Berichten

Boeken / Boeken / Boeken / Non-fictie
recensie: Volker Ullrich - Adolf Hitler: De jaren van ondergang 1939-1945

Führer hield het volk tot het einde in zijn ban

‘Als ooit een mens door successen is gegroeid, maar ook de gave bezat door successen te groeien, dan is het Hitler. De triomfzuil van het geluk verhief zich samen met hem, scherpte zijn blik en de draagwijdte van zijn stem. Pas met zijn successen heeft hij zich als persoonlijkheid ten volle ontplooid.’ Dit schreef Konrad Heiden al in 1937 over Hitler.

Hitler geldt als de belichaming van het kwaad en blijft daarom fascineren. De Duitse historicus Volker Ullrich (1943) komt in het tweede deel van zijn uitmuntend geschreven, maar door kleine zetfoutjes ontsierde biografie Adolf Hitler. De jaren van ondergang 1939-1945 met een aantal ontstellende conclusies.

Daderschap

Zo was de kring van daders van de Holocaust nóg groter dan tot nu toe werd aangenomen. Ullrich komt tot 200.000-250.000 Duitse en Oostenrijkse daders en miljoenen mensen die profijt hadden van de massamoord. Ook Ullrich heeft geen schriftelijk bevel van Hitler gevonden, dat als een soort startschot van het vernietigingsproces gefungeerd zou hebben.

De Jodenvervolging kreeg vorm door een ingewikkelde wisselwerking tussen het centrum in Berlijn en de in de periferie van de bezette gebieden opererende eenheden van de SS, de politie én de Wehrmacht. Ullrich stelt dat de Wehrmacht achter de frontlinie actief met de Einsatzgruppen samenwerkte. De naoorlogse mythe ‘wir haben es nicht gewusst’ was onzin. Iedereen in Duitsland wist van de Jodenvervolging.

Führerbindung

Ullrich reconstrueert nauwgezet Hitlers aandeel in de Endlösung. Steeds laat de auteur zien wanneer, hoe en met welk resultaat Hitler ingreep om het proces te versnellen. In die opzet is Ullrich zonder meer geslaagd. De Duitse historicus Peter Longerich noemde in zijn biografie Hitler (2015) de ongekende machtsmiddelen en handelingsvrijheid van de Führer dé beslissende factoren voor de Holocaust. Ullrich heeft meer oog voor zijn persoonlijkheid en het perspectief van de maatschappelijke geschiedenis van het Derde Rijk. Zonder die achtergrond is de steun voor de dictator niet te begrijpen.

Hitler was een hysterische man zonder empathisch vermogen. Met uitpuilende ogen en het schuim op de lippen kon hij generaals uitkafferen, terwijl zijn stemming enkele seconden later als een blad in de wind kon omslaan. Op de buitenwereld kwam deze borderline-achtige figuur, die altijd precies wist wat hij deed, gek genoeg bijzonder charismatisch over.

Tussen het volk en de leider ontstond een schier onverbrekelijke ‘Führerbindung’. Economische en militaire successen werden aan Hitler toegeschreven, terwijl tegenslagen op het bordje van zijn kliek terechtkwamen. Hitler was de ster aan het firmament om wie alles draaide. Voortdurend wedijverden zijn paladijnen om zijn gunst. Mondeling gegeven ‘Führerbevelen’ werden steevast op de radicaalste wijze geïnterpreteerd en uitgewerkt. Kershaw noemde dat de Führer ‘tegemoet werken’.

Eerste soldaat

Met het trauma van 1918 in zijn achterhoofd, koos Hitler in 1939 voor een vervroegde veroveringsoorlog. Daarbij hanteerde hij telkens een ‘va-banque strategie’. Als een volleerd acteur speelde Hitler verschillende rollen. Na de overwinning op Polen in oktober 1939 volgde een glorieuze intocht. Het ontbijt dat legerleider op het vliegveld had geregeld, weigerde Hitler. ‘Ik eet alleen uit de veldkeuken, staand met mijn soldaten.’

Door de razendsnelle verovering van West-Europa groeide Hitler in zijn rol als militair genie. Historici omschreven Hitler nadien als een dilettant. Destijds waren militairen oprecht onder de indruk van zijn omvangrijke feitenkennis en zijn vermogen om in grotere verbanden te denken.

Het besluit om Brauchitsch te ontslaan en zelf opperbevelhebber te worden was echter een kapitale blunder. Evenals Hitlers idee om een twee-frontenoorlog te riskeren door de Sovjet-Unie aan te vallen alleen om zo Engeland aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarmee onderschatte Hitler volledig de bereidheid van Churchill om alleen de strijd voort te zetten.

Medeplichtig

De vraag waarom de Duitsers de oorlog zo lang vol wisten te houden blijft actueel. Een uitspraak van Hitler uit januari 1940 naar aanleiding van de in Polen begaande misdaden spreekt boekdelen: ‘En hebben we gewonnen, wie vraagt ons dan nog naar de methode. We hebben hoe dan ook al zoveel op ons kerfstok dat we wel moeten winnen, want anders wordt ons hele volk uitgewist.’

Nadat het Duitse offensief in december 1941 voor de buitenwijken van Moskou vastliep, was een kans op een eindzege verkeken. Hitler wist dit als geen ander. Toch hield hij naar buiten toe de schijn van optimisme op. Met het uitroeien van de Joden maakten de nazi’s de Duitse bevolking medeplichtig en werden de laatste schepen verbrand. Volgens Ullrich is het definitieve besluit daartoe ergens halverwege december 1941 genomen.

Frederik de Grote

Na het keren van de oorlogskansen verdween Hitler uit de openbaarheid. Tot ongenoegen van zijn grootste fan, minister van Propaganda Goebbels. Hitler takelde lichamelijk razendsnel af. Niet door zijn vermeende drugsgebruik, zoals Norman Ohler onlangs betoogde. Voortdurende stress en gebrek aan zonlicht door het maandenlange verblijf in zijn ondergrondse ‘grafkamer’, deden de dictator de das om.

Begin 1945 speelde Hitler in de bunker zijn laatste hoofdrol: die van Frederik de Grote. Hij hoopte op net zo’n wonderbaarlijke omslag als in 1762, toen Pruisen door de plotselinge dood van tsarina Elisabeth werd gered. Hitler hield het geloof in een Houdini-achtige ontsnapping levend, terwijl hij heimelijk allang de moed had opgegeven. Zo kreeg het Derde Rijk de Götterdammerung die in een opera van zijn held Wagner niet zou hebben misstaan.

Reageer op dit artikel

Boeken / Boeken / Boeken / Non-fictie
recensie: Volker Ullrich - Adolf Hitler: De jaren van ondergang 1939-1945

Führer hield het volk tot het einde in zijn ban

‘Als ooit een mens door successen is gegroeid, maar ook de gave bezat door successen te groeien, dan is het Hitler. De triomfzuil van het geluk verhief zich samen met hem, scherpte zijn blik en de draagwijdte van zijn stem. Pas met zijn successen heeft hij zich als persoonlijkheid ten volle ontplooid.’ Dit schreef Konrad Heiden al in 1937 over Hitler.

Hitler geldt als de belichaming van het kwaad en blijft daarom fascineren. De Duitse historicus Volker Ullrich (1943) komt in het tweede deel van zijn uitmuntend geschreven, maar door kleine zetfoutjes ontsierde biografie Adolf Hitler. De jaren van ondergang 1939-1945 met een aantal ontstellende conclusies.

Daderschap

Zo was de kring van daders van de Holocaust nóg groter dan tot nu toe werd aangenomen. Ullrich komt tot 200.000-250.000 Duitse en Oostenrijkse daders en miljoenen mensen die profijt hadden van de massamoord. Ook Ullrich heeft geen schriftelijk bevel van Hitler gevonden, dat als een soort startschot van het vernietigingsproces gefungeerd zou hebben.

De Jodenvervolging kreeg vorm door een ingewikkelde wisselwerking tussen het centrum in Berlijn en de in de periferie van de bezette gebieden opererende eenheden van de SS, de politie én de Wehrmacht. Ullrich stelt dat de Wehrmacht achter de frontlinie actief met de Einsatzgruppen samenwerkte. De naoorlogse mythe ‘wir haben es nicht gewusst’ was onzin. Iedereen in Duitsland wist van de Jodenvervolging.

Führerbindung

Ullrich reconstrueert nauwgezet Hitlers aandeel in de Endlösung. Steeds laat de auteur zien wanneer, hoe en met welk resultaat Hitler ingreep om het proces te versnellen. In die opzet is Ullrich zonder meer geslaagd. De Duitse historicus Peter Longerich noemde in zijn biografie Hitler (2015) de ongekende machtsmiddelen en handelingsvrijheid van de Führer dé beslissende factoren voor de Holocaust. Ullrich heeft meer oog voor zijn persoonlijkheid en het perspectief van de maatschappelijke geschiedenis van het Derde Rijk. Zonder die achtergrond is de steun voor de dictator niet te begrijpen.

Hitler was een hysterische man zonder empathisch vermogen. Met uitpuilende ogen en het schuim op de lippen kon hij generaals uitkafferen, terwijl zijn stemming enkele seconden later als een blad in de wind kon omslaan. Op de buitenwereld kwam deze borderline-achtige figuur, die altijd precies wist wat hij deed, gek genoeg bijzonder charismatisch over.

Tussen het volk en de leider ontstond een schier onverbrekelijke ‘Führerbindung’. Economische en militaire successen werden aan Hitler toegeschreven, terwijl tegenslagen op het bordje van zijn kliek terechtkwamen. Hitler was de ster aan het firmament om wie alles draaide. Voortdurend wedijverden zijn paladijnen om zijn gunst. Mondeling gegeven ‘Führerbevelen’ werden steevast op de radicaalste wijze geïnterpreteerd en uitgewerkt. Kershaw noemde dat de Führer ‘tegemoet werken’.

Eerste soldaat

Met het trauma van 1918 in zijn achterhoofd, koos Hitler in 1939 voor een vervroegde veroveringsoorlog. Daarbij hanteerde hij telkens een ‘va-banque strategie’. Als een volleerd acteur speelde Hitler verschillende rollen. Na de overwinning op Polen in oktober 1939 volgde een glorieuze intocht. Het ontbijt dat legerleider op het vliegveld had geregeld, weigerde Hitler. ‘Ik eet alleen uit de veldkeuken, staand met mijn soldaten.’

Door de razendsnelle verovering van West-Europa groeide Hitler in zijn rol als militair genie. Historici omschreven Hitler nadien als een dilettant. Destijds waren militairen oprecht onder de indruk van zijn omvangrijke feitenkennis en zijn vermogen om in grotere verbanden te denken.

Het besluit om Brauchitsch te ontslaan en zelf opperbevelhebber te worden was echter een kapitale blunder. Evenals Hitlers idee om een twee-frontenoorlog te riskeren door de Sovjet-Unie aan te vallen alleen om zo Engeland aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarmee onderschatte Hitler volledig de bereidheid van Churchill om alleen de strijd voort te zetten.

Medeplichtig

De vraag waarom de Duitsers de oorlog zo lang vol wisten te houden blijft actueel. Een uitspraak van Hitler uit januari 1940 naar aanleiding van de in Polen begaande misdaden spreekt boekdelen: ‘En hebben we gewonnen, wie vraagt ons dan nog naar de methode. We hebben hoe dan ook al zoveel op ons kerfstok dat we wel moeten winnen, want anders wordt ons hele volk uitgewist.’

Nadat het Duitse offensief in december 1941 voor de buitenwijken van Moskou vastliep, was een kans op een eindzege verkeken. Hitler wist dit als geen ander. Toch hield hij naar buiten toe de schijn van optimisme op. Met het uitroeien van de Joden maakten de nazi’s de Duitse bevolking medeplichtig en werden de laatste schepen verbrand. Volgens Ullrich is het definitieve besluit daartoe ergens halverwege december 1941 genomen.

Frederik de Grote

Na het keren van de oorlogskansen verdween Hitler uit de openbaarheid. Tot ongenoegen van zijn grootste fan, minister van Propaganda Goebbels. Hitler takelde lichamelijk razendsnel af. Niet door zijn vermeende drugsgebruik, zoals Norman Ohler onlangs betoogde. Voortdurende stress en gebrek aan zonlicht door het maandenlange verblijf in zijn ondergrondse ‘grafkamer’, deden de dictator de das om.

Begin 1945 speelde Hitler in de bunker zijn laatste hoofdrol: die van Frederik de Grote. Hij hoopte op net zo’n wonderbaarlijke omslag als in 1762, toen Pruisen door de plotselinge dood van tsarina Elisabeth werd gered. Hitler hield het geloof in een Houdini-achtige ontsnapping levend, terwijl hij heimelijk allang de moed had opgegeven. Zo kreeg het Derde Rijk de Götterdammerung die in een opera van zijn held Wagner niet zou hebben misstaan.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Kun je gelukkig zijn zonder kinderen?

recensie: Liesbeth Smit - Echte vrouwen krijgen een kind

Veel Nederlandse vrouwen hebben een kinderwens. Niet voor iedereen komt die wens uit: 1 op de 5 vrouwen in Nederland krijgt geen kinderen, maar liefst 80% daarvan is ongewenst kinderloos. En dat is moeilijk in een samenleving met een groot geloof in maakbaarheid en een grote moederschapscultuur. Voor deze vrouwen schreef ervaringsdeskundige Liesbeth Smit een zelfhulpboek: Echte vrouwen krijgen een kind. 

Liesbeth Smit is historicus en journalist. Vanuit die hoedanigheid verwacht je een onderzoek naar (on)gewenste kinderloosheid in Nederland. Maar, om maar even met de kritische noot te beginnen, die verwachting komt slechts ten dele uit. Een groot deel van het boek is gewijd aan coaching: ze vertelt vanuit haar eigen ervaring hoe je om kunt gaan met het verliezen van je kinderwens. Heel nobel natuurlijk, maar ze beperkt hiermee wel haar lezerspubliek. Haar toon is namelijk moraliserend. Ze vertelt haar mede-lotgenoten hoe ze met hun verlies moeten omgaan, en tegen de rest van het land vertelt Smit welke dingen ze wel en niet tegen kindloze vrouwen mogen zeggen.

Kinderloosheid is er altijd geweest

Gelukkig bevat de rest van het boek genoeg interessants voor diegenen die niet geïnteresseerd zijn in een coach. Eerst maar eens de feiten: “kinderloosheid is er altijd geweest, en dat blijft ook zo. Dat is geen verwachting, dat is al lang een demografisch gegeven”. 1 op de 5 vrouwen heeft namelijk geen kinderen en dat cijfer is al onveranderlijk sinds 1990. 10% daarvan is bewust kinderloos, 10% door onvruchtbaarheid en 80% door een combinatie van persoonlijke factoren. Bijvoorbeeld doordat de relatie strandt als de vrouw begin dertig is, en het haar niet lukt om op tijd een nieuwe partner te vinden. Of een vrouw twijfelt heel lang en stelt haar carrière voorop, en wanneer ze eindelijk klaar is voor kinderen is het biologisch gezien al te laat. Dit wordt ook wel ‘sociale onvruchtbaarheid’ genoemd.

Het kan voor een vrouw heel moeilijk zijn om te accepteren dat ze geen kinderen kan krijgen. Enerzijds heeft dit te maken met een sterke verheerlijking van het moederschap in de Nederlandse cultuur. Hierover interviewt de auteur Rosemarie Buikema, hoogleraar Kunst, Cultuur en Diversiteit en hoofd van de onderzoeksgroep genderstudies aan de Universiteit Utrecht. Wanneer een vrouw moeder wordt, dan bevestigt ze daarmee haar genderspecifieke rol: “Door te voldoen aan dat vrouwbeeld blijft de vrouw op haar plek én wordt ze erom gewaardeerd dat ze zich niet bedreigend opstelt ten opzichte van de status quo.”

Daar komt nog bij dat we in onze geschiedenis maar weinig voorbeelden kennen van vrouwen die iets betekenden buiten de voortplanting om:

“De grote verhalen die richting gaven aan onze geschiedenis waren meestal verhalen die draaien om vaders en zonen. Daarbij werden conflicten in een lineaire, patriarchale lijn opgelost en hadden vrouwen geen andere rol dan ofwel het obstakel te zijn dat overwonnen moest worden, ofwel de prijs die de held te wachten stond om het nageslacht veilig te stellen.”

Dit sterke gevoel dat het krijgen van een kind de enige betekenisvolle ervaring zou zijn voor een vrouw, in combinatie met een sterk maakbaarheidsideaal, vormt een gemene cocktail, aldus Buikema:

“Los van het feit dat we door een historisch bepaalde verbeeldingsarmoede nog steeds te maken hebben met vrij klassieke ideeën over wat de rol van de vrouw is of zou moeten zijn, verwachten we tegelijkertijd ook van vrouwen dat ze gebruikmaken van alles wat de emancipatie te bieden heeft.”

Hoe richt je je leven in als je geen kinderen krijgt

Hier komt de centrale vraag van Echte vrouwen krijgen een kind boven water. Als je jong bent denk je dat je jouw leven kunt plannen en dat alles mogelijk is. Maar tegen de tijd dat je veertig bent kan dat dus vies tegenvallen. En hoe richt je je leven dan in, in een maatschappij die draait om moederschap? Wat voor betekenis geef je je leven dan? Smit: “De verwachtingen van onze huidige, westerse maakbaarheidscultus [kunnen voor] serieuze emotionele maar vaak verborgen problemen zorgen”.

Het niet waarmaken van verwachtingen leidt tot schaamte en dat kan leiden tot zelfhaat en agressie. Hiermee raakt Smit een serieus punt wat inderdaad vraagt om een ‘stille revolutie van de niet-moeder’, zoals de ondertitel van dit boek al stelt. De maakbaarheidscultus creëert gekke toestanden van vrouwen die de veertig naderen en de tijd voelen tikken, en er ineens alles aan doen om die kinderwens te vervullen. En dat is niet altijd het recept voor een gelukkig leven.

Geen recept voor een gelukkig leven

In korte monologen tussen de alinea’s door geeft Smit het woord aan vrouwen (en mannen) die rouwen om het verlies van hun kinderwens. Wat sterk is aan Smits betoog is dat ze ook vrouwen aan het woord laat die bewust geen kinderen willen, en vrouwen die wel kinderen hebben en juist daar spijt van hebben. De theorie van Rosemarie Buikema gecombineerd met deze persoonlijke verhalen geeft een compleet beeld van kinderloosheid in al haar facetten.

Wat na het lezen van Echte vrouwen krijgen een kind bijblijft is dat er geen eenduidig recept tot een gelukkig leven bestaat als het aankomt op het wel of niet krijgen van kinderen. Je kunt ongelukkig zijn met én zonder kinderen, maar andersom natuurlijk ook. En dat is uiteindelijk een prachtige boodschap.

Reageer op dit artikel

Kunst / Expo binnenland

Kleren maken de mens

recensie: Fashion Statements - mode en identiteit, toen en nu

Op de pers preview van Fashion Statements – mode en identiteit, toen en nu – de nieuwe tentoonstelling van het Amsterdam Museum, interviewt gastconservator Marian Duff hedendaagse modeontwerpers over hun bijdrage aan de expositie. Duff zet zich via verschillende platforms in voor de ontwikkeling van jong talent en het bieden van een alternatieve stem in de mode-industrie. Zij nodigde Ninamounah, Marga Weimans, Bas Kosters, Art Comes First, Patta en Karim Aduchi uit om deel te nemen aan de tentoonstelling door hun visie op mode te geven en drie eigen creaties in te brengen. Fashion Statements toont 75 topstukken uit de kostuumcollectie van het Amsterdam Museum en is opgebouwd uit zes thema’s, die zich ieder concentreren op een ander aspect van mode. De modeontwerpers reflecteren op die aspecten.

© Amsterdam Museum

Parelvormige tranen

In Shape Your Body zijn naast indrukwekkende historische korsetten drie designs te zien van modeontwerper Ninamounah, van oorsprong biologe. Zij reflecteert op het (ver)vormen van het lichaam. Haar ontwerpen zijn ‘een ode aan het pure dier in ons’, ze toont de lichaamsvormen die de maatschappij onderdrukt. Een van haar stukken is een geruit broekpak voor zwangere vrouwen waarin ruimte is uitgespaard bij buik en borsten. Marga Weimans werpt in More is More een blik op volume, en toont drie jurken van polyester, tin en plastic, gedrapeerd op zwarte poppen. Eén jurk heeft grote parelvormige tranen. Weimans neemt het publiek terug naar haar Moorse roots en uit zo kritiek op het slavernijverleden. De historische kostuums in deze zaal zijn japons met gigantische rokken, een geelfluwelen baljapon heeft een taille van slechts 54 centimeter.

Handbeschilderd katoen

Bas Kosters werpt een blik op prints in Prints in Fashion & Embroidered Bodies. Hij toont eigen creaties uit Permanent State of Confusion, een collectie over mindfulness waarmee Kosters zichzelf opnieuw uitvond. De stukken zijn unieke exemplaren, samengesteld uit ge(re)cycelde materialen. Pastel Prince is een bonte creatie met hoofddeksel en bijbehorende tas die Kosters zelf in elkaar zette. Dutch flag anti-suit is een pak waarin de Nederlandse vlag is versierd met pailletten, zeefdrukken en vezelvulling. De creatie ernaast heeft een eveneens drukke, kleurrijke print en een bijpassend stoffen hondje op wielen dat door het model op de catwalk aan een touw werd meegenomen. Ook vrolijke accessoires als een wortelcorsage horen erbij en liggen in een vitrine uitgestald. De oude kostuums in de zaal zijn rijk geborduurde jurken en jakken van sits: kostbaar katoen uit India met handbeschilderde blad- en bloemmotieven.

Alles zwart

Na Prints volgt Shades of Black. Hierin geeft modeduo Art comes First een eigentijdse visie op kleurgebruik in de mode. Het duo bestaat uit Sam Lambert en Shaka Maidoh, ontwerpers die graag conceptueel werken en daarmee voorbij esthetiek willen kijken. Hun eigen creaties zijn zwart, modern en strak met gebruik van denim, viscose, rubber, satijn en fluweel. Ook de naam van de pakken is modern: Sophisticated wolf man. De historische kledij in de ruimte is eveneens donker, maar van een totaal andere orde: elegante japons met veel borduursels en kant. Zwart was vroeger een dure en dus exclusieve kleur, een van de japonnen is een zwarte bruidsjurk uit circa 1900. Tot halverwege de twintigste eeuw werd er kennelijk veel getrouwd in zwart.

© Amsterdam Museum

Exclusieve sneakers

In Not Made For Walking wordt op schoeisel gereflecteerd door Patta, twee ras-Amsterdammers met dito tongval. Patta’s grof vormgegeven exclusieve sneakers, vaak samenwerkingen met grote merken als Nike, contrasteren met de tientallen verfijnde muiltjes van zijde, fluweel, leer of suède met strikjes, veters en knoopjes. Bijna al die schoenen behoorden toe aan Sophia Adriana de Bruijn (1816-1890), vrouw van een Amsterdamse koopman en een negentiende-eeuwse shopaholic. Ten slotte speelt ontwerper Karim Adduchi de hoofdrol in Hips Don’t Lie. Evenals Weimans gaat hij in zijn ontwerpen terug naar zijn roots; door Berbers en Marokkaans handwerk te gebruiken wil hij Berberse vrouwen een stem geven. De ingrediënten zijn wol, katoen en naar buiten uitwaaierende synthetische draden die aandoen als riet. Dat geeft zijn jurken veel volume zonder in te boeten aan elegantie. De historische stukken zijn robes à la Françaises: japonnen met een doorsnee van ruim twee meter, uitbundig versierd met strikken, linten, parels en edelstenen. Zulke japonnen werden tot aan de Franse Revolutie in 1789 aan het Franse hof gedragen.

© Amsterdam Museum

Mooi én leerzaam

Fashion Statements is niet alleen een lust voor het oog, maar ook leerzaam. De uiteenlopende ontwerpen vertellen ons namelijk veel over de tijdsgeest en bijbehorende maatschappelijke ontwikkelingen. De toevoeging van hedendaagse creaties geeft een frisse twist aan de expositie, die nog eens versterkt wordt doordat in elke zaal muziek klinkt die door de betreffende ontwerper is uitgekozen en een video te zien is waarin de ontwerper zijn of haar visie uit de doeken doet. De eigentijdse blik van van moderne ontwerpers plaatst de historische kostuums in een nieuw perspectief en voegt een welkome dimensie toe die bezoekers stimuleert om verder te kijken dan alleen esthetiek. Daarom is de tentoonstelling niet alleen boeiend voor modeliefhebbers, maar ook voor cultuursnuivers die eens wat anders dan beeldende kunst willen zien.

 

Zie ook het interview met Bas Kosters

 

 

Reageer op dit artikel

Kunst / Interview
special: Interview met modeontwerper Bas Kosters over Fashion Statements in het Amsterdam Museum

“Print is een van de meest kenmerkende onderdelen van mijn werk”

Mode gaat niet alleen over esthetiek, maar bevat ook een boodschap. Wat je draagt zegt wat over wie je bent en hoe je door de buitenwereld gezien wilt worden. Daarmee is het een communicatiemiddel om kritiek, een overtuiging of een visie over te brengen, zonder dat daar woorden voor nodig zijn. Dat is de achterliggende boodschap van de tentoonstelling Fashion Statements – mode en identiteit, toen en nu waarin het Amsterdam Museum ruim 75 historische kostuums toont, aangevuld met moderne ontwerpen. Bas Kosters is een van de hedendaagse modeontwerpers die een actieve rol spelen in de tentoonstelling. Ik spreek hem over zijn bijdrage.

Moderne reflectie op historische kostuums

Bas Kosters ontvangt mij in zijn studio op de dertiende etage van het World Fashion Centre met een prachtig uitzicht over Amsterdam. De studio wordt gekenmerkt door een gezellige rommeligheid en barst van de kleuren. Overal hangen en liggen illustraties, poppen, buttons, stiften, pennen, stoffen en modecreaties van de uitgesproken fashion designer uit Zutphen die vorig jaar het prestigieuze Mode Stipendium ontving. Naast Kosters reflecteren nog vijf andere moderne ontwerpers op de historische kostuums in Fashion Statements: Ninamounah, Art comes First, Patta, Karim Adduchi en Marga Weimans. Ook voegt ieder van hen drie eigen creaties aan de tentoonstelling toe. Het Amsterdam Museum wil door het betrekken van deze designers de kostuums en schoenen uit begin achttiende eeuw tot begin twintigste eeuw in een bredere, moderne context plaatsen, en historische mode en hedendaagse mode samenbrengen. Bas Kosters werpt in de tentoonstelling een blik op patronen in de mode.

Amsterdam Fashionweek Fall/Winter 2015 Photo © Team Peter Stichter

 

Voelde je je meteen aangesproken toen het Amsterdam Museum jou vroeg om te reflecteren op prints in de kostuumgeschiedenis?

“Ja, want print is een van de meest kenmerkende onderdelen van mijn werk, en ook mijn sterkste kant denk ik. Ik ben gefascineerd door prints op stoffen. Door mijn interesse in illustraties, schilderen en tekenen is print altijd een groot focuspunt geweest in mijn werk. En er zijn ontzettend veel manieren om tot een print te komen.”

Je hebt de laatste jaren veel illustraties gemaakt, ze hangen hier aan de wand. Soms zijn ze wat cartoonesk.

“Ik noem het characters, maar ze hebben wel wat cartoonesks inderdaad. Ze presenteren vaak een ongemakkelijke waarheid, dat zoek ik graag op. Ik vind het interessant om blijheid of kinderlijkheid af te zetten tegen grofheid, provocatie of seksualiteit. Daar aan de muur bijvoorbeeld hangt een tekening van een zwarte figuur met een vogel in zijn hand. Ik wilde enthousiasme overbrengen, maar dan wel met zo’n grote glimlach (de figuur lacht uitbundig met een enorme rij tanden) dat het toch weer ongemakkelijk wordt. Dat gaat soms niet eens bewust.”

Je hebt jezelf wel eens getypeerd als cartoon, en lichtte toe ‘niet om te provoceren, maar dit ben ik’. Wat bedoel je daarmee?

“Ik ben wel een uitvergroting van dat wat ik ben. Ik ben verre van bescheiden, zo presenteer ik me ook niet. Ik zeg wel eens ‘clear gestures and communication’, dus grote gebaren en duidelijke communicatie. Dat geldt voor mijn werk, maar dat ben ik zelf ook. Het is nooit erg minimal of bescheiden, hoewel die kant er wel in zit.”

Voelde je je als uitvergrote persoonlijkheid wel thuis in een provinciestad als Zutphen?

“Ja hoor, want er was een hele vrije scene in Zutphen van allerlei figuren die ik mateloos interessant vond en waar ik mee omging. Ik vind het leuk als mensen een vrije geest hebben, hoe dat zich ook manifesteert. Je kunt artistiek zijn, of ordinair, of God mag weten wat, maar het gaat mij om een bepaalde mindset die je deelt. Dat iemand de ruimte heeft om naar jou te kijken op een manier die verder gaat dan die eerste blik. Dat gevoel had ik daar wel.”

Amsterdam Fashionweek Fall/Winter 2015 Photo © Team Peter Stichter

Fashion Statements heeft als subtitel ‘mode en identiteit, toen en nu’. Was het aanmeten van een identiteit met kleren een motivatie van jou om kledingontwerper te worden?

“Mijn interesse in mode is begonnen toen ik op mijn 15e wilde onderzoeken wat mijn identiteit was en hoe ik die kon vormgeven. Ik wilde me graag onderscheiden en begon met mijn uiterlijk te experimenteren. De maakbaarheid van identiteit is de reden geweest om iets met kleding te gaan doen, kleding op zichzelf vind ik eigenlijk niet eens zo interessant. Het gaat me om de beleving, kleding is een communicatiemiddel, een taal bijna. Ik gebruik ook veel tekst in mijn kleding en vind het leuk om daarmee te spelen. Ik ben echt een lolbroek, om maar even in het modejargon te blijven.” Grinnikt. “Soms communiceer ik zo duidelijk dat je er bijna niet omheen kunt. Zoals bij mijn collectie Hope, Dear Sir Madam Hope, daar hadden we van het woord Hope een tape gecreëerd in een soort supermarkt-esthetiek, en daar hadden we weer een print van gemaakt: hope hope hope hope hope. Het gaat over commercie, over visuele communicatie en over de boodschap: laag op laag op laag. Het is zó in your face, zo plat, dat het bijna weer magisch wordt. Het is boeiend om te zien wat er dan gebeurt met de kijker.”

Je zegt dat je mensen wilt prikkelen en bewust maken, in je laatste collecties zat een duidelijk haakje naar de actualiteit. Is dat iets nieuws?

“Nee, dat heeft er altijd wel ingezeten. Mijn eindexamen collectie in 2003 bijvoorbeeld was een ontwerp voor een rock en roll band, omdat ik vond dat er een gebrek was aan identiteit in de muziekindustrie met alle kloonbandjes zoals girl- en boybands. Je zou achteraf  kunnen zeggen dat ik een lans wilde breken voor identiteit en originaliteit, omdat je anderen daarmee kunt inspireren. Met de collectie Le Salon Explosif de Bas Kosters Studio zette ik me af tegen de haute couture, ik maakte couture van totale trash. Van gerecycelde T-shirts en hotellakens, dat vond ik amusant. Het was ook een protest tegen leeghoofdigheid, a protest against empty protest. Ik vond namelijk dat mensen vaak een grote mond hebben zonder dat ze wat te vertellen hebben. Uit die collectie komt het ‘Weet ik veel’ mannetje.” Kosters toont een grote tatoeage op zijn arm, een zwart mannetje dat een bord omhoog houdt waarop ‘Weet ik veel’ staat. “Ik zette me in die collectie echt af tegen de geldende normen. Bij de collectie hoort een poster met modellen van maatje 34 tot maat 42.”

Amsterdam Fashionweek Fall/Winter 2015 Photo © Team Peter Stichter

Wat is er volgens jou bijzonder aan de tentoonstelling Fashion Statements?

“Ten eerste is het belangrijk om je te realiseren dat het conserveren van historische kostuums een vak apart is. Het is een expertise en moet heel zorgvuldig gebeuren. Mode doet het al jaren goed op tentoonstellingen, fashion is hot. Maar het is vooral interessant om historische kostuums niet alleen maar te laten zien in vergelijking met elkaar en in relatie tot cultuurhistorische ontwikkelingen, en ze terug te brengen tot de leidende gedachte: wat is het uitgangspunt geweest, wat is de functie, wat zit erachter? En vanuit dat perspectief kun je ook kijken naar de huidige tijd. Er zijn nu natuurlijk andere parameters, we hebben andere behoeftes en stellen dus ook andere eisen aan het gebruik van kleding, we kijken anders naar de functie en de rol ervan. Maar er zijn ook overeenkomsten.”

Vertel eens wat over de stukken die jij tentoonstelt in Fashion Statements?

“We hebben gekozen voor stukken die het meest in lijn zijn met de getoonde historische kostuums, en die we het meest inspirerend en prikkelend vonden om te tonen. Toen kwamen we uit bij de kostuums van mijn Permanent State of Confusion collectie. Ze zijn onmogelijk om na te maken omdat er gerecyceld en gecyceld materiaal in zit. De stukken zijn heren couture, unica met de hand gestikt. Als iemand het draagt dan gebeurt er wel wat met iemand. Eén pak heb ik helemaal zelf genaaid, dat komt bijna nooit voor, daarom is dat pak heel bijzonder voor mij.”

Hoe is die collectie ontstaan?

“Toen ik afstudeerde werkte ik heel vrij, ik hield me nog niet bezig met collecties maar met design, performance en muziek. Daarna heb ik me op mode geconcentreerd met ready to wear collecties. Maar in 2015 ben ik een shift gaan maken. Ik koos opnieuw voor de ongeremde creativiteit uit het begin van mijn carrière. In de crisis stopte ik met mijn commerciële lijn, en toen stelde ik mezelf de vraag: hoe ga ik mezelf herpakken en heruitvinden? Het antwoord bleek een collectie over mindfullness, dat werd Permanent State of Confusion. Wat begon als een struggle ontwikkelde zich tot een nieuwe, rijke manier van werken. Ik heb toen letterlijk schoon schip gemaakt door veel op te ruimen in mijn studio. Het is een collectie me heel dierbaar is, de stukken zijn heel experimenteel en gevoelig. Een aantal kostuums worden nu in Shanghai getoond, en een aantal stukken dus nu in het Amsterdam Museum.”

Amsterdam Fashionweek Fall/Winter 2015 Photo © Team Peter Stichter

In hoeverre zijn jouw eigen ontwerpen geïnspireerd op modestatements van vroeger?

“Er zit vaak wel een historische blik in mijn stukken. Bijvoorbeeld bij het pronkkostuum Pastel Prince, een mouwloze mannenjurk met slipjas, bekleed met pastelkleurig patchwork van katoen, satijn, parels, en kant. Dat kostuum zit bomvol historische verwijzingen, zonder één op één een vertaling te zijn. Mijn werk refereert per definitie aan geschiedenis en nostalgie. Ik vind het leuk om over geschiedenis te leren en ook om van dichtbij te kijken naar vakmanschap: hoe is het geweven, hoe is het samengesteld, hoe is het gestikt? Maar ik vind het ook een grappig idee dat iedereen in die tijd eigenlijk een beetje vies was, dat ze onder die pruiken stinkend haar hadden en dat ze met hun jurken wijdbeens gingen kakken in een gat in de grond.” Lacht.

Vorig jaar ontving je het Mode Stipendium van het Prins Bernhard Cultuurfonds, waarmee je in de voetsporen treedt van namen als Jan Taminiau. Werd daarmee een bepaald verlangen naar waardering vervuld?

“Doordat het zo eigen en zo specifiek is wat ik doe, plaats ik me buiten de normale orde van designers. Dan word je soms bejubeld, en soms ook helemaal niet. Dat is best een kwetsbare positie. Vroeger had ik als visie ‘ik ben een creator, een brand’ maar de laatste jaren gaat het veel meer om wie ik ben als mens. Mijn werk van de laatste vijf jaar is hyperpersoonlijk en daarmee extra kwetsbaar. Het is heel erg mooi als dat dan gewaardeerd wordt. Het Stipendium is een pure erkenning voor dat wat je bent en waar je toe in staat bent.”

Mede dankzij het Stipendium vertrek je binnenkort voor een aantal maanden naar Tokio. Wat hoop je daar te vinden?

“Ik ga natuurlijk op zoek naar iets nieuws dat mij prikkelt. Het is mooi om daar de tijd te kunnen nemen om te reflecteren op wie ik ben en wat ik wil, om me door te ontwikkelen en research te doen, in plaats van alleen maar bezig-bezig-bezig-bezig te zijn. Ik ben niet bang om teleurgesteld te raken, het is de derde keer dat ik er ben en ik vind het een hele inspirerende omgeving. Vrienden van mij zitten er nu en ik zie via hun Instagram stories wat ze allemaal meemaken.”

Bevat jouw werk altijd een bepaalde hoofdboodschap?

“Vroeger dacht ik altijd dat er een provocerende kant aan mijn werk zat, en een gezellige kant. Later realiseerde ik me: of ik nou protesteer of omarm, het komt altijd vanuit dezelfde emotie: altijd vanuit betrokkenheid en liefde. In principe gaat het daar altijd om, dat is wel de hoofdboodschap. Dat geldt ook voor samenwerken. ik vind het prettig dat de mensen die in mijn studio werken heel betrokken zijn. Zij bij mij, en ik ook bij hun.”

 

Portretfoto Bas Kosters: Marc Deurlol

Zie ook de recensie van Fashion Statements

Reageer op dit artikel

Evangelistarium (Ansfriduscodex) St Gallen en Neder-Rijn tweede helft 10e eeuw (boekblok) 1200 – 1400 (boekband) Museum Catharijneconvent Utrecht
Kunst / Expo binnenland

Glinsterende godsdienst

recensie: De Münster Domschat
Evangelistarium (Ansfriduscodex) St Gallen en Neder-Rijn tweede helft 10e eeuw (boekblok) 1200 – 1400 (boekband) Museum Catharijneconvent Utrecht

Museum Catharijneconvent is veranderd in een heuse schatkamer. Het goud en zilver blinkt je tegemoet tijdens een bezoek aan De Münster Domschat, waarin niet alleen de Münster, maar ook de verloren Utrechtse Domschat aan bod komt.

Reliekkruis Münster (?) circa 900-1120 Collectie Domschat Sint-Paulusdom Münster

Reliekkruis, Münster (?), circa 900-1120. Collectie Domschat Sint-Paulusdom, Münster.

Een schat op papier

De Münster Domschat begint opvallenderwijs met papieren objecten: het middeleeuws archief van de Utrechtse Domkerk. In 1578, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, kreeg de kerk de opdracht om haar rijk gevulde schatkamer om te laten smelten. Het blinkende goud en zilver van de Domschat was nodig om de oorlogsstrijd te bekostigen. Het resultaat was dat een uitgebreide en kostbare verzameling religieuze objecten in één klap uit de verdere geschiedenis verdween. Het Catharijneconvent besteedt aandacht aan de Utrechtse schat door het tentoonstellen van haar archiefstukken. Deze laten uitgebreid zien hoe de schat tot stand is gekomen en omschrijven soms tot in detail hoe de objecten eruit hebben gezien. Van de Münster Domschat is het juist het archief dat de tand des tijds niet heeft doorstaan. Beide schatten vullen elkaar in deze tentoonstelling dan ook perfect aan. De introductie met archiefstukken uit Utrecht biedt een context bij de Münster schat en de Münster objecten schetsen op hun beurt weer een beeld van de pracht en praal die ooit in de Utrechtse Dom heeft gestaan.

Voelen

De tentoonstellingstitel belooft natuurlijk een Domschat, maar voordat je deze te zien krijgt, kom je langs het zogenoemde ‘schatlab’. In deze zaal wordt de bezoeker uitgenodigd fysiek kennis te maken met de waardevolle materialen die gebruikt werden om religieuze objecten te maken. Goud, zilver, edelstenen, saffier, zijde, bloedkoraal – je mag het allemaal aanraken. Het museum geeft bovendien inzicht in de herkomst en de symboliek van de materialen. Door middel van multimedia installaties vertellen metaal- en textielrestauratoren, kunsthistorici en geologen hun verhaal. Het is misschien wat veel informatie in één zaal, maar het interactieve karakter maakt het schatlab een van de sterkste aspecten van de tentoonstelling.

Pauluskopreliekhouder circa 1060 Collectie Domschat Sint-Paulusdom Münster

Pauluskopreliekhouder, circa 1060. Collectie Domschat Sint-Paulusdom, Münster.

Münster

De tentoonstelling culmineert natuurlijk in de Münster Domschat, die voor het eerst in de geschiedenis haar thuisstad heeft verlaten. In een verdonkerde zaal glimmen de religieuze objecten je tegemoet. De schat omvat reliekhouders in de vorm van handen, kruizen en religieuze figuren, maar ook prachtige kledingstukken en andere religieuze voorwerpen. Zo wordt er een dertiende-eeuws kazuifel tentoongesteld, een gewaad dat door de priester werd gedragen tijdens de mis. Ook zijn er twee draagaltaren te zien, kleine kistjes die meegenomen konden worden op reis om zo buiten de kerk ook een kerkdienst te kunnen houden. Een van de belangrijkste en kostbaarste objecten in de tentoonstelling is het vergulde hoofd van de apostel Paulus, dat een centrale plek in de vitrines heeft gekregen. In dit reliekschrijn zouden ooit schedelfragmenten en zelfs een tand van de apostel hebben gezeten. Deze relieken waren extra belangrijk voor de Münster Dom, omdat Paulus de beschermheilige van de kerk is.

 

Museum Catharijneconvent slaagt erin door inzet van verschillende middelen een ijzersterke context te bieden bij de Münster Domschat. Zo’n Domschat die voor het eerst buiten haar schatkamer te zien is, is natuurlijk reden voor een feestje, en De Münster Domschat is dat feest. Een afwisselende, interactieve, fonkelende, schitterende tentoonstelling.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Heimwee naar de verte

recensie: Han Lörzing - Grenskoorts

Han Lörzing laat in Grenskoorts zien hoe Europa er zo’n vijftig jaar geleden uitzag: enorme verschillen in welvaart en ideologie en vol met harde grenzen. Grenskoorts is (en leest als) een reisverslag dat lang na dato is opgetekend.

Planoloog en landschapsarchitect Han Lörzing (1946) schreef eerder twee boeken, allebei over ‘vroeger’. De Nederlandse geschiedenis wordt hierin vermengd met zijn persoonlijke geschiedenis. Zo ook Grenskoorts, geschreven aan de hand van dagboekaantekeningen die Lörzing optekende toen hij al liftend Europa doorreisde.

Reisdrang

Lörzing beschrijft hoe hij midden jaren zestig bezeten werd door een enorme reisdrang, geïnspireerd door On the road van Jack Kerouac. Zijn kaart van Europa wilde hij helemaal voltekenen: elk land moest bezocht worden. Hij was net student, had geen auto of rijbewijs maar wilde ook niet met de trein reizen. Niet avontuurlijk genoeg. Vliegen was veel te duur en bovendien zou hij dan een toerist worden, en daar gruwelde hij van. Hij was een reiziger en dus ging hij liften.

Hoe meer hoe liever

De kaart moest volgetekend worden dus Lörzing had geen tijd te verliezen. De titel Grenskoorts is erg goed gekozen, want de reisdrang van Lörzing is als een soort koorts die hem niet meer loslaat. Met grote vaart reist hij zo snel en vaak als mogelijk Europa door. Als hij een paar dagen op dezelfde plek blijft hangen is dat uitzonderlijk. Hij moet alsmaar dóór. Dat maakt het lezen van Grenskoorts soms bijna vermoeiend. Je hoopt als lezer oprecht dat Lörzing soms even uit zal rusten in het volgende oord op de kaart. Maar dat is vaak tevergeefs.

Liftersgeluk

Eigenlijk wilde Lörzing een boek schrijven over grenzen in het Europa van vroeger en nu. Uiteindelijk is het een reisverslag geworden. Wel één dat vijftig jaar na dato is opgeschreven. Dat merk je als lezer goed. Je kan door het schrijven heen voelen dat het geen directe ervaringen, maar opgehaalde herinneringen zijn die Lörzing nog altijd helder voor de geest staan. In die zin is het boek eerder een terugblik op de tijd van toen (wat in Lörzings straatje past gezien zijn eerdere boeken) dan een reisverslag. Het is duidelijk dat de oudere versie van de auteur in Grenskoorts samensmelt met zijn jongere versie. Dat doet overigens niks af aan het plezier dat je beleeft als je zijn verhalen leest.

Verhalen van vroeger

Die verhalen zijn soms ronduit spannend, zoals toen Lörzing in Marokko in het donker op een afgelegen plek iemand tegen kwam en op diens uitnodiging voor het avondeten inging. Of toen hij samen met een vriend op de grens van de Sovjet-Unie stond en hun Volkswagen-busje helemaal uit elkaar werd geschroefd. Ook grappig zijn de gedachten die terugkomen. Zoals wanneer de auteur in Spanje is en verbaasd kijkt naar de reclame die ze daar op tv uitzenden. In het Nederland van toen bestond dat nog niet! En wie had er verwacht dat in Marokko DAF bussen uit Eindhoven zouden rondrijden?

Harde grenzen

Wat het meest interessant is, zeker voor jonge lezers, is het feit dat Europa er in de jaren zestig zó anders uitzag. Nu rij je zonder te merken Polen of Slowakije binnen, iets wat destijds ondenkbaar was. Tussen alle landen lagen grenzen, zelfs tussen Nederland en België. Grenzen waar je moest stoppen dus, met douaniers die je spullen doorzochten en je paspoort bekeken. Dat maakte het bezoeken van een ander land meteen tot iets bijzonders en spannends. Elk land had naast zijn eigen grens ook zijn eigen eisen en regels voor bezoekers van buitenaf (bijvoorbeeld over de hoeveelheid geld die uitgegeven moest worden). Maar het meest opvallend is nog wel de grote verschillen tussen de landen op het vlak van bijvoorbeeld welvaart, ideologie maar ook ‘gewonere’ zaken zoals bijvoorbeeld eten.

Nog niet zo heel lang geleden was een Europees geheel nog lang niet zo vanzelfsprekend als vandaag de dag. Al is het maar de vraag hoe lang dit nog zo zal blijven. Bij het lezen van Grenskoorts kan een zeker gevoel van nostalgie ontstaan, maar tegelijk ook een gevoel van blijdschap, door de grotere mate van vrijheid die we in de tussentijd verkregen hebben. Grenskoorts doet je beseffen dat het Europa zoals we dat nu kennen erg uitzonderlijk is.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Interessante spin-off over radicaliserende Duindorper

recensie: Het Nationale Theater - De wereld volgens John

Een Netflix-serie op het toneel, zo werd The Nation vorig jaar genoemd. De zesdelige marathon werd zo gretig gebingewatched dat een prequel of sequel niet uit kon blijven. Dit seizoen is de spin-off te zien, met de rechtse radiopresentator John Landschot in de titelrol. De wereld volgens John gaat echter verrassend weinig over John, en veel meer over de wereld die hij schept.

De wereld van John

Die wereld zit scenografisch slim in elkaar. John (Bram Coopmans) loopt vanuit de zaal naar zijn radiostudio aan de rand van het podium. Voordat zijn show goed en wel begonnen is, zendt hij een remix van opruiende audiofragmenten de lucht in. Hij is een vernuftige DJ die precies weet welke knoppen hij in moet drukken om een reactie te veroorzaken. De ‘linkse gekkies’ die hij te kakken zet zijn verontwaardigde luisteraars die ver verwijderd van het publiek, achter een raam, staan te bellen. Eric de Vroedt en decorontwerper Maze de Boer vatten de atmosfeer van politieke podcasts en vlogs in tijden van polarisatie: het andere geluid functioneert als figurant in het narratief van de presentator.

Ten midden van grappen over Zwarte Piet en de mainstream media ontvangen John en co-host Cernaz twee bijzondere nieuwsberichten. Op het strand van Duindorp is een brand uitgebroken, met een sterfgeval als gevolg, en in Blijdorp heeft een man zich opgesloten in het gorillaverblijf. Die twee gebeurtenissen hebben beiden te maken met Jan K., een Duindorper die met zijn vrienden niets liever doet dan het maken van vreugdevuren.

De wereld van Kim

Kim, podcastmaker bij De Correspondent, maakt een serie over zijn leven en zo ontstaat er een tweede wereld op het toneel: één waar een links geluid de boventoon voert. Met het gorillaverblijf als decor en een gorilla die als fremdkörper over het podium loopt zien we hoe Kim steeds dieper in het leven van Jan duikt. Jans jaarlijkse vreugdevuur dreigt verhinderd te worden door de bouw van het Soho Beach House, een gebouw waar vooral hippe, rijke millennials baat bij hebben. Een eerlijk betaalde baan is ver te zoeken. Zijn vader heeft moeten werken met kankerverwekkende stoffen en is daar ernstig ziek door geworden.

De uiteindelijke radicalisering van Jan K. wordt inzichtelijk gemaakt door een samenleving te laten zien die hem continu kleineert en benadeelt. Even lijkt er sprake te zijn van een romance, waarin Jan en Kim – links en rechts, rijk en arm – over elkaars verschillen kunnen kijken en samenkomen. Maar uiteindelijk blijkt Jan toch een project van De Correspondent te zijn. John en Kim gebruiken hem, ieder op hun eigen manier, voor hun eigen belangen.

Dan valt de gorilla – en de reden waarom Jan in zijn verblijf is gaan staan – op zijn plek. Het is een dier dat weliswaar gevaarlijk is, maar wel volledig oprecht. Als Kim, het eerste ‘linkse’ personage dat als gelijke bij John aan tafel zit, en John over het lot van Jan ruziën wordt de hypocrisie van beiden duidelijk. Beiden veronderstellen empathie te hebben voor Jans lot, maar geen van beiden hebben echt een verbinding met hem kunnen leggen.

Empathie…voor wie?

De wereld volgens John gaat niet om een boze witte man, maar over een witte man die boos wordt, en de redenen die hij heeft om boos te worden. Het vraagt een publiek om empathie te voelen voor een radicaliserende jongen als Jan. Tegelijkertijd is die empathie een voorrecht voor diegenen die niet door Jans homofobie, racisme of seksisme worden geraakt. Kims vriend Timo – met blonde highlights, want homo – bestaat in dit stuk alleen om in elkaar geslagen te worden en een donkere kant van Jan te onderstrepen. Voor een gezelschap dat zo begaan is met inclusiviteit is het teleurstellend om te zien dat LHBTI-personages zo worden ingezet. Bovendien verzwakt het de finale. Het is immers een stuk lastiger om empathie op te brengen voor een personage als Jan K. , als hij een bedreiging is voor jouw fysieke veiligheid. Een tegenvallend slotakkoord voor wat verder een interessante spin-off is.

Reageer op dit artikel

Muziek / Reportage
special: Sfeerverslag door 8WEEKLY

Paaspop 2019 highlights

Paaspop is al vele jaren de opener van het buiten-festivalseizoen. Dit jaar is het festival gezegend met fantastisch lente-, bijna zomerweer. Waterpunten zijn wettelijk nog net niet verplicht. De weergoden zijn ons gunstig gestemd, evenals het fraaie programma.

Dat Paaspop niet alleen muzikale hoogtepunten biedt, maar ook vertier in de vorm van cabaret, disco en allerlei andersoortig vermaak, is een gegeven dat iedere trouwe bezoeker reeds weet. Ook voor de inwendige mens wordt goed gezorgd. Voor iedereen is er wel wat te vinden aan eten, drinken, snoepen en versnaperingen in de vele kleine tentjes die verspreid staan over het ieder jaar weer groeiende terrein. 8WEEKLY focust zich uitsluitend op de muzikale voorstellingen.

Goede vrijdag

Het festival opent aan het einde van de middag van Goede vrijdag om vier uur. Muzikaal trapt het festival af op de twee hoofdpodia met acts als Nielson, Jett Rebel, Navarone, Kraantje Pappie, White Lies en als mega afsluiter van de dag: Within Temptation. White Lies staat op mainstage twee, alias Phoenix. De band speelt hun liedjes getrouw zoals we ze van cd kennen. De lichtshow is heel strak, zoals we misschien wel verwachtten, maar is geen spektakel. Helaas zijn de bandleden niet in staat enig leven op het podium te laten zien, waardoor ondanks de getrouw klinkende muziek de echte meerwaarde van de liveshow ontbreekt.

Within Temptation 2 @ PaasPop2019Dat laatste kunnen we niet zeggen van de afsluiter Within Temptation: dat zijn werkelijk podiumbeesten! Sharon den Adel weet het publiek aan zich te binden, te boeien en vast te binden. Helaas wordt de show geplaagd door wat tegenvallend geluid. Ook Den Adel hoort zichzelf en de band niet lekker op haar oortjes, waardoor ze ook even het podium moet verlaten. Gaande de show wordt het geluid gelukkig wat beter. We horen een mix van composities van het zojuist verschenen album Resist, waarmee Den Adel met wit gewaad excelleert in haar expressie. De show wordt afgesloten met een geweldige uitvoering van het bekende ‘Edge of the World’. Een fraai slotakkoord van een heel Goede Vrijdag.Within Temptation 3 @ PaasPop2019

Paas-zaterdag piekt!

De Pony Club @ PaasPop2019

De zaterdag van Paaspop start om twee uur en maakt een volle twaalf uur vol. Voor menig festivalbezoeker is alles meebeleven òf een uitputtingsslag òf echt te veel van het goede. Voor een fijn festivalbezoek hoef je als liefhebber natuurlijk niet alles mee te maken. Soms zit het genieten en het allerbeste in dat ene uur van de dag waarop je geraakt wordt als de bliksem.

Op mainstage Apollo bijt Danny Vera de spits af. Met zijn twee recente albums wist hij zich het afgelopen jaar aardig in de kijker te spelen. Zijn countrymuziek trekt tegenwoordig flink de aandacht. Vera is inmiddels een geroutineerd performer die het grote podium waardig is. De echte publiekstrekker van de middag op dat podium is natuurlijk Douwe Bob. Hij lokt het publiek in groten getale naar de inmiddels flink verhitte tent. Om de warmte te trotseren roept hij het publiek meermalen op kleding uit te trekken, dat slechts door een handvol bezoekers wordt opgevolgd. Douwe Bob @ PaasPop2019Douwe Bob weet het publiek met zijn fraaie liedjes beter te boeien dan met zijn verzoek tot uitkleden. Zowel de uptempo nummers als de ballads komen uitstekend tot hun recht. Samen met zijn band etaleert hij het spelplezier voortreffelijk.

De echte verrassing van de zaterdag is het optreden van de Deense band Lukas Graham, die de naam draagt van de zanger. Met zijn funky-, soul- en popliedjes weet de band zich al snel te ontpoppen als de verrassing van het festival. De vaak persoonlijke liedjes van Graham verhalen over zijn moeder in ‘Mama Said’, zijn vader in ‘You’re Not There’ en zijn geliefde in ‘Love Someone’. Het concert wordt verrijkt met een fijne film-, foto- en lichtshow die de liedjes ondersteunt. De band is levendig op het podium en pakt het publiek al snel bij het gevoelige nekvel. De machtig mooie vertolking van ‘Happy Home’ ontstijgt de studioversie. Op dat moment is uw recensent volledig ingepakt en neemt de muziek hem, maar ook anderen, in het publiek mee op muzikale vleugels. Lukas Graham zorgde voor de piek van het festival, waar niemand meer overheen blijkt te komen.

Kampvuur @ PaasPop2019

Het optreden van Ellen Ten Damme was op voorhand een must-have van de tweede festival-dag, maar kenmerkt zich door een onsamenhangende, niet boeiende show van Franse en Duitse liedjes rond Parijs en Berlijn. De lichtvoetigheid lijkt te ontsporen in een soort amateuristisch gerommel. Wellicht had Ten Damme haar dag niet of werd ze geplaagd door de rumoerige omgeving. DeWolff staat andermaal op de Jack Daniel’s Stage en de elektronische muziek van Oscar and the Wolf zal de nachtbrakers de nacht in helpen, terwijl wij ons opmaken voor een vroege start van de zondag.

Paas-zondag

Voor de vroege vogels, waar wij ons toe mogen rekenen, is er al veel heerlijke muziek te beleven op Eerste Paasdag. Nieuwkomer Son Mieux opent de dag op de Jack Daniel’s Stage met een stevige en energieke show. Het nadeel is dat de verfijndheid van zijn liedjes van het debuutalbum Fair de Son Mieux geweld wordt aangedaan. Wie daaroverheen stapt heeft een fijne drie kwartier, waarbij de spetters al vroeg van het podium vliegen. Vervolgens is het in gestrekte draf naar Phoenix waar Novastar geen seconde teleur stelt. De fraaie liedje krijgen van Zweegers en zijn band een uitstekende uitvoering. Compleet met fraaie solo’s op viool en toetsen en zelfs de bas van naamgenoot Joost mag genoemd worden. Zweegers laat het zweet gutsen terwijl hij zijn enthousiasme laat zegevieren.

Voor Ilse Delange moeten we het volledige terrein over om haar te zien optreden in de Apollo-tent. Tijdens ‘A World of Hurt’ wandelen we de drukke en hete tent binnen. Delange weet ons direct te raken en dat zal ze het hele optreden volhouden. Onze Achterhoekse countryster staat na zes jaar opnieuw op het Paaspoppodium en laat zich gelden. De ruim twintig jaar die Delange al aan de top staat wordt met pieken en dalen gekenmerkt. Nu heden ten dage de belangstelling voor countrymuziek weer is aangetrokken geniet ze van meer aandacht. Tegen het einde van het optreden zingt de Delange een nieuw liedje, dat ze heel klein start op het trapje voor het podium. De intieme sfeer die ontstaat in de immense tent van de Apollo is toch goed voelbaar en zichtbaar. Ondersteund door fijn camerawerk ontgaat bijna geen enkele bezoeker wat van deze fraaie sfeer. Het optreden wordt gekenmerkt door vakmanschap, warme gevoelens en een uitstekende zonnige sfeer. Verrassen doet Delange niet echt, maar ze bevestigt wel haar sterstatus.

Kovacs @ PaasPop2019Voor (Sharon) Kovacs kruisen we andermaal het terrein over naar Phoenix. We kunnen stellen dat het zelfvertrouwen in haar ontwaakt en gegroeid is, sinds ze aan de vooravond van haar bekendheid als verlegen muzikant haar EP uitbracht. Ze laat het publiek kennismaken met liedjes van haar nieuwe album Cheap Smell, gelardeerd met haar eerdere successen van Shades of Black, die naadloos aan elkaar geregen worden. ‘It’s the Weekend’ nestelt zich vervolgens de rest van de dag in je hersenpan, zoals Kovacs het je toezingt. Het fraaie ‘Mama & Papa’ is toepasselijk op Paaszondag met de zinsnede “When you were goin’ to church”, waarbij de gebrandschilderde ramen op de wanden van het podium worden geprojecteerd. Kovacs is voor ons de vroege topper van de zondag, waarmee de sterstatus van Kovacs bevestigd is.

Later op de dag zullen het feestje van Rowen Hèze, de intieme liedjes van Passenger en het tweede feestje van Ronnie Flex & Deuxperience de zondag vol maken. We kunnen terugkijken op een zeer geslaagd zonnig, onderhoudend, vredig en vooral vriendelijk Paaspop 2019.

Reageer op dit artikel

Boeken / Interview
special: Interview met Bart van Loo over zijn nieuwe boek: De Bourgondiërs

“Tijdens het schrijven werd ik weer ik die 14-jarige knaap die gefascineerd naar de dode Karel de Stoute in de sneeuw zat te kijken.”

Bart Van Loo heeft er een slopende lezingen- en interviewreeks in Vlaanderen en Nederland opzitten. De verteller is zichtbaar uitgeteld, maar – gelukkig voor ons – niet uitverteld: het duurt het niet lang voor hij weer gloedvol en opverend vertelt over ‘zijn’ Bourgondiërs. Het onderwerp ligt hem nu eenmaal na aan het hart: zijn vrouw is Bourgondisch, hun dochter bijgevolg Vlaams-Bourgondisch. “Maar toch heb ik dit boek in de eerste plaats voor mezelf geschreven.”

Een pil van ruim 600 pagina’s over de geschiedenis van de Bourgondiërs: op voorhand moet het als commerciële zelfmoord hebben geklonken, maar de teller staat vandaag op bijna 65.000 verkochte exemplaren in 2,5 maand. Hoe verklaar je dat succes?

“Het boek is mooi gelanceerd geworden in De Wereld Draait Door en De Afspraak, er zijn meteen heel veel 4- en 5-sterrenrecensies gekomen en er is de 8-delige podcast die ik voor radiozender Klara maakte. Dat zijn concrete aanleidingen, maar die verklaren de stormloop in Vlaanderen en Nederland natuurlijk niet. Als we wat dieper graven, denk ik dat het een kwestie van identiteit is. Zeker in deze verbrokkelde, complexe tijden van migratie, Brexit, Marrakech-akkoord … stellen mensen zich de vraag: wie zijn wij eigenlijk? Waar komen wij vandaan? Misschien is het in die context dan interessant wanneer iemand besluit om – zonder enige ideologische bedoelingen – dat verhaal te vertellen. Hebben wij een collectieve identiteit? En zo, hoe is die ontstaan? En ik heb vastgesteld dat we daarvoor naar de Bourgondiërs moesten kijken. Vandaar ook de ondertitel Aartsvaders van de Lage Landen. Maar is het echt de verklaring voor het succes? Ik weet het niet, want dat identitaire zit niet expliciet in het boek. Dat zou ook averechts werken. Zij die trouwens op zoek zijn naar een specifiek Vlaamse identiteit zullen al meteen vaststellen dat Limburg en Brabant nu tot Vlaanderen behoren, maar in de middeleeuwen helemaal niet. De Lage Landen zijn een samenraapsel van identiteiten, die de Bourgondische hertogen staatkundig, juridisch, militair, monetair en artistiek hebben samengebracht. Wat ik eigenlijk vooral wilde aantonen, was dat onze geschiedenis niét begint bij de val van Antwerpen of bij Willem van Oranje, maar veel eerder. Iets wat we nooit op school hebben geleerd.”

Hoe ben je eigenlijk aan dit titanenwerk begonnen?

“Ik trek bij wijze van spreken aan een touwtje en stel dan vast wat daar allemaal aan vasthangt (haalt een denkbeeldige vislijn binnen). Jan Van Eyck staat midden in het verhaal van de Bourgondiërs als hofschilder van Filips de Goede. Jeanne d’Arc heeft er ook alles mee te maken en leefde gelijktijdig met Van Eyck. Het begin van de boekdrukkunst, dat was in de tijd van Karel de Stoute. Het ontstaan van de huiskapellen, de groeispurt van het ego … Allemaal dingen die mij uitermate boeien en die ik in één boek kon verwerken. Ik heb het dus eigenlijk in de eerste plaats voor mezelf geschreven, waarbij ik terug die 14-jarige knaap werd die gefascineerd naar het prentje van de dode Karel de Stoute in de sneeuw keek. Nu, ik moest dit boek ook voor mezelf schrijven, anders had ik dit project nooit volgehouden.”

Je waagt je soms ver in je beschrijvingen: een feest dat een “welgemeende fuck you richting Engeland” was, een vrouw met “een voorhoofd als een erotisch voorsteven” … Nooit gedacht dat je hier niet mee zou wegkomen?

“Als verteller schud ik dergelijke beschrijvingen als het ware automatisch uit mijn mouw, ik voel aan dat ze nodig zijn om het verhaal tot leven te brengen. Net zoals ik graag vertrek van details en petites histoires om van daaruit breder te gaan. Zoals het feit dat er 200 eekhoorntjes werden verwerkt in een kostbare mantel. Of dat Filips de Goede zich wel naar de borst moet hebben gegrepen toen het Lam Gods werd onthuld. En die ‘welgemeende fuck you’? Tja, misschien is die op het randje, maar het overdreven feest dat werd gegeven kwam daar nu eenmaal op neer. Met één uitdrukking leg ik de hele internationale politiek uit. Toegegeven, het is een literaire vrijheid die echte academici zich wellicht niet kunnen veroorloven. Meer nog: de academische wereld heeft lang neergekeken op de histoire événementielle zoals ik ze bedrijf. Onlangs gaf professor Wim Blockmans evenwel toe dat historici net zo’n verhalen nodig hebben om buiten hun afgebakende vakgebied te geraken en het grote publiek te bereiken.”

In dat verband: een bevriend historicus gaf de kritiek dat academici al het veldwerk doen, waarna een verteller als jij er bij het grote publiek mee gaat scoren.

“Vanuit menselijk, psychologisch standpunt kan ik die reactie begrijpen. Anderzijds: ik heb vier jaar aan dit boek gewerkt zonder dat een of ander universiteit mij een loon uitbetaalde, wat best een grote commerciële gok van mij was, en er stapels en stapels boeken voor gelezen. Bovendien houdt niets die academici tegen om hetzelfde te doen. Ik zou dat zelfs toejuichen: laat ze hun kennis maar meeslepend ontsluiten. Maar voor mij is geschiedschrijving geen wedstrijd, voor mij komt het neer op verhalen vertellen en die koppelen aan historisch inzicht. En ik heb dat alleen kunnen doen omdat ik op de robuuste schouders van echte historici stond. Die spanning tussen academische en populaire geschiedschrijving vind ik trouwens heel boeiend, op 1 juni vindt er naar aanleiding van mijn boek zelfs een debatnamiddag over plaats aan de UGent.”

Over populair gesproken: ik las in een recensie dat je boek zich uitstekend zou lenen tot een televisiereeks à la The Crown. Zet je dat aan het dromen?

(enthousiast) “O ja, geweldig! Zij het dat iemand anders het zal moeten doen, want daar begin ik niet aan. Maar beeld je eens in: Jeremy Irons als de oude Filips de Goede, of als Filips de Stoute die met zijn stofbril op weg is naar alweer een veldslag. En wat een mooi personage zou de Franse koning Karel VI zijn, die opeens krankzinnig wordt en op zijn gevolg begint in te hakken. Wat een rol! Die banketten, die riddertornooien, die veldslagen, die moordaanslagen … Het is allemaal zo episch en filmisch dat het zich heel goed zou lenen voor een serie. Zeker omdat er ook nog eens van die Shakespeareaanse elementen inzitten, zoals Filips de Goede en Filips de Stoute die elkaar als vader en zoon vreselijk in de haren konden vliegen. Of Lodewijk van Male, de graaf van Vlaanderen, die in Brugge aan een willekeurige deur moet kloppen om aan de woedende menigte te ontsnappen en later de stad ontvlucht door de slotgracht over te zwemmen. Je ziet het toch zo voor je?”

Tot slot: al een idee wat hierna volgt?

“Eerst en vooral vakantie. Het is nodig, zoals je kan merken (lacht). Daarna zien we wel. Wie weet schrijf ik wel een sequel op De Bourgondiërs, waarbij de supranationale Lage Landen op het einde van de rit uiteenvallen. Dan heb ik de twee oerverhalen: het ontstaan en de scheuring. Alleen al de val van Antwerpen in 1585 is toch mateloos boeiend? Al die kunstenaars, bankiers en intelligentsia die massaal de stad verlieten en naar Amsterdam trokken, dat zijn Gouden Eeuw zag beginnen. Voor het tot dan altijd op kop lopende Vlaanderen een drama, voor Nederland een schitterende gebeurtenis. En dan kan je er de godsdienstoorlogen, Willem van Oranje, Pieter Brueghel, Jeroen Bosch … bij gaan betrekken. Maar nogmaals: ik zie wel of ik de adem vind om dat nogmaals op te brengen. Want het schrijven van De Bourgondiërs is gekkenwerk geweest. Echt crazy.”

Geniet dus maar des te harder van je dolce far niente!

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Revolutie heet nu migratie

recensie: Ivan Krastev - Na Europa

Ivan Krastev is in Na Europa zeer somber over het voortbestaan van de Europese Unie. De Bulgaarse politicoloog ziet migratie als de grootste bedreiging voor Europa. Hij noemt het zelfs Europa’s 9/11.

Populistische en anti-Europese partijen zijn al jaren aan een opkomst bezig. Analisten steggelen al even lang over een verklaring: ligt het aan de economie of aan immigratie? Volgens Ivan Krastev is het dat laatste. Maar hij beschouwt migratie als een veelzijdiger probleem dan de meeste van zijn collega’s.

Revolutie of migratie?

Migratie heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor de landen van aankomst, maar ook voor de landen van vertrek. Krastev kijkt daarbij zowel naar migratie naar Europa als naar migratie binnen Europa.

Krastev noemt migratie de nieuwe vorm van revolutie. Deze revolutie, aldus Krastev,  ‘wordt ideologisch niet geïnspireerd door voorstellingen van een stralende toekomst, maar door foto’s op Google Maps waarop te zien is hoe het leven aan de andere kant van de grens eruitziet. (…) Voor steeds meer mensen betekent ‘verandering’ een verandering van land, niet van regering.’

Stemmen met voeten

Krastev neemt zijn eigen Bulgarije als voorbeeld. Migratie zorgt ervoor dat hervormingsgezinde mensen het land verlaten. Het is, zo stelt Krastev, nu eenmaal eenvoudiger om naar Duitsland te vertrekken dan om Bulgarije te laten functioneren als Duitsland. ‘Een burger die besluit zijn land te verlaten, doet dat natuurlijk niet om het land dat hij achterlaat te hervormen. Hij wil zijn eigen leven veranderen, niet dat van anderen.’

Vooral mensen tussen 25 tot 50 jaar verlaten het land. De meerderheid van de veelbelovende studenten kiest niet voor de Bulgaarse universiteiten, maar studeert in het buitenland. Wie na zo’n studie naar zijn land terugkeert, wordt door landgenoten veelal als ‘loser’ gezien.

Mede als gevolg van de migratie, krimpt de Bulgaarse bevolking – iets wat voor meerdere Centraal- en Oost-Europese landen geldt. Krastev spreekt daarom van ‘demografische paniek’. Dat gevoel van paniek wordt nog eens versterkt door mogelijke komst van niet-Europese immigranten, waardoor sommigen Centraal- en Oost-Europeanen vrezen dat hun land en cultuur mogelijk verdwijnen.

Het Europese 9/11

Dat West-Europeanen zich zoiets lastig voor kunnen stellen, komt volgens Krastev door de verschillende historische ervaringen van beide Europa’s. De voormalige Oostbloklanden hebben na de Val van de Muur een staat (de Sovjet-Unie) en een systeem (communisme) in een mum van tijd zien verdwijnen. Dat maakt dat zij de Europese crisis met een groter gevoel van verontrusting bekijken, ‘terwijl West-Europeanen maar blijven volhouden dat het allemaal wel goed zal komen.’

De migratiecrisis en de mede daardoor veroorzaakte Brexit en regeringsdeelname van populisten in verschillende landen, heeft ook de West-Europeanen laten zien hoe kwetsbaar de EU is. Krastev noemt de vluchtelingencrisis daarom het Europese 9/11.

Krastev is niet optimistisch over de toekomst van Europa. Desalniettemin doet hij wel pogingen een oplossing aan te dragen. Die ligt niet in het ‘verslaan’ van de populisten. Hij stelt juist voor compromissen te sluiten en enkele beleidspunten van ze over te nemen (zoals goed bewaakte buitengrenzen). ‘Flexibiliteit – niet rigiditeit – zou Europa nog wel eens kunnen gaan redden.’

Te dun

Na Europa is een vrij dun en vlot geschreven boekje. Maar het is zeker geen broddelwerkje. Uit alles blijkt dat we hier maar het topje van Krastevs intellectuele ijsberg zien. Het had zeker niet misstaan als hij wat meer ruimte had genomen om zijn denkbeelden verder uit te werken.

Krastev constateert met zijn ruime en scherpe blik de problemen die de EU teisteren – op een diepzinnigere manier dan de meeste analisten. Maar zijn oplossingen vallen tegen. Zijn roep om sterke buitengrenzen gaat voorbij het feit dat de immigratie van buiten de EU al sterk is teruggedrongen – zonder dat daarmee de onvrede is verdwenen. Bovendien draagt hij geen enkele oplossing aan voor een ander groot probleem dat hij constateert: de migratie bínnen de EU.

Verwacht van Krastev dus geen hoogdravende oplossingen. Dat kun je hem ook lastig kwalijk nemen, aangezien hij zelf ook niet veel verwacht van de door hem aangedragen oplossingen: ‘Het uiteenvallen van de Unie is dus een van de meest waarschijnlijke uitkomsten.’

Dat fatalisme heeft iets onbevredigends, maar ook dat is misschien iets typisch West-Europees.

Reageer op dit artikel