Tag Archief van: Kunst

Kunst / Expo binnenland

Ode en aanklacht

recensie: Relics – Art Zoo Museum
DSVT-RELICS2026_INSITU-aepyornis_liggend_FLAT-REV-JTim Mintiens Photography

Wat zouden de twaalf duo’s onder de naam ‘Keurmeesters’ in het nieuwe televisieprogramma van AVROTROS vinden van het Art Zoo Museum in Amsterdam, als ze de kans kregen het te bezoeken? Van het museum zelf en de tijdelijke tentoonstelling Relics in het bijzonder?

Salon

Salon ©Tim Mintiens Photography

‘Is dit wel kunst?’ hoor je ze tegen elkaar zeggen. ‘Knap gedaan, dat zeker.’ En: ‘Waar is nu die vreemde eend verstopt?’
Nee, het is kunst van de natuur met het doel dat de bezoekers, jong en oud, zich erover verwonderen. Zich laten overdonderen door de schoonheid en de kwetsbaarheid ervan. Een beetje romantisch, dat wel. Dat geven de twee kunstenaars die het museum inrichtten en vormgaven toe in het begeleidende filmpje over hoe alles zo is gekomen. Ze weten donders goed dat de natuur ook wreed kan zijn. Twee kunstenaars met één mindset onder het alias Darwin, Sinke & Van Tongeren. Een moderne interpretatie van het concept Wunderkammer, dat is het. Met verschillende lagen.
Sinke komt van origine uit de reclamewereld en Van Tongeren werkte voor Naturalis in Leiden.

Cromhouthuizen

Ze treden in de voetsporen van Darwin en zijn geïnspireerd door Nederlandse en Vlaamse zeventiende-eeuwse kunstenaars en – in de kelder van de Cromhouthuizen – door de zeventiende/achttiende-eeuwse farmaceut Albertus Seba, die onder meer opgezette dieren leverde aan tsaar Peter de Grote.
In de beroemdste zaal van het museum, aan de achterzijde bij de tuin, zit een plafondschildering van niemand minder dan Johan de Wit. Daar is momenteel de eerste tijdelijke tentoonstelling Relics te zien, gemaakt in samenwerking met curator en dinosaurusdeskundige Iacopo Briano. Hier worden enorme dino- en andere fossielen getoond en is een nieuwe invulling gegeven aan de paleontologie, zoals elders in het museum een nieuwe invulling is gegeven aan taxidermie (het opzetten van dieren). Sinke en Van Tongeren omschrijven het als ‘monnikenwerk’. Ze zijn dan ook meer dan tien jaar bezig geweest om deze experience, zoals je het wel kunt noemen, letterlijk en figuurlijk op te zetten.

Goed doordachte experience

T. rex Stan & family

T. rex Stan & family ©Tim Mintiens Photography

Wat opvalt, zowel in deze zaal als in alle andere zalen, is de (nagenoeg) symmetrische opzet van de expositie. Dat is goed doordacht, omdat symmetrie een kenmerk is van de natuur: een dier of plant die in twee delen kan worden verdeeld die elkaar spiegelen of een draaiing aannemen. Neem de schedel van een Mosasaurus, een (70 miljoen jaar oud) waterroofdier dat oppermachtig was. De schedel is getransformeerd tot een moderne sculptuur op een sokkel.

Schoonheid is de primaire laag van deze tijdelijke tentoonstelling. Maar je wordt als bezoeker ook uitgenodigd om te reflecteren over wat je ziet. Neem de 150 ijzeren kooien meteen achter de receptie. De vogels (ara’s en amazonepapegaaien) zitten er niet in, maar óp. Of neem die gorilla van spijkerstof en een nieuwe handtas van T. rex-huid, gekweekt op grond van genetisch materiaal. Voor de duidelijkheid: het heeft niets te maken met bijvoorbeeld Pinkeltje, de dode kat van de Nederlandse conceptuele kunstenares Tinkebell, want hier zijn geen dieren gedood. Ze staan er op het kruispunt tussen natuur, wetenschap en kunst. Als een ode én een aanklacht tegen de falende biodiversiteit waarover je je kunt verwonderen en waarover je kunt reflecteren.

Ook de inscriptie INRI bij de gipsen koppen van Darwin op de begane grond stemt tot nadenken. Oorspronkelijk het acroniem voor Iesus Nazarenus, Rex iudaeorum, mag hier de bezoeker er zelf een invulling aan geven. De tabourets staan uitnodigend klaar.

Na de wat theatrale, grootse en in halfdonker gehulde opstellingen is het een weldaad om in de lichte kelder, bij het eindpunt van de instructieve audiotour (nr. 12), bescheiden maar ‘spectaculaire schelpencollages’ aan het plafond te zien. Om even tot rust te komen en alles te verwerken.
Waar ten slotte die vreemde eend (het gevaarlijkste dier) nu zit verstopt? Dat zou u zelf moeten gaan ontdekken.

Kunst / Expo binnenland

Ode en aanklacht

recensie: Relics – Art Zoo Museum
DSVT-RELICS2026_INSITU-aepyornis_liggend_FLAT-REV-JTim Mintiens Photography

Wat zouden de twaalf duo’s onder de naam ‘Keurmeesters’ in het nieuwe televisieprogramma van AVROTROS vinden van het Art Zoo Museum in Amsterdam, als ze de kans kregen het te bezoeken? Van het museum zelf en de tijdelijke tentoonstelling Relics in het bijzonder?

Salon

Salon ©Tim Mintiens Photography

‘Is dit wel kunst?’ hoor je ze tegen elkaar zeggen. ‘Knap gedaan, dat zeker.’ En: ‘Waar is nu die vreemde eend verstopt?’
Nee, het is kunst van de natuur met het doel dat de bezoekers, jong en oud, zich erover verwonderen. Zich laten overdonderen door de schoonheid en de kwetsbaarheid ervan. Een beetje romantisch, dat wel. Dat geven de twee kunstenaars die het museum inrichtten en vormgaven toe in het begeleidende filmpje over hoe alles zo is gekomen. Ze weten donders goed dat de natuur ook wreed kan zijn. Twee kunstenaars met één mindset onder het alias Darwin, Sinke & Van Tongeren. Een moderne interpretatie van het concept Wunderkammer, dat is het. Met verschillende lagen.
Sinke komt van origine uit de reclamewereld en Van Tongeren werkte voor Naturalis in Leiden.

Cromhouthuizen

Ze treden in de voetsporen van Darwin en zijn geïnspireerd door Nederlandse en Vlaamse zeventiende-eeuwse kunstenaars en – in de kelder van de Cromhouthuizen – door de zeventiende/achttiende-eeuwse farmaceut Albertus Seba, die onder meer opgezette dieren leverde aan tsaar Peter de Grote.
In de beroemdste zaal van het museum, aan de achterzijde bij de tuin, zit een plafondschildering van niemand minder dan Johan de Wit. Daar is momenteel de eerste tijdelijke tentoonstelling Relics te zien, gemaakt in samenwerking met curator en dinosaurusdeskundige Iacopo Briano. Hier worden enorme dino- en andere fossielen getoond en is een nieuwe invulling gegeven aan de paleontologie, zoals elders in het museum een nieuwe invulling is gegeven aan taxidermie (het opzetten van dieren). Sinke en Van Tongeren omschrijven het als ‘monnikenwerk’. Ze zijn dan ook meer dan tien jaar bezig geweest om deze experience, zoals je het wel kunt noemen, letterlijk en figuurlijk op te zetten.

Goed doordachte experience

T. rex Stan & family

T. rex Stan & family ©Tim Mintiens Photography

Wat opvalt, zowel in deze zaal als in alle andere zalen, is de (nagenoeg) symmetrische opzet van de expositie. Dat is goed doordacht, omdat symmetrie een kenmerk is van de natuur: een dier of plant die in twee delen kan worden verdeeld die elkaar spiegelen of een draaiing aannemen. Neem de schedel van een Mosasaurus, een (70 miljoen jaar oud) waterroofdier dat oppermachtig was. De schedel is getransformeerd tot een moderne sculptuur op een sokkel.

Schoonheid is de primaire laag van deze tijdelijke tentoonstelling. Maar je wordt als bezoeker ook uitgenodigd om te reflecteren over wat je ziet. Neem de 150 ijzeren kooien meteen achter de receptie. De vogels (ara’s en amazonepapegaaien) zitten er niet in, maar óp. Of neem die gorilla van spijkerstof en een nieuwe handtas van T. rex-huid, gekweekt op grond van genetisch materiaal. Voor de duidelijkheid: het heeft niets te maken met bijvoorbeeld Pinkeltje, de dode kat van de Nederlandse conceptuele kunstenares Tinkebell, want hier zijn geen dieren gedood. Ze staan er op het kruispunt tussen natuur, wetenschap en kunst. Als een ode én een aanklacht tegen de falende biodiversiteit waarover je je kunt verwonderen en waarover je kunt reflecteren.

Ook de inscriptie INRI bij de gipsen koppen van Darwin op de begane grond stemt tot nadenken. Oorspronkelijk het acroniem voor Iesus Nazarenus, Rex iudaeorum, mag hier de bezoeker er zelf een invulling aan geven. De tabourets staan uitnodigend klaar.

Na de wat theatrale, grootse en in halfdonker gehulde opstellingen is het een weldaad om in de lichte kelder, bij het eindpunt van de instructieve audiotour (nr. 12), bescheiden maar ‘spectaculaire schelpencollages’ aan het plafond te zien. Om even tot rust te komen en alles te verwerken.
Waar ten slotte die vreemde eend (het gevaarlijkste dier) nu zit verstopt? Dat zou u zelf moeten gaan ontdekken.

Kunst / Expo binnenland

Jan Toorop, een bezield kunstenaar

recensie: De werelden van Jan Toorop
Jan Toorop - Zelfportret met rode baret (1881)Jeanne van Rutten

De term slaoliestijl, de platte benaming voor art nouveau, is onlosmakelijk verbonden met Jan Toorop (1858–1928). Dit vanwege het door hem gemaakte affiche in opdracht van de Nederlandse Oliefabriek ter promotie van Delftsche Slaolie in 1894. Dit werk van Toorop is weliswaar het meest algemeen bekend, maar doet hem geen recht. De tentoonstelling De werelden van Jan Toorop in Singer Laren laat zien hoe veelzijdig en vooruitstrevend de kunstenaar was. Hij werd in zijn tijd in Nederland gezien als de meest geavanceerde kunstenaar en bouwde internationale faam op.

Jan Toorop werd geboren op Java en op tienjarige leeftijd voor zijn opleiding naar Nederland gestuurd. Hij zou zijn ouders en geboorteland niet meer terugzien. Dat klinkt wrang. Zijn verbondenheid met Indië liet hem echter niet los. Hij omarmde zijn Javaanse en Chinese achtergrond. Op zijn vroegst bekende zelfportretten in olieverf en aquarellen met taferelen uit het toenmalige Indië zijn batik Javaanse gewaden te zien. Ze laten ook zien hoe getalenteerd Toorop al op jonge leeftijd was. Zijn Zelfportret met rode baret uit 1881 en het zelfportret in zijn atelier uit 1883 tonen een indringend kijkende, zelfbewuste jongeman. Iemand die weet wat hij wil.

Aanvankelijk studeerde Toorop na de lagere school en HBS aan de Polytechnische School in Delft. Hij maakte een overstap naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, maar koos vervolgens al snel voor de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel. Hier maakte hij kennis met de vernieuwingen in de schilderkunst.

Vernieuwingen

Op de academie in Brussel ervoer Toorop de heersende doctrine als te beperkend. Hij ging eropuit om zich verder te ontwikkelen en sloot zich aan bij Les XX (Les Vingt), een groep van twintig vernieuwingsgezinde kunstenaars die in opstand kwam tegen de traditionele kunstbeoefening van die tijd. Via hen leerde Toorop het werk kennen van onder andere Henri de Toulouse-Lautrec, Auguste Rodin, Paul Cézanne, Georges Seurat en Vincent van Gogh.

Van Gogh liet zijn invloed op de kunstenaar gelden. In 1891 schilderde Toorop Vloed, een visser die zijn boot door een ruwe zee aan wal trekt. De kleurkeuze en de stijl tonen onmiskenbaar de invloed van de destijds verguisde schilder. Toorop organiseerde in 1892 bij de Haagse Kunstkring met 91 schilderijen de eerste, spraakmakende overzichtstentoonstelling van Van Gogh. Het werd het keerpunt voor diens erkenning.

Jan Toorop - Le Marronnier (1888)

Jan Toorop – Le Marronnier (1889)

Onder de indruk van het werk van Seurat legde Toorop zich toe op het pointillisme. Niet fijnmazig zoals Seurat, maar in stippen en strepen van verschillende grootte en dikte. Le Marronnier (1889) toont een vredig landschap met een kastanjeboom langs een brede vaart. Opvallend is het gebruik van de kleur roze in een landschap dat in werkelijkheid niet roze is.

Ook liet Toorop zich inspireren om met een paletmes te werken in plaats van de schilderskwast. Een techniek die bij uitstek geschikt is om de beweeglijkheid van de zee uit te beelden. Dat blijkt met Brisants de la mer du Nord (De branding van de Noordzee) uit 1888. De grijze, hoog opzwepende golven met schuimkoppen zijn herkenbaar: dat is de Noordzee.

De tentoonstelling getuigt ervan dat Toorop experimenteerde met veel technieken en stijlen. Hij maakte werk in olieverf en tekende met houtskool, krijt en potlood. Ook de onderwerpkeuze waaiert breed uiteen. Zijn sociaal engagement blijkt uit zijn sombere tekeningen en schilderijen over armoede. Er zijn romantisch ogende taferelen met vrouwenfiguren in pasteltinten. En hij ontwierp tegeltableaus, reclames, boekomslagen en gebrandschilderde ramen.

Symbolisme en katholicisme

Jan Toorop - De Sphinx (1892-1897)

Jan Toorop – De Sphinx (1892-1897)

Uiteindelijk legde Toorop zich toe op het symbolisme vanuit zijn verbondenheid met het spirituele en mystieke en ontwikkelde zijn eigen stijl. Met de herinneringen aan zijn jeugd hield hij zich onder andere bezig met verschijningen van geesten, morbiditeit en symbolen. De Sphinx (1892-1897, hij heeft er vijf jaar aan gewerkt) is uitgevoerd in krijt en potlood en laat een minimaal gebruik van kleur zien. De figuren met langgerekte armen en een typische stand van de handen lijken te refereren aan wajangpoppen. Kenmerkend voor het symbolisme is het horizontale en verticale lijnenspel. Op de tentoonstelling zijn meerdere voorbeelden van dergelijk, fantasierijk werk van hem te zien. Het doet fantasierijk aan.

Het symbolisme bereikte zijn hoogtepunt tijdens het fin de siècle, de periode tussen het einde van de negentiende eeuw (ongeveer 1890) en het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Toorop vestigde in deze periode zijn naam als de meest moderne Nederlandse kunstenaar. Zijn werk maakte een overrompelende indruk. Toorop exposeerde in het buitenland, tot aan New York, en bij de Wiener Secession. De Wiener Secession, met als een van de grondleggers Gustav Klimt, was een kunstenaarsvereniging die zich, net zoals Les XX en de Haagse Kunstkring, verzette tegen academisch conservatisme. Toorop wordt gezien als van cruciale invloed op Klimt. Klimts werk verwijst er zonder enige twijfel naar.

Jan Toorop - De Pelgrim (1921)

Jan Toorop – De Pelgrim (1921)

Een groeiende interesse voor het katholicisme maakte dat Toorop sterk gelovig werd en zich liet dopen. Daarmee deden de religie en haar symboliek entree in zijn werk. De tekening De Pelgrim (1921) in krijt en houtskool is indrukwekkend. Niet alleen vanwege de grootte, maar ook door de krachtige lijnen waarmee de bedevaartganger is getekend. In dit verband is het pièce de résistance van de tentoonstelling zijn kruiswegstaties, een indringende verbeelding van de lijdensweg van Jezus Christus in veertien tekeningen.

Domburg

Toorop bracht menig zomer vele maanden door in Domburg, aangetrokken door de charme van het dorp en wat het ‘Zeeuwse licht’ wordt genoemd. Het kan niet onvermeld blijven dat hij oprichter en drijvende kracht was van de kunstenaarskolonie die daar resideerde. In diens voetspoor, onder de indruk en invloed van het werk van Toorop, kwamen ook Piet Mondriaan en Jan Sluijters naar Domburg. Zo hebben ze elkaar ontmoet.

Ten slotte

De tentoonstelling De werelden van Jan Toorop heeft veel te bieden. Het is al met al een imponerend overzicht van hoe gedreven de schilder was in het zich losmaken van de traditionele kunstbeoefening en welke weg hij heeft afgelegd om een eigen stijl te ontwikkelen. Naast het werk van Toorop is ook werk te zien van kunstenaars die hem beïnvloedden en die hij op zijn beurt beïnvloedde. In de catalogus van de tentoonstelling staan verdere voorbeelden. In de bijbehorende tekst wordt nauwkeurig het leven van de kunstenaar en diens ontwikkeling beschreven.

De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370
Kunst / Expo binnenland

Melancholie en verlangen

recensie: Umbild - Jules van Hulst & Wieger Steenhuis
De Fundatie_PT_Februari_2026_1G7A1370

Les fleurs du mal (De bloemen van het kwaad) heet de dichtbundel (1857) van Charles Baudelaire. Deze bundel vormt primair het uitgangspunt voor de tentoonstelling Umbild van Jules van Hulst en Wieger Steenhuis in Museum de Fundatie in Zwolle.

De kunstenaars benadrukken gelukkig dat het niet zo eenzijdig is als de titel van Baudelaire doet vermoeden; niet alleen het kwaad komt in de gedichten terug. Het gaat volgens hen namelijk zowel over spleen als over ideaal: het negatieve, zware en melancholische, en het ideaal, het verlangen naar het perfecte. De kenners en liefhebbers weten het: goed en kwaad komen niet alleen in de hele bundel, maar soms zelfs in één gedicht terug, zoals in ‘Duellum’. Dit begint met verlangen en eindigt met de vechtscheiding van dichter Charles en diens vrouw Jeanne.

Jules van Hulst en Wieger Steenhuis

Die dubbelslag kom je in de expositie overal tegen. Van Hulst (Nijmegen, 1984) en Steenhuis (Emmen, 1982) onderzochten een jaar lang in het kader van een mastertraject bij Museum de Fundatie hoe hedendaagse technieken kunnen worden ingezet om bestaande kunstwerken uit de collectie opnieuw te tonen en daarbij diepere lagen aan te boren.
Van Hulst is beeldend kunstenaar die video’s, performances, installaties en poëziefilms maakt. Steenhuis is ontwerper en ontwikkelaar van interactieve installaties en realtime computer graphics waarin wordt uitgegaan van gedeelde ervaringen.

Drie originele kunstwerken

Ascetics.temp

Drempel naar de droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

De drie originele kunstwerken die beide kunstenaars naast Baudelaire tot uitgangspunt namen, worden getoond in een kleine zaal op de begane grond: het bronzen beeld De geknielde van de fontein (1898) van George Minne, het stilleven Bibelots (ca. 1935) van James Ensor en Landschap in Wales (1917) van Valerius De Saedeleer. Alle drie Vlaamse symbolisten, zoals Baudelaire een Franse symbolist was.

De geknielde van de fontein George Minne

Het eerstgenoemde werk komt terug in Ascetics.temp van Van Hulst en Steenhuis. Een installatie waarin de geknielde in het aangeduide water lijkt te kijken. In tegenstelling tot Narcissus, die betoverd was door zijn eigen spiegelbeeld in het water, is deze man naar binnen gekeerd. De installatie is omringd door gordijnen die soms door een ventilator worden aangeblazen en waarop vervolgens een woord wordt geprojecteerd, zoals ‘analogie’, ‘imitatie’, ‘mimesis’. Net als bij het originele beeld op de begane grond kan de bezoeker om de installatie heenlopen.

Schilderij Inwisselbaar

De bezoeker is zowel kijker als de bekekene. Beeld: Peter Tijhuis.

Bibelots James Ensor

De Bibelots van Ensor zijn bij Van Hulst en Steenhuis getransformeerd tot een installatie onder de titel Inwisselbaar. Hierin zijn objecten uit de collectie van Museum de Fundatie samengebracht. Oorspronkelijk zijn het bij Ensor kleine siervoorwerpen die staan voor ijdelheid. Dit thema is ook hier gebleven, want een felle lamp zorgt ervoor dat de schaduw van de waarnemer op een witte muur valt. Zo kijkt de bezoeker dus zelf naar de kunstwerken, maar kan deze op die manier ook door andere bezoekers worden bekeken. Dit is naast Baudelaires spleen en ideaal nog een onderliggend, misschien wat gezocht thema in deze expositie: kijken en bekeken worden.

Landschap in Wales Valerius De Saedeleer

Het prachtige landschap naar De Saedeleer is door Van Hulst en Steenhuis fraai gevangen in hout, staal, monitoren en data-aansturing. Het is een intrigerende installatie, die ze Daily Nocturne noemen, ‘een venster naar een droomwereld’, het ideaal van Baudelaire.
De toeschouwer ziet hoe materialen als hout en staal misschien in tegenspraak zijn met de droomwereld die de kunstenaars willen verbeelden. Maar juist daardoor komt de tweeslag van Baudelaire ook in materie mooi naar voren.

Daily Nocturne

Een venster naar een droomwereld. Beeld: Peter Tijhuis.

Het principe van data-aansturing komt terug bij de videomuur Heliotropisme bij het restaurant boven in het museum. Er zijn zonnebloemen te zien die verwelken en weer opbloeien, van spleen naar ideaal. Wanneer er iemand langsloopt, begint ook hier weer fel licht te schijnen dat de passant als de zon langs de negen videopanelen leidt.

Museum de Fundatie biedt met deze tentoonstelling een fraai voorbeeld op het snijvlak van Baudelaire, drie kunstenaars uit het Vlaams/Frans symbolisme en moderne transformaties daarvan, waarbij inventief gebruik is gemaakt van hedendaagse technieken en materialen. Een tweeslag (melancholie en verlangen) om ter plaatse te ervaren!

Kunst / Expo binnenland

Spel van lijnen en cirkels

recensie: De weg van het Penseel op papier en linnen – Anneke Schat
01 OnrustvlindersE*D.SIGN (Ester van Leuveren)

In de informatieve krant bij de tentoonstelling De weg van het Penseel op papier en linnen van Anneke Schat (1942-2024) in Museum Lunteren lezen we ‘dat Anneke zowel links- als rechtshandig’ was. Dat verklaart veel.

04 Vlinderen voor de Stèle

Anneke Schat, Vlinderen voor de Stèle

Neem het evenwicht in haar oeuvre: edelsmeedkunst, werk in staal en op papier of linnen. Evenwicht tussen gevoel en ratio, lege vlakken en zwarte inkt, orde en regelmaat. Telkens uitgaand van vormen uit de natuur. Op de grens van realisme en abstractie, met de nadruk op het laatste. Voorbeelden van zulke grenswerken zijn Monkeys on a string (1989), Heimwee naar het regenwoud (1996) en de vele vlinders. Leuk is dat kinderen op de tentoonstelling worden uitgenodigd om met vlindervormen aan de slag te gaan.

Anneke Schat-Portegijs

Anneke Schat is vooral als edelsmid bekend geworden, waarbij ze (nog zo’n kenmerk) van buiten naar binnen werkte, wat volgens een bijschrift staat voor optimisme. Net als het gebruik van de kleur geel.

Anneke Schat werd in 1942 in Amsterdam geboren. Zij kreeg haar opleiding aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (thans Gerrit Rietveld Academie). Hier volgde ze lessen bij Karel Niehorster (edelsmid) en Carel Kneulman (beeldhouwer). Deze opleiding rondde ze in 1964 af. In 1976 kwam zij op het spoor van de Japanse kalligrafie en nam les bij sensei (leraar) Hideko Satori (Tokio).
In 1980 verhuisde Schat naar het Gelderse Ede, pal bij Lunteren. Daar bereidde ze tal van tentoonstellingen voor, zoals in Laren, Amstelveen en Den Haag. In 2024 overleed zij.

05 Schaatsen in het regenwoud

Anneke Schat, Schaatsen in het regenwoud

Museum Lunteren

Op de benedenverdieping van de nieuwe vleugel van Museum Lunteren en in de Schatzaal op de eerste verdieping is haar werk te zien. Beneden zijn in twee vitrines onder meer zilveren miniaturen geëxposeerd. Boven onder andere foto’s van sieraden en van de Gouden Televizier-Ringen, die zij van 1975 tot 2020 ontwierp. In 2020 kwam zij tot een standaardvorm die bestaat uit drie delen van een cirkel, waarvan er eentje naar buiten keert.

Het accent van deze expositie ligt echter op Schats studie van de Japanse kalligrafie, inclusief enkele voorstudies voor haar werk op papier en linnen (Penseelstreken voor de Piramidaal, 1984). Ze werkte bijvoorbeeld met Chinese inkt (Samengebalde energie/Zon, wind en water, 2000), op Oeigoers Daphne-papier en met Schmincke-pigment.

03 Wilde cirkel

Anneke Schat, Wilde cirkel

Eigen beeldtaal en verwantschappen

In al haar kunst heeft zij een prachtige, herkenbare eigen beeldtaal ontwikkeld. Soms vermoed je een zekere verwantschap met het werk van bijvoorbeeld Sam Middleton (1927-2015) en Robert Zandvliet (1970). Middleton maakte net als Schat (Onrustige vlinder, 1991 en Zandoogjes, 1991) veelvuldig gebruik van cirkels. Middleton heeft overigens ook in Japan gewoond en daar ongetwijfeld kennisgemaakt met de Japanse kalligrafie die Schat zo boeide.
De kunstenares heeft met Zandvliet de verfstreektechniek en kleurschakeringen gemeen, onder meer in enkele grotere werken (120 x 100 cm) die in Lunteren worden getoond.

De eerdergenoemde krant bij deze expositie spreekt van ‘een unieke tentoonstelling (internationale allure)’. Los van het wat ronkende taalgebruik is het zeker een expositie die een tripje naar het Gelderse Lunteren meer dan de moeite waard maakt.

Kunst / Expo binnenland

Art She Crafted: tentoonstelling van vergeten vrouwen verdient een vervolg

recensie: Art She Crafted - Wereldmuseum Rotterdam
Vaas Shipibo gemeenschap Peru - Art She Crafted RotterdamTessa Vallinga

Bij binnenkomst in Art She Crafted in het Wereldmuseum Rotterdam is er geen inleiding in woorden, maar in aantallen. Op een curvevormige wand verschijnen in snel tempo portretten van vrouwen. Elke paar seconden een nieuw gezicht, een nieuwe naam. Kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) komt voorbij, maar ook Susanna Groeneweg (1875-1940) – het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer – en de Egyptische farao Hatsjepsoet (ca. 1507-1458 v.Chr.). Het tempo ligt te hoog om ze allemaal te onthouden. En dat is precies de boodschap: dit zijn er al veel, maar het zijn er nog veel meer.

Via een QR-code ontvouwt zich een digitaal archief met korte biografieën van vrouwen van invloed op kunst en cultuur. Niet altijd als maker, maar ook als opdrachtgever, beschermer, handelaar of kennisdrager. Dankzij hun positie binnen politiek, religie of economie konden zij artistieke productie mogelijk maken en vormgeven. Dat veel van deze namen nauwelijks bekend zijn, is geen toeval, maar het gevolg van hoe geschiedenis is opgeschreven. Die geschiedschrijving, zo maakt Art She Crafted duidelijk, kreeg in de negentiende eeuw vaste vorm. In die periode werd het idee van het mannelijke ‘genie’ gecanoniseerd. Vrouwen verdwenen uit beeld of werden gereduceerd tot rollen: muze, moeder, heilige of ‘vrouw van’. Niet omdat zij geen invloed hadden, maar omdat hun invloed niet paste binnen het dominante narratief. De tentoonstelling positioneert zich nadrukkelijk als correctie op die vertekening, en geeft belangrijke vrouwelijke makers van vandaag de dag een plek in de spotlight.

Vrouwen geven visuele kennis door

De ruimtelijke vormgeving ondersteunt dat streven. Je beweegt je door een soort zachte tunnel, waarin vitrages de wanden vormen en de chronologie bewust losgelaten is. Er zijn slechts twee globale categorieën: ‘Vrouwen uit de geschiedenis’ en ‘Vrouwen van nu’. Binnen die indeling lopen tijd, plaats en discipline door elkaar. Een geografische of hiërarchische ordening ontbreekt, en dat is een kracht. De vormgeving voorkomt zo de totstandkoming van een nieuwe canon en benadrukt verbanden over tijd en cultuur heen.

Zo vertelt een beschilderde aardewerken vaas uit de Shipibo-Conibo-cultuur in Peru over de centrale rol van vrouwen in het doorgeven van visuele kennis binnen gemeenschappen. Even verderop tonen videowerken van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat hoe fotografie en kalligrafie kunnen worden ingezet om de positie van vrouwen in Iran te bevragen. De kunstwerken in de tentoonstelling staan niet in dienst van een lineair verhaal, maar resoneren thematisch met elkaar.

Ook anonieme objecten krijgen nadrukkelijk ruimte. Een Chileense arpillera, een textielcollage gemaakt van reststoffen, toont het dagelijkse leven onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Armoede en onderdrukking zijn zichtbaar in huiselijke scènes. Het werk is niet gesigneerd, waarschijnlijk omdat het in het geheim werd vervaardigd. Juist die anonimiteit onderstreept de politieke lading ervan. Maaksterschap wordt hier niet opgevat als individuele roem, maar als noodzaak.

Vrouwelijke makers waren geen uitzondering

De tentoonstelling kaart halverwege een breder historisch kantelpunt aan. De late negentiende en vroege twintigste eeuw brengen wereldwijd nieuwe mogelijkheden door industrialisatie, fotografie, design en mode. Vrouwen treden zichtbaarder naar voren en claimen ruimte binnen disciplines die tot dan toe als ‘toegepast’ of ondergeschikt werden gezien. De Italiaans-Franse modeontwerper Elsa Schiaparelli is daarvan een bekend voorbeeld. Haar werk laat zien hoe mode zich kon ontwikkelen tot een volwaardige avant-gardistische kunstvorm. Tegelijkertijd maakt de tentoonstelling duidelijk dat zij geen uitzondering was, maar onderdeel van een bredere beweging vrouwelijke makers.

Een nieuwe renaissance

In de laatste zaal, uitgevoerd in warm okergeel, verschuift de focus naar hedendaagse makers. Werk van gevestigde namen, zoals de Iers-Britse ontwerper Simone Rocha, wordt getoond naast dat van jongere of minder institutioneel verankerde kunstenaars, zoals de Palestijnse schilder Malak Mattar, die haar werk onder meer via Etsy verkoopt. Het contrast is groot, maar niet ongemakkelijk. Het benadrukt dat zichtbaarheid, marktwaarde en artistieke relevantie niet samenvallen. De tentoonstelling concludeert dat deze vrouwen aan de vooravond staan van een nieuwe renaissance. Een waarin collectiviteit, ambacht en culturele uitwisseling centraal staan.

Art She Crafted eindigt met de stelling dat vrouwelijke invloed geen uitzondering was, maar een constante kracht in de vorming van kunst en cultuur. Die conclusie wordt overtuigend onderbouwd, zonder te vervallen in simplificatie of activistische retoriek. Het enige echte bezwaar tegen de tentoonstelling is haar omvang. De verhalen zijn rijk, de objecten gelaagd, maar de context blijft soms noodgedwongen beknopt. Juist daardoor wekt de tentoonstelling de wens naar meer verdieping. En dat is, in dit geval, een teken van succes.

Kunst / Expo binnenland

Verzamelen, verwonderen, verbeelden

recensie: Microkosmos - De wereld in een Wunderkammer
rechts Oceanus III, links Drinkhoorn, zilver en buxushout - Daan Brouwer 2024Jeanne van Rutten

In september 2025 ging Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen, met pensioen. Ter gelegenheid hiervan – op zijn initiatief en door zijn bevlogenheid – kwam de tentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer tot stand. Het is een tentoonstelling over bijzondere verzamelingen curiosa en hoe hedendaagse kunstenaars er zich door laten inspireren. Er ontvouwt zich een wonderlijke en mysterieuze wereld waarin werkelijkheid en verbeelding zich vermengen.

deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet - verzameling Midas Dekker

Deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet – verzameling Midas Dekker

Het verzamelen van curiosa, oftewel rariteiten, begon ergens in de veertiende eeuw. Langzamerhand ontstond een steeds grotere verzameldrift onder met name vorsten, de adel en welgestelde burgerij. Door ontdekkingsreizen en internationale handel kwam er een steeds grotere hoeveelheid exotica naar Europa. Er ontstonden kleine en grote collecties schelpen, fossielen, opgezette dieren, voorwerpen met veronderstelde helende of magische krachten en meer. De ‘Wunderkammer‘ werd een statussymbool en uiteindelijk, door onder andere de ontwikkeling van de wetenschap, de voorloper van het museum.

De verzamelingen zijn aanvankelijk nogal eclectisch en ongeordend. Op de tentoonstelling staat een hoge buffetkast uit de Nederlandse Kaapkolonie (1652-1795). De deuren en lades staan open; er valt veel te zien, zoals een opgezette stekelvis, amuletten, een door Maori gegraveerde potvistand en zwaarden en krissen uit Indonesië.

Ook zijn er vitrines met opgezette kleurrijke vogels en vlinders, en aan de plafonds hangen dieren, waaronder een krokodil en een haai. Er zijn skeletten te zien. En een bloederig ogend, realistisch beeld van de anatomie van de mens, in dit geval de man. Verder een Victoriaans haardscherm met opgezette kolibries, nautilusschelpen, kokosnoten en struisvogeleieren in een zilveren houder. En onnoemlijk veel meer. Zoals werk van Jan Brueghel de Jonge, Matthijs Röling en Maurits Escher.

Bekende verzamelaars

Een aantal bekende verzamelaars heeft meegewerkt aan de tentoonstelling en bijzondere items ter beschikking gesteld.

Tatoeagekunstenaar Henk Schiffmacher laat bijvoorbeeld een stukje van de getatoeëerde huid van een walvisvaarder zien en een geprepareerde, getatoeëerde onderarm, compleet met botten, huid en hand. Het oogt griezelig. Bioloog Midas Dekker houdt het vooral bij dieren. Apart is een haan die aan de ene kant is geprepareerd en aan de andere kant open gewerkt, waardoor het skelet zichtbaar is. Acteur en schrijver Ramsey Nasr zegt over zichzelf álles te verzamelen. Het begon met een aantal likeurflesjes, die nu zacht aangelicht staan te pronken in een vitrine. Ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon toont onder andere een Pygmee-rok en de schedel van een brulaap. Van programmamaker en schrijver Boudewijn Büch is het vermaarde en zo door hem begeerde dodo-botje te zien. Het is niet precies bekend hoe de dodo eruit heeft gezien. Büch was ervan overtuigd dat het botje origineel was; het bleek uiteindelijk het elleboogbotje van een schildpad te zijn.

Installatie Terra Ultima - Raoul Deleo 2025

Installatie Terra Ultima – Raoul Deleo 2025

Hedendaagse kunstenaars

Aan de tentoonstelling werkten eenentwintig hedendaagse kunstenaars mee die zich door de Wunderkammer laten inspireren. Het heeft geleid tot bijzondere werken.

Het begin van de tentoonstelling is een donkere ruimte. In het midden staat een verlichte, museale vitrinekast met vondsten uit onbekende ecosystemen en archeologische opgravingen. Die zullen altijd onbekend blijven, want ze zijn ontsproten aan de verbeelding van Dana Meyer en Jeroen Kuster. Meyer heeft een verzameling natuurhistorische vondsten gecreëerd: insecten en zeedieren. Ze zijn met precisie gemaakt, ogen realistisch en zien er soms huiveringwekkend uit. Het oogt levensecht, mede vanwege de wetenschappelijke namen. Kuster heeft in dezelfde modus ook de verbeelding de vrije loop gelaten. Zijn koralen en fossielen lijken ook echt, maar nadere bestudering van vooral de fossielen maakt duidelijk dat dit onwaarschijnlijk is.

Ontdekkingsreiziger en kunstenaar Raoul Deleo kwam te weten waar Terra Ultima ligt. Verder niemand. Zijn installatie oogt negentiende-eeuws en de ‘jarmadillo’, ook uit de verbeelding ontstaan, is een mythisch dier dat door Deleo werd ontdekt en getekend met technieken die biologen eeuwen geleden gebruikten. Een video laat de totstandkoming zien.

Insectenkast - Mattheus Graft 2022

Insectenkast – Mattheus Graft 2022

De Insectenkasten van Mattheus Graft zouden op een afstandje bekeken in een natuurhistorisch museum niet misstaan, ware het niet dat de insecten uit door hem verzameld afval zijn gemaakt.

Daan Brouwer, zilversmid en kunstenaar, liet zich leiden door onder andere nautilusbokalen. Zijn werk is fraai vormgegeven, elegant. Het werk van de overige deelnemende kunstenaars is evenzo bijzonder en wonderlijk. Al met al doet de tentoonstelling de naam eer aan: het is een Wunderkammer op zich, fascinerend.

Ten slotte

De tentoonstelling kent vier thema’s: arteficialia, naturalia, exotica en scientifica. Het is aan te bevelen – om het zicht te houden op de grote hoeveelheid objecten – de leidraad te gebruiken die bij de entree te leen is. De catalogus is geheel in Wunderkammer-stijl vormgegeven en een op zichzelf staand interessant naslagwerk tevens prentenboek.

Kunst / Interview
special: Interview met Maria Roosen
Maria Roosen, Zelfportret (wachten), 2014, glas, collectie Museum Arnhemperskit

Werken moeten hun werk doen

In het Stedelijk Museum Schiedam is tot en met 3 mei 2026 een solotentoonstelling te bezichtigen met werk van kunstenares Maria Roosen. Oud en nieuw. Sommige zijn speciaal voor deze plek gemaakt. In gedachten lopen wij samen door de beneden- en bovenzalen van het museum en staan stil bij enkele kunstwerken en haar ideeën daarachter.

We beginnen buiten, met de Spiegelborsten (2009-2025) die in een boom bij de entree van het museum hangen. We zien onszelf erin.

251116-FE0469-FredErnst-1600px

Maria Roosen, Spiegelborsten © Fred Ernst

‘Je ziet jezelf als reflectie en je wordt zo als het ware in de vorm zelf opgenomen. Ook de omgeving wordt in die vorm getrokken. Het is een belangrijk werk voor mij en het was al op verschillende plaatsen te zien, zoals op de Biënnale van Venetië.’

Invloed van andere kunstenaars

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

In dit verband loop ik even vooruit naar het glazen zelfportret van Holbein uit 2014, dat u verwerkte in het Zelfportret naar Holbein (der Alter). Dit roept de vraag op of u geïnspireerd bent door andere kunstenaars?

‘Ik ben zeker geïnspireerd door andere kunstenaars: Holbein met zijn prachtige portretten, de beeldhouwer Constantin Brâncuși met zijn zoeken naar de essentie in vorm en sokkel als onderdeel van een beeld, zijn eindeloze zuil en repetitie. De houding van de arte povera ook, waarin echte materialen worden gebruikt vanwege de eigenschappen van dat materiaal: vuur, paarden, aarde bijvoorbeeld. Ik denk dan met name aan Jannis Kounellis.
Daarom ben ik ook met glas gaan werken. Glasblazers werken met vloeibaar glas; de eerste vorm die zo wordt gemaakt, is de bol. Een werk ontstaat vanuit de binnenkant: het groeit vanuit één druppeltje (glas), vanuit één steek (breiwerk), vanuit één druppeltje vloeibare verf (aquarel).’

Wat in dit verband ook opvalt, is dat in uw werk zachte, kwetsbare en harde materialen samenkomen. Bijvoorbeeld in Soft Gun (2012), dat voor het eerst wordt getoond; een zachte aquarelcontour om een geweer. Of in Bed (1994), een combinatie van hout, textiel en glas. Is dat uw boodschap aan de wereld: de zachte krachten zullen winnen?

‘Mooi gezegd, maar ik heb geen bepaalde boodschap aan de wereld, hoewel ik denk dat de zachte kracht het van het geweer wint … Ik vind het belangrijk dat een beeld meerdere lagen heeft, meerdere interpretaties kan hebben.’

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Luisteren en waarnemen

De auteurs van de brochure bij deze tentoonstelling, curator Inez Piso-Tuncay en Silke Muller, stellen dat u intuïtief te werk gaat. In welke betekenis van het woord?

‘Intuïtie is voor mij een vorm van kennis die zich naar boven beweegt, als een soort waarneming. Je lichaam weet wat het moet doen: rennen als er brand is. Ik probeer open te staan voor het moment. En zo goed mogelijk te luisteren, waarnemen van wat het gevoel zegt. Het doet denken aan een uitspraak van Brâncuși: Het is niet moeilijk iets te maken, maar het is wel moeilijk jezelf in staat te stellen het te maken.’

Elementen uit eerder werk

Ik lees verder in de brochure dat de werken op deze tentoonstelling een gesprek met elkaar aangaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee beelden Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture, allebei in 2025 gemaakt in samenwerking met en gebreid door Carolien Evers. De ene zwart, de ander wit. Zij voeren mij terug naar de eenpersoonskapellen (Shelters) die u eerder uit hout sneed en waarvan er twee in 2024 op de tentoonstelling RE-BELLE in de Grote Kerk van Breda waren te zien. Herneemt u graag eerdere elementen uit later werk, zoals ook kannen en dergelijke?

MariaRoosen-259

Maria Roosen, Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture

‘Ja. Alles is circulair. Het is een ontwikkeling. Zoals Privé 2025 (vliegengordijn) in de laatste zaal, dat teruggaat op mijn Dagboektekeningen (1988-1989). Nu op ware grootte. Tegelijk begin je ook min of meer opnieuw. Altijd weer bij nul beginnen. Ik was blij mijn eerste dagboektekeningen na zoveel jaar weer terug te zien. Ik herkende dingen waar ik later verder aan heb doorgewerkt of op ben doorgegaan.’

Ik heb ten slotte niet kunnen terugvinden of u ook doceert, maar heb wel het idee dat uw werk invloedrijk is.

‘Ik heb wel lesgegeven en heb veel connectie met het werk van dertigers van nu. Zij staan fluïde en kritisch in het leven. Ze zoeken elkaar op. Hun werk gaat net als dat van mij vaak over lichamelijkheid, sensualiteit, en het procesmatige zit er ook in. Andersom zoeken ze ook mij op. Ik krijg veel reacties van jonge kunstenaars. Ik werk ook graag samen met ambachtsmensen, zoals glasblazers in Tsjechië. Er is in de kunst weer veel interesse in het ambachtelijke. Dat is mooi om te zien.’

Net als de tentoonstelling Schrobben Harken Gieten Vegen zelf.

Kunst / Expo binnenland

De stad in om te koekeloeren

recensie: Ed van der Elsken
MomentsbyKelly-5 kleinerPurmerends Museum

‘Ik ga niet de stad in om te koekeloeren’, zegt een bezoeker in een van de twee zalen met werk van de fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) in het Purmerends Museum. Daarmee gaat hij onbewust een ‘schijnbaar contact [aan] met de persoon op de foto, zonder tussenkomst van de fotograaf’, zoals Birgit Donker schreef in het boek Lust for life. Ed van der Elsken in kleur. De man ging naar het museum om te koekeloeren.

Ed van der Elsken zou dit jaar 100 zijn geworden. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Purmerends Museum twee tentoonstellingen: Oog voor Amsterdam en Avonturen op het land. Dat is niet zo’n gekke keus voor een museum zo’n twaalf kilometer van Amsterdam, in een plaats die nauw met de 750-jarige hoofdstad is verbonden. Gedurende de periode dat Van der Elsken zijn foto’s schoot, verhuisden immers duizenden Amsterdammers naar Purmerend. Uiteindelijk wortelt een derde van de inwoners in Amsterdam.
De fotograaf en cineast Ed van der Elsken werd ook in Amsterdam geboren en woonde sinds 1971 in Edam, ruim vijf kilometer van Volendam verwijderd.

Een fotograaf filmt Amsterdam

Op de begane grond toont het museum zowel foto’s uit de jaren zeventig en tachtig als de film Een fotograaf filmt Amsterdam (1982), die overigens ook thuis rustig via de Eye Film Player valt te bekijken. En dat is aan te bevelen, want de film duurt bijna een uur.
De filmer en de (Super 8?) camera racen op een autootje door de straten. Af en toe zegt de cineast iets tegen voorbijgangers. Soms houdt een voorbijganger een hand voor de camera. Een ex van Van der Elsken filmt terug. ‘Net Superman die door Amsterdam vliegt’, zegt hij. ‘Mijn stad, jullie stad.’

5

Zaaloverzicht Purmerends Museum

Op de foto’s zie je – zoals het museum op een tekstbord het verwoordt – ‘gezichten, blikken en verhalen’. Het zijn meestal meerdere mensen die ook al dan niet contact leggen met elkaar. Twee mannen in saamhorigheid op een bankje op een speelplaats aan de Zeedijk, drie overstekende meisjes, krakers te midden van rellen, demonstrerende Dolle Mina’s. Binnen de context van een stad in beweging.
Slechts een enkele keer is het een enkeling die in beeld is gevangen. Zoals een Leerfetisjist op het Waterlooplein of een eenzame vrouw in de Nieuwmarktbuurt. Ze staat aan een deur waarop een bordje is bevestigd met de mededeling dat je voor de portier moet aanbellen.
Nog zeldzamer is het dat er helemaal geen mensen staan afgebeeld, zoals op de foto van de etalage van Café de Dood aan de Oude Hoogstraat. Ook dat is Amsterdam.

Avonturen op het land

7

Zaaloverzicht Purmerends Museum

In een kleine zaal op de eerste verdieping van het museum hangt ook een kleine selectie kleurenfoto’s, zonder bijschriften. Nu van Edam, waar Van der Elsken vanaf 1971 woonde. Ook hier is een film te zien: Avonturen op het land (1980). Een film die zelfs iets meer dan een uur duurt en ook thuis via de Eye Film Player gratis valt te zien.
Waar de eerste film eindigt met luchtopnamen, begint de tweede er praktisch mee. We zien een stadsmens in de natuur, die eenden ‘drijfsijsjes’ noemt. Zien we in de eerste film de toen verpauperde delen van de binnenstad van Amsterdam, hier is een heftig beeld de castratie van een stier. Ze staan tegenover liefelijkere beelden. Bijvoorbeeld van een jongen die praat met kikkers. Te midden van de strenge winter van 1979. Ook hier filmt Van der Elsken zijn vrouw. We horen zijn stem en op de achtergrond muziek, waaronder de Pastorale (zesde symfonie) van Beethoven; raak gekozen.

Nog te zien tot: 29 maart 2026 (Oog voor Amsterdam) en 1 februari 2026 (Avonturen op het land)

Kunst / Expo binnenland

The Birth of Modern Sculpture

recensie: Constantin Brancusi: de allereerste overzichtstentoonstelling in Nederland
Overzichtsfoto werk Brancusi in H’Art Museum te AmsterdamTessa Vallinga

Beeldhouwwerken, glad en glanzend, ze vangen licht en geven het weer terug. In de vleugel van het H’ART Museum in Amsterdam is momenteel de eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland te zien van Constantin Brancusi, de beeldhouwer bij wie – zo wordt gezegd – de moderne sculptuur begon. Met meer dan vijftig werken, van gepolijste bronzen hoofden tot verstilde vogelvormen van marmer, schetst de tentoonstelling een zorgvuldig beeld van een kunstenaar die zijn leven wijdde aan een wereld van eenvoud.

Wat meteen opvalt, is Brancusi’s fascinatie voor contouren. Zijn sculpturen zijn geen portretten in de klassieke zin, maar studies van lijnen en volumes. Ze tonen een fascinatie voor wat een vorm is, niet wat hij voorstelt. Niet het detail, maar de omtrek of, zoals de beeldhouwer het noemt, ‘de essentie’ staat centraal. Door radicale stilering zocht de kunstenaar naar wat er achter het geportretteerde gezicht schuilt, en brengt zo de tand des tijds tot stilstand in brons en marmer. De keuze voor zijn onderwerpen, slapende hoofdjes van kinderen en dierenfiguren, roept vragen op. Waarom deze figuren? Heeft het te maken met bepaalde herinneringen? De tentoonstelling laat het open, en dat maakt mensen nieuwsgierig.

Idealist

Die zoektocht naar eenvoud kwam, zoals H’ART Museum laat zien, niet uit het niets. Brancusi’s achtergrond in Roemenië, de academische scholing in Parijs en de invloed van fotografie (onder meer via zijn vriendschap met Man Ray) vormen de onderlaag van zijn ontwikkeling. Het museum aan de Amstel neemt je mee door zijn wereld. Van Roemenië naar Parijs, van marmer naar brons, en van de academie naar het atelier: dé plek waar alles samenviel. Over zijn werk De kolom zonder einde zegt de kunstenaar het volgende: ‘Ik zou graag mijn eindeloze zuil in Central Park willen zetten. Die steekt dan boven alles daar uit. De zuil maak ik van metaal. In elke piramide zitten appartementen, waarin mensen kunnen wonen.’ Middels citaten op de muren zet de tentoonstelling Brancusi neer als dromer en idealist.

Tot diep in de nacht

Dat past binnen de tijdgeest van het bruisende Parijs in de jaren twintig, waarin zijn atelier uitgroeide tot ontmoetingsplek voor kunstenaars, schrijvers en dansers. In het zuiden van Parijs, later het kloppend hart van de avant-garde, woonde en werkte Brancusi in zijn drukbezochte studio. Er werd vele avonden gedineerd, dansoptredens uitgevoerd tussen de sculpturen, en gekletst en gediscussieerd tot diep in de nacht. De films en foto’s, onder andere van Man Ray, tonen dat universum en brengen een licht gevoel van FOMO teweeg bij diens aanschouwers.

De brug naar nu

Toch blijft de tentoonstelling zelf in het geheel wat braaf. Alles is netjes uitgelicht en zorgvuldig gepresenteerd. Alleen haalt precies dat iets weg van de radicaliteit die typerend is voor het oeuvre van de beeldhouwer. Zijn atelier, ooit een levendige sociale ruimte vol experiment, klinkt hier slechts zachtjes door. Bovendien mis je af en toe een brug naar het nu. Een breder perspectief op zijn invloed op latere generaties beeldhouwers had niet misstaan.
En toch: tussen al die gladgestreken vlakken voel je de aanwezigheid van de kunstenaar zijn hand. Een man die zijn beelden koesterde en er kopieën van maakte voor zichzelf. Brancusi, The Birth of Modern Sculpture is een wereld waarin stilte spreekt. Een plek om te vergeten waar je bent en alleen nog te kijken.

Kunst / Expo binnenland

Realisme in een veelbewogen tijd

recensie: European Realities – Museum More
Portret van Marguerite Kelsey - Meredith Frampton, 1928. Foto Jeanne van RuttenFoto Jeanne van Rutten

De tentoonstelling European Realities in museum More in Gorssel laat zien hoe het interbellum, de periode van 1919 tot 1939, zijn weerslag vond in de schilderkunst. Tussen de twee wereldoorlogen zijn er grote verschuivingen en woelingen. Van economisch optimisme en vooruitgangsdenken tot wereldwijde, financiële rampspoed en de opkomst van totalitaire ideologieën. De tentoonstelling is daardoor niet per se geruststellend.

De tachtig schilderijen die te zien zijn, uit twintig Europese landen bijeengebracht, kennen een grote variatie aan onderwerpen, stijl en sfeer. De invloeden zijn nogal divers. Berlijn kende bijvoorbeeld een vrijgevochten bruisende sfeer in de jaren twintig, die Goldene Zwanziger. De stad ontwikkelde zich tot een vrijplaats voor een alternatieve levensstijl met een bloeiend, hedonistisch nachtleven. Tal van kunstenaars, schrijvers en musici vestigden zich er. Aangetrokken door eenzelfde zinderende sfeer in het Parijs van de Années folles vestigden zich ook hier vele kunstenaars. Het waren jaren van artistieke vernieuwing.

Dit terwijl de Eerste Wereldoorlog diepe sporen had achtergelaten. Oorlogstrauma’s, lijden en verdriet. Onder dit alles smeulde een steeds groter wordende politieke onrust. De paniek en onzekerheid die ontstonden door de beurskrach in 1929 veroorzaakten een langdurige economische recessie. Er was massale werkloosheid, armoede en honger. Uiteindelijk wierp de Tweede Wereldoorlog haar schaduw vooruit.

European Realities is thematisch ingericht en ordent daarmee hoe in de schilderkunst de complexiteit van het interbellum werd verbeeld.

Hoe de mens te bevatten

Een naargeestig en indrukwekkend werk is Dode strijder in prikkeldraad van Robert Angerhoger uit 1920. De oorlog teruggebracht tot één beeld. Een groot contrast daarmee is het elegante en geïdealiseerde portret van Marguerite Kelsey, acht jaar later geschilderd door Meredith Frampton. Er zijn meer portretten die naar een al dan niet geïdealiseerde werkelijkheid zijn geschilderd. Ook genderfluïditeit, mensen van kleur en naakten. En, een onmiskenbaar kenmerk van die tijd: ‘de moderne vrouw’. Fraaie beelden. Alsof het na de gesneuvelde soldaat met het afbeelden van de mens nog goed is gekomen. Dat is niet het geval. Opvallend hoe hoekig en zelfs lelijk sommige geportretteerden zijn. Met onnatuurlijk grote ogen, kaalhoofdig, starre blikken, een koude uitdrukking en een verwrongen gezicht. Zelfs onooglijk is De verloving is nabij van Karl Hubbuch, het verliefde stel staat veraf van welk schoonheidsideaal dan ook. Verder zijn er schilderijen van kinderen waar het kind-zijn grotendeels ontbreekt.

Het lijkt alsof vooral ook de afzichtelijke kant van de mens moet worden benadrukt.

Verzakelijking en vervreemding

De mens zou voor iedereen – om in termen van de filosoof Kant te spreken – het doel moeten zijn. Desondanks is er gedachtegoed waarbij de mens vooral als middel wordt gebruikt.

Rekwisitie - Krsto Hegedušić, 1920. Foto Jeanne van Rutten

‘Rekwisitie’ van Krsto Hegedušić

Bij een vluchtige blik lijkt Rekwisitie van Krsto Hegedušić een idyllisch, Breugeliaans tafereel: een besneeuwd boerendorp met bewoners in traditionele kleding. Het gaat echter om gruwelijkheden. Soldaten plegen gewelddadigheden, het is terreur. De bewoners zijn ontsteld, sommigen laten het gelaten over zich heen gaan, en op de voorgrond zit een vrouw in wanhoop met de handen voor haar gezicht.

Een andere vorm van ontmenselijking is te zien bij kunstenaars die zich richten op industrialisatie en technologische vernieuwing. De mens is dan nog nauwelijks aanwezig, afwezig zelfs. Sava-weg van Omer Mujadžić toont dikke, zwarte rookpluimen tegen een grijze lucht, dit dient niet het geluk van allen. Verder zijn er stadsgezichten, afbeeldingen van betonnen constructies en het uitzicht uit een raam van een woonkazerne. En niemand is aanwezig. Ook een leeg, maar wel fraai gestileerd beeld is Vanuit het centrale paleis van Torsten Jovinge.

De moderniteit is onbewogen vormgegeven en vooral vervreemdend.

Vanuit het centrale paleis - Torsten Jovinge, 1933. Foto Jeanne van Rutten

‘Vanuit het centrale paleis’ van Torsten Jovinge

Stilleven en perspectief

Er zijn enkele stillevens met ongebruikelijke elementen. Zoals Stilleven met cactus van Lisa Elisabeth Krugell. Het schilderij heeft een grauwe sfeer, de kleuren zijn somber en hoewel een huiselijke afbeelding is het geen knus tafereel. Er zijn op meer werken cacteeën afgebeeld. Het laat zich raden welke symbolische betekenis hieraan gegeven kan worden.

Een heel ander werk is Stilleven met fluit van Dick Ket. Met uiterste precisie is het tafereel in heldere kleuren geschilderd. Een fluit, theedoek, aardewerk jeneverfles en geëmailleerd schaaltje. Alles klopt, maar toch ook niet. Mocht de zwaartekracht in werking treden, dan zouden alle voorwerpen naar beneden glijden. Ook bij andere werken is het perspectief verwrongen.

Een contrast met veel van de tentoongestelde werken is Portret van een dochter van August Jansen. Een verlegen kijkend meisje met haar speelgoed. Ook een vorm van perspectief.

Tijdgeest

Om de tijdgeest van de tentoonstelling te duiden, is er per zaal historische informatie te lezen. Ook is er een video te zien met beelden uit de twintiger en dertiger jaren in Nederland. Eindigend met de beroemde woorden van Colijn: ‘Gaat u maar rustig slapen’. Niet lang daarna braken voor velen slapeloze nachten aan.

Al met al heeft European Realities een ernstig karakter. Onwillekeurig ontstaat de neiging vergelijkingen te trekken met ons tijdgewricht. Het zet aan tot denken.