Tag Archief van: film

Film / Films

De oorsprong van een conflict dat nooit verdween

recensie: Palestine 36 – Annemarie Jacir
Palestine-36 stillFilmdepot

Een klein dorpje in de buurt van Jeruzalem. Yusuf woont er met zijn familie. Vanuit zijn rustige omgeving ziet hij de wereld om hem heen veranderen. De Britten treden steeds harder op tegen de Arabische bevolking, terwijl steeds meer Joodse immigranten zich in Palestina vestigen. De spanningen lopen op. Maar wat kun je doen als de wereld waarin je bent opgegroeid langzaam onder je voeten verandert?

Palestine 36 neemt je mee naar 1936, wanneer die spanningen uitmonden in de Arabische Opstand tegen het Britse mandaat. De film vertelt het verhaal vooral door de ogen van gewone Palestijnen, die zich geconfronteerd zien met een macht die steeds minder ruimte laat voor hun eigen toekomst. Regisseur Annemarie Jacir maakt van die geschiedenis geen afstandelijk geschiedenisboek, maar een persoonlijk verhaal over familie, land, vrijheid en de vraag hoeveel een mens kan verdragen voordat hij in verzet komt.

Een geschiedenis vol spanningen

Om te begrijpen waar Palestine 36 over gaat, is enige historische voorkennis wel handig. Na de Eerste Wereldoorlog valt het Ottomaanse Rijk uiteen. De Volkenbond, een voorloper van de Verenigde Naties (VN), geeft Groot-Brittannië het mandaat om Palestina te besturen. In principe is het de bedoeling dat Groot-Brittannië het gebied helpt op weg naar onafhankelijkheid. In de praktijk ervaren veel Arabieren het mandaat echter als een vorm van koloniale overheersing, waarbij belangrijke beslissingen over hun toekomst zonder hun inspraak worden genomen.

Tegelijkertijd groeit de Joodse immigratie in Palestina, mede door de toenemende vervolging van Joden in Europa. Maar ook doordat de Britse minister van Buitenlandse Zaken de Joodse bevolking een thuisland belooft in Palestina. De Britse politiek probeert verschillende belangen met elkaar te verenigen, maar de tegenstellingen worden alleen maar groter.

Dat maakt de geschiedenis van 1936 zo belangrijk. Palestijnen eisen meer zeggenschap en onafhankelijkheid, terwijl de Britse autoriteiten proberen de orde te handhaven. Ondertussen groeit het conflict over land en de toekomst van Palestina. Jacir laat vooral zien hoe grote politieke ontwikkelingen uiteindelijk neerslaan in het dagelijks leven van gewone mensen.

De oorlog kwam tussendoor

De omstandigheden waarin Palestine 36 tot stand kwam, geven de film een extra lading. De productie begon in januari 2023. Na het uitbreken van de oorlog in oktober van dat jaar moest het draaien worden stilgelegd. Pas dertien maanden later kon de productie worden hervat, waarna opnieuw verschillende onderbrekingen volgden.

Daardoor kreeg de film tijdens het maken een wrange actualiteit. Een verhaal over Palestina in 1936 werd geproduceerd terwijl in het heden opnieuw oorlog en geweld het dagelijks leven bepalen. Dat maakt de film niet automatisch tot een verklaring van het huidige conflict, maar wel tot een kunstwerk dat moeilijk los te zien is van de werkelijkheid waarin het uiteindelijk terechtkwam.

De cinematografie van de film is indrukwekkend. Hele dorpen zijn nagebouwd, gewassen zijn speciaal voor de opnames verbouwd en de makers hebben zichtbaar enorm veel aandacht besteed aan de periode waarin het verhaal zich afspeelt. De camera trekt je het Palestina van 1936 in. Vooral de beelden van het platteland en de scènes in Jeruzalem zijn prachtig.

Tegelijkertijd is de blik van Jacir duidelijk. Het verhaal wordt vrijwel volledig vanuit Palestijns perspectief verteld. De ervaringen van Joodse immigranten krijgen weinig ruimte en de Britse autoriteiten worden vooral als onderdrukkers neergezet. Captain Wingate, gespeeld door Robert Aramayo, wordt daarbij wel erg nadrukkelijk als de schurk van het verhaal gepresenteerd. Daar had meer nuance mogen worden aangebracht.

Eén perspectief, vele waarheden

Maar juist doordat de film niet probeert een volledig overzicht van het conflict te geven, en slechts één perspectief kiest en daar dichtbij blijft, is hij interessant. Je ziet geen abstract conflict tussen twee bevolkingsgroepen, maar mensen die proberen hun familie, hun huis en hun toekomst te beschermen.

Daarmee is Palestine 36 geen neutrale geschiedenisles. Het is een film met een duidelijke blik en overtuiging. Dat mag je als kijker best kritisch bekijken, want het is één realiteit in een conflict waar zeker meerdere waarheden bestaan. Maar deze waarheid is wel heel mooi en ontroerend verteld.

De film ging in première tijdens het Toronto International Film Festival in 2025 en werd namens Palestina ingezonden voor de Oscars.

Film / Films

De oorsprong van een conflict dat nooit verdween

recensie: Palestine 36 – Annemarie Jacir
Palestine-36 stillFilmdepot

Een klein dorpje in de buurt van Jeruzalem. Yusuf woont er met zijn familie. Vanuit zijn rustige omgeving ziet hij de wereld om hem heen veranderen. De Britten treden steeds harder op tegen de Arabische bevolking, terwijl steeds meer Joodse immigranten zich in Palestina vestigen. De spanningen lopen op. Maar wat kun je doen als de wereld waarin je bent opgegroeid langzaam onder je voeten verandert?

Palestine 36 neemt je mee naar 1936, wanneer die spanningen uitmonden in de Arabische Opstand tegen het Britse mandaat. De film vertelt het verhaal vooral door de ogen van gewone Palestijnen, die zich geconfronteerd zien met een macht die steeds minder ruimte laat voor hun eigen toekomst. Regisseur Annemarie Jacir maakt van die geschiedenis geen afstandelijk geschiedenisboek, maar een persoonlijk verhaal over familie, land, vrijheid en de vraag hoeveel een mens kan verdragen voordat hij in verzet komt.

Een geschiedenis vol spanningen

Om te begrijpen waar Palestine 36 over gaat, is enige historische voorkennis wel handig. Na de Eerste Wereldoorlog valt het Ottomaanse Rijk uiteen. De Volkenbond, een voorloper van de Verenigde Naties (VN), geeft Groot-Brittannië het mandaat om Palestina te besturen. In principe is het de bedoeling dat Groot-Brittannië het gebied helpt op weg naar onafhankelijkheid. In de praktijk ervaren veel Arabieren het mandaat echter als een vorm van koloniale overheersing, waarbij belangrijke beslissingen over hun toekomst zonder hun inspraak worden genomen.

Tegelijkertijd groeit de Joodse immigratie in Palestina, mede door de toenemende vervolging van Joden in Europa. Maar ook doordat de Britse minister van Buitenlandse Zaken de Joodse bevolking een thuisland belooft in Palestina. De Britse politiek probeert verschillende belangen met elkaar te verenigen, maar de tegenstellingen worden alleen maar groter.

Dat maakt de geschiedenis van 1936 zo belangrijk. Palestijnen eisen meer zeggenschap en onafhankelijkheid, terwijl de Britse autoriteiten proberen de orde te handhaven. Ondertussen groeit het conflict over land en de toekomst van Palestina. Jacir laat vooral zien hoe grote politieke ontwikkelingen uiteindelijk neerslaan in het dagelijks leven van gewone mensen.

De oorlog kwam tussendoor

De omstandigheden waarin Palestine 36 tot stand kwam, geven de film een extra lading. De productie begon in januari 2023. Na het uitbreken van de oorlog in oktober van dat jaar moest het draaien worden stilgelegd. Pas dertien maanden later kon de productie worden hervat, waarna opnieuw verschillende onderbrekingen volgden.

Daardoor kreeg de film tijdens het maken een wrange actualiteit. Een verhaal over Palestina in 1936 werd geproduceerd terwijl in het heden opnieuw oorlog en geweld het dagelijks leven bepalen. Dat maakt de film niet automatisch tot een verklaring van het huidige conflict, maar wel tot een kunstwerk dat moeilijk los te zien is van de werkelijkheid waarin het uiteindelijk terechtkwam.

De cinematografie van de film is indrukwekkend. Hele dorpen zijn nagebouwd, gewassen zijn speciaal voor de opnames verbouwd en de makers hebben zichtbaar enorm veel aandacht besteed aan de periode waarin het verhaal zich afspeelt. De camera trekt je het Palestina van 1936 in. Vooral de beelden van het platteland en de scènes in Jeruzalem zijn prachtig.

Tegelijkertijd is de blik van Jacir duidelijk. Het verhaal wordt vrijwel volledig vanuit Palestijns perspectief verteld. De ervaringen van Joodse immigranten krijgen weinig ruimte en de Britse autoriteiten worden vooral als onderdrukkers neergezet. Captain Wingate, gespeeld door Robert Aramayo, wordt daarbij wel erg nadrukkelijk als de schurk van het verhaal gepresenteerd. Daar had meer nuance mogen worden aangebracht.

Eén perspectief, vele waarheden

Maar juist doordat de film niet probeert een volledig overzicht van het conflict te geven, en slechts één perspectief kiest en daar dichtbij blijft, is hij interessant. Je ziet geen abstract conflict tussen twee bevolkingsgroepen, maar mensen die proberen hun familie, hun huis en hun toekomst te beschermen.

Daarmee is Palestine 36 geen neutrale geschiedenisles. Het is een film met een duidelijke blik en overtuiging. Dat mag je als kijker best kritisch bekijken, want het is één realiteit in een conflict waar zeker meerdere waarheden bestaan. Maar deze waarheid is wel heel mooi en ontroerend verteld.

De film ging in première tijdens het Toronto International Film Festival in 2025 en werd namens Palestina ingezonden voor de Oscars.

Film / Films

Gewelddadige Robin Hood komt tot rust in het klooster

recensie: The Death of Robin Hood - Michael Sarnoski
Robin Hood 2Filmdepot

Stel nou dat Robin Hood helemaal niet zo’n gulle dief was als wij van oudsher dachten. Dus geen goedzak die stal van de rijken, en de gestolen waar dan belangeloos onder de armen verdeelde. Stel nou dat Robin eigenlijk gewoon lol had in roven en moorden? En dat hij op zijn oude dag verantwoording moest afleggen voor zijn wandaden? Deze zwarte versie van de legende kiest The Death of Robin Hood van regisseur Michael Sarnoski.

Ook helden worden oud. Midden dertiende eeuw is Robin Hood allang niet meer jong, sexy en charismatisch. Volgens een ballade uit de zeventiende eeuw is Robin Hood in 1247 aan het einde van zijn leven. Michael Sarnoski schreef het scenario voor de film op basis van deze ballade.

Fabeltje

De vermoeide, uitgebluste Robin – Hugh Jackman, voorzien van lang, grijs haar en dito baard – zwerft eenzaam door een onherbergzaam, rotsachtig heuvellandschap. Hij leeft er van de jacht op klein wild, zoals konijnen. De spaarzame mensen die daar rondhangen, zijn in staat iemand de hersens in te slaan voor een stuk brood. Ook Robin draait zijn hand er niet voor om indringers een kopje kleiner te maken. Hijzelf is de eerste die de mythische Robin Hood afdoet als een fabeltje: hij was vroeger gewoon een moordzuchtige bandiet.

Knokpartij

Dan roept zijn vroegere bendelid Little John (Bill Skarsgård) zijn hulp als vechtersbaas in. Een vijandelijke familie heeft Little Johns boerenhoeve belaagd. Ze gijzelen zijn vrouw en kinderen. Dat wordt matten, voorziet Robin; hij kan zich zelfs niet voorstellen dat hij zo’n knokpartij overleeft. Dat scheelt inderdaad geen haar.

Vreedzaam

Zwaargehavend wordt Robin Hood afgeleverd op een kloostereiland, waar de serene priesteres Sister Brigid zieke mensen behandelt met tovenaarachtige geneeskunde. Daarnaast biedt het klooster onderdak aan verweesde kinderen. De vraag is natuurlijk hoe de moordzuchtige Robin Hood zich in deze devote, vreedzame omgeving staande gaat houden.

Bloed, modder en mist

Regisseur Sarnoski maakt er een inktzwarte, sombere vertelling van, met veel duistere scènes; veel viezigheid, bloed, modder en mist. In die mensonterende setting is wraak ongeveer de belangrijkste drijfveer: oog om oog, en die wraakzucht reikt ook over de generaties heen. Niet alleen de slachtoffers zelf, ook familieleden, en zelfs kinderen die inmiddels volwassen zijn geworden, komen nog om vergelding.

Deze grote somberheid is echter wel weergaloos mooi gefotografeerd (cinematograaf: Pat Scola): het ene wonderschone beeld volgt op het andere. De belichting is bijna stripverhaalachtig, lijkt nu en dan getekend: met één fel belicht mensje tegen een grootse, donkere achtergrond. En nu en dan is het beeld zelfs Rembrandtesk, met licht van één kant en de rest in het halfduister.
Voor de film heeft de crew de halve planeet rondgereisd: hij is gedraaid van (Noord-)Ierland tot de westkust van Australië.

Engelachtig

Hugh Jackman (1968) zet een zeer verdienstelijke oudere Robin Hood neer. Hij maakt van de bejaarde bandiet iemand die weliswaar moe is, klaar met al het onvermijdelijke geweld, maar desondanks niet zomaar opgeeft. Regisseur Sarnoski mag in zijn handjes knijpen met een hoofdrolspeler die met niet veel meer dan zijn gelaatsuitdrukkingen zó’n gelaagd karakter kan neerzetten.

Sister Brigid wordt gespeeld door Jodie Comer, die we kennen als de verknipte huurmoordenaar Villanelle uit de serie Killing Eve. Alleen krijgt Comer in The Death of Robin Hood geen vileine, maar een uitdrukkelijk onopgesmukte, engelachtige uitstraling.

Ritme

Nadeel aan The Death of Robin Hood is dat de film zich in de 131 minuten die hij duurt deels voortsleept. Dik twee uur is voor deze kleine vertelling serieus te lang. Daarvoor is er te weinig ontwikkeling, is de verhaallijn te mager, de karakterontwikkeling te minimaal.
Zo is er de hele film lang nauwelijks tekst. Er zijn veel woordeloze close-ups. Veel stiltes in gesprekken. Veel kijken en niet zo veel doen. Het ritme van de film klopt daardoor ook niet helemaal: dat hobbelt van incident naar incident.

Niettemin: liefhebbers van Hugh Jackman, en die van extreem sterk camerawerk, waardoor ook landschappen vol tot hun recht komen, kunnen aan The Death of Robin Hood zeker hun hart ophalen.

The Death of Robin Hood draait vanaf donderdag 3 september 2026 in de bioscopen.

Film / Films

Een politieke veldslag die geen moment verslapt

recensie: De Gaulle: Résistance – Antonin Baudry
De-Gaulle_-R-sistance_st_2_jpg_sd-highFilmdepot

Frankrijk, 1940. Het Vichy-regime van maarschalk Pétain legt zich neer bij de Duitse bezetting en sluit een wapenstilstand met nazi-Duitsland. Generaal Charles de Gaulle weigert zich daarbij neer te leggen. Vanuit Londen begint hij aan een vrijwel onmogelijke missie: een vrij Frankrijk vertegenwoordigen zonder leger, zonder mandaat en aanvankelijk ook zonder bondgenoten.

De Gaulle: Résistance, het eerste deel van Antonin Baudry’s tweeluik, volgt niet zozeer de militaire strijd als wel de politieke. De Gaulle probeert de geallieerden ervan te overtuigen dat Frankrijk meer is dan het Vichy-regime. Zijn doel is even eenvoudig als ambitieus: Frankrijk opnieuw een plaats geven aan de onderhandelingstafel van de geschiedenis.

De Gaulle als Don Quichot

Dat Baudry een bewonderaar is van Cervantes’ Don Quichot is geen toevalligheid, maar het dramaturgische uitgangspunt van de film. Zijn De Gaulle is een man die zich, gedreven door een onwrikbaar geloof in zijn zaak, tegen de werkelijkheid blijft verzetten. Ook de keuze voor een tweeluik is aan Cervantes ontleend. Baudry wees er op het Filmfestival van Cannes op dat De Gaulle, net als Don Quichot in het tweede deel van de roman, voortdurend te maken kreeg met rivalen die zijn leiderschap betwisten.

Die interpretatie krijgt extra gewicht door Simon Abkarian. Hij speelt De Gaulle niet als een onaantastbare staatsman, maar als een man die laveert tussen koppigheid, ijdelheid en onverzettelijkheid. Juist die menselijke tegenstrijdigheden maken zijn vertolking overtuigend.

Politiek als strijdtoneel

Abkarian weet De Gaulle tegelijk groot en kwetsbaar te maken. Zijn spel bevat humor, maar nooit ten koste van de geloofwaardigheid. Ook Simon Russell Beale maakt indruk als Winston Churchill. De wederzijdse irritatie, afhankelijkheid en het groeiende respect tussen beide mannen vormen het emotionele zwaartepunt van de film.

Baudry kiest nadrukkelijk voor toegankelijkheid. De vele diplomatieke onderhandelingen blijven helder zonder simplistisch te worden, waardoor de film evenzeer een politiek drama als een historische vertelling is.

Wanneer het verhaal zich naar het slagveld verplaatst, blijft die helderheid behouden. De Slag bij Bir Hakeim is uitzonderlijk overzichtelijk gefilmd. Waar oorlogsscènes tegenwoordig vaak verdwijnen in een overdaad aan visuele effecten, houdt Baudry steeds oog voor de geografie van het gevecht. Dat maakt deze sequentie niet alleen spectaculair, maar ook spannend.

Een kwestie van perspectief

De film kiest nadrukkelijk voor het perspectief van De Gaulle en laat de complexiteit van collaboratie en de interne verdeeldheid binnen Frankrijk grotendeels buiten beeld. Dat is een legitiem punt van kritiek. Tegelijkertijd lijkt Baudry daar bewust voor te kiezen. In plaats van een allesomvattend historisch overzicht maakt hij een karakterstudie van een man die tegen alle politieke logica in bleef geloven dat Frankrijk opnieuw een leidende rol kon spelen.

Juist die focus maakt De Gaulle: Résistance zo meeslepend. Bijna drie uur lang weet Baudry de spanning vast te houden zonder zijn historische onderwerp te verloochenen. Het resultaat is een ambitieus, intelligent historisch drama dat nieuwsgierig maakt naar het tweede deel, De Gaulle: Liberté.

 

Film / Films

Een verhaal dat zijn eigen kracht ondermijnt

recensie: Woman and Child - Saeed Roustaee (2025)
Woman and Child van Saeed Roustaee© September Film

Saeed Roustaee geldt als een van de belangrijkste hedendaagse Iraanse filmmakers en spreekt zich geregeld uit over de positie van vrouwen. Juist daarom is Woman and Child zo’n teleurstelling. In plaats van een krachtig portret van een onafhankelijke vrouw schetst hij een hoofdpersoon wiens impulsieve keuzes het leven van iedereen om haar heen er niet beter op maakt.

Sinds de dood van haar man voedt Mahnaz (Parinaz Izadyar) haar twee kinderen alleen op, terwijl ze een veeleisende baan als verpleegkundige combineert met een nieuw liefdesleven. Ze krijgt een relatie met ambulancechauffeur Hamid (Payman Maadi), terwijl haar rebelse tienerzoon Aliyar (Sinan Mohebi) voortdurend in de problemen komt. Wanneer hij door schooldirecteur Samkhanian (Maziar Seyedi) wordt geschorst, zet dat een reeks ingrijpende gebeurtenissen in gang.

Een sterke vrouw op papier

Woman and Child van Saeed Roustaee

© September Film

Roustaee lijkt Mahnaz neer te willen zetten als een vrouw die zich verzet tegen de verwachtingen van haar omgeving. Dat uitgangspunt is interessant, maar de uitwerking overtuigt minder. De Iraanse context roept intrigerende vragen op zonder daar antwoorden op te geven. Welke sociale verwachtingen rusten op een weduwe als Mahnaz? Is hertrouwen vanzelfsprekend of juist omstreden? En welke plaats krijgen haar kinderen binnen een nieuw gezin? Het zijn thema’s die de film wel aanstipt, maar nauwelijks verdiept.

Na Aliyars dood raakt Mahnaz volledig de controle kwijt. Ze rijdt met haar auto in op de schooldirecteur, gaat het gevecht aan met Hamid en doodt bijna haar schoonvader nadat ze heeft ontdekt dat hij haar zoon met een riem heeft geslagen. Hoewel de film haar woede begrijpelijk probeert te maken, voelen haar reacties overtrokken en ondoordacht. Daardoor verandert Mahnaz gaandeweg van een complexe hoofdpersoon in een personage dat vooral impulsief handelt, waardoor haar emancipatiestrijd aan kracht verliest.

Filmen binnen de grenzen

Woman and Child van Saeed Roustaee

© September Film

Roustaee liet met zijn eerdere film Just 6.5 (2019) zien maatschappelijke kritiek te kunnen combineren met een meeslepende thriller. Leila’s Brothers (2022) leverde hem problemen op met de Iraanse regering nadat de film zonder toestemming werd vertoond op het filmfestival in Cannes. Net als andere regisseurs (Jafar Panahi en Mohammad Rasoulof) werd hij daarom vervolgd en veroordeeld tot een celstraf en een werkverbod, al werden die straffen uiteindelijk niet uitgevoerd.

Voor Woman and Child bewandelde Roustaee voor het eerst het officiële traject van staatsvergunningen. Volgens de regisseur had hij ook zonder toezicht vrijwel dezelfde film gemaakt. Alleen de verplichte hoofddoek van Mahnaz, die zelfs binnenshuis zichtbaar is, zou zonder censuur zijn verdwenen. Het roept de vraag op hoeveel creatieve vrijheid er werkelijk mogelijk is binnen het Iraanse filmsysteem.

Een gemiste kans

Woman and Child van Saeed Roustaee

© September Film

Roustaee onderscheidt zich van veel andere Iraanse filmmakers door zijn energieke stijl. Met een beweeglijke camera, strakke montage en een sterk plotgedreven aanpak slaat hij een brug tussen de Iraanse cinema en het ritme van hedendaagse Amerikaanse drama’s. Juist daarom valt Woman and Child tegen. De film introduceert tal van interessante thema’s – familieverhoudingen, rouw, vrouwelijke autonomie en sociale verwachtingen – maar werkt geen daarvan echt uit.

Wat overblijft, is een veel te lang drama dat de emotionele impact van Roustaees eerdere werk mist. Wie wil ontdekken waarom hij tot de interessantste filmmakers van Iran behoort, kan daarom beter beginnen met Just 6.5 of Leila’s Brothers.

Film / Films

Ian McKellen schittert in stijlvolle zwarte komedie

recensie: The Christophers – Steven Soderbergh
Filmstill The Christophers© Claudette Barius

Het kroost van een ooit beroemd kunstenaar aast op zijn meest waardevolle werken: The Christophers, een serie schilderijen uit de tijd dat hun vader nog een gevierd kunstenaar was. De zaak wordt echter bemoeilijkt doordat hun de toegang tot het huis van hun vader is ontzegd. Hun oplossing is even gewaagd als riskant.

Barnaby (James Corden) en Sallie (Jessica Gunning) Sklar zijn vastbesloten hun erfenis veilig te stellen. Ze huren de jonge kunstenares Lori, goed gespeeld door Michaela Coel, in. Lori heeft in het verleden vervalsingen gemaakt. Ze moet zich voordoen als de assistent van hun ernstig zieke vader Julian (Ian McKellen), zijn schilderijen stiekem meenemen, kopiëren en de vervalsingen ongemerkt terugplaatsen. Het plan lijkt waterdicht, totdat blijkt dat de oude kunstenaar ondanks zijn ziekte nog altijd messcherp is en de oplichting direct doorziet.

Sober, maar doeltreffend

Filmstill The Christophers

© Courtesy of NEON

Regisseur Steven Soderbergh is een van de weinige filmmakers die niet alleen regisseert, maar ook zelf de cameravoering verzorgt. Hij doet dat onder het pseudoniem Peter Andrews. In The Christophers kiest hij voor een relatief eenvoudig verhaal, zeker vergeleken met de complexe constructies van bijvoorbeeld de Ocean’s-films. In zijn nieuwe film draait het minder om slimme plotwendingen, maar meer om familieverhoudingen, schuldgevoel en vergankelijkheid.

Opvallend is het camerawerk. Zodra Lori het huis van Julian Sklar binnenstapt, schakelt Soderbergh over op een handheld camera. Dat zorgt voor een subtiele onrust en geeft de kijker het gevoel zelf door het huis te dwalen. De overige scènes zijn juist statisch gefilmd, waardoor een rustige, observerende sfeer ontstaat. Het contrast tussen beide stijlen werkt uitstekend en versterkt de emotionele afstand tussen de personages.

Sterke acteerprestaties en oog voor detail

Filmstill The Christophers

© Claudette Barius

Ian McKellen zet Julian Sklar overtuigend neer als een kunstenaar op leeftijd die zijn gloriedagen achter zich heeft gelaten en tegenwoordig geld verdient met persoonlijke videoboodschappen voor fans. Achter zijn cynische houding schuilt echter een gekwetste man die worstelt met zijn nalatenschap en de band met zijn kinderen.

James Corden en Jessica Gunning spelen hun rollen verrassend ingetogen. Waar hun personages gemakkelijk karikaturen hadden kunnen worden, blijven ze geloofwaardig door hun subtiele spel. Daardoor blijft de zwarte humor in balans met de emotionele onderlaag.

Daarnaast verdient het art department een groot compliment. Het vervallen huis van Julian voelt volledig authentiek aan. Vooral de zolder, waar The Christophers in een oud bad worden bewaard, is een visueel hoogtepunt. De combinatie van verweerde schildersezels, lege doeken, afbladderend behang en overal verspreide kunstmaterialen maakt de locatie bijna een personage op zichzelf.

Niet alles komt uit de verf

Het grootste minpunt is het tempo. De film neemt veel tijd voor de onderlinge verhoudingen, waardoor sommige scènes langer aanvoelen dan nodig. Daarnaast blijven enkele verhaalelementen onderbelicht. Zo wordt de relatie tussen Julian en Christopher (degene naar wie de schilderijen zijn vernoemd) slechts aangestipt en blijft de betekenis van het schilderij dat Lori aan het einde ontvangt grotendeels onduidelijk. Die openheid past bij de ingetogen toon van de film, maar laat de kijker ook met vragen achter.

Toch overheerst het positieve gevoel. Dankzij het sterke acteerwerk van Ian McKellen, het subtiele spel van de rest van de cast en Soderberghs sfeervolle regie is The Christophers een stijlvolle zwarte komedie waarin emotie belangrijker is dan spektakel. Alleen al voor McKellens indrukwekkende vertolking is de film een bezoek aan de bioscoop waard.

Vanaf donderdag 30 juli 2026 in de bioscoop.

Film
special: Odyssee – Homerus
Filmstill The OdysseyUniversal Studios. All Rights Reserved. (via Filmdepot)

‘Hoe het leven de dood overwint’

Van het Griekse epos Odyssee van Homerus zijn al heel wat hervertellingen gemaakt. Na de film The Return (2024) zijn er ook daarna heel wat verschenen. Recent zijn dat een bewerking in taal en tekeningen door Barry Powell en Joanna Lisowiec en een film in IMAX 70mm, geschreven en geregisseerd door Christopher Nolan en in beelden gevangen door Hoyte van Hoytema.

Een hervertelling is wat anders dan een vertaling, maar de basisvragen voor de verteller, vertaler en filmmaker zijn dezelfde: hoe dicht blijf je bij de brontekst, hoeveel sfeer roep je op, wat zet je extra aan, wat laat je eventueel weg? We kunnen het Homerus niet meer vragen, maar je maakt als herverteller en filmmaker je eigen afwegingen en interpretatie: iets meer van dit, iets minder van dat. Vragen als hoe dicht je bij het oorspronkelijke taaleigen en metrum blijft, laat je primair aan vertalers over.

Powell, Lisowiec en Nolan

Barry Powell is auteur van onder meer Classical Myth en specialist in het werk van Homerus (ca. 820 voor Chr.). Hij heeft zowel de Ilias als de Odyssee vertaald. Joanna Lisowiec is bekend door de verschillende kinderboeken die ze illustreerde, maar ook van de Meditaties van Marcus Aurelius, die net als De geïllustreerde Odyssee bij Noordboek is uitgegeven.
Christopher Nolan is een bekende naam in de filmwereld, dus de verwachtingen waren hoog gespannen. Maar eerst het boek van Powell en Lisowiec.

Het tijdloze epos herverteldOmslag De geïllustreerde Odyssee

In de inleiding van Powells geïllustreerde hervertelling geeft de bewerker al veel prijs over zijn interpretatie van het verhaal van Homerus. ‘De hoofdlijn’, schrijft hij, ‘bestaat uit een oud verhaal over hoe het leven de dood overwint.’ Odysseus staat voor het leven, de monsters en de zee staan voor de dood. De Odyssee ‘schetst (…) een moreel universum waarin gerechtigheid heerst’. Het leed van de mens is het gevolg van eigen keuzes (hoe modern is dat!) en niet van het noodlot. ‘De vrijers hebben domweg geen respect voor de goden of de morele orde. Dat is hun eigen beslissing. En daarom moeten ze sterven.’

Het begin van Powells hervertelling zal veel gymnasiasten bekend voorkomen:

O Muze, laat mij het verhaal zingen
van Odysseus, man van vindingrijkheid,
moed en wijsheid, en van zijn epische reis
naar huis vanuit Troje!

Moesten gymnasiasten niet, om het metrum in de vingers te krijgen, dit uit het hoofd leren en hardop reciteren? Bij een andere hervertelling, van Stephen Fry (Thomas Rap, 2024), ontbreekt dit iconische begin. Hij vertelt het verhaal op een toegankelijke manier, waar Powell poëtischer is. Iets meer belerend ook dan Fry. Neem bijvoorbeeld een opmerking als: ‘De meeste mensen zijn snel boos, heb ik ondervonden.’ Daar staan de vele dichterlijke beelden tegenover, zoals die over de dood: ‘De pezen klemmen het vlees niet langer op de botten en de ziel vlucht weg als een droom.’
Zelfs Powells fantasie is gebaseerd op wat op grond van gegevens wordt verondersteld. Odysseus heeft, schrijft hij bijvoorbeeld, ‘krachtige handen’. Even verderop lezen we dat onze held een goede discuswerper was, wat weer anticipeert op een later, doorslaggevend moment met een speer en een boog in het verhaal.

Ook de tekeningen zijn fantasievol, hoewel duidelijk gebaseerd op de ‘realiteit’. Zo is er een amfoor in zwartfigurige stijl met een roodbruine achtergrondkleur. Wie iets van de Griekse kunstgeschiedenis weet, herkent de oud-Griekse stijl. De stijl van de tekeningen doet soms ook denken aan die van negentiende-eeuwse litho’s of aan de Japanse kunstenaar Katsushika Hokusai uit dezelfde eeuw.

Penelope, Odysseus’ vrouw, wordt afgeschilderd als een vrouw die weet wat ze wil. Ze wil haar man terug en met list en bedrog de vrijers die op haar azen van zich afhouden. Eumaios, de dienaar van de hoofdfiguur, wil haar met veel omhaal van woorden van een plan afbrengen. Ze gaat er niet op in en blijft bij haar standpunt. Zo standvastig komt ze ook over op de grotendeels uit panelen bestaande, kleine tentoonstelling Tegendraads in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: ‘van gelijke roem als Odysseus’ (nog t/m 9 augustus 2026 te zien).

Het tijdloze epos verfilmd

Laten we vervolgens bekijken in hoeverre de observaties bij het boek van Powell en Lisowiec van toepassing zijn op Nolans verfilming van de Odyssee. Een kijkervaring van bijna drie uur, die omvloog.

Ook de film begint met een lofzang, ditmaal op de Griekse beschaving. De film eindigt met een indrukwekkende epiloog waarin de teloorgang van die beschaving wordt genoemd en die te wijten zou zijn aan een man. Dat betrekt Odysseus op zichzelf, maar je mag er ook een toespeling op de man met het oranje haar in zien. Toch biedt de epiloog ook hoop. De zon gaat weliswaar telkens weer onder, maar komt ook weer op. Een beeld dat door heel Homerus’ Odyssee en aan het begin en eind van de film wordt gebruikt, zoals Powell het beeld van het leven dat de dood overwint bezigt.

Het morele universum dat Nolan schildert, is dat van wat de Wet van Zeus wordt genoemd: de code uit de Griekse mythologie die stelt dat vreemdelingen als gasten moeten worden behandeld. Een code die in de Odyssee dikwijls wordt geschonden, maar waar in de film telkens op wordt gewezen. De scène met de vrijers, die geen respect voor welke morele orde dan ook hebben, is in de film wel erg spectaculair en duurt wat aan de lange kant. Andere passages uit het boek zijn juist ingedikt en er zijn ook scènes aan toegevoegd, zoals de oorlog in Troje, die in de Odyssee wel het startpunt is, maar verder geen rol van betekenis meer speelt.

Odysseus benadrukt dat het verhaal moet worden gezongen. In die zin speelt muziek in de film een grote rol. De muziek is gecomponeerd door de Zweed Ludwig Göransson. Het is muziek die in het verlengde ligt van realistische klanken; bijvoorbeeld wanneer de boog wordt gespannen en de speer wegvliegt. Net zoals Powell aan het begin en aan het eind de kracht waarmee Odysseus de boog spant benadrukt. In beide gevallen, aan het begin en aan het eind, is de muziek hetzelfde, zodat je van een Wagneriaans leitmotiv kunt spreken. Iets soortgelijks, waarbij de muziek aansluit op in de werkelijkheid voorkomende geluiden, gebeurt wanneer de schapen in de grot van de cycloop (gespeeld door Bill Irwin) worden getoond.

Net als Powell (‘De meeste mensen zijn snel boos’) is ook Nolan op z’n tijd aan de uitleggerige kant. Met name Helena van Troje (een dubbelrol van de zwarte actrice Lupita Nyong’o, die ook Klytaimnestra speelt) lijdt aan dit euvel wanneer ze aan haar man Menelaos een en ander zit uit te leggen.
De vrouwen bij Nolan zijn overigens allemaal sterke vrouwen, die staan voor hun mening. Ook Penelope, maar het blijft een beetje bij een aanzet. Ze is zeker niet ‘van gelijke roem als Odysseus’, zoals ze in de tentoonstelling in Leiden wordt neergezet.

Ook de details in de film zijn aan de ‘realiteit’ ontleend, net als de muziek. Al zijn de amforen die in het paleis van Odysseus staan zeldzame, niet-gedecoreerde exemplaren, in tegenstelling tot die op de tekeningen van Joanna Lisowiec. Ook in de aanloop naar de film werd in artikelen op zulke afwijkende details gewezen, al wist Nolan die opmerkingen telkens te pareren.

Het is al met al te hopen dat het filmspektakel en meer dan dat, bezoekers nieuwsgierig maakt naar het verhaal van Homerus waarop het is gebaseerd. Als ze het niet al kennen natuurlijk. Daarbij is de geïllustreerde hervertelling van Barry Powell en Joanna Lisowiec een fijne gids. Je hoeft er geen Grieks voor te kennen of weet te hebben van kunststijlen. Pak het op en geniet ervan, ook los van elkaar.

De geïllustreerde Odyssee. Het tijdloze epos herverteld
Bewerker: Barry Powell

Illustraties: Joanna Lisowiec
Uitgever: Noordboek
Prijs: € 29,90
Bladzijden: 256
ISBN: 9789464714814
Beoordeling: 4,5 sterren

The Odyssey
Script en regie: Christopher Nolan

Jaar: 2026
Distributeur: Universal Pictures
imdb: https://www.imdb.com/title/tt33764258/
Beoordeling: 4,5 sterren

Film / Films

Hitsige bovenburen: leuk of lastig?

recensie: The Invite – Olivia Wilde
The-Invite_st_2_jpg_sd-highFilmdepot

Het huwelijk van Angela en Joe is akelig sleets geraakt. Ze leven langs elkaar heen, ergeren zich te pletter aan elkaar en maken bijgevolg voortdurend ruzie. In die sfeer is de seks feitelijk verdwenen uit hun relatie. Dus is het irritant dat de nieuwe bovenburen met veel herrie de pannen van het dak seksen. Tijd om eens kennis te maken met die hitsige buren, in deze verrassende en geestige arthousefilm The Invite.

Beroepsmusicus Joe is bij gebrek aan passend werk al jaren muziekleraar op een school. Zijn vrouw Angela heeft voor de zoveelste keer hun fraaie appartement in San Francisco verbouwd, met alle lawaai van dien. De riante woning zelf hebben ze geërfd van de ouders van Joe.

Luidruchtige seks

Angela en Joe hebben sinds kort nieuwe bovenburen, die ze eigenlijk alleen vluchtig kennen. Deze Hawk en Pina moeten last hebben gehad van het verbouwingslawaai. Daar staat dus tegenover dat het nieuwe koppel zelf overlast veroorzaakt met hun luidruchtige seks. Tijd voor een kennismaking. De nieuwe buren zullen komen eten.

Verliefd

Vanaf het eerste moment is duidelijk dat Hawk en Pina een totaal andere kijk op leven en liefde hebben dan Angela en Joe. Zij hebben een open relatie, daar waar Angela en Joe monogaam zijn. En terwijl Joe en Angela aldoor in dezelfde groef doormodderen, ook al is het leven allang niet meer leuk, zoeken de verliefde Hawk en Pina naar geluk en genot. Daarmee wordt de confrontatie met de vrijpostige bovenburen een test voor de houdbaarheid van de relatie van Angela en Joe.

Toneelstuk

The Invite is gebaseerd op de Spaanse film Sentimental (2020) van regisseur Cesc Gay, naar een toneelstuk dat Gay zelf schreef. Dat het van oorsprong om een toneelstuk gaat, merk je: op een paar momenten na speelt het hele verhaal zich af binnen de muren van het appartement van Joe en Angela. Regisseur en acteur Olivia Wilde heeft voor haar versie van dit verhaal een topcast tot haar beschikking. De vier acteurs maken de film tot een waar genoegen om naar te kijken.

Mimiek

Wilde neemt zelf de rol van Angela voor haar rekening, met Seth Rogen als haar man Joe. Veel van de geloofwaardigheid van de film komt voort uit de tekstbehandeling: deze twee acteurs schreeuwen, vloeken, schelden, en – wat zeer naturel overkomt – ze vallen elkaar in de rede en praten door elkaar heen. Veel van de interactie blijft opzettelijk beperkt tot de manier waarop ze elkaar aankijken en tot betekenisvolle mimiek om elkaar tot de orde te roepen of te waarschuwen.

Verleidelijk

Maar de echte sterren van The Invite zijn Edward Norton als ex-brandweerman Hawk en Penélope Cruz als zijn uitdagende vriendin, therapeut Pina. Zij acteren ogenschijnlijk moeiteloos de sterren van de hemel. Vooral Norton als Hawk is sterk: hij gaat bijvoorbeeld gewoon door met wat hij aan het doen was, terwijl de hoofdhandeling een andere wending neemt.

Cruz is als Pina zo begripvol, wijs, vriendelijk, verleidelijk en geil dat je helemaal gelooft dat zowel mannen als vrouwen voor haar vallen.

Aan het denken gezet

Mooi is dat de slimme, grappige plot van The Invite ruimte biedt aan totaal uiteenlopende onderwerpen en eigenschappen, zoals trouw en ontrouw, jaloezie, vertrouwen, onzekerheid, angst de ander te verliezen, behoefte aan warmte en liefde, maar ook walging en afgrijzen. De meeste van deze thema’s komen overigens aan bod zonder tekst, dus alleen in lichaamstaal, in blikken en geluiden.
Voor de goede verstaander neemt de plot aan het einde nog een verrassende wending, waardoor je extra aan het denken wordt gezet. Erg knap gedaan.

The Invite draait vanaf donderdag 3 juli 2026 in de bioscopen.

Film / Films

AI maakt eenzaam

recensie: Toy Story 5 - Andrew Stanton
TOY STORY 5Filmdepot: 2025 Disney/Pixar. All Rights Reserved.

Wat zou er gebeuren als kinderen niet meer spelen met elkaar en met tastbaar speelgoed, maar alleen nog met beeldschermen, voornamelijk in hun eentje? Disney en Pixars lieve film Toy Story 5 laat de gevolgen zien van het vervangen van fysieke spelletjes door digitale, en van echte mensen door AI-gestuurde. Die gevolgen zijn herkenbaar en ze zijn niet geruststellend.

De laatste keer dat we keken naar Toy Story, waren de enigszins sleetse poppen Woody, Jessie, Buzz Lightyear plus hun vrienden terechtgekomen in de speelgoedkist van het meisje Bonnie. In deel 5 wordt Bonnie acht jaar. Ze speelt graag met poppen, hoewel ze daar volgens de kinderwereld eigenlijk ‘te oud’ voor wordt.
Bonnie voelt zich eenzaam: ze speelt veel alleen, is te verlegen om op andere kinderen af te stappen en heeft eigenlijk geen vriendjes om mee te spelen.

Tablet

Bonnie zou best willen spelen met de twee kinderen van de buren. Maar die zien haar niet staan, omdat ze schijnbaar iets beters te doen hebben. Bij de buren naar binnen glurend, blijken de buurkinderen allebei een eigen tablet te hebben, waarop ze afzonderlijk van elkaar spelletjes doen.

Zo’n tablet hebben Bonnies schoolgenoten ook: een beeldscherm met een buitenrand in de vorm van een beest of van een bloem. Zij doen daar spelletjes op. En de klasgenoten delen op die tablet een chatgroep. De hoofdstroom aan contacten verloopt via die chatgroep.
Bonnie heeft geen tablet, en voelt zich daardoor buitengesloten. Ten langen leste zwichten Bonnies ouders: vooruit dan maar, zij krijgt er ook een: een ‘Lilypad’, een kikkertje met oogjes.

Voorbij

Natuurlijk is meteen het hek van de dam: die digitale Lilypad vervangt al het normale speelgoed; dat gaat stof liggen vangen. Het speelgoed ziet deze ontwikkeling met schrik aan: ‘De speelgoedtijd is voorbij.’
Grappig is dat de Lilypad dezelfde eigenschap heeft als al het speelgoed in Toy Story: als de mensen niet kijken, leeft en praat het ding uit zichzelf.

Zoals te verwachten, wordt Bonnie alleen maar eenzamer door de digitale communicatie. Chatgroepen zijn een bron van misverstanden en worden gebruikt voor onaardige, roddelachtige berichten: over Bonnie, vooral.

Kunstgreep

Het speelgoed besluit daarop dat Bonnie terug moet worden gebracht op het rechte pad: naar gewoon speelgoed en naar vrienden van vlees en bloed.
De roodharige cowboypop Jessie (stem van Joan Cusack) is gepromoveerd toy sheriff, zij neemt de leiding.
In (de veel beter gelukte) Toy Story 4 namen we afscheid van Woody, die bij zijn vriendinnetje Bo Peep (het herderinnetje) achterbleef in een pretpark. Via een kunstgreep worden Woody (zoals het hoort: voorzien van de stem van Tom Hanks) en Bo Peep niettemin opgetrommeld om te komen helpen Bonnie een vriendje van vlees en bloed te bezorgen.

Zijstraatjes

Wat volgt is een nogal omslachtig verhaal. Tekstschrijver en regisseur Andrew Stanton heeft er een vertelling van gemaakt met een heleboel zijstraatjes, nevenplots en zelfs droombeelden die soms niet helemaal te volgen zijn. Er zijn bruiloften tussen poppen, en het speelgoed komt ook nog het hertje Bambi en het konijn Stampertje tegen. Door al die uitweidingen duurt Toy Story 5 – inclusief titels – meer dan twee uur. Erg lang. Hier en daar een flodderig zijstraatje schrappen had de film en de vertelling meer gefocust en daarmee beter gemaakt.

Stad versus platteland

In die twee uur zet Stanton het stadsmeisje Bonnie af tegen het plattelandsmeisje Blaze. Zij woont op een ranch met paarden. Blaze is totaal anders dan de complotten smedende stadskinderen.

Andrew Stanton tekende eerder voor de regie en het script van onder andere Finding Nemo, WALL-E en Finding Dory. De boodschap van Stanton en zijn team in Toy Story 5 is natuurlijk zonneklaar, al komt die in deze verregaand gedigitaliseerde wereld rijkelijk laat: kinderen (en ouders) moeten niet zo veel tijd besteden aan beeldschermen. Speel met elkaar en met tastbare dingen.

Fenomenaal animatiewerk

Om deze boodschap te kunnen verkondigen, heeft Stanton duidelijk een ongeëvenaard arsenaal aan technologie tot zijn beschikking dankzij computeranimatie (en AI?!). Daarmee maakt hij een onvoorstelbaar rijke animatiefilm. Alleen al het enorme scala aan gelaatsuitdrukkingen van het speelgoed en de menselijke personages is verpletterend. Net als de extreme zorg waarmee interieurs zijn vormgegeven. Zo is het (getekende!) hout van traptreden en deurposten naturel afgesleten en weer overgeschilderd: het is fenomenaal animatiewerk.

En verder heeft Stanton uiteraard gelijk: laat de kinderen (en de volwassenen) alsjeblieft minder tijd verspillen op beeldschermen.

Toy Story 5 draait vanaf donderdag 18 juni 2026 in de bioscopen.

FINDING EMILY
Film / Films

Assepoester in het digitale tijdperk

recensie: Finding Emily – Alicia MacDonald
FINDING EMILY

De situatie is herkenbaar, het probleem dat eruit voortkomt niet ondenkbaar: je ontmoet op de dansvloer een gevalletje liefde-op-het-eerste-gezicht, maar opeens moet die weg. Hoe vind je die crush dan nog óóit terug?! Met dit probleem kampt Owen in het gezellige hedendaagse Assepoester-verhaal Finding Emily.

Owen is een kansarme jongvolwassene. Hij woont met zijn broer Matt en diens vriendin in een achterstandswijk onder de spoorbrug. Owen verdient zijn schamele brood als geluidstechnicus in de club op de campus van de universiteit van Manchester. Een niet-student tussen studenten. In die studentenclub ontmoet hij een prachtig meisje. Maar haar vriendinnen trekken haar onder zijn neus vandaan: ze moet mee naar een volgend feest. Het meisje kan nog net haar naam roepen voordat ze haar vriendinnen volgt: Emily. Zonder achternaam. Owen vraagt inderhaast wel nog haar telefoonnummer en dat krijgt hij zowaar van haar. Maar de volgende dag blijkt dat telefoonnummer niet helemaal te kloppen. Wat nu?

Crush

Zijn Emily moet toch te vinden zijn, aan zo’n universiteit. Het eerste meisje dat Owen vindt dat inderdaad Emily heet, ene Emily Raine, blijkt echter niet de gezochte crush te zijn. Sterker: het wemelt aan de universiteit van Manchester van de Emily’s.

Proefkonijn

Emily Raine studeert geesteswetenschappen en zoekt voor haar afstudeerscriptie nog een onderwerp. In de obsessief verliefde Owen ziet Emily Raine opeens een vruchtbaar afstudeeronderwerp. Ze besluit hem te helpen met het zoeken naar ‘zijn’ Emily, echter zonder hem haar dubbele agenda te vertellen: Owen weet niet dat hij opeens een proefkonijn is.

Bridget Jones

Wat volgt is een gekke, lieve, bij tijd en wijle hilarische hedendaagse Assepoester-plot, waarin Owen de zoekende prins is. Dat verkeerde telefoonnummer neemt de plaats in van het glazen muiltje.
Deze romantische komedie is geproduceerd door Tim Bevan en Eric Fellner, van productiemaatschappij Working Title Films. Zij hebben ook Love Actually (2003) en Bridget Jones’s Diary (2001) op hun naam staan.

Stalken

Op zijn zoektocht naar Emily zet Owen alle digitale communicatiemiddelen in, waardoor zijn kwestie viral gaat. Gevolg is dat Owen door de halve campus wordt beticht van stalken. Er ontstaat tweestrijd tussen studenten die hem schattig vinden en mensen die hem eng vinden omdat de onvindbare Emily hem misschien wel expres het verkeerde telefoonnummer heeft gegeven. Owen zelf verandert gedurende de film van Lelijk Jong Eendje in een volwassen zwaan.

Minnie Driver

De plot (script: Rachel Hirons) is hier en daar voorspelbaar. Enorm fijn aan Finding Emily is echter dat je de personages gelóóft. Owen (Spike Fearn), zijn broer Matt (Jack Riddiford), Emily Raine (de Australische Angourie Rice), de onuitstaanbare professor Westlake (Prasanna Puwanarajah), die Emily Raine het leven zuur maakt: ze gaan allemaal vol voor het personage dat ze spelen. Regisseur Alicia MacDonald haalt het beste uit haar acteurs.

De enige die op de vlakte blijft, is Minnie Driver als de dean van de universiteit. Driver is nogal gewoontjes in deze rol.

‘Bitter Sweet Symphony’

Feestelijk is dat er een reeks klassiekers uit de Britpop langskomt, plus ‘Wordy Rappinghood’ van de Amerikaanse groep Tom Tom Club. Owen ziet er met zijn zwarte mod-kapsel uit als een kind van de jaren zestig. Als uitsmijter loopt Spike Fearn tijdens de aftiteling in Manchester over de stoepen, onverstoorbaar doorzingend wanneer hij per ongeluk een passant aantikt, zoals Richard Ashcroft van The Verve in de videoclip van ‘Bitter Sweet Symphony’.
Je gunt die jongen dat hij zijn grote liefde vindt.

Finding Emily draait vanaf donderdag 28 mei 2026 in de bioscopen.

Film / Films

Mode in het digitale tijdperk

recensie: The Devil Wears Prada 2 – David Frankel
THE DEVIL WEARS PRADA 220th Century Studios

The Devil Wears Prada was zó’n succes, dat een sequel bijna niet kon uitblijven. Deel 2 draait nu in de bioscopen, twintig jaar later. Voor liefhebbers van deel 1 is dit beslist smullen. Wie de eerste film niet heeft gezien, zal het vervolg niet tot in detail snappen, laat staan de karakterverschuivingen. Maar een kniesoor die daarop let: The Devil Wears Prada 2 is visueel buitengewoon sterk, en de topcast zit duidelijk lekker in zijn vel.

Twintig jaar nadat hun wegen zich scheidden, komen journalist Andy Sachs en Runway-hoofdredacteur Miranda Priestly elkaar opnieuw tegen. Als dat maar goed gaat: Andy was bij Runway het manusje-van-alles van Miranda, de voetveeg. Miranda was tegen Andy neerbuigend, laatdunkend, vernederend… en ook nog onaardig, gemeen, onvriendelijk op het vileine af. Aan het einde van deel 1 kiest Andy voor het beroep dat haar het meeste ligt: ze verlaat modetijdschrift Runway en wordt een serieuze journalist bij een belangrijk tijdschrift.

Verplichte samenwerking

Maar zonder dat ze dat zien aankomen, kijken Andy en Miranda in deel 2 beiden aan tegen dreigende werkloosheid. En deze keer moeten deze vrouwen, die nauwelijks samen door één deur kunnen, over hun schaduwen heen stappen om elkaar te helpen. Die verplichte samenwerking levert een amusante The Devil Wears Prada 2 op.

Digitale tijdperk

Het is lastig de inhoud van deze film te beschrijven zonder een heleboel te verklappen, dus dat zullen we niet doen.
Relevant is dat Andy (Anne Hathaway) twintig jaar later geen beginnende journalist meer is die met zich laat sollen. En Miranda (Meryl Streep) moet zich tot haar grote schrik aanpassen aan het digitale tijdperk, waarin succes afhangt van het aantal pageviews op internet. Papier raakt uit de mode, gedrukte tijdschriften en kranten hebben steeds meer moeite het hoofd boven water te houden. Wat we willen weten, halen we van internet. Wat dat betreft is The Devil Wears Prada 2 zeer realistisch en actueel: papieren media zitten inderdaad in zwaar weer, steeds minder mensen zijn bereid te betalen voor nieuws en informatie.

Woke

Voor Miranda Priestly betekent aanpassen niet alleen dat internet een belangrijk medium is dat haar werk kan maken en breken. Daarnaast is het niet meer van deze tijd je personeel te behandelen als tot slaaf gemaakten, zoals haar gewoonte was. Of lompe taalgrappen te maken. Kortom: Miranda moet ‘woke’ worden, van haar gedrag tot haar woordgebruik.
In die vibe is Andy dan weer wel erg op haar gemak. Sterker: ze neemt Miranda ongeveer bij de hand om haar de weg te wijzen in deze nieuwe, digitale wereld.

Dictator

De twintig jaar ouder geworden Anne Hathaway (de actrice is nu 43) heeft het personage Andy simpelweg nog in de vingers. Andy was altijd al vrij sterk, hooguit nu en dan misplaatst onzeker. Het kost Hathaway zo te zien weinig moeite het personage opnieuw neer te zetten.

Meryl Streep (inmiddels 75 jaar) moet daarentegen een sterk veranderde Miranda neerzetten. Ze mag niet meer de commanderende dictator zijn. Ze moet tegelijkertijd enerzijds de sterke, vlijmscherpe hoofdredacteur zijn, anderzijds zo vriendelijk mogelijk, zelfs slijmerig. En Miranda moet haar taalgebruik dus aldoor in de gaten houden, wat haar onzeker maakt.
Daarbij wordt Streep heel vaak in close-up gefilmd; we zien elk rimpeltje, we zien de lippenstift die in de plooien rond haar mond is getrokken.
Regisseur David Frankel maakt het Streep op deze manier niet makkelijk: Miranda mocht in deel 1 lekker rechtlijnig lomp en bot zijn, nu moet ze opeens aarzelend en genuanceerd zijn. Miranda moet dankbaar zijn, in plaats van alles volkomen vanzelfsprekend te vinden. Gelukkig heeft Streep wel voor hetere vuren gestaan. Ze maakt van deze ouwe rot in het tijdschriftenvak een geloofwaardige, onzekere oudere vrouw, die blij is dat ze nog grond onder de voeten voelt.

Emotie

Een heel grote pluim verdient Stanley Tucci als art director Nigel. Tucci is in deze cast misschien wel de sterkste speler. Met heel kleine bewegingen van zijn gezicht – zijn mond, zijn ogen, zijn wenkbrauwen – laat Tucci Nigel veranderen van emotie. Van bang, naar onzeker, naar blij. Van arrogant naar lief.

Emily Blunt is heden ten dage een veelgevraagde, bloedserieuze filmmaker. In The Devil Wears Prada, deel 1 speelde ze Andy’s jaloerse conculega Emily Charlton. Emily is in deel 2 overgestapt van tijdschrift Runway naar een baan bij modehuis Dior. Blunt is als een vis in het water in deze rol. Ze zet de onhandige Emily lekker vet aan. Het is een genoegen om naar te kijken.

In deze sequel heeft Miranda Priestly niemand minder dan de Britse steracteur Kenneth Branagh naast zich gekregen in de rol van haar knusse, huiselijke partner, met hond en al.

Milaan

De makers (producent: Wendy Finerman) hebben visueel alles uit de kast getrokken om hiervan een fraaie film te maken. De fotografie is prachtig, het camerawerk sterk. Voor de styling zijn kosten noch moeite gespaard. De film is zowel in New York City als in Milaan gedraaid, en vooral de scènes in Milaan zijn oogverblindend.

Gaga

Zoals te verwachten, komt er bij een stevige, Milanese modeshow-passage een stoet cameo’s langs: bekenden uit de modewereld, die in feite zichzelf spelen. Modeontwerpers zoals Marc Jacobs en Stefano Gabbana, modellen zoals Heidi Klum. Emily mag lunchen met Donatella Versace.

Als klap op de vuurpijl verschijnt Lady Gaga als zichzelf ten tonele, gehuld in een zwart catwoman-achtig pak. Staand op een groot rond podium zingt ze ‘The Shape of a Woman’. Het soort kers op de taart dat van een film voor de liefhebber al helemaal een plezierig uitje maakt.

Deel 1 was weliswaar origineler, scherper, frisser en daardoor beter. Maar wie van die film een goed humeur kreeg, mag The Devil Wears Prada 2 niet missen.

‘The Devil Wears Prada 2’ draait vanaf donderdag 30 april 2026 in de bioscopen.