Boeken / Non-fictie

Gefragmenteerd op zoek naar eenheid

recensie: Jaap Goedegebuure - Kellendonk: Een biografie

Een biografie over een man die van biografieën niets moest hebben. Netjes chronologisch gerangschikte zinloze feiten, zo kwalificeerde schrijver Frans Kellendonk ze. Met Kellendonk: Een biografie bewijst Jaap Goedegebuure het ongelijk van de gebiografeerde.

Van de meerwaarde van de schrijversbiografie was Frans Kellendonk (1951-1990) niet overtuigd: ‘Dat kennis van het leven zou leiden tot een beter begrip van het werk is een veelgehoord, maar ondeugdelijk argument, want de biograaf kan niet anders dan omgekeerd te werk gaan en proberen om de chaos, die elk leven is, in het perspectief van de kunst te ordenen.’

Voor Jaap Goedegebuure was dat niet een reden om geen biografie over Kellendonk te schrijven. Daarin bewijst hij een ‘zakelijke’ biograaf te zijn, waar hij meer beschrijft dan duidt. Hij is niet geforceerd op zoek naar biografische gegevens om Kellendonks werk te duiden en zadelt de lezer niet op met psychologische theorieën die het werk verklaren. Hij beschrijft vrij afstandelijk het tragische leven van de schrijver. Dat Kellendonks particuliere tragiek de grondtoon van zijn ideeënmuziek vormt – een ideeënmuziek die het particuliere overstijgt – is zo evident dat de lezer geen verdere aanwijzingen van de biograaf nodig heeft.

Traditie

De tragiek was de onverenigbare kloof tussen Kellendonks levensbeschouwing en zijn levenswandel. In interviews, brieven en essays wees hij regelmatig op het belang van de gemeenschap, op de noodzaak van een bezield verband en de noodzaak van religie. In de traditie van de Bijbelse Paulus sprak hij over de maatschappij als een ‘mystiek lichaam’, waarin de (lichaams)delen samen een geheel – een lichaam – vormen.

Kellendonk was van kinds af aan erg bezig met traditie en met zijn plaats daarin. Als jongetje maakte hij (fictieve) geschiedenisverhalen en stambomen van de familie Kellendonk. Het ironische is dat juist hij in de familiestamboom een doodlopende tak zou blijken te zijn.

Want Kellendonk leefde als einzelgänger, of zoals Goedegebuure het noemt, als een monnik. Hij was niet makkelijk in de omgang en had weinig behoefte aan sociaal contact. Volgens een vast schema waagde hij zich ‘s avond uit zijn werkkamer – waar hij nauwgezet werkte aan vertalingen en eigen werk – om in café Le Shako twee drankjes te gebruiken. Een gesprek met hem aanknopen en op gang houden ging zijn kroeggenoten moeilijk af.

De eenling

Hij was een eenling, een dissonant in zijn op het katholieke gedachtegoed geïnspireerde ideaal van maatschappelijke harmonie. Zijn homoseksualiteit zag hij als een valse noot. Niet in persoonlijk opzicht – hij lijkt totaal niet geworsteld te hebben met zijn geaardheid en maakte van het feit dat hij goed in de markt lag ook volop gebruik. Maar in maatschappelijk opzicht lag dat ingewikkelder. Zonder voortplanting had men geen deel aan wat Kellendonk ‘de geschiedenis van het vlees’ noemde. Zonder deel te hebben aan de geschiedenis viel je buiten de gemeenschap. En ‘gemeenschap’ is wat de mens zo nodig had volgens hem.

Onverenigbaar

Aan collega-schrijver P.F. Thomese schreef hij dat hij graag opnieuw katholiek wilde worden, en dan niet zozeer omwille van het geloof maar omwille van het deel uitmaken van een (bezielde) gemeenschap:

Het benauwde opgesloten zijn in je eigen bewustzijn, dat is typisch iets voor romantici. Daar heb ik fundamentele bezwaren tegen. Dat zeg ik, omdat ik, natuurlijk, in aanleg zelf een romanticus ben. Maar ik ben het er niet mee eens.

Maar zomaar weer geloven kon hij niet. Hij noemde zichzelf een ongelovige gelovige. Hij bleef verlangen naar het katholicisme van zijn jeugd, maar een mis kon hij niet meer bijwonen zonder halverwege misselijk de kerk te verlaten.

Schijnheilig

Het ene vinden, het andere doen: is dat niet schijnheilig? Schijnheiligheid is onoprecht en impliceert dat je jezelf moreel beter voordoet dan je bent. Dat kon van Kellendonk zeker niet gezegd worden. De reden dat Kellendonks verlangens en neigingen zo uiteen liepen was dat hij ze simpelweg niet kon verenigen.

Pas op zijn sterfbed kon hij zich overgeven: ‘Ik ben altijd bang geweest om mijn autonomie te moeten prijsgeven, afhankelijk te moeten worden. Nu ben ik afhankelijk geworden, met een schok, van de hulp en hartelijkheid van anderen, en het blijkt géén afschuwelijke ervaring te zijn, integendeel, een bevrijding. Ik ben bevrijd van mijn eigen waanwereld, eindelijk een inwoner van de wereld van de mensen. De tranen stromen me regelmatig over de wangen en er zit geen druppeltje verdriet in.’

Geslaagd

Zorgt deze biografie voor een beter begrip van het werk van Kellendonk? Ja. Maar mocht iemand daar niet van overtuigd zijn: het boek is ook op zichzelf zeer de moeite waard. De goed en bij vlagen mooi geschreven biografie geeft een scherp beeld van een interessant en veelgelaagd persoon.

Een zeer geslaagde biografie van de man die een hekel had aan biografieën. Het past precies bij Frans Kellendonk: een vat vol (schijnbare) tegenstellingen.