Berichten

Kunst / Expo binnenland

Een esthetische speeltuin met maatschappijkritiek

recensie: Recensie: I´m Your Mirror ǀ Joana Vasconcelos

Een kakofonie aan geluid, licht en beweging, felle kleuren en immense kunstwerken. Als je op zoek bent naar de rust en sereniteit kun je tot 17 november 2019 beter rechtsomkeert maken op de tweede verdieping van de Kunsthal. Daar vind je tot die tijd het retrospectief I’m Your Mirror van de Portugese kunstenares Joana Vasconcelos.

Call Center, 2014–2016, Photo credit: © FMGB Guggenheim Bilbao Museoa, 2018. Photo: Erika Ede © Joana Vasconcelos

Meer dan Popsterren

De titel van de tentoonstelling is een eerbetoon aan de Duitse zangeres Nico. Toch refereert de tentoonstelling aan veel meer dan aan popsterren uit de vorige eeuw. I’m Your Mirror snijdt hedendaagse thema’s aan, heeft een feministische invalshoek, becommentarieert verschillende kunststromingen en verwijst naar Portugese volkscultuur. Verspreid door de ruimte staan grote werken die vaak maatschappijkritiek in zich dragen. Door het slimme gebruik van tussenwanden krijgt elk werk voldoende ruimte in de Kunsthal.

Onsubtiele kritiek

De kritiek in Vasconcelos’ kunst is vaker niet dan wel subtiel. Zo zijn in het werk Call Center (2014-2016), zwarte telefoons in de vorm van een klassiek pistool geplaatst. Snel is de associatie met communicatie als bedreiging gemaakt. Ook twee pumps volledig opgebouwd uit pannen (Marilyn, 2011) is makkelijk te verbinden met de positie van de vrouw in de patriarchale samenleving. Misschien wel iets te makkelijk. Want juist in een tijd waarin de traditionele rol van de vrouw zo sterk onder vuur ligt en er voortdurend kanttekeningen worden geplaatst bij moderne communicatiemiddelen valt van de kunst een gelaagder, origineler en misschien zelfs genuanceerder perspectief te verwachten.

Marilyn (Ap), 2011, Photo credit: © FMGB Guggenheim Bilbao Museoa, 2018. Photo: Erika Ede© Joana Vasconcelos

Subtielere kritiek

Zo’n perspectief komt mogelijk duidelijker naar voren uit een overwegend optimistischer werk als A Todo o Vapor (vermelho/verde/amarelo) (2012, 2013, 2014). Drie strijkijzermachines voeren een grappige choreografie uit. Het tekstbordje leest: ‘Als toeschouwer voel je je getuige van de dagdromen van een verveelde huisvrouw.’ En stelt ook: ‘Tegelijkertijd is het ook een herbevestiging van de vrouw als kunstenaar’ die strijkijzers dus niet gebruikt voor het huishouden maar er ingenieuze sculpturen mee maakt.

Burka, 2002, Photo credit: Luís Vasconcelos /Courtesy Unidade Infinita Projectos © Joana Vasconcelos

Ook Burka (2002) zou je kunnen classificeren als een werk met een tegenstelling. Op de grond ligt een soort pop, gesluierd, maar met een hoop kleurige rokken zichtbaar. Haar hoofd is aan een hijskraan bevestigd en langzaam wordt ze opgetakeld. Nadat je haar spookachtige vorm even kan bestuderen, valt ze met een harde klap op de grond. Het werk schijnt een commentaar op de vrouw in boerka, gevangen in een beknellend systeem, gedwongen om als een spook door het leven te gaan. Toch kun je in de vrolijke rokken ook een kleurig individu herkennen. Niet het systeem, maar de mens daarin staat dan centraal.

Speeltuin en ontmoetingsplek

Omdat je bij een werk als Burka meer moeite doet om een betekenis te ontrafelen, en je er langer mee bezig bent, versterkt dit de indruk die zo’n werk achterlaat. Maar ook als je de werken niet probeert te begrijpen, heb je een plezierige tijd in deze zaal. I’m Your Mirror is een esthetische speeltuin en ontmoetingsplek. Vooral Ponto de Encontro (2000), eigenlijk gewoon een speeltoestel verhuld als kunst, trekt veel bezoekers, waaronder een hoop kinderen. Deze tentoonstelling is sowieso geschikt voor kinderen en rennende kleuters voegen toe aan de levendigheid. Naar I’m Your Mirror ga je dan ook niet voor je rust.

Reageer op dit artikel

Kunst / Expo binnenland

Een esthetische speeltuin met maatschappijkritiek

recensie: Recensie: I´m Your Mirror ǀ Joana Vasconcelos

Een kakofonie aan geluid, licht en beweging, felle kleuren en immense kunstwerken. Als je op zoek bent naar de rust en sereniteit kun je tot 17 november 2019 beter rechtsomkeert maken op de tweede verdieping van de Kunsthal. Daar vind je tot die tijd het retrospectief I’m Your Mirror van de Portugese kunstenares Joana Vasconcelos.

Call Center, 2014–2016, Photo credit: © FMGB Guggenheim Bilbao Museoa, 2018. Photo: Erika Ede © Joana Vasconcelos

Meer dan Popsterren

De titel van de tentoonstelling is een eerbetoon aan de Duitse zangeres Nico. Toch refereert de tentoonstelling aan veel meer dan aan popsterren uit de vorige eeuw. I’m Your Mirror snijdt hedendaagse thema’s aan, heeft een feministische invalshoek, becommentarieert verschillende kunststromingen en verwijst naar Portugese volkscultuur. Verspreid door de ruimte staan grote werken die vaak maatschappijkritiek in zich dragen. Door het slimme gebruik van tussenwanden krijgt elk werk voldoende ruimte in de Kunsthal.

Onsubtiele kritiek

De kritiek in Vasconcelos’ kunst is vaker niet dan wel subtiel. Zo zijn in het werk Call Center (2014-2016), zwarte telefoons in de vorm van een klassiek pistool geplaatst. Snel is de associatie met communicatie als bedreiging gemaakt. Ook twee pumps volledig opgebouwd uit pannen (Marilyn, 2011) is makkelijk te verbinden met de positie van de vrouw in de patriarchale samenleving. Misschien wel iets te makkelijk. Want juist in een tijd waarin de traditionele rol van de vrouw zo sterk onder vuur ligt en er voortdurend kanttekeningen worden geplaatst bij moderne communicatiemiddelen valt van de kunst een gelaagder, origineler en misschien zelfs genuanceerder perspectief te verwachten.

Marilyn (Ap), 2011, Photo credit: © FMGB Guggenheim Bilbao Museoa, 2018. Photo: Erika Ede© Joana Vasconcelos

Subtielere kritiek

Zo’n perspectief komt mogelijk duidelijker naar voren uit een overwegend optimistischer werk als A Todo o Vapor (vermelho/verde/amarelo) (2012, 2013, 2014). Drie strijkijzermachines voeren een grappige choreografie uit. Het tekstbordje leest: ‘Als toeschouwer voel je je getuige van de dagdromen van een verveelde huisvrouw.’ En stelt ook: ‘Tegelijkertijd is het ook een herbevestiging van de vrouw als kunstenaar’ die strijkijzers dus niet gebruikt voor het huishouden maar er ingenieuze sculpturen mee maakt.

Burka, 2002, Photo credit: Luís Vasconcelos /Courtesy Unidade Infinita Projectos © Joana Vasconcelos

Ook Burka (2002) zou je kunnen classificeren als een werk met een tegenstelling. Op de grond ligt een soort pop, gesluierd, maar met een hoop kleurige rokken zichtbaar. Haar hoofd is aan een hijskraan bevestigd en langzaam wordt ze opgetakeld. Nadat je haar spookachtige vorm even kan bestuderen, valt ze met een harde klap op de grond. Het werk schijnt een commentaar op de vrouw in boerka, gevangen in een beknellend systeem, gedwongen om als een spook door het leven te gaan. Toch kun je in de vrolijke rokken ook een kleurig individu herkennen. Niet het systeem, maar de mens daarin staat dan centraal.

Speeltuin en ontmoetingsplek

Omdat je bij een werk als Burka meer moeite doet om een betekenis te ontrafelen, en je er langer mee bezig bent, versterkt dit de indruk die zo’n werk achterlaat. Maar ook als je de werken niet probeert te begrijpen, heb je een plezierige tijd in deze zaal. I’m Your Mirror is een esthetische speeltuin en ontmoetingsplek. Vooral Ponto de Encontro (2000), eigenlijk gewoon een speeltoestel verhuld als kunst, trekt veel bezoekers, waaronder een hoop kinderen. Deze tentoonstelling is sowieso geschikt voor kinderen en rennende kleuters voegen toe aan de levendigheid. Naar I’m Your Mirror ga je dan ook niet voor je rust.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

De Tuin van Eden als cyberjungle

recensie: Boogaerdt/Vanderschoot & Touki Delphine - Botanical Wasteland

Zelden zag de Tuin van Eden er zo apocalyptisch uit als in Botanical Wasteland, een nieuwe performance van Boogaerdt/Vanderschoot en Touki Delphine. Moeder Natuur is gezwicht voor een plastic cyberjungle, waarin mechanische planten en computerschermen naadloos in elkaar overvloeien.

Wij toeschouwers zijn observanten van een grimmige biotoop. We zitten rondom een transparante kubus, waar we geleidelijk de regels van deze dystopie leren kennen. Er leven mensen in, zo blijkt als een man met rode broek en ontbloot bovenlijf de kubus betreedt. Op zijn rug is een fluoriderend lichtgroene boom geschilderd. Hij beschildert zijn lijf verder, zet een kabuki-achtig masker op, en vermengt met zijn omgeving.

Cyberorganisme

Foto: Wikke van Houwelingen

Die omgeving is een eigen cyberorganisme, dat het geheugen van een voorbije wereld nog in zich lijkt te hebben. Vanuit oude computers en plaatspelers horen we fragmenten van bekende composities. LED-schermen spelen passages van het Oude Testament af die, hoe kan het ook anders, verwijzen naar Genesis. Grotere schermen dalen naar beneden, verhullen de tuin en laten een computersimulatie van groene ballen zien. Er was ooit een organische tuin, vertelt de stem van Elsa May Averill ons, waar een engel in neerdaalde en de mensen waarschuwde voor een aankomende catastrofe. Iedereen zwoor om mee te helpen, maar dat lijkt niet helemaal gelukt. Een wrange verwijzing naar de staat van de wereld in 2019, waarin de voornemens om het klimaat te verbeteren groter zijn dan de daadwerkelijke uitvoering.

Post-humane wereld

De teloorgang van mens en natuur heeft in deze biotoop een post-humane wereld tot stand gebracht. Eén waarin mensen nog wel bestaan, maar op gelijke voet staan met het oerwoud aan semi-intelligente machines en plastic fauna. Bovendien zijn de mensen die we zien ook niet geheel menselijk meer. Ze zijn gemaskerd en emotieloos. Een van hen, alleen zichtbaar als projectie, lijkt bijna uit een Iron Man film ontsnapt. Machines lijken meer op intelligente wezens, terwijl de intelligente wezens meer machine-achtig worden.

Psychedelische beeldenstorm

Foto: Wikke van Houwelingen

In een groot gedeelte van Botanical Wasteland ligt de focus überhaupt niet op de fysieke ruimte van de biotoop, maar op de cyberruimte van het scherm. We zien een psychedelische beeldenstorm met felgroene en donkerblauwe tinten, waarin de menselijke figuren digitaal verschijnen en in elkaar overvloeien. Het doet denken aan 2001: Space Odyssey. Niet alleen qua vorm (knap animatiewerk van Rodrik Biersteker) maar ook in de ontworteling. De biotoop is nog een nabootsing van een fysieke tuin met een mens in het midden; in deze virtuele trip vliegt alles door elkaar heen en gaat elke houvast verloren.

Alternatieve toekomst

In Botanical Wasteland wordt een theaterruimte ingezet om een alternatieve toekomst te laten zien. Een toekomst waar de mens niet meer centraal staat in de wereld en op het toneel, maar de wereld deelt met kunstmatige intelligentie. Het staat in een langere lijn van Rotterdamse makers – Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot, maar ook URLAND, Davy Pieters en Wunderbaum – die ieder op hun manier onderzochten hoe theater een andere toekomst kan verbeelden of werelden kan laten zien waarin de mens klein of geheel afwezig is. Van Boogaerdt/VanderSchoot kunnen we meer alternatieve wereldordes verwachten: Botanical Wasteland is aangekondigd als een eerste deel in een serie. Dat belooft wat voor de Rotterdamse Operadagen in 2020.

Reageer op dit artikel

Theater / Reportage
special: Circusstad Rotterdam

Circusstad laat zien hoe vernuftig circus kan zijn

Voor spannend circus moet je deze maand in Rotterdam zijn. Op de inmiddels zevende editie van Circusstad Rotterdam staat (inter)nationaal talent in de Rotterdamse theaters en op het Schouwburgplein. 8WEEKLY bezocht het festival en zag vier voorstellingen. Vier voorstellingen, die fascineren door de eigen discipline – diabolo, jongleerkunst, aerial straps een acrobatiek – als uitgangspunt voor dramaturgie te gebruiken.

David Eisele – Cycle

David Eisele mag zich met recht een aanstormend talent noemen: de net afgestudeerde diabolo-artiest haalde afgelopen oktober de BNG-Bank Circusprijs binnen, en staat nu met zijn nieuwe voorstelling Cycle op het programma van Circusstad. Eisele liet zich inspireren door cirkelbeweging. Eigenlijk is die overal aanwezig, zo horen wij tijdens de inleiding. Zelfs als we stilzitten, leven we immers nog op een eeuwig ronddraaiende wereldbol. Op het podium zien we een cirkelbeweging die continu ronddraait: de cirkel van het loopstation, waarmee Eisele zijn gitaarspel laat herhalen. Maar verder moet hij zelf aan de bak om de ringen en diabolo’s om hem heen draaiend te houden. Dat vormt de centrale spanning in de voorstelling: het vermogen van de performer om zijn objecten in perfecte cirkels te laten bewegen.

We zien hoe Eisele zijn in tweeën gedeelde diabolo zo laat draaien, dat ze uiteindelijk precies naast elkaar en in het midden van een grote cirkel belanden. De performer wordt hier dienend aan de objecten die hij manipuleert. De nadruk ligt op de ‘choreografie’ van de ringen en diabolo’s op de vloer en niet zozeer op de artiest die het mogelijk maakt. Dat is interessant, maar toch wordt het spannender als die performer zichzelf prominenter maakt. Eisele begint een samenspel tussen de ring die hij om zich heen laat bewegen en de diabolo die hij bespeelt. De diabolo en de ring bewegen door elkaars banen heen, zonder elkaar te raken. Het is technisch indrukwekkend, maar levert bovenal een intrigerend toneelbeeld op.

Cie Defracto – Dystonie

Foto: Pierre Morel

Dystonie is een neurologische aandoening die zich kenmerkt door herhaalde bewegingen, onnatuurlijke lichaamshoudingen of aanhoudende samentrekkingen van spieren. Een interessant gegeven voor een jongleerperformance, waar juist een optimale lichamelijke controle nodig is. De jongleurs van het Franse gezelschap Defracto spelen met dit contrast. We zien hoe Joseph Viatte uiterst langzaam over het podium loopt. Hij neuriet, en zijn uitgestrekte handen dragen een LP naar een platenspeler. Tegenover hem staan Guillaume Martinet en Andre Hidalgo, twee energieke jongleurs die behendig ballen naar elkaar gooien.
De ballen zeggen hier iets over communicatie. Omdat Martinet en Hidalgo met elkaar kunnen jongleren, spreken ze elkaars taal. Viatte wordt gepositioneerd als de buitenstaander: degene die trager beweegt en de ballen die naar hem gegooid worden, niet kan opvangen.

Als dat verschil vastgesteld is, proberen Hidalgo en vooral Martinet toenadering te zoeken tot Viatte. Hidalgo gooit ballen naar hem, die hij niet opvangt. Martinet omhelst hem en imiteert zijn lichaamsbewegingen. Uiteindelijk vinden de drie mannen elkaar, en ontstaat er een hybride van de meer vloeiende bewegingstaal van Hidalgo en Marinet, en de meer staccato bewegingstaal van Viatte. Dystonie laat jongleerkunst zien waar je vrolijk van wordt, maar die ook bijzonder slim in elkaar zit.

Panama Pictures – Stripped

Foto: Jostijn Ligtvoet

Ook in Stripped, een samenwerking van choreograaf Pia Meuthen en aerial strap artiest Tarek Rammo, krijgt het instrument van de performer betekenis. In dit geval zijn dat de riemen waar Rammo mee door de lucht zweeft, maar ook in vast lijkt te zitten. Bij binnenkomst zien we hem in zichzelf mompelen. Hij loopt richting publiek, maar wordt tegengehouden door zijn riemen. Dan loopt hij een andere kant op, nog steeds in zichzelf gekeerd, en wordt opnieuw verhinderd. Hij stijgt de lucht in, maar ook hier lijkt er geen verlossing te zijn. De bewegingen staan nog steeds in het teken van worsteling.

Zo krijgen de riemen een associatie met traumaverwerking, of met een verhaal waar de performer niet van los kan komen: als hij weer is geland, zitten de riemen niet meer om zijn schouders, maar in zijn handen. Hij kan ervoor kiezen om los te laten, maar doet het niet.

Bevrijding is een voor de hand liggend thema bij aerial straps: het is immers vrij letterlijk een bevrijding van de zwaartekracht. Interessant om te zien dat Meuthen en Rammo juist het tegenovergestelde opzoeken. Er is even een gevoel van bevrijding, wanneer Rammo in de lucht beweegt achter het raam van de Erkerfoyer in Rotterdam, -mooi beeld overigens- maar tegelijkertijd blijft hij verstrengeld.

Circa – Humans

Foto: Pedro Greig

Humans van het Australische gezelschap Circa is een van de grote knallers van het festival. En terecht. De acrobatiek die hier te zien is, is van een werkelijk fenomenaal niveau.

In vergelijking met de drie eerder besproken performances gaat Humans minder over een uitgewerkt concept, en veel meer over het vertoon van virtuositeit. Tijdens de inloop betreden de performers, soms vanuit de zaal, het podium en kleden zich kalm om. In verschillende muzikaal ondersteunde episodes laten ze vervolgens zien wat ze in huis hebben. We zien strak gechoreografeerde partneracrobatiek, menselijke piramides en trapeze-acts.  In een minder intelligente circusproductie kan dat al snel omslaan naar een showcase van techniek, maar dat gebeurt hier niet. Regisseur Yaron Lifschitz gebruikt elke episode om een nieuwe atmosfeer op te roepen.

De manische energie van de openingsact dwingt het publiek om alert te blijven. In patronen komen de performers op en af, verrichten moeiteloos acrobatische stunts en leveren zo hun visitekaartje af. Vervolgens is er een contrasterende act, die juist in het teken van vertraging staat. Er komt lucht in de performance tijdens een komisch-romantische partneracrobatiek, waarin twee acrobaten uiteindelijk letterlijk in elkaar verstrengeld raken. Wanneer alle tien performers tevergeefs hun elleboog proberen te likken, met Frank Sinatra’s The Impossible Dream in de achtergrond, wordt humoristisch duidelijk dat zelfs deze acrobaten hun grenzen hebben.

De playlist van Lifschitz is een geheim wapen in deze voorstelling. Van Sinatra tot James Brown tot aanstekelijke Braziliaanse muziek: ze geven ieder een apart karakter aan de acts. Maar zoals de titel doet vermoeden, schuilt de ware kracht van Humans in de tien mensen op het podium. Het technisch niveau dat we hier zien is bijna van supermenselijk niveau.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

De ongrijpbare moleculen van de liefde

recensie: Theater Rotterdam - Heisenberg

Met een regisseur als Johan Simons en acteurs als Hans Croiset en Elsie de Brauw zou je van Heisenberg een topvoorstelling verwachten. De voorstelling mag weliswaar gebaseerd zijn op natuurkundige wetten, de chemie tussen de personages ontbreekt.

Wie bij het stuk getiteld Heisenberg verwacht dat het om de serie Breaking Bad zal gaan en Hans Croiset een soort Walter White wordt, zal wellicht bedrogen thuiskomen. De voorstelling van Theater Rotterdam is namelijk licht gebaseerd op die andere beroemde Heisenberg: de natuurkundige en grondlegger van de kwantummechanica. Met die onzekerheidstheorie heeft Heisenberg laten zien dat er twee aspecten van de werkelijkheid zijn die niet tegelijkertijd waargenomen kunnen worden. Volgens hem kon je bij een elementair deeltje maar twee vragen stellen: ‘Wat is de locatie?’ óf ‘Wat is de beweging?’

Liefde in een tijd van moleculen

Toch wordt de voorstelling geen theatercollege over de natuurkunde. In Heisenberg (geschreven door de Britse toneelschrijver Simon Stephens) wordt de onzekerheidstheorie aan de liefde tussen een oude man en jonge vrouw gekoppeld. Al in de openingsscène brengt regisseur Johan Simons die natuurkundige symboliek naar voren. De 75-jarige Alex luistert op een bankje naar muziek. Hij zit weliswaar stil, maar is al luisterend op zoek naar beweging. Of zoals hij het later zelf zegt: Hij wil ‘verrast worden door de ruimte tussen de noten’.

Nou, verrast wordt hij zeker. Uit het niets kust de 42-jarige Georgie (Elsie de Brauw) hem in zijn nek. Ze verontschuldigt zich meteen, dringt zich lichtelijk aan hem op door over haar overleden man te beginnen, hun huwelijksreis, haar baan als serveerster, om vervolgens op te biechten dat ze het allemaal heeft verzonnen.

Hiermee is de toon gezet. De dialogen hebben een hoog absurdistisch, impulsief gehalte. Zo maakt Georgie een manische, ongrijpbare indruk door Alex op het ene moment te liefkozen en het andere moment– vanuit het niets – te beledigen en af te stoten. Ze springt soms van de hak op de tak,  bijvoorbeeld wanneer zij Alex in een restaurant vertelt dat ze haar zoon al jaren  niet heeft gezien. Eerst zegt ze hoeveel ze van hem houdt, daarna dat ze hem wel op zijn bek zou willen slaan en ze sluit af met: ‘Het brood is lekker’.

Ongrijpbaar is ze niet alleen in haar taal, maar ook fysiek. Waar Alex  (in termen van Heisenberg) een molecuul in rustpositie is, is Georgie een molecuul dat continu beweegt. Ze gaat over het podium van hot naar her, met als gevolg dat noch Alex noch het publiek haar mimiek kan zien.  En daarmee ook niet kan zien hoe ze bij een bepaalde uitspraak kijkt. Hiermee wordt haar ongrijpbaarheid alleen maar groter. Het is misschien juist Georgies ongrijpbaarheid waar Alex naar op zoek is. En vice versa. Stukje bij beetje blijkt dat Georgie stiekem op zoek is naar rust en vastigheid.

Aantrekken en afstoten

Net als in eerder werk als Songs from far away, behandelt Simon Stephens in Heisenberg de onmacht om toenadering tot de ander te kunnen vinden. Waar in Songs from far away de hoofdpersoon met behulp van dagboekfragmenten toenadering zoekt tot zijn overleden broer (in Heisenberg speelt het dagboek ook een interessante rol), is de relatie tussen Alex en Georgie een spel van aantrekken en afstoten. Telkens wanneer de een toenadering tot de ander zoekt en er een moment van rust lijkt te ontstaan, geeft de ander weer een absurdistische draai aan het gesprek om weer beweging te veroorzaken. En waarom? Het heeft vast met Heisenbergs onzekerheidstheorie te maken, maar erg effectief is het niet. De eerste paar minuten is dat grappig en prikkelend, maar als het na een half uur nog steeds zo absurdistisch blijft, wordt het verhaal even relatief als de natuurkundige theorie. In combinatie met het kale decor (Marc Warning) doet het nogal klinisch aan. Op den duur hoop je dat het stuk toch wat meer gewicht en lading krijgt.

Lang leve de plottwist

Gelukkig gebeurt dat halverwege met een interessante plottwist, waarna de vraag opdoemt hoe oprecht beide personages tegenover elkaar zijn. Vanaf dit moment lijken de acteurs ook iets beter uit de voeten te kunnen met hun personage. Toegegeven, met acteurs als Croiset en De Brauw verwacht je een topcast, maar door al die impulsiviteit en beweeglijkheid is er, voornamelijk voor Croiset, weinig ruimte om echt gestalte aan de problematiek van het personage te geven. Pas na die plottwist zet Croiset een kwetsbare man neer, die op zoek is naar liefde en spanning in zijn verstilde leven. Vanaf dat moment is De Brauw evenmin eenzijdig impulsief, maar toont ze de pijn van een vrouw die niet weet wat ze met haar leven aan moet. De vraag is alleen of het publiek dan nog betrokken genoeg is.

Zo komen de personages, die twee moleculen, op het einde toch tot elkaar. Alhoewel… Net wanneer ze eindelijk toenadering tot elkaar hebben gevonden, gaat het licht uit. Daarmee begint en eindigt de voorstelling met Heisenbergs theorie:  Je kunt nooit het geheel waarnemen, maar enkel de afzonderlijke delen los van elkaar.

Reageer op dit artikel

oznor - Tito Paris
Muziek / Concert

Net als een warm bad thuis

recensie: Tito Paris @ De Doelen Rotterdam
oznor - Tito Paris

Wie zich net als ik afvraagt waarom Tito Paris zijn enige optreden in Nederland in Rotterdam doet, wordt op het verstrekte programma voorzien van uitleg. Rotterdam wordt beschouwd als het ‘elfde eiland’ van Kaapverdië. Als de zaal zich vult met vele Kaapverdiërs wordt al snel duidelijk waarom.

Het was vijftien jaar wachten op het nieuwe album van Tito Paris. Het wachten wordt uitstekend beloond met het verschijnen van Mim Ê Bŏ vorig jaar. Dit concert in De Doelen is feitelijk de albumpresentatie van het voornoemde album. Wanneer de zaal volgelopen is met een mix van Kaapverdiërs en native Nederlanders, betreedt Paris het podium met zijn band.

Honkvast

Tito Paris neemt plaats op zijn stoel midden op het podium, uiteraard getooid met zijn onafscheidelijke pet. Hij bespeelt een bijzondere gitaar met geheel opengewerkte kast; deze elektrische gitaar klinkt als een akoestische variant. Zijn band bestaat uit Manual Paris op bas, Moïses Ramos op toetsen, Pericles Paris op drums, Stephan Almelda op cavaquinho (een soort gitaar) en een sterrol voor saxofonist José Pereira. De band speelt geolied en staat volledig in dienst van Tito Paris. Alleen saxofonist Pereira komt gedurende het optreden in beweging en toont zijn emotie rond de muziek.  De rest van de band is vooral heel honkvast.

Paris verlaat maar zelden zijn stoel; hij zit relaxed als middelpunt op het podium, terwijl de muziek daar echt geen aanleiding voor geeft. Rust wordt niet bepaald uitgestraald door het warme optreden met prachtige ritmes. Het staat zelfs in schril contrast met de  fraaie tonen die ons bereiken. Het is allemaal even geïnspireerd alsmede perfect gespeeld. Toch kan Paris nauwelijks onbeweeglijk blijven met zijn band, waarmee het publiek gedurende het concert ook langzaam de bewegingen volgen. De muziek klinkt als de Buena Vista Social Club en doet zo het goede gevoel van jaren geleden herleven. Met zijn morna’s en coladeira’s uit Kaapverdië mengt hij Cubaanse invloeden tot een heerlijke muzikale traktatie.

Memorabel

Het optreden opent met ‘Morna PVV’. Pas bij het derde nummer gaat Paris naar het titelnummer van zijn nieuwe album en speelt ‘Mim Ê Bŏ’. Hij betrekt het publiek bij zijn spel door hen gebaren te laten maken ter ondersteuning van het prachtige liedje en volgt het op met het openingsnummer van het album. Tegen het einde van de show betreedt een wat oudere dame het podium om rond Paris heen te dansen. Er wordt tot driemaal toe getracht haar met zachte hand door beveiligers en bandondersteuners van het podium te halen. Wanneer Paris na ‘Danca Ma Criola’ het podium verlaat gaan de zaallichten heel even aan om vervolgens weer snel te doven. Met een gloedvolle vertolking van ‘Sodade’, het overbekende nummer van de Kaapverdische Eilanden, sluit Tito Paris een warm, memorabel en vooral krachtig optreden af. Misschien duurt het wel weer 15 jaar voor we hem terugzien op Nederlandse bodem.

Reageer op dit artikel

Boeken / Reportage
special: Murakami Festival – 13 & 14 januari 2018

Een heel weekend in het teken van de Japanse meester

Op de verrassende locatie SS Rotterdam waan je je in de wereld van de meest populaire Japanse schrijver van dit moment. Op het Murakami-festival is er voor ieder wat wils: dankzij de vele lezingen, workshops, muziek en films hoef je je geen moment te vervelen.

Naar aanleiding van het langverwachte verschijnen van Murakami’s nieuwste roman, De Moord op Commendatore, waarvan het eerste deel in december 2017 verscheen en het tweede deel de dag voor aanvang van dit festival, wordt een ode gebracht aan de wereldwijd populaire Japanner. Twee dagen lang staat het enorme cruiseschip SS (“en het is een schip hè dames en heren, geen boot”, aldus The Kik-frontman Dave von Raven) volledig in het teken van Murakami.

Deze reportage gaat over de zaterdag, dat op zichzelf al zo’n vol programma heeft dat het makkelijk over twee dagen verspreid had kunnen worden: in de grotere zalen worden lezingen gegeven door en met bekende en minder bekende Nederlanders, er worden interviews gehouden met Nederlandse schrijvers en journalisten die met kinderlijk enthousiasme uitweiden over hun liefde voor het omvangrijke oeuvre van de kleine Japanner. Voor de creatievelingen zijn er workshops portretschilderen en Japanse tekens schrijven, en wie even stoom wil afblazen kan zich tegoed doen aan de muziek en films die in een apart zaaltje worden gedraaid.

Peter Buwalda over zijn Murakami-fascinatie

Winfried Baijens (bekend van het NOS Journaal) trapt de dag af met schrijver Peter Buwalda, met wie hij een gesprek voert over de muzikale referenties in Murakami’s werk. Bescheiden wimpelt Buwalda de vragen over zijn eigen nieuwste werk, waarvan hij in de ‘schrappen en schaven-fase’ zit, na een paar minuten af en zegt dat hij is gekomen om over het werk van Murakami te praten, niet over hemzelf. Bewogen en met een tikkeltje sarcasme waar Murakami zelf vast om moet hebben gegniffeld, vertelt hij over zijn fascinatie voor zijn Japanse collega. Hij begint met een compliment door te stellen dat bijna alle boeken van Murakami tot nu toe goed zijn ontvangen, iets wat niet iedere schrijver kan zeggen. Bovendien zit er veel diversiteit in zijn boeken zodat het heel veel mensen aantrekt. “Net als Picasso weet Murakami esthetisch te boeien en tegelijkertijd te behagen. Dat is zijn grote geheim: hij maakt associaties die nergens op slaan, hij gooit alle logica overhoop, ‘but we buy it’.”

Lezing op het Murakami-festival. Foto: Cyriel Jacobs

Duke Ellington versus Thelonious Monk

Naar de muzikale verwijzingen in Murakami’s werk refereert Buwalda door aan de hand van twee jazzmusici de verschillende soorten boeken aan te duiden: “Aan de ene kant heb je de wat traditionelere, licht sentimentele romans die te vergelijken zijn met het werk van Duke Ellington, waarin soms iets aparts gebeurt maar die toch gewoon van A tot Z op een kabbelend tempo verteld worden, zoals South of the border, Spoetnikliefde en Norwegian Wood. En aan de andere kant heb je die gekke, Thelonious Monk-achtige romans, zoals Hardboiled Wonderland, Kafka op het strand en De opwindvogelkronieken.” De twee lijken volgens Buwalda op elkaar in hun totaal eigen stijl van muziek en literatuur maken. “Monk is eigenlijk de Murakami van de jazz: je kunt er alleen maar bewonderend naar kijken, maar het gaan nadoen is zo moeilijk omdat hij zo’n eigen stijl heeft. Een bladzijde Murakami en je weet met wie je te maken hebt. Twee maten Monk en je weet dat het Monk is. Murakami’s werkwijze is als die van een jazzmusicus: improvisatie staat hoog bovenaan. Hij staat op en weet niet waar hij eindigt. Hij heeft de gave van een jazzmusicus dat hij het interessant weet te houden. Het kenmerk van jazz is dat er geen structuur in zit. De uitdaging is om in die chaos orde te scheppen, en daar slaagt Murakami over het algemeen wonderwel in.”

Optreden van The Kik. Foto: Cyriel Jacobs

Murakami verpersoonlijkt de globalisatie

Op de vraag waarom de schrijver ook bij ons zo populair is, terwijl de Japanse normen en waarden zo anders zijn dan de onze, zegt Buwalda: “Murakami verpersoonlijkt de globalisatie. Iedereen vindt het even mooi, en dat komt volgens mij omdat hij juist die mix handhaaft tussen dat typische uit zijn eigen land, het zijn altijd Japanners met Japanse namen, maar ze sluiten aan bij The Beatles, bij Beethoven, bij Duke Ellington. Murakami maakt op een fabuleuze manier gebruik van het collectieve bewustzijn.”

Het jaarlijks terugkerende gezeik over de Nobelprijs

Journalisten Auke Hulst (NRC) en Arjan Peters (de Volkskrant) schuiven vervolgens aan om te vertellen over hun ervaringen met het interviewen van the master himself. Ze hebben het onder andere over hoe Murakami ongeschreven literaire regels overtreedt: “Hij tergt zijn lezers door niet te vertellen hoe iets afloopt. Volgens Murakami is dat geen open einde, maar zijn einde, dus het is klaar. Ik beëindig hier het verhaal en dan mag u zelf verder denken hoe het dan gaat. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar ook leuk.”
Ook hebben ze het over het publieke optreden van de Japanner: “Interviews geeft ‘ie zelden, hij wil zijn boeken niet uitleggen.” Auke Hulst heeft hem geïnterviewd op Hawaï eind 2013, waar Murakami gastschrijver was op de universiteit van Honolulu. “Murakami komt uit een linkse studentenhoek en is behoorlijk geëngageerd. Het huidige klimaat in Japan is behoorlijk verrechtst, dus hij mocht het niet over politiek hebben, terwijl dit wel invloed heeft op zijn werk. Het werd echt een gesprek, hij was heel relaxed. We hadden het over jazz en over zijn droom om ooit weer een jazzcafé te openen. En het jaarlijks terugkerende gezeik over de Nobelprijs.” (Murakami is al meerdere keren getipt voor de Nobelprijs voor de Literatuur, red.)

SS Rotterdam. Foto: Cyriel Jacobs

Ankerloze mensen

Ook Hulst en Peters hebben het over de mondiale aantrekkingskracht van Murakami’s werk: “Het zijn personages die geen grote emoties doormaken. Vaak ankerloze mannen. Die personages zijn eigenlijk heel on-Japans doordat ze ankerloos zijn, doordat ze zoekende zijn, niet functioneren in het bedrijfsleven. Dus voor Japanse lezers zijn de personages veel minder gewoon dan voor ons. Juist omdat ze nergens toe behoren. Hij schrijft steeds over hetzelfde type mensen. Japan heeft een lange economische crisis doorgemaakt sinds de jaren negentig, waardoor de oude sociale structuren van Japan zijn gaan verbrokkelen, en het soort mensen waar Murakami al over schrijft sinds de jaren zeventig, komt nu steeds vaker voor in Japan. In die zin is hij een soort van sociale visionair en ik denk dat de aantrekkingskracht voor zijn werk daar ook een beetje in schuilt, in de herkenning van het nieuwe Japan. Niets is per definitie waar, mensen zijn zonder anker, er is geen levensdoel.”

Waar Buwalda en de journalisten diepgang brengen op de ochtend, kan de bezoeker ’s middags weer even ademhalen met de presentaties van gelegenheidsduo en goede vrienden Matthijs van Nieuwkerk & Wilfried de Jong, cabaretier Wim Helsen, een Murakami-quiz en voorleessessies van onder anderen Pepijn Lanen, Carolien Borgers en Ellen Deckwitz. Als de avond invalt wordt het tijd voor een passend hapje en drankje (lees: sushi, noedels en een heuse cocktailbar) onder het genot van live muziek, dat met Rotterdams eigen band The Kik wordt ingeluid. En het bleef nog lang onrustig op de boot, pardon, het schip.

Reageer op dit artikel