Berichten

Theater / Voorstelling

De ongrijpbare moleculen van de liefde

recensie: Theater Rotterdam - Heisenberg

Met een regisseur als Johan Simons en acteurs als Hans Croiset en Elsie de Brauw zou je van Heisenberg een topvoorstelling verwachten. De voorstelling mag weliswaar gebaseerd zijn op natuurkundige wetten, de chemie tussen de personages ontbreekt.

Wie bij het stuk getiteld Heisenberg verwacht dat het om de serie Breaking Bad zal gaan en Hans Croiset een soort Walter White wordt, zal wellicht bedrogen thuiskomen. De voorstelling van Theater Rotterdam is namelijk licht gebaseerd op die andere beroemde Heisenberg: de natuurkundige en grondlegger van de kwantummechanica. Met die onzekerheidstheorie heeft Heisenberg laten zien dat er twee aspecten van de werkelijkheid zijn die niet tegelijkertijd waargenomen kunnen worden. Volgens hem kon je bij een elementair deeltje maar twee vragen stellen: ‘Wat is de locatie?’ óf ‘Wat is de beweging?’

Liefde in een tijd van moleculen

Toch wordt de voorstelling geen theatercollege over de natuurkunde. In Heisenberg (geschreven door de Britse toneelschrijver Simon Stephens) wordt de onzekerheidstheorie aan de liefde tussen een oude man en jonge vrouw gekoppeld. Al in de openingsscène brengt regisseur Johan Simons die natuurkundige symboliek naar voren. De 75-jarige Alex luistert op een bankje naar muziek. Hij zit weliswaar stil, maar is al luisterend op zoek naar beweging. Of zoals hij het later zelf zegt: Hij wil ‘verrast worden door de ruimte tussen de noten’.

Nou, verrast wordt hij zeker. Uit het niets kust de 42-jarige Georgie (Elsie de Brauw) hem in zijn nek. Ze verontschuldigt zich meteen, dringt zich lichtelijk aan hem op door over haar overleden man te beginnen, hun huwelijksreis, haar baan als serveerster, om vervolgens op te biechten dat ze het allemaal heeft verzonnen.

Hiermee is de toon gezet. De dialogen hebben een hoog absurdistisch, impulsief gehalte. Zo maakt Georgie een manische, ongrijpbare indruk door Alex op het ene moment te liefkozen en het andere moment– vanuit het niets – te beledigen en af te stoten. Ze springt soms van de hak op de tak,  bijvoorbeeld wanneer zij Alex in een restaurant vertelt dat ze haar zoon al jaren  niet heeft gezien. Eerst zegt ze hoeveel ze van hem houdt, daarna dat ze hem wel op zijn bek zou willen slaan en ze sluit af met: ‘Het brood is lekker’.

Ongrijpbaar is ze niet alleen in haar taal, maar ook fysiek. Waar Alex  (in termen van Heisenberg) een molecuul in rustpositie is, is Georgie een molecuul dat continu beweegt. Ze gaat over het podium van hot naar her, met als gevolg dat noch Alex noch het publiek haar mimiek kan zien.  En daarmee ook niet kan zien hoe ze bij een bepaalde uitspraak kijkt. Hiermee wordt haar ongrijpbaarheid alleen maar groter. Het is misschien juist Georgies ongrijpbaarheid waar Alex naar op zoek is. En vice versa. Stukje bij beetje blijkt dat Georgie stiekem op zoek is naar rust en vastigheid.

Aantrekken en afstoten

Net als in eerder werk als Songs from far away, behandelt Simon Stephens in Heisenberg de onmacht om toenadering tot de ander te kunnen vinden. Waar in Songs from far away de hoofdpersoon met behulp van dagboekfragmenten toenadering zoekt tot zijn overleden broer (in Heisenberg speelt het dagboek ook een interessante rol), is de relatie tussen Alex en Georgie een spel van aantrekken en afstoten. Telkens wanneer de een toenadering tot de ander zoekt en er een moment van rust lijkt te ontstaan, geeft de ander weer een absurdistische draai aan het gesprek om weer beweging te veroorzaken. En waarom? Het heeft vast met Heisenbergs onzekerheidstheorie te maken, maar erg effectief is het niet. De eerste paar minuten is dat grappig en prikkelend, maar als het na een half uur nog steeds zo absurdistisch blijft, wordt het verhaal even relatief als de natuurkundige theorie. In combinatie met het kale decor (Marc Warning) doet het nogal klinisch aan. Op den duur hoop je dat het stuk toch wat meer gewicht en lading krijgt.

Lang leve de plottwist

Gelukkig gebeurt dat halverwege met een interessante plottwist, waarna de vraag opdoemt hoe oprecht beide personages tegenover elkaar zijn. Vanaf dit moment lijken de acteurs ook iets beter uit de voeten te kunnen met hun personage. Toegegeven, met acteurs als Croiset en De Brauw verwacht je een topcast, maar door al die impulsiviteit en beweeglijkheid is er, voornamelijk voor Croiset, weinig ruimte om echt gestalte aan de problematiek van het personage te geven. Pas na die plottwist zet Croiset een kwetsbare man neer, die op zoek is naar liefde en spanning in zijn verstilde leven. Vanaf dat moment is De Brauw evenmin eenzijdig impulsief, maar toont ze de pijn van een vrouw die niet weet wat ze met haar leven aan moet. De vraag is alleen of het publiek dan nog betrokken genoeg is.

Zo komen de personages, die twee moleculen, op het einde toch tot elkaar. Alhoewel… Net wanneer ze eindelijk toenadering tot elkaar hebben gevonden, gaat het licht uit. Daarmee begint en eindigt de voorstelling met Heisenbergs theorie:  Je kunt nooit het geheel waarnemen, maar enkel de afzonderlijke delen los van elkaar.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

De ongrijpbare moleculen van de liefde

recensie: Theater Rotterdam - Heisenberg

Met een regisseur als Johan Simons en acteurs als Hans Croiset en Elsie de Brauw zou je van Heisenberg een topvoorstelling verwachten. De voorstelling mag weliswaar gebaseerd zijn op natuurkundige wetten, de chemie tussen de personages ontbreekt.

Wie bij het stuk getiteld Heisenberg verwacht dat het om de serie Breaking Bad zal gaan en Hans Croiset een soort Walter White wordt, zal wellicht bedrogen thuiskomen. De voorstelling van Theater Rotterdam is namelijk licht gebaseerd op die andere beroemde Heisenberg: de natuurkundige en grondlegger van de kwantummechanica. Met die onzekerheidstheorie heeft Heisenberg laten zien dat er twee aspecten van de werkelijkheid zijn die niet tegelijkertijd waargenomen kunnen worden. Volgens hem kon je bij een elementair deeltje maar twee vragen stellen: ‘Wat is de locatie?’ óf ‘Wat is de beweging?’

Liefde in een tijd van moleculen

Toch wordt de voorstelling geen theatercollege over de natuurkunde. In Heisenberg (geschreven door de Britse toneelschrijver Simon Stephens) wordt de onzekerheidstheorie aan de liefde tussen een oude man en jonge vrouw gekoppeld. Al in de openingsscène brengt regisseur Johan Simons die natuurkundige symboliek naar voren. De 75-jarige Alex luistert op een bankje naar muziek. Hij zit weliswaar stil, maar is al luisterend op zoek naar beweging. Of zoals hij het later zelf zegt: Hij wil ‘verrast worden door de ruimte tussen de noten’.

Nou, verrast wordt hij zeker. Uit het niets kust de 42-jarige Georgie (Elsie de Brauw) hem in zijn nek. Ze verontschuldigt zich meteen, dringt zich lichtelijk aan hem op door over haar overleden man te beginnen, hun huwelijksreis, haar baan als serveerster, om vervolgens op te biechten dat ze het allemaal heeft verzonnen.

Hiermee is de toon gezet. De dialogen hebben een hoog absurdistisch, impulsief gehalte. Zo maakt Georgie een manische, ongrijpbare indruk door Alex op het ene moment te liefkozen en het andere moment– vanuit het niets – te beledigen en af te stoten. Ze springt soms van de hak op de tak,  bijvoorbeeld wanneer zij Alex in een restaurant vertelt dat ze haar zoon al jaren  niet heeft gezien. Eerst zegt ze hoeveel ze van hem houdt, daarna dat ze hem wel op zijn bek zou willen slaan en ze sluit af met: ‘Het brood is lekker’.

Ongrijpbaar is ze niet alleen in haar taal, maar ook fysiek. Waar Alex  (in termen van Heisenberg) een molecuul in rustpositie is, is Georgie een molecuul dat continu beweegt. Ze gaat over het podium van hot naar her, met als gevolg dat noch Alex noch het publiek haar mimiek kan zien.  En daarmee ook niet kan zien hoe ze bij een bepaalde uitspraak kijkt. Hiermee wordt haar ongrijpbaarheid alleen maar groter. Het is misschien juist Georgies ongrijpbaarheid waar Alex naar op zoek is. En vice versa. Stukje bij beetje blijkt dat Georgie stiekem op zoek is naar rust en vastigheid.

Aantrekken en afstoten

Net als in eerder werk als Songs from far away, behandelt Simon Stephens in Heisenberg de onmacht om toenadering tot de ander te kunnen vinden. Waar in Songs from far away de hoofdpersoon met behulp van dagboekfragmenten toenadering zoekt tot zijn overleden broer (in Heisenberg speelt het dagboek ook een interessante rol), is de relatie tussen Alex en Georgie een spel van aantrekken en afstoten. Telkens wanneer de een toenadering tot de ander zoekt en er een moment van rust lijkt te ontstaan, geeft de ander weer een absurdistische draai aan het gesprek om weer beweging te veroorzaken. En waarom? Het heeft vast met Heisenbergs onzekerheidstheorie te maken, maar erg effectief is het niet. De eerste paar minuten is dat grappig en prikkelend, maar als het na een half uur nog steeds zo absurdistisch blijft, wordt het verhaal even relatief als de natuurkundige theorie. In combinatie met het kale decor (Marc Warning) doet het nogal klinisch aan. Op den duur hoop je dat het stuk toch wat meer gewicht en lading krijgt.

Lang leve de plottwist

Gelukkig gebeurt dat halverwege met een interessante plottwist, waarna de vraag opdoemt hoe oprecht beide personages tegenover elkaar zijn. Vanaf dit moment lijken de acteurs ook iets beter uit de voeten te kunnen met hun personage. Toegegeven, met acteurs als Croiset en De Brauw verwacht je een topcast, maar door al die impulsiviteit en beweeglijkheid is er, voornamelijk voor Croiset, weinig ruimte om echt gestalte aan de problematiek van het personage te geven. Pas na die plottwist zet Croiset een kwetsbare man neer, die op zoek is naar liefde en spanning in zijn verstilde leven. Vanaf dat moment is De Brauw evenmin eenzijdig impulsief, maar toont ze de pijn van een vrouw die niet weet wat ze met haar leven aan moet. De vraag is alleen of het publiek dan nog betrokken genoeg is.

Zo komen de personages, die twee moleculen, op het einde toch tot elkaar. Alhoewel… Net wanneer ze eindelijk toenadering tot elkaar hebben gevonden, gaat het licht uit. Daarmee begint en eindigt de voorstelling met Heisenbergs theorie:  Je kunt nooit het geheel waarnemen, maar enkel de afzonderlijke delen los van elkaar.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Klassieker herleeft

recensie: Geschiedenis van de seksualiteit - Michel Foucault

Geschiedenis van de seksualiteit van de Franse filosoof Michel Foucault wordt nieuw leven ingeblazen met een mooie heruitgave door uitgeverij Boom.

Tussen 1976 en 1984 publiceerde Foucault de drie delen van zijn Geschiedenis van de seksualiteit. Het vierde en laatste deel zou pas lang na zijn dood verschijnen. De werken blijven fascineren en zijn inhoudelijk nog erg actueel. In deze nieuwe uitgave zijn de eerste drie delen van Geschiedenis van de seksualiteit voor het eerst samengevoegd in één bundel. Vertaalster Jeanne Holierhoek heeft het hele werk opnieuw vertaald, waardoor het werk ook in taalkundig opzicht goed in de moderne tijd past.

Machtsspel

Foucault is als filosoof met name bekend door zijn denken over macht. Ook Geschiedenis van de seksualiteit gaat over macht. De auteur geeft een analyse van de omgang met seksualiteit in de hedendaagse maatschappij, de middeleeuwen en de oudheid. Op die manier zet hij vraagtekens bij de manier waarop wij nu naar seksualiteit kijken. Het heersende paradigma is dat wij onszelf bevrijd hebben van een onderdrukking. Vroeger was de seksualiteit onvrij, stelt Foucault. Je mocht er niet over praten en was gebonden aan geldende normen.

Bevrijding

Volgens Foucault is het paradigma waarin wij nú zitten evengoed onderdrukkend. Niet omdat het ons iets verbiedt, maar juist omdat het ons iets gebiedt, namelijk het voortdurend praten over onze seksualiteit. Iedereen wordt aangemoedigd om in de openbaarheid te brengen wie hij is en welke seksuele geaardheid bij die persoon hoort. Maar juist dat vastleggen van seksualiteit in hokjes als ‘homo’ of ‘transgender’ verkleint onze vrijheid, stelt Foucault. Er is dus nog veel meer winst in de vorm van vrijheid te behalen als we ons niet laten dwingen tot het publiekelijk maken van een bepaalde keuze, maar juist door het niet-kiezen en niet-delen. Foucault zou dus kritiek hebben op de hedendaagse gender-discussie, omdat de mensen die zichzelf in deze discussie denken te bevrijden, zichzelf tegelijkertijd opnieuw vastleggen. Dit is een belangrijk onderwerp in het denken van de filosoof, die zelf als homoseksueel de betekenis van dit label veelvuldig heeft onderzocht in zijn teksten.

Actueel

Foucault zet in Geschiedenis van de seksualiteit dus vraagtekens bij de wat hij noemt ‘bekenteniscultuur’, waarin iedereen continu de drang voelt over zijn of haar seksualiteit te praten en deze te categoriseren. Volgens de filosoof is deze behoefte direct terug te herleiden tot het christendom, waarin de gelovige door een bekentenis bij de priester vergeven kan worden voor zijn zonden. In de huidige tijd waarin er veel aandacht is voor LHBT-vraagstukken is Geschiedenis van de seksualiteit nog altijd even actueel als toen Foucault het schreef. Ook in onze tijd doet het feminisme opnieuw stof opwaaien en het kan bijzonder interessant zijn dit met Foucault in de hand te beschouwen. Foucault graaft dieper dan veel mensen die dit debat overschreeuwen en aan de oppervlakte blijven. Via zijn denken wordt het misschien mogelijk om uit het bestaande paradigma te ontsnappen en met een andere kijk onszelf te bezien.

De nieuwe uitgave van Geschiedenis van de seksualiteit is erg de moeite waard en mag uiteraard niet ontbreken in de boekenkast van een filosofieliefhebber.

Reageer op dit artikel

Ann Veronica Janssens, Gaufrette Sequence no. 2, 2018, courtesy de kunstenaar; foto Peter Cox
Kunst / Expo binnenland

Een visueel spel met de waarneming

recensie: Ann Veronica Janssens in De Pont
Ann Veronica Janssens, Gaufrette Sequence no. 2, 2018, courtesy de kunstenaar; foto Peter Cox

Het werk van Ann Veronica Janssens (Folkestone, 1956) in museum De Pont in Tilburg biedt een intrigerend visueel schouwspel. Maar dit is zeker niet het enige wat Janssens de beschouwer te bieden heeft.

Ann Veronica Janssens, Untitled (White Glitter), 2016-doorlopend, courtesy de kunstenaar en Alfonso Artiaco Gallery, Napels; foto Ben Westoby

Ann Veronica Janssens, Untitled (White Glitter), 2016-doorlopend, courtesy de kunstenaar en Alfonso Artiaco Gallery, Napels; foto Ben Westoby

Een deel van de museumvloer ligt bezaaid met glitters die willekeurig lijken te zijn uitgestrooid. Wanneer je erlangs loopt, zorgt de reflectie van het licht op de kleine deeltjes voor een prachtig kleurenspel van goud-, blauw- en groentinten. Het standpunt van de beschouwer is dus zeer bepalend voor de receptie van dit werk; iets dat in meerdere werken van Janssens het geval is.

Een individuele ervaring

Voor Gaufrette Sequence no. 2 (2018) heeft Janssens glazen platen tegen een wand gezet. Tussen elk van de twee platen bevindt zich een iriserend kleurfilter. Daardoor zijn er andere kleuren waar te nemen als de kijker van plaats verandert. Ook in Acapulco Kiss (2011-2018) is de actie van de beschouwer belangrijk voor de waarneming van het werk. Het bestaat uit een glazen ‘aquarium’, gevuld met water, paraffine-olie en alcohol. Door reflectie en breking van licht ontstaan in het oppervlak verschillende kleuren en beelden. Als je om de glazen box heen loopt, krijg je telkens een ander beeld te zien.

Janssens speelt op deze manier met de individuele ervaring van de museumbezoeker. Als kunstenaar wil ze datgene aanbieden wat de toeschouwer nodig heeft om zijn eigen ervaring te kunnen bepalen. Janssens zegt hierover: ‘Niets is mooier dan de eigen perceptie van een persoon. Ik probeer de grenzen daarvan op te zoeken.’

Ann Veronica Janssens, Untitled (Light Beam), 2002, courtesy de kunstenaar; foto Philippe De Gobert

Ann Veronica Janssens, Untitled (Light Beam), 2002, courtesy de kunstenaar; foto Philippe De Gobert

Het onzichtbare zichtbaar

Volgens de tekst die het museum bij de tentoonstelling vermeldt, creëert Janssens beelden die het onzichtbare zichtbaar maken. De basismaterialen hiervoor zijn licht, kleur en ruimte. Haar werk speelt met de zintuiglijke waarneming van de toeschouwer, en vraagt ook om een actieve houding. Het spanningsveld tussen zichtbaar en onzichtbaar, of misschien nog wel meer tussen tastbaar en ontastbaar, wordt in Untitled (Light Beam) (2002) duidelijk. Een kleine donkere ruimte wordt met een krachtige lichtbundel diagonaal in tweeën verdeeld. Hoewel er geen sprake is van een daadwerkelijke grens zorgt de lichtbundel wel degelijk voor een radicale visuele tweedeling.

Gedesoriënteerd in het museum

De mistinstallatie in het midden van de museumruimte lijkt het klapstuk van de tentoonstelling: er staat een rij bezoekers te wachten om naar binnen te mogen. In de ruimte vol mist, verlicht door zacht gekleurde lichtbundels in blauw- en oranje tinten raak je als bezoeker al snel de oriëntatie volledig kwijt. Voorzichtig schuifel je door de ruimte, op de tast verkennend waar de wanden zich bevinden. Soms doemt onverwacht een andere museumbezoeker op uit de mist. Het maakt de mistruimte zonder twijfel een leuke ervaring. De bevraging van de eigen waarneming, wat Janssens met dit werk wil bewerkstelligen, komt in deze installatie echter minder sterk naar voren dan in haar andere werken.

Ann Veronica Janssens, Blue, purple and orange, 2018, courtesy de kunstenaar en Esther Schipper, Berlijn; foto Andrea Rossetti

Ann Veronica Janssens, Blue, purple and orange, 2018, courtesy de kunstenaar en Esther Schipper, Berlijn; foto Andrea Rossetti

De staande glasplaten en de glitters op de vloer roepen sterk op om nog een keer te kijken en de vraag te stellen wat we nu werkelijk ervaren en zien. De mistruimte is wellicht een wat te letterlijke vertroebeling van het zicht, waardoor de vraag zich minder opdringt.

Een uitnodiging tot verwondering

Ann Veronica Janssens zorgt ervoor dat je als museumbezoeker niet passief kunt consumeren. Haar werken lenen zich niet voor een vluchtige blik, maar dagen uit om dichtbij te komen, lang en intensief te kijken, en verschillende standpunten in te nemen. Janssens’ beeldtaal is niet complex en hoogdravend, haar werken zijn visueel aantrekkelijk en spreken tot de verbeelding. Maar ze doen meer dan dat: ze nodigen doeltreffend uit tot verwondering over alledaagse verschijnselen als licht, kleur, mist en reflectie.

Reageer op dit artikel

Slauerhoff_Hazeu
Boeken / Non-fictie

Biografie van een zwervende catastrophe

recensie: Wim Hazeu - Slauerhoff
Slauerhoff_Hazeu

‘Lectuur voor de mussen’, zei dichter Jan Jacob Slauerhoff toen hij zijn minder geliefde boeken het raam uit gooide. Het illustreert  zijn impulsieve en moeilijke gedrag, waaronder volgens vrienden een grote zachtheid verborgen lag. Wim Hazeu schreef een biografie van bijbels formaat, met een gedetailleerd beeld van de poète maudit. Lectuur voor de mussen is het zeker niet.

Slauerhoff, één van de belangrijkste Nederlandse dichters van het interbellum, had op zijn zachtst gezegd een avontuurlijk leven. Als scheeparts kwam hij onder andere in China, Portugal en Zuid-Afrika. Daarnaast was hij zijn hele leven lang op zoek naar een plek waar het klimaat het meest geschikt was voor zijn astma en vestigde zich nergens lang.  Zijn rusteloosheid combineerde slecht met zijn zwakke gezondheid. In plaats van zijn lichaam rust te geven, werkte hij hard. Meestal  op schepen waar de luchtkwaliteit belabberd was. Doodzieke periodes en een vroege dood waren het gevolg. Slauerhoff maakte het niet alleen zichzelf moeilijk, maar kon ook bij anderen het bloed onder de nagels vandaan halen. Een zwervende catastrophe, werd Slauerhoff genoemd door tijdgenoten.

Compleet beeld

Wim Hazeu werkte zes jaar aan de reconstructie van het levensverhaal van Jan Slauerhoff. En dat merk je. Het is glashelder dat Hazeu met ziel en zaligheid het leven en de persoon heeft uitgeplozen; zo compleet en gedetailleerd is het beeld dat je als lezer van de dichter krijgt. Om Slauerhoffs levensverhaal te vertellen, gebruikte Hazeu vele bronnen. Brieven van en aan Slauerhoff, interviews met familie, gegevens uit archieven en natuurlijk Slauerhoffs gedichten. Vooral de citaten uit brieven maken dat de dichter tot leven komt. Zijn relaties, literaire visie en zwakke gezondheid; alles beschrijft hij op een open en vaak poëtische wijze. Het is net alsof je iemands WhatsAppgesprekken meeleest en telefoongesprekken beluistert, zo intiem voelt het om hele briefwisselingen door Hazeu gepresenteerd te krijgen. Door het onderwerp zelf zoveel mogelijk aan het woord te laten, leer je hem het beste kennen, moet hij gedacht hebben. En zo voelt het ook.

Hazeu geeft niet alleen een compleet beeld van Slauerhoff als persoon, maar ook van de tijd waarin hij leefde. Dit doet hij door regelmatig te verwijzen naar grote gebeurtenissen of literaire voorvallen die tijdens het leven van de dichter plaatsvonden in Nederland of daarbuiten. Het faillissement van een belangrijke Nederlandse uitgeverij, Kafka die de laatste hand aan Het Proces legde of de dreiging van het fascisme. Ook krijg je een goed beeld van het literaire klimaat tijdens het interbellum. De hele literaire scene van de twintigste eeuw komt voorbij, want deze bestond uit vrienden of vijanden van Slauerhoff. Bekende namen zoals Du Perron, Ter Braak, Vestdijk en Holst veranderen in mensen van vlees en bloed.

Magische terzijdes en intrigerende conclusies

Hazeu voegt ook zijpaden toe die tonen hoe grondig hij onderzoek verrichte naar Slauerhoff en alles wat met hem in verband te brengen is. Zo bevat de biografie een omschrijving van een roman die de Belgische schrijver George Simenon in Slauerhoffs sterfjaar publiceerde. De roman beschrijft het leven van een scheepsarts die sterk de gestalte van Slauerhoff oproept. ‘De kans, hoe klein ook, is aanwezig dat Simenon verhalen over Slauerhoff heeft gehoord van bijvoorbeeld de schrijver Hellens. ’t Is niet meer dan een gedachte, een terzijde tussen haakjes,’ eindigt Hazeu de alinea. Juist deze intrigerende verbanden geven nog meer kleur aan het beeld dat je als lezer krijgt van Slauerhoff en de tijd waarin hij en zijn collega-schrijvers leefden. Ook blijft de biografie niet beschrijvend, maar verbindt Hazeu mooie conclusies aan Slauerhoffs beslissingen en brieven. ‘Slauerhoffs reactie op zijn ziekte was niet rusten maar haasten’, schrijft Hazeu. ‘Alsof hij aanvoelde dat hij niet lang de tijd had.’

Gedichten en biografie

Naast stukken uit brieven bevat de biografie ook veel citaten uit Slauerhoffs gedichten. Schrijft Hazeu over Slauerhoffs verblijf op Vlieland of over één van zijn verliefdheden, dan volgt er een gedicht over deze plaats of vrouw. Het effect hiervan is dat de sterk autobiografische gedichten meer betekenis krijgen. Je ziet wat de aanleiding vormde voor een gedicht en hoe mooi Slauerhoff zijn visie en gevoelens in een gedicht weet te vatten.

Of je dol bent op Slauerhoffs gedichten of niet, zijn zwervende, omstreden leven blijft achthonderd pagina’s lang boeiend, mede door Hazeu’s rijke schrijfstijl. Door zijn wat formele, bijna ouderwetse en toch poëtische manier van schrijven, gaat Hazeu’s taalgebruik moeiteloos over in de toon van Slauerhoffs brieven. Bovendien staat de biografie bol van interessante details over het rusteloze en tragische leven van één van de belangrijkste Nederlandse dichters.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Subtiele spanning in veelzijdige roman

recensie: Bodo Kirchhoff - Wedervaring

De Duitser Bodo Kirchhoff (1948) is een meermaals bekroond schrijver – nu ook voor Wedervaring – van wie voor het eerst een roman in onze taal is verschenen. Is dit pas de eerste die de moeite waard is?

Wedervaring is een type roman dat alleen door een wat oudere auteur geschreven kan zijn. Het verhaal geeft blijk van stevig ingewortelde levenservaring en een gezonde afkeer van moderniteiten. Maar qua schrijfstijl is het Kirchhoff gelukt met zijn tijd mee te gaan. Zijn biografie verraadt dat hij een en ander gemeen zal hebben met hoofdpersonage Reither, voormalig uitgever die zich veel moeite heeft moeten getroosten om van ingestuurde manuscripten nog een enigszins leesbaar boek te maken.

Zonsopgang om de hoek

Het tweede hoofdpersonage, al ligt bij haar niet het verhaalperspectief, is Leonie Palm. Zij meldt zich aarzelend bij pensionado Reither in diens pas betrokken appartement en blijkt de schrijfster van Wedervaring, dat zij bij Reither op tafel ziet liggen. Na middernacht besluiten ze de auto te pakken voor een zonsopgang in de nabije bergen. Maar… ze rijden door tot op Sicilië.

De geleidelijke toenadering tussen de twee in het gemotoriseerde Kammerspiel wordt tamelijk minutieus en spannend beschreven. Op Sicilië pikken ze een meisje op uit een vluchtelingenmilieu en de vraag hoe die ‘adoptie’ afloopt roept spanning op. Vluchtelingen vormen ook verder een indringend motief, ook al omdat de hoofdpersonages zelf als ‘vluchtelingen’ te zien zijn, zich verwijderend van vroegere (nood)lotgevallen en op zoek nog naar liefdeskansen, al is beider vertrouwen daarin niet optimaal meer.

Im Frage

Spannend is ook hoe de hoofdpersonen in Wedervaring zich geleidelijk iets meer blootgeven. Spraakwatervallen zijn ze niet, vooral omdat ze zich er niet met voorspelbaar gepraat van af willen maken. Vooral de beroepshalve taalkritische Reither staat vaak stil bij beider taalgebruik. Wat is er verkeerd of vreemd aan, wat gaat erachter verborgen? De voortgang van het verhaal wordt door deze surplace net niet gehinderd. Wél enigszins door de beschrijvende passages in deze roadnovel. Ook het opsteken van sigaretten vergt heel wat zinnen. Toch verrassen de meeste beschrijvingen genoeg door originele details.

Spanning wordt ook opgeroepen door het ontbreken van aanhalingstekens voor de directe rede. Waakzaam moet je in de gaten houden wie iets zegt en waar dat stopt. Dat betrekt je des te sterker bij de dialoog. Boeiend is ook hoe in flashbacks een en ander over Reither ontvouwd wordt en wat autobiografisch is aan Wedervaring van Leonie Palm. Tot slot word je na enerverende gebeurtenissen getrakteerd op een doodgemoedereerd open einde.

Veelzijdig

Grappig is dat het woord ‘wedervaring’ in het Duits bestaat (Widerfahrnis) en niet in het Nederlands. Wél het werkwoord: wedervaren. De titel zinspeelt op de gezamenlijk ondernomen autorit. Het begrip staat voor wat je luchtigjes zoal overkomt, maar is voor Leonie Palm een eufemisme voor de narigheid die ze heeft moeten doorstaan. Daarover gaat haar boek. Veelzeggend is dat de titel Wedervaring haar verhaal insluit en daarmee ook zinspeelt op de wederkerigheid tussen Reither en Palm.

Het verhaal zelf én de gelaagde betekenis ervan geven de roman een rijke veelzijdigheid. De vertaling werkt goed mee.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Een radicaal onzeker meesterwerk

recensie: Louis Paul Boon - De Kapellekensbaan

In de Perpetuareeks verschijnen de grootste werken uit de wereldliteratuur. Volstrekt logisch, dus, dat dit jaar Louis Paul Boons De Kapellekensbaan werd opgenomen.

De Kapellekensbaan (1953) is het eerste deel van een tweeluik, waarvan het drie jaar later verschenen Zomer te Ter-Muren het tweede deel vormt. Louis Paul Boon (1912–1979) wilde niets minder dan de naoorlogse wereld in taal vangen, zoals Kris Humbeeck in zijn nawoord bij deze editie schrijft. Daarbij moeten we vaststellen dat ‘dat belachelijk ambitieuze project niet totaal is mislukt.’ Dat is inderdaad opmerkelijk.

In het schrijven ontstaat het verhaal

Wat wel tot mislukken gedoemd is, is een overzicht van de plot van deze breed uitwaaierende en diep gravende roman te geven. De Kapellekensbaan bestaat uit drie lagen. Ten eerste is daar het hedendaagse verhaal van een Boon-achtige figuur die een roman over het negentiende-eeuwse meisje Ondineke schrijft, dat als roman-in-roman is opgenomen. De laatste lijn bestaat uit verhalen over de Vos Reynaerde, geschreven door een kennis van de hoofdpersoon van de eerste laag.

In het schrijven ontstaat het verhaal. Er hangt een radicale onzekerheid over het verhaal van Ondineke, en ook de gesprekken die ‘Boontje’, de verteller, met vrienden en kennissen voert, lijken zich telkens in het moment te ontvouwen. Anno 1953 bestaan geen grote idealen meer: die zijn in de Tweede Wereldoorlog ten onder gegaan. Zodoende opent zich een vertelwereld die filosofisch gezien nog het dichtst bij Hermans’ sadistische, nihilistische universum ligt. Boons werk lijkt ook met eenzelfde kracht en snelheid op papier gegooid als Willem Otterspeer opmerkte over Hermans: zonder filter, zonder al te veel redactie. Qua stijl is deze roman echter anders, zelfs uniek.

Overgave

Het eerste hoofdstuk opent namelijk zo: ‘Ge ziet van uit uw open zolderraam hoe het niemandsbos in het rood wordt geverfd door de zakkende zon, en hoort hoe het droefgeestig schaap van mossieu colson van tminnesterie nog een laatste keer blaat vooraleer het achter de knarsende staldeur verdwijnt:’, en na die dubbele punt gaat de zin nog even verder. Gelijk schuift ‘Boontje’ de standaardtaal hier deels opzij, gelijk zitten we in een geheel eigen wereld, een universum waarin de taal opgerekt wordt om de chaos te kunnen representeren.

Het moge duidelijk zijn dat De Kapellekensbaan niet de meest makkelijke roman is om te lezen. Zeker voor de Nederlandse lezer zal het zestig jaar oude Vlaams niet het meest makkelijk zijn – maar laat je daar niet door afschrikken. De Kapellekensbaan vraagt om overgave aan deze overdonderende leeservaring. Laat je meevoeren op de stroom van woorden en beelden – en daarna snel door naar Zomer te Ter-Muren.

Reageer op dit artikel

Olsthoorn Vanderwilt, collectie 2018. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Olsthoorn Vanderwilt
Kunst / Expo binnenland

Eindelijk! Vrouwelijke Ontwerpers in de Schijnwerpers

recensie: Recensie: Femmes Fatales. Sterke vrouwen in de mode
Olsthoorn Vanderwilt, collectie 2018. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Olsthoorn Vanderwilt

Vrouwen lijken altijd een strijd te moeten leveren om erkend te worden. Dit geldt in politiek en economisch opzicht, in de beeldende kunst en ook op modegebied. Deze tentoonstelling neemt ons mee in de tijd en laat de ontwikkelingen in de mode zien vanaf de achttiende eeuw tot heden. En let wel! Natuurlijk komen er alleen vrouwelijke ontwerpers aan bod.

Van bekende tot minder bekende ontwerpsters; van onmogelijke hoepelrokken tot vrijetijdskleding; van protest- tot extreme kleding en ware kunstwerken. Het is allemaal te zien. Het Gemeentemuseum in Den Haag heeft alles uit de kast gehaald om ons te laten genieten.

Coco Chanel, 1935 Foto Man Ray. Man Ray Trust ADAGP Pictoright Amsterdam 2018 Gemeentemuseum Den Haag

Coco Chanel, 1935 Foto Man Ray. Man Ray Trust ADAGP Pictoright Amsterdam 2018 Gemeentemuseum Den Haag

De Suffragettebeweging

De Suffragettes (1903) was de eerste Engelse vrouwenbeweging, die streden voor vrouwenkiesrecht. Dit was echter niet het enige dat zij bereikten. Vrouwen gingen ook op andere gebieden meer nadenken over hun rol. De vrouwen in de achttiende eeuw hadden nauwelijks bewegingsvrijheid in hun hoepelrokken. De Suffragettes droegen zogenoemde reformkleding, rechte en eenvoudige jurken met nauwelijks versiering. Deze kleding gaf vrouwen veel meer bewegingsvrijheid. Waarschijnlijk werd Coco Gabrielle Chanel (1883-1971) door deze kleding geïnspireerd. Zij ontwierp meer casual kleding en gebruikte soepele stoffen als jersey.

Het Interbellum 1918-1939

In diezelfde periode koos Jeanne Lanvin in tegenstelling tot Chanel een ander pad; zij ontwierp onder anderen schitterende baljurken en Japanse kimono’s met borduursels, kralen, pailletten en parels. Ook Elsa Schiaparelli ontwierp vernieuwende mode, zoals pakken met brede schouders, jumpsuits, wikkeljurken en gebruik van ritsen. Ieder succesvol modehuis had zo zijn eigen specialiteit. Na de Tweede Wereldoorlog werd de vrouwenmode weer traditioneler. Het was weer de mannelijke ontwerper die de toon zette. Bewegingsvrijheid was niet het belangrijkste aspect van hun ontwerpen.

Stella McCartney. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Stella McCartney

Stella McCartney. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Stella McCartney

Ontwikkelingen sinds de jaren zestig

De tweede en derde feministische golf eiste in de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig gelijkheid tussen mannen en vrouwen op allerlei gebied. Dit uitte zich ook in de kleding.

Mary Quant opende in 1955 in Londen de eerste winkel met minirokjes. Agnès Troublé (b) kwam halverwege de jaren zeventig met werkkleding met een androgyn karakter. Katherine Hamnett (1947) en Vivienne Westwood (1941) zetten zich in voor een beter milieu en een duurzame mode-industrie. In de jaren tachtig kwam Donna Karan met ‘fit for the job’ op een mannelijke manier. In 1985 introduceerde zij de ‘seven easy pieces’, een minigarderobe van jersey met als basis een zwarte body stocking.

Veel van de trends uit het verleden verschijnen in een ‘nieuw jasje’ opnieuw. Stella McCartney lanceert in 2001 de eco-mode. Zij is de eerste ontwerpsters die duurzaamheid succesvol onder de aandacht brengt. De # Metoo-beweging wordt in 2017 geïntroduceerd in de kledingwinkels van Diane van Fürstenberg in New York. Iris van Herpen pioniert sinds 2010 als eerste met 3D-printtechnieken, waarmee zij de meest ongelooflijke creaties ontwerpt.

Iris van Herpen, Wilderness Embodied Courtesy Iris van Herpen. Foto Petrovsky & Ramone for Gemeentemuseum Den Haag

Iris van Herpen, Wilderness Embodied Courtesy Iris van Herpen. Foto Petrovsky & Ramone for Gemeentemuseum Den Haag

Een Feestje

De tentoonstelling laat zien wat vrouwelijke modeontwerpers hebben bereikt. Dat gebeurt door middel van beeld, geluid en natuurlijk mode. Meer dan mannelijke ontwerpers gebruiken vrouwelijke ontwerpers hun werk om een statement te maken. Ondanks de wauw- en oh-effecten is van de getoonde mode niet alles draagbaar (Comme les Garçons) voor de gewone vrouw. Ten eerste is het niet te betalen en ten tweede kan niet ieder vrouw gekleed worden als een fatale vrouw.

De Griekse ontwerpster Mary Katrantzou zei in een interview het volgende: “[…] Ik denk dat je door mode je humeur kunt verbeteren. Maar ik denk dat een femme fatale een bepaald soort vrouw is, dus, denk ik, je moet er een zijn en dan doen de kleren gewoon het werk om dat te bevorderen. Niet iedere vrouw kan een femme fatale zijn.” En zo is het maar net.

Mary Katrantzou, collectie zomer 2018. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Mary Katrantzou

Mary Katrantzou, collectie zomer 2018. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Mary Katrantzou

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

BREAKING FAKE NEWS zegt weinig over fake news

recensie: George en Eran Producties - BREAKING FAKE NEWS

Niet slecht gekapte demagogen of Russische trollen, maar nieuwsorganisaties zelf worden in BREAKING FAKE NEWS als bron van nepnieuws voorgesteld. En dat is best opmerkelijk.

Ineens was die term er; in zijn helderheid zo sterk en gevat dat het gelijk in ons collectief bewustzijn gegrift stond, alsof het daar altijd al geweest was: fake news. Als Trump al niet de uitvinder van de term is, dan is hij zeker de man die hem gepopulariseerd heeft, met zijn veelvuldige nepnieuwsbeschuldigingen richting gevestigde mediabedrijven als CNN en The New York Times.

Ondertussen neemt in Nederland minister Ollongren maatregelen tegen de Russische president Poetin en zijn trollenleger, die door middel van nepnieuwsaanvallen zouden proberen onze democratie te ondermijnen. Zo blijkt nepnieuws zowel een reëel gevaar als een effectief woord om onwelgevallige media in diskrediet te brengen. En bovenal een woord dat ontegenzeggelijk bij deze tijd hoort.

De waarheid is de inzet van de voorstelling

Een prima uitgangspunt voor geëngageerd theater dus. In BREAKING FAKE NEWS van George & Eran Producties (bekend van onder meer George en Eran worden racisten) en geschreven door Johan Fretz, is de waarheid de inzet van de voorstelling. We bevinden ons in de studio van het actualiteitenprogramma Nieuwsdag. Het bericht komt binnen dat er een vliegtuig gekaapt is met aan boord niemand minder dan Mark Rutte: alle hens aan dek voor Meral Polat en Eran Ben-Michaël in de rol van respectievelijk presentator en eindredacteur. Want wie zitten er achter de aanslag? En wat is het motief? Nieuws en duiding moeten zo snel mogelijk geleverd worden, voordat de concurrent het doet. Ben-Michaël in de personage van de eindredacteur blijkt een cynische televisiemaker te zijn die wordt gedreven door sensatie en kijkcijfers. In de jacht naar primeurs onthult hij overhaast de ‘identiteit’ van de dader, wat al vrij snel de verkeerde naam zal blijken te zijn.

BREAKING FAKE NEWS is een vlotte voorstelling. Het duo Polat en Ben-Michaël spelen met veel energie en zijn goed op elkaar ingespeeld. Dat levert een voorstelling op die zeker weet te vermaken, maar toch geeft de insteek van BREAKING FAKE NEWS ook te denken. Wie denkt dat de voorstelling een inkijkje geeft in hoe het er aan toe gaat op de redacties van journalistieke programma’s, zal daar behoorlijk cynisch van worden, zo makkelijk als er met de waarheid wordt omgesprongen. Daarom is het goed om te bedenken: BREAKING FAKE NEWS geeft geen realistisch kijkje achter de schermen. Daarvoor worden journalistieke principes te achteloos overboord gegooid en zijn de gehanteerde redenaties die tot waarheidsvinding moeten leiden, te stompzinnig. Daardoor is Nieuwsdag vooral een karikatuur van een journalistiek programma. En juist daardoor kan het niets scherps of pijnlijks zeggen over het onderwerp: nieuwsmedia.

Cynisme over de journalistiek

Nog opmerkelijker: BREAKING FAKE NEWS gaat geheel voorbij aan de duistere realiteit van een slecht gekapte demagoog die het volk opzet tegen nieuwsmedia die hem niet aanstaan, of de trollen van Poetin die nepnieuws verspreiden. Daarentegen worden nieuwsbedrijven zelf als een bron van nepnieuws voorgesteld. En dat op een wijze die verder weinig met de realiteit van doen heeft maar wel voeding kan geven aan cynisme over de journalistieke stand van het land.

Zo nu en dan wordt het onderwerp breder getrokken en gaat het niet zozeer om nepnieuws, als wel de waarheid in het algemeen. Dat gebeurt wanneer Polat en Ben-Michaël op verschillende momenten uit hun rol als televisiemakers stappen en elkaar en het publiek bevragen over de waarheid. Lieg jij wel eens? En is dat gordijn nu zwart of groen? Is niet alles een kwestie van interpretatie? Het probleem met dergelijke vragen over de aard van de werkelijkheid is dat het gelijk nogal grote vragen zijn die zich moeilijk laten beantwoorden. In BREAKING FAKE NEWS worden de vragen dan ook gesteld, maar ontbreekt het aan een bevredigende uitwerking.

Reageer op dit artikel

Liz Magic Laser, The Thought Leader, 2015
Kunst / Expo binnenland

Op je sokken door het museum

recensie: Een Ontembare Kracht: Het kind als inspiratiebron voor CoBrA en kunst van nu
Liz Magic Laser, The Thought Leader, 2015

CoBrA-kunst wordt soms wat kort door de bocht omschreven als zijnde ‘kindertekeningen’. Dat is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want kinderen inspireerden de CoBrA-kunstenaars in sterke mate. ‘Een Ontembare Kracht’ werpt een verfrissende en eigentijdse blik op deze inspiratiebron.

Op zoek naar een nieuw begin raakten CoBrA-kunstenaars begin jaren ’50 gefascineerd door kinderen en hun open blik, spontaniteit, onbevangenheid en fantasierijke belevingswereld. Dit uitte zich in een kunst van karakteristieke simpele vormen en gekras zoals op kindertekeningen.

Karel Appel, Spelende kinderen, 1948, Collectie Cobra Museum © Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2018

Karel Appel, Spelende kinderen, 1948, Collectie Cobra Museum
© Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2018

 

In het werk van CoBrA-coryfeeën zoals Karel Appel, Constant, Corneille en Lucebert is die beeldtaal onmiskenbaar aanwezig. Als een slingerende omlijsting beweegt de CoBrA-kunst zich langs de buitenste wanden van de tentoonstellingsruimte. Ze zijn van context voorzien middels informatieve video’s, tijdschriften en andersoortig documentatiemateriaal met vermakelijke feitjes. Zo beschouwde CoBrA-kunstenaar Asger Jorn de uitgestoken tong bijvoorbeeld als teken van verzet. De CoBrA-kunstenaars toonden hun werk soms zij aan zij met kindertekeningen – een voorbeeld dat door de curator op geslaagde wijze is opgevolgd.

Spontaniteit genuanceerd

De tentoonstelling ‘Een Ontembare Kracht’ slaat ook een brug naar het nu: CoBrA-kunst treedt in dialoog met hedendaagse kunstwerken waarin het kind een rol speelt. Een belangrijk gegeven daarin is dat de veronderstelde ‘spontane’ creativiteit van kinderen in de afgelopen decennia meer genuanceerd is geraakt. In de tijd van CoBrA stond de kennis hierover zogezegd nog in de kinderschoenen. Tegenwoordig wordt ook de invloed van de omgeving hierin meegenomen, bijvoorbeeld het onderwijs en de cultuur waarin je opgroeit. De visie die de huidige tentoonstelling geeft op de vrije, creatieve expressie van het kind is dientengevolge wat kritischer van aard.

Kleine volwassenen

Die kritische noot is met name te vinden in hedendaagse videowerken, waarin het onbevangen kind-zijn centraal én ter discussie staat. Liz Magic Laser’s The Thought Leader (2015) – inclusief de al dan niet bewuste verwijzing naar de opstandige tong van Jorn – toont een elfjarige die als charismatische spreker volwassenen toespreekt. Eigenlijk citeert hij uit een pessimistisch boek, maar zijn onwetende publiek is duidelijk in de war.

Priscila Fernandes, For a better world, still from video, 2012

Priscila Fernandes, For a better world, still from video, 2012

 

Ook het jonge kunstschaats duo in Magic Laser’s video Kiss and Cry (2015) oogt als twee kleine volwassenen, met alleen nog tijd om te trainen. De video For A Better World van Priscilla Fernandes (2012) toont een pretpark waar kinderen ‘spelenderwijs’ beroepen oefenen. Eigenlijk lijken alleen Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, en Dzoel-kifl uit Joost Conijn’s gelijknamige video (2004) zich nog te wagen aan authentiek, fantasierijk kinderspel.

Voor alle leeftijden

Veel van de eerdergenoemde, meer ‘serieuze’ videowerken zijn gehuisvest in knusse tentjes, vol knuffels en spelletjes zoals Pim-Pam-Pet. Daarnaast mag er ook met de kunst zelf gespeeld worden. Zo is er de speciaal voor de tentoonstelling gemaakte ‘muur’ van Nicolás Paris (a small world or a place between an insect and an adult, 2018). Ook de bordspellen met ruimte voor fantasie van Maze de Boer (PLAY, 2014) en het experimentele blokkenspel ontworpen door Stéphanie Marin (Play YET!, 2014) nodigen uit om mee aan de slag te gaan.

Joost Conijn, Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, Dzoel-kifl, 2004

Joost Conijn, Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa, Dzoel-kifl, 2004

Het wordt daarom ook harte aangemoedigd om de tentoonstelling op kousenvoeten te bezoeken. Daarnaast zijn veel kunstwerken dusdanig laag opgehangen dat de gemiddelde volwassene door de knieën moet, en kan de kleine mens gebruikmaken van opstapjes bij hoge vitrines.

Transformaties

De focus op het kind creëert een interessante dialoog, waarin verschuivende perspectieven op speelse wijze zichtbaar worden gemaakt. Het wordt duidelijk dat de kennis over de kinderlijke ontwikkeling in de afgelopen ruime halve eeuw een enorme vlucht heeft genomen. Tegelijkertijd lijkt ook een vorm van achteruitgang te worden aangekaart.

Dat contrast tekent zich vooral af in de eigentijdse waarden. In de huidige maatschappij lijkt het kind steeds vroeger te transformeren tot een kleine volwassene. Er is weinig ruimte voor doelloos, spelenderwijs aanrommelen. ‘Een Ontembare Kracht’ lijkt die grens tussen kind en volwassen op te zoeken, te vervagen en te overtreden. En dat is bijzonder verfrissend.

Reageer op dit artikel

Greta van Fleet live @ 013
Muziek / Concert

Flower power leeft!

recensie: Rocksensatie Greta van Fleet in 013, Tilburg
Greta van Fleet live @ 013

Als een geteleporteerde band uit de jaren ’70 weet deze jonge band iets unieks voor elkaar te krijgen. Een samensmelting van jong en oud publiek dat bewonderend toekijkt naar de wilde, uitverkochte optredens inclusief podiumgedrag wat hint naar grootheden uit de rockmuziek. De hype lijkt compleet, maar piekt Greta van Fleet niet te vroeg?

Als vage schimmen verschijnen de heren van Greta van Fleet op het podium met een verkorte versie van ‘Brave New World’. Gelijk na deze inleiding volgt het intro van ‘Highway Tune’ en knalt leadzanger Josh met een lange, rauwe schreeuw het nummer in. De overige Kiszka-broers en drummer Danny draaien het volume helemaal open, ver voorbij standje tien. Een krachtige opening wat de toon voor de rest van het optreden zet.

Gitaarsolo Jonge, oude jochies

Naast een identiek geluid aan dat van jaren ’70 rockbands, zien de bandleden er ook uit of ze uit dat tijdperk komen. Bodywarmers, strakke broeken, blote borstkassen… Nog maar te zwijgen over het podiumgedrag. Zo wordt het spelen van de gitaar op de rug niet over geslagen. Op de setlist van Greta van Fleet staan slechts 11 nummers waarmee de band bijna anderhalf uur weet te vullen. Niet zo gek, aangezien de coda’s zowat twee keer zo lang zijn als de rest van het nummer. De outro’s van de liedjes staan vol in het teken van veel te lange gitaarsolo’s die geen einde noch hoogtepunt kennen. De bluesladder wordt elke keer over de gehele gitaarhals compleet uitgebuit. Greta van Fleet weet wel te imponeren door een herkenbaar geluid van de oude rockgroove neer te zetten.

Dat kan helaas niet gezegd worden van het voorprogramma door Goodbye June. De leadgitarist speelt als het ware solo’s die een heel nummer duren en een melodisch duel aangaan met de leadzanger. Daarbij eist de gitarist zowel visueel als auditief veel aandacht op, wat de vraag oproept of er problemen zijn met de uitversterking en balans, of dat de leadgitarist wellicht te veel in de spotlights wilde staan. Opvallend is ook dat de kwaliteit van het optreden aanzienlijk verschilt ten opzichte van het studiomateriaal. Iets wat het ruwe geluid van de zangstem en gebrek aan muzikale variatie in het geluid van de band niet ten goede komt.

Memorabilia

Wat tussen de nummers door opvalt, is dat Josh met een andere stem praat dan dat hij zingt. De klank van zijn zangstem is veel ruiger. Bij vlagen klinkt het zelfs alsof hij zijn stem enorm forceert. Hierbij kun je afvragen hoe lang hij dit nog gaat volhouden. De band is ondanks dat ongetwijfeld een bezoek waard, zeker nu de jongens nog zo jong en heet zijn.

Kiszka Power

De jaren zullen uitwijzen of ze deze sound vast kunnen houden, terwijl ze zich als muzikanten verder ontwikkelen. Voor de echte rockliefhebber is het haast een tijdreis om toch een stukje memorabilia te beleven. Waarom wordt zulke muziek tegenwoordig niet vaker geproduceerd? Of meer van deze bands ontdekt, wat dat betreft.

Live te bewonderen:
27 februari 2019, AFAS Live, Amsterdam
28 februari 2019, Lotto Arena, Antwerpen

Bandleden:
Josh Kiszka (Zang)
Jake Kiszka (Gitaar)
Sam Kiszka (Bas)
Danny Wagner (Drums)

Reageer op dit artikel