Boeken / Fictie

Dramatischer wordt het niet

recensie: Het geheim van Silvermoor - Tracy Rees

Het klinkt toch allemachtig, verdomde duister: Het geheim van Silvermoor. De titel van de nieuwe roman van Tracy Rees, een laatbloeier in de schrijverswereld, maakt de lezer benieuwd naar dé grote ontknoping. De dramatiek druipt van de bladzijdes af en de schrijfstijl is onmogelijk zoet, maar genieten doe je als liefhebber van romans à la De zeven zussen alsnog.

Een geschiedenis van kolen en roet

Na haar debuutroman Mijn zomers aan zee uit 2018, komt Rees op de proppen met een eveneens zeer dramatisch verhalende roman, waarin uiteindelijk de romantiek de grootste spil is. Deze nieuwe roman draait om Tommy Green en Josie Westgate, die beiden opgroeien in een mijnwerkersgezin. Ze komen uit twee rivaliserende dorpen. Tommy uit Grindley en Josie uit Arden. Dorpen die behoren tot het grotere landgoed van de eigenaren van de mijnen. De mijnwerkers uit Arden werken onder de wreedaardige Barridges, die vanaf hun landgoed Heston Manor iedereen betuttelden totdat hun oudste zoon op dat landgoed verongelukte en hun heil elders zochten. De koempels uit Grindley werken daarentegen voor de goedhartige graaf Sedgewick, die woonachtig is in de villa Silvermoor. Hoe aardig deze graaf ook mag zijn, zin om voor deze hoge pief te gaan werken heeft de veertienjarige Tommy niet.

Aan het begin van de zomer, in het jaar 1897, lopen Tommy en de iets jongere Josie elkaar tegen het lijf tijdens een wandeling. Er bloeit al snel een hechte vriendschap tussen de twee verdoemde kinderen, die hun leven lang hard zullen moeten werken. Tommy is een leven tussen de kolen beschoren, maar zou het liefst verder willen leren, leren, leren. Zijn meester Latimer weet deze droom al snel in de kiem te smoren en confronteert Tommy met het verleden van zijn familie: generatie na generatie hebben de Greens onder de grond gewerkt in de mijn de Crooked Ash en Tommy moet het niet in zijn hoofd halen om zijn eigen plan te trekken. Zelfs een ongeval in de mijn, waarbij een broer van Tommy om het leven komt, zet Tommy’s vader niet op andere gedachten: Tommy zal de familietraditie voortzetten.

Rooskleuriger gaat het er bij Josie thuis zeker niet aan toe: zowel haar vader als haar moeder geven haar bij het minste of geringste een draai om de oren. Gelukkig ontfermt de dappere buurvrouw Dulcie Embry, die hoge ogen gooit als ze als vrouw de winkel van haar overleden oom overneemt, zich met enige regelmaat over de kleine meid. Josie, die met haar lange, rode lokken een vreemde eend in de bijt is in de familie, is ook een kind dat van een betere toekomst droomt. Als ze op een dag de nicht van graaf Sedgewick, juffrouw Coralie, redt van een stel belagers, kan ze zich eindelijk ontdoen van haar troosteloze thuissituatie. Ze wordt namelijk het nieuwe kamermeisje van de knappe juffrouw, die eveneens golvend rood haar heeft… Vanaf dat moment lijken de kansen zich voor de ‘vrienden’ Josie en Tommy op te stapelen, gezien de vele privileges die Josie geniet in haar nieuwe functie.

Tommy weet overigens maar al te goed tot wie hij toenadering moet zoeken. Na een feest op landgoed Silvermoor, waar alle mijnwerkers voor één keer welkom zijn, wordt hij dikke maatjes met de jonge graaf in spé Walter Sedgewick, met wie hij er een lange briefwisseling op nahoudt. Deze prille vriendschap opent de ene na de andere deur voor Tommy. En dit zijn bij lange na nog niet eens alle lijntjes die Rees heeft uitgezet. Als Tommy en Josie ‘s avonds op de vlucht zijn en per toeval op het verlaten landgoed Heston Manor belanden, krijgen ze de schrik van hun leven als ze daar op een gestalte met een lang, wit kapsel stuiten. Is die persoon dan de verwezenlijking van het geheim van Heston Manor, uh, Silvermoor?

Luisterrijk verhaald

Het verhaal wordt luisterrijk verteld; woorden komen Rees niet te kort als ze vertelt over de liefdesgeschiedenis van Tommy en Josie die bol staat van de tragiek en dramatiek (en alle andere woorden die eindigen op -iek). Het hele gevoelswezen van haar twee jonge hoofdpersonages komt naar voren. Hiervoor leent de vertelinstantie zich ook voor. In het ene hoofdstuk is Tommy de ik-verteller en Josie in het andere. De twee stemmen wisselen zich voortdurend af. Toch laat dit ook veel ruimte over voor erg overdreven reacties en gevoelens. Het doet af en toe wel erg grotesk en theatraal aan. Zozeer, dat het boek niet bepaald aan geloofwaardigheid wint. Integendeel, de schrijfstijl benadrukt alleen maar hoe onrealistisch en overdreven het verhaal is. En langdradig, zo nu en dan. Er gebeurt ontzettend veel in het boek en er komen vele personages voorbij, zonder dat het je begint te duizelen, maar toch blijft Rees soms wel erg hangen in hoe zus en zo zich voelde bij dit en dat moment etc. etc. De dialogen die de personages onderling met elkaar voeren, zijn niet altijd even logisch te noemen. Vooruit, misschien spraken ze omstreeks 1900 net iets chiquer en met een meer beladen stem, maar dat vrijwel geen enkel personage wordt gestuurd door ratio, is weinig aannemelijk.

Milieu ontstegen

Toch moet gezegd worden dat Rees haar personages laat opbloeien. Slechts in 416 pagina’s zie, hoor en voel je welke karakterontwikkeling Tommy en Josie doormaken. Van twee onschuldige dorpskinderen, veranderen ze in twee ambitieuze, geharde jongvolwassenen die hun tijdsgeest ontstijgen én voornamelijk hun milieu. Een milieu dat wél waarheidsgetrouw wordt weergegeven, want je kunt je helemaal voorstellen hoe armoedig en armetierig het leven van mijnwerkers geweest moet zijn. Geen mijnwerker die het in zijn hoofd haalde om te protesteren voor een hoger loon om zijn familie te kunnen voorzien van voedsel. Voor jou tien anderen. Dat doorvoel je als lezer. Die angst en die onzekerheid liggen uiteraard ten grondslag aan de argwaan die de families van Tommy en Josie hebben ten aanzien van hun dromen.

Deze roman leest uiteindelijk weg als een kostuumdrama. Het leent zich voor een glansrijke serie over het wel en wee in het leven van een gemiddelde mijnwerker. Het gaat naast liefde, ook over de moed van de jonge protagonisten. Een van hen weet zich letterlijk vanuit een diep dal op te werken. Een roman voor iedereen die er niet voor terugdeinst om te worden overladen met clichématige uitspraken, onrealistische uitlatingen over de liefde en ongeloofwaardige voltrekkingen van het lot.