Tag Archief van: Theater

Theater / Voorstelling

Korte metten met grensoverschrijdend gedrag in het theater

recensie: The Actor – Oh Deer
The actor_(c)Anne van Zantwijk_edit-8987Anne van Zantwijk

‘Florian, het is natuurlijk echt heel vervelend dat wij hier nu zo tegenover elkaar zitten’, zegt de gerenommeerde regisseur tegen zijn topacteur. Als toeschouwer weet je dan al wat er gaat komen: die regisseur heeft Florians grenzen overschreden, en nu gaat hij proberen de beschadigde acteur monddood te maken. Over dit soort #MeToo-situaties in het theater gaat de solovoorstelling The Actor van de nieuwe productiekern Oh Deer.

De jonge toneelspeler Florian (Florian Myjer) repeteert voor de titelrol in Shakespeares Hamlet. Hij is gehuld in een schermpak en wordt omgeven door mintgroene theatergordijnen. Deze acteur krijgt fraaie rollen, heeft getalenteerde collega’s, maar vooral ook: een vaste regisseur wiens sterspeler hij is. Hij mag stralen omdat hij comfortabel is ingebed in de theaterwereld.
Enerzijds is dat luxe, anderzijds benauwend. De boel raakt uit balans doordat de topregisseur – door de acteur ‘Frans Schaeffer’ genoemd – steeds meer de grenzen opzoekt van wat hij kan vragen van een acteur.

Naakt op het podium

Inmiddels is het zover dat regisseur Frans Hamlet/Florian en tegenspeler Ophelia/Naomi gedurende het eerste uur van de voorstelling naakt op het podium laat staan, zonder dat daarvoor een goede dramaturgische reden is. En: zonder de vereiste intimiteitscoördinator, die de spelers de ruimte kan bieden om te vertellen of en hoe ze hierin willen meegaan. De bom staat op barsten.

Vertrouwen

Acteur is per definitie een kwetsbaar beroep. Om te overtuigen, zul je je lichaam plus je emoties in de strijd moeten werpen. Zover kun je alleen gaan in een sfeer van absoluut vertrouwen. Medewerkers, collega-acteurs en zeker ook de regisseur zullen door en door integer en betrouwbaar moeten zijn, willen makers met elkaar komen tot een topvoorstelling.

Wordt dat vertrouwen geschaad, dan is het voor spelers onmogelijk nog ‘alles’ te geven. Daar lijdt de kunst onder. Dit is de kern van de boodschap van solovoorstelling The Actor van acteur Florian Myjer bij Oh Deer, in de regie van Floor Houwink ten Cate.

Geweld

Sinds het begin van het #MeToo-tijdperk is duidelijk dat het in de kunsten en de media nogal eens fout ging en nog wel gaat: hooggeplaatsten gebruiken verbaal, geestelijk en fysiek geweld. Van ondergeschikten wordt vaak (te) veel gevraagd.

De goede verstaander ziet in de hoogmoedige regisseur Frans mensen zoals Matthijs van Nieuwkerk en Ivo van Hove, en de tekst verwijst ook naar wijlen Dora van der Groen (1927-2015), de veeleisende Vlaamse theatermaker. Dit stuk breekt een lans voor een theaterpraktijk waarin makers tot grote prestaties komen zonder dat daarbij mensen worden gekwetst.

Werken onder druk

Florian Myjer, die in deze solovoorstelling alle rollen speelt, schreef deze tekst in samenwerking met Floor Houwink ten Cate en Han van Wieringen. Ze baseerden zich op de geregeld beladen sfeer in de theaterwereld, maar vooral: op het werken onder de grote druk van krappe tijdschema’s en hoge publieksverwachtingen.
The Actor is voer voor dramaturgen vanwege het zeer nauwgezet heen en weer springen tussen personages en verhaallijnen; vanwege het Droste-effect van het spelen van een toneelstuk in een toneelstuk in een toneelstukstuk; vanwege de vele expliciete en impliciete verwijzingen naar Hamlet; enzovoort.

Verrassingen

De teksten zijn deels verhalend proza, gelardeerd met dialogen, deels monologen en dialogen recht naar de zaal. ‘De acteur’, ‘Florian’ en ‘ik’ lijken in de tekst min of meer samen te vallen; toch maakt Myjer expliciet onderscheid tussen deze drie, zowel door zijn tekst verschillend in te steken als door al dan niet naar zichzelf te wijzen.
Myjer heeft in deze solovoorstelling een heel scala aan kleine gebaren, symbolen en een handvol voorwerpen om te laten zien welk personage hij vertolkt.

Zeer fraaie visuele verrassingen en vondsten zorgen voor humor, maar ze versterken de boodschap ook; zoals wanneer de regisseur boven op een verheven podiumpje op zijn designstoel zit, als op een troon.

Huzarenstuk

We wisten al van voorstellingen zoals Brideshead Revisited, Lady Chatterley’s Lover en Schuldig kind dat Florian Myjer een sterke acteur is. Maar deze rol als ‘de acteur’ is een absoluut huzarenstuk; regisseur Houwink ten Cate laat hem fysiek en emotioneel alles uit de kast halen. Niet alleen vertelt Myjer als vanzelf het verhaal met al zijn zijsporen en uitweidingen; hij gooit daarbij elke vezel in zijn lijf in de strijd. En zijn stem, plus elke gezichtsspier waarmee hij zijn mimiek kan bijsturen, waarmee hij een emotie kan neerzetten. Hij staat, ligt, kruipt, rolt, springt, klimt. Schreeuwt, lacht, huilt.

Zo brengt Myjer zijn boodschap feilloos over het voetlicht: heb je zo veel persoonlijk leed over voor het maken van een topvoorstelling, van kunst? Of weten we inmiddels best dat dat ook kan zonder grenzen te overschrijden? Het antwoord is zonneklaar.

Tekst: Florian Myjer en Floor Houwink ten Cate
Dramaturgie: Han van Wieringen
Decorontwerp: Janne Sterke
Kostuumontwerp: Daphne de Winkel
Geluidsontwerp: Annelinde Bruijs
Lichtontwerp en techniek: Bo van der Ham

Theater / Voorstelling

Korte metten met grensoverschrijdend gedrag in het theater

recensie: The Actor – Oh Deer
The actor_(c)Anne van Zantwijk_edit-8987Anne van Zantwijk

‘Florian, het is natuurlijk echt heel vervelend dat wij hier nu zo tegenover elkaar zitten’, zegt de gerenommeerde regisseur tegen zijn topacteur. Als toeschouwer weet je dan al wat er gaat komen: die regisseur heeft Florians grenzen overschreden, en nu gaat hij proberen de beschadigde acteur monddood te maken. Over dit soort #MeToo-situaties in het theater gaat de solovoorstelling The Actor van de nieuwe productiekern Oh Deer.

De jonge toneelspeler Florian (Florian Myjer) repeteert voor de titelrol in Shakespeares Hamlet. Hij is gehuld in een schermpak en wordt omgeven door mintgroene theatergordijnen. Deze acteur krijgt fraaie rollen, heeft getalenteerde collega’s, maar vooral ook: een vaste regisseur wiens sterspeler hij is. Hij mag stralen omdat hij comfortabel is ingebed in de theaterwereld.
Enerzijds is dat luxe, anderzijds benauwend. De boel raakt uit balans doordat de topregisseur – door de acteur ‘Frans Schaeffer’ genoemd – steeds meer de grenzen opzoekt van wat hij kan vragen van een acteur.

Naakt op het podium

Inmiddels is het zover dat regisseur Frans Hamlet/Florian en tegenspeler Ophelia/Naomi gedurende het eerste uur van de voorstelling naakt op het podium laat staan, zonder dat daarvoor een goede dramaturgische reden is. En: zonder de vereiste intimiteitscoördinator, die de spelers de ruimte kan bieden om te vertellen of en hoe ze hierin willen meegaan. De bom staat op barsten.

Vertrouwen

Acteur is per definitie een kwetsbaar beroep. Om te overtuigen, zul je je lichaam plus je emoties in de strijd moeten werpen. Zover kun je alleen gaan in een sfeer van absoluut vertrouwen. Medewerkers, collega-acteurs en zeker ook de regisseur zullen door en door integer en betrouwbaar moeten zijn, willen makers met elkaar komen tot een topvoorstelling.

Wordt dat vertrouwen geschaad, dan is het voor spelers onmogelijk nog ‘alles’ te geven. Daar lijdt de kunst onder. Dit is de kern van de boodschap van solovoorstelling The Actor van acteur Florian Myjer bij Oh Deer, in de regie van Floor Houwink ten Cate.

Geweld

Sinds het begin van het #MeToo-tijdperk is duidelijk dat het in de kunsten en de media nogal eens fout ging en nog wel gaat: hooggeplaatsten gebruiken verbaal, geestelijk en fysiek geweld. Van ondergeschikten wordt vaak (te) veel gevraagd.

De goede verstaander ziet in de hoogmoedige regisseur Frans mensen zoals Matthijs van Nieuwkerk en Ivo van Hove, en de tekst verwijst ook naar wijlen Dora van der Groen (1927-2015), de veeleisende Vlaamse theatermaker. Dit stuk breekt een lans voor een theaterpraktijk waarin makers tot grote prestaties komen zonder dat daarbij mensen worden gekwetst.

Werken onder druk

Florian Myjer, die in deze solovoorstelling alle rollen speelt, schreef deze tekst in samenwerking met Floor Houwink ten Cate en Han van Wieringen. Ze baseerden zich op de geregeld beladen sfeer in de theaterwereld, maar vooral: op het werken onder de grote druk van krappe tijdschema’s en hoge publieksverwachtingen.
The Actor is voer voor dramaturgen vanwege het zeer nauwgezet heen en weer springen tussen personages en verhaallijnen; vanwege het Droste-effect van het spelen van een toneelstuk in een toneelstuk in een toneelstukstuk; vanwege de vele expliciete en impliciete verwijzingen naar Hamlet; enzovoort.

Verrassingen

De teksten zijn deels verhalend proza, gelardeerd met dialogen, deels monologen en dialogen recht naar de zaal. ‘De acteur’, ‘Florian’ en ‘ik’ lijken in de tekst min of meer samen te vallen; toch maakt Myjer expliciet onderscheid tussen deze drie, zowel door zijn tekst verschillend in te steken als door al dan niet naar zichzelf te wijzen.
Myjer heeft in deze solovoorstelling een heel scala aan kleine gebaren, symbolen en een handvol voorwerpen om te laten zien welk personage hij vertolkt.

Zeer fraaie visuele verrassingen en vondsten zorgen voor humor, maar ze versterken de boodschap ook; zoals wanneer de regisseur boven op een verheven podiumpje op zijn designstoel zit, als op een troon.

Huzarenstuk

We wisten al van voorstellingen zoals Brideshead Revisited, Lady Chatterley’s Lover en Schuldig kind dat Florian Myjer een sterke acteur is. Maar deze rol als ‘de acteur’ is een absoluut huzarenstuk; regisseur Houwink ten Cate laat hem fysiek en emotioneel alles uit de kast halen. Niet alleen vertelt Myjer als vanzelf het verhaal met al zijn zijsporen en uitweidingen; hij gooit daarbij elke vezel in zijn lijf in de strijd. En zijn stem, plus elke gezichtsspier waarmee hij zijn mimiek kan bijsturen, waarmee hij een emotie kan neerzetten. Hij staat, ligt, kruipt, rolt, springt, klimt. Schreeuwt, lacht, huilt.

Zo brengt Myjer zijn boodschap feilloos over het voetlicht: heb je zo veel persoonlijk leed over voor het maken van een topvoorstelling, van kunst? Of weten we inmiddels best dat dat ook kan zonder grenzen te overschrijden? Het antwoord is zonneklaar.

Tekst: Florian Myjer en Floor Houwink ten Cate
Dramaturgie: Han van Wieringen
Decorontwerp: Janne Sterke
Kostuumontwerp: Daphne de Winkel
Geluidsontwerp: Annelinde Bruijs
Lichtontwerp en techniek: Bo van der Ham

Theater / Voorstelling

Twijfels en overtuigingen van een verzetsman

recensie: Soldaat in verzet – De Theater BV
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

Is het zinnig om als individu gewelddadig verzet te plegen tegen een onverbiddelijke bezetter die de absolute overmacht heeft? Een bezetter die verzetsdaden beantwoordt met bloedige represailles? Dat is een van de vragen waarmee Jan Verleun worstelde, verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verleun moest zijn daden met de dood bekopen. De Theater BV maakt de voorstelling Soldaat in verzet over dit tegelijkertijd grote en kleine oorlogsverhaal.

Bij binnenkomst in de theaterzaal klinken de indringende doodsklokken van de Waalsdorpervlakte. We kennen die klokken van de indrukwekkende jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei; RTL4 zendt de herdenking daarvandaan uit. In deze duinen bij Den Haag werd Jan Verleun (1919-1944) gefusilleerd.

Terugslaan

Verleun was twintig en soldaat toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen. Hij raakte onmiddellijk gewond, waardoor een sterke motivatie ontstond om op een of andere manier terug te slaan: ‘Geef me extra tijd en ik beloof dat ik dit land vrij zal krijgen.’
Zo kwam hij als student terecht in het verzet. Hij liquideerde eigenhandig de collaborateurs Hendrik Seyffardt en Folkert Posthuma, maar werd verraden en na martelingen en verhoren gefusilleerd. Zijn jongere zus Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink schreven over deze verzetsman een boek dat in 2004 verscheen. Scriptschrijver Allard Blom baseert de tekst van Soldaat in verzet op het boek.

Dit oorlogsstuk wordt gespeeld door Soy Kroon en Thomas Cammaert, in de regie van Olivier Diepenhorst. Eerder brachten Kroon en Cammaert samen Trompettist in Auschwitz (2022), toen in de regie van Eddy Habbema.

Flashbacks

Setting is de dodencel waarin Verleun wacht op de voltrekking van zijn vonnis. De geschiedenis wordt verteld in flashbacks, waarin we fragmenten zien uit Verleuns verleden. Kroon en Cammaert spelen alle personages, zoals zusje Do, medeverzetsman Leo Frijda en diens vriendin Irma. En ze spelen Jan Verleun ook allebei, al dan niet voorzien van de schuilnaam die hij gebruikte voor zijn werk in het verzet.

Projecties

De vormgeving is fraai en zeer effectief (decorontwerp: Joris van Veldhoven). De achterwand is groen/grijs, betonachtig, en in de lengte in tweeën gespleten. Twee grote blokken vormen de belangrijkste decorstukken. Daarop twee staande microfoons waarop twee cameraatjes zitten. De claustrofobische beelden van die cameraatjes worden op de achterwand geprojecteerd: staand of schuin, hangend, liggend, doormidden gebroken door de kier in de achterwand.

Binnenwereld

Samen spelen Kroon en Cammaert Jan Verleun, en zijn van een schuilnaam voorzien alter ego; een beetje zoals W.F. Hermans speelt met identiteiten in zijn oorlogsroman De donkere kamer van Damokles. In dat boek blijft de vraag of Osewoudt en Dorbeck één en dezelfde persoon zijn.
Mooi aan de keuze voor twee spelers die dezelfde Jan neerzetten, is dat enerzijds de moed en de overtuigingen, anderzijds de twijfels en angsten van de verzetsman er de ruimte door krijgen. Je kunt de binnenwereld van het personage verwoorden door er iemand bij te zetten die luistert, tegenspreekt of juist motiveert.
Gesprekken met het alter ego voorkomen dat het stuk één lange monoloog wordt. Jammer is wel dat de argumenten in die gesprekken wel erg vaak worden herhaald; op een gegeven moment kennen we de afwegingen wel.

Beklemmende sfeer

Regisseur Olivier Diepenhorst kiest voor zeer lijfelijk spel, van het uitdrukken van de pijn die martelingen veroorzaken, tot een knuffelpartij tussen twee geliefden. Diepenhorst zet zelfs hoorbare ademhaling in om de angst van de verzetsman over het voetlicht te krijgen.
Geluidseffecten zoals langzaam druppend water en het gekraak van een defecte lamp versterken de beklemmende sfeer. Helaas is de versterking van de spraak nu en dan te slecht om verstaanbaar te zijn.

Naturel

Of het opzet is dat Soy Kroon nu en dan hapert in zijn tekst, stopt en herformuleert is niet duidelijk, maar dat struikelen over tekst werkt goed om de weifelende Verleun smoel te geven. Hij komt daardoor enorm naturel over; zijn onzekerheid en angst worden dankzij het periodieke gestamel extra geloofwaardig.
Cammaert neemt meer de ondersteunende rol op zich. Ook omdat hij vaker de innerlijke stem is die Verleun vragen stelt.

Represailles

De kwestie die het stuk eigenlijk ter discussie stelt, is of gewapend verzet tegen de bezetter op deze manier, op het niveau van een alleen handelend individu, wel zinvol is. Het liquideren van een enkele collaborateur leidde voorspelbaar en onherroepelijk tot represailles die aan velen het leven kostten. De vraag of je daarom bij voorbaat beter kunt afzien van gewelddadig verzet, blijft onbeantwoord.

‘Ik heb mijn best gedaan’, zegt Verleun. Zeker, maar tegen welke prijs, is de vraag. Soldaat in verzet is een klein oorlogsverhaal, zoals er meerdere zijn, maar een goed voorbeeld van de heldhaftige onhandigheid van individuele verzetsmensen.

Gebaseerd op: boek van Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink
Script: Allard Blom
Decor: Joris van Veldhoven
Licht: Coen van der Hoeven

Theater / Voorstelling

Luchtige en hemelse musical

recensie: Nonsens de musical
Nonsens_Pretpakhuis_scenefoto's_AVfotoreportages_8AV fotoreportages

Een musical over nonnen. Veel mensen denken dan aan Sister Act, maar die was vorig theaterseizoen al te zien. Nu reist er een echte musicalkomedie door het land met alleen maar nonnen op het podium: Nonsens de musical.

Oorspronkelijk is de show een off-Broadway musical van Dan Goggin uit 1985 en was deze al eerder in Nederland te zien in 2016. Het Pretpakhuis brengt dit theaterseizoen een moderne Nederlandse versie van Nonsens op het toneel.

Benefietconcert

Het noodlot heeft toegeslagen in het klooster: na het eten van bedorven soep zijn er 52 nonnen overleden. Het grootste deel van de zusters is begraven, maar voor de laatste drie begrafenissen was geen geld. De hoofdzuster (Mylène d’Anjou) heeft het geld aan ‘belangrijkere’ zaken besteed, zoals een abonnement op een streamingdienst. Hierdoor liggen de laatste drie zusters nog in de vriezer. De overgebleven vijf nonnen van het klooster organiseren een benefietconcert om geld op te halen voor de laatste drie begrafenissen.

Nonsens de musical laat dit benefietconcert, en alles wat er in de coulissen gebeurt tijdens het concert, zien. Het benefietconcert verloopt uiteraard niet vlekkeloos. Zuster Amnesia (Linda Verstraten) vergeet steeds wat ze moet doen, vlogger-non (Lisanne Dijkstra) mag van de hoofdzuster haar nummer niet zingen en zo blijft er van alles misgaan.

Luchtig en simpel

De musical is eigenlijk een reeks korte sketches achter elkaar geplakt en met de rode draad van het benefietconcert aan elkaar verbonden. Het is simpel, maar werkt goed. Nonsens gaat van de ene grap naar de andere (soms flauwe) grap: van woordspelingen naar foute grappen, publieksparticipatie, grappige liedjes en verwijzingen naar de actualiteit.

Het is een kleine musical met slechts vijf acteurs, en alle vijf de nonnen zijn erg grappig. Mylène d’Anjou valt extra op door haar goede komische timing. Als de hoofdzuster per ongeluk stoned wordt, ontstaat er bijvoorbeeld een hilarische scène. Daarnaast valt Ger Otte op, die erg jaloers is als nét-niet-hoofdzuster en met een enkele blik de zaal aan het lachen krijgt.

Er zitten veel knipogen in de musical. Zo worden twee van de nonnen gespeeld door mannen (Ger Otte en Christiaan Schreuder) en zingt de non die vlogt, Lisanne Dijkstra, over influencers, terwijl de actrice zelf ook tiktokster is. Bovendien mag het publiek regelmatig meedoen, bijvoorbeeld met de quiz van zuster Amnesia en ook op andere momenten is er publieksparticipatie.

De vertaling van Jon van Eerd is dan ook goed gevonden, met allerlei verwijzingen naar de actualiteit, bijvoorbeeld naar The Voice of VI. Nonsens zorgt voor veel gelach. De ene grap werkt wat beter dan de andere natuurlijk, maar het is echt een musical die je de buitenwereld even laat vergeten.

De humor staat centraal in deze musical, maar natuurlijk wordt er veel in gezongen en de nummers zijn ook echt een feestje. Kortom, Nonsens is een echte musicalkomedie voor wie een luchtige en vrolijke avond uit wil.

Theater / Voorstelling

Zingend strijden voor het Vaderland

recensie: Willem van Oranje de musical
Scenefoto Willem van Oranje_3 (c) Danny KaanDanny Kaan

Hoe vertel je het verhaal van de Vader des Vaderlands Willem van Oranje? Al meer dan 10 jaar hebben de makers van Willem van Oranje de musical zich beziggehouden met deze vraag. Het maakproces ging niet zonder enige strubbelingen, die regelmatig ook het nieuws behaalden, maar nu is de musical er eindelijk. En hoe. Willem van Oranje de musical staat sinds februari 2026 in het speciaal voor de show gebouwde Prinsentheater in Delft.

Willem van Oranje werd vermoord in Delft, zo leert elke Nederlander tijdens de geschiedenisles. Goede aanleiding om juist daar, aan de rand van Delft, het nieuwe Prinsentheater te bouwen, speciaal voor de musical. Willem van Oranje de musical heeft namelijk een eigen theater nodig, omdat de zaal 360 graden draait en het theater eigenlijk om de set heen is gebouwd. Een techniek vergelijkbaar met de TheaterHangaar van Soldaat van Oranje, die diezelfde regisseur, Theu Boermans, ook nu toepast.

Een geschiedenisles

De geschiedenisles begint bij keizer Karel V die zijn zoon Filips II kroont. Filips II’s (Roben Mitchell) ego blijkt gekrenkt door Willem van Nassau (Joris Smit), omdat Willem de favoriet is van zijn vader Karel V. De nieuwe streng katholieke koning onderdrukt de Nederlanden met vervolgingen van protestanten en uiteindelijk breekt de Tachtigjarige Oorlog uit. Verschillende veldslagen komen voorbij, de beeldenstorm, het Leids Ontzet, de Acte van Verlatinghe. Tussen alle veldslagen en het politieke gekonkel met de Hertogin van Parma, de Hertog van Alva, de koning zelf en het bestuurlijke systeem van de Nederlanden, zien we ook een stuk van het liefdesleven van Willem van Oranje. Van politieke huwelijken, overlijdens en affaires.

De musical is een lange geschiedenisles van 3,5 uur met veel historische informatie, maar weinig drama. Ondanks dat de musical echt wel ingekort had kunnen worden, verveelt de show nooit. Er is altijd veel te zien en alles gaat vlot door. Toch rijst na de eerste akte de vraag: ‘Is Willem echt zo’n passieve lafaard?’ Gelukkig onderneemt hij iets meer actie in de tweede akte.

Visueel spektakel

Willem van Oranje de musical is echt een show waarbij het publiek zijn ogen uitkijkt. Een draaiend theater, videobeelden en een groots decor samen gecombineerd zorgen voor een waar visueel spektakel. De theaterzaal waar het publiek in zit draait rond, vergelijkbaar met Soldaat van Oranje, waardoor er verschillende sets zijn die men ziet: van troonzaal tot kerk, bar, binnenplaats en slagveld. Bovendien wordt alles ondersteund door mooie videobeelden op de achtergrond of tijdens het draaien van de zaal. Zo zien we regelmatig een landkaart die reizen en veroveringen aangeeft en zien we ridders te paard op video, die afstappen en zo het toneel op lopen.

In de show ligt de nadruk echt op het vertellen van het verhaal met visueel spektakel. Een geschiedenisles die je meebeleeft. De musical vat het in het programmaboekje samen als ‘Zijn leven. Zijn strijd. Ons verhaal.’ Toch voelt de musical meer als een mooie geschiedenisles, het verhaal van Nederland, dan als een kijkje in het leven van Willem van Oranje zelf. Je leert de stadhouder niet echt kennen; er zijn weinig emoties of persoonlijk drama te zien, zoals vaak wel het geval is in het medium musical. Vooral in de eerste akte is Willem een passief personage en komt hij pas echt tot actie na de pauze. Willem van Oranje blijkt een saaie politicus die iedereen te vriend wil houden en je ziet weinig emotie over zijn relatieperikelen.

De cast weet zich goed staande te houden tussen al het visuele spektakel. Er wordt goed geacteerd en gezongen, al is er geen enkel lied dat echt blijft hangen. Daarvoor moet je de musical vaker zien. Joris Smit speelt een rustige Willem van Oranje, Roben Mitchell zorgt als Filips II voor een vleugje humor en Matteo van der Grijn maakt indruk als de strijdlustige Lumey. De show heeft een zeer grote cast met ook veel figuranten in het ensemble, om zo de historische scènes geloofwaardig te spelen.

Kortom, Willem van Oranje is een grootse, lange geschiedenisles vol spektakel. Een lange musical die wat zitvlees vergt, maar zeker niet verveelt.

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Theater / Voorstelling

Wonderschone voorstelling van twee theatercoryfeeën

recensie: Liefdesbrieven – MORE Theater Producties
Liefdesbrieven_05_(c) Bram WillemsBram Willems

Als het balletje nou nét ietsje anders was gerold, waren Melissa en Andrew dan wel of niet voor elkaar bestemd geweest? Dat is de fascinerende vraag waarmee de toeschouwer achterblijft wanneer in Liefdesbrieven van MORE Theater Producties het doek valt.

Een lange tafel met daarop twee multomappen met teksten, en erachter twee stoelen. Op de grond markeert een rechthoek van witte lijnen de plek van de tafel. Méér dan deze sobere vormgeving (decor: Marc Heinz) hebben theatercoryfeeën Anne Wil Blankers en Hans Croiset niet tot hun beschikking; en meer hebben ze ook niet nodig voor hun Liefdesbrieven (1988). Regisseur Mark Rietman kiest voor een enscenering waarin de personages de brieven voorlezen. De brieven die zij zelf hebben geschreven, niet die van de ander.

Dat is niet zozeer een makkelijke keuze; de Amerikaanse toneelschrijver A.R. Gurney (1930-2017) reikt die optie zelf aan in zijn regieaanwijzingen. De aanpak levert een geestige, wonderschone voorstelling op.

Een leven lang

Melissa Gardner is een rijkeluiskind met een gouvernante en een butler. Andrew Ladd is van nederiger komaf, maar hij is wel mega-slim. Andrew – ‘Andy’ in het dagelijks gebruik – weet nog precies wanneer hij Melissa voor het eerst zag: in 1937, in de tweede klas. Het schooljongetje wil onmiddellijk met Melissa trouwen.
Deze kalverliefde resulteert niet in een huwelijk, maar wel in een leven lang brieven schrijven. De twee schrijven lang niet altijd liefdesbrieven, maar ze blijven wel met elkaar in contact, ongeacht de fysieke afstand die hen scheidt. De gestudeerde Andrew zit zelfs een tijd in Japan.

Emoties

Andy schrijft graag en goed, Melissa tekent liever. En terwijl de man uit het mindere milieu keurig blijft, is de gefortuneerde Melissa juist grof in de bek. Ze scheldt en vloekt op papier, het woord ‘klootzak’ ligt haar in de mond bestorven. We herkennen de meesterhand van regisseur Rietman, die feilloos intonatie en zinsmelodie inzet om emoties kracht bij te zetten.

Partners komen en gaan, minnaars komen en gaan, bij beiden. Op een of andere manier lopen ze elkaar in de liefde vooral nét mis. De twee zijn beurtelings verliefd op elkaar, maar zelden tegelijkertijd, waardoor er nooit een normale relatie ontstaat. Grappig is dat jaloezie op de partner die de ander dan wél heeft een belangrijke rol speelt.

Verknipte dialogen

De brieven vormen in dit stuk een soort aaneenschakeling van monologen, hoewel de personages wel degelijk expliciet op elkaars teksten reageren, waardoor een soort verknipte dialogen ontstaan. Razend knap is dat juist niet elke gebeurtenis, elk feit wordt uitgeschreven, maar dat de toehoorder niettemin volledig begrijpt wat er is gebeurd.

Sterk is de ontwikkeling die deze personages in de loop der tijden doormaken: Gurney krijgt het voor elkaar de toon van de brieven te laten groeien van kindertaal naar pubertaal naar volwassenentaal naar bejaardentaal. Van onhandig of kortaf naar gematigd en bedachtzaam. Gurney werd voor dit stuk genomineerd voor de Pulitzer Prize for Drama.

Loepzuiver

Je zou denken dat het voorlezen van een tekst een simpele opgave is, maar niets is minder waar. Anne Wil Blankers en Hans Croiset zetten loepzuiver en met gevoel voor detail personages neer die aan elkaar gewaagd zijn, of waarbij de een juist – tijdelijk – sterker is dan de ander. In feite hebben ze alleen hun stem, hun gezicht en hun handen om emoties neer te zetten, maar ze drukken zo alles uit: plezier, verdriet, boosheid, liefde. Een topprestatie.

Commentaar

Geestig en trefzeker is ook de manier waarop de acteurs uitdrukkelijk reageren wanneer de ander iets voorleest dat een reactie uitlokt: met een verbaasd gezicht, wegwerpgebaar, verontwaardiging, schouders optrekken, lachen, hoofdschudden. Zo geeft de een voortdurend commentaar op de brief die de ander ‘schrijft’.

Anne Wil Blankers speelde dit stuk in 2007 met Paul van Vliet, in de regie van Mette Bouhuijs. Van Vliet is ons in 2023 ontvallen; de kans om hem nog te zien is voorgoed verkeken. Blankers (1940) en Croiset (1935) zijn er nog, en hoe. Krachtig, geloofwaardig, geestig. Zij zijn gelukkig nog wel te zien, met deze geslaagde, indrukwekkende Liefdesbrieven.

Tekst: A.R. Gurney
Vertaling: Jan Donkers
Decor en licht: Marc Heinz
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Theater / Voorstelling

Statement over racisme en vreemdelingenhaat

recensie: Hedda – Toneelschuur Producties
Hedda 12 © Sanne PeperSanne Peper

Al op het moment dat het publiek de zaal binnenkomt, nog vóórdat de voorstelling is begonnen, zit de acteur die Hedda speelt in het decor met een pistool in haar hand. Een vooraankondiging van het onvermijdelijke noodlottige einde waar het stuk op afstevent. Regisseur Abdel Daoudi maakt van Hedda expliciet een vrouw van kleur, ook nog voorzien van een scherpe tong.

Henrik Ibsens Hedda Gabler (1890) is een veel gespeeld stuk over wat indertijd werd gezien als een ‘moderne’ vrouw. Een pasgetrouwde vrouw die de vanzelfsprekende onvrijheid binnen het conventionele huwelijk slecht verdraagt. Ze probeert haar omgeving naar haar hand te zetten, maar de tradities zijn stug en haar opzet werkt tegen haar.

Kapstok

Bij Toneelschuur Producties actualiseert en bewerkt Sarah Sluimer Ibsens tekst tot Hedda, een stuk waarin eigenlijk alleen de contouren van het origineel nog herkenbaar zijn. Bewerker Sluimer en regisseur Daoudi gebruiken het stuk als kapstok om er een politiek getinte voorstelling aan op te hangen met een scherpe boodschap over sluimerend racisme en de omgang met nieuwkomers in een gevestigde witte samenleving.
Iets soortgelijks deed Daoudi in zijn eerdere Toneelschuur Productie Branden.

Schulden

Deze Hedda (Hajar Fargan) is niet de dochter van generaal Gabler uit de oertekst – die haar het pistool schonk waarmee ze in de rondte zwaait – maar een ‘woestijnprinses’, en journalist met wortels in een ver land. Hedda is onlangs getrouwd met academicus Jurgen Tesman (Thomas Höppener). Als de voorstelling begint, is het koppel net terug van een luxe huwelijksreis; de koffers staan nog bij de deur. En dan hebben ze ook nog een veel te duur huis gekocht. Ze koersen razendsnel af op hun financiële ondergang, ware het niet dat de verweesde Jurgen is opgevoed door zijn steenrijke, betuttelende tante Juul (Nanette Edens). Zij neemt de schulden van het jonge stel op zich.

Kleinerend

Zowel tante Juul als Hedda’s journalistieke chef Brack (Peter Blok) doen uitermate neerbuigend tegen nieuwkomer Hedda, toch overduidelijk een intelligente vrouw. Zij wordt echter voortdurend gewezen op wat haar taak wordt: kinderen krijgen en braaf huisvrouw zijn. Echtgenoot Jurgen is weliswaar intelligent, maar ook zeer naïef: hij neemt de kleinerende houding van de buitenwacht ten opzichte van zijn vrouw voor lief.

Migrantenzoon

Het wankele evenwicht wordt definitief verstoord door de komst van de paniekerige vriendin Thea (Aiko Beemsterboer). Zij heeft in het verleden een kleine affaire gehad met Jurgen en is inmiddels getrouwd met een veel oudere man. Maar Thea heeft stiekem een jonge, buitenechtelijke vlam: de niet-westerse Amir (Nur Dabagh). Een briljante wetenschapper en schrijver, maar niettemin een ‘waanzinnige migrantenzoon’.

Om de rommelige verhoudingen compleet te maken: Amir heeft in het verleden iets gehad met Hedda. Vanwege hun gedeelde lot als nieuwkomer noemen Hedda en Amir elkaar ‘kameraad’.

Racistisch

In de benadering van Sluimer en Daoudi ligt de nadruk op de cultuurverschillen en de disbalans tussen de oude garde en de nieuwkomers. De gevestigde orde is nauwelijks verholen racistisch: ze discrimineert en doet neerbuigend. Deze bewerking speelt expliciet in op de moeite die het oude Europa heeft met migranten en asielzoekers. Om met Hedda te spreken: ‘Je voelde je even een vreemde in je eigen Europa?’ Daarmee had dit makkelijk een cynisch pamflet kunnen worden, maar Hedda is juist geestig, vol kleine en grote grappen.

Lichaamstaal

Daoudi laat Hajar Fargan als Hedda in stil spel voortdurend commentaar geven op wat anderen zeggen. Met mimiek en in lichaamstaal drukt Fargan alles uit, van geamuseerdheid tot verontwaardiging.
Peter Blok is puntgaaf als de aalgladde redactiechef Brack. Als symbool voor zijn weigering een positieve bijdrage te leveren aan het leven en het werk van Hedda stopt Brack zijn handen weg in zijn zakken. Met alleen zijn stem en zijn mimiek drukt Blok minachting uit, superioriteit, maar ook geamuseerdheid.

Jurgen Tesman is de comic relief in deze Hedda. Thomas Höppener maakt van Jurgen een fijne springerige sukkel, die zich door zijn rijke tante Juul in het pak laat naaien. Jurgen moet een begenadigd wetenschapper zijn, maar is kinderlijk in het dagelijks gebruik en in zijn huwelijk met Hedda.

Muisje

Aiko Beemsterboer krijgt van Daoudi weinig ruimte om van de ongelukkig getrouwde Thea méér te maken dan een lichtgeraakt, overgevoelig muisje, ook nog voornamelijk gehuld in lichtgrijs. Beemsterboer valt wel op door een sterke timing en intonatie, haar Thea reageert steeds snel en adequaat.

Nanette Edens mag in haar beperkte rol als tante Juul niet veel meer doen dan een clichématige rijkeluis-bitch neerzetten.
Nur Dabagh als de briljante Amir komt niet echt uit de verf. Zijn personage is nogal vlak: hetzij serieus, hetzij kwaad.

Losse decorblokken

Speciaal compliment verdient het decor (scenografie: Vera Selhorst), uitgevoerd in zalmroze en mintgroen. Het bestaat uit blokken van verschillende hoogtes, waardoor nabijheid, afstand, boven en of juist onder iemand staan kunnen worden uitgedrukt; en je kunt je er ook nog achter verstoppen. Naarmate de personages verder van elkaar komen te staan, desintegreren ook de losse decorblokken tot een landschap van eilandjes die van elkaar zijn verwijderd.

Hoewel de plot naar het einde toe rommeliger wordt, en de tekst minder richting heeft, slaagt Daoudi erin met het oude stuk van Ibsen als basis een fijne, geestige voorstelling te maken met een ondertoon van heldere maatschappijkritiek.

Tekst: Henrik Ibsen
Bewerking: Sarah Sluimer
Scenografie: Vera Selhorst
Kostuumontwerp: Dymph Boss
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

 

Theater / Voorstelling

Herkenbare problemen in fijne relatiekomedie

recensie: God van de slachting – Kobra Theaterproducties
God van de slachting – Kobra Theaterproductiesfotografie: Annemieke van der Togt

‘Een drupje alcohol en hup: het masker valt.’ Aldus Berry wanneer het voorspelbare conflict tussen de vier personages in God van de slachting losbarst. Want dát er in deze relatiekomedie ruzie gaat komen, is onontkoombaar. In de regie van Hanneke Braam is vooral de vraag hóé het zaakje zal ontploffen.

En wéér gaat Eelco’s telefoon. Deze brallerige advocaat vindt de precaire zaak van een bellende cliënt veel interessanter dan de ongemakkelijke conversatie waarin hij zit.
Eelco en zijn vrouw Annette zijn op bezoek bij Berry en Linda. Eelco en Annette zijn de ouders van de elfjarige Ferdinand. Berry en Linda die van de even oude Bruno. Eelco’s rinkelende telefoon onderbreekt voortdurend het gesprek.

De twee koppels bespreken een vechtpartij tussen hun zoons. Advocatenzoontje Ferdinand heeft Bruno geslagen met een eind hout. Resultaat zijn twee afgebroken voortanden bij het slachtoffer. Bruno’s ouders dringen aan op excuses van ouders en zoontje; boetedoening, straf voor het meppende kind.

Glaasje rum

Het overduidelijke cultuurverschil tussen de twee ouderparen zal echter niet tot verzoening leiden, maar juist tot verharding. Annette vindt zichzelf eigenlijk veel chiquer dan Linda en Berry. Annette en Eelco vinden dat het voortanden-incident sterk wordt overdreven; ze staan de hele voorstelling lang op het punt te vertrekken. Maar Linda bijt zich als een pitbull vast in het gebrek aan omgangsvormen van het gezin waaruit zoontje Ferdinand voortkomt. Zij is vastbesloten door te drammen totdat ze gelijk krijgt. Haar man, gastheer Berry, probeert het bezoekje een beetje op te leuken door een glaasje rum te schenken, maar door de alcohol gaat de rem er natuurlijk helemaal af bij het gezelschap.

Zo wordt een onhandig incident tussen twee basisschooljochies gaandeweg enorm opgeblazen. In dit conflict blijft niemand gespaard en dat het uit de hand zal lopen is vanaf het eerste moment zonneklaar.

Relatiekomedie

God van de slachting (Le Dieu du Carnage, 2006) is een stuk van Yasmina Reza (1959), een Franse toneel- en romanschrijver met Iraanse, Russische en Hongaarse roots. Deze relatiekomedie, dit verbale bloedbad, wordt wereldwijd geregeld gespeeld. Ze is in 2011 zelfs verfilmd onder de titel Carnage (‘bloedbad’), door regisseur Roman Polanski. In Nederland is het stuk in 2009 en in 2024 gespeeld door Theatergroep Suburbia, in 2013 door Senf Theaterproducties, in 2017 door Toneelgroep Het Volk, en in 2022 door Het Tuintheater. En nu brengt Kobra Theaterproducties het in de regie van Hanneke Braam.

Herkenbare thema’s

God van de slachting – Kobra Theaterproducties

Annemieke van der Togt

Dat God van de slachting zo populair is onder makers, komt niet alleen doordat de tekst een grote grapdichtheid heeft, maar ook doordat er en passant een heleboel herkenbare, alledaagse thema’s de revue passeren. Bijvoorbeeld. Huwelijken die na verloop van jaren sleets beginnen te worden. Klassenverschillen tussen ‘rijke’ snobs en mensen die kunst en maatschappelijk engagement belangrijker vinden dan geld. De verslaafdheid aan de mobiele telefoon. De man-vrouwverhouding. Het alledaagse gelijk van politieke correctheid. Ouders die aan collega-ouders uitleggen hoe zij hun kinderen moeten opvoeden. Kinderen die elkaar omarmen of juist buitensluiten.
De vertaling van het stuk door Laurens Spoor is door Kobra geactualiseerd om die dichter bij het huidige tijdsgewricht te brengen.

Clownesk

Braam regisseerde in 2024 bij Kobra Theaterproducties met succes Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf? Daarin speelde comedian Sanne Wallis de Vries de dragende rol van Martha. In deze God van de slachting zien we Remko Vrijdag, vooral bekend als cabaretier en komiek.

Deze clowneske variant van het stuk staat of valt met het talent van de acteurs, het tempo, het niet al te toneelmatig omgaan met de tekst. Dat laatste lukt vooral bij de start van de voorstelling niet helemaal goed, de tekstbehandeling is aanvankelijk nogal opzeggerig.

Corpsbal

Maar als de vaart er eenmaal in zit, gaat deze voorstelling vliegen. Remko Vrijdag zet de egocentrische corpsbal fijn vet neer. Hij lééft als hij wordt gebeld en de scherpe advocaat kan uithangen. Vrijdag heeft niet alleen de lach aan zijn kont, hij is ook overtuigend door stil spel, door een hoog tempo, door een scherpe tekstbehandeling.

Yara Alink als zijn tuttige vrouw Annette krijgt vooral de ruimte van Braam wanneer ze zich hardop mag ergeren aan haar horkerige man. Voorts moet Annette voortdurend braken, ook over een kostbaar kunstboek dat Linda dierbaar is heen. Maar waardóór Annette steeds kotsmisselijk is, wordt niet echt duidelijk, of het moet zijn dat haar huwelijk haar de strot uitkomt.

Watje

De Berry van Johan Goossens is een onbehouwen flapuit. Berry is een boomlange goedzak. Het volkse type, uitbater van een winkel in huishoudelijke artikelen. Maar Berry is ook een watje: hij heeft de hamster van zijn negenjarige dochtertje op straat gezet, vooral omdat deze beer van een vent bang is voor knaagdieren. Zijn politiek correcte vrouw neemt hij allang niet meer serieus.

Rosa da Silva als de linkse kunstliefhebber Linda laat haar personage als enige echt een transformatie doormaken. Haar Linda begint weliswaar principieel, maar toch beheerst en rationeel. In de loop van de voorstelling wordt Linda feller, agressiever, en zelfs wanhopiger: dat de wereld een eerlijkere plek wordt, ziet zij niet gebeuren.

Binnenwereld

Er is duidelijk een verschil tussen de beschaafde buitenkant en de valse binnenwereld. Braam stopt een heleboel grappige, fijne regievondsten in de voorstelling; zoals wanneer Remko Vrijdag een selfie maakt van zichzelf met de vrouw die hij heeft ‘verslagen’, alsof ze een geschoten tijger is. Het fraaie interieur met would-bedesign (decor: Calle de Hoog) helpt ook.

God van de slachting is niet een heel origineel stuk, maar het heeft wel degelijk een bijzonder geestige tekst vol leuke vondsten. Regisseur Braam houdt de vaart er stevig in, waardoor dit een fijne avond theater is.

Tekst: Yasmina Reza
Vertaling: Laurens Spoor
Decor: Calle de Hoog
Kostuums: Nola van Timmeren
Lichtontwerp: Remko van Wely
Muziekfragementen: Casjan Berends en Arnold Schut
Techniek: Luuk van Overeem & Shiva Stempher
Fotografie: Annemieke van der Togt

Theater / Voorstelling

Poging om suïcide bespreekbaar te maken

recensie: ADEM – Theaterbolwerk PUNCH
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

‘Ik staar naar mijn schoen, en probeer eruit te zien alsof ik nadenk’, zegt de suïcidale vrouw. Want ze weet niet wat ze moet zeggen, terwijl haar therapeut kennelijk van haar verwacht dat ze haar dodelijke plan nu uit de doeken zal doen. Het is niet eenvoudig de gedachten aan zelfdoding bespreekbaar te maken. Bij Theaterbolwerk PUNCH doet toneelschrijver Roel Pronk een fijne poging met zijn stuk ADEM.

Alle hulpverleners en verzorgers herhalen het keer op keer: ‘Denk je aan suïcide, zoek dan geestelijke hulp. Práát erover, bel hulplijn 113.’ Maar hoe is het voor de persoon met de sombere gedachten zelf? Hoe voelt die zich in de spreekkamer van een hulpverlener die eigenlijk nauwelijks tijd heeft om te luisteren? En hoe moet die omgaan met bezorgde, dierbare naasten? ADEM probeert daarop antwoord te geven in een kaleidoscopische, fragmentarische voorstelling.

Voorkomen van zelfmoord

113 Zelfmoordpreventie vraagt momenteel aandacht voor zelfdoding onder jongeren. De jongste cijfers zeggen dat in Nederland per maand gemiddeld 26 jongeren zichzelf het leven benemen.

Theaterbolwerk PUNCH biedt nieuwe schrijvers de ruimte een tekst te maken die meteen wordt gespeeld. Schrijver Roel Pronk kreeg die kans. Pronk kent het gevoel dat het leven te zwaar wordt. Vandaar dat hij ADEM schreef. PUNCH brengt het nu op de podia, in de regie van Gerardjan Rijnders. Ze werken samen met 113 Zelfmoordpreventie.

Hanna van Vliet, Ali Zijlstra, Leendert de Ridder, Kharim Amier en Jip Smit nemen beurtelings de rollen op zich van een persoon met suïcidale gedachten, diens vader, diens therapeut, vrienden en vriendinnen. Ze spelen korte scènes die uit het leven zijn gegrepen.

Fragmentarisch

Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar heen. Teksten en scènes zijn door deze aanpak onvermijdelijk fragmentarisch. We zien hoe anderen omgaan met iemand met neigingen tot zelfdoding: zelfmoord is egoïstisch, en het leven is toch echt leuk genoeg. Het steeds herhaalde mantra is: ‘Adem in, adem uit’.

Verwachtingen

We horen de gedachten van de suïcidale persoon. De somberheid. Het onvermogen gelukkig te zijn. De twijfel aan een betere toekomst. Het zich moeizaam groot houden tegenover dierbaren. De angst niet te kunnen voldoen aan verwachtingen – zelfs niet aan die van de hulpverlener, die kennelijk een verstandig en samenhangend verslag van de sombere zielenroerselen verwacht in het uurtje therapietijd dat daartoe beschikbaar is.

Praten over zelfmoordpogingen, al dan niet mislukt, is bij voorbaat ingewikkeld: ‘We gaan het niet hebben over gisteravond’, stribbelt het personage van Hanna van Vliet voortdurend tegen.

Praat erover

Het paradoxale is dat iedereen die betrokken is bij deze voorstelling beoogt suïcidale mensen ertoe te bewegen erover te praten, opdat de negativiteit gekeerd kan worden, maar dat uit de teksten juist blijkt dat niets helpt. De liefde van de vader niet, de gesprekken met de therapeut niet, het weer kunnen praten met de beste vriendin niet. Dat is best vreemd. Alsof de getoonde strategieën om zelfdoding te voorkomen volgens dit stuk niet werken.

Transparante schermen

ADEM speelt in een waanzinnig fraaie setting (decor: Marjolein Ettema), even simpel als geniaal en functioneel. Op drie transparante schermen veranderen gestructureerde lijnen en blokken in kronkelende, golvende en hoekige vlakken, naargelang de suïcidale persoon somberder wordt, of die weer op de voeten landt door de nuchtere benadering van de omgeving.

De zorgvuldig gefragmenteerde belichting (licht: Jordy Veenstra) isoleert personages van de anderen of plaatst ze juist in een groep.

Soelaas

Regisseur Rijnders laat zijn spelers het hele scala aan mogelijkheden voor tekstbehandeling uit de kast trekken, van fluisteren tot schreeuwen tot huilen. Van eenzaam in elkaar kruipen tot bovenop elkaar gaan zitten.

Het geboden advies dat de makers van deze voorstelling willen geven: ook al voel je je niet begrepen, ook al lijkt het aantrekkelijk jezelf voorgoed van al het eenzame gepieker te verlossen, warmte zoeken bij elkaar kan soelaas bieden.

Tekst: Roel Pronk
Decor: Marjolein Ettema
Video: Menno Broere
Licht: Jordy Veenstra
Muziek / Sound scape: Floris Bosma | Flows’ productions
Techniek: Patrick Knoop | PK eventtechniek

Denk je aan zelfdoding? We zijn er voor je. Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten. Bel gratis 113.