Tag Archief van: boeken

Boeken / Fictie

Spannend en vol verwondering

recensie: Ingrid de Vries – De violist
Omslag De violistomslag van bol.com

Wie de roman De violist in handen krijgt, denkt niet meteen aan een boek dat spanning in zich zal hebben. Toch weet Ingrid de Vries een spannend element in het boek te leggen. Naast een verhaal van een jongeman die gegrepen wordt door het vioolspel staat een vriendschap centraal die abrupt verbroken lijkt te worden, tot een zoektocht na jaren de vrienden weer bijeenbrengt in een bijzondere setting.

De schrijfstijl van De Vries nodigt uit om lekker door te lezen. De honderddrieënzestig pagina’s flitsen snel door je vingers, omdat deze schrijfster je weet te boeien en je als lezer weet te binden aan het papier.

De basis van het verhaal

Laurens is visser en werkt vooral ’s nachts op de vissersboot om de vangst binnen te halen. Ruig werk van een zeebonk. Zijn wereld speelt zich vooral af op de visserskotter, maar dat verandert als hij op een dag muziek hoort die hem roert. Hij belt aan bij het huis waar de muziek vandaan komt, uit nieuwsgierigheid naar wat hij zojuist gehoord heeft in de straat waar hij liep.

Er is een moment in 1964 waarop Guido en Laurens voor het eerst kennis met elkaar maken. Laurens staat, bevangen door de klanken van het vioolspel, op de stoep van Guido’s huis. Hij heeft dan nog geen idee dat het vioolspel was dat hij vlak daarvoor hoorde, en vraagt Guido waar de muziek vandaan kwam. Op dat moment maakt Laurens kennis met het instrument. Laurens is nog maar een tiener. Ze spreken met elkaar over de muziek die op zee te horen is in het gekrijs van de meeuwen en alles wat er verder te horen is op een visserskotter, maar ook over de vioolklanken die Laurens naar het huis hadden gelokt.

Studeren naast het ruwe werk op zee

Na de kennismaking ontstaat er al snel een soort vriendschap, maar vooral een relatie tussen een leermeester en zijn leergierige leerling. Laurens besteedt al zijn vrije uren aan het leren bespelen van de viool als Guido hem lessen aanbiedt. De ruwe bolster, blanke pit Laurens is een voorbeeldige leerling, die vooral een enorme toewijding aan de dag legt om het vioolspel machtig te worden.

Als hij zo goed wordt dat hij in 1967 wordt toegelaten op het conservatorium, gaat Laurens geheel zijn eigen weg. Hij keert, zoals we lezen in het eerste hoofdstuk van het boek, nog wel een keer terug naar het huis van Guido, maar belt niet aan en vertrekt zonder zijn leermeester nog gesproken te hebben. Vele tientallen jaren zien Guido en Laurens elkaar niet. Ieder leeft zijn eigen leven. Toch gaat er regelmatig wat kriebelen in het hoofd van Guido. Hij mist Laurens en wil op zoek naar hem. Hij gaat op onderzoek uit om te ontdekken waar hij is gebleven en hoe het hem vergaan is.

Weerzien

Het duurt tot 2015 dat Guido en Laurens elkaar weerzien. Dat gebeurt onder bijzondere omstandigheden die pas tot een blije gebeurtenis leiden als ze samen een zigeunerstukje strijken. Dat is het moment dat de twee mannen elkaar na lange tijd met plezier in de ogen kijken en opnieuw opgaan in het vioolspel. De lange jaren die ertussen zaten lijken volledig vergeten.

De Vries weet de lezer te boeien vanaf het prille begin tot de allerlaatste alinea in dit wonderlijke en vooral heel boeiende verhaal, dat afsluit met een heel bijzonder weerzien onder bijzondere omstandigheden. De Vries weet hier zowel spanning, passie, vriendschap en liefde met elkaar te verbinden in een persoonlijk lijden.

De taal van De Vries is helder. Het verhaal is boeiend, de personages zijn glashelder en de menselijke emotie wordt voelbaar verwoord. De viool is een boek dat nog lang zal naklinken als je het al lang uit hebt. Als lezer word je in verwondering achtergelaten terwijl je de emotie van de laatste bladzijden duidelijk voelt.

Boeken / Fictie

Spannend en vol verwondering

recensie: Ingrid de Vries – De violist
Omslag De violistomslag van bol.com

Wie de roman De violist in handen krijgt, denkt niet meteen aan een boek dat spanning in zich zal hebben. Toch weet Ingrid de Vries een spannend element in het boek te leggen. Naast een verhaal van een jongeman die gegrepen wordt door het vioolspel staat een vriendschap centraal die abrupt verbroken lijkt te worden, tot een zoektocht na jaren de vrienden weer bijeenbrengt in een bijzondere setting.

De schrijfstijl van De Vries nodigt uit om lekker door te lezen. De honderddrieënzestig pagina’s flitsen snel door je vingers, omdat deze schrijfster je weet te boeien en je als lezer weet te binden aan het papier.

De basis van het verhaal

Laurens is visser en werkt vooral ’s nachts op de vissersboot om de vangst binnen te halen. Ruig werk van een zeebonk. Zijn wereld speelt zich vooral af op de visserskotter, maar dat verandert als hij op een dag muziek hoort die hem roert. Hij belt aan bij het huis waar de muziek vandaan komt, uit nieuwsgierigheid naar wat hij zojuist gehoord heeft in de straat waar hij liep.

Er is een moment in 1964 waarop Guido en Laurens voor het eerst kennis met elkaar maken. Laurens staat, bevangen door de klanken van het vioolspel, op de stoep van Guido’s huis. Hij heeft dan nog geen idee dat het vioolspel was dat hij vlak daarvoor hoorde, en vraagt Guido waar de muziek vandaan kwam. Op dat moment maakt Laurens kennis met het instrument. Laurens is nog maar een tiener. Ze spreken met elkaar over de muziek die op zee te horen is in het gekrijs van de meeuwen en alles wat er verder te horen is op een visserskotter, maar ook over de vioolklanken die Laurens naar het huis hadden gelokt.

Studeren naast het ruwe werk op zee

Na de kennismaking ontstaat er al snel een soort vriendschap, maar vooral een relatie tussen een leermeester en zijn leergierige leerling. Laurens besteedt al zijn vrije uren aan het leren bespelen van de viool als Guido hem lessen aanbiedt. De ruwe bolster, blanke pit Laurens is een voorbeeldige leerling, die vooral een enorme toewijding aan de dag legt om het vioolspel machtig te worden.

Als hij zo goed wordt dat hij in 1967 wordt toegelaten op het conservatorium, gaat Laurens geheel zijn eigen weg. Hij keert, zoals we lezen in het eerste hoofdstuk van het boek, nog wel een keer terug naar het huis van Guido, maar belt niet aan en vertrekt zonder zijn leermeester nog gesproken te hebben. Vele tientallen jaren zien Guido en Laurens elkaar niet. Ieder leeft zijn eigen leven. Toch gaat er regelmatig wat kriebelen in het hoofd van Guido. Hij mist Laurens en wil op zoek naar hem. Hij gaat op onderzoek uit om te ontdekken waar hij is gebleven en hoe het hem vergaan is.

Weerzien

Het duurt tot 2015 dat Guido en Laurens elkaar weerzien. Dat gebeurt onder bijzondere omstandigheden die pas tot een blije gebeurtenis leiden als ze samen een zigeunerstukje strijken. Dat is het moment dat de twee mannen elkaar na lange tijd met plezier in de ogen kijken en opnieuw opgaan in het vioolspel. De lange jaren die ertussen zaten lijken volledig vergeten.

De Vries weet de lezer te boeien vanaf het prille begin tot de allerlaatste alinea in dit wonderlijke en vooral heel boeiende verhaal, dat afsluit met een heel bijzonder weerzien onder bijzondere omstandigheden. De Vries weet hier zowel spanning, passie, vriendschap en liefde met elkaar te verbinden in een persoonlijk lijden.

De taal van De Vries is helder. Het verhaal is boeiend, de personages zijn glashelder en de menselijke emotie wordt voelbaar verwoord. De viool is een boek dat nog lang zal naklinken als je het al lang uit hebt. Als lezer word je in verwondering achtergelaten terwijl je de emotie van de laatste bladzijden duidelijk voelt.

Boeken / Non-fictie

Minnaressen, musici en makkers

recensie: Jacqueline Oskamp - Groots is de liefde
Groots is de liefde. Biografie van Louis Andriessen (1939-2021)Bol.com

Recensente en journaliste Jacqueline Oskamp, die al eerder over muziek publiceerde, begint haar biografie over de componist Louis Andriessen (1939-2021) met het vermelden dat de levens van de grote artistieke dynastie Andriessen van verhalen aan elkaar hangen. De vraag die dit oproept is: schreven zij, schreef Louis dan ook verhalende muziek?

Het antwoord is: nee, eigenlijk niet; het zegt meer iets over het feit dat Oskamp dicht op haar bron(nen) zat. Ze kende de componist en kreeg toegang tot diens privéarchief dat is ondergebracht bij de Paul Sacher Stiftung in Basel, waar veel archieven van groten uit de muziekgeschiedenis liggen.

Een groot componist en docent

Want dat is zeker: Louis Andriessen is ongetwijfeld de grootste Nederlandse componist van de laatste tijd. Raak schrijft Oskamp dat hij ‘een kind van zijn tijd is, maar nog meer een kind van zijn ouders’: de componist en organist Hendrik Andriessen en de pianiste Tine Anschütz. Dat idee ontvouwt zich in de loop van het boek en wie Louis’ late orgelcompositie Mach’s mit mir, Gott (2016) – dat in het register niet wordt genoemd – kent, kan dit alleen maar beamen: hij bewonderde zijn vader mateloos, en omgekeerd verwenden zijn vader en moeder – en zijn zusters niet te na gesproken – hem zeer.

Louis krijgt zijn eerste pianolessen van zijn moeder en zijn vader is zijn eerste compositieleraar, terwijl Jurriaan, zijn oudere broer, als vraagbaak dient bij Louis’ eerste composities. De invloed van hun vader wordt beschreven in een mooie vergelijking die Oskamp uit de mond van neef Wim Witteman optekent: ‘Oom Hen was natuurlijk organist, dus op zeker moment komt dat pedaal erbij. Dat uitgestelde moment doet me altijd sterk denken aan het moment dat bij Louis de basgitaar erin komt.’

In de zestiger jaren van de vorige eeuw laat Andriessen zich door Jaap Spek ook inwijden tot de elektronische muziek, wat niet wegneemt dat later niet hijzelf maar zijn oud-leerlingen Anke Brouwer en Michel van der Aa de elektronische inlassen en respectievelijk de opera Writing to Vermeer en La Commedia schrijven.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van Louis Andriessens karakter wordt duidelijk geschetst. Dat wil zeggen dat hij in zijn studietijd in Nederland in de woorden van collega Peter Schat een ‘uitbuiter [is]; hij buit zijn leven en dat van anderen uit’. Woorden die een kwarteeuw later door zijn vrouw Jeanette Yanikian worden beaamd. In zijn studietijd bij Luciano Berio in Italië zet hij echter ‘net als zijn vader graag zijn relaties in voor anderen’.

Oskamp schrijft geen hagiografie. Verschillende keren komt ze afkeurend terug op het antisemitisme dat behoort tot de rooms-katholieke familie Andriessen, van vader op zoon. Volgens Schat (in een interview met Bibeb in Vrij Nederland) was ‘Hendrik Andriessen een dorpspastoor, maar ja, met de muziek die erbij hoort’. Louis probeerde tegenover zijn vader Schat te verdedigen, want aan ruzie had hij een broertje dood. Om zijn agressie af te reageren, gaat hij ‘stompen op de piano’; ‘Haagse hakken’ wordt dat in muziekkringen genoemd.

Andriessen is lang zoekend geweest naar een eigen stijl, ‘van de parodie naar de wereld van het politiek engagement’ zoals Oskamp het omschrijft. De invloed van de minimal music of repetitieve muziek uit de Verenigde Staten die in de compositie De Volharding voor het gelijknamige collectief hoorbaar is, werkt als ‘breekijzer waarmee Andriessen de wereld van het Concertgebouw achter zich laat en de deur opent naar alternatieve podia en nieuwe toehoorders’.

Internationale doorbraak

Om overigens in 1976 weer in het Concertgebouw terug te keren met De Staat, het werk dat Andriessens internationale doorbraak betekent. Ook als docent in Amerika (1985-1996). Omgekeerd komen veel compositiestudenten naar Amsterdam om les bij hem te nemen. Andriessen heeft het druk met reizen, interviews, lesgeven en – schrijft Oskamp droog – ‘afspraken met minnaressen, musici en makkers’. Ook nadat hij met Jeanette Yanikian is getrouwd.

De auteur citeert veel uit gesprekken en recensies en verbindt daar vaak een eigen conclusie aan. Toch kun je je afvragen of de ‘mystieke ader’ die sinds TAO en Writing to Vermeer (1999) zichtbaar werd niet al eerder vloeide. Bijvoorbeeld in de Symfonie voor losse snaren (1978). De mysticus in de persoon van Thomas a Kempis komt terug in het opdrachtstuk Mysteriën voor het Koninklijk Concertgebouworkest. De titel van deze biografie is overigens ook ontleend aan Thomas a Kempis, en wel aan De imitatione Christi. Zelf heeft Andriessen eens benadrukt dat ook het dagelijks leven hem heeft gevormd. Oskamp noemt dit een ‘hang naar dialectiek: een contaminatie van het verhevene en het dagelijkse’. Aan dit begrip hangt ze veel op, zodat het construerend werkt. Dat er enkele schoonheidsfoutjes in zijn geslopen, is na zo’n monsterklus niet vreemd.

Oskamp is er namelijk zeer wel in geslaagd het leven en werk van Louis Andriessen goed, evenwichtig verdeeld en onderbouwd weer te geven. Zelfs zó, dat het moeilijk is het rijk geïllustreerde boek opzij te leggen. En dat wil wat zeggen voor een biografie!

Film / Films

Whodunnit mist de ziel van het boek

recensie: Chris Columbus – The Thursday Murder Club
The Thursday Murder Club (2025)Giles Keyte, Netflix

Een verhaal gebaseerd op een internationale bestseller, een topcast met geliefde acteurs als Helen Mirren, David Tennant en Pierce Brosnan én een flink budget: in theorie heeft de verfilming van Richard Osmans The Thursday Murder Club (2025) alle ingrediënten voor een groot succes. Maar weet de praktijk die verwachtingen waar te maken, of zullen we ook hier zeggen dat het boek beter was?

Laten we maar gelijk starten met het antwoord op die vraag: ja, het boek was beter. Het verhaal van de film volgt grofweg het eerste deel van de Thursday Murder Club-reeks. Gesitueerd in het prachtige Coopers Chase, een seniorengemeenschap met een erg luxe locatie en een verscheidenheid aan gezelschappen en activiteiten, volgen we één zeer exclusief clubje dat zichzelf The Thursday Murder Club noemt. Aanvankelijk bestaande uit voormalig MI6-agent Elizabeth (Helen Mirren), gepensioneerd vakbondsleider Ron (Pierce Brosnan) en gepensioneerd psychiater Ibrahim (Ben Kingsley), wordt de club algauw uitgebreid met oud-verpleegkundige Joyce (Celia Imrie), wier medische expertise goed van pas komt. Elke donderdag buigen ze zich over cold cases, tot er een echte moord plaatsvindt binnen hun sociale kringen. Aannemer Tony Curran, mede-eigenaar van Coopers Chase, wordt dood aangetroffen. Dit opent de weg voor mede-eigenaar Ian Ventham (David Tennant) om de inwoners van Coopers Chase eruit te zetten en het gebouw om te bouwen tot een stel luxeappartementen. Reden genoeg voor onze favoriete vier bejaarden om zich tegen de zaak aan te bemoeien en de politie – ongevraagd – te ondersteunen bij het ontrafelen van het mysterie. Dat ze de zaak weten op te lossen zal je niet verbazen, maar de focus ligt op de manier waarop ze dat voor elkaar krijgen. Het viertal weet het stereotype ‘oud en bejaard’ in hun voordeel te gebruiken en laat keer op keer blijken dat je hen niet moet onderschatten.

Net zo charmant, maar minder krachtig

Het klonk zo veelbelovend toen bekend werd gemaakt dat Netflix een alom geliefde boekenserie ging verfilmen! Met zoveel humor, plotwendingen en een flinke dosis knusheid – en oké, ook de nodige kneuterigheid – leek The Thursday Murder Club bij uitstek geschikt voor een miniserie. Zeker gezien Netflix al eerder een andere favoriet, A Good Girl’s Guide to Murder, tot een vermakelijke miniserie had weten om te toveren.

Dat aanvankelijke enthousiasme sloeg gauw om in verbazing toen bleek dat het niet ging om een serie, maar om een film. Het verhaal lijkt namelijk te rijk om in een schamele twee uur verteld te worden, en na het zien van deze film is die angst alleen maar bevestigd. Belangrijke en mooie verhaallijnen zijn gesneuveld, inclusief veel van de spitsvondigheid, warmte en gelaagdheid die het boek juist zo uniek en vermakelijk maakten. In de boeken draait het niet alleen om de moorden die opgelost worden, maar juist ook om thema’s rondom ouder worden, ziekte, afscheid nemen en de waarde van iemands ervaringen en expertise. De film toont er een afgezwakte versie van: de charme blijft, maar is een stuk minder krachtig.

Kill your darlings

Voor de film is duidelijk gekozen om de nadruk te leggen op de whodunnit. We volgen slimme acties en spannende gebeurtenissen die lijken op te bouwen naar een Poirot-achtig eindmoment, maar dat moment komt uiteindelijk nooit echt. In het boek ontbreekt zo’n moment ook, maar dat draagt juist bij aan de boodschap; het laat zien dat sommige mysteries geen ‘spannende puzzel’ zijn, maar trieste verhalen die onderdeel zijn van iemands leven, waarin een dader niet per se een kwaadwillige slechterik is. Die gelaagdheid en boodschap komen minder goed over in de film. De film heeft een geringe opbouw en er volgen wel heel veel ‘toevallige’ ontdekkingen elkaar op, zeker richting het gehaaste einde. Daardoor voelt de ontknoping afgeraffeld en vlak. Veel van de oorspronkelijke bochten en verhaallijnen zijn afgesneden – juist daarvoor had een serie meer ruimte geboden. Bij deze film werd het principe ‘kill your darlings’ te enthousiast toegepast: er sneuvelen geen personages uit het verhaal, maar juist het verhaal zelf.

Plezier spat van het scherm af

Fragment uit The Thursday Murder Club

© Giles Keyte, Netflix

Als we stoppen met vergelijken, is er in The Thursday Murder Club gelukkig best veel te genieten. De setting is prachtig – wie wil er na deze filmbeelden níét in Coopers Chase wonen? – en de cast heeft zichtbaar plezier. Pierce Brosnan en Tom Ellis zijn een heerlijk vader-zoon duo, Jonathan Pryce ontroert als de lieve, dementerende Stephen en Henry Lloyd-Hughes overtuigt als de intimiderende maar goedhartige klusser Bogdan. De mix van spannende, serieuze en soms ronduit bizarre situaties – van aquarobics tot naaktschilderlessen en een soort Sterren Dansen op het IJs – houdt het geheel luchtig en vermakelijk.

Kortom: het boek was beter, maar dat maakt de film niet slecht. Verwacht geen ingewikkelde puzzel met briljante plotwendingen, maar een gezellig, warm moordmysterie met een vleugje Britse ironie. En met deel vijf van de boekenreeks net uitgebracht (september 2025) smaakt de film zeker naar meer; al blijft het een raadsel hoe Netflix verdergaat, nu sommige personages in de film een ander lot treffen dan in de boeken.

De naaister en de wind
Boeken / Fictie

Een literaire wervelwind

recensie: César Aira – De naaister en de wind
De naaister en de wind

De naaister en de wind – een van César Aira’s meer nadrukkelijk surrealistische werken – laat zich op geen enkele manier voorspellen. Deze roman past, zowel wat vorm als wat inhoud betreft, naadloos in het oeuvre van deze auteur, die de lezer wel vaker op het verkeerde been zet.

Bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling van De haas in 2023 bleek al dat je bij Aira nooit weet wat voor kapsones hij in zijn verhalen voor je in petto heeft. Met zijn roman De naaister en de wind – uit 1994, maar nu voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen – is die stelling onderschreven, met een kleine aantekening: de wervelwind-achtige vertelstijl, schijnbaar uitgetekend op een sterk filosofische blauwdruk, is in al zijn romans terug te vinden. Ook blijkt uit al zijn boeken zonder meer dat Aira lak heeft aan welke literaire, genre-gebonden conventie dan ook.

In De naaister en de wind gaat naaister annex huisvrouw Delia op zoek naar haar zoon Omar, die volgens haar per ongeluk is ontvoerd naar het verre zuiden van Patagonië. Zodra haar man, Ramón, hoort dat zijn vrouw aldus de hielen heeft gelicht, reist hij haar in een kleine truck achterna. Onder nogal verwonderlijke omstandigheden komen Delia en Ramón, en nog enkele andere van hun dorpsgenoten, op de pampa terecht – het uitgestrekte, kale zuiden van Zuid-Amerika. Daar wervelen hun wegen, geholpen door de wind – die ook als personage fungeert – op groteske wijze om elkaar heen.

Transformatie als motief

Transformatie is een terugkerend motief in De naaister en de wind: een autootje verandert in een vlinder, de wind wordt een personage, een fossiel verandert in een rijtuig. Maar misschien wel de belangrijkste gedaanteverwisseling is die van Aira in zijn jeugdvriend, Omar, aan het begin van het boek. Na enkele autobiografische overpeinzingen, waarin Aira uiteenzet wat voor verhaal hij wil schrijven en waarin hij zich laat meevoeren door zijn herinneringen, denkt hij terug aan een onschuldig spelletje verstoppertje met zijn buurjongen in de oplegger van een vrachtwagen en verwisselt zichzelf met de ander: het is niet langer Aira die in de oplegger zit, maar Omar. Die truc slaat aan: Aira heeft zijn verhaal gevonden, en steekt van wal. De vrachtwagen vertrekt, neemt per abuis Omar mee, en Delia reist hem achterna.

Een surreëel verhaal – of toch niet?

Verderop in de tekst nemen de verhaallijnen tamelijk surrealistische wendingen; zo verdwaalt Delia op den duur in een grimmige truck zo groot als een appartementencomplex en komt op een bizarre wijze het ultieme monster van de pampa ter wereld. In het bekende interview De geur van guave beweert Gabriel García Márquez dat hij nooit ook maar iets uit zijn magisch-realistische romans heeft hoeven verzinnen: de Zuid-Amerikaanse werkelijkheid had hem zogenaamd al het materiaal verschaft dat hij nodig had om zijn boeken en verhalen te schrijven. Met die bewering in het achterhoofd zou je je kunnen afvragen of het wel terecht is om de surrealistische elementen in De naaister en de wind af te schrijven als jolige verzinsels van de hand van de schrijver. Wat als zij meer zijn dan pure fantasie? Wat voor waarheid dragen zij in zich?

Een fascinatie voor de pampa

De lezer krijgt de indruk dat de surrealistische verteltrant dient om de ervaring van het bestaan in Patagonië weer te geven. Dat komt door de nadruk die in het verhaal wordt gelegd op het landschap en de weersverschijnselen die uniek zijn voor zuidelijk Argentinië. Zou het kunnen dat Patagonië een landstreek is die zich niet door middel van realistische, voorstelbare scenario’s laat omschrijven, en dat Aira in het surrealisme de enig mogelijke vorm heeft gevonden om die omgeving voor niet-ingewijden voelbaar te maken? Met andere woorden: komt het surrealistische beeld van de pampa dat Aira schetst misschien juist strikt overeen met hoe het daadwerkelijk voelt om daar te zijn?

De fascinatie die Aira in zijn boeken voor de pampa aan den dag legt – ook in De haas en in Een episode uit het leven van een landschapsschilder speelde Patagonië een onmisbare rol – werkt aanstekelijk. De lezer krijgt zin om Patagonië met eigen ogen te bekijken, al was het maar om te beoordelen hoeveel van Aira’s romans er daadwerkelijk verzonnen is en hoeveel niet.

Van verhaal naar beschouwing en terug

De openingspassage – de nostalgische mijmering waarin Aira zichzelf verwisselt met zijn jeugdvriend Omar – is redelijk goed te interpreteren in het licht van het narratief dat erop volgt: zodra niet langer Aira, maar Omar in de vrachtwagen zit, worden Omar en zijn ouders automatisch de hoofdpersonages van het verhaal. Die verwisseling zet de verschillende verhaallijnen die zich op de pampa afspelen in gang. De overgang tussen autobiografie en narratief is hier helder en soepel, en Aira weet op ingenieuze wijze de focus te verleggen van het metanarratieve naar het narratieve niveau.

De openingspassage is de eerste in een reeks vergelijkbare beschouwingen die in de loop van de tekst het verhaal over Delia blijven onderbreken. Maar de meeste van deze filosofische intermissies hebben – in tegenstelling tot de eerste – zo goed als geen duidbare, inhoudelijke verbinding met het narratief over Delia. Dat komt doordat de meeste van deze digressies een nogal serieuze toon kennen, en soms wat al te filosofisch, idiosyncratisch en onnavolgbaar zijn.

Wat betreft stijl en perspectief zijn de digressies nogal ver verwijderd van het verhaal van Delia, dat een logische chronologie kent en bovendien op een luchtige en lachwekkende wijze wordt verteld. Deze twee literaire ‘ingrediënten’ zijn dus soms, door de grote verschillen ertussen, lastig met elkaar in verbinding te brengen. En dat terwijl er snel en regelmatig tussen deze twee elementen wordt geschakeld, waardoor juist de indruk wordt gewekt dat een dergelijke inhoudelijke verbinding wel degelijk bestaat.

En dat is spijtig. Als de lezer de rest van de metanarratieve onderbrekingen – net zoals de eerste – goed had kunnen plaatsen in het licht van het narratief over Delia, dan hadden die onderbrekingen op geslaagde wijze extra diepte aan de tekst kunnen geven.

Niet Aira’s meest toegankelijke werk

Voor de lezer die zich graag laat vermaken door een surrealistisch en absurdistisch plot is De naaister en de wind absoluut de moeite waard. Voor die lezer zullen echter de tamelijk ondoordringbare filosofische bespiegelingen aanvoelen als onnodige complexiteiten, die toegankelijkere boeken met een surrealistische verteltrant achterwege laten. Aira-liefhebbers daarentegen kunnen ook deze bespiegelingen waarderen. Voor hen is De naaister en de wind eerst en vooral een aangenaam warm bad in Aira’s literaire universum.

Boeken / Fictie

Engelse geschiedenis, magisch herschreven

recensie: Lang leve Jane - Cynthia Hand, Brodi Ashton en Jodi Meadows
Lang leve Janebol.com

Lady Jane Grey (1537-1554) is een tiener die negen dagen koningin van Engeland was en daarna werd onthoofd. Geschiedenis is niet ieders lievelingsvak, maar een hervertelling ervan kan verrassend leuk zijn.

Dat bewijzen de drie schrijfsters van Lang leve Jane. Ze maken twee dingen duidelijk: Lady Jane Grey verdient een beter verhaal én geschiedenis mag je met humor, fantasie en hart herschrijven.

Humor in de vertelstem

De vertelstem is brutaal en zelfbewust. De schrijfsters spreken de lezer rechtstreeks aan, bijvoorbeeld met ‘Hé, hallo! Wij zijn het, de vertellers buurvrouw, buurvrouw en buurvrouw.’ In een interview vertelt de vertaalster dat in het Engels ‘Hey, there! It ’s us, your friendly Neighborhood narrators’ een knipoog is naar Spider-Man. In de Nederlandse vertaling geeft ze hier een creatieve draai aan door naar de televisieserie Buurman & Buurman (1984-heden) te verwijzen.

Televisieserie

In 2024 werd het boek bewerkt tot een televisieserie, een mooie aanvulling. De weelderige kostuums en sets passen bij een fantasiewereld van de Tudor-dynastie. De serie (IMDb rating: 7,4/10) is te bekijken op Prime Video.

Spoiler, Lady Jane sterft niet

Lang leve Jane mag je hier letterlijk nemen; in het verhaal leeft ze verder. De schrijfsters gebruiken haar tragische geschiedenis als uitgangspunt voor een fantasierijke, luchtige en humorvolle vertelling. De speelse toon maakt het, toch wel dikke, boek toegankelijk en inspireert om meer te lezen over deze persoon.

Geschiedenis gemengd met magie

Het boek is geschreven voor Young Adults en valt onder het genre cozy fantasy met een historisch randje. Toch spreekt het ook oudere lezers aan. Voor een schoolbibliotheek is het misschien te dik, maar voor de enthousiaste lezer is er goed nieuws; er zijn meer boeken van dezelfde schrijfster-combinatie in een vergelijkbare stijl. De volgende roman verschijnt dit jaar in het Nederlands, opnieuw vertaald door Mariella Manfré.

Over de makers

Het schrijvers-trio Hand, Ashton en Meadows ontmoette elkaar in 2012 en schrijft sindsdien samen de ‘Lady Janies’-boeken, in het Nederlands soepel vertaald door Mariella Manfré.

De boekomslag en het schutblad werden geïllustreerd door Sophie Pluim, waarmee de Nederlandse hardcover-editie (2023) een mooie, sfeervolle extra laag krijgt. Ze heeft zich laten inspireren door middeleeuwse handschriften.

Rommelige geschiedenis toegestaan

Soms is de beste manier om geschiedenis te begrijpen door er lekker mee te rommelen, en daar heeft dit boek de perfecte formule voor gevonden. Drie schrijfsters hebben samen die arme tiener een verhaal met magie gegeven.

Omslag Yellowface
Boeken / Fictie

Zoals men zijn bed opmaakt, zo moet men erin liggen

recensie: Rebecca Kuang – Yellowface
Omslag Yellowface

Het schrijven van een recensie over Yellowface is het literaire equivalent van een matroesjkapoppetje. Het betreft namelijk een recensie over een roman die een verhaal schetst óver het schrijven van een roman en de daaropvolgende beoordelingen. Yellowface van Rebecca Kuang geeft een pijnlijke inkijk in sommige dystopische kenmerken van de huidige maatschappij. Hoewel het officieel geen thriller betreft, bezorgt het verhaal de lezer rillingen over de rug wanneer de hoofdpersoon zich diep in de nesten werkt. Een leugen als een groeiende zeepbel die op een gegeven moment wel móét barsten, en dat gebeurt ook.

Vanaf de eerste pagina is de jaloezie van hoofdpersoon en beginnend schrijfster June Hayward te proeven. ‘Vriendin’ Athena heeft alles wat June niet heeft – met als grootste pijnpunt de gave om bestsellers te schrijven. De oppervlakkige vriendschap lijkt tussen de regels door gebaseerd op jaloezie en een gebrek aan vriendschapswaardige personen.

The Last Front

Al snel krijgt de roman een interessante wending: een noodlottig ongeval vindt plaats, waardoor June het zojuist afgeronde, indrukwekkende manuscript van Athena in handen krijgt. Hoe zonde zou het zijn als het niet wordt gepubliceerd? Met die motivatie maakt June het magische manuscript af en stuurt het, onder haar eigen naam, naar haar hongerige uitgevers en managers. Zij zijn lyrisch over ‘haar’ inzending getiteld The Last Front. In een mum van tijd reist June – voortaan Juniper Song, want na haar geflopte debuut moet haar naam wel nieuw leven ingeblazen worden – naar de absolute literaire top. Uitnodigingen, royalty’s en literaire award-nominaties vliegen haar om de oren. Dit is waar ze al jaren op wacht. Juniper Song blijft zichzelf geruststellen met de gedachte dat ze het manuscript nog wel heeft afgemaakt; zonder haar werk zou het niet publicabel zijn geweest. Het wordt echter steeds moeilijker om onder de radar te houden dat Juniper nogal wat hulp heeft gekregen bij het bedenken en schrijven van The Last Front. Vooral als er nieuw werk van de verse bestsellerschrijfster wordt verwacht.

Digitale druk

Dit verhaal leest als een dystopische roman die de huidige tijdgeest pijnlijk realistisch beschrijft. Het doet denken aan Orwells 1984, gezien de sociale controle op alles wat de hoofdpersoon zegt (lees: tweet) en/of publiceert. Op ieder woord dat Juniper Song publiceert of op een andere manier de wereld in brengt, wacht een leger haters om haar onder de loep te nemen en te bekritiseren. Door een angst voor cancellation en een verslaving aan oplichtende meldingen (c.q. dopamine) is Juniper vastgelijmd aan haar smartphone. De roman geeft hierdoor een realistische kijk op de haat- en cancelcultuur op sociale media. Hoe het zo’n 30 jaar geleden om een paar boekrecensies in populaire kranten en tijdschriften ging, staat het internet nu vol met subjectief en ongeremd commentaar. Bij de lezers die de Netflix-serie Black Mirror kennen, zal hetzelfde gevoel van angst en herkenning worden opgeroepen. Het komt in dit verhaal duidelijk naar voren hoe technologie, globalisering en innovatie ook verkeerde gevolgen kunnen hebben.

Verder legt deze roman bloot hoe met name jongeren zich (te) veel vergelijken met leeftijdsgenoten die ogenschijnlijk meer succes hebben volgens jaloersmakende internetposts. ‘De ander’ behaalt betere resultaten en succes lijkt anderen zonder al te veel moeite aan te komen waaien. Moeite en afwijzingen laat natuurlijk niemand in het openbaar zien. In dit verhaal staat succes boven gemeenschapsgevoel en liefde. Racisme en stereotypering zijn eveneens terugkerende thema’s, die de witte Juniper de nodige kritiek bezorgen.

Intrigerend met beperkingen

Het plot van het verhaal is spannend, maar soms ietwat ongeloofwaardig. Juniper Song lijkt met heel veel geluk en toevalligheden onder veel consequenties uit te komen. Dit maakt het verhaal bijna surrealistisch en maakt identificatie met de hoofdpersoon niet altijd voor de hand liggend. De actualiteit is de vloek en zegen van deze roman: het stipt maatschappelijk relevante kwesties aan die de lezer tot kritisch denken dwingen, maar dit maakt de roman minder leesbaar voor de generatie geboren vóór pakweg 1975. Het gebruik van sociale media-specifieke terminologie gaat ten koste van de universele leesbaarheid van het verhaal.

Rebecca Kuang (1996) is geboren in Guangzhou, China. Op vierjarige leeftijd verhuisde zij naar de Verenigde Staten en groeide op in Dallas, Texas. Zij heeft onder andere geschiedenis gestudeerd aan de Georgetown universiteit in Washington D.C. Eerder verschenen boeken van haar zijn onder meer haar debuut ‘The Poppy War’ (2018) en ‘Babel’ (2021). Voor ‘Yellowface’ (2023) won Kuang onder andere de Goodreads Choice Award voor de categorie Fictie.

Boeken / Fictie

Beesten in de doofpot

recensie: De Beesten van Gijs Wilbrink
De Beestenbol.com

Deze plattelandse streekroman prikkelt op een manier zoals Bonita Avenue van Peter Buwalda en De Pianoman van Bernlef deden; jongeren die ontsnappen uit een geïsoleerde, landelijke gemeenschap. Deze ontsnappingen verlopen zelden zonder kleerscheuren, zo ook in deze spannende roman van Gijs Wilbrink (1984).

Beesten en dieren

Dit boek is het debuut van schrijver Gijs Wilbrink, geboren en getogen in Doetinchem. Toevallig (of niet) is Doetinchem, of beter gezegd de Achterhoek, ook de streek waar De Beesten zich afspeelt. Wilbrink ontving diverse prijzen voor deze roman, waaronder een Bronzen Uil voor het beste Nederlands-Vlaamse debuut. De titel De Beesten verwijst naar zowel de criminele ‘beestachtige’ familie Keller als de dieren waarop deze familie jaagt.

Een konijn speelt een belangrijke rol in de aftrap van de tragische levensloop van jongste zoon Tom Keller. Dit konijn is – zacht gezegd – niet het enige beest dat zijn jeugd vergezelt. Hoewel het verhaal van deze roman wordt geschreven vanuit het perspectief van zijn dochter Isa, speelt de levensloop van Tom een cruciale rol in deze streekroman.

De lezer volgt de belevenissen, gedachten en inzichten van de intelligente, ingetogen en brutale Isa Keller. Isa is nog niet zo lang geleden vanuit de Achterhoek naar de grote stad Utrecht verhuisd voor haar studie kunstgeschiedenis. Een primeur in de familie Keller; de meeste Kellers blijven in de Achterhoek wonen en maken het plattelandsleven voor zichzelf en anderen zuur.

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld; na een flashback-introductie uit de jeugd van Tom Keller wordt de rest van het verhaal verteld vanuit het standpunt van studente – en dochter van Tom – Isa Keller. Snel wordt duidelijk dat het een jonge vrouw betreft die worstelt met zichzelf en haar rurale verleden. Deze worsteling uit zich onder andere door toevlucht te zoeken in drank, drugs, mannen en feesten. Na een dergelijke grenzeloze feestnacht wordt Isa door haar moeder gebeld. Isa’s invalide vader Tom Keller wordt vermist; dit terwijl beide ouders van Isa hun tijd thuis inmiddels shagrokend en immobiel in hun stoel doorbrengen. Hoe ver weg kan haar invalide vader zijn?

Een koekje van eigen deeg

Met tegenzin wordt Isa door de vermissing van haar vader terug naar haar ouderlijk huis gekatapulteerd om haar moeder te helpen zoeken. Het liefst blijft Isa weg uit de Achterhoek, aangezien de lokale dorpelingen zich sinds jaar en dag met een boog om haar en haar familie heen manoeuvreren. Isa noch de lezer is op de hoogte van de reden voor de publieke haat. Deze onwetendheid prikkelt de lezer op een manier dat je de pagina’s wil blijven omslaan. Gelukkig voor de lezer wordt de geschiedenis van de familie Keller stukje bij beetje vrijgegeven. De vermissing van Tom blijkt in verband te staan met deze publieke afwijzing van de familie Keller. Tom maakte decennia geleden deel uit van een gezin met jongens, waar kattenkwaad criminele vormen aannam. Tegen zijn zin werd Tom door zijn broers hierin meegesleurd. Er komt tijdens een dergelijke middag kattenkwaad uithalen bijna per toeval aan het licht dat de jonge Tom talent heeft voor motorcross. Al snel blijkt dat hij het internationaal zeer ver kan schoppen. Jaloezie en verlies van controle van de oudere broers lijken de oorzaak te zijn geweest voor een geheime doordachte uitschakeling van de getalenteerde Tom. Tom implodeert na deze uitschakeling en isoleert zichzelf de daaropvolgende jaren. Het enige lichtpunt is zijn dochter Isa; de dochter die hem uiteindelijk voor de grote stad verlaat. De verdwijning van Tom en de onverwachte loyaliteit die de dorpelingen laten zien tijdens de zoekactie naar haar vader maken zowel Isa als de lezer nieuwsgierig naar de waarheid. De scène waarin Isa verhaal haalt bij haar tante over Toms vermissing en verleden is bijzonder spannend; met vrijwel blanco pagina’s wordt een spannende dialoog gepresenteerd. Op iedere pagina staat louter ieders reactie.

Wanneer na grondig onderzoek van Isa de waarheid opduikt, doet Isa haar beruchte achternaam toch eer aan. Ze organiseert, twee decennia na de uitschakeling van haar vader, een wraakactie. Deze wraakactie voelt dubbel voor de lezer; Isa leek de gewelddadige lijn in de familie eindelijk te doorbreken. Aan de andere kant voelt de wraak tegen haar gewelddadige en onverschillige ooms invoelbaar. Het boek sluit af met een ijzersterke en bloedstollend spannende scène waarbij het lezen voelt alsof je naar een spannende actiefilm kijkt.

Isa en haar hedendaagse activisme en protest tegen de ‘normalo’s‘, de familiebetrekkingen en de vermissing en verminking van Tom Keller zijn maar een paar verhaallijnen in een dynamisch boek vol intrigerende personages. Een voor een voeden de verschillende verhalen de spanningsopbouw die geen pagina verveelt en samenkomt tot een opmerkelijk maar pijnlijk invoelbaar einde. Ondanks dat er ellende en verdriet heerst bij vrijwel alle personages in dit boek, creëert Wilbrink ruimte voor luchtigheid, humor en knipogen naar de hedendaagse maatschappij. Dat zorgt voor een intrigerende uitnodiging tot de donkere en onbekende wereld die niet onmiddellijk zichtbaar is aan de oppervlakte van het alledaagse plattelandsleven.

Cover 'Hoe voelt het?'
Boeken / Fictie

Kort van stuk, krachtig van inhoud

recensie: Hoe voelt het? – Sophie Kinsella
Cover 'Hoe voelt het?'

Sophie Kinsella, bestsellerauteur van onder andere de bekende én verfilmde Shopaholic!-serie, verscheen drie jaar geleden ineens ‘negatief’ in het nieuws: een kwaadaardige hersentumor legde haar leven lam. Inmiddels – herstellende van de operatie en behandeling – heeft ze de pen weer opgepakt en schreef ze een korte, fictieve autobiografische roman, genaamd Hoe voelt het?, over deze donkere periode.

Ze heeft alles wat haar hartje begeert: succes en faam vanwege haar boeken, een liefdevol huwelijk en vijf kinderen aan haar zij. Wat wil je nog meer in het leven? Nou, een goede gezondheid om mee te beginnen. Hoe kun je woorden vinden voor een periode waarin je diep in het donker tastte en iedere dag werd overvallen door een gevoel van onrechtvaardigheid, twijfels en immens verdriet? Kinsella vond de woorden niet zozeer voor zichzelf, maar wél voor Eve Monroe, het hoofdpersonage in Hoe voelt het?. Dat Eve het alter ego van Kinsella is, wordt al onmiskenbaar duidelijk in de eerste pagina’s, waarin wordt beschreven hoe het idee voor de Shopaholic!-serie ontstond. Deze boekenreeks werd een groot succes en op menige kaft stond pontificaal New York Times bestseller.

Personage als spreekbuis

Eve koopt een prachtige, fonkelende jurk die ook op de kaft van het boek prijkt; een jurk die symbool staat voor de mooie momenten die je in het leven moet vieren, maar ook voor het grote omkeerpunt in Kinsella’s carrière. De koopzucht van Kinsella heeft haar een boekenreeks opgeleverd die zowel veel lezers als veel geld heeft opgebracht (lees: 45 miljoen verkochte exemplaren). In deze boeken lees je over een innemende vrouw met ietwat sukkelige karaktereigenschappen en een enorm groot gat in haar hand dat steeds meer grip krijgt op haar leven. Natuurlijk kan ze rekenen op de hulp van een woest aantrekkelijke man. Een concept – de eeuwig single en onhandige dertigplusser die meer van haar leven wil maken – dat in talloze romans naar voren komt, al dan niet uitgebracht onder haar pseudoniem Kinsella, of haar echte naam Madeleine Wickham.

Nu is er een van Kinsella’s hand waarin een compleet andere toon wordt aangeslagen. De humor die Kinsella’s werk zo kenmerkt, is naar de achtergrond verdreven. Kinsella vertelt openhartig – met personage Eve als een soort ‘spreekbuis’ – over de periode vóór en na de ontdekking van de ongeneeslijke vorm van hersenkanker. Dit boek maakt duidelijk dat zo’n ongeneeslijke ziekte niet alleen een verregaande impact heeft op de patiënt, maar op het hele gezin.

Zo krijgt een potje scrabble aan de keukentafel ineens een beladen toon, omdat er ruimte is voor het stellen van de allerlastigste vragen. Vooral voor het jongste lid van de familie, de 10-jarige Isobel (Izzy), is het allemaal maar erg onbegrijpelijk en ‘oneerlijk’. Als ze een vraag heeft, maakt de hele familie haar borst al nat voor het antwoord: “Is ‘vlom’ een woord?” klinkt er dan onverwachts uit de mond van kleine Izzy. Verbazing, opluchting en een intense lachbui volgen elkaar op. Dat er ook momenten zijn die tussenpozen van ontspanning bieden, illustreert dat je na de eerste schok toch weer terugvalt in de alledaagse verhoudingen van weleer.

Kort maar krachtig

Niet alleen de toon van het boek, maar ook de dikte wijkt nogal af van wat de lezer van Kinsella gewend is. Ze staat niet bekend om de dikke pillen, maar dit boek telt slechts 124 bladzijden, inclusief de dankbetuiging. Hoewel het dus een korte novelle betreft, is het qua inhoud zeker een krachtig verhaal dat het predicaat ‘moedig’ verdient. Het is nogal dapper om zo open te vertellen over een zware periode in je leven en ook een inkijkje te geven in je persoonlijke leven. Een periode die je liever zou willen vergeten, maar die ook je toekomst heeft ingekleurd (en blijft vormgeven).

Kinsella geeft toe dat ze de volgorde van gebeurtenissen heeft veranderd en ook wat andere aanpassingen heeft doorgevoerd. Natuurlijk staan er ook details in die kloppen, zoals het memoriseren van kerstliedjes en hoe lastig dit bleek te zijn. Het voelde voor haar ‘bevrijdend om alles eerlijk en rauw op te schrijven’ en ze kon makkelijker over haar kinderen schrijven als ze hun een andere naam gaf. Voor Kinsella is fictie bij uitstek het middel om een verhaal zo goed mogelijk te vertellen: ze kan de werkelijkheid vervormen en verdraaien en niemand zal haar op haar vingers tikken (het is nu eenmaal fictie).

Fragmentarisch

De vorm waarin dit werk gegoten is, wijkt ook af van ander uitgebracht werk. Zulke korte hoofdstukken las men niet eerder en tussen de vertellingen door staan ook appjes weergegeven van mensen die als het ware de ‘Hulptroepen voor Eve’ vormen. Er zijn ‘Vroeg-wakker-gesprekken’ met haar man Nick en er zijn verhalen die overkomen als columns, boordevol anekdotes waarvan de titel al veel zegt: ‘Goed zo!’, ‘Een ommetje’ en ‘Overal die plastic stoelen’ (over de wachtruimtes). Niet alle humor is helemaal weggeslagen uit Kinsella, getuige het gedeelte genaamd ‘Word je behandeld tegen kanker? Een paar fijne tips van Eve Monroe’, waarin met sarcastische ondertoon een bestraling wordt vergeleken met het ondergaan van een gezichtsbehandeling en waarin Eve op haar beurt om tips voor scanvrees vraagt.

Trouwe lezers zullen de diepe wens koesteren dat Kinsella schone scan na schone scan zal ontvangen (inmiddels staat die teller al op vier). Niet voor niets heet het laatste hoofdstuk ‘Happy end’: al haar vrouwelijke hoofdpersonages kregen dit stuk voor stuk. Nu is het tijd voor Kinsella dat ze die ook krijgt, net zoals alle andere mensen die te maken krijgen met hersenkanker in hun leven. Hopelijk is haar brein straks vrij van alle pijn en is er enkel en alleen ruimte voor hetgeen wat er altijd al rondwaarde: talloze creatieve ideeën voor ontzettend succesvolle romans.

Boeken / Non-fictie

De gokwereld ontrafeld

recensie: U heeft helaas niets gewonnen
U heeft helaas niets gewonnenBol.com

Met de legalisatie van online gokwebsites is een doos van Pandora geopend, zo bewijst journalist Michael van Dijk nog maar eens in U heeft helaas niets gewonnen. In zijn autobiografische relaas legt hij haarfijn uit wat er schort aan de Nederlandse wetgeving en handhaving.

Het zou Van Dijk gegund zijn dat hij met een ander verhaal kon debuteren. Het leven van deze getalenteerde jongeman wordt namelijk angstaanjagend snel verwoest door een hardnekkige gokverslaving. Schrijnend is het gemak waarmee de verslaving om zich heen kan grijpen, mede door het grote online gokaanbod. Ongehinderd kan Van Dijk zijn spaargeld erdoorheen jagen. En wanneer Holland Casino hem online dan toch een limiet oplegt, blijkt dat niets minder dan een wassen neus. In het Utrechtse filiaal is Van Dijk meer dan welkom om door te gokken, of – in de woorden van de gokindustrie – te spelen.

Meedogenloze industrie

Deels steekt Van Dijk de hand in eigen boezem; hij blijkt aanleg te hebben voor verslaving. Maar hiermee is de kous voor hem nog niet af. Waarom wordt het Van Dijk en velen met hem zo kinderlijk eenvoudig gemaakt om een onschuldig verzetje compleet te laten escaleren? Van Dijk grijpt zijn eigen verslaving aan als leidraad voor een groter verhaal, namelijk de legalisatie van een tiental online casino’s in 2021 en de ellende die daaruit is voortgevloeid.

Ontluisterend is hoe bar slecht het gesteld is met de verantwoordelijkheid van gokbedrijven. Ze doen weinig tot niets aan het indammen van verslavingen onder hun bezoekers. Het mag misschien nauwelijks verwonderen, gezien gokverslaafden voor het leeuwendeel van hun inkomsten zorgen. Desalniettemin worden hiermee wetten overtreden, zo laat Van Dijk zien. Zo hebben casino’s een zorgplicht en dienen gokkers die in korte tijd grote bedragen verspelen tegen zichzelf in bescherming genomen te worden.

We staan erbij en kijken ernaar

Van Dijk moest diep wegzakken en vervreemdde bijna van vrienden en familie, maar gelukkig weet hij het tij te keren. Sterker nog, hij besluit dat er íets goeds moet komen uit zijn verslaving en schrijft een aanklacht tegen zowel de industrie van gewetenloze zakkenvullers als tegen de overheid die grove steken laat vallen in de handhaving hierop.

De vraag resteert wat dit boek daadwerkelijk in gang zal zetten. Van Dijk mag nog zo zorgvuldig uitleggen wat er schort aan het beleid; helaas is het niets nieuws. Hij hoopt dat zijn uiteenzetting een verandering teweeg zal brengen, maar het huidige kabinet bewijst zijn prioriteiten elders te hebben. Hopelijk kan zijn verhaal dienen als een waarschuwing aan anderen.

Jabik Veenbaas_Meer dan mooie woorden
Boeken / Non-fictie

Een modern mensbeeld

recensie: Jabik Veenbaas – Meer dan mooie woorden
Jabik Veenbaas_Meer dan mooie woorden

Het nieuwe boek van schrijver, filosoof, dichter en vertaler Jabik Veenbaas roept meteen allerlei associaties en vragen op. Het omslag (ontworpen door Rouwhhorst + Van Roon, beeld Bridgeman Images) doet denken aan een deeltje uit de Bouquetreeks. Dat soort boeken lezen we echter ‘om […] ons onder te dompelen in een andere wereld. Om even geen gezeur aan onze kop te hebben. Om ons te laten bedwelmen’, aldus de auteur in het Nawoord.

Een stap verder. De inhoudsopgave, waarin achttien romantitels uit de laatste honderd jaar voorbijkomen, doet door de titels van de hoofdstukken weer denken aan De gedichtenapotheek van Philip Huff. Het gaat hier over (ijl)dromen, honger, noodkreten en wat dies meer zij. Dat mag je vast allemaal halen uit het boek van Veenbaas en de besproken romans (achttien plus twee). Of er soms misschien zelfs inleggen. Maar uiteindelijk draait het om de vraag wat die romans ons willen vertellen, ons willen leren.

Humanisme als houvast

Een volgende vraag is: ‘Waarom hebben juist romans gedurende de laatste honderd jaar zo’n belangrijke rol gespeeld in de vorming van ons wereldbeeld?’ Aldus de auteur in, in dit geval, het Voorwoord dat vooraf wordt gegaan door een motto van de Griekse dichter Pindarus: ‘O, mijn ziel, streef niet naar onsterfelijkheid, maar put het veld der mogelijkheden uit’. Het wereldbeeld is dus – concluderen wij hieruit – een seculier of humanistisch wereldbeeld, het mensbeeld van een autonoom, aards en sterfelijk wezen zonder God. Een modern mens. Dat uitgangspunt komt in dit boek het duidelijkst over het voetlicht.

Al bij het lezen van het eerste hoofdstuk, over Prousts Op zoek naar de verloren tijd, dringt zich de ondertitel van dit boek op: De moderne roman als levensgids. Immers: Veenbaas stelt de vraag of Proust ‘misschien het type mens [was] dat moeite had om in het heden te leven […] en daarom zijn toevlucht zo graag nam tot de herinnering?’. Gelukzalige herinneringen die ons een levensles meegeven. Levenskunst die ‘de plaats van de godsdienst [lijkt] te willen laten innemen’.
Overigens komt niet overal de strekking van de ondertitel zo duidelijk naar voren als hier. Soms lijkt het een ondertekening die niet zo zichtbaar meer is als de bedoeling zou moeten zijn.

Blijkbaar is er toch in de seculiere wereld een vorm van houvast nodig die een levensgids zou kunnen bieden. Maar dreigt literatuur daarmee niet – net als bij Huff – te veel te worden geïnstrumentaliseerd? Dat houvast kun je ook buiten de literatuur vinden, bijvoorbeeld in de kunst. Want ook ‘met behulp van de kunst kan de leegte van het moderne bestaan worden overwonnen’ leest Veenbaas in Leven en wandel van Zorbás de Griek van Nikos Kazantzakis. En hij citeert Aldous Huxley (Het menselijk bestaan): ‘De beste kunstwerken helpen ons op een of andere manier om ons en onze relaties met de wereld beter te leren kennen’.

Terug naar de literatuur. Op een gegeven moment richt de auteur zijn blik op Gerard (van het) Reve, die zich bekeerde tot het rooms-katholicisme. Maar er volgt een kanttekening: ‘Religie is bij Van het Reve niet in de eerste plaats overgave aan een bovenwereld, maar psychotherapie, een instrument om het leven aan te kunnen’. Dit past weliswaar binnen Veenbaas’ kader, maar doet hij hiermee zowel religie en geloof bij Reve niet wat te kort? Reve was binnen het christendom denkelijk minder eigenzinnig dan de auteur zo doet voor komen.

Mooi is Veenbaas’ soms poëtische taalgebruik (hij is ook dichter, als gezegd!) in zinnen als: ‘Van de volgende pagina’s zou ik tal van even sprankelende beelden kunnen plukken’ of: ‘Zodat er een soort vloeiende dans tussen die twee ontstaat’. En: ‘Alleen de liefde – daar is de moeder die haar dochter omarmt – kan tegen de dood worden ingezet’ of – tenslotte – ‘de oude ervaring wordt opgetild uit de tijd’.
Veenbaas op z’n best laat tenslotte zien ‘hoe de mens vecht om geestelijk overeind te blijven wanneer het er echt op aankomt’. En dat is, na honderd jaar, nog steeds zo. Hoe actueel wil je het hebben?