Berichten

de drie albumcovers
Muziek / Album

Blues en Covid-19 omarmen elkaar

recensie: Bluesupdate volume 13: Johnny Mastro & Mama's Boys, Popa Chubby, Tiny Legs Tim
de drie albumcovers

Het is niet gek om de blues te krijgen van de Covid-19-toestanden, die de wereld nu al meer dan een jaar teisteren. Artiesten kunnen niet op tournee maar willen zich wel uiten. Dat doen ze dan in nieuwe muziek. Bij de pakken neer gaan zitten is geen optie! In deze elfde editie van de blues update gaat onze aandacht naar gruizig en soms heerlijk stevig werk van hoog niveau.

Natuurlijk kennen liefhebbers Popa Chubby en Tiny Legs Tim al. Johnny Mastro zal misschien minder bellen doen rinkelen. Voor uw 8WEEKLY-recensent is Mastro een volledig nieuwe naam, maar enig onderzoek leert dat het zeker geen onbekende in het bluesgenre is. Tijd dat hij ook wat breder bekend gaat worden.

Johnny Mastro & Mama’s Boys

Het album Elmore James for President dondert als een razende over de luisteraar heen. Met de gruizigheid waarmee we Ian Siegal associëren kunnen we gerust ook Johnny Mastro typeren. De voodooklanken waarmee Mastro en band zich bedienen waaieren allerlei kanten op van de bluesscene. En ook die kant kennen we van Siegal. Laten we er vooral voor waken om te beweren dat het een kopie zou zijn. Mastro heeft genoeg eigenheid in zijn muzikale benadering om het album snel te herkennen als je het na een tijdje weer zou opzetten.

In dertien tracks weet de band een verpletterende indruk achter te laten, die meteen de honger naar een live-optreden lijkt te verschroeien. Voordat dat kan plaatsvinden in deze coronatijd, zullen we het moeten doen met de formidabel ingeblikte enthousiaste ruwe bolster, die we Johnny Mastro & Mama’s Boys gerust mogen noemen. Of het met een blanke pit is, zoals het spreekwoord luidt, valt nog te ontdekken. De titels als ‘Child Wolf’, ‘Wildman Call’ en ‘Bottle Won’t Save You’ doen wat anders vermoeden, maar zoals zo vaak kan schijn anders uitpakken.

We leren uit de releasesheet dat dit het dertiende album van de band is en dat de band reeds vijfendertig tournees in Europa achter de rug heeft en daarbij in vijftien landen optrad. Het mag een wonder heten dat ze voor ons onder de radar zijn blijven vliegen. Met een klein zetje in de rug zou dit nieuwe album hen zomaar ineens ook in de lage landen bij de bluesliefhebbers op het podium brengen, of op een festival als het weer kan. Een feestje bouwen met deze band moet zeker lukken!

Popa Chubby

Op de hoes van het nieuwe album van Popa Chubby, Finfoil Hat, zien we de meester zelf met een mondkapje op, dat overigens op zijn kin hangt omdat hij een shagje rookt met zijn gitaar op schoot. Op deze manier is het een duidelijk tijdsdocument. Wie had ooit gedacht dat we het dragen van zo’n mondkapje als onderdeel van ons dagelijks leven zouden zien?

De muziek van Chubby laat over de periode waarin we zitten ook geen misverstand bestaan. Titels als ‘Baby Put On Your Mask’, ‘Someday Soon (Change Is Gonna Come)’ en ‘Another Day in Hell’ lijken allemaal terug te voeren naar de Covid-19-tijd waarin we leven. Vooral het eerstgenoemde lied gaat hier zeker over, maar – zoals het Popa Chubby betaamt – lijkt het mondkapje uiteindelijk ook het enige dat de dame in kwestie aan hoeft te houden.

De gitaarklanken van Eddie van Halen lijken model te hebben gestaan, als we luisteren naar het rockende bluesnummer ‘Another Day in Hell’. Het is geen kopie, maar de invloeden zijn wel overtuigend terug te voeren naar deze gitaargod en hier mooi verweven in de blues die Chubby ons voorschotelt. Dat is een heerlijke cocktail die staat als het spreekwoordelijke huis. Zwakke momenten zoeken is een hele klus. Of je zou de teksten te serieus willen nemen, zoals bij ‘You Ain’t Said Shit’, waar we eigenlijk heel luchtig over zouden moeten doen, maar voor de diepgewortelde tekstuitpluizer wordt het wel een dingetje om mee aan de slag te gaan.

Inhoudelijk is het titelnummer ‘Tinfoil Hat’ helemaal geënt op wat er in 2020 over de wereld raasde. Daarmee is het album een heel duidelijk tijdsdocument. Maar wel een heel erg lekker blues werkstuk met een stevige drive. Het spelplezier spat zoals gewoonlijk bij Chubby en zijn band uit de speakers.

Tiny Legs Tim

Het album Call Us When It’s Over verscheen alweer in november van 2020, maar krijgt in maart 2021 een re-release, omdat het album volledig was uitverkocht. Tijd om alsnog aandacht te schenken aan dit niet onverdienstelijke werkje van Tiny Legs Tim, dat tot op heden voor ons onopgemerkt is gebleven.

Na de twee eerder beschreven werken kunnen we rustig ademhalen met het album van Tiny Legs Tim, dat heel puntig klinkt, zeker de stevigheid van Johnny Mastro en Popa Chubby mist, maar door het heldere spel des te meer opvalt. De zes composities op deze nieuweling maken het album heel compact en bijna een EP.

Het album is een uitbarsting van de bandleden na een periode van drie maanden isolatie. De emotionele ontlading en energie die daarbij vrijkwam werd voor het zesde album van de band vastgelegd in The Yellow Tape studio in één weekend. De flow en spontaniteit van die live-opnames zullen we als luisteraar nog lang kunnen horen op dit nieuwe werk. Eén cover van R.L. Burnside, ‘Going Down South’, schittert tussen de eigen composities, maar past er prima tussen of beter gezegd: het zet de overige composities allerminst in de schaduw. Vier muzikanten in de standaardbezetting van gitaar, bas en drums ondersteunen de zang van Tiny Legs Tim. Door de nachtelijke opname klinken er zwoele beats en drums door in dit bluesy album, dat de muziek ook geschikt maakt voor de late uren als afdronk van een vette nacht aan muziek. Een opmaat voor een onrustige of onstuimige nacht zou je zomaar kunnen ontwaren. Toch sluit het album af met het lied ‘It’s All Over Now’, of moeten we dat interpreteren als een teken dat de muziek voorbij is en er wat anders kan beginnen?

de drie albumcovers
Muziek / Album

Blues en Covid-19 omarmen elkaar

recensie: Bluesupdate volume 13: Johnny Mastro & Mama's Boys, Popa Chubby, Tiny Legs Tim
de drie albumcovers

Het is niet gek om de blues te krijgen van de Covid-19-toestanden, die de wereld nu al meer dan een jaar teisteren. Artiesten kunnen niet op tournee maar willen zich wel uiten. Dat doen ze dan in nieuwe muziek. Bij de pakken neer gaan zitten is geen optie! In deze elfde editie van de blues update gaat onze aandacht naar gruizig en soms heerlijk stevig werk van hoog niveau.

Natuurlijk kennen liefhebbers Popa Chubby en Tiny Legs Tim al. Johnny Mastro zal misschien minder bellen doen rinkelen. Voor uw 8WEEKLY-recensent is Mastro een volledig nieuwe naam, maar enig onderzoek leert dat het zeker geen onbekende in het bluesgenre is. Tijd dat hij ook wat breder bekend gaat worden.

Johnny Mastro & Mama’s Boys

Het album Elmore James for President dondert als een razende over de luisteraar heen. Met de gruizigheid waarmee we Ian Siegal associëren kunnen we gerust ook Johnny Mastro typeren. De voodooklanken waarmee Mastro en band zich bedienen waaieren allerlei kanten op van de bluesscene. En ook die kant kennen we van Siegal. Laten we er vooral voor waken om te beweren dat het een kopie zou zijn. Mastro heeft genoeg eigenheid in zijn muzikale benadering om het album snel te herkennen als je het na een tijdje weer zou opzetten.

In dertien tracks weet de band een verpletterende indruk achter te laten, die meteen de honger naar een live-optreden lijkt te verschroeien. Voordat dat kan plaatsvinden in deze coronatijd, zullen we het moeten doen met de formidabel ingeblikte enthousiaste ruwe bolster, die we Johnny Mastro & Mama’s Boys gerust mogen noemen. Of het met een blanke pit is, zoals het spreekwoord luidt, valt nog te ontdekken. De titels als ‘Child Wolf’, ‘Wildman Call’ en ‘Bottle Won’t Save You’ doen wat anders vermoeden, maar zoals zo vaak kan schijn anders uitpakken.

We leren uit de releasesheet dat dit het dertiende album van de band is en dat de band reeds vijfendertig tournees in Europa achter de rug heeft en daarbij in vijftien landen optrad. Het mag een wonder heten dat ze voor ons onder de radar zijn blijven vliegen. Met een klein zetje in de rug zou dit nieuwe album hen zomaar ineens ook in de lage landen bij de bluesliefhebbers op het podium brengen, of op een festival als het weer kan. Een feestje bouwen met deze band moet zeker lukken!

Popa Chubby

Op de hoes van het nieuwe album van Popa Chubby, Finfoil Hat, zien we de meester zelf met een mondkapje op, dat overigens op zijn kin hangt omdat hij een shagje rookt met zijn gitaar op schoot. Op deze manier is het een duidelijk tijdsdocument. Wie had ooit gedacht dat we het dragen van zo’n mondkapje als onderdeel van ons dagelijks leven zouden zien?

De muziek van Chubby laat over de periode waarin we zitten ook geen misverstand bestaan. Titels als ‘Baby Put On Your Mask’, ‘Someday Soon (Change Is Gonna Come)’ en ‘Another Day in Hell’ lijken allemaal terug te voeren naar de Covid-19-tijd waarin we leven. Vooral het eerstgenoemde lied gaat hier zeker over, maar – zoals het Popa Chubby betaamt – lijkt het mondkapje uiteindelijk ook het enige dat de dame in kwestie aan hoeft te houden.

De gitaarklanken van Eddie van Halen lijken model te hebben gestaan, als we luisteren naar het rockende bluesnummer ‘Another Day in Hell’. Het is geen kopie, maar de invloeden zijn wel overtuigend terug te voeren naar deze gitaargod en hier mooi verweven in de blues die Chubby ons voorschotelt. Dat is een heerlijke cocktail die staat als het spreekwoordelijke huis. Zwakke momenten zoeken is een hele klus. Of je zou de teksten te serieus willen nemen, zoals bij ‘You Ain’t Said Shit’, waar we eigenlijk heel luchtig over zouden moeten doen, maar voor de diepgewortelde tekstuitpluizer wordt het wel een dingetje om mee aan de slag te gaan.

Inhoudelijk is het titelnummer ‘Tinfoil Hat’ helemaal geënt op wat er in 2020 over de wereld raasde. Daarmee is het album een heel duidelijk tijdsdocument. Maar wel een heel erg lekker blues werkstuk met een stevige drive. Het spelplezier spat zoals gewoonlijk bij Chubby en zijn band uit de speakers.

Tiny Legs Tim

Het album Call Us When It’s Over verscheen alweer in november van 2020, maar krijgt in maart 2021 een re-release, omdat het album volledig was uitverkocht. Tijd om alsnog aandacht te schenken aan dit niet onverdienstelijke werkje van Tiny Legs Tim, dat tot op heden voor ons onopgemerkt is gebleven.

Na de twee eerder beschreven werken kunnen we rustig ademhalen met het album van Tiny Legs Tim, dat heel puntig klinkt, zeker de stevigheid van Johnny Mastro en Popa Chubby mist, maar door het heldere spel des te meer opvalt. De zes composities op deze nieuweling maken het album heel compact en bijna een EP.

Het album is een uitbarsting van de bandleden na een periode van drie maanden isolatie. De emotionele ontlading en energie die daarbij vrijkwam werd voor het zesde album van de band vastgelegd in The Yellow Tape studio in één weekend. De flow en spontaniteit van die live-opnames zullen we als luisteraar nog lang kunnen horen op dit nieuwe werk. Eén cover van R.L. Burnside, ‘Going Down South’, schittert tussen de eigen composities, maar past er prima tussen of beter gezegd: het zet de overige composities allerminst in de schaduw. Vier muzikanten in de standaardbezetting van gitaar, bas en drums ondersteunen de zang van Tiny Legs Tim. Door de nachtelijke opname klinken er zwoele beats en drums door in dit bluesy album, dat de muziek ook geschikt maakt voor de late uren als afdronk van een vette nacht aan muziek. Een opmaat voor een onrustige of onstuimige nacht zou je zomaar kunnen ontwaren. Toch sluit het album af met het lied ‘It’s All Over Now’, of moeten we dat interpreteren als een teken dat de muziek voorbij is en er wat anders kan beginnen?

Muziek / Album

Diversiteit troef

recensie: Pop/Rock update volume 2: Eva Auad, Greyhounds en Samantha Martin
Albumhoezen pop/rockalbumhoezen van elke artiest

Deze tweede editie van de pop/rock update is twee jaar na de eerste. In die tijd is er natuurlijk genoeg in het genre uitgekomen. Net als bij muzikanten die na lange tijd nieuw werk uitbrengen, hoopt 8WEEKLY dat jullie reikhalzend hebben uitgekeken naar deze nieuwe editie waarin we drie pop/rockartiesten bespreken. Deze worp is heel divers: van poppy tot retro-soul, rock en een tikje blues.

Een genre met een hek eromheen is niet spannend. En net als bij andere genres is het ook bij pop/rock moeilijk om deze in één hokje te stoppen. De drie besproken acts vallen onder de genoemde groep maar zijn toch allen heel verschillend. We starten bij Eva Auad, die misschien wel de lichtst verteerbare is van dit drieluik. Greyhouds neemt ons vervolgens mee naar Texaanse invloeden, maar schuurt al richting soul met lichte invloeden van reggae. Samantha Martin, die met haar vorige album stevig in de blues zat, gaat nu meer richting de retro-soul, rock en een tikje blues.

Eva Auad

De Nederlandse Eva Auad heeft met Like No Other een album van internationale allure gemaakt. Het album wordt volgens de begeleidende tekst van de platenmaatschappij tot de popmuziek gerekend. Toch weet Auad de luisteraar regelmatig aan de hand te nemen richting de jazzinvloeden om vervolgens ook richting een Broadwaymusical-gevoel te kruipen. Als je denkt bij een liedje dat je Eva Auad wel in één hokje kunt vatten, dan ontglipt die gedachte je bij een volgende song net zo makkelijk weer. Met andere woorden: je kan stellen dat Auad maar één ding goed kan en dat is kwaliteit vasthouden. Want daar ontbreekt het absoluut niet aan in het dozijn liedjes dat we terugvinden op dit derde album van deze dame. De muziek klinkt spannend genoeg om te blijven boeien bij iedere draaibeurt. Hopelijk weet Auad nu wel een groter publiek aan te boren met haar talent van liedjesschrijven en uitvoeren dat ze al sinds haar 12e jaar schijnt te doen.

Op zoek gaan naar pareltjes op het album Like No Other is niet zo moeilijk. Die zijn er in overvloed en in alle kleuren van de muzikale regenboog. Natuurlijk is het titelnummer al snel één van kandidaten met de in het oor-springende intro met een paar seconden stilte. Daarna ontvouwt zich een liedje dat makkelijk onder de hersenpan gaat zitten. Een lekkere drive en zang die je laat zoeken in je muzikale geheugen op wie deze pittige dame wel lijkt. Eén van de eerste namen die opkomt is Madonna uit haar goede tijd van Like a Virgin. Als dat niet als een compliment mag klinken dan kunnen we altijd op zoek gaan naar een linkje in de jazzwereld. Ik nodig de lezer uit om die link zelf te gaan ontdekken.

Greyhounds

Het album Primates van Greyhounds verscheen reeds in de vreemde zomer van dit jaar, toen we al midden in de crisis zaten. Het is een album dat niet de aandacht kreeg die het verdiende, doordat de eraan gekoppelde tournee verschoven is naar 2021. Maar het is nooit te laat om goede muziek in de schijnwerpers te zetten. Het Texaanse duo Andrew Trube en Anthony Farrell huurde niemand minder dan Steve Berlin in voor de productie. Berlin kennen we van Los Lobos en het wat minder bekende Deer Tick.

De referenties die we horen waaieren naar Rare Earth, The Doobie Brothers en de stem van Gregory Porter. Wie op bijvoorbeeld All Music Guide kijkt, ziet zelfs een referentie naar Hall & Oates en ZZ Top. Het album luistert vaak heerlijk loom weg. Sommige liedjes groeien en kruipen onder je huid, zoals de albumafsluiter ‘Omon’i’ waar het duo compositorisch hulp kreeg van Sam Greyhorse uit Austin. Feitelijk is dit liedje een buitenbeentje op het album, maar heeft het een prettige afdronk en nagalm, die je doet verlangen om het album weer opnieuw te spelen. En daar is dan ook helemaal niets mis mee!

Samantha Martin & Delta Sugar

Het collectief Samantha Martin & Delta Sugar komt uit Canada en nomineerde met de voorganger Run To Me zelfs voor een JUNO Award naast een aantal Maple Blues Award nominaties voor hun werk. Met The Reckless One tappen ze echter veel meer uit de retro-soulhoek, wat niet verwonderlijk is als we kijken naar de enorme lijst van gastbijdragen. We horen invloeden van Mavis Staples, Sharon Jones, Booker T en Otis Redding, om er maar een paar te noemen. De Bob Dylancover ‘Meet Me In The Morning’ heeft stevige referenties naar Ike & Tina Turner, maar ook Janis Joplin horen we erin terug. Wie verder luistert naar het dozijn aan liedjes komt vanzelf uit bij ‘Pass Me By’, waar we duidelijk invloeden horen van Bruce Springsteen, maar ook van de vroege Southside Johnny & The Asbury Jukes. Als lezer gaat het waarschijnlijk nu al duizelen van de vele namen.

Bij dit album is zeker het luisteren de ‘proof of the pudding’, want ondanks dat het misschien onwaarschijnlijk lijkt: Samantha Martin maakt van dit alles een kolkende cocktail van jewelste, die swingt van de eerste tot de laatste noot en een enorme puist aan energie ten toon weet te spreiden. Als we in de bijgaande releasesheet lezen dat dit album in de coronatijd tot stand is gekomen, kunnen we alleen maar concluderen dat deze dame alle energie, die ze op de planken gebracht zou  hebben, nu heeft samengebald in dit album. Het maakt The Reckless One tot een album dat je zeker even moet draaien als je er eens helemaal doorheen zit van al dat thuiszitten. Je bouwt dan eenvoudigweg met je paar huisgenoten en een klein handje visite toch even lekker je eigen retro-soulfeestje. Afstand houden is evenwel een lastig dingetje als je opgezweept tot dansen zou komen!

Muziek / Album

Americana van vele snit

recensie: Americana Update 4: Gretchen Peters, Lucinda Williams & Don Bryant

Voor veel mensen is Americana ongrijpbaar en dat is het zeker ook voor de kenners. Met alle stijlelementen die we mogen rekenen onder het genre is het lekker breed. In deze editie van de Americana update knopen we drie albums aan elkaar, die nog maar eens bewijzen hoe breed het spectrum van Americana eigenlijk is. Een tribute-album, een origineel top country-album en een album dat soms zo dicht tegen soul aan hangt dat het zelfs volledig zo lijkt.

Gretchen Peters – The Night Your Wrote That Song: The Songs of Mickey Newbury

Heel mooi dat Gretchen Peters – na eerst een behoorlijk gevecht te hebben gevoerd in haar carrière om haar eigen liedjes te kunnen laten uitbrengen en inmiddels een fraaie catalogus aan albums heeft gemaakt – nu Mickey Newbury eert. Newbury stond in de jaren zestig en zeventig aan de wieg van de hervorming van de countrymuziek, maar heeft ondanks zijn ongeveer dertig albums zelf nooit echt succes gehad. Wel werden zijn liedjes door groten als Elvis Presley, Don Gibson, Andy Williams, Eddy Arnold en Kenny Rogers tot grote hits gezongen.

Met dit eerbetoon zet Peters deze bijzondere songschrijver én zichzelf in de schijnwerpers. De kracht van de liedjes van Newbury schittert in een gloedvolle vertolking van Peters. Peters trekt de liedjes naar zich toe, waardoor je bij beluistering geenszins het idee hebt naar een coveralbum te luisteren, als je die liedjes niet herkent van Newbury. Wie zich verdiept heeft in het werk van Newbury hoort hier een klasse zangeres zich ontfermen over de nalatenschap van een begenadigd songsmid, die duidelijk respect heeft voor het liedje.

Lucinda Williams – Good Souls Better Angels

Het legendarische album Car Wheels On A Gravel Road staat veel countryliefhebbers in het geheugen gegrift sedert 1998. Een artiest als Lucinda Williams moet steeds maar moeite doen om dat meesterwerk te evenaren of te overtreffen. Met Good Souls Better Angels doet Williams opnieuw een heel goede geslaagde poging. Het album neemt bij iedere beluistering meer bezit van je. Wie het meesterwerk van 1998 nog even draait hoort hoe de stem van Williams is veranderd richting de donkere regionen en meer rafels heeft gekregen, maar de loodzware begeleiding van haar band heeft een heel andere impact. De overeenkomst is dat producer Ray Kennedy weer van de partij is.

Feitelijk trapt Williams af met een country-blues van het zuiverste water. ‘You Can’t Rule Me’ zet direct de toon voor de rest van dit album. Williams blijft niet in de blues-hoek hangen, maar keert gelukkig terug naar de wat stevigere alternatieve country. Ze blijft daarbij dicht bij haar roots, maar heeft de toon van haar muziek wel aangepast aan haar stem. Het wordt daarmee een album dat zich kan meten met haar veel geprezen en gelauwerde album. Opvallend genoeg wordt vermeld dat de vinyl-editie van dit album een aantal akoestische versies van liedjes van het album herbergt. Dat maakt me overigens wel nieuwsgierig.

Don Bryant – You Make Me Feel

Het album van Don Bryant zou al begin mei uitgekomen zijn, maar laat door de Covid-19 perikelen wat langer op zich wachten. Een paar singles zijn in de tussentijd verschenen op de streaming platforms. Bryant is een artiest die na zijn debuut in 1969 er tot 2017 over deed om met een opvolger te komen. De 78-jarige Bryant klinkt helemaal niet zo oud, maar heeft inmiddels wel meer haast dan gemiddeld om nog een catalogus bij elkaar te zingen.

Bryant verdiende zijn sporen als songwriter voor Ann Peebles, Al Green, O.V. Wright en Otis Clay. Zelf bleef hij vooral op de achtergrond en in de Gospelmuziek actief. Maar op zijn oude dag verschijnen er ineens albums onder zijn eigen naam en horen we hoe fijn Bryant nog bij stem is; ook zijn songschrijvers skills zijn nog steeds uitstekend. Zijn muziek zit ergens in de hoek van soul, R&B en blues. Moeilijk in een hokje te stoppen. Alle reden om hem bij de Americana-hoek te vegen al horen we niet echt country-invloeden in zijn muziek, maar wel alles wat de stroming behelst van blues, folk, soul en rock.

Muziek / Album

Machtige ervaring met de blues

recensie: Bluesupdate Volume 12: Dynamite Blues Band – Medicine, 24 Pesos – Flesh & Bones EN Popa Chubby – It's a Mighty Hard Road

We hebben met het volmaken van het dozijn niet alleen aandacht voor geweldige nieuwe albums in het genre. Nee, het genre waaruit de pop en rock geboren werden, is nog altijd springlevend! Wat moet je nog verwachten van een artiest die zijn dertigjarig bestaan viert? Nou, gewoon een van zijn beste albums! Van de uit Hillegom afkomstige Dynamite Blues Band raken we meteen op dreef. En van 24 Pesos uit Londen kunnen we toch niets slechts verwachten?

Dynamite Blues Band

Dynamite Blues Band heeft er flink de wind en het tempo in. De band grossiert in nummers met een stevige blues met flinke rafelrand. Het tempo van de composities is stevig en de drive van het spelen ligt op een hoog niveau. Het spelplezier knettert letterlijk uit de boxen. Echt stilzitten kun je haast niet bij het beluisteren van Medicine. Dat de mannen in 2018 de prestigieuze Dutch Blues Challenge award pakten en tegelijk de derde prijs bij de European Blues Challenge, heeft ze geen windeieren gelegd. Een flink volle agenda met optredens en festivals was het gevolg.

Dit derde album is de opvolger van het in 2016 verschenen Kill Me With Love, dat alom lof oogstte. Dat zal met dit album niet veel anders zijn. Pas bij ‘My Baby Left Me (For A Rich Man)’ gaat het gas er even af en schuurt de muziek tegen een blues-ballad aan, maar dan wel in een tikje uptempo-uitvoering. De mondharmonica doet erg denken aan de Ian Siegal Band. Met die vergelijking hebben we meteen helder gemaakt dat Dynamite Blues Band aan de ‘vuile kant’ van de blues zit. Geen gepolijste blues-loopjes, zoals we die kennen van artiesten als Gary Moore. Nee, deze mannen zitten aan de ruige, heldere kant van de blues en houden graag het tempo en de drukke beleving hoog in het vaandel. Wie daarvan houdt, kan zich geen buil vallen aan dit heerlijke album!

24 Pesos

De centrale man in 24 Pesos is Julian Burdock, die ook tekent voor al het songwerk op dit vijfde album van het collectief. Het album Flesh & Bones opent met een fijn melodisch en warm uitgevoerde compositie ‘I Am The Blues’, dat direct zorgt dat je het album met een warm onthaal omarmt. Blues met een lekker diep, traag ritme met fijn akoestisch gitaarwerk en pianoklanken. Het is direct ruim vier minuten genieten geblazen. Het tempo blijft lekker traag als we vervolgens in de muzikale armen kruipen van ‘Broken Hearted Man’, deze keer met elektrische gitaar en pianoklanken die onder de fijne zang van Burdock hun masserende werk doen. Hier krijgen we ook dameszang te horen van Katie Hector. Wat een fantastische start van een album, dat al snel als een weldaad in het blues-genre aanvoelt. Een soort warme jas, die je achteloos over je schouders trekt als je de nog jonge nacht inloopt.

Maar zo mellow blijven de klanken niet. Met ‘All The Same’ en ‘You Don’t Want Me’ wordt het tempo opgeschroefd en laat 24 Pesos de teugels vieren, om vervolgens bij ‘Man Like Me’ weer gas terug te nemen. Het midden van het dozijn liedjes op dit album wordt gevuld met het titelnummer ‘Flesh and Bones’ en ‘Goodbye Street Angel’. Een terugkeer naar het gevoel van de twee openingsnummers horen we pas bij de afsluiter ‘You’ll Never Know’, dat zich uitstrekt in een goddelijke, ruime zes minuten. 24 Pesos heeft met Flesh & Bones een fijn afwisselend bluesalbum gemaakt, dat uitnodigt om met regelmaat de cd-speler te zoeken. Blues voor de verfijnde liefhebber, die zich graag laat warmen door wat de blues te bieden heeft in de vele facetten van een melodieuze benadering.

Popa Chubby jubileert

Popa Chubby debuteerde in 1995 met het album Body and The Beast en wist meteen op te vallen. In het bluescircuit speelde hij toen al zo’n vijf jaar, zodat we in 2020 samen met hem zijn dertigjarig jubileum op het podium kunnen vieren. Dat doet Chubby geheel in stijl met een nieuw album dat zeker niet aan kracht heeft ingeboet. Met It’s a Mighty Hard Road tapt Chubby zoals gebruikelijk uit een krachtig en vol blues-vaatje. Het vette geluid dat we van deze gigant kennen is nog altijd heerlijk te noemen. Het songmateriaal op dit album is dik in orde en klinkt geïnspireerd.

Zoals altijd nodigt een album van Popa Chubby uit om hard, te hard, te draaien. Het geluid is vol maar gepolijst. Geen ruwe blues maar blues met ronde randen. Gedreven, gestaag kun je het tempo omschrijven, waarin Chubby en zijn band je in een soort cadans brengt. Halverwege het album waagt Chubby zich aan een bluesballade onder de titel ‘The Best Is Yet To Come’, dat even het gas eraf haalt. Een songtitel die je ook kunt opvatten als een belofte dat de rest van het album nog beter zal worden. ‘Beter’ is lastig te zeggen, want Chubby staat garant voor een constante kwaliteit en dat al zo’n dertig jaar lang. Ook deze keer stelt de man totaal niet teleur. ‘Cordito’ is het langste nummer van het album. Het klokt tegen de zes minuten en opent met opvallend licht gitaarwerk dat als een opklaring voelt tussen het bluesgeweld. Hetzelfde lichte werk blijft zelfs aanhouden tijdens het rustpunt in het album. Instrumentaal laat Chubby ons op adem komen zonder ook maar een seconde te vervelen. Geen pauzemuziekje, maar een helder bluesbad. Het meest verrassende nummer van het album is ongetwijfeld de Prince klassieker ‘Kiss’, die het album afsluit. Een blues-zoentje ter afsluiting? Nee, het blijft een funky nummer met een tikkie blues mondharmonica erin.

BlackBottleRiot_RipoffRaskolnikovBand_MattAnderson
Muziek / Album

Blues om breed te horen

recensie: Bluesupdate volume 9
BlackBottleRiot_RipoffRaskolnikovBand_MattAnderson

In deze negende editie van de bluesupdate aandacht voor albums van onbekende bekenden; acts die in kleine kring soms al behoorlijk wat waardering wisten op te bouwen. Voor sommigen van hen is de tijd nu rijp om buiten die kring gehoord te worden.

Southern rock uit Nijmegen is een voorbeeld van zo’n onverwachte combinatie. En wie zou er bij blues-rock gedacht hebben aan een singer-songwriter uit Oostenrijk? Een blues-artiest uit Canada klinkt dan al een stuk aannemelijker. Ze komen in deze editie alle drie aan bod om even de verdiende aandacht op te roepen.

Black Bottle Riot

De Nijmeegse formatie Black Bottle Riot heeft het kwartet compleet met het verschijnen van het album Fire. Ze bouwden met de voorgaande albums aan een stevige reputatie, maar mochten nog niet echt doorbreken. Hopelijk gaat daar met het verschijnen van dit vierde album verandering in komen. De band bedient zich van (blues-) rock waarbij de zang doet denken aan Southside Johnny en Alex Harvey.

Het album geeft plaats aan een aantal fraaie ballads, maar trapt pittig af met het titelnummer ‘Fire’. De pracht zit hem echter in het derde nummer van het album. ‘Spirit Talker’ opent met een achteloos fluitje om over te gaan in een prachtige ballad die zich na anderhalve minuut werkelijk in alle glorie ontvouwt en na vierenhalve minuut zelfs feestelijk uitpakt. Dit is het echte prijsnummer van dit album, dat verder nergens slappe momenten kent. Het kwartet weet de negen composities te smeden tot een album dat uitnodigt om herhaaldelijk rondjes te laten maken in de cd-speler. Naast het rock-‘n-roll-imago dat de band tot op heden opbouwde, mogen we ze nu ook scharen in de hoek van de ballads. De band bewijst met Fire van meer markten thuis te zijn. Ze zullen hun schare fans flink weten te vergroten door het brede pallet aan stijlen op dit album dat desondanks toch als een eenheid klinkt.

 

Ripoff Raskalnikov Band

Oostenrijk staat niet bekend als een muziekland wat wij vaak tegenkomen, laat staan in de hoek van de blues-rock. Toch komt Ripoff Raskalnikov Band uit het genoemde land en heeft het met Small World een prestatie geleverd die door de goede muziekwinkels opgepakt zal gaan worden. Bij mijn laatste winkelbezoek kwam ik hen zowaar tegen als een van de tips van dit moment en ik kan zeggen dat dat meer dan verdiend is.

De band beweegt zich rond het muzikale gebied van countryrock met een scheut blues. Raskalnikov trekt direct de aandacht door zijn bijzondere, gruizige stemgeluid. Als je daarvan houdt is de eerst stap succesvol gezet om te genieten van dit album. Zijn doorwrochte stem, songschrijvers talent en gevoel voor detail in de uitvoering komen optimaal tot zijn recht in de rockballad ‘Blue Afternoon’. ‘People’ kent een reggaeritme, wat een bijzondere verrassing oplevert op dit album. Reggae wordt hier versneden met rock, pop en singer-songwritertalenten, waardoor de song als een natuurlijke eenheid in het warme bed van het album past. Het is weliswaar een stijlbreuk, maar heeft toch genoeg verbinding naar de rest van de liedjes. Met ‘So Much Water’ tapt Raskalnikov opnieuw uit een diepgravend balladvaatje. Daarnaast heeft dit nummer een klanktint die je zo zou kunnen plotten op een uitvoering van een Springsteen-album. Het zou een enorm compliment zijn als deze grootheid dat liedje eens als cover zou spelen. De liefhebber van dit soort muziek weet nu genoeg.  Small World is verplichte kost, zou ik zo zeggen!

 

Matt Andersen

De Canadees Matt Andersen heeft een verschijning die indruk maakt. De enorme body van Andersen draagt bij aan zijn krachtig stemgeluid. Zijn uitzinnige manier van performen, zoals hij dat gewoonlijk live ten tonele voert, weet hij opnieuw prima vast te leggen in de studio. Inmiddels timmert Andersen zo’n twintig jaar aan zijn carrière en is hij binnenkort dan ook een keer niet te zien op een klein podium, maar op het geweldige Tivoli Vredenburg in Utrecht. Met Halfway Home by Morning brengt Anderson andermaal een album dat voor de fans een feest der herkenning is. Voor een nieuweling zal het honger oproepen naar wat deze man allemaal hiervoor heeft gemaakt. Sinds het debuut in 2008 is dit zijn vijfde studioalbum waarnaast nog een live-registratie is verschenen.

Het album herbergt vele fijne nieuwe composities. ‘Something To Lose’ zingt Andersen samen met Amy Helm, de dochter van The Band’s drummer Levon Helm. De stemmen kleuren prachtig bij elkaar. Verder kenmerkt het album, dat geproduceerd is door Steve Dawson, zich door de samenwerking met een rijk palet aan muzikanten. Hierdoor komen de liedjes van Andersen door een keur aan aan co-writers en medemuzikanten tot een rijke vertolking. We horen niet alleen de gitaren van Andersen, maar ook Dawson speelt mee op diverse instrumenten. Een fraaie koperblazerssectie geeft vele liedjes een extra dimensie. Andersen gaat met het album Halfway Home by Morning zeker nieuwe fans scoren. Mij heeft hij opnieuw overtuigd van zijn talent en kunde.

Muziek / Album

Blues uit diverse windstreken

recensie: Blues-Update Volume 8

Bluesmuziek is er in vele soorten en maten. Nieuwelingen melden zich met regelmaat aan het bluesfrong, terwijl oude bekenden nog steeds met uitstekend nieuw materiaal op de proppen komen. Inmiddels moet Ian Siegal zich tot de oudgedienden van de blues noemen. Danny Bryant komt met mogelijk zijn beste plaat ooit, nu hij verder moet zonder zijn vader in de band. Dana Fuchs groeit alleen maar verder.

Siegal komt met de bluesplaat van het jaar

Laten we er maar geen doekjes om winden: het nieuwe album van Ian Siegal doet direct een gooi naar de titel van bluesplaat van het jaar. All The Rage maakt al bij een eerste beluistering helder dat Siegal in topvorm is. Hij versnijdt de blues vakkundig met genres als soul, rock en een vleugje voodoo. De cover van het album is een schilderij van Ian Siegal zelf, gemaakt naar een foto die van hem werd geschoten. Zo zien we meteen dat Siegal niet alleen als muzikant veelzijdig is. Het maakt nieuwsgierig…

De albumopener ‘Eagle-Vulture’ kunnen we gemakshalve betitelen als een herkenbaar Siegal-nummer. Het is een kabbelende blues met de stevige zang en af een toe een gekke hoge uithaal. Wie het eerdere werk van hem kent zal het onmiddellijk herkennen. Gelukkig zijn niet alle tien de songs slechts een beetje meer van hetzelfde. Het is juist de diversiteit van de songs die de kracht van het album vormt. Zo horen we het warme door soul beïnvloede ‘Won’t Be Your Shotgun Rider’ gevolgd door het opgewekte ‘Ain’t You Great’. Een heel verrassend moment van het album is de gospel in ‘Sweet Souvenir’; iets onverwachts van Ian Siegal. Ik wist niet dat hij dat in zich had.

Afscheid nemen stuwt naar grote hoogte

Revelation is het product van een periode waarin Danny Bryant worstelt met emotionele problemen rond het afscheid nemen van zowel een van zijn beste vrienden als zijn vader. Met zijn vader deelde hij vele jaren het podium; nu moet hij zonder hem verder. Die pijn resulteert in een van de beste bluesalbums van 2018. Bryant speelt met vlammend gitaarwerk dat bij tijden heftig over komt. Het geeft al snel het gevoel dat de lading van het album net zo heet moet worden genomen als het opgediend wordt. Met de wetenschap waar Bryant mee worstelt is dat niet minder dan normaal.

Het album opent met de titeltrack ‘Revelation’ waar Bryant direct en helder een openbaring uitschreeuwt. Hij verhaalt over de prijs die hij moet betalen voor de diefstal van zijn hart. Die directheid, boosheid en pijn vinden we in meer composities terug op dit album. Maar we kunnen niet zeggen dat het overal even heftig is. Bryant weet zeker ook gas terug te nemen en daarmee te ontroeren. ‘Isolate’ is als tweede nummer van het album van beide kampen. Met fraai gitaarwerk, afgewisseld met de nodige rustpunten, maar ook de tergende zang van Bryant. Ruige bluesrock vinden we vervolgens weer in ‘Liars Testament’. Eigenlijk is het een aaneenrijging van machtige hoogtepunten. Het enige absoute rustpunt op het album levert ‘Someday the Rains Will Fall’; voor het overige voert vooral de heftigheid, en daarmee ook de fraaie bluesrock, de boventoon. Het album brengt je snel van A naar B als je het draait op de snelweg. Let op je teller!

Alleen maar doorgroeien

Het debuutalbum Lonely For a Lifetime bleek in 2003 aan ons voorbij te zijn gegaan. De meeste liefhebbers leerden Dana Fuchs daarom kennen bij het uitkomen van de DVD Live from NYC in 2008. Met het liveoptreden wist Fuchs ineens wel de aandacht op zich te vestigen. Bij dit vijfde studio-album Love Lives On kunnen we gemakkelijk stellen dat deze Rod Stewart van de blues in vrouwspersoon alleen maar steviger in haar schoenen staat. De rock van deze bluesplaat heeft wel de overhand, waardoor de blues verder naar de achtergrond is verschoven.

Fuchs tapt uit een stevig vaatje rock, maar levert in het titelnummer dat als vijfde liedje op het album te vinden is een rustpuntje tussen de dertien fraaie composities. Er zijn geen zwakke momenten te vinden op dit album dat zich vooral uitnodigt om herhaaldelijk te worden beluisterd en wel direct na elkaar. Het duurt lang voordat de verveling zal toeslaan. Fuchs zit vol levenslust en vechtlust dat ze ook bezingt in ‘Fight My Way’, waarin ze verwoordt hoe ze zich terug vecht in het leven na een wat heftige periode. Het lijkt erop dat ze daarbij een haar depressie heeft overwonnen en zich terug vecht. Het geeft in ieder geval een fraai liedje dat naast ‘Love Lives On’ als rustpunt dient, maar dat wat betreft de tekst zeker niet is. Fuchs’ nieuwe album laat vooral van zich genieten door regelmatige consumptie op een goed volumeniveau.

BluesUpdataVol7
Muziek / Album

Blues in veel gedaantes

recensie: Blues-Update Volume 7
BluesUpdataVol7

In deze zevende editie van de blues-update een drietal albums die sterk van elkaar verschillen. Ook de artiesten hebben een zeer uiteenlopende historie. De een heeft een zestigjarige carrière achter de rug terwijl de ander pas aan het begin staat.

Wonderbaarlijke comeback

Dat blues een van de oudste muzieksoorten is, bewijst deze blues-update nogmaals. De comebackplaat die we hier bespreken is van een artiest, die vele decennia geleden debuteerde. Oscar Benton debuteerde zo’n zestig jaar geleden. Velen zullen hem kennen van het legendarische nederbluesnummer ‘Bensonhurst Blues’. Een lied dat tot ons collectief muziekgeheugen gerekend mag worden. Op dit album I Am Back vinden we dit lied in een zogenaamde ‘revisited’-versie terug. Benton heeft na zijn afscheid in 2010 geen album meer gemaakt. Daarbij had hij ook afscheid genomen van het Nederlandse publiek. Na een periode waarin hij langzaam herstelde van een zware coma van twee weken, die hij opliep bij een val in huis, heeft hij zich teruggevochten. Barrelhouse-gitarist Johnny Laporte heeft samen met Oscar Benton deze comebackplaat gemaakt. We horen een Benton, die met een wat onvaste stem zingt op een fraai bluesgitaartapijt van Laporte en band. Het openingsnummer van het album, ‘Benjamin Wilder’, is het beste te vergelijken met Gavin Bryers. Gelukkig wordt er in het volgende nummer, ‘I Am Back’, een heel stuk beter gezongen en dat geldt voor meer stukken van het album. Het titelnummer gaat overigens over de periode van de coma van Benton en zijn gevecht terug naar het leven. Met ‘Like A Howlin’ Wolf’ laat Benton zich van zijn betere kant horen, wat bewijst dat het openingsnummer wellicht niet zo gelukkig gekozen is. Het album is over zijn geheel genomen niet alleen een charmante poging van Laporte om Benton weer op de kaart te zetten, maar ook een alleszins genietbare verzameling bluesliedjes.

Ode aan de oude blues

Big Bo timmert al vele jaren aan de weg. Maar sinds hij een nieuwe liefde gevonden heeft lijkt ook zijn muzikale carrière in de lift naar boven te zitten. Die nieuwe liefde, Vera van Faassen, staat tevens garant voor het fotowerk op de hoes van dit nieuwe album. Drie jaar geleden bracht Big Boo zijn vijfde album Traveling Riverside uit en won daarmee de Dutch Blues Award voor het beste album van 2015. Dat was een prestatie van formaat en een enorme erkenning van zijn talent.

Dat talent om oude bluesmuziek te laten herleven, zet hij voort op dit nieuwe album met een behoorlijk authentieke snit. Preaching the Blues werd opgenomen met een BBC Marconi AXB uit ±1937 in de Uncle Larson’s Studio te Den Haag door Marco van der Hoeven en Peter van Amstel. Om het effect nog te vergroten horen we onder de muziek het geluid van een krakende 78-toeren plaat. Of je dat laatste effect fijn vindt, mag iedereen zelf beslissen.

Inhoudelijk weet Big Bo met de twaalf authentieke bluesnummers het gevoel van weleer op te roepen dat de slaven hadden op de katoenplantages in de Mississippi delta. Vorig jaar bezocht hij die omgeving om inspiratie voor zijn performance op te doen. We horen composities van Robert L. Johnson, Charley Patton, Blind Willie Johnson en vele andere grootheden. Big Bo haalt vooral de minder bekende composities uit de historie naar voren.
Het levert andermaal een bluesalbum op dat wortelt in het verleden, maar voldoende eigentijds klinkt door de geluidskwaliteit, die toch echt van deze tijd is.

Big Bo is vooral in zijn zangkwaliteiten gegroeid ten opzichte van zijn vorige album. Dat zal mede het gevolg zijn van het vele toeren in de periode tussen 2015 en nu. Het album verdient zeker de nodige aandacht van de bluesliefhebbers van het pure oude genre. Het is echt genieten geblazen van de eerste tot de laatste noot.

Blues en meer

The Reverend Shawn Amos heeft zich met zijn nieuwste album Breaks It Down niet beperkt tot louter de blues. Hij doet ook aangrenzende stromingen als soul en gospel aan. Toch voelt dit nieuwe album wel echt als een blues album. Zelfs het door David Bowie geschreven ‘The Jean Genie’ klinkt als een echte bluessong. Alleen de tekst trekt je uiteraard wel helemaal naar de uitvoering van Bowie terug. Een gewaagde cover, mag ik wel zeggen, maar The Reverend Shawn Amos brengt het er goed en waardig van af.

Het is overigens niet de enige cover van het album. Het album wordt afgesloten met andermaal een waagstukje. ‘(What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love, and Understanding’ werd geschreven door Nick Lowe en ooit eind jaren zeventig door Elvis Costello opgenomen. Ook bij deze uitvoering gaat het Amos goed af en weet hij vooral veel gospelgevoel toe te voegen. De overige zeven composities zijn wel van de hand van Amos zelf, soms in co-schrijverschap.

Door de stijlvermengingen, maar zeker ook de verschrikkelijk lekkere uitvoering en muzikale verzorging op dit album en regelmatig inzet van koperblazers, is Breaks It Down een album geworden om te zoenen en te omarmen. Het geeft de luisteraar die deze negen composities tot zich laat komen een behaaglijk gevoel. Een album om je vele keren bij te warmen. En dat kun je niet van veel bluesalbums zeggen, waar het klagen vaak vanaf druipt.

Blues Update 6
Muziek / Album

De zesde blues update is Nederblues

recensie: Blues update – volume 6
Blues Update 6

In deze zesde editie voor fraai blueswerk uit ons eigen land. Van een gelauwerde band gaan we naar het tweede album van een belofte en als afsluiter presenteren we een kort album dat feitelijk een EP is.

Drie blues-nieuwtjes van eigen bodem sieren deze versie van de Blues-update. We hebben het niet over de minste bijdragen aan de Nederblues dit jaar. Drie albums die het luisteren meer dan waard zijn en die hoge ogen gooien in een bluesoverzicht van het jaar.

Solo of toch bandalbum? Richard van Bergen & Rootbag

Richard van Bergen maakt van oudsher deel uit van Shiner Twins. Officieel bestaat het duo met Jack Hustinx nog steeds. Met Walk On In heeft van Bergen samen met zijn band Rootbag nu het tweede soloalbum gemaakt. Of is het toch een bandalbum? Rootbag bestaat naast van Bergen zelf uit Roelof Klijn op bas en Jody van Ooijen op drums. Van Ooijen kennen we natuurlijk ook van de band waarmee Shiner Twins regelmatig op de planken stond.

Walk On In bevat een dozijn composities, waarvan van Bergen er elf op zijn naam heeft. Alleen ‘I’m Willin’’ is een traditional die het dozijn compleet maakt. Wat het album het meest bijzonder maakt, is dat van Bergen met zijn band in het twaalftal aan composities geen moment verveelt. Het is geen standaard bluesalbum dat zich vooral bedient van één stijl. Van Bergen weet iedere uithoek van de blues te betreden en zo geen moment te vervelen. Je blijft er met de aandacht bij. Nooit is er een moment dat je denkt: “maar dat heb ik een paar nummers geleden toch ook gehoord?”. Richard van Bergen laat je met Rootbag werkelijk iedere minuut van het album tot je nemen.

 

Het wachten is beloond: Leif de Leeuw Band

Leif de Leeuw Band komt met Until Better Times met een plaat die de nodige aandacht zal vragen. Het eerste album Leelah uit 2015 riep de belofte op voor de toekomst. Een bluesalbum met een vrouwenstem valt altijd wel op. Met zangeres Britt Jansen heeft oprichter en voorman van de band Leif de Leeuw een ijzersterke troef handen. Naast haar stembanden zet Jansen op dit album tevens de gitaar in.

Het materiaal van Leif de Leeuw Band is voornamelijk uit het stevige blueswerk gesneden. Zelfs ‘Mr. Hangman’, dat in aanvang een ballad lijkt, blijkt een pittige song te zijn; niet alleen qua tekst, maar ook de muzikale invulling schakelt al snel naar de stevige blues. De stem van Jansen heeft een fijne ruwe kant, die in dit songmateriaal prima tot haar recht komt.

Voor een echte ballad moeten we wachten tot de afsluiter van het album. ‘Dysphoria’ is het nummer dat de volledige rust laat klinken als het album haar einde heeft bereikt. Leif de Leeuw Band zal vooral de bluesliefhebber bekoren die houdt van blues in een hoge versnelling met een scherpe gitaarklank. Je hebt wel enig uithoudingsvermogen nodig tot het rustpunt op het einde, dat een welkome en stijlvolle afsluiter vormt van dit tweede album van de band.

 

Afwisselend kort album: John F Klaver Band

John F Klaver Band tapt uit een duidelijk ander vaatje dan de hiervoor besproken band. De stevige en rustige composities wisselen elkaar op dit album af. Datzelfde geldt voor de stemmen van voorman John F Klaver en de damesvocalen van Nicole Verouden. Verouden beschikt van deze twee vocalisten overigens, zoals te verwachten valt, over de meer zoetgevooisde stem. De blues van John F Klaver Band leunt dichter naar de pop dan die van Leif de Leeuw Band. De muziek van het album Catch The Morning Sun kan daarmee een groter publiek aanspreken.

In het titelnummer horen we referenties naar Rory Gallagher, maar ook naar Dire Straits’ ‘Money For Nothing’, als we terugdenken aan de wat holle gitaarklank die kenmerkend is voor het geluid van die single. Het grootste minpunt van dit album is dat het met zeven nummers zo kort is; feitelijk is het een EP, die bij de afsluiter ‘Shelter’ smaakt naar veel meer. Een volle lengte van een echt album was helemaal niet erg geweest om met volle teugen van John F Klaver en de zijnen te kunnen genieten. We zullen het tot een volgende release met deze EP moeten doen, vrees ik. Dan maar de repeat-knop aan om de lengte te halen: vervelen doet het immers niet snel.

BluesUpdataVol4
Muziek / Album

Een pracht drietal

recensie: Blues Update Volume 4
BluesUpdataVol4

Met het heuse bluesalbum Blue & Lonesome van de Rolling Stones in de schappen afgelopen december, lijkt de aandacht voor dit genre wel te zijn hernieuwd. Maar is de blues dan ooit weggeweest? Voor de liefhebbers is dat een heel duidelijke nee.

In deze Blues Update hebben we aandacht voor een drietal bands die de blues ieder op hun eigen wijze weten te interpreteren. We beginnen met de winnaar van de Dutch Blues Challenge Award uit 2015, Phil Bee’s Freedom. Vervolgens duiken we in het studiodebuut van Band of Friends met een Nederlands bandlid, om af te sluiten met de Nederlandse bluesformatie Dynamite Blues Band.

De parel in het midden

Memphis Moon van Phil Bee’s Freedom is een bijzonder bluesalbum dat balanceert op de grens van de zuivere blues en de soul. Dat laatste komt mede op rekening van de soulrijke stem van Phil Bee, maar ook de acht man sterke band draagt bij aan de sfeer van het album. Prachtige vocalen in de achtgrond verhogen de soulinvloed, terwijl de Hammond een stevig nootje meeklinkt.

Een van de allermooiste composities van het album is zonder twijfel het bijna acht minuten durende ‘One Last Kiss’. Met dit nummer stijgt Phil Bee tot eenzame hoogte met zijn band door de navolgende elementen: zijn stem gaat omlaag als je net verwacht dat hij zal uithalen, het achtergrondkoortje van Nicole Verouden en Maartje Keijzer geeft Bee prachtige rugdekking en midden in de song zit een heerlijke luwte met gitaarwerk van John F. Klaver en Berland Rours dat langzaam aanzwelt tot een uitbarsting naar het slot van het nummer. Hier wordt de soul omgebogen tot een prachtige blues ballad met de mooiste gitaarklanken die je maar voor kunt stellen. Als je dit nummer gehoord hebt, ben je waarschijnlijk helemaal overtuigd van de kwaliteiten van deze band; beter dan dit wordt het niet. Deze parel schittert in het midden van Memphis Moon. Een parel om te koesteren en om heel vaak van te genieten. Alle omringende liedjes bewijzen alleen maar de grootsheid van de band, want ook die blijven in de overweldiging overeind.

 

Hartverwarmende bluesrock

Band of Friends debuteerde twee jaar geleden op een bijzondere manier met een DVD en een daarbij behorende mini-CD. Eigenlijk is het nu uitgekomen album Repeat After Me het echte studiodebuut van de band met bijna allemaal zelfgeschreven songs; slechts één cover van Frankie Miller’s ‘A Sense of Freedom’. De overige tien composities zijn van de hand van McAvoy, McKenna en Scherpenzeel. De eerste twee speelden vroeger samen met Rory Gallagher en dat is te horen. Na het overlijden van Gallagher voegde Marcel Scherpenzeel zich bij het duo, waarmee Band of Friends ontstond. De band heeft zich inmiddels losgemaakt van het coveren van Gallaghers werk en stort zich nu op eigen werk, dat natuurlijk wel de bluesrocktraditie voortzet.

Het album opent lekker stevig met ‘Don’t Ever Change’, een titel die duidelijk refereert aan waar de band voor staat. Waarom zou je wat anders spelen dan de bluesrock die je gewend bent? Gitarist en zanger Scherpenzeel zet samen met de stevige ritmetandem McAvoy/McKenna een strakke sound neer. De heren zijn goed op elkaar ingespeeld, zodat het album van de eerste tot de laatste noot strak in elkaar zit. Het grootste deel van de tijd zit de vaart er lekker en goed in. Het album sluit echter af met een fraaie akoestische track getiteld ‘King Of The Street’. Wie weet is dit een voorbode voor een extra project met akoestische blues? De tijd zal het leren. Vooralsnog kan de bluesrockliefhebber, die Gallagher alweer dik twintig jaar node mist, zijn hart verwarmen aan deze prachtplaat van Band of Friends.

 

Stevig op de kaart

De Nederlandse formatie The Dynamite Blues Band debuteerde twee jaar geleden met Shakedown & Boogie. De band werkte daarna vooral aan hun live-reputatie om nu bijna op de dag af twee jaar later met de studio-opvolger Kill Me With Your Love te komen. Live weet The Dynamite Blues Band er een werkelijk feest van te maken. Zo speelde de band onlangs als eerste van de reeks “Blues op zondagmiddag” op het Nightclub Roepaen podium. De toegiften bleven maar volgen, terwijl de zaal uitzinnig bleef reageren. Het optreden van de band stond als het spreekwoordelijke huis.

Zanger en mondharmonicaspeler Wesley van Werkhoven lijkt geen minuut stil te kunnen staan, terwijl gitarist JJ van Duijn de ene mooie riff na de andere uit zijn snaren weet te toveren. De ritmesectie, gevormd door drummer Niels Duindam en bassist Renzo van Leeuwen is zo strak, dat de vouwen in de broek van Van Leeuwen er messcherp in blijven staan.

Dat de band door het vele optreden de afgelopen jaren op tal van festivals is gegroeid, is te horen aan de fraaie bluescomposities op dit nieuwe album en de dikkere sound. Op de plaat horen we blazers, die we live dan moeten missen. We kunnen maar één conclusie trekken en dat is dat The Dynamite Blues Band zich stevig op de kaart heeft gezet in de Nederlandse blues-scène zowel live als met dit denderende tweede album Kill Me With Your Love.

 

bluesupdate_vol3
Muziek / Album

Blues in een bijzondere opbouw

recensie: Blues Update volume 3
bluesupdate_vol3

Wie de drie albums van deze Blues Update in volgorde beluistert, ervaart een bijzondere opbouw die de breedte van het blues-genre onderstreept. Gemma Ray staat het verste van het pure genre af, terwijl we via The Tibbs bij Rusty Apollo steeds dichter bij de bron belanden.

Blues is natuurlijk de bakermat van heel veel muziekstromingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze stijl versneden wordt met allerlei andere stromingen. In deze update horen we tweemaal een bijzondere manier om de blues te mengen tot een zeer smaakvolle stroming.

Groeiend naar meesterlijk?

Het album The Exodus Suite van Gemma Ray klinkt vanaf de eerste noten bijzonder. Het album draagt de sfeer van donker Parijs met een vleugje blues en psychedelica. Toch doet Gemma Ray ook denken aan Amanda Lear als het gaat om een stemvergelijking. Natuurlijk zou ze liever vergeleken worden met Edith Piaff, maar dat was niet de eerste naam die in mij opkwam bij het beluisteren van dit – overigens zeer innemende – album. De spanning straalt uit de boxen bij het beluisteren van de suite aan liedjes.

De release sheet vertelt het bijzondere verhaal van het album, dat is opgenomen in een vliegtuighangar in Berlijn. Wie bijvoorbeeld luistert naar ‘There Must Be More Than This’ kan dat ook waarnemen. Tijdens de opnames werden in de hangar ernaast zo’n achtduizend Syrische vluchtelingen opgevangen, wat een bijzondere sfeer toevoegde tijdens de opnamesessies.

Het album wordt in twee delen verdeeld door waaierende en bluesy gitaarklanken in is ‘Ifs & Buts’ Het daarop volgende ‘We Are All Wandering’ draagt de blues vooral in de tekst met zijn typisch bluesy onderwerp. De opbouw van het nummer is vooral theatraal te noemen waar een zekere spanning mee uitgedragen wordt. Met de omgeving waarin dit album tot stand kwam in het hoofd, de ellende van vele vluchtelingen pal naast het opnemen van dit album, heeft dit nummer vooral een heel bijzonder en luguber karakter.

Het album van Gemma Ray gaat door de vele stijlen niet snel vervelen. Misschien groeit dit album in de loop van het jaar wel steeds verder bij iedere draaibeurt tot een meesterlijk album; zoals ik het nu voel, heeft het dat wel in zich.

Live in Nederland
6 oktober, De Spot, Middelburg
7 oktober, Roepaen, Ottersum
8 oktober, Atak, Enschede
9 oktober, Mezz, Breda

Nederlandse band op Italiaans label

De uit Hoorn afkomstige achtmansformatie The Tibbs weet met een volwassen soulrijk album de aandacht op zich te vestigen. Het geluid van deze band doet invloeden vanuit de Detroit-soul voelen. De stem van Elsa Bekman is het vlaggenschip van deze band. Het is een stem die naast soul ook veel blues in huis heeft. De blazerssectie bestaat uit Berd Ruttenburg (bariton sax), Coen de Vries (tenor sax), Siebe Posthuma de Boer en Thomas de Jong (trompet). Het geeft de sound van The Tibbs een heel vet randje. Compositorisch put de band hoorbaar uit een sterk arsenaal aan zelf geschreven stukken. Slechts één compositie op Takin’ Over is een cover van het door velen reeds uitgevoerde ’96 Tears’ van ? and The Mysterians; een nummer dat begin jaren tachtig in Nederland nog een hitje werd voor Garland Jeffreys.

The Tibbs timmeren sinds 2012 aan hun carrière met invloeden van blues, jazz maar vooral soul en funk. De eerste single van Takin’ Over is het zelfgeschreven ‘Next Time’ dat de aandacht moet trekken naar dit full-length debuutalbum. Wie zich laat overhalen om het album in zijn geheel te draaien zal zeker niet teleurgesteld worden. Dat de band een Italiaans label heeft te weten overtuigen om dit debuutalbum uit te brengen, toont de internationale allure van hun muziek aan. Hopelijk brengt het naast belangstelling op de vaderlandse internetradio bij Gerard Ekdom ook de nodige luisterschare buiten onze landsgrenzen.

Schuren en beuken

De Nederlandse band Rusty Apollo debuteerde vorig jaar voortreffelijk met het album Oh Yeah. Een jaar en vele festivals later is er nu hun tweede bewijs van kunnen. Schreef ik vorig jaar nog te hopen dat het geen gelegenheidsschijf en -band zou zijn, met het verschijnen van dit tweede album is die angst uit de lucht. Midgets & Monkeys herbergt naast een aantal klassiekers uit de bluesgeschiedenis een drietal door de band zelf geschreven composities. Het album opent met het nummer van Bo Diddley dat de titel draagt van hun eerste album ‘Oh Yeah!’.

Verder horen we composities van Willie Dixon, Wilbert Harrison, Ellas McDaniel, Eddie Son House en Tom Waits. Niet meer alleen composities uit de gouden jaren van de Mississippi Delta blues dus. De drie eigen composities van de band misstaan allerminst tussen de gouden eieren van andere blues-liedjesschrijvers. Gelukkig wordt er ook een nummer van Tom Waits gecoverd, temeer daar de band klinkt als de oude blueshelden, maar met een enorme scheut Waits erin. De geest van Hokie Joint, dat het helaas na twee albums voor gezien hield, is in de manier van spelen van Rusty Apollo zeker terug te horen. Zoals iedere vergelijking gaat die altijd weer mank. De vijfmansformatie Rusty Apollo is vooral zichzelf: vuig, ruig, donker en gezegend met een Waits-achtig stemgeluid dat alles tezamen schuurt en beukt dat het een lieve deugd is.