiedt Sasha om terug te gaan naar de plek waar ze vele fijne zomers hebben doorgebracht: Devon. Haar moeder doet zich voor als Sasha’s hoogstpersoonlijke physician assistant (pa) en maakt de werknemers van het ooit zo chique hotel Rilston Bay – waar Sasha zal verblijven – wijs dat Sasha nogal een #fitgirl is die leeft op boerenkoolsmoothies en alcohol weert.

Onderweg naar deze idyllische plek uit haar dromen, dé plek waar ze leerde surfen van de geweldige Terry van de Surf Shack, komt ze twee – op z’n zachtst gezegd – irritante mannen tegen. De een is een zeer opgewekte poppenspeler, Keith, en de ander is een brommende eikel die tegen een peuter schreeuwt. De laatstgenoemde, een niet heel onaantrekkelijke vent met de naam Finn, blijkt in hetzelfde hotel te overnachten als Sasha. Het knettert meteen tussen de twee, die allebei om geheel andere redenen afleiding zoeken op de desolate plek. Het zéér betrokken personeel van het hotel zorgt ervoor dat de twee elkaar niet hoeven te luchten en zien. In het restaurant krijgen ze elk een tafeltje aan de andere kant van de zaal en op het strand krijgen ze de strandhuisjes die het verst van elkaar af liggen. Helaas moeten de twee het uitgestorven strand wél met elkaar delen. Het lukt ze niet om elkaar voor lange tijd uit de weg te gaan, want op het strand worden mysterieuze boodschappen achtergelaten die betrekking op hen lijken te hebben en op een geheim uit hun verleden …

Complete chaos

Eigenlijk weet je het al meteen vanaf het moment dat de sexy man geïntroduceerd wordt. De goed uitziende man met een aureool van donkere krullen is er maar om één reden: hij wakkert het (liefdes-)vuur in Sasha meteen weer aan. Dat er uiteindelijk meer achter deze ongrijpbare man zit, wordt aan het einde van het verhaal pas echt duidelijk. Wie Kinsella’s boeken kent, weet dat ze romantische verhaallijnen goed uitwerkt. En dat niet alleen: ieder personage is een leuk verzinsel op zichzelf. Zo heeft het hotel een uitgerangeerde oude werknemer die – uitgerekend hij natuurlijk – alle fysieke klusjes, zoals de koffers tillen, op zich moet nemen. Er is een praatgrage receptioniste, Cassidy, die een zakcentje verdient met het borduren van strings (denk aan de meest foute lingerie die je je maar kunt voorstellen). En naast een Poolse bediende, Nikolai, is er ook nog een manager, Sean, die er een hoge standaard op na wil houden en bij ieder klein probleempje dat zich voordoet, meteen bloemen naar de gasten toe stuurt. Geen wonder dat het hotel langzaamaan failliet gaat en dat al het meubilair dat te zien is, een prijskaartje bevat…

De personages zijn zo divers, stuk voor stuk zó uniek, dat het uiteraard alleen maar chaos kan opleveren als je hen in dezelfde ruimte bij elkaar zet. En dat is vaak ook het startpunt voor de hilarische dialogen die elkaar in een vlot tempo opvolgen. Af en toe zijn de reacties van enkele personages echter érg overtrokken. Wat deze roman ook kenmerkt, is een zekere flauwe humor, die je bij haar vorige boeken nog niet waarnam. Het ligt er soms gewoon net iets té dik bovenop en op sommige momenten in het boek had ze iets ingetogener kunnen zijn. Hopelijk doet ze er – wat betreft platte humor – geen schepje bovenop in haar volgende roman, maar weet ze de humor weer goed te doseren.

Toch blijft het onvoorstelbaar knap hoe Kinsella het voor elkaar krijgt dat iedere pagina boeiend en leuk blijft om te lezen. Het enige wat er tijdens het lezen van haar boeken toedoet, is dat je vermaakt wordt. En Kinsella levert met iedere bladzijde. Hoewel je zou kunnen stellen dat Kinsella teert op de welbekende elementen – een single vrouw, een zoektocht naar zichzelf, een probleem, een knappe man en een happy end – is dit boek méér dan dat. Het draagt namelijk ook een positieve boodschap in zich over hoe je een burn-out de baas wordt. Over het nemen van allesbepalende beslissingen en opkomen voor jezelf en de positieve uitwerking die dat tot gevolg heeft. En oké, als je gewoon hoopt op een ‘standaard’ boek van Kinsella, is één ding al zeker: je leest met een grote grijns van oor tot oor dit boek uit.

Boeken / Fictie

Kleren maken de vrouw

recensie: De kleermaakster van Parijs - Georgia Kaufmann

Soms heb je van die boeken waarvan je baalt dat je ze uit hebt. Dat is ook het geval met de debuutroman van Georgia Kaufmann: De kleermaakster van Parijs. Deze prachtige roman verhaalt over een dappere vrouw die, ondanks alle tegenslagen in haar leven, uitgroeit tot een barmhartige zakenvrouw met een eigen mode-imperium. Het verhaal is zowel een figuurlijke reis door haar verleden als een letterlijke reis door verscheidene werelddelen. Wij lezers zijn de gelukkige ‘lifters’ die meemogen op dit avontuur.

Moedig, krachtig en rechtdoorzee. De hoofdpersoon van het boek, Rosa Kusstatcher, is al vanaf pagina één een innemend karakter. Als ik-verteller spreekt ze vanuit het heden, 1991, tot ons en deelt ons mee dat de zenuwen hoog oplopen. Die dag zal ze een heel belangrijk persoon ontmoeten, iemand die ze liefkozend aanspreekt met ‘Ma chère’. Op het einde van het boek zal duidelijk worden wie zijn of haar opwachting maakt. Wat volgt, is een lange kennismaking met een vrouw die getekend is door haar verleden. Het boek leest als één lange flashback die zijn aanvang neemt in de Tweede Wereldoorlog, als Rosa nog slechts zestien jaar oud is en met haar ouders en zus woont in de Italiaanse Alpen. Een gebied dat in handen komt van de Duitsers.

Een ellendige start

Waar de ene familie probeert om in het gevlei te komen van de sergeant, de verachtelijke en zwaarlijvige herr Schleiss, houden Rosa, haar zus en moeder de bezetter liever ver van zich vandaan. Maar door toedoen van haar bloedeigen drankorgel van een vader belandt Rosa toch in handen van de vreselijke Schleiss en raakt ze zwanger.

De altijd vriendelijke postbode herr Maier en de innemende soldaat Thomas bedenken een plan om Rosa weg te sluizen uit de bergen, zodat ze een nieuw bestaan kan opbouwen bij een hoogleraar van Thomas in Zwitserland: professor doctor Goldfarb. De getraumatiseerde Joodse professor biedt haar en haar buitenechtelijke kind, een hoogblond jongetje met de naam Laurin (vernoemd naar de postbode), alles wat ze maar nodig heeft. Toch is het niet genoeg voor de jonge Rosa: ze wil namelijk een eigen naaiatelier beginnen en heeft haar zinnen op Parijs gezet.

Noodlot als reisgezelschap

In Parijs komt Rosa terecht bij de grote modeontwerper Christian Dior, in wiens atelier ze de prachtigste creaties ontwerpt. Ze blijft niet onopgemerkt. Niet alleen is ze de lieveling van Dior, ‘le grand maître de la mode’, ook menig andere man verpoost graag in haar gezelschap. Eén man in het bijzonder, de charmante Charles, dingt al heel vlug naar haar hand. Hij is een man die getroebleerd en gebroken blijkt te zijn door de verschrikkingen van de oorlog. Zijn vrouw en kinderen zijn hem ontnomen en hij wil niet meer wonen op een plek die hem herinnert aan de gruwelen van de Holocaust.

Een nieuw bestaan wacht het liefdeskoppel in Rio de Janeiro in Brazilië. De tijd die Rosa doorbrengt in Parijs is dus helaas van korte duur. Het was interessant geweest als de lezer had kunnen smullen van nog meer – zij het zeer onwaarschijnlijke – ontmoetingen met de groten der mode, zoals Chanel (die tussen neus en lippen door genoemd wordt). De meeste hoofdstukken zijn gewijd aan de tijd in Brazilië, wat ook de vraag oproept waarom in de titel wordt verwezen naar dé kleermaakster van Parijs …

Ondanks het feit dat Rosa’s reputatie uitgroeit tot wereldfaam, reist het noodlot haar achterna. Al is er ook zeker één groot lichtpunt in haar leven: haar huishoudster Graça is een grote steun voor Rosa in zware tijden. Een onverwachte vriendschap ontvouwt zich als Rosa zich meer en meer begint te ontfermen over haar hulp in huis. Alles bij elkaar bestrijkt het boek veel grote thema’s: liefde, oorlog, verraad, trauma, en dus ook vriendschap.

Verkeerde vent

Door omstandigheden belandt Rosa uiteindelijk in New York en valt ze in de handen van regelrechte klootzakken. Niet al haar keuzes zijn even logisch en soms ronduit ergerlijk. Hoe sterk ze ook is, de aanwezigheid van één enkele verkeerde vent kan haar status en zelfbeeld behoorlijk doen wankelen. Haar gedienstigheid en nederigheid richting enkele kerels laten duidelijk zien dat haar verhouding tot mannen in haar tienerjaren behoorlijk is verstoord. Sommige figuren in het boek halen het bloed onder je nagels vandaan en de wijze waarop Rosa handelt, stelt je vaak uitermate teleur. Zeker als ze een wel erg opmerkelijk contract aangaat met een man die zijn eigen zaakjes op orde wil stellen en haar als middel ziet om zijn doelen te bereiken.

Door het verhaal heen zie je dat Rosa met iedere aangrijpende gebeurtenis die zich in haar leven voordoet, steeds zakelijker wordt. Haar intuïtie maakt plaats voor de ratio, het verstand. Gedreven door haar intense verdriet schakelt ze haar gevoelens één voor één uit, totdat ze haast als een robot beslissingen neemt. Iets wat zelfs haar naasten haar in het boek aanrekenen. Een onverwachte confrontatie met haar verleden laat zien dat ze haar gevoel slechts in zekere mate kan uitschakelen. Alle opgekropte emoties komen er in één keer uit als ze in de Alpen wordt geconfronteerd met geheimen uit haar verleden.

Grote aantrekkingskracht

Voor fans van Lucinda Riley, Corina Bomann en Anne Jacobs kan het misschien aanvoelen alsof je al eerder van dit verhaal hebt gehoord. Net als in de romans van deze schrijfsters volgen we een jonge vrouw die met haar dappere instelling de weg terug naar boven weet te vinden als ze ver is afgezakt in een diep dal. Daarnaast verweeft het boek romantiek met historie en krijgen we een plot voorgeschoteld waar je ‘u’ tegen zegt. Dit alles is verpakt in een zeer vlotte schrijfstijl en voorzien van een ingenieuze hoofdstukindeling, waarbij ieder hoofdstuk wordt aangeduid met een ander voorwerp: van nagellak tot sierraden en cosmetica. Allemaal benodigdheden om de 63-jarige Rosa voor te bereiden op haar ontmoeting met een zeer innig geliefd persoon.

Net als bij andere boeken uit dit segment (historische fictieve roman), kan men zich ergeren aan óf juist wegdromen bij de geromantiseerde situaties en dramatische keuzes van de hoofdpersoon. Wie een realistisch verhaal opgediend wil krijgen, is hier niet aan het juiste adres. Maar het is een boek dat de liefhebber van dit genre niet kan wegleggen; het lijkt je haast toe te roepen vanaf het nachtkastje. Tip: begin eraan op een moment dat je agenda niets van je verlangt, zodat je het in één ruk uit kan lezen.

Boeken / Non-fictie

Verlosser met een beperking

recensie: Freud, Wenen en de ontdekking van de moderne geest - Frank Tallis

Op aandrang van zijn Britse redacteur besloot auteur/psychotherapeut Frank Tallis een boek te schrijven over de fascinerende denkwereld en erfenis van Sigmund Freud (1856-1939). Hij wilde zowel Freuds waardevolle inzichten als niet geringe tekortkomingen voor een modern publiek verduidelijken. Het resultaat is een must-read.

Tja, Freud. Verguisd en vergoddelijkt, maar ontegenzeggelijk een denker die onze kijk op onszelf, op ons menselijk gedrag, wezenlijk heeft veranderd. Freud, Wenen en de ontdekking van de moderne geest (2024) is gelukkig geen hagiografie. Tallis’ boek is wel een erudiete en veelomvattende beschouwing over leven en werk van een man met een revolutionaire visie. Het trakteert de lezer ook vaak op treffende observaties en conclusies.

Wat Tallis heel goed doet, is het inzichtelijk maken van de enorme ambitie en reikwijdte van Freuds psychoanalytische ‘leer’. Freud mag dan vooral bekend zijn als grondlegger van de psychoanalyse als medische therapie – bedoeld om ernstige psychische problemen op te sporen en te behandelen –, minstens even belangrijk is dat hij een behoorlijk accuraat ‘model van de geest’ ontwikkelt en bovendien probeert aan te tonen hoe die menselijke geest op alle vlakken doorwerkt in onze cultuur. Religie, kunst, geschiedenis, politiek, de wereld van fantasieën en obsessies, de ‘psychopathologie van alledag’; er is nauwelijks een terrein waarover Freud niet zijn psychoanalytisch licht laat schijnen. Soms erg verhelderend en/of aansprekend, en soms ook behoorlijk gezocht en onzinnig.

Geboorte van de psychoanalyse

Een terugkerend thema in Tallis’ boek is Freuds onmiskenbare behoefte aan erkenning en grootheid. Al vroeg valt op dat de getalenteerde Wener ervan droomt de mensheid een baanbrekend inzicht na te laten. Een visionair op zoek naar een visie, zo zou je de jonge Freud best kunnen typeren. Die visie vindt hij nadat zijn studie medicijnen hem op het spoor van de psychiatrie heeft gezet. Aansluitend bij (vooral) de ideeën van zijn collega Josef Breuer, werkt Freud het fundamenteel vernieuwende inzicht uit dat neurotische aandoeningen (‘hysterie’) niet voortkomen uit een biologisch defect maar uit cruciale ervaringen van de patiënt. Met zijn ‘psychoanalyse’ denkt hij dé oplossing voor het ergste geestelijk lijden te hebben gevonden.

Tallis staat uitvoerig stil bij Freuds basisideeën. Onderbewustzijn, driften, fasen in de seksuele ontwikkeling, trauma en verdringing, de betekenis en analyse van dromen, het model van ‘Es – Ich – Über-Ich’, het Oedipuscomplex, vrije associatie, overdracht … De lijst met klassieke begrippen is bijna eindeloos. Het is goed om hierbij voor ogen te houden dat Freud in essentie sterk op Darwin leunt. Onverminderd basaal zijn volgens hem de (dierlijke) driften/instincten, de rede is nog maar een zwak ontwikkeld evolutionair vermogen. De moderne neurowetenschap en evolutionaire psychologie bevestigen volgens Tallis ook belangrijke Freudiaanse inzichten.

Speculatie en preoccupatie

Aan de ene kant kun je zeker de loftrompet over Freud steken, en Tallis doet dat ook overtuigend. Hij beschrijft hem regelmatig als een hartstochtelijke pionier die van grote invloed is geweest op ons moderne bewustzijn. De bevrijdende werking van Freuds onomwonden visie op lichamelijkheid en op seksualiteit – darwiniaans gezien: het lustelement in de voortplantingsdrift – vindt Tallis ook erg waardevol. Tegelijk is het bijna onmogelijk om blind te zijn voor de tekortkomingen in Freuds werk. Hij heeft duidelijk een hang naar grootse (en mannelijke) speculatie, die soms merkwaardige, ongefundeerde stellingen oplevert, en die zelfs ronduit schadelijk kan zijn.

De enorme nadruk op het Oedipuscomplex, waar Freud onwrikbaar aan vasthoudt, is bijvoorbeeld een erg omstreden onderdeel van zijn erfenis. Freud is zo overtuigd van deze ‘historische ontdekking’ en zo gepreoccupeerd met seksualiteit, dat oedipale interpretaties zowel in zijn praktijk van therapeut als in zijn theoretische geschriften steeds weer de hoofdrol opeisen. Wie nu, zoals Tallis, met een kritisch oog naar diverse patiëntstudies van Freud kijkt, schrikt regelmatig van het onwetenschappelijke en dogmatische karakter van zijn analyses. De grote denker is niet wars van manipulatie en bedrog, concludeert Tallis, met als meest schadelijke tekort ‘zijn losse omgang met de waarheid’. De mal van Oedipus zal op de sofa zelden als gegoten hebben aangevoeld.

Tijd en plaats

Het boek gaat ook uitvoerig in op Freuds leefwereld, met name op de tijdgeest in zijn woonplaats Wenen. De culturele metropool bruist in die tijd van grote, bijna koortsachtige creativiteit en bedrijvigheid. Tallis maakt mooie zijsprongen naar stadgenoten als Gustav Klimt, Egon Schiele, Arthur Schnitzler en Gustav Mahler. Hij wijdt ook een lange beschouwing aan de legendarische ontmoeting tussen Freud, die vakantie houdt aan de Nederlandse kust, en Mahler, die graag een consult wil. Op 26 augustus 1910 treffen ze elkaar in het Leidse café-restaurant ‘In den Vergulden Turk’, waarna ze een lange stadswandeling maken om Mahlers persoonlijke problemen te bespreken. De ontmoeting tussen deze ‘twee meest emblematische figuren van het Wenen rond de eeuwwisseling’, brengt Tallis tot de vergelijking (p. 350): ‘Mahler zei eens: “Wat het beste is in de muziek, kan niet gevonden worden in de noten.” Deze cryptische uitspraak stemt overeen met het psychoanalytische principe dat wat mensen zeggen niet zo belangrijk is als wat mensen niet zeggen.’

Weens koffiehuis 'Café Central'

Het koffiehuis rond 1913: archief Café Central, Wenen

Andere thema’s die voorbijkomen zijn: het opkomende antisemitisme – dat zich bij de nazi’s uiteindelijk zou verbinden met de meest morbide elementen van de Duitse romantiek, al manifest in de heersende zelfmoordcultus; het typisch Weense koffiehuis; en natuurlijk de alomtegenwoordige erotiek. Seks, neurosen, fantasie, de dood: in Wenen zijn ze eind negentiende, begin twintigste eeuw nooit ver weg.

Normaal ongeluk

Een van de beste cultuurpsychologische inzichten van Freud, die de Weense koortsachtigheid ook al aardig zou kunnen verklaren, is zijn analyse in Das Unbehagen in der Kultur (1930). De moderne mens is niet geboren voor het complete geluk, stelt Freud in dit laatste grote werk. Totale verlossing van het lijden is onmogelijk, we zullen altijd zo goed mogelijk moeten dealen met ‘normaal ongeluk’. Ongeluk dat nou eenmaal onvermijdelijk voortkomt uit onze voortgaande socialisatie. De (evolutionaire) noodzaak van samenwerking en onderschikking van het individuele belang, het proces van civilisatie, vereist dat we onze driften zo goed mogelijk reguleren en niet zelden ook onderdrukken (de hoofdtaak van het ‘Ich’.) Met alle onvrede, hunkering en stress die dat met zich meebrengt.

Opvallend genoeg besluit Tallis met een sympathieke les in bescheidenheid (!) die Freud ons ook nalaat. Met ons ‘brein uit de steentijd’, de inzichten dat onze aarde niet het centrum van de kosmos is en dat wij naar dieren en niet naar goden zijn geschapen, moeten we altijd waken voor narcisme. Helemaal nu we ons collectief grote, ernstige problemen (klimaatcrisis, kerndreiging) op de hals hebben gehaald.

Een paar kleine onvolkomenheden daargelaten – zoals Tallis’ halfslachtige poging om nog wat van Freuds ‘doodsdrift’ te maken, en de keuze van de vertaler om titels van Freud in het Engels te laten staan – is er geen enkele reden om te passen voor dit zeer informatieve en voortreffelijk geschreven boek.

Boeken / Fictie

Bittere klucht, komische tragedie: een profetie

recensie: Georgi Gospodinov - Schuilplaats voor andere tijden

De in 2023 met de International Booker Prize bekroonde roman Schuilplaats voor andere tijden van de Bulgaarse auteur Giorgi Gospodinov – verschenen bij uitgeverij Ambo|Anthos in de vertaling van Hellen Kooijman – belicht hoe vervreemding, heimwee, herinnering en verhalen onderling en met de naoorlogse postmoderne maatschappij verweven zijn. Er is – helaas wederom – een groeiend en gevaarlijk nostalgisch verlangen naar een gesublimeerd en geromantiseerd verleden in vele lagen van de Europese bevolking ontstaan.

Seneca cannot be too heavy, nor Plautus too light.

For the law of writ and the liberty,

These are the only men

(Hamlet, Shakespeare)

De klinieken van het verleden

Gaustin, co-protagonist en oude bekende  van de hoofdpersoon, is sinds zijn jeugd geobsedeerd door vroeger tijden. Als Ismael, de schrijver en de ik-figuur uit de roman, hem na jaren weer in Zürich ontmoet, heeft genoemde Gaustin – inmiddels psychiatrisch geriater – de verschillende kamers van zijn kliniek voor dementerenden tot in de fijnste details zo ingericht dat  de patiënten zich kunnen wanen in de omgeving van het decennium van de twintigste eeuw waarin zij mentaal zijn teruggekeerd. Ismael besluit zijn vriend te ondersteunen in dit project. Het ongekende succes van de kliniek leidt ertoe dat ook (schijnbaar) psychisch gezonde mensen in Europa gaan verlangen naar een leven van vroeger en al snel worden er in de verschillende landen van Europa referenda georganiseerd waarin men mag stemmen voor een nationale terugkeer naar een door de meerderheid verkozen tijdperk uit de twintigste eeuw.

De tijd is elders

De roman schakelt afwisselend en meesterlijk tussen lichte,  ironische tonen en rake zwaarmoedige, pessimistische constateringen, tussen verbeelding en realiteit. In een interview in de Italiaanse krant Avvenire zegt Gospodinov dat het heden geen thuis meer voor ons is. Daarom is het verleden een schuilplaats geworden. We zijn als daklozen zonder tijd. Een ander syndroom van deze tijd is volgens de auteur dat we geen verbondenheid meer voelen met ons territorium en onze gemeenschap. Er zijn geen heden en toekomst meer. Deze collectieve ontheemding veroorzaakt een vloedgolf  van hernieuwd nationalisme. Ironie is in zijn visie het perfecte tegengif; dictaturen verdragen geen humor. Misschien is onze weerstand verminderd, onze immuniteit gaan wankelen. We moeten opnieuw gevaccineerd worden met cultuur en rationaliteit. In een veelzeggend kunstproject op een luchthaven liet Gospodinov ooit op de vertrekborden ‘bestemming Future, vertrektijd Cancelled’ verschijnen.

Op een namiddag…

De re-enactment van vroeger tijden is een traject dat naast het analyseren van het begrip tijd tegelijkertijd een reflectie op het cultureel erfgoed, de literatuur, de taal en het genre roman – het vertellen van het gebeurde – teweeg brengt bij Ismael. Vroeger tijden verschuilen zich in zijn Proustiaanse visie in het vermoeide, trage licht van de namiddag en in geuren. De zintuiglijke ervaringen van het zien, ruiken en horen uit een specifiek tijdperk moeten zich – voor een goede reconstructie – mengen met verhalen. Dat vertellen is een onontkoombaar proces van ‘mixing memory and desire’ (The Waste Land, T.S. Elliot). Onze beelden van vroeger tijden zijn als gekleurde maar ook vervaagde polaroids. Het heden vertoont zich slechts in zwart-wit aan de dementerenden, een treffend beeld voor de toenemende polarisatie in de huidige tijd.

Het ingenieuze verhaal en meesterwerk Schuilplaats voor andere tijden blijkt een geraffineerd middel – en een waarschuwing – om te reflecteren op het cultureel historisch moment waarin het Europese continent zich heden bevindt, op de trauma’s, ongeneeslijke wonden en rampzalige ideologieën van de twintigste eeuw, op de ambiguïteit van herinneren en vergeten.

Boeken / Non-fictie

Klimatologie voor hoogopgeleiden

recensie: Het Klimaatboek – Een initiatief van Greta Thunberg
Klimatologie voor hoogopgeleidenUnsplash

Hoe leg je in begrijpelijke taal aan een leek uit hoe de klimaatverandering ons allen raakt? Die missie lijkt onmogelijk. De Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg doet een poging met Het Klimaatboek: een verzameling van wetenschappelijke teksten over de impact van klimaatverandering. Van verdwijnende oerwouden tot aan de kosten van ons eigen consumentisme: geen thema blijft onbenoemd. Er resteert alleen één kanttekening: het is lastig om zo’n groot wereldprobleem in alledaagse woorden uit te drukken.

Wie klimaat zegt, zegt Greta

Greta Thunberg weet al lang hoezeer de klimaatproblematiek haar wissel trekt op het leven van alledag. Ze maakt het tot haar persoonlijke levensdoel om de opwarming van de aarde terug te dringen en dat leidt ertoe dat ze regelmatig in de clinch ligt met de grote ‘boosdoeners’ van de fossiele industrie. In de documentaire I am Greta is te zien hoe de destijds vijftienjarige Zweedse tiener zichzelf op een zonnige dag in augustus 2008 neerplant voor het Zweedse parlement. Naar school gaan, doet ze niet meer. Eerst het klimaatprobleem aanpakken.

Wie over klimaatverandering spreekt, heeft het over Thunberg. De nu negentienjarige heeft al veel bereikt: ze tikte de VN-top op 23 september 2019 op zijn vingers tijdens een toespraak, ontmoette wereldleiders (en las hen dan meteen ook even de les over het niet nakomen van afspraken van voorgaande edities van de klimaattop) en hield op talloze plekken speeches die gebundeld zijn in Niemand is te klein om het verschil te maken (2019). In haar felle woorden is de emotie duidelijk hoorbaar: ‘Jullie hebben mij mijn dromen en mijn kindertijd ontnomen met jullie lege woorden. En dan ben ik nog een van de gelukkigen. Er zijn mensen die afzien en er zijn mensen die sterven. Hoe durven jullie?’  Iets waarmee het andere kamp, klimaatontkenners zoals Donald Trump, de draak steken op X (voorheen Twitter). In tijden van opwarming van de aarde laat dít Thunberg echter koud; ze heeft genoeg artillerie aan weerwoorden om zelfs de grootste wereldleiders het zwijgen op te leggen.

Taaie theorie

Het moge duidelijk zijn dat Thunberg voor de ene helft van de wereldbevolking een ware heldin is en voor de andere helft een ongewenste onruststoker. De vraag is of ze met dit nieuwe boek de laatstgenoemden kan overtuigen van haar ongelijk, namelijk dat klimaatverandering ten eerste een werkelijk bestaand probleem is en ten tweede, dat het een probleem is dat ons allemaal aangaat (wat ons ook belast met een taak om hier iets aan te gaan doen). De wetenschappers die Thunberg aan het woord laat, smijten echter met zoveel dure termen dat het pijnlijk duidelijk wordt dat dit boek een hoogopgeleid publiek dient. En laat dit nou net de mensen zijn die zich vaak al iets aantrekken van de klimaatverandering.

Klimaatdepressie gegarandeerd

Opmerkelijk is dat Thunberg zo bekend is geworden terwijl ze in principe haar kennis ‘leent’ van de echte klimatologen, waarvan slechts enkele namen een belletje doen rinkelen. Denk aan namen als die van Margaret Atwood, de schrijfster van o.a. The Handmaid’s Tale, die je in eerste instantie niet zou koppelen aan de klimaatverandering.

Thunberg is behept met een vlotte schrijfstijl, maar sommige bijdragen zijn werkelijk zo saai, dat de gedachte ‘Ach, dan sla ik dit gedeelte van de wereldellende maar even over’, op de loer ligt. Bovendien is het lastig om goede moed te houden; het boek voedt mensen die kampen met een klimaatdepressie. Keer op keer wordt er namelijk één ding keihard bevestigd: we zijn eigenlijk al behoorlijk f*cked. Voor mensen die na het lezen van Het Klimaatboek het huilen nader staat dan het lachen: pak vooral door met het boek Niet het einde van de wereld (2024) van Hannah Ritchie. Deze auteur gaat namelijk in op positieve trends: de verbetering van de ozonlaag, de afname van luchtverontreiniging in steden en de vermindering van de uitstoot van auto’s.

De materie van Het Klimaatboek is, kortom, nogal taai. Wie nog nooit gehoord heeft van het woord ‘emissie’ zal het allemaal snel boven de pet gaan. Echt beklijven doen de ingewikkelde berekeningen en grafische modellen niet. Wat wel werkt zijn de pakkende vergelijkingen. Neem bijvoorbeeld de verwachte zeespiegelstijging die wordt vergeleken met een gebouw van zo’n twintig verdiepingen. Dit is een voorstelling die telkens opnieuw voor je geestesoog verschijnt.

Genoeg ruimte voor gefilosofeer

Het zijn de intermezzo’s van Thunberg die nog nasuizen in je oren. Achttien stuks in totaal. Zoals ze ook doet in haar speeches, weet ze hier doel te treffen met haar woorden. Haar ethische vraagstukken maken duidelijk dat we hier te maken hebben met een realist die iedereen aan haar kant wil krijgen: ‘Berust onze samenleving al vanaf het begin – tienduizenden jaren voor de industriële revolutie – op een wankel fundament? Zijn we als soort te succesvol? Te superieur voor ons eigen bestwil? Of kunnen we veranderen? Kunnen we onze kennis, vaardigheden en technologie inzetten om een cultuuromslag teweeg te brengen en zo op tijd de ecologische en klimatologische ramp afwenden? Het is wel duidelijk dat we dat zouden kunnen. Maar of we dit ook zullen doen, is geheel aan ons’.

Voor iedereen die het lastig vindt om alle informatie op te slaan maar toch een poging wil doen om zijn of haar ecologische voetafdruk te laten slinken, staat er aan het einde van het boek gelukkig een lijstje met adviezen. Er wordt een beroep gedaan op ons individuele handelen, maar ook onze gezamenlijke belangen worden in kaart gebracht. De allerrijksten onder ons worden nog eens extra aangesproken: die hebben namelijk nog meer middelen die ze kunnen inzetten.

Hoe roept liefde jou op?

Het is de vraag hoeveel mensen het boek echt uit zullen lezen en daardoor zullen weten hoe alomvattend het klimaatprobleem nu daadwerkelijk is. Hoe dan ook, het is ook goed als de lezer maar een beetje van dit boek opsteekt en doordrongen raakt van de leuzen waar menig protestbord mee volgekalkt is tijdens klimaatmarsen. En om af te sluiten met een positieve noot: Robin Wall Kimmerer, hoogleraar milieubiologie aan de State University of New York en oprichter en directeur van het Center for Native Peoples and the Environment, hamert erop dat we onze relatie met de aarde herstellen en stelt de lezer de volgende vraag: ‘Hoe roept liefde jou op?’ Met andere woorden: ‘Waarvan hou je te veel om het te verliezen?’ Houd datgene in je achterhoofd en spring op de bres voor een leefbaar klimaat voor de volgende generaties.

Boeken / Non-fictie

Lachen om niet te huilen

recensie: Jelle Brandt Corstius - Spullen Brengen

Voor Jelle Brandt Corstius kon een publicatie over Oekraïne eigenlijk niet uitblijven. Hoewel de aanleiding een treurige is, weet de Rusland-duider des vaderlands in Spullen Brengen de roadtrip toch met de nodige humor te verslaan.

Brandt Corstius’ nieuwe tv-serie stond al even in de steigers; Generatie P, over jonge Russen die hun buik vol hebben van de machtswellustige Poetin. Door covid was de productie al twee jaar uitgesteld, maar met de inval van Rusland in Oekraïne begin 2022 ging er definitief een streep door de plannen. Ook onze Rusland-kenner had de inval niet voorzien: ‘Poetin is gek, maar ook weer niet zo gek om het grootste land van Europa, bewoond door 43 miljoen inwoners, proberen binnen te vallen.’ Helaas is de realiteit anders gebleken. Brandt Corstius voelt zich machteloos en gedesillusioneerd, zijn liefde voor Rusland is in één klap verdwenen.

Hulpkonvooi

De leegte die ontstaat door het wegvallen van Generatie P vult Brandt Corstius met het maken van podcasts over Oekraïne. Maar na een tijdje begint het te knagen dat hij enkel vanaf veilige afstand verslag doet. Veel overredingskracht heeft collega-schrijver Jaap Scholten dan ook niet nodig om Brandt Corstius te strikken voor zijn initiatief Protect Ukraine. Scholten rijdt sinds de uitbraak van de oorlog af en aan met auto’s, helmen en kogelvrije vesten. Brandt Corstius vergezelt hem op zo’n barre roadtrip en doet hiervan verslag in Spullen Brengen.

Ditmaal bestaat het team, naast Scholten en Brandt Corstius, uit een bont gezelschap: oude studievrienden van Scholten, Tommy Wieringa en een paar kennissen van hem, oud-correspondenten waarmee Corstius in Moskou heeft gezeten, de zoon van Scholten én twee hoogblonde vrienden van hem – die al snel tot ‘de drie jonge Ariërs’ worden gedoopt. Het plan is om in vier dagen met zeven auto’s naar Kiev te rijden, om vervolgens met de trein en het vliegtuig terug te keren.

Voorzichtig optimisme

Een deel van de auto’s sneuvelt al tijdens de rit of hangt aan elkaar met ijzerdraad. Ook de auto’s die het wél halen, houden het waarschijnlijk slechts enkele weken uit in het oorlogsgebied. Maar al is het een druppel op een gloeiende plaat, het is tenminste íets. Aan deze strohalm klampt Brandt Corstius zich vast.

Zijn reisverslag is hartverscheurend, maar er zijn ook lichtpuntjes. Het is alsof je naast Brandt Corstius in de auto zit, terwijl hij vertelt over de oorlogspropaganda van het Kremlin, zijn eerste reis naar Oekraïne en de Tweede Wereldoorlog. Hij voert je mee langs jagershutten en kastelen van graven, maar ook langs schuilkelders en geïmproviseerde oorlogsmusea. Brandt Corstius is dé gids voor deze plek en deze tijd.