Tag Archief van: Biografie

Film / Kunst / Documentaire / Film / Serie

De man achter het icoon

recensie: The Andy Warhol Diaries – Andrew Rossi

Andy Warhol. Wie kent hem niet? Van Campbell’s Soup Cans tot de zeefdruk van Marilyn Monroe. Maar zijn belangrijkste kunstwerk was misschien wel hijzelf. Wie was toch die man onder die zilveren pruik? Schrijver en regisseur Andrew Rossi probeert er met zijn The Andy Warhol Diaries achter te komen in een boeiende maar onevenwichtige documentairereeks op Netflix.

Andy Warhol had er vast van genoten: een AI-recreatie van zijn stem, die in de serie zijn dagboekfragmenten voorleest. De recreatie van Warhols stem doet recht aan zijn behoefte ‘to be a machine’. De kijker voelt zich een vertrouweling, bijna vergetend dat Warhol niet zelf zijn verhaal vertelt. Naast ‘AI Andy’ komt een grote variatie aan (on)bekenden aan het woord met wisselende verhalen. Dat is de kracht maar ook de zwakte van de documentaire. Rossi is veelzijdig maar onevenwichtig in zijn keuze van onderwerpen en in de behandeling van de vragen die hij oproept.  Zes afleveringen later vragen we ons nog steeds af of we Andy Warhol wel hebben leren kennen.

 

Een onbetrouwbare verteller?

Warhol zou Warhol niet zijn als hij zelf in zijn dagboek had geschreven. Nee, de kunstenaar heeft zijn leven van 1976 tot en met 1987 via de telefoon gedicteerd aan zijn goede vriendin Pat Hackett. Op deze opgetekende memoires is Rossi’s documentairereeks gebaseerd. Ze kwamen in 1989 onder redactie van Hackett uit als boek met de titel The Andy Warhol Diaries. De documentaire waarschuwt vanaf het begin dat we Warhols versie van de gebeurtenissen niet als de ultieme waarheid moeten beschouwen. Het is tenslotte een persoonlijk perspectief. Dit persoonlijke perspectief wordt aangevuld met een rijkdom aan foto- en filmfragmenten. Die zijn interessanter dan de ingezette stand-in acteur. Een documentaire over Warhol verdient stilistisch vernieuwender ideeën. Vooral gezien de acteur niet goed op Andy Warhol lijkt. Het is een dissonant met de AI-recreatie van zijn stem.

In de zoektocht naar de man achter de kunst legt Rossi de nadruk op Warhols persoonlijke leven. Andy’s belangrijke relaties zijn ijkpunten voor de afleveringen. Eerst is er Jed Johnson, de jonge interieurontwerper die op basis van zijn knappe uiterlijk werd aangenomen bij The Factory. Dan is er Jon Gould, de straight-passing executive van Paramount. Ten slotte is er Jean-Michel Basquiat, de opkomende zwarte kunstenaar wiens relatie met Warhol tussen mentorschap en samenwerking lijkt te liggen. Het blijkt dat zelfs vrienden en familie niet altijd weten wat er in Warhol omging. De sprekers zijn het bijvoorbeeld niet eens over wat voor soort relatie hij met Jon Gould had.

 

Aangrijpend queer-perspectief

De serie is op zijn aangrijpendst als de aidsepidemie opkomt. Het wordt al snel duidelijk dat de ‘gay cancer’ een schaduw werpt over de kunstbeweging en feesten van de jaren tachtig. We worden geconfronteerd met hoe weinig van de personages nog in leven zijn om hun verhaal te doen. Ook Gould overlijdt in 1986. Iets wat we niet hadden gelezen zonder Hacketts annotaties, aangezien Gould niet uit de kast was en absoluut niet wilde dat Andy persoonlijke dingen over hem schreef in zijn memoires.

Warhol zelf is nooit echt in of uit de kast geweest, zegt schrijver Lucy Sante in aflevering één. Hij profileerde zich als aseksueel, wat een schild lijkt te zijn geweest tegen de homofobe maatschappij waarin hij als publiek persoon navigeerde. De bevragingen van Warhols seksuele activiteiten voelen soms invasief. Maar het blijkt de moeite waard om voorbij het persona te kijken. In de woorden van curator Jessica Beck: ‘But within the diaries there are moments when the performance lapses. … this idea of intimacy or queerness is always there.’

Wisselend niveau in behandeling lastige vraagstukken

In de interpretatie van Warhols werk kiest de documentaire originele invalshoeken, maar blijft ze vaak aan de oppervlakte. Zo is het interessant hoe neerbuigend Warhol is naar de honger naar beroemdheid van jongere kunstenaar Keith Haring, maar het was des te boeiender geweest voor kijkers zonder voorkennis om Harings aids-activisme daarna in contrast te zetten met Warhols gebrek hieraan. Vergelijkbaar is de discussie over Warhols exploitatie van minderheidsgemeenschappen. De documentaire benadrukt de significantie van de fotoserie Ladies and Gentlemen (1975) waarin de naam van activist en drag queen Marsha P. Johnson zonder uitleg gebruikt wordt. Het perspectief van de – veelal gekleurde transgender – fotomodellen wordt überhaupt onvoldoende uitgelicht. Juist bij een onderwerp waarbij de meeste personen zelf niet meer aan het woord kunnen komen. De documentaire geeft geen bevredigende antwoorden op de opgeworpen vragen en maakt er zich daarmee te gemakkelijk vanaf. Zonde voor een serie die Warhol met behulp van een machine menselijk weet te maken en daarmee meer dan zes uur boeit.

 

Film / Kunst / Documentaire / Film / Serie

De man achter het icoon

recensie: The Andy Warhol Diaries – Andrew Rossi

Andy Warhol. Wie kent hem niet? Van Campbell’s Soup Cans tot de zeefdruk van Marilyn Monroe. Maar zijn belangrijkste kunstwerk was misschien wel hijzelf. Wie was toch die man onder die zilveren pruik? Schrijver en regisseur Andrew Rossi probeert er met zijn The Andy Warhol Diaries achter te komen in een boeiende maar onevenwichtige documentairereeks op Netflix.

Andy Warhol had er vast van genoten: een AI-recreatie van zijn stem, die in de serie zijn dagboekfragmenten voorleest. De recreatie van Warhols stem doet recht aan zijn behoefte ‘to be a machine’. De kijker voelt zich een vertrouweling, bijna vergetend dat Warhol niet zelf zijn verhaal vertelt. Naast ‘AI Andy’ komt een grote variatie aan (on)bekenden aan het woord met wisselende verhalen. Dat is de kracht maar ook de zwakte van de documentaire. Rossi is veelzijdig maar onevenwichtig in zijn keuze van onderwerpen en in de behandeling van de vragen die hij oproept.  Zes afleveringen later vragen we ons nog steeds af of we Andy Warhol wel hebben leren kennen.

 

Een onbetrouwbare verteller?

Warhol zou Warhol niet zijn als hij zelf in zijn dagboek had geschreven. Nee, de kunstenaar heeft zijn leven van 1976 tot en met 1987 via de telefoon gedicteerd aan zijn goede vriendin Pat Hackett. Op deze opgetekende memoires is Rossi’s documentairereeks gebaseerd. Ze kwamen in 1989 onder redactie van Hackett uit als boek met de titel The Andy Warhol Diaries. De documentaire waarschuwt vanaf het begin dat we Warhols versie van de gebeurtenissen niet als de ultieme waarheid moeten beschouwen. Het is tenslotte een persoonlijk perspectief. Dit persoonlijke perspectief wordt aangevuld met een rijkdom aan foto- en filmfragmenten. Die zijn interessanter dan de ingezette stand-in acteur. Een documentaire over Warhol verdient stilistisch vernieuwender ideeën. Vooral gezien de acteur niet goed op Andy Warhol lijkt. Het is een dissonant met de AI-recreatie van zijn stem.

In de zoektocht naar de man achter de kunst legt Rossi de nadruk op Warhols persoonlijke leven. Andy’s belangrijke relaties zijn ijkpunten voor de afleveringen. Eerst is er Jed Johnson, de jonge interieurontwerper die op basis van zijn knappe uiterlijk werd aangenomen bij The Factory. Dan is er Jon Gould, de straight-passing executive van Paramount. Ten slotte is er Jean-Michel Basquiat, de opkomende zwarte kunstenaar wiens relatie met Warhol tussen mentorschap en samenwerking lijkt te liggen. Het blijkt dat zelfs vrienden en familie niet altijd weten wat er in Warhol omging. De sprekers zijn het bijvoorbeeld niet eens over wat voor soort relatie hij met Jon Gould had.

 

Aangrijpend queer-perspectief

De serie is op zijn aangrijpendst als de aidsepidemie opkomt. Het wordt al snel duidelijk dat de ‘gay cancer’ een schaduw werpt over de kunstbeweging en feesten van de jaren tachtig. We worden geconfronteerd met hoe weinig van de personages nog in leven zijn om hun verhaal te doen. Ook Gould overlijdt in 1986. Iets wat we niet hadden gelezen zonder Hacketts annotaties, aangezien Gould niet uit de kast was en absoluut niet wilde dat Andy persoonlijke dingen over hem schreef in zijn memoires.

Warhol zelf is nooit echt in of uit de kast geweest, zegt schrijver Lucy Sante in aflevering één. Hij profileerde zich als aseksueel, wat een schild lijkt te zijn geweest tegen de homofobe maatschappij waarin hij als publiek persoon navigeerde. De bevragingen van Warhols seksuele activiteiten voelen soms invasief. Maar het blijkt de moeite waard om voorbij het persona te kijken. In de woorden van curator Jessica Beck: ‘But within the diaries there are moments when the performance lapses. … this idea of intimacy or queerness is always there.’

Wisselend niveau in behandeling lastige vraagstukken

In de interpretatie van Warhols werk kiest de documentaire originele invalshoeken, maar blijft ze vaak aan de oppervlakte. Zo is het interessant hoe neerbuigend Warhol is naar de honger naar beroemdheid van jongere kunstenaar Keith Haring, maar het was des te boeiender geweest voor kijkers zonder voorkennis om Harings aids-activisme daarna in contrast te zetten met Warhols gebrek hieraan. Vergelijkbaar is de discussie over Warhols exploitatie van minderheidsgemeenschappen. De documentaire benadrukt de significantie van de fotoserie Ladies and Gentlemen (1975) waarin de naam van activist en drag queen Marsha P. Johnson zonder uitleg gebruikt wordt. Het perspectief van de – veelal gekleurde transgender – fotomodellen wordt überhaupt onvoldoende uitgelicht. Juist bij een onderwerp waarbij de meeste personen zelf niet meer aan het woord kunnen komen. De documentaire geeft geen bevredigende antwoorden op de opgeworpen vragen en maakt er zich daarmee te gemakkelijk vanaf. Zonde voor een serie die Warhol met behulp van een machine menselijk weet te maken en daarmee meer dan zes uur boeit.

 

Boeken / Non-fictie

Werken omdat het leven ervan afhangt

recensie: Geen tijd verliezen - Jolande Withuis
zakhorlogehttps://www.freeimages.com/nl/download/lost-in-time-1419354

Harry Mulisch zei: ‘Schrijver word je niet, dat ben je.’ Woorden die Jeanne Bieruma Oosting (1898 – 1994) als muziek in de oren moeten hebben geklonken. Jolande Withuis schreef haar biografie en gaf het de titel Geen tijd verliezen. Die is meteen raak want schilderen was voor Oosting een wezenlijke behoefte.

Ze werd geboren in een steenrijk Fries aristocratisch milieu, groeide op in landhuizen en uitgestrekte buitens, tussen bedienden en veeleisende familieleden die zich verhielden tot hun voorouders die precies op dezelfde manier hun leven hadden geleefd, zoals het hoorde: rijk, vormelijk en ongenaakbaar. Dat zo’n adellijke, onwrikbare levenswijze voor het gepeupel en voor de mens die zich weigerde te conformeren heel wat minder aangenaam kon zijn, behoeft nauwelijks verklaring. Zeker niet in onze tijd waarin hiërarchische verhoudingen (de machtige versus de onmachtige) volop in de spotlights staan.

Uitbreken uit een relatief gesloten gemeenschap is geen sinecure: de groep bepaalt je identiteit, levert je geborgenheid en, gezien Oostings statige afkomst, garantie voor een financieel zorgeloze toekomst (niet dat de vrouw wat betreft geldzaken indertijd veel had in te brengen). Binnen het opvoedsysteem waarin Jeanne verkeerde was geen plaats voor de niet-plooibare mens en al helemaal niet voor de niet-plooibare vrouw – dat was toch wel het allerergste. In het meest ideale geval was het leven van een dame een passieloze invuloefening: opgroeien met het etiquetteboekje in de hand, een minieme scholing, een kapitaalkrachtige vent aan de haak slaan en zorgen voor nageslacht. Aan duidelijkheid geen gebrek, dit was de weg. Maar Adriana Johanna Wilhelmina (Jeanne) Bieruma Oosting weigerde.

Nee

Die ‘nee’ werd expliciet nadat ze schilderlessen mocht gaan volgen bij Marianne Bleeker, ze was toen zestien jaar. Jeanne genoot en voor het eerst realiseerde zij zich dat het mogelijk was: leven als kunstenaar. Daar moesten dan wel offers voor worden gebracht. Toen een van Bleekers leerlingen de lessen afbrak omdat ze ging trouwen was voor Oosting duidelijk: het huwelijksleven en de kunst, die gaan niet samen. Tot het eind van haar leven heeft ze die overtuiging gekoesterd. De geestige anekdote die Withuis in haar inleiding naar voren brengt getuigt daarvan. Tijdens hun enige ontmoeting kon de schilderes Withuis’ werk als wetenschapper niet rijmen met haar huwelijksleven: ‘Je kunt geen twee heren dienen.’

Jolande Withuis (1949) geniet bij het grote lezerspubliek bekendheid met haar biografie over koningin Juliana – ook al zo’n eigenwijze vrouw. Voor Withuis zelf lijkt met deze biografie over Oosting de cirkel rond (al willen we haar natuurlijk nog lang niet afschrijven). Veel van de thema’s waar ze zich tijdens haar loopbaan in heeft verdiept komen in Geen tijd verliezen aan bod. Meest evident is het thema feminisme. Withuis doceerde vrouwenstudies aan de VU Amsterdam, schreef columns voor het maandblad Opzij, publiceerde over communistische vrouwenorganisaties, en de titel van eerder aangehaalde biografie over de eigenwijze koningin luidt: Juliana, vorstin in een mannenwereld. Aan de hand van Oostings leven schetst de schrijfster een levendig beeld van de eerste feministische golf. Oosting, en tal van andere vrouwen, vochten tegen de klippen op. Een strijd waar maar heel langzaam een kentering zichtbaar werd.

Wanhoop en eenzaamheid

La Révolte van Jeanne Oosting

Jeanne Bieruma Oosting (1898-1994)
La Révolte, uit serie ‘Accents Plaintifs’, 1934
Litho
Museum Henriette Polak

Die strijd leverde Jeanne in haar beginjaren voornamelijk met haar eigen familie: soebattend om het huis te mogen verlaten om bij die of die in de leer te gaan. Toen ze in 1929 het plan opvatte om naar Parijs te gaan, daar waar het hart van de moderne kunst klopte, stond het voor haar vader vast: mijn dochter is mislukt. Toch won ze de slag en vertrok. In Parijs beet ze op een houtje, genoot van het bruisende stadsleven. Withuis beschrijft de Parijse jaren levendig en mooi. Daarnaast legt ze de nadruk op werk dat Oosting daar maakte maar – helaas – in de vergetelheid is geraakt. Naakttekeningen, veel grafisch werk waarin de zelfkant van het leven centraal stond: duister en macaber. De hoge kwaliteit van dit werk stond buiten kijf en toch ontlokte het bij recensenten regelmatig de reflex om het te classificeren als ‘mannelijk’. Een van hen schreef: ‘In dit rijk van wanhoop en eenzaamheid volgt men vooral een vrouw niet gaarne.’ Er was dus nog een wereld te winnen.

En dat deed Oosting stap voor stap, steeds zelfverzekerder. De biografie schets de ontwikkeling van mens, werk én tijd. Mede door het mogen inzien van Oostings correspondentie met familie, vrienden en liefdes weet de biografe heel wat lagen van de gereserveerde kunstenares af te pellen. Toch blijft er genoeg te gissen over. Met name haar liefdesleven blijft in nevelen gehuld. Maar liefdes heeft ze gekend, mannen en vrouwen, dominante types als Roline Wichers Wiersma, Netty Nijhof en (al werd zij dan door hem afgewezen) Roland Holst. Het is aandoenlijk om te lezen hoe Oostings zelfverzekerdheid omslaat in grote aanhankelijkheid en vertwijfeling – met name op het moment dat een liefde stukloopt. Gelukkig is daar altijd het werk en de vele vriendschappen die haar door moeilijke periodes slepen.

Exposities

reliëf-ets J. Oosting Stilleven met zee-egels

Jeanne Bieruma Oosting Stilleven met zee-egels reliëf-ets. Collectie Museum Henriette Polak

Tijdens haar leven heeft Oosting onnoemelijk veel geëxposeerd. Na haar dood is de belangstelling voor haar werk zachtjesaan afgenomen. Daarom is het goed om te weten dat haar oeuvre komend voorjaar in diverse musea te zien zal zijn. Museum Belvédère pakt uit met De zomer van Jeanne, met maar liefst vijf exposities vanaf april. De nadruk komt te liggen op haar grafiek uit de Parijse periode. Het is mooi dat Withuis met het schrijven van deze rijke biografie dit dreigende, weemoedige maar toch ook levenslustige werk aan de vergetelheid heeft weten te ontrukken. Het is natuurlijk nog mooier dat zij met deze biografie een monument voor een van Nederlands grootste kunstenaressen heeft geschreven.

Boeken / Fictie

Noodlottig gemis van familie

recensie: SS Proleterka – Fleur Jaeggy (Vertaling Frank Denissen)
Illustration by Jesse Auersalo; Source photograph Effigie / Leemage / Writer PicturesIllustration by Jesse Auersalo; Source photograph Effigie / Leemage / Writer Pictures https://www.newyorker.com/culture/the-new-yorker-interview/fleur-jaeggy-thinks-nothing-of-herself

Een tweede schrijfster als de Italiaanstalige Zwitserse Fleur Jaeggy (1940) bestaat niet. Dat was al op te maken uit haar sarcastisch getitelde en meermaals bekroonde De gelukzalige jaren van tucht (1989), maar haar even dunne roman SS Proleterka (2001) bevestigt het.

Hetzelfde vrouwelijke personage speelt de hoofdrol in beide titels, maar in die tweede komen we heel wat meer over haar te weten. Dat gaat aanvankelijk niet van een leien dakje. Er verschijnen naast de ik meteen aardig wat andere personages, van wie dan nog niet helemaal scherp is hoe die zich tot elkaar verhouden. Hoewel Jaeggy’s werk zeker niet zonder biografische grond is, ontkent ze die categorisch. Een zeldzaam interview, waarin ze nog minder dan het achterste van haar tong liet zien, gaf ze The New Yorker oktober vorig jaar.

Cruise

In de roman schrijft een 50-jarige naamloze vrouw over de cruisereis die zij als 15-jarige met haar vader Johannes (69) maakte op het SS Proleterka. Diens ex-vrouw, met wie hij kort getrouwd was, heeft hem de omgang met haar dochter alleen toegestaan in schoolvakanties en als gunst gedurende de twee weken van de reis omdat hij niet lang meer te leven heeft. Ze praten nauwelijks met elkaar, zoals dat altijd al het geval was.

Het reisverhaal wordt steeds onderbroken voor de strakke omtrekken van een familiegeschiedenis. Net als de anderen neemt de dochter daar een geobjectiveerd vereenzaamde positie in. Haar moeder bracht haar al snel bij grootmoeder Orsola in isolatie. Op haar vijftiende moest ze naar een kostschool, waar ze haar ‘gelukzalige jaren van tucht’ doorbracht.

Wil om te leven

Jaeggy vertelt in brokstukken die het gebrek aan samenhang in de familie weergeven. Tijden en locaties wisselen elkaar af. Het gaat minder om de gebeurtenissen op zich dan om de indrukken die anderen in hun gemankeerde levens op haar maakten, net zo gemankeerd als dat van haar zelf. Daarom kan ze voor hen en mogelijk ook voor zichzelf sympathie noch antipathie opvatten. Ondanks alles verliest ze nooit de wil om te leven. Daarom ook de ‘geheime lust’ voor haar eerste lichamelijke ervaring met een gewelddadig bemanningslid van de Proleterka. Maar: ‘Ze wil geen tederheid.’ En: ‘Ze proeft genot in weerzin.’

Het is een door en door psychologisch verhaal, minder door wat ze vertelt dan door de wijze waarop. Minimalistisch afgebeten zinnetjes beschrijven de teleurstellingen, al verbergt ze het verdriet alsof daar geen sprake van was. Die zinnetjes corresponderen met de notities die kort na haar geboorte zijn opgetekend: twaalf korte zinnen zonder commentaar.

Werkelijkheid

Ziekte, dood, zelfmoord, contactarmoede zijn zonder veel ophef motieven waarop het thema van de roman drijft. Een sleutelpassage luidt als volgt: “Twee woorden vergezellen mij als refrein: ‘leven’ en ‘ervaring’. Je verzint woorden om de wereld te vertellen en om hem te vervangen. Die twee woorden moeten werkelijkheid worden.” Het slot is een ervaring die het leven van ‘de dochter van Johannes’ niet minder op losse schroeven stelt.

Boeken / Non-fictie

De kunst van het dagboekschrijven

recensie: Vrouw doet dit, dat – van Sytske Frederika van Koeveringe
Dagboekfotohttps://unsplash.com/photos/I3adKpDNAjM

In Vrouw doet dit, dat – grijpt auteur Sytske van Koeveringe terug op dagboekschrijven wanneer ze de diagnose van borstkanker krijgt. Wat volgt is een waar kunstwerk vol essays, hersenspinsels, een lach en een traan.

Als Sytske van Koeveringe de diagnose borstkanker krijgt, helpt dagboekschrijven haar door die periode heen. Verschillende passages uit die tijd zijn gebundeld in het boek Vrouw doet dit, dat –. Maar het werk is meer dan een verzameling alleen. Het is een kunstwerk dat je door scherpe waarheden laat lachen en aan het denken zet.

Dagboekschrijven

In 2019 krijgt Van Koeveringe de diagnose borstkanker. In die periode pakt ze het dagboekschrijven weer op, iets wat ze in haar kinderjaren ook al veel deed. Denk daarbij niet aan verhalen die beginnen met ‘Lief dagboek’, maar eerder aan essay-achtige gedachtes. Aan de hand van werken van bekende schrijvers als Susan Sontag, Doeschka Meijsing en Mensje van Keulen herontdekt Van Koeveringe de schoonheid van dagboekschrijven.

‘Het is dat kleine. Dat alledaagse. Dat wat er allemaal in je hoofd omgaat maar niet per se boeiend is om te vertellen. Maar óók dat wat zich allemaal om je heen afspeelt, niet per se boeiend is om te benoemen. Of misschien wel boeiend is om te vertellen maar het simpelweg geen ruimte heeft omdat er constant zoveel is om te vertellen terwijl ondertussen alles doordendert.’

In Vrouw doet dit, dat – laat Van Koeveringe haar gedachtes de vrije loop gaan over allerlei onderwerpen die veelal met haar ziekte gepaard gaan. Zo houdt ze een relaas over dat ze veel moet huilen, en zich daar niet voor schaamt. ‘Sowieso dik huilen bij frisse lucht na een slechte nacht slapen (ja toch)’. Ze vertelt uitgebreid over het verliezen van haar haar door de bestralingen en over de angst die ze ervaart, bijvoorbeeld ‘voor verwachtingen, voor het altijd naar meer verlangen, voor teleurstellingen.’

Taal centraal

De essays zitten vol waarheden en rake zinnen die je aan het denken zetten. Die je emoties in korte tijd veranderen van een lach naar bittere ernst. Van Koeveringe heeft het niet alleen over haar ziekte, maar stelt in Vrouw doet dit, dat – ook schrijven en taal centraal. Dat je als schrijver bijvoorbeeld veel teleurstellingen te verwerken krijgt. Indien je een relatie hebt én schrijver bent, betwijfelt Van Koeveringe of het eerste niet ten koste gaat van het tweede. ‘Als ik bij hem zou blijven, zou ik mezelf op de tweede plek zetten. Hij belemmerde me op allerlei vlakken.’

Het meest komische van het hele boek is de quiz die je antwoord geeft op de vraag wat voor een kankerpatiënt jij zou zijn. Op het eerste gezicht niet iets waar je om zou moeten lachen, wel als je de mogelijke meerkeuze antwoorden van Van Koeveringe leest. Zo luidt een van de vragen: ‘Wanneer je goede dagen hebt, loop je een rondje, of lopen? Het is eerder schuiven. Je schuift een blok om. Altijd hetzelfde kleine rondje.’ Of ‘Het viel je eergister op dat er een stokbrood op de hoek van de straat lag, gisteren lag er nog een stokbrood bij, vandaag ligt er óók een bakje hummus naast. Wat doe je?’

Ernst

Is Vrouw doet dit, dat – een komisch boek? Ja. Gaat het ten koste van de ernst van het onderwerp? Zeker niet. Uit dialogen met onder meer haar ouders en scharrels maak je op hoe bekrompen, kort door de bocht en egoïstisch je omgeving kan zijn als je kanker hebt. Zoals deze sms van een ex-scharrel:

Hey, ik ben in het land, zin in bier?

Hey, lijkt me leuk, maar ben ziek dus dat wordt hem niet –

Oh jammer, beterschap!

Haha beterschap, goeie!

Huh? Zeg ik iets verkeerds?

Door het spel met taal, haar openhartige essays en kwetsbare dialogen heeft Van Koeveringe met Vrouw doet dit, dat – een kunstwerk in elkaar gezet, met vele facetten verpakt in een mooie compositie. Het boek zet je aan het denken, is filosofisch en kun je gerust nog eens oppakken en herlezen. Omdat je op zoek bent naar een rake wijsheid, omdat je behoefte hebt aan een lach of een traan, omdat je verrijkt wilt worden. Dan is Vrouw doet dit, dat – het kunstwerk waar je keer op keer rustig voor kunt gaan zitten.

Boeken / Non-fictie

Een vriend over zijn overleden vriend

recensie: Bart Chabot – Brood, de BIOgrafie
A bread on a mirrorhttps://www.pexels.com/photo/a-bread-on-a-mirror-7630080/

De Nederlandse artiest Herman Brood overleed inmiddels zo’n twintig jaar geleden toen hij van het Amsterdam Hilton sprong. Vriend Bart Chabot schreef meerdere boeken over Brood. Met Brood, de BIOgrafie worden vele stukken uit Up On The Hilton Roof en Broodje totaal samengesmolten tot een biografie.

Wie nog geen van de boeken over Herman Brood van Bart Chabot heeft gelezen zal vele uren genieten van deze nieuwe uitgave. Voor anderen is het een herhalingsoefening. Deze biografie werpt een heel eigen blik op het bewogen leven van Herman Brood, die in veel gevallen gewoon zelf aan het woord is.

Geen totaalbeeld

Muzikaal beleefde de carrière van Herman Brood zijn hoogtepunt in 1978 ten tijde van het album Shpritsz en de hit ‘Saturday Night’, dat zelfs in de USA werd uitgebracht. Op vaste dagen in de week gingen de twee op stap in verschillende steden waar het leven van Brood zich afspeelde. Brood neemt Bart Chabot op sleeptouw door zijn levensverhaal. De gesprekken die hebben geleid tot het optekenen van dit boek speelden zich af ten tijde van het afwijkende album Back on the corner, dat Brood zelfs op North Sea Jazz deed belanden, en tijdens de opnames van het album Ciao Monkey, dat de zwanenzang bleek te zijn van deze muzikant.

Ook de theatertours die de twee maakten samen met nachtburgemeester van Rotterdam, Jules Deelder, komen uitgebreid aan bod. De vaak geïmproviseerde shows schetsen een bijzonder beeld van hoe de drie toch de nodige volle zalen wisten te trekken. Deelder overleed in 2019, wat Chabot de enige nog levende van het trio maakt.

Het beeld dat we in het boek krijgen voorgeschoteld is vooral het beeld van de mens Herman Brood in de periode die bovenstaand beschreven staat en het verhaal van de kunstenaar zelf. De muzikant in hem komt feitelijk minder prominent in beeld. Het boek sluit af met de herdenking een jaar na de dood van Brood in 2002.

De kunstenaar en de musicus

Wie Herman Brood vooral kent van zijn muzikale carrière zal verrast zijn dat Brood vooreerst kunstenaar was. Hij tekende al op school en was feitelijk altijd gewapend met materiaal om zijn waarnemingen, op zijn volledig eigen wijze, vast te leggen. Een opleiding als kunstenaar heeft Brood nooit genoten; hij was autodidact en schilderde op zijn manier in zijn kenmerkende stijl. Vaak lag zijn schilderwerk op de grond als hij eraan werkte en liep hij over zijn kunstwerk om het al schilderend de juiste vorm te geven.

Het tekenen en schilderen verschafte hem vaak ook snel wat geld om aan zijn dagelijkse portie speed te kunnen komen. Hij nam dan vaak plaats op een belangrijk punt in zijn woonplaats Amsterdam om vervolgens iedereen die dat wilde te portretteren in de kenmerkende Brood-stijl. Als hij voldoende bij elkaar had om zijn portie drugs te kopen dan was de spontane sessie voorbij.

We lezen in het verhaal over zijn verslaving aan drugs en seks. Van de eerste verslaving heeft hij, zo lezen we, meermaals geprobeerd af te komen. Steeds viel hij terug in zijn oude gewoonte. Zijn seksuele drang maakte hem geen trouwe echtgenoot; toch bleef Xandra hem vele jaren trouw. Het leven vol seks, drugs en rock ’n roll eiste uiteindelijk vooral door het jarenlange gebruik van speed zijn tol. Het lichaam van Brood liet hem steeds meer in de steek terwijl zijn hoofd het wel bleef doen. Hij sprak veelvuldig met Chabot over zelfmoord, maar dan meer al grappend. Dat hij uiteindelijk koos voor dit einde was geen verrassing. Het Hilton lag voor de hand, want zoals Chabot ooit tegen hem zei: “Als je je op het laatste moment alsnog bedenkt, ben je ook zo weer thuis.”

Het boek Brood, de BIOgrafie leest als een trein! Het einde kennen we allemaal al uit de krant, maar het verhaal is vaak lachwekkend en heel vermakelijk om te lezen. Lachen en vermaken is zeker voor het grootste deel het doel van het boek. Bij het naderen van het einde – in alle opzichten – gaat het medeleven langzaam de bovenhand krijgen.

Boeken / Non-fictie

Boeiend levensverhaal

recensie: Rick Treffers - Ik wou dat ik jouw leven had

In het boek Ik wou dat ik jouw leven had neemt muzikant Rick Treffers de lezer aan de hand door een deel van het reilen en zeilen van zijn leven. Hij beschrijft de pieken, de dalen en de uitdagingen.

Rick Treffers is een muzikant die de moed had om zijn leven in Nederland te verruilen voor een bestaan in Spanje. Hij werkt nu al vele jaren vanuit dat land en heeft zijn droom vormgegeven om te leven in meer rust, een ander ritme, met veel uitdagingen en vooral in vele opzichten een ander klimaat. Dat de achterblijvers niet durven dromen van de keuze die Treffers maakte en min of meer jaloers zijn op zijn durf en stap in het ongewisse, lezen we openhartig tussen de verhalen door.

Het muzikantenbestaan

Rick Treffers heeft sinds 1995 muziek uitgebracht onder verschillende namen. Girlfriend Misery was zijn eerste verschijning, gevolgd door Miss Universe, waarna hij afwisselend onder eigen naam en Mist zijn albums uitbracht. Nog één uitstapje maakte hij in 2013 met El Turista Optimista. De pluriformiteit van Treffers wordt onderstreept doordat hij zich muzikaal in het Engels, Spaans en het Nederlands weet te uiten.

Dat het muzikantenbestaan zo zijn ups en downs kent laat Treffers ons meebeleven in de verschillende toerverslagen door de jaren heen. Het oudste dateert van 1995 en het jongste van 2009. Het meest opvallende verslag is dat van de tournee in Mexico, waar de band Mist als een grootheid wordt onthaald en Treffers beschrijft hoe het voelt om als een ster behandeld te worden. Het Mexicaanse volk ligt hem haast aan de voeten, maar na deze kortstondige beleving van het sterrendom blijkt de realiteit later helaas anders. Hoe wrang voelt het achteraf met de beperkte gage die de band ontvangt en de hoge onkosten die gemaakt werden; van het gevoel van roem blijft enkel een negatieve nasmaak achter.

Gedenkwaardig is de tournee naar Argentinië waarbij Treffers in het vliegtuig onze huidige koning en koningin ontmoet, omdat de bas van zijn bandlid een plaatsje moet krijgen in de bagageruimte boven de stoelen. Daarvoor moet een Maxi-Cosi iets opschuiven die eigendom blijkt te zijn van koningin Máxima. Treffers biedt haar zijn laatste cd van dat moment aan, Dangerous Words, “..waar de aankomende vorstin oprecht dankbaar voor is..” schrijft Treffers. Of was het toch gewoon beleefd?

De kunstenaar

Muzikant of schrijver? Bestaat er een verschil? Als kunstenaar schrijf je teksten, die de ene keer op muziek gezet worden en de andere keer, zoals nu bij Treffers, wat uitgebreider zijn en in boekvorm verschijnen. Rick Treffers deelt in een boeiende schrijfstijl zijn avontuur als muzikant en het gevecht om het bestaan met de lezer. Zijn manier van schrijven maakt dat het uitlezen van het verhaal een soort van drang is. Hij pakt de lezer met zijn ongecompliceerde taalgebruik. De haat-liefdeverhouding met de pers weet hij treffend te verwoorden.

In 2008 bracht Treffers al een drietal korte verhalen uit. Met Ik wou dat ik jouw leven had weet hij de verhalen die hij in de loop der jaren heeft opgetekend tot één geheel te smeden, wat een zeer leesbaar boek oplevert, goed voor vele uren leesplezier. Het geeft je een kijkje in het leven van de muzikant en misschien wel avonturier. De levenslust en overtuiging van zijn keuze spreekt Treffers duidelijk uit. Wie Treffers’ verhaal aanspreekt zou eens moeten gaan luisteren naar zijn muziek. Begin met zijn nieuwste albums Underwater en The Loop of Love. Ze zullen je een soundtrack verschaffen bij dit fijne muzikantenverhaal.

Het boek op zich is amusant en tegelijkertijd redelijk boeiend om te lezen. Na de 143 bladzijden ontspint zich nog een clou van de tussenliggende pagina’s die uw recensent nog niet zal verklappen. Het boek levert enige uren leesplezier op en dat is fijn. Voor een biografie heeft het net te weinig om het lijf. Maar een levensverhaal is vermoedelijk ook niet de bedoeling geweest van de schrijver.

Boeken / Non-fictie

Walter Isaacson: veni, vidi, Vi(n)ci

recensie: Walter Isaacson – Leonardo da Vinci: de Biografie

Met reeds spraakmakende biografieën over Einstein, Benjamin Franklin en Steve Jobs op zijn cv, weten we het wel zeker: Water Isaacson heeft een zwak voor genieën. Logisch dus dat hij voor zijn laatste worp het vizier richtte op wat ontegensprekelijk het grootste genie aller tijden is geweest: Leonardo da Vinci. En wat een boek is het geworden!

Soms is een onderwerp zo dankbaar dat het wel moét resulteren in een goed boek. Zoals Leonardo da Vinci. Eén van de beroemdste mensen uit de geschiedenis en hét toonbeeld van de uomo universalis die in werkelijk alles uitblonk: schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, wiskunde en wetenschap in het algemeen – al zouden velen hem, met zijn ontwerpen van onder meer helikopters, duikapparatuur en duikboten, eerder een futurist of zelfs fantast noemen. En hem verwijten dat hij met talloze zijwegen waarin hij niet echt was getalenteerd (zoals militaire strategieën, anatomie en cartografie) heel wat kostbare tijd verspilde.

Maar wie was de mens achter dat genie? Daar hebben we, ondanks de ruim zevenduizend pagina’s notities die hij achterliet, het raden naar. Isaacson doet een erg verdienstelijke poging en geeft ons boeiende inzichten in de werkwijze, esthetische opvattingen en detailwerking van Da Vinci, maar de mens zelf blijft een enigma. Dat hoeft echter niet meteen een probleem te zijn.

Homoseksueel en vegetarisch

Isaacson schildert met zijn woorden een aarzelende (hij deed 15 jaar over de Mona Lisa), ongrijpbare, ongeduldige, opstandige, arrogante, flamboyante man, die altijd diep in gedachten was verzonken en daarom heel verwarrend kon overkomen. Maar dat was volgens Isaacson omdat hij voortdurend verbanden legde tussen alle mogelijke disciplines. Hij dacht niet in afgebakende domeinen, maar wilde het geheel zien. Ook zijn overtuigende levenswijze – homoseksueel en strikt vegetarisch – maakte hem tot een kolossale persoonlijkheid. Over seks had hij trouwens merkwaardige ideeën: zo was hij ervan overtuigd dat de penis een eigen leven leidde en zich daarbij niets aantrok van de man in kwestie. Het verklaart volgens Isaascon waarom hij vrouwen zo zacht en teder afbeeldde: hij had er niets mee in het echte leven, dus kon hij ze in schilderijen onvoorstelbaar vroom en breekbaar tonen.

De bron van het genie vindt Isaacson in de notitieboeken van Da Vinci, waar hij een grenzeloze nieuwsgierigheid ontwaart – of zoals Isaacson het verwoordt: “het grootste verslag van nieuwsgierigheid ooit opgetekend”. Da Vinci spoort (zichzelf) aan om de tong van de specht te onderzoeken, de poot van de gans, de manier waarop mensen in Vlaanderen over ijs bewegen, enzovoort. Dit is een man die met ogen open naar de wereld keek.

Sexy non-fictie

En als je nu nog niet overtuigd bent van het feit dat biografieën niet saai moeten zijn: niet alleen Isaacsons (vrij kritiekloze) Jobs-biografie werd de inzet van een hevige strijd om de filmrechten – wat resulteerde in het vrij aardige Jobs – maar ook om Leonardo da Vinci werd meteen stevig gevochten. Met gefluister in de wandelgangen of Leonardo DiCaprio (vernoemd naar het genie) de hoofdrol zou spelen. Om maar te zeggen hoe sexy non-fictie kan zijn! Zeker als het boek in een dergelijke prachtige uitgave, met wonderlijke illustraties, op ons afkomt. Aanrader!

Boeken / Non-fictie

Verhoeven volgens Van Scheers

recensie: Rob van Scheers – Verhoeven. Een filmersleven

Paul Verhoeven kan verdomd goed filmen: wie Total Recall, Starship Troopers en Turks Fruit heeft gezien, zal ons alleen maar gelijk geven. Het goede nieuws? In Rob van Scheers heeft Verhoeven zijn gelijke gevonden, zij het wat entertainen met woorden betreft. Paul Verhoeven. Een filmersleven is een meeslepende, vlotte pil van ruim 600 pagina’s geworden.

Voor sommige mensen is het al vroeg duidelijk waar hun passie en ambitie ligt. Verhoeven wilde filmmaker worden, en dat wist-ie al sinds hij op school zat. Hij zette zich vanaf de start dan ook maniakaal in voor dat doel, via studentenfilms, een promotiefilm voor het leger, enzovoort. Dat de man talent had, was ook al meteen duidelijk. Dat Nederland te klein zou zijn, zou later blijken.

Heel fraai en geduldig schetst Van Scheers de opgang van Verhoeven, waarbij hij het wijze besluit maakt af en toe Verhoeven aan het woord te laten zoals hij klinkt: ongepolijst, gejaagd, breedsprakerig, overdrijvend maar nooit minder dan grappig. Dat verlevendigt het boek enorm, omdat Verhoeven nu eenmaal een geboren verteller is.

Miskleun

Het boek wemelt verder van de interessante anekdotes en weetjes waar filmliefhebbers als ondergetekende dol op zijn. Het feit dat Verhoeven Robocop tjokvol verwijzingen naar Jezus heeft gestopt, omdat het Amerikaanse publiek nu eenmaal heel christelijk was ingesteld. Zijn vete met de verwaande Rutger Hauer op de set van de miskleun Flesh + Blood, hoewel Hauer in elk opzicht zijn (internationale) carrière aan Verhoeven had te danken. Zijn amoureuze verwikkelingen met Sharon Stone ten tijde van Basic Instinct, waarbij nooit helemaal duidelijk wordt of ze nu effectief het bed hebben gedeeld (met Elizabeth Berkley uit Showgirls deed-ie het zeker). Pagina na pagina is dat smullen.

Eating is not cheating

Bepaalde anekdotes (of beter: mythische geruchten) komen helaas niet aan bod. Zoals die keer dat Verhoeven Schwarzenegger in diens trailer zou hebben betrapt toen die een vrouw oraal aan het bevredigen was. Volgens de legende zag Verhoeven tussen de benen van de vrouw het grijnzende hoofd van de Austrian Oak opdoemen, waarop de legendarische woorden volgden: “Eating is not cheating”.

En o, wat blijft het jammer te lezen hoe dicht Verhoeven en Schwarzenegger bij een 100 miljoen dollar kostende epos kwamen over de Kruistochten, dat echter op het allerlaatste moment werd afgeblazen – zelfs de kostuums waren al gemaakt en de locaties gescout. Een filmproject dat, net als Kubricks Napoleon-biografie met Jack Nicholson in de hoofdrol, filmfans met een frustrerend ‘wat als …’-gevoel opzadelt.

Fijn trouwens dat van Scheers het boek in deze herwerkte editie (want de eerste editie dateert uit 1996) een dankbare kapstok kan geven met Elle, zijn triomfantelijke terugkeer op het internationale toneel waarvoor hij twee Golden Globes in de wacht sleepte en hem een nationale held in Frankrijk maakte. “Zoete wraak”, noemde een krant het, die destijds ironisch genoeg Soldaat van Oranje met de grond gelijk had gemaakt. Zoals Bredero al wist: het kan verkeren.

Boeken / Non-fictie

Idealistische, dobberende meeuw

recensie: Madelon de Keizer - Als een meeuw op de golven. Albert Verwey en zijn tijd.

Met de biografie Als een meeuw op de golven heeft cultuurhistorica Madelon de Keizer een beeld willen geven van de betekenis van Albert Verwey in het literaire en culturele debat in Nederland tussen 1880 en 1930. Verwey was zijn tijd vooruit: internationalisme en vernieuwing van de literatuur waren speerpunten.

In een van meest intrigerende hoofdstukken uit de kloeke biografie Als een meeuw op de golven behandelt Madelon de Keizer de vriendschap tussen Verwey en de dichter Willem Kloos.

Kloos was ouder, lid van de destijds vernieuwende groep Tachtigers en nam de begaafde Albert Verwey onder zijn hoede. Deze keek enorm tegen hem op. Verwey kwam uit de lagere middenstand van de Amsterdamse Jordaan en had met hulp van een stimulerende docent Nederlands de weg naar de literatuur gevonden.

Willem Kloos komt naar voren als een narcistische, dwingerige persoonlijkheid. Wie niet voor hem was, was tegen hem. Verwey zoog de erudiete uiteenzettingen van de meester op en vormde zijn smaak aan de opinies van Kloos. Hij hielp hem ondertussen met allerlei praktische zaken zoals de redactie van De Nieuwe Gids, het tijdschrift van de Tachtigers. Hij vulde het krappe budget van Kloos aan – Verwey nam zelf allerlei bijbanen – en bracht Willem thuis als hij weer eens stomdronken was. Op het laatst werd Kloos zo veeleisend en leunde hij zo zwaar op zijn jonge vriend dat deze het benauwd kreeg en besefte zo niet verder te kunnen.

Dat Kloos waarschijnlijk homoseksueel was en verliefd op de jonge, dwepende Albert zal de aanleiding voor de breuk geweest zijn (Verwey verloofde zich in 1888 met Kitty van Vloten) maar zeker niet de oorzaak.

Zijn huwelijk met Kitty was gebaseerd op een voor die tijd bijzondere gelijkwaardigheid en ze woonden met hun zeven kinderen idyllisch op een duintop in Noordwijk.

Poging tot maatschappijvernieuwing

Verwey was een sociale stijger en had een feilloos gevoel voor de juiste wegen naar de juiste mensen. Hij ambieerde een carrière als dichter en daarnaast vernieuwing van de Nederlandse cultuur, die de 19e eeuw van zich af moest schudden.

Maar zijn confessionele jeugd en zijn op harmonie gerichte levenshouding hebben een werkelijk moderne doorbraak in de weg gestaan.

Opgegroeid in een vroom, kleinburgerlijk milieu was hij beïnvloed door het Réveil, een stroming die het innerlijk doorvoelde geloof en een daadwerkelijke bijdrage aan de gemeenschap voorstond. Hoewel hij zijn geloof verloor meende Verwey dat de Dichter, in het zoeken naar het Goede, het Schone en het Ware, niet in zijn eigen artistieke cocon moest blijven hangen. Het l’art pour l’art van de Tachtigers – de allerindividueelste expressie – werd hem langzamerhand te smal. Hij wilde een bijdrage leveren aan de samenleving en richtte daartoe allerlei tijdschriften op waarvan uiteindelijk De Beweging het meeste invloed zou hebben.

Soms verbond hij zich met een soort idealistisch nationalisme, soms met het socialistisch gedachtegoed, dan weer met een wat zweverig globaal denken. Hij had een scherp oog voor het afglijden naar extreem rechts en waarschuwde voor het opkomend nazisme.

Verwey zocht zowel naar internationale contacten als naar een definitie van Nederlanderschap, de ‘volksaard’. In de vriendschap met de Duitse dichter Stefan George en diens culturele kring maakte hij kennis met een stukje Duitse cultuurvernieuwing. Toen zijn Duitse collega’s tijdens de Eerste Wereldoorlog fel nationalistisch bleken kwam het tot een breuk. Met de Franse avant-garde had Verwey veel minder contact. Zijn kring had weinig affiniteit met het Franse realisme en naturalisme dat messcherp maatschappelijke wantoestanden toonde.

Lastige chronologie

Madelon de Keizer heeft een originele vorm gekozen voor deze biografie. Echtgenote Kitty en alle vrienden krijgen ieder hun eigen hoofdstuk. Dat maakt het lezen lastig omdat iedere keer de tijd terug wordt gezet naar het moment van ontmoeting. Zo overlappen de hoofdstukken elkaar en weet de lezer niet altijd waar in de geschiedenis hij zich bevindt.

De Keizer stipt summier aan wat zich ondertussen in Nederland en Europa afspeelde. Dat veroorzaakt een blikvernauwing: de focus ligt op de zeer gedetailleerde beschrijving van een groep schrijvers en denkers. Hun samenwerking en conflicten blijven binnen de beperkte ruimte van de Nederlandse intellectuele elite van die tijd. De titel, ontleend aan een citaat van Verwey zelf, is goed gekozen.

Er wordt veel gedobberd en weinig geklapwiekt of gevlogen.