Berichten

Film / Achtergrond
special: Levensritme in de film Notturno en het hoorspel Lilian

De cultuurstekker

Plug een boek in een film of een album in een boek. In onze rubriek De cultuurstekker brengen we cultuuruitingen met elkaar in contact. Als gevaarlijk experiment, snelle energieopwekking of mysterieuze reactie. In deze editie bespreekt redacteur Els van Swol de film Notturno (2020) van regisseur Gianfranco Rosi en het hoorspel Lilian (2020) van de componiste Kasia Głowicka.

Het thema van zowel de film als het hoorspel is oorlog. In de film gaat het over de oorlog in het Midden-Oosten, in het hoorspel over de oorlog in Libië. Of, liever: het gaat over wat een oorlog met mensen doet, over de gevolgen ervan. En uiteindelijk ook over glorende hoop.

De linking pin tussen de film en het hoorspel is het ritme van beide kunstvormen. In de film die van de opeenvolgende beelden, in het hoorspel die van de opeenvolgende geluiden, spraak en muziek. En stilte, veel stilte in zowel de film als het hoorspel.

Notturno

De film begint met een korte beeldtekst over het Midden-Oosten na de Tweede Wereldoorlog en de ontstaansgeschiedenis van de film, die in de afgelopen drie jaar is opgenomen langs de grenzen van Irak, Koerdistan, Syrië en Libanon. Daarna volgt het beeld van een bataljon, soldaten die kreten uitslaan terwijl de dag naakt. De kreten volgen elkaar met korte tussenpozen ritmisch op. Dit is de intro tot de film.

We zien een desolaat landschap met een verlaten fort, een gevangenis. Zwijgende vrouwen lopen er rond. In klank en beeld de tegenhanger van de kreten van de mannen. Eén van de vrouwen treurt al zingzeggend om haar dode zoon. Ze voelt zijn aanwezigheid wanneer ze de muur aanraakt. De andere vrouwen vetrekken en zij blijft alleen achter. Met een paar foto’s van haar zoon, de muur aaiend, maar hij is weg.

Zo volgen de beelden elkaar op, als verzen van een gedicht. Dialectisch ook: man-vrouw, haat-liefde, kreten-zwijgen. Er wordt sowieso weinig gesproken in de film, maar in de stilte hoor je de echo van de oorlog in deze gebieden. Zie je soldaten doodstil op de uitkijk staan, het geweer, de verrekijker en walkie talkie in de aanslag. Zie en hoor je psychisch verwonde mensen in een ziekenhuis, zie je vluchtelingenkampen.

Vijf mensen repeteren een toneelstuk, zoals er aan het begin van de film vijf mensen mee rouwden met de vrouw in het verlaten fort. Ook hierin zit een terugkerend ritme.
Vier soldaten staan op wacht. Vijf min één; het beeld spreekt voor zich. Show, don’t tell.

Het toneelstuk gaat over het verzet, de martelaren die stierven voor het vaderland. Over donkerte die afsteekt tegen het nakende licht, ‘een lente van puin en duisternis’, zegt een van de psychiatrische patiënten/toneelspelers, die door een arts/regisseur wordt opgejut zijn tekst sneller uit te spreken, zijn ritme te versnellen. Als een mitrailleur.

Het is het ritme van het leven in een door oorlogen verscheurd gebied, waar de alledaagse routine doorgaat: een vrouw ruimt de matrassen op waarop het gezin in het eenkamerhuis sliep, ze roert in een pan op het vuur. Een man doet een dutje, de vrouw maakt de bedden weer gereed voor de nacht. Het is het terugkerende ritme van dag en nacht.

De weg marcherende militairen van het begin worden tegen het eind van de film gespiegeld door een groep in oranje overalls geklede IS’ers, die de luchtplaats van een gevangenis oplopen en zich verspreiden, alleen, met z’n tweeën of in een groepje. Na afloop van het kortdurende luchten gaan ze weer naar binnen, de handen op elkaars schouders. De honderdtachtiggradenregel wordt dit filmtechnisch genoemd: shot-tegenshot.

Een man met een geweer, zittend in een kano, duikt weer op. Hij kwam eerder in beeld, maar nu vaart hij terug. Is het misschien gewoon een eendenjager, en heeft hij niets met de oorlog te maken? Het leven gaat door. Op het ritme van alledag.

Lilian

Het hoorspel van Kasia Głowicka begint met piepjes. Het is het geluid van een sms’je dat een Eritrese man, Tesfay, die in Libië gevangen zit in het Zitan Detention Centre, stuurt aan Lilian, professor mensenrechten. Hij vond haar nummer in een gsm die hij had geleend. Lilian zit op dat moment te ontbijten en je hoort de dagelijkse geluiden daarvan op de achtergrond. Rammelende bordjes geven een ritme aan alsof het slagwerkinstrumenten zijn. Je hoort een man herhaaldelijk roepen dat het tijd is, gevolgd door stilte, want ook in dit hoorspel zit veel stilte, dodelijke stiltes, zware stiltes, hier gevolgd door elektronica en pianoklanken. Deze geluiden vormen samen de ouverture, gelijk Notturno een intro kent. Daarna komt ook hier het verhaal op gang.

Weer hoor je piepjes, maar dat kunnen nu ook die van een hartbewakingsapparaat in het ziekenhuis zijn; het geluid is even dubbel als het beeld van de man in de kano in Notturno. Je hoort een vrouwenstem: ‘How are you?’ De ontvangst stoort. Weer klinkt elektronica, je hoort stemmen. En weer: ‘How are you?’ van Lilian aan Tesfay. Er volgt een stilte en vervormde pianoklanken. En dan: ‘How is she today? How was the night?’ Het gaat over de dochter in het ziekenhuis. De klanken van de muziek zijn donker, als de nacht in Notturno.

Lilian gaat fluisterend verder tegen Tesfay. Hij vertelt haar, dat alle vluchtelingen huilen, worden geslagen en dat sommigen worden verkracht. Opnieuw klinken ritmisch piepjes, als in een echokamer opgenomen. De piepjes van de sms’jes en de hartbewakingsmachine lijken zich met elkaar te vermengen. Op leven en dood.

Lilian en Tesfay praten verder. Tesfay is ten einde raad en wil naar Nederland komen, naar Lilian en haar gezin om te trouwen met een van haar verwanten. De verpleegster zegt tegen Lilian, dat zij naar huis moet gaan om te slapen, maar ze blijft en wil de hand van het kind vasthouden. En misschien in gedachten ook die van Tesfay, zo ver weg zonder dat ze veel voor hem kan doen. Het hoorspel is ten einde.

Het hoorspel duurt iets meer dan vierentwintig minuten, maar het leven, het overleven, gaat door. Vierentwintig uur per etmaal. Toch blijft ook de hoop levend, zoals de nakende dag in Notturno. Hoop op genezing, op overleven, op contact, op mensen die met elkaar meeleven en voor elkaar willen instaan. Dat houdt mensen op de been.


Componiste Kasia Glowicka

Meer informatie

De film Notturno is de opvolger van Fuocoammare, de vorige film van de in Ethiopië geboren Italiaans-Amerikaanse  regisseur Gianfranco Rosi (1964). Hij reisde voor deze IDFA-documentaire drie jaar lang door het Midden-Oosten. Notturno betekent ‘beeld van de nacht’.

Het hoorspel Lilian is gebaseerd op driehonderdvijftig pagina’s tekstberichten die in handen kwamen van Kasia Głowicka (1977), een van origine Poolse componiste die in Nederland woont. Het waren berichten die een jonge vluchteling in Libië gedurende achttien maanden heeft gestuurd aan de Nederlandse hoogleraar Mirjam van Reisen van de Universiteit Leiden. De componiste/dramaturge verwerkte deze berichten in haar nieuwe werk, haar eerste hoorspel dat ze schreef in opdracht van Warsaw Autumn. Het ging in 2020 in première en werd later op de Poolse radio uitgezonden. Het is geschreven voor stemmen, piano en elektronica. De stemmen zijn die van stemkunstenaars uit Europa en Afrika.

Film / Achtergrond
special: Levensritme in de film Notturno en het hoorspel Lilian

De cultuurstekker

Plug een boek in een film of een album in een boek. In onze rubriek De cultuurstekker brengen we cultuuruitingen met elkaar in contact. Als gevaarlijk experiment, snelle energieopwekking of mysterieuze reactie. In deze editie bespreekt redacteur Els van Swol de film Notturno (2020) van regisseur Gianfranco Rosi en het hoorspel Lilian (2020) van de componiste Kasia Głowicka.

Het thema van zowel de film als het hoorspel is oorlog. In de film gaat het over de oorlog in het Midden-Oosten, in het hoorspel over de oorlog in Libië. Of, liever: het gaat over wat een oorlog met mensen doet, over de gevolgen ervan. En uiteindelijk ook over glorende hoop.

De linking pin tussen de film en het hoorspel is het ritme van beide kunstvormen. In de film die van de opeenvolgende beelden, in het hoorspel die van de opeenvolgende geluiden, spraak en muziek. En stilte, veel stilte in zowel de film als het hoorspel.

Notturno

De film begint met een korte beeldtekst over het Midden-Oosten na de Tweede Wereldoorlog en de ontstaansgeschiedenis van de film, die in de afgelopen drie jaar is opgenomen langs de grenzen van Irak, Koerdistan, Syrië en Libanon. Daarna volgt het beeld van een bataljon, soldaten die kreten uitslaan terwijl de dag naakt. De kreten volgen elkaar met korte tussenpozen ritmisch op. Dit is de intro tot de film.

We zien een desolaat landschap met een verlaten fort, een gevangenis. Zwijgende vrouwen lopen er rond. In klank en beeld de tegenhanger van de kreten van de mannen. Eén van de vrouwen treurt al zingzeggend om haar dode zoon. Ze voelt zijn aanwezigheid wanneer ze de muur aanraakt. De andere vrouwen vetrekken en zij blijft alleen achter. Met een paar foto’s van haar zoon, de muur aaiend, maar hij is weg.

Zo volgen de beelden elkaar op, als verzen van een gedicht. Dialectisch ook: man-vrouw, haat-liefde, kreten-zwijgen. Er wordt sowieso weinig gesproken in de film, maar in de stilte hoor je de echo van de oorlog in deze gebieden. Zie je soldaten doodstil op de uitkijk staan, het geweer, de verrekijker en walkie talkie in de aanslag. Zie en hoor je psychisch verwonde mensen in een ziekenhuis, zie je vluchtelingenkampen.

Vijf mensen repeteren een toneelstuk, zoals er aan het begin van de film vijf mensen mee rouwden met de vrouw in het verlaten fort. Ook hierin zit een terugkerend ritme.
Vier soldaten staan op wacht. Vijf min één; het beeld spreekt voor zich. Show, don’t tell.

Het toneelstuk gaat over het verzet, de martelaren die stierven voor het vaderland. Over donkerte die afsteekt tegen het nakende licht, ‘een lente van puin en duisternis’, zegt een van de psychiatrische patiënten/toneelspelers, die door een arts/regisseur wordt opgejut zijn tekst sneller uit te spreken, zijn ritme te versnellen. Als een mitrailleur.

Het is het ritme van het leven in een door oorlogen verscheurd gebied, waar de alledaagse routine doorgaat: een vrouw ruimt de matrassen op waarop het gezin in het eenkamerhuis sliep, ze roert in een pan op het vuur. Een man doet een dutje, de vrouw maakt de bedden weer gereed voor de nacht. Het is het terugkerende ritme van dag en nacht.

De weg marcherende militairen van het begin worden tegen het eind van de film gespiegeld door een groep in oranje overalls geklede IS’ers, die de luchtplaats van een gevangenis oplopen en zich verspreiden, alleen, met z’n tweeën of in een groepje. Na afloop van het kortdurende luchten gaan ze weer naar binnen, de handen op elkaars schouders. De honderdtachtiggradenregel wordt dit filmtechnisch genoemd: shot-tegenshot.

Een man met een geweer, zittend in een kano, duikt weer op. Hij kwam eerder in beeld, maar nu vaart hij terug. Is het misschien gewoon een eendenjager, en heeft hij niets met de oorlog te maken? Het leven gaat door. Op het ritme van alledag.

Lilian

Het hoorspel van Kasia Głowicka begint met piepjes. Het is het geluid van een sms’je dat een Eritrese man, Tesfay, die in Libië gevangen zit in het Zitan Detention Centre, stuurt aan Lilian, professor mensenrechten. Hij vond haar nummer in een gsm die hij had geleend. Lilian zit op dat moment te ontbijten en je hoort de dagelijkse geluiden daarvan op de achtergrond. Rammelende bordjes geven een ritme aan alsof het slagwerkinstrumenten zijn. Je hoort een man herhaaldelijk roepen dat het tijd is, gevolgd door stilte, want ook in dit hoorspel zit veel stilte, dodelijke stiltes, zware stiltes, hier gevolgd door elektronica en pianoklanken. Deze geluiden vormen samen de ouverture, gelijk Notturno een intro kent. Daarna komt ook hier het verhaal op gang.

Weer hoor je piepjes, maar dat kunnen nu ook die van een hartbewakingsapparaat in het ziekenhuis zijn; het geluid is even dubbel als het beeld van de man in de kano in Notturno. Je hoort een vrouwenstem: ‘How are you?’ De ontvangst stoort. Weer klinkt elektronica, je hoort stemmen. En weer: ‘How are you?’ van Lilian aan Tesfay. Er volgt een stilte en vervormde pianoklanken. En dan: ‘How is she today? How was the night?’ Het gaat over de dochter in het ziekenhuis. De klanken van de muziek zijn donker, als de nacht in Notturno.

Lilian gaat fluisterend verder tegen Tesfay. Hij vertelt haar, dat alle vluchtelingen huilen, worden geslagen en dat sommigen worden verkracht. Opnieuw klinken ritmisch piepjes, als in een echokamer opgenomen. De piepjes van de sms’jes en de hartbewakingsmachine lijken zich met elkaar te vermengen. Op leven en dood.

Lilian en Tesfay praten verder. Tesfay is ten einde raad en wil naar Nederland komen, naar Lilian en haar gezin om te trouwen met een van haar verwanten. De verpleegster zegt tegen Lilian, dat zij naar huis moet gaan om te slapen, maar ze blijft en wil de hand van het kind vasthouden. En misschien in gedachten ook die van Tesfay, zo ver weg zonder dat ze veel voor hem kan doen. Het hoorspel is ten einde.

Het hoorspel duurt iets meer dan vierentwintig minuten, maar het leven, het overleven, gaat door. Vierentwintig uur per etmaal. Toch blijft ook de hoop levend, zoals de nakende dag in Notturno. Hoop op genezing, op overleven, op contact, op mensen die met elkaar meeleven en voor elkaar willen instaan. Dat houdt mensen op de been.


Componiste Kasia Glowicka

Meer informatie

De film Notturno is de opvolger van Fuocoammare, de vorige film van de in Ethiopië geboren Italiaans-Amerikaanse  regisseur Gianfranco Rosi (1964). Hij reisde voor deze IDFA-documentaire drie jaar lang door het Midden-Oosten. Notturno betekent ‘beeld van de nacht’.

Het hoorspel Lilian is gebaseerd op driehonderdvijftig pagina’s tekstberichten die in handen kwamen van Kasia Głowicka (1977), een van origine Poolse componiste die in Nederland woont. Het waren berichten die een jonge vluchteling in Libië gedurende achttien maanden heeft gestuurd aan de Nederlandse hoogleraar Mirjam van Reisen van de Universiteit Leiden. De componiste/dramaturge verwerkte deze berichten in haar nieuwe werk, haar eerste hoorspel dat ze schreef in opdracht van Warsaw Autumn. Het ging in 2020 in première en werd later op de Poolse radio uitgezonden. Het is geschreven voor stemmen, piano en elektronica. De stemmen zijn die van stemkunstenaars uit Europa en Afrika.

Kunst / Achtergrond
special: Op zoek naar een vocabulaire voor online kunst

Kunst op het internet versus internetkunst

Om de tijd thuis wat aangenamer te maken, voegt de cultuurindustrie in een gigantisch tempo een enorme hoeveelheid inhoud aan het wereldwijde web toe. Concerten, platen, (voorbije) tentoonstellingen, kunstwerken, hele collecties van musea… De verzameling van online beschikbare ‘lockdown’ cultuur groeit in een recordtempo.

Terwijl we allemaal binnenblijven (en proberen niet tegen de muren op te lopen), krijgt de rol van het internet in uiteenlopende disciplines een enorme boost. Dat is het uitgelezen moment om de internetkunst in de kijker te zetten. Jawel, dat bestaat! Al lang; het precieze beginpunt is onduidelijk, maar de uitvinding van het World Wide Web in 1989 zorgde voor een impuls. What you see is what you get: internetkunst is kunst die gemaakt is op het internet. Dat deze rechtstreeks online gemaakt wordt, is het belangrijkste verschil met de fysieke kunst die cultuurinstellingen online zetten. Internetkunst gaat van websites die grafisch en visueel gemanipuleerd zijn met behulp van html-codes,  tot kunstenaars die andere websites of platformen hacken (het zogenaamde hacktivisme), tot media-activisme, dat iets aanklaagt wat zich buiten het internet bevindt.

Online meesterwerken

Voor de liefhebbers of (ondertussen) nieuwsgierigen is het project Net Art Anthology een geweldige digitale plek om rond te struinen. Van 2016 tot en met 2019 hebben kunsttheoretici en kunstenaars samengewerkt om meesterwerken van de internetkunst vanaf de jaren tachtig tot en met 2019 te verzamelen, te restaureren en te voorzien van een woordje uitleg op hun gelijknamige website. Het is een gigantische database, die bovendien hoognodig was. Door de snelle evoluties die het internet meemaakt, verdwijnen veel kunstwerken van de radar omdat ze ooit gemaakt werden op software die niet langer beschikbaar is.

Netscape: Life Sharing. Foto: collectief 0100101110101101.ORG

Media-activisme: Life-Sharing

Een willekeurig voorbeeld op de website is het project Life Sharing, dat het Italiaanse kunstenaarscollectief 0100101110101101.ORG maakte van 2000 tot 2003. Vóór de alomtegenwoordigheid van sociale media, zetten broer en zus Franco en Eva Mattes hun volledige leven 24/7 online, beschikbaar voor iedereen. Een perfect voorbeeld van media-activisme; door hun actie wilden ze de dunne grens tussen privé en publiek ter discussie stellen. Ze deelden alledaagse dingen, maar ook persoonlijkere dingen zoals e-mails en bankgegevens. Alles op de computer werd gemaakt op gratis software, om gelezen en gekopieerd te kunnen worden door iedereen die dat wenste. Ze maakten bovendien gebruik van een gps, zodat hun toeschouwers te allen tijde wisten waar ze waren.

Een nieuwe manier van kijken

Die nieuwe soort digitale kunstwerken vragen natuurlijk om een nieuwe manier van kijken. Alle beschikbare vocabulaire om een fysiek kunstwerk te bespreken, schiet plotseling tekort. Gebruikelijke beoordelingscriteria zoals kleur, grootte, lijnenspel, licht, balans en proportie zijn ineens niet meer toepasbaar. Op elk verschillend scherm bevatten die termen andere nuances. Wanneer deze normen standaard zouden blijven voor nieuwe media, spreken we van het horseless carriage syndroom. De neiging om nieuwe technieken, bijvoorbeeld een auto, te omschrijven in termen die gebruikt werden voor oude technieken, de paard en wagen in dit geval. Praten in termen die fysieke kunstwerken beschrijven, volstaan dus niet voor digitale kunstwerken.

Hoe kunnen we internetkunst omschrijven

Waar kunnen we het dan wel over hebben? Er is op dit moment nog geen definitieve woordenlijst, waardoor deze vrij is in te vullen door de kijker. Veel internetkunstwerken zijn interactief, dan is dat een belangrijk criterium. Vaak zeggen domeinnamen veel over het doel of de inhoud van een werk. Als het een activistisch kunstwerk is, kan de vraag zijn in hoeverre het kunstwerk iets zegt, hoe duidelijk of belangrijk het onderwerp is. Spreekt de inhoud van het werk aan? Hoe is het werk esthetisch of compositorisch opgebouwd? Vraagt het veel tijd om het werk te begrijpen? Is dat nodig? Dat zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden als het op internetkunst aankomt. Toegepast op het eerder beschreven werk van 0100101110101101.ORG, is de betekenis niet moeilijk te achterhalen; de vervagende grens tussen privé en publiek belichten.

Internetkunst is recent en evolueert snel, waardoor er tot heden geen duidelijk afgelijnde omkadering van bestaat. De meesterwerken die door Net Art Anthology geselecteerd werden, vormen al een belangrijke basis daarvoor. Misschien helpen deze corona-tijden om de internetkunst meer prominent aanwezig te maken, en bovendien te voorzien in een passend (en afgelijnd) vocabulaire. Ondertussen kan iedereen genieten van de schoonheid die online te vinden is, gelukkig is er het internet in deze vreemde tijden. Blijf veilig en verwonderd!

Kunst / Achtergrond
special: Special: De Toorop Dynastie – Drie kunstenaarsgeneraties en Edgar Fernhout – Licht in kleur

INVLOED, VERWANTSCHAP EN EIGENHEID

Meteen aan het begin van de tentoonstelling De Toorop Dynastie in het Stedelijk Museum Alkmaar krijgt de bezoeker als het ware een opdracht mee: ‘Zijn de overeenkomsten tussen Jan Toorop, Charley Toorop en Edgar Fernhout groter dan de verschillen?’ Een opdracht die ook opgaat voor de expositie Licht in kleur met werk van Fernhout in Museum Kranenburgh in Bergen.

In het begin van de expositie in Alkmaar wordt stilgestaan bij de tentoonstelling Drie generaties die in 1937 was georganiseerd door de Haagse Kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar. Ook hier stonden de drie generaties centraal. Op het gelijknamige portret heeft Charley (1891-1955), dochter van Jan (1858-1928) en moeder van Edgar (1912-1974) de wenkbrauwen van haar zoon extra aangezet, zodat ze op die van vader Jan lijken. Een statement van samensteller Marjan van Heteren: let vooral op de overeenkomsten?

Zaaloverzicht Stedelijk Museum Alkmaar met schilderijen van Edgar Fernhout. Foto: Roel Backaert

Verschillende stijlen

Natuurlijk zijn er ook verschillen, en die worden niet verdoezeld: het realisme en symbolisme van Jan Toorop, het expressionisme en de Nieuwe Zakelijkheid van Charley Toorop en de invloed daarvan op Edgar Fernhout. Kijk bijvoorbeeld eerst naar de overeenkomsten tussen het portret dat Fernhout in 1929 maakte met het zelfportret van zijn moeder uit dezelfde tijd: invloed en verwantschap qua stijl en thematiek, maar daarna ook naar de eigenheid van beide portretten. Zonder meer.
Het is met name dát en de stijlontwikkelingen die de drie kunstenaars doormaakten, die op deze fraaie, overzichtelijke tentoonstelling centraal staan, geplaatst in de context van hun tijd. De expositie houdt op met het late werk van Fernhout.

Bruggetje

Impressie tentoonstelling Edgar Fernhout – Licht in kleur in Museum Kranenburgh (Bergen). Foto: Aad Hoogendoorn.

Museum Kranenburgh gaat daar verder, maar eigenlijk zou je, alvorens de zalen op de begane grond met het late werk van Fernhout te bekijken, als bruggetje eerst een kijkje in het souterrain moeten nemen. Daar is de tentoonstelling Onder Vrienden – De Bergense school in kaart te zien. Hier hangt namelijk een prachtig portret van Charley Toorop door Matthieu Wiegman (1915): een zakelijke dame. Dat was zij ook, zakelijk en sturend.
Zou dat Rudi Fuchs, de samensteller van de expositie Licht in Kleur er mede toe hebben aangezet om in het begeleidende boekje te concluderen dat de zoon ‘pas na het overlijden van zijn moeder (…) zijn eigen stijl vond en koos voor abstractie, met de natuur rond Bergen als onuitputtelijke bron van inspiratie’? Een uitspraak die de nadruk legt op de verschillen en een psychologische duiding daaraan geeft.

Atmosferisch abstract

Impressie tentoonstelling Edgar Fernhout – Licht in kleur in Museum Kranenburgh (Bergen). Foto: Aad Hoogendoorn.

Je zou de keuze van Fuchs, bestaande uit schilderijen van Fernhout uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, kunnen scharen onder de overkoepelende term ‘atmosferisch abstract’.
De zaal op de begane grond begint met Zee uit 1959, dat Fernhout vier jaar na de dood van zijn moeder schilderde en dat duidelijk verwant is aan Jan Toorops De zee (1887) in Alkmaar.

Mooi zijn de doorkijkjes die worden geboden: van Fernhouts laatste schilderij naar dit eerste en van Lichte Nacht (1970) naar Nacht (1971).
Het zijn niet alleen atmosferische werken, maar ook heel voorstelbare en invoelbare schilderijen. Met name het werk van Fernhout dat na de Tweede Wereldoorlog ontstond, was immers expressiever dan zijn eerdere werk. Op Strenge vorst (1973) zie je het ijs, hoor je het kraken en voel je de kou er vanaf komen.
Zee en Strenge vorst – je zou het met wat fantasie een voortzetting met eigentijdse middelen kunnen noemen van de atmosferische effecten die zo kenmerkend zijn voor een Nederlandse schilder als Matthijs Maris. Dat komt misschien dichterbij dan een psychologische duiding zoals Fuchs die gaf. Hoe je het ook wendt of keert, je kunt Fernhout echter ook zien als een schilder in de Nederlandse traditie, met alle overeenkomsten van dien.

De drie generaties, Charley Toorop, Museum Boijmans van Beuningen, Maskerkop Jan Toorop, John Rädecker, Museum Boijmans van Beuningen. Foto: Roel Backaert

Het verhaal gaat verder

Een schilder die eveneens wolkenluchten en de rimpelingen van het water schildert, is Esther Tieleman (1976). Op de begane grond is een zaal met een serie schilderijen van haar ingericht. Op een tekstbord staat te lezen dat zij met de jaren steeds abstracter werk maakt. Is dit niet ‘gewoon’ een gangbare ontwikkeling? Zowel in haar werk als in dat van Fernhout en heel veel andere kunstenaars? Een doorgaande lijn dus in plaats van een breuk na de dood van zijn moeder. Een andere manier van ernaar kijken, maar op z’n minst even gerechtvaardigd. Alkmaar bewijst dat, zodat het antwoord op de vraag die daar wordt gesteld, eigenlijk luidt: ja, de overeenkomsten zijn, alle eigenheden natuurlijk in acht nemend, uiteindelijk groter dan de verschillen.

Erwin Olaf, Palm Springs, The Kite, 2018. © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery
Kunst / Reportage / Reportage
special: Erwin Olaf – I Am
Erwin Olaf, Palm Springs, The Kite, 2018. © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Overdonderende dubbeltentoonstelling

Het Gemeentemuseum en het Fotomuseum in Den Haag brengen een eerbetoon aan de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf (1959), die dit jaar zestig jaar wordt. De overzichtstentoonstelling is opgesplitst in twee delen. Het Fotomuseum toont werk uit zijn beginjaren (1980-2000) en het Gemeentemuseum vanaf 2000 tot 2018.

“Wat ik het liefst wil laten zien, is een perfecte wereld met een barst erin. Ik wil het beeld verleidelijk genoeg maken om mensen mijn verhalen in te trekken, en dan een klap uitdelen.”

Erwin Olaf, Chessmen, XVII, 1988 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Chessmen, XVII, 1988 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Dit zijn woorden van Erwin Olaf zelf. En als bezoeker zul je dat zelf ervaren. Zijn portretten, scenes, installaties en filmpjes hebben allemaal een diepere betekenis, die voor iedereen anders kan zijn. Dat is zo intrigerend in zijn werk. Zijn werken vertellen verhalen en roepen daarmee veel vragen op. Je kunt je eigen verhaal erbij verzinnen of het ‘verklarende’ bordje naast de foto lezen. De foto’s zijn perfect; alles is tot in het kleinste detail geënsceneerd.

De beginjaren

Als Olaf tweeëntwintig jaar is maakt hij zijn eerste studio opnames. Op de School van Journalistiek in Utrecht kiest hij fotograferen, omdat hij dat leuker vindt dan schrijven. Hij is geïnteresseerd in mensen, maar ook in de schilderkunst, met name het effect van licht en donker. In zijn serie Ladies Hats (1985-94) is zijn bewondering voor Rembrandt overduidelijk. Olaf begeeft zich in het uitgaansleven van Amsterdam. Hij is zelf homoseksueel en fotografeert het theatrale van het nachtleven.

Een paar jaar na zijn afstuderen maakt hij in opdracht de serie Chessmen (1987-88). Hij kiest als uitgangspunt het schaakspel met tweeëndertig foto’s. Inhoudelijk kiest hij voor macht en onderdrukking in een sadomasochistische entourage. De foto’s in het Fotomuseum zijn voor een groot deel in zwart-wit en gemaakt met een Hasselblatt camera. Naast de foto’s van Olaf zelf, heeft hij ook een galerij ingericht voor zijn inspiratiebronnen zoals: Man Ray, Robert Mapplethorpe Tineke Dijkstra en Hans van Manen. Maar Olaf blijft zichzelf ontwikkelen; van analoog werkende fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller.

Erwin Olaf, Keyhole #6. 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery.

Erwin Olaf, Keyhole #6. 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery.

De meester

De digitale fotografie heeft Olaf veel meer ruimte gegeven. Hij kan zijn foto’s naar eigen idee op esthetisch, politiek en sociaal maatschappelijk niveau manipuleren en vormgeven. Ook integreert hij zijn foto’s in bewegende beelden en installaties, zoals Keyhole (2012-13), waarbij je als toeschouwer door twee sleutelgaten kunt kijken en je afvragen wat zich daar nu daadwerkelijk afspeelt.

Rond 2012 besluit Olaf een drieluik te maken over de steden Berlijn, Shanghai en Palm Springs. Het is zijn meest recente werk. Hij geeft door middel van zijn intrigerende foto’s zijn visie over de mensen op deze plaatsen.

Berlijn, 2012

Het Interbellum is een periode waar Olaf door wordt gefascineerd. In het Berlijn van de jaren twintig zijn de mensen euforisch na de Eerste Wereldoorlog, maar er is ook een teloorgang te zien van waarden. Het schilderij Der Salon I, 1921 van Otto Dix is zijn uitgangspunt voor de foto Clärchen’s Ballroom, Mitte. Hij ziet ook een strijd tussen oud en jong en vindt dat het kind in de Westerse samenleving steeds meer macht krijgt. Hij fotografeert dan ook kinderen die macht uitstralen op een allesbehalve prettige manier. De foto Portrait 05 toont een jong meisje met blonde vlechten geheel gekleed in perfect zwart leer en zwarte rijglaarzen. Zij zit op een veel te hoge stoel en kijkt met een strakke verkilde blik de ruimte in. Op de foto Masonic Lodge, Dahlem, zie je een blank jongetje in een zwart pak, met leren handschoenen aan, wijzen naar een prachtige donkere man. Deze draagt alleen een soort badpak dat behangen is met onderscheidingen. Hij staat op een karretje met vier wielen en ziet eruit alsof jij een pop is.

Erwin Olaf, Berlin, Freimaurer Loge Dahlem, 22nd of April, 2012, 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Berlin, Freimaurer Loge Dahlem, 22nd of April, 2012, 2012 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Midden in de zaal staat een carrousel. Je ziet een geknielde en geblinddoekte clown, die er triest uitziet. Daaromheen draaien kinderpoppen zonder hoofd met allerlei verschillende kostuumpjes aan in de rondte terwijl ze een liedje zingen. Je krijgt er een onbehaaglijk gevoel bij.

Shanghai, 2017 en Palm Springs, 2018

Terwijl Shanghai de stad van de toekomst zou moeten zijn volgens Olaf, portretteert hij een aantal jonge vrouwen in bewegende beelden (Shanghai). Ondanks het feit dat hun uiterlijk perfect is, is hun gemoedstoestand vreselijk triest. Ze lijken te smeken om hen te verlossen van hun verborgen eenzaamheid. Deze serie spreekt boekdelen! Alles wat zo mooi lijkt, is fake!

Hoewel Palm Springs een in de woestijn gelegen stad in Californië creëren de mensen daar hun eigen paradijzen. Olaf stelt in zijn verhalende foto’s de vraag of ze daar gelukkig zijn. Op de foto At the Pool, zie je op de voorgrond een gezette dame die naar een jong knap meisje aan de rand van het zwembad kijkt. Wat is hun relatie? Beide zien er niet echt gelukkig uit. Olaf geeft een hint met het boek Lolita van Vladimir Nabokov dat open op de terrastafel ligt.

Erwin Olaf, Shanghai, Huai Hai 116, Portrait #2, 2017 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Erwin Olaf, Shanghai, Huai Hai 116, Portrait #2, 2017 © Erwin Olaf. Courtesy Flatland Gallery

Op de foto The Kite zie je aan de ene kant een donkere vrouw en een klein halfbloed meisje. Ze staan op een ruw terrein, waar ze aan het picknicken zijn. De vlieger van het meisje (de vlag van de VS) is aan de andere kant, in een park met windmolens in een verdorde boom gekomen en gescheurd. Ook hier vraag je je af wat er aan de hand is.

Aanrader

Dit is met recht een overdonderende tentoonstelling. Het vele werk dat is te zien laat aan de ene kant zijn technische ontwikkeling zien, maar ook zijn kracht om zichzelf steeds te vernieuwen. Bovendien weet hij de toeschouwer steeds te aan te zetten om zijn eigen fantasie te gebruiken. Terugkijkend op zijn werk komt er eigenlijk maar een overkoepelend thema ter sprake: vrijheid en hoe die vrijheid op allerlei manieren wordt onderdrukt of beperkt. Zelfs zijn foto’s van de Koninklijke familie dragen dit gevoel uit.