Tag Archief van: muziek

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Indieupdate 10
Muziek / Album

Indie in veel smaken

recensie: Indie-update volume 10
Indieupdate 10

Niet dat er geen indiemuziek gemaakt werd in de afgelopen jaren, maar na bijna drie jaar is hier een nieuwe indie-update. Het kwam er gewoon niet van en niemand anders had het tot hiertoe al besproken. Drie albums in mooie, verschillende smaken. I Am Oak brengt na zes jaar weer een album vol verstilde liedjes. Het livealbum van Bywater Call laat een krachtig rootsrockgeluid op ons los. De kleine en rustige liedjes van Kurt Efting schuren tegen het americana-genre aan.

De drie albums die deze keer tegen het licht worden gehouden, vergen nauwelijks gewenning om ervan te gaan houden. Dat is makkelijk gezegd natuurlijk, maar als het genre je aanspreekt, dan kan je bijna niet om de kwaliteit van deze drie onafhankelijken heen. De kwaliteit springt direct uit de boxen.

I Am Oak

Wie de formatie I Am Oak al jaren volgt, heeft al zo’n zes jaar moeten wachten op nieuwe muziek. De eenmansformatie van Thijs Kuijken heeft tijdens de coronatijd wel een teken van leven laten horen in de vorm van een dubbel-lp Odd Seeds, waarop veel van zijn muziek in een ander jasje werd gestoken, maar echt nieuwe muziek bleef lang uit. Time Drifts is zijn zevende studioalbum, wederom opgenomen in zijn huisstudio. Deze keer krijgt hij hier en daar hulp van een collega-muzikant, maar voor het merendeel is de multi-instrumentalist/zanger zelf aan het werk. Kwaliteit staat bij I Am Oak altijd voorop in de muziek. Je wordt getrakteerd op heerlijke liedjes die ertoe doen en uitnodigen om veel meer geluisterd te worden. Niet één voor één, maar gewoon het hele album op repeat in de speler. Nu heeft I Am Oak nog geen enkel album gemaakt dat niet in je hart ging zitten, zo ook deze nieuweling. Er valt dan ook niet veel in negatieve zin aan te merken op dit album, of het zou de hoes moeten zijn met de collage met de gekleurde ‘eieren’ die de kunstmatigheid niet kunnen overstijgen. Hier zou een AI-programma wellicht iets beters mee gedaan kunnen hebben.

Bywater Call

De Canadese formatie Bywater Call heeft inmiddels zo’n drie studioalbums op haar naam staan, die alle even onderhoudend klinken. De southern soul/rootsrock die deze band maakt, heeft de weg inmiddels wel gevonden naar de liefhebbers. Nu de zevenkoppige band inmiddels vele kilometers heeft afgelegd en zo’n 140 shows in tien verschillende landen heeft gegeven in het afgelopen jaar, is het tijd om dat podiumgeweld vast te leggen op een cd om met de wereld te delen. Wie ze ook live wil zien, kan ze tegenkomen in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Spanje, Frankrijk en Engeland, nog voordat december van dit jaar zal aanbreken. Wie Sunshine (Live 2024) op zich laat inwerken, zal – als je van de muziekstijl houdt – snel overtuigd zijn. Met echte livebeelden erbij zal de muziek nog meer tot leven komen. Naast spetteren weet Bywater Call ook zonder meer de gevoelige snaar te raken. Luister bijvoorbeeld naar het prachtige ‘Bring Me Down’, dat in zo’n tien minuten alle kanten op gaat en het hele palet van Bywater Call laat horen. De zang van Meghan Parnell speelt naast de gitaar van Dave Barnes een hoofdrol. Het vleugje trompet van Stephen Dyte is zalig en niet overheersend. De uitgesponnen versie van het Stephen Stills nummer ‘Love The One You’re With’ mag hier een eervolle vermelding krijgen. Wat een hitte straalt hier uit de boxen bij het lange instrumentale tweede deel!

Kurt Efting

Voor velen zal Kurt Efting een nieuwe naam zijn, zo ook voor uw recensent. Toch is De taal van het hart zijn derde studioalbum – zo is te lezen in de bijgaande brief bij het album. Als we even wat verder lezen, is helder waarom dit album wellicht wat meer aandacht zou kunnen krijgen. BJ Baartmans speelt mee en het album is opgenomen in zijn eigen Wild Verband-studio samen met bekenden als Harry Hendriks en gastzangeres Rosanne Alderliefste. De laatst voornoemde maakt daardoor van ‘Dronken hart’ een van de pareltjes van dit Nederlandstalige album. Alle liedjes zijn geschreven door Efting zelf. Efting speelt gitaar en zingt op een muzikaal bedje van drums, bas, piano, hammondorgel, Wurlitzer en gitaren. Zo vallen de teksten netjes in de plooi onder een fraaie begeleiding. Wie houdt van Nederlandstalige liedjes in het rustige genre, met teksten die diepgang hebben, is bij Efting aan het juiste adres. De zeer ervaren begeleiders bij deze fijne liedjes maken het luisteren naar De taal van het hart een genot dat zich wat vaker zal herhalen. Zo ontdek je steeds meer details en neem je de teksten dieper op in je hart.

Boeken / Non-fictie

Minnaressen, musici en makkers

recensie: Jacqueline Oskamp - Groots is de liefde
Groots is de liefde. Biografie van Louis Andriessen (1939-2021)Bol.com

Recensente en journaliste Jacqueline Oskamp, die al eerder over muziek publiceerde, begint haar biografie over de componist Louis Andriessen (1939-2021) met het vermelden dat de levens van de grote artistieke dynastie Andriessen van verhalen aan elkaar hangen. De vraag die dit oproept is: schreven zij, schreef Louis dan ook verhalende muziek?

Het antwoord is: nee, eigenlijk niet; het zegt meer iets over het feit dat Oskamp dicht op haar bron(nen) zat. Ze kende de componist en kreeg toegang tot diens privéarchief dat is ondergebracht bij de Paul Sacher Stiftung in Basel, waar veel archieven van groten uit de muziekgeschiedenis liggen.

Een groot componist en docent

Want dat is zeker: Louis Andriessen is ongetwijfeld de grootste Nederlandse componist van de laatste tijd. Raak schrijft Oskamp dat hij ‘een kind van zijn tijd is, maar nog meer een kind van zijn ouders’: de componist en organist Hendrik Andriessen en de pianiste Tine Anschütz. Dat idee ontvouwt zich in de loop van het boek en wie Louis’ late orgelcompositie Mach’s mit mir, Gott (2016) – dat in het register niet wordt genoemd – kent, kan dit alleen maar beamen: hij bewonderde zijn vader mateloos, en omgekeerd verwenden zijn vader en moeder – en zijn zusters niet te na gesproken – hem zeer.

Louis krijgt zijn eerste pianolessen van zijn moeder en zijn vader is zijn eerste compositieleraar, terwijl Jurriaan, zijn oudere broer, als vraagbaak dient bij Louis’ eerste composities. De invloed van hun vader wordt beschreven in een mooie vergelijking die Oskamp uit de mond van neef Wim Witteman optekent: ‘Oom Hen was natuurlijk organist, dus op zeker moment komt dat pedaal erbij. Dat uitgestelde moment doet me altijd sterk denken aan het moment dat bij Louis de basgitaar erin komt.’

In de zestiger jaren van de vorige eeuw laat Andriessen zich door Jaap Spek ook inwijden tot de elektronische muziek, wat niet wegneemt dat later niet hijzelf maar zijn oud-leerlingen Anke Brouwer en Michel van der Aa de elektronische inlassen en respectievelijk de opera Writing to Vermeer en La Commedia schrijven.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van Louis Andriessens karakter wordt duidelijk geschetst. Dat wil zeggen dat hij in zijn studietijd in Nederland in de woorden van collega Peter Schat een ‘uitbuiter [is]; hij buit zijn leven en dat van anderen uit’. Woorden die een kwarteeuw later door zijn vrouw Jeanette Yanikian worden beaamd. In zijn studietijd bij Luciano Berio in Italië zet hij echter ‘net als zijn vader graag zijn relaties in voor anderen’.

Oskamp schrijft geen hagiografie. Verschillende keren komt ze afkeurend terug op het antisemitisme dat behoort tot de rooms-katholieke familie Andriessen, van vader op zoon. Volgens Schat (in een interview met Bibeb in Vrij Nederland) was ‘Hendrik Andriessen een dorpspastoor, maar ja, met de muziek die erbij hoort’. Louis probeerde tegenover zijn vader Schat te verdedigen, want aan ruzie had hij een broertje dood. Om zijn agressie af te reageren, gaat hij ‘stompen op de piano’; ‘Haagse hakken’ wordt dat in muziekkringen genoemd.

Andriessen is lang zoekend geweest naar een eigen stijl, ‘van de parodie naar de wereld van het politiek engagement’ zoals Oskamp het omschrijft. De invloed van de minimal music of repetitieve muziek uit de Verenigde Staten die in de compositie De Volharding voor het gelijknamige collectief hoorbaar is, werkt als ‘breekijzer waarmee Andriessen de wereld van het Concertgebouw achter zich laat en de deur opent naar alternatieve podia en nieuwe toehoorders’.

Internationale doorbraak

Om overigens in 1976 weer in het Concertgebouw terug te keren met De Staat, het werk dat Andriessens internationale doorbraak betekent. Ook als docent in Amerika (1985-1996). Omgekeerd komen veel compositiestudenten naar Amsterdam om les bij hem te nemen. Andriessen heeft het druk met reizen, interviews, lesgeven en – schrijft Oskamp droog – ‘afspraken met minnaressen, musici en makkers’. Ook nadat hij met Jeanette Yanikian is getrouwd.

De auteur citeert veel uit gesprekken en recensies en verbindt daar vaak een eigen conclusie aan. Toch kun je je afvragen of de ‘mystieke ader’ die sinds TAO en Writing to Vermeer (1999) zichtbaar werd niet al eerder vloeide. Bijvoorbeeld in de Symfonie voor losse snaren (1978). De mysticus in de persoon van Thomas a Kempis komt terug in het opdrachtstuk Mysteriën voor het Koninklijk Concertgebouworkest. De titel van deze biografie is overigens ook ontleend aan Thomas a Kempis, en wel aan De imitatione Christi. Zelf heeft Andriessen eens benadrukt dat ook het dagelijks leven hem heeft gevormd. Oskamp noemt dit een ‘hang naar dialectiek: een contaminatie van het verhevene en het dagelijkse’. Aan dit begrip hangt ze veel op, zodat het construerend werkt. Dat er enkele schoonheidsfoutjes in zijn geslopen, is na zo’n monsterklus niet vreemd.

Oskamp is er namelijk zeer wel in geslaagd het leven en werk van Louis Andriessen goed, evenwichtig verdeeld en onderbouwd weer te geven. Zelfs zó, dat het moeilijk is het rijk geïllustreerde boek opzij te leggen. En dat wil wat zeggen voor een biografie!

Muziek / Album

Muziek met een boodschap

recensie: MI – Ensemble Gamut!
Ensemble Gamut_1_horizontal_B&W_Anna-Maria VikstenAlba

Do, re, mi heten de eerste noten van de toonladder. Ut, re, mi noemden de middeleeuwers ze. Het zijn ook de titels van de drie tot nu toe verschenen cd’s van het Finse Ensemble Gamut! (met een uitroepteken): UT, RE, MI. Gamut is een naam die uit een middeleeuws muziektraktaat van Guido van Arezzo komt en in het Fins tevens ‘kleurenreproductie’ en ‘vrienden’ betekent.

Maar ut, re en mi willen nog méér zeggen. Ut is ook Zweeds voor ‘buiten zijn’ of ‘naar buiten gaan’. Re staat in het Engels voor ‘opnieuw’, ‘herscheppen’, ‘vernieuwen’, ‘terugblikken’ én ‘op weg zijn naar de toekomst’. Mi is ten slotte ook de naam van de Arctische bloem Micranthes stellaris.
Want het thema van dit album (dat zowel op cd als op vinyl is uitgebracht door het label Alba) is deze bedreigde Arctische bloem en de gevolgen van het uitsterven ervan.

Ensemble Gamut!

Ensemble Gamut! bestaat uit Aino Peltomaa (zang, middeleeuwse harp, kantele en slagwerk), Ilkka Heinonen (jouhikko (booglier), zang, elektronica) en Juho Myllylä (blokfluiten, zang en elektronica). Voor MI werkten ze samen met geluidskunstenaar Tuomas Norvio en beeldend kunstenaar Vappu Rossi. De eerste tekende voor de soundscape, de tweede maakte tijdens de repetities in het voorjaar van 2024 realtime tekeningen die zijn geïnspireerd door Arctische bloemen. Foto’s daarvan sieren de cover.

Wat zo ontstond is wat de filosoof Hans-Georg Gadamer (1900-2002) ‘horizonversmelting’ noemde: in dit geval muziek uit een ver verleden die nu wordt geïnterpreteerd met het oog op een leefbare toekomst. Dat wil bij Ensemble Gamut! zeggen dat onder leiding van Aino Peltomaa – die op deze cd nadrukkelijker aanwezig is in vergelijking tot de eerste twee cd’s – elementen uit de middeleeuwse muziek, Finse volksliederen, improvisatie, originele composities en elektronische soundscapes met elkaar worden versmolten.

Micranthes stellaris

De samensmelting begint op het album, dat uit vier onderdelen bestaat, meteen mooi met de titelsong van Peltomaa op eigen tekst. Etherisch maar verre van het zweverige dat dit vaak aankleeft. Ingetogen met een fraaie echo, in de muziekgeschiedenis vaak symbool voor de stem van in dit geval de natuur (‘the sounds of the earth’, ‘the sounds of the roots’, ‘the sounds of the stars’).
De horizonversmelting valt op een andere manier ook te horen in het samengaan van tekst en muziek van Peltomaa met die van de middeleeuwse benedictines Hildegard von Bingen (1098-1179). Van haar worden de volgende twee werken uitgevoerd: Caritas abundat – zoals de titel meestal wordt weergegeven – en Hodie aperuit.

Platanthera oligantha

In het tweede deel klinkt het Stabat mater dolorosa uit een Dominicaans graduale (liedboek), geïnterpreteerd als Moeder Aarde die weeklaagt en pijn lijdt. Verre van ascetisch, maar zeer gepassioneerd uitgevoerd door de twee mannenstemmen. Het is een aanklacht, en hoewel het voor puristen misschien iets over de top is, laat het niet na onder de huid te kruipen.

The suffering and recovery of Mother Earth

Deze thematiek wordt verder uitgewerkt en breder getrokken in het derde deel van het album. De lijdende Maria vindt bijvoorbeeld haar equivalent in een wiegeliedje dat Aino Peltomaa opdraagt aan Lumi, een meisje dat op vierjarige leeftijd overleed.
Ook Hildegard von Bingen komt terug. Nu in een instrumentale bewerking van haar O frondens virga (‘De morgen barst in licht uit’), een hoopvol gegeven.

Stream of life

Het album eindigt niet alleen met Hildegard von Bingen, maar ook met een ander hoopvol nummer. Van Hildegard von Bingen klinkt O viridissima virga, als een extatisch omschreven tekst die samensmelt met een tekst van Peltomaa. Geloof, hoop en liefde, maar de liefde het meest. Hierna klinkt nog Virta van Peltomaa, vol echo’s. Om zacht weg te sterven en de luisteraar vol indrukken achter te laten.

Al met al een mooie, naar een climax (Stabat mater dolorosa) opgebouwde, conceptuele cd waarop Ensemble Gamut! qua uitvoeringspraktijk steeds meer lef toont in vergelijking tot de eerdere twee uitgebrachte titels. De boodschap is duidelijk: ora et labora (‘bid en werk’, aan de wereld in dit geval). Een detail: de blauwe letters op een zwarte ondergrond in het tekstboekje vormen een minpuntje; dit komt de leesbaarheid niet ten goede.
Om na dit detail positief af te sluiten: het ensemble geeft komend seizoen ook enkele concerten in Nederland en België: 7 augustus 2025 tijdens het MA Festival in Brugge, 1 oktober 2025 in Herberg Oude Kerk in Zoetermeer en op 2 oktober 2025 op het festival Musica Divina in België.

Muziek / Concert

Narratio viert feest!

recensie: Presentatieconcert
Narratio Quartet_Marten RootMarten Root

Alle goeds komt in drieën: drie boxen met meerdere cd’s. Met alle strijkkwartetten van Ludwig van Beethoven. Respectievelijk uit zijn vroege, midden- en late scheppingsperiode. Gespeeld op oude instrumenten.

Het strijkkwartet (2 violen, altviool en cello) was – toen Beethoven ze begon te schrijven – nog een relatief jong genre. Zijn vroege kwartetten zijn schatplichtig aan die van Joseph, ‘pappa’ Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart. Alle drie samen (Haydn, Mozart en Beethoven) vormen ze de zogeheten Weense school. In de middenperiode (zo rond 1800) vond Beethoven zijn eigen stijl. En de late strijkkwartetten wijzen vooruit en vormen volgens Johannes Leertouwer ‘de modernste muziek ooit geschreven’.

8WEEKLY trio albums

Presentatieconcert

Leertouwer is primarius (eerste violist) van het Narratio Quartet, dat verder bestaat uit Franc Polman (tweede viool), Dorothea Vogel (altviool) en Viola de Hoog (cello). Ze bespelen alle vier instrumenten die dateren uit 1690-ca. 1800. Wat vieren ze met een presentatieconcert in de Uilenburgersjoel in Amsterdam en een nog uit te brengen film door Jaap Leertouwer/Kurtadocs? De hoogstwaarschijnlijk eerste opname van Beethovens complete strijkkwartetten op historische instrumenten volgens de zogeheten historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Opgenomen tussen juli 2023 en juli 2024 en uitgebracht op Challenge Records.

Tijdens genoemd concert in de Uilenburgersjoel zitten de musici in het midden van de zaal en zit het publiek, zo’n honderd mensen, eromheen. Dit levert een soort huiskamersfeer op die je ook authentiek zou kunnen noemen; strijkkwartetten gedijen van oudsher bij uitstek in de huiskamer. Niet voor niets noemde Goethe het strijkkwartet een gesprek tussen vier intelligente mensen ‘die zich met elkaar onderhouden. Je gelooft iets van hun conversatie te begrijpen en de eigenzinnigheden van de instrumenten te leren kennen’.

Grosse Fuge van Beethoven

Dat eerste (conversatie) komt tijdens het concert vooral tot uitdrukking in de Grosse Fuge, die Beethovens strijkkwartet opus 130 (1825) afsluit. Dit deel – dat ervoor zorgt dat het hele kwartet bij elkaar zo’n uur duurt (!) – wordt op de toppen van hun kunnen uitgevoerd door het Narratio Quartet.
Voor het tweede (eigenzinnigheid) geldt in dit geval wellicht eerder ‘de eigenzinnigheden van de instrumentalisten’. Kenmerkend is dat ze alle noten altijd spelen met oude strijkstokken en instrumenten met darmsnaren, maar dat is gebruikelijk. Opvallender zijn de glijdende noten, die een van de instrumentalisten in de film de uitspraak ontlokken dat deze hem aan de stijl van zangeres Shirley Bassey doen denken. Niet iedereen zal dit overigens kunnen waarderen, daarvan is Franc Polman (lid van het Orkest van de Achttiende Eeuw) zich ook terdege bewust.

Natuurlijk kan iedereen dit nu voor zichzelf aan de hand van de opnamen beoordelen. Het was – vertelden de musici nadat het strijkkwartet opus 130 was uitgeklonken en voordat er een preview van de film werd vertoond – een onderneming die destijds is begonnen tussen de schuifdeuren. Het idee kwam in een stroomversnelling toen er geld kwam vanuit de National University in Seoul, waar Johannes Leertouwer docent Historically Informed Performance Practice is. Dat geld was overigens primair bedoeld voor onderzoek en niet voor de onderzoekers. Celliste Viola de Hoog – evenzeer een grote naam binnen de oude muziek – zette de zoektocht naar geld voort en kwam uit bij Stichting de Zaaier en Stichting de Oosterkerk Amsterdam. Het was de fluitist Marten Root die de naam Narratio Quartet verzon, een naam die naar de kunst van de retorica verwijst. Retorica speelt namelijk binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk een grote rol.

Preview Narratio

Tot zover de obligate plichtplegingen die bij een cd-presentatie horen.
In de preview van de film Narratio komen we nog meer te weten. Het is ‘zoeken naar de Graal’, vertelde Franc Polman. Na een jaar elke maand een week zoeken en samen repeteren, waren de eerste vruchten van hun werk rijp en vielen ze te horen tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht. In 2009 speelden ze daar de complete strijkkwartetten op vijf achtereenvolgende avonden.
Viola de Hoog merkte in de film op dat dit ‘iets met de luisteraars doet. En dat is waar het om gaat’. Maar ook de musici doet het wat; ontroerend was bijvoorbeeld een take waarin de gezichten van de musici in close-up waren te zien terwijl ze naar een opname zaten te luisteren. Jammer was alleen dat er in de film door de muziek heen wordt gepraat; aan de ene kant is Beethoven, zeker zijn late kwartetten, geen achtergrondmuziek en aan de andere kant wil je ook wat de musici hebben te vertellen goed binnen laten komen. Bij de definitieve montage niet doen dus.

Die film belooft los hiervan een mooi document te worden, en dat zijn de cd-boxen stuk voor stuk vast ook. Om vaak te gaan beluisteren, zo steeds dieper in de muziek door te dringen en wat van de conversatie te begrijpen.

Muziek / Concert

Tilburg bedwelmd onder het Pommelien-effect

recensie: Pommelien Thijs - ‘Meer Entertainment Tour’ in 013, Tilburg
Pommelien Thijs en gitarist© Lisa Wibier

Na Vlaanderen is nu ook Nederland in de ban van Pommelien Thijs. De jonge Belgische zangeres en actrice is hard op weg om een vaste waarde te worden in de Nederlandse popwereld. Om mee te maken wat het zogenaamde Pommelien-effect precies inhoudt, reisden we op vrijdag 4 april 2025 af naar Tilburg – en we werden niet teleurgesteld.

 

Pommelien Thijs is een Belgische zangeres en actrice, bekend van populaire series als #LikeMe en Knokke Off. Muzikaal brak ze in 2023 door met het duet “Nu wij niet meer praten” met Jaap Reesema, maar haar solocarrière nam echt een vlucht met het album Per ongeluk, vol hits als “Erop of eronder” en “Ongewoon”. In 2025 scoorde ze opnieuw met “Atlas”, die op dit moment aan menig TikTok-filmpje wordt toegevoegd. De Meer Entertainment Tour markeert haar grootste liveproject tot nu toe, waarin ze niet alleen muzikaal maar ook visueel uitpakt met haar kenmerkende, vaak zelfontworpen en geüpcyclede kleding.

Pommelien Thijs zingt

© Lisa Wibier

Een feestje voor jong en ouder

Wat bij binnenkomst meteen opviel, was hoe divers het publiek was. Dit was duidelijk geen concert voor één generatie, want Pommelien wist werkelijk iedereen aan te spreken. Kleine meisjes die misschien nét K3 waren ontgroeid (of daar nog middenin zaten) begeleid door een ouder, tieners die alle lyrics woord voor woord meezongen, jonge twintigers op een girls night out, en opvallend veel ouders en zelfs grootouders die vol bewondering toekeken. De avond werd geopend door JEN, een frisse Vlaamse artiest die qua stijl en energie deed denken aan Olivia Rodrigo – een perfecte opwarmer voor wat komen ging.

Pommelien Thijs lacht

© Lisa Wibier

En toen kwam Pommelien zelf. Tussen het dromerige, blauwe decor had haar outfit haast iets feeërieks dat perfect paste bij de magie van de avond. Extra bijzonder: het was haar verjaardag, en dat werd gevierd door het hele publiek met versierde bordjes, vrolijke feesthoedjes en zelfs cadeautjes!

Een genre op zichzelf

In een spetterende set liet Pommelien zien dat ze zich niet in één hokje laat duwen. Soms stond ze daar als poppunk prinses met stevige gitaren en een flinke dosis attitude, dan weer als dromerige balladzangeres die haar publiek moeiteloos wist te raken. Voor het lieflijke “Kleine Tornado” haalde ze zelfs haar zus het podium op, wat zorgde voor een intiem en persoonlijk moment. Haar teksten verdienen sowieso aandacht: ze bezingt uiteenlopende thema’s, van het onzekere begin van een relatie tot de band met haar zus en mentale worstelingen. Natuurlijk zong Pommelien ook haar nieuwste single “Atlas”, die inmiddels flink rondgaat op social media. Maar ze had nóg meer in petto. In 013 liet ze haar fans kennismaken met veel nieuwe muziek, inclusief enkele nog niet uitgebrachte nummers die verrassend dansbaar en energiek waren – en ongetwijfeld net zo zullen ontploffen in de hitlijsten als haar eerdere werk.

Als we één ding zeker weten na deze avond, is het dat Pommelien Thijs een naam is om te blijven volgen. Binnenkort maakt ze de overstap naar één van Nederlands grootste podia. In februari 2026 staat Pommelien in AFAS Live in Amsterdam. Voor wie denkt dat je naar Amerika moet voor een artiest als Taylor Swift, Olivia Rodrigo of Sabrina Carpenter – think again. We hebben ons eigen popicoon van Vlaamse bodem, en ze staat nog maar aan het begin.

Guess who_Paschenko cover
Muziek / Album

Een mooi parelsnoer

recensie: Guess Who?
Guess who_Paschenko cover

Wie van de twee? Daar draait het om op de nieuwe cd van Olga Pashchenko. Op fortepiano speelt zij werken van Mendelssohn. Van Fanny en haar broer Felix, beiden componist. Het is leuk om te raden van wie een stuk is.

Pashchenko is een veelzijdig musicus: ze speelt toetsinstrumenten in allerlei soorten en maten. Klavecimbel en orgel, fortepiano en piano. Virtuoos en gevoelig, van Bach tot muziek van nu. Solo, in ensembles of met orkest. En niet te vergeten als begeleider van zangers en bij stomme films. Last but not least is ze ook docent aan het Conservatorium van Amsterdam en aan het Koninklijk Conservatorium van Gent.

Nu is er dan de cd Guess Who? – muziek van Fanny en Felix Mendelssohn, gespeeld op een fortepiano van Conrad Graf uit 1826. Pashchenko speelt Lieder ohne Worte van Felix en Lieder für das Pianoforte van Fanny. Het is Pashchenko’s negende cd op het label Alpha. Met steeds flamboyanter foto’s van haarzelf op de cover van de begeleidende boekjes.

Felix Mendelssohn Bartholdy

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) was een vroeg-romantische, Duitse componist, dirigent en – net als Pashchenko – organist en pianist. Hij kreeg net als zijn oudere zus Fanny Hensel-Mendelssohn (1805-1847) al jong muziekles. Beiden bleken uitzonderlijk veel talent te hebben. Hun composities zijn qua stijl nogal behoudend voor die tijd. In die van Felix hoor je soms iets van de liederen van Franz Schubert terug (opus 30 nr. 2, opus 38 nr. 5).

De binnenkomer, Lieder ohne Worte (opus 198 nr. 3) van Felix, zal net als bijvoorbeeld opus 62 nr. 6 veel luisteraars bekend in de oren klinken. Of hij ook de schepper is van dit genre is overigens nog maar de vraag. Dat is onduidelijk en het zou net zo goed Fanny geweest kunnen zijn. Haar Lieder, zoals zij ze noemt, zijn echter veel minder bekend. Ten onrechte, dat wordt wel duidelijk na beluistering van deze cd. Zeker met zo’n pleitbezorger als Olga Pashchenko.

Fanny Hensel-Mendelssohn

De verbinding met ‘echte’ liedteksten is in de Lieder van Fanny duidelijker dan bij haar broer. Pashchenko schrijft in het begeleidende boekje bijvoorbeeld dat Goethes O Traum der Jugend, o goldner Stern (uit Lauf der Welt) wordt genoemd in verband met haar opus 6 nr. 3.

Haar Lieder zijn volgens dezelfde inleiding ‘parels van verschillende vorm en uitdrukking’. Elke parel ‘vormt een kort verhaal, een novelle, een ballade, een horror story, een liefdesbrief of een dans’. Door Pashchenko even liefdevol onder het stof vandaan gehaald en verteld.
Misschien zijn Fanny’s composities iets fragmentarischer qua opbouw en sneller wisselend van stemming dan die van haar broer, zoals bijvoorbeeld opus 6 nr. 4, een Tarantella.

Olga Pashchenko

Het spel van Pashchenko is verhalend, zoals bijvoorbeeld in het schitterende, bezonken Lied ohne Worte opus 30 nr. 1 van Felix. Ze speelt alle lijnen mooi uit. Dan weer qua tempo wat inhoudend en terugnemend en dan weer opbloeiend met een mooie begeleiding in het basregister van deze fraaie fortepiano van Graf uit de Geelvinckcollectie (gerestaureerd door Gijs Wilderom).

Alles bij elkaar een buitengewoon mooie aanwinst in het algemeen en aan de discografie van Olga Pashchenko in het bijzonder. De cd werd inmiddels al terecht bekroond met een Diapason d’or.

481309135_1140751211393857_6879306542815931038_n
Muziek
special: Persbericht 21 maart 2025
481309135_1140751211393857_6879306542815931038_n

Eerste namen Red Light Jazz 2025

21 maart, het begin van de lente. Een mooi moment om de eerste namen van Red Light Jazz 2025 bekend te maken! Onder andere Liquid Spirits, Another Taste, Matt Bianco en Amsterdam Funk Orchestra feat. Lilian Vieira staan op de rol. In april 2025 wordt de gehele line-up bekend gemaakt.

Op 6, 7 en 8 juni 2025 wordt Red Light Jazz voor de 12e keer in successie georganiseerd in en rondom het warme hart van Amsterdam. Het Red Light District wordt dan drie dagen overgenomen door (jazz)muzikanten van diverse pluimage. Sinds de eerste editie in 2014 heeft het meerdaagse hoofdstedelijke jazzfestival zich ontwikkeld tot een evenement van formaat dat Amsterdammers en bezoekers uit binnen- en buitenland bijeenbrengt om samen te genieten van de vele optredens.

Red Light Jazz combineert traditionele en moderne jazz met de unieke sfeer in het oudste stadsdeel waar jazz in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw werd geïntroduceerd door Amerikaanse zeelieden. Het festival is niet alleen een eerbetoon aan de muziekstijl die zijn oorsprong heeft in de blues, maar ook aan het Wallengebied, een veelbesproken buurt met een rijke cultuur en geschiedenis. De vele intieme optreedlocaties, variërend van historische cafés, winkels, theaters tot een soms onverwachte buitenruimte, zorgen voor een onvergetelijke ervaring. Daarnaast maakt Red Light Jazz – evenals vorig jaar – een uitstapje naar het Zandkasteel in Amsterdam Zuidoost vanwege de bijzondere link die dat stadsdeel heeft met de Amsterdamse jazzgeschiedenis.

Matt Bianco 2025 rechtenvrij

Perskit

Met dit bericht maakt de festivalorganisatie de eerste namen bekend van artiesten die tijdens Red Light Jazz 2025 zullen optreden. Tot nu toe bevestigd zijn o.a. Matt Bianco, Another Taste, Amsterdam Funk Orchestra feat. Lilian Vieira, Philip Lassiter, La Ratte, Vox Sturnus, Soleil Niklasson & Wolf Martini, Kika Sprangers, Mats Gustafsson’s Cosmic Ear, Liva Dumpe & River Adomeit en uiteraard vaste gast ‘The godfather of Red Light Jazz’ Hans Dulfer.

Another Taste rechtenvrij

Perskit

Het volledige programma verschijnt in april op de totaal vernieuwde website van Red Light Jazz. Op hetzelfde moment start dan ook de voorverkoop van het hoofdprogramma.

Muziek / Album

Americana stylesheet

recensie: Americana-update volume 20
susan-holt-simpson-1cE9VJk_cO8-unsplashUnsplash

De twintigste editie van de Americana-update biedt een ware staalkaart van dit brede genre. Internationaal met een Nederlands randje in de persoon van David Rodriguez, lieflijke Americana en toch oer-Hollands met Eric van Dijsseldonk en het wat stevigere werk van The Yearlings dat je wel direct aangrijpt.

We deinen op een Mexicaanse golf met David Rodriguez, worden meegevoerd door klanken die ons richting de jaren zestig duwen, en door Eric van Dijsseldonk naar de roots en countryrock van The Yearlings. Een prachtige muzikale reis door Americana sounds die vechten om de aandacht van de luisteraars en liefhebbers van dit genre.

Internationaal met Nederlands randje

David Rodriguez is de vader van Carrie Rodriguez die we in Nederland natuurlijk kennen van o.a. haar samenwerkingen met Chip Taylor. Taylor wist haar carrière op de kaart te zetten. In de tussentijd is zijn protégé helemaal op eigen benen gaan staan.

Rodriguez nam dit album vele jaren geleden op, in 2015, met de Nederlandse begeleiders The Rhythm Chiefs in Haarlem. Vlak daarna overleed hij in Dordrecht. Het album met Zuid-Amerikaanse tinten bleek later zijn laatste te zijn geworden. Rodriguez zingt met een beetje een doorleefde praatstem. Wie dit weet te waarderen zal aan Rise and Shine een fijne luistertijd beleven. Het mooiste liedje ‘Ballad of the Western Colonies’ vinden we bijna aan het einde van het negen liedjes tellende album.

De Nederlandse begeleider The Rhythm Chiefs geven de liedjes van Rodriguez een fraaie Americana folk-bedding die staat als een huis en alle ruimte biedt aan de zanger. De begeleiders hebben zeker invloed op de composities van Rodriguez. Misschien hebben ze samen met deze in Houston geboren zanger wel zijn beste album afgeleverd en groeit het postuum uit tot zijn meest succesvolle.

Van Dijsseldonk en The Beatles

Met ‘Look At The Stars’ opent Van Dijsseldonk zijn nieuwste album Half-Time met een fluwelen begeleiding, die qua folky uitvoering misschien wel heel dicht bij The Beatles ligt. Het daaropvolgende ‘Maybe Not Today’ is uit steviger hout gesneden. De stem van Van Dijsseldonk blijft natuurlijk wel aan de wat lieflijke kant. Deze stem huist tussen die van Lennon en McCartney. Dat is de eerste vergelijking die opkomt en niet meteen af te schudden valt.

De diversiteit van de eerste twee liedjes van dit album zien we terug in het hele album. Een album dat net door die afwisseling misschien wel heel makkelijk wat meerdere rondjes achter elkaar in de cd-speler kan maken voordat je het gevoel hebt een ander album te willen horen.

Het nummer waaraan het album zijn titel ‘Half-Time’ ontleent, gaat over het feit dat Van Dijsseldonk het gevoel heeft op de helft van zijn leven te zijn aangeland.

In de begeleiding van dit album zijn Nederlandse grootheden als Roel Spanjers en Gabriël Peeters te vinden. Ook grote namen in het Nederlandse Americana circuit, mag hier zeker bij vermeld worden. Van Dijsseldonk speelt vele instrumenten als gitaar, drums en bas, maar laat zich hier ook graag begeleiden door voornoemde collega’s.

Het stevigere Americanawerk

The Yearlings brengen met After All the Party Years een album dat duidelijk aan de countryrock, misschien zelfs pop/rock kant leunt. Het zorgt bijna voor twijfel of je dit album binnen of buiten het genre zou moeten plaatsen. Het is hun eerste werkstuk sinds 2018. De coronapandemie gooide roet in de succesvolle periode van de band.

Het album opent met ‘Medicine Ball’, direct hun staalkaart voor het album. Bij ‘Blistering Clouds’ dendert zomaar een vergelijking met R.E.M. de kamer binnen. Niet als een kopie, maar wel heel helder zijn de invloeden van deze legendarische formatie hoorbaar uit de beste tijd van R.E.M. Voor alle duidelijkheid: voordat het grote succes hen toch gladder maakte.

Het goud dat The Yearlings in handen hebben in de vorm van deze tien fijne liedjes, stevig en vooral grondig gefundeerd in countryrock, zal ze opnieuw een mooie tijd op de vaderlandse podia gaan bezorgen. Hopelijk weten ze het succes dat hen net voor de pandemie ten deel leek te vallen opnieuw waar te maken. The Yearlings verdienen een fraaie tijd op festivalterreinen. De gitaar, toetsen en zang zijn van zo’n aard dat ze liefhebbers aan zich kunnen binden.

Muziek / Album

Mooie cd op een mooi label

recensie: Herder’s Herd – Juho Myllylä
Juho Myllylä - afbeelding rechtenvrij - fotograaf Leonardo Graterol - IILeonardo Graterol

De klank van een soloblokfluit kan kaal zijn en doen denken aan een paar bomen in een film van Andrej Tarkovski. Of – zoals op de coverfoto van de cd Herder’s Herd – aan de Kaldoaivi-wildernis in het Noord-Finse Lapland. Een foto van Jesse Harrison, die ook de foto’s voor het binnenwerk van het begeleidende boekje maakte. Onder meer van het Nationaal Park Sarek in Zweeds Lapland. Variërend van wilde natuur en ijzige bergtoppen tot een rustige stroom in een dal.

Herder’s Herd is het solodebuut van Juho Myllylä op het mooie, Nederlandse label 7 Mountain Records. De Fin Juho Myllylä is een veelzijdig musicus, die al tien jaar in Amsterdam woont. Hij is behalve blokfluitist ook gitarist en singer-songwriter, lid van het Finse Ensemble Gamut!, The Royal Wind Music en de band Burntfield. Zijn repertoire loopt van volksmuziek, middeleeuwse en renaissancemuziek, via de barok en hedendaagse muziek tot alternatieve rock. In alle gevallen zoekt hij naar manieren om deze diverse stijlen nieuw leven in te blazen en met elkaar te verbinden. Onder meer door improvisatie en het gebruik van elektronica.

Nieuwe noten

In 2023 ontstond het project Nieuwe Noten van het Gaudeamus Festival, November Music in ’s-Hertogenbosch en het Amsterdamse Grachtenfestival. Aan jonge componisten, leeftijdgenoten van Myllylä, werd gevraagd een compositieschets voor blokfluit te schrijven. Hieruit kozen Myllylä en het Gaudeamus Festival de vier beste inzendingen. De componisten werkten hun schetsen uit, Myllylä bracht ze tijdens de diverse festivals ten gehore.

Deze vier werken staan nu op dit album, samen met twee andere composities: Orange, Blue and Pink van de Nederlander Arjan Linker (2000) en Faust’s Lullaby van de grotendeels in Nederland woonachtige Andrea Guterres (1991). De cd is op deze manier niet alleen een voldragen document geworden, maar ook een inspiratiebron voor zowel componisten als blokfluitisten betreffende alle mogelijkheden van het instrument én een welkome kennismaking met dit repertoire voor luisteraars.

Volgens het persbericht worden ‘alle vooroordelen over de blokfluit van tafel geveegd’. Onder andere door het gebruik van moderne technieken als circular breathing (een continue toon), Flatterzunge (tongtechniek Rrrrr …), het alleen bewegen van de kleppen op de grotere instrumenten en multiphonics, waarbij meerdere tonen tegelijk klinken.

De vier composities

Het titelstuk, Herder’s Herd is geschreven door de Letse componist Raivis Misjuns (1993). Een prachtig, verstild werk voor altblokfluit. Het werk is gebaseerd op gebroken akkoorden die telkens op een andere manier met verschillende articulaties (gebonden / gestoten), in verschillende registers (laag / hoog), wel of geen vibrato worden herhaald en ook wat verschuiven. Zo kun je je ook voorstellen dat rivieren op de foto’s van Harrison soms wat verschuiven, buiten hun oevers treden, maar zich net als Misjuns herinneren wat hun loop eens was.

Heeft Misjuns zijn mosterd bij onder meer Johann Sebastian Bach gehaald, de Belgische componist Ernst Spyckerelle (1991) liet zich voor zijn eveneens driedelige Marsyas beïnvloeden door het Griekse verhaal over de satyr Marsyas (sopraninoblokfluit) en de god Apollo (elektronica). Het duel loopt slecht af, maar dat is wat je eigenlijk zou moeten zien, want bij de première tijdens het Grachtenfestival 2023 in De Duif in Amsterdam werd de blokfluitist de onderwereld (de krochten van de kerk) ingejaagd…

Waves van de Spaanse componist A. Crespo Barba (1995), onder meer coach van de afdeling Artistiek Onderzoek van Codarts Rotterdam, is een intrigerend werk voor basblokfluit en sinusgolven dat zich beweegt tussen licht en donker.

Het klanklandschap van her immeasurable soul van de afwisselend in IJsland en Nederland wonende componiste en beeldend kunstenaar Hildur Elisa Jónsdóttir (1993) roept tenslotte misschien nog de meeste associaties op met de foto’s van Jesse Harrison: de kracht van de natuur. We horen een sopraanblokfluit gillen en een Paetzold subgrootbasblokfluit stoom afblazen. Met daarbij een zuchtende en kreunende instrumentalist. De deels grafische partituur geeft hem veel ruimte voor improvisatie.

Al met al een afwisselend, mooi samengesteld programma met muziek van nu, die de mogelijkheden van de blokfluit ten volle toont en door Juho Myllylä, die boven de materie staat, volledig worden uitgebuit. Een fraaie cd kortom op een interessant label. Smaakt naar meer!