Tag Archief van: Theater

2
Theater / Voorstelling

Van rockende ballerina’s tot teder kusduet

recensie: Black Sabbath – The Ballet
2

Klassiek ballet en heavy metal muziek: niet bepaald een voor de hand liggende combinatie. Birmingham Royal Ballet durfde het aan om deze twee werelden met elkaar te combineren in Black Sabbath – The Ballet. Is het een match made in heaven of kunnen de genres beter strikt gescheiden blijven?

Het grote publiek verwacht dat ballet wordt gedanst op klassieke muziek van bijvoorbeeld Tsjaikovski (Het Zwanenmeer, De Notenkraker). Maar artistieke vernieuwingen zijn ook de op het eerste gezicht conservatieve balletwereld niet vreemd. Het combineren van contrasterende stijlen is interessant om naar te kijken én brengt wellicht een nieuw publiek naar het ballet, moet ook Carlos Acosta, directeur van het Birmingham Royal Ballet, gedacht hebben. Hij liet zich inspireren door de muziek van de heavy metal band Black Sabbath, die ook uit Birmingham afkomstig is. Holland Dance Festival brengt dit vernieuwende ballet voor enkele avonden naar het Rotterdamse Luxor theater.

Symfonische metal

Het is een ambitieus idee om een volledig ballet van ruim twee uur te ontwikkelen rondom één heavy metal band. Om het geheel toegankelijk te houden voor de gemiddelde balletliefhebber, pakt Birmingham Royal Ballet het vernuftig aan door gebruik te maken van symfonische versies van verschillende Black Sabbath nummers. Deze composities worden magistraal vertolkt door de musici van Sinfonia Rotterdam. Gelukkig ontbreken de gierende gitaren niet. Gitarist Marc Hayward wordt tijdens de eerste en laatste akte als leidmotief gebruikt, waaromheen de dansers hun kunsten presenteren. Bovendien wordt er ook gedanst op bekende Black Sabbath nummers als ‘Paranoid’ en ‘War Pigs’, inclusief de zang van Ozzy Osbourne.

Heavy Metal Ballet

Black Sabbath – The Ballet bestaat uit drie afzonderlijke aktes, waarbij in elk gedeelte een ander thema centraal staat. Acosta strikte hiervoor drie verschillende choreografen, Raúl Reinoso, Cassi Abranches en Pontus Lidberg, waardoor elke akte een eigen signatuur heeft. De eerste akte is een modern, conceptueel stuk vol traditionele balletposities. De dansers lijken gitarist Hayward te aanbidden en worden daarbij omringd door een simpel decor van lichtborden met emblemen als drumsticks, vinyl platen en natuurlijk het logo van Black Sabbath. De choreografie oogt soms wat rommelig, maar het bijzondere duet waarbij de twee solisten verstrengeld zijn in een minutenlang durende kus brengt rust in het geheel. Het is een opmerkelijke keuze om zo’n teder en intiem duet, gedanst op een orkestrale versie van ‘Solitude’, op te nemen in een heavy metal ballet.

Black Sabbath – The Ballet,

Kusduet – foto Johan Persson

Dansen op een interview

De tweede akte focust op de band zelf en wordt gedanst door een groep van twaalf nieuwe dansers. De choreografie is losser en vrijer dan de voorgaande akte. Naast instrumentale versies van nummers als ‘Planet Caravan’ en ‘Orchid’, wordt er voornamelijk gedanst op audiofragmenten van de bandleden. In het begin is de dans op het ritme van spraak interessant, maar het gaat na verloop van tijd ietwat vervelen. Het is bovendien jammer dat de sterke zangsolo van één van de dansers plotseling wordt afgekapt in plaats van vloeiend over te laten lopen in dans. In de derde akte komen alle dansers samen en wordt de legacy van de band geëerd. De kenmerkende bewegingen van de voorgaande aktes worden gecombineerd en Hayward keert terug in zijn rol als gitarist, wat een indrukwekkend geheel oplevert. Het glimmende metalen duivelsbeeld op een jaren 70 auto is daarbij een passend decorstuk.

Brave choreografie op gierende gitaren

Black Sabbath – The Ballet is zonder meer een gedurfd project. De symfonische versies van de Black Sabbath nummers zijn zeer geslaagd en ‘Paranoid’ blijkt opvallend dansbaar voor een ballerina. De choreografieën zijn echter niet heel vernieuwend, waardoor het geheel wat minder spectaculair was dan het idee van een heavy metal ballet doet vermoeden. Het enthousiasme en de kwaliteit van de uitvoerend dansers maken echter dat je meegenomen wordt in het verhaal van het ballet. Favoriet zijn de momenten waarop de dansers lijken te freestylen. De indrukwekkende sprongen en pirouettes van de solisten, met daarbij op de achtergrond rockende corp de ballet leden in strakke balletpakjes, zijn erg vermakelijk om te zien. Met Black Sabbath – The Ballet brengt Holland Dance Festival een verrassende productie naar Nederland, wat zij hopelijk de komende jaren zullen blijven doen.

Black Sabbath – The Ballet,

Lift – foto Johan Persson

2
Theater / Voorstelling

Van rockende ballerina’s tot teder kusduet

recensie: Black Sabbath – The Ballet
2

Klassiek ballet en heavy metal muziek: niet bepaald een voor de hand liggende combinatie. Birmingham Royal Ballet durfde het aan om deze twee werelden met elkaar te combineren in Black Sabbath – The Ballet. Is het een match made in heaven of kunnen de genres beter strikt gescheiden blijven?

Het grote publiek verwacht dat ballet wordt gedanst op klassieke muziek van bijvoorbeeld Tsjaikovski (Het Zwanenmeer, De Notenkraker). Maar artistieke vernieuwingen zijn ook de op het eerste gezicht conservatieve balletwereld niet vreemd. Het combineren van contrasterende stijlen is interessant om naar te kijken én brengt wellicht een nieuw publiek naar het ballet, moet ook Carlos Acosta, directeur van het Birmingham Royal Ballet, gedacht hebben. Hij liet zich inspireren door de muziek van de heavy metal band Black Sabbath, die ook uit Birmingham afkomstig is. Holland Dance Festival brengt dit vernieuwende ballet voor enkele avonden naar het Rotterdamse Luxor theater.

Symfonische metal

Het is een ambitieus idee om een volledig ballet van ruim twee uur te ontwikkelen rondom één heavy metal band. Om het geheel toegankelijk te houden voor de gemiddelde balletliefhebber, pakt Birmingham Royal Ballet het vernuftig aan door gebruik te maken van symfonische versies van verschillende Black Sabbath nummers. Deze composities worden magistraal vertolkt door de musici van Sinfonia Rotterdam. Gelukkig ontbreken de gierende gitaren niet. Gitarist Marc Hayward wordt tijdens de eerste en laatste akte als leidmotief gebruikt, waaromheen de dansers hun kunsten presenteren. Bovendien wordt er ook gedanst op bekende Black Sabbath nummers als ‘Paranoid’ en ‘War Pigs’, inclusief de zang van Ozzy Osbourne.

Heavy Metal Ballet

Black Sabbath – The Ballet bestaat uit drie afzonderlijke aktes, waarbij in elk gedeelte een ander thema centraal staat. Acosta strikte hiervoor drie verschillende choreografen, Raúl Reinoso, Cassi Abranches en Pontus Lidberg, waardoor elke akte een eigen signatuur heeft. De eerste akte is een modern, conceptueel stuk vol traditionele balletposities. De dansers lijken gitarist Hayward te aanbidden en worden daarbij omringd door een simpel decor van lichtborden met emblemen als drumsticks, vinyl platen en natuurlijk het logo van Black Sabbath. De choreografie oogt soms wat rommelig, maar het bijzondere duet waarbij de twee solisten verstrengeld zijn in een minutenlang durende kus brengt rust in het geheel. Het is een opmerkelijke keuze om zo’n teder en intiem duet, gedanst op een orkestrale versie van ‘Solitude’, op te nemen in een heavy metal ballet.

Black Sabbath – The Ballet,

Kusduet – foto Johan Persson

Dansen op een interview

De tweede akte focust op de band zelf en wordt gedanst door een groep van twaalf nieuwe dansers. De choreografie is losser en vrijer dan de voorgaande akte. Naast instrumentale versies van nummers als ‘Planet Caravan’ en ‘Orchid’, wordt er voornamelijk gedanst op audiofragmenten van de bandleden. In het begin is de dans op het ritme van spraak interessant, maar het gaat na verloop van tijd ietwat vervelen. Het is bovendien jammer dat de sterke zangsolo van één van de dansers plotseling wordt afgekapt in plaats van vloeiend over te laten lopen in dans. In de derde akte komen alle dansers samen en wordt de legacy van de band geëerd. De kenmerkende bewegingen van de voorgaande aktes worden gecombineerd en Hayward keert terug in zijn rol als gitarist, wat een indrukwekkend geheel oplevert. Het glimmende metalen duivelsbeeld op een jaren 70 auto is daarbij een passend decorstuk.

Brave choreografie op gierende gitaren

Black Sabbath – The Ballet is zonder meer een gedurfd project. De symfonische versies van de Black Sabbath nummers zijn zeer geslaagd en ‘Paranoid’ blijkt opvallend dansbaar voor een ballerina. De choreografieën zijn echter niet heel vernieuwend, waardoor het geheel wat minder spectaculair was dan het idee van een heavy metal ballet doet vermoeden. Het enthousiasme en de kwaliteit van de uitvoerend dansers maken echter dat je meegenomen wordt in het verhaal van het ballet. Favoriet zijn de momenten waarop de dansers lijken te freestylen. De indrukwekkende sprongen en pirouettes van de solisten, met daarbij op de achtergrond rockende corp de ballet leden in strakke balletpakjes, zijn erg vermakelijk om te zien. Met Black Sabbath – The Ballet brengt Holland Dance Festival een verrassende productie naar Nederland, wat zij hopelijk de komende jaren zullen blijven doen.

Black Sabbath – The Ballet,

Lift – foto Johan Persson

Theater / Voorstelling

Liefde, revolutie en vrijheid

recensie: Fidelio – De Nationale Opera
Dutch National Opera - Fidelio - Monika Rittershaus_266_275Monika Rittershaus

De Nationale Opera (DNO) afficheert haar nieuwe productie van Fidelio van Ludwig van Beethoven met ‘Liefde, revolutie en vrijheid’. Het is opvallend dat juist nu Fidelio relatief kort na elkaar valt te zien: verleden jaar in een opvoering van de Nederlandse Reisopera, op dit moment een mooie, rustige productie (2018) op Stingray Brava uit St. Gallen, nu dus bij DNO en volgend jaar in een streaming op het grote doek vanuit de Metropolitan Opera.

De huidige belangstelling heeft vast te maken met die drie kernwoorden, maar ten diepste wellicht met de vrije wil, de vragen over en de keuzes tussen goed en kwaad die de bij de DNO debuterende Oekraïense regisseur Andriy Zholdak hoort in het Singspiel (een opera met zowel gezongen als gesproken tekst). Vragen zo oud als de weg naar Rome en nog steeds zo actueel als het maar kan.

Weglatingen én toevoegingen

Het verhaal op zich is eenvoudig: een vrouw vermomd als man (Leonore, het goede – vertolkt door Jacquelyn Wagner, die ook in de productie uit St. Gallen is te zien) wil haar geliefde (Florestan, Eric Cutler) redden uit de kerkers waar Don Pizarro heerst (het kwaad, Nicholas Brownlee). Als attributen dragen Leonore en Don Pizarro respectievelijk witte en zwarte engelenvleugels. Letterlijk een zwart-witopvatting. De kerkers worden vormgegeven als een wereld achter spiegels die verwijzen naar zwarte gaten in de ruimte. Maar omdat de oorspronkelijke, gesproken teksten helaas zijn vervallen (net als destijds bij de Nederlandse Reisopera) en vervangen door een nieuwe, Engelstalige tekst van Zholdak, is zelfs het eenvoudige verhaal in deze drukke en symbolisch geladen enscenering moeilijk te volgen. Hoezeer woorden en intenties volgens het fraaie programmaboek ook zowel religieus als metafysisch geladen zijn en duidelijk ontleend aan het oorspronkelijke libretto van Joseph Sonnleithner.

Maar Zholdak meende nog meer te moeten toevoegen. Niet alleen qua tekst, maar ook muzikaal, met een extra ouverture, – wat overigens wel vaker gebeurt (Leonore III en hier zelfs een fragment uit Beethovens Eroïca) – en in verwijzingen naar tal van andere kunstwerken. Een interessante puzzel voor wie van intertekstualiteit houdt. Zo herken je een boom uit de film Het offer van Tarkovsky en meen je – een ander uiterste – duidelijke, maar verder inhoudsloze reminiscenties aan de zwembadpas van Theo Thijssens geesteskind Kees de Jongen te ontwaren. ‘Tussen ernst en plezier’, zegt het programmaboek, ‘tussen lichtheid en zwaarte’. Alles bij elkaar een beetje te veel van het goede.

Goed waren in ieder geval de videobeelden die werden getoond. Een ontwerp van de bij de DNO debuterende Etienne Guiol en Malo Lacroix. Met ook hier duidelijk aanwezige symboliek, zoals het bos met licht aan de einder dat staat voor de donkerte én de hoop die de opera allebei uitstraalt. Ook de over de hele linie sterke solisten moeten worden genoemd (Wagner, Cutler, Brownlee en anderen), maar zeker ook het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO, prachtige solotrekjes bij de blazers!) en het grotendeels vanuit de orkestbak zingende Koor van de Nationale Opera. Het geheel onder leiding van de eveneens bij de DNO debuterende Colombiaans-Oostenrijkse dirigent Andrés Orozco-Estrada.

Dutch National Opera - Fidelio - Monika Rittershaus_031_017

© Monika Rittershaus

Reacties vanuit de zaal

Het publiek luisterde weliswaar muisstil, maar was gedurende de voorstelling spaarzaam met (aarzelend) applaus. Een kritiek moment was toen er (in het Engels dus) werd gezongen over hoe gelukkig de zaal is. Ze genieten van kunst. Het is maar hoe je ’t opvat; uit de zaal klonk boegeroep, gevolgd door instemmend applaus. Nee – lang niet iedereen (verre van) was gelukkig met deze opvoering, hoorde je in de wandelgangen. Maar je kan het ook opvatten als een politiek statement: wat als de regering straks wéér op kunst en cultuur gaat bezuinigen? Kan een orkest als het KCO dan nog wel in de bak zitten bij een Holland Festivalproductie als deze? Kan het publiek het dan nog wel betalen? Vragen te over. Ook hier blijven, net als in de teksten van Zholdak, de antwoorden vooralsnog uit.

 

Muziek: Ludwig van Beethoven
Libretto: Joseph Sonnleithner / nieuwe dialogen van Andriy Zholdak
Regie, decor en licht: Andriy Zholdak
Dramaturgie: Luc Joosten

De Nationale Opera
Solisten, koor en Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andrés Orozco-Estrada
In het kader van het Holland Festival 2024

Theater / Voorstelling

Magisch Frozen pakt groots uit

recensie: Disney's Frozen de musical

De succesvolle Disneyfilm Frozen werd in 2018 omgetoverd tot een magische musical en is nu ook in Nederland te zien in het AFAS Circustheater in Scheveningen. Is de musical net zo betoverend als de film?

Frozen vertelt het verhaal van de Scandinavische prinsessenzussen Elsa en Anna, die op jonge leeftijd hun ouders verliezen en er alleen voorstaan. Zonder begeleiding van haar ouders weet Elsa haar magische krachten moeilijk te onderdrukken en dat zorgt voor problemen tussen de zussen en in het koninkrijk.

foto: Frozen – Finale (c) Johan Persson

De zussenliefde straalt van het toneel, eerst met de schattige jonge versies van de zussen, later met Vajèn van den Bosch als Elsa en Nienke Latten als Anna op het podium. Vajèn vertolk Elsa als geen ander en blaast het publiek regelmatig weg met haar stemgeluid, toch staat Anna in de eerste acte op de voorgrond. Nienke Latten, die vooral in Duitsland grote rollen speelde, zet een enthousiaste en vrolijke Anna neer. Ze zingt minstens net zo goed als Vajèn, alleen is ze niet altijd even goed verstaanbaar.

De hele cast van Frozen is van hoog niveau en heeft rollen die hen op het lijf geschreven staan, denk bijvoorbeeld aan Tristan van der Lingen als Prins Hans of Naidjim Severina als Kristoff. Het lijkt de eerste productie van Stage Entertainment waarbij kleurenblind casten (acteurs casten voor rollen zonder naar hun huidskleur of afkomst te kijken) helemaal is doorgevoerd. Zo zijn de jonge Anna’s en Elsa’s een diverse groep meisjes met verschillende achtergronden, het ensemble is heel divers, en zie ook Naidjim Severina als Kristoff. In dit opzicht bleef Nederland de afgelopen jaren wat achter ten opzichten van West End en Broadway, maar Frozen lijkt het kleurenblind casten in alle rollen succesvol te hebben doorgevoerd. Hopelijk zet deze trend nu door, met wat eigenlijk heel gewoon zou moeten zijn: de beste acteur casten voor een rol.

Van film naar toneel

Van een Disney animatiefilm is het een grote stap naar een musical en die is bij Frozen zeker geslaagd. De aanpassingen in liedjes, het verhaal en personages zijn geslaagd en maken het een vlotte musical. De extra liedjes zijn goed vertaald door Erik van Muiswinkel, die met wat humor goed aansluit bij het Nederlandse publiek. Zo valt het nummer ‘Hygge’ op, dat gaat over Scandinavische gezelligheid met een hele groep saunabezoekers dansend op een klassieke Broadway choreografie.

De musical is met ruim twee uur een stuk langer dan de film, maar dat merk je geen moment. Hier en daar is de volgorde van het verhaal wat aangepast, wat er positief aan bijdraagt. Alleen de showstopper ‘Laat het los’ komt wat uit de lucht vallen, omdat het verhaal in de eerst helft vooral Anna volgt. Zodra er geschakeld wordt naar Elsa, wordt meteen hét nummer van de show gezongen. Ondanks deze wat opvallende wisseling, stelt het nummer zeker niet teleur. Vajèn zingt de sterren van de hemel en het decor en de iconische ijsjurk zijn indrukwekkend. Je waant je echt even in een sneeuwstorm in Arendelle.

Magisch poppenspel

In de musical zit ook indrukwekkend marionettenwerk. Er is er voor gekozen om niet alle niet-menselijke personages als pop op toneel te brengen. Zo zijn de trollen uit de film nu mensen van een magisch volk, een goede keuze. Hierdoor komen de poppen Olaf de sneeuwpop (Steven Roox) en eland Sven (Mathijs Pater en Nicholas Allan Li) beter tot hun recht. Olaf is een pop in de Japanse stijl bunraku, waarbij de poppenspeler achter de pop op het toneel staat en hem bespeelt, zoals we al eerder zagen bij bijvoorbeeld Timon van Disney’s The Lion King.

foto: Frozen – Sven, Kristoff (c) Johan Persson

De sneeuwpop Olaf, bediend door Steven Roox, steelt de harten van het publiek en heeft de lach aan zijn kont hangen. De pop van eland Sven zit totaal anders in elkaar en spreekt zo tot de verbeelding dat het publiek niet door heeft dat er een mens in zit. Het maakt de eland geloofwaardig en ondersteunt de show. Het blijkt overigens een zware rol, want de twee acteurs die de rol afwisselend spelen, staan met een pak van dertig kilo met stelten aan armen en benen op het toneel.

Disneymusical voor iedereen

Je waant je als publiek dus echt in het magische Arendelle, mede doordat het decor zo groot is ontworpen. De ijskristallen zijn niet alleen lichteffecten, maar zijn echt in het decor verwerkt. Vooral het nummer ‘Laat het los’ is naast een geweldig zangnummer ook een technisch hoogstandje met wisseling van jurk en decor. Daarnaast is er ook een groot ensemble dat bij verschillende nummers, zoals in het kasteel, bij de sauna op de berg of bij de trollen, net dat beetje extra magie geeft aan de musical.

Kosten noch moeite zijn gespaard om je als toeschouwer een magische Scandinavische ervaring te geven. Het oudere publiek zal dit zeker waarderen, net als de volwassen humor die het jonge publiek waarschijnlijk ontgaat. Frozen is dus een echte Disneymusical, want het is een geweldige show voor jong en oud. Voor de jonge kinderen is daar de magie van de Disneyfilm op het toneel, de volwassen kijker ziet een ijzersterke betoverende musical.

Theater / Voorstelling

Hoe eng is het eigenlijk om een voorstelling te maken?

recensie: De hondenpoepaanval – Wunderbaum/Theaterhaus Jena
Die Hundekot-AttackeJoachim Dette

Om een voorstelling te maken, heb je theatermakers nodig. En creativiteit. En een onderwerp. En heel veel doorzettingsvermogen en onderling vertrouwen. En publiciteit in de pers. Over het maakproces van een voorstelling gaat De hondenpoepaanval van Wunderbaum en Theaterhaus Jena. Een knappe, maffe, kritische voorstelling-in een-voorstelling-in-een-voorstelling.

Op 11 februari 2023 smeerde de gefrustreerde Duitse choreograaf Marco Goecke hondenpoep in het gezicht van een danscriticus die zijn voorstellingen voortdurend afbrandde. Het incident haalde de wereldpers. De aanval werd zowel schandalig als hilarisch gevonden, maar de frustratie van de choreograaf ook wel een beetje begrijpelijk: je gooit je ziel en zaligheid in de strijd om kunst te maken, maar een en dezelfde criticus maakt je keer op keer met de grond gelijk.

De zowel maatschappijkritische als geestige groepen Wunderbaum en Theaterhaus Jena gebruiken het hondenpoepincident om op een wonderlijke manier een vertelling neer te zetten over het maken van een voorstelling en alles wat daarbij komt kijken, van het eerste idee tot de uiteindelijke uitvoering.

Brieven

Op zes stoelen die maar een paar meter verwijderd staan van de eerste rij, nemen zes spelers plaats achter microfoons die hun stemgeluid versterken. Ze hebben allemaal een pak papier in de hand. Het zijn de uitgedraaide e-mails die vijf spelers en een gastdanseres elkaar hebben geschreven gedurende het maakproces van een voorstelling die het hondenpoepincident tot onderwerp heeft.

Elke schrijver leest zijn eigen brieven voor. De belangrijkste rode draad is de chronologie: de voorleessessie komt aanvankelijk over als een soort voorgelezen briefroman, waarvan de datum bepaalt wanneer een brief aan de beurt is. Maar regisseur Walter Bart laat de spelers niet alleen lezen. Ze acteren ook met hun gezicht, met hun handen. Ze reageren op elkaar, zijn boos, blij, verontwaardigd, geschokt, geïrriteerd.

Kwetsbaarheid

Op het eerste gehoor zijn het nogal koddige, triviale epistels. Maar wanneer je beter luistert, klinken alle twijfels en irritaties, maar ook de kracht en de creativiteit van de makers er doorheen. Ze gaan over de onzekerheid van theatermakers, hun kwetsbaarheid, over de neiging weg te lopen, niet te komen opdagen op repetities. Over het maakproces niet meer zien zitten, over het weigeren iets te doen, over het eisen iets te mogen doen.

Repetitieproces

Al is het incident met de choreograaf en de negatieve criticus het schijnbare onderwerp, in werkelijkheid gaat De hondenpoepaanval over een heel scala aan onderwerpen die tamelijk onvermijdelijk zijn tijdens het maak- en repetitieproces van een theatervoorstelling. Het smeden tot één geheel van alle losse spelers. Het elkaar leren vertrouwen en op elkaar leren bouwen. De onzekerheid over het eigen talent, ontstaan door wat de kranten schrijven. De onderlinge irritaties, de verliefdheden. Het lief doen tegen elkaar, maar achter elkaars rug negatief zijn. De angst voor slechte kritieken.

Terwijl aanvankelijk lijkt alsof ze stuk voor stuk gewoon hun mails voorlezen, krijgen de personages al snel een eigen karakter. Pina Bergemann lacht over alle onzekerheden heen. Nikita Buldyrski experimenteert onhandig met creativiteit. Henrike Commichau durft niet goed te zeggen wat ze echt vindt. Danseres Linde Decron is bloedserieus. Leon Pfannenmüller worstelt met trauma’s uit het verleden. Anna K. Seidel is een strak aangebonden maker die twijfelt aan haar motivatie om hier bij te zijn.

Droste-effect

Halverwege de voorstelling kantelt opeens de vertelling. Dat is een verrassing, die moeten we hier niet verklappen. En dan komt er nog een, en dan nog een, wat De hondenpoepaanval het Droste-effect geeft van een voorstelling-in-een-voorstelling-in-een-voorstelling. Grappig en origineel, maar ook volstrekt serieus. Zo laat deze zowel ironische als ernstige voorstelling zien wat theatermakers allemaal moeten overwinnen en doorstaan om uiteindelijk tot een product te komen.

De hondenpoepaanval wordt Duits gesproken, met Nederlandse boventiteling.

 

Concept: Wunderbaum
Choreografie: Edoardo Cino
Scenografie: Maarten van Otterdijk
Kostuum: Carolin Pflüger
Nederlandse vertaling: Andrea de Koning

Theater / Voorstelling

Aanklacht tegen de oorlog vanuit vrouwelijk perspectief

recensie: Klytaimnestra – Stan/Olympique Dramatique & Toneelhuis
2Q5A6733Herman Sorgeloos

Wij (het publiek) gaan nu naar háár kant van het verhaal luisteren, zegt koningin Klytaimnestra. Misschien dat we dan haar bloedige wraak op haar man Agamemnon begrijpen. Want oorlog: dat is een verhaal over mannenmoed, bloedvergieten, moorden en verkrachten.

Tijd voor de versie van alle vrouwen die daarbij onder de voet worden gelopen, in een ingewikkelde vertelling rond de Trojaanse oorlog, gebracht door een collectief van STAN, Olympique Dramatique & Toneelhuis.

Klytaimnestra wacht op de terugkeer van haar man Agamemnon. Hij won de oorlog tegen de Trojanen, ten koste van de ondergang van Troje. Klytaimnestra (Maria Skoula) is niet zomaar kwaad: ze is wanhopig, wraakzuchtig, de blik vol ijzige haat. Agamemnon zal ervan lusten, als hij terugkomt. Want om deze oorlog succesvol te kunnen voeren, moest hij vóór vertrek hun dochter Iphigenia offeren, vermoorden dus, om de godin Artemis gunstig te stemmen.

Moord op Iphigenia

Zonder basiskennis over de Trojaanse oorlog is deze vertelling niet te volgen, dus eerst maar even een mini samenvatting. Aanleiding voor die oorlog is de ontvoering van de schone Helena. Zij is de vrouw van Menelaos, de koning van Sparta. De Trojaanse prins Paris heeft Helena ontvoerd naar Troje. Dat kan Menelaos natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. Hij roept de hulp in van zijn broer Agamemnon, koning van Mycene, om samen ten strijde te trekken tegen Troje. Maar omdat het oneindig windstil blijft, kunnen de Griekse schepen niet naar Troje varen.

Agamemnon belooft daarop aan Artemis, godin van de jacht, zijn dochter Iphigenia te offeren, als Artemis het zal laten waaien. Zijn vrouw Klytaimnestra is niet in de deal gekend, is totaal kapot door de dood van haar dochter en zweert wraak. Wanneer Agamemnon na tien jaar oorlog als overwinnaar terugkeert, is het eindelijk Klytaimnestra’s tijd.

We kennen het verhaal vooral dankzij Aischylos’ trilogie Oresteia (457 voor Christus). Deze Klytaimnestra is een bewerking van het eerste deel ervan. En de koningin laat nu eens de vrouwelijke kant zien van de verschrikking die oorlog heet.

Grieks strand

Scenograaf Thomas Walgrave maakt van het verder lege podium in een kaal toneelhuis een soort arena met in het middel een cirkel van zand. Het is het strand vanaf waar de schepen uitzeilen, maar het is ook de Griekse aarde. Vanaf die plek spreekt Klytaimnestra aan het begin van de voorstelling haar publiek toe.

Zij wil het andere verhaal vertellen. Dat van de vrouwen. Die zomaar hun dochter geofferd zien om een oorlog te kunnen beginnen. Wier man tien jaar wegblijft, om terug te komen met een buitgemaakte minnares in hun kielzog. Die man zou de held zijn?! Welnee, hij is een klootzak. De vrouwen zijn het slachtoffer. En de koningin zal gerechtigheid halen.

Schimmenrijk

Wat volgt is een tamelijk onevenwichtige voorstelling, waarin acteurs beurtelings Grieks, Engels en Belgisch-Nederlands spreken, voorzien van Nederlandse boventiteling. De teksten zijn een mengelmoes van de Griekse teksten van Aischylos, de Engelse vertaling door Ted Hughes (1999) en de Nederlandse Bloedbad-vertaling van Gustav Ernst (2004).

De voorstelling begint in schemerduister van het schimmenrijk, het hiernamaals, met alleen licht hoog in de toneeltoren. Iphiginea – die gedurende de hele voorstelling op het podium aanwezig blijft – dans, rent, vecht. Zij verzorgt ook het enige licht: draagbare lampjes, die ze voortdurend verplaatst. Dan kondigt de heraut de terugkeer van Agamemnon aan.

Afstand tot personages

Lastig is dat het verhaal eigenlijk alleen wordt verteld, en bijna niet wordt gespeeld, niet wordt uitgebeeld. Daardoor wordt de voorstelling statisch, er ontstaat onvermijdelijk afstand tot de ellende van de personages. Wat mist, is bijvoorbeeld uitleg over wie-wie is: welk personage is aan het woord? Zo vertegenwoordigt een hele zwik acteurs Klytaimnestra, en is er een koorachtig gezelschap dat commentaren levert. Wanneer je het verhaal niet goed kent, wordt het zo echt lastig te volgen.
Regisseur Jolente De Keersmaeker mist zo de kans om haar insteek, de kant van de vrouwen, een duidelijke focus te geven, helderheid te verlenen.

Oogverblindend mooi

Niettemin zitten er in deze voorstelling een aantal memorabele, oogverblindend mooie, en zelfs geestige momenten. Zoals de opkomst van Agamemnon (Stijn Van Opstal) op een – Trojaans – houten paard waar overheen de Trojaanse zieneres Kassandra is gedrapeerd. Hoogtepunt van de voorstelling is Agamemnon die in een heuse badkuip na tien jaar eindelijk een bad neemt, waarbij symbolisch tien jaar stront en bloed van zijn lijf worden geweekt.

Stijn Van Opstal zet Agamemnon imposant, lomp en ijzingwekkend sterk neer. Hij verwoordt de mannelijke arrogantie, het totale gebrek aan mannelijke empathie met de vrouwen. Sara Haeck speelt met grote gebaren diverse vrouwenrollen met fraai cynisme, schimpend, snerend. Mooi is ook de tragische en wanhopige zieneres Kassandra van Gustavo Gláuber, die jammerend diens voorspellingen ziet uitkomen.

De acteurs zijn gehuld in alles van geïmproviseerde toga’s die bijeen worden gehouden door touwen en veiligheidsspelden tot sportbroekjes en trainingsjacks. De soundscape bestaat goeddeels uit muziek, van hardrock tot opera.

Aanklacht tegen oorlog voeren

Sinds het begin van de oorlogen in Oekraïne en Palestina is in de Nederlandse theaters hiermee minstens de derde voorstelling te zien op basis van de klassiek-Griekse teksten over de Trojaanse oorlog. Dood Paard bracht Women in Troy, as told by our mothers (2022), Toneelschuur Producties kwam met Huis van Troje. En nu dus deze Klytaimnestra. Drie aanklachten tegen oorlog voeren. Drie keer vanuit vrouwelijk perspectief. Oorlog voeren is duidelijk een mannendingetje.

 

Tekst: Aischylos, Ted Hughes, Gustav Ernst
Kostuums: Rachid Laachir
Scenografie en licht: Thomas Walgrave
Geluid: Jeroen Kenens

Theater / Voorstelling

Pia Douwes helemaal terug in Masterclass

recensie: Masterclass met oa Pia Douwes

Pia Douwes schittert weer in de Nederlandse theaters als operadiva Maria Callas (1923-1977) in het toneelstuk Masterclass. Wéér, want in 2011 stond Douwes ook al met dit stuk in de Nederlandse theaters, alleen nu maakt het meer indruk.

Masterclass, het bekroonde toneelstuk van Terrence McNally, gaat over operazangeres Maria Callas die in de nadagen van haar carrière een masterclass geeft aan operastudenten. Het publiek leert Callas kennen als een veeleisende docent, die de studenten harde kritiek geeft en weinig ruimte. De eerste studente (Michelle van de Ven) komt nauwelijks verder dan één noot. Het alsmaar onderbreken geeft een duidelijk beeld van een strenge Callas en werkt in eerste instantie ook humoristisch; naast Callas onderbreekt ook de schoonmaker (Florus van Rooijen) de masterclass regelmatig. Het is grappig, totdat het echter vertragend gaat werken en het publiek het trucje wel kent en de voorstelling vaart begint te missen.

Het verhaal komt pas echt op gang als Callas haar eerste flashback krijgt, want dan krijgt de voorstelling tempo. Als de sopraan (Amy Egbers) gaat zingen, waant Callas zich in het verleden. Ze staat op te treden, ze heeft ruzie met haar vriend en ze heeft het moeilijk.  Deze flashbacks, momenten waarin Callas onderdelen uit haar leven herleeft, maken de meeste indruk. Douwes voert dan heel overtuigend een dialoog met zichzelf, zo treffend dat je de strubbelingen in haar relaties zó voor je ziet alsof ze echt ruzie maakt met haar echtgenoot.

Een tweede Masterclass

In 2011 speelde Pia Douwes Maria Callas al in Masterclass, maar nu maakt ze meer indruk. Ze brengt meer levenservaring mee en dat voel je. We zien Callas namelijk een masterclass geven terwijl ze geen zangstem meer heeft.  Pia Douwes is haar stem ook kwijtgeraakt en heeft er de afgelopen jaren hard aan gewerkt om deze terug te krijgen. Let wel, in het toneelstuk zingt ze, op een enkele strofe na, niet. De masterclassdeelnemers zingen en af en toe horen we een opname van Callas. Jammer, want Pia Douwes zingt altijd voortreffelijk.

foto: Annemieke van der Togt

Pia Douwes draagt de voorstelling, het draait immers om Maria Callas. De schoonmaker en pianist (Kees van Zandwijk) zorgen voor een aangename afwisseling in interactie en de nodige humor in een verder vrij ernstig toneelstuk. Pia spat van het toneel af als ze de flashbacks van Callas speelt, daarvan hadden er wel meer in mogen zitten. Dit zijn namelijk de momenten die iets persoonlijks vertellen over de harde operadiva, ze geven een inkijkje in haar worsteling.

Het is fijn om Pia Douwes weer in een grote rol op het Nederlandse toneel te zien stralen, dat smaakt zeker naar meer.

 

Tekst: Terrence McNally
Regie: Frank van Laecke
Spel: Pia Douwes, Michelle van de Ven, Amy Egbers, Mark Roy Luykx, Kees van Zantwijk en Florus van Rooijen
Decor/Kostuums: Arno Bremers
Licht: Marc Heinz
Fotografie: Annemieke van der Togt

 

Theater / Voorstelling

Intieme voorstelling over de zoektocht naar liefde

recensie: A night with Queen Angelito - Orkater

De afgezakte kraag van haar zwarte bontjas is om haar naakte schouders geslagen. Kin op de linkerschouder, gezicht in de richting van de zaal. Zo flirt Queen Angelito met haar publiek. Liefde, alles draait bij haar om de liefde, ratelt ze in rap Amerikaans-Engels.

Maar haar act is bluf. Onder die bontjas gaat een kwetsbare en gekwetste vrouw schuil in A night with Queen Angelito van Orkater, een intieme kleinezaalvoorstelling.

Vrouwen laten zich veel te veel door mannen in de luren leggen. Eerst zijn ze het schatje van hun daddy, en wanneer die van hen is weggedreven, komt er altijd wel een nieuwe ‘daddy’, en dan weer een, en dan nog een…

Nachtclub

Angelito (‘Ntianu Stuger) vertelt over haar geboortegrond: een katoenplantage in South Carolina, in het racistische zuiden van de VS. Daar eenmaal weg, schopte ze het tot de diva die ze nu is: de koningin van ‘the divine community’, zingend in een soort burleske nachtclub. ‘Many people tálk about love, but I have líved love’; in werkelijkheid wordt Angelito door geliefde na geliefde afgedankt. En daar is ze helemaal klaar mee. Vanaf hier is zij de baas, houdt ze in de eerste plaats van zichzelf. En als een relatie moet worden verbroken, dan doet zij dat zelf wel.

Het levensverhaal van Queen Angelito is volgens Stuger heel losjes gebaseerd op dat van de Amerikaanse jazzlegende Eartha Kitt (1927-2008).

Loepzuiver

foto: Bas de Brouwer

Op een bescheiden rond zwart podium met daarop een boogconstructie met zes lichtbanen zingt en speelt ‘Ntianu Stuger het verhaal van een vrouw die worstelt met haar houding ten aanzien van liefde. Ze wisselt het vertellen af met zang, lardeert de act met liedjes zoals ‘Fever’ van Peggy Lee en ‘Bang Bang (My Baby shot me down) van Nancy Sinatra. Alles wat Stuger doet is strak en loepzuiver: haar timing en mimiek maken van Queen Angelito een geloofwaardig personage. De nachtclubzangeres overschreeuwt zichzelf om haar gebroken hart te verhullen. Stuger laat de gekwetste vrouw haar zwarte cocktailjurkje verruilen voor een grote trui. De ringen gaan af. Het Engels maakt plaats voor Nederlands.

Multitalent

‘Ntianu Stuger (1998) is een duizendpoot, een sterk multitalent. Ze speelde de afgelopen jaren bij Oostpool, HNTJong, Orkater, Toneelgroep Maastricht, Theater Utrecht en Toneelschuur Producties. Vanaf 2024-2025 wordt ze vast lid van ITA Ensemble.
Dit seizoen dook ze overal in het theater op. Stuger speelde afgelopen zomer in het bostheater in Wildfire van Orkater en het Amsterdamse Bostheater. Ze bracht met Vincent van Valk Versus bij Theater Utrecht. Ter afronding van dit seizoen komt ze nu bij Orkater met een bijzondere en delicate onewomanshow waarin ze zowel zingt, vertelt als acteert. A night with Queen Angelito is een solovoorstelling die Stuger zelf bedacht en waarvoor ze de tekst schreef. De eindregie is in handen van Edison-winnaar Izaline Calister.

Zijspoor

Het is jammer dat de tekst niet heel helder is, maar vooral suggestief. Zo frommelt Stuger er een hele filosofische verhandeling tussen over het gedachtegoed van de zwarte Amerikaanse schrijver Bell Hooks (1952-2021). Hooks was feminist en activist, en sprak zich uit over thema’s zoals ras, kapitalisme en genderidentiteit. Dat zijspoor in de tekst gaat over de hoofden van het publiek heen. Tenzij je Hooks’ werk al kent, reikt dit uitstapje veel te ver voor deze kleine vertelling.
En dat deze voorstelling is geïnspireerd door het levensverhaal van Eartha Kitt, komt niet heel strak uit de verf.
Zo hinkt de tekst op te veel gedachten tegelijk.

Dat laat onverlet dat dit een fijne performance is. ‘If you go away’ – zingt Queen Angelito: de Engelse versie van Jacques Brels ‘Ne me quitte pas’: de vrouw is opnieuw alleen. Goed in de gaten blijven houden, die ‘Ntianu Stuger, want het is een fascinerende acteur/performer/zanger die haar publiek alle hoeken van het podium laat zien.

 

Concept, tekst, spel: ‘Ntianu Stuger, Dietrich Pott
Eindregie: Izaline Calister
Tekstbegeleiding: Esther Duysker
Muziek: Rui Reis Maia
Scenografie: Ruben Wijnstok
Kostuum: Valérie Pos
Lichtontwerp: Varja Klosse
Dramaturgie: Liesbeth Colthof
Foto’s: Bas de Brouwer

 

Theater / Interview
special: Interview met Emma Buysse over 'Brown Sugar Baby'

‘Poppie wordt veel bekeken maar nooit echt gezien’

Zes jaar geleden kruiste mijn pad dat van Emma tijdens een theateravond in de studentenbioscoop Studio/K. Destijds speelde ze voor een klein publiek, met het geroezemoes van het café als achtergrondruis. Afgelopen zaterdag zag ik haar opnieuw spelen, ditmaal op het podium van de grote zaal van De Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Als Poppie, de jongste van drie zingende zussen in een Indische jazzband, schittert ze in de nieuwe voorstelling van Het Nationale Theater, Brown Sugar Baby. Na de première spreek ik haar in De Balie, waar we er meteen achter komen dat we even oud zijn en beiden een gemberthee bestellen.

Hoe is de première gegaan?

‘Haha, heb je gezien hoe ik in het begin struikelde? Ik liep het podium op vanuit de zaal en struikelde over een blindengeleidehond die in het gangpad lag! Mijn entree was dus wat rommelig, maar gelukkig kwam ik na enkele scènes goed in mijn rol. Na de voorstelling stonden we met z’n allen te stuiteren in de coulissen en keken elkaar aan: ”Zullen we nog een keer opgaan?” Het applaus bleef maar doorgaan; dat geeft echt een kick. De première was een feestelijk moment.’

Je straalt zelfverzekerdheid uit op het podium. Ben je altijd al zelfverzekerd geweest in je werk?

‘Ik had zeker niet met deze rol moeten beginnen, dan had ik wel echt in mijn broek gescheten – haha. Mijn rollen zijn de afgelopen jaren goed opgebouwd en in wat kleinere rollen heb ik de kat uit de boom kunnen kijken. Sinds anderhalf jaar ben ik nu vast lid van het ensemble van Het Nationale Theater maar daarvoor liep ik er stage, toen vond ik het allemaal super spannend. Als ik terugdenk aan toen, realiseer ik me dat ik in die begintijd mijn mening niet altijd durfde te geven in de repetities over hoe ik mijn rollen wilde spelen. Dan dacht ik vaak, ik slik het toch maar even in. Door het vertrouwen dat ik kreeg bij Het Nationale Theater en omdat ik me meteen thuis voelde is mijn zelfverzekerdheid gegroeid. Die verandering heeft overigens vooral in mijzelf plaatsgevonden. Ik begin steeds meer te voelen dat het niet per ongeluk is dat ik hier beland ben.’

Waar gaat Brown Sugar Baby over?

‘De voorstelling, geschreven en geregisseerd door Eric De Vroedt, is geïnspireerd op de jazzbands van zijn eigen grootvader uit Nederlands-Indië in de jaren ’30. Het stuk belicht de muzikale erfenis, maar raakt ook aan thema’s als racisme en de hiërarchische verhoudingen in Nederlands-Indië. Daarnaast gaat het over hoe mannen met vrouwen omgingen – en nog steeds omgaan. Wat ik mooi vind aan de voorstelling is dat er een parallel te vinden is tussen de toe-eigening van het land en de toe-eigening van het vrouwelijk lichaam.’

De cast bestaat uit Indische acteurs en niet-Indische acteurs. Heeft dit invloed gehad op het repetitieproces?

‘Tijdens een van de eerste repetities vroeg een collega-acteur aan Eric: “Wat vind je ervan dat ik dit verhaal vertel, terwijl ik zelf niet Indisch ben?” Hij antwoordde toen dat hij dat juist als een kracht ziet, om met verschillende mensen dit verhaal te vertellen, dat het daardoor een breder draagvlak kan krijgen. Acteurs Esther Scheldwacht en Roben Mitchell, beiden met Indische achtergrond net als Eric, konden ons tijdens het maakproces vertellen over de details en dynamieken uit hun eigen families. Ik speel bijvoorbeeld een emotionele scène waarin ik mijn moeder (gespeeld door Esther) confronteer en middenin die scène komen er twee andere mensen op. Esther vroeg toen: “Hoe gaan we dat doen, want bij mij thuis zou dit emotionele gesprek nooit voortgezet worden waar andere mensen bij zijn.” Dat ik in die scène meteen wegloop en Esther mij een soort van wegduwt, komt voort uit dit soort gedachtewisselingen.’

Brown Sugar Baby is gebaseerd op de familiegeschiedenis van Eric De Vroedt. Hoe voelt het om te werken aan zo’n persoonlijk verhaal?

In het begin voelde ik  heel erg dat het een persoonlijk verhaal is. Eric deelde familiefoto’s met ons en vertelde veel waardoor we het engagement en de urgentie van het verhaal sterk voelden. Eric heeft echter zijn opa nooit gekend, daarom konden we als acteurs de personages wel deels zelf vormgeven. Dit verschilt bijvoorbeeld van het spelen van een rol waarmee de regisseur persoonlijke banden heeft en kan zeggen: “Mijn moeder zou dat nooit zo doen.”‘

Poppie zingt in de voorstelling in een band, ging het zingen je makkelijk af?

‘Eric wist al dat ik in de voorstelling zou gaan spelen. Ik verdenk hem ervan dat hij me daarom een zangeres heeft laten spelen die niet altijd zuiver zingt – haha. Maar hoe vaak krijg je de kans om op een podium met een liveband te staan? Dat is echt te gek! Ik zou mezelf niet direct aanbieden als zangeres, zeker niet voor close harmony zoals in deze voorstelling wordt gezongen. Gelukkig heb ik veel kunnen leren van onze zangcoach en ook van actrice June, door hen zit het nu wel goed met de zang. Toch is het spannend, mijn grootste angst is dat ik vals zing voor een volle zaal en voor al die professionele muzikanten …’

Wat maakt Poppie als personage interessant voor jou om te spelen?

‘Poppie is een gelaagd personage met een bepaalde grilligheid in haar doen en laten. Die grilligheid komt voort uit haar verleden waarover jarenlang werd gezwegen. De voorstelling speelt zich af gedurende één avond, die dag heeft Poppie besloten dat het genoeg is geweest en dat haar lang verzwegen geheim aan het licht moet komen. Op die grilligheid ga ik als actrice aan. Dat je om haar kan lachen, maar dat je als kijker ook voelt dat er wat donkers achter het masker schuilgaat. Heb je de serie Bodem gezien? Daar vind ik die grilligheid ook mooi zichtbaar. Eerst kan je hard om de hoofdpersoon lachen maar naderhand huil je mee met haar pijn. Ik hou van die dramaturgische lijn: hahahahaha,  au!’

Hoe uit die grilligheid zich en hoe maak jij je die grilligheid eigen?

‘Poppie wil gezien worden, daarom zet ze steeds maskers op, daagt uit, poseert en verleidt. Ze overschreeuwt zichzelf best wel. Het is tragisch dat ze veel wordt bekeken door haar vader en door een van de bandleden maar nooit echt wordt gezien. “Die ogen”, zegt Poppie herhaaldelijk in de voorstelling. Ze kan niet met en niet zonder de blik van anderen. Bij het repeteren van een rol start ik altijd vanuit de tekst. Heel inhoudelijk bedenk ik dan hoe de tekst uitgesproken moet worden en met welke intentie. In het begin kreeg ik echt hoofdpijn van het repeteren van Poppies teksten. Het ene woord is blij en het andere woord al niet meer. Ik moest enorm veel schakelen. Eigenlijk speelt ze de hele tijd verschillende rollen. Inmiddels zit die dynamiek in mijn lijf. Dat proces van het je eigen maken vind ik een van de coolste dingen aan mijn werk. Als het lukt om die grilligheid ook nog over te brengen, kan het echt iets teweegbrengen bij het publiek. Zo kwam er na de tweede voorstelling een vrouw naar me toe die met jonge vrouwen werkt die seksueel misbruik hebben meegemaakt. Ze was geraakt door Poppie omdat ze het gedrag van de jonge vrouwen in haar herkende. Ze herkende het contrast tussen de hunkering naar liefde en het onvermogen deze te kunnen ontvangen. Tussen bekeken worden maar niet worden gezien.’

Ben jij zelf bezig met de blikken van anderen?

‘Ik was me daar nog niet heel erg van bewust. Na een try-out kwam er toevallig iemand van de crew naar me toe en zij zei dat ze twee mannen in het publiek had horen praten. Steeds als ik opkwam hadden ze bewonderende woorden gezegd: “zo zo” en “toe maar”. Die opmerkingen zetten me wel even aan het denken. Hoe ziet het publiek mij? Hoe zien mannen mij? Poppie is naar mijn idee veel meer dan een lustobject of gek meisje dat continu met haar seksualiteit speelt. Nee dacht ik, dat moet het absoluut niet zijn! Maar ja, het is een dunne lijn. Ik kan natuurlijk niet controleren hoe anderen mij zien. Het is hoe het is.’

Stop jij iets van jezelf in Poppies emoties?

© Bart Grietens

‘Als Poppie moet ik grote emoties overbrengen dus natuurlijk heb ik uit mijn eigen gevoelens geput. Ik denk bijvoorbeeld dat iedere vrouw het gevoel van intimidatie wel kent, al is het alleen al de angst ervoor. Toch is het niet zo dat ik alles zelf doorvoel van wat ik speel. Poppie heeft bijvoorbeeld een moeilijke  band met haar moeder. In het repetitieproces vroeg Eric me: “Wat zou je tegen je eigen moeder zeggen als ze hier nu zou zitten?” Toen heb ik gezegd dat ik een hele goede band met mijn eigen moeder heb! Inspiratie zit hem voor mij dan niet in de band met mijn eigen moeder maar meer in een algemener gevoel van niet gezien worden en waar ik dat ik mijn lijf voel. Op toneel beleef ik eigenlijk grotere emoties dan in mijn eigen leven als ik er nu zo over nadenk – haha. Ik huil meer op de vloer dan in het echt.’

Zijn er dingen die je actief moet laten voor je werk?

‘Ik voel altijd grote verantwoordelijkheid moet ik zeggen, een voorbeeld daarvan is dat ik weinig alcohol drink. Je kent toch wel die kater waarin je denkt: jij kan niks? Jij bent lelijk. En met dat gevoel dan een podium op moeten, nee dank je! Ik dronk nooit echt veel hoor, ook hiervoor niet. Maar ik probeer wel echt goed voor mezelf te zorgen omdat ik wil vermijden dat ik met een kutgevoel het podium op moet. Het is echt niet fijn om in de schijnwerpers te staan als je je niet chill voelt over jezelf. Daar staan is al kwetsbaar genoeg. Ik ben mijn mentale gezondheid serieuzer gaan nemen want ik vind mijn werk echt het allerleukste wat er is.’

Kan je iets vertellen over het repetitieproces?

Wat ik cool vind aan hoe we Brown Sugar Baby hebben gemaakt, is dat Eric vaak werkt met improvisatie. Hij zegt dan bijvoorbeeld: “Stel je voor dat deze scène zich hier en nu afspeelt. Stel je voor, we zijn aan het repeteren en twee acteurs komen te laat. Hoe reageer je dan?” Uit dat soort improvisaties komen goede dingen, vooral qua toon, omdat het dan even heel actueel voelt. Aan het einde werkten we zelfs met familieopstellingen. We plaatsten Poppie en haar zussen in de ruimte om hun onderlinge dynamiek te verkennen. Op deze manier repeteren was nieuw voor mij, maar er is goed materiaal uit voortgekomen.’

Als je emotionele scènes speelt, raakt het je dan echt of is dat techniek?

‘Voor de intieme scènes werkte ik samen met een intimiteitscoach. Die zei tijdens de repetitie “Je lichaam weet niet dat je een acteur bent.” Eerst dacht ik: volgens mij heb ik geen intieme scènes die mijn lichaam danig in de war brengen. Wel heb ik scènes waarin ik sta te huilen en schreeuwen. Het liefst hoop ik dat emotie me in die scènes een beetje overkomt, omdat ik het zo waarachtig mogelijk wil overbrengen. Ik word ook vaak geraakt omdat iets plotseling binnenkomt, omdat ik het nog niet zo goed ken. Maar na zo’n repetitiedag ben ik dan wel echt kapot. Ik was bang dat ik me niet elke voorstelling kan laten raken door het verhaal. Eric zei daarover tegen me: “Je hebt genoeg techniek om die waarachtigheid over te brengen zonder dat jij het echt hoeft te voelen, avond na avond”. Dus op die techniek vertrouw ik. Bij de première ontroerde het me overigens wel echt. Daarna voel ik dat dan een tijdje nasudderen in mijn lichaam. Oh ja, dacht ik naderhand, ik snap nu wat de intimiteitscoach bedoelde met die zin: mijn lichaam weet niet dat ik een acteur ben.’

 

‘Brown Sugar Baby’ is nog te zien tot en met 4 juni 2024, zie voor meer informatie de speellijst

Trigger warnings: deze voorstelling bevat een verhaallijn over seksueel misbruik, en er wordt gebruik gemaakt van stroboscopische lichteffecten

Theater / Voorstelling

Oorlogen raken ons allemaal

recensie: Panic Room – Theater Utrecht
Panic Room_16x9 (fotograaf Benning&Gladkova)Benning&Gladkova

‘Het is mijn oorlog. Het is jouw oorlog. Het is onze oorlog.’ De vrouw in de indrukwekkende voorstelling Panic Room van Theater Utrecht bedoelt: oorlogen zijn nooit zomaar ver weg, of lang geleden en daarmee niet jouw probleem. Oorlogen raken ons allemaal, met al hun slachtoffers, vernietiging en ellende.

Benauwd. De man heeft het zo benauwd dat ademhalen moeilijk is. Hij hoest zich de longen uit het lijf. Krimpt in elkaar van de pijn. Jacob Derwig speelt in Panic Room de zieke – naamloze – man die te horen heeft gekregen dat hij zal doodgaan. Hij heeft zich teruggetrokken in zijn afgelegen huis met dichtgetimmerde ramen. Zijn enige gezelschap is een schaap in de voortuin. Maar voordat hij sterft, komt zijn (ex-)geliefde hem nog bezoeken.

Cynisch commentaar

De – naamloze – vrouw voorziet de manier waarop de man leeft van cynisch commentaar, terwijl hij zich naar zijn einde worstelt. Komt ze verhaal halen, na jaren van afwezigheid, en afscheid nemen van de stervende man? Is zij wel echt? Of bestaat ze vooral in zijn hoofd?

Samen halen ze herinneringen op aan de eerste jaren van hun liefde. Tot aan het moment dat de vrouw besluit te gaan werken als oorlogsverslaggever. De man wil haar beletten weg te gaan. Wat volgt is een fysiek gevecht, een dans, een lichamelijke strijd. Gaat ze inderdaad weg, of blijft ze bij hem?

Oorlog en vrede

Panic Room is een voorstelling over leven en dood, over liefde en haat, over vreugde en verdriet. Maar vooral over oorlog, en over vrede. Door de tekst heen zijn juist kinderen het onvermijdelijke slachtoffer van oorlog.

Met dit stuk stellen schrijvers Esther Duysker en Floor Houwink ten Cate alle oorlogen aan de kaak. Ze hebben het niet over één oorlog in het bijzonder. Blauwhelmen (UN-soldaten) passeren de revue, en vrouwen met Arabische namen. Platgebombardeerde steden, lijken in de straten. De tekst is abstract, kaal, bijna zakelijk, maar ook nietsontziend. Bikkelhard en beeldend.

Fysieke strijd

De fenomenale Abke Haring als de vrouw staat voor de dood, in een zwart hemdje en zwarte broek; Jacob Derwig in wit voor het leven. Haring speelt de vrouw cynisch, liefdevol, idealistisch. Derwig zet zeer overtuigend de wanhoop, de verbittering en eenzaamheid van de zieke man neer. Maar hij symboliseert ook ‘de mens’, die blijft vechten tot het einde om in leven te blijven.

De een beschuldigt de ander van roekeloosheid, die ander de een van lafheid. Voor hun gesprekken hebben ze de beschikking over niet meer dan twee stoelen, dichtbij elkaar of juist ver uit elkaar. Regisseur Floor Houwink ten Cate laat haar acteurs hun conflicten ook uiten in fysieke gevechten, die het midden houden dus strijden en dansen. Houwink ten Cate put vooral Derwig lichamelijk uit: met hoesten, rennen, tillen.

Rook

De vormgeving (decorontwerp: Marloes en Wikke) is geraffineerd in zijn eenvoud en effectiviteit. Het decor is een grote, trapeziumvormige witte doos, waarbinnen beweegbare schermen en het licht vlakken openen of juist isoleren. Rook die in de ruimte wordt gebracht, verbeeldt het door oorlog platgeslagen land. Die rook wordt prachtig roze en paars aangelicht, wat een extra beklemmend effect heeft.

In de soundscape (Jimi Zoet en Sander van der Werff) staat het geluid van de uil symbool voor de nacht. De oorlog dreunt, heeft soms een kloppend hart. Het leven en de liefde krijgen warme muziek.

Niet vrijblijvend

Dit is geen vrijblijvende theatertekst. De vraag is: als het ergens oorlog is, ga je dan proberen te helpen, of blijf je in je vreedzame huis? En als je dan gaat, kun je dan wel helpen? Of kun je hooguit het verhaal van die oorlog vertellen, en moet je hoe dan ook machteloos toezien?

Dat onmogelijke dilemma ligt ten grondslag aan de indrukwekkende, ijzersterke, fysieke voorstelling Panic Room van Theater Utrecht. Een oogverblindend mooie aanklacht tegen oorlogvoeren. Actueler kan een theatervoorstelling niet zijn.

 

Tekst: Esther Duysker & Floor Houwink ten Cate
Tekstbijdrage: Abke Haring, Jacob Derwig & Casper Vandeputte
Regie: Floor Houwink ten Cate
Spel: Abke Haring & Jacob Derwig
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Compositie: Jimi Zoet
Kostuumontwerp: Rebekka Wörmann
Decorontwerp: Marloes en Wikke
Lichtontwerp: Varja Klosse
Geluidsontwerp: Sander van der Werff
Lichttechnicus: Mart Hielema

Theater / Voorstelling

In Amsterdam moeten mensen wijken voor geld

recensie: Café 749 – Orkater
Café 749 - fotografie Bas de Brouwer (naamsvermelding altijd verplicht)-67_kleinBas de Brouwer

Voor wie Amsterdam kent als een dure stad van yuppen en expats is Café 749 een goede eyeopener. Aan de hand van het verhaal van de historische figuur Salomon de Miranda brengt Orkater in een rommelige maar charmante voorstelling de geschiedenis van de bíjna jubilerende hoofdstad. Een geschiedenis waarin juist de armoede zwaar weegt.

Amsterdammers zijn niet over één kam te scheren. Er zijn mensen met een dak boven het hoofd en mensen zonder woning. Er zijn rijke, arme, oude en jonge mensen die elkaar maar moeilijk begrijpen, is het uitgangspunt van Café 749.

Monne de Miranda

Amsterdam kende altijd al woningnood, al sinds de zestiende eeuw. Rond 1900 was de situatie zó nijpend, dat grote gezinnen in verkrotte eenkamerwoningen leefden. Wethouder Salomon ‘Monne’ de Miranda (1875-1942), een Sefardische Jood, sprong voor de armen in de bres. Mede door zijn toedoen werden overal in de stad woningbouwprojecten gestart om de ergste nood te lenigen.

Vroeger en nu

Muziektheatergroep Orkater legt de link tussen de huidige situatie en die in de tijd van De Miranda. Daartoe voeren ze de grijze kroegbaas Ben de Mens (Geert Lageveen) op. Zijn café moet wijken voor nieuwbouw. Daarmee verdwijnt een plek waar stamgasten decennialang lief en leed met elkaar deelden. De kroegbaas vertegenwoordigt de oude generatie.
Zijn paniekerige dochter Sara verdient de kost met paaldansen en wil het huis uit. Vanwege de woningnood is dat voor haar onbetaalbaar. Sara (Cripta Scheepers) staat voor de jongvolwassen Amsterdammer die geen woning kan vinden.
Haar oude vriendin Janice (Quiah Shilue) speelt de regisseur die een musical maakt over leven en werken van de socialistische wethouder Monne de Miranda. De stamgasten van de kroeg zijn de acteurs in die musical.

Daar tussendoor zet een groep acteurs de feestelijke en minder feestelijke kanten van de hoofdstad voor jonge Amsterdammers neer. Een koppel dat twijfelt of ze in deze verrotte wereld een kind willen krijgen. Een doorgesnoven yup die zich half in het Engels uitdrukt en die XTC uitdeelt.
En tussen dat alles door sjouwt de oude kroegbaas Ben, die veranderingen met lede ogen aanziet, en hen tevergeefs probeert tegen te houden.

Centrale Markthal

Orkater heeft de prachtige Centrale Markthal uit 1934 op het oude bedrijventerrein aan de Jan van Galenstraat ingericht als een groot uitgevallen café. Er zijn – binnen! – kermistenten die dienst doen als bar, regiecabine en tribune. Er is een hoog podium waarop musici zitten. Het Amsterdams Andalusisch Orkest, aangevuld met onder anderen het multitalent Dafne Holtland, voorziet Café 749 vanaf dat podium van sfeervolle en opzwepende muziek. Ook op dat hoge podium brengen de ‘stamgasten’ de gezongen biografie van De Miranda.
Een grote houten verhoging, midden in de ruimte, doet dienst als laag podium. Daar omheen zitten de toeschouwers op caféstoeltjes en barkrukken.

750-jarig bestaan

Orkater maakt deze voorstelling naar aanleiding van het aanstaande 750-jarig bestaan van Amsterdam. De tekst is geschreven door Leopold Witte (tevens regie) en Geert Lageveen (die ook de kroegbaas speelt). Door én de woningnood aan te kaarten – zowel die van vroeger als de huidige –, én het levensverhaal van Monne de Miranda te vertellen, én de sores van ouderen aan bod te laten komen, én de drugsproblematiek, én de klimaatprotesten, én de twijfels over de toekomst, hinkt Café 749 op erg veel gedachten tegelijk. Daardoor wordt deze vriendelijke, charmante voorstelling onvermijdelijk rommelig.

Plezierig

Plezierig is dat de tekst een heel stel punten van kritiek, of zelfs aanklachten bevat tegen de hedendaagse gang van zaken in Amsterdam. Tegen het gegeven dat mensen moeten wijken voor geld; alles is te koop. Tegen buitenlandse projectontwikkelaars. Tegen het ongebreidelde hedonisme in het clubcircuit. Tegen de manier waarop het vertrouwen van jongeren in de toekomst wordt ondermijnd. Tegen de expats, die het winnen van de gewone Amsterdammers.

Aanrader

Orkater maakte deze voorstelling in een paar weken tijd, met een heleboel medewerkers; en dan ook nog in een markthal waar ze de toeschouwers naartoe moeten brengen met behulp van een treintje vanaf de ingang van het terrein. Maar de sfeer zit er goed in, er is uitstekende muziek, er zijn drankjes. En er zijn vooral zeer bevlogen en gepassioneerde makers. Daarmee is Café 749 ondanks de rommeligheid wel degelijk een serieuze aanrader.

 

Tekst: Leopold Witte, Geert Lageveen
Regie: Leopold Witte
Spel: Geert Lageveen, Cripta Scheepers, Quiah Shilue, Niyazi Güveli, Stijn Schootstra, Lizzy van Vleuten, Danisha Violet Maris, Lowel caron, Hanna Rekveldt en vele anderen

Muziek: Jip van den Dool, Dafne Holtland, Remco Sietsema, Daniel van Huffelen, Hamza Amrani, Dwight Breinburg
Kostuums: Arien de Vries
Decor: Ruben Wijnstok
Lichtontwerp: Stefan Dijkman