Tag Archief van: Theater

Theater / Voorstelling

Vrijheid, verdraagzaamheid en tolerantie zijn het hoogste goed

recensie: Spinoza - de Mokum Musical - NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek
Madam X en SpinozaGergely Ofner

Elke mens is vrij te denken wat die zelf wil, zonder te worden gedwarsboomd of gestraft door de wetten van enigerlei godsdienst of die van de staat. Spinoza – de Mokum Musical zet deze stellingname neer als de basis van de filosofie van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse denker Spinoza.

Spinoza staat te boek als de belangrijkste filosoof die Nederland ooit heeft voortgebracht. Een samenwerkingsverband van NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek maakt over Spinoza en zijn gedachtegoed deze zomer de grote jaarlijkse openluchtvoorstelling in het Amsterdamse Bostheater. Een combinatie van theater, zang, dans en muziek. Deze musical staat vanaf het eerste moment als een huis.

Vluchteling

Amsterdam, de zeventiende eeuw. Het openingsbeeld van Spinoza – de Mokum Musical laat een sekswerker zien, gehuld in (koninklijk) oranje, en rabbijnen in witte gewaden. ‘Gewone’ Amsterdamse Joden kruipen in vieze kleren vanaf alle kanten de speelvloer op: deze mensen zijn als vluchteling naar de stad gekomen, op een gegeven moment. De Amsterdamse Joden beginnen een heftige groepsdans op swingende livemuziek.

Bekeren tot het christendom

We zien een vrouw met haar drie kinderen, te midden van de sluipende Joodse mensen. Die vrouw stelt de moeder voor van Baruch Spinoza (Amsterdam, 1632 – Den Haag, 1677). Zij is een nakomeling van Portugese Joden die uit het zuiden vluchtten, omdat ze onder druk werden gezet zich te bekeren tot het christendom.

Met het gegeven dat het hier gaat om vluchtelingen, is de toon voor de voorstelling gezet: met de situatie tijdens de zeventiende eeuw wordt expliciet verwezen naar die van vandaag.
Deze muziektheatervoorstelling gaat over vluchtelingen die moeilijk een plek kunnen vinden. Over conflicten en oorlogen. Over machtsmisbruik door godsdienstige en wereldlijke leiders. Over het teloorgaan van de democratie. Zelfs de Verenigde Staten van Donald Trump komen voorbij, voor de goede verstaander.

Vrijheid

Het levensverhaal en het gedachtegoed van Spinoza fungeren daarmee vooral als kapstok om het in het theater te hebben over verdraagzaamheid en tolerantie. Over de vrijheid te mogen zijn wie je bent, te mogen denken, te geloven en te zeggen wat je zelf wilt. En Spinoza – de Mokum Musical bevraagt hedendaagse slagvelden. Daarmee is dit geen exacte biografie van de filosoof.

Gay

Met het werkelijke levensverhaal van Spinoza nemen de tekstschrijvers het niet zo heel nauw. Zo kwam hij niet met zijn moeder en zussen per schip aan in Nederland: hij is in Amsterdam geboren. In het Bostheater is Spinoza expliciet gay. Feit is dat de historische figuur Spinoza niet getrouwd was en geen nakomelingen had. Over eventuele relaties is niets bekend. Er is inderdaad een biograaf die suggereert dat hij mogelijk gay was, maar dat is allesbehalve zeker.
Niettemin: in een voorstelling die het accent legt op mogen zijn wie je bent, op vrijheid van denken en doen, is het charmant de filosoof queer te laten zijn.

Bento

De echte Baruch Spinoza was van Joods-Portugese komaf. De Latijnse versie van zijn naam was Benedictus de Spinoza, in het dagelijks gebruik ingekort tot ‘Bento’ en zo heet Spinoza in het Amsterdamse Bos ook.
Spinoza krijgt het aan de stok met de joodse hoogwaardigheidsbekleders van Amsterdam, omdat hij al als adolescent stelt dat de geschriften in de Thora, het heilige boek van de joden, nooit afkomstig kunnen zijn van een god, maar gewoon zijn bedacht door mensen. Spinoza zet zich daarnaast af tegen de joodse voorschriften rondom eten en drinken. Hij ontwikkelt gaandeweg zijn eigen filosofie, die we kennen als het rationalisme. Daarmee is hij een van de eerste filosofen van de Verlichting. Die gaat uit van de rede, van het menselijk verstand, van de kennis die we opdoen met behulp van wetenschappelijk onderzoek.

Op een goed moment wordt deze godslasterlijke filosoof door de Amsterdamse Joodse gemeenschap in de ban gedaan. Daarna verlaat Baruch Spinoza Amsterdam en zwerft van stad naar stad. De kost verdient hij niet met zijn filosofische geschriften, maar met het slijpen van lenzen. Doordat het stof dat daarbij vrijkomt in zijn longen terechtkomt, wordt hij ziek. Hij sterft daaraan in 1677 in Den Haag. Zijn belangrijkste werk, de Ethica, wordt pas na zijn dood gepubliceerd.

Verstrooid

De makers van Spinoza – de Mokum Musical maken van de filosoof een rechtlijnig man die met iedereen ruzie krijgt, omdat hij niet van zijn standpunten wil afwijken. Olaf Ait Tami zet Bento enerzijds gepassioneerd, anderzijds nogal verstrooid neer, als een boekenwurm die niet helemaal doorheeft wat er in zijn dagelijkse omgeving gebeurt.

Zijn naaste verwanten zijn zijn zussen Rebecca en Miriam. Terwijl Rebecca (Sarah Janneh) trouwt met rabbijn Samuel de Casseres, en dus steil is in de joodse leer, is Miriam (Nimuë Walraven) het eigenlijk eens met broer Bento. (Nota bene: in de echte geschiedenis trouwt Samuel de Casseres met Miriam – maar vooruit).
Omdat de diepgelovige rabbijn door dat huwelijk zijn zwager is geworden, vervreemdt Bento ook nog van zijn familie.

Nachtvlinder

De enige gemeenschap die hem echt omarmt, is die van de vrouwen en mannen van lichte zeden en die van de achterkamertjes. Die gemeenschap wordt hier vooral vertegenwoordigd door de flamboyante nachtvlinder Madame X (een geestige, scherpe en sarcastische Malou Gorter). Madame X is gehuld in een oranje kimono, met eromheen een lap met een vlinder erop geprint. De vlinder staat hier voor vrijheid, voor kunnen wegvliegen.
In die tolerante wereld wordt Bento verliefd op Simon (Joes Brauers). Maar zelfs Simon moet het afleggen tegen het werk aan zijn filosofische geschriften.

Wat Spinoza’s gedachten en filosofieën over vrijheid, godsdienst en tolerantie in grote lijnen inhouden, wordt in fragmenten door verschillende spelers uitgesproken. Die teksten zijn soms wat cryptisch, breedvoerig en bovendien worden sommige herhaald. Dat is jammer, want daardoor wordt deze oogstrelende voorstelling onvermijdelijk een lange zit.

Spectrum

In het Amsterdamse Bostheater zetten NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek dit verhaal neer in een decor dat opgebouwd is uit talloze steigerbuizen, die voornamelijk schuin zijn geplaatst. In de achterwand is een verhoogd podium gebouwd voor de musici van HIIIT & Het Muziek. Zij hebben een enorm spectrum aan muziekstijlen in petto, waaronder op Joodse klezmer geïnspireerde melodieën.

In het midden van de speelvloer staat een groot zwart decorblok, waarop sleutelscènes zich afspelen. Aan weerszijden van de speelvloer hangen tussen de steigerbuizen plateautjes waarop individuele spelers en zangers staan, zingen en dansen.

Ballon

De dansers van NITE + Club Guy & Roni vormen een soort Grieks koor, dat voortdurend commentaar levert op de handeling. Zij voeren solo’s en groepsballetten uit (choreografie: Roni Haver) en ze nemen veel liedjes voor hun rekening.
Een opvallend element in een aantal van de kostuums (kostuums: Benji Nijenhuis) is een soort dekbedhoes die in de breedte wordt gedragen. Zo’n hoes bolt tijdens het lopen onvermijdelijk op tot een enorme ballon. Extra fraai is wanneer die ballonnen ook nog zijn bedrukt met grote vlinders, die de vrijheid benadrukken.

De uitgekiende ensembleregie van Guy Weizman smelt deze mengelmoes van spelers, dansers en musici samen tot een zinvolle en meeslepende belevenis.

Tekst: Rik van den Bos, Marieke van Veen, Lev Avitan
Liedteksten: Guy Weizman
Choreografie: Roni Haver
Compositie: David Dramm, Pink Oculus
Muzikanten: Angelo Ursini (klarinet/saxofoon/fluiten), Giordano Mor (trombone), Karima El Fillali (zang), Al Mutasim Billah Hasan (ney/oud/toetsen), Niels Meliefste (slagwerk), Noa Eyl (viool), Zofia Sofinka Imiela (toetsen/zangcoach) 
Decor: Ascon de Nijs
Kostuums: Benji Nijenhuis 
Licht: Maarten van Rossem

Theater / Voorstelling

Vrijheid, verdraagzaamheid en tolerantie zijn het hoogste goed

recensie: Spinoza - de Mokum Musical - NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek
Madam X en SpinozaGergely Ofner

Elke mens is vrij te denken wat die zelf wil, zonder te worden gedwarsboomd of gestraft door de wetten van enigerlei godsdienst of die van de staat. Spinoza – de Mokum Musical zet deze stellingname neer als de basis van de filosofie van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse denker Spinoza.

Spinoza staat te boek als de belangrijkste filosoof die Nederland ooit heeft voortgebracht. Een samenwerkingsverband van NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek maakt over Spinoza en zijn gedachtegoed deze zomer de grote jaarlijkse openluchtvoorstelling in het Amsterdamse Bostheater. Een combinatie van theater, zang, dans en muziek. Deze musical staat vanaf het eerste moment als een huis.

Vluchteling

Amsterdam, de zeventiende eeuw. Het openingsbeeld van Spinoza – de Mokum Musical laat een sekswerker zien, gehuld in (koninklijk) oranje, en rabbijnen in witte gewaden. ‘Gewone’ Amsterdamse Joden kruipen in vieze kleren vanaf alle kanten de speelvloer op: deze mensen zijn als vluchteling naar de stad gekomen, op een gegeven moment. De Amsterdamse Joden beginnen een heftige groepsdans op swingende livemuziek.

Bekeren tot het christendom

We zien een vrouw met haar drie kinderen, te midden van de sluipende Joodse mensen. Die vrouw stelt de moeder voor van Baruch Spinoza (Amsterdam, 1632 – Den Haag, 1677). Zij is een nakomeling van Portugese Joden die uit het zuiden vluchtten, omdat ze onder druk werden gezet zich te bekeren tot het christendom.

Met het gegeven dat het hier gaat om vluchtelingen, is de toon voor de voorstelling gezet: met de situatie tijdens de zeventiende eeuw wordt expliciet verwezen naar die van vandaag.
Deze muziektheatervoorstelling gaat over vluchtelingen die moeilijk een plek kunnen vinden. Over conflicten en oorlogen. Over machtsmisbruik door godsdienstige en wereldlijke leiders. Over het teloorgaan van de democratie. Zelfs de Verenigde Staten van Donald Trump komen voorbij, voor de goede verstaander.

Vrijheid

Het levensverhaal en het gedachtegoed van Spinoza fungeren daarmee vooral als kapstok om het in het theater te hebben over verdraagzaamheid en tolerantie. Over de vrijheid te mogen zijn wie je bent, te mogen denken, te geloven en te zeggen wat je zelf wilt. En Spinoza – de Mokum Musical bevraagt hedendaagse slagvelden. Daarmee is dit geen exacte biografie van de filosoof.

Gay

Met het werkelijke levensverhaal van Spinoza nemen de tekstschrijvers het niet zo heel nauw. Zo kwam hij niet met zijn moeder en zussen per schip aan in Nederland: hij is in Amsterdam geboren. In het Bostheater is Spinoza expliciet gay. Feit is dat de historische figuur Spinoza niet getrouwd was en geen nakomelingen had. Over eventuele relaties is niets bekend. Er is inderdaad een biograaf die suggereert dat hij mogelijk gay was, maar dat is allesbehalve zeker.
Niettemin: in een voorstelling die het accent legt op mogen zijn wie je bent, op vrijheid van denken en doen, is het charmant de filosoof queer te laten zijn.

Bento

De echte Baruch Spinoza was van Joods-Portugese komaf. De Latijnse versie van zijn naam was Benedictus de Spinoza, in het dagelijks gebruik ingekort tot ‘Bento’ en zo heet Spinoza in het Amsterdamse Bos ook.
Spinoza krijgt het aan de stok met de joodse hoogwaardigheidsbekleders van Amsterdam, omdat hij al als adolescent stelt dat de geschriften in de Thora, het heilige boek van de joden, nooit afkomstig kunnen zijn van een god, maar gewoon zijn bedacht door mensen. Spinoza zet zich daarnaast af tegen de joodse voorschriften rondom eten en drinken. Hij ontwikkelt gaandeweg zijn eigen filosofie, die we kennen als het rationalisme. Daarmee is hij een van de eerste filosofen van de Verlichting. Die gaat uit van de rede, van het menselijk verstand, van de kennis die we opdoen met behulp van wetenschappelijk onderzoek.

Op een goed moment wordt deze godslasterlijke filosoof door de Amsterdamse Joodse gemeenschap in de ban gedaan. Daarna verlaat Baruch Spinoza Amsterdam en zwerft van stad naar stad. De kost verdient hij niet met zijn filosofische geschriften, maar met het slijpen van lenzen. Doordat het stof dat daarbij vrijkomt in zijn longen terechtkomt, wordt hij ziek. Hij sterft daaraan in 1677 in Den Haag. Zijn belangrijkste werk, de Ethica, wordt pas na zijn dood gepubliceerd.

Verstrooid

De makers van Spinoza – de Mokum Musical maken van de filosoof een rechtlijnig man die met iedereen ruzie krijgt, omdat hij niet van zijn standpunten wil afwijken. Olaf Ait Tami zet Bento enerzijds gepassioneerd, anderzijds nogal verstrooid neer, als een boekenwurm die niet helemaal doorheeft wat er in zijn dagelijkse omgeving gebeurt.

Zijn naaste verwanten zijn zijn zussen Rebecca en Miriam. Terwijl Rebecca (Sarah Janneh) trouwt met rabbijn Samuel de Casseres, en dus steil is in de joodse leer, is Miriam (Nimuë Walraven) het eigenlijk eens met broer Bento. (Nota bene: in de echte geschiedenis trouwt Samuel de Casseres met Miriam – maar vooruit).
Omdat de diepgelovige rabbijn door dat huwelijk zijn zwager is geworden, vervreemdt Bento ook nog van zijn familie.

Nachtvlinder

De enige gemeenschap die hem echt omarmt, is die van de vrouwen en mannen van lichte zeden en die van de achterkamertjes. Die gemeenschap wordt hier vooral vertegenwoordigd door de flamboyante nachtvlinder Madame X (een geestige, scherpe en sarcastische Malou Gorter). Madame X is gehuld in een oranje kimono, met eromheen een lap met een vlinder erop geprint. De vlinder staat hier voor vrijheid, voor kunnen wegvliegen.
In die tolerante wereld wordt Bento verliefd op Simon (Joes Brauers). Maar zelfs Simon moet het afleggen tegen het werk aan zijn filosofische geschriften.

Wat Spinoza’s gedachten en filosofieën over vrijheid, godsdienst en tolerantie in grote lijnen inhouden, wordt in fragmenten door verschillende spelers uitgesproken. Die teksten zijn soms wat cryptisch, breedvoerig en bovendien worden sommige herhaald. Dat is jammer, want daardoor wordt deze oogstrelende voorstelling onvermijdelijk een lange zit.

Spectrum

In het Amsterdamse Bostheater zetten NITE + Club Guy & Roni, HIIIT & Het Muziek dit verhaal neer in een decor dat opgebouwd is uit talloze steigerbuizen, die voornamelijk schuin zijn geplaatst. In de achterwand is een verhoogd podium gebouwd voor de musici van HIIIT & Het Muziek. Zij hebben een enorm spectrum aan muziekstijlen in petto, waaronder op Joodse klezmer geïnspireerde melodieën.

In het midden van de speelvloer staat een groot zwart decorblok, waarop sleutelscènes zich afspelen. Aan weerszijden van de speelvloer hangen tussen de steigerbuizen plateautjes waarop individuele spelers en zangers staan, zingen en dansen.

Ballon

De dansers van NITE + Club Guy & Roni vormen een soort Grieks koor, dat voortdurend commentaar levert op de handeling. Zij voeren solo’s en groepsballetten uit (choreografie: Roni Haver) en ze nemen veel liedjes voor hun rekening.
Een opvallend element in een aantal van de kostuums (kostuums: Benji Nijenhuis) is een soort dekbedhoes die in de breedte wordt gedragen. Zo’n hoes bolt tijdens het lopen onvermijdelijk op tot een enorme ballon. Extra fraai is wanneer die ballonnen ook nog zijn bedrukt met grote vlinders, die de vrijheid benadrukken.

De uitgekiende ensembleregie van Guy Weizman smelt deze mengelmoes van spelers, dansers en musici samen tot een zinvolle en meeslepende belevenis.

Tekst: Rik van den Bos, Marieke van Veen, Lev Avitan
Liedteksten: Guy Weizman
Choreografie: Roni Haver
Compositie: David Dramm, Pink Oculus
Muzikanten: Angelo Ursini (klarinet/saxofoon/fluiten), Giordano Mor (trombone), Karima El Fillali (zang), Al Mutasim Billah Hasan (ney/oud/toetsen), Niels Meliefste (slagwerk), Noa Eyl (viool), Zofia Sofinka Imiela (toetsen/zangcoach) 
Decor: Ascon de Nijs
Kostuums: Benji Nijenhuis 
Licht: Maarten van Rossem

Theater / Voorstelling

Een familie is als een oude draaimolen: ze draait ondanks alles door

recensie: Carrousel – Vis à Vis
Theatergezelschap Vis à Vis - Carrousel - Fotografie Marinus Vroom-5Marinus Vroom

Een heuse kermis, inclusief reuzenrad en schiettent, is verrezen op het grootse speelveld van theatergroep Vis à Vis in Almere. Centraal staat een prachtige maar krakkemikkige draaimolen, steeds opnieuw opgeknapt door de Surinaamse familie die hem bezit. Het draaiende houden van die antieke molen in het theaterspektakel Carrousel kun je zien als een metafoor voor een familie, waarin generatie na generatie moet zorgen voor vernieuwing en voortgang.

Wat is ouderwetser dan een draaimolen op de kermis aan de praat houden? Daar zit toch geen toekomst in?!
Het ding is van de Surinaamse Nederlander Ewald (Ruurt de Maesschalck). Zijn vader (‘Opa’) heeft het gevaarte lang geleden zelf gebouwd. Maar de draaimolen heeft zijn beste tijd gehad. Het oude barrel is om de haverklap stuk, en in het ergste geval komt er rook uit, of slaan de vlammen eruit.

Toch is de bedoeling dat die draaimolen binnenkort zal overgaan naar alweer de volgende generatie: de 25-jarige dochter Frida. Zij heeft twee rechterhanden en verstand van techniek: ideaal om een hoogbejaarde draaimolen keer op keer te repareren. Maar Frida is net klaar met haar studie en niet van plan haar leven te slijten op de kermis.

Generatieconflict

Komt bij dat de vileine, achterbakse directeur van de kermis, Berto, aast op de toplocatie die de draaimolen inneemt. Dus die is het ding liever kwijt dan rijk.
Die directeur heeft op zijn beurt een dochter, Lucky. Zij onderhoudt het versleten reuzenrad en ze maakt suikerspinnen.
Vader Berto (Rutger Buiter) wil Lucky graag aan zijn kant in de strijd om de draaimolen, maar Lucky wil geen ruzie, zij is liever gelukkig dan rijk. Ook daar speelt een generatieconflict.

Dit is in een notendop de plot van Carrousel. Om deze twee vader-dochterkoppels heen cirkelen de figuren van diverse Surinaamse voorouders van Frida. Daarmee zijn het doorgeven van het stokje, het waarderen van je familie en waar die voor staat de belangrijkste thema’s van deze voorstelling. Weet waar je vandaan komt, wie jou voorgingen en laat dat meewegen in het antwoord op de vraag waar je zelf naartoe wilt.

Hoogstandjes

Theatergroep Vis à Vis heeft een stevige reputatie opgebouwd als maker van familievoorstellingen in de open lucht, op het eigen terrein bij het Almeerderstrand. Daarbij draait het niet alleen om het stuk, om het verhaal, maar zeker ook om het visuele aspect: mooie kostuums, goed licht, meeslepende livemuziek. Om spektakel: het geheime wapen van Vis à Vis is een stevig team van technisch behendige bouwers die in staat zijn tot mooie en verrassende technologische hoogstandjes. Het resultaat zijn vrolijke, feestelijke, spectaculaire voorstellingen.

Miniatuurhuis

Dat geldt zeker voor Carrousel. De spectaculaire draaimolen die het middelpunt vormt van deze voorstelling heeft twee verdiepingen. De onderste is de feitelijke draaimolen met zes draaimolenfiguren, waarvan de opvallendste figuur een roofdier is dat over een hoge kraag van riet heen springt. De bovenste verdieping is een miniatuurhuis waarin de Surinamer Ewald woont; daar is ook een plekje voor zijn dochter.
De draaimolen heeft rijen lichtjes, mooie beschilderingen en kan echt draaien. Met behulp van rook en vuur wordt verbeeld hoe slecht het oude beestje eraan toe is.

Orkest

Mooie technische stunt is ook een soort zweefmolen die hangt aan een zeer hoge bouwkraan. Vandaar daalt het driekoppige orkest neer, dat voor virtuoze livemuziek zorgt vanuit het ‘kassa’-gebouw. Vooral de vaardige slagwerker Clara de Mik houdt de stemming er goed in.
Vanuit die hoge bouwkraan daalt ook de Surinaamse voormoeder Oma Joosje (de fantastische zangeres Susan Malaika Bailey) neer, gekleed in een fraaie traditionele jurk, uitgevoerd in wit, en gecompleteerd met een enorme hoed.

Voormoeder

Het script (tekst: Jibbe Willems) is niet ijzersterk en soms lastig te begrijpen. Het duurt bijvoorbeeld lang voordat de familieverhoudingen duidelijk zijn. Zo lijkt het een tijdje alsof de twee ‘oudere’ Surinamers de moeder en vader zijn van de draaimolenman. Na verloop van tijd blijkt echter dat Oma Joosje, de voormoeder van de overige Surinamers, niet de vrouw is van ‘Opa’, maar zijn moeder.
Mogelijk is dat sneller duidelijk voor mensen die Sranantongo begrijpen: Oma Joosje spreekt ‘Opa’ aan met ‘mi boy’: mijn jongen. Het zou kunnen dat Surinaamse moeders hun zoon zo aanspreken.
De geest van die ‘Opa’ (Erwin Boschmans) spookt rond over de kermis.

De rode draad, hoe gaan generaties om met elkaar en met het familiale erfgoed, leidt wel tot brede filosofieën in de tekst, maar niet tot een soort conclusie over wat te doen met dat erfgoed. Gevolg is dat bijvoorbeeld het einde vaag blijft.

Tulpen kietelen

Fijn in de tekst is de verzameling nonsens-woorden die Frida bezigt om gereedschap mee aan te duiden dat ze nodig heeft om de kapotte draaimolen mee te repareren.
Grappig is ook de reeks smoezen die de luie kermisdirecteur heeft om onder klusjes uit te komen, zoals ‘ik moet de tulpen nog kietelen’.
Reuzenrad-dochter Lucky schiet te hulp wanneer de draaimolen-familie in de problemen is onder het motto: ‘Wij zijn kermis, kermis helpt elkaar.’

Verdieping

De tekst is goeddeels opgebouwd uit dialogen. Regisseur Gerold Guthman kiest ervoor vooral die twee acteurs die tekst hebben dan ook te laten spelen, de overigen hebben dan feitelijk geen rol. Dat is jammer; de niet-sprekende acteurs in karakter laten blijven, had kunnen bijdragen aan verdieping van Carrousel en de humor een steuntje in de rug kunnen bieden.

In de cast valt vooral de acrobatische Lotte Rischen op als Lucky, de dochter van de kermisdirecteur. Rischen laat een mooie combinatie zien van heldere tekstbehandeling en het spelen van een jonge vrouw die ploetert om haar kermisbestaan zin te geven.

Verwachtingen

Deze voorstelling is misschien niet bedoeld om een sterke plot over te dragen, maar meer om de intentie te benoemen. Wanneer mensen van land naar land migreren, is het lastig zowel om te aarden als om de oude tradities in ere te houden. Plus: generaties kunnen verwachtingen van elkaar hebben waar ze wederzijds niet aan kunnen of willen voldoen.

Carrousel mag als toneelstuk wat haken en ogen hebben, de geestige, spectaculaire voorstelling is een lust voor het oog en erg grappig, en gaat daarom recht naar het hart.

Script: Jibbe Willems
Componist: Stijn Hoes
Muziek: Stijn Hoes, Erik Hofland, Clara de Mik
Decorontwerp: Douwe Hibma en Jan Willem van der Schoot
Kostuumontwerp: Nicky Nina de Jong

Theater / Voorstelling

Wanhopige strijd tegen de eigen demonen

recensie: De architect – ITA Ensemble/Rebecca Frecknall
DA_FABIAN CALIS_27-05-2026_7987Fabian Calis

De oudere generatie vecht snoeihard om haar leidende positie te behouden: door hard te schreeuwen, tegen te werken, te manipuleren, desnoods door te liegen. De jonge garde staat niettemin te trappelen om het stokje over te nemen. Deze concurrentiestrijd is het centrale thema van De architect van ITA Ensemble. De weerstand van de ouderen is bij voorbaat kansloos: de jongere generatie laat zich uiteindelijk niet tegenhouden.

‘Denk je dat het gaat onweren?’ vraagt Katelyn aan haar verloofde Gideon, terwijl de regen over de ramen gutst. Het slechte weer voorspelt onheil in De architect. En ‘Onheil’ is de middelste naam van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen, op wiens Bouwmeester Solness (1892) dit stuk van ITA Ensemble is gebaseerd.

Toparchitect

De Britse regisseur en tekstbewerker Rebecca Frecknall actualiseerde het stuk en boog het om naar een situatie die meer van nu is. De toparchitect van de gevestigde generatie is geen oudere man, zoals bij Ibsen, maar een oudere vrouw: Solness wordt Sela, die haar strepen als bouwmeester ruimschoots heeft verdiend. Sela is getrouwd met een vrouw: Aline.

Toekomst

De nieuwe generatie in De architect wordt om te beginnen vertegenwoordigd door de enthousiaste, getalenteerde Gideon. Hij is bouwkundig tekenaar: een treetje lager dan architect. Toch hoopt hij snel de leiding over het architectenbureau te kunnen overnemen van zijn baas Sela.
Gideon en Katelyn zijn dolverliefd en verwachtingsvol over de toekomst. Katelyn (Ilke Paddenburg) is bovendien zwanger: alweer een nieuwe generatie is in aantocht.

Maar als Sela binnenkomt, slaat de stemming onmiddellijk om. Sela blaast hoog van de toren. Ze is autoritair, dominant, schreeuwt, valt iedereen in de rede. Het is wel duidelijk wie hier de ster-bouwmeester is. Gideon (Sanne den Hartogh) laat zich met een geknakt nekje de mantel uitvegen, omdat hij het heeft gewaagd ongevraagd initiatief te tonen.

Zwakte

Het hele kantoor danst vooralsnog naar Sela’s pijpen. Gideon en Katelyn, maar ook de dokter, Herdal, die kind aan huis is. Echtgenote Aline is de enige die Sela van repliek durft te dienen.
Aline heeft echter haar eigen zwakte: Sela en Aline hebben samen een zoon gehad, Jonas, die zelfmoord heeft gepleegd. Het lukt Aline niet zijn dood te verwerken. Ze verdrinkt haar verdriet, heeft te allen tijde een glas wijn in de hand.

Affaire

De plotwending die er vanaf het begin aan zit te komen, wordt veroorzaakt door de jonge vrouw Hilde (Eefje Paddenburg). Druipnat maakt zij vanuit het noodweer haar entree. Hilde mag blijven logeren, besluiten de bewoners. De natte jurk gaat uit, ze krijgt droge kleren die van de overleden zoon zijn geweest.
Hilde wacht tot ze met Sela alleen is om aan de oudere vrouw uit te leggen dat zij elkaar allang kennen: toen Hilde een 15-jarig meisje was, en Sela al een gearriveerde architect, hebben de twee een geheime affaire gehad. Sela heeft die achter zich gelaten, maar voor Hilde was ze belangrijk.

Op onheil hebben Scandinavische toneelschrijvers het patent; zo ook in dit stuk. Niet Gideon, maar Hilde leidt Sela naar de afgrond. De oude garde gaat niet ten onder aan de strijd om vakmanschap, maar aan de liefde.

Demoon

Dit roept de vraag op wie de jonge vrouw Hilde eigenlijk is. Het openingsbeeld van deze voorstelling laat Hilde zien die zwijgend over het lange bureau van Sela heen loopt: bij wijze van vooraankondiging van de ‘geest’ die met haar zal verschijnen. Op dat moment is Hilde er dus nog niet.

Wanneer ze verderop in het stuk alleen zijn, herinnert Hilde Sela eraan dat de oudere vrouw ooit heeft gezegd dat zij een kenmerk delen: ze dragen allebei een ‘demoon’. Het woord verwijst naar een mythisch wezen tussen mens en godheid in. Je kunt je daarmee zelfs afvragen of in de interpretatie van Frecknall Hilde ‘als mens’ wel bestaat, of dat ze een soort geest is die de boel definitief uit balans brengt.

Frecknall laat Sela en Hilde een lange dialoog aangaan, zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, ieder aan een uiterste van de speelvloer. Daarbij krimpt Sela in elkaar en klimt Hilde overal bovenop. Een mogelijke interpretatie van deze enscenering is dat Sela een innerlijke strijd voert – met zichzelf dus.

Buik-boks

Regisseur Frecknall kiest bijna per personage voor een andere speelstijl. Marieke Heebink zet Sela grotesk neer, tegen het clowneske aan, met grote gebaren en een opgezette borst. Tot intimiteit is deze Sela niet in staat: ze geeft huisarts Herdal (Eelco Smits) een soort buik-boks bij wijze van knuffel.

De Hilde van Eefje Paddenburg praat tamelijk monotoon, steeds op ongeveer hetzelfde volume en dezelfde toonhoogte; enigszins gekunsteld. Ze klimt boven op tafels, op de bank, plaatst een voet ín een maquette van Sela. Ze zet een soort elfje neer dat boven de materie zweeft.

Cynisch

Opvallend sterk en consistent is Janni Goslinga als Aline, de alcoholische, rouwende echtgenote. Ze redeneert, discussieert, vleit, is cynisch; en prikt met haar analyses de ballon van ongevoeligheid van Sela door.

Mooi is ook Sanne den Hartogh als de ambitieuze jongere concurrent. Den Hartogh pocht als Sela er niet is en is kruiperig wanneer ze er wél is.

Huisarts Herdal en de zwangere Katelyn krijgen van Frecknall weinig diepgang of kleur, behalve om Sela zich superieur te laten voelen aan deze personages.

Poppenhuis

Buitengewoon fraai is het decor (scenografie: Chloe Lamford). Dat houdt het midden tussen een hyperrealistische ruimte en een poppenhuis. Het stelt een architectenbureau voor, vol designmeubelen en maquettes. Een transparante ruimte met hoge ramen, opdat de tekenaars veel licht op hun werk zullen hebben.
De hal van het huis gaat schuil achter een halve wand van losse verticale latten waartussen ruimte is gelaten. Zo kunnen binnenkomende of vertrekkende personages aanwezig zijn, stiekem meekijken en -luisteren zonder dat de mensen in de kantoorruimte doorhebben dat ze er zijn.

Vaart

Makke aan De architect is dat het geheel nogal onevenwichtig is. De start is vliegend, sterk, snel, bevlogen. Maar vanaf het moment dat Hilde met haar ‘demoon’ binnen is, verliest de voorstelling aan vaart, waardoor ze uiteindelijk zelfs een beetje begint te slepen.
Zoals we bij Frecknall wel vaker horen, maakt ze ook in De architect gebruik van een erg aanwezige soundscape, met alles van strijkers tot een mechanische beat (geluidsontwerp: George Dennis).

De architect is een voorstelling die niet helemaal strak in haar vel zit, maar wel een met een fijne ondertoon: oudere generaties moeten jongere op een goed moment de ruimte gunnen.

Tekst naar: Henrik Ibsen – Bouwmeester Solness
Scenografie: Chloe Lamford
Kostuumontwerp: An D’Huys
Lichtontwerp: Jack Knowles
Geluidsontwerp: George Dennis

Theater / Voorstelling

Bij voorbaat kansloos

recensie: Het incident – ITA Ensemble
HET INCIDENT_PERS_FEE GOLIN--2Fee Golin

Discriminatie en racisme zijn vandaag de dag zó vanzelfsprekend, dat we vaak niet eens doorhebben hoe bepalend ze zijn. De slachtoffers voelen dat des te beter. Zo ook de scholier Guadalupe in de solovoorstelling Het incident van ITA Ensemble. Hoewel intelligent, is het meisje door haar achtergrond en kleur bij voorbaat gedoemd tot mislukken.

Vijftien jaar is ze, nog net geen zestien, het meisje dat met een joekel van een blauw oog en een hechting in haar wenkbrauw moet verschijnen bij de rector en de zogeheten zorgcoördinator. De vraag is hoe deze scholier ertoe is gekomen een lelijk misdrijf te plegen. Wat is er aan het incident voorafgegaan, wat speelt er allemaal in zo’n leven? Wat gaat er in haar hoofd om, en waarom is dat zo?

Wanhoop

Als antwoord op deze vragen springt Guadalupe, gespeeld door June Yanez, om te beginnen twee maanden terug in de tijd. In korte, heftige, maar ook gevoelige en grappige scènes schetst Guadalupe het beeld van de omstandigheden en gebeurtenissen die haar uiteindelijk tot wanhoop hebben gedreven.

Een vader heeft ze niet, moeder is afwezig, thuis heeft ze een klein zusje. Het belangrijkste deel van haar leven speelt zich af op school. Guadalupe zou het in principe ver kunnen schoppen. Maar ondanks haar intelligentie wordt haar schoolcarrière een mislukking. Ze wordt steeds van school gestuurd, totdat ze in het afvoerputje van het systeem terecht is gekomen: ‘Dit is de plek waar je heen gaat als geen school je meer wil hebben.’ Daar raakt ze in de problemen doordat ze hardnekkig te laat komt. En regels zijn regels, wie te laat komt, krijgt straf.

Beperking

June Yanez heeft als speelvlak niet meer dan een grote grijze kubus van één kubieke meter tot haar beschikking. De hele voorstelling speelt zich af boven op die kubus. Daarop staat, danst, ligt, kruipt, hurkt Yanez, gehuld in zwarte kleren.

De afbakening van die kubus dwingt de acteur tot samengebald spel, klein maar heftig, maar de beperking staat ook voor de kleine wereld waarin Guadalupe leeft en waaraan ze zich niet kan onttrekken.

Rijke bitch

Het stuk is vormgegeven als één lange monologue intérieur. Daarin vertelt Guadalupe haar verhaal. Met de kin op de borst kijkt ze van onder haar wenkbrauwen de wereld in. Aanvallend, maar ook kwetsbaar, angstig, onzeker. Daarnaast zet Guadalupe negen andere personages neer: vriendinnen, klasgenoten, leraren, haar zusje, de kleuterjuf, kennissen. Ieder personage heeft een eigen lichaamstaal, gelaatsuitdrukking, stembuiging.
Zo beeldt ze de bekakte moeder van een rijke vriendin uit. Die moeder wil de jongelui die bij haar kind op bezoek zijn zicht op beeldende kunst bijbrengen. In een minuut tijd, met slechts een paar gebaren, gelaatsuitdrukkingen en stembuigingen, maakt Yanez van deze vrouw een onuitstaanbare rijke bitch die uiteraard makkelijk praten heeft tegen de kansloze pubers.

Straattaal

Yanez schakelt als een razende van personage naar personage. Van monoloog naar dialoog, of zelfs naar een gesprek met drie mensen plus haar moeder op FaceTime op een denkbeeldige telefoon. Van Standaardnederlands naar straattaal, zelfs naar Frans.

Gaandeweg ontrolt zich het verhaal van een meisje dat op het eerste gezicht een grofgebekte rotpuber is met lak aan regels, maar dat in werkelijkheid bang is, eenzaam en machteloos. Ze zit zodanig klem in de omstandigheden waarin ze moet functioneren, dat ze zich onmogelijk ‘normaal’ kan ontwikkelen, laat staan floreren of zelfs excelleren.

Veelzijdig

Het grote talent June Yanez (°1997), nieuwe aanwinst van ITA Ensemble, gaat in de regie van Zephyr Brüggen tot het uiterste. Brüggen staat bekend om haar zeer lijfelijke ensceneringen, waarin ruimte is voor humor, en waarin schijnbare chaos uiteindelijk toch leidt tot een rond verhaal. In Yanez treft zij een veelzijdige, gedreven acteur, die op het manische af in staat is elk denkbaar personage razendsnel geloofwaardig en zelfs geestig neer te zetten.

Aanklacht

Deze tekst van Leila Sahir is geïnspireerd door de HUMAN documentaireserie Klassen van Sarah Sylbing en Ester Gould, over kansarme scholieren in Amsterdam Noord.
Het incident is – onder de bovenlaag van een klein, persoonlijk verhaal – een maatschappelijke aanklacht tegen een wereld waarin ‘wit en kapitaalkrachtig’ bij voorbaat met 1-0 voorstaat, ten koste van ‘van kleur en arm’. Het is een aanklacht tegen het rigide schoolsysteem, waarin regels belangrijker zijn dan leerlingen en hun persoonlijke drijfveren. Structureel onbegrip kan een mens tot ernstige daden drijven.

Meer oog voor de situatie waarin zulke jongeren zitten is nodig. Misschien lijken ze lastig en onhandelbaar, maar oordeel niet voordat je weet wat er misschien allemaal achter hun daden zit.

Tekst: Leila Sahir
Lichtontwerp: Xenia Filimonova
Geluid: Jonathan Salas

Theater / Voorstelling

Vruchtbare kruisbestuiving tussen ballet en streetdance

recensie: GRIMM (8+) – Junior Company van Het Nationale Ballet & ISH Dance Collective
2605 NOB ISH GRIMM ©MichelSchnater 0016Michel Schnater

Zeg ‘Grimm’ en je zegt sprookjes. Veel sprookjes van de Duitse gebroeders Grimm zijn inmiddels gebruikt voor klassieke balletten. ISH Dance Collective en de Junior Company van het Nationale Ballet blazen daar nu een frisse wind doorheen met hún versie. In de sterke en grappige familievoorstelling GRIMM klutsen ze een heel stel sprookjes door elkaar, gedanst op een swingende soundscape van geluidsontwerper Scanner.

De setting is het schemergebied tussen realiteit en fantasie. Broers Jack (Lars de Vos) en Will (Jenson Blight) zitten op twee rode zitzakken met hun rug naar de zaal als gekken te gamen. Op een groot beeldscherm in de achterwand zien we racende en over de kop slaande auto’s. Dan komt vader binnen. Bij wijze van les neemt hij zijn zoons hun consoles af: door al dat gegame stompt je fantasie af. Hij geeft hun een appel.

Het beeldscherm gaat op zwart. Ze gooien de appel naar het lege beeldscherm, maar het ding vliegt er doorheen. Het beeldscherm is zomaar veranderd in een poort. En zoals in Alice in Wonderland via een konijnenhol, belanden de broers via deze poort in een sprookjeswereld.

Aanbidders

Vanaf dat moment tuimelen de broers door een aaneenschakeling van sprookjes en ontmoeten ze de ene sprookjesfiguur na de andere. Grimm-figuren zoals Roodkapje (Léa Sauvignon), Sneeuwwitje (Rosa Cabrera Nuesi), Assepoester (Raquel Tijsterman), Doornroosje (Annabelle Eubanks), Raponsje (Micka Karlsson). Dwergen, prinsen en aanbidders dansen om hen heen. Brother Jack heeft een oogje op Assepoester.

De sprookjeswereld wordt echter overvleugeld door een heks met een glazen bol (Patrick Karijowidjojo). Hij stuurt het kwaad aan, geholpen door de Wolf (Liam McCall) van Roodkapje. Die Wolf heeft op zijn beurt een paar wolvinnen als hulpje.

Combinatie

Door deze mix van personages ontstaat een aaneenschakeling van verhalende dansen. Choreografen Marco Gerris (ISH) en Ernst Meisner (Junior Company) vlechten zorgvuldig beide dansstijlen door elkaar heen. Ze hebben er zorg voor gedragen dat elke dans een combinatie is van ballet en streetdance in al zijn verschijningsvormen, zoals hiphop, locking en breakdance.

De ene helft van de dansers loopt op spitzen, de andere op bijvoorbeeld sneakers. Veel van de kostuums zijn geïnspireerd op degene die Disney zijn sprookjesfiguren aantrekt. Zo heeft Sneeuwwitje de Disney-jurk van de sprookjesfiguur aan, maar dan ingekort tot ballerina-lengte.

Er zijn solo’s, duetten, trio’s, kwartetten en groepsdansen. Gerris en Meisner werken met een groot ensemble van professionele dansers, deels van (ver) over de landsgrenzen. Zo beschikken ze over de weergaloze en charismatische breakdancer Dietrich Pott. De Raponsje van Micka Karlsson is tissue-acrobaat.

Oogstrelend resultaat

De kruisbestuiving tussen klassiek ballet en allerlei soorten streetdance levert méér op dan de som der delen, een soort 1 + 1 = 3. De dansstijlen inspireren en versterken elkaar. Het resultaat is zowel geestig als oogstrelend.

Voor elke nieuwe passage komt geluidsontwerper en componist Scanner (Robin Rimbaud) met andere muziek. Elke scène krijgt een eigen decor dat op het achterdoek wordt geprojecteerd (video- en decorontwerp: Aitor Biedma).

Hernieuwde versie

GRIMM is op papier een herneming van een voorstelling die ISH Dance Collective en Junior Company in 2018 brachten. Deze hernieuwde versie is in de loop der jaren echter duidelijk gerijpt. Ze is sterker, strakker, preciezer.

Ook al verlopen groepsdansen niet altijd helemaal synchroon en haalt er weleens een danser per abuis te hard uit, is dit een uitstekend gelukte familievoorstelling.

Muziek: Scanner (Robin Rimbaud)
Video- en decorontwerp: Aitor Biedma
Kostuumontwerp: Studio Ruim
Lichtontwerp: Mike den Ottollander

Theater / Voorstelling

Het ongeluk dat eenzaamheid heet

recensie: Nachtschade – Het Nationale Theater
NachtschadeAndreas Terlaak

Ze zal maar héél even blijven logeren, de eenzame zus die moet worden opgevangen na een ongelukje met de fiets. Héél even zal ze bivakkeren op de bank bij haar zwangere zus en haar zwager. Maar ‘heel even’ wordt dagen, wordt weken. En die onfortuinlijke fiets is niet het enige ongeluk dat haar treft. De extreem drukke, dominante, verwarde zus belichaamt het ongeluk dat eenzaamheid heet in Nachtschade van Het Nationale Theater.

De personages in Nachtschade hebben geen namen. Ze heten ‘de vrouw’, ‘haar zus’, ‘de man’ – enzovoort. Daarmee bewerkstelligt toneelschrijver Annet Bremen vanzelf een vorm van anonimiteit. Het belangrijkste thema van dit stuk is eenzaamheid. En die is universeel, kan iedere, anonieme mens treffen, zo lijkt de bedoeling van het weglaten van namen.

Verantwoordelijk

De vrouw (Mariana Aparicio) is helemaal opgedirkt om uit te gaan. Rode avondjurk met een blote rug, rode schoentjes, het lange haar in een kunstige staart. Maar wanneer de zwager bij wie ze logeert thuiskomt, is ze helemaal niet vertrokken. Daar gaat het romantische avondje met zijn vrouw waarop de man zich had verheugd. Want de verongelukte schoonzus gunt het koppel geen moment privacy, is dominant aanwezig, zeurt voortdurend om de aandacht van haar zwangere zus. Die voelt zich op haar beurt verantwoordelijk en biedt de logee keer op keer een brede schouder.

Lastpak

Maar in feite is dat fietsongeluk niet het echte probleem. Eigenlijk is de vrouw hevig in de rouw vanwege het verlies van haar vriend, haar grote liefde, die zelf een einde heeft gemaakt aan zijn leven. Ongeacht wat er gebeurt, wie er hulp biedt: het is niet genoeg. De vrouw blijft in haar jachtige, ongelukkige bubbel zitten.

De zus (Esther Scheldwacht) en de zwager (Chiem Vreeken) zijn geduldig, hebben begrip, bieden hulp; hoewel de situatie de zwager stevig de keel begint uit te hangen. Deze zwager vindt de vrouw een aandachtzuigende lastpak, maar hij is niet bij machte haar vertrek te eisen. Dus zitten ze vooralsnog aan haar vast.

Treincoupé

Setting is het appartement van de zwangere zus en de zwager, op de bovenste verdieping van een torenflat (scenografie: Koen Steger). De ramen kunnen niet open, geluiden van buiten dringen gedempt door. Dat levert op dat je mensen in tegenoverliggende appartementen kunt waarnemen, maar dat contact niet mogelijk is.

Het appartement is vormgegeven als de coupé van een metro, met een rij stoelen, met een metalen stang horizontaal aan het plafond met lussen waaraan passagiers kunnen hangen die geen zitplaats hebben kunnen vinden. Klapdeuren naar buiten. Een metro is hier het ultieme symbool van eenzaamheid en anonimiteit: passagiers kijken elkaar niet aan, maken geen contact, zijn niet met elkaar bezig.
De vrouw, de logee, slaapt erg onhandig over een paar losse stoelen heen liggend. Het stuk verbeeldt één nacht in haar leven. Het zou zomaar kunnen dat er nog velen zoals deze zullen volgen.

Herrie

Belangrijk element, zowel in het verhaal als in de vormgeving, is de trein of metro die periodiek langs de torenflat raast, met veel herrie en felle lichten. Hij wordt verbeeld door een rij van felle tl-buizen die in hoog tempo langsflitsen van de ene kant van het podium naar de andere. De trein is een signaal dat er ook buiten het appartement mensen zijn met een leven, maar die zijn niet waarneembaar, niet aanspreekbaar, de anonimiteit is compleet. Bovendien beïnvloedt de voorbijrazende trein de handeling. Hij verstoort gesprekken. Maar hij biedt de personages ook de kans geluidloos hun frustratie uit te schreeuwen.

Saai

De teksten die Annet Bremen haar personages in de mond legt, zijn zeer abstract, en veelal fragmentarisch. Veel flarden, veel afgebroken zinnen, ook. Bremen maakt het de toeschouwer niet makkelijk.

‘Eigenlijk hou ik helemaal niet van echt’, zegt de vrouw. ‘Ik vind ‘echt’ eigenlijk echt verschrikkelijk saai. Zo dodelijk, zo oervervelend, onverdraaglijk saai… Alles is beter in mijn hoofd.’

Deze passage is de sleutel tot begrip van de handeling. Vaak is het diffuus wanneer de vrouw droomt of fantaseert en wanneer dingen echt gebeuren. Veel van wat we zien, gebeurt alleen in het hoofd van de vrouw.
Het zijn een soort irreële fantasieën, waarin leukere, maar ook pijnlijkere dingen gebeuren dan in haar echte leven. Zo danst ze met haar overleden geliefde, die achter de ramen van de coupé staat, rood verlicht. De vraag is hoelang deze vrouw nog zal doorgaan met op deze manier leven.

Blanche DuBois

Nachtschade leunt niet toevallig op A Streetcar Named Desire (1947) van de Amerikaanse toneelschrijver Tennessee Williams. De onfortuinlijke vrouw heet bij Williams Blanche DuBois. Blanches man heeft zelfmoord gepleegd, waarna zij zich heeft genesteld in het leven van haar zwangere zus Stella en haar zwager Stanley.

Net als Blanche, maar dan getroubleerder, ratelt de vrouw in Nachtschade. Ze kakelt iedereen de oren van de kop met haar overdenkingen en theorieën. Mariana Aparicio speelt haar met ongekende expressie en variatie in haar stemgebruik, met bijna acrobatisch gebruik van haar lichaam. Dansend, springend, rollend, kruipend. Deze vrouw is getikt, maar ze is ook intelligent en diepzinnig. En verdrietig, wanhopig, ten einde raad.

Sterk

Esther Scheldwacht neemt de rol van de zwangere zus op zich. Haar doen en laten wordt gedicteerd door het dikmaak-pak dat de groeiende buik verbeeldt. Scheldwacht is sterk zoals we haar kennen: ze zet de zus ongerust, verantwoordelijk, beschermend neer. Vleugellam gemaakt door de spagaat waarin ze zit, tussen de man op wie ze verliefd is en de zus die ze niet durft te laten vallen.

Chiem Vreeken neemt alle mannenrollen op zich, zowel die van de echt-bestaande zwager als die van de overleden vriend en een mislukte date van de vrouw. Opvallend is dat Vreeken er in al deze rollen vol ingaat. Hij pikt de belangrijkste emotie eruit en vergroot die dan uit. De ongeduldige zwager. De zwoele vriend. De begerige date.

Kaleidoscopische

Het totaal levert een bijna filmische voorstelling op, inclusief een soort filmstills die het resultaat zijn van harde belichting (licht: Tim van ’t Hof, Jaan Smit). Regisseur Belle van Heerikhuizen maakte vorig seizoen bij Het Nationale Theater de ontroerende, sobere voorstelling Schuldig Kind. Voor Nachtschade kiest Van Heerikhuizen voor een kaleidoscopische enscenering met elkaar strak opvolgende scènes, steeds met een ander beeld, een andere insteek, met andere personages, ander gebruik van licht en ruimte.

Makkelijk is Nachtschade niet. De voorstelling laat je achter met een heleboel vraagtekens over wat je nou precies hebt gezien en meegemaakt, met een hoofd vol indrukken en associaties om over na te denken. Fascinerend. Gaat dat zien.

Tekst: Annet Bremen
Scenografie: Koen Steger
Licht: Tim van ’t Hof, Jaan Smit
Muziek: Tessa Rose Jackson
Kostuums: Gina van Os
Dramaturgie: Willemijn Barelds, Marlotte Frowijn
Techniek: Jan Harm Wagner, Wil Caspers, Joris Engering, Rutger Bouwman

Theater / Voorstelling

Een verkeerd vinkje kan een leven verwoesten

recensie: Medea voor een toeslagenherdenking – Toneelschuur Producties/ITA
Medea toeslag 03 © Sanne PeperSanne Peper

Op zijn negende moest Michael van voetbal af; pas op zijn elfde begreep hij waaróm. Zijn moeder verloor namelijk alles wat ze bezat, als slachtoffer van de toeslagenaffaire. Zo was er geen geld meer voor de voetbalvereniging. Toneelschuur Producties brengt Medea voor een toeslagenherdenking over het grote onrecht tegen ouders, begaan door de Belastingdienst.

Het huis van het driepersoonsgezin Medea-Jason-Michael is letterlijk uiteengetrokken. De gezinsleden zitten ieder op hun eigen ‘eiland’, een loodkleurige verhoging met een grijze stoel erop, type straatmeubilair. Ze spreken veelal in monologen, en niet tegen elkaar. De man en de vrouw kunnen elkaar lange tijd zelfs niet zien. Het onrecht heeft dit gezin in alle opzichten zichtbaar uiteengeslagen in Medea voor een toeslagenherdenking van Toneelschuur Producties.

Zelfs de musicus (Jeremiah Owusu-Ansah) die vanachter zijn elektrische piano de soundscape verzorgt, bewoont een eigen, losstaand eilandje.

Terugvorderingen

De toeslagenaffaire is de onterechte beschuldiging van fraude, door de Belastingdienst geuit tegen zeker 44.000 ouders (hoeveel precies is nog altijd onduidelijk). Die ouders kregen toeslag om de kinderopvang te kunnen betalen. Maakten ze vervolgens in hun belastingaangifte een fout, dan werden ze beschuldigd van fraude en moesten ze na jaren opeens het totale bedrag terugbetalen dat ze in de loop der tijd hadden ontvangen aan toeslag voor de kinderopvang. Daarbij ging het om hoge tot zeer hoge bedragen.

De gezinnen raakten door deze terugvorderingen in enorme problemen. Vaak ging dat ten koste van de kinderen, van wie velen zelfs uit huis werden geplaatst omdat thuis door alle stress sprake zou zijn van ‘een onveilige situatie’. Vooral mensen met een niet-westerse achtergrond werden het slachtoffer van deze misstand.

Euripides

De Medea om wie deze Toneelschuur Productie draait, is op deze manier 80.000 euro schuldig aan de Belastingdienst. Geen wonder dat ze ten einde raad is. Tekstschrijvers Maarten van Hinte en Angelo Ormskerk horen in de wanhopige moeder de echo van Medea (431 voor Chr.), het toneelstuk van de Griekse schrijver Euripides.

Euripides’ Medea is haar thuisland ontvlucht, ze is met haar geliefde Jason naar Griekenland gevlucht. Samen krijgen ze twee zoons. Lang verhaal kort: Jason sluit vervolgens een lucratiever huwelijk met een andere vrouw. De vurige Medea uit haar woede over deze lafhartige streek in de ultieme wraak: ze doodt de kinderen. Haar wanhoopsdaad mag al sinds 431 voor Christus op weinig begrip rekenen.

Associatie

Toneelschuur Producties – in coproductie met Internationaal Theater Amsterdam – gebruikt het gegeven van de door wanhoop gedreven moeder Medea om een voorstelling te maken over moeders, vaders en kinderen die het slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire.
Die associatie met de oude Grieken voelt nogal vergezocht, en er klinken geregeld tamelijk abstracte teksten van Euripides door het stuk heen. Maar het onderwerp heeft beslist actuele, maatschappelijke urgentie. Het is goed dat Toneelschuur Producties het oppakt om er theater van te maken.
De teksten van dit stuk zijn gebaseerd op echte casussen uit de toeslagenaffaire.

Knock-out

De moeder in Medea voor een toeslagenherdenking gaat niet zo ver als die in het stuk van Euripides: de zoon die zij heeft van háár Jason blijft gewoon leven wanneer de man haar verlaat en met een ander trouwt.
Maar ze is wel degelijk de wanhoop nabij. Gemangeld, knock-out geslagen door de beschuldiging gefraudeerd te hebben. Zoon Michael beschrijft hoe ze erbij loopt: ‘Slippers, huisjurk, moe.’ Medea grijpt naar de drank en loopt met een mes te zwaaien.

Schuilnaam

Eigenlijk heet ze Maria Callas (‘Mijn vader hield van opera’). Maar omdat ze onder de radar moet zien te blijven van alle instanties om te kunnen functioneren, én om zwart te kunnen werken, neemt Maria de schuilnaam ‘Medea’ aan. Zij beschrijft de vernedering van het valselijk beschuldigd worden, en de frustratie het onrecht niet te kunnen keren. Vader Jason heeft verzonnen dat het voor iedereen lucratiever is wanneer hij weggaat.

Het kind, Michael, is het échte slachtoffer van deze belastingellende. Wat begint als een dagje weggehaald worden uit het ouderlijk huis vanwege de zogenaamde ‘onveilige thuissituatie’, loopt via echte uithuisplaatsing volledig uit de hand.

Dynamiek

De regie van Angelo Ormskerk is nogal statisch. We kijken veelal naar acteurs die zittend vertellen, of die staan met de handen in de zakken. Dat gebrek aan dynamiek zal deels zijn te wijten aan het gegeven dat veel van de teksten zijn gegoten in monoloog-vorm.

Joe Sinduhije als Michael is de vondst van deze voorstelling. Terwijl hij toch vooral gewoon staat, met zijn gezicht naar de zaal terwijl hij spreekt, zet hij met zijn mimiek, stem, schouders en armen overtuigend een gepiepelde puber neer. Sinduhije verglijdt moeiteloos van lachen naar boos zijn naar verontwaardigd worden naar zich vernederd voelen.

Kapotgemaakt

Urmie Plein als Medea heeft de zwaarste teksten op haar bord. Eigenlijk mag Plein van Ormskerk niet veel meer dan praten, vertellen. Ondanks de beperking die dat oplevert, is ze mooi als de kapotgemaakte moeder.

Oudgediende Dennis Rudge heeft zijn strepen meer dan verdiend als acteur. Rudge bezit een acteerpalet dat is voorzien van een rijk scala aan kleuren en nuances. Maar van regisseur Ormskerk mag deze Jason niet veel méér gebruiken dan zijn stem en zijn mimiek. Jason moet staand voor de zaal met zijn handen in zijn zakken zijn motieven verdedigen. Dat is een gemiste kans, Rudge had hier een man kunnen neerzetten die het midden houdt tussen een egocentrische eikel en een goede vader die kiest voor de rationele oplossing.

Verkeerd vinkje

In de hal van het theater hebben de makers op een hoge tafel een ‘monumentje’ neergezet: een toren van gekleurd papier, symbool voor de talloze dossiers van toeslagenouders. Eromheen liggen koptelefoons waaruit persoonlijke verhalen klinken, plus kopieën van brieven en formulieren met casussen. De haren rijzen je te berge wanneer je ziet hoe een kleine fout zoals een verkeerd vinkje op een formulier het leven van mensen heeft verwoest.

Gebaseerd op: ‘Medea’ van Euripides
Tekst: Maarten van Hinte en Angelo Ormskerk
Regie: Angelo Ormskerk
Spel: Urmie Plein, Dennis Rudge, Joe Sinduhije
Muzikaal leider en toetsenist: Jeremiah Owusu-Ansah
Zang: Pkeyz en ToneByte
Scenografie en kostuumontwerp: Wael Qadriyeh
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Fotografie: Sanne Peper

Theater / Voorstelling

Indringende performance over disbalans in de wereld

recensie: ATLAS – ROTOR/Coproducers
AtlasPeteris Viksna

Het is een ongemakkelijk beeld waarmee de voorstelling ATLAS van performance collectief ROTOR ons confronteert. Zeven performers moeten in wisselende samenstellingen een grote, zware, witte plaat horizontaal in de lucht zien te houden. Maar ze zijn veelal zó met hun eigen ikje bezig, dat de vraag is of ze dat gemeenschappelijk evenwicht wel kunnen opbrengen. Het lijken wel hedendaagse mensen, die meer geïnteresseerd zijn in zichzelf dan in de wereld om hen heen.

De titel ATLAS verwijst uiteraard naar de onfortuinlijke gelijknamige figuur uit de Griekse mythologie. De Griekse oppergod Zeus strafte de Titaan Atlas, omdat die meevocht in een oorlog tegen hem. Bij wijze van straf moest Atlas het loodzware hemelgewelf op zijn schouders torsen. De opdracht was te zorgen dat hemel en aarde elkaar nooit zouden raken. Atlas, met het bolvormige heelal op de schouders, is in de kunst geregeld uitgebeeld als standbeeld, bijvoorbeeld op het dak van het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Bliksemschicht

Het publiek zit bij de voorstelling ATLAS om de vierkante speelvloer heen, op gelijk niveau met de performers. Deze zeven spelers – gekleed in hemelsblauw, wit en beige – vormen een internationaal gezelschap waarin alle kleuren van de menselijke regenboog zijn vertegenwoordigd.
De dikke witte plaat die zij moeten tillen mist aan één kant een hoek en in het midden loopt er een transparante bliksemschicht doorheen (scenografie: Han Ruiz Buhrs). Maar de performers lopen voortdurend onder die plaat uit, en laten het tillen dan over aan de achterblijvers. De weglopers praten, kletsen, gebaren, ieder opgaand in diens verhaal.

Ontsnappen

Aanvankelijk is ieder individu eigenlijk alleen met zichzelf bezig. In zeer hoog tempo lopen, vallen, rennen, tuimelen, kruipen de performers naar individuele toeschouwers toe die ze rechtstreeks toespreken. In flarden, in fragmenten van zinnen: ‘Smeer jij je goed in?’ ‘Gá niet in mijn personal space…’ Ze symboliseren het hedendaagse jachtige, egocentrische leven.

Uiteindelijk keren ze weer terug naar de witte plaat, helpen weer tillen, terwijl een ander aan de last ontsnapt. Op een zeker moment draagt één persoon (Koen van der Heijden) de plaat in zijn eentje. Hij houdt dat nog een tijdje vol ook, maar uiteindelijk dreigt hij hevig zwetend te bezwijken onder de last.

Uitgeput

Deze dansachtige performance wordt met explosieve energie uitgevoerd, in hoog tempo, zwetend, hijgend; en ondersteund door een veelal heftige soundscape die van trommelend naar dreunend naar muzikaal naar monotoon verloopt. Het geheel duurt een uur, maar dan zijn zowel de performers als de toeschouwers ook totaal uitgeput.

Vraagstuk

Performance collectief ROTOR stelt in fysiek zeer zware voorstellingen existentiële universele vraagstukken centraal. Het lichaam vormt daarbij steeds het uitgangspunt: kwetsbaar, wendbaar, rondtollend, sterk, zwak.

Het vraagstuk van de performers in ATLAS is in feite: hoe kom je in balans? Hoe ontstaat evenwicht? Hoe ontstaat harmonie?

Symboliek

Het evenwicht is wankel, breekbaar. ATLAS staat bol van symboliek, je kunt er allerlei vormen van mondiale disbalans in zien. De constante overkill aan informatie, bijvoorbeeld. Maar ook: de zorgen om het klimaat. De problemen om met elkaar te communiceren. Het elkaar laten vallen, met conflicten tot gevolg. Als iedereen alleen aan zichzelf denkt, komen hemel en aarde er uiteindelijk beroerd vanaf; zo is duidelijk.

Vooral het tillen in wisselende samenstellingen levert buitengewoon fraaie beelden op. Je kunt er beeldhouwwerken uit vroegere eeuwen in zien, waarin allerlei helden en strijders in moeilijke, zware houdingen dingen dragen of vechten.

Evenwicht

Hoe verder de performance vordert, hoe duidelijker het antwoord wordt op de vraagstukken: ‘Hoe houd je balans, hoe ontstaat harmonie?’ Door niet alleen met jezelf bezig te zijn. Door je steentje bij te dragen. Door jouw deel van de last die ‘leven’ heet te tillen. Door oog te hebben voor de ander en die zo nodig te helpen. Pas wanneer de spelers echt gaan samenwerken, ontstaat er evenwicht.

Concept: Hidde Aans-Verkade, Koen van der Heijden
Inspiratiebron: filosoof Byung-Chul Han (werken: ‘De Vermoeide Samenleving’ en ‘Vita Contemplativa’)
Muziek: Krijn Moons
Scenografie: Han Ruiz Buhrs
Kostuums: Kevin Pieterse
Licht: Paulina Prokop

Theater / Voorstelling

Korte metten met grensoverschrijdend gedrag in het theater

recensie: The Actor – Oh Deer
The actor_(c)Anne van Zantwijk_edit-8987Anne van Zantwijk

‘Florian, het is natuurlijk echt heel vervelend dat wij hier nu zo tegenover elkaar zitten’, zegt de gerenommeerde regisseur tegen zijn topacteur. Als toeschouwer weet je dan al wat er gaat komen: die regisseur heeft Florians grenzen overschreden, en nu gaat hij proberen de beschadigde acteur monddood te maken. Over dit soort #MeToo-situaties in het theater gaat de solovoorstelling The Actor van de nieuwe productiekern Oh Deer.

De jonge toneelspeler Florian (Florian Myjer) repeteert voor de titelrol in Shakespeares Hamlet. Hij is gehuld in een schermpak en wordt omgeven door mintgroene theatergordijnen. Deze acteur krijgt fraaie rollen, heeft getalenteerde collega’s, maar vooral ook: een vaste regisseur wiens sterspeler hij is. Hij mag stralen omdat hij comfortabel is ingebed in de theaterwereld.
Enerzijds is dat luxe, anderzijds benauwend. De boel raakt uit balans doordat de topregisseur – door de acteur ‘Frans Schaeffer’ genoemd – steeds meer de grenzen opzoekt van wat hij kan vragen van een acteur.

Naakt op het podium

Inmiddels is het zover dat regisseur Frans Hamlet/Florian en tegenspeler Ophelia/Naomi gedurende het eerste uur van de voorstelling naakt op het podium laat staan, zonder dat daarvoor een goede dramaturgische reden is. En: zonder de vereiste intimiteitscoördinator, die de spelers de ruimte kan bieden om te vertellen of en hoe ze hierin willen meegaan. De bom staat op barsten.

Vertrouwen

Acteur is per definitie een kwetsbaar beroep. Om te overtuigen, zul je je lichaam plus je emoties in de strijd moeten werpen. Zover kun je alleen gaan in een sfeer van absoluut vertrouwen. Medewerkers, collega-acteurs en zeker ook de regisseur zullen door en door integer en betrouwbaar moeten zijn, willen makers met elkaar komen tot een topvoorstelling.

Wordt dat vertrouwen geschaad, dan is het voor spelers onmogelijk nog ‘alles’ te geven. Daar lijdt de kunst onder. Dit is de kern van de boodschap van solovoorstelling The Actor van acteur Florian Myjer bij Oh Deer, in de regie van Floor Houwink ten Cate.

Geweld

Sinds het begin van het #MeToo-tijdperk is duidelijk dat het in de kunsten en de media nogal eens fout ging en nog wel gaat: hooggeplaatsten gebruiken verbaal, geestelijk en fysiek geweld. Van ondergeschikten wordt vaak (te) veel gevraagd.

De goede verstaander ziet in de hoogmoedige regisseur Frans mensen zoals Matthijs van Nieuwkerk en Ivo van Hove, en de tekst verwijst ook naar wijlen Dora van der Groen (1927-2015), de veeleisende Vlaamse theatermaker. Dit stuk breekt een lans voor een theaterpraktijk waarin makers tot grote prestaties komen zonder dat daarbij mensen worden gekwetst.

Werken onder druk

Florian Myjer, die in deze solovoorstelling alle rollen speelt, schreef deze tekst in samenwerking met Floor Houwink ten Cate en Han van Wieringen. Ze baseerden zich op de geregeld beladen sfeer in de theaterwereld, maar vooral: op het werken onder de grote druk van krappe tijdschema’s en hoge publieksverwachtingen.
The Actor is voer voor dramaturgen vanwege het zeer nauwgezet heen en weer springen tussen personages en verhaallijnen; vanwege het Droste-effect van het spelen van een toneelstuk in een toneelstuk in een toneelstukstuk; vanwege de vele expliciete en impliciete verwijzingen naar Hamlet; enzovoort.

Verrassingen

De teksten zijn deels verhalend proza, gelardeerd met dialogen, deels monologen en dialogen recht naar de zaal. ‘De acteur’, ‘Florian’ en ‘ik’ lijken in de tekst min of meer samen te vallen; toch maakt Myjer expliciet onderscheid tussen deze drie, zowel door zijn tekst verschillend in te steken als door al dan niet naar zichzelf te wijzen.
Myjer heeft in deze solovoorstelling een heel scala aan kleine gebaren, symbolen en een handvol voorwerpen om te laten zien welk personage hij vertolkt.

Zeer fraaie visuele verrassingen en vondsten zorgen voor humor, maar ze versterken de boodschap ook; zoals wanneer de regisseur boven op een verheven podiumpje op zijn designstoel zit, als op een troon.

Huzarenstuk

We wisten al van voorstellingen zoals Brideshead Revisited, Lady Chatterley’s Lover en Schuldig kind dat Florian Myjer een sterke acteur is. Maar deze rol als ‘de acteur’ is een absoluut huzarenstuk; regisseur Houwink ten Cate laat hem fysiek en emotioneel alles uit de kast halen. Niet alleen vertelt Myjer als vanzelf het verhaal met al zijn zijsporen en uitweidingen; hij gooit daarbij elke vezel in zijn lijf in de strijd. En zijn stem, plus elke gezichtsspier waarmee hij zijn mimiek kan bijsturen, waarmee hij een emotie kan neerzetten. Hij staat, ligt, kruipt, rolt, springt, klimt. Schreeuwt, lacht, huilt.

Zo brengt Myjer zijn boodschap feilloos over het voetlicht: heb je zo veel persoonlijk leed over voor het maken van een topvoorstelling, van kunst? Of weten we inmiddels best dat dat ook kan zonder grenzen te overschrijden? Het antwoord is zonneklaar.

Tekst: Florian Myjer en Floor Houwink ten Cate
Dramaturgie: Han van Wieringen
Decorontwerp: Janne Sterke
Kostuumontwerp: Daphne de Winkel
Geluidsontwerp: Annelinde Bruijs
Lichtontwerp en techniek: Bo van der Ham

Theater / Voorstelling

Twijfels en overtuigingen van een verzetsman

recensie: Soldaat in verzet – De Theater BV
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

Is het zinnig om als individu gewelddadig verzet te plegen tegen een onverbiddelijke bezetter die de absolute overmacht heeft? Een bezetter die verzetsdaden beantwoordt met bloedige represailles? Dat is een van de vragen waarmee Jan Verleun worstelde, verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verleun moest zijn daden met de dood bekopen. De Theater BV maakt de voorstelling Soldaat in verzet over dit tegelijkertijd grote en kleine oorlogsverhaal.

Bij binnenkomst in de theaterzaal klinken de indringende doodsklokken van de Waalsdorpervlakte. We kennen die klokken van de indrukwekkende jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei; RTL4 zendt de herdenking daarvandaan uit. In deze duinen bij Den Haag werd Jan Verleun (1919-1944) gefusilleerd.

Terugslaan

Verleun was twintig en soldaat toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen. Hij raakte onmiddellijk gewond, waardoor een sterke motivatie ontstond om op een of andere manier terug te slaan: ‘Geef me extra tijd en ik beloof dat ik dit land vrij zal krijgen.’
Zo kwam hij als student terecht in het verzet. Hij liquideerde eigenhandig de collaborateurs Hendrik Seyffardt en Folkert Posthuma, maar werd verraden en na martelingen en verhoren gefusilleerd. Zijn jongere zus Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink schreven over deze verzetsman een boek dat in 2004 verscheen. Scriptschrijver Allard Blom baseert de tekst van Soldaat in verzet op het boek.

Dit oorlogsstuk wordt gespeeld door Soy Kroon en Thomas Cammaert, in de regie van Olivier Diepenhorst. Eerder brachten Kroon en Cammaert samen Trompettist in Auschwitz (2022), toen in de regie van Eddy Habbema.

Flashbacks

Setting is de dodencel waarin Verleun wacht op de voltrekking van zijn vonnis. De geschiedenis wordt verteld in flashbacks, waarin we fragmenten zien uit Verleuns verleden. Kroon en Cammaert spelen alle personages, zoals zusje Do, medeverzetsman Leo Frijda en diens vriendin Irma. En ze spelen Jan Verleun ook allebei, al dan niet voorzien van de schuilnaam die hij gebruikte voor zijn werk in het verzet.

Projecties

De vormgeving is fraai en zeer effectief (decorontwerp: Joris van Veldhoven). De achterwand is groen/grijs, betonachtig, en in de lengte in tweeën gespleten. Twee grote blokken vormen de belangrijkste decorstukken. Daarop twee staande microfoons waarop twee cameraatjes zitten. De claustrofobische beelden van die cameraatjes worden op de achterwand geprojecteerd: staand of schuin, hangend, liggend, doormidden gebroken door de kier in de achterwand.

Binnenwereld

Samen spelen Kroon en Cammaert Jan Verleun, en zijn van een schuilnaam voorzien alter ego; een beetje zoals W.F. Hermans speelt met identiteiten in zijn oorlogsroman De donkere kamer van Damokles. In dat boek blijft de vraag of Osewoudt en Dorbeck één en dezelfde persoon zijn.
Mooi aan de keuze voor twee spelers die dezelfde Jan neerzetten, is dat enerzijds de moed en de overtuigingen, anderzijds de twijfels en angsten van de verzetsman er de ruimte door krijgen. Je kunt de binnenwereld van het personage verwoorden door er iemand bij te zetten die luistert, tegenspreekt of juist motiveert.
Gesprekken met het alter ego voorkomen dat het stuk één lange monoloog wordt. Jammer is wel dat de argumenten in die gesprekken wel erg vaak worden herhaald; op een gegeven moment kennen we de afwegingen wel.

Beklemmende sfeer

Regisseur Olivier Diepenhorst kiest voor zeer lijfelijk spel, van het uitdrukken van de pijn die martelingen veroorzaken, tot een knuffelpartij tussen twee geliefden. Diepenhorst zet zelfs hoorbare ademhaling in om de angst van de verzetsman over het voetlicht te krijgen.
Geluidseffecten zoals langzaam druppend water en het gekraak van een defecte lamp versterken de beklemmende sfeer. Helaas is de versterking van de spraak nu en dan te slecht om verstaanbaar te zijn.

Naturel

Of het opzet is dat Soy Kroon nu en dan hapert in zijn tekst, stopt en herformuleert is niet duidelijk, maar dat struikelen over tekst werkt goed om de weifelende Verleun smoel te geven. Hij komt daardoor enorm naturel over; zijn onzekerheid en angst worden dankzij het periodieke gestamel extra geloofwaardig.
Cammaert neemt meer de ondersteunende rol op zich. Ook omdat hij vaker de innerlijke stem is die Verleun vragen stelt.

Represailles

De kwestie die het stuk eigenlijk ter discussie stelt, is of gewapend verzet tegen de bezetter op deze manier, op het niveau van een alleen handelend individu, wel zinvol is. Het liquideren van een enkele collaborateur leidde voorspelbaar en onherroepelijk tot represailles die aan velen het leven kostten. De vraag of je daarom bij voorbaat beter kunt afzien van gewelddadig verzet, blijft onbeantwoord.

‘Ik heb mijn best gedaan’, zegt Verleun. Zeker, maar tegen welke prijs, is de vraag. Soldaat in verzet is een klein oorlogsverhaal, zoals er meerdere zijn, maar een goed voorbeeld van de heldhaftige onhandigheid van individuele verzetsmensen.

Gebaseerd op: boek van Do du Preez-Verleun en Pauline Wesselink
Script: Allard Blom
Decor: Joris van Veldhoven
Licht: Coen van der Hoeven