Tag Archief van: geschiedenis

Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.

Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.

Film / Films

Neurenberg door Amerikaanse ogen

recensie: Nuremberg - James Vanderbilt (2025)
Filmstill Nuremberg© Photo by Scott Garfield

Nuremberg is zo’n film die je dwingt jezelf af te vragen hoe je de bioscoop komt binnenwandelen. Wat neem je mee uit je eigen leven? Hoe sta je tegenover de geschiedenis, en hoe beïnvloedt dat wat je ziet? De film roept uiteenlopende meningen op en laat bij iedere kijker een andere indruk achter: alleen al daarom is hij interessant.

Het uitgangspunt is sterk: legerpsychiater Douglas Kelley krijgt de opdracht de geestelijke gezondheid en persoonlijkheid van de gearresteerde nazileiders te onderzoeken voorafgaand aan de beroemde Processen van Neurenberg. Daarmee opent de film een venster op een cruciaal historisch moment, waarin de wereld voor het eerst probeerde internationale rechtsnormen te formuleren voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Intrigerende geschiedenis, maar niet altijd even zorgvuldig

Het historische aspect vormt een van de sterkste punten van de film. Veel dialogen zijn gebaseerd op bestaande transcripties, en de film toont overtuigend hoe revolutionair het tribunaal was. De keuze om nazikopstukken niet zonder proces te executeren, maar te berechten volgens het internationaal recht, legde de basis voor alles wat later zou uitmonden in instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Tegelijkertijd kiest regisseur en scenarist James Vanderbilt voor een uitgesproken Hollywoodbenadering. Dat levert enerzijds een gestroomlijnd, meeslepend drama op, maar leidt anderzijds tot discutabele keuzes. Zo krijgt Kelley in de film een heldenrol toebedeeld die hij historisch nooit heeft gehad. Ook de subplot rondom de band tussen Kelley en Görings dochter voelt overbodig en haalt vaart uit het verhaal.

Daarnaast stapelt de film meerdere verhaallijnen op elkaar: de psychologische strijd tussen Kelley en Göring, en de totstandkoming van het tribunaal. Elk van die lijnen had op zichzelf een sterke film kunnen opleveren, maar samen zorgen ze soms voor onnodige ruis.

En dan is er de onvermijdelijke Amerikaanse borstklopperij: van de heldhaftige toonzetting tot de afsluitende Amerikaanse vlag — subtiel is het allemaal niet.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Crowe schittert, Malek overtuigt, en de spanning werkt

Wat Nuremberg overeind houdt en zelfs naar een hoger niveau tilt, is het acteerwerk. Russell Crowe is ronduit fenomenaal als Hermann Göring: charismatisch, manipulatief, glad en gevaarlijk. Zijn spel maakt pijnlijk duidelijk hoe iemand tegelijk briljant en moreel volkomen verdorven kan zijn. Ook Rami Malek zet een degelijke, al is het minder gelaagde, Kelley neer.

De scènes tussen de twee vormen de kern van de film: benauwend, psychologisch geladen en moreel ongemakkelijk. De confrontaties werpen interessante vragen op over verantwoordelijkheid, schuld, zelfbeeld en propaganda — vragen die door de Hollywoodinvloeden soms niet de ruimte krijgen die ze verdienen, maar die wel blijven resoneren.

Interessant, mooi gemaakt, maar niet zonder kanttekeningen

Nuremberg heeft een strakke visuele stijl. Koelere kleurtonen en een grijs, grauw decor plaatsen je als kijker meteen in de naoorlogse tijd. Maar tegelijkertijd is dit visueel verzorgde en acteertechnisch sterke historische drama dus duidelijk een Amerikaanse productie met een uitgesproken Amerikaanse invalshoek: helden zijn Amerikaans, initiatief is Amerikaans, oplossingen zijn Amerikaans. Sommige keuzes zijn discutabel, andere ronduit onnodig, en toch blijft de film de moeite waard.

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internationale recht of de psychologie achter macht en kwaad, biedt Nuremberg genoeg stof tot nadenken. En voor iedereen die Russell Crowe graag op zijn best ziet: dit is er zo één.

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Film / Films

Een bijzonder hoge prijs voor Zeeland

recensie: Het Grote Offensief – Victor D. Ponten
Het-Grote-Offensief_hoofdkwartierjpgFilmdepot

Na het succes van De Slag om de Schelde uit 2020 keren de makers terug met een nieuwe film over dezelfde historische episode, maar dan met een veel bredere blik: Het Grote Offensief. Producenten Matthijs van Heijningen jr. en Alain de Levita verbreden de lens en laten zien hoe heel Zeeland het toneel werd van een van de meest verwoestende operaties op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. De film slaagt erin om te informeren en biedt daarbij een waardevolle aanvulling op het collectieve geheugen van Nederland.

Waar De Slag om de Schelde zich beperkte tot de strijd om de Sloedam, pakt Het Grote Offensief het grootser aan. Niet alleen geografisch (heel Zeeland komt aan bod), maar ook inhoudelijk en stilistisch. De film is een hybride vorm: deels documentaire, deels speelfilm, met animaties en archiefmateriaal als verbindend weefsel. Het resultaat is verre van een standaard geschiedenisles: het is een meeslepend audiovisueel geheel dat de informatieve kracht van Het Verhaal van Nederland (NTR) combineert met de verbeeldingskracht van een historische dramafilm.

Onderbelicht verhaal

Tijdens de bevrijding van Europa was de Westerschelde van levensbelang voor de bevoorrading van de geallieerden. Zonder deze bevoorrading was een offensief tegen nazi-Duitsland niet mogelijk. De prijs die Zeeland daarvoor betaalde, wordt in deze film pijnlijk duidelijk. Walcheren werd opzettelijk onder water gezet, steden als Middelburg en Vlissingen werden gebombardeerd en duizenden burgers kwamen om. Van Heijningen jr.: ‘Als je er een beetje in duikt, zie je hoe verwoestend de oorlog voor de Zeeuwen is geweest.’ (VPRO Gids) Van Heijningen jr. en producent Alain de Levita maakten eerder verschillende films in Zeeland (waaronder de romcom Weg van Jou in 2017). Zeeuwen zijn volgens hen bescheiden en praten niet graag over hoe zwaar ze het hebben gehad. Toch willen ze de regio onder de aandacht brengen en hebben ze de afgelopen maanden een bevrijdingscampagne gehouden. Van Heijningen jr.: ‘Daarom zijn ze destijds naar ons toe gekomen met de vraag of we een alomvattende documentaire konden maken over wat zich daar aan het eind van WO II allemaal heeft afgespeeld.’ (VPRO Gids)

Visueel sterk

De verwoesting van Zeeland wordt visueel krachtig in beeld gebracht door animaties die de bombardementen laten zien en aan de hand van nagespeelde scènes die de situatie aan het front tonen. De film opent met een indrukwekkende kaart van Zeeland, waarover de warme en gedragen stem van acteur Gijs Scholten van Aschat de kijker meteen het verhaal in trekt. Vervolgens wisselen historische kaarten, archiefbeelden, animaties en nagespeelde scènes elkaar in hoog tempo af. Deze structuur houdt de vaart erin, zonder dat het verwarrend wordt. Integendeel: het helpt de complexe gebeurtenissen overzichtelijk te maken.

Een sterk punt van de film zijn de gespeelde scènes waarin we een inkijkje krijgen in de hoofdkwartieren van de geallieerden. Er zijn vergelijkbare films die zo’n inkijkje geven (bijvoorbeeld de recente documentaire over Churchill op Netflix: Churchill at War), maar Het Grote Offensief blinkt uit door de structuur en hybride vorm, die ervoor zorgt dat de kijker anderhalf uur lang geboeid blijft. De personages van generaal Montgomery en president Eisenhower zijn overtuigend neergezet. De acteurs weten hun personages subtiel te laten botsen: de koppige, zelfverzekerde ‘Monty’ tegenover de bedachtzame, strategische ‘Ike’. De film laat zien hoe hun meningsverschillen – Montgomery wilde snel naar Berlijn terwijl Eisenhower koos voor een voorzichtige opmars – medeverantwoordelijk waren voor het uitstel en daarmee voor het bloedige verloop van de Slag om de Schelde.

© Filmdepot

Eerbetoon aan Zeeuwen

Wat de film bijzonder maakt, is dat hij niet blijft hangen in militaire strategie of heroïek, maar nadrukkelijk oog heeft voor het lot van de Zeeuwse burgerbevolking. Door beelden van overstroomde dorpen en archieffragmenten van verwoeste steden voel je als kijker de impact die dit heeft op de gewone mensen. Juist door dat aspect maakt Het Grote Offensief meer indruk dan een oorlogsdocumentaire: het is namelijk ook een eerbetoon aan de Zeeuwen die letterlijk tussen twee vuren kwamen te staan.

Alhoewel de film een sterk eerbetoon aan de Zeeuwen brengt, zijn er toch een aantal kanttekeningen te maken. Door de veelheid aan vormen (docu, drama, animatie) mist de film soms een duidelijk emotioneel anker. Waar De Slag om de Schelde werkte met fictieve hoofdpersonen waarin je je als kijker kon verplaatsen, kiest Het Grote Offensief voor een meer observerende benadering. Dat maakt het verhaal indrukwekkend, maar soms ook minder invoelbaar.

Desondanks is Het Grote Offensief een indrukwekkende prestatie, aangezien de film op een overtuigende wijze een vergeten hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis weet te belichten. Door zijn visuele kracht, informatieve rijkdom en betrokken vertelstijl verdient deze docufilm een breed publiek. Deze productie laat zien dat de bevrijding van Nederland niet zonder slag of stoot verliep, waarbij Zeeland een bijzonder hoge prijs betaalde.

De film is te zien vanaf 19 juni 2025. 

Film / Serie

‘Oerverhaal’ met halfbakken dramatiek

recensie: American Primeval (2025) – Netflix
American Primeval cover©Tudum by Netflix

Utah was in 1857/58 het toneel van een machtsstrijd tussen lokale mormonen en de federale regering in Washington. Andere partijen – inheemse stammen en settlers – werden hier ongewild bij betrokken. De interessante dramaserie American Primeval rakelt deze vrij onbekende geschiedenis weer op.

Historisch is de nieuwe Netflix-serie American Primeval dik in orde. Zoals de titel al doet vermoeden, wordt het vrij snel barbaars: een karavaan van kolonisten wordt overvallen en afgeslacht door een legertje gemaskerde mannen (mormonen), geassisteerd door inheemse Paiutes. Het camerawerk sleept je onverbiddelijk mee in dit Amerikaanse ‘oerverhaal’.

De zogeheten Mountain Meadows Massacre heeft werkelijk plaatsgevonden. In 1857 was de mormoonse beweging in Utah, strevend naar zoveel mogelijk zelfbestuur, in gewapend conflict gekomen met de federale autoriteiten. Alle reizigers werden beschouwd als mogelijke bondgenoten van de vijand; complotdenkers en geruchtenmachines deden hun werk (ook toen al) volop. Met als gevolg dus een paranoïde moordpartij op landverhuizers die totaal niets met de strijd te maken hadden. De gecalculeerde inschakeling van Paiutes had uiteraard tot doel om ‘de wilden’ de schuld in de schoenen te schuiven.

Mooie couleur locale

Het script van de serie is geschreven door Mark L. Smith, die eerder al (mede) tekende voor de terecht bekroonde, uiterst rauwe film The Revenant (2015). In beschrijvingen van de serie wordt vaak gewezen op de dito bloederigheid van American Primeval. Maar eerlijk gezegd valt die best mee. Kijkers zijn het nodige gewend tegenwoordig, en hoewel er flink wat wordt gemoord op de vlakten van Utah heb je geen supermaag nodig om de zes afleveringen te doorstaan.

De beste elementen van de serie zijn de aandacht voor de historische context en de prachtige cinematografie. Alle perspectieven – zeker ook die van de inheemse Shoshone – worden vrij genuanceerd geschilderd en de aandacht voor couleur locale en natuurschoon verdient een groot compliment. Het is wel handig als je iets meer weet over dit tijdsbestek in de geschiedenis van de VS. In 1857 stonden de sterk verdeelde staten aan de vooravond van de Civil War (1861-1865), en de positie van de inheemse volken was inmiddels behoorlijk uitzichtloos geworden. Direct na de burgeroorlog, toen het Amerikaanse leger zijn handen weer vrij had, zouden er nog een paar grote, laatste Indian Wars plaatsvinden. Maar zoals de Shoshone in American Primeval al goed beseften, was vechten tegen ‘de witten’ een verloren zaak. (Leestip: Peter Cozzens, The Earth Is Weeping, 2016.)

Geijkte verhalen

De Netflix-serie concentreert zich verder op enkele individuele verhalen: soms volg je de van elkaar gescheiden echtelieden Pratt, dan weer gevluchte moeder Sara Rowell die met haar zoontje, een zwijgzame gids en een inheems meisje uit handen van justitie/premiejagers probeert te blijven. Hun belevenissen zijn weliswaar onderhoudend, maar ook wat geijkt.

De Pratts zijn de enige overlevenden van de genoemde slachtpartij, maar dat klinkt mooier dan het is. Abish Pratt (Saura Lightfoot-Leon) wordt opgepikt door Shoshone en gedwongen opgenomen in hun stam. Jacob Pratt (Dane DeHaan), half gescalpeerd en helemaal getraumatiseerd, raakt steeds verder van het padje in de zoektocht naar zijn ontvoerde Abish. Ze zullen elkaar nog een keer ontmoeten, maar wat een mooie afsluitende tranentrekker had moeten worden, werkt eerder op de lachspieren. De makers verliezen zich in dit verhaal in een overdaad aan dramatiek.

Moeder Rowell, op de vlucht na een wanhoopsdaad, heeft de beste rol in American Primeval: Betty Gilpin zet een vastberaden vrouw neer die met vallen en opstaan de ongeschreven wetten van het Wilde Westen leert kennen. De tocht met haar zoontje is avontuurlijk en spannend, en de interactie met haar gids (Taylor Kitsch) boeit ook. Al liggen een paar clichés altijd op de loer, zeker aan het eind van de serie.

Half en half

Het verhaal van de Pratts – die ‘getuigen’ waren van de slachtpartij en dus iets te vertellen hebben – is wel intelligent verweven met het conflict tussen mormonen en federale troepen. Beide partijen zijn om eigen redenen in het echtpaar geïnteresseerd. Hun voortdurende kat-en-muisspel leidt aan het eind van de serie tot een verrassende climax.

Uiteindelijk wil American Primeval iets te veel van twee disciplines zijn: geschiedenis en drama. Historisch en visueel tikt de serie goede vinkjes aan, de hele context en aankleding zijn mooi en vakkundig uitgewerkt. Daarmee is het een relevante en onderhoudende interpretatie van een niet zo bekend hoofdstuk uit het Amerikaanse verleden. Als drama is het wat minder geslaagd. De lotgevallen van de hoofdpersonen houden je aandacht wel vast, maar zijn weinig origineel en soms zelfs sentimenteel. Dat voelt een beetje als een gemiste kans. Zo is de serie leuk om een weekendje te bingen, maar niet goed genoeg om in je kijklijst te bewaren.

Film / Films

Ontketend

recensie: Ni chaînes ni maîtres (2024) - Simon Moutaïrou

Deze film is de eerste grote publieksfilm over het slavernijverleden van Frankrijk op Île de la France (het hedendaagse Mauritius). De verhalen van tot slaaf gemaakten en hun nakomelingen, die bijgedragen hebben aan de Franse rijkdom, hebben tot nog toe weinig tot geen aandacht gekregen in de Franse bioscopen. Simon Moutaïrou brengt daar nu op indrukwekkende wijze verandering in.

In Ni chaînes ni maîtres volgen we de tot slaaf gemaakte Mati (Anna Diakhere Thiandoum) en haar vader Massamba (Ibrahima M’Baye) die werkzaam zijn op een Franse suikerrietplantage. Mati droomt van een vrij leven, Massamba denkt dat ze zich beter kunnen schikken in hun lot, om op die manier te overleven. Onder de tot slaaf gemaakten gaat het verhaal rond dat er op het eiland een plek zou bestaan waar voormalige slaven in vrijheid leven en daar wil Mati naartoe. Na haar ontsnapping van de plantage wordt ze achtervolgd door de beruchte slavenjaagster Madame de la Victoire en haar twee zoons. Massamba gaat zijn dochter zoeken, voordat het te laat is.

Nederlands randje

Dit historische drama van Simon Moutaïrou gaat impliciet ook over Nederland. Het zijn de Nederlandse kolonisten die op Mauritius (vernoemd naar de Nederlandse prins Maurits) een nederzetting hebben gesticht. Het zijn ook zij die de productie van suiker met tot slaaf gemaakte Afrikanen en Aziaten hebben geïntroduceerd. Toen de Fransen het eiland in 1721 innamen, na het vertrek van de Nederlanders, bestond er dus al slavernij. De Fransen zijn verdergegaan waar de Nederlandse kolonisten het achterlieten.

Code noir

De meeste films over slavernijgeschiedenis laten alle wreedheden die ermee gepaard gaan zien. Denk bijvoorbeeld aan 12 Years a Slave van Steve McQueen. Het is essentieel om te laten zien wat tot slaaf gemaakten ondergingen. Ook in Ni chaînes ni maîtres wordt getoond wat er gebeurt als een tot slaaf gemaakte vlucht of andere dingen doet die in de zogenaamde Code noir staan. De Code noir is een decreet uit 1685 van de Franse koning Lodewijk XIV over de omgang met zwarte slaven.

Maar doordat de film gedraaid is vanuit het oogpunt van de Marrons, zoals gevluchte tot slaaf gemaakten werden genoemd, ligt de nadruk op de ongelofelijke moed, volharding en solidariteit die deze mensen tentoonspreiden. Daardoor worden Mati en haar vader Massamba trotse Marrons op zoek naar vrijheid in plaats van slachtoffers.

Parallel met het heden

Op Île de France gingen de Marrons, al vluchtend op zoek naar een beter leven, richting de zee waar ze met kano’s probeerden over te steken naar Madagaskar. De meeste van deze kano’s kwamen nooit aan. De stranden van het eiland lagen dan ook bezaaid met lichamen van verdronken mensen. In de film is dit indringende beeld te zien als Massamba, op zoek naar zijn dochter Mati, de lichamen checkt. Regisseur Simon Moutaïrou gebruikt dit om een parallel naar het heden te trekken: het beeld van slachtoffers van noodgedwongen migratie die op de stranden van Italië, Griekenland en andere landen aanspoelen.

Lessen

Ni chaînes ni maîtres is een film die je aan het denken zet. Er is geen voorstelling te maken van wat tot slaaf gemaakten te verduren hebben gehad. Het relativeren of, godbetert, goedpraten van het slavernijverleden is op geen enkele manier te rechtvaardigen. Het is onvoorstelbaar dat we anno 2024 een ‘Zwarte Pieten’ discussie hebben, dat we moeite hebben met excuses maken voor het slavernijverleden en dat op veel plekken donkergekleurde mensen nog steeds als minderwaardig worden gezien. Laten we hopen dat films als Ni chaînes ni maîtres, ook in Nederland, bijdragen aan een beter begrip en inzicht.

Film / Films

Meesterlijk kostuumdrama over zusterschap in een mannenwereld

recensie: Firebrand (2023) – Karim Aïnouz
FirebrandFilmdepot

Het historische drama Firebrand draait om de zesde vrouw van Hendrik VIII. De film is gebaseerd op het boek Queen’s Gambit van Elizabeth Fremantle. De ritmische montage voegt kracht toe aan het al sterke acteerwerk. De Braziliaanse regisseur Karim Aïnouz houdt met deze film de aandacht vast tot in de laatste momenten. Van een stoffig kostuumdrama is beslist geen sprake.

De geschiedenis van Hendrik VIII (1491-1547) is een donkere. Vijf vrouwen zijn Catharina Parr (Alicia Vikander) al voorgegaan als ze huwt met de notoire koning Hendrik (Jude Law). Het lot van zijn eerdere vrouwen is geen geheim. Als Hendrik enkele maanden in Frankrijk verblijft om oorlog te voeren, benoemt hij Catharina tot regent. Na een ongeluk is de koning ziek en heeft geïnfecteerde benen. Als hij bij terugkeer steeds zieker en paranoïde wordt, moet Catharina steeds meer vechten voor haar eigen voortbestaan.

Ritmische montage

Firebrand is geen duf kostuumdrama, alleen al door de dynamische montage. Zo maakt Aïnouz bij een dansscène gebruik van ‘rythmic editing’. Tijdens de scène danst Catharina met edelman Thomas Seymour (Sam Riley). Het beeld vibreert tegelijkertijd met bombastische muziek, een scène waar je als filmliefhebber van kan smullen. Daarbij lijkt de setting van de film geregeld de grillen van Hendriks stemming af te schilderen. Donkere wolken met grimmige muziek tegenover plots een helderblauwe lucht.

Imponerend acteerwerk

Law en Vikander zijn aan elkaar gewaagd. Jude Law staat voor menig kijker bekend als de hunky acteur uit films als The Holiday (2006) en Closer (2004). In Firebrand bewijst hij dat de rol van kwaadaardige en onbehouwen koning hem eveneens goed past. Vikander doet absoluut niet onder voor Law. Zij speelt haar rol als berekenende echtgenote feilloos. Hendrik wordt gedurende het verhaal tergend onvoorspelbaar en voert de spanning van de film op. De koningin is gehaaid en weet waar de kwetsbaarheden van haar echtgenoot zitten. Er zijn scènes met Law en Vikander in dezelfde ruimte die je uit je comfortzone trekken, lang nadat de aftiteling is geweest.

Mannen tegen vrouwen

Wat dit kostuumdrama onsubtiel aanstipt: de wereld is onverbeterlijk hard voor vrouwen. Hoewel we de geschiedenis kennen, blijft het shockerend om te zien. Eerdere echtgenotes aan het hof werden onthoofd of weggestuurd als het de koning zinde. Als je niet al voor een andere misstap was gestraft. Wat deze film anders doet en tegelijkertijd mooi benadrukt, is de vrouwenroedel om Catharina heen. Waar de verhalen zich vaak focussen op de koning als kwaadaardige tiran, gaat de aandacht nu uit naar de vrouwelijke bondgenoten in een mannenwereld. Aïnouz gebruikt daar prachtige beelden voor in Firebrand. En die beelden maken de film sterk om te zien.

Boeken / Non-fictie

Door innerlijke noodzaak gedreven

recensie: Kafka: Schrijven voor zijn leven - Rüdiger Safranski

De Duitse filosoof en historicus Rüdiger Safranski heeft een indrukwekkend rijtje omvangrijke biografieën op zijn naam staan. Onder andere over Schopenhauer, Nietzsche, Heidegger en Goethe. Daar is nu een aanmerkelijk dunner boek over Franz Kafka aan toegevoegd. Een biografie mag het dan ook niet heten.

Safranski koos voor een uitgebeende levensbeschrijving, waarin interpretaties van Kafka’s werk grotendeels achterwege blijven. Er wordt één spoor gevolgd, zoals de auteur het zelf omschrijft: ‘het eigenlijk meest voor de hand liggende: het schrijven zelf en zijn [Kafka’s] gevecht ermee’. Werkt dat?

Brieven en dagboeken

In ieder geval wel wanneer Safranski uit Kafka’s brieven en – sterker nog – dagboeken citeert, omdat het hier om primaire bronnen gaat. Al doet een opmerking als ‘een van de bronnen van het schrijven is (…) het plezier van gedaante te wisselen’, met een knipoog naar het verhaal De gedaanteverwisseling wat goedkoop aan, temeer daar die opmerking verder niet wordt uitgewerkt.

Pas wanneer de auteur het beroemde verhaal Het vonnis bij de kop pakt, weet hij een geloofwaardig en uitgewerkt verband tussen leven en werk van Kafka te leggen. Het is 1912 en Kafka heeft inmiddels Felice Bauer leren kennen. Hij schrijft het verhaal in één nacht, ‘door een innerlijke noodzaak gedreven’ aldus Safranski. Het personage van Georg in het verhaal is Franz (evenveel letters) en Frieda is Felice (ook evenveel letters). Zowel Georg als Franz staat op het punt zijn vrijgezellenbestaan op te geven, maar Georg wordt door zijn vader de weg versperd. Deze situatie is parallel aan wat Kafka later in zijn Brief aan mijn vader schrijft: ‘Maar zoals het er met ons voorstaat, is het huwelijk voor mij niet weggelegd, juist omdat het jouw terrein is’. ‘Het schrijven’, meent Safranski, ‘kan het leven een paar stappen vóór zijn’.

Familieopstelling en zelfonderzoek

In zijn beschrijving van De gedaanteverwisseling gaat Safranski nog een stap verder, door het verhaal als een familieopstelling te zien. Dat wil zeggen: een alternatieve vorm van psychotherapie die niet onomstreden is. De uitwerking van dit idee is te kort om voor de al dan niet ingewijde lezer duidelijk te zijn, terwijl het verhaal zelf uitgebreid uit de doeken wordt gedaan. Zoals Safranski met het hele oeuvre van Kafka doet. Het zou op zich een interessante exercitie kunnen zijn, omdat je bij een familieopstelling een ander voor de geest haalt. Denk aan Kafka’s verhouding tot de eerder genoemde Felice Bauer, die hem enerzijds benauwt en anderzijds juist aanzet  tot schrijven.

Uiteindelijk verbreekt Kafka zijn verloving met Felice. Hij redt zichzelf door te werken aan de roman Het proces. Safranski vermeldt verschillende interpretaties van dat boek dat kan worden opgevat ‘als anticipatie op een totalitair tijdperk of, in een mildere variant, als schrikbeeld van een ambtelijk, bureaucratisch genormeerde wereld’. Zelf ziet hij er ook ‘de inhoudsloze transcendentie in van de geseculariseerde wereld’.

Safranski vat de roman voorts op ‘als ontwikkelingsgang, waarbij (…) de enkeling en de macht (…) in elkaar overgaan’. Een voor de auteur typerende opvatting; hij schreef immers ook een studie onder de titel Eenling zijn (2023). In het boek over Kafka vult Safranski een aspect in, dat in deze studie nog ontbreekt: verinnerlijking. In dit geval de verinnerlijking van het proces, dat door Safranski wordt omschreven als ‘de schuld van de schuldeloosheid’. Safranski ziet dat proces namelijk als zelfbedrog: het idee nergens schuld aan te hebben laadt Josef K. juist op met schuld. Het leidt tot zelfonderzoek. Hij wordt op zichzelf teruggeworpen.

Schrijven als verlichting

De schuld bestaat in het schrijven waarin Kafka helemaal opgaat, ten kost van zijn burgerlijke leven (werk, verlovingen, relatie tot zijn vader). Het werk biedt verlichting.

Net als de landmeter in de roman Het slot hoort Kafka ‘nooit zo vanzelfsprekend bij de gemeenschap (…) waarin hij leeft’. Het slot wordt – stelt Safranski – vaak religieus geïnterpreteerd. Daarbij begaat Safranksi overigens de fout om – zoals vaak gebeurt – Godot in de titel van het toneelstuk Wachtend op Godot van Samuel Beckett als God te lezen; zelf heeft Beckett aangegeven dat hij wel ‘God’ had geschreven als hij dit had bedoeld.

In dit geval laat zich hier de auteur kennen van nog een ander boek, Het kwaad (2005). Zowel in dat boek als in dit boek over Kafka raakt Safranski gaandeweg aan het metafysische (wat achter de werkelijkheid zit) en transcendente (wat boven de werkelijkheid uitgaat). ‘De leegte’ en het ‘inhoudsloze’ uit het begin van het boek ‘loopt vol’. Er zijn denkers als Karl Erich Grözinger en Ulf Abraham die de notie Ein Sof (het oneindige, het goddelijke) hieraan verbinden, maar dat doet Safranski niet.

Zo raakt hij aan veel dat de lezer uitnodigt om verder te lezen. Safranski biedt op deze manier in wezen een uitgebreid essay rond een thema: schrijven als innerlijke noodzaak. Waarbij hij diep ingaat op het werk van Kafka, minder op diens leven en niet of nauwelijks op de interpretatie van diens oeuvre. Zo is het een interessant boek geworden dat zowel een inleiding vormt voor mensen die nog weinig van Kafka hebben gelezen of over de schrijver weten, én voor mensen die geïnteresseerd zijn in de op één aspect gerichte invalshoek die Safranski kiest.

Boeken / Non-fictie

Een donker en triestig portret

recensie: De trein naar het Imperium – Maja Wolny
from-marwool-_zgM7hS7RNI-unsplashUnsplash

Met eigen ogen zien hoe erg het is, dat is wat Maja Wolny (1976) wil wanneer ze in de herfst van 2022 naar Rusland reist: een waanzinnig land, een psychiatrische patiënt die je beter kan observeren dan aan zijn lot overlaten.

Een ‘psychiatrische patiënt’, dat zou verder gedefinieerd moeten worden. Zulke patiënten heb je immers in alle soorten en maten. Wolny doet in De trein naar het Imperium een dappere poging om iets van een etiket op de zieke te plakken, iets van de arme stakker te begrijpen; wellicht zelfs iets van sympathie te voelen. En als iemand dat laatste zou moeten kunnen, dan is zij dat wel. Voor haar is Rusland het land waarvan ze met ‘een toxische, onbeantwoorde liefde houdt’. En onbeantwoord blijft de liefde. Sterker, ook minuscule sprankjes hoop, die ze bijvoorbeeld in haar vriendschappen vindt, blijken vaak niet meer dan smeulende resten. De resten van een land, een bevolking in geestelijke nood.

Angst

Eerder reisde Maja Wolny, geboren in Polen en tegenwoordig daar ook weer woonachtig, de Belgische ontdekkingsreizigster Alexandra David-Neel achterna, de eerste vrouw in de geschiedenis die Tibet bereikte. Dat resulteerde in het boek De trein naar Tibet. In De trein naar het Imperium reist ze de Poolse schrijver en journalist Ryszard Kapuściński achterna. Kapuściński maakte verschillende reizen door de toenmalige Sovjet-Unie, onder andere tijdens de periode 1989-1991 toen het eens zo imposante Imperium in zijn eigen grootsheid stikte en bezweek. Wolny leert Kapuściński kennen tijdens haar stage bij het Poolse weekblad Polityka kennen – ze raken bevriend tot aan zijn dood in 2007.

In zijn boek Imperium (1993) verdeelt Kapuściński buitenlanders die het imposante rijk bezoeken in drie groepen. Hij begint met de bezoekers bij wie het stress, boosheid, waanzin en irritatie veroorzaakt – degenen die het Imperium als een grote kwelling ondergaan. En voordat zij zich goed en wel realiseren dat er geen uitweg mogelijk is, eraan onderdoor gaan. De tweede groep observeert de bevolking en imiteert hun denken en handelswijze. Voor de derde groep is alles interessant, uitzonderlijk, onwaarschijnlijk. Zij willen deze onbekende wereld leren kennen, het onderzoeken. Zij wapenen zich met geduld, en behouden afstand met een kalme, aandachtige, nuchtere blik. Bezweken is Wolny niet – althans, niet volledig –, maar ze behoort zeker tot de eerste groep voor wie het Imperium een aanslag op lichaam en geest is.

Confrontaties

En is haar dat kwalijk te nemen? Absoluut niet. De confrontatie met het Imperium is er een die als een giftige damp het lichaam binnendringt, bezit van je neemt. Soms is de damp zichtbaar, daar is het gevaar: wegwezen. Zoals die keer waarbij Wolny bij terugkomst in haar hotel haar spullen verplaatst ziet. Evenzo vaak is de dreiging onzichtbaar, maar voelen alle zintuigen: dit is niet goed. Een doordringende blik van in een zwartgeklede man, onaangekondigd bezoek op de late avond (‘We komen de koelkast halen.’), geklop op de hotelkamerdeur – niemand daar. Voorvallen die, wanneer ze zouden plaatsvinden in Noorwegen, Tsjechië of zelfs in Hongarije, het reisverslag niet zouden halen. Maar hier in het Rusland van vandaag de dag, nestelt het zich in iedere lichaamscel.

Een angst die zich in het DNA van de Rus (voorheen de Homo Sovieticus) heeft genesteld. Wolny schrijft: ‘De beste manier om controle uit te oefenen op mensen is in iedere levenssfeer het angstniveau te verhogen.’ En zo vermijden blikken elkaar op straat, wordt de oorlog (of vanuit het Kremlin bestempeld als speciale militaire operatie) in Oekraïne door middel van trivialiteiten overschreeuwd of simpelweg verzwegen, of wanneer men er wel over wil praten doodgeslagen door het narratief dat op iedere straathoek, televisie- en radiozender heersend is. De confrontatie was onvermijdelijk. ‘Met wie?’ vraagt Wolny aan Petja, een 49-jarige kattenliefhebber uit Irkoetsk: ‘De NAVO, de Oekraïners, het allegaartje van vijanden van Rusland uit heel Europa…’

Kleurloos

Waar Wolny ook naartoe reist, eigenlijk is het van Moskou tot Siberië dezelfde modderige bende. Een kleurloos geheel van angst, apathie, verwarring en ontkenning. Ze ging ernaartoe om de patiënt te bestuderen en wat zijn haar bevindingen? Ze wist dat het erg was, maar de patiënt is er nog slechter aan toe dan gedacht. Een patiënt die haar uiteindelijk ook uitkotst, want aan het eind van haar boek volgt de grootste, ditmaal directe confrontatie. Waarschijnlijk ligt een radio-interview dat ze aan een Pools programma gaf, ten grondslag aan haar twintigjarige ban uit Rusland. Een gebeurtenis die Wolny begrijpelijkerwijs diep raakt en door heel het boek geregeld wordt aangehaald of naartoe wordt opgebouwd (de uitgever doet op de achterflap ook een duit in het sensationele zakje door het verslag als een thriller aan te prijzen – wat overdreven is).

Met haar boek heeft Wolny een tijdsdocument geschreven, een inkijkje in het Rusland van Poetin. Een donker en triestig portret. De grote vraag aan het eind van het reisverslag is dan ook: is er hoop en zo ja, waar is die te vinden? Misschien moeten we die toch zoeken in het universeel menselijke. En dan toch ook in het sentimentele cliché: liefde. Hiervoor moeten we even terug naar de eerder aangehaalde Petja, de kattenliefhebber. Hij vertrouwt haar toe:

Als ze mij naar het front sturen, weet je wat ik dan het ergste zou vinden? …

Petja heft zijn wijsvinger naar me op en laat een stilte vallen. Ik heb geen idee wat ik moet antwoorden. Ik haal mijn schouders op en plotseling zie ik iets in zijn blauwe ogen, wat ik absoluut niet had verwacht: tranen.

… Ik zou het het ergst vinden voor de katten. Wie zal er voor ze zorgen?

Kunst
special: Vakantietips – Sevilla
Museo del Baile FlamencoDenise Hermanns

Hotspot voor cultuur

Voor wie deze zomer op zoek is naar zon en cultuur biedt Sevilla gegarandeerd vertier. De tropische temperaturen in juli en augustus, soms boven de 40 graden, jagen inwoners de stad uit en zorgen ervoor dat de meeste reizigers hun bezoek in het voor- of najaar plannen. Wie de zomerse hitte durft te trotseren wacht een relatief rustige stad, met een adembenemend mooi centrum vol kunst en cultuur.

Unesco erfgoed

Sevilla is een bolwerk van kerken, musea en bijzondere gebouwen. Verplichte kost is het koninklijk paleis, het wereldberoemde Alcázar, waarvoor je bijtijds een kaartje moet reserveren. Hier zie je de exotische Mudéjar-architectuur met de kenmerkende tegeltjes op zijn best, in de vele galerijen, patio’s en zalen, waar ook romaanse, gotische en renaissancistische elementen voorkomen. In de tuinen mag je de mysterieuze Baños de Doña María de Padilla zeker niet overslaan. De ruimte werd vernoemd naar de minnares van de tirannieke koning Peter de Wrede. Anders dan de naam doet vermoeden werd deze cisterne gebruikt voor de opslag van regenwater.

In de nabijgelegen gotische kathedraal met maar liefst vijf schepen bevindt zich het praalgraf van Columbus, naast meesterwerken van onder andere Murillo en Goya. In de schatkamer vol relieken van goud, zilver en edelstenen en bij het imposante houten altaarstuk van Peter Dancart raak je niet uitgekeken.

Cake en kunst

Ga je in het weekend, dan kun je de zusters van het klooster van San Ines opzoeken. Je mag het gebouw niet in om de nonnen te ontmoeten, maar wie bij de poort met intercom aanbelt krijgt wel gelegenheid hun cakes en taartjes ‘contactloos’ te bestellen dankzij een vernuftig houten luik dat naar buiten wordt gedraaid om de verkoop te sluiten.

Wat je wel kunt betreden is het voormalige kartuizerklooster La Cartuja net buiten het centrum, dat tegenwoordig het Centro Andaluz de Arte Contemporáneo (CAAC) huisvest. Deze mystieke setting laat de tentoongestelde hedendaagse kunst van opkomende talenten nog mooier uitkomen. In de vaste collectie bevindt zich werk van klinkende namen als Louise Bourgeois, Candida Hofer en Joseph Kosuth.

CAAC museum

CAAC museum © Denise Hermanns

Pareltjes

De vele privépaleizen, waar je mag rondneuzen tussen meubelen, portretten en boeken, maken Sevilla extra bijzonder. In het beeldschone Palacio de Las Dueñas verwelkomde de steenrijke María del Rosario Cayetana Fitz-James Stuart y Silva tot haar dood in 2014 vele filmsterren, modeontwerpers en zelfs koningen. Deze excentrieke achttiende hertogin van Alba vond haar passie in het voetbal, de flamenco en, tot groot ongenoegen van haar familie en het Spaanse koningshuis, bij een 25 jaar jongere echtgenoot.

paleis van de gravin van Lebrija

Paleis van de gravin van Lebrija © Denise Hermanns

Het vijftiende-eeuwse paleis van de gravin van Lebrija is een ander pareltje. De amateur-archeologe kocht het in 1901 voor haar imposante privéverzameling Moorse kunst en archeologische voorwerpen. De collectie is een beetje stoffig maar de vloeren vol oude Romeinse mozaïeken uit Italica mag je niet missen.

Werelderfgoed

Overweldigend is het Plaza de España, een reusachtig plein in halvemaanvorm dat allerlei gebouwen, kanalen en bruggen omsluit. Het in diverse neostijlen opgetrokken complex werd aangelegd voor de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 en diende als filmset voor onder andere Lawrence of Arabia en Star Wars II. Van de 52 Spaanse provincies die er met Andalusische tegeltjes zijn vormgegeven, kent iedereen er wel een paar.

Plaza de España

Plaza de España © Denise Hermanns

Op en top Spaans zijn ook de vele flamenco shows die je in de stad kunt bezoeken. Het Museo del Baile Flamenco, opgericht door flamencolegende Cristina Hoyos, toont de expressieve zang en dans in een ontroerende voorstelling. Het museum belicht ook de geschiedenis van dit stukje werelderfgoed, aan de hand van kunstwerken, kostuums en vintage foto’s. ’s Avonds kun je op een van de vele terrassen rondom Las Setas de Sevilla, een 26 meter hoog houten monument, alle indrukken van de dag rustig op je in laten werken terwijl de stad langzaam weer tot leven komt.

Voor fijnproevers van kunst, muziek, geschiedenis en architectuur is Sevilla ondanks de tropische temperaturen een absolute aanrader deze zomer. ‘Vámonos!’