Theater / Voorstelling

De slaafgemaakte die niet breekt

recensie: De smeekbede – Kobra Theaterproducties

Vanuit het comfortabele achttiende-eeuwse Nederland bezien vormen slaafgemaakten in Suriname een anonieme massa. Met de aangrijpende en oogstrelende productie De smeekbede geeft Kobra Theaterproducties een zwarte vrouw en haar verwanten namen en gezichten. Deze voorstelling over het slavernijverleden is in één moeite door een noodkreet: zie ons, luister naar ons, erken ons.

Danser Rohiet Tjon Poen Gie is gehuld in rode kleren, laag over laag over laag. Zijn hijgende adem wordt versterkt, terwijl hij op de zware beat van de muziek een combinatie brengt van breakdance, streetdance, hiphop en modern ballet. Daarbij ontwijkt de danser grote, met bloed besmeurde rotsblokken die aan lange touwen boven de speelvloer hangen.

Die bloedrode rotsblokken staan symbool voor de ondraaglijk zware last die de slavenarbeid vormde in het Suriname van voorbije eeuwen. Onontkoombaar. En die last hing de slaafgemaakten altijd als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Tussen, onder, langs die rotsblokken brengen vier spelers het verhaal van de zwarte Dédé, door de Nederlanders ‘Willemijn’ genoemd, en haar leven op een koffieplantage. Dédé heeft echt bestaan, ze leefde in de achttiende en negentiende eeuw. Lianne Damen heeft haar verhaal bewerkt tot de roman De smeekbede (2020).

Vrijkopen

Met achterlating van haar zoon moet Dédé in het kielzog van een Nederlandse vrouw mee naar Nederland. Dankzij de heersende wetgeving wordt ze daar uiteindelijk vrij. Ze kan terug naar Paramaribo. In 1795 schrijft de vrijgemaakte Dédé vanuit Suriname een brief aan haar voormalige meester die inmiddels is teruggekeerd naar Nederland. Ze smeekt hem haar zoon vrij te laten. Ze zal hem vrijkopen, voor hem betalen; ze is een en al vriendelijkheid en hoffelijkheid, als haar zoon maar wordt vrijgelaten.

Haar brief, haar smeekbede, komt echter nooit aan, want Engelse kapers maken het schip buit waarmee hij wordt vervoerd. Deze brief is een van de 38.000 Nederlandse brieven die via deze onwaarschijnlijke omweg terechtkomen in The National Archives in Londen. Pas in 1980 krijgen onderzoekers toegang tot deze brieven.

Het boek dat Damen schreef over Dédé en haar brief vormt de basis voor de toneelbewerking van De Smeekbede. Het is een van de vijf nieuwe voorstellingen over het slavernijverleden die dit najaar in première gaan; het is 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte.

Overdonderend

foto: Annemieke van der Togt

Vooral het eerste gedeelte van De smeekbede is overdonderend. Qua spel, qua toneelbeeld, qua muziek, maar vooral ook: voor wat betreft de vertelling. De vier acteurs spelen alle rollen, ook danser Tjon Poen Gie neemt nu en dan een personage voor zijn rekening.

We kijken mee met de Utrechtse jurist Engelbert Kelderman (Krisjan Schellingenhout), die min of meer toevallig de baas wordt van koffieplantage Portorico, met de bedoeling er snel geld te maken voor zijn gezin in Nederland. Op de plantage doen slaafgemaakten het werk. Dédé (een ijzersterke Dionne Verwey) blijkt uitmuntend te kunnen koken, waardoor ze een speciaal plekje verovert als ‘huisslaaf’. Dédé heeft een relatie met ‘veldslaaf’ Quassi, met wie ze een zoon krijgt. Maar Quassi verongelukt, waardoor Dédé’s positie er niet sterker op wordt.

De smeekbede wordt goeddeels gebracht als een vertelling waarvan fragmenten worden uitgespeeld. Sterke ondersteuning van het spel wordt geleverd door de prachtige zang van Francesca Pichel.

Choreografieën

Regisseur Olivier Diepenhorst heeft zich al vaker gestort op het slavernijverleden. Effectief en geestig is de lichaamstaal die Diepenhorst zijn spelers in De smeekbede oplegt. Hij maakt in zijn spelregie ruimte voor langdurige en afwisselende choreografieën (choreografie: Rohiet Tjon Poen Gie). Werken, koken, liefhebben: het zijn allemaal een soort dansen. Het spel wordt begeleid door muziek, soms ook door geluiden die de spelers zelf maken met stem en lichaam. Grappig, origineel en boeiend.

Een nadeel aan deze voorstelling is dat er wel erg veel personages de revue passeren. En die worden dus allemaal gespeeld door vier mensen. Dat leidt nu en dan tot verwarring; het is soms moeilijk de draad van het verhaal te blijven volgen. Komt bij dat tekstbewerker Maarten van Hinte erg veel uitwijdingen in de voorstelling heeft willen behouden, waardoor het geheel te lang is. Met name de laatste dertig minuten van de twee uur durende voorstelling missen daardoor focus. Dat is jammer, want tot die tijd is deze in alle opzichten aangrijpend en ijzersterk.

Niettemin. De smeekbede vertelt de geschiedenis van een moedige vrouw die onder extreem zware omstandigheden overeind, zichzelf en integer blijft. Dédé/Willemijn breekt niet onder de tirannie van de verschillende blanken die haar ‘bezitten’. Veel van haar wensen gaan in rook op, maar ze wordt geen slachtoffer. Erg bijzonder.

 

Naar het boek van Lianne Damen
Tekstbewerking: Maarten van Hinte
Regie: Olivier Diepenhorst
Spel: Dionne Verwey, Krisjan Schellingerhout, Francesca Pichel, Rohiet Tjon Poen Gie
Muziek: Carista
Choreografie: Rohiet Tjon Poen Gie
Decor: Lidwien van kempen
Kostuums: Sandro Lima
Fotografie: Annemieke van der Togt