Tag Archief van: film

Film / Films

Koortsdroom in Eddington

recensie: Eddington – Ari Aster
Filmstill EddingtonFilmdepot

In regisseur Ari Asters Eddington is het Wilde Westen niet langer een plek van cowboys en revolvers, maar van smartphones, boomer-vlogs en livestreams. De film speelt zich af in de zomer van 2020, een periode die nog vers in het collectieve geheugen ligt, en gebruikt de coronapandemie niet alleen als decor, maar als katalysator voor morele en sociale ontwrichting.

Sinds hij werd benoemd tot de nieuwe kroonprins van het horrorgenre, na het succes van Hereditary (2018) en het uitstekende Midsommar (2019), lijkt Ari Aster de afgelopen jaren vooral bezig te zijn geweest met het ontmantelen van zijn eigen mythe. Zijn opvolger Beau is Afraid (2023), een drie uur durende kafkaëske moedertrauma-opera, voelde als een opzettelijke beproeving: een ambitieuze maar ook uitdagende, met vlagen vermoeiende film die allesbehalve een crowdpleaser was.

Beau is Afraid leek bijna een exorcisme voor Aster zelf; alsof hij al zijn angsten en frustraties uit zijn systeem moest gooien om los te breken van het horrorimago en de wereld te laten zien: ik heb meer in mijn mars. Nu is hij terug met een western, hoewel de echo’s van zijn eerdere werk in het horrorgenre nog steeds duidelijk voelbaar zijn: Eddington is een ware koortsdroom waarin het Amerikaanse ideaal langzaam wordt uitgehold door paranoia, cultdenken en digitale zelfverheerlijking.

Een dorp in lockdown

Het is mei 2020. De wereld is in lockdown, zo ook het fictieve dorpje Eddington, waar sheriff Joe Cross (Joaquin Phoenix) de scepter zwaait. Hij heeft moeite met het coronabeleid, dat wordt doorgevoerd door rivaal en burgemeester Ted Garcia (Pedro Pascal). De twee komen in een clash, wat al snel leidt tot een verkiezingsstrijd tussen Joe en Ted. De meningsverschillen over covidbeleid zijn echter slechts de katalysator van de tweestrijd. Eddington is dan ook geen reconstructie van de pandemie, maar een ontleding van het moment waarop de Amerikaanse samenleving, volgens Aster, definitief brak.

In interviews noemt Aster covid niet de oorzaak, maar het inflection point – het moment waarop de deur naar gedeelde waarden voorgoed dichtviel. Het dorp Eddington fungeert als microkosmos van een Amerika in verval: Joe Cross die complottheorieën verspreidt, burgemeester Ted Garcia die een AI-datacenter binnenhaalt. Aster toont een samenleving waarin iedereen gelooft dat hij gelijk heeft, maar niemand weet waar het conflict werkelijk over gaat, of waarom het ooit begon.

Smartphones, smartphones en nog eens smartphones

De smartphone is overal in Eddington. Waar veel filmmakers het apparaat proberen te mijden als de pest vanwege zijn zogenaamd ‘on-cinematische’ karakter, kijkt Aster het kwaad recht in de ogen: in zijn western zijn smartphones de nieuwe revolvers. We zien relaties die kapotgaan door Instagram-dm’s, mensen die liggen te doomscrollen in bed en Facebook-feeds die complottheorieën voeden. Zodra er iets in de buurt komt van een conflict, zal je in de achtergrond iemand zien die het loopt te filmen.

De chaos en het geweld worden met de minuut opgevoerd in de 2,5 uur durende western. Dat maakt Eddington naast een bijtende satire een grappige, maar ook hyper-gewelddadige film tot het extreme aan toe. Asters humor is inktzwart, en zijn woede voelbaar. Hij spuwt met gif naar het politieke landschap en de institutionele hypocrisie, zonder op enig moment prekerig over te komen. Of je nou links of rechts bent, democraat of republikein: iedereen is verdoemd. Er zijn geen helden in de wereld van Eddington, alleen maar verliezers. Het is ook geen toeval dat de film opent en eindigt met een AI-datacenter: terwijl de gemeenschap langzaam uit elkaar valt, groeit het datacenter op de achtergrond – als een totempaal voor polarisatie.

Film / Films

Koortsdroom in Eddington

recensie: Eddington – Ari Aster
Filmstill EddingtonFilmdepot

In regisseur Ari Asters Eddington is het Wilde Westen niet langer een plek van cowboys en revolvers, maar van smartphones, boomer-vlogs en livestreams. De film speelt zich af in de zomer van 2020, een periode die nog vers in het collectieve geheugen ligt, en gebruikt de coronapandemie niet alleen als decor, maar als katalysator voor morele en sociale ontwrichting.

Sinds hij werd benoemd tot de nieuwe kroonprins van het horrorgenre, na het succes van Hereditary (2018) en het uitstekende Midsommar (2019), lijkt Ari Aster de afgelopen jaren vooral bezig te zijn geweest met het ontmantelen van zijn eigen mythe. Zijn opvolger Beau is Afraid (2023), een drie uur durende kafkaëske moedertrauma-opera, voelde als een opzettelijke beproeving: een ambitieuze maar ook uitdagende, met vlagen vermoeiende film die allesbehalve een crowdpleaser was.

Beau is Afraid leek bijna een exorcisme voor Aster zelf; alsof hij al zijn angsten en frustraties uit zijn systeem moest gooien om los te breken van het horrorimago en de wereld te laten zien: ik heb meer in mijn mars. Nu is hij terug met een western, hoewel de echo’s van zijn eerdere werk in het horrorgenre nog steeds duidelijk voelbaar zijn: Eddington is een ware koortsdroom waarin het Amerikaanse ideaal langzaam wordt uitgehold door paranoia, cultdenken en digitale zelfverheerlijking.

Een dorp in lockdown

Het is mei 2020. De wereld is in lockdown, zo ook het fictieve dorpje Eddington, waar sheriff Joe Cross (Joaquin Phoenix) de scepter zwaait. Hij heeft moeite met het coronabeleid, dat wordt doorgevoerd door rivaal en burgemeester Ted Garcia (Pedro Pascal). De twee komen in een clash, wat al snel leidt tot een verkiezingsstrijd tussen Joe en Ted. De meningsverschillen over covidbeleid zijn echter slechts de katalysator van de tweestrijd. Eddington is dan ook geen reconstructie van de pandemie, maar een ontleding van het moment waarop de Amerikaanse samenleving, volgens Aster, definitief brak.

In interviews noemt Aster covid niet de oorzaak, maar het inflection point – het moment waarop de deur naar gedeelde waarden voorgoed dichtviel. Het dorp Eddington fungeert als microkosmos van een Amerika in verval: Joe Cross die complottheorieën verspreidt, burgemeester Ted Garcia die een AI-datacenter binnenhaalt. Aster toont een samenleving waarin iedereen gelooft dat hij gelijk heeft, maar niemand weet waar het conflict werkelijk over gaat, of waarom het ooit begon.

Smartphones, smartphones en nog eens smartphones

De smartphone is overal in Eddington. Waar veel filmmakers het apparaat proberen te mijden als de pest vanwege zijn zogenaamd ‘on-cinematische’ karakter, kijkt Aster het kwaad recht in de ogen: in zijn western zijn smartphones de nieuwe revolvers. We zien relaties die kapotgaan door Instagram-dm’s, mensen die liggen te doomscrollen in bed en Facebook-feeds die complottheorieën voeden. Zodra er iets in de buurt komt van een conflict, zal je in de achtergrond iemand zien die het loopt te filmen.

De chaos en het geweld worden met de minuut opgevoerd in de 2,5 uur durende western. Dat maakt Eddington naast een bijtende satire een grappige, maar ook hyper-gewelddadige film tot het extreme aan toe. Asters humor is inktzwart, en zijn woede voelbaar. Hij spuwt met gif naar het politieke landschap en de institutionele hypocrisie, zonder op enig moment prekerig over te komen. Of je nou links of rechts bent, democraat of republikein: iedereen is verdoemd. Er zijn geen helden in de wereld van Eddington, alleen maar verliezers. Het is ook geen toeval dat de film opent en eindigt met een AI-datacenter: terwijl de gemeenschap langzaam uit elkaar valt, groeit het datacenter op de achtergrond – als een totempaal voor polarisatie.

Film / Films

De banaliteit van het kwaad in close-up

recensie: Das Verschwinden des Josef Mengele – Kirill Serebrennikov
Das-Verschwinden-des-Josef-Mengele_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

In Das Verschwinden des Josef Mengele brengt de Russische regisseur Kirill Serebrennikov een indringend portret van de beruchte nazi-arts die in Auschwitz de bijnaam ‘engel des doods’ kreeg. Het resultaat is een huiveringwekkend, maar ook menselijk portret van een man die tot aan zijn dood in Brazilië probeerde te ontkomen aan gerechtigheid, en aan zichzelf.

De film opent in een Braziliaans laboratorium in de jaren tachtig. Studenten buigen zich over een skelet met een gat in het linker jukbeen: het enige bewijs dat ze naar de resten van Josef Mengele kijken. Vanuit dit ijzingwekkende begin duikt Serebrennikov terug in de tijd, naar het leven van Mengele na de oorlog.

Met valse paspoorten en nieuwe namen (Gregor, Peter, en uiteindelijk Pedro) vlucht hij via Argentinië en Paraguay naar Brazilië. Wat volgt is een claustrofobisch portret van een man op de vlucht, voortdurend op zijn hoede, maar nooit in staat tot zelfreflectie. Zelfs wanneer zijn zoon Rolf hem in 1977 opzoekt, weigert Mengele verantwoordelijkheid te nemen.

Voor hem was alles wat hij deed ‘noodzakelijk’. Die confrontatie vormt een van de kernmomenten van de film. Zoals Serebrennikov in een interview toelicht: ‘Wat gebeurt er met oorlogsmisdadigers nadat de oorlog voorbij is? Is er zoiets als goddelijke gerechtigheid?’

Een monster dat mens blijft

Serebrennikov kiest bewust voor Mengeles perspectief. Daarmee begeeft hij zich op gevaarlijk terrein: het risico om empathie te wekken voor de dader. Toch is dat niet Serebrennikovs bedoeling. Hij verwijst naar Hannah Arendts idee van de ‘banaliteit van het kwaad’, het besef dat monsters vaak gewone mensen zijn.

Acteur August Diehl (bekend van Inglourious Basterds) maakt dat pijnlijk voelbaar. Zijn Mengele is geen karikatuur, maar een man die zichzelf voortdurend rechtvaardigt. ‘Hij blijft geloven dat hij niets verkeerd heeft gedaan’, zegt Diehl. ‘Dat is wat hem zo beangstigend maakt.’ Het subtiele spel van Diehl zorgt ervoor dat je als kijker begrijpt hoe gevaarlijk zelfbedrog kan zijn, zonder ooit sympathie voor Mengele te voelen.

Zwart-wit als moreel kompas

Visueel is Das Verschwinden des Josef Mengele verbluffend. Serebrennikov filmt het grootste deel in korrelig zwart-wit, alsof het verleden letterlijk kleurloos is geworden. Alleen de scènes in Auschwitz, die als korte, schokkende flashbacks verschijnen, zijn in kleur. De regisseur legt uit waarom: ‘Voor Mengele was Auschwitz in zijn eigen vertekende beleving de beste tijd van zijn leven. Hij had een gezin, een carrière. Door die scènes in kleur te tonen, laat ik zien hoe verdorven die perceptie was.’

De cameravoering is vaak handheld, wat de kijker het gevoel geeft er zelf bij te zijn. Dat maakt de film beklemmend en realistisch, zelfs wanneer de werkelijkheid vervormd lijkt door Mengeles waanbeelden.

Een spiegel van onze tijd

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de jaren veertig tot tachtig, voelt het pijnlijk actueel. Serebrennikov benadrukt dat hij tijdens de productie dacht aan het heden: ‘In 2025 zijn er nog steeds mensen die het bestaan van de Holocaust in twijfel trekken. Deze film is een waarschuwing: het kwaad verdwijnt niet, het verandert alleen van vorm.’

De film laat zien hoe makkelijk een samenleving wegkijkt en hoe velen meewerken aan het in stand houden van onrecht, uit angst, gemak of eigenbelang. Het kwaad zit niet enkel in Mengele, maar ook in iedereen die hem steunde.

Het slot vormt een indringend einde van een verhaal dat bewust elke eenvoudige verklaring vermijdt. Das Verschwinden des Josef Mengele is traag, soms meedogenloos, maar nooit afstandelijk. Dankzij het hypnotiserende spel van Diehl en Serebrennikovs scherpe visie wordt de kijker gedwongen om te reflecteren op de dunne lijn tussen menselijkheid en monsterlijkheid.

Te zien vanaf 16 oktober 2025

Film / Serie

Gallische humor in hedendaags jasje

recensie: Astérix & Obélix: Le Combat des Chefs – Alain Chabat

Met Astérix & Obélix: Le Combat des Chefs brengt Netflix een miniserie die een geliefd stripalbum van Goscinny en Uderzo tot leven wekt in vijf afleveringen. Waar eerdere Asterix-verfilmingen vaak worstelden met de balans tussen trouw blijven aan het bronmateriaal en eigentijdse aanpassingen, weet deze reeks verrassend veel troeven uit te spelen. De serie is meer dan een nostalgische trip: het is een frisse interpretatie die een breed publiek aanspreekt.

Het script blijft de ruggengraat van de serie. De scenaristen weten het klassieke verhaal, waarin druïde Panoramix door geheugenverlies zijn toverdrankrecept kwijt is en de stam in gevaar komt door de ambitieuze Gallo-Romein Nogalfix, slim te vertalen naar een seriële structuur. Elke aflevering heeft een eigen spanningsboog en cliffhanger, terwijl het grotere verhaal organisch doorklinkt.

Daarnaast is er veel ruimte voor originele en vaak hilarische toevoegingen. Zo ontsporen de ruzies tussen Asterix en Obelix geregeld, onder meer tijdens een bezoek aan Apotheka (een psycholoog). Panoramix wordt tijdelijk afgeschilderd als compleet gek, wat voor absurde situaties zorgt. De reeks speelt ook met namen vol woordgrappen, zoals Metadata, Blackangus en Fastenfurious. Andere vondsten, zoals Caesar die als een filmster over de rode loper verschijnt terwijl ‘fotografen’ beelden van hem beitelen, of Obelix die een weegschaal letterlijk kapotmaakt door erop te gaan staan, zorgen voor visueel sterke momenten. De bouw van een Romeins amusementspark versterkt de satirische ondertoon over de overdaad en zelfverheerlijking van het rijk.

Verhaal is meer dan nostalgie

De dialogen zitten vol geestige vondsten, visuele grappen en verwijzingen die zowel jonge kijkers als volwassenen plezieren. Waar de strips vaak korte, puntige humor hanteren, laat het scenario hier ruimte voor langere scènes, waardoor karakters meer reliëf krijgen.

Waar de strip eindigt met een verrassend luchtige draai, kiest de serie voor een andere route. Het Netflix-slot legt minder nadruk op toeval en slapstick, en meer op samenwerking en strategie. In plaats van een enkel wondermiddel of een komische geheugenwending, draait de finale om de solidariteit van de Galliërs en hun inventiviteit in de strijd. Daarmee schuift de reeks een boodschap naar voren die eigentijdser aandoet: niet één held of gelukstreffer redt de gemeenschap, maar de collectieve inzet van iedereen.

Visuele kracht

De animatie is een ander hoogtepunt. Netflix koos voor een moderne, maar toch stripgetrouwe stijl die de herkenbare lijnen en kleuren van Uderzo eer aandoet. Het dorp voelt levendig aan: details zoals de rook uit de schoorstenen, de textuur van menhirs en de chaotische maar warme uitstraling van het marktplein zorgen voor een rijke visuele wereld. De actiescènes, of het nu gaat om een knokpartij met de Romeinen of het duel tussen de stamhoofden, zijn dynamisch en vloeiend geanimeerd. De overdrijving die zo kenmerkend is voor Asterix, komt prachtig tot zijn recht: Obelix, die tientallen Romeinen tegelijk de lucht in katapulteert, blijft een visueel feestje.

Luchtige satire

Alain Chabat, die eerder zijn liefde voor de Asterix-wereld bewees met Astérix & Obélix: Mission Cléopâtre, brengt opnieuw zijn gevoel voor timing en humor mee. Zijn regie houdt de reeks speels en luchtig, maar verliest nooit de focus op de kern: kameraadschap, slimheid en de kracht van gemeenschap tegenover brute macht.

De toon blijft daardoor trouw aan de strips: satirisch, maar nooit cynisch. De Romeinse bureaucratie wordt nog altijd op de hak genomen, terwijl de Galliërs in al hun koppigheid en eigenaardigheid herkenbaar en sympathiek blijven.

Astérix & Obélix: Le Combat des Chefs is een geslaagde vertaling van een stripklassieker naar een moderne miniserie. Het sterke script, de liefdevolle animatie en de creatieve vondsten maken dit tot een productie die zowel fans van het eerste uur als nieuwkomers kan bekoren. Wie op zoek is naar nostalgie, humor en avontuur, vindt in deze reeks een charmant en energiek bewijs dat Asterix & Obelix ook in 2025 nog altijd springlevend is.

Film / Films

Familiar Touch: als herinneringen vervagen, blijft de smaak van het leven

recensie: Familiar Touch - Sarah Friedland (2024)
Familiar-Touch_st_2_jpg_sd-highFilmdepot

Hoe voelt het als het heden in brokjes uiteenvalt en het verleden als los zand door je vingers glipt? Regisseur Sarah Friedland dompelt ons onder in het hoofd van de eigenzinnige, vergeetachtige Ruth. Deze hartverwarmende én hartverscheurende dramafilm combineert humor, ontreddering en culinaire nostalgie tot een bitterzoete cocktail die je nog lang doet natrillen.

De zeventigjarige Ruth is een gepassioneerde kok en kookboekenschrijfster die de grip op haar herinneringen verliest. Wanneer haar zoon Steve – verscheurd tussen liefde en machteloosheid – beslist dat een luxueus ogend zorgtehuis de beste optie is, begint Ruths nieuwe leven op de afdeling ‘Memory Lane’. Daar ontmoet ze lotgenoten met wie ze een onverwachte, vaak ontwapenende band ontwikkelt.

De film wisselt behendig tussen droogkomische scènes en rauwe momenten waarop ze haar eigen zoon niet meer herkent. Wanneer ze op een nacht het tehuis ontglipt en de stad doorkruist, voelt de kijker zowel de vrijheid die Ruth denkt te herwinnen als de dreiging van haar verdwijnende houvast. Regisseur Sarah Friedland zet geen klassiek zorgdrama neer, maar een intieme film die soms aanvoelt als een mini-roadmovie en je volledig meesleept in Ruths leven. De camera duikt dicht op het gezicht van Kathleen Chalfant (Ruth), waardoor haar verwarring en machteloosheid bijna voelbaar worden.

De rauwe realiteit van alzheimer

Het stigma dat alzheimer alleen bejaarden treft, gaat niet meer op. Wereldwijd krijgen mensen op steeds jongere leeftijd de diagnose – zo ook acteur Bruce Willis, die op zijn 67ste zijn loopbaan noodgedwongen moest opgeven. Met een vergrijzende maatschappij stijgt het aantal patiënten fors, en dus ook de druk op mantelzorgers.

Familiar Touch visualiseert precies dat: de ziekte vreet niet alleen iemands verleden weg, maar herschrijft ook de (toekomst)plannen van dierbaren. Zo zien we dat Ruth haar eigen zoon niet meer herkent en hem probeert te verleiden, ze haar jonge verzorgster hardnekkig verwart met haar moeder, en ze zich ’s ochtends klaarmaakt voor een werkdag die al jaren verleden tijd is. Door korte maar ontwrichtende black-outs raakt ze telkens de draad kwijt over waar en wanneer ze is. Parallel daaraan toont Friedland Steves schrijnende schuldgevoel wanneer hij zijn moeder afzet bij het Californische zorgtehuis, maar ook de onmacht van zorgmedewerkers die constant worstelen tussen protocol en persoonlijke betrokkenheid.

Wanneer fictie en werkelijkheid samenvallen

Een filmisch kijkje in het ‘alzheimerbrein’ is lastig: te veel afstand laat de kijker koud, te veel poespas en het wordt al snel afgezaagd. Friedland vindt de perfecte middenweg door te focussen op de dagelijkse struggles van een alzheimerpatiënt, waardoor het voor de kijker makkelijk te beseffen is hoe broos ‘normaal’ eigenlijk is. Bovendien tilt het acteerwerk van Kathleen Chalfant de film naar een hoger niveau. Close-ups van haar gezicht, zoals een aarzelende glimlach of een haperende blik, tonen zowel haar hunkering naar contact als haar angst dat direct weer kwijt te raken.

Familiar Touch bewijst dat een zwaar thema niet per se tot loodzware cinema hoeft te leiden. Door humor toe te laten en koken als terugkomend thema te gebruiken, blijft de boodschap behapbaar. Belangrijker nog: de film zet je aan tot denken over wat echt telt. Want hoe cliché het ook klinkt, de boodschap raakt: leef nu je nog kan en koester de dierbaren om je heen. Kortom, een film met een groot hart die laat zien dat vergeten nooit hetzelfde is als verdwijnen.

Film / Films

Een cocktail van charisma en chaos

recensie: Honey Don’t – Ethan Coen
HONEY DON'T! bannerFilmdepot (2025 Focus Features, LLC. All Rights Reserved)

Terwijl Joel Coen na de splitsing van de gebroeders Coen koos voor een grimmige zwart-witverfilming van Shakespeares Macbeth, slaat zijn broer Ethan een compleet andere weg in. Na Drive-Away Dolls levert hij samen met zijn vrouw Tricia Cooke met Honey Don’t het tweede deel af van hun geplande ‘B-film’ trilogie — wederom vol pulp, absurdisme en camp.

Op papier lijkt het bijna te mooi om waar te zijn: een originele mid-budgetfilm van een van de gebroeders Coen, een neo-noir detectiveverhaal, ode aan de B-film, en een sterrencast met Margaret Qualley, Chris Evans en Aubrey Plaza. In een tijd waarin originaliteit zeldzaam is in Hollywood, lijkt dit precies de soort film die het huidige filmlandschap nodig heeft. Het doet dan ook des te meer pijn om te zeggen dat Honey Don’t de verwachtingen helaas niet waarmaakt, en Ethan Coen een film aflevert die het best beschreven kan worden als iets waar je de gebroeders Coen hiervoor nooit op kon betrappen: klungelig en stuurloos.

Moderne noir

Margaret Qualley is Honey O’Donahue, een privédetective die moeiteloos voldoet aan het klassieke film-noir archetype: een drankprobleem, een cynisch wereldbeeld, zelfverzekerd en meedogenloos. Ze dendert met een gezonde dosis nuchterheid door het stoffige Bakersfield, Californië, een stad geteisterd door mysterieuze moorden. Binnen een strakke 90 minuten wordt er een poging gedaan een wereld op te bouwen rond haar zoektocht naar de dader, bevolkt door foute politieagenten, seksverslaafde priesters en een mysterieuze Franse femme fatale. Verwacht in Honey Don’t dan ook cheesy oneliners, obscure referenties naar B-films van de jaren 70, een bizar maar doch voorspelbaar detectiveplot, en een parade aan excentrieke personages. Nee, de film neemt zichzelf inderdaad niet erg serieus.

In de persronden rond zijn vorige film Drive-Away Dolls, die qua stijl en thematiek in hetzelfde universum lijkt te spelen, gaf Ethan Coen aan dat hij samen met Tricia Cooke een ‘lesbische B-film trilogie’ wil maken die het vergeten B-filmgenre nieuw leven inblaast. Waar Drive-Away Dolls nog een Bush-tijdperk screwball roadtrip was, kiezen ze voor Honey Don’t het noir-genre – wederom gegoten in een uitgesproken queer jasje.

Verdwaald in subplots

Voor een film die vooral leunt op humor en excentrieke personages, zijn de grappen opvallend vlak. Dit valt niet te wijten aan het acteerwerk: Qualley is zoals gewoonlijk uitstekend, en Evans, die een rommelige weg achter de rug heeft na zijn rol als Captain America, lijkt te genieten van zijn rol als megalomane seksverslaafde priester. Het is dan ook verfrissend om te zien dat Ethan iets probeert wat afwijkt van zijn voorgaande onwijs strak geregisseerde films, en meer los probeert te raken van het gelikte Coen-esque waar ze als duo bekend om staan.

Nee, het grote probleem zit hem in de structuur van de film zelf, die in alles gehaast in elkaar lijkt gezet. De film verdwaalt in zijn eigen subplots; verhaallijnen lijken onafgemaakt en plottwists blijven betekenisloos. Er zijn lollige momenten, maar zelfs wanneer je Honey Don’t bekijkt door de bril van de B-film – waar plot ondergeschikt is, stijl boven inhoud gaat en de camp wordt opgevoerd – blijft slordigheid geen excuus. Drive-Away Dolls speelde met dezelfde esthetiek, maar wist binnen zijn eigen logica nog te functioneren: ondanks de eigenaardigheden zat het goed in elkaar, en werkte het tongue-in-cheek gehalte prima als wat het pretendeert te zijn: een vermakelijke B-film.

Het meest wrange aan Honey Don’t is dat je de potentie wel voortdurend voelt. De liefde voor de pulp spat eraf, en de acteurs hebben zichtbaar plezier. Hoewel er in de eerste helft kortstondige momenten zijn waarop je de energie voelt waarnaar ze op zoek zijn – denk aan de chemie tussen Qualley en Plaza tijdens hun eerste ontmoeting (‘I love those click-clacking heels’) – vliegt het geheel zodanig uit de bocht in het laatste halfuur dat je na een abrupt einde maar met een vraag kan overblijven: ‘was dit het?’

Film / Films

Liefde en strijd in een eigentijdse War of the Roses

recensie: The Roses - Jay Roach
The Roses banner© 2025 Searchlight Pictures

De Roses zijn een stel dat dol op elkaar is, maar na al die jaren samen ook vatbaar is voor de impact van grote veranderingen. Zo geschiedt als Theo (Benedict Cumberbatch) zijn carrièreplannen in duigen ziet vallen en Ivy (Olivia Colman) juist mogelijkheden gaat zien om zichzelf te ontwikkelen. Hoe zal deze spanning de relatie van de gelukkige geliefden beïnvloeden?

The Roses is een zwarte komedie geregisseerd door Jay Roach, gebaseerd op de roman The War of the Roses van Warren Adler uit 1981. De film is een remake van de gelijknamige klassieker uit 1989 met Michael Douglas en Kathleen Turner in de hoofdrollen. Waar het ‘origineel’ uitblonk in grofheid en over-the-top situaties, kiest deze nieuwe versie voor een subtielere en gelaagdere aanpak.

Ontmoet the Roses

Wanneer Theo en Ivy elkaar voor het eerst ontmoeten in Londen, is hij een succesvolle architect en verdient zij haar sporen in een topkeuken. Na een wellustige ontmoeting in haar restaurant trouwen ze en krijgen ze twee kinderen, Hattie (gespeeld door Delaney Quinn als kind en Hala Finley als jongvolwassene) en Roy (Ollie Robinson als kind en Wells Rappaport als jongvolwassene), en verhuizen ze naar de VS voor een nieuw begin.

Aanvankelijk lijkt alles voorspoedig te verlopen. Theo staat op het punt zijn grote doorbraak te beleven met een spraakmakend nautisch museum in San Francisco. Tegelijk opent Ivy haar eerste restaurant, met de ondeugende naam We’ve Got Crabs. Maar dan slaat het noodlot toe: op de dag van de onthulling stort Theo’s gebouw in door een constructiefout. Zijn reputatie is in één klap verwoest. Ironisch genoeg zorgt diezelfde storm ervoor dat Ivy’s restaurant overspoeld wordt met bezoekers, onder wie een invloedrijke recensent. Plots is zij de rijzende ster, terwijl hij viraal gaat met een publieke inzinking.

Geen een-op-een remake

Waar de film uit 1989 vol inzet op fysieke comedy en absurde confrontaties – met Danny DeVito als regisseur én acteur – kiest deze nieuwe versie voor een tragikomische ondertoon die vooral richting het einde escaleert. Jay Roach, bekend van Meet the Parents en Austin Powers, toont zich hier van een verrassend subtiele kant.

Die subtiliteit maakt de film juist krachtig. Op een droge, soms pijnlijke maar ook grappige manier wordt duidelijk hoe een huwelijk uit balans raakt wanneer partners niet meer op gelijke voet staan. Het maakt het verhaal herkenbaar voor veel koppels – zonder in clichés te vervallen.

Met Benedict Cumberbatch en Olivia Colman in de hoofdrollen kan het eigenlijk niet misgaan. Hun spel is gelaagd, invoelbaar en vooral geloofwaardig. De chemie tussen hen zorgt ervoor dat je als kijker moeiteloos meegaat in hun liefdesgeschiedenis – én hun strijd.

Britse humor

Een kleine dissonant in de film is de rol van Amy, gespeeld door comédienne Kate McKinnon. Haar spel is uitbundig en overduidelijk komisch, wat soms schuurt met de verder subtiele toon van de film. Dat zou goed te verklaren zijn door het verschil in humor: waar Amerikaanse comedy vaak direct en luidruchtig is met duidelijke punchlines, is Britse humor droog, onderkoeld en rijk aan ironie. In deze film is dat contrast duidelijk voelbaar en storend. Ook al is het een Brits-Amerikaanse samenwerking, deze twee types humor gaan niet goed samen.

Verrassend genoeg is dit de eerste keer dat Cumberbatch en Colman samen de hoofdrollen vertolken. Hun vriendschap buiten de set is voelbaar in de oprechte dynamiek op het scherm.

The Roses is een geslaagde, eigentijdse remake die humor en drama in balans weet te houden. Met uitstekende acteerprestaties en een scherp oog voor de dynamiek van moderne relaties is het een film die zowel vermakelijk als confronterend is. Geen flauwe kopie, maar een subtiele herinterpretatie met een eigen smoel.

Vanaf 28 augustus 2025 te zien in bioscopen.

Film / Films

Whodunnit mist de ziel van het boek

recensie: Chris Columbus – The Thursday Murder Club
The Thursday Murder Club (2025)Giles Keyte, Netflix

Een verhaal gebaseerd op een internationale bestseller, een topcast met geliefde acteurs als Helen Mirren, David Tennant en Pierce Brosnan én een flink budget: in theorie heeft de verfilming van Richard Osmans The Thursday Murder Club (2025) alle ingrediënten voor een groot succes. Maar weet de praktijk die verwachtingen waar te maken, of zullen we ook hier zeggen dat het boek beter was?

Laten we maar gelijk starten met het antwoord op die vraag: ja, het boek was beter. Het verhaal van de film volgt grofweg het eerste deel van de Thursday Murder Club-reeks. Gesitueerd in het prachtige Coopers Chase, een seniorengemeenschap met een erg luxe locatie en een verscheidenheid aan gezelschappen en activiteiten, volgen we één zeer exclusief clubje dat zichzelf The Thursday Murder Club noemt. Aanvankelijk bestaande uit voormalig MI6-agent Elizabeth (Helen Mirren), gepensioneerd vakbondsleider Ron (Pierce Brosnan) en gepensioneerd psychiater Ibrahim (Ben Kingsley), wordt de club algauw uitgebreid met oud-verpleegkundige Joyce (Celia Imrie), wier medische expertise goed van pas komt. Elke donderdag buigen ze zich over cold cases, tot er een echte moord plaatsvindt binnen hun sociale kringen. Aannemer Tony Curran, mede-eigenaar van Coopers Chase, wordt dood aangetroffen. Dit opent de weg voor mede-eigenaar Ian Ventham (David Tennant) om de inwoners van Coopers Chase eruit te zetten en het gebouw om te bouwen tot een stel luxeappartementen. Reden genoeg voor onze favoriete vier bejaarden om zich tegen de zaak aan te bemoeien en de politie – ongevraagd – te ondersteunen bij het ontrafelen van het mysterie. Dat ze de zaak weten op te lossen zal je niet verbazen, maar de focus ligt op de manier waarop ze dat voor elkaar krijgen. Het viertal weet het stereotype ‘oud en bejaard’ in hun voordeel te gebruiken en laat keer op keer blijken dat je hen niet moet onderschatten.

Net zo charmant, maar minder krachtig

Het klonk zo veelbelovend toen bekend werd gemaakt dat Netflix een alom geliefde boekenserie ging verfilmen! Met zoveel humor, plotwendingen en een flinke dosis knusheid – en oké, ook de nodige kneuterigheid – leek The Thursday Murder Club bij uitstek geschikt voor een miniserie. Zeker gezien Netflix al eerder een andere favoriet, A Good Girl’s Guide to Murder, tot een vermakelijke miniserie had weten om te toveren.

Dat aanvankelijke enthousiasme sloeg gauw om in verbazing toen bleek dat het niet ging om een serie, maar om een film. Het verhaal lijkt namelijk te rijk om in een schamele twee uur verteld te worden, en na het zien van deze film is die angst alleen maar bevestigd. Belangrijke en mooie verhaallijnen zijn gesneuveld, inclusief veel van de spitsvondigheid, warmte en gelaagdheid die het boek juist zo uniek en vermakelijk maakten. In de boeken draait het niet alleen om de moorden die opgelost worden, maar juist ook om thema’s rondom ouder worden, ziekte, afscheid nemen en de waarde van iemands ervaringen en expertise. De film toont er een afgezwakte versie van: de charme blijft, maar is een stuk minder krachtig.

Kill your darlings

Voor de film is duidelijk gekozen om de nadruk te leggen op de whodunnit. We volgen slimme acties en spannende gebeurtenissen die lijken op te bouwen naar een Poirot-achtig eindmoment, maar dat moment komt uiteindelijk nooit echt. In het boek ontbreekt zo’n moment ook, maar dat draagt juist bij aan de boodschap; het laat zien dat sommige mysteries geen ‘spannende puzzel’ zijn, maar trieste verhalen die onderdeel zijn van iemands leven, waarin een dader niet per se een kwaadwillige slechterik is. Die gelaagdheid en boodschap komen minder goed over in de film. De film heeft een geringe opbouw en er volgen wel heel veel ‘toevallige’ ontdekkingen elkaar op, zeker richting het gehaaste einde. Daardoor voelt de ontknoping afgeraffeld en vlak. Veel van de oorspronkelijke bochten en verhaallijnen zijn afgesneden – juist daarvoor had een serie meer ruimte geboden. Bij deze film werd het principe ‘kill your darlings’ te enthousiast toegepast: er sneuvelen geen personages uit het verhaal, maar juist het verhaal zelf.

Plezier spat van het scherm af

Fragment uit The Thursday Murder Club

© Giles Keyte, Netflix

Als we stoppen met vergelijken, is er in The Thursday Murder Club gelukkig best veel te genieten. De setting is prachtig – wie wil er na deze filmbeelden níét in Coopers Chase wonen? – en de cast heeft zichtbaar plezier. Pierce Brosnan en Tom Ellis zijn een heerlijk vader-zoon duo, Jonathan Pryce ontroert als de lieve, dementerende Stephen en Henry Lloyd-Hughes overtuigt als de intimiderende maar goedhartige klusser Bogdan. De mix van spannende, serieuze en soms ronduit bizarre situaties – van aquarobics tot naaktschilderlessen en een soort Sterren Dansen op het IJs – houdt het geheel luchtig en vermakelijk.

Kortom: het boek was beter, maar dat maakt de film niet slecht. Verwacht geen ingewikkelde puzzel met briljante plotwendingen, maar een gezellig, warm moordmysterie met een vleugje Britse ironie. En met deel vijf van de boekenreeks net uitgebracht (september 2025) smaakt de film zeker naar meer; al blijft het een raadsel hoe Netflix verdergaat, nu sommige personages in de film een ander lot treffen dan in de boeken.

Film / Films

Tragiek als decor, pinguïn als symboliek

recensie: Peter Cattaneo – The Penguin Lessons
The Penguin Lessons - Peter Cattaneo©Andrea Resmini - ©NOSTROMO PRODUCTION STUDIOS SL - NOSTROMO PICTURES CANARIAS SL - PENGUIN LESSONS LTD.

The Penguin Lessons, gebaseerd op de memoires van Tom Michell, is een lichtvoetige film met een zware historische achtergrond. We volgen Steve Coogan als een cynische Britse leraar op een jongensinternaat in Buenos Aires, tegen de achtergrond van de militaire dictatuur. Een aangespoelde keizerspinguïn zet onverwacht zijn persoonlijke verandering in gang.

Regisseur Peter Cattaneo, bekend van The Full Monty, grijpt terug op vertrouwde elementen uit het feelgoodgenre van de jaren ’90: een zonderling die, via een onwaarschijnlijke band, langzaam ontdooit. Dat levert een toegankelijke en bij vlagen charmante film op, maar de balans tussen luchtigheid en politieke ernst blijkt lastig vol te houden.

Juan Salvador

Michell is een leraar die zichtbaar is afgehaakt: hij doet zijn werk op de automatische piloot en houdt afstand tot collega’s en leerlingen. Tijdens een vakantie in Venezuela vindt hij een met olie besmeurd dier op het strand. Hij neemt de pinguïn mee naar Argentinië, noemt hem – op aanraden van zijn huishoudster en haar dochter – Juan Salvador en houdt hem stiekem op het schoolterrein.

De pinguïn wordt meer dan een gimmick. In scènes waarin Michell het dier probeert terug te sturen naar de zee, of verstopt in een tas langs de douane loodst, ontstaat een subtiele dynamiek tussen mens en dier. Juan Salvador werkt als katalysator: door de zorg voor de pinguïn raakt Michell opnieuw betrokken bij de wereld om hem heen.

Een ongemakkelijke mix

De scènes waarin Michell en de pinguïn elkaar leren kennen, zijn bij vlagen geestig, hoewel de humor soms wat flauw blijft. Toch weet de film hier en daar oprechte warmte op te roepen. Zoals wanneer Juan Salvador, eindelijk geaccepteerd door iedereen, mag zwemmen in het grote zwembad van de school en trots op de klassenfoto staat.

Wat wringt is de historische context. The Penguin Lessons speelt zich af tijdens de Vuile Oorlog (1976–1983), een periode waarin naar schatting 30.000 mensen verdwenen of vermoord werden door het militaire regime. De film gebruikt dit grimmige decor voornamelijk als achtergrond voor Michells persoonlijke ontwaken. In plaats van een scherp contrast, voelt het soms alsof de geschiedenis een decorstuk is: stil en indrukwekkend, maar weinig geïntegreerd in het drama.

The Penguin Lessons - Peter Cattaneo

photo by Lucia Faraig ©NOSTROMO PRODUCTION STUDIOS SL – NOSTROMO PICTURES CANARIAS SL – PENGUIN LESSONS LTD

Wanneer Michells vriendin – de dochter van zijn huishoudster – zomaar wordt opgepakt op straat, neemt hij het voor haar op, aangemoedigd door zijn herwonnen idealisme. Maar de manier waarop deze verhaallijn wordt afgerond – inclusief haar vrijlating mede dankzij Michells tussenkomst – voelt te eenvoudig, en staat haaks op de tragiek van de werkelijke geschiedenis. De aftiteling, met daarin een nuchtere tekstkaart over het aantal mensen dat tijdens deze oorlog verdween of omkwam, voelt daardoor eerder als late correctie dan als geïntegreerd onderdeel van het verhaal.

Lichtpuntjes

Gelukkig bevat The Penguin Lessons ook geslaagde momenten. Zo zijn er passages waarin de film de vinger even op de zere plek legt. Een scène waarin Michell aangeraden wordt zijn loon zo snel mogelijk uit te geven, vangt de economische instabiliteit van het Argentinië van toen met wrange precisie. Zijn verbazing en frustratie – met een zak brood dat plots evenveel kost als een dagloon – maken de situatie tastbaar. Het zijn dit soort details waarin de film even aan kracht wint.

Daarnaast weet Steve Coogan zijn personage geloofwaardig neer te zetten als een man die zijn cynisme langzaam aflegt. Jonathan Pryce brengt subtiliteit in zijn rol als de schooldirecteur, en ook de Argentijnse castleden – met name Vivian El Jaber en Alfonsina Carrocio – geven de film een waardevolle lokale verankering. Verder is de montage tussen de pinguïn en de menselijke personages kundig gedaan. Af en toe breekt er iets echts door in deze film, waarin oprechte bedoelingen voelbaar zijn, ook als de uitvoering niet altijd overtuigt.

Kortom: The Penguin Lessons is een warm verhaal over idealen, vriendschap en verandering, maar wel één dat de diepte slechts aanraakt, waar het erin had kunnen duiken.

Vanaf 23 oktober 2025 in de bioscoop.

Film / Films

Spectaculair debuut van Eva Victor

recensie: Sorry, Baby – Eva Victor
Sorry-Baby_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

In Sorry, Baby is traumaverwerking geen scène, maar een schaduw die zich overal meebeweegt: in de vorm van een kat, een sandwich of een paniekaanval. Met droge humor, ongemak en lef vertelt Eva Victor een verhaal over herstel dat zich langzaam om je heen wikkelt als een warme deken.

De A24-film is bijna een genre op zich geworden. Als er een nieuwe film verschijnt van de indie-filmstudio, valt hij meestal in twee hokjes te plaatsen: ofwel een horror à la The Witch (2015) en Get Out (2017), óf een klein, intiem drama zoals Past Lives (2023) en Minari (2020). Niet dat deze films over één kam geschoren moeten worden – stuk voor stuk zijn ze op zichzelf staande, uitstekende films – maar het patroon lijkt onderhand moeilijk te negeren.

Sorry, Baby, de grote hit van het Sundance festival begin dit jaar, valt duidelijk in de tweede categorie, en lijkt zich moeiteloos te nestelen als hét ‘A24-drama’ van 2025. Dat is niet zonder reden: schrijver, regisseur en hoofdrolspeler(!) Eva Victor levert niet alleen een spectaculair debuut af, maar iets compleet eigens waar het zelfvertrouwen vanaf barst.

Het leven op de campus

Centraal in Sorry, Baby staat Agnes (gespeeld door Eva Victor zelf), een literatuurdocente aan een kleine universiteit in New England. De film opent met de binnenkomst van haar vroegere huisgenoot en beste vriendin Lydie (een sterke Naomi Ackie), die groot nieuws met zich meebrengt: ze krijgt een kind. De film lijkt te beginnen als een warm weerzien tussen twee oude vrienden. We worden meegenomen in hun gesprekken over de romantiek van het studentenleven, de vriendschappen die ze vormden en hoe hun levens in contrast met elkaar staan: Lydie die een gezin opbouwt in New York, en Agnes die is blijven hangen op de campus. De chemie is voelbaar, de humor scherp en de gesprekken zijn oprecht.

Vriendinnen op grond

© Filmdepot

Eva Victor houdt, ondanks het rustige tempo waarmee het verhaal zich ontvouwt, je als kijker onwijs scherp door niet bang te zijn het tapijt onder je voeten vandaan te trekken. De centrale gebeurtenis – een grensoverschrijdende ontmoeting met een professor – blijft buiten beeld door een elliptische vertelstructuur, maar is als een blok in de maag voelbaar doorheen de hele film.

Van warm nest tot spookhuis

De film springt tussen heden en verleden, waar je wordt meegenomen in het verwerkingsproces van Agnes; Victor toont hoe ze zich een weg baant door paniekaanvallen, de zoektocht naar nieuwe intimiteit, maar ook de eenzaamheid op de campus in New England. Wat begint als een warm nest – een huis vol boeken, knus kaarslicht en een grijze kat – verandert ‘s nachts in een spookhuis. Een mysterieus geklop, piepende en krakende deuren: we blijven met Agnes angstig in bed achter. Het zijn momenten die wat weg hebben van een horrorfilm, en dat is heel slim gedaan door Victor: je wordt meegezogen in de angsten van Agnes en dat maakt het trauma tastbaar.

Eva Victors stijl is opvallend: ze combineert droge humor met emotionele kwetsbaarheid, en weet zelfs in de donkerste momenten ruimte te vinden voor absurditeit en lichtheid. Kleine scènes – een kitten adopteren, een onverwachte sandwich met een vreemdeling – zijn hoogtepunten in de film, mede dankzij het bijzonder oprechte script van Victor. Elke zin, ongemakkelijke stilte of klop op de deur voelt dan ook echt; alsof je door een raam iemands leven binnen gluurt.

Balanceren op een koord

Een film over het proces van traumaverwerking luchtig houden is een moeilijk koord om op te balanceren; je wil een onderwerp als seksueel misbruik niet bagatelliseren met humor, maar ook niet wegvallen in de beladenheid van het trauma. Het onderwerp is zwaar, maar zo voelt de film nooit. Sorry, Baby gaat niet over slachtofferschap, maar over herstel en over hoe het leven, ondanks alles, gewoon doorgaat. Dat Eva Victor dit als debutant zo overtuigend weet neer te zetten, maakt Sorry, Baby niet alleen een meer dan indrukwekkende eerste film, maar het begin van een veelbelovende carrière.

Film / Films

Zusterschap in stilte: een portret van verborgen misbruik in het regenwoud

recensie: Manas – Marianna Brennand (2024)
2 zussen aan waterfilmdepot

Het lijkt een idyllisch bestaan: diep in het Braziliaanse regenwoud woont Marcielle, afgekort Tielle, met haar familie. Ze helpt haar moeder met het schoonmaken van açaibessen, klimt moeiteloos in bomen, vaart met een boot naar school en kijkt films met vriendinnen bij het lokale winkeltje. Maar de ogenschijnlijke idylle begint te barsten.

Regisseur Marianna Brennand deed jarenlang onderzoek naar de seksuele uitbuiting van minderjarigen in het Amazonegebied. In haar speelfilmdebuut Manas geeft ze de schokkende misbruikcijfers in Brazilië een gezicht. Ze heeft een heldere missie: er móét iets veranderen.

Het is nergens veilig

Tielle — indrukwekkend gespeeld door Jamilli Correa — ontdekt al snel dat het leven in haar afgelegen gemeenschap allesbehalve onschuldig is. Zodra haar menstruatie begint, saboteert haar vader haar hangmat en dwingt hij haar bij hem in het enige bed te slapen: lepeltje-lepeltje. Even later neemt hij haar mee ‘op jacht’, maar al snel blijkt wie de prooi is.

Haar moeder en vriendin moedigen haar aan om garnalen en açai te verkopen op de vrachtschepen die elke twee weken aanleggen. Iedereen weet wat er écht gebeurt aan boord. Toch lonkt de hoop op eigen geld of zelfs een man die je wegvoert, ver van huis. Een keuze tussen twee kwaden.

Onzichtbare vrouwen

Voordat Brennand begon met filmen, sprak ze meer dan tien jaar lang met vrouwen in het Amazonegebied. Wat ze aantrof was een cyclus van geweld die zó normaal was geworden, dat niemand die nog leek te zien. ‘Het is de enige realiteit die de meeste van deze vrouwen kennen’, zegt ze.

Die complexiteit weet Brennand scherp te vangen. Ze toont een vader (Rômulo Braga) die zijn eigen gedrag niet als misbruik ziet, en een moeder (Fátima Macedo) die balanceert tussen slachtofferschap en medeplichtigheid. ‘Sommige dingen kun je niet veranderen’, zegt ze tegen Tielle, wanneer die vraagt weer in haar eigen hangmat te mogen slapen.

Documentaire werd speelfilm

De verhalen van de vrouwen die Brennand sprak, waren heftig en onthutsend. Ze besefte dat het onethisch zou zijn om hen dit op camera te laten herbeleven. Door Manas als speelfilm te maken, kon Brennand een zintuiglijke ervaring creëren. De kijker voelt, hoort en ziet het leven zoals Tielle dat doet. Vooral het personage Danielle, de moeder, is gelaagd en pijnlijk herkenbaar. Zij belichaamt de perverse cyclus die generaties lang is doorgegeven. Haar eigen moeder maakte hetzelfde mee, en haar grootmoeder daarvoor. Nu haar dochters aan de beurt zijn, worstelt Danielle met haar geweten. Ze wil helpen, probeert iets te doen, maar heeft niet de kracht om zich écht uit te spreken. Het resultaat is oorverdovende stilte.

Stap in de goede richting

Manas betekent ‘zussen’ of ‘zusterschap’. In het noorden van Brazilië, waar de film is opgenomen, is er mede dankzij de film een sociale beweging ontstaan. Het woord mana of manina wordt nu gebruikt voor iemand op wie je kan leunen. Daarnaast is er ook de campagne ‘Manas support Manas’ opgestart, waarbij er naast een luisterend oor ook hulp geboden wordt aan zusters die erom vragen. Hopelijk is deze film een stap richting het doorbreken van de stilte en een begin van verandering.

Manas won de regieprijs op het filmfestival van Venetië én de Grand Jury Fiction Award op Movies that Matter.

Vanaf 14 augustus 2025 te zien in de bioscoop.