Tag Archief van: boeken

Boeken / Fictie

Een zelfmoord in zeer korte verhalen

recensie: Jente Posthuma – Waar ik liever niet aan denk

In de nieuwste roman Waar ik liever niet aan denk (2020) van Jente Posthuma verliest de naamloze ik-figuur haar tweelingbroer door zelfmoord. Met haar observerende schrijfstijl die schijnbaar aan de oppervlakte blijft maar intussen scherp is georkestreerd, toont Posthuma de grillige contouren van een eenzaam en pijnlijk rouwproces.

Posthuma die in 2012 de A.L. Snijdersprijs voor het beste Zeer Korte Verhaal won, etaleert datzelfde talent ook in Waar ik liever niet aan denk. De hoofdstukken in de roman zijn kort, soms maar een halve bladzijde, en niet-chronologisch opgesteld. In weinig woorden weet Posthuma subtiele scenes uit het dagelijks leven van de ik-figuur neer te zetten die vaak verrassend in elkaar zijn gevlochten.

Waar ik liever niet aan denk gaat over familie, volwassen worden en de magnetische werking van de dood. Het verhaal maakt met name indruk door de rauwe relatie tussen de ik-figuur en haar tweelingbroer. Geen romantisch beeld van een onafscheidelijke tweeling, maar juist de strijd staat centraal, het tot elkaar veroordeeld zijn. Ze schipperen tussen afstand en nabijheid, begrip en onbegrip, alleen-zijn en samenzijn, met – voor de lezer – de continue schaduw van de zelfmoord van de broer: het definitieve afscheid.

Waar ik liever niet aan denk is een menselijke roman waarin de details de boventoon voeren: een voorliefde voor wollen truien, samen lachen om een piklapje en dromen over New York. De ik-figuur slijt haar dagen in ‘een stad vol poppetjes’, waarvan ze er zelf een is, waarvan haar broer er een was, maar waarin die miniatuurlevens ontegenzeggelijk groot kunnen zijn, vooral in hun afwezigheid. De ogenschijnlijk onbenullige details – van hele mensenlevens tot favoriete bekers, tv-series en een Suske & Wiske – worden door de dood verheven. Posthuma weet dat kwetsbare mechanisme raak te beschrijven.

Boeken / Fictie

Een zelfmoord in zeer korte verhalen

recensie: Jente Posthuma – Waar ik liever niet aan denk

In de nieuwste roman Waar ik liever niet aan denk (2020) van Jente Posthuma verliest de naamloze ik-figuur haar tweelingbroer door zelfmoord. Met haar observerende schrijfstijl die schijnbaar aan de oppervlakte blijft maar intussen scherp is georkestreerd, toont Posthuma de grillige contouren van een eenzaam en pijnlijk rouwproces.

Posthuma die in 2012 de A.L. Snijdersprijs voor het beste Zeer Korte Verhaal won, etaleert datzelfde talent ook in Waar ik liever niet aan denk. De hoofdstukken in de roman zijn kort, soms maar een halve bladzijde, en niet-chronologisch opgesteld. In weinig woorden weet Posthuma subtiele scenes uit het dagelijks leven van de ik-figuur neer te zetten die vaak verrassend in elkaar zijn gevlochten.

Waar ik liever niet aan denk gaat over familie, volwassen worden en de magnetische werking van de dood. Het verhaal maakt met name indruk door de rauwe relatie tussen de ik-figuur en haar tweelingbroer. Geen romantisch beeld van een onafscheidelijke tweeling, maar juist de strijd staat centraal, het tot elkaar veroordeeld zijn. Ze schipperen tussen afstand en nabijheid, begrip en onbegrip, alleen-zijn en samenzijn, met – voor de lezer – de continue schaduw van de zelfmoord van de broer: het definitieve afscheid.

Waar ik liever niet aan denk is een menselijke roman waarin de details de boventoon voeren: een voorliefde voor wollen truien, samen lachen om een piklapje en dromen over New York. De ik-figuur slijt haar dagen in ‘een stad vol poppetjes’, waarvan ze er zelf een is, waarvan haar broer er een was, maar waarin die miniatuurlevens ontegenzeggelijk groot kunnen zijn, vooral in hun afwezigheid. De ogenschijnlijk onbenullige details – van hele mensenlevens tot favoriete bekers, tv-series en een Suske & Wiske – worden door de dood verheven. Posthuma weet dat kwetsbare mechanisme raak te beschrijven.

Boeken / Reportage
special: Waar kijkt onze redactie deze maand naar uit?
Stichting Buitenkunst

8WEEKLY staat te trappelen

Elke maand zijn er zoveel mooie albums, voorstellingen en boeken te beluisteren, zien en lezen dat het soms lastig is om de parels ertussenuit te vissen. Daarom vertelt onze redactie in 8WEEKLY staat te trappelen waar zij zich de komende maand het allermeest op verheugen. Deze maand kijken we uit naar een boek over mysterieuze standbeelden, een zomers album en een week vol verrassingen.

A Beautifully Foolish Endeavor: een boek over mysterieuze standbeelden en vriendschap
Door Dorien Pool

Een boek waar ik erg naar uitkijk is A Beautifully Foolish Endeavor van Hank Green (de broer van schrijver John Green). Het is het vervolg op zijn youngadultdebuut An Absolutely Remarkable Thing uit 2018. Dat boek draaide om de jonge April May die midden in de nacht een reusachtig standbeeld ontdekt in New York. Overal ter wereld blijken dezelfde standbeelden te zijn verschenen. April is de eerste die hier een vlog over maakt en ze wordt daarmee wereldberoemd. Samen met een online community probeert ze het raadsel van de beelden op te lossen: waarom zijn ze er? Een heel tof verhaal met sciencefictionelementen, dat vooral gaat over vriendschap en de kracht en het gevaar van sociale media. Het verhaal stak goed in elkaar en bevatte genoeg spanning dat ik door wilde blijven lezen. Ik ben benieuwd of het vervolg even leuk is!

Mordechai: de soundtrack voor een lange, hete zomer
Door Joost Festen

Persoonlijk kijk ik heel erg uit naar het nieuwe album van Khruangbin, Mordechai. Hun eerdere album Con Todo El Mundo vond ik onweerstaanbaar, ondanks dat er geen zang was. Het is een album dat instrumentaal blijft boeien en dat je steeds maar weer wilt horen. Khruangbin maakt lome woestijnrock in een rustig ritme dat meedeint op de zinderende hitte van de woestijn. De afgelopen platen werkte de band wel met zang, zo maakten ze met Leon Bridges onlangs een EP met zijn vocalen. Nu zingen de bandleden Laura Lee Ochoa, Mark Speer en Donald Ray Johnson weer zelf. Op dit album gaan we de Texanen die een Thaise naam aan hun band gaven in het Spaans horen zingen.

Het is een persoonlijk voorrecht dat ik al heb mogen luisteren naar dit album dat binnenkort zal verschijnen. Ik vond Mordechaide perfecte soundtrack voor een lange, hete zomer. De prachtige zang voegt veel toe, maar ook de instrumentale herkenning blijft helder overeind. Khruangbin heeft een herkenbare instrumentale sound ontwikkeld die ze met dit album weer een stap verder brengen. Mordechai is een hele fijne mix kan ik jullie beloven!

Buitenkunst: een week vol verrassingen
Door Roos Wolthers

Buitenkunst is mijn lievelingsplek. Je kunt hier in de zomer een week komen kamperen in het bos. Overdag volg je kunstworkshops, ’s avonds zijn er voorstellingen, concerten en exposities. Het leukste aan Buitenkunst is dat je samen met een groep creatieve mensen een week lang totaal bent afgesloten van de buitenwereld, wat ieder jaar opnieuw leidt tot verrassingen, fantastische feestjes en grote avonturen. Er zijn weinig plekken waar ik zo veel nachten heb doorgehaald, zo hard heb gelachen en zoveel bijzondere voorstellingen heb gezien. Ik mis Buitenkunst het hele jaar door, maar volgende week even een weekje niet, want dan kan ik er weer naartoe.

Het wordt anders dan anders, vanwege alle maatregelen. Maar Buitenkunst is er altijd in geslaagd om onverwachte omstandigheden of tegenvallers te gebruiken om er iets extra bijzonders van te maken. Toen de batjes kwijtraakten pingpongden we met snijplanken en koekenpannen, toen er een hittegolf uitbrak werden er prachtige installatiekunstwerken gemaakt waarin je even kon afkoelen. Ik heb er dus het volste vertrouwen in dat dit juist een van de mooiste edities van de afgelopen jaren zal worden.

Boeken / Non-fictie

Waar is de onzichtbare hand?

recensie: Adam Smith - De welvaart van landen

Adam Smiths klassiek filosofische werk over de vrijemarkteconomie is voor het eerst integraal vertaald in het Nederlands. Toen An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations in 1776 verscheen was het voor die tijd een ‘bestseller’ die binnen zes maanden was uitverkocht.

The Wealth of Nations is al sinds jaar en dag vrij verkrijgbaar op internet. Klassieke teksten zoals die van Smith zijn immers rechtenvrij. Wie het Engels machtig is kan zich laven aan honderden pagina’s economische theorie en zal na goed lezen welgeteld één keer het beroemde begrip ‘onzichtbare hand’ tegenkomen. Dit aan Smith vervlochten idee van het zelfregulerende effect van een markt waarbij het najagen van eigenbelang door kapitalisten het collectieve belang dient, is alom bekend. Voor velen is dat genoeg om te weten en te overwegen.

In dat opzicht is het belangrijkste nut van een complete Nederlandse vertaling dat Smith niet alleen toegankelijker wordt voor een groter publiek, maar ook dat de misverstanden omtrent zijn economische theorie laagdrempeliger kunnen worden aangepakt en andere ideeën dan de onzichtbare hand binnen handbereik komen.

Hachelijke zaak

Het blijft een hachelijke zaak om klassiekers te recenseren. De recensies in de tijd van Smith zelf waren al lovend over het werk en sindsdien is het een van de meest invloedrijke werken geweest in de politieke en economische filosofie. Als zelfs de Schotse filosoof David Hume het boek van Smith prijst om ‘zoveel diepte, gelegenheid en scherpzinnigheid, aangevuld met interessante feiten’, dan lijkt het nog weinig zin te hebben om er meer over te zeggen. Ja, we kunnen vaststellen dat Smith boeiender schrijft dan de saaie Marx, maar voor de rest moet je als recensent je plaats kennen.

Een recensie van een klassieker heeft daarom ook veel meer het doel om de tekst opnieuw onder de aandacht te brengen, dan om het werk zelf te beoordelen. Uitgeverij Boom blijft wat dat betreft onvermoeibaar in de serie Grote Klassieken belangrijke literaire, filosofische en geesteswetenschappelijke werken in vertaling uitbrengen. Het moet vaker zijn opgemerkt, maar sinds 2017 is de serie in een nieuw jasje gegoten en dat moet voor velen nog steeds wennen zijn, of zelfs een doorn in het oog blijven. Wie immers de prachtige serie in de grijze met gouden rand bedrukte covers aan het verzamelen was (want dat doet men bij uitstek met series), krijgt daar nu zuurstokgekleurde edities voor terug. Het blijft gissen naar goede redenen hiervoor, behalve een vernieuwingsdrang omwille van het vernieuwen. Opmerkelijk bovendien dat reeds bestaande grote klassieken ook in een nieuw jasje zijn gegoten, maar lang niet allemaal. Waar begint iemand derhalve met verzamelen?

Veenbaas

Terug naar het werk van Smith. Dat is uitstekend vertaald door Jabik Veenbaas, die eerder al verantwoordelijk was voor enkele andere vertalingen binnen de serie en belangrijke vertalingen van grote filosofische werken op zijn conto heeft, waaronder de Kritieken van Kant die ook bij Boom verschenen. Het moet een monstrueus werk zijn geweest om de 1000 pagina’s aan economische theorie te vertalen. Daarbij zijn er honderden pagina’s aan tekst die enkel relevant en waarschijnlijk vooral interessant waren in de tijd van Smith, maar waar de lezer zich nu werkelijk doorheen moet worstelen. Bij het lezen van het werk dringt zich constant de vraag op wie dit tegenwoordig nog systematisch helemaal lezen wil. Dat moeten de absolute liefhebbers zijn met een bijzondere voorkeur voor moderne economie en geschiedenis.

Ten geleide

Wat zonder meer boeiend is om in één ruk uit te lezen, is het uitgebreide ten geleide van Veenbaas wat als een zelfstandig inleidend essay kan worden gelezen op het werk van Smith. Zo’n toevoeging is geen vanzelfsprekendheid in de serie Grote Klassieken. Soms is een inleiding namelijk summier, soms is er een kort nawoord en vaker is er niet of nauwelijks een gedegen inleidende studie op het werk. Wie echter daadwerkelijk van plan is zich onder te dompelen in de lange verhandelingen van Smith over de economische theorie, heeft een waardevolle steun aan Veenbaas. Een register ontbreekt dan weer wel, zoals dat bij Kierkegaards Of/Of bijvoorbeeld het geval is. In het geheel van de serie lijken dergelijke keuzes nogal willekeurig.

Zichtbaar

Het boek was destijds een groot succes. De eerste druk was al na zes maanden uitverkocht en de verkopen van nieuwe drukken bleven voorspoedig lopen. Toen ik een uitgever vroeg naar zijn verwachting omtrent de oplage van deze Nederlandse vertaling, schatte hij in dat Boom er zeker niet meer dan 800 zou hebben gedrukt. Een snelle uitverkoop zou ook niet voor de hand liggen, al zijn er mensen die de uitgaven opkopen om ze later voor een hogere prijs te verkopen. Volgens hem blijft het een risico om dit soort kostbare projecten uit te geven, zoals ook is gebleken bij De ondergang van het avondland.

Het lijkt er echter niet op dat een boek als De welvaart van landen een dergelijk tragisch lot is beschoren. Op de eerste plaats is het onderdeel van een serie en het heeft daardoor een grotere aantrekkingskracht dan een zelfstandige uitgave. Op de tweede plaats is het een door en door klassieke tekst die altijd wel een weg vindt naar hedendaagse lezers en het onderwijs. We moeten in ieder geval blij zijn met uitgevers die misschien in tegenstelling tot wat Smith zelf zou adviseren, tijd, geld en energie blijven investeren om klassiekers zichtbaar onder de aandacht te brengen.

Boeken / Fictie

Echo’s uit het verleden

recensie: Colson Whitehead - De jongens van Nickel

Colson Whitehead werd bekend bij het grote publiek met zijn vorige roman, De ondergrondse spoorweg. Hierin vertelt hij over een slaaf die ontsnapt naar het Noorden van de Verenigde Staten. In zijn nieuwe roman De jongens van Nickel beschrijft hij dezelfde thematiek in een andere tijdsperiode. Het is een aangrijpende, urgente roman over een racistisch Amerika.

De jongens van Nickel is een bijzondere vertelling over Elwood, een intelligente Afro-Amerikaanse jongen die door domme pech in de tuchtschool Nickel belandt. Het is een verschrikkelijke plek, de term ’tuchtschool’ blijkt een eufemisme voor ‘gevangenis’ te zijn. De zwarte jongens krijgen er nauwelijks onderwijs en krijgen extreme lijfstraffen te verduren. In de school klinken de echo’s uit het slavernijverleden in de manier waarop de blanke mannen de school runnen: “de zonen hielden de oude gebruiken in ere”.

Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller, wat afstand biedt om het verhaal als lezer aan te kunnen en waardoor het verhaal het particuliere ontstijgt. Dit is niet het verhaal van één jongen maar het verhaal over een racistisch systeem. De vraag wie die verteller dan precies is resulteert bovendien in een prachtige plottwist op het einde van het verhaal.

Woorden van hoop

De situatie voor Elwood lijkt ontzettend uitzichtloos. Zijn toekomst was veelbelovend – hij presteerde goed op school en was toegelaten tot een hogeschool – tot hij in de hel van Nickel terechtkomt. Hier krijgt hij les op basisschoolniveau en ontdekt hij hoe verrot de maatschappij eigenlijk is. Hij is altijd naïef geweest omtrent sociale codes. Als kind hing hij vaak rond in een hotel, en de afwassers daagden hem uit wie het beste kon afwassen. Dit leidde ertoe dat Elwood de gehele afwas deed. Deze zelfde naïviteit zorgt ervoor dat hij op Nickel in de problemen komt en kennismaakt met het ‘witte huis’, de plek waar de afranselingen plaatsvinden. Hij wordt dusdanig toegetakeld dat hij een week in de ziekenboeg verblijft, waar hij een vriendschap voor het leven sluit met Turner.

Ondanks alle misère klinkt er toch hoop in het verhaal, via de woorden van Martin Luther King. Elwood kreeg ooit van zijn oma een lp met een van zijn speeches, en zijn woorden bieden hem steun in de periode dat hij op Nickel verblijft. Ook heeft hij een aantal protesten bijgewoond voordat hij gevangen raakte. Hij weet dat er verzet plaatsvindt tegen de racistische wetten in zijn land. Elwood weigert daarom om zich neer te leggen bij zijn realiteit. Wanneer hij zich stilhoudt dan kan hij overleven, maar om te léven moet hij iets doen. Het verzet biedt hem menselijkheid:

“De wereld had hem zijn hele leven lang haar wetten toegefluisterd en hij had geweigerd om te luisteren, omdat hij in plaats daarvan iets van een hogere orde had gehoord.”

Hij verzint een plan om de school in diskrediet te brengen en kan daarbij de hulp van zijn nieuwe vriend goed gebruiken.

Licht aan het einde van de tunnel

Het verhaal speelt zich af in de jaren 60 van de vorige eeuw maar is helaas nog altijd actueel. De apartheid is dan wel officieel afgeschaft in de VS, maar zit zo diep ingebakken in de mensen dat de praktijk nog altijd racistisch is. Het boek van Whitehead komt daarom als geroepen. Het toont verzet tegen een hardnekkig racisme en de slotscène biedt zelfs een sprankje hoop.

In het nawoord is te lezen dat een school als Nickel echt heeft bestaan. Archeologische vondsten tonen de, vaak hevig toegedane, lichamen van de scholieren. Jongens over wie werd gezegd dat ze waren weggelopen. Met De jongens van Nickel toont Whitehead een inktzwarte bladzijde in de Amerikaanse geschiedenis, een bladzijde die helaas behoort tot een nog zwarter boek.

Boeken / Poezie

Poëzie van Nederlandse bodem

recensie: Ester Naomi Perquin – Wij zijn de menigte die moeder heet. Hadewijch – Oerewoet

Twee fraaie bundels met verzamelde gedichten in één recensie. Een boek dat door meerdere schrijvers is geschreven en verzameld werd rond één onderwerp: het moederschap. Het andere is het verzameld werk van één schrijver met historische waarde, maar dan leesbaar gemaakt in onze moderne versie van het Nederlands.

Dit jaar verschenen rond de Boekenweek twee interessante verzamelbundels. Sommige verzamelingen van gedichten zijn er om je snel de verschillende facetten van één onderwerp te laten zien: verschillende invalshoeken, facetten, belevingen, verdiepingen en ontboezemingen over hetzelfde thema. De andere verzameling wil het beste van één schrijver in een zo compleet en mooi mogelijk beeld voorschotelen. Beide boeken zijn niet om in één ruk van pagina één tot de laatste letter tot je te nemen. Je snoept als het ware uit deze boeken en gaat ook niet lineair door het boek. Soms herlees je daardoor pagina’s en is het even een feest van herkenning.

Wij zijn de menigte die moeder heet

De verzameling gedichten die Ester Naomi Perquin met elkaar heeft verbonden in dit werk bestrijken een tijdperk tussen 1957 en het heden. Van sommige schrijvers is meer dan één gedicht opgenomen. De poëzie handelt over het moederschap in al haar facetten, waarbij ze zich niet beperkt tot de mens, maar ook het moederschap van een dier meeneemt.

Soms gaat het over de wens om moeder te worden, het ontluikende of het prille moederschap, maar ook het facet van ouder worden en het afscheid nemen van je moeder wordt niet geschuwd. Moeder zijn is niet altijd vrolijk, het kent ook zijn moeilijke kanten. Perquin heeft in deze bundel, die speciaal voor de Boekenweek van 2019 werd samengesteld, een soort 360-graden benadering van het begrip moeder genomen. Van binnenuit, van de moeder zelf, maar ook van alle buitenzijden. Een boek dat ontroert maar ook onderricht over het moederschap. Het doet je beseffen wat moeder zijn inhoudt en doet je verwonderen hoe mooi moederschap kan zijn.

Ik zag een kalfje bij moeder drinken,
een stille handeling die hier nog mag.
Zij stonden in de aanbrekende dag
half slapend in dit drinken te verzinken,
wazig in nevelen, nog haast verborgen.
Over het witte gras heen kwam de morgen.
Bevreesd waadde ik weg van wat ik zag. (De dageraad; Ida Gerhardt)

Bovenstaand gedicht illustreert in hoe weinig woorden iets heel moois geschetst wordt. Een kalf dat bij de dageraad in een koude maand van het jaar in de mist bij zijn moeder drinkt. Niets wil de observator verstoren: noch de stilte, noch het beeld.

Wij zijn de menigte die moeder heet is een zeer leesbare verzameling fraaie poëzie die door veel lezers gewaardeerd zal worden. Voor moeders met een hart voor gedichten is het haast verplichte kost. Maar ook vaders zullen hier literair van smullen.

Oerewoet – Gedichten voer minne en beminnen

Agnes Hoffschulte heeft de gedichten van Hadewijch, die dateren uit de middeleeuwen, vertaald naar het Nederlands van deze tijd, ze ingeleid en toegelicht om ze leesbaar te maken. Dat ze het daarmee nog niet tot lichte leeskost heeft gemaakt is voor ondergetekende een zekerheid na het lezen van vele pagina’s in dit boek. Het onderwerp is de liefde en het bedrijven van de liefde, of liever gezegd het beminnen. Want beminnen is toch heel wat anders dan wat we in de tegenwoordige tijd verstaan onder het bedrijven van de liefde en hoe we dat nu zouden beschrijven.

De vijfenveertig naar onze taal vertaalde gedichten van Hadewijch worden in 237 pagina’s keurig omringd met een inleiding en uitleg. Het is zeker leesbaar en onderhoudend: mooi geschreven en mooi vertaald. Het geeft de lezer en poëzieliefhebber inzage in de middeleeuwse gedichten. Het is geen licht verteerbare kost voor elke dag, maar wel kost die je verrijkt en je aanspoort tot nadenken. Het zijn fijnproeversstrofen die op deze manier tot je komen.

Oerewote van minne
is een kostbare gave.
Wie dat wil inzien
zou haar alleen verlangen.
Die eerst twee waren, maakt zij één,
dat zeg ik in waarheid.
Ze maakt wat zoet is zuur
en de vreemde een nabije buur.
Zij verheft de geringe. (fragment uit gedicht 28)

Eigenlijk is het Hadwijch zelf die met de titel Oerewoet aangeeft wat dit boek bijzonder maakt: het verenigt de liefde met de hartstocht naar de intense opwinding, die door de liefde veroorzaakt wordt. Zo zou het althans in normaal 2019-Nederlands klinken, in tegenstelling tot de wetenschappelijke taal op de kaft van het boek. Voor de gemiddelde lezer vormt precies dit een struikelblok waar Hoffschutte helaas niet van is losgekomen in haar inleidingen en toelichtingen. Oerewoet is absoluut leesbaarder, begrijpelijker en verteerbaarder geworden dan in het middeleeuwse Nederlands. Maar echt Nederlands zoals we hier nu schrijven is het niet geworden. Met extra inspanning weet het boek wel te ontroeren en de schoonheid prijs te geven die het boek ook in deze tijd zijn waarde laat zien. Hadewijch was een groot schrijver als we ook nu nog van deze gedichten kunnen genieten.

Oerewoet    Wij zijn de menigte die moeder heet
Auteur: Hadewijch Auteur: Esther Naomi Perquin
Uitgever: Kok Uitgever: Prometheus
Prijs: 24,99 Prijs: 15,-
ISBN: 9789043530774 ISBN: 9789044639636
Beoordeling: 4 sterren  Beoordeling: 4 sterren

 

 

Boeken / Non-fictie

Optimisme en daadkracht

recensie: George Monbiot - Uit de puinhopen

In Uit de puinhopen schetst George Monbiot op effectieve wijze wat er mis is met het huidige politieke bestel en hoe we daar als de wiedeweerga uit kunnen komen. Aantrekkelijk, vlot en praktisch geschreven wijst hij enkele wegen.

‘Er zijn geen grote verhalen meer’, stelt de postmoderne filosoof Jean-Francois Lyotard. Hiermee bekritiseert Lyotard de opvatting van het modernisme dat wetenschappelijke kennis in het grote verhaal van de historische vooruitgang van de mens past. Wetenschap, in tegenstelling tot bijvoorbeeld religie, heeft echter geen ethiek op zichzelf. Derhalve past wetenschappelijke kennis niet zomaar in ons verhaal. Dat is wel grotendeels gebeurd. We hadden een dialectiek tussen het communisme en het kapitalisme, tot het einde van de Koude Oorlog en de val van de muur. Toen zegevierde het kapitalisme over het communisme en is er geen kritische tegenhanger opgestaan (al zou je de ideeën van bijvoorbeeld Kate Raworths Donut economy misschien als alternatief kunnen noemen). Dat kapitalisme had toen reeds een voorsprong genomen op het einde van de grote verhalen en kennen we onder de noemer: neoliberalisme.

Neoliberalisme

Het systeem dat Monbiot in Uit de Puinhopen hekelt is het neoliberalisme en haar hyperkapitalisme, dat gouden bergen belooft en ervan uitgaat dat de planeet oneindige grondstoffen heeft. Een narratief, zo zal Monbiot zeggen, waaruit weinigen die aan de macht zijn ontwaken, en waar velen, die niet aan de macht zijn, meer en meer een desillusie ervaren. Maar ontwaakt zijn we nog nauwelijks. Daarom is het gebruik van het woord crisis misplaatst in dit boek. Crisis stamt van het Griekse krinein af, wat onderscheiden en beslissen betekent, alsmede keerpunt en beslechten. Een staat dus, waarin ingezien wordt wat er mis is en er gehandeld wordt om dit tij te keren. We bevinden ons eerder in een collectieve dommel. Zeker wanneer je weet dat er in de jaren 50 al voor de gevaren van de uitstoot van fossiele brandstoffen werd gewaarschuwd, getuige deze documentaire uit 1955: https://www.moviemeter.nl/film/41611.

Als we dus niet meer op onze politici kunnen rekenen, wat dan te doen?

Hierin poogt Monbiot een passend, praktisch antwoord te geven. Het zal hem vooral lukken je te inspireren. Hij schrijft met een aanstekelijk enthousiasme en biedt vergezichten. Het woord ‘zal’ is in overvloede aanwezig. Want, stel dat we het huidige narratief vervangen met het narratief dat Monbiot voorstelt, dan zal er een hoop veranderen. Namelijk: een verhaal waarin saamhorigheid en inclusiviteit centraal staan en dat geënt is op een circulaire economie. Een eerlijkere, gezondere en toekomstbestendigere wereld, die met de helse klus om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen aan de slag kan.

Idealisme met de hamer

Om zover te komen dat we weten wat we te veranderen hebben, is het belangrijk eerst in grote lijnen te snappen wat er aan de hand is. Hierin hanteert Monbiot Nietzsche’s methode van de hamer. Hij klopt op de borst van het neoliberalisme om te laten horen dat het hol is. Het neoliberalisme vertelt een effectief verhaal, dat het typische heldenverhaal volgt om deze vervolgens kwaadwillend in te zetten. Dat typische heldenverhaal gaat zoiets als: het land verkeert in wanorde, maar een individu, groep of institutie gaat de strijd aan en tegen alle verwachtingen in overwinnen ze het kwaad en de orde wordt hersteld. Dit heldenverhaal gaat vooral om herstel. Helaas, zo toont Monbiot aan, is dit verhaal hol, hoe graag we het ook willen geloven.

Alternatief

Zonder te claimen dat zijn alternatief het best passende antwoord is, neemt hij de lezer mee in ten minste een alternatief. Daarin staat hij niet alleen. Hij besluit het boek met de opmerkelijke opkomst van Bernie Sanders bij de vorige presidentsverkiezingen in de VS. Sanders vertelt eenzelfde soort verhaal als Monbiot en heeft bijna de presidentsrace gewonnen, met nauwelijks financiële middelen. Het zijn dit soort optimistische voorbeelden die Monbiot voortdurend aanhaalt in zijn boek om te laten zien dat een alternatief mogelijk is. Het is in het delen van deze informatie dat hij je weet te inspireren. Hij beschikt over een rijke, creatieve en diverse hoeveelheid bronnen die hij ter ondersteuning van zijn pleidooi inzet. Hij is her en der constructief boos om het onrecht wat hij opmerkt een naam te geven binnen zíjn samenhangende verhaal. Dit maakt dat Uit de puinhopen in plaats van te verzanden in gefulmineer, een uitweg biedt die haalbaar is en inspireert. Waarbij duidelijk is wat er aan de hand is en waarom dat dient te veranderen. En bovenal, hoe dat te kunnen veranderen.

Gegoten in goed leesbaar proza heb je het boek in een zucht uit. Mocht je minder tijd hebben, maar alsnog nieuwsgierig zijn, dan kun je ook bij tegenlicht terecht: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2017-2018/compassie-als-oplossing.html

Boeken / Non-fictie

De (terecht?) verborgen geschiedenis

recensie: Marcel Hulspas - Uit de diepten van de hel

Twee auteurs die in hun recente boeken focussen op het Romeinse rijk na de echte bloeitijd van de keizers – ruwweg vanaf 200 na Christus – beklagen het feit dat dit een in de literatuur onderbelichte periode is. Maar na deze lectuur moeten we misschien gewoon toegeven dat dit terecht is? Uit de Diepten van de Hel is namelijk een – weliswaar goed geschreven – kluwen van namen en functies waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt.

Tot pakweg 200 was de keizertijd en het Romeinse Rijk een echt boeiende periode: de keizers zelf waren larger than life, met Marcus Aurelius kwam er zowaar een ware filosoof-poëet op de troon, de stad Rome was op zijn mooist en ergens in een kleine provincie van het rijk ontpopte een verwaarloosbare joodse sekte zich tot een machtige nieuwe religie. De tweede eeuw na Christus werd door sommige bevlogen auteurs zelfs als “de gelukkigste tijd van de mensheid” genoemd. Maar vanaf dan ging het snel bergaf: (soldaten)keizers volgden elkaar in ijltempo op, het rijk raakte in verval en het West-Romeinse Rijk bezweek in 476 finaal onder de invallen van de ‘barbaren’. Het Westen ging de donkere middeleeuwen binnen, het Oosten wist zich nog tot 1453 te behouden.

De periode waarover Hulsmans schrijft, focust ruwweg op de periode 300-800. Hierbinnen vinden christelijke concilies plaats, blijven keizers elkaar razendsnel opvolgen, is er sprake van vier kerkelijke patriarchen, en kent het Romeinse Rijk zelfs een systeem van tetrarchen: twee keizers en twee onderkeizers die gelijktijdig regeren. Dat zorgt voor een overdaad aan namen en machtswissels die je met geen pen ter wereld boeiend houdt, zelfs al schrijft Hulsmans heel vlot. Het boeiendst is hij wanneer hij de opkomst en groeiende invloed van het christendom beschrijft, maar eenmaal die religie zich verliest in theologische details en in conflicten tussen aanhangers van stromingen gebaseerd op die theologische details, verliest Hulsmans mijn aandacht. Wanneer vervolgens de opkomst van de islam en een nieuwe plejade aan namen op de lezer wordt losgelaten, is het helemaal amen en uit. De scope is gewoon veel te breed. Boeiender was dan bijvoorbeeld Eeuwen van Duisternis, dat scherp focuste op de culturele verwoestingen die onverdraagzame terreurmonniken teweegbrachten.

Nogmaals, het boek is vlot geschreven, maar ook hier toch enkele opmerkingen: de voetnoten zijn dringend aan herziening toe, aangezien de doorverwijzingen erin naar andere pagina’s op bijna geen enkel moment klopt. En bij momenten vergeet de schrijver dat hij een historisch-wetenschappelijk verhaal vertelt en heeft hij het plots over ‘de seriously rich Pinianus’. Ook de schrijffouten en grammaticaal onjuiste termen (‘graanleveranties’?) zijn vaak een doorn in het oog. Maar dat de auteur het tijdperk door en door kent en duidelijk heel veel research heeft gedaan, is op elke pagina duidelijk en dwingt respect af. Alleen levert het geen boeiende literatuur op.

Tot slot nog dit: zelden een boekwerk geweten met een titel die zo slecht de lading dekt. Je zou eerder een geschiedenis verwachten van de verbeelding van het hiernamaals, of een foute roman over demonen. Maar een doorwrocht historisch werk de titel Uit de Diepten van de Hel geven? Wat kan dit meer zijn dan misplaatste sensatiezucht?

Boeken / Non-fictie

De wil tot zijn

recensie: René ten Bos - Extinctie

Filosoof René ten Bos neemt met zijn nieuwste (en wederom fenomenale) boek Extinctie afscheid als Denker des Vaderlands.

Extinctie sluit naadloos aan bij twee eerdere boeken van Ten Bos. Dwalen in het antropoceen (2017) gaat over het tijdperk waarin de mens zijn stempel op de aarde drukt. Ten Bos is op zoek naar een begrip van de mens en diens verhouding tot zijn omgeving. Het volk in de grot (2018) gaat over de tegenstelling tussen het volk en de elite en hun relatie met de waarheid. Zijn nieuwe boek Extinctie gaat over de catastrofale tijd waarin wij leven en waarin door de mens veroorzaakte massa-extinctie plaatsvindt. En daarmee is iets opmerkelijks aan de hand: het raakt ons niet.

Onvoorstelbaar

Ten Bos’ heeft een eigen stijl die ontzettend fijn is. Rustig en onderzoekend benadert hij een onderwerp. De filosoof zet geen betoog op en is nergens normatief. In plaats daarvan neemt hij je mee op pad en daagt hij je uit na te denken, anders te denken en kritisch te denken. Extinctie gaat over het onvermogen van de mens om zich te laten raken door de grootschalige extinctie die vandaag de dag plaatsvindt. Zowel dierlijke als menselijke extinctie is iets waartoe wij ons niet kunnen verhouden en dat intrigeert Ten Bos.

Een van de redenen hiervoor is de onmogelijkheid de extinctie te denken. ‘Dat het leven van mensen ten einde komt, misschien zelfs het leven als zodanig, is iets volstrekt onbegrijpelijks.’ Ook de grote verlichtingsfilosoof Immanuel Kant wist dit al. De mens kan het einde van de dingen niet denken. En je verhouden tot iets wat ondenkbaar is, is onmogelijk. Toch gaat Ten Bos op zoek naar een manier waarop we ons kunnen verhouden tot het onvoorstelbare. Want de extinctie vindt plaats, de mens heeft er een rol in en de wereld verandert met grote snelheid.

Verwachtingen

Een van de redenen waarom de mens zich geen zorgen maakt om de extinctie, is omdat hij de verandering niet waarneemt. Deze problematiek in relatie tot de klimaatcrisis wordt ook wel het shifting baseline syndroom genoemd. Ten Bos noemt dit een soort kennisextinctie: de mens past zijn beeld van wat normaal is continu aan en merkt daardoor veranderingen niet snel op. Zo verwachtte iemand 30 jaar geleden bepaalde vogels te zien in het bos die hij nu nooit meer zou zien. De verwachting verandert en daarmee het ‘normale’. Zo kan het dus gebeuren dat de mens zijn omgeving op grote schaal verwoest zonder dat hij door heeft dat er iets aan de hand is.

Van extinctie zijn geen beelden en daardoor is het moeilijk er een relatie mee op te bouwen. Daarnaast kennen wij een groot deel van de uitstervende soorten niet. Bovendien hebben veel mensen het idee dat extinctie iets is wat bij de natuur hoort, op de ijsbeer die geen ijs meer heeft na dan. Er bestaat inderdaad zoiets als natuurlijke (of: achtergrond) extinctie, maar de huidige door de mens veroorzaakte extinctie gaat 45.000 keer zo hard. Dit onzichtbare gebeuren zal zich langzaam aan ons tonen, doordat hele leefgebieden en ecosystemen erdoor uit balans zullen raken.

Zijn en intimiteit

Ten Bos kiest geen richting maar overweegt verschillende manieren om over het onderwerp na te denken. In het tweede deel van Extinctie staat specifiek de extinctie van mensen centraal. Verschillende filosofen en wetenschappers die zich over dit onderwerp hebben gebogen passeren de revue. Zo ook de Duitse filosoof Lütkehaus met zijn aanklacht tegen wat volgens hem het grote axioma is van het westerse denken. Namelijk, het idee dat zijn iets goeds is en niet-zijn iets slechts. Volgens Lütkehaus wordt onze samenleving gekenmerkt door een wil tot zijn. Wellicht dat het ook dáárom zo moeilijk is het niet-zijn te denken.

Ten Bos slaagt er aan het eind van het boek in te laten zien op welke manier extinctie ons tóch kan raken. Als we onze omgeving en de dingen daarin zien als iets waarmee we een intieme relatie hebben, raakt de extinctie ons in onze intiemste zones. Hier gaat ten Bos verder op de filosoof Giorgio Agamben die stelt dat de dingen waar we een intieme relatie mee hebben, dingen zijn die we ons niet kunnen toe-eigenen. Zoals de wereld, onze taal, het lichaam, het landschap en de dieren. Hier vindt de extinctie plaats en dat is dichterbij dan we dachten.

Ten Bos schrijft met Extinctie wederom een prachtige filosofische verhandeling over een uitermate actueel en verontrustend onderwerp dat alle mensen op een bepaalde manier raakt. Zijn meanderende manier van schrijven is ook in zijn nieuwste boek prettig en doet bovendien het onderwerp recht aan. Absolute aanrader.

Boeken / Non-fictie

Van Avenger tot Zelda

recensie: Nerds! - Emilio Guzman en Thijs van Domburg

Goede vrienden en zelfverklaarde nerds Emilio Guzman en Thijs van Domburg vertellen in Nerds! – een ode aan de nerd – honderduit over hun voorliefde voor bord- en computerspellen, strips, superhelden, films en series.

Werd de term vroeger nog gebruikt als scheldwoord, tegenwoordig is ‘nerd’ een titel die met trots gedragen wordt. Het zijn zelfs hoogtijdagen voor nerds. Superheldenfilms domineren het aanbod in bioscopen, Pokémon GO was een immense hype en geen serie is zo populair als Game of Thrones. De nerd is uit de marge gekropen en staat in het middelpunt van de belangstelling. Guzman en Van Domburg maken de balans op.

Leven van een nerd

In vier delen wordt het bestaan van de nerd van top tot teen doorgelicht. Voordat Guzman en Van Domburg toekomen aan alle nerdhobby’s, -genres en -activiteiten, proberen ze de nerd te typeren en te analyseren. Hoe ziet zijn of haar liefdesleven eruit, welke politieke kleur heeft de nerd, kunnen nerds religieus zijn, et cetera. Het luchtige karakter van Nerds! maakt dat er ruimte is voor dergelijke uitweidingen, maar het vormt ook een opeenstapeling van open deuren. Vanzelfsprekend zijn nerds ook gewoon mensen en zijn ze er dus in alle soorten en maten.

Nerds! komt pas echt op gang wanneer Guzman en Van Domburg vertellen over hun passies. Over het verzamelen van Ninja Turtle actionfigures en het bezoeken van een Comic Con. Over de verschillen tussen fantasy en science fiction. Veelal bespreken ze hun onderwerpen middels persoonlijke anekdotes. Enkele nerd-ervaringen die ze nog niet hadden (waaronder Dungeons and Dragons en larpen) hebben ze speciaal voor Nerds! opgedaan.

Ook voor noobs

Guzman en Van Domburgs enthousiasme spat van de pagina’s af en dat werkt aanstekelijk. Word je op je werk omgeven door nerds, maar kun je Star Wars nauwelijks van Star Trek onderscheiden? Lees Nerds! en je kunt weer deelnemen aan discussies in de koffiekamer. Je zal een mening over de juiste volgorde om Star Wars te kijken kunnen veinzen. Ook zul je Game of Thrones-fans op de vingers kunnen tikken. Die draken van Daenerys? Beter opletten, dat zijn toch echt wyverns.

Het toegankelijke karakter van Nerds! is tegelijkertijd ook een zwakte. Want laten we wel wezen: het boek zal vooral appelleren aan nerds, maar voor hen is al het besprokene al gesneden koek. Dit had ondervangen kunnen worden door bijvoorbeeld de lijstjes met kijk- en leestips uit te breiden met wat obscuurdere titels. Desalniettemin is Nerds! een feest van herkenbaarheid voor iedereen die op een vrije dag het liefst uren achter elkaar Skyrim speelt of Harry Potter voor de vijfde keer leest.

Boeken / Boeken / Boeken / Non-fictie
recensie: Volker Ullrich - Adolf Hitler: De jaren van ondergang 1939-1945

Führer hield het volk tot het einde in zijn ban

‘Als ooit een mens door successen is gegroeid, maar ook de gave bezat door successen te groeien, dan is het Hitler. De triomfzuil van het geluk verhief zich samen met hem, scherpte zijn blik en de draagwijdte van zijn stem. Pas met zijn successen heeft hij zich als persoonlijkheid ten volle ontplooid.’ Dit schreef Konrad Heiden al in 1937 over Hitler.

Hitler geldt als de belichaming van het kwaad en blijft daarom fascineren. De Duitse historicus Volker Ullrich (1943) komt in het tweede deel van zijn uitmuntend geschreven, maar door kleine zetfoutjes ontsierde biografie Adolf Hitler. De jaren van ondergang 1939-1945 met een aantal ontstellende conclusies.

Daderschap

Zo was de kring van daders van de Holocaust nóg groter dan tot nu toe werd aangenomen. Ullrich komt tot 200.000-250.000 Duitse en Oostenrijkse daders en miljoenen mensen die profijt hadden van de massamoord. Ook Ullrich heeft geen schriftelijk bevel van Hitler gevonden, dat als een soort startschot van het vernietigingsproces gefungeerd zou hebben.

De Jodenvervolging kreeg vorm door een ingewikkelde wisselwerking tussen het centrum in Berlijn en de in de periferie van de bezette gebieden opererende eenheden van de SS, de politie én de Wehrmacht. Ullrich stelt dat de Wehrmacht achter de frontlinie actief met de Einsatzgruppen samenwerkte. De naoorlogse mythe ‘wir haben es nicht gewusst’ was onzin. Iedereen in Duitsland wist van de Jodenvervolging.

Führerbindung

Ullrich reconstrueert nauwgezet Hitlers aandeel in de Endlösung. Steeds laat de auteur zien wanneer, hoe en met welk resultaat Hitler ingreep om het proces te versnellen. In die opzet is Ullrich zonder meer geslaagd. De Duitse historicus Peter Longerich noemde in zijn biografie Hitler (2015) de ongekende machtsmiddelen en handelingsvrijheid van de Führer dé beslissende factoren voor de Holocaust. Ullrich heeft meer oog voor zijn persoonlijkheid en het perspectief van de maatschappelijke geschiedenis van het Derde Rijk. Zonder die achtergrond is de steun voor de dictator niet te begrijpen.

Hitler was een hysterische man zonder empathisch vermogen. Met uitpuilende ogen en het schuim op de lippen kon hij generaals uitkafferen, terwijl zijn stemming enkele seconden later als een blad in de wind kon omslaan. Op de buitenwereld kwam deze borderline-achtige figuur, die altijd precies wist wat hij deed, gek genoeg bijzonder charismatisch over.

Tussen het volk en de leider ontstond een schier onverbrekelijke ‘Führerbindung’. Economische en militaire successen werden aan Hitler toegeschreven, terwijl tegenslagen op het bordje van zijn kliek terechtkwamen. Hitler was de ster aan het firmament om wie alles draaide. Voortdurend wedijverden zijn paladijnen om zijn gunst. Mondeling gegeven ‘Führerbevelen’ werden steevast op de radicaalste wijze geïnterpreteerd en uitgewerkt. Kershaw noemde dat de Führer ‘tegemoet werken’.

Eerste soldaat

Met het trauma van 1918 in zijn achterhoofd, koos Hitler in 1939 voor een vervroegde veroveringsoorlog. Daarbij hanteerde hij telkens een ‘va-banque strategie’. Als een volleerd acteur speelde Hitler verschillende rollen. Na de overwinning op Polen in oktober 1939 volgde een glorieuze intocht. Het ontbijt dat legerleider op het vliegveld had geregeld, weigerde Hitler. ‘Ik eet alleen uit de veldkeuken, staand met mijn soldaten.’

Door de razendsnelle verovering van West-Europa groeide Hitler in zijn rol als militair genie. Historici omschreven Hitler nadien als een dilettant. Destijds waren militairen oprecht onder de indruk van zijn omvangrijke feitenkennis en zijn vermogen om in grotere verbanden te denken.

Het besluit om Brauchitsch te ontslaan en zelf opperbevelhebber te worden was echter een kapitale blunder. Evenals Hitlers idee om een twee-frontenoorlog te riskeren door de Sovjet-Unie aan te vallen alleen om zo Engeland aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarmee onderschatte Hitler volledig de bereidheid van Churchill om alleen de strijd voort te zetten.

Medeplichtig

De vraag waarom de Duitsers de oorlog zo lang vol wisten te houden blijft actueel. Een uitspraak van Hitler uit januari 1940 naar aanleiding van de in Polen begaande misdaden spreekt boekdelen: ‘En hebben we gewonnen, wie vraagt ons dan nog naar de methode. We hebben hoe dan ook al zoveel op ons kerfstok dat we wel moeten winnen, want anders wordt ons hele volk uitgewist.’

Nadat het Duitse offensief in december 1941 voor de buitenwijken van Moskou vastliep, was een kans op een eindzege verkeken. Hitler wist dit als geen ander. Toch hield hij naar buiten toe de schijn van optimisme op. Met het uitroeien van de Joden maakten de nazi’s de Duitse bevolking medeplichtig en werden de laatste schepen verbrand. Volgens Ullrich is het definitieve besluit daartoe ergens halverwege december 1941 genomen.

Frederik de Grote

Na het keren van de oorlogskansen verdween Hitler uit de openbaarheid. Tot ongenoegen van zijn grootste fan, minister van Propaganda Goebbels. Hitler takelde lichamelijk razendsnel af. Niet door zijn vermeende drugsgebruik, zoals Norman Ohler onlangs betoogde. Voortdurende stress en gebrek aan zonlicht door het maandenlange verblijf in zijn ondergrondse ‘grafkamer’, deden de dictator de das om.

Begin 1945 speelde Hitler in de bunker zijn laatste hoofdrol: die van Frederik de Grote. Hij hoopte op net zo’n wonderbaarlijke omslag als in 1762, toen Pruisen door de plotselinge dood van tsarina Elisabeth werd gered. Hitler hield het geloof in een Houdini-achtige ontsnapping levend, terwijl hij heimelijk allang de moed had opgegeven. Zo kreeg het Derde Rijk de Götterdammerung die in een opera van zijn held Wagner niet zou hebben misstaan.