Tag Archief van: Theater

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Theater / Voorstelling

Wonderschone voorstelling van twee theatercoryfeeën

recensie: Liefdesbrieven – MORE Theater Producties
Liefdesbrieven_05_(c) Bram WillemsBram Willems

Als het balletje nou nét ietsje anders was gerold, waren Melissa en Andrew dan wel of niet voor elkaar bestemd geweest? Dat is de fascinerende vraag waarmee de toeschouwer achterblijft wanneer in Liefdesbrieven van MORE Theater Producties het doek valt.

Een lange tafel met daarop twee multomappen met teksten, en erachter twee stoelen. Op de grond markeert een rechthoek van witte lijnen de plek van de tafel. Méér dan deze sobere vormgeving (decor: Marc Heinz) hebben theatercoryfeeën Anne Wil Blankers en Hans Croiset niet tot hun beschikking; en meer hebben ze ook niet nodig voor hun Liefdesbrieven (1988). Regisseur Mark Rietman kiest voor een enscenering waarin de personages de brieven voorlezen. De brieven die zij zelf hebben geschreven, niet die van de ander.

Dat is niet zozeer een makkelijke keuze; de Amerikaanse toneelschrijver A.R. Gurney (1930-2017) reikt die optie zelf aan in zijn regieaanwijzingen. De aanpak levert een geestige, wonderschone voorstelling op.

Een leven lang

Melissa Gardner is een rijkeluiskind met een gouvernante en een butler. Andrew Ladd is van nederiger komaf, maar hij is wel mega-slim. Andrew – ‘Andy’ in het dagelijks gebruik – weet nog precies wanneer hij Melissa voor het eerst zag: in 1937, in de tweede klas. Het schooljongetje wil onmiddellijk met Melissa trouwen.
Deze kalverliefde resulteert niet in een huwelijk, maar wel in een leven lang brieven schrijven. De twee schrijven lang niet altijd liefdesbrieven, maar ze blijven wel met elkaar in contact, ongeacht de fysieke afstand die hen scheidt. De gestudeerde Andrew zit zelfs een tijd in Japan.

Emoties

Andy schrijft graag en goed, Melissa tekent liever. En terwijl de man uit het mindere milieu keurig blijft, is de gefortuneerde Melissa juist grof in de bek. Ze scheldt en vloekt op papier, het woord ‘klootzak’ ligt haar in de mond bestorven. We herkennen de meesterhand van regisseur Rietman, die feilloos intonatie en zinsmelodie inzet om emoties kracht bij te zetten.

Partners komen en gaan, minnaars komen en gaan, bij beiden. Op een of andere manier lopen ze elkaar in de liefde vooral nét mis. De twee zijn beurtelings verliefd op elkaar, maar zelden tegelijkertijd, waardoor er nooit een normale relatie ontstaat. Grappig is dat jaloezie op de partner die de ander dan wél heeft een belangrijke rol speelt.

Verknipte dialogen

De brieven vormen in dit stuk een soort aaneenschakeling van monologen, hoewel de personages wel degelijk expliciet op elkaars teksten reageren, waardoor een soort verknipte dialogen ontstaan. Razend knap is dat juist niet elke gebeurtenis, elk feit wordt uitgeschreven, maar dat de toehoorder niettemin volledig begrijpt wat er is gebeurd.

Sterk is de ontwikkeling die deze personages in de loop der tijden doormaken: Gurney krijgt het voor elkaar de toon van de brieven te laten groeien van kindertaal naar pubertaal naar volwassenentaal naar bejaardentaal. Van onhandig of kortaf naar gematigd en bedachtzaam. Gurney werd voor dit stuk genomineerd voor de Pulitzer Prize for Drama.

Loepzuiver

Je zou denken dat het voorlezen van een tekst een simpele opgave is, maar niets is minder waar. Anne Wil Blankers en Hans Croiset zetten loepzuiver en met gevoel voor detail personages neer die aan elkaar gewaagd zijn, of waarbij de een juist – tijdelijk – sterker is dan de ander. In feite hebben ze alleen hun stem, hun gezicht en hun handen om emoties neer te zetten, maar ze drukken zo alles uit: plezier, verdriet, boosheid, liefde. Een topprestatie.

Commentaar

Geestig en trefzeker is ook de manier waarop de acteurs uitdrukkelijk reageren wanneer de ander iets voorleest dat een reactie uitlokt: met een verbaasd gezicht, wegwerpgebaar, verontwaardiging, schouders optrekken, lachen, hoofdschudden. Zo geeft de een voortdurend commentaar op de brief die de ander ‘schrijft’.

Anne Wil Blankers speelde dit stuk in 2007 met Paul van Vliet, in de regie van Mette Bouhuijs. Van Vliet is ons in 2023 ontvallen; de kans om hem nog te zien is voorgoed verkeken. Blankers (1940) en Croiset (1935) zijn er nog, en hoe. Krachtig, geloofwaardig, geestig. Zij zijn gelukkig nog wel te zien, met deze geslaagde, indrukwekkende Liefdesbrieven.

Tekst: A.R. Gurney
Vertaling: Jan Donkers
Decor en licht: Marc Heinz
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Theater / Voorstelling

Statement over racisme en vreemdelingenhaat

recensie: Hedda – Toneelschuur Producties
Hedda 12 © Sanne PeperSanne Peper

Al op het moment dat het publiek de zaal binnenkomt, nog vóórdat de voorstelling is begonnen, zit de acteur die Hedda speelt in het decor met een pistool in haar hand. Een vooraankondiging van het onvermijdelijke noodlottige einde waar het stuk op afstevent. Regisseur Abdel Daoudi maakt van Hedda expliciet een vrouw van kleur, ook nog voorzien van een scherpe tong.

Henrik Ibsens Hedda Gabler (1890) is een veel gespeeld stuk over wat indertijd werd gezien als een ‘moderne’ vrouw. Een pasgetrouwde vrouw die de vanzelfsprekende onvrijheid binnen het conventionele huwelijk slecht verdraagt. Ze probeert haar omgeving naar haar hand te zetten, maar de tradities zijn stug en haar opzet werkt tegen haar.

Kapstok

Bij Toneelschuur Producties actualiseert en bewerkt Sarah Sluimer Ibsens tekst tot Hedda, een stuk waarin eigenlijk alleen de contouren van het origineel nog herkenbaar zijn. Bewerker Sluimer en regisseur Daoudi gebruiken het stuk als kapstok om er een politiek getinte voorstelling aan op te hangen met een scherpe boodschap over sluimerend racisme en de omgang met nieuwkomers in een gevestigde witte samenleving.
Iets soortgelijks deed Daoudi in zijn eerdere Toneelschuur Productie Branden.

Schulden

Deze Hedda (Hajar Fargan) is niet de dochter van generaal Gabler uit de oertekst – die haar het pistool schonk waarmee ze in de rondte zwaait – maar een ‘woestijnprinses’, en journalist met wortels in een ver land. Hedda is onlangs getrouwd met academicus Jurgen Tesman (Thomas Höppener). Als de voorstelling begint, is het koppel net terug van een luxe huwelijksreis; de koffers staan nog bij de deur. En dan hebben ze ook nog een veel te duur huis gekocht. Ze koersen razendsnel af op hun financiële ondergang, ware het niet dat de verweesde Jurgen is opgevoed door zijn steenrijke, betuttelende tante Juul (Nanette Edens). Zij neemt de schulden van het jonge stel op zich.

Kleinerend

Zowel tante Juul als Hedda’s journalistieke chef Brack (Peter Blok) doen uitermate neerbuigend tegen nieuwkomer Hedda, toch overduidelijk een intelligente vrouw. Zij wordt echter voortdurend gewezen op wat haar taak wordt: kinderen krijgen en braaf huisvrouw zijn. Echtgenoot Jurgen is weliswaar intelligent, maar ook zeer naïef: hij neemt de kleinerende houding van de buitenwacht ten opzichte van zijn vrouw voor lief.

Migrantenzoon

Het wankele evenwicht wordt definitief verstoord door de komst van de paniekerige vriendin Thea (Aiko Beemsterboer). Zij heeft in het verleden een kleine affaire gehad met Jurgen en is inmiddels getrouwd met een veel oudere man. Maar Thea heeft stiekem een jonge, buitenechtelijke vlam: de niet-westerse Amir (Nur Dabagh). Een briljante wetenschapper en schrijver, maar niettemin een ‘waanzinnige migrantenzoon’.

Om de rommelige verhoudingen compleet te maken: Amir heeft in het verleden iets gehad met Hedda. Vanwege hun gedeelde lot als nieuwkomer noemen Hedda en Amir elkaar ‘kameraad’.

Racistisch

In de benadering van Sluimer en Daoudi ligt de nadruk op de cultuurverschillen en de disbalans tussen de oude garde en de nieuwkomers. De gevestigde orde is nauwelijks verholen racistisch: ze discrimineert en doet neerbuigend. Deze bewerking speelt expliciet in op de moeite die het oude Europa heeft met migranten en asielzoekers. Om met Hedda te spreken: ‘Je voelde je even een vreemde in je eigen Europa?’ Daarmee had dit makkelijk een cynisch pamflet kunnen worden, maar Hedda is juist geestig, vol kleine en grote grappen.

Lichaamstaal

Daoudi laat Hajar Fargan als Hedda in stil spel voortdurend commentaar geven op wat anderen zeggen. Met mimiek en in lichaamstaal drukt Fargan alles uit, van geamuseerdheid tot verontwaardiging.
Peter Blok is puntgaaf als de aalgladde redactiechef Brack. Als symbool voor zijn weigering een positieve bijdrage te leveren aan het leven en het werk van Hedda stopt Brack zijn handen weg in zijn zakken. Met alleen zijn stem en zijn mimiek drukt Blok minachting uit, superioriteit, maar ook geamuseerdheid.

Jurgen Tesman is de comic relief in deze Hedda. Thomas Höppener maakt van Jurgen een fijne springerige sukkel, die zich door zijn rijke tante Juul in het pak laat naaien. Jurgen moet een begenadigd wetenschapper zijn, maar is kinderlijk in het dagelijks gebruik en in zijn huwelijk met Hedda.

Muisje

Aiko Beemsterboer krijgt van Daoudi weinig ruimte om van de ongelukkig getrouwde Thea méér te maken dan een lichtgeraakt, overgevoelig muisje, ook nog voornamelijk gehuld in lichtgrijs. Beemsterboer valt wel op door een sterke timing en intonatie, haar Thea reageert steeds snel en adequaat.

Nanette Edens mag in haar beperkte rol als tante Juul niet veel meer doen dan een clichématige rijkeluis-bitch neerzetten.
Nur Dabagh als de briljante Amir komt niet echt uit de verf. Zijn personage is nogal vlak: hetzij serieus, hetzij kwaad.

Losse decorblokken

Speciaal compliment verdient het decor (scenografie: Vera Selhorst), uitgevoerd in zalmroze en mintgroen. Het bestaat uit blokken van verschillende hoogtes, waardoor nabijheid, afstand, boven en of juist onder iemand staan kunnen worden uitgedrukt; en je kunt je er ook nog achter verstoppen. Naarmate de personages verder van elkaar komen te staan, desintegreren ook de losse decorblokken tot een landschap van eilandjes die van elkaar zijn verwijderd.

Hoewel de plot naar het einde toe rommeliger wordt, en de tekst minder richting heeft, slaagt Daoudi erin met het oude stuk van Ibsen als basis een fijne, geestige voorstelling te maken met een ondertoon van heldere maatschappijkritiek.

Tekst: Henrik Ibsen
Bewerking: Sarah Sluimer
Scenografie: Vera Selhorst
Kostuumontwerp: Dymph Boss
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

 

Theater / Voorstelling

Herkenbare problemen in fijne relatiekomedie

recensie: God van de slachting – Kobra Theaterproducties
God van de slachting – Kobra Theaterproductiesfotografie: Annemieke van der Togt

‘Een drupje alcohol en hup: het masker valt.’ Aldus Berry wanneer het voorspelbare conflict tussen de vier personages in God van de slachting losbarst. Want dát er in deze relatiekomedie ruzie gaat komen, is onontkoombaar. In de regie van Hanneke Braam is vooral de vraag hóé het zaakje zal ontploffen.

En wéér gaat Eelco’s telefoon. Deze brallerige advocaat vindt de precaire zaak van een bellende cliënt veel interessanter dan de ongemakkelijke conversatie waarin hij zit.
Eelco en zijn vrouw Annette zijn op bezoek bij Berry en Linda. Eelco en Annette zijn de ouders van de elfjarige Ferdinand. Berry en Linda die van de even oude Bruno. Eelco’s rinkelende telefoon onderbreekt voortdurend het gesprek.

De twee koppels bespreken een vechtpartij tussen hun zoons. Advocatenzoontje Ferdinand heeft Bruno geslagen met een eind hout. Resultaat zijn twee afgebroken voortanden bij het slachtoffer. Bruno’s ouders dringen aan op excuses van ouders en zoontje; boetedoening, straf voor het meppende kind.

Glaasje rum

Het overduidelijke cultuurverschil tussen de twee ouderparen zal echter niet tot verzoening leiden, maar juist tot verharding. Annette vindt zichzelf eigenlijk veel chiquer dan Linda en Berry. Annette en Eelco vinden dat het voortanden-incident sterk wordt overdreven; ze staan de hele voorstelling lang op het punt te vertrekken. Maar Linda bijt zich als een pitbull vast in het gebrek aan omgangsvormen van het gezin waaruit zoontje Ferdinand voortkomt. Zij is vastbesloten door te drammen totdat ze gelijk krijgt. Haar man, gastheer Berry, probeert het bezoekje een beetje op te leuken door een glaasje rum te schenken, maar door de alcohol gaat de rem er natuurlijk helemaal af bij het gezelschap.

Zo wordt een onhandig incident tussen twee basisschooljochies gaandeweg enorm opgeblazen. In dit conflict blijft niemand gespaard en dat het uit de hand zal lopen is vanaf het eerste moment zonneklaar.

Relatiekomedie

God van de slachting (Le Dieu du Carnage, 2006) is een stuk van Yasmina Reza (1959), een Franse toneel- en romanschrijver met Iraanse, Russische en Hongaarse roots. Deze relatiekomedie, dit verbale bloedbad, wordt wereldwijd geregeld gespeeld. Ze is in 2011 zelfs verfilmd onder de titel Carnage (‘bloedbad’), door regisseur Roman Polanski. In Nederland is het stuk in 2009 en in 2024 gespeeld door Theatergroep Suburbia, in 2013 door Senf Theaterproducties, in 2017 door Toneelgroep Het Volk, en in 2022 door Het Tuintheater. En nu brengt Kobra Theaterproducties het in de regie van Hanneke Braam.

Herkenbare thema’s

God van de slachting – Kobra Theaterproducties

Annemieke van der Togt

Dat God van de slachting zo populair is onder makers, komt niet alleen doordat de tekst een grote grapdichtheid heeft, maar ook doordat er en passant een heleboel herkenbare, alledaagse thema’s de revue passeren. Bijvoorbeeld. Huwelijken die na verloop van jaren sleets beginnen te worden. Klassenverschillen tussen ‘rijke’ snobs en mensen die kunst en maatschappelijk engagement belangrijker vinden dan geld. De verslaafdheid aan de mobiele telefoon. De man-vrouwverhouding. Het alledaagse gelijk van politieke correctheid. Ouders die aan collega-ouders uitleggen hoe zij hun kinderen moeten opvoeden. Kinderen die elkaar omarmen of juist buitensluiten.
De vertaling van het stuk door Laurens Spoor is door Kobra geactualiseerd om die dichter bij het huidige tijdsgewricht te brengen.

Clownesk

Braam regisseerde in 2024 bij Kobra Theaterproducties met succes Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf? Daarin speelde comedian Sanne Wallis de Vries de dragende rol van Martha. In deze God van de slachting zien we Remko Vrijdag, vooral bekend als cabaretier en komiek.

Deze clowneske variant van het stuk staat of valt met het talent van de acteurs, het tempo, het niet al te toneelmatig omgaan met de tekst. Dat laatste lukt vooral bij de start van de voorstelling niet helemaal goed, de tekstbehandeling is aanvankelijk nogal opzeggerig.

Corpsbal

Maar als de vaart er eenmaal in zit, gaat deze voorstelling vliegen. Remko Vrijdag zet de egocentrische corpsbal fijn vet neer. Hij lééft als hij wordt gebeld en de scherpe advocaat kan uithangen. Vrijdag heeft niet alleen de lach aan zijn kont, hij is ook overtuigend door stil spel, door een hoog tempo, door een scherpe tekstbehandeling.

Yara Alink als zijn tuttige vrouw Annette krijgt vooral de ruimte van Braam wanneer ze zich hardop mag ergeren aan haar horkerige man. Voorts moet Annette voortdurend braken, ook over een kostbaar kunstboek dat Linda dierbaar is heen. Maar waardóór Annette steeds kotsmisselijk is, wordt niet echt duidelijk, of het moet zijn dat haar huwelijk haar de strot uitkomt.

Watje

De Berry van Johan Goossens is een onbehouwen flapuit. Berry is een boomlange goedzak. Het volkse type, uitbater van een winkel in huishoudelijke artikelen. Maar Berry is ook een watje: hij heeft de hamster van zijn negenjarige dochtertje op straat gezet, vooral omdat deze beer van een vent bang is voor knaagdieren. Zijn politiek correcte vrouw neemt hij allang niet meer serieus.

Rosa da Silva als de linkse kunstliefhebber Linda laat haar personage als enige echt een transformatie doormaken. Haar Linda begint weliswaar principieel, maar toch beheerst en rationeel. In de loop van de voorstelling wordt Linda feller, agressiever, en zelfs wanhopiger: dat de wereld een eerlijkere plek wordt, ziet zij niet gebeuren.

Binnenwereld

Er is duidelijk een verschil tussen de beschaafde buitenkant en de valse binnenwereld. Braam stopt een heleboel grappige, fijne regievondsten in de voorstelling; zoals wanneer Remko Vrijdag een selfie maakt van zichzelf met de vrouw die hij heeft ‘verslagen’, alsof ze een geschoten tijger is. Het fraaie interieur met would-bedesign (decor: Calle de Hoog) helpt ook.

God van de slachting is niet een heel origineel stuk, maar het heeft wel degelijk een bijzonder geestige tekst vol leuke vondsten. Regisseur Braam houdt de vaart er stevig in, waardoor dit een fijne avond theater is.

Tekst: Yasmina Reza
Vertaling: Laurens Spoor
Decor: Calle de Hoog
Kostuums: Nola van Timmeren
Lichtontwerp: Remko van Wely
Muziekfragementen: Casjan Berends en Arnold Schut
Techniek: Luuk van Overeem & Shiva Stempher
Fotografie: Annemieke van der Togt

Theater / Voorstelling

Poging om suïcide bespreekbaar te maken

recensie: ADEM – Theaterbolwerk PUNCH
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

‘Ik staar naar mijn schoen, en probeer eruit te zien alsof ik nadenk’, zegt de suïcidale vrouw. Want ze weet niet wat ze moet zeggen, terwijl haar therapeut kennelijk van haar verwacht dat ze haar dodelijke plan nu uit de doeken zal doen. Het is niet eenvoudig de gedachten aan zelfdoding bespreekbaar te maken. Bij Theaterbolwerk PUNCH doet toneelschrijver Roel Pronk een fijne poging met zijn stuk ADEM.

Alle hulpverleners en verzorgers herhalen het keer op keer: ‘Denk je aan suïcide, zoek dan geestelijke hulp. Práát erover, bel hulplijn 113.’ Maar hoe is het voor de persoon met de sombere gedachten zelf? Hoe voelt die zich in de spreekkamer van een hulpverlener die eigenlijk nauwelijks tijd heeft om te luisteren? En hoe moet die omgaan met bezorgde, dierbare naasten? ADEM probeert daarop antwoord te geven in een kaleidoscopische, fragmentarische voorstelling.

Voorkomen van zelfmoord

113 Zelfmoordpreventie vraagt momenteel aandacht voor zelfdoding onder jongeren. De jongste cijfers zeggen dat in Nederland per maand gemiddeld 26 jongeren zichzelf het leven benemen.

Theaterbolwerk PUNCH biedt nieuwe schrijvers de ruimte een tekst te maken die meteen wordt gespeeld. Schrijver Roel Pronk kreeg die kans. Pronk kent het gevoel dat het leven te zwaar wordt. Vandaar dat hij ADEM schreef. PUNCH brengt het nu op de podia, in de regie van Gerardjan Rijnders. Ze werken samen met 113 Zelfmoordpreventie.

Hanna van Vliet, Ali Zijlstra, Leendert de Ridder, Kharim Amier en Jip Smit nemen beurtelings de rollen op zich van een persoon met suïcidale gedachten, diens vader, diens therapeut, vrienden en vriendinnen. Ze spelen korte scènes die uit het leven zijn gegrepen.

Fragmentarisch

Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar heen. Teksten en scènes zijn door deze aanpak onvermijdelijk fragmentarisch. We zien hoe anderen omgaan met iemand met neigingen tot zelfdoding: zelfmoord is egoïstisch, en het leven is toch echt leuk genoeg. Het steeds herhaalde mantra is: ‘Adem in, adem uit’.

Verwachtingen

We horen de gedachten van de suïcidale persoon. De somberheid. Het onvermogen gelukkig te zijn. De twijfel aan een betere toekomst. Het zich moeizaam groot houden tegenover dierbaren. De angst niet te kunnen voldoen aan verwachtingen – zelfs niet aan die van de hulpverlener, die kennelijk een verstandig en samenhangend verslag van de sombere zielenroerselen verwacht in het uurtje therapietijd dat daartoe beschikbaar is.

Praten over zelfmoordpogingen, al dan niet mislukt, is bij voorbaat ingewikkeld: ‘We gaan het niet hebben over gisteravond’, stribbelt het personage van Hanna van Vliet voortdurend tegen.

Praat erover

Het paradoxale is dat iedereen die betrokken is bij deze voorstelling beoogt suïcidale mensen ertoe te bewegen erover te praten, opdat de negativiteit gekeerd kan worden, maar dat uit de teksten juist blijkt dat niets helpt. De liefde van de vader niet, de gesprekken met de therapeut niet, het weer kunnen praten met de beste vriendin niet. Dat is best vreemd. Alsof de getoonde strategieën om zelfdoding te voorkomen volgens dit stuk niet werken.

Transparante schermen

ADEM speelt in een waanzinnig fraaie setting (decor: Marjolein Ettema), even simpel als geniaal en functioneel. Op drie transparante schermen veranderen gestructureerde lijnen en blokken in kronkelende, golvende en hoekige vlakken, naargelang de suïcidale persoon somberder wordt, of die weer op de voeten landt door de nuchtere benadering van de omgeving.

De zorgvuldig gefragmenteerde belichting (licht: Jordy Veenstra) isoleert personages van de anderen of plaatst ze juist in een groep.

Soelaas

Regisseur Rijnders laat zijn spelers het hele scala aan mogelijkheden voor tekstbehandeling uit de kast trekken, van fluisteren tot schreeuwen tot huilen. Van eenzaam in elkaar kruipen tot bovenop elkaar gaan zitten.

Het geboden advies dat de makers van deze voorstelling willen geven: ook al voel je je niet begrepen, ook al lijkt het aantrekkelijk jezelf voorgoed van al het eenzame gepieker te verlossen, warmte zoeken bij elkaar kan soelaas bieden.

Tekst: Roel Pronk
Decor: Marjolein Ettema
Video: Menno Broere
Licht: Jordy Veenstra
Muziek / Sound scape: Floris Bosma | Flows’ productions
Techniek: Patrick Knoop | PK eventtechniek

Denk je aan zelfdoding? We zijn er voor je. Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten. Bel gratis 113.

Theater / Voorstelling

Slapstickversie van de middeleeuwen

recensie: Welkom in de middeleeuwen – Bos Theaterproducties/Inge Bos
welkom 2Willem van Walderveen

Een houten ‘troon’ op wieltjes, een bordkartonnen schandpaal, een bord met ‘Echt waar!’ erop: deze plus nog een handvol rekwisieten is alles wat het team van regisseur Niek Barendsen nodig heeft. Onder de vlag van Bos Theaterproducties maken ze een zeer geslaagde theaterversie van de populaire geschiedenis-televisieserie Welkom in de middeleeuwen. Op tv is het concept geestig, op toneel blijkt de formule zelfs hilarisch.

476 na Christus. De Germanen hebben de Romeinen verjaagd uit Nederland. De leider van de Germanen (Tobias Nierop) slaat zich op de borst: dat heeft-ie toch maar eens mooi voor elkaar. Nu kunnen eindelijk de middeleeuwen beginnen in dit land, nu er mensen wonen met hart voor de zaak. Niks, helemaal niks zijn we opgeschoten met die Romeinen, constateert de Germaanse leider. Maar de rest van de Germanen tikt de leider op de vingers: de Romeinen brachten onze voorvaderen verharde wegen, badhuizen, poëzie, paleizen, aquaducten, riolering. Het begin van beschaving, zeg maar.

754 na Christus. Bonifacius (Teun Donders) wordt vermoord door heidense Friezen. Die heeft hij met grof geweld geprobeerd te kerstenen. Hij heeft hun heilige bomen, functioneel voor hun natuurgodsdienst, omgehakt en staat nog altijd te zwaaien met een bijl. Bonifacius begrijpt maar niet waarom die Friezen zijn woeste ingrepen niet pikten.

Echt waar!

Speelse geschiedenislesjes zoals die over de Romeinen en die over de moord op Bonifacius zijn kenmerkend voor de Welkom-series op tv. Officieel is het jongerentelevisie. Tekstschrijver en regisseur Niek Barendsen maakt het programma al jaren, met in elke reeks een ander historisch thema. De programma’s bestaan goeddeels uit sketches waarin gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis zijn verwerkt. De scènes worden gespeeld door acteurs van naam en faam. Vooral wanneer buitenissige feitjes worden voorzien van een bordje ‘Echt waar!’ zijn die toneelstukjes nog leerzaam ook. En ze zijn zo slim gemaakt dat ze zowel voor de jeugdige doelgroep geestig zijn als voor volwassen (mee)kijkers.

Rode draad is het personage van de hedendaagse presentator Dorine Goudsmit, dat op televisie wordt vertolkt door Plien van Bennekom. Zij interviewt zogenaamd historische personen, gespeeld door topacteurs.

Welke eeuw

Bedenker, schrijver en regisseur Niek Barendsen heeft nu een theaterbewerking gemaakt van zijn serie Welkom in de middeleeuwen. Daarbij kan Barendsen leunen op zijn eigen, bijzonder geestige teksten. Op toneel neemt een zestal acteurs die voor zijn rekening.
Desi van Doeveren speelt interviewer Dorine, die hoofdfiguren uit de Nederlandse middeleeuwen bevraagt. De overige vijf acteurs (Tobias Nierop, Kim van Zeben, Teun Donders, Sophie de Wit en Dick Kingma) nemen alle rollen van alle middeleeuwers voor hun rekening. De acteerstijl houdt het midden tussen comedy en slapstick. Op een bordje dat op het podium staat, wordt geprojecteerd in welke eeuw we zitten.

Plastic ridderschild

In extreem hoog tempo volgen de historische scènes elkaar op. Van de Germanen en de vermoorde Bonifacius naar Karel de Grote, uiteindelijk eindigend bij Willem van Oranje. Wonderbaarlijk is hoe de acteurs razendsnel switchen van personage naar personage. Het ensemble is een goed geoliede machine, dat zichtbaar plezier heeft in het spel. Met hier een ander hoedje en daar een plastic ridderschild verschijnt de volgende historische figuur op het podium.

De gekste onderwerpen en weetjes komen langs, van lepra tot de drijfveren van kruisvaarders; van het vrouwelijk schoonheidsideaal tot het gebruik van urine als vlekkenverwijderaar. Het publiek wordt rechtstreeks toegesproken. Nu en dan dreigt een speler vanaf het podium toeschouwers te zullen onderspatten met water, spuug of kots.

Vragen en antwoorden

Het jonge publiek wordt opgeroepen tijdens de pauze vragen over de middeleeuwen op te schrijven, waarop de spelers na de pauze het antwoord zullen geven of spelen. Uiteraard zijn er daarvan een aantal vooraf ingefluisterd door de volwassen makers, zoals de vraag of middeleeuwers zich wasten, en of ze seks hadden, maar het is leuk de antwoorden uitgebeeld te zien.

Tobias Nierop

Regisseur Barendsen mag zich verheugen in een ensemble dat zich met volle overgave inzet in dit absurd-hoog-tempo-theater, compleet met liedjes en dansjes.

Opvallend in het geheel is Tobias Nierop, die bekendheid verwierf met zijn vertolking van Johan Cruijff in 14 de musical. Nierop neemt onder andere een aantal van de sleutelpersonages voor zijn rekening, zoals Karel de Grote en Willem van Oranje. Hij is zowel fysiek als in mimiek als in stemgebruik de sterkste van het ensemble. Alleen al het spel van Tobias Nierop is een goede reden om te gaan kijken naar Welkom in de middeleeuwen.

 

Tekst: Niek Barendsen
Decor- en kostuumontwerp: Joris van Veldhoven
Muziek: Niek Barendsen
Lichtontwerp: Wannes van der Veer, Sander Schaart
Choreografie: Kiki Heus

Theater / Voorstelling

Een rockend en indrukwekkend dertigersdilemma

recensie: Tick, Tick… BOOM! – OpusOne
TTB-5.perskit

Bijna dertig en nog steeds niet succesvol: de ambitieuze musicalcomponist Jon voelt de tijd dringen en wil graag doorbreken. Deze semi-autobiografische musical van Jonathan Larson over zijn dertigersdilemma is nu voor korte tijd in de Amstelveense schouwburg De Landing te zien.

De dertig naderen en nog niet aan de verwachtingen voldoen die je als tiener had. Nog geen huisje, boompje, beestje of succesvolle carrière. De quarterlifecrisis is van alle tijden en staat centraal in de musical Tick, Tick… BOOM! uit de jaren ’90. Bij een jongere generatie is de musical waarschijnlijk bekend van de Netflix-verfilming uit 2021.

Dertigersdilemma

TTB-4.

© perskit

De musical is gemaakt door Jonathan Larson (script, liedteksten en muziek), die een paar jaar later doorbrak met de musical RENT. Deze musical heeft zijn stempel gedrukt op het musicallandschap en is wereldwijd zeer succesvol. Larson heeft dit succes nooit meegemaakt, want hij stierf plotseling op 35-jarige leeftijd, een paar dagen voor de première van RENT. Met dit gegeven kijk je toch nét even anders naar de semi-autobiografische musical Tick, Tick… BOOM!

In de vroege jaren ’90 in New York werkt de musicalcomponist hard aan zijn musical Superbia. Binnenkort viert hij zijn dertigste verjaardag, maar zijn succes als musicalcomponist blijft uit en dat zit hem dwars. Hij hoopt dat Superbia succesvol gaat worden en dat de show na de workshop een producent gaat vinden. Jon twijfelt veel en zijn omgeving oefent druk op hem uit. Zijn vriendin Susan wil graag haar eigen dromen najagen en zijn beste vriend Michael denkt dat zijn goedbetaalde marketingbaan ook iets voor Jon is. Jon voelt het tikken van de klok nu zijn dertigste verjaardag nadert, welke keuzes moet hij maken?

OpusOne brengt nu voor slechts drie weken de Engelstalige versie van Tick, Tick… BOOM! naar Nederland met Milan van Waardenburg, Liss Walravens en Paul Morris. Het is een kleine show met drie acteurs, een kleine band, weinig decor in een intiem theater. Het podium is een klein speelvlak en aan de zijkanten zit publiek, dat soms ook even onderdeel is van de musical.

Een goed trio

Je hangt 1,5 uur lang aan de lippen van Milan van Waardenburg als Jon. Een moeilijke rol die hij moeiteloos speelt, want hij vertelt Jons levensverhaal aan een publiek (als hij de handmicrofoon vast heeft) terwijl hij het tegelijkertijd beleeft. Van Waardenburg laat zien waarom hij een van de beste Nederlandse musicalacteurs van zijn generatie is, want deze rockmusical zingt hij met gemak en ook blijkt hij goede komische timing te hebben. Hij was eerder onder andere te zien als Valjean in Les Misérables (ook op West End) en als De Dood in Elisabeth, maar de rol van Jon is dus echt wat anders en ook dit doet hij met verve.

Liss Walravens speelt Jons vriendin Susan en wat andere rollen, Paul Morris is Jons beste vriend Michael en neemt ook wat andere rollen op zich. Beiden spelen goed en laten vooral Van Waardenburg schitteren. Morris is voor het eerst te zien in een Nederlandse musical (hij deed ooit mee aan Op zoek naar Danny & Sandy en speelde in een aantal Duitse musicals) en laat met zijn vertolking van Michael zien dat hij wel vaker in Nederlandse musicals mag staan.

Engelstalige versie

De musical wordt helemaal opgevoerd in het Engels, dus zowel de liedjes als de dialogen. Dan is er de eeuwige discussie in musicalland: is een Nederlandse vertaling niet beter? In de liedjes is het Engels prima te volgen en verstaan, maar in de gesprekken niet altijd. Geen van de drie acteurs heeft een overtuigend Amerikaans accent, toch zit dat de voorstelling niet echt in de weg door het goede spel. Toch zitten er hier en daar grapjes of Amerikaanse referenties in, die voor het Nederlandse publiek niet helemaal te volgen zijn. Zou in dit geval een show met Nederlandse teksten en Engelse nummers niet beter op zijn plek zijn geweest?

Tick, Tick… BOOM! maakt indruk door met weinig materiaal en spelers een show neer te zetten waarin je wordt opgezogen. Op de valreep van 2025 is deze musical toch echt wel een must-see voor musicalliefhebbers. Al is het alleen maar om van zo dichtbij het ijzersterke optreden van musicalster Milan van Waardenburg te zien.

Opgelet, korte looptijd: slechts te zien tot en met 10 januari 2026!

Theater / Voorstelling

Gedurfde grappige musical die niet over autisme gaat

recensie: Stoornis of my life

Na jarenlang succesvolle voorstellingen met Showponies, en alle varianten daarop, heeft Alex Klaasen nu een musical gemaakt: Stoornis of my life. Met de mysterieuze ondertitel: ‘een musical die niet over autisme gaat’. Maar waarover dan wel?  

Alex Klaasen heeft een broer met autisme en hun familiedynamiek is de inspiratiebron voor deze nieuwe musical. Gedurfd, want het is niet alleen een musical, maar echt een musicalkomedie. Grappen maken over iemand met  autisme, als dat maar goed gaat!

Familieband

De musical vertelt het verhaal van twee broers Jasper en Willem. Jasper heeft een autisme spectrum stoornis (ASS) is 49 jaar, woont begeleid met een groep mensen die ook op het spectrum zit en is een enorme musicalfan. Zijn broer Willem is een bekende soapster. Als hun moeder overlijdt, staat hun wereld op zijn kop. Iedereen maakt zich zorgen over Jasper, kan hij dit wel aan? Ondertussen heeft Jasper het idee dat hij de hoofdrol speelt in zijn eigen musical en legt het publiek van alles uit over musicals. Maar het duurt wel erg lang voor zijn ‘eleven o’clock song’ komt, is hij eigenlijk wel de hoofdrolspeler van deze musical?

Stoornis of my life vertelt een mooi verhaal over rouwverwerking bij twee broers die heel verschillend zijn. Autisme staat centraal en toch ook weer niet. De musical gaat namelijk vooral ook over de worsteling van broer Willem, ‘The Glass Child’, de broer die zich nooit gezien voelde omdat alle aandacht van zijn moeder naar Jasper ging vanwege zijn autisme.  De draai in de musical wordt heel mooi gemaakt aan de hand van de metafoor ‘de musical’, want musicalfan Jasper denkt de hoofdrol te spelen in deze musical, maar komt er langzaam maar zeker achter dat het eigenlijk allemaal draait om zijn broer Willem, die het moeilijker heeft dan iedereen dacht.

Musicals en autisme

In deze voorstelling leer je veel over autisme en over musicals. Als musicalfan leert Jasper je alles over de opbouw van musicals en waar hij het liefst in de zaal zit. Er zitten gedurende de hele show veel knipogen in naar andere musicals. Daarnaast leert Jasper, samen met de woongroep, je veel over autisme, wat ze in de show ‘op het spectrum’ noemen (aangezien iedereen het liever anders noemt).
Het is lastig om een grappige musical te maken over autisme, zonder daarbij de mensen zelf te beledigen. Toch krijgt Alex Klaasen dit op voortreffelijke wijze goed voor elkaar. Natuurlijk komen er allerlei stereotypen van autisme voorbij, maar uiteindelijk is dit toch nog een behoorlijk breed spectrum. En vooral ‘Amber’s  Powersong’ maakt veel goed, want Jaspers begeleider blijkt zelf ook autisme te hebben. Ze is een laat gediagnostiseerde vrouw met autisme en zingt over haar worsteling. Haar verhaallijn laat zien dat het stereotype beeld van autisme, niet klopt. In de musical is dat voor Willem een eye opener, maar voor menigeen in het publiek zal dit ook nieuwe informatie zijn.

Sterke cast

De musical heeft ook nog eens een sterrencast. Zo wisselen Noortje Herlaar en Kim Lian de rol van Amber af, beiden waren al langere tijd niet meer in musicals te zien. Soy Kroon en Jim Bakkum wisselen de rol van broer Willem af. En uiteraard speelt Alex Klaasen de rol van Jasper voortreffelijk.

Kortom, Alex Klaasen heeft het weer voor elkaar: een succesvolle grappige voorstelling. Dit keer geen revue, maar een musical. Een show die ontroerend, persoonlijk, leerzaam én heel grappig is, een geslaagde combinatie. Bovendien draagt het ook bij aan een wat gevarieerdere representatie van autisme in de media, want het spectrum is breder dan alleen de ‘Kees Momma’s’ van deze wereld, al is de musical wel erg wit.

Theater / Voorstelling

Kibbelen op weg naar de Apocalyps

recensie: HOPE – NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater Hamburg
HOPE Mit Texten von Maria Milisavljević Regie Guy WeizmanChoreografie Roni HaverKerstin Schomburg

Hoop, echte existentiële hoop, ontstaat niet op momenten van grote voorspoed, omdat we dan best tevreden zijn. Hoop ontstaat in tijden van tegenspoed. Dan is het een noodzakelijke emotie om te kunnen doorgaan. Theatermakers NITE/Club Guy & Roni/Thalia Theater Hamburg gebruiken het concept ‘hoop’ om ter discussie te stellen in welke staat de wereld is waarin wij leven, in een oogstrelende maar ook rommelige voorstelling.

NITE staat voor Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble. NITE is de voortzetting van het Groningse Noord Nederlands Toneel, onder leiding van regisseur en choreograaf Guy Weizman en choreograaf Roni Haver. Samen vormden zij eerder het dansgezelschap Club Guy & Roni. Zij streven naar maatschappelijk geëngageerde, multidisciplinaire voorstellingen die het publiek aan het denken zetten.

Thalia Theater Hamburg zoekt voor zijn maatschappijkritische voorstellingen graag de aansluiting bij internationale theatermakers. Dan is NITE/Club Guy & Roni geen vreemde keuze.

Balletkleding

In HOPE gebruiken de makers een nogal omslachtige vertelling om hun boodschap over de huidige, bedenkelijke toestand van de wereld te verpakken. Een gezelschap van dansers en acteurs, goeddeels gehuld in babyroze balletkleding, ruziet over een nieuw ballet, onbewust van het feit dat de wereld de volgende dag ten onder zal gaan.

De choreograaf van het beoogde ballet (Maike Knirsch) gooit de ensemblevoorstelling die eerder is bedacht echter op de schop en wil alsnog een soloballet maken. Iedereen is kwaad, behalve degene die de solo zal dansen (Gloria Odosi).

Monologen

Er ontspint zich een ruzieachtige woordenstroom. Daarin concurreren eenlingen, duo’s en grotere groepen met elkaar. Er zijn weinig gesprekken of dialogen; spelers spreken een voor een korte monologen uit (tekst: Maria Milisavljević, 1982, Arnsberg, Duitsland), voornamelijk met het gezicht naar de zaal. Bewust Brechtiaans: de vierde wand naar het publiek wordt voortdurend doorbroken.

De monoloogjes, veelal in korte zinnetjes, van Milisavljević getuigen van kwetsbaarheid: ‘Iets moois, iets fijns.’ Van eenzaamheid, van behoefte aan intimiteit: ‘Hug me!’ Van het zoeken naar houvast op allerlei gebieden: ‘Elke waarheid is iemand anders’ leugen.’ Er is een soort verteller (Bien De Moor) die zich onderscheidt door een geel kostuum.
De voorstelling wordt gespeeld in een mengelmoes van Duits, Engels en Nederlands, met Engelse en Nederlandse boventitels.

Schetsmatig

Individuen stellen zich voor aan de hand van uit het leven gegrepen anekdotes. Die vorm werkt niet goed, omdat de verhaaltjes te schetsmatig, te fragmentarisch zijn om de personages echt een karakter te geven. Zo beklijven de namen van de personages ook niet echt, de verschillende types blijven daartoe te oppervlakkig.

Kwetsbaar

Daarbinnen is niettemin onder anderen Tilo Werner als een van de dansers erg mooi: balancerend op de punten van zijn zwarte glitterschoenen vertelt hij een kwetsbare homo-erotische droom. Vorm en inhoud vallen daar samen: de wiebelige man en het bange verlangen.

Gekissebis

Personages die hun verhaal hebben gedaan, krijgen een hoofddeksel met een hoge roze veer op het hoofd. Ze worden daardoor iets tussen revueartiesten en circuspaarden in. Met behulp van verrijdbare decorstukken, deels voorzien van spiegelende oppervlakken, verandert de omgeving steeds van structuur. Er is veel gekissebis, concurrentie. Aanvallen en verdedigen.

Fragmentarische teksten, korte dansen op indringende, live uitgevoerde muziek vormen de aanloop naar een nogal lang uitgestelde apotheose. De dreiging van een naderende zondvloed wordt gesymboliseerd doordat er water door het dak druppelt, dat door Tilo Werner wordt opgevangen in zijn roestvrijstalen champagneglaasje.

Prachtige muziek

Bij het toenemen van de spanning wint HOPE enorm aan kracht, zowel in het spel als in de wervelende vormgeving, de spectaculaire belichting en zeker ook in de prachtige, aanzwellende muziek (muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp). De noodzaak van ‘hoop’ wordt duidelijker wanneer het erop lijkt dat het apocalyptische einde nadert.

De actuele boodschap die je kunt halen uit de warrige interactie tussen de spelers en uit de zoekende teksten van HOPE komt neer op: we kibbelen, maken elkaar het leven zuur met futiliteiten, jaloezie en kleinzieligheid, terwijl de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dan zal blijken hoe hard je elkaar nodig hebt. En hoe hard je dan hoop nodig hebt, als houvast om te proberen te overleven.

Tekst: Maria Milisavljević
Choreografie: Roni Haver
Dans: Rosie Reith, Tatiana Matveeva, Tommy Heeffer
Decorontwerp: Ascon de Nijs
Componist: Camill Jammal
Muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp
Lichtontwerp: Maarten van Rossem
Kostuumontwerp: Simon Carle & MAISON the FAUX