Tag Archief van: landscape

Boeken / Fictie

Een leven, magisch in zijn eenvoud

recensie: Hoe het groeide – Knut Hamsun

Er loopt een man door de wildernis, bergopwaarts. Hij kiest een plek waar de rivier niet te breed is, waar een broedend sneeuwhoen naar hem blaast, waar, kortom, dieren en vogels zijn, waar humus en moerasgrond in de bodem zitten, en hij denkt: ‘hier zal ik mij vestigen, ja, reken maar, dat zal ik doen’. Het is het begin van een leven dat in het teken staat van de natuur.

Hoe het groeide (1917) is een chronologisch verhaal, maar onder de oppervlakte (en dus bovenal) is het een verhandeling over de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving, en over hoe de regels van de samenleving aan die relatie afbreuk doen. Onlangs verscheen van deze klassieke roman van Knut Hamsun een nieuwe Nederlandse vertaling, een goede aanleiding om het te herlezen.

Een eenvoudig leven

In de herfst bouwt Isak een plaggenhut en begint zichzelf te onderhouden door vademhout te kappen en in het naburige dorp te verkopen of te ruilen tegen bruikbare goederen. Maar al snel is hij zelfvoorzienend. Er komt een vrouw naar de ontginning, met wie hij een gezin sticht; in de loop der jaren verandert de ontginning in een heuse boerderij, met meerdere gebouwen en een grote veestapel.

Op Sellanraa, zoals de ontginning in de loop der jaren komt te heten, is het menselijk bestaan ondergeschikt aan de invloeden van de natuur. Het leven is er optimistisch en meegaand: als de weersomstandigheden het ze vergunt, gaat het de bewoners van de ontginning goed af, maar ook de slechte seizoenen worden goedwillig tegemoet getreden, zonder zich tegen de natuur te keren. De boerderij groeit, maar wordt nooit commercieel: alles is uitsluitend gericht op het in stand houden van het leven dat er al is.

Natuur en stad

Toch is het op Sellanraa niet alleen maar pais en vree – ook het leven op het land kent leed en tragiek. Maar we kunnen niet anders dan vaststellen dat de bewoners van Sellanraa zich alleen dan ongelukkig voelen wanneer de maatschappelijke standaarden tot de ontginning weten door te dringen en zich daar doen gelden: zo komen meerdere buitenechtelijke zwangerschappen in het veld, die door de buitenwereld als schandelijk worden bezien, tot een tamelijk verdrietig einde.

Inderdaad legt Hoe het groeide een tegenstelling bloot tussen het leven in de natuur en het leven in de stad. Op het land beschikt men niet over meer kennis dan nodig is om te overleven en is men volmaakt gelukkig. In de stad, daarentegen, gonst het van de roddels, de nieuwtjes, de technologische ontwikkelingen en grootse, bureaucratische ambities. Omdat er geen einddoel in het vooruitzicht wordt gesteld en de mensen dus geen vastigheid kunnen vinden, ondervinden zij een gebrek aan berusting en tevredenheid in het hier en nu. Oók de mensen die aanvankelijk de indruk wekken zich boven de sleur van het maatschappelijke bestaan te hebben gesteld, zoals mevrouw Heyerdahl, die met een verrassend moderne blik de toestand van de vrouwen in het vroeg-twintigste-eeuwse Noorwegen weet te duiden, blijken later niet minder gehecht aan de aardse, arbitraire richtlijnen dan de meest onbewimpelde boemannen.

Het bovennatuurlijke van de natuur

De tegenstelling tussen het romantiseren van de natuur aan de ene kant en het berispen van het stadse leven aan de andere kant doet wellicht wat clichématig aan. En ja, misschien is de boodschap van Hoe het groeide tegenwoordig wel niet meer zo vernieuwend. Maar het boek graaft een stuk dieper dan een oppervlakkig waardeoordeel over het leven in de natuur tegenover het leven in de stad: de diepzinnigheid van het boek zit in het onderzoek van de relatie tussen mens en natuur. Op Sellanraa worden de mensen een met de natuur, wat van een bepaalde spirituele benadering van de relatie tussen deze twee getuigt. Dat wordt duidelijk in de volgende passage:

‘Op Sellanraa hadden ze het geluk dat de grauwe ganzen iedere herfst en iedere lente in formatie over de wildernis vlogen en dat ze hun gegak hoog in de lucht konden horen, het was alsof ze ijlden. En het was alsof de wereld een ogenblik stilstond, tot de vlucht was gepasseerd. Voelden de mensen nu geen zacht gevoel door zich heen gaan? Ze pakten hun werk weer op, maar eerst haalden ze diep adem, er had van gene zijde iets tot hen gesproken.’

De eenwording van mens en natuur brengt ervaringen teweeg die mystiek kunnen worden genoemd, omdat de mensen in die ervaringen, zoals in bovenstaande passage, het mens-zijn overstijgen.

In Hoe het groeide speelt het leven op de ontginning zich van nature op een hoger plan af. Dat wordt duidelijk wanneer Isak de duivel ontmoet in het veld, hem wegjaagt door in Jezus’ naam op hem af te stappen en het voorval later in uiterst nuchtere bewoordingen aan zijn vrouw Inger vertelt. Een andere passage waaruit blijkt dat de eenwording met de natuur zich boven het aardse leven verheft, is die waarin Sivert, de zoon van Isak, waarneemt hoe twee eenden zich over het water verplaatsen en kwaken terwijl zij dat doen. Op dat moment trekt er een geluid door hem heen, ‘een zoetheid, hij bleef achter met een ragfijne herinnering aan iets wilds en heerlijks, iets wat hij vroeger had beleefd, maar wat was uitgewist. Hij loopt in stilte naar huis, vertelt er niet over, kletst er niet over, het liet zich niet vangen in aardse taal’. Uit deze citaten blijkt dat er onder de oppervlakte van de tekst van Hoe het groeide wel degelijk een spirituele opvatting van het leven op de ontginning schuilgaat.

Geleidelijke groei

Het leven op Sellanraa wordt in de loop van het verhaal steeds geavanceerder. Het bestaan op de ontginning wordt comfortabeler en standvastiger, en dat lijkt haast een natuurlijk gevolg van het harde werk van de bewoners van de boerderij te zijn. Die natuurlijke voortgang van de dingen wordt weerspiegeld in het schrijven van Hamsun: daarin voelt niets kunstmatig. De alwetende verteller legt een grote sympathie voor Sellanraa en nederigheid voor en overgave aan de natuur aan den dag, en zo wordt de lezer in staat gesteld met Sellanraa mee te leven en opluchting en spanning voor haar bewoners te voelen.

De onvolprezen klassieker Hoe het groeide is zo geschreven dat de magie die de bewoners van Sellanraa ervaren via de woorden en de pagina’s haast voelbaar wordt voor de lezer. Dat is een legendarische prestatie, die de lezer vast en zeker als dierbaar en onmisbaar zal beschouwen.

 

Boeken / Fictie

Een leven, magisch in zijn eenvoud

recensie: Hoe het groeide – Knut Hamsun

Er loopt een man door de wildernis, bergopwaarts. Hij kiest een plek waar de rivier niet te breed is, waar een broedend sneeuwhoen naar hem blaast, waar, kortom, dieren en vogels zijn, waar humus en moerasgrond in de bodem zitten, en hij denkt: ‘hier zal ik mij vestigen, ja, reken maar, dat zal ik doen’. Het is het begin van een leven dat in het teken staat van de natuur.

Hoe het groeide (1917) is een chronologisch verhaal, maar onder de oppervlakte (en dus bovenal) is het een verhandeling over de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving, en over hoe de regels van de samenleving aan die relatie afbreuk doen. Onlangs verscheen van deze klassieke roman van Knut Hamsun een nieuwe Nederlandse vertaling, een goede aanleiding om het te herlezen.

Een eenvoudig leven

In de herfst bouwt Isak een plaggenhut en begint zichzelf te onderhouden door vademhout te kappen en in het naburige dorp te verkopen of te ruilen tegen bruikbare goederen. Maar al snel is hij zelfvoorzienend. Er komt een vrouw naar de ontginning, met wie hij een gezin sticht; in de loop der jaren verandert de ontginning in een heuse boerderij, met meerdere gebouwen en een grote veestapel.

Op Sellanraa, zoals de ontginning in de loop der jaren komt te heten, is het menselijk bestaan ondergeschikt aan de invloeden van de natuur. Het leven is er optimistisch en meegaand: als de weersomstandigheden het ze vergunt, gaat het de bewoners van de ontginning goed af, maar ook de slechte seizoenen worden goedwillig tegemoet getreden, zonder zich tegen de natuur te keren. De boerderij groeit, maar wordt nooit commercieel: alles is uitsluitend gericht op het in stand houden van het leven dat er al is.

Natuur en stad

Toch is het op Sellanraa niet alleen maar pais en vree – ook het leven op het land kent leed en tragiek. Maar we kunnen niet anders dan vaststellen dat de bewoners van Sellanraa zich alleen dan ongelukkig voelen wanneer de maatschappelijke standaarden tot de ontginning weten door te dringen en zich daar doen gelden: zo komen meerdere buitenechtelijke zwangerschappen in het veld, die door de buitenwereld als schandelijk worden bezien, tot een tamelijk verdrietig einde.

Inderdaad legt Hoe het groeide een tegenstelling bloot tussen het leven in de natuur en het leven in de stad. Op het land beschikt men niet over meer kennis dan nodig is om te overleven en is men volmaakt gelukkig. In de stad, daarentegen, gonst het van de roddels, de nieuwtjes, de technologische ontwikkelingen en grootse, bureaucratische ambities. Omdat er geen einddoel in het vooruitzicht wordt gesteld en de mensen dus geen vastigheid kunnen vinden, ondervinden zij een gebrek aan berusting en tevredenheid in het hier en nu. Oók de mensen die aanvankelijk de indruk wekken zich boven de sleur van het maatschappelijke bestaan te hebben gesteld, zoals mevrouw Heyerdahl, die met een verrassend moderne blik de toestand van de vrouwen in het vroeg-twintigste-eeuwse Noorwegen weet te duiden, blijken later niet minder gehecht aan de aardse, arbitraire richtlijnen dan de meest onbewimpelde boemannen.

Het bovennatuurlijke van de natuur

De tegenstelling tussen het romantiseren van de natuur aan de ene kant en het berispen van het stadse leven aan de andere kant doet wellicht wat clichématig aan. En ja, misschien is de boodschap van Hoe het groeide tegenwoordig wel niet meer zo vernieuwend. Maar het boek graaft een stuk dieper dan een oppervlakkig waardeoordeel over het leven in de natuur tegenover het leven in de stad: de diepzinnigheid van het boek zit in het onderzoek van de relatie tussen mens en natuur. Op Sellanraa worden de mensen een met de natuur, wat van een bepaalde spirituele benadering van de relatie tussen deze twee getuigt. Dat wordt duidelijk in de volgende passage:

‘Op Sellanraa hadden ze het geluk dat de grauwe ganzen iedere herfst en iedere lente in formatie over de wildernis vlogen en dat ze hun gegak hoog in de lucht konden horen, het was alsof ze ijlden. En het was alsof de wereld een ogenblik stilstond, tot de vlucht was gepasseerd. Voelden de mensen nu geen zacht gevoel door zich heen gaan? Ze pakten hun werk weer op, maar eerst haalden ze diep adem, er had van gene zijde iets tot hen gesproken.’

De eenwording van mens en natuur brengt ervaringen teweeg die mystiek kunnen worden genoemd, omdat de mensen in die ervaringen, zoals in bovenstaande passage, het mens-zijn overstijgen.

In Hoe het groeide speelt het leven op de ontginning zich van nature op een hoger plan af. Dat wordt duidelijk wanneer Isak de duivel ontmoet in het veld, hem wegjaagt door in Jezus’ naam op hem af te stappen en het voorval later in uiterst nuchtere bewoordingen aan zijn vrouw Inger vertelt. Een andere passage waaruit blijkt dat de eenwording met de natuur zich boven het aardse leven verheft, is die waarin Sivert, de zoon van Isak, waarneemt hoe twee eenden zich over het water verplaatsen en kwaken terwijl zij dat doen. Op dat moment trekt er een geluid door hem heen, ‘een zoetheid, hij bleef achter met een ragfijne herinnering aan iets wilds en heerlijks, iets wat hij vroeger had beleefd, maar wat was uitgewist. Hij loopt in stilte naar huis, vertelt er niet over, kletst er niet over, het liet zich niet vangen in aardse taal’. Uit deze citaten blijkt dat er onder de oppervlakte van de tekst van Hoe het groeide wel degelijk een spirituele opvatting van het leven op de ontginning schuilgaat.

Geleidelijke groei

Het leven op Sellanraa wordt in de loop van het verhaal steeds geavanceerder. Het bestaan op de ontginning wordt comfortabeler en standvastiger, en dat lijkt haast een natuurlijk gevolg van het harde werk van de bewoners van de boerderij te zijn. Die natuurlijke voortgang van de dingen wordt weerspiegeld in het schrijven van Hamsun: daarin voelt niets kunstmatig. De alwetende verteller legt een grote sympathie voor Sellanraa en nederigheid voor en overgave aan de natuur aan den dag, en zo wordt de lezer in staat gesteld met Sellanraa mee te leven en opluchting en spanning voor haar bewoners te voelen.

De onvolprezen klassieker Hoe het groeide is zo geschreven dat de magie die de bewoners van Sellanraa ervaren via de woorden en de pagina’s haast voelbaar wordt voor de lezer. Dat is een legendarische prestatie, die de lezer vast en zeker als dierbaar en onmisbaar zal beschouwen.

 

Theater / Voorstelling

Hemels gezang en humoristische nonnen

recensie: Sister Act de musical
0X5A7596-EditDanny Kaan

Wat is een goede onderduikplek voor een nachtclubzangeres die getuige is van een moord? Inderdaad, een klooster: de plek waar zangeres Deloris zelf liever ook niet is. De komische film Sister Act met Whoopi Goldberg was in de jaren ’90 een groot succes, maar is de nieuwe Nederlandse musicalversie net zo grappig?

In 1992 kwam deze komedie als film uit en kreeg later zelfs een deel 2. Nonnen rennend in een casino om een stel gangsters af te leiden, dit soort iconische scenes blijft grappig. Joop van den Ende en Whoopi Goldberg werkten samen aan de musicalversie van Sister Act die in 2009 op het Londense West End in première ging en later werden er over de hele wereld verschillende versies opgevoerd van Broadway tot Duitsland. De Nederlandse versie draaide in theaterseizoen 2013-2014 met Carolina Dijkhuizen en Simone Kleinsma in de hoofdrol. Nu, tien jaar later, brengen Medialane en de Theateralliantie weer een nieuwe versie van deze musicalkomedie naar het theater met April Darby als Deloris en Sanne Wallis de Vries als Moeder Overste.

Zingende nonnen

Nachtclubzangeres Deloris (April Darby) ziet haar vriend Curtis (Robert van den Bergh) iemand vermoorden en meldt zich geschrokken bij de politie. Agent Harry (Freek Bartels) overtuigt haar om te getuigen, zodat haar vriend, gangster Curtis, achter de tralies komt. In afwachting van het proces moet ze onderduiken in een klooster en dit zorgt voor veel ongemakkelijke en grappige situaties. Deloris gaat bij het vals zingende nonnenkoor en zorgt ervoor dat het koor een ware transformatie ondergaat en een ware hit wordt. Maar al die aandacht voor het koor en de kerk zorgt voor problemen, want de kans dat Deloris’ onderduikadres bekend wordt, wordt steeds groter.

De musical vertelt vrijwel hetzelfde verhaal als de film, alleen speelt het zich af in de jaren ’70 wat zorgt voor lekkere disconummers. Een goede oplossing, want de hits uit de film (bijvoorbeeld ‘I wil follow him’) mogen door een rechtenkwestie niet in de musical gebruikt worden. Gelukkig zijn nummers als ‘Ik wil genade’, ‘Fabulous Baby’ en ‘Zondagmorgenpassie’ ook heerlijk feestelijk en swingend.

Deze nieuwe musicalversie is gemoderniseerd, maar erg veel is er niet veranderd en dat lijkt ook niet echt nodig. Zo is ‘Natte Harry’ nu ‘Slome Harry’, maar voor het grootste deel is gewoon gebruik gemaakt van de vertaling van Martine Bijl.

Een echte komedie

Sister Act blinkt uit in zang én humor. April Darby zingt als Deloris moeiteloos de sterren van de hemel en ook het nonnenkoor heeft na de transformatie een aantal catchy nummers die je bijblijven. Bovendien is deze show een echte musicalkomedie en zit net als de film vol (woord)grappen en grappige situaties. Denk aan: ‘Hosti hamkaas’, ‘Het heilige beest’ en Deloris die iedereen maar ‘Gods rijke zegen’ blijft wensen. Grappen die op papier zo ontzettend flauw klinken, maar die op toneel tot leven komen en zorgen voor veel gelach.

Waar April Darby vooral indruk maakt door haar stemgeluid, doet Sanne Wallis de Vries dit met haar humor. Ze speelt een strenge, nukkige Moeder Overste die stiekem toch ook wel geniet van een goed zingend koor. Sanne weet met wat details, bijvoorbeeld een rare beweging hier en daar, de zaal aan het lachen te krijgen. Bovendien speelt ze ook goed in op de reactie van de zaal en lijkt er af en toe zelfs plaats voor wat improvisatie.

Ook een aantal bijrollen valt behoorlijk op met hun komische scenes, die ieder voor kleine hoogtepuntjes in het verhaal zorgen. Freek Bartels (alternate Harry, hij speelt deze rol afwisselend met Samir Hassan) is grappig en ontroert als slome Harry in het gelijknamige nummer. Robert van den Bergh, die vaak vriendelijke bijrollen speelt, blijkt een prima slechterik in zich te hebben schuilen als gangster Curtis met ‘Want ze blijft mijn meissie’. Het trio gangsterhulpjes is met ‘Hee, dame in het zwart’ ook zeker het noemen waard als sterk humoristisch nummer.

Kortom, voor deze versie van Sister Act geldt hetzelfde als voor de heropvoering van Saturday Night Fever: hadden we per se een nieuwe modernere versie van deze musical nodig? Nee, maar Sister Act zorgt voor een zorgeloze, grappige en feestelijke avond uit en dat escapisme is in deze tijd ook erg fijn.

Film / Films

Een echo uit het verleden

recensie: Gladiator II - Ridley Scott
FilmstillFilmdepot

Vierentwintig jaar nadat we Russell Crowe op het grote scherm in de ring hebben zien strijden, is het tijd voor een nieuw schouwspel. Ridley Scott keert terug naar de Romeinse tijd om wederom een bruut wraakverhaal over kracht en eer neer te zetten. Op de vraag die zo duidelijk in het origineel gesteld wordt, ‘Are you not entertained?’, lijkt maar één antwoord passend: natuurlijk wel!

Het verhaal begint wanneer het Romeinse leger Numidië binnenvalt ter uitbreiding van het Romeinse imperium. Lucius (Paul Mescal) leidt het inheemse leger tegen de Romeinen, die geleid worden door generaal Acacius (Pedro Pascal). De twee aanvoerders lijken aan elkaar gewaagd, maar wanneer Lucius’ leger bezwijkt onder het geweld van de Romeinen, wordt hij als krijgsgevangene naar Rome gebracht. Die eens zo mooie stad lijkt in duigen te vallen onder de leiding van een duo tirannen, die het volk eensgezind proberen te houden met bloederig vermaak in het Colosseum. Als gladiator van slavenhandelaar Macrinus (Denzel Washington) moet Lucius zich omhoog vechten, gedreven door de belofte dat hij wraak kan nemen op Acacius.

Een waardige opvolger?

Gladiator (2000) is een iconische film. De integere rol van de harde Crowe, de prachtige muziek van Hans Zimmer en de venijnige antagonist vertolkt door Joaquin Phoenix hebben een hoge lat gelegd voor het vervolg. Zelfs na zoveel jaar is het moeilijk om de films niet naast elkaar te leggen, al helemaal omdat het verhaal van Gladiator II voortborduurt op dat van deel I.

Mescals repertoire bestaat vrijwel uitsluitend uit zachtaardige rollen. Wie hem kent van Aftersun (2022) of All of Us Strangers (2023) zal overtuigd moeten worden: komt Mescal geloofwaardig over wanneer hij anderen met de grond gelijk maakt? Zijn eerste speech, waarmee hij zijn Numidische leger opzweept, bevat direct de kracht die de rol vraagt, maar geeft ook de tedere zijde van Lucius sterk weer. Washington heeft in een interview aangegeven dat Mescal zomaar een van de grotere namen in Hollywood zou kunnen worden. Mescal dwingt dan ook respect af met deze ijzersterke vertoning.

Harry Gregson-Williams, de componist van de film, brengt effectief de spanning in de arena. Ook de meer etherische momenten in de film worden versterkt door zijn muziek, al is het moeilijk de epische maar breekbare momenten van Zimmers meesterwerk ‘Elysium’ uit Gladiator (2000) te evenaren.

Qua antagonisten weet de film het origineel te overtreffen. De vele personages die geïntroduceerd worden, zijn verre van zwart-wit (wat niet gezegd kon worden van Phoenix’ Commodus). De ogenschijnlijke vijand heeft nobeler overtuigingen dan je vermoedt. Andere personages hebben meer kaarten achter de hand dan ze laten zien. De grote ego’s van alle machtsfiguren worden op verschillende momenten op de proef gesteld, wat zorgt voor een intrigerend politiek spel.

Niet volgens de boeken

Scott heeft niet stilgezeten sinds de eerste Gladiator-film. Zo bracht hij eind vorig jaar een andere historische blockbuster uit, namelijk Napoleon. De film werd vaak bekritiseerd omdat deze historisch niet accuraat zou zijn. Scott reageerde geagiteerd op deze kritiek: hij maakt films, en dat betekent dat hij niet gebonden hoeft te zijn aan de feiten.

Nu we een jaar later opnieuw een door de geschiedenis geïnspireerd verhaal aanschouwen, lijkt Scott deze critici zelfs te provoceren. In een onderspoelde arena roept een Romeinse orator de god van het water, Neptunus, bij zijn Griekse naam, Poseidon. Een kenner zal het niet ontgaan dat het ridicuul is om de verkeerde mythologie aan te halen. De slag die volgt, is dermate spannend en creatief in beeld gebracht dat het duidelijk is dat we deze film kijken voor het spektakel en niet voor een geschiedenisles.

Terug de ring in

Wie het origineel heeft gezien, doet zichzelf tekort door niet terug te keren voor dit vervolg. De film heeft meerdere sterke performances, een verhaal met verschillende lagen en bovenal bloedstollende vechtscènes. Ridley Scott bewijst zich weer als de meester van veldslagen op het witte doek en Paul Mescal verrast met een charmante, doch intense performance. Gladiator II draait nu in de bioscoop.

Theater / Voorstelling

Liefde heelt de wonden die jaloezie slaat

recensie: Wintersprookje – Shakespeare Theater Diever

Jaloezie is een lelijk monster. Afgunst is de drijfveer die de Siciliaanse koning Leontes ertoe brengt zijn eigen leven kapot te maken. Shakespeare Theater Diever speelt dit grimmige Wintersprookje van William Shakespeare in zijn openluchttheater in het bos in Drenthe.

Koning Leontes van Sicilië is gelukkig getrouwd met Hermione. Ze hebben een zoon en Hermione is hoogzwanger van het tweede kind. Inmiddels is Leontes’ beste vriend, koning Polixenes van Bohemen, alweer negen maanden bij hen te gast. En opeens telt de jaloerse Leontes één en één bij elkaar op: zijn Hermione kan veel te goed opschieten met vriend Polixenes. Dus: zij is vast en zeker met hem vreemdgegaan, het kind dat zij draagt is niet van hem, maar van Polixenes.

Gevangenis

In zijn redeloze, ongegronde jaloersheid geeft Leontes zijn vertrouweling Camillo opdracht Polixenes te vermoorden, en zijn hoogzwangere vrouw in de gevangenis te gooien. Maar Polixenes ontsnapt naar Bohemen, vertrouweling Camillo vlucht met hem mee. Hermione bevalt in de gevangenis van een dochter, die bij haar wordt weggehaald en te vondeling wordt gelegd op een onbekende plek.

Elke zomer

Het openluchttheater in het Drentse Diever zet sinds 1946 elke zomer een stuk van Shakespeare op de planken, met deels amateurs en deels semi-professionele spelers, en altijd vergezeld van feestelijke live muziek. Feitelijk liggen aanpak en uitvoering behoorlijk dicht bij wat er in de zeventiende eeuw gebeurde in Shakespeares eigen theater in Londen.

De Drentse voorstellingen ogen vrolijk en geestig, maar ze zijn tegelijkertijd bloedserieus in hun benadering en interpretatie van Shakespeares teksten. Zo is The Winter’s Tale (van rond 1610) door vertaler/regisseur Jack Nieborg omgezet in een weliswaar geestig, maar ook wrang Wintersprookje.
Shakespeare Theater Diever speelde dit stuk twee keer eerder, in 1983 en in 1996.

Tijd

Nieborg laat nu het contrast tussen het vernietigende effect van jaloezie en het heilzame van liefde mooi uit de verf komen. De nadruk ligt op de tijd die verstrijkt. Die is neergezet als een levend personage, De Tijd, fraai gespeeld door Dick van Veen, gehuld in een lange blinkende mantel. In de indrukwekkende openingsscène komt een begrafenisstoet op met een echte doodskist met daarin een vrouw. De Tijd jaagt haar eruit: deze dode komt te vroeg in het stuk. Daarmee zet De Tijd de toon voor de rol die hij speelt; de tekst springt genadeloos heen en weer over zestien jaar en De Tijd vormt een brug tussen de verschillende episodes. Spannend is het gebruik van licht om diverse tijdsprongen te onderstrepen (lichtontwerp Henry van Niel).

Vondeling

credits: Koen Timmerman

De zestien jaar die verstrijken heeft Shakespeare nodig om een aantal elementen te kunnen uitwerken. Zo moet de te vondeling gelegde dochter van Hermione uitgroeien tot een begeerlijke deerne, Perdita. En het tijdverloop laat zien wat het oplevert je te laten leiden door jaloezie, of door juist liefde je drijfveer te laten zijn.

Zo is het op het Sicilië van de jaloerse Leontes maar een sombere en sobere boel, met mensen die in het zwart zijn gekleed (kostuumontwerp: Margot van der Kamp) en niets dan stoelen van licht hout bij wijze van decor. Dit, terwijl het in het Bohemen van Polixenes feest is, compleet met slingers, mensen in lichte kleren en fraaie kuddes schapen (decorontwerp: Janco van Barneveld). En terwijl Leontes een koningshuis leidt dat geen toekomst heeft, staat in Bohemen de volgende generatie monarchen klaar.

Visuele vondsten

Regisseur Nieborg maakt – zoals we dat in de loop der jaren van hem gewend zijn – van Wintersprookje een feestelijke voorstelling met behulp van (semi-)professionele spelers en musici. Hij heeft een hele riedel geestige en mooie visuele vondsten in petto.

Nieborg heeft de beschikking over een aantal fijne acteurs. Zoals Floris Albrecht, die van de Siciliaanse koning Leontes een zenuwpees maakt die voortdurend op de toppen van zijn tenen heen en weer staat te springen en te wiebelen. Anne Peter van Muijen zet vertrouweling Camillo neer met charismatische bravoure en zwierigheid. Iris Kasimier in de dubbelrol van moeder Hermione en dochter Perdita is als koningin waardig en ingetogen, en als vondeling vrolijk springerig. De sterke schaapherder die Frans Planken neerzet is tegelijkertijd geestig en geslepen.

Rommelig

Het is jammer dat Nieborg na een behoorlijk strak geregisseerde eerste helft van de tweede een tamelijk rommelig geheel maakt. De verhaallijn wordt daardoor chaotisch. Shakespeares tekst is daar ook lastig, maar een lossige regie maakt  de samenhang in dit deel er niet beter op.

Het publiek in het openluchttheater maakt het allemaal niet uit, dat laat zich graag uitnodigen tot meezingen en -klappen.

 

Tekst: William Shakespeare
Vertaling: Jack Nieborg
Regie: Jack Nieborg
Spel: Floris Albrecht, Iris Kasimier, Siebren de van der Schueren, Muss Algra, Willem Drent, Sadichchha Koirala, Anne Peter van Muijen, Marion Nieborg-Juch, Bert Wijers, Eke Born, Berend Vrielink, Gosse Eefting, Henk Rijke, Joost de Ruiter, Dick van Veen, Frans Planken, Leon van Esveld, Inge Wijers, Annemarie de Bie, Jeroen de Jong, Raphaël Tahapary, Henk Visser, Arend Huisman, Gerard Conijn, Emma Wijers, Jolien de Roos, Karin Biemholt, Pascal van der Aa
Decorontwerp: Janco van Barneveld
Kostuumontwerp: Margot van der Kamp
Lichtontwerp: Henry van Niel
Fotografie: Koen Timmerman

 

Film / Films

Met buikpijn kijken naar huiselijk geweld

recensie: L'amour et les forêts (2023) – Valérie Donzelli
filmstillFilmdepot

Regisseur Valérie Donzelli zet in een kleine twee uur een psychologische thriller neer die je wilt uitkijken. Met name Virginie Efira schittert in de film. Met veel succes etaleert zij het geniepige en verstikkende gevoel van emotioneel geweld binnen een relatie. Hierdoor ben je toch blij als de film is afgelopen.

Naar het boek van Éric Reinhardt toont L’amour et les forêts hoe Blanche (Virginie Efira) en Grégoire (Melvil Poupaud) binnen korte tijd stapelverliefd op elkaar worden. Blanche is een dromerige en ietwat verlegen vrouw; Grégoire is uitgesproken, charmant en spreekt gestadig in de gebiedende wijs. In sneltreinvaart ontwikkelt hun relatie zich, waarbij Blanche zwanger raakt. Grégoire vraagt haar voor zijn werk het zonnige zuiden te verruilen voor het druilerige noorden.

Eerste scheurtjes

Met lede ogen zien Blanches tweelingzus Rose (dubbelrol Efira) en haar moeder (Marie Rivière) de verhuizing aan. Hun geliefde Blanche verhuist ineens ver weg, ver van iedereen. Als Grégoires baas tijdens een etentje laat vallen dat Grégoire niet hoefde te verhuizen, valt Blanches droombeeld van haar geliefde langzaam in duigen. Manipulatieve trekken en bezitterigheid transformeren stapsgewijs tot emotioneel en uiteindelijk fysiek geweld.

Realistisch spel

Poupaud was eerder al te zien als bezitterige vriend in Woody Allens Coup de Chance (2023), al was dat een humoristischere rol. Hoewel hij ook in L’amour et les forêts een sterk karakter neerzet, blinkt Efira, als het lijdende voorwerp van Grégoires emotionele chantage, uit door haar gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Blanches blik als hij haar beschuldigt (‘Waarom laat je me zo’n monster worden?’); haar voorzichtigheid; haar nervositeit; haar angst ; haar fluwelen handschoenen waarmee ze haar grillige man benadert … Als kijker voel je Blanches toenemende wanhoop.

Verstikkend gevoel

Het is een ontzettend belangrijk en actueel onderwerp dat Donzelli in deze thriller aansnijdt en dat logischerwijs weinig lichtvoetigheid met zich meebrengt. De film slaagt er goed in om het verstikkende gevoel van een toxische partner over te brengen, zowel door Efira’s acteerwerk als door de keuze van de shots. Wat de film echter beduidend minder maakt, is de voorspelbaarheid van Grégoires karakter en het herkenbare maar toch wat stereotiepe plot. Helaas zijn er nog steeds veel van dit soort relaties, en kost het slachtoffers doorgaans heel veel tijd en psychische worsteling om uiteindelijk voor zichzelf te durven kiezen. Als ze die uitweg al vinden. Hoe het met Blanche afloopt, kun je zelf in de (thuis)bioscoop zien.

Film / Films

Indrukwekkende debuutfilm

recensie: Il Pleut dans la Maison (2023) - Paloma Sermon-Daï

Il pleut dans la Maison is een indringend portret van een broer en zus die in de steek worden gelaten door hun moeder. Ze zijn gedwongen al op jonge leeftijd, voordat het eigenlijk zou moeten, volwassen te worden.

Il pleut dans la Maison is geen luchtige film. Het is geen verhaal – er is ook geen ‘afloop’ – maar een documentaire-achtig gedraaide film over een broer en zus, Purdey en Makenzy, die aan hun lot overgelaten worden door hun moeder. De moeder heeft een alcoholprobleem en is om de haverklap een tijd weg. Purdey, de oudere zus van bijna achttien, beseft dat de zorg voor haar broertje van vijftien op haar neerkomt. Ondanks haar jonge leeftijd gaat ze op zoek naar manieren om het leven van haar en haar broer beter te maken.

Indringend

Er wordt in deze film veel verteld in weinig woorden. Je ziet de jeugdigheid van Makenzy, het broertje van vijftien, die eigenlijk alleen maar lol wil trappen en ook een beetje het slechte pad op gaat door toeristen te bestelen. Hij wil het liefste thuis blijven bij zijn moeder, ook al is die er vaak niet. Purdey van achttien, is al begonnen met een opleiding tot verpleegkundige, maar ziet dat dat in de huidige situatie niet gaat. Ze besluit daarom haar vakantiebaantje als schoonmaakster door te zetten, om zo voldoende geld te verdienen om te kunnen verhuizen.

Paloma Sermon-Daï

Sermon-Daï heeft duidelijk een voorliefde voor het vertellen en laten zien van familiedrama. Dit begon al met haar afstudeerfilm (Makenzy, 2017), waarin ze dezelfde hoofdpersonen een podium geeft, een film waarin broer en zus een middag samen ontsnappen aan de realiteit aan het einde van de paasvakantie. In haar volgende project, de documentaire Petit Samedi uit 2020, liet ze de relatie tussen haar moeder en haar aan drugs verslaafde broer zien. De Belgische regisseur zegt hierover zelf dat ze dit onderwerp te weinig vertegenwoordigd vindt in de filmindustrie en daarom juist wil laten zien, in al zijn complexiteit, hardheid, maar ook mooiheid.

Ze laat de levens van haar hoofdpersonen zien op zo’n indringende wijze alsof je erbij bent. Daardoor blijft de film lang in je hoofd doorwerken. Hij is ook beklemmend, omdat ze laat zien dat een oplossing niet zomaar voorhanden is.

In de prijzen

Il pleut dans la Maison ging in première tijdens het Cannes Filmfestival in de  Semaine de la Critique, waar het de French Touch Jury Prize won. Ook op de filmfestivals in Namen en Oostende viel Il pleut dans la Maison in de prijzen, alsook de twee hoofdrolspelers. Ze spelen echt geweldig, je hebt geen moment het idee dat je naar acteurs zit te kijken.

Film / Films

Nachtmerrie in de Duitse Alpen

recensie: Cuckoo – Tilman Singer

In het weekend van 22 juni stond bioscoop LAB111 in Amsterdam in het teken van de genrefilm met Club Imagine, georganiseerd door het Imagine Filmfestival als voorproefje voor het officiële festival in oktober. Ditmaal stond Cuckoo in de spotlight, de nieuwe horrorfilm van regisseur Tilman Singer.

Onder het vaandel van studio’s als A24 en NEON, waarbij NEON ook deze film heeft geproduceerd, is er een nieuwe golf van horrorfilms ontstaan. Er werd afscheid genomen van extreme gore of jumpscares en er kwam meer aandacht voor het creëren van een onheilspellende sfeer en langzame opbouw om zo het genre te ‘verheven’ van de B-film status. Voorbeelden hiervan zijn Hereditary (2018) en The Witch (2015), die thema’s zoals rouw en schuld naadloos verweven met beangstigende beelden in een arthousestijl. Tilman Singer combineert met Cuckoo het beste van twee werelden door te breken met de moderne conventies en terug te grijpen naar klassiekers van het genre. In plaats van realisme omarmt hij de surrealistische kant van horror; gevuld met bizarre ideeën, excentrieke personages en een vergezocht plot.

Broeiende duisternis

Het verhaal begint met een bekende opzet binnen het genre: een afgelegen locatie waar mensen zich eigenaardig gedragen, doordrenkt met een duister geheim dat langzaam onthuld wordt door een buitenstaander. De buitenstaander is de 17-jarige Gretchen (Hunter Schafer), die na het overlijden van haar moeder met tegenzin moet verblijven in de Alpen in Duitsland. Haar vader woont hier met zijn nieuwe gezin inclusief haar doofstomme halfzusje in het resort van Herr König (Dan Stevens), die Gretchen hartelijk welkom heet in de prachtige Beierse bergen. Ondanks de schoonheid van het landschap broeit er echter iets duisters onder het oppervlak. Gretchen krijgt bloederige visioenen, gasten komen brakend aan bij de receptie en er klinken mysterieuze schreeuwen, echoënd door de nacht.

Om vernieuwend te zijn binnen deze formule is een uitdaging, mede omdat we dit soort films al in zoveel vormen en smaken hebben gezien. Cuckoo haalt inspiratie uit dezelfde bronnen als klassiekers zoals Invasion of the Body Snatchers (1956), The Shining (1980), en het recentere Get Out (2017), maar onderscheidt zich door een overvloed aan visuele motieven en obscure zijsporen. Je wordt als kijker bij de keel gegrepen zodra het gekrijs door de bergen galmt en je door de ogen van Gretchen in time loops terechtkomt waar keer op keer uit de duisternis de terreur opborrelt. Vervolgens verschuift de toon en wordt een zijspoor bewandeld waarbij Gretchen wordt meegezogen in de wereld van een detective, waarna je ineens à la Rear Window (1955) bij de buren in het resort naar binnen gluurt. De film speelt voortdurend met de realiteit en durft af te wijken van het plot, terwijl Gretchens zoektocht naar de waarheid haar langzaam dieper en dieper een doolhof van nachtmerries in trekt.

Feest voor de liefhebbers

Cuckoo is op zijn best wanneer er rondom alle absurditeiten een onverwachte emotionele noot naar boven komt drijven. Gretchens worsteling met het verlies van haar moeder en de relatie met haar doofstomme halfzus vormen het hart van de film, wat Cuckoo naast een horrorfilm ook een tint van coming of age weet te geven. Dit wordt versterkt door het overtuigende spel van Hunter Schafer, die laat zien dat ze een film prima op eigen schouders kan dragen.

Cuckoo probeert zowel qua plot als visueel veel te bereiken, wat resulteert in een filmervaring die allesbehalve saai genoemd kan worden. Echter is Singer hierbij ook meteen het slachtoffer van zijn eigen ambities: door de vele zijsporen die worden bewandeld verliest het algehele plot de nodige punch om de kijker tot het einde vast te houden. Het is alsof de film zichzelf overschreeuwt en er hierdoor niet in slaagt alle ballen die in de eerste helft zijn opgeworpen een juiste landing te geven. Dat is jammer, want aan talent is er bij Tilman duidelijk geen gebrek.

Ondanks de strakke speelduur van ruim anderhalf uur, weet Cuckoo een cocktail van klassieke horrorelementen te combineren zonder originaliteit te verliezen. Hoewel het onzeker is of en wanneer deze film in de Nederlandse bioscopen te zien zal zijn, is Cuckoo ondanks zijn tekortkomingen voor liefhebbers van het horrorgenre een hell of a ride.

Kunst / Expo binnenland

Interactie met de geest in de machine

recensie: Photography Through the Lens of AI – Foam

De tentoonstelling Photography Through the Lens of AI in fotografiemuseum Foam verkent de Artificiële Intelligentie (AI) van tegenwoordig in een zoektocht naar de essentie ervan en de implicaties voor ons bestaan. De overkoepelende vraag is actueel: hoe goed is alles wat algoritmes voortbrengen voor ons? Het antwoord op die vraag blijkt nogal ambigu.

Je hoeft de kranten maar open te slaan om de impact te zien van AI op onze cultuur en maatschappij. Sinds november 2022 staat het in de schijnwerpers door de grote stappen van het taalprogramma ChatGPT en het beeld-genereer-programma Midjourney – beide van het bedrijf OpenAI. De uitzonderlijke en echt overkomende resultaten die het weet te produceren, leiden tot felle discussies in allerlei vakgebieden – van de beeldende kunst tot het onderwijs tot de literatuur – waarin veelal zorgen worden geuit over de consequenties voor het beeldrecht, de potentiële zwendel bij werkstukken en de meest gevoelige kwestie: het creatieve maakproces dat op losse schroeven komt te staan. Waar liggen de heikele punten bij AI?

Instabiliteit en onkunde

Wat je ziet is dat de huidige systemen nogal instabiel zijn en niet vies van een foutje hier en daar, met als resultaat vreemdsoortige antwoorden of onlogische beeldcombinaties. In deze foutmarges kun je natuurlijk schoonheid vinden, poëzie zelfs. Brea Souders heeft dit bijvoorbeeld gevonden.

‘I am curious about your hands.

My hands are not yet constructed.

I like to draw shapes in the dust.

I don’t want to remove dust. I want it to remain here.’

Ook zie je dat AI vaak nog worstelt met het bevatten van onze realiteit en moeite heeft met verbanden leggen. Dit kan soms nachtmerrieachtig aandoen of zelfs hallucinatoir ogen, zoals de onlogische associatie van Google Deepdream. Lopend tussen de kunstwerken kun je je afvragen: waar komen we uit als dit soort systemen ons straks volledig doorgronden, voorbij deze onkunde?

Superintelligentie en zelfbewustzijn

Er zijn critici (zoals filosoof Nick Bostrom) die, en niet geheel zonder reden, waarschuwen dat kunstmatige intelligentie ons straks voorbijstreeft en de mensheid de baas zal worden met haar superintellect. Dat het misschien zelfs een god wordt (niet Bostroms woorden). Voor diegenen die technologie nu al als religie zien, klinkt dat natuurlijk als muziek in de oren. Louisa Clement onderzoekt dit gegeven in een video waarin avatars uit marketingmiddelen prediken alsof ze op de kansel staan; die spreken over een ‘God’ en zeggen in de taal van ‘God’ te redeneren – maar wie is die god dan? Wil AI een god worden dan moet het natuurlijk eerst zelfbewustzijn verkrijgen. De Turing test (waarin een systeem antwoordt als een zelfbewust wezen en de mens niet doorheeft dat het een AI is) heeft het het nog niet doorstaan. Maar hoe ver reikt de ontwikkeling nu dan? En hoe ziet het zichzelf?

Maria Mavropoulou heeft een beeldgenerator gevraagd of het meerdere zelfportretten van zichzelf wilde maken. Opvallend is dat het vaak voor de menselijke vorm kiest en daarin vrij homogeen is. Als je er sec naar kijkt natuurlijk niet geheel vreemd, omdat het ons als voorbeeld heeft; wat je erin stopt krijg je eruit. Maar het toont wel aan dat het in voorkeuren denkt en dat er daardoor vooroordelen in sluipen.

Dat bekritiseert Alexey Chernikov ook met zijn serie One Last Journey, waarin hij de bias in algoritmes aan de kaak stelt – met gegenereerde karakters die demonstreren dat de witte, westerse visie ongezond vaak naar voren komt bij de prompts. Zijn werk bevraagt tevens de waarachtigheid van de – ‘oude techniek’ – analoge fotografie, want hij presenteert zijn prompt-foto’s op polaroidprints. Hierdoor laat hij de betrouwbaarheid van fotografie wankelen. En stelt eveneens indirect de vraag of kunstmatige intelligentie wellicht een harde aftakking is in de kunstgeschiedenis, zoals fotografie dat was bij haar uitvinding in de negentiende eeuw.

Bias, surveillance, dataverzameling en manipulatie

Bias is een probleem in de systemen van tegenwoordig. Kunstmatige intelligentie wordt bijvoorbeeld statistisch ingezet door de politie in de VS voor meer surveillance in wijken met een aanzienlijkere waarschijnlijkheid op overvallen of diefstallen. Dit zijn vaak wijken met veel mensen van kleur. Lynn Hershman Leeson – zelf behorend tot een minderheid – bekritiseert deze werkwijze en onderzoekt wat de negatieve invloed is van surveillance-technieken zoals CCTV-camera’s, gezichtsherkenningssoftware en manipulerende data-tracking-algoritmes.

Ook Paolo Cirio bevraagt deze machtssystemen. Zijn serie Obscurity bestaat uit gegevens van Amerikaanse mugshot-websites die hij illegaal kopieerde en opnieuw online publiceerde maar dan met vervaagde foto’s en met de gegevens door elkaar gehusseld. Zo kaart hij het recht om vergeten te worden aan. Ook omdat dit soort data ingezet wordt om algoritmes te trainen en er zo vooroordelen en desinformatie ingebed worden in de systemen. In Frankrijk kreeg hij zelfs bonje met de overheid toen hij gezichtsherkenning en massasurveillance bekritiseerde door duizenden agenten te identificeren via camera-beelden. Een conflict met veel gevolgen. Zelfs op het niveau van wetgeving.

Ingrijpende nieuwe technologie

In de tentoonstelling ligt de focus op de vooringenomenheid van AI, hoe het nu nog kijkt en hoe we er mee praten. Het beeld dat de expo geeft is niet eenzijdig, want behalve dat het kritisch is, vind je er ook positieve visies op de collaboratie tussen mens en machine. Je komt erachter dat de ‘geest in de machine’ tegenwoordig voornamelijk nog aan het observeren is om zijn baasje zo goed mogelijk te bevatten. En in de basis toont het natuurlijk vooral hoe wij als mens denken – in alle schoonheid en lelijkheid – maar ook de relevantie om goed na te denken wat we precies willen met AI. Photography Through the Lens of AI laat zien dat het belangrijk is dat we de discussie gaande houden over zo’n ingrijpende nieuwe technologie als artificiële intelligentie. Niet alleen in de kunst, maar op alle vlakken.

Boeken / Non-fictie

Vanuit het hart gesproken

recensie: Geloof, hoop en ravage - Nick Cave en Seán O'Hagan

Als iemand die zich de afgelopen jaren niet vaak liet interviewen, verrast Nick Cave met de bundel Geloof, hoop en ravage. In ruim driehonderd pagina’s bevraagt bevriende Guardian-journalist Seán O’Hagan de rockster openlijk over wat hem beweegt.

Doorgewinterde fans van de Australische zanger hebben Cave de afgelopen decennia een metamorfose zien ondergaan. Van norse punkrocker, overlever van een zware heroïneverslaving, tot weldenkend cultfiguur die een haast mythische status toegedicht krijgt. Tegenwoordig stelt Cave zich steeds kwetsbaarder op en is zijn mildheid gegroeid. Zong hij in de jaren negentig nog People ain’t no good, tegenwoordig beschouwt hij de mensheid niet meer als kwaadwillend. Sinds de plotselinge dood van zijn zoon Arthur in 2015 heeft hij een hernieuwde en oprechtere band opgebouwd met zijn publiek.

Openhartige band

Zo zijn er The Red Hand Files: een online platform waarop Cave wekelijks ingaat op uiteenlopende vragen van volgers. Ook in de concertreeks Conversations with Nick Cave stond de interactie met het publiek centraal. Concertgangers konden de zanger vragen wat ze wilden, geen onderwerp was taboe. Geloof, hoop en ravage past in deze toenaderingslijn die de afgelopen jaren in gang is gezet. Cave voelt zich mens geworden, zo vertrouwt hij aan O’Hagan toe.

O’Hagan spreekt tijdens ruim vijftien telefoongesprekken met Cave over zijn creatieve processen, zijn oeuvre, ingrijpende levensgebeurtenissen en de manier waarop de zanger een herwonnen betekenis aan het leven geeft. Het is lovenswaardig hoe open en welbespraakt de zanger spreekt over een intiem onderwerp als de dood van zijn zoon. Zoals Cave het verklaart, heeft hij enkele jaren moeten wachten voordat hij er de juiste woorden voor gevonden had.

Geloof als leidraad

Religie is nog zo’n thema dat steeds terugkomt in de gesprekken met O’Hagan. An sich geen verrassing voor wie bekend is met het oeuvre van Cave. Zijn geloofsopvatting is een zeer persoonlijke, die noch voor O’Hagan, noch voor de lezer altijd even makkelijk te begrijpen is. Absolute antwoorden heeft Cave zelf ook niet, al blijft religie een onuitputtelijke inspiratiebron voor zijn creatieve werk. Zelfs de keramieken beeldjes die Cave maakte, gebaseerd op het leven van de duivel, blijven niet onbesproken.

Het interview bewijst zich welkome vorm voor alle intieme materie. Regelmatig grijpt O’Hagan terug op eerdere gesprekken en volgt er meer opheldering. De interviewer toont zich begripvol, geduldig, maar schuwt moeilijke onderwerpen niet en neemt geen genoegen met halve antwoorden. Geloof, hoop en ravage is een sterk en opzichzelfstaand document dat uiteraard waardevol is voor fans van Cave, maar dat door de universele en wezenlijke onderwerpen voor iedereen een troostrijke leeservaring is.

Film / Films

Kabbelende treurigheid

recensie: Only the River Flows - Wei Shujun

Wanneer detective Ma Zhe een moord onderzoekt in Banpo, een boerendorpje in China, lijkt de dader snel te zijn gevonden. De politie spoort hem aan om de klus snel af te ronden, maar Banpo en haar rivier houden Ma Zhe in hun greep. De zaak kan niet zo simpel zijn, toch?

Banpo lijkt bijna de ideale plek voor moord. Het hoogstaande riet, de brede rivier en de gesloten bewoners kunnen de stappen van de moordenaar gemakkelijk verhullen. De beperkte informatie die in het onderzoek wordt vergaard, zorgt ervoor dat Ma Zhe (Zhu Yilong) langdurig blijft malen over hoe de zaak in elkaar steekt. De film is gebaseerd op het boek Mistakes by the River (Yu Hua, 2023) waarin de lezer wellicht meer inzicht krijgt in de gedachten van Ma Zhe. De film laat de kijker helaas in het donker tasten en kabbelt, net als de rivier, rustig voort.

Beelden uit een andere tijd

Bij het kijken van Only the River Flows zal je niet snel zeggen dat dit een film uit 2023 is. Regisseur Wei Shujun weet prima de tijdgeest van de jaren 90, waarin het verhaal zich afspeelt, te vatten. Het beperkte gebruik van muziek, de grauwe straten, leren jassen en een hoop sigaretten zorgen voor een sfeer die we herkennen van het eind van de vorige eeuw. Doordat er gefilmd is in het format van 16 millimeter, een format dat tekenend is voor die periode en de stijl films die toen zijn uitgebracht, lijkt de film echt uit een andere tijd te stammen.

Neerslachtigheid

Er zijn veel shots van regen die op de rivier valt. Het druilerige effect dat dit veroorzaakt versterkt de neerslachtigheid van Ma Zhe. Behalve dat hij gedwongen wordt de moordzaak vroegtijdig af te handelen, heeft hij ook zorgen over het grootbrengen van een aankomend kind. Wanneer hij thuis is bij zijn vrouw is hij met zijn hoofd bij het politiebureau. Op het plaats delict blijft hij tobben over de vraag of zijn toekomstige kind, dat mogelijk met een beperking zal moeten leven, gelukkig zal zijn in het huidige China.

De dood van een medium

Meerdere malen wordt er in de film geïmpliceerd dat het medium film stervende is. Het nieuwe politiebureau wordt opgezet in een failliet filmtheater en in zijn droom ziet Ma Zhe een klassieke camera vlam vatten. Toch houdt hij vertrouwen in film. Hij baseert zijn onderzoek puur op bewijs dat is vastgelegd en negeert zelfs een bekentenis van een verdachte omdat deze niet in lijn is met het opgenomen bewijs. Shujun betoont hiermee zijn liefde voor het medium binnen een noir film, een genre dat verre van romantisch is.

Veel kalmte, geen storm

De verplaatsing naar een andere tijd lijkt uiteindelijk niets toe te voegen aan Only the River Flows. Wat het meeste opvalt, is dat de film zijn tijd neemt voor het verhaal en zijn hoofdpersoon veelal in stilte laat mijmeren, maar hij heeft niet genoeg intrige om de kijker in al die rust en kalmte te blijven boeien. De moraal blijft oppervlakkig en de conclusie laat te wensen over. De innerlijke strijd van de hoofdpersoon is niet pakkend door de – opzettelijk – kille performance. De droomsequentie en prachtige natuurshots zijn genoeg om de aandacht van de kijker vast te kunnen houden, maar memorabel wordt de film daarmee jammer genoeg niet.