Berichten

58658-bitter-sweet
Kunst / Expo binnenland

‘Bitter sweet’

recensie: Vermoorde kunst
58658-bitter-sweet

‘Vermoorde kunst’ heet de dubbeltentoonstelling die over Museum Sjoel Elburg en het Noord-Veluws Museum Nunspeet is verdeeld. Dat wil zeggen, dat kunst wordt getoond van vijfentwintig joods-Nederlandse beeldend kunstenaars die in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord. Het is dus maar de vraag, wat er van die kunstenaars en de ontwikkeling van hun werk zou zijn geworden, als ze in leven waren gebleven.

In Elburg is werk te zien van Else Berg en Mommie Schwarz, maar in Nunspeet – waartoe ik mij hier verder beperk – begint de expositie ook met enkele schilderijen van dit echtpaar. Ze worden in de flyer omschreven als ‘twee verdienstelijke schilders’. Het zet meteen de toon: hun werk wortelt enerzijds in de negentiende-eeuwse schilderkunst en wijst anderzijds vooruit naar modernere stromingen als die van Der Blaue Reiter, terwijl ze onderhand hun eigen stijl probeerden te vinden.

58604-bitter-sweet

Lion Schulman (Hilversum 1851-1943 Auschwitz), Besneeuwd bos gezicht, ongedateerd. Particuliere collectie

Leven en werk

Dat geldt eigenlijk voor alle kunstenaars van wie werk wordt getoond. Dat levert zowel een veelzijdig beeld als een wat documentair opgezette tentoonstelling op. De ene keer doet een schilderij je wegdromen naar de wereld van Jan H.B. Koekkoek, zoals het Besneeuwde bosgezicht van Lion Schulman. Deze laatste was in zijn tijd een bekende schilder uit de ‘Larense School’, die overigens bijna 92 jaar was toen hij in Auschwitz werd vermoord. Een andere keer stuit je op de invloed van Breitner, zoals op een Stadsgezicht van Amsterdam van Marinus van Raalte, een studiegenoot van Mondriaan.

Dan zie je weer een schilderij, zoals Drie kinderen van Marianne Franken dat juist vooruitwijst naar in dit geval het Modern Realisme, door de manier waarop zij licht- en donkerpartijen bijna hard tegenover elkaar zet. Marianne Franken is in de leer geweest bij Martin Monnickendam, van wie ook een handjevol doeken worden getoond – al is hij niet in een kamp vermoord – en exposeerde samen met Mondriaan, Sluijters en de al eerdergenoemde Else Berg.

58609-bitter-sweet

Marinus van Raalte (Rotterdam 1873-1944 Bergen Belsen), Stadsgezicht van Amsterdam, 1920-1929. Olieverf op doek, 60 x 90 cm.
Collectie Drents Museum, schenking Stichting Schone Kunsten rond 1900 (foto: Tom Haartsen)

De levens van alle kunstenaars van wie doeken, tekeningen, schetsen, affiches en wat dies meer zij te zien is, eindigen in de Tweede Wereldoorlog. De tekstbordjes maken er melding van. Soms werd hun kunst gered, zoals dat van Samuel Jessurun de Mesquita door Escher. Soms werd het pas later op een veiling ontdekt, zoals dat van Abraham Fresco, wat een ware ontdekking betekent.

Op de kop van de tentoonstellingszaal is ruimte gemaakt voor vier in Putten wonende communistische kunstenaars die betrokken waren bij het verzet: Jo Bezaan, Dorus Roovers, Henk Henriët en Eduard Hellendoorn. Dit regionale accent, waar de curatoren in Nunspeet altijd sterk in zijn, doet niets toe of af aan wat de hoofdtentoonstelling al (aan)toont: het werk van zowel de joodse als de communistische kunstenaars is volledig ingebed in (inter)nationale kunststromingen.
Zo doen de boeren van Jan Bezaan door hun hoekige koppen denken aan het expressionisme van Van Goghs Aardappeleters, net als een affiche die Ward Hellendoorn voor het Crisis Comité maakte.

Bitter zoet

58602-bitter-sweet

Abraham Fresco (Den Haag 1903-1942 Auschwitz), Koninginnedag in Scheveningen, ongedateerd. Collectie Joods Virtueel Museum

Misschien is de uitdrukking dat het hier in zijn totaliteit gaat om kunst die je ‘Bitter sweet’ zou kunnen noemen, nog de meest rake. Eén van de collectioneurs van joodse kunst, Michiel Levit, sprak deze woorden uit: ‘De herinnering, dat wat je nooit mag vergeten’ speelt aldoor mee. Hij werd op het spoor gezet van het joodse verleden door de foto’s die Roman Vishniac er in Oost-Europa van maakte. Op de website van het museum is een interview met hem te zien, en met een andere verzamelaar, Harry Mock.

Al met al is op deze manier, in het jaar waarin 75-jaar bevrijding wordt gevierd, een mooi monument opgericht voor vijfentwintig kunstenaars van wie werk wordt getoond, van verdienstelijk tot kwalitatief  hoog niveau. Daarom is de tentoonstelling niet alleen interessant voor kunstliefhebbers, maar ook voor mensen die meer geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het Nederlandse jodendom. Dat bleek, want het was druk. Drukker dan ik ooit in dit museum heb meegemaakt. Een opsteker na de tijdelijke sluiting vanwege de maatregelen naar aanleiding van de Covid-19 pandemie.

Ook voor mensen die om wat voor reden niet in staat zijn één of beide exposities te bezoeken, valt er niet alleen op de website van het Noord-Veluws Museum veel interessants te zien en te lezen, maar ook op een website die hier terecht onder de aandacht wordt gebracht: www.joodsvirtueelmuseum.nl

58658-bitter-sweet
Kunst / Expo binnenland

‘Bitter sweet’

recensie: Vermoorde kunst
58658-bitter-sweet

‘Vermoorde kunst’ heet de dubbeltentoonstelling die over Museum Sjoel Elburg en het Noord-Veluws Museum Nunspeet is verdeeld. Dat wil zeggen, dat kunst wordt getoond van vijfentwintig joods-Nederlandse beeldend kunstenaars die in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord. Het is dus maar de vraag, wat er van die kunstenaars en de ontwikkeling van hun werk zou zijn geworden, als ze in leven waren gebleven.

In Elburg is werk te zien van Else Berg en Mommie Schwarz, maar in Nunspeet – waartoe ik mij hier verder beperk – begint de expositie ook met enkele schilderijen van dit echtpaar. Ze worden in de flyer omschreven als ‘twee verdienstelijke schilders’. Het zet meteen de toon: hun werk wortelt enerzijds in de negentiende-eeuwse schilderkunst en wijst anderzijds vooruit naar modernere stromingen als die van Der Blaue Reiter, terwijl ze onderhand hun eigen stijl probeerden te vinden.

58604-bitter-sweet

Lion Schulman (Hilversum 1851-1943 Auschwitz), Besneeuwd bos gezicht, ongedateerd. Particuliere collectie

Leven en werk

Dat geldt eigenlijk voor alle kunstenaars van wie werk wordt getoond. Dat levert zowel een veelzijdig beeld als een wat documentair opgezette tentoonstelling op. De ene keer doet een schilderij je wegdromen naar de wereld van Jan H.B. Koekkoek, zoals het Besneeuwde bosgezicht van Lion Schulman. Deze laatste was in zijn tijd een bekende schilder uit de ‘Larense School’, die overigens bijna 92 jaar was toen hij in Auschwitz werd vermoord. Een andere keer stuit je op de invloed van Breitner, zoals op een Stadsgezicht van Amsterdam van Marinus van Raalte, een studiegenoot van Mondriaan.

Dan zie je weer een schilderij, zoals Drie kinderen van Marianne Franken dat juist vooruitwijst naar in dit geval het Modern Realisme, door de manier waarop zij licht- en donkerpartijen bijna hard tegenover elkaar zet. Marianne Franken is in de leer geweest bij Martin Monnickendam, van wie ook een handjevol doeken worden getoond – al is hij niet in een kamp vermoord – en exposeerde samen met Mondriaan, Sluijters en de al eerdergenoemde Else Berg.

58609-bitter-sweet

Marinus van Raalte (Rotterdam 1873-1944 Bergen Belsen), Stadsgezicht van Amsterdam, 1920-1929. Olieverf op doek, 60 x 90 cm.
Collectie Drents Museum, schenking Stichting Schone Kunsten rond 1900 (foto: Tom Haartsen)

De levens van alle kunstenaars van wie doeken, tekeningen, schetsen, affiches en wat dies meer zij te zien is, eindigen in de Tweede Wereldoorlog. De tekstbordjes maken er melding van. Soms werd hun kunst gered, zoals dat van Samuel Jessurun de Mesquita door Escher. Soms werd het pas later op een veiling ontdekt, zoals dat van Abraham Fresco, wat een ware ontdekking betekent.

Op de kop van de tentoonstellingszaal is ruimte gemaakt voor vier in Putten wonende communistische kunstenaars die betrokken waren bij het verzet: Jo Bezaan, Dorus Roovers, Henk Henriët en Eduard Hellendoorn. Dit regionale accent, waar de curatoren in Nunspeet altijd sterk in zijn, doet niets toe of af aan wat de hoofdtentoonstelling al (aan)toont: het werk van zowel de joodse als de communistische kunstenaars is volledig ingebed in (inter)nationale kunststromingen.
Zo doen de boeren van Jan Bezaan door hun hoekige koppen denken aan het expressionisme van Van Goghs Aardappeleters, net als een affiche die Ward Hellendoorn voor het Crisis Comité maakte.

Bitter zoet

58602-bitter-sweet

Abraham Fresco (Den Haag 1903-1942 Auschwitz), Koninginnedag in Scheveningen, ongedateerd. Collectie Joods Virtueel Museum

Misschien is de uitdrukking dat het hier in zijn totaliteit gaat om kunst die je ‘Bitter sweet’ zou kunnen noemen, nog de meest rake. Eén van de collectioneurs van joodse kunst, Michiel Levit, sprak deze woorden uit: ‘De herinnering, dat wat je nooit mag vergeten’ speelt aldoor mee. Hij werd op het spoor gezet van het joodse verleden door de foto’s die Roman Vishniac er in Oost-Europa van maakte. Op de website van het museum is een interview met hem te zien, en met een andere verzamelaar, Harry Mock.

Al met al is op deze manier, in het jaar waarin 75-jaar bevrijding wordt gevierd, een mooi monument opgericht voor vijfentwintig kunstenaars van wie werk wordt getoond, van verdienstelijk tot kwalitatief  hoog niveau. Daarom is de tentoonstelling niet alleen interessant voor kunstliefhebbers, maar ook voor mensen die meer geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het Nederlandse jodendom. Dat bleek, want het was druk. Drukker dan ik ooit in dit museum heb meegemaakt. Een opsteker na de tijdelijke sluiting vanwege de maatregelen naar aanleiding van de Covid-19 pandemie.

Ook voor mensen die om wat voor reden niet in staat zijn één of beide exposities te bezoeken, valt er niet alleen op de website van het Noord-Veluws Museum veel interessants te zien en te lezen, maar ook op een website die hier terecht onder de aandacht wordt gebracht: www.joodsvirtueelmuseum.nl

Kunst / Expo buitenland

Dulle Griet, goed of kwaad?

recensie: 'Dulle Griet' in de doorlopende tentoonstelling in het Museum Mayer van den Bergh

Antwerpen is een stad die belang hecht aan kunst en geschiedenis. De oude en historische gebouwen die je ziet terwijl je door de  straten van de stad loopt, fascineren je. Maar er valt tussen alle moderniteit sowieso een klein en vriendelijk gebouw op, het Museum Mayer van den Bergh.

Musea onthullen de ervaringen uit het verleden van die stad. Oorlogen, vrede, pijn, vreugde, prestaties, overwinningen, enzovoort. Ze zijn allemaal met elkaar verweven. Je voelt en ervaart ze allemaal tegelijkertijd op één plek tijdens je museumreis. Na het verlaten van het museum ben je niet meer dezelfde persoon. Je begint de genetische codes van de stad in je lichaam te voelen. Je bent nu deelgenoot geworden van de pijn en vreugde van de stad.

Bewonderenswaardige schildertechnieken

Mayer van den Bergh en zijn familie worden in de eerste werken afgebeeld. Deze zijn bij de ingang te zien. De schilderijen aan de muren en de afgebeelde mensen zijn ongelooflijk levendig. Het is alsof de mensen op de portretten even uit de schilderijen willen springen om je te verwelkomen. Daarnaast fascineren de donkerbruine houten meubels en open haard van het museum, de sierlijke kroonluchters die aan het plafond hangen de bezoekers en maken ze deel uit van het bezit van de familie Van den Bergh.

Dulle Griet (detail) , Museum Mayer van den Berg, Foto: Van Acker, Katrien, KIK

Dulle Griet

Op de bovenste verdieping hangt het prachtige werk van ‘Dulle Griet’ een van de belangrijkste werken van het museum. Het is een meesterwerk, gemaakt in 1563 door Pieter Breughel de Oude. Er zijn veel ongeloofwaardige details in het schilderij verwerkt, maar de meest opvallende figuur is ‘Dulle Griet’, die het schilderij zijn naam geeft.

‘Dulle Griet’ is groter afgebeeld dan de andere mensen op het schilderij. Terwijl die krachtige vrouw in harnas naar links rent naar de mond van de hel, zijn de vrouwen achter haar druk aan het plunderen. Op dat moment betreden mannelijke soldaten het podium aan de rechterkant. Er staan allerlei vreemde monsters, rare wezens en bizarre structuren op het schilderij. Het is net een horrorfilm. De horizon brandt rood. Op dit moment vervlochten dromen en werkelijkheid zich met elkaar.

Het schilderij toont een behoorlijk chaotische omgeving… Oorlog, vuur, vreemde wezens, een vrouw die naar de mond van de hel rent, plunderaars, soldaten… Waar is deze plaats? Waarom wordt ‘Dulle Griet’ in gigantische dimensies afgebeeld? Waarom is de horizon karmozijn? Waarom bestaan er rare wezens en wat willen ze doen? Wie vertegenwoordigt wie en wat? Zal het goede of het kwade overwinnen? Gedachten… Gedachten… Gedachten…

Opstandig

‘Dulle Griet’ wordt afgeschilderd als een mannelijk monster met een schubbig gezicht en scherpe tanden, botsend met wezens zonder haar koelbloedige houding te verliezen. De kostbaarste voorwerpen van ‘Dulle Griet’ zijn haar helm, harnas en het zwaard dat ze nam van de patriarchale hegemonie. Terwijl haar haar onder haar helm naar achteren wuift en haar gespannen gezicht richting de mond van de hel is gericht, lijkt ‘Dulle Griet’ vastbesloten om de hel te vernietigen.

Dulle Griet (detail), Museum Mayer van den Berg, Foto: Van Acker, Katrien, KIK

Zij en haar leger van vrouwen zijn in de hel; misschien hebben zij gezondigd en iemand gedood of verbrand. Misschien is de wereld waarin ze leven in een hel veranderd. Misschien rebelleerden ze voor veel dingen die ze nooit hebben meegemaakt. Misschien hebben zij allemaal het vrouwenleger bij elkaar gebracht.

Daarom belichaamt dit schilderij hoe de wereld werd veranderd in een hel voor vrouwen door licht te werpen op de patriarchale en hegemoniale staat van die periode, haar mannelijke wetten en haar seksistische opvatting van die samenleving.

Afscheid

Als het 17.00 uur is gaat het museum dicht. Je wilt nooit afscheid nemen van ‘Dulle Griet’, maar je moet wel. Een deel van je geest en hart blijft bij haar.

Als je ooit voorbij Antwerpen komt, vergeet dan niet om langs het Mayer van den Bergh Museum te gaan. Het is ook heel gemakkelijk te bereiken omdat het in het stadscentrum ligt. Het historische gebouw van het museum, de innerlijke ambiance, prachtige artefacten zijn zeer uitnodigend en ze zijn zeker het bekijken waard.

 

 

Kunst / Expo binnenland

Hedendaagse Indonesische perspectieven

recensie: Recensie: On the Nature of Botanical Gardens
Eva Broekema

 

De kunstwerken op de expositie On the Nature of Botanical Gardens in Framer Framed – het Amsterdamse platform voor kunst en cultuur – bewegen zich tussen uitersten, met als rode draad commentaar op het kolonialisme. De keuze werd gemaakt door curator-historicus Sadiah Boonstra. Zij onderzoekt de botanische tuin als onderdeel van het koloniale verleden. Immers, zoals ze in het begeleidende boekje schrijft: ‘In de 18e en 19e eeuw was botanische kennis een belangrijk aspect van de beheersing van de natuur om rationele controle uit te oefenen op, en het verzamelen van, de belangrijkste bron van inkomsten, de landbouw.’

Rituelen

Die blikvanger is een groot doek (600×200 cm), Ruwatan Tanah Air Beta (Reciting Rites in its Sites) van Zico Albaiquni (1987, Bandung). Links is een traditioneel Sudanees ritueel, Ruwatan, afgebeeld. Hierin wordt verbinding gezocht met de natuur, met voorouders en God. De plaats van handeling is Kebun Raya Bogor, de nationale botanische tuin. Rechts is een Nederlandse begraafplaats in diezelfde tuin afgebeeld. Er zit echter nog een opvallende verwijzing in dit haast fluorescerende doek: een aantal platte rijstmanden. Ze vormen kritisch commentaar op de manier waarop herman de vries in 2015 (onder andere op de Biënnale van Venetië) verschillende rijsttypen had laten zien, op een romantiserende manier, zonder de context hiervan erbij te betrekken.

Nootmuskaat

Een tweede werk dat de aandacht trekt, is Perken van Ipeh Nur (1993, Yogyakarta). Het is een acrylwerk op rijstzakken, een actueel kunstwerk, omdat het is verbonden met de naam van Jan Pietersz. Coen. Immers: in 1621 brak een handelsgevecht uit om het monopolie van nootmuskaat, dat leidde tot de dood van vele Bandanezen.

Nootmuskaat speelt ook een rol in de installatie Tuban van Ade Darmawan (1974, Jakarta). Darmawan toont een laboratoriumsetting, waarin uit buizen getransformeerde specerijen spuiten op boeken uit de Soekarnotijd. De ideeën worden zo bezoedeld. De kunstenaar is overigens artistiek directeur van het collectief ruangrupa, dat in 2022 de documenta 15 in Kassel zal samenstellen.

Twee installaties

Het derde item dat indruk maakt (niets ten nadele van de andere kunstwerken), zijn de assemblages van Sinta Tantra (1978, New York): Kebun Raya / Kebun Saya. Zij werd geïnspireerd door de botanische tuinen van Bali en Bogor. Het boekje bij de tentoonstelling omschrijft het als: ‘Hier wordt de natuur kunst, kunst wordt kunstgreep, en kunstgreep wordt narratief – gecategoriseerd en ingeperkt, echt en geconstrueerd. ’Verleden en heden, de ene en de andere identiteit gaan een gesprek met elkaar aan, zoals Framer Framed dat ook doet.

Het laatste werk dat hier wordt genoemd, is ook een groot kunstwerk. In feite bestaat het werk van Samuel Indratma (1970, Gombong) dan ook uit drie onderdelen: een canvas van Chinese inkt, een serie schaduwpoppen (Wajang) uit synthetisch leer en een video-animatie. De basis wordt gevormd door Javaanse tradities die in verbinding staan met hindoe-boeddhistische denkbeelden. Mens, natuur en dier vloeien hierin in elkaar over. Allemaal moeten ze worden gered.

Zoals altijd weet Framer Framed  weer met een fraaie tentoonstelling te komen die tot nadenken stemt. In verband met de sluiting gedurende de maatregelen aangaande de coronacrisis, is de looptijd van deze expositie gelukkig verlengd, zodat meer mensen hem nog kunnen gaan zien. Een kans om te grijpen!

Kunst / Expo binnenland

Een wereld vol nostalgische plaatjes

recensie: Eddy Posthuma de Boer. De eerste foto van God

De tentoonstelling van Eddy Posthuma de Boer (1931) in het Fotomuseum te Den Haag concentreert zich op zijn oeuvre uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. De foto’s die worden gepresenteerd zijn voornamelijk in zwart-wit. Ze geven een kijkje in de wereld van toen.

In de Volkskrant van 28 januari 2020 zegt hij zelf over deze tentoonstelling: “Het is een soort overzicht van mijn vroege werk. Toen ik het kort voor de opening zag, kreeg ik een beetje een idee dat ik al dood was, …”

De inmiddels achtentachtigjarige Posthuma de Boer werkte als fotograaf voor Nederlandse dagbladen en tijdschriften, o.a. voor Het Parool, de Volkskrant en Avenue. Voor Het Rode Kruis en Terre des Hommes reisde hij naar conflictgebieden, waar hij vooral de erbarmelijke omstandigheden van kinderen fotografeerde. Bovendien publiceerde hij veel fotoboeken.

De straat

Een belangrijk onderwerp in het werk van Posthuma de Boer is het straatbeeld uit de bovengenoemde jaren, vooral in Amsterdam. Zelf is hij een geboren en getogen Amsterdammer. In de jaren vijftig fotografeert hij daar het leven van alledag. Massa’s mensen op de fiets naar hun werk, een jongetje plassend op straat voor de etalage van de Bijenkorf, vrouwen met enorme kinderwagens en niet te vergeten André Hazes als klein jongetje op de Albert Cuyp Markt. In de jaren zestig legt hij de opkomst van de vetkuiven, de brommers en de jazz- en rock & roll muziek vast. Het gevestigde plaatje is aan het veranderen. In de jaren zeventig volgt Posthuma de Boer de werkloosheidscrisis. Hij maakt foto´s van protestdemonstraties en werkeloze mensen. Voor de mensen die zelf in die tijd opgroeiden, roepen deze foto’s veel herkenbare herinneringen op.


Hoge nood, 1955. © Eddy Posthuma de Boer

Band met literatuur

Posthuma de Boer heeft ook veel interesse in de literatuur. Hij maakt voor uitgeverij De Bezige Bij portretten van Jan Cremer, Jan Wolkers, Hugo Claus, Harry Mulisch en vele anderen. Met Cees Nooteboom (1933) reist hij de wereld rond. Aan de in Spanje gemaakte foto van een eenvoudige boer, gaf Cees Nooteboom de titel De eerste foto van God (1982), die ook verwijst naar zijn gedicht dat hij bij dit portret maakte. Hij stelt hierin de vraag of deze boer, die zo dicht bij de natuur staat en het land bewerkt, gezien kan worden als de schepper, of dat het de fotograaf is die deze betekenis creëert.


Jan Cremer, 1961. © Eddy Posthuma de Boer

Reizen

Posthuma de Boer bezocht vijfentachtig landen, zowel voor zijn opdrachten als fotojournalist als voor zijn eigen werk. De tentoonstelling laat hiervan maar een klein gedeelte zien, maar dit oeuvre is enorm. Ook hier weer veelal portretten van alledaagse mensen. We zien kinderen op straat in Noord-Ierland voor een muur waarop staat ‘No Pope Here’, een indringend portret van een Peruaanse boerenvrouw (1972) en een protesterende vrouw (voor De Gaulle) ten tijde van de mei-revolutie in Parijs (1968).

Het vroege werk van Ed van der Elsken wordt wel vergeleken met het werk van Postuma de Boer. Er zijn zeker overeenkomsten in de thematiek, maar toch heeft Posthuma de Boer niet dezelfde bekendheid gekregen. De reden daarvoor is niet bekend. Je zou kunnen zeggen dat Ed van der Elsken een zeer extroverte persoonlijkheid was en Posthuma de Boer niet. Hij zei over zichzelf in de in de bovengenoemde Volkskrant: “Ik loop nooit met mijzelf te koop. Bescheiden in de achterzaal, zeg ik altijd.”

Zoals gezegd heeft de tentoonstelling een hoog nostalgisch gehalte, wat in feite afdoet aan zijn verdere indrukwekkende oeuvre. Jammer dat de keuze van het museum zich voornamelijk tot deze periode heeft beperkt. Inmiddels werkt Posthuma de Boer alweer aan zijn nieuwe boek Big City Blues.

Muziek / Album

Op Engelenvleugels

recensie: Lera Auerbach – 72 Angels

In Nederland wordt ze steeds bekender. Onder meer door verschillende uitvoeringen van 72 Angels, in splendor lucis door het Nederlands Kamerkoor en het Raschèr Saxofoonkwartet onder leiding van Peter Dijkstra. Dit werk staat ook op cd en moet nu even de leemte vullen in de concertloze coronatijd. We hebben het over de pianiste/componiste en, minder bekend ook schrijfster en beeldend kunstenaar,  Lera Auerbach (1973).

De omschrijving ‘dit werk’ is bewust gekozen. Want op het eerste gezicht zou je denken, dat het om 72 minicomposities van ruim een minuut gaat, die allemaal het karakter van een van de engelen verklanken. Maar de Russisch-Amerikaanse componist wil bewust spreken van een grote boog, als een intens gebed vol passie en hoop. Vooral wanneer de namen van die engelen nog een keer achterstevoren worden gezongen door de bas Gilad Nezer, die tevens chazzan is (voorzanger in een synagoge). Mooier kun je het niet hebben.

Geen ‘engelachtige’ muziek

De namen van de engelen die de tekst van het stuk vormen zijn ontleend aan het Bijbelboek Exodus 14:19-21 op de manier zoals ze in de Kabbala (joodse mystiek) voorkomen. 216 letters, telkens drie per engel wat dus uitkomt op 72. Wie nu denkt in ‘engelachtige’, halfzachte muziek te belanden, komt bedrogen uit of wacht een verrassing. Hoewel het stuk begint met een saxofoonsolo, een instrument dat soms wordt vereenzelvigd met (neo)spirituele muziek uit Rusland, Scandinavië of de Baltische staten, zet Auerbach de klank ervan heel anders in. Niet alleen melodisch, maar ook met gebruikmaking van tal van moderne technieken. Die diversiteit geldt ook voor de koorzang.

Wat ons verenigt

De overmatige secunde (een kleine toonafstand), diverse trillers of het aan de klezmer ontleende glijden van de ene naar de andere toon, zijn invloeden van joodse muziek die als een constante terugkomen in het saxofoon- en kooridioom. Toch moet je met dergelijke omschrijvingen oppassen, want er vallen ook gospelachtig zingende engelen te ontwaren. Net als een koraal à la Bach of andere stijlcitaten waarvan je als luisteraar denkt: ‘Hé, waar kén ik dit toch van?’ Dat kan allemaal kloppen, want Auerbach wil in haar muziek datgene uitdrukken wat ons verenigt en niet wat ons scheidt, over de tijd en verschillende geloofsuitingen heen. Zonder haar eigen joodse achtergrond te verloochenen.

Het moge duidelijk zijn dat zo’n omvangrijk, divers stuk veel van de uitvoerenden vergt. Zowel van de leden van het Nederlands Kamerkoor als het Raschèr Saxofoonkwartet. Het zal gezien hun status niet verbazen dat zij zich onder leiding van Peter Dijkstra allemaal geweldig van hun taak kwijten. Afwisselend zingen en spelen ze mild, krachtig, hard of fluisterend, soms met solistische partijen in een haast golvende zang. Op engelenvleugels zogezegd. Een prachtuitvoering die liveoptredens natuurlijk niet kan vervangen, maar wel een mooi document is. En ook een die aantoont dat muziek – het moet nog maar weer eens worden gezegd – geen ‘hobby’ is maar dagelijks brood. Niet ‘juist nu’, om die nu veel gebezigde aanduiding te citeren, maar altijd.

Theater / Voorstelling

Huize Usher kraakt nog niet

recensie: Opera2Day - The Fall of the House of Usher

Alsof regisseur Serge van Veggel zelf niet helemaal gelooft dat Philip Glass’ opera The Fall of the House of Usher op zichzelf sterk genoeg is, vult hij het werk in de OPERA2DAY-voorstelling Opera Melancholica aan met een uitvoerige introductie. Dat pakt niet in het voordeel van de opera uit: de vrolijke relativering ondermijnt de dramatiek van de voorstelling.

Het huis Usher staat op het punt van instorten, letterlijk en figuurlijk. Het eens zo beroemde geslacht Usher, waarvan Roderick en Madeline de laatste telgen zijn, gaat ten onder aan de eigen melancholie. Die zwaarmoedigheid heeft zich geëxternaliseerd: ook het grote landhuis gaat ten onder aan zijn eigen gewicht. Kort gezegd is dit het plot van het verhaal The Fall of the House of Usher van Edgar Allan Poe, een van de beroemdste korte verhalen uit de Amerikaanse literatuur. Veel van Poe’s stijlkenmerken komen erin samen. Zo worden mensen levend begraven, is de locatie een personage op zich en rest uiteindelijk de vraag wie er nou werkelijk aan waanbeelden lijdt: Roderick Usher of de verteller zelf. Philip Glass zette het verhaal in 1988 op muziek en deze opera dient op zijn beurt als basis voor de voorstelling Opera Melancholica van OPERA2DAY, geregisseerd door oprichter Serge van Veggel.

Ontoereikend idioom

Geluid speelt een belangrijke rol in Poe’s werk en dit maakt zijn oeuvre ideaal om te verklanken. Philip Glass is echter nogal stijlvast en wijkt op geen moment af van zijn geijkte idioom van gebroken akkoorden en wisselende patronen. Voor sommige momenten van het verhaal komt dit goed van pas: Roderick Usher kan geen andere klanken meer verdragen dan die van snaarinstrumenten en speelt daarom gitaar. Ook klinkt er een mierzoete speeldoos, waardoor Usher vervuld wordt van weemoed. Maar juist het zuchten en steunen van het huis, het waaien van de wind en het gedonder, dat zijn elementen die moeilijk zijn te vangen in Glass’ klankwereld. Hierdoor voelt de wereld rondom huize Usher gedistantieerd aan.

Los van de kritiek op de compositie zelf, is de uitvoering goed. De drie solisten (waarvan een in de orkestbak) zingen met een ingetogen dramatiek. Het New European Ensemble, onder leiding van Carlo Boccadore (hij was bij de première van deze opera) weten de muziek van Glass overtuigend over te brengen. Het podiumbeeld is mooi, met een enorme schedel en een vloer met opspattend water, al zou er in het middendeel iets meer mogen gebeuren. Madeline, gechoreografeerd door Ed Wubbe, danst op de vulkaan en benadrukt zo het verval van het geslacht Usher. Toch komt dit alles niet aan. Dat ligt niet alleen aan de muziek, maar voor een groot deel aan de omlijsting.

Relativering

Glass’ opera is relatief kort en blijkbaar voelde Van Veggel de noodzaak om deze daarom aan te vullen met een uitgebreid voorprogramma. Bij binnenkomst van het theater wordt al muziek van Glass gespeeld en spreken scholieren hun gedachten uit over het fenomeen melancholie. Vervolgens neemt een man in doktersjas (Rene M. Broeders) het woord: we zijn hier in het anatomisch theater van de menselijke psyche.

Weldra zullen wij het brein van Roderick Usher ontleden in een folie a mille, een gedeelde psychische stoornis tussen Usher en het publiek. De dokter legt het een en ander uit over melancholie, ooit beschouwd als een overschot aan zwarte gal en volgens Freud iemands verdriet over een verlies in zichzelf.

Voor aanvang van de voorstelling heeft een groep co-assistenten enquêtes afgenomen onder het publiek, met vragen als ‘wanneer hebt u voor het laatst gehuild?’ De dokter neemt de antwoorden op luchtige wijze met het publiek door, wat zowel wat gelach als irritatie over de meligheid opwekt. Niet alleen brengt deze (betrekkelijk lange) introductie het publiek niet in de stemming voor de gothic tale van Poe en Glass. Een inhoudelijk probleem is dat de psychotische aard van Poe’s korte verhaal wordt gereduceerd tot huis-tuin-en-keukenweemoed. Waarschijnlijk wil Van Veggel benadrukken dat wij allemaal iets van Roderick Usher (of de verteller) in ons hebben, maar juist door de nuchtere relativering

Voordat je een huis geloofwaardig kunt laten instorten, moet je het eerst geloofwaardig opbouwen. Edgar Allan Poe is hier een meester in en Philip Glass weet de waanzin van de duistere romanticus tot op zekere hoogte ook goed te verklanken. OPERA2DAY heeft het juiste talent in huis om de opera tot zijn recht te laten komen, maar maait het gras voor de eigen voeten weg door Ushers/Poe’s metafysische waanzin voor aanvang van de daadwerkelijke opera al te ondermijnen.

Muziek / Concert

Legende O’Sullivan bezoekt eenmalig Eindhoven

recensie: Gilbert O'Sullivan @ Muziekgebouw Eindhoven

Het enige concert dat Gilbert O’Sullivan in Nederland dit jaar gaf was in het Muziekgebouw Eindhoven. Dit was direct ook de eerste keer dat O’Sullivan optrad in de lichtstad. En dat terwijl hij, zo vertelde hij, in de jaren zeventig een vriendinnetje had in deze stad.

De nagenoeg uitverkochte grote zaal herbergt een grote hoeveelheid nostalgische liefhebbers. Toch is het goed om waar te nemen dat ook jonge liefhebbers zich laten zien en niet alleen aan de zijde van hun ouders.

Rijk hitrepertoire met verrassingen

Natuurlijk kan het haast niet missen of Gilbert O’Sullivan bedient zich van zijn rijke hitrepertoire, dat zich voornamelijk afspeelde in het begin van de jaren zeventig. We horen hem liedjes als ‘We Will’, ‘Ooh Wakka Doo Wakka Day’ en ‘No Matter How I Try’ vertolken. O’Sullivan laat zich op deze tournee uitsluitend door gitarist Bill Shanley begeleiden. Medebezoekers, die hem eerder met band zagen, vertelden dat O’Sullivan nu beter tot zijn recht komt. Jammer genoeg begeleidt de zanger zichzelf op een elektronische piano in plaats van een grote akoestische piano of vleugel. Door de elektronische toevoegingen aan sommige liedjes uit het verleden kan hij blijkbaar niet zonder de elektronica. Het geluid klinkt af toe wat scherp en zou met een akoestisch instrument en een vintage microfoon meer diepte hebben gekregen. Een volgend concert aan een concertvleugel zou een fraaie dimensie zijn!

Gilbert O’Sullivan heeft inmiddels het vieren van zijn vijftigjarige artiestenbestaan achter de rug. Zo’n twee jaar geleden verraste hij met een zeer goed ontvangen album dat door critici bijna net zo goed beoordeeld werd als zijn debuut uit 1971. Dat eerste album herbergde direct zijn meest bekende en gelouterde liedje: ‘Nothing Rhymed’, dat ook deze avond niet zal ontbreken. O’Sullivan speelt deze song als afsluiter van zijn eerste set. Voor het zover is laat O’Sullivan ons misschien wel het mooiste moment van de avond beleven als hij een albumtrack speelt. ‘Miss My Love Today’ is zomaar een heel bijzonder moment van de avond. Onverwacht is dit hoogtepunt geen single, maar een bijzondere live-uitvoering van een wonderschoon luisterliedje van zijn album Southpaw, dat in 1977 verscheen.

Ontvlamde afsluiter

Na de pauze is het wachten op hits zoals ‘Clair’, dat op single karakteristiek startte met een fluitende zanger; iets wat live niet wordt gedaan. We horen ‘Alone Again (Naturally)’ en ‘Matrimony’. Wat opvalt is dat O’Sullivan heel netjes binnen de lijntjes kleurt. Nergens lijkt hij te willen afwijken van de originele liedjes. Dit voelt als een gemis, ondanks het feit dat de zanger zichtbaar gemotiveerd speelt en zingt. Het plezier in het spel is er zeker, al lijkt de zang soms minder goed gearticuleerd dan we zouden willen. Gitarist Shanley laat zich van beste kant horen op zijn verjaardag. Zodra dat laatste bekend is zingt het publiek Happy Birthday. De verhalen van O’Sullivan, die zijn liedjes larderen, zijn regelmatig vermakelijk, zoals het optreden in Australië waar het publiek al na de eerste set huiswaarts ging met een brede smile op het gezicht. Ze hadden niet in de gaten dat er nog een tweede set zou volgen. Toch raakt O’Sullivan een aantal keren de draad in zijn eigen verhaal kwijt en vraagt hij Shanley het aan te vullen.

Het vuur waar lang op gewacht is, ontvlamt als Gilbert O’Sullivan het slotnummer inzet. ‘Get Down’ van het album I’m a writer, not a fighter vlamt van het podium en de twee muzikanten weten er franjes aan te verbinden, waardoor dit het meest uitbundige lied van de avond wordt. Dit soort vuurwerk had ook in de rest van de set niet misstaan. Toch gaan we niet alleen door het slot met een voldaan gevoel huiswaarts, waarbij de liedjes van deze meester van de modulatie nog lang in ons hoofd naklinken!

 

Muziek / Album / Concert

De adembenemende en tijdloze folk op Molten Rock

recensie: VanWyck @ Tiengemeten / Molten Rock

VanWyck is voor de fijnproevers onder de folkliefhebbers inmiddels geen onbekende meer. Met haar nieuwste album Molten Rock onder de arm speelde ze in een uitverkochte zaal op Tiengemeten.

De herberg op Tiengemeten is een bijzondere plek om een concert te geven. Intiem mag de locatie zeker genoemd worden. Met een maximale capaciteit van rond de honderd bezoekers is het alleen beschikbaar voor vroege beslissers. Lastminute is alles vol.

VanWyck’s opgenomen werk

De fijnproevers die er vroeg bij waren kennen VanWyck (alias Christine Oele) al vanaf 2015, toen ze met haar project A Song A Week iedere week een liedje via het internet de wereld in stuurde. De twaalf liedjes kunnen gezien worden als het debuut van deze zangeres. Het eerste liedje uit dat dozijn vinden we overigens in een andere uitvoering terug op haar nieuwste album. Het duurde tot 2017/2018 totdat er een cd verscheen. De beschikbare cd vermeldt 2017, maar velen ontdekten de release pas een jaar later. Haar nieuwe album Molten Rock verscheen slechts ruim een week voor dit eerste winterconcert op Tiengemeten en heeft direct de aandacht getrokken van de pers. Niemand kan onder de kwaliteit van VanWyck uit.

De liedjes van Oele en haar band zijn deze keer organisch ontstaan in de studio. Geen lang denkwerk, maar na het schrijven met de band in de studio laten gebeuren. De productie is wederom in handen van bassist – maar ook duizendpoot – Ryer Zwart. Ondanks de groepsplaat is het toch vooral een album van Christine Oele. De teksten van de liedjes herbergen waarnemingen, gevoelens en beelden die spreken. Deze teksten zijn onlosmakelijk verbonden met de zeggingskracht van de liedjes. Wie het boekje bij de cd leest, ontwaart in alle teksten dik gedrukte delen. Dit zijn, zo laat VanWyck weten, bijzondere frasen, waarvan je zelf mag ontdekken waarom ze speciaal zijn. Wie bijvoorbeeld luistert naar ‘Be It To The End’ en de tekst leest wordt in de eerste strofe gewezen op “He lifts me” als bijzondere tekst.

Tiengemeten VanWyck live

VanWyck speelt met haar band een intieme, ingetogen en beeldende set. Oele wordt begeleid door Reyer Zwart op bas, Sander Donkers op elektrische gitaar, Rowin Tetero op drums en Marjolein van de Klauw voor de achtergrondzang. Dit is dezelfde band als op Molten Rock. De herberg op Tiengemeten zit tot het randje gevuld met liefhebbers die de boottocht namen naar het snel in mist gehulde eiland Tiengemeten. Een mist, die in dit geval symbool mag staan voor de wollige warmte van de muziek van VanWyck. De kou van buiten is niet het enige element dat ons bindt aan de wamte van de herberg.

Het concert opent met ‘Lead Me On’, dat al langer dienst doet op het reperoire van VanWyck. Het opvallende ‘Carolina’s Anatomy’, dat de beat van de bezongen drummachine in zich heeft, is op het album nadrukkelijker afwijkend dan in de live-uitvoering, wat een aangename aanpassing is. Een van de meest opvallende liedjes is ‘My Sweetheart’, dat ontstond in een droom en op haar vorige album terechtkwam. Op Molten Rock vinden we het vervolg: ‘Be It To The End’. Dat VanWyck ook licht kan rocken horen we in ‘Rock Carver’, dat redelijk stevig doch beheerst de aandacht vraagt. Het is één van de drie composities op het album met ‘Rock’ in de titel.’Bring It On Right’ graaft tegen het einde van de show dieper in de gevoelsbeleving.

‘The Rock Steady Creeper’ is de officiëel aangekondigde afsluiter van het optreden. Het publiek vraagt al voordat het lied wordt ingezet om meer. De betekenis van het lied verraadt ze niet, maar ze verwijst door naar de drummer die de betekenis kent.De eerste toegift is niet alleen voor het publiek maar ook voor de band een verrassing: ‘Bring Me To An Island’ is een bijzonder nummer, dat speciaal voor deze locatie door Oele uit haar verleden wordt opgediept. Met daarna nog een extra nummer wordt een zeer aangenaam concert in ons geheugen gegrift. Wie de herinnering wil koesteren, doet er goed aan Molten Rock huiswaarts te nemen en door herhaald afspelen lang en breed te laten groeien.

 

Muziek / Album

Internationaal geklasseerde Nederpop

recensie: Nederpop update – volume 8: JP de Klerk, Leonie Meijer & Glorious Wolf

Wat heeft de zeer uiteenlopende muziek van deze achtste editie Nederpop update gemeen? De enorm grote klasse die aandacht vraagt van de liefhebber. Wat velen soms niet weten is dat muziek uit ons eigen land vaak ook in het buitenland de aandacht trekt. Soms is dat zelfs meer dan in ons eigen land. We gaan van de rock van JP de Klerk naar zachte luisterliedjes van Leonie Meijer om vervolgens ons onder te dompelen in progrock van Glorious Wolf.

JP de Klerk – Rock & Roll Principal

De Zeeuwse singer-songwriter JP de Klerk waagde zo’n twee jaar geleden de sprong naar een solocarrière. Zijn album Old Church Road kreeg behoorlijk wat aandacht. Nu, twee jaar later, is zijn tweede album verschenen onder de welluidende titel Rock & Roll Principal, een verwijzing naar zijn werkzame en zijn muzikale leven. Als teamleider op een school speelt hij in zijn vrije tijd een fijn stukje rock & roll. Shane Alexander reikte hem de titel van dit album aan tijdens het mixen van het vorige album bij hun samenwerking in Los Angeles.

Het album opent met een heerlijk gedreven liedje ‘Top of the World’, wat een tikje verwijst naar de foto op de hoes waarop de zanger op het dak in rock-houding is gefotografeerd. De liedjes van De Klerk zijn stuk voor stuk van een hoog niveau. Zijn stem heeft een heerlijk ruw randje en zijn dochter verzorgt de achtergrondzang. De begeleiding is meer dan in orde met gitaar, mandoline, harmonica, pedalsteel, bas en drums. Op een van de songs speelt zelfs een strijkkwartet mee. Dat tilt ‘Light of my Life’ natuurlijk boven alle andere liedjes van het album uit. De gevoelige snaar weet De Kerk ook regelmatig te raken. Luister bijvoorbeeld naar ‘Fragile Paradise’ die samen met de eerdergenoemde compositie met strijkers het predicaat rockballad afdwingen. Het album trekt in een soort sneltreinvaart aan je voorbij, waarbij je alleen maar honger krijgt naar nog veel meer van dit soort heerlijke gedreven rockmuziek. Het verdient de aandacht van rock-minnend Nederland.

 

Leonie Meijer – Perfect Solitude

De eerste onbevangen luisterbeurt van de EP Perfect Solitude van Leonie Meijer onderga ik onwetend van haar verleden. Fraai klinkt de stem bij de opening ‘Without You’. Tijdens ‘What Happened Since’, als de stevige drum invalt, schieten mijn gedachten naar Eivor. In het afsluitend titelnummer rijst het ontzag als het naar het einde aanzwelt tot een machtig slot. Wat achterblijft is de vraag: waarom maar een EP met slechts zes liedjes? Bij navraag blijkt het deel één te zijn van een tweeluik of meer. Deel twee zal volgend jaar verschijnen.

Dan ontstaat mijn nieuwsgierigheid naar wie deze Leonie Meijer dan wel is. Duikend in haar historie komen we haar tegen bij de Grote Prijs van Nederland en bij The Voice of Holland. Haar single uit 2010 ‘Lost in Yesterday’ haalde de TOP40. De twee volgende jaren stond ze bij De Toppers in de ArenA. In 2013 verscheen een Nederlandstalig album Los. In 2014 maakt ze het nummer ‘Make Me Stay’ met The Prophet. Een heel gevarieerd verleden zoals we zien. Met deze EP maakt Meijer indruk en lijkt ze voorlopig haar weg gevonden te hebben in de muziekwereld. Deze EP draagt een hoge mate van kwaliteit, die haar prachtige stem recht doet en maakt ons nieuwsgierig naar het vervolg. We zien daar dan ook reikhalzend naar uit en ook naar een live-ervaring.

 

Glorious Wolf – Zodiac

Zodiac is niet het eerste album van Glorious Wolf, maar wel het eerste album met zang. Achter deze band gaat de multi-instrumentalist Ruud Dielen schuil. Hij speelde en componeerde vrijwel alles op dit werkje zelf en nam het op in zijn studio. ‘Constellations’ opent het album in een ruim elf minuten durende blauwdruk van wat Glorious Wolf ons te bieden heeft! Het geluid van Glorious Wolf is geschroefd op het fundament dat Pink Floyd bouwde. Het is geen kopie, maar een extensie gebaseerd op de ingrediënten van de Roger-Waters-periode van Pink Floyd. Dit alles mooi uitgesponnen met machtig gitaarwerk en een fijne zangstem, die past bij de vergelijking. Het saxofoonwerk herinnert aan de mooiste momenten van Floyd.

Op ‘Close to the New World’ neemt de band wat afstand van de idolen met Zuid-Amerikaanse gitaarklanken en zang die dichter naar Peter Gabriel kruipt. Wel met stevig gitaargeweld en dito rockgeluid dat me weer richting een vergelijking met Kaipa slingert. Ruud Dielen kent zijn klassiekers en bouwt daar zijn eigen Progrock-tempel mee. Het zou mij niets verbazen als deze muziek elders op de wereld ook wordt opgepakt, wanneer Glorious Wolf door de juiste mensen gehoord wordt. Dat verdient deze muziek zonder meer.

Kunst / Achtergrond
special: Special: De Toorop Dynastie – Drie kunstenaarsgeneraties en Edgar Fernhout – Licht in kleur

INVLOED, VERWANTSCHAP EN EIGENHEID

Meteen aan het begin van de tentoonstelling De Toorop Dynastie in het Stedelijk Museum Alkmaar krijgt de bezoeker als het ware een opdracht mee: ‘Zijn de overeenkomsten tussen Jan Toorop, Charley Toorop en Edgar Fernhout groter dan de verschillen?’ Een opdracht die ook opgaat voor de expositie Licht in kleur met werk van Fernhout in Museum Kranenburgh in Bergen.

In het begin van de expositie in Alkmaar wordt stilgestaan bij de tentoonstelling Drie generaties die in 1937 was georganiseerd door de Haagse Kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar. Ook hier stonden de drie generaties centraal. Op het gelijknamige portret heeft Charley (1891-1955), dochter van Jan (1858-1928) en moeder van Edgar (1912-1974) de wenkbrauwen van haar zoon extra aangezet, zodat ze op die van vader Jan lijken. Een statement van samensteller Marjan van Heteren: let vooral op de overeenkomsten?

Zaaloverzicht Stedelijk Museum Alkmaar met schilderijen van Edgar Fernhout. Foto: Roel Backaert

Verschillende stijlen

Natuurlijk zijn er ook verschillen, en die worden niet verdoezeld: het realisme en symbolisme van Jan Toorop, het expressionisme en de Nieuwe Zakelijkheid van Charley Toorop en de invloed daarvan op Edgar Fernhout. Kijk bijvoorbeeld eerst naar de overeenkomsten tussen het portret dat Fernhout in 1929 maakte met het zelfportret van zijn moeder uit dezelfde tijd: invloed en verwantschap qua stijl en thematiek, maar daarna ook naar de eigenheid van beide portretten. Zonder meer.
Het is met name dát en de stijlontwikkelingen die de drie kunstenaars doormaakten, die op deze fraaie, overzichtelijke tentoonstelling centraal staan, geplaatst in de context van hun tijd. De expositie houdt op met het late werk van Fernhout.

Bruggetje

Impressie tentoonstelling Edgar Fernhout – Licht in kleur in Museum Kranenburgh (Bergen). Foto: Aad Hoogendoorn.

Museum Kranenburgh gaat daar verder, maar eigenlijk zou je, alvorens de zalen op de begane grond met het late werk van Fernhout te bekijken, als bruggetje eerst een kijkje in het souterrain moeten nemen. Daar is de tentoonstelling Onder Vrienden – De Bergense school in kaart te zien. Hier hangt namelijk een prachtig portret van Charley Toorop door Matthieu Wiegman (1915): een zakelijke dame. Dat was zij ook, zakelijk en sturend.
Zou dat Rudi Fuchs, de samensteller van de expositie Licht in Kleur er mede toe hebben aangezet om in het begeleidende boekje te concluderen dat de zoon ‘pas na het overlijden van zijn moeder (…) zijn eigen stijl vond en koos voor abstractie, met de natuur rond Bergen als onuitputtelijke bron van inspiratie’? Een uitspraak die de nadruk legt op de verschillen en een psychologische duiding daaraan geeft.

Atmosferisch abstract

Impressie tentoonstelling Edgar Fernhout – Licht in kleur in Museum Kranenburgh (Bergen). Foto: Aad Hoogendoorn.

Je zou de keuze van Fuchs, bestaande uit schilderijen van Fernhout uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, kunnen scharen onder de overkoepelende term ‘atmosferisch abstract’.
De zaal op de begane grond begint met Zee uit 1959, dat Fernhout vier jaar na de dood van zijn moeder schilderde en dat duidelijk verwant is aan Jan Toorops De zee (1887) in Alkmaar.

Mooi zijn de doorkijkjes die worden geboden: van Fernhouts laatste schilderij naar dit eerste en van Lichte Nacht (1970) naar Nacht (1971).
Het zijn niet alleen atmosferische werken, maar ook heel voorstelbare en invoelbare schilderijen. Met name het werk van Fernhout dat na de Tweede Wereldoorlog ontstond, was immers expressiever dan zijn eerdere werk. Op Strenge vorst (1973) zie je het ijs, hoor je het kraken en voel je de kou er vanaf komen.
Zee en Strenge vorst – je zou het met wat fantasie een voortzetting met eigentijdse middelen kunnen noemen van de atmosferische effecten die zo kenmerkend zijn voor een Nederlandse schilder als Matthijs Maris. Dat komt misschien dichterbij dan een psychologische duiding zoals Fuchs die gaf. Hoe je het ook wendt of keert, je kunt Fernhout echter ook zien als een schilder in de Nederlandse traditie, met alle overeenkomsten van dien.

De drie generaties, Charley Toorop, Museum Boijmans van Beuningen, Maskerkop Jan Toorop, John Rädecker, Museum Boijmans van Beuningen. Foto: Roel Backaert

Het verhaal gaat verder

Een schilder die eveneens wolkenluchten en de rimpelingen van het water schildert, is Esther Tieleman (1976). Op de begane grond is een zaal met een serie schilderijen van haar ingericht. Op een tekstbord staat te lezen dat zij met de jaren steeds abstracter werk maakt. Is dit niet ‘gewoon’ een gangbare ontwikkeling? Zowel in haar werk als in dat van Fernhout en heel veel andere kunstenaars? Een doorgaande lijn dus in plaats van een breuk na de dood van zijn moeder. Een andere manier van ernaar kijken, maar op z’n minst even gerechtvaardigd. Alkmaar bewijst dat, zodat het antwoord op de vraag die daar wordt gesteld, eigenlijk luidt: ja, de overeenkomsten zijn, alle eigenheden natuurlijk in acht nemend, uiteindelijk groter dan de verschillen.