Tag Archief van: Kunst

Kunst / Expo binnenland

Verzamelen, verwonderen, verbeelden

recensie: Microkosmos - De wereld in een Wunderkammer
rechts Oceanus III, links Drinkhoorn, zilver en buxushout - Daan Brouwer 2024Jeanne van Rutten

In september 2025 ging Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen, met pensioen. Ter gelegenheid hiervan – op zijn initiatief en door zijn bevlogenheid – kwam de tentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer tot stand. Het is een tentoonstelling over bijzondere verzamelingen curiosa en hoe hedendaagse kunstenaars er zich door laten inspireren. Er ontvouwt zich een wonderlijke en mysterieuze wereld waarin werkelijkheid en verbeelding zich vermengen.

deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet - verzameling Midas Dekker

Deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet – verzameling Midas Dekker

Het verzamelen van curiosa, oftewel rariteiten, begon ergens in de veertiende eeuw. Langzamerhand ontstond een steeds grotere verzameldrift onder met name vorsten, de adel en welgestelde burgerij. Door ontdekkingsreizen en internationale handel kwam er een steeds grotere hoeveelheid exotica naar Europa. Er ontstonden kleine en grote collecties schelpen, fossielen, opgezette dieren, voorwerpen met veronderstelde helende of magische krachten en meer. De ‘Wunderkammer‘ werd een statussymbool en uiteindelijk, door onder andere de ontwikkeling van de wetenschap, de voorloper van het museum.

De verzamelingen zijn aanvankelijk nogal eclectisch en ongeordend. Op de tentoonstelling staat een hoge buffetkast uit de Nederlandse Kaapkolonie (1652-1795). De deuren en lades staan open; er valt veel te zien, zoals een opgezette stekelvis, amuletten, een door Maori gegraveerde potvistand en zwaarden en krissen uit Indonesië.

Ook zijn er vitrines met opgezette kleurrijke vogels en vlinders, en aan de plafonds hangen dieren, waaronder een krokodil en een haai. Er zijn skeletten te zien. En een bloederig ogend, realistisch beeld van de anatomie van de mens, in dit geval de man. Verder een Victoriaans haardscherm met opgezette kolibries, nautilusschelpen, kokosnoten en struisvogeleieren in een zilveren houder. En onnoemlijk veel meer. Zoals werk van Jan Brueghel de Jonge, Matthijs Röling en Maurits Escher.

Bekende verzamelaars

Een aantal bekende verzamelaars heeft meegewerkt aan de tentoonstelling en bijzondere items ter beschikking gesteld.

Tatoeagekunstenaar Henk Schiffmacher laat bijvoorbeeld een stukje van de getatoeëerde huid van een walvisvaarder zien en een geprepareerde, getatoeëerde onderarm, compleet met botten, huid en hand. Het oogt griezelig. Bioloog Midas Dekker houdt het vooral bij dieren. Apart is een haan die aan de ene kant is geprepareerd en aan de andere kant open gewerkt, waardoor het skelet zichtbaar is. Acteur en schrijver Ramsey Nasr zegt over zichzelf álles te verzamelen. Het begon met een aantal likeurflesjes, die nu zacht aangelicht staan te pronken in een vitrine. Ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon toont onder andere een Pygmee-rok en de schedel van een brulaap. Van programmamaker en schrijver Boudewijn Büch is het vermaarde en zo door hem begeerde dodo-botje te zien. Het is niet precies bekend hoe de dodo eruit heeft gezien. Büch was ervan overtuigd dat het botje origineel was; het bleek uiteindelijk het elleboogbotje van een schildpad te zijn.

Installatie Terra Ultima - Raoul Deleo 2025

Installatie Terra Ultima – Raoul Deleo 2025

Hedendaagse kunstenaars

Aan de tentoonstelling werkten eenentwintig hedendaagse kunstenaars mee die zich door de Wunderkammer laten inspireren. Het heeft geleid tot bijzondere werken.

Het begin van de tentoonstelling is een donkere ruimte. In het midden staat een verlichte, museale vitrinekast met vondsten uit onbekende ecosystemen en archeologische opgravingen. Die zullen altijd onbekend blijven, want ze zijn ontsproten aan de verbeelding van Dana Meyer en Jeroen Kuster. Meyer heeft een verzameling natuurhistorische vondsten gecreëerd: insecten en zeedieren. Ze zijn met precisie gemaakt, ogen realistisch en zien er soms huiveringwekkend uit. Het oogt levensecht, mede vanwege de wetenschappelijke namen. Kuster heeft in dezelfde modus ook de verbeelding de vrije loop gelaten. Zijn koralen en fossielen lijken ook echt, maar nadere bestudering van vooral de fossielen maakt duidelijk dat dit onwaarschijnlijk is.

Ontdekkingsreiziger en kunstenaar Raoul Deleo kwam te weten waar Terra Ultima ligt. Verder niemand. Zijn installatie oogt negentiende-eeuws en de ‘jarmadillo’, ook uit de verbeelding ontstaan, is een mythisch dier dat door Deleo werd ontdekt en getekend met technieken die biologen eeuwen geleden gebruikten. Een video laat de totstandkoming zien.

Insectenkast - Mattheus Graft 2022

Insectenkast – Mattheus Graft 2022

De Insectenkasten van Mattheus Graft zouden op een afstandje bekeken in een natuurhistorisch museum niet misstaan, ware het niet dat de insecten uit door hem verzameld afval zijn gemaakt.

Daan Brouwer, zilversmid en kunstenaar, liet zich leiden door onder andere nautilusbokalen. Zijn werk is fraai vormgegeven, elegant. Het werk van de overige deelnemende kunstenaars is evenzo bijzonder en wonderlijk. Al met al doet de tentoonstelling de naam eer aan: het is een Wunderkammer op zich, fascinerend.

Ten slotte

De tentoonstelling kent vier thema’s: arteficialia, naturalia, exotica en scientifica. Het is aan te bevelen – om het zicht te houden op de grote hoeveelheid objecten – de leidraad te gebruiken die bij de entree te leen is. De catalogus is geheel in Wunderkammer-stijl vormgegeven en een op zichzelf staand interessant naslagwerk tevens prentenboek.

Kunst / Expo binnenland

Verzamelen, verwonderen, verbeelden

recensie: Microkosmos - De wereld in een Wunderkammer
rechts Oceanus III, links Drinkhoorn, zilver en buxushout - Daan Brouwer 2024Jeanne van Rutten

In september 2025 ging Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen, met pensioen. Ter gelegenheid hiervan – op zijn initiatief en door zijn bevlogenheid – kwam de tentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer tot stand. Het is een tentoonstelling over bijzondere verzamelingen curiosa en hoe hedendaagse kunstenaars er zich door laten inspireren. Er ontvouwt zich een wonderlijke en mysterieuze wereld waarin werkelijkheid en verbeelding zich vermengen.

deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet - verzameling Midas Dekker

Deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet – verzameling Midas Dekker

Het verzamelen van curiosa, oftewel rariteiten, begon ergens in de veertiende eeuw. Langzamerhand ontstond een steeds grotere verzameldrift onder met name vorsten, de adel en welgestelde burgerij. Door ontdekkingsreizen en internationale handel kwam er een steeds grotere hoeveelheid exotica naar Europa. Er ontstonden kleine en grote collecties schelpen, fossielen, opgezette dieren, voorwerpen met veronderstelde helende of magische krachten en meer. De ‘Wunderkammer‘ werd een statussymbool en uiteindelijk, door onder andere de ontwikkeling van de wetenschap, de voorloper van het museum.

De verzamelingen zijn aanvankelijk nogal eclectisch en ongeordend. Op de tentoonstelling staat een hoge buffetkast uit de Nederlandse Kaapkolonie (1652-1795). De deuren en lades staan open; er valt veel te zien, zoals een opgezette stekelvis, amuletten, een door Maori gegraveerde potvistand en zwaarden en krissen uit Indonesië.

Ook zijn er vitrines met opgezette kleurrijke vogels en vlinders, en aan de plafonds hangen dieren, waaronder een krokodil en een haai. Er zijn skeletten te zien. En een bloederig ogend, realistisch beeld van de anatomie van de mens, in dit geval de man. Verder een Victoriaans haardscherm met opgezette kolibries, nautilusschelpen, kokosnoten en struisvogeleieren in een zilveren houder. En onnoemlijk veel meer. Zoals werk van Jan Brueghel de Jonge, Matthijs Röling en Maurits Escher.

Bekende verzamelaars

Een aantal bekende verzamelaars heeft meegewerkt aan de tentoonstelling en bijzondere items ter beschikking gesteld.

Tatoeagekunstenaar Henk Schiffmacher laat bijvoorbeeld een stukje van de getatoeëerde huid van een walvisvaarder zien en een geprepareerde, getatoeëerde onderarm, compleet met botten, huid en hand. Het oogt griezelig. Bioloog Midas Dekker houdt het vooral bij dieren. Apart is een haan die aan de ene kant is geprepareerd en aan de andere kant open gewerkt, waardoor het skelet zichtbaar is. Acteur en schrijver Ramsey Nasr zegt over zichzelf álles te verzamelen. Het begon met een aantal likeurflesjes, die nu zacht aangelicht staan te pronken in een vitrine. Ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon toont onder andere een Pygmee-rok en de schedel van een brulaap. Van programmamaker en schrijver Boudewijn Büch is het vermaarde en zo door hem begeerde dodo-botje te zien. Het is niet precies bekend hoe de dodo eruit heeft gezien. Büch was ervan overtuigd dat het botje origineel was; het bleek uiteindelijk het elleboogbotje van een schildpad te zijn.

Installatie Terra Ultima - Raoul Deleo 2025

Installatie Terra Ultima – Raoul Deleo 2025

Hedendaagse kunstenaars

Aan de tentoonstelling werkten eenentwintig hedendaagse kunstenaars mee die zich door de Wunderkammer laten inspireren. Het heeft geleid tot bijzondere werken.

Het begin van de tentoonstelling is een donkere ruimte. In het midden staat een verlichte, museale vitrinekast met vondsten uit onbekende ecosystemen en archeologische opgravingen. Die zullen altijd onbekend blijven, want ze zijn ontsproten aan de verbeelding van Dana Meyer en Jeroen Kuster. Meyer heeft een verzameling natuurhistorische vondsten gecreëerd: insecten en zeedieren. Ze zijn met precisie gemaakt, ogen realistisch en zien er soms huiveringwekkend uit. Het oogt levensecht, mede vanwege de wetenschappelijke namen. Kuster heeft in dezelfde modus ook de verbeelding de vrije loop gelaten. Zijn koralen en fossielen lijken ook echt, maar nadere bestudering van vooral de fossielen maakt duidelijk dat dit onwaarschijnlijk is.

Ontdekkingsreiziger en kunstenaar Raoul Deleo kwam te weten waar Terra Ultima ligt. Verder niemand. Zijn installatie oogt negentiende-eeuws en de ‘jarmadillo’, ook uit de verbeelding ontstaan, is een mythisch dier dat door Deleo werd ontdekt en getekend met technieken die biologen eeuwen geleden gebruikten. Een video laat de totstandkoming zien.

Insectenkast - Mattheus Graft 2022

Insectenkast – Mattheus Graft 2022

De Insectenkasten van Mattheus Graft zouden op een afstandje bekeken in een natuurhistorisch museum niet misstaan, ware het niet dat de insecten uit door hem verzameld afval zijn gemaakt.

Daan Brouwer, zilversmid en kunstenaar, liet zich leiden door onder andere nautilusbokalen. Zijn werk is fraai vormgegeven, elegant. Het werk van de overige deelnemende kunstenaars is evenzo bijzonder en wonderlijk. Al met al doet de tentoonstelling de naam eer aan: het is een Wunderkammer op zich, fascinerend.

Ten slotte

De tentoonstelling kent vier thema’s: arteficialia, naturalia, exotica en scientifica. Het is aan te bevelen – om het zicht te houden op de grote hoeveelheid objecten – de leidraad te gebruiken die bij de entree te leen is. De catalogus is geheel in Wunderkammer-stijl vormgegeven en een op zichzelf staand interessant naslagwerk tevens prentenboek.

Kunst / Interview
special: Interview met Maria Roosen
Maria Roosen, Zelfportret (wachten), 2014, glas, collectie Museum Arnhemperskit

Werken moeten hun werk doen

In het Stedelijk Museum Schiedam is tot en met 3 mei 2026 een solotentoonstelling te bezichtigen met werk van kunstenares Maria Roosen. Oud en nieuw. Sommige zijn speciaal voor deze plek gemaakt. In gedachten lopen wij samen door de beneden- en bovenzalen van het museum en staan stil bij enkele kunstwerken en haar ideeën daarachter.

We beginnen buiten, met de Spiegelborsten (2009-2025) die in een boom bij de entree van het museum hangen. We zien onszelf erin.

251116-FE0469-FredErnst-1600px

Maria Roosen, Spiegelborsten © Fred Ernst

‘Je ziet jezelf als reflectie en je wordt zo als het ware in de vorm zelf opgenomen. Ook de omgeving wordt in die vorm getrokken. Het is een belangrijk werk voor mij en het was al op verschillende plaatsen te zien, zoals op de Biënnale van Venetië.’

Invloed van andere kunstenaars

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

In dit verband loop ik even vooruit naar het glazen zelfportret van Holbein uit 2014, dat u verwerkte in het Zelfportret naar Holbein (der Alter). Dit roept de vraag op of u geïnspireerd bent door andere kunstenaars?

‘Ik ben zeker geïnspireerd door andere kunstenaars: Holbein met zijn prachtige portretten, de beeldhouwer Constantin Brâncuși met zijn zoeken naar de essentie in vorm en sokkel als onderdeel van een beeld, zijn eindeloze zuil en repetitie. De houding van de arte povera ook, waarin echte materialen worden gebruikt vanwege de eigenschappen van dat materiaal: vuur, paarden, aarde bijvoorbeeld. Ik denk dan met name aan Jannis Kounellis.
Daarom ben ik ook met glas gaan werken. Glasblazers werken met vloeibaar glas; de eerste vorm die zo wordt gemaakt, is de bol. Een werk ontstaat vanuit de binnenkant: het groeit vanuit één druppeltje (glas), vanuit één steek (breiwerk), vanuit één druppeltje vloeibare verf (aquarel).’

Wat in dit verband ook opvalt, is dat in uw werk zachte, kwetsbare en harde materialen samenkomen. Bijvoorbeeld in Soft Gun (2012), dat voor het eerst wordt getoond; een zachte aquarelcontour om een geweer. Of in Bed (1994), een combinatie van hout, textiel en glas. Is dat uw boodschap aan de wereld: de zachte krachten zullen winnen?

‘Mooi gezegd, maar ik heb geen bepaalde boodschap aan de wereld, hoewel ik denk dat de zachte kracht het van het geweer wint … Ik vind het belangrijk dat een beeld meerdere lagen heeft, meerdere interpretaties kan hebben.’

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Luisteren en waarnemen

De auteurs van de brochure bij deze tentoonstelling, curator Inez Piso-Tuncay en Silke Muller, stellen dat u intuïtief te werk gaat. In welke betekenis van het woord?

‘Intuïtie is voor mij een vorm van kennis die zich naar boven beweegt, als een soort waarneming. Je lichaam weet wat het moet doen: rennen als er brand is. Ik probeer open te staan voor het moment. En zo goed mogelijk te luisteren, waarnemen van wat het gevoel zegt. Het doet denken aan een uitspraak van Brâncuși: Het is niet moeilijk iets te maken, maar het is wel moeilijk jezelf in staat te stellen het te maken.’

Elementen uit eerder werk

Ik lees verder in de brochure dat de werken op deze tentoonstelling een gesprek met elkaar aangaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee beelden Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture, allebei in 2025 gemaakt in samenwerking met en gebreid door Carolien Evers. De ene zwart, de ander wit. Zij voeren mij terug naar de eenpersoonskapellen (Shelters) die u eerder uit hout sneed en waarvan er twee in 2024 op de tentoonstelling RE-BELLE in de Grote Kerk van Breda waren te zien. Herneemt u graag eerdere elementen uit later werk, zoals ook kannen en dergelijke?

MariaRoosen-259

Maria Roosen, Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture

‘Ja. Alles is circulair. Het is een ontwikkeling. Zoals Privé 2025 (vliegengordijn) in de laatste zaal, dat teruggaat op mijn Dagboektekeningen (1988-1989). Nu op ware grootte. Tegelijk begin je ook min of meer opnieuw. Altijd weer bij nul beginnen. Ik was blij mijn eerste dagboektekeningen na zoveel jaar weer terug te zien. Ik herkende dingen waar ik later verder aan heb doorgewerkt of op ben doorgegaan.’

Ik heb ten slotte niet kunnen terugvinden of u ook doceert, maar heb wel het idee dat uw werk invloedrijk is.

‘Ik heb wel lesgegeven en heb veel connectie met het werk van dertigers van nu. Zij staan fluïde en kritisch in het leven. Ze zoeken elkaar op. Hun werk gaat net als dat van mij vaak over lichamelijkheid, sensualiteit, en het procesmatige zit er ook in. Andersom zoeken ze ook mij op. Ik krijg veel reacties van jonge kunstenaars. Ik werk ook graag samen met ambachtsmensen, zoals glasblazers in Tsjechië. Er is in de kunst weer veel interesse in het ambachtelijke. Dat is mooi om te zien.’

Net als de tentoonstelling Schrobben Harken Gieten Vegen zelf.

Kunst / Expo binnenland

De stad in om te koekeloeren

recensie: Ed van der Elsken
MomentsbyKelly-5 kleinerPurmerends Museum

‘Ik ga niet de stad in om te koekeloeren’, zegt een bezoeker in een van de twee zalen met werk van de fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) in het Purmerends Museum. Daarmee gaat hij onbewust een ‘schijnbaar contact [aan] met de persoon op de foto, zonder tussenkomst van de fotograaf’, zoals Birgit Donker schreef in het boek Lust for life. Ed van der Elsken in kleur. De man ging naar het museum om te koekeloeren.

Ed van der Elsken zou dit jaar 100 zijn geworden. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Purmerends Museum twee tentoonstellingen: Oog voor Amsterdam en Avonturen op het land. Dat is niet zo’n gekke keus voor een museum zo’n twaalf kilometer van Amsterdam, in een plaats die nauw met de 750-jarige hoofdstad is verbonden. Gedurende de periode dat Van der Elsken zijn foto’s schoot, verhuisden immers duizenden Amsterdammers naar Purmerend. Uiteindelijk wortelt een derde van de inwoners in Amsterdam.
De fotograaf en cineast Ed van der Elsken werd ook in Amsterdam geboren en woonde sinds 1971 in Edam, ruim vijf kilometer van Volendam verwijderd.

Een fotograaf filmt Amsterdam

Op de begane grond toont het museum zowel foto’s uit de jaren zeventig en tachtig als de film Een fotograaf filmt Amsterdam (1982), die overigens ook thuis rustig via de Eye Film Player valt te bekijken. En dat is aan te bevelen, want de film duurt bijna een uur.
De filmer en de (Super 8?) camera racen op een autootje door de straten. Af en toe zegt de cineast iets tegen voorbijgangers. Soms houdt een voorbijganger een hand voor de camera. Een ex van Van der Elsken filmt terug. ‘Net Superman die door Amsterdam vliegt’, zegt hij. ‘Mijn stad, jullie stad.’

5

Zaaloverzicht Purmerends Museum

Op de foto’s zie je – zoals het museum op een tekstbord het verwoordt – ‘gezichten, blikken en verhalen’. Het zijn meestal meerdere mensen die ook al dan niet contact leggen met elkaar. Twee mannen in saamhorigheid op een bankje op een speelplaats aan de Zeedijk, drie overstekende meisjes, krakers te midden van rellen, demonstrerende Dolle Mina’s. Binnen de context van een stad in beweging.
Slechts een enkele keer is het een enkeling die in beeld is gevangen. Zoals een Leerfetisjist op het Waterlooplein of een eenzame vrouw in de Nieuwmarktbuurt. Ze staat aan een deur waarop een bordje is bevestigd met de mededeling dat je voor de portier moet aanbellen.
Nog zeldzamer is het dat er helemaal geen mensen staan afgebeeld, zoals op de foto van de etalage van Café de Dood aan de Oude Hoogstraat. Ook dat is Amsterdam.

Avonturen op het land

7

Zaaloverzicht Purmerends Museum

In een kleine zaal op de eerste verdieping van het museum hangt ook een kleine selectie kleurenfoto’s, zonder bijschriften. Nu van Edam, waar Van der Elsken vanaf 1971 woonde. Ook hier is een film te zien: Avonturen op het land (1980). Een film die zelfs iets meer dan een uur duurt en ook thuis via de Eye Film Player gratis valt te zien.
Waar de eerste film eindigt met luchtopnamen, begint de tweede er praktisch mee. We zien een stadsmens in de natuur, die eenden ‘drijfsijsjes’ noemt. Zien we in de eerste film de toen verpauperde delen van de binnenstad van Amsterdam, hier is een heftig beeld de castratie van een stier. Ze staan tegenover liefelijkere beelden. Bijvoorbeeld van een jongen die praat met kikkers. Te midden van de strenge winter van 1979. Ook hier filmt Van der Elsken zijn vrouw. We horen zijn stem en op de achtergrond muziek, waaronder de Pastorale (zesde symfonie) van Beethoven; raak gekozen.

Nog te zien tot: 29 maart 2026 (Oog voor Amsterdam) en 1 februari 2026 (Avonturen op het land)

Kunst / Expo binnenland

The Birth of Modern Sculpture

recensie: Constantin Brancusi: de allereerste overzichtstentoonstelling in Nederland
Overzichtsfoto werk Brancusi in H’Art Museum te AmsterdamTessa Vallinga

Beeldhouwwerken, glad en glanzend, ze vangen licht en geven het weer terug. In de vleugel van het H’ART Museum in Amsterdam is momenteel de eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland te zien van Constantin Brancusi, de beeldhouwer bij wie – zo wordt gezegd – de moderne sculptuur begon. Met meer dan vijftig werken, van gepolijste bronzen hoofden tot verstilde vogelvormen van marmer, schetst de tentoonstelling een zorgvuldig beeld van een kunstenaar die zijn leven wijdde aan een wereld van eenvoud.

Wat meteen opvalt, is Brancusi’s fascinatie voor contouren. Zijn sculpturen zijn geen portretten in de klassieke zin, maar studies van lijnen en volumes. Ze tonen een fascinatie voor wat een vorm is, niet wat hij voorstelt. Niet het detail, maar de omtrek of, zoals de beeldhouwer het noemt, ‘de essentie’ staat centraal. Door radicale stilering zocht de kunstenaar naar wat er achter het geportretteerde gezicht schuilt, en brengt zo de tand des tijds tot stilstand in brons en marmer. De keuze voor zijn onderwerpen, slapende hoofdjes van kinderen en dierenfiguren, roept vragen op. Waarom deze figuren? Heeft het te maken met bepaalde herinneringen? De tentoonstelling laat het open, en dat maakt mensen nieuwsgierig.

Idealist

Die zoektocht naar eenvoud kwam, zoals H’ART Museum laat zien, niet uit het niets. Brancusi’s achtergrond in Roemenië, de academische scholing in Parijs en de invloed van fotografie (onder meer via zijn vriendschap met Man Ray) vormen de onderlaag van zijn ontwikkeling. Het museum aan de Amstel neemt je mee door zijn wereld. Van Roemenië naar Parijs, van marmer naar brons, en van de academie naar het atelier: dé plek waar alles samenviel. Over zijn werk De kolom zonder einde zegt de kunstenaar het volgende: ‘Ik zou graag mijn eindeloze zuil in Central Park willen zetten. Die steekt dan boven alles daar uit. De zuil maak ik van metaal. In elke piramide zitten appartementen, waarin mensen kunnen wonen.’ Middels citaten op de muren zet de tentoonstelling Brancusi neer als dromer en idealist.

Tot diep in de nacht

Dat past binnen de tijdgeest van het bruisende Parijs in de jaren twintig, waarin zijn atelier uitgroeide tot ontmoetingsplek voor kunstenaars, schrijvers en dansers. In het zuiden van Parijs, later het kloppend hart van de avant-garde, woonde en werkte Brancusi in zijn drukbezochte studio. Er werd vele avonden gedineerd, dansoptredens uitgevoerd tussen de sculpturen, en gekletst en gediscussieerd tot diep in de nacht. De films en foto’s, onder andere van Man Ray, tonen dat universum en brengen een licht gevoel van FOMO teweeg bij diens aanschouwers.

De brug naar nu

Toch blijft de tentoonstelling zelf in het geheel wat braaf. Alles is netjes uitgelicht en zorgvuldig gepresenteerd. Alleen haalt precies dat iets weg van de radicaliteit die typerend is voor het oeuvre van de beeldhouwer. Zijn atelier, ooit een levendige sociale ruimte vol experiment, klinkt hier slechts zachtjes door. Bovendien mis je af en toe een brug naar het nu. Een breder perspectief op zijn invloed op latere generaties beeldhouwers had niet misstaan.
En toch: tussen al die gladgestreken vlakken voel je de aanwezigheid van de kunstenaar zijn hand. Een man die zijn beelden koesterde en er kopieën van maakte voor zichzelf. Brancusi, The Birth of Modern Sculpture is een wereld waarin stilte spreekt. Een plek om te vergeten waar je bent en alleen nog te kijken.

Kunst / Expo binnenland

Realisme in een veelbewogen tijd

recensie: European Realities – Museum More
Portret van Marguerite Kelsey - Meredith Frampton, 1928. Foto Jeanne van RuttenFoto Jeanne van Rutten

De tentoonstelling European Realities in museum More in Gorssel laat zien hoe het interbellum, de periode van 1919 tot 1939, zijn weerslag vond in de schilderkunst. Tussen de twee wereldoorlogen zijn er grote verschuivingen en woelingen. Van economisch optimisme en vooruitgangsdenken tot wereldwijde, financiële rampspoed en de opkomst van totalitaire ideologieën. De tentoonstelling is daardoor niet per se geruststellend.

De tachtig schilderijen die te zien zijn, uit twintig Europese landen bijeengebracht, kennen een grote variatie aan onderwerpen, stijl en sfeer. De invloeden zijn nogal divers. Berlijn kende bijvoorbeeld een vrijgevochten bruisende sfeer in de jaren twintig, die Goldene Zwanziger. De stad ontwikkelde zich tot een vrijplaats voor een alternatieve levensstijl met een bloeiend, hedonistisch nachtleven. Tal van kunstenaars, schrijvers en musici vestigden zich er. Aangetrokken door eenzelfde zinderende sfeer in het Parijs van de Années folles vestigden zich ook hier vele kunstenaars. Het waren jaren van artistieke vernieuwing.

Dit terwijl de Eerste Wereldoorlog diepe sporen had achtergelaten. Oorlogstrauma’s, lijden en verdriet. Onder dit alles smeulde een steeds groter wordende politieke onrust. De paniek en onzekerheid die ontstonden door de beurskrach in 1929 veroorzaakten een langdurige economische recessie. Er was massale werkloosheid, armoede en honger. Uiteindelijk wierp de Tweede Wereldoorlog haar schaduw vooruit.

European Realities is thematisch ingericht en ordent daarmee hoe in de schilderkunst de complexiteit van het interbellum werd verbeeld.

Hoe de mens te bevatten

Een naargeestig en indrukwekkend werk is Dode strijder in prikkeldraad van Robert Angerhoger uit 1920. De oorlog teruggebracht tot één beeld. Een groot contrast daarmee is het elegante en geïdealiseerde portret van Marguerite Kelsey, acht jaar later geschilderd door Meredith Frampton. Er zijn meer portretten die naar een al dan niet geïdealiseerde werkelijkheid zijn geschilderd. Ook genderfluïditeit, mensen van kleur en naakten. En, een onmiskenbaar kenmerk van die tijd: ‘de moderne vrouw’. Fraaie beelden. Alsof het na de gesneuvelde soldaat met het afbeelden van de mens nog goed is gekomen. Dat is niet het geval. Opvallend hoe hoekig en zelfs lelijk sommige geportretteerden zijn. Met onnatuurlijk grote ogen, kaalhoofdig, starre blikken, een koude uitdrukking en een verwrongen gezicht. Zelfs onooglijk is De verloving is nabij van Karl Hubbuch, het verliefde stel staat veraf van welk schoonheidsideaal dan ook. Verder zijn er schilderijen van kinderen waar het kind-zijn grotendeels ontbreekt.

Het lijkt alsof vooral ook de afzichtelijke kant van de mens moet worden benadrukt.

Verzakelijking en vervreemding

De mens zou voor iedereen – om in termen van de filosoof Kant te spreken – het doel moeten zijn. Desondanks is er gedachtegoed waarbij de mens vooral als middel wordt gebruikt.

Rekwisitie - Krsto Hegedušić, 1920. Foto Jeanne van Rutten

‘Rekwisitie’ van Krsto Hegedušić

Bij een vluchtige blik lijkt Rekwisitie van Krsto Hegedušić een idyllisch, Breugeliaans tafereel: een besneeuwd boerendorp met bewoners in traditionele kleding. Het gaat echter om gruwelijkheden. Soldaten plegen gewelddadigheden, het is terreur. De bewoners zijn ontsteld, sommigen laten het gelaten over zich heen gaan, en op de voorgrond zit een vrouw in wanhoop met de handen voor haar gezicht.

Een andere vorm van ontmenselijking is te zien bij kunstenaars die zich richten op industrialisatie en technologische vernieuwing. De mens is dan nog nauwelijks aanwezig, afwezig zelfs. Sava-weg van Omer Mujadžić toont dikke, zwarte rookpluimen tegen een grijze lucht, dit dient niet het geluk van allen. Verder zijn er stadsgezichten, afbeeldingen van betonnen constructies en het uitzicht uit een raam van een woonkazerne. En niemand is aanwezig. Ook een leeg, maar wel fraai gestileerd beeld is Vanuit het centrale paleis van Torsten Jovinge.

De moderniteit is onbewogen vormgegeven en vooral vervreemdend.

Vanuit het centrale paleis - Torsten Jovinge, 1933. Foto Jeanne van Rutten

‘Vanuit het centrale paleis’ van Torsten Jovinge

Stilleven en perspectief

Er zijn enkele stillevens met ongebruikelijke elementen. Zoals Stilleven met cactus van Lisa Elisabeth Krugell. Het schilderij heeft een grauwe sfeer, de kleuren zijn somber en hoewel een huiselijke afbeelding is het geen knus tafereel. Er zijn op meer werken cacteeën afgebeeld. Het laat zich raden welke symbolische betekenis hieraan gegeven kan worden.

Een heel ander werk is Stilleven met fluit van Dick Ket. Met uiterste precisie is het tafereel in heldere kleuren geschilderd. Een fluit, theedoek, aardewerk jeneverfles en geëmailleerd schaaltje. Alles klopt, maar toch ook niet. Mocht de zwaartekracht in werking treden, dan zouden alle voorwerpen naar beneden glijden. Ook bij andere werken is het perspectief verwrongen.

Een contrast met veel van de tentoongestelde werken is Portret van een dochter van August Jansen. Een verlegen kijkend meisje met haar speelgoed. Ook een vorm van perspectief.

Tijdgeest

Om de tijdgeest van de tentoonstelling te duiden, is er per zaal historische informatie te lezen. Ook is er een video te zien met beelden uit de twintiger en dertiger jaren in Nederland. Eindigend met de beroemde woorden van Colijn: ‘Gaat u maar rustig slapen’. Niet lang daarna braken voor velen slapeloze nachten aan.

Al met al heeft European Realities een ernstig karakter. Onwillekeurig ontstaat de neiging vergelijkingen te trekken met ons tijdgewricht. Het zet aan tot denken.

Kunst / Expo binnenland

Van bladnerf tot lijnenspel

recensie: De natuur als co-creator
0175_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©OssipOssip van Duivenbode

Sinds Iris van Herpen in 2007 haar eigen modehuis lanceerde, groeide de Nederlandse modepionier uit tot een trendsetter in futuristische couture, waarbij ze haar ontwerpen vaak vormgeeft in dialoog met architecten, biologen en technologische vernieuwers.

Met Sculpting the Senses presenteert de Kunsthal Rotterdam de eerste grootschalige Nederlandse overzichtstentoonstelling van modeontwerper Iris van Herpen. De expositie is gebaseerd op haar gelijknamige presentatie in Parijs, die plaatsvond van 29 november 2023 tot 28 april 2024 in het Musée des Arts Décoratifs. De tentoonstelling toont een flinke selectie, waaronder de levende algenjurk.

Beweging en zintuiglijke ervaring

Iris Van Herpen Couture 25/26

Sympoieis gown, 2025. In samenwerking met Chris Bellamy, University of Amsterdam and the Francis Crick Institute for Biomedical Discovery Pyrocystis lunula algae, Nutrient Gel, H2O silicone, Silk Organza, Tulle. ©Molly SJ Lowe

De jurken van Van Herpen zijn ontworpen om in te bewegen. Ze lijken te reageren op hoe het lichaam zich kan vormen. De materialen zijn licht, gelaagd en vol experiment. Het dragen van haar ontwerpen is geen passieve handeling; het is een interactie tussen drager en kledingstuk. In de Kunsthal zijn de jurken echter statisch. Het is haast alsof je naar sculpturen kijkt. Onze verbeelding wordt geprikkeld: hoe zouden deze creaties zich ontvouwen?
Het gevoel van expressiviteit in de werken komt op fascinerende wijze tot leven in de algenjurk. De presentatie zelf is ietwat anticlimactisch. Het ‘levende’ valt in eerste instantie niet echt op en net hierin schuilt de poëzie. Subtiel komt het werk echt tot leven wanneer de donkerte inzet.

Natuur als technologie

Van Herpen onderzoekt de symbiose tussen natuur en technologie. In haar visie is technologie geen tegenpool van het organische, maar een verlengstuk ervan: ‘Technologie is onderdeel van de natuur’, vertelt ze. Haar ontwerpen zijn vaak geïnspireerd op biologische processen, alsof ze de natuur opnieuw uitvindt in textiel. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit haar Crystallization-top: gemaakt met een 3D-printer lijkt dit werk op een soort slakkenhuis met bladnerven.

Samenwerkingen als creatieve bouwsteen

Samenwerking lijkt een katalysator te zijn in haar creaties. Ze werkt met wetenschappers, architecten, muzikanten en biologen om haar visie vorm te geven. De soundscapes in de tentoonstelling – gecreëerd door haar partner Salvador Breed – versterken de ervaring van de jurken als levende wezens. Muziek en geluid zijn ook een katalysator tot ontwerpen: ‘When I hear music, I sometimes see patterns’, zegt Van Herpen. Die patronen en lijnenspellen vinden hun weg naar haar designs. De klanklandschappen vormen een auditieve ruimtelijkheid voor de tentoonstelling, waarin de jurken naast zichtbaarheid ook prikkelen als interactief werk tussen zien en horen. Het raakt dicht aan het leven.

De beleving van de tentoonstelling

De tentoonstelling is geen stugge presentatie, maar een ruimtelijke ervaring. De expositie begint met een golvende ruimte. Spiegels op de grond versterken de ervaring van deze desoriëntatie. De jurken lijken te wachten op onze toenadering en we kunnen ze bekijken vanuit meerdere invalshoeken omdat we om de werken heen kunnen lopen. Het is alsof ze ons ook bekijken via de spiegels op de grond en de afwisseling tussen licht en donker in de ruimtes. Ze spelen met een verlangen naar symbiose. Een verlangen naar een magische wisselwerking. Alsof we willen dat ze stiekem elk moment tot leven kunnen komen.

0277_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©Ossip

©Ossip van Duivenbode

Heeft de kleding dezelfde magie als ze stilstaat? Misschien niet. Dat is precies de kracht ervan. De ontwerpen van Iris van Herpen zijn als zaden: ze lijken stil te staan, maar zijn vol leven. In Sculpting the Senses toont Van Herpen een toekomst waarin mode niet langer een eindproduct is, maar een proces. Een symbiose tussen mens en omgeving. Met de vraag of deze scheiding eigenlijk wel bestaat.

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Kunst / Expo binnenland

Dialoog tussen twee meesters

recensie: Eugène Brands en Gabriel Lester - Mysterious Universe
VBVD-MysteriousUniverse-Zaaloverzicht-DSC06873© Arabella Coebergh

In het boekje bij Mysterious Universe, samengesteld door Eliane Odding voor museum van Bommel van Dam in Venlo, staan drie woorden waar alles om draait: leegte, stilte en verwondering. Precies die begrippen vormen ook de kern van het werk van Eugène Brands (1913-2002), geëxposeerd in een prachtige zetting van Gabriel Lester (1972), die soms aan het hemelgewelf doet denken.

Dat idee wordt bevestigd in de twee filmportretten over beide kunstenaars, die aan het begin worden vertoond. Lester zorgt ervoor dat de gouaches, schilderijen, tekeningen, collages en assemblages van Brands optimaal tot hun recht komen – op een fraaie, originele manier. In één zaal hangen de kunstwerken zelfs los in de ruimte.

Leegte/ruimte

Het woord ‘leegte’ laat zich ook vertalen als ‘ruimte’: zowel in de titel van de tentoonstelling (ontleend aan enkele gouaches van Brands uit een privécollectie) als de ruimte waarnaar Lester in het filmportret van Simone de Vries (Hollandse meesters in de 21e eeuw) zegt te zoeken.

Beiden willen voorbij de concrete, materiële wereld denken. Daarom zijn de verfstreken van Brands ook zo (ver)dun(d) opgebracht – luchtig en immaterieel. Hij werkt lang niet altijd met contouren, Zelfportret (1994) daargelaten. De kleuren zijn meestal teer, met uitzondering van de rode accenten op bijvoorbeeld Red Sock: Mankind Surrounded by the Deep Darkness of the Universe (1996), of in een rood servet of een rode deksel op een van zijn collages en assemblages.

Stilte

Vallende maan – © Minted Media

Met name in de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen Eugène Brands in Zandvoort woonde, komt de stilte van de omgeving van de duinen en de zee duidelijk tot uitdrukking in zijn werk. Hij keerde zich dan ook al snel af van de kunst van de CoBrA-beweging, waartoe hij in 1949 wordt gerekend, na een door Willem Sandberg georganiseerde groepstentoonstelling met Appel, Constant en Corneille in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Brands richtte zich liever op de schilderijen van Paul Klee en Marc Chagall. Op Vallende maan (1951) zien we bijvoorbeeld de voor Klee zo kenmerkende pijl terug. Het enige wat nog aan CoBrA doet denken, is de invloed van kindertekeningen, tot in het Huis bij nacht II (1994) aan toe. Brands werkte toen in een atelier aan de grens van Nunspeet. Het Noord-Veluws Museum organiseerde overigens in 2023 ook een grote tentoonstelling met werk van Brands.

Verwondering

Meeting – © Minted Media

Voor zowel Brands als Lester is de ruimte, het universum, een mysterie. De letter M op een gouache uit 1973 verwijst daarnaar: mysterie, magie, materie, Melkweg. Het museum in Venlo verwacht dat dit thema anno 2025 veel bezoekers zal aanspreken, ook jongeren. Hoe dan ook: de expositie is een totaalervaring die vooral op gevoelsniveau raakt. Of, zoals een vrijwilligster bij de ingang zegt: ‘Het is niet wetenschappelijk!’ Nee – twee meesters gaan hier op poëtische wijze met elkaar in gesprek, zoals de twee figuurtjes onder een boom in het maanlicht op Brands’ Meeting (1954). Voeg je als bezoeker bij dat gesprek en verwonder je. In stilte.

Kunst / Expo binnenland

Een getalenteerd gezin in de zeventiende eeuw

recensie: Museum de Fundatie - Thuis bij Ter Borch
Moses ter Borch als tweejarig kind – Gesina ter Borch, ca. 1667Jeanne van Rutten

Gerard ter Borch de Oude was kunstenaar totdat hij ging trouwen en de verantwoordelijkheid kreeg zijn gezin te onderhouden. Hij veranderde rigoureus van beroep en werd een goed beloonde belastingfunctionaris. Ter Borch gaf vervolgens les aan vijf van zijn meest getalenteerde kinderen: Gerard, Anna, Gesina, Harmen en Moses. De tentoonstelling Thuis bij Ter Borch in Museum de Fundatie in Zwolle toont het veelzijdige en indrukwekkende resultaat.

Dat de kinderen Ter Borch talent hadden, blijkt al op jonge leeftijd. Er is een pentekening van Gerard de Jonge – de oudste zoon – die hij op zevenjarige leeftijd maakte: een paard met ruiter op de rug gezien. Harmen is negen jaar als hij een rij van negen mannen en vrouwen afbeeldt die met een stevige storm worstelen. Ze leunen tegen de wind of worden erdoor voortgedreven, de mantels en rokken wapperen alle kanten op. Het getuigt van een scherp observatievermogen en het vermogen dit realistisch op papier te krijgen. En Moses is pas vijftien als hij met rood krijt een aantal jonge mannen tekent. De gezichten, de plooien in de kleding, de schaduwwerking: het maakt indruk.

Alles wat los en vast zit

De kinderen trokken eropuit in Zwolle en omgeving, toen een woelige stad die van kwesties aan elkaar hing: pestepidemieën, de Tachtigjarige Oorlog en religieuze twisten die hoog opliepen. De variëteit aan onderwerpen blijkt groot. De kinderen tekenden zo ongeveer alles wat er te zien was, zoals werklieden, ijstaferelen, soldaten, mensen die hun behoefte op straat doen, spelende kinderen en taferelen op het platteland. Verder maakten ze portretten van zichzelf en elkaar. Werkten samen. Kopieerden elkaars werk. En legden het huiselijk leven vast. Het lijkt een gelukkig gezin.

Kind tekenend of schrijvend – Harmen ter Borch, 1649. Foto: Jeanne van Rutten.

De schetsen en tekeningen zijn bescheiden tot zeer bescheiden van formaat. Het nodigt uit tot aandachtige bestudering. En wat daarbij vooral opvalt – naast het talent – zijn de ernst en het enthousiasme.

Gesina ter Borch

Het is aan Gesina ter Borch te danken dat de familiecollectie, bestaande uit albums, schetsboeken, documenten en bijna zevenhonderd losse tekeningen, in stand bleef. De verzameling werd in de familie doorgegeven totdat het Rijksmuseum deze in 1886 aankocht.
Het werk van Gesina is qua sfeer en techniek te onderscheiden van dat van haar broers. Ze schilderde met name aquarellen in heldere kleuren. Opvallend hoe fris die nog zijn. In een vitrine ligt haar poëzieboek opengeslagen; te lezen is een gedicht met onderaan de pagina een afbeelding ter illustratie, een herder die voor een herderin knielt. Het is een kloek boek. Het overige werk dat van haar te zien is, getuigt onder andere van fantasie en een zekere hang naar idyllische taferelen. Ook zijn er portretten ter nagedachtenis aan haar jongere broer Moses. Hij werd marinier en stierf in 1667 aan zijn verwondingen tijdens de beruchte Tocht naar Chatham. Moses werd tweeëntwintig jaar, toen Gesina inmiddels zesendertig was.
Gesina poseerde overigens regelmatig voor haar broer Gerard en is hier in Zwolle op diverse schilderijen te zien.

Gerard ter Borch de Jonge

Uiteindelijk is het de oudste zoon die in de voetsporen van zijn vader trad. Al vroeg maakte hij een reeks stadsgezichten van Zwolle en legde de verdedigingswerken vast: de stadsmuren, poorten en bolwerken. Het werk is nu een belangrijke referentie voor restauratiewerkzaamheden in de stad. Nogal wat anders dan de romantiek van de ruïnes zoals zijn vader die in Rome verbeeldde, een werk dat ook te zien is.
Gerard ter Borch de Jonge heeft grote faam verworven in binnen- en buitenland. Hij werd bekend door onder andere genrestukken, portretten en het huiselijk leven van de gegoede burgerij. Zijn manier van stoffen schilderen werd alom geprezen. Op de tentoonstelling is te zien hoe hij zilverkleurige japonnen van door hem geschilderde vrouwen tot leven brengt. Je zou kunnen zeggen dat het bijna zeer aan de ogen doet. Alsof het zonlicht in de stof reflecteert.
Zijn schilderijen bekijkend is het onmiskenbaar een Hollandse meester uit de zeventiende eeuw. Ook is er een samen met Gesina gemaakt olieverfportret van broer Moses te zien. Beiden misten hem.

Ruiter op de rug gezien - Gerard ter Borch, ca. 1633-1634

Ruiter op de rug gezien – Gerard ter Borch, ca. 1633-1634. Foto: Jeanne van Rutten.

Een contrast met wat van Gerard de Jonge op de tentoonstelling wordt getoond, is een geheel ander werk van hem: een ruiter op de rug gezien, waarvan twee variaties zijn. Het ziet er dramatisch uit. Maar het laat ook zien hoe hij zich heeft ontwikkeld sinds zijn zevende jaar, zijn losse schets in inkt met hetzelfde onderwerp. Frappant hoe hij dit toen met een paar losse streken wist te verbeelden.

Al met al geeft Thuis bij Ter Borch een interessant beeld van het leven in de zeventiende eeuw en maakt de tentoonstelling indruk vanwege het talent van deze kunstenaarsfamilie.

Kunst / Achtergrond
special: Maurizio Cattelan: A Clever Way into the Heart
Maurizio CattelanSilke van Kamp

Verscholen onder de spotlight

Gehuld in een vilten maatpak rollen er lovende woorden over de tong van Silke van Kamp. Dat een voordracht van een essay over een hedendaagse kunstenaar zó meeslepend en leuk kan zijn, bewijst deze onder de spotlight gestapte regisseur. De laatste week van september is haar theatrale voordracht A Clever Way into the Heart te zien in de zalen van Frascati in Amsterdam – en gedurende oktober ook in verschillende theaters in de Randstad. Haar manifest werd bekroond met de Lucian T. Armozatia Award. Iedereen die Silkes voordracht heeft gezien, begrijpt precies waarom.

‘Alles is fout, alles is slecht, alles is al gemaakt en jij bent slechts een schil die iedereens tijd verspilt.’ In A Clever Way into the Heart word je meegezogen, en vind je jezelf, naast Van Kamp, vastgelijmd aan haar bed. Moe van het bluffen, zakelijk gelul en geldzaken. Bang en verdrietig, om de onbeantwoorde vraag: ‘Wat betekent kunst nog voor mij?’ Silke, theatermaker en schrijfster van dit manifest, houdt wél van kunst. ‘Misschien wel zoveel dat ik er bang voor was en het ging haten’, vertelt ze over het moment dat ze thuis in bed ligt met een burn-out. Opgebrand. Totdat ze op het werk van Maurizio Cattelan stuit en haar ‘held’ ontmoet. Iemand die zich verzet tegen alle mogelijke autoriteit in de wereld van de kunst, in plaats van zich erdoor te leiden.

Stupid

Silke droomt van eeuwig beginnen, verzucht ze. ‘Zolang ik niet begin, blijf ik voor altijd briljant in mijn hoofd.’ Ze heeft last van faalangst, is haar plezier en eigenwijsheid verloren. Bang voor de meningen van anderen, bang om te horen dat haar werk niet goed genoeg is, dat het niet bijzonder, of simpelweg stom, is. Ze slaat steil achterover als ze ontdekt dat het juist de angst om iets stoms te maken is wat haar held, Cattelan, in zijn kunstpraktijk omarmt. ‘Toen wist ik dat ik écht van kunst hield’, roept ze, wanneer ze leert dat de stoerste rebel die ze kende, het bangst was van iedereen.

Eeuwig beginnen

Silkes held was letterlijk doodsbang om de ruimte met zijn kunstenaarschap te vullen. Dat blijkt in Torno Subito. In 1986 kreeg de steiloor de kans om een solo-expositie in te vullen in een galerie in Bologna. Maurizio was slechts vier jaar geleden als kunstenaar begonnen en vulde de lege expositieruimte enkel met één klein bordje. ‘TORNO SUBITO‘, las je erop. De klassieke ‘BE RIGHT BACK‘ tekst van winkeliers. De galeriebezoekers stonden in een lege ruimte gespannen te wachten op kunst of een kunstenaar die nooit verscheen. Wachtend op ‘het briljante werk van een kunstenaar die nog moest beginnen’, pleit de essayschrijfster met twinkelende ogen op het podium.

Kwetsbaar

Silkes bewondering werkt aanstekelijk als ze stapsgewijs uitlegt welke zes terugkerende elementen van Cattelan een grootmeester maken. Niet alleen meester van de kunst, maar ook – of misschien wel vooral – meester van zijn publiek.

This is the one profession in which I can be a little bit stupid, and people will say ‘Oh you’re so stupid; thank you, thank you for being so stupid’

Cattelans woorden prikkelen de tot burn-out verslagen Silke tot haar diepste. Ze voelt zich verwant aan zijn werk, de onopvallende kwetsbaarheid die schuilgaat achter de steile oren van Cattelan raakt haar.

Net als bij de Italiaanse grootmeester, is het ook de kwetsbaarheid achter Silkes bravoure waarmee ze haar publiek om haar vinger windt. Met ongeremde trefzekerheid zet ze het kleinste en meest ongemakkelijke van zichzelf en Cattelan in de spotlight. Haar theatrale essaylezing is doordrenkt van een meeslepend spanningsveld tussen zelftwijfel en het verlangen naar bevestiging, en stuurt je naar huis met een grote dosis materie om over na te denken.

Nog te zien tot: 14/10/2025 (Het Nationale Theater, Den Haag), 30/10/2025 (Theater Kikker, Utrecht).