Tag Archief van: boeken

Boeken / Fictie

Seks en vergankelijkheid

recensie: Hormonen in de nacht - Lu Min

Met Hormonen in de nacht levert de Chinese schrijfster Lu Min een lijvige verhalenbundel af waarin ze slices of life beschrijft uit het veelal alledaagse leven van veelal alledaagse mensen. De bundel zit vol goede vondsten, maar de uitwerking en stijl van de verhalen laat regelmatig te wensen over. 

Een pruikenverzameling en een slechte nacht

De onderwerpen van Lu Mins verhalen getuigen van haar goede oog voor kleine, maar originele situaties. Er is ‘Het verhaal van Xu’s eend’ waarbij een overleden eendenverkoper vertelt hoe hij zich wilde wreken op de winkelmanager die met zijn vrouw naar bed ging. Hij liet zich door de manager overtuigen op zijn beurt met diens vrouw naar bed te gaan, maar wanneer de vrouw van de manager nogal apathisch blijft onder het hele gebeuren loopt de wraak van de man op bevreemdende wijze uit de hand. Een ander verhaal gaat over het sneeuwbaleffect aan gebeurtenissen dat door een doordeweeks pesthumeur kan worden veroorzaakt: een poortwachter die een nacht uit zijn slaap wordt gehouden door ruziënde buren weigert een sergeant die anders altijd gratis mag parkeren de toegang tot de parking. Uit verveling en colère besluit de sergeant zijn ochtend een andere invulling te geven en weer een derde een lastig dagje te bezorgen.  

Lu Min heeft oog voor grappige en herkenbare details. Ze voert een chef Administratie op die “relatief moeilijk herkenbaar” is, omdat ze haar dunner wordende haar compenseert met steeds een andere pruik. In ‘Het verhaal van Xu’s eend’ laat ze de verteller een sigaret opsteken waarvan hij uit pure geilheid en verwarring vergeten is hoe hij ze moet roken. Naast die rake observaties, komen in Mins verhalen ook regelmatig vage beschrijvingen en mislukte metaforen voor. Iemand kijkt op zijn horloge “alsof hij het ding verafschuwde en tegelijkertijd blij was dat hij het had.” Een ander verandert iets in zijn houding en lijkt opeens “iets losser, of iets stijver”. Een vergadering die op haar einde loopt wordt dan weer zonder verdere toelichting vergeleken met een “aubergine, komkommer of iets dergelijks” waarvan de lijnen stilaan bij het einde, aan het steeltje zitten.  

Haast en spoed

In bijna alle verhalen speelt het verstrijken van de tijd een belangrijke rol. Er wordt gerefereerd aan de leeftijd die alle ijdelheid ten spijt groeven in voorhoofden ploegt en borsten met de zwaartekracht laat kennismaken. Er is de tijd die aftelt richting de dood en die genadeloos blijft verdergaan na het overlijden van een dierbare. Dit verbeeldt Min mooi in ‘De paradijstuin’ waarin Fuma na het overlijden van zijn grootvader de tijd uitzit, gefascineerd door de draaiende getalletjes op de timer van zijn nieuwe telefoon. En er is de tristesse, door de kunstenaar uit het titelverhaal samengevat als het gevoel dat je niets meer voor de eerste keer kan meemaken wanneer je ouder bent.  

De tijd is ook aanwezig in de manier waarop Min haar vertellers aan het woord laat. Zelfs de dode eendenverkoper geeft aan geen tijd te willen verdoen aan details die niet bij het verhaal horen. Doordat deze haast zeer expliciet aan de lezer wordt meegedeeld krijgt het iets irritants en opzichtigs. Wanneer een personage je vertelt dat je de ingekorte versie van een verhaal te horen krijgt, lijkt dat meer op luiheid van de auteur dan op haast van het personage. 

Bij het lezen rijst regelmatig de vraag waarom deze verhalenbundel niet werd samengevoegd tot één verhaal. Min voert steevast gelijkaardige personages op. Zo is er bijna altijd een jonge jongen die volledig afgesloten is van de buitenwereld, omdat hij autistisch is, op zijn telefoon zit te spelen of voortdurend ligt te slapen. Een ander archetype dat ze opvoert is dat van de vrouw die op zoek gaat naar mannelijke aandacht, ofwel omdat ze zich niet kan neerleggen bij haar veranderende uiterlijk ofwel omdat ze net recent een glow-up heeft gehad. Veel vrouwen in dit boek trouwen uiteindelijk met een rijke of succesvolle man die veel van huis is en mogelijk affaires heeft. Deze terugkerende personages en dynamieken zetten aan het denken over de Chinese samenleving en de rollenpatronen daarin, maar leiden er eveneens toe dat de verhalen soms oppervlakkig en de personages karikaturaal lijken.  

Veelheid aan stijlen

De tien verhalen in de bundel Hormonen in de nacht werden vertaald door acht verschillende vertalers. De reden daarvoor wordt in het voorwoord niet gegeven. Lu Min zelf beroept zich in haar bundel op verschillende vertelstemmen en -stijlen. In combinatie met dat brede stijlpalet van de auteur maakt de veelheid aan vertalers dat de bundel soms te gefragmenteerd aanvoelt. Het wordt op die manier erg moeilijk de precieze auteursstem van Min te ontwaren.  

Het is bijgevolg ook moeilijk in te schatten of logge, soms lelijke zinnen – “Fuma’s benen trilden dan een beetje, alsof dat verdwijnende, bijna niet te geloven maar toch werkelijk bestaand hebbende geluksgevoel tegen zijn onderbenen sloeg” – van de auteur komen of een stijlkenmerk van de vertaler verraden. Waar een vertaler bij een goede vertaling gaandeweg onzichtbaar wordt, ontstaat in de veelheid aan vertalers een onmogelijkheid tot gewenning en een wantrouwen ten opzichte van de vertaling.   

Hormonen in de nacht is een verhalenbundel die rijk is aan ideeën en observaties over tijd en de tijdsgeest en over het menselijk doen en laten. Toch waren alle personages en verhaallijnen misschien meer tot hun recht gekomen als ze waren ingekookt tot één verhaal. 

Boeken / Fictie

Seks en vergankelijkheid

recensie: Hormonen in de nacht - Lu Min

Met Hormonen in de nacht levert de Chinese schrijfster Lu Min een lijvige verhalenbundel af waarin ze slices of life beschrijft uit het veelal alledaagse leven van veelal alledaagse mensen. De bundel zit vol goede vondsten, maar de uitwerking en stijl van de verhalen laat regelmatig te wensen over. 

Een pruikenverzameling en een slechte nacht

De onderwerpen van Lu Mins verhalen getuigen van haar goede oog voor kleine, maar originele situaties. Er is ‘Het verhaal van Xu’s eend’ waarbij een overleden eendenverkoper vertelt hoe hij zich wilde wreken op de winkelmanager die met zijn vrouw naar bed ging. Hij liet zich door de manager overtuigen op zijn beurt met diens vrouw naar bed te gaan, maar wanneer de vrouw van de manager nogal apathisch blijft onder het hele gebeuren loopt de wraak van de man op bevreemdende wijze uit de hand. Een ander verhaal gaat over het sneeuwbaleffect aan gebeurtenissen dat door een doordeweeks pesthumeur kan worden veroorzaakt: een poortwachter die een nacht uit zijn slaap wordt gehouden door ruziënde buren weigert een sergeant die anders altijd gratis mag parkeren de toegang tot de parking. Uit verveling en colère besluit de sergeant zijn ochtend een andere invulling te geven en weer een derde een lastig dagje te bezorgen.  

Lu Min heeft oog voor grappige en herkenbare details. Ze voert een chef Administratie op die “relatief moeilijk herkenbaar” is, omdat ze haar dunner wordende haar compenseert met steeds een andere pruik. In ‘Het verhaal van Xu’s eend’ laat ze de verteller een sigaret opsteken waarvan hij uit pure geilheid en verwarring vergeten is hoe hij ze moet roken. Naast die rake observaties, komen in Mins verhalen ook regelmatig vage beschrijvingen en mislukte metaforen voor. Iemand kijkt op zijn horloge “alsof hij het ding verafschuwde en tegelijkertijd blij was dat hij het had.” Een ander verandert iets in zijn houding en lijkt opeens “iets losser, of iets stijver”. Een vergadering die op haar einde loopt wordt dan weer zonder verdere toelichting vergeleken met een “aubergine, komkommer of iets dergelijks” waarvan de lijnen stilaan bij het einde, aan het steeltje zitten.  

Haast en spoed

In bijna alle verhalen speelt het verstrijken van de tijd een belangrijke rol. Er wordt gerefereerd aan de leeftijd die alle ijdelheid ten spijt groeven in voorhoofden ploegt en borsten met de zwaartekracht laat kennismaken. Er is de tijd die aftelt richting de dood en die genadeloos blijft verdergaan na het overlijden van een dierbare. Dit verbeeldt Min mooi in ‘De paradijstuin’ waarin Fuma na het overlijden van zijn grootvader de tijd uitzit, gefascineerd door de draaiende getalletjes op de timer van zijn nieuwe telefoon. En er is de tristesse, door de kunstenaar uit het titelverhaal samengevat als het gevoel dat je niets meer voor de eerste keer kan meemaken wanneer je ouder bent.  

De tijd is ook aanwezig in de manier waarop Min haar vertellers aan het woord laat. Zelfs de dode eendenverkoper geeft aan geen tijd te willen verdoen aan details die niet bij het verhaal horen. Doordat deze haast zeer expliciet aan de lezer wordt meegedeeld krijgt het iets irritants en opzichtigs. Wanneer een personage je vertelt dat je de ingekorte versie van een verhaal te horen krijgt, lijkt dat meer op luiheid van de auteur dan op haast van het personage. 

Bij het lezen rijst regelmatig de vraag waarom deze verhalenbundel niet werd samengevoegd tot één verhaal. Min voert steevast gelijkaardige personages op. Zo is er bijna altijd een jonge jongen die volledig afgesloten is van de buitenwereld, omdat hij autistisch is, op zijn telefoon zit te spelen of voortdurend ligt te slapen. Een ander archetype dat ze opvoert is dat van de vrouw die op zoek gaat naar mannelijke aandacht, ofwel omdat ze zich niet kan neerleggen bij haar veranderende uiterlijk ofwel omdat ze net recent een glow-up heeft gehad. Veel vrouwen in dit boek trouwen uiteindelijk met een rijke of succesvolle man die veel van huis is en mogelijk affaires heeft. Deze terugkerende personages en dynamieken zetten aan het denken over de Chinese samenleving en de rollenpatronen daarin, maar leiden er eveneens toe dat de verhalen soms oppervlakkig en de personages karikaturaal lijken.  

Veelheid aan stijlen

De tien verhalen in de bundel Hormonen in de nacht werden vertaald door acht verschillende vertalers. De reden daarvoor wordt in het voorwoord niet gegeven. Lu Min zelf beroept zich in haar bundel op verschillende vertelstemmen en -stijlen. In combinatie met dat brede stijlpalet van de auteur maakt de veelheid aan vertalers dat de bundel soms te gefragmenteerd aanvoelt. Het wordt op die manier erg moeilijk de precieze auteursstem van Min te ontwaren.  

Het is bijgevolg ook moeilijk in te schatten of logge, soms lelijke zinnen – “Fuma’s benen trilden dan een beetje, alsof dat verdwijnende, bijna niet te geloven maar toch werkelijk bestaand hebbende geluksgevoel tegen zijn onderbenen sloeg” – van de auteur komen of een stijlkenmerk van de vertaler verraden. Waar een vertaler bij een goede vertaling gaandeweg onzichtbaar wordt, ontstaat in de veelheid aan vertalers een onmogelijkheid tot gewenning en een wantrouwen ten opzichte van de vertaling.   

Hormonen in de nacht is een verhalenbundel die rijk is aan ideeën en observaties over tijd en de tijdsgeest en over het menselijk doen en laten. Toch waren alle personages en verhaallijnen misschien meer tot hun recht gekomen als ze waren ingekookt tot één verhaal. 

Boeken / Non-fictie

Schijnbaar lichtvoetig

recensie: Ida Simons – Mieke Tillema

Mieke Tillema heeft voor haar biografie van Ida Simons (1911-1960) een opmerkelijke insteek gekozen. Ze legt Simons’ autobiografische roman Een dwaze maagd naast het werkelijke leven van de pianiste, schrijfster, overlevende, zoals de ondertitel van haar biografie luidt. Natuurlijk in de wetenschap dat je romanpersonages niet een-op-een kunt vertalen naar het echte leven, maar toch: opmerkelijk is het wel. 

Eigenlijk is het dan ook een goed idee om vóór de biografie Een dwaze maagd te (her)lezen. Het boek werd in 2014 herontdekt en gepubliceerd door Uitgeverij Cossee, dezelfde die de biografie uitgaf  
Wanneer Tillema, oud-lerares Nederlands in Haarlem, de roman van Simons loslaat en andere bronnen in haar verhaal betrekt, hoe weinig het er ook zijn, wint het beeld van Ida Simons aan rijkdom: over haar onzekerheid, zwaarmoedigheid, hang naar originaliteit, grote muzikaliteit, eigengereidheid en ontzag voor geleerdheid, maar ook ‘charme, brille en humor (…), stil en schuw’. Opvallend daarbij is Ida’s onzekerheid wat betreft haar taalgebruik. Ze laat haar werk graag door anderen corrigeren, zeker waar het stijl- en spellingkwesties betreft, schrijft Tillema.  
Van muziek heeft Ida meer kaas gegeten. Ze heeft les van verschillende pianisten. In 1930 debuteert zij, net negentien jaar oud, in de Circle musical juif in Antwerpen, waar ze als Ida Rosenheimer is geboren. Twee jaar na haar debuut verlooft ze zich met Dagobert (later David) Simons, een jurist. Na haar huwelijk blijft ze optreden onder haar meisjesnaam. In 1937 krijgen ze een zoon: Carel Arthur Jan, roepnaam Jan. 

De context van Ida’s leven 

Ondertussen is Hitler aan de macht gekomen, een context waar Tillema uitgebreid bij stil staat. Ze roept détails op die niet algemeen bekend zijn. Ida heeft een vooruitziende blik en zegt al aan het begin van de oorlog, dat Hitler de joden wil uitroeien, ook in Nederland. ‘Uiteindelijk zal hij ons allen naar Polen of God weet waarheen wegsturen’, zegt ze tegen zangeres/verzetsstrijdster en Shoah-overlevende Lin Jaldati (pseudoniem van Rebekka Brilleslijper).

Soms veronderstelt Simons teveel bekend of wordt ons als lezer details onthouden. Zo is er bijvoorbeeld sprake van de Frederikslijst, een lijst met namen van joden die van maatschappelijke betekenis waren, en van de ‘Barnevelders’, zonder dat meteen duidelijk is, dat de meesten van de lijst werden geïnterneerd op Landgoed Schaffelaar in Barneveld om aan deportatie te ontkomen. Dat geldt ook voor de omschrijving dat Jan mastoïditus had, wat vele pagina’s later pas wordt verklaard als zijnde ‘een uiterst gevaarlijke ontsteking van zijn beide oorbotjes’. En dan: is Judith Belinfante, die enkele malen wordt genoemd, ‘de’ Judith Belinfante, de bekende historica en politica? Uit de context blijkt van wel, maar het wordt als zodanig niet vermeld. 

Tweede Wereldoorlog

Toch wordt het gezin vanuit Barneveld gedeporteerd naar Westerbork en vervolgens naar Theresienstadt. Simons schrijft erover in haar novelle In memoriam Mizzi; een betrouwbaardere autobiografische bron dan de roman Een dwaze maagd. Door de muziek die Ida zelf speelt en hoort, kan ze het leven volhouden. Op een gegeven moment, in februari 1945, wordt een groep van twaalfhonderd joden uit Theresienstadt op een bijzonder transport naar Zwitserland gesteld. 
Op 3 juni 1945 komen ze weer in Nederland aan, op Jan na, die nog in Zwitserland blijft om aan te sterken. Ida treedt weer snel op, met wisselend succes, hoewel ze niet meer terneergeslagen is; nog een karaktertrek die Tillema uitlicht. Wat niet wil zeggen, dat Ida zowel fysiek als psychisch onaangetast is. Ze treedt uiteindelijk steeds minder op en is soms somber en depressief. Ze gaat aquarelleren, componeren en schrijven.  
Tillema gaat beknopt in op haar composities die in de nalatenschap van Ida zijn gevonden, maar als je gericht op internet zoekt, kom je ook een stukje in een openbare collectie tegen: La señorita op eigen tekst in de collectie Muziekschatten, het bladmuziekarchief van de Stichting Omroep Muziek (SOM-013058). Het toont de luchtige kant van Ida. Tillema schrijft echter terecht, dat Simons’ literaire werk zich ‘op een ander’ (lees: hoger) niveau beweegt dan haar muziek. De humor en lichte toon van haar muziek klinkt er ook in door, maar die ‘laten de grauwheid van het kampbestaan’ waarover ze schrijft ‘niet alleen intact, ze laten die nog scherper uitkomen’, aldus de auteur.  

Receptie van Simons’ werk

Toch boort Jan Greshoff Simons’ Slijk en sterren (1956) in Het Vaderland de grond in. Hier had ik ook graag wat meer context gezien. De context is namelijk van de ontvangst van vrouwelijke auteurs door sommige mannelijke recensenten in die tijd; die was vaak negatief en neerbuigend. Die context geeft Erica van Boven in haar proefschrift Een hoofdstuk apart (1992), waarin Greshoff er niet zo goed vanaf komt.
Een uitzondering vormt onder anderen Adriaan van Veen, die in de NRC van 18 april 1959 Een dwaze maagd lovend bespreekt, zoals hij dat later met het postuum verschenen Als water in de woestijn zal doen. Dat is Simons laatst geschreven boek. Ze overleed op 27 juni 1960, hoogstwaarschijnlijk door zelfmoord.  

Mieke Tillema heeft bergen werk verzet om een contextueel grotendeels sterke biografie te schrijven. Ondanks het weinige bronmateriaal dat tot haar beschikking stond. Dankzij Uitgeverij Cossee komt Ida Simons’ werk de laatste tijd terecht meer in de belangstelling. Het is een mooi geïllustreerde biografie geworden, die al in 2021 verscheen, maar nu weer in een nieuwe oplage beschikbaar is en een ruim lezerspubliek verdient. 

Boeken / Poezie

Leesvoer voor grote dromers

recensie: Je droomt het niet zomaar - Myron Hamming

Myron Hamming (1994) wilde na een topsportcarrière als schaatser iets compleet anders doen. Al snel ontdekte hij dat hij een talent had voor het vertellen van verhalen en daar ook mensen mee wist te inspireren. Inmiddels is Myron uitgegroeid tot stadsdichter van Groningen en heeft hij meegedaan aan de Martin Luther King Spoken Word wedstrijd waarbij hij als derde is geëindigd. Dit jaar komt zijn debuutbundel Je droomt het niet zomaar uit. Een zinnenprikkelend boek vol korte speelse gedichten over de schoonheid van het leven.

Wat direct opvalt is de vormgeving van zijn boek. Je kunt duidelijk zien dat er is nagedacht over een aantrekkelijke lay-out met veel witruimte op de pagina’s. De teksten spreken tot de verbeelding en sluiten aan bij de belevingswereld van jonge ambitieuze mensen. Als lezer word je volledig meegezogen in Myrons gevoelsmatige benadering van het leven en hoe alles met elkaar verbonden lijkt. Dus ook je dromen zeggen soms meer dan je denkt.

Uit het hoofd en in je hart

‘Ik hoop dat je na het lezen van deze gedichten de urgentie van je eigen dromen, de onvervalste liefde voor jezelf en de ander, en het ondoofbare vuur van verlangens door je heen voelt razen. Het na een tussentijd weer terugvindt, of misschien voor een eerste keer ontdekt.’ Zo begint de Groningse Surinaamse artiest Myron Hamming de eerste zinnen van zijn boek. Met zijn expressieve vorm van dichten weet hij direct de aandacht van zijn lezers te pakken. Onderwerpen die aan bod komen zijn liefde, vrijheid en ontwikkeling. Het is werkelijk een feest om doorheen te bladeren. En juist bij jongeren een prachtig middel om in te zetten. Myron laat zien dat je nooit te oud bent om te leren en werpt zichzelf op als voorbeeld. Zijn eigen leerproces staat centraal en ook blikt hij terug op zijn vroegere jeugd. Een van zijn gedichten gaat bijvoorbeeld over de vertrouwensband met zijn ouderlijk huis, waarbij ieder kraakje en piepje een behaaglijk gevoel oproept.

Naast oude jeugdherinneringen worden er ook doelen voor de toekomst gesteld. Een van zijn belangrijkste doelen was het schrijven van dit boek. ‘Als ik een wens mocht doen wat zou het zijn en ik antwoordde een boek, netjes geschreven waarin alles duidelijk werd.’ Inmiddels is het hem gelukt om die wens in vervulling te laten gaan. Daarmee laat Myron de jeugd zien dat dromen wel degelijk uit kunnen komen. Als je maar bereid bent om ervoor te willen werken.

Taalgebruik

Grappig genoeg is Myron zelf dyslectisch maar dat weerhoudt hem er niet van om dag in dag uit met taal bezig te zijn. Zijn korte toegankelijke zinnen zijn recht voor zijn raap en op bepaalde momenten zelfs muzikaal ritmisch. Je gaat erover nadenken en dat allemaal zonder dat het rijmt. Doordat de meeste teksten maar kort zijn, soms alleen een paar losse verdwaalde woorden op papier, ben je zo door het boek heen. Dat maakt de stap om daadwerkelijk aan het lezen te beginnen voor jongeren alleen nog maar kleiner. Natuurlijk is dit boek net zo goed voor volwassenen bedoeld, maar jongeren zijn wat hem betreft de toekomst. Inmiddels is bekend dat de Nederlandse literatuur steeds minder goed verkocht wordt, maar misschien kunnen we daar met deze boeken verandering in brengen.

Of dit boek het hart van iedere poëzieliefhebber zal weten te veroveren is niet zeker. Maar dat zijn woorden een inspiratiebron kunnen zijn voor de huidige jeugd laat dat duidelijk zijn. Myron Hamming is een eigengemaakte woordkunstenaar die onderwerpen uit het gewone dagelijkse leven tot uiting weet te brengen. Zijn frisse blik op poëzie blaast gelijk het stoffige imago van de dichtkunst af.

Boeken / Fictie

Niet voor het slapengaan

recensie: De gevaren van roken in bed - Mariana Enriquez

Wat moet je met een dode baby die je achtervolgt? Omzwachtelen en meedragen. Wat als je favoriete rockster na het album Vlees zichzelf doodt? Hij fluisterde zelf al het antwoord: ‘Drink dan uit mijn ogen.’

Het begint al gelijk in de stijl van het boek. Zoals de personages van Mariana Enriquez verdwijningen meemaken, verdwijnt ook het eerste recensie-exemplaar dat de uitgever mij toestuurde ergens in de verborgen wereld van de posterijen. Zelf zagen zij daar ook wel de symboliek van in. ‘Het is een duister boek maar het boek zelf is blijkbaar ook verduisterd…’, stuurde De Bezige Bij met het tweede exemplaar mee. Ik troost mij met de gedachte dat er nu ergens een bezorger in gestolen pauzemomenten geniet van deze verhalen.

Waar de horror begint

Verdwijningen, vermissingen, bijna elk personage in de verhalen uit deze bundel moet zich tot een gemis verhouden. Al eerder is de lijn getrokken van de geschiedenis van haar geboorteland naar de verhalen van de Argentijnse schrijver. In het laatste verhaal uit de bundel Toen we met de doden spraken, is het essentieel voor de betrokkenen om een vermist familielid of vermiste vriend te hebben. Juist degene zonder trekt aan het kortste eind. Soms wordt Enriquez zelf moe van de politiek in haar verhalen: ‘(…)verdwijningen, dictatuur, politiegeweld, geweld tegen vrouwen, het is onontkoombaar. Maar ik wilde eraan ontsnappen’, vertelde ze eerder op het Edinburgh International Book Festival (link), over een andere bundel met haar verhalen De dingen die we verloren in het vuur (AtlasContact, 2017). Maar zelfs als ze probeert over een van haar vrienden te schrijven, vindt de geschiedenis een weg erin, als planten die maar blijven terugkomen.

De horror is niet iets dat ontstaat wanneer de personages tot leven komen, wanneer het verhaal op gang komt. Het is eerder andersom, in de meeste gevallen is de wereld al verschrikkelijk en zijn de personages daarin terechtgekomen. De verhalen starten daar wanneer de personages in die wereld moeten leven, en dat proberen zo kwaad als dat gaat. Toch lijkt het ze ook goed af te gaan, sommigen althans. Zo gezien zou je het kunnen interpreteren als verhalen over leven in een verschrikkelijk wereld, die angstwekkend veel lijkt op de onze behalve dat de verhalen duidelijker maken waar de horror begint.

Wachten op een doorbraak

In klare zinnen zet Enriquez haar personages snel neer. Binnen enkele alinea’s of een pagina zijn de verhalen op gang gekomen en ontvouwen zich daarna verder. De heldere structuur (begin, midden, wendingen, eind) doet de verhalen tot hun recht komen. Er worden wel dingen achtergehouden en er is genoeg spanning, maar het wordt lezers niet extra moeilijk gemaakt. Misschien juist als tegenhanger voor de inhoud.

De verhalen zijn sterk, stuk voor stuk. Internationaal bejubeld – de bundel haalde de shortlist van de International Booker Prize – maar in Nederland nog niet doorgebroken. Vergeleken met Nederlandse korte verhalen is dit werk anders dan gebruikelijk, er zit meer magie in, meer politiek zonder dat het een aanklacht is, en de opbouw en helderheid zijn anders dan je bij de meeste korte verhalen van Nederlandse schrijvers vind. Hopelijk komt er een heruitgave van haar eerdere verhalen of vertalingen van nieuwe verhalen.

En het gevaar van roken in bed? Lees het boek.

girl-g3a83289f1_1920
Boeken / Non-fictie

Een boek over persoonlijke ontwikkeling

recensie: Wat de Fak - Maryam Hassouni
girl-g3a83289f1_1920

Wie kent haar niet? Maryam Hassouni (1985) werd bekend door haar rol als Dunya in de Nederlandse televisieserie Dunya en Desie en won als eerste Nederlandse actrice een Emmy Award voor haar rol in de film Offers (2015) van Dana Nechushtan. In haar boek Wat de Fak spreekt ze zich uit over het wangedrag binnen de filmindustrie. Ze beschrijft haar ervaringen met seksisme en racisme op de filmset en het gebrek aan bescherming door haar werkgevers. Haar verhaal is schokkend en zet de lezer aan het denken.

Maryam is nog maar net negentien jaar oud als haar het meest ondenkbare overkomt. Tijdens de filmopnames in de pauze drukt de regisseur zijn piemel tegen haar billen en laat haar die middag langer blijven om met de acteur die haar broertje speelt te tongzoenen. Het is een verschrikkelijke ervaring die tekenend is voor de rest van haar filmcarrière. Diezelfde dag nog maakt Maryam melding van het incident maar in plaats van hulp krijgt ze te horen dat ze niet langer welkom is op de filmset. Ook krijgt ze niet uitbetaald voor haar verrichte werkzaamheden.

Cliché rollenMaryam Hassouni

Het boek is volledig autobiografisch en bevat elementen uit haar jeugd. Zo beschrijft Maryam de band met haar Marokkaanse ouders en de rol die zij hebben gespeeld in haar ontwikkeling. Hoewel Maryam pas vijftien jaar oud is als ze auditie doet voor de rol van Dunya in de jeugdserie Dunya en Desie, zijn haar ouders stimulerend en begripvol. Zolang ze maar netjes haar huiswerk doet heeft ze van hen weinig te vrezen. Pas veel later gaan haar ouders zich met haar werk bemoeien. Vooral haar moeder maakt zich zorgen over het effect dat het werken voor de camera op haar dochter heeft. Naast meerdere gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft Maryam ook veel last van pesters op de set. Mensen die haar discrimineren en regisseurs die haar in een bepaalde rol willen duwen. Ook dat is iets wat Maryam met haar boek aan de kaak probeert te stellen. Het zijn altijd weer diezelfde clichématige verhalen die verteld worden. Zo vaak speelde ze de rol van onderdrukte moslimvrouw (die gered moest worden van de witte man) of liep ze met een bomgordel rond over de set.

Maryam wil verhalen vertellen die inspireren en waar zij en andere jonge vrouwen zich in kunnen herkennen. En daar is nu nog geen sprake van in de Nederlandse tv- en filmindustrie. Of in haar ogen nog te weinig. Waar Maryam dacht het helemaal voor elkaar te hebben door het winnen van een Emmy Award bleek haar carrière als gevestigde Nederlandse filmactrice nog lang niet zo simpel. Keer op keer bleef ze tegen de spreekwoordelijke muur lopen. Om gek van te worden. Zo schrijft ze in haar boek: “Wat snappen mensen niet als je zegt, geen clichés?! Ik heb het tegen de producent gezegd, tegen de hoofdregisseur, maar mensen willen niet luisteren. Of mensen zijn zo fucking dom! Ach ja, sucks to be a woman of colour in this stupid white country.”

Zelfkennis

Tijdens het schrijven van dit boek noemt Maryam bewust geen namen van haar collega’s. Wel deelt ze fragmenten uit het onderzoeksdossier van 2019 dat is opgesteld in opdracht van de omroep naar aanleiding van haar klachten. Toch heeft Maryam dit boek vooral voor zichzelf geschreven. Om te helen van al die keren dat ze mensen over haar grenzen liet gaan. Als lezer word je volledig meegenomen in haar angst voor afwijzing. Denken dat je niet goed genoeg bent en dat als je maar leuk meedoet met de rest het allemaal vanzelf wel een keer overwaait. Maar is dat ook niet wat we als kinderen al vroeg op school leren? Vaak is het aanpassingsvermogen groter dan het werkelijke incasseren. Je moet vooral niet te veel ruimte innemen. Met dit boek neemt Maryam de regie over haar eigen leven terug en breekt de muren waarbinnen onze samenleving zich heeft ingemetseld. En voor de mensen die denken ‘oh daar heb je er weer zo een’: ja dit boek is lekker woke. Vandaar ook de spelfout in de boektitel.

Maryams strijd begint klein vanbinnen, maar eindigt groots. Haar boosheid is niet gericht op de mensen maar op het zieke systeem van de filmindustrie en daarom des te belangrijker om te delen. Een aanrader voor eenieder die geïnteresseerd is om een ander geluid te horen. Het boek leest lekker weg zonder dat het oppervlakkig wordt. Maak wel de kanttekening dat wij er zelf niet bij waren en dat we dus altijd kritisch en tactvol moeten omgaan met de soms subjectieve informatie uit dit boek. Uiteindelijk gaat het vooral om de innerlijke reis die Maryam heeft moeten afleggen om te komen waar ze nu staat. Een sterke jonge vrouw die weet wat ze wil.

Boeken
special: OK Computer: het album, Radiohead en de wereld in 1997
tianyi-ma-WiONHd_zYI4-unsplashunsplash

Inspirerend en leerzaam

In het boekje OK Computer: het album, Radiohead en de wereld in 1997, laten tien auteurs, elk vanuit haar of zijn vakgebied hun licht schijnen op het album Ok Computer uit 1997. Goed idee om dit album op deze wijze te vereeuwigen want wie heeft niet het licht gezien na het horen van de eerste akkoorden van deze cd.

Net zoals voor velen was Ok Computer vanaf het begin ook voor mij verbluffend. Weliswaar ontdekte ikzelf het album pas in 2008 maar toch. Een magisch moment waarbij al bij het beluisteren van de eerste akkoorden een meesterwerk hoorbaar was. De schitterende melodieën, de chaos, de stress, de bevreemdende achtergrondgeluiden met rare piepjes: fascinerend. Honderden keren beluisterde ik die magische opeenvolging van ontregelende nummers die het verhaal vertellen van een samenleving in de knel.

Radiohead is een Engelse alternatieve rockband uit de jaren negentig met Thom Yorke als leadzanger, Jonny Greenwood als gitarist, Ed O’Brien voor zang en gitaar, Colin Greenwood op basgitaar en Phil Selway op drums. In 1992 komt de band met de single Creep: eerst verguisd en later een wereldhit. Op 21 mei 1997 lanceert Radiohead het succesvolle album Ok Computer. Critici waren het erover eens dat dit album zijn gelijke niet kende. Een klasse apart van profetische waarde. De muziek was nieuw en snijdt thema’s aan als consumptiedrang, technologische afhankelijkheid, gebrek aan sociale cohesie en paranoia.

De muzikale analyse van Bertolf in het bijzonder is erg leerzaam. Haarscherp legt hij uit hoe de akkoorden in diverse nummers zijn opgebouwd. Zo blijkt het eerste nummer Airbag voorzien te zijn van een tegenmelodie door Greenwood. Wellicht dat hierdoor dat slepende en toch zo borrelende sfeertje wordt gecreëerd. Zo blijkt Karma Police te zijn opgebouwd uit akkoorden die niet in de toonsoorten thuishoren en onlogisch zijn qua volgorde. Wellicht zijn dit de krenten in de pap die dit magische nummer zo ‘dwars en spannend’ maken. Ook grappig om te lezen dat de bliepjes en piepjes aan het eind van het nummer Let Down een op holgeslagen tape is. Super spannend, volledig passend bij de sfeer van het nummer. Maar oh zo vreemd.

Het was dus een uitstekend idee van muziekjournalist Leo Blokhuis om dit boekje in 2022 op de markt te brengen. Voor ingewijden een bron van herkenning en nieuwe weetjes. Voor de nieuwkomer inspirerende verhalen over een album dat zijn weerga niet kent.

Boeken / Non-fictie

De kunst van het proeven

recensie: Proefles - Joël Broekaert

Hoe omschrijf je de smaak van umami? Waarom heeft karamel zo’n rijke smaak terwijl het eentonige suiker het enige bestandsdeel is? In Proefles geeft culinair journalist Joël Broekaert antwoord op deze en nog veel meer prangende smaakkwesties.  

Ruiken en proeven worden beschouwd als twee afzonderlijke zintuigen. Toch weten de meeste mensen die een corona-infectie hebben doorgemaakt dat het communicerende vaten zijn; een groot deel van wat je proeft, wordt bepaald door de geur ervan. Broekaert heeft een punt wanneer hij opmerkt dat de gemiddelde mens behoorlijk slecht is in proeven. Tel daar bij op dat we iedere dag minimaal drie maaltijden eten en het is vreemd dat we vaak zo slecht geoefend zijn in het herkennen en benoemen van smaken. Broekaerts missie is om daar verandering in te brengen. 

Een breed palet

Proefles is beslist geen standaardwerk over smaak maar eerder een inleiding aangevuld met persoonlijke anekdotes. Natuurlijk komen de vijf smaken – zoet, zout, zuur, bitter en umami – uitgebreid aan bod. Ook tackelt hij het hardnekkige misverstand dat ‘pittig’ een smaak zou zijn. Hier en daar belandt Broekaert in een technisch verhaal over chemische verbindingen waarbij hij de alfa-lezers even kwijt raakt.  

Gelukkig worden deze passages gecompenseerd door vermakelijke ervaringsverhalen. Bijvoorbeeld de kleurrijke beschrijvingen van Broekaerts top 3 van smerigste dingen die hij ooit in zijn mond heeft gestopt. Zo is Hákarl – gefermenteerde haai – het enige voedsel waar hij letterlijk van moet kokhalzen. Met een bouquet van schoonmaakmiddel, mottenballen en pis klinkt dat niet zo verwonderlijk. 

Aan de slag

Eerder bracht Broekaert Proefles al op het toneel in de vorm van een interactief college. Ook in het boek wordt de lezer uitgenodigd de proef op de som te nemen. Zo stelt hij voor om twee stukjes pure chocola van minimaal 70% te nemen. Door erop te kauwen komt vooral de bittere smaak naar boven. Maar sabbel erop en je smaakpapillen ontwaren een meer zoete, romige smaak met een hint van banaan.   

Andere testjes zijn wat ver gezocht. Ga je werkelijk je tong afplakken en met blauwe kleurstof overgieten om het aantal smaakpapillen te tellen? Storend is ook dat de smaaktests eerst in de lopende tekst voorbij komen, om vervolgens achterin nog eens woordelijk herhaald te worden. Dit was eenvoudig te ondervangen geweest met herkenbare tekstvlakken. Desalniettemin werkt Broekaerts passie voor smaak aanstekelijk. Zelfs een zak chips zul je minder snel naar binnen werken wanneer je weet welke processen er aan vooraf gegaan zijn. 

HET JAAR VAN DE KREEFT_©_Sanne Peper_01
Theater / Voorstelling

Sterk en ontroerend

recensie: Het Jaar van de Kreeft - ITA
HET JAAR VAN DE KREEFT_©_Sanne Peper_01

Langzaam trekt ze hem mee in haar kreeftengang. Achterwaarts. Hij is op zijn hoede: ‘Het is een koude oorlog. Ik heb niets met haar te maken’, houdt hij zich voor. Maar hij is aan haar verslaafd. Zij zijn elkaars grote liefde. Maar hun contact is grillig en kent korte heftige momenten. Toch blijft hij proberen tot het doek valt en hij voorgoed de benen neemt.

Het jaar van de Kreeft bij het Internationaal Theater is terug van weggeweest. En terecht, want met deze twee topacteurs, Maria Kraakman als Toni en Gijs Scholten van Aschat als Pierre krijg je toptoneel. Reken daarbij op een indrukwekkende choreografie (Ted Stoffer) en scenografie (Katrin Brack) onder leiding van regisseur Luk Perceval. Gegarandeerd zit jouw publiek 110 minuten ademloos te kijken. Van 4 tot en met 14 januari te zien in het ITA.

Plot

Toni, een 32-jarige revuekapster, werkt voor Daan, een revueartiest. Toni heeft een relatie met de oudere Karel. Ze hebben een kind, Muisje. Ondanks het feit dat Karel vreemdgaat, houdt ze van hem en wil ze niet bij hem weg. Hij heeft haar op seksueel vlak veel voldoening gegeven, bovendien is hij de vader van Muisje. Maar dan ontmoet ze Pierre… Pierre is van middelbare leeftijd en is de financieel adviseur van Daan. Ook al ziet hij fysieke minpunten, hij voelt zich aangetrokken tot Toni. Het zijn de verschillen in karakter alsook haar ‘fysieke tekortkomingen’ die hem boeien. Ze hebben een knipperlichtrelatie met diepe dalen en matige hoogtes. Ze kunnen niet met elkaar en ze kunnen niet zónder elkaar. Soms financieert hij haar en bemoeit zich met haar huisvesting. Hun relatie duurt een jaar, tot 14 januari. Twee jaar nadat ze de relatie hebben beëindigd, krijgt Pierre bezoek van Karel: Toni blijkt ernstig ziek en heeft niet meer lang te leven. Ze sterft. Tijdens de crematie treft Pierre Muisje. Hij trekt haar naar zich toe, kijkt haar diep in de ogen en vlucht.

Boek

Het jaar van de Kreeft is een roman van Hugo Claus uit 1972. Het boek is deels gebaseerd op de verhouding tussen de schrijver en de actrice Kitty Courbois. In 1975 werd het boek verfilmd. In 2016 werd het tot een theaterstuk bewerkt door Peter Van Kraaij voor Toneelgroep Amsterdam.

Luk Perceval bewerkte voor ITA Het jaar van de Kreeft als een van zijn lievelingsromans. Voor Perceval een meedogenloos boek omdat het de liefde toont in haar vergankelijkheid. Herkenbaarheid in zijn toneelstukken is voor Perceval van groot belang. ‘In het beste geval ontstaat er bij het publiek een identificatie met wat er op het podium gebeurt.’ Dit alles komt volmaakt tot zijn recht van de eerste tot de laatste minuut. En met het intense pianospel van componist en pianist Jeroen van Veen wordt alles nog eens aangedikt, het is harmonieus en soms wrang in hele en gebroken akkoorden. Het resultaat is een sterk toneelstuk dat ontroert.

Boeken / Non-fictie

Dichter bij Joseph Roth is niet te komen

recensie: Vlucht en einde van Joseph Roth – Soma Morgenstern
kenny-eliason-fO9Bb-kAvak-unsplashunsplash

De titel van de Joseph Roth-biografie Eindeloze vlucht van Keiron Pim kon met recht en reden ontleend worden aan Roth’s roman Vlucht zonder einde (1927). Onder de eveneens bijna gelijkluidende titel verschenen van Soma Morgenstern de memoires Vlucht en einde van Joseph Roth (2006). Die brengen je op onvergelijkbare wijze nader tot Roth.

Hoeveel introductie heeft Joseph Roth (1894-1939) nog nodig? Zijn oeuvre is zo goed als helemaal in het Nederlands vertaald. Job en Radetzkymars zijn de bekendste titels, maar slechts twee van de hoogtepunten.

Westelijk

De joodse Galiciër Morgenstern (1890-1976) bewoog zich op heel wat chaotische kruispunten in de periode van de Eerste Wereldoorlog, het interbellum en de Tweede Wereldoorlog. Onder politici, journalisten en schrijvers maakte hij veel vrienden, waaronder Roth, met wie hij levenslang bevriend bleef. Met hem deelde hij de Galicische komaf en de koers in westelijke richting voor studie en banen. In Parijs zaten ze voor elkaars gezelschap lang in hetzelfde hotel. Roth leidde sowieso een hotelleven: een eigen huis zat hem al snel na zijn huwelijk in 1922 als reizende journalist alleen maar in de weg.

Van de romans die Morgenstern schreef zijn er een aantal vertaald, maar grote bekendheid geniet hij bij ons niet. Roth vond zijn debuut een meesterwerk, maar te joods. Zelf vermeed hij joodse personages vanwege de geassimileerde joden onder zijn lezers.

Soepel

De herinneringen in Vlucht en einde van Joseph Roth zijn zo levendig en gedetailleerd dat die in de loop der jaren wel geboekstaafd moeten zijn. De soepele vertaling van Els Snick, die onverkort haar leven aan Roth lijkt te wijden, klinkt als het equivalent van een even soepele brontaal. Genoteerd zijn alleen belangwekkende gesprekken en gebeurtenissen, vaak zo vertelkunstig dat je het boek moeilijk weg kunt leggen. De levendigheid wordt nog versterkt door werkzame sprongen vooruit en terug in de tijd. Al dan niet op de vlucht voor de nazi’s passeert een menigte aan tijdgenoten die toch stuk voor stuk, hoe gecomprimeerd ook, tot leven komen. De biografie van Morgenstern zelf komt ruim aan bod, maar verweeft zich op natuurlijke wijze met die van Roth.

Je krijgt een meer dan authentiek zicht op Roth’s karakter en wederwaardigheden. De herinneringen schetsen ook een persoonlijk, bewogen beeld van de heftige geschiedenis van die jaren. Zoiets kan een biografie vanwege de vereiste distantie niet bieden. Er wordt verrassend ingezoomd op verborgen niches in de bekende geschiedenis van politieke ontwikkelingen en oorlogen. Het gaat vaak om sprekende details die door enkelingen worden opgemerkt en verteld (door en aan Morgenstern).

Zo hield Roth niet van opera, maar ging toch mee naar een voorstelling over het trieste lot van daklozen. De schok van herkenning bracht hem drie bedrijven lang aan het huilen. ‘Hij snikte, als een dienstmeisje bij de zondagmiddagfilm, twee zakdoeken vol.’

Voorschotten

Veel staat in het teken van Roth’s slopende alcoholisme en voortdurende geldgebrek. Toch kreeg hij het voor elkaar ook nog anderen financieel te helpen. Vooral de (vergeefse) psychiatrische behandelingen en inrichtingen voor zijn vrouw kostten hem veel. Zonder de voorschotten op zijn nog te schrijven romans, met steeds meer wantrouwen verstrekt en op het laatst helemaal niet meer, en zonder de toelagen van vooral Stefan Zweig en Morgenstern zou hij het al veel eerder niet gered hebben. De laatste jaren kon hij zich nauwelijks meer zonder stok op zijn opgezwollen voeten voortbewegen. Voor de kortste afstanden moest hij met een taxi. In mei 1939 vond hij de dood.

Hoewel het in de eerste plaats gaat om het unieke oeuvre van Roth, geeft het een warm plezier om dankzij een voortreffelijke bemiddelaar zo dicht in zijn persoonlijke buurt te zijn.

 

Vertaling Els Snick

Nawoord en aantekeningen Georg B. Deutsch

Boeken / Non-fictie

Wat apen ons leren over gender

recensie: Anders – Frans de Waal

Na boeken over de intelligentie en emoties van dieren, duikt Nederlands bekendste primatoloog Frans de Waal nu in de wereld van gender. Niet alleen laat hij zien dat de apenwereld net zo divers is als de onze, hij toont ook aan dat veel onderzoeken gekleurd zijn door de blik van de wetenschapper.

Wat nou als de bonobo eerder was ontdekt dan de chimpansee, vraagt Frans de Waal zich af in zijn nieuwste boek ‘Anders’ (2022). “Stel je eens voor wat voor fascinerende gevolgen dit had kunnen hebben voor onze ideeën over gender!”

Bonobo’s zijn namelijk vredelievende, gevoelige, seksuele wezens die in groepen leven met een vrouw aan het hoofd. Chimpansees kennen juist een patriarchaal systeem en zijn gewelddadiger. De mens heeft beide apensoorten in de stamboom, toch zijn wetenschappers altijd geneigd geweest om de mens te spiegelen aan de chimpansee.

Het is een van de voorbeelden die De Waal geeft in ons denken over gender. Mensen zijn geneigd om apen als een soort oermensen te zien, die niet beïnvloed zijn door cultuur. Maar, zo toont hij, het ligt er maar aan welke apensoort je als voorbeeld neemt.

Poppen of autootjes

In ‘Anders’ verkent hij in elk hoofdstuk een ander thema. Van de speelgoedvoorkeuren van jonge apen tot de seksuele gewoontes van volwassenen. Zo leren we dat meisjes-apen een aangeboren voorkeur hebben voor poppen en dat jongens-apen juist geïnteresseerd zijn in alles behalve dat, waarmee hij ingaat tegen een populair feministisch idee dat gender enkel aangeleerd is.

Tegelijk laat hij zien dat vrouwtjes-apen ook zelf het voortouw nemen in de voortplanting, waarmee hij juist indruist tegen heersende ideeën over machtsverhoudingen. Als primatoloog heeft hij vrouwelijke apen gezien die ’s nachts stiekem met mannetjes de bosjes indoken. Zij waren duidelijk geen willoos slachtoffer dat simpelweg ‘geïnsemineerd’ wordt door de toekomstige vader.

Natuur of cultuur

Gender, zo laat De Waal zien, is een ingewikkeld samenspel tussen natuur en cultuur. We kunnen veel leren door apen te bestuderen, maar wat je met name leert is met welke bril de wetenschapper naar zijn onderzoeksobject kijkt. Wetenschap is niet altijd objectief, maar vaker juist politiek gekleurd.

De Waal toont zich een uitstekende professor, die de lezer via anekdotes en voorbeelden meeneemt in de primatologie en genderstudies. Hij is een docent die graag vertelt, soms wat afdwaalt in zijn verhalen, maar ook altijd weer op een interessant spoor terechtkomt. ‘Anders’ is een boek vol interessante observaties, die je onbewust meeneemt in je dagelijks leven. Een mooie eye-opener!