Tag Archief van: Kunst

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Kunst / Expo binnenland

Dialoog tussen twee meesters

recensie: Eugène Brands en Gabriel Lester - Mysterious Universe
VBVD-MysteriousUniverse-Zaaloverzicht-DSC06873© Arabella Coebergh

In het boekje bij Mysterious Universe, samengesteld door Eliane Odding voor museum van Bommel van Dam in Venlo, staan drie woorden waar alles om draait: leegte, stilte en verwondering. Precies die begrippen vormen ook de kern van het werk van Eugène Brands (1913-2002), geëxposeerd in een prachtige zetting van Gabriel Lester (1972), die soms aan het hemelgewelf doet denken.

Dat idee wordt bevestigd in de twee filmportretten over beide kunstenaars, die aan het begin worden vertoond. Lester zorgt ervoor dat de gouaches, schilderijen, tekeningen, collages en assemblages van Brands optimaal tot hun recht komen – op een fraaie, originele manier. In één zaal hangen de kunstwerken zelfs los in de ruimte.

Leegte/ruimte

Het woord ‘leegte’ laat zich ook vertalen als ‘ruimte’: zowel in de titel van de tentoonstelling (ontleend aan enkele gouaches van Brands uit een privécollectie) als de ruimte waarnaar Lester in het filmportret van Simone de Vries (Hollandse meesters in de 21e eeuw) zegt te zoeken.

Beiden willen voorbij de concrete, materiële wereld denken. Daarom zijn de verfstreken van Brands ook zo (ver)dun(d) opgebracht – luchtig en immaterieel. Hij werkt lang niet altijd met contouren, Zelfportret (1994) daargelaten. De kleuren zijn meestal teer, met uitzondering van de rode accenten op bijvoorbeeld Red Sock: Mankind Surrounded by the Deep Darkness of the Universe (1996), of in een rood servet of een rode deksel op een van zijn collages en assemblages.

Stilte

Vallende maan – © Minted Media

Met name in de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen Eugène Brands in Zandvoort woonde, komt de stilte van de omgeving van de duinen en de zee duidelijk tot uitdrukking in zijn werk. Hij keerde zich dan ook al snel af van de kunst van de CoBrA-beweging, waartoe hij in 1949 wordt gerekend, na een door Willem Sandberg georganiseerde groepstentoonstelling met Appel, Constant en Corneille in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Brands richtte zich liever op de schilderijen van Paul Klee en Marc Chagall. Op Vallende maan (1951) zien we bijvoorbeeld de voor Klee zo kenmerkende pijl terug. Het enige wat nog aan CoBrA doet denken, is de invloed van kindertekeningen, tot in het Huis bij nacht II (1994) aan toe. Brands werkte toen in een atelier aan de grens van Nunspeet. Het Noord-Veluws Museum organiseerde overigens in 2023 ook een grote tentoonstelling met werk van Brands.

Verwondering

Meeting – © Minted Media

Voor zowel Brands als Lester is de ruimte, het universum, een mysterie. De letter M op een gouache uit 1973 verwijst daarnaar: mysterie, magie, materie, Melkweg. Het museum in Venlo verwacht dat dit thema anno 2025 veel bezoekers zal aanspreken, ook jongeren. Hoe dan ook: de expositie is een totaalervaring die vooral op gevoelsniveau raakt. Of, zoals een vrijwilligster bij de ingang zegt: ‘Het is niet wetenschappelijk!’ Nee – twee meesters gaan hier op poëtische wijze met elkaar in gesprek, zoals de twee figuurtjes onder een boom in het maanlicht op Brands’ Meeting (1954). Voeg je als bezoeker bij dat gesprek en verwonder je. In stilte.

Kunst / Expo binnenland

Een getalenteerd gezin in de zeventiende eeuw

recensie: Museum de Fundatie - Thuis bij Ter Borch
Moses ter Borch als tweejarig kind – Gesina ter Borch, ca. 1667Jeanne van Rutten

Gerard ter Borch de Oude was kunstenaar totdat hij ging trouwen en de verantwoordelijkheid kreeg zijn gezin te onderhouden. Hij veranderde rigoureus van beroep en werd een goed beloonde belastingfunctionaris. Ter Borch gaf vervolgens les aan vijf van zijn meest getalenteerde kinderen: Gerard, Anna, Gesina, Harmen en Moses. De tentoonstelling Thuis bij Ter Borch in Museum de Fundatie in Zwolle toont het veelzijdige en indrukwekkende resultaat.

Dat de kinderen Ter Borch talent hadden, blijkt al op jonge leeftijd. Er is een pentekening van Gerard de Jonge – de oudste zoon – die hij op zevenjarige leeftijd maakte: een paard met ruiter op de rug gezien. Harmen is negen jaar als hij een rij van negen mannen en vrouwen afbeeldt die met een stevige storm worstelen. Ze leunen tegen de wind of worden erdoor voortgedreven, de mantels en rokken wapperen alle kanten op. Het getuigt van een scherp observatievermogen en het vermogen dit realistisch op papier te krijgen. En Moses is pas vijftien als hij met rood krijt een aantal jonge mannen tekent. De gezichten, de plooien in de kleding, de schaduwwerking: het maakt indruk.

Alles wat los en vast zit

De kinderen trokken eropuit in Zwolle en omgeving, toen een woelige stad die van kwesties aan elkaar hing: pestepidemieën, de Tachtigjarige Oorlog en religieuze twisten die hoog opliepen. De variëteit aan onderwerpen blijkt groot. De kinderen tekenden zo ongeveer alles wat er te zien was, zoals werklieden, ijstaferelen, soldaten, mensen die hun behoefte op straat doen, spelende kinderen en taferelen op het platteland. Verder maakten ze portretten van zichzelf en elkaar. Werkten samen. Kopieerden elkaars werk. En legden het huiselijk leven vast. Het lijkt een gelukkig gezin.

Kind tekenend of schrijvend – Harmen ter Borch, 1649. Foto: Jeanne van Rutten.

De schetsen en tekeningen zijn bescheiden tot zeer bescheiden van formaat. Het nodigt uit tot aandachtige bestudering. En wat daarbij vooral opvalt – naast het talent – zijn de ernst en het enthousiasme.

Gesina ter Borch

Het is aan Gesina ter Borch te danken dat de familiecollectie, bestaande uit albums, schetsboeken, documenten en bijna zevenhonderd losse tekeningen, in stand bleef. De verzameling werd in de familie doorgegeven totdat het Rijksmuseum deze in 1886 aankocht.
Het werk van Gesina is qua sfeer en techniek te onderscheiden van dat van haar broers. Ze schilderde met name aquarellen in heldere kleuren. Opvallend hoe fris die nog zijn. In een vitrine ligt haar poëzieboek opengeslagen; te lezen is een gedicht met onderaan de pagina een afbeelding ter illustratie, een herder die voor een herderin knielt. Het is een kloek boek. Het overige werk dat van haar te zien is, getuigt onder andere van fantasie en een zekere hang naar idyllische taferelen. Ook zijn er portretten ter nagedachtenis aan haar jongere broer Moses. Hij werd marinier en stierf in 1667 aan zijn verwondingen tijdens de beruchte Tocht naar Chatham. Moses werd tweeëntwintig jaar, toen Gesina inmiddels zesendertig was.
Gesina poseerde overigens regelmatig voor haar broer Gerard en is hier in Zwolle op diverse schilderijen te zien.

Gerard ter Borch de Jonge

Uiteindelijk is het de oudste zoon die in de voetsporen van zijn vader trad. Al vroeg maakte hij een reeks stadsgezichten van Zwolle en legde de verdedigingswerken vast: de stadsmuren, poorten en bolwerken. Het werk is nu een belangrijke referentie voor restauratiewerkzaamheden in de stad. Nogal wat anders dan de romantiek van de ruïnes zoals zijn vader die in Rome verbeeldde, een werk dat ook te zien is.
Gerard ter Borch de Jonge heeft grote faam verworven in binnen- en buitenland. Hij werd bekend door onder andere genrestukken, portretten en het huiselijk leven van de gegoede burgerij. Zijn manier van stoffen schilderen werd alom geprezen. Op de tentoonstelling is te zien hoe hij zilverkleurige japonnen van door hem geschilderde vrouwen tot leven brengt. Je zou kunnen zeggen dat het bijna zeer aan de ogen doet. Alsof het zonlicht in de stof reflecteert.
Zijn schilderijen bekijkend is het onmiskenbaar een Hollandse meester uit de zeventiende eeuw. Ook is er een samen met Gesina gemaakt olieverfportret van broer Moses te zien. Beiden misten hem.

Ruiter op de rug gezien - Gerard ter Borch, ca. 1633-1634

Ruiter op de rug gezien – Gerard ter Borch, ca. 1633-1634. Foto: Jeanne van Rutten.

Een contrast met wat van Gerard de Jonge op de tentoonstelling wordt getoond, is een geheel ander werk van hem: een ruiter op de rug gezien, waarvan twee variaties zijn. Het ziet er dramatisch uit. Maar het laat ook zien hoe hij zich heeft ontwikkeld sinds zijn zevende jaar, zijn losse schets in inkt met hetzelfde onderwerp. Frappant hoe hij dit toen met een paar losse streken wist te verbeelden.

Al met al geeft Thuis bij Ter Borch een interessant beeld van het leven in de zeventiende eeuw en maakt de tentoonstelling indruk vanwege het talent van deze kunstenaarsfamilie.

Kunst / Achtergrond
special: Maurizio Cattelan: A Clever Way into the Heart
Maurizio CattelanSilke van Kamp

Verscholen onder de spotlight

Gehuld in een vilten maatpak rollen er lovende woorden over de tong van Silke van Kamp. Dat een voordracht van een essay over een hedendaagse kunstenaar zó meeslepend en leuk kan zijn, bewijst deze onder de spotlight gestapte regisseur. De laatste week van september is haar theatrale voordracht A Clever Way into the Heart te zien in de zalen van Frascati in Amsterdam – en gedurende oktober ook in verschillende theaters in de Randstad. Haar manifest werd bekroond met de Lucian T. Armozatia Award. Iedereen die Silkes voordracht heeft gezien, begrijpt precies waarom.

‘Alles is fout, alles is slecht, alles is al gemaakt en jij bent slechts een schil die iedereens tijd verspilt.’ In A Clever Way into the Heart word je meegezogen, en vind je jezelf, naast Van Kamp, vastgelijmd aan haar bed. Moe van het bluffen, zakelijk gelul en geldzaken. Bang en verdrietig, om de onbeantwoorde vraag: ‘Wat betekent kunst nog voor mij?’ Silke, theatermaker en schrijfster van dit manifest, houdt wél van kunst. ‘Misschien wel zoveel dat ik er bang voor was en het ging haten’, vertelt ze over het moment dat ze thuis in bed ligt met een burn-out. Opgebrand. Totdat ze op het werk van Maurizio Cattelan stuit en haar ‘held’ ontmoet. Iemand die zich verzet tegen alle mogelijke autoriteit in de wereld van de kunst, in plaats van zich erdoor te leiden.

Stupid

Silke droomt van eeuwig beginnen, verzucht ze. ‘Zolang ik niet begin, blijf ik voor altijd briljant in mijn hoofd.’ Ze heeft last van faalangst, is haar plezier en eigenwijsheid verloren. Bang voor de meningen van anderen, bang om te horen dat haar werk niet goed genoeg is, dat het niet bijzonder, of simpelweg stom, is. Ze slaat steil achterover als ze ontdekt dat het juist de angst om iets stoms te maken is wat haar held, Cattelan, in zijn kunstpraktijk omarmt. ‘Toen wist ik dat ik écht van kunst hield’, roept ze, wanneer ze leert dat de stoerste rebel die ze kende, het bangst was van iedereen.

Eeuwig beginnen

Silkes held was letterlijk doodsbang om de ruimte met zijn kunstenaarschap te vullen. Dat blijkt in Torno Subito. In 1986 kreeg de steiloor de kans om een solo-expositie in te vullen in een galerie in Bologna. Maurizio was slechts vier jaar geleden als kunstenaar begonnen en vulde de lege expositieruimte enkel met één klein bordje. ‘TORNO SUBITO‘, las je erop. De klassieke ‘BE RIGHT BACK‘ tekst van winkeliers. De galeriebezoekers stonden in een lege ruimte gespannen te wachten op kunst of een kunstenaar die nooit verscheen. Wachtend op ‘het briljante werk van een kunstenaar die nog moest beginnen’, pleit de essayschrijfster met twinkelende ogen op het podium.

Kwetsbaar

Silkes bewondering werkt aanstekelijk als ze stapsgewijs uitlegt welke zes terugkerende elementen van Cattelan een grootmeester maken. Niet alleen meester van de kunst, maar ook – of misschien wel vooral – meester van zijn publiek.

This is the one profession in which I can be a little bit stupid, and people will say ‘Oh you’re so stupid; thank you, thank you for being so stupid’

Cattelans woorden prikkelen de tot burn-out verslagen Silke tot haar diepste. Ze voelt zich verwant aan zijn werk, de onopvallende kwetsbaarheid die schuilgaat achter de steile oren van Cattelan raakt haar.

Net als bij de Italiaanse grootmeester, is het ook de kwetsbaarheid achter Silkes bravoure waarmee ze haar publiek om haar vinger windt. Met ongeremde trefzekerheid zet ze het kleinste en meest ongemakkelijke van zichzelf en Cattelan in de spotlight. Haar theatrale essaylezing is doordrenkt van een meeslepend spanningsveld tussen zelftwijfel en het verlangen naar bevestiging, en stuurt je naar huis met een grote dosis materie om over na te denken.

Nog te zien tot: 14/10/2025 (Het Nationale Theater, Den Haag), 30/10/2025 (Theater Kikker, Utrecht).

Kunst / Expo binnenland

Scherven als kunstvorm

recensie: Bouke de Vries – Unbroken
HorseyBouke de Vries

In het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden is een overzichtstentoonstelling van het werk van Bouke de Vries te zien getiteld Unbroken. Dat is nogal ironisch. De kunstenaar werkt met scherven aardewerk zoals Delfts blauw, wit en polychroom. Of bijvoorbeeld met restanten Chinees en Worcester porselein. Hij creëert daarmee bijzondere en zelfs betoverende werken. Met als opmerking vooraf, in het Fries: ‘It is hiel moai’.

Vanuit zijn achtergrond als keramiekrestaurateur vatte De Vries een fascinatie op voor wat kapot en gebroken is. Hij verzamelt onder andere scherven van archeologische vondsten uit beerputten en stortplaatsen. En van ander erfgoedmateriaal. Dat leidt tot een grote diversiteit aan kunstwerken waarin zijn belangstelling voor – en kennis van – geschiedenis en cultuur tot uiting komt. Dat blijkt meteen bij de entree van de tentoonstelling. Daar staat het aandachttrekkende Horsey, een paard waarin de echo van de oudheid doorklinkt met kleurrijke, keramische toevoegingen. In de zalen daarachter ontvouwt zich een verrassende wereld.

Homeland

De Vries woont tegenwoordig in Londen en is een internationaal gelauwerd kunstenaar terwijl het land van herkomst blijft boeien. Zo is er een wandvullende kaart van Nederland, bestaande uit scherven van Delfts aardewerk: Homeland. Verder staat er een torenhoge tulpenvaas. Op afstand lijkt het één geheel, van dichtbij blijkt de vaas te zijn opgebouwd uit gebroken fragmenten. Bijzonder ook is het tafelstuk dat hij heeft gemaakt in opdracht van koningin Máxima. Het is een constructie van door de Koninklijke Verzamelingen bewaarde scherven van het Guriev-servies, behorende tot de bruidsschat van Anna Paulowna. En er is een silhouet van het koningspaar gevormd door Delfts blauw en wit met toetsen polychroom.

Klassieke vormen en technieken

De kunstenaar creëert niet alleen nieuw werk, hij brengt ook voorwerpen terug in grotendeels de oorspronkelijke vorm met bijzondere toevoegingen. Zoals de Frankenstein Teapot, de wedergeboorte van een aantal gebroken theepotten. Er fladderen vlinders omheen, symbool voor een nieuw begin.

Opvallend – of juist niet – is dat De Vries gebruikmaakt van klassieke restauratietechnieken. Zoals het Japanse kintsugi, herkenbaar aan de goudkleurige naden tussen de barsten van een vaas. Of het gebruik van een gelijkvormige scherf van een ander voorwerp. Ook worden krammen toegepast, vroeger gebruikt om gebroken keramiek te repareren.

Frankensteins Teapot

Frankenstein Teapot

In de opstelling Memory Vessels zijn de gebroken vazen en potten juist niet gerepareerd of getransformeerd, maar zijn ze scherven gebleven. In een grote en zacht aangelichte vitrine is te zien hoe ze toch een nieuw leven krijgen. De oorspronkelijke vorm is nagemaakt in glas en daarin bevinden zich de restanten, gebroken maar geheeld.

Muzen

Naast Chinees keramiek en Japanse restauratietechnieken heeft De Vries belangstelling voor Guan Yin, de Oost-Aziatische godin voor troost en hulp. Er werden beeldjes van haar gevonden in gezonken schepen die al honderden jaren op de zeebodem lagen. De intacte objecten vonden gewillige afnemers. Het overige, gebroken, zou weer in zee zijn teruggegooid, ware het niet dat de kunstenaar er kilo’s van kocht. Wat op de tentoonstelling te zien is, is zowel grappig als ernstig. Hij heeft bijvoorbeeld plastic Simpsons figuren toegevoegd. Of Chinees gebruiksgoed.

Van een andere orde is een gehavend, romantisch porseleinen beeldje dat is getransformeerd naar een ode aan Amy Winehouse getiteld ‘No, no, no’; De Vries werd geraakt door haar eerste cd Back to Black. Ook is hij onder de indruk van Grace Jones en meer vrouwen. Zoals Nefertete, Marilyn Monroe en prinses Diana. Ze kregen allen een eigen eerbetoon.

War and Pieces

War and Pieces

War and Pieces

De Vries zegt te zijn beïnvloed door Ai Weiwei, wat vooral te zien is aan oeroud Chinees aardewerk dat in een aparte zaal is opgesteld. De kunstenaar kan niet zoals Ai Weiwei per se activistisch worden genoemd. Wel geeft hij direct en indirect commentaar. In het bijzonder met de installatie War and Pieces. Wanneer je de ingerichte kamer inloopt, lijkt het hier te gaan om een groots aangericht staatsbanket aan een langgerekte tafel. Het oogt elegant. Een paar stappen dichterbij verandert deze indruk. Het is eeuwenlang gebruikelijk geweest om voorafgaande aan bloederige veldslagen een groots banket te organiseren. En in dit geval is de tafel daartoe nogal bijzonder gedekt. Goudgerande borden met een afbeelding van de V2, bestek met een handvat in de vorm van een kalasjnikov en de tafelstukken getuigen gedetailleerd van strijdtaferelen. Het is een indrukwekkend en immens geheel. Wat overigens voor de hele tentoonstelling geldt.

Kunst
special: Amsterdam en De magische wereld van Lizzy Ansingh
SK-A-4700Rijksmuseum Amsterdam

Veelzijdige Amsterdamse Joffer

De affiches in het Amsterdamse straatbeeld vielen niet over het hoofd te zien: Meet Lizzy. Rijksmuseum. Toeristen zetten dit museum vaak met stip op 1 of 2, na of net voor het Van Gogh Museum. Veel minder bekend is het Luther Museum Amsterdam. Niet te missen als je op dit moment los van het Rijksmuseum meer over Lizzy Ansingh (1875-1959) te weten wilt komen.

Laten we beginnen met het museum. Het is gevestigd in het statige gebouw ‘Wittenberg’ (1772) in de Plantagebuurt, in de nabijheid van de Hortus en van Artis; een mooie combinatie voor een dagje Amsterdam. Het gebouw was opgetrokken als Evangelisch-Luthers Diaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis. Het diende lang als onderkomen voor ouderen, armen en wezen. Enkele jaren geleden is het omgebouwd tot museum.
Links van de ingang vinden in de Kerkzaal de tijdelijke tentoonstellingen, evenementen en concerten plaats en rechts ervan is het gedeelte met onder meer enkele regentenkamers en de Administratiekamer, waarin het verhaal over Luther wordt uitgebeeld.

Lizzy Ansingh ‘een visionair kunstenaar’

En dan de tentoonstelling. Lizzy Ansingh kwam uit een lutherse familie. Haar grootvader was predikant. Vandaar de link met het Luther Museum Amsterdam.
Haar nicht Thérèse Schwartze gaf Ansingh niet alleen de eerste schilderlessen, maar leerde haar ook kijken naar het werk van kunstenaars als Breitner en Maris. Ze kwamen, net als Mondriaan, wel in de ateliers van Simon Maris en George Hendrik Breitner.
In 1894-1897 studeerde Ansingh aan de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten, waar een kring vriendinnen ontstond die de naam ‘Amsterdamse Joffers’ kreeg, in 1912 aan hen gegeven door de kunstcriticus Albert Plasschaert. De tentoonstelling wordt in die context geplaatst, want op de gang hangt informatie over en werk van enkele Amsterdamse Joffers. Ansingh was de spil van de joffers en zorgde er onder meer voor dat Coba Ritsema (1876-1961) bekendheid kreeg. Van haar zullen we straks tussen twee haakjes meer te weten kunnen komen op een tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem (september 2025-januari 2026). De joffers zijn terug van weggeweest!

Vroege werk

De Amsterdamse Joffers werkten in hun atelier, omdat het eind negentiende, begin twintigste eeuw niet als gepast werd beschouwd om buitenshuis landschappen te tekenen of later ook te schilderen. Ansingh blonk uit in stillevens, portretten in opdracht en genrestukken met poppen.
Die poppen vormden volgens een tekstbordje haar ‘artistieke laboratorium’. Elk kreeg een eigen karakter mee, maar er werd ook geoefend met schaal en compositie. Een van de eerste schilderijen die wordt getoond is een vroeg werk: expressief en met een grove toets. Ook enkele Japanse poppen in een sprookjesbos ademen de tijd van ontstaan, met de invloed van wat we Japonaiserie of Japonisme noemen. Termen die ook van toepassing zijn op het postimpressionistische werk van Vincent van Gogh (1853-1890), al doen sommige schilderijen van Ansingh vooral qua thematiek meer denken aan die van een andere tijdgenoot: Martin Monnickendam (1874-1943). Van hem was onlangs werk te zien in het Allard Pierson in Amsterdam; ook een tip waard! Was zij de poppenschilder – hij was de schouwburgschilder, maar beiden laten poppen en mensen zien als in een spiegel.

Late werk

Stilleven met vaasje en rode bloem

Stilleven met vaasje en rode bloem © Marc Pluim

In Ansinghs late werk, zoals Fee met pauwenveren, lopen droom en werkelijkheid in elkaar over. Het is sprookjesachtig qua sfeer. De schilderijen zijn vol van herinneringen aan bijvoorbeeld haar ouderlijk huis en hebben een zekere lading. Ook in de tekeningen zonder poppen werkt de kunstenares met sfeer, kleur en licht.
Naast ruim dertig schilderijen en tekeningen staat er op de tentoonstelling ook een vitrine waarin onder meer boekjes liggen die Lizzy Ansingh samen maakte met een andere joffer, Nelly Bodenheim (1874-1951). Ansingh maakte de tekst en Bodenheim de illustraties. Ze kijken, lijkt het wel, met verwondering naar de wereld. Iets dat ook blijkt uit haar gedichten die her en der in de zaal hangen.
De meeste getoonde werken komen uit de Collectie Stichting Kunsttunnel en uit particuliere collecties, waaronder een heel mooi Stilleven met vaasje en rode bloem, dat in langdurige bruikleen is van Museum Arnhem.

De tentoonstelling brengt de ontwikkeling van het veelzijdige werk van Lizzy Ansingh mooi over het voetlicht. Het begint met een afbeelding van het portret dat Thérèse Schwartze van haar maakte en dat de affiche van het Rijksmuseum siert: een mondaine dame, met een zwarte hoed op het hoofd. Geschilderd in 1902, toen Ansingh zes- of zevenentwintig was. Op het affiche van het Luther Museum Amsterdam staat ze wat dromerig te kijken en is ze gekleed in een bontjas.
Maar de klap op de vuurpijl is misschien de prachtige tekening aan het eind van de expositie. Met een bibberende handtekening. Ongetwijfeld een laat werk, al staat er geen jaartal bij (zoals bij de meeste werken overigens niet) en ook geen tekstbordje, maar indrukwekkend en aandoenlijk is het.

Kunst / Expo binnenland

Een spiegel voorgehouden

recensie: Fiona Tan – Monomania
Fiona Tan, RijksmuseumRijksmuseum persbeelden

De tentoonstelling Monomania van Fiona Tan (1966) in de zuidvleugel van het Rijksmuseum Amsterdam begint met het olieverfschilderij Portret van een kleptomaan van de negentiende-eeuwse Fransman Théodore Géricault, een bruikleen uit het Museum voor Schone Kunsten Gent. Hiermee begon ook Tans zoektocht naar wat monomania is, hoe het in beeld wordt gebracht en wat voor indruk dit op de beschouwer maakt.

Monomania is volgens het begeleidende boekje dat de zaalteksten vervangt ‘een vorm van gedeeltelijke krankzinnigheid en [wordt] beschreven als één enkele ziekmakende obsessie in een verder gezonde geest. Rond 1850 staat monomania synoniem voor emotionele “waanzin”.’

Fiona Tan. Foto: Andreas Langfeld.

Dat is ook de tijd die centraal staat in Tans jarenlange zoektocht naar het begin van de psychiatrie en in de twee jaar voorbereiding voor deze tentoonstelling. Tan is de eerste kunstenaar die van het Rijksmuseum Amsterdam carte blanche krijgt voor een tentoonstelling. Wat meer is ‘dan cureren’, zei ze fijntjes tijdens de perspresentatie. In de catalogus eindigt zij met de constatering dat ze, nog eens kijkend naar het gezicht van de zogeheten kleptomaan van Géricault, uiteindelijk medeleven en empathie voelt en in hem een medemens herkent.

Associëren en verbanden leggen

Edvard Munch (eigenhandig gesigneerd), Staand naakt met rood haar, 1902, Rijksmuseum. inv.no. RP-P-1953 -888

De tentoonstelling roept ons op om dat ook te gaan voelen en onze eigen associaties en verbanden te leggen tussen de kunstwerken. Kunstwerken en gebruiksvoorwerpen die merendeels afkomstig zijn uit verschillende depots van het Rijksmuseum, naast enkele bruiklenen en eigen werk van Fiona Tan, en die verdeeld zijn over tien zalen. Doeken, boeken, beelden, foto’s en nog veel meer met aan het einde een grote video-installatie, Janine’s Room (2025), die alles op drie schermen lijkt samen te vatten. Janine verwijst naar Janine Dakyns, die wordt genoemd in de roman The Rings of Saturn van W.G. Sebald, een schrijver die Tan heeft geïnspireerd in haar werk. Sebald schrijft onder meer: ‘In een zandkorrel in de zoom van Emma Bovary’s winterjurk, zei Janine, zag Flaubert de hele Sahara. Voor hem woog elk stofje zo zwaar als het Atlasgebergte.’

Opvallend is dat de fraai verzorgde en origineel vormgegeven catalogus (een design van Irma Boom, net als het begeleidende boekje) niet begint met Géricault, maar met een afbeelding van een spiegel in de Queen Anne style (Noord-Nederland). Je zou deze, samen met twee andere werken waar de spiegel naast hangt, als de uitgangspunten van Tans werkwijze kunnen zien. Die twee andere stukken zijn Ophélie van Odilon Redon en Zonde van Edvard Munch. Ze staan als het ware respectievelijk symbool voor de drie aandachtspunten die Tan aanhield bij zowel haar twee jaar durende onderzoek als de keuze van de kunst- en andere werken: wetenschap – kunst – representatie.

Wetenschap, kunst, representatie

Wetenschap manifesteert zich hier in de vorm van een geoxideerde spiegel, vergelijkbaar met de tien spiegels die kunstenaar Germaine Kruip toonde op een tentoonstelling in de Amsterdamse Oude Kerk (2015-2016). Door die oxidatie kun je jezelf niet in de spiegel zien: ‘An image of absence’ noemt Tan het in een essay in de catalogus. Redon en Munch vertegenwoordigen niet alleen kunst (respectievelijk olieverf en pastel op papier en een lithografie), maar ook representatie. Ophelia staat voor wat tijdens een congres over haar (in Arnhem, 2009) hysterie en melancholie werd genoemd, twee zogenaamd typisch vrouwelijke aandoeningen. Tan schrijft, wederom in de catalogus, dat een mysterieuze ziekte als hysterie door de Franse psychiater Jean-Etienne Dominique Esquirol (1772-1840) werd gelabeld als een psychische in plaats van een eerder neurologische aandoening om zo ‘zijn onderzoeksveld te vergroten en zijn vak te legitimeren’. De achtergrond van Zonde van Munch (Staand naakt met rood haar) zou kunnen worden gezocht in de associatie die binnen met name het christendom soms wordt gelegd tussen seksualiteit en zonde. De vrouw heeft lang rood haar, zoals ook Maria Magdalena vaak met lang rood haar wordt afgebeeld. Maria Magdalena ging ten onrechte de geschiedenis in als prostituee. Fiona Tan zoekt de achtergrond van de vrouw binnen het kader van ‘Waanvoorstellingen’.

Odilon Redon (eigenhandig gesigneerd), Ophélie, la cape bleue sur les eaux (Ophelia, de blauwe nonnenkap in het water), 1900 – 1905, Rijksmuseum, Inv.no. SK-A-4840.

Het zijn zomaar enkele voorbeelden uit een overweldigende tentoonstelling die je, soms letterlijk, een spiegel voorhoudt, zoals in de zaal met zes digitale installaties (De criminele klasse). Je moet er moeite voor doen om de persoonlijke herinneringen, associaties en verbanden die Tan legt te kunnen volgen en je wordt uitgenodigd er ook voor jezelf naar op zoek te gaan. Als dat lukt, krijg je er zóveel voor terug, dat er een paar dagen in je hoofd niets meer bij lijkt te kunnen. Een effect dat misschien niet eens zo ver van de bedoeling van deze expositie afligt. Even opgesloten zitten in je hoofd, zoals de vissen in de Goudviskom met drie schepen (Bohemen), ook te zien in de tentoonstelling. Ge(s)laagd dus. En meer dan dat.

Kunst / Expo binnenland

Op zoek naar het thuisgevoel

recensie: FotoFestival Naarden
Wesley Verhoeve- thuisWesley Verhoeve

Het was even wachten op deze achttiende editie van het tweejaarlijkse FotoFestival Naarden. De organisatie nam vier jaar lang bewust een pauze om te reflecteren op de rol en impact van fotografie in een tijd waarin we dagelijks overspoeld worden door beelden van polarisatie en onzekerheid. Het thema ‘Thuis’ nodigt uit om nieuwe, uiteenlopende perspectieven te verkennen. Is thuis een fysieke plek, een geur, een herinnering, een gevoel van veiligheid of juist iets dat je mist?

In 2025 is de historische vestingstad Naarden opnieuw een trekpleister voor fotografieliefhebbers, tijdens de achttiende editie van het FotoFestival Naarden. Op twaalf locaties staat een aansprekend en universeel thema centraal, dat het publiek – overmatig blootgesteld aan visuele prikkels – uitnodigt tot verdieping en reflectie. Het resultaat is een veelzijdige verzameling van persoonlijke en soms indringende beelden, gemaakt door zowel gevestigde fotografen als jonge talenten, allen woonachtig in Nederland.

Wat is ’thuis’?

Thuis is niet altijd de plek waar je woont – soms is het een ruimte waar je je gedachten en ideeën op een rijtje kunt zetten en tot rust kunt komen. Dat gevoel weet de gelauwerde fotograaf Wouter le Duc prachtig te vangen in een serie serene portretten in zacht daglicht, gemaakt in Secret Mountain. Deze kunstenaarsresidentie is gevestigd in een voormalig klooster in Noord-Frankrijk en wordt al bijna tien jaar door Le Duc met regelmaat bezocht. Voor zijn analoge lens verschenen schrijvers, filosofen, kunstenaars en dansers. Ze kijken geconcentreerd de camera in, maar hun blik verraadt dat ze in gedachten verzonken zijn. Denken ze aan thuis of zijn ze juist bezig met hun creatieve proces?

Lex Chen_Things here change(1)

Things Here Change © Lex Chen

Voor Lex Chen is de fysieke ruimte juist een thuis. Tijdens zijn studie woonde hij drie jaar in de arbeiderswijk Oost-Boswinkel in Enschede. Hier documenteerde hij een voor hem vertrouwde omgeving, voordat de wijk werd afgebroken. Achter zijn tientallen ogenschijnlijk gewone kiekjes van rommelige slaapkamers, woonkamers met verhuisdozen en monotone gevels van portiekflats gaan heel wat herinneringen schuil die niet altijd evident zijn voor de beschouwer. De titel van dit beeldarchief, Things Here Change, kondigt de gevolgen van de grote sloop aan.

Jonathan Tang keert met de serie Many Members, One Body terug naar de kerk van zijn jeugd, de Chinees-Nederlandse evangelische gemeenschap. Het is een plek waar de Amsterdamse fotograaf zich gaandeweg steeds minder thuis is gaan voelen. Aan de hand van beelden, objecten en verhalen deelt Tang zijn persoonlijke herinneringen. Op een kerkstoel ligt een opengeslagen bijbel waarin verzen zijn gemarkeerd die leden motiveerden om actief deel uit te maken van de kerkgemeenschap die de fotograaf als kind juist als beperkend ervoer. Kijkers krijgen geen klassieke documentairefotografie voorgeschoteld, maar een levend proces met ruimte voor dialoog en reflectie.

Vincent Zanni_Saved memories

Saved Memories © Vincent Zanni

Saved Memories van Vincent Zanni nodigt de kijker uit na te denken over hoe herinneringen kunnen overleven. De serie borduurt voort op zijn eerdere installatie La Maison, waarin cyanotypieën van zijn familiehuis werden ondergedompeld in met water gevulde bakken, om te vervagen en uiteindelijk te verdwijnen. In Naarden toont de Zwitserse fotograaf een reeks fragmenten die uit het water zijn gehaald en te drogen zijn gelegd. Elke vervormde en fragiele familiefoto vormt een herinnering aan wat achterblijft wanneer een plek, en de verhalen die eraan verbonden zijn, niet langer bestaat.

Hoogtepunt vormt de zolder van het Huis van de Stad Naarden waar portretfotograaf Ringel Goslinga met de expositie en het boek Aluk to dolo (‘De weg van de voorouders’) het koloniale verleden van zijn opa en vader in voormalig Nederlands-Indië verkent. Zijn opa werkte als zendingsarts bij het lokale Toraja-volk op het eiland Sulawesi. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het gezin Goslinga een traumatische tijd mee in een Japans interneringskamp. Met fotografie, archiefonderzoek en zelfgemaakt vlechtwerk in de traditie van de Toraja’s brengt de fotograaf beeld en verhaal samen en ontvlecht hij wat generaties lang binnen de familie verzwegen bleef.

Of het nu gaat om een fysieke plek, een gevoel van hoop en geborgenheid, of juist de afwezigheid daarvan: ‘Thuis’ blijkt voor iedereen iets anders te betekenen. De kracht van deze achttiende editie zit dan ook in de verscheidenheid aan beelden en verhalen die niet alleen de persoonlijke zoektocht van de fotografen weerspiegelen, maar ook ruimte laten voor toeschouwers om associaties toe te laten.

Kunst / Expo binnenland

De kunst mag spreken

recensie: ARTZUID 2025 – Amsterdam Sculptuur Biënnale
APEX (2025) - Ricardo van EykJW Kaldenbach Photography

In Amsterdam-Zuid heb je grofweg lanen en pleinen. Op de een of andere manier structureren ze inhoudelijk de negende editie van de tweejaarlijkse tentoonstelling ARTZUID. Het is elke keer weer de moeite waard om de hedendaagse kunst in gesprek te zien gaan met de al (be)staande beelden in het Plan Zuid van Berlage.

De overkoepelende titel is dit jaar Enlightenment (Verlichting). Of, zoals in een flyer staat te lezen: ‘De titel (…) verwijst naar (…) de 18de eeuw (…). Een eeuw van de rede (…). Tegelijkertijd was er de keerzijde van het kolonialisme (…). Deze paradox (…) is nu net zo actueel als toen en hoort bij het discours’ in de 750-jarige stad.

The Ones XI (2024) - Micky Hoogendijk

The Ones XI (2024) – Micky Hoogendijk, © JW Kaldenbach Photography

Als je als bezoeker bij Station Zuid de uitgang richting Oud-Zuid neemt, stuit je onder het viaduct met de tram- en bushaltes op het Prinses Amaliaplein. Hier staat als eerste van de in totaal zeventig beelden het adembenemende Bloemen Ikonen (lichttekens) van Adelheid en Huub Kortekaas. Het stelt een lichaam voor waarvan het hoofd als het ware is omkranst door bloemen. Intuïtief voel je aan dat het concept hiervan verdergaat dan de hersens, de ratio; de bloemen reiken tot rondom de hartstreek. Is het een statement dat curator Ralph Keuning voor deze ARTZUID maakte? Nee – want hij gaat uit van een ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’ en niet van een eenheid zoals Adelheid en Huub Kortekaas. Maar een mooie binnenkomer is het.

Invulling van het begrip ‘verlichting’

Wanneer je vervolgens de eerste laan vanaf deze kant, de Minervalaan, inloopt, stuit je op een rationeel opgebouwd werk als Palletstapel van Wouter van der Giessen. Met rode, gele, blauwe en groene banen. Nét geen Mondriaan met diens primaire kleuren rood, geel en blauw. Je ziet echter ook een andere invulling van het begrip ‘verlichting’ door Keuning: Water van Ronald Westerhuis, bekend van het Nationaal Monument MH17. Water kan immers – wanneer het straks warm weer is – verlichting bieden.

Na het informatiepunt wordt het echter anders. Aan de Apollolaan lijken als het ware pleintjes of eilandjes te zijn gemaakt. Op het ene pleintje stuit je op kunst die op de een of andere manier te maken heeft met wat Keuning de keerzijde van de Verlichting noemt: het kolonialisme. Je stuit bijvoorbeeld op The Monument Group van Atelier van Lieshout. Het is op deze plaats neergezet een commentaar op monumenten die politieke en militaire overwinningen verheerlijken en – verbeeld door de gebogen man op de voorgrond – de nare gevolgen ervan. En dat in de nabijheid van wat vroeger het Van Heutsz-monument heette en nu het Monument Indië-Nederland. Én in de nabijheid van Long Tall Peace Sister van de Japanse kunstenaar Yoshitomo Nara.

Luisteren en in gesprek gaan

Een ander eilandje bevat kunstwerken die het thema ‘luisteren’ oproepen. Neem bijvoorbeeld APEX van Ricardo van Eyk, met zijn schotels die geluiden opvangen. Een werk als dit past goed binnen het thema en draagt bij aan waar het Keuning ook om gaat: het gesprek over kunst, de 750-jarige stad en de samenleving. Daartoe is een publieksprogramma samengesteld.

Migrant (2015) - Tony Cragg

Migrant (2015) – Tony Cragg, © JW Kaldenbach Photography

In die zin interpreteer ik The Ones XI van Micky Hoogendijk: twee gestileerde figuren zonder meer. Leeg dus, zonder verdere opvulling – niet op de manier van het beeld De verwoeste stad van Zadkine in Rotterdam, maar als de verbeelding van het begrip ‘het lege midden’ van de theoloog Karl Barth. Een midden dat namelijk uitnodigt om door middel van gesprekken te worden gevuld.
Al was het alleen maar een gesprek over Bloemen Ikonen of die ene zonnestraal die valt op de bronzen Migrant van Tony Cragg. Hoe breed je het thema en de gebaren van deze ARTZUID ook opvat en laat zijn, dáár gaat het uiteindelijk om. De kunst mag spreken. Tot je gevoel en je ratio. Soms adembenemend mooi en hoopvol, maar soms ook niet.

Kunst / Expo binnenland

Dappere bevragingen

recensie: Good Mom/Bad Mom – Centraal Museum Utrecht
Zaaloverzicht tentoonstellingIngrid Looijmans (communicatie en pr van deze tentoonstelling)

In het Centraal Museum is momenteel de tentoonstelling Good Mom/Bad Mom – De moedermythe ontrafeld te zien. De tentoonstelling is een van de eerste en omvangrijkste exposities over moederschap in de kunst in Nederland tot nu toe. Good Mom/Bad Mom neemt de bezoeker mee langs verschillende representaties van het moederschap door de eeuwen heen. Van schilderkunst, films tot installaties.

Moederschap is een onderwerp waar ieders leven mee verbonden is. Toch toont deze breed opgezette tentoonstelling – gecureerd door Heske ten Cate, directeur van Nest, en Laurie Cluitmans, conservator hedendaagse kunst van het Centraal Museum – ons dat de representatie van het moederschap en het zorg dragen niet zonder stigma in beeld komt. Als deze al in beeld komt.

Hardnekkige stigma’s

Zaaloverzicht tentoonstelling

Foto: Natacha Libbert

Maria, in onze cultuur misschien wel dé representatie van de oermoeder, steekt van wal. De tentoonstelling laat zien dat ze in vroegere tijden, vaak door mannelijke kunstenaars, als zachte, passief zorgende vrouw werd uitgebeeld. Een idealistisch beeld waarin het zorg dragen als ‘makkelijk’ en instinctief wordt gerepresenteerd. Dit archetype van Maria en het beeld van de zichzelf wegcijferende moeder als goede moeder blijken hardnekkig. Veel vrouwelijke kunstenaars met kinderen hebben geleden onder dergelijke vooroordelen. Vele van hen beëindigden dan ook hun carrière als er kinderen kwamen.

De kunstenaar Charley Toorop was een uitzondering vertelt de tentoonstelling ons. Hoewel ze te maken kreeg met felle kritiek, koos ze actief voor het kunstenaarschap. Met haar schilderij Zelfportret met drie kinderen (1922) zette ze haar kinderen en zichzelf neer als sterke personen. De kinderen staan besluitvaardig, haast trots, om hun schilderende moeder heen.

Een stigma waar vooral kunstenaars die moeder zijn geworden nog altijd mee te maken krijgen, is dat thema’s als het krijgen en hebben van kinderen als truttig of niet artistiek worden gezien. Kinderen krijgen was eigenlijk not done als vrouwelijke kunstenaar. Het werk van Femmy Otten (Zonder naam, 2016) laat echter een diepgeworteld gevoel van levenscreatie zien. De doorzichtige baby zweeft kwetsbaar boven de handen van de persoon. Kwetsbaar, maar met een zekere kracht door zijn bestaan te midden van de angstaanjagendheid van het proces ‘leven’.

Perspectief verschuivingen

Een sterke kant van de tentoonstelling is dat deze ons laat kennismaken met perspectieven die normaliter weinig ruimte krijgen. Ingrijpende momenten uit de geschiedenis komen naar voren, zoals in het heftige en sterke vierluik van de Zuid-Afrikaanse Buhlebezwe Siwani over vrouwen die als slaafgemaakten kinderen moesten baren ten behoeve van de slavernij. De vier filmfragmenten, met titels in de Zuid-Afrikaanse taal isiZulu – Elinye ibele, Ulishiyele bani ibele futhi, Ibele lesithathu en Iusizi ibele (2025) – verwijzen elk op een andere manier naar een gangbaar gezegde in Zuid-Afrika. Iedere titel is een variatie op ‘voor wie heb je de borst verlaten?’ als verwijzing naar ‘wie is je jongere broer of zus?’. De rechter twee schermen tonen moeders van wie de kinderen afgenomen zijn. De titels maken dit werk op deze manier extra schrijnend. De linker twee schermen tonen moeders die wel de kans hebben om hun kinderen bij zich te hebben, wat het gemis vergroot. Het vierluik is een aangrijpend werk dat de kijker laat reflecteren op de verschrikkingen die deze zwarte moeders moesten doorstaan in de koloniale tijd.

Aan het eind van de tentoonstelling staat een verrassende installatie. Emma Talbots Mama Earth (2025), bestaande uit een doekeninstallatie en animaties, laat ons nadenken over de rol van onze eigen moeder. Hoe praten en denken we over haar? De jonge moeder wordt vaak al weggezet als minderwaardig, maar over de plek van de oude ‘voltooide’ moeder horen we eigenlijk niets meer. Het is een belangrijk statement en een passende afsluiting van de tentoonstelling. Wat is de moeder, de vrouw, de zorgdrager wanneer de kinderen volwassen zijn? Kan zij zichzelf nog vinden wanneer de maatschappij haar niet (meer) ziet?

Catalogus

Bij de tentoonstelling is een catalogus gemaakt in samenwerking met Nest. Mothering Myths. An ABC of Art, Birth and Care is samengesteld door Heske ten Cate en Laurie Cluitmans en vormgegeven door Bart de Baets. De catalogus is een sterke aanvulling en een werk op zichzelf. De publicatie is met opzet gefragmenteerd, zodat deze aansluit bij de sporadische momenten van tijd over hebben binnen het moederschap. Ook juist voor niet-moeders levert deze catalogus de nodige realisatiemomenten op door de bijzondere bijdragen van uiteenlopende auteurs. Door de toevoeging van vele stemmen in het boek sluit de catalogus feilloos aan op de meerstemmigheid van de tentoonstelling.

Cluitmans en Ten Cate hebben een tentoonstelling gecreëerd vanuit meerstemmigheid. Dat maakt de representatie genuanceerd en diepgaand. Ze tonen met de omvangrijke tentoonstelling aan dat het onderwerp moederschap nog steeds controversieel is binnen de kunstwereld. Er valt nog veel over moederschap in de kunst te zeggen, te bespreken en te denken. En bovenal: te erkennen.