Tag Archief van: boeken

Boeken / Fictie

Moord is bijzaak

recensie: Het onmogelijke fortuin – Richard Osman
Het onmogelijke fortuinbol.com

Na een zijsprong met de start van de reeks Voor al uw moordzaken én de verschijning van de verfilming van De moordclub (op donderdag) keert Richard Osman terug naar zijn bekendste personages. Het onmogelijke fortuin is alweer het vijfde deel in De moordclub (op donderdag)-reeks, waarin de hoogbejaarde speurneuzen zich ditmaal begeven in de wereld van cryptomunten, huurmoordenaars en autobommen.

Met De moordclub (op donderdag)-reeks geeft Osman het detectivegenre een eigen draai. Geen excentrieke rechercheurs, maar ouderen met een uit de hand gelopen hobby staan centraal. Dat is niet zomaar een gimmick: de boeken gaan juist over ouder worden, over onderschat worden ondanks een leven vol ervaring, over vriendschap, familiebanden en eenzaamheid. Osman weet deze thema’s licht te houden met humor en charme, zonder ze te bagatelliseren. Door de reeks heen zien we hoe de personages en hun onderlinge relaties zich blijven ontwikkelen. Bovendien werkt in dit vijfde deel een grote gebeurtenis uit het vierde deel van de reeks, De laatste duivel die sterft, nadrukkelijk door.

Tussen bitcoins en autobommen

De welbekende clubleden Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim treffen we op de bruiloft van Joyce’ dochter Joanna. Tussen het feestgedruis door wordt Elizabeth aangesproken door Nick Silver, een man die ervan overtuigd is dat iemand hem wil vermoorden. Hij heeft een autobom onder zijn wagen gevonden en denkt dat dit alles te maken heeft met een gigantisch bitcoinvermogen waar hij over beschikt. Wanneer Silver vervolgens spoorloos verdwijnt, maar wél verdachte berichten blijft sturen naar de bruidegom, is het nieuwe mysterie geboren. Toch blijkt al snel dat Het onmogelijke fortuin vooral níét draait om dat mysterie – en precies dat maakt dit boek zo geslaagd voor lezers die de eerdere delen kennen. Hoewel het verhaal op zichzelf te lezen is, mis je zonder voorkennis veel onderlinge grapjes, emotionele ontwikkelingen en betekenisvolle details. In een reeks waarin het leven naast moord en doodslag centraal staat, zijn juist die lagen onmisbaar.

Moord is slechts bijzaak

Hoewel ook dit deel weer een vernuftig opgebouwd mysterie bevat, lees je deze reeks niet voor de spanning rondom de antiek-oplichterijen, drugsdeals en spionagepraktijken. Je leest haar voor de personages. Het onmogelijke fortuin valt daarbij extra op, omdat het verhaal nog nadrukkelijker ruimte maakt voor alles náást het raadsel. Meer dan eens leren we over de levens van de clubleden, zeker nu er nieuwe perspectieven zijn toegevoegd, zoals die van Joyce’ dochter en Rons kleinzoon. Ook Connie krijgt eindelijk meer ruimte en laat zowaar verdere karakterontwikkeling zien. Waar Ron eerder soms wat naar de achtergrond leek te verdwijnen, krijgen hij, zijn kinderen en zijn kernprincipes hier meer aandacht – al is de aanleiding minder prettig. Met de introductie van nieuwe personages treden thema’s als rouw en eenzaamheid nog sterker op de voorgrond. Zoals Joyce in haar dagboek opmerkt: je hebt het nieuws, en je hebt het leven. Dit boek gaat dan ook niet echt over bommen en bitcoins, maar over eenzame mannen met te veel kattenbeeldjes en moedige vrouwen in lastige situaties.

Osmans superkracht is zijn humor en schrijfstijl, en waar die in de verfilming grotendeels ontbraken, keren ze in Het onmogelijke fortuin gelukkig volledig terug: heerlijk droog, scherp en bovenal herkenbaar Brits. Tegelijkertijd schuwt hij emoties niet en weet hij de ups en downs van het ouder worden raak te verwoorden, met een lach en een traan. Opvallend zijn deze keer de grappen die subtiel verwijzen naar de verfilming – zoals Ron die iedereen naar diens favoriete James Bond acteur vraagt. Die van hem is vanzelfsprekend de knappe acteur Pierce Brosnan, die geheel toevallig de rol van Ron op zich neemt in de verfilming. Deze knipogen werken het beste voor de lezers die zich al langer in de wereld van Coopers Chase begeven.

Het onmogelijke fortuin bewijst dat Osman zijn succesformule nog altijd beheerst: humor, charme, een goed doordacht mysterie, maar vooral oog voor het echte leven. Wie de eerdere delen heeft gelezen, krijgt hier een rijk en emotioneel vervolg voorgeschoteld en loopt zelfs de kans dat dit deel uitgroeit tot de favoriet van deze boekenreeks.

Boeken / Fictie

Moord is bijzaak

recensie: Het onmogelijke fortuin – Richard Osman
Het onmogelijke fortuinbol.com

Na een zijsprong met de start van de reeks Voor al uw moordzaken én de verschijning van de verfilming van De moordclub (op donderdag) keert Richard Osman terug naar zijn bekendste personages. Het onmogelijke fortuin is alweer het vijfde deel in De moordclub (op donderdag)-reeks, waarin de hoogbejaarde speurneuzen zich ditmaal begeven in de wereld van cryptomunten, huurmoordenaars en autobommen.

Met De moordclub (op donderdag)-reeks geeft Osman het detectivegenre een eigen draai. Geen excentrieke rechercheurs, maar ouderen met een uit de hand gelopen hobby staan centraal. Dat is niet zomaar een gimmick: de boeken gaan juist over ouder worden, over onderschat worden ondanks een leven vol ervaring, over vriendschap, familiebanden en eenzaamheid. Osman weet deze thema’s licht te houden met humor en charme, zonder ze te bagatelliseren. Door de reeks heen zien we hoe de personages en hun onderlinge relaties zich blijven ontwikkelen. Bovendien werkt in dit vijfde deel een grote gebeurtenis uit het vierde deel van de reeks, De laatste duivel die sterft, nadrukkelijk door.

Tussen bitcoins en autobommen

De welbekende clubleden Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim treffen we op de bruiloft van Joyce’ dochter Joanna. Tussen het feestgedruis door wordt Elizabeth aangesproken door Nick Silver, een man die ervan overtuigd is dat iemand hem wil vermoorden. Hij heeft een autobom onder zijn wagen gevonden en denkt dat dit alles te maken heeft met een gigantisch bitcoinvermogen waar hij over beschikt. Wanneer Silver vervolgens spoorloos verdwijnt, maar wél verdachte berichten blijft sturen naar de bruidegom, is het nieuwe mysterie geboren. Toch blijkt al snel dat Het onmogelijke fortuin vooral níét draait om dat mysterie – en precies dat maakt dit boek zo geslaagd voor lezers die de eerdere delen kennen. Hoewel het verhaal op zichzelf te lezen is, mis je zonder voorkennis veel onderlinge grapjes, emotionele ontwikkelingen en betekenisvolle details. In een reeks waarin het leven naast moord en doodslag centraal staat, zijn juist die lagen onmisbaar.

Moord is slechts bijzaak

Hoewel ook dit deel weer een vernuftig opgebouwd mysterie bevat, lees je deze reeks niet voor de spanning rondom de antiek-oplichterijen, drugsdeals en spionagepraktijken. Je leest haar voor de personages. Het onmogelijke fortuin valt daarbij extra op, omdat het verhaal nog nadrukkelijker ruimte maakt voor alles náást het raadsel. Meer dan eens leren we over de levens van de clubleden, zeker nu er nieuwe perspectieven zijn toegevoegd, zoals die van Joyce’ dochter en Rons kleinzoon. Ook Connie krijgt eindelijk meer ruimte en laat zowaar verdere karakterontwikkeling zien. Waar Ron eerder soms wat naar de achtergrond leek te verdwijnen, krijgen hij, zijn kinderen en zijn kernprincipes hier meer aandacht – al is de aanleiding minder prettig. Met de introductie van nieuwe personages treden thema’s als rouw en eenzaamheid nog sterker op de voorgrond. Zoals Joyce in haar dagboek opmerkt: je hebt het nieuws, en je hebt het leven. Dit boek gaat dan ook niet echt over bommen en bitcoins, maar over eenzame mannen met te veel kattenbeeldjes en moedige vrouwen in lastige situaties.

Osmans superkracht is zijn humor en schrijfstijl, en waar die in de verfilming grotendeels ontbraken, keren ze in Het onmogelijke fortuin gelukkig volledig terug: heerlijk droog, scherp en bovenal herkenbaar Brits. Tegelijkertijd schuwt hij emoties niet en weet hij de ups en downs van het ouder worden raak te verwoorden, met een lach en een traan. Opvallend zijn deze keer de grappen die subtiel verwijzen naar de verfilming – zoals Ron die iedereen naar diens favoriete James Bond acteur vraagt. Die van hem is vanzelfsprekend de knappe acteur Pierce Brosnan, die geheel toevallig de rol van Ron op zich neemt in de verfilming. Deze knipogen werken het beste voor de lezers die zich al langer in de wereld van Coopers Chase begeven.

Het onmogelijke fortuin bewijst dat Osman zijn succesformule nog altijd beheerst: humor, charme, een goed doordacht mysterie, maar vooral oog voor het echte leven. Wie de eerdere delen heeft gelezen, krijgt hier een rijk en emotioneel vervolg voorgeschoteld en loopt zelfs de kans dat dit deel uitgroeit tot de favoriet van deze boekenreeks.

Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.

Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.

Boeken / Fictie

I couldn’t help but wonder: boek of doek?

recensie: Sex and the City - Candace Bushnell
Omslag Sex and the Cityomslag

Een beetje kenner herkent aan de titel al om welke serie het gaat. Hoofdpersoon Carrie Bradshaw kondigt een quasi-filosofisch vraagstuk over een ‘first world problem’ aan in de televisieserie Sex and the City. Onbekender is dat deze serie gebaseerd is op het gelijknamige boek van Candace Bushnell, dat amper tweehonderd pagina’s telt en uitgroeide tot een serie die wel bijna vijftig uur aan kijkplezier biedt. Nu er na dertig jaar echt een einde komt aan SATC, is het tijd om de balans op te maken: werkt het boek of het doek beter?

Bushnell publiceerde haar gebundelde columns in 1996, waarop vervolgens een serie van zes seizoenen, twee films en twee spin-offseizoenen gebaseerd werden. Ze werd zelf geboren in Glastonbury en verhuisde op 19-jarige leeftijd naar ’the Big Apple’. In veel interviews beweert ze dat het fictieve personage Carrie Bradshaw en veel anekdotes uit zowel het boek als de serie autobiografisch zijn. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er in het boek en de serie?

Doek

We volgen typische problemen van dertigers-vrouwen in Manhattan, New York. In de alom bekende introtune pronken de Twin Towers nog trots en waggelt hoofdpersoon Carrie Bradshaw in een tutu. Deze blonde krullenbol is een charmante en overmatig dramatische hoofdpersoon. Naast haar staan de roodharige Miranda als cynische workaholic, de naïeve brunette Charlotte, die wacht op haar prins op het witte paard, en ten slotte de bombshell Samantha, die menig man om haar vinger windt en er altijd uitziet om door een ringetje te halen.

Rondom de millenniumwisseling domineerden deze vier vrouwen zes seizoenen lang het beeldscherm. Een hoog gehalte aan humor, herkenbaarheid (ondanks hun peperdure levensstijl) en drang naar onafhankelijkheid maakten het succes van deze serie. De serie blijft duidelijk fictief: met de inkomsten uit een wekelijkse column worden een hip appartement in de Upper East Side en meer dan honderd paar Manolo Blahnik-schoenen betaald. Daarnaast is uitgenodigd worden op alle hippe restaurantopeningen én op een dagelijkse basis worden uitgevraagd door knappe baseballspelers en andere gewilde mannelijke vrijgezellen van 35+ natuurlijk dagelijkse kost. Was het al benoemd dat iedereen maatje 32 heeft zonder te sporten of te diëten? Het blijven de 90’s.

Boek

Zoals de naam van de bundel al doet vermoeden, speelt seks, of in ieder geval het veroveren van een knappe man met geld, een grote rol in de korte verhalen.
Het geschreven verhaal is een stuk meer versnipperd dan dat op het doek, waarschijnlijk omdat het boek een verzameling van columns bevat. Het overgrote deel van deze columns betreft anekdotes van rijke ‘socialites’. Over het algemeen is er door dit gebrek aan samenhang weinig te zeggen over karakterontwikkeling. Carrie speelt in de eerste helft van het boek hooguit een bijrol. Pas later in het boek wordt er meer vanuit haar perspectief geschreven, met name over de grillige relatie die ze met Mr Big heeft. In het boek neemt ze een nonchalante, onverschillige houding aan, waar zij in de serie juist bekendstaat als (zelf)obsessief en egocentrisch. Opvallend is verder dat Carrie een zeer duidelijk alcohol- en drugsprobleem onder de leden heeft, terwijl dat geen significante rol speelt in de serie.

Charlotte en Miranda worden beiden een of twee keer genoemd, en vervullen een verwaarloosbare en onherkenbare rol in het boek. Charlotte wordt beschreven als een seksverslaafde Britse vrouw, terwijl zij in de serie juist een preutse, naïeve New Yorkse is. Miranda wordt neergezet als een drugsverslaafde ‘cable executive’ (wat dat ook mag zijn), waar zij in de serie een hardwerkende, nuchtere advocate is. Samantha komt gedurende het hele verhaal iets frequenter voor, maar (helaas) niet zo kenmerkend als in de serie. In het boek is Samantha veel minder uitgesproken feministisch en seksueel revolutionair dan in de serie, waarin juist haar personage sterk bijdraagt aan de populariteit ervan.

Hetzelfde geldt voor de kenmerkende en iconische 90’s-mode in de serie; deze neemt een veel minder grote plaats in het boek in. Logisch, gezien het visuele effect van een serie. Ook het perspectief is verschillend. In het boek worden de scènes vanuit de derde persoon beschreven, terwijl de serie wordt verteld vanuit het perspectief van Carrie. Carrie’s introspectie wordt door middel van intermezzo’s en voice-overs in de serie duidelijker blootgelegd, wat zorgt voor drama en emotie. In het boek leer je de innerlijke strijd van Carrie minder goed kennen. Zinnen als ‘I couldn’t help but wonder if he ever really loved me’ of ‘The moment he looked at me I turned into stone’ komen daarin niet voor. Dit maakt Carrie in het boek een (relatief) nonchalant en nuchter personage.

Ondanks het verschil in medium en plot, heeft de serie wel degelijk elementen en scènes uit het boek overgenomen. Bijvoorbeeld wanneer Mr Big tijdens een wankel moment in de relatie een weekend buiten de stad heeft gepland met Carrie, en zij uit principe besluit niet mee te gaan. Dit betekent in het boek een scheur in hun al doodbloedende relatie. In de serie is deze scène een dramatisch en abrupt einde van hun liefdesverhaal in een van de eerste seizoenen.

Boek of doek?

Ondanks scherpe en vermakelijke anekdotes ontbreekt er in het boek een samenhangend plot, gelaagdheid en karaktergroei. De verhalen zijn wellicht beter tot hun recht gekomen in hun originele vorm als losse columns dan gebundeld in een boek. Het boek geeft een heel andere sfeer en context dan de serie; het is dus zeker niet overbodig om het boek te lezen als je de serie al gezien hebt. Wel doet het boek af aan de iconische serie. De mode, de scènes in New York en de ruimte voor karakterontwikkeling van alle vier de vrouwen missen in het boek. Daarnaast geeft de serie meer hoop, zelfvertrouwen, ontspanning en inspiratie. Het boek krijgt drie van de vijf sterren. De serie krijgt er overtuigend vijf!

Boeken / Fictie

Perec als maatschappijcriticus

recensie: De dingen – Georges Perec
vienna_boekenkastPixabay

Het eerste hoofdstuk van De dingen is Perec ten voeten uit: het boek opent met een ietwat oeverloos aandoende, nauwgezette beschrijving van een ouderwets-elitair ingericht appartement. Maar wat volgt is een opmerkelijk goed te volgen narratief dat in een heldere chronologie en zonder al te veel digressies wordt gepresenteerd.

Het is pas na het stilleven van de openingspassage – die leest als de beschrijving van een filmdecor en de manier waarop een camera dat decor zou moeten filmen – dat de protagonisten van het boek, Sylvie en Jérôme, worden geïntroduceerd. Bij het vertellen van het verhaal van deze personages lijkt Perec het principe show, don’t tell te hebben omgekeerd: De dingen bevat maar weinig afgebakende scènes, en bestaat hoofdzakelijk uit een aaneenschakeling van diepgaande analyses van de beweegredenen van Sylvie en Jérôme en van de patronen en gewoontes die hun leven kenmerken.

Het tell, don’t show dat Perec als uitgangspunt voor deze korte roman heeft gekozen, zorgt ervoor dat – zoals Manet van Montfrans in haar nawoord bij De dingen ook noemt – Sylvie en Jérôme in deze roman in feite niet waarlijk als personages fungeren. Zij staan eerder symbool voor de generatie die in de jaren ’60 voor het eerst in aanraking kwam met de consumptiemaatschappij. Ook al was Perec er niet bepaald door gecharmeerd, het feit dat hij naar aanleiding van de publicatie van De dingen tot socioloog van de consumptiemaatschappij werd gebombardeerd, heeft hij toch echt grotendeels aan zijn eigen keuze voor deze metapsychologische verteltrant te danken.

Symbool van een generatie

En inderdaad is er een meer romanachtige versie van De dingen denkbaar, waarin Sylvie en Jérôme als individuen meer uitgewerkt zouden zijn, waarin wij meer leren over hun achtergrond en de eigenaardigheden van hun relatie en waarin meer directe rede zou zijn gebruikt. Het boek was dan eerder opgevat als een vertelling met een maatschappijkritische ondertoon. Het is voor de geïnteresseerde lezer misschien de moeite waard om te onderzoeken of meer recente boeken zoals De perfecties van Vincenzo Latronico – waarvoor De dingen als inspiratiebron diende – of The Anthropologists van Ayşegül Savaş misschien niet waarlijke roman-manifestaties van De dingen zijn.

Doordat het boek niet in scènes is opgebouwd, komen Sylvie en Jérôme als karakters niet helemaal tot leven en voelt de tekst vrij analytisch aan. Maar toch is het vertelperspectief effectief. De analyses die Perec presenteert worden met grote regelmaat geïllustreerd aan de hand van pijnlijk concrete details die de tragiek en de noodlottigheid van het materialistische doolhof waarin de twee zich bevinden voor de lezer voelbaar maken. De lezer krijgt het gevoel met de neus op de feiten van de kapitalistische samenleving te worden gedrukt.

Het zijn die ludieke details waar Perec de lezer voortdurend op trakteert, die maken dat De dingen absoluut geen grote droge hap is. Zij zorgen ervoor dat het boek, als schets van een meerjarige psychosociale ontwikkeling van een individu dat tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, toch uitermate levendig aanvoelt.

De dingen: een debuut als warming-up voor later werk

Het boek leest dus zeker niet als een sociologisch onderzoeksrapport. Sterker nog, De dingen is misschien wel een perfect boek voor wie behoefte heeft aan een inleiding tot het werk van Georges Perec: het verhaal is uniform qua perspectief, wordt in een redelijk zuivere chronologische volgorde verteld, en de metapsychologische analyses zijn toegankelijk geschreven. Het boek kent geen lange uitweidingen, geen labyrintische fractale effecten, geen enigmatische perspectiefwisselingen en geen ingewikkelde syntactische constructies. Kortom, de elementen die gemeenplaatsen zijn in veel van Perecs latere werk en die een groot deel van zijn oeuvre wat ontoegankelijk van aard maken. En toch bevat De dingen de aandacht voor sprekende details en onmiskenbare blijken van vertelplezier die voor Perec zo kenmerkend zijn.

De dingen heeft de kiemen van de typische, ingewikkelde Perec-stijl in zich die in latere boeken tot volle bloei zouden komen. Maar in dit boek lijkt Perec zich op dat vlak nog enigszins in te houden. Het boek is daarmee een toegankelijke instapper voor wie het werk van Perec beter wil leren kennen. Wie al is ingewijd in de wereld van deze fascinerende schrijver en een bewondering koestert voor de literaire vrijheid die Perec zich in zijn andere boeken zo duidelijk permitteert, zal De dingen misschien niet roemen als Perecs belangrijkste literaire verdienste. Het boek is immers wat ‘gewoontjes’ en redelijk conformistisch in vergelijking met zijn andere werk. Maar De dingen is wel een van de weinige boeken waarin Perec zich relatief onverholen maatschappijkritisch uitlaat. En dat is dan wel weer bijzonder.

Boeken / Fictie

Perfecte cadeautjes

recensie: Drie boekjes in de serie Van Oorschot Terloops
mamuka-jimshiashvili-jwxYvMCYMA0-unsplashMamuka Jimshiashvili voor Unsplash

Ruim drie jaar geleden schonken we op deze website al eens aandacht aan ‘de kostelijke serie boekjes Van Oorschot Terloops’. De serie is nog steeds alive and kicking. De boekjes met wandelingen, geschreven door bekende schrijvers, passen zó in binnenzak of tas. En in de zak met cadeautjes van de Kerstman.

Recent verschenen weer drie titels: De zakdoekjesboom van Hans Hagen, De duivelsberg van Daan Borrel en ten slotte Het kind en ik van Otto de Kat. Respectievelijk spelend aan de rand van het Gooi (bij ’s-Graveland), de 17de etappe van het Pieterpad bewandelend en zich bewegend rond Slot Loevestein. Alle drie voorin traditiegetrouw voorzien van een plattegrondje van het gebied, zodat je de wandelingen eventueel na zou kunnen lopen. Maar ook vanuit de leunstoel is het genieten geblazen.

De duivelsberg

Om te beginnen de wandeling van de schrijfster Daan Borrel (°1990), die in 2025 debuteerde met de roman De dragers. Deze stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2025. We beginnen ermee, omdat de auteur ook ingaat op het fenomeen ‘wandelen’.

Ze haalt Henry David Thoreau (Walking, 1851) aan. Hij beveelt aan te wandelen ‘in de geest van het eeuwige avontuur’. Dan ben je ‘een vrij man’, qua geest en lichaam. Wandelen in de wilde natuur. Vrouwen wandelen volgens Borrel op een andere manier: om te overleven ‘en voor hun water hele afstanden (…) naar een waterput (…) om eenmaal daar belaagd of ontvoerd te worden’. Of zoals Maria, de moeder van Jezus, zij ging ver te voet. Een kleine toespeling op het feit dat Daan Borrel tijdens een wandeling met haar moeder ontdekt dat ze zwanger is. Ze lopen door. Voor de lol. De titel van het boekje slaat op het pannenkoekenrestaurant waar ze uitrusten.

Door haar zwangerschap wandelt ze nog wel, ‘veel rondom het huis, en soms ook verder weg, toch bereikte ik niet meer dat vrije gevoel (…), die contemplatie, spirituele esthetische ervaring’. Toen Sadie, de dochter van Daan en Jelte, wat groter werd, moest ze ‘alleen een nieuwe vorm van vrijheid (…) ontdekken, één in afhankelijkheid’. En dat doet ze. Die zoektocht beschrijft ze subtiel en fijnzinnig.

De zakdoekjesboom

Meer dan een generatie ouder dan Daan Borrel is dichter en schrijver Hans Hagen (°1955). Hij weeft door zijn verhaal ook gedichten, zoals ‘kruidje’:

ze zeggen dat zelfs planten
lief kunnen hebben
het kruidje-roer-mij-niet bijvoorbeeld
de blaadjes vouwen zich samen
als je ze aanraakt
kruidje doet alsof hij dood is
tot je opnieuw aait
en weer
dan houdt hij zijn blaadjes wijd open
geen angst of pijn
aai meer

Hagen begint zijn wandeling bij zijn geboortehuis op Groenlust bij ’s-Graveland. Degene die de wandeling na wil lopen, kan bij de ingang van landgoed Gooilust beginnen, even verderop in het boek. De auteur haalt herinneringen op waaraan hij twijfelt. Net als Borrel, omdat haar moeder zich dezelfde belevenissen soms anders herinnert. ‘Ik weet bijvoorbeeld’, schrijft Hagen, ‘heel zeker dat een van de kalkoenen van (…) buren twee koppen had. Eentje van achteren en eentje van voren (…). Zelf gezien. Of zelf verzonnen?’

De auteur is duidelijk geïnteresseerd in de geschiedenis van de omgeving waar hij is geboren en nu wandelt. Die geschiedenis gaat terug op de families Corver Hooft, Six en Blauw. Hagen verweeft deze geschiedenis telkens met herinneringen aan zijn jeugd. Hoe hij zijn vriendjes onder het verhoogde terras van Blauw doorjoeg. Zoals bij Borrel telkens beelden bovenkomen van een wandeling met onder anderen haar moeder, die ze later overdoet. Hagen betrekt ook meer familieleden in zijn verhaal, dat daarom soms wat te veel uitwaaiert in het pendelen tussen vroeger en nu, de wandeling en de natuur.
De titel van het boekje slaat op de Davidia involucrata, de vaantjes- of zakdoekjesboom, die rond mei in bloei staat. ‘Dan hangen er rijen lichte zakdoekjes aan de takken, teer als vlindervleugels. Een klein wit doekje boven, een groter doekje onder als bloem.’

Het kind en ik

De titel van het boekje van Otto de Kat ten slotte is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff, dat voorin is afgedrukt. Telkens neemt de auteur – pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt (°1946), schrijver en onder meer ook oprichter van uitgeverij Balans – één of meer regels ervan om zijn verhaal aan op te hangen. Voor- en achteruit denkend in de tijd.

Het verhaal gaat terug tot de jongensjaren van de auteur, die zou gaan studeren, theologie met bijvak Nederlands, zoals de ik-figuur bij Nijhoff zou gaan vissen. De Kat maakt ‘een wak in het verleden’. Zijn stijl is even poëtisch als die van de dichter.
De Kat start zijn wandeling bij Brakel. Zijn vader ‘loopt met passen uit de eeuwigheid’ op hem af. Weer is het – net als bij Hagen – juni, en ‘er zijn tere kleuren groen’. Het doel van de wandeling is Slot Loevestein, ‘dwars door het Munnikenland, langs meertjes vol waterlelies en kuifeenden’.

Wandelen doen alle drie de auteurs door de natuur. Het is alleen eerder autorijden op zijn vijftiende, zonder leraar, dat De Kat vrijheid geeft, ‘losgezongen van de wereld’. Zijn fantasie gaat met hem op de loop. Hij denkt ‘aan Tempeliers en Geuzen en Spanjolen (…) en Cisterciënzers’, zoals jongens op die leeftijd doen.

De manier waarop De Kat geschiedenis en fantasie verweeft met het heden en wat er in het echt bestaat, is vloeiender en evenwichtiger dan de manier waarop Hagen dat doet. Poëtischer van taal ook. ‘Terug, telkens terug, in de tijd zeker, het gebied strekt zich uit in zijn eigen verleden. Heeft het landschap een geheugen? Ja, hier wordt het bewezen, het hele Munnikenland ademt achteruit.’

Het is natuurlijk wat je als lezer aanspreekt, of degene die je een of meer boekjes cadeau zou willen doen. Daar kun je je (kerst)cadeautje(s) op uitzoeken. Voor elck wat wils. Vol verlangen zien we uit naar de komende delen in deze prachtige serie!

  • Daan Borrel, De duivelsberg
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028252103
  • Hans Hagen, De zakdoekjesboom
    Een wandeling
    88 pagina’s
    ISBN 9789028251373
  • Otto de Kat, Het kind en ik
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028253049
Boeken / Fictie

Origineel uitgangspunt, veel plotlijnen

recensie: Tandenjager - Auke Hulst
Kaft TandenjagerBol.com

Voor de hoofdpersoon van Tandenjager, gezegend met een knap uiterlijk maar een gebit in slechte staat, worden ‘mooie tanden’ een drijfveer. Het verhaal speelt zich af in de tijd waarin de tandheelkunde zich begint te ontwikkelen, en dat vormt het decor voor zijn ambitie: hogerop komen.

In de kern gaat het verhaal over een arme jongeman, levend rond 1800, die rijk wil worden in de tijd dat tandbederf de norm was. Hij wordt tandenjager: iemand die tanden uit de mond van gestorven soldaten haalt om ze te verkopen. Die tanden worden verwerkt in kunstgebitten voor welgestelde burgers.
De jongen noemt zichzelf ‘Vos’ en is vastberaden te stijgen op de sociale ladder. Wanneer hij een gaaf gebit vindt, laat hij dat implanteren door een tandarts. Zijn nieuwe tanden, in combinatie met zijn aantrekkelijke uiterlijk en rijke woordenschat, openen deuren naar een wereld die tot dan toe voor hem gesloten bleef. Op het lichaam van de soldaat, de voormalige eigenaar van de tanden, vindt ‘Vos’ brieven, gericht aan de markiezin Margaux. Daardoor raakt hij geobsedeerd door deze vrouw en ziet hij een kans om door haar een plek te verwerven tussen de adel. Er ontstaat een broeierige en verboden verliefdheid tussen Vos en Margaux. Het basisidee – een tandenjager als sociale klimmer – is fascinerend en sterk gevonden. Toch raakt dit uitgangspunt ondergesneeuwd door de vele stilistische en thematische zijwegen die de auteur inslaat.

Overspoeld door de sfeer

De roman is bewust overdadig in taalgebruik. De schrijver bedient zich van een ouderwets, cultuurhistorisch register en doorspekt de tekst met Franse en Engelse uitdrukkingen. Dat draagt bij aan de historische sfeer, maar vraagt ook het nodige van de lezer. Wie moeite heeft met vreemde talen, zal hier afhaken.
Om de romantische tijdsgeest op te roepen, vloeien de zinnen over van zintuiglijke en emotionele metaforen. Denk aan passages als: ‘de muziek van haar vocabulaire verleende haar beweringen het soortelijk gewicht van sterren’ of ‘vogelkreten die het midden houden tussen jammerklacht en uitjouwen’. Dat is mooi, maar soms ook verwarrend.
Daarnaast zijn er uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, zoals: ‘Buiten: karren beladen met kolen die meer rook dan warmte zouden geven, voorlieden die opdrachten schreeuwden, bestrating die vuursteen werd onder ijzeren wielen, het flemen van de zelfverklaarde volgelingen van Venus, (…).’
Daarbij worden historische gebeurtenissen toegevoegd. Het remt allemaal de vaart van het verhaal dat je verwacht: de tandenjager op zoek naar aanzien en liefde.

Bijzondere opbouw

Soms raak je als lezer de draad kwijt. Niet altijd is duidelijk waar je je in het verhaal bevindt, of waarom een heel hoofdstuk nodig is. De spanningsboog verslapt daardoor, en dat gaat ten koste van de aandacht voor de hoofdpersonen: Vos en Margaux.
Margaux krijgt pas in het laatste hoofdstuk een achtergrond en geschiedenis, terwijl zij zo’n centrale rol speelt. Dat maakt het geheel onevenwichtig.

Alleen voor de zeer belezen lezer

Tandenjager biedt veel extra informatie: over filosofie, historische context, literatuur. De auteur weeft citaten en verwijzingen naar beroemde schrijvers door gedachten en dialogen heen. Grote thema’s als geloof, natuur, liefde en racisme komen aan bod, met als constante ondertoon een afwisseling tussen lust en walging – vaak verpakt in ongemakkelijke seksscènes.
Dat past bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, en bij hoe er toen gedacht werd. Toch schuurt het, zeker wanneer de man-vrouwdynamiek in seks zo nadrukkelijk en stereotiep wordt neergezet. In een moderne roman voelt dat als een polariserende keuze.

Tandenjager is een ambitieus boek dat de lezer niet spaart. Het originele uitgangspunt, een sociale klimmer en zijn verboden liefde, komt niet goed uit de verf doordat het verhaal te vaak en te uitgebreid afdwaalt naar zijwegen. De roman vergt concentratie, geduld en een ruime literaire bagage. Dit is een boek voor iemand die het leuk vindt om studerend te lezen. Het vampiermotief is een passende invalshoek, maar wordt te weinig in het verhaal verweven. De historische feiten overtroeven deze sfeer. Tegelijkertijd is het een roman die past bij de tijd waarin het zich afspeelt, vol met romantische melancholie en verlangen naar onbereikbaar geluk.

Boeken / Fictie

Spanning, liefde en sensatie

recensie: Atmosphere - Taylor Jenkins Reid
Atmosphere - Taylor Jenkins ReidAmbo|Anthos Uitgevers

Homoseksualiteit was in de jaren tachtig al enige tijd geen taboe meer in het progressieve deel van de Amerikaanse samenleving. Maar in conservatieve kringen en in de militaire organisaties leidde het onherroepelijk tot sociale uitsluiting, verbanning en ontslag uit de militaire gelederen. In de historische liefdesroman Atmosphere wordt de lezer meegenomen naar de eighties en het professionele leven, de emoties en de coming-out van de astronaut en NASA-medewerker Joan.

De standaard liefdesroman kenmerkt zich door twee mensen die voor elkaar bestemd zijn en die – voordat zij een romantische relatie kunnen ontwikkelen – gehinderd worden door een serie obstakels. Unfaire rivalen, heersende sociale conventies, misverstanden tussen de aspirant-geliefden en onoplosbare familievetes staan onvermijdelijk in de weg.

Na de uiteindelijke overwinning van alle dramatische en complexe hindernissen kan het romantische paar zich eindelijk verenigen en het lange en gelukkige leven veroveren. In Atmosphere zijn alle benodigde juicy ingrediënten ruimschoots aanwezig.

Historische context

De NASA-omgeving en het historische tijdperk waarin de eerste ruimtevaartreizen werden uitgevoerd, geven een extra dimensie aan de romance van Joan en Vanessa. De vrouwen zijn niet alleen pioniers van de ruimtevaart, zij behoren ook nog eens tot de eerste groep vrouwen die tot de NASA toegelaten zijn. Niet alleen moeten ze flinke ladingen wantrouwen en seksistische opmerkingen van hun mannelijke collega’s verdragen, maar ook vechten en slikken om dezelfde carrièrekansen te krijgen. Daarnaast maakt het schrijnende taboe en verbod op homoseksuele relaties het onmogelijk hun romance openlijk te beleven, laat staan te legaliseren. Het pionierschap van Joan en Vanessa bestaat zonder meer ook uit het moedige openbreken van de verstikkende conservatieve heteronorm in de toenmalige samenleving.

Een kwestie van stijl

‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’ Aldus de uitspraak van literatuurcriticus Michaël Zeeman.

De woordkeuze, de directheid, het niet erg hoge stilistische en literair-kwalitatieve gehalte maken onder andere dat Atmosphere in de categorie ontspanningslectuur valt. Dit verklaart misschien ook een niet al te mooie, misschien wat gehaaste vertaling. Is dit werk daarom minder lezenswaardig? Het antwoord daarop luidt hartgrondig ‘nee’. In de eerste plaats omdat ontspanningslectuur wel degelijk de maatschappij in beweging kan zetten en ook gedegen achtergrond, geschiedenis en context kan verstrekken. Atmosphere geeft een goede inkijk in het zware pionierstraject naar sociale en legale acceptatie van vrouwen in het algemeen en lesbische vrouwen in het bijzonder. Het lijkt volkomen misplaatst en hautain – ook gezien de tijden – om vandaag de dag cultuur elitair in ‘laag’ en ‘hoog’ in te delen. Alleen al vanwege deze relevantie verdient deze roman de nodige aandacht.

Al met al is Atmosphere een verhaal met actie, spanning, liefde en avontuur over het prille moment waarop verandering werd verkregen door de moed en de opofferingen van vrouwen als Joan en Vanessa.

Boeken / Fictie

Koch wint (weer) literair terrein

recensie: Luchtplaats – Herman Koch
Luchtplaats – Herman KochUitgeverij Ambo|Anthos (boekcover openbaar)

‘He’s back!’ zou je kunnen uitroepen na het lezen van de nieuwste roman van Herman Koch. De o zo gevierde romancier die jaren terug pageturner na pageturner wist af te leveren, kon het lezerspubliek met een van zijn laatste romans (Het koninklijk huis) minder bekoren. Het frisse concept van Luchtplaats, over de driehoeksverhouding tussen een geslaagde schrijver, diens vrouw die werkzaam is bij de recherche en een schrijvende crimineel, is er een die getuigt van de kracht van originaliteit.

Inmiddels weet je gewoon waar Koch mee op de proppen komt. Zo zijn er genoeg verstoorde relaties aan te treffen in zijn romans en thrillers. Vaak betreft het families die naar de buitenwereld de schone schijn ophouden, maar duidelijk emotioneel failliet zijn. De personages van Koch gaan vrijwel altijd gebukt onder pijnlijke geheimen. Zodra je doorhebt dat een personage zich heeft gehuld in leugens en verraad, is het gewoon wachten op de gigantische clash die daarop zal volgen. Bovendien is Koch er niet de auteur naar om mededogen te tonen richting zijn personages. Menig karakter krijgt – zelfs als het al spreekwoordelijk op de grond naar adem snakt – nog een flinke trap na.

Familie stuk

In deze misdaadroman heeft Koch toch wel een verkwikkend idee geopenbaard: de hoofdpersoon is niemand minder dan een delinquent met schrijverstalent. Nu is het daadwerkelijk zo dat er schrijflessen plaatsvinden in gevangenissen en dat zelfs heuse schrijfgroepen geleid en ondersteund worden door ‘echte’ schrijvers. Niet alleen verhoogt dat vaardigheden als lezen en schrijven, het is ook nog eens een nieuwe vorm van creatieve therapie.

In Kochs nieuwe boek zijn er eigenlijk twee schrijvers: de gevestigde schrijver Simon Hanson en Derek L., een nogal moordzuchtige misdadiger. Koch doet ons bijna geloven dat het om een daadwerkelijke aspirant-schrijver in de bajes gaat, want op de titelpagina van het boek (voorafgaand aan hoofdstuk één) staat: ‘Veel leesplezier, je Derek L.’ Simon ontmoet deze boef tijdens een leesclub die een meisje van de bibliotheek heeft opgezet. Hij raakt meteen begeesterd door Dereks knap geschreven verhalen, waarvan er één met kop en schouders bovenuit steekt: het verhaal ‘Luchtplaats’. Simon, die min of meer lijkt mee te willen liften op Dereks succes, wil het verhaal laten publiceren. En dat niet alleen: hij staat erop dat Derek L. het in eigen persoon middels een boekpresentatie komt aanprijzen. En waar zal hij slapen? Juist, ‘gewoon’ bij de schrijver en zijn gezin thuis.

Oud zeer, nieuw zeer

Dat het plan van Simon niet helemaal uitpakt als gewenst, is meteen zonneklaar vanaf de eerste pagina van het boek. In lange overpeinzingen probeert hij zijn idee goed te praten, maar je weet dat er iets voor zal vallen in die drie dagen dat Derek L. – weliswaar met de nodige enkelband om en bewakers op de loer – met ‘weekendverlof’ gaat om zijn boek te promoten. Een andere zeer betrokkene is Hanna, de vrouw van Simon, met wie hij twee zoons heeft. Met een vrouw die werkt als rechercheur bij de Dienst Landelijke Recherche, een zeer deskundig paar extra ogen, is de veiligheid van alles en iedereen gegarandeerd, toch? Nou, tenzij diezelfde vrouw toevallig al eens meerdere keren in haar leven in contact is gekomen met die zeer doortrapte en intelligente crimineel met een licht ontvlambaar karakter. En dan mag ze ook nog eens voor hem de gastvrouw uit gaan hangen.

Roofdier versus prooi

Al lezend in zijn nieuwe werk, ziet de lezer Koch bijna voor zich: met een scherpe visie en met vingers die sneller typen dan zijn brein kan draaien. Je hoort gewoon hoe zich een tirade afspeelt in Kochs hoofd en dat deze nu snel een weg moet vinden naar het (digitale) schrijfblok. Het is moeilijk om Koch te onderscheiden van Simon – om te beseffen dat de gedachtegangen die je leest niet van Koch afkomstig zijn. Of het nu gaat om het grondig verafschuwen van tatoeages of van het te veel plaats en tijd innemen van auteurs bij boekpresentaties. Waar houdt Kochs eigen visie op en begint die van zijn hoofdpersoon? Niet alleen Simons gedachten nemen we waar: we focaliseren om de beurt vanuit Derek L., Simon en Hanna. Vanuit wiens perspectief je ook leest, je hebt het gevoel dat je iedere keer Koch zelf hoort spreken.

Opvallend genoeg zijn Derek en Simon eender in hun gedachten: beiden gebruiken dezelfde beeldspraak van roofdier versus prooi om te beschrijven hoe een opgefokte moordenaar omgaat met eenieder die iets té nieuwsgierig is naar het geketende beest. Uiteindelijk is er maar één waarheid, waar noch roofdier noch prooi aan kan ontkomen: in ons allen zit een beest. Geeft Koch hier een inkijkje in zijn eigen, negatief gestemde mensbeeld?

Koch of Simon?

Daar waar Derek en Simon de mensen om zich heen hekelen, heeft Hanna het vooral lastig met haar eigen lichamelijke verval. Waartoe dienen alle zelfkritische overpeinzingen van Hanna? Ze vindt dat ze er als ‘oudere’ vrouw niet meer toe doet, terwijl de mannen vroeger in bosjes voor haar neervielen. En dan komt er nóg een man bij in haar toch al door mannen bestierde huishouden: een crimineel met wie ze een verleden blijkt te delen. Terwijl ze blijft miepen over haar verloren ‘glans’, lijkt haar echtgenoot steeds meer te willen afrekenen – in zijn geval in figuurlijke zin – met de mensen om hen heen. In zijn hoofd kan hij immers doen en laten wat hij wil. Zo zegt Simon:

‘In het ene na het andere boek leefde ik mijn duisterste fantasieën uit. Een vervelende buurman ruimde ik uit de weg. Als ik de buurman de volgende dag tegenkwam op straat, groette ik hem vriendelijk – vriendelijker dan anders. Ik wist immers dat hij al dood en begraven was. Dat er een voortijdig einde aan zijn zinloze bestaan was gekomen. Daar was niets duisters aan. Het voelde als een opluchting, ik had er vrede mee dat deze mensen in het echt gewoon bleven voortbestaan, zolang ik ze in mijn boeken een kogel door het hoofd kon jagen of ze op andere wijze behulpzaam kon zijn bij het betreden van een andere wereld waarin ik geen last meer van ze zou hebben.’

In strijd met iedereen

Is het gek om in het bovenstaande de schrijversfilosofie van Koch zelf te horen? Met humor sabelt hij iedereen neer. Zo ook schrijvers die ‘menen dat ze met een boek zonder punten en komma’s, zonder hoofdletters en alinea’s, vernieuwend proza schrijven’. Oef, is dat een sneer naar schrijver Lucas Rijneveld? En over docenten heeft Koch ook zijn ongezouten mening klaarstaan. Die kwam al duidelijk naar voren in de roman Red ons, Maria Montanelli en is nu weer onmiskenbaar aanwezig. Een docent van Simons zoon tikt hem namelijk erg hard op de vingers, nadat laatstgenoemde heeft gespiekt tijdens een toets: uitsluiting van deelname aan het eindexamen.

Grappig is het trouwens wel te noemen dat Hanna Simon erop wijst dat hij bepaalde elementen telkens laat terugkomen, zoals zo’n paternalistische docent:

‘Maar wat je echt niet meer moet doen dat zijn die leraren. Ik bedoel die leraar. In elk boek zit er wel een. Daarmee laat je jezelf te veel in de kaart kijken. Lezers kunnen daarop afknappen. Is hij daar nou nog steeds niet overheen? zullen ze denken.’

De herhaling ziet Hanna als iets slechts, maar Simon niet. Een paar regels voor dit citaat vraagt hij zich nog af: ‘Mezelf herhalen? Maar wie kan ik anders herhalen dan mezelf?’ Misschien geeft Koch hier – via Simon – heel eerlijk door dat hij wéét dat hij zichzelf herhaalt. Het voelt ergens ook als een pleidooi voor het gebruik van schrijvers als personages. Wat heerlijk moet het toch zijn om te kunnen zeggen waar het op staat en je gekste visualisaties te ventileren via de figuren die afkomstig zijn uit je eigen gecreëerde schimmenrijk. Het roept ergens een gelijkenis op met Max Havelaar van Multatuli (het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker): ook daarin is sprake van een romanticus avant la lettre die iedereen verbaal uit de pan veegt en zijn ideeën over onder andere de literatuur en de maatschappij kan delen via verschillende vertelinstanties.

En verdient Luchtplaats dan ook, net als Max Havelaar, een plekje in de Nederlandse canon? Nou, iedere lezer die het niet te snel te gortig wordt allemaal en goed om kan gaan met een roast van een gehele maatschappij, zou zeggen van wel. Koch is met dit boek weer op het goede pad gekomen. Hij laat zien dat de kracht toch schuilt in herhaling, maar dat je altijd iets nieuws, iets vernuftigs en onverwachts moet toevoegen aan je nieuwste boek. Luchtplaats is een goed uitgewerkt concept waar menig schrijver een moord voor zou doen.

Boeken / Fictie

Spannend en vol verwondering

recensie: Ingrid de Vries – De violist
Omslag De violistomslag van bol.com

Wie de roman De violist in handen krijgt, denkt niet meteen aan een boek dat spanning in zich zal hebben. Toch weet Ingrid de Vries een spannend element in het boek te leggen. Naast een verhaal van een jongeman die gegrepen wordt door het vioolspel staat een vriendschap centraal die abrupt verbroken lijkt te worden, tot een zoektocht na jaren de vrienden weer bijeenbrengt in een bijzondere setting.

De schrijfstijl van De Vries nodigt uit om lekker door te lezen. De honderddrieënzestig pagina’s flitsen snel door je vingers, omdat deze schrijfster je weet te boeien en je als lezer weet te binden aan het papier.

De basis van het verhaal

Laurens is visser en werkt vooral ’s nachts op de vissersboot om de vangst binnen te halen. Ruig werk van een zeebonk. Zijn wereld speelt zich vooral af op de visserskotter, maar dat verandert als hij op een dag muziek hoort die hem roert. Hij belt aan bij het huis waar de muziek vandaan komt, uit nieuwsgierigheid naar wat hij zojuist gehoord heeft in de straat waar hij liep.

Er is een moment in 1964 waarop Guido en Laurens voor het eerst kennis met elkaar maken. Laurens staat, bevangen door de klanken van het vioolspel, op de stoep van Guido’s huis. Hij heeft dan nog geen idee dat het vioolspel was dat hij vlak daarvoor hoorde, en vraagt Guido waar de muziek vandaan kwam. Op dat moment maakt Laurens kennis met het instrument. Laurens is nog maar een tiener. Ze spreken met elkaar over de muziek die op zee te horen is in het gekrijs van de meeuwen en alles wat er verder te horen is op een visserskotter, maar ook over de vioolklanken die Laurens naar het huis hadden gelokt.

Studeren naast het ruwe werk op zee

Na de kennismaking ontstaat er al snel een soort vriendschap, maar vooral een relatie tussen een leermeester en zijn leergierige leerling. Laurens besteedt al zijn vrije uren aan het leren bespelen van de viool als Guido hem lessen aanbiedt. De ruwe bolster, blanke pit Laurens is een voorbeeldige leerling, die vooral een enorme toewijding aan de dag legt om het vioolspel machtig te worden.

Als hij zo goed wordt dat hij in 1967 wordt toegelaten op het conservatorium, gaat Laurens geheel zijn eigen weg. Hij keert, zoals we lezen in het eerste hoofdstuk van het boek, nog wel een keer terug naar het huis van Guido, maar belt niet aan en vertrekt zonder zijn leermeester nog gesproken te hebben. Vele tientallen jaren zien Guido en Laurens elkaar niet. Ieder leeft zijn eigen leven. Toch gaat er regelmatig wat kriebelen in het hoofd van Guido. Hij mist Laurens en wil op zoek naar hem. Hij gaat op onderzoek uit om te ontdekken waar hij is gebleven en hoe het hem vergaan is.

Weerzien

Het duurt tot 2015 dat Guido en Laurens elkaar weerzien. Dat gebeurt onder bijzondere omstandigheden die pas tot een blije gebeurtenis leiden als ze samen een zigeunerstukje strijken. Dat is het moment dat de twee mannen elkaar na lange tijd met plezier in de ogen kijken en opnieuw opgaan in het vioolspel. De lange jaren die ertussen zaten lijken volledig vergeten.

De Vries weet de lezer te boeien vanaf het prille begin tot de allerlaatste alinea in dit wonderlijke en vooral heel boeiende verhaal, dat afsluit met een heel bijzonder weerzien onder bijzondere omstandigheden. De Vries weet hier zowel spanning, passie, vriendschap en liefde met elkaar te verbinden in een persoonlijk lijden.

De taal van De Vries is helder. Het verhaal is boeiend, de personages zijn glashelder en de menselijke emotie wordt voelbaar verwoord. De viool is een boek dat nog lang zal naklinken als je het al lang uit hebt. Als lezer word je in verwondering achtergelaten terwijl je de emotie van de laatste bladzijden duidelijk voelt.