Berichten

Muziek / Concert

Mooie start operaseizoen

recensie: Der Zwerg - Alexander Zemlinsky

Iedereen kent het schilderij De hofdames van Vélazquez. Het beeldt de Spaanse kroonprinses Donna Clara af, te midden van haar hofdames. Rechts vooraan staat de hofnar. Deze hofnar staat centraal in de opera Der Zwerg van Alexander Zemlinsky, de opening van het operaseizoen van De Nederlandse Opera onder leiding van hun nieuwe chef-dirigent Lorenzo Viotti.

De Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky (1871-1942) moet met de hofnar hebben kunnen meevoelen. Bekend is dat de vrouw waarmee hij een verhouding had, Alma Schindler (de latere Alma Mahler-Schindler) hem ‘ongelofelijk lelijk’ vond. Dat heeft hem niet lekker gezeten; hij baseerde zelfs een opera op het feit dat zij hem verliet (Eine florentinische Tragödie).
In de opera Der Zwerg (1922) vraagt hij het publiek als het ware om empathie en inlevingsvermogen te hebben met iedereen die afwijkt van wat ‘normaal’ heet te zijn

Hoe het oogt

Nu is het niet zo, dat alle nuances in het libretto zijn verdwenen en iedereen even hardvochtig is. Zo is een van de kamermeisjes aan het hof, Ghita (gezongen door Annette Dasch) wel degelijk in staat empathie te tonen met de kleine man. Toch heeft de Nederlandse film- en theaterregisseur Nanouk Leopold, die met deze productie haar operadebuut maakte, primair gekozen voor een letterlijke verbeelding van ‘hokjesdenken’: op het podium van de Nationale Opera & Ballet staat een rij van zeven open kubussen, klein en groot. Hierin zitten de zangers gevangen. Slechts één keer stapt de jarige infante (een prachtrol van Lenneke Ruiten) eruit. Dat gebeurt als de dwerg is overleden nadat de werkelijkheid tot hem is doorgedrongen dat hij lelijk is en de kroonprinses niet op hem verliefd is. Dat lijkt echter verder geen betekenis te hebben.
Ook  de kleine man (sterk gezongen door heldentenor Clay Hilley) zingt vanuit zo’n kubus.
De hofdames leven in een roze sprookjeswereld. Ze zijn in roze, tule kleding gestoken, kostuums die zijn ontworpen door Wojciech Dziedzic.
Dat is de uiterlijke kant van de productie. De videobeelden (van Leopold Emmen) die op de achterwand worden geprojecteerd, staan voor het ambigue karakter van de personages. Daar heeft de dwerg vleugels. Vleugels, omdat hij in zijn eigen verbeelding de lichtheid van een vogel heeft. Vleugels die tevens symbool staan voor wat hij volgens de tentoonstelling met ontwerpen van jonge kunstenaars op het plein voor gebouw van de Nationale Opera en Ballet ook symboliseert: een kunstenaar.

Hoe het klinkt


Maar hoe klínkt het nu? Zemlinsky is een laatromantische componist die een graantje heeft meegepikt van de stijl van bijvoorbeeld Mahler en Wagner. Aan Mahlers orkestratie doen de mandoline en gitaar in het orkest denken, aan Wagner de zogeheten Leitmotive waarmee een personage door de hele opera door herkenbaar is. Zo is er in deze opera bijvoorbeeld een motief in de althobo dat staat voor de dwerg en – aan het begin – stijgende glissandi in de strijkers die klinken wanneer hij zijn haar ijdel naar achteren gooit. Tegen het eind doet hij dat nog een keer, maar dan blijven die glissandi uit, wat een onbedoeld geestig effect heeft.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest zit niet in de orkestbak, maar op de bühne en is onder leiding van Lorenzo Viotti buitengewoon goed op dreef. Ze pakken flink uit, maar kunnen ook fluisterzacht spelen. Dat geldt ook voor het koor van de opera (ingestudeerd door Ad Broeksteeg). Allebei treden ze stevig en verfijnd op en treffen de sfeer raak. Zoals in een lome zomermelodie die op een gegeven moment in het orkest langskomt. Lorenzo Viotti is de nieuwe chef-dirigent en gooit hoge ogen met deze openingsproductie van het nieuwe seizoen. Dit smaakt naar meer!

Muziek / Concert

Mooie start operaseizoen

recensie: Der Zwerg - Alexander Zemlinsky

Iedereen kent het schilderij De hofdames van Vélazquez. Het beeldt de Spaanse kroonprinses Donna Clara af, te midden van haar hofdames. Rechts vooraan staat de hofnar. Deze hofnar staat centraal in de opera Der Zwerg van Alexander Zemlinsky, de opening van het operaseizoen van De Nederlandse Opera onder leiding van hun nieuwe chef-dirigent Lorenzo Viotti.

De Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky (1871-1942) moet met de hofnar hebben kunnen meevoelen. Bekend is dat de vrouw waarmee hij een verhouding had, Alma Schindler (de latere Alma Mahler-Schindler) hem ‘ongelofelijk lelijk’ vond. Dat heeft hem niet lekker gezeten; hij baseerde zelfs een opera op het feit dat zij hem verliet (Eine florentinische Tragödie).
In de opera Der Zwerg (1922) vraagt hij het publiek als het ware om empathie en inlevingsvermogen te hebben met iedereen die afwijkt van wat ‘normaal’ heet te zijn

Hoe het oogt

Nu is het niet zo, dat alle nuances in het libretto zijn verdwenen en iedereen even hardvochtig is. Zo is een van de kamermeisjes aan het hof, Ghita (gezongen door Annette Dasch) wel degelijk in staat empathie te tonen met de kleine man. Toch heeft de Nederlandse film- en theaterregisseur Nanouk Leopold, die met deze productie haar operadebuut maakte, primair gekozen voor een letterlijke verbeelding van ‘hokjesdenken’: op het podium van de Nationale Opera & Ballet staat een rij van zeven open kubussen, klein en groot. Hierin zitten de zangers gevangen. Slechts één keer stapt de jarige infante (een prachtrol van Lenneke Ruiten) eruit. Dat gebeurt als de dwerg is overleden nadat de werkelijkheid tot hem is doorgedrongen dat hij lelijk is en de kroonprinses niet op hem verliefd is. Dat lijkt echter verder geen betekenis te hebben.
Ook  de kleine man (sterk gezongen door heldentenor Clay Hilley) zingt vanuit zo’n kubus.
De hofdames leven in een roze sprookjeswereld. Ze zijn in roze, tule kleding gestoken, kostuums die zijn ontworpen door Wojciech Dziedzic.
Dat is de uiterlijke kant van de productie. De videobeelden (van Leopold Emmen) die op de achterwand worden geprojecteerd, staan voor het ambigue karakter van de personages. Daar heeft de dwerg vleugels. Vleugels, omdat hij in zijn eigen verbeelding de lichtheid van een vogel heeft. Vleugels die tevens symbool staan voor wat hij volgens de tentoonstelling met ontwerpen van jonge kunstenaars op het plein voor gebouw van de Nationale Opera en Ballet ook symboliseert: een kunstenaar.

Hoe het klinkt


Maar hoe klínkt het nu? Zemlinsky is een laatromantische componist die een graantje heeft meegepikt van de stijl van bijvoorbeeld Mahler en Wagner. Aan Mahlers orkestratie doen de mandoline en gitaar in het orkest denken, aan Wagner de zogeheten Leitmotive waarmee een personage door de hele opera door herkenbaar is. Zo is er in deze opera bijvoorbeeld een motief in de althobo dat staat voor de dwerg en – aan het begin – stijgende glissandi in de strijkers die klinken wanneer hij zijn haar ijdel naar achteren gooit. Tegen het eind doet hij dat nog een keer, maar dan blijven die glissandi uit, wat een onbedoeld geestig effect heeft.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest zit niet in de orkestbak, maar op de bühne en is onder leiding van Lorenzo Viotti buitengewoon goed op dreef. Ze pakken flink uit, maar kunnen ook fluisterzacht spelen. Dat geldt ook voor het koor van de opera (ingestudeerd door Ad Broeksteeg). Allebei treden ze stevig en verfijnd op en treffen de sfeer raak. Zoals in een lome zomermelodie die op een gegeven moment in het orkest langskomt. Lorenzo Viotti is de nieuwe chef-dirigent en gooit hoge ogen met deze openingsproductie van het nieuwe seizoen. Dit smaakt naar meer!

Muziek / Album

Nationaal geluid met internationaal tintje

recensie: Nederpopupdate volume 11

De elfde editie van de Nederpopupdate gaat gepaard met steeds een internationaler tintje. De artiesten zijn allen van eigen bodem maar reiken over de landsgrenzen in taal of locatie. Nynke Laverman zingt Fries en Engels, Boudewijn de Groot trad op in België en Jan Bijnen bedient zich volledig van de Engelse taal.

Er zijn van die albums waar je al lang op wacht, zoals het nieuwe album van het bijzondere Friese talent Nynke Laverman of een onverwachte heruitgave van een liveplaat van Boudewijn de Groot valt ineens op. Jan van Bijnen verrast met zijn nieuwe werkstuk. We komen het deze keer allemaal tegen in deze update.

Nynke Laverman

Op 24 september 2020 bracht Nynke Laverman haar eerste liedje ‘Your Ancestor’ uit. Dit was de start van haar slow-release album Plant. Een album dat uiteindelijke voltooiing heeft gevonden op 17 september 2021. Bijna alle liedjes zijn al via de diverse digitale kanalen verschenen. Twee van de elf liedjes zijn tot die dag nog niet eerder uitgegeven. ‘Stoarm’ en ‘De Dream’ openen en sluiten het album respectievelijk en zijn de nieuwe liedjes die dan hun debuut maken.

Wie bij het horen van de naam Nynke Laverman nog steeds denkt aan een Friese vorm van Fado muziek, komt bij het luisteren van Plant voor een verrassing te staan. Verrassingen kunnen positief en negatief uitvallen. Voor de avontuurlijke luisteraar is het vaak het eerste. Wie de carrière van Laverman gewoon is blijven volgen, beschouwt dit nieuwe album als een fraaie volgende stap in haar ontwikkeling. Plant is een avontuurlijk album dat zijn tijd nodig zal hebben om doorgrond te worden. Een mooie koppeling met de slow-release gedachte. Persoonlijk heb ik gewacht op het volledige album en heb ik de verschijning van de losse liedjes niet gevolgd. Nu het volledige werkstuk aan ons wordt geopenbaard is het volop ontdekken en genieten. Laverman zingt afwisselend in het Engels en in het Fries, haar moedertaal. Wie de vertaling van de liedjes wil lezen, kan deze vinden op haar website. Daar vinden we ook alle podcasts van de reeds verschenen liedjes in de langzame uitgave van het album. Het is een album dat in het teken staat van de klimaatontwrichting waar we middenin zitten. In de eerste single spreekt ze toekomstige generaties aan als huidige generatie om te vertellen over wat zij en wij kunnen doen om de wereld ook over zeven generaties nog leefbaar te houden of te maken. Laverman neemt ons op deze wijze mee in een onthutsende maar ook maakbare toekomstige leefbare wereld. Maar dan moeten we het wel willen! Ze oordeelt niet maar nodigt ons allen uit om na te denken over de toekomst van onze kinderen en van hun achterkleinkinderen. Plant is onderhoudend maar ook te genieten als muzikaal monument voor een beter klimaat. Laverman weet muzikaal zichzelf opnieuw uit te dagen tot grote hoogte.

Boudewijn de Groot

Het album Een avond in Brussel verscheen in mei van dit jaar opnieuw, omdat een vinylrelease de aandacht vestigde op deze fijne concertopname, die reeds in 2005 ooit op cd en dvd verscheen. De dvd-toevoeging wordt nu gemist, maar de muziek op zichzelf is goed genoeg om zonder beeld te laten spreken. Sterker nog: een cd zonder beeld heeft een grotere draaibaarheidsfactor dan een dvd.

Het optreden vond plaats op 22 februari 2003 tijdens de tournee “Andere tijden”, die De Groot deed van januari 2002 tot en met maart 2003. Nu we weten dat De Groot besloten heeft niet meer op tournee te gaan omdat het hem te veel energie en spanning oplevert, is deze liveregistratie een waardevolle aanvulling op zijn imposante oeuvre. Dit vond zijn start in de jaren zestig en strekt zich uit tot de band Vreemde Kostgangers, waar hij zich samen met twee collega’s (Henny Vrienten en George Kooymans) opnieuw uitdaagde en twee albums maakte. Dit is een samenwerking die inmiddels tot een einde kwam nadat Kooymans noodgedwongen zijn muzikale carrière afsloot na de diagnose ALS.

Het optreden uit 2003 ademt de intieme sfeer die past bij de zaal Ancienne Belgique. Voor wie er ooit een optreden bezocht zal dat heel herkenbaar zijn. In achttien liedjes weet De Groot zich slechts van twee hits te bedienen: ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ en de TOP2000-hit ‘Avond’ sieren de setlist, die verder bestaat uit allemaal prachtige liedjes uit het liedboek dat de zanger ons heeft gebracht. De Groot wordt begeleid door de Jeroen Bosch Band, maar in de gelederen bevinden zich bovendien bekende namen, als Jan de Hont op gitaar, Jan Hendriks op gitaar en Ernst Jansz op toetsen. Om de minder bekenden bandleden niet tekort te doen: die luisteren naar de namen Mark Stoop, Lené te Voortwis, Ake Danielsen en Monique Lansdorp.

Jan van Bijnen

De naam Point Quiet zal liefhebbers meteen doen opveren. Die bandnaam staat immers garant voor kwalitatieve muziek. Jan van Bijnen maakte deel uit van deze fraaie rootsband uit ons land, maar speelde ook met Freek de Jonge, Claudia de Breij en Rob de Nijs. Met het album MODEST MAN zet Van Bijnen de eerste schreden op het solopad. Deze singer-songwritersplaat staat vol met composities van eigen hand, waarbij de zanger/gitarist goed luisterde naar zijn helden John Hiatt, John Prine en Ron Sexsmith, zoals hij zelf schrijft.

In tien liedjes neemt Jan van Bijnen ons mee in zijn muzikale wereld. Hij speelt veel instrumenten zelf, als gitaren, dobro, mandoline, mandola, pedalsteel, banjo, ukelele, bas, contrabas, piano, Hammond, vibrafoon, drums en percussie. Ook krijg hij op een drietal tracks hulp van Marcel van As, Nienke Dingemans, Hans Custers en mede-producer Joost Verbraak. Als liefhebber van Point Quiet mis je even de karakteristieke donkere stem van Pascal Hallibert, maar als je eenmaal gewend bent aan de stembanden van Van Bijnen, komen de persoonlijke liedjes helemaal tot zijn recht. De referentie verdwijnt langzaam uit je brein en je kunt je dan helemaal richten op de muzikaliteit van deze muzikant met ruim dertig jaar ervaring.

In het titelnummer lijkt Van Bijnen zijn leven te overzien en zingt zelfs klaar te zijn voor de heilige daarboven. Het is een leven waarin hij, na geboren te zijn in een klein plaatsje waar hij zich nog steeds thuis voelt, de wereld over reisde met zijn gitaarspel. De school bracht hem niet zoveel, maar de muziek des te meer. Het is natuurlijk niet voor niets de albumafsluiter. Laten we hopen dat het niet de punt is achter zijn carrière. De muziek die Van Bijnen solo maakt draagt voldoende warmte in zich om vaak van te genieten.

 

 

Muziek / Album

Indie in vele stijlen

recensie: Indie-update volume 5: Mega Bog, Tim Schou & John Murry
Murual

In deze vijfde editie van de indie-update vinden we veel stijlelementen terug die samen toch weer onder deze noemer te vatten zijn. We starten met de verrassende klanken van Mega Bog om daarna de poppy-hoek in te duiken met Tim Schou en avonturen te beleven met John Murry.

Soms is het de vraag hoe het kan dat een genretitel als indiemuziek zoveel verschillende uithoeken kent. Dat maakt het natuurlijk wel tot een uitdaging om in deze genrehoek te verblijven. Het spectrum is breed en er valt voor bijna iedere muziekliefhebber wel wat te genieten. Welkom in de vijfde editie van de indie-update!

Mega Bog

Life, and Another het vijfde album van Mega Bog, althans volgens AllMusic.com. Achter deze naam gaat overigens de artieste, multi-instrumentaliste en singer-songwriter Erin Birgy schuil. Voor velen zal Birgy een grote onbekende zijn. Zo ook voor 8WEEKLY, overigens.

Om haar muziek op dit album te omschrijven gaan we haar vergelijken met een groot aantal artiesten. Denk aan de Tilburgse Kovacs gemixt met sterren uit het verleden als Anne Pigalle voor de nodige Franse gevoelens in de zanglijnen, terwijl de Engelse teksten aan de absurdistische elementen van Sapho en Lene Lovich doen denken.

Vaak klinkt Mega Bog over de hele linie heel lieflijk, totdat ze in het midden van haar album industriële noisy-elementen laat meeklinken. Tegen het eind van het album geeft dat een bijzonder moment, wanneer ze plotsklaps terugschakelt naar de lieflijke klanken die zomers aandoen. Het rijke palet aan instrumenten als gitaar, drums, piano, conga’s, bas, samples en saxofoon wordt gedomineerd door een bed van synthesizers. Het album Life, and Another kent voldoende zomerse aanknopingspunten in de muzikale uitvoering. Een heel fraai album om te delen met andere ruimdenkende luisteraars.

Tim Schou

De muziek van Tim Schou heeft direct een frisse klank. De stem van Schou zit in de hogere regionen en ligt makkelijk in het gehoor. Muzikaal speelt hij een beetje leentjebuur bij acts als Ásgeir en ook zeker de Deen Lukas Graham. De klanken zijn vooral heel vrolijk. Natuurlijk komt hij niet om zijn wereldreis heen. Als we luisteren naar ‘Where You Are’ dan horen we hem zingen over een liefde die de hele wereldreis in zijn hart mee reisde. Het is niet vreemd dat hij verhaalt over zijn reis, omdat die zeven jaar duurde en dus een belangrijk deel van zijn leven uitmaakt.

‘Wake Up’ maakt de link naar voornoemde Lukas Graham alleen maar sterker. Het is een liedje dat meteen de zon in je hoofd doet schijnen. Schou bezit de gave om je met eenvoudige melodielijnen en aantrekkelijke zang meteen op sleeptouw te nemen; muziek die je direct de zomer in lijkt te slepen. Woorden als ‘zonnig’ en ‘feelgood’ zijn bij veel liedjes van dit debuutalbum HERO/LOSER zeker van toepassing. Hoewel de liedjes voornamelijk op de gitaar geschreven zijn, horen we op dit album een veel breder spectrum aan instrumenten en is het een helder en vooral poppy album geworden met lekkere beats.

Gaat er inmiddels een belletje rinkelen bij de lezer? Tim Schou kan gekend zijn door zijn deelname in 2011 aan het Eurovisiesongfestival namens Denemarken. Hij werd toen vijfde in het liedjesfestijn, maar dat bracht hem niet de bekendheid die hij met dit album wellicht wel gaat scoren. Verwacht geen akoestische-gitaar-singer-songwriter-muziek, maar vooral een heerlijk poppy geluid met alles erop en eraan. Opvallend detail is dat het album van Schou vooralsnog alleen op vinyl (LP) en de streamingdiensten is te horen. De cd ontbreekt tot op heden.

John Murry

Door alle coronamaatregelen blijven vele mooie releases een tikje onder de radar of worden ze uitgesteld. Dit lot treft ook het album van John Murry the stars are god’s bullet holes., waarvan de release zomaar een maand werd uitgesteld, maar dat inmiddels wel te beluisteren is op de streamingdiensten. Toch verdient dit muzikale werk een podium. Het is inmiddels het derde album van deze geboren Amerikaan die momenteel woonachtig is in Ierland.

Al bij de eerste klanken treft de stem van Murry je met een referentie naar Nick Cave, maar deze vergelijking houdt snel op. De muziek van Murry voelt toch heel anders, met zijn slidegitaarklanken in het openingsnummer ‘Oscar Wilde (Came Here To Make Fun of You)’, maar wel enorm lekker. Dat laatste komt zeker ook door de spaarzame maar smaakvolle damesbackings in dit liedje. De toon voor het album is direct gezet.

Maar vergis je niet! Het titelnummer ‘The Stars are God’s Bullet Holes’ klinkt venijnig en het ‘I Refuse To Believe (You Could Love Me)’ rockt ineens de pan uit. Bij ‘Ones + Zeros’ keert heel beperkt de slidegitaar terug evenals de vrouwelijke achtergrondzang. Dit alles maakt het album van Murry tot een avontuurlijke muzikale reis die je doet verlangen om het album opnieuw te beleven.

Muziek / Album

Moderne muziek op oude instrumenten

recensie: Crossroads – Ugly Pug
Joe Meijer

Hoe restaureer je een vaas die aan diggelen ligt? Lijm je die vaas in de originele kleuren, vul je ontbrekende stukjes aan? Of kies je ervoor om na het schoonmaken de breuklijnen gewoon te laten zien omdat er nu eenmaal iets is gebeurd? Het lijkt een van de vragen die het ensemble Ugly Pug zich heeft gesteld bij het maken van hun debuut-cd Crossroads. Vertaald naar muziek.

Het trio ‘Ugly Pug’, letterlijk vertaald ‘Lelijke Mopshond’, noemde zich naar de mopshond Sabba van de ex-partner van de gambist. Dan rijst de vraag: mag zo’n hond lelijk heten, of mooi, en wat ís mooi dan? Iets van die contradictie lijken Juho Myllylä (blokfluit, live elektronica), Miron Andres (viola da gamba, vihuela d’arco, middeleeuwse vedel) en Wesley Shen (klavecimbel), die elkaar op het Conservatorium van Amsterdam leerden kennen, tot uitdrukking te willen brengen. Hun programma bestaat uit hedendaagse werken voor oude instrumenten. Op een na werden deze composities voor het ensemble geschreven. Of, om uit het instructieve boekje bij de CD te citeren:

‘Ugly Pug reflects this very problem of aesthetic judgement and the contradictions in the concepts of beauty versus ugliness. The dichotomy in Ugly Pug’s fusion of divergent instruments and style, allows us to break away from all traditional expectations and standards of beauty to explore something different.’

Inventief omgaan met muziek

Hoe doe je dat? Ugly Pug heeft er iets inventiefs op gevonden. De achtdelige titelcompositie ‘Crossroads’ (2019) van de Zuid-Afrikaanse componiste/celliste Wilma Pistorius, actief in Nederland, wordt niet achter elkaar gespeeld, maar in stukjes gehakt en gevlochten door het meer dan een uur durende programma. Als de lijm die de brokken van een vaas tot een geheel maken. Hetzelfde wordt gedaan met ‘Reuse Music’ (2017) van Carlo Diaz, dat is gebaseerd op Sonates voor twee violen en klavecimbel van Pietro Marchitelli (1700), die fragmentarisch zijn overgeleverd.

Het menu wordt op deze manier in verschillende gangen opgediend. Het begint met een voorafje: ‘Introduction and Dance’ van de Finse componist Tero Lanu. Hierin smelt het hoge register van de sopraanblokfluit samen met de speldenprikken die het klavecimbel uitdeelt in hetzelfde register. Het stuk ‘Odds and Ends’ van de Fin Timo Kittilä fungeert als tussengerecht. Als hoofdschotel zou je ‘Wormhole’ van nog weer een andere Finse componist Eetu Lehtonen kunnen zien. Het toetje is dan ‘La Strada’ van de Pool Paweł Mykietyn. Dat is de enige niet voor het ensemble geschreven compositie, maar een bewerking die de uitwerking heeft van een oorwurm.

Sneller dan het licht

‘Wormhole’ van Lehtonen is een werk apart binnen de conceptuele opzet van het programma. Een wormgat, ook wel een Einstein-Rosenbrug genoemd, is de kortste route, zonder omwegen, om door de ruimtetijd te reizen. De naam heeft te maken met het idee dat het universum een appel is en een worm zich van de ene naar de andere kant van die appel een weg wil banen, rechtdoor in plaats van rondom via de schil. Dat zou in theorie tijdreizen mogelijk moeten maken, van de barok tot nu en misschien zelfs nog verder in de tijd. Het idee levert een buitengewoon fascinerend stuk op, waarin naast de drie barokinstrumenten ook live elektronica te horen is. Het is het eerste werk waarin Lehtonen hiervan gebruikmaakt. Hij mag dat vaker doen, en trouwens: het is een componist waar we wel meer van zouden willen horen.

De diva in dit stuk van Lehtonen is de subcontrabasblokfluit van Paetzold, een meer dan menshoge (2,45 meter) berkenhouten blokfluit die staand wordt bespeeld. Het is fascinerend om in dit filmpje te zien en te horen hoe de drie musici op elkaar zijn ingespeeld, naar elkaar luisteren en op elkaars spel reageren. Dat is van hoge klasse en we zullen vast meer van ze horen. In ieder geval zijn ze te beluisteren tijdens de presentatie van deze CD op zaterdag 7 augustus 2021, 20.00 uur in Museum ’t Kromhout in Amsterdam.

Boeken / Non-fictie

Van binnenuit luisteren

recensie: Elmer Schönberger - Hier rust Schönberger. Notites over muziek

Wie de website van Elmer Schönberger aanklikt, ziet een dubbelportret – Schönberger aan een tafeltje pratend met Schönberger. De een keurig gekleed, de ander wat meer casual en op sneakers. Kenmerkender kun je het niet hebben, want Schönberger (1950) is een dubbeltalent: zowel schrijver als musicoloog en componist.

We kennen van hem enkele romans, toneel- en muziektheater en verschillende bundels met essays over muziek. Aan die laatste rubriek is nu Hier rust Schönberger toegevoegd. In eerste instantie denk je bij die titel: hij is uitgeschreven en nu met pensioen, maar het blijkt te slaan op het grafschrift van de vroeg zeventiende-eeuwse musicus en componist Huldericus Schönberger (geen familie overigens, in de Dom van Regensburg).

De Notities over muziek, zoals de ondertitel luidt, zijn eerder verschenen in Preludium, het maandblad van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Dat was tussen 2005-2018 en ze hebben over het algemeen nog niets aan actualiteit ingeboet. Met uitzondering misschien van het stukje onder de titel ‘Gàmelan’ over de Indonesische gamelan; een uitlating als ‘die hele Indonesische soesa’ lees je anno 2021 – waarin er zoveel meer bekend is over Indonesië en de Indonesische cultuur – toch met enige bevreemding, maar het is als gezegd een uitzondering.

Schönbergers helden

Schönberger schrijft in vierenvijftig notities op een aanstekelijke, toegankelijke en wat filosofische manier over de verandering van zijn muzieksmaak. De muziek van Richard Wagner bijvoorbeeld blijkt niet zo afschuwelijk als hij vroeger dacht. Die van Beethoven is nog steeds oké, met uitzondering van diens Negende symfonie. En Liszt, ja, dat is en blijft samen met jazzpianist Thelonious Monk één van Schönbergers helden.

Of zou je het eerder jeugdsentiment moeten noemen? Jeugdsentiment dat hij, ouder geworden, steeds beter kan verklaren. Want al behoorde hij als scholier tot de groep Beatle-liefhebbers, hij begrijpt de voorliefde van een schoolvriend voor de Rolling Stones steeds beter.

Een constante is altijd de grote voorliefde van de auteur geweest voor de jaren twintig van de vorige eeuw, met De Stijl, componisten als George Antheil en Stravinsky en anderen. Uit dit rijtje namen blijkt al dat de auteur ook in dit opzicht niet eenkennig is: beeldende kunst (wat De Stijl primair was) staat naast muziek. Uit zijn notities komt tevens zijn liefde voor toneel (bijvoorbeeld Thomas Bernard) en literatuur (A. Alberts en Giordano) naar voren.

Doordenkertjes van Schönberger

Dat Schönberger zelf ook kan schrijven als geen ander, blijkt uit enkele oneliners die werken als doordenkertjes. Over alle stemmen die na elkaar in een fuga de revue passeren, schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Wie van binnenuit luistert, luistert (…) anders naar de buitenkant’. Of: ‘Zoals een uitvoerend musicus onvermijdelijk – ook – zichzelf speelt, zo luistert zijn publiek tot op zekere hoogte naar zichzelf’.

Het is een mooie aanwinst, dit door Uitgeverij Plantage mooi uitgegeven en van een register voorziene bundeltje.

Ter gelegenheid van het verschijnen ervan, schreef Schönberger nog een keertje een artikel in Preludium: ‘Wat nooit in het Concertgebouw klonk’. Een dagdroom, zoals er ook eentje in Hier rust Schönberger staat: over zijn eigen (nooit geschreven) Derde symfonie die wordt uitgevoerd in een bewerking voor kamerensemble. Al even klein en fijn als de vierenvijftig notities die in dit boekje zijn samengebracht.

Muziek / Album

Soul en funk om van te smullen

recensie: Soul/funkupdate volume 1: Robert Cotter, Myles Sanko & Mario Biondi

In deze eerste editie van de soul/funkupdate genieten we van oud en nieuw. We duiken in het onbekende verleden met Robert Cotter’s Missing You, dat vijfenveertig jaar op ons wachtte. Op Memories of Love van Myles Sanko moesten we vijf jaar wachten. De Italiaan Mario Biondi verrast met Dare, zijn elfde album.

Het genre van soul/funk is even breed als andere muziekgenres en heeft een grote historie en wijds draagvlak in de wereld. Van die historie pakken we in deze eerste editie meteen wat mee, omdat het tot nu toe een verborgen parel bleef. Veel van deze muziek laat mensen naar de dansvloer gaan en bewegen. Iets wat we in deze tijden van de pandemie enorm missen.

Robert Cotter

Als je de eerste klanken van het album Missing You hoort, verwacht je niet direct dat je te maken hebt met een album dat vijfenveertig jaar moest wachten tot het fatsoenlijk verkrijgbaar zou zijn! Toch is dit album van Robert Cotter een haast onontdekt meesterwerk, dat al in heel kleine oplage in 1976 het levenslicht zag. Precies een voorloper van Prince’ eerste album in 1978. In de band van Robert Cotter ontwaren we overigens ook een flinke scheut van wat later Chic zou worden, in de personen van Nile Rogers en Bernard Edwards. Op ‘Uncle Sam’ horen we mondharmonicaspel dat zo afkomstig zou kunnen zijn van Stevie Wonder. Dat een album als dit zomaar onder de mat bleef liggen, is voor wie nu luistert naar deze tijdloze soul/funk haast een zonde te noemen.

Gelukkig is het album nu eindelijk uit op een label, wereldwijd verkrijgbaar! Maar het blijft gissen naar de reden waarom het album nu ineens wel in de openbaarheid is gekomen. Toch bevat het album ook het bekendere ‘Saturday’, dat door Rodgers & Edwards samen met Norma Jean Wright tot hit gemaakt werd twee jaar na dit album. Echter wist buiten het producersduo niemand toen van dit origineel. Alle songs zijn overigens van de hand van Robert Cotter.

Het album heeft na de opnames en uitbrengen op het originele Tiger Lily label eigenlijk nooit de liefhebbers kunnen bereiken. Het label was een soort belasting-ontduikings-vehikel waardoor de muziek maar bijzaak was. Ze namen overigens ooit zestig albums op om nooit echt te verkopen. Het maakt natuurlijk wel nieuwsgierig wat er nog meer in de catalogus heeft gezeten…

Voor nu kunnen we blij zijn dat dit album Missing You van Robert Cotter nu wel het levenslicht heeft gezien. En na herhaaldelijke beluistering maakt het hongerig om de beste tracks van Chic of vroege albums van Prince zoals 1999 ook weer eens uit de kast te halen. Of toch maar weer deze Missing You terug de speler in, om na al die jaren te genieten van deze pracht van een ontdekking? Wat maakt die Cotter toch ineens los?!

Myles Sanko

Vijf jaar liet Myles Sanko ons wachten op dit album Memories Of Love. Volgens sommigen zijn derde album, maar als zijn debuut-EP Born in Black & White (2013) en de uitgebreide editie (2015) meetelt als album, is het toch zijn vierde werk. Sanko gaat verder waar hij gebleven was en dat is met het maken van fijne soulmuziek. Toch schuift hij met dit nieuwe album een tikje meer richting de funky soul. Een fijne move, die het luisteren naar Memories Of Love tot een fijne reis maakt met spannende ontwikkelingen. Het album komt uit in twee edities, waarbij de deluxe editie voor de verzamelaar een drietal extra uitvoeringen bevat van de tien nieuwe liedjes op dit album van Sanko.

Het album opent met ‘Where Do We Stand’, dat naast de soul en funk zomaar ook een vleugje jazz met zich meebrengt. De pianoklanken en percussie brengen deze jazz mee, maar als Sanko zijn stembanden laat klinken voelen we de soul/funk-onderstroom aanzwellen. Ook het ritme bij ‘In The Morning’ wakkert die typische drive van funk aan, naast warme soulklanken. ‘Whatever You Are’ doet een eerdere vergelijking met Marvin Gaye wederom recht, wat misschien zelfs nog sterker hoorbaar is in ‘Broken’.

Dit nieuwste album van Myles Sanko was het wachten waard en is een redelijk logisch vervolg op zijn oeuvre, maar voegt er een kwalitatief en iets vernieuwd, zeer genietbaar album aan toe.

Mario Biondi

Het duiden van de stijl van het album Dare van Mario Biondi is best lastig. In het ene nummer heeft hij sterk de soulvibe in zijn muzikale stijl, maar in een ander nummer gaan we makkelijk ook de jazzkant op om vervolgens met soul ook de klassieken weer te omarmen. Wie Dare als geheel beschouwt zal snel denken aan een soul/funk met jazzinvloeden. Maar is stijl nu zo belangrijk? Belangrijker is dat Mario Biondi een album maakte dat niet gemakkelijk zal vervelen. De Siciliaan is gezegend met een heerlijke baritonstem. In de lage landen is hij zeker nog een enorm onbekende. Toch is zijn staat van dienst al best lang en is Dare zijn elfde album! Het wordt hoog tijd dat deze Biondi hier ook eens voet aan de grond krijgt. Kwaliteit heeft deze artiest zeker in huis.

Afwisselend werkt Biondi op dit album samen met een keur aan gastmuzikanten en verschillende bands. Zo lezen we samenwerkingen met The High Five Quartet, Incognito, The Band (nee, niet die van Bob Dylan). Zelfs een aantal trio’s, multi-instrumentalist Dodi Battaglia en de boyband Il Volo spelen mee, wat de verschillen in stijlen of het versnijden daarvan zeker wel versterkt. Bij het nummer ‘Lov-Lov-Love’ horen we in gedachten heel stevig Barry White en bij het daaropvolgende ‘Paradise’ is de vergelijking compleet. Alleen lijkt Biondi met ‘Strangers In The Night’ een beetje de weg kwijt te raken.

Het absolute prijsnummer van het album is het voorlaatste liedje waarin Mario Biondi boven zichzelf weet uit te stijgen! Niet alleen vanwege zijn eigen warme zangklanken maar zeker ook door de fantastische samenwerking met Il Volo. Het liedje ‘Credero’ wordt deels in het Italiaans en deels in het Engels gezongen. Biondi zelf zingt de Engelse woorden en met die Italiaanse samenzang erbij klinkt het meteen als een echte klassieker in de dop! Een liedje dat het overigens geweldig zal doen in een stadion als een machtig slot van een optreden en het was ook een fijn slot van het album geweest, maar dat is de livesong ‘Sunny Days’, dat als een soort toegift het album werkelijk afsluit. Op zich ook een fraai idee: zo’n jazzy liedje als toetje.

Muziek / Album

Als een ijzig takje in de sneeuw

recensie: Winterreise, Franz Schubert
Creative Commons

Het gaat goed met Franz Schubert. Altijd eigenlijk wel, maar nu verschijnen opnames die een actuele laag aan zijn werk toevoegen. Bijvoorbeeld aan zijn liedcyclus Winterreise. De een nog spectaculairder dan de ander. Om nog maar te zwijgen over de nieuwe biografie over hem van de hand van Robert Joost Willink, die de componist in Beethovens schaduw belicht.

Om te beginnen eerst iets over de vroeg-romantische Winterreise zelf. Het is een cyclus van maar liefst 24 liederen op tekst van Wilhelm Müller, die Schubert in 1827 schreef voor een niet nader aangeduide, naar eigen keuze in te vullen zangstem en piano. De cyclus vormt achter elkaar gezongen het verhaal van een man die door zijn geliefde is verstoten en vol liefdesverdriet de winter instapt. Hij zoekt zielenrust en vindt die op het eind, wanneer hij op een bevroren meer een man met een draailier (de dood) tegenkomt.

Martijn Cornet

Het begon met een opname door de bariton Martijn Cornet met het Ragazze Quartet. Een strijkkwartet, terwijl het origineel voor piano is gecomponeerd? Ja, maar niet in de zin van pianobegeleiding; de piano heeft een verre van ondergeschikte rol, en als je het goed doet, biedt de klank van het strijkkwartet soms zelfs een meerwaarde. Die strijkers kunnen door de mogelijkheid om aan de kam te spelen (sul ponticello) bijvoorbeeld méér geven dan een piano kan doen, namelijk een ijzige, winterse sfeer oproepen. Ook de draailier mag er zijn, met de doorgaande toon in de cellopartij. De bewerker van de pianopartij, de inmiddels 92-jarige Wim ten Have – zelf strijker –, heeft dit begrepen en ten volle uitgebuit, zonder ook maar ergens over de schreef te zijn gegaan met klankschilderingen.

Joyce DiDonato

Toen kwam er een opname van de Amerikaanse mezzosopraan Joyce DiDonato met Yannick Nézet-Seguin aan de piano, de man die wij kennen als de chef-dirigent die onlangs afscheid nam van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Nu is de vraag: mezzosopraan in plaats van bariton? Is het niet lang traditie geweest dat een lage mannenstem deze liederen over een verlaten man zingt, zoals vrouwen traditiegetrouw Frauenliebe und -leben van Robert Schumann uit dezelfde tijd op hun repertoire hebben? Ja, en dat is nu het spannende, hoewel het niet opeens iets van deze tijd is, want de Duitse, inmiddels 81-jarige mezzo-sopraan Brigitte Fassbaender ging haar bijvoorbeeld al in 2004 voor.

DiDonato ziet de Winterreise als het dagboek van een verlaten geliefde. Na zijn dood blikt de vrouw die hem de laan uit had gestuurd terug op zijn tocht door het winterse landschap. Zij is nu degene die deze reis als het ware beleeft, doorleeft. Soms neemt ze een iets rustiger tempo; ‘Der Lindenbaum’ duurt bij haar vijf minuten, bij Cornet ruim vier. Een opvallend verschil zit bijvoorbeeld in ‘Der Leiermann’, waar het kwartet hun partijen meer dóórzingt en accenten geeft op toonafstanden die Nézet-Seguin niet aaneengebonden, maar los neemt.

Verder zingt DiDonato soms al bijna net zo ijl als de strijkers van het Ragazze Quartet. Neem bijvoorbeeld het lied ‘Auf dem Flusse’, waarin ze op een gegeven moment zó zacht zingt, dat haar stem lijkt te breken. Als een ijzig takje in de sneeuw.

Twee verschillende opnames van een prachtige liedcyclus. Twee verschillende opvattingen, allebei afwijkend van wat we kennen en meer dan de moeite waard.

Muziek / Album

Akoestische americana

recensie: Americana-update 11: The Secret Combination, Dieter van der Westen acoustic duo & Son of the Velvet Rat

We tellen lekker door met de americana update. Deze elfde editie blijft voor een groot gedeelte in Nederland, maar sluit af met muziek uit Australië met een Texas-link. En zoals de bloesem op de derde albumhoes al aantoont, gaan deze drie albums de lente kleuren!

Americanamuziek wordt, zoals we inmiddels weten, over de hele wereld gemaakt, maar de link met de USA en voornamelijk Texas waart al snel rond. Ook deze keer komen we daar niet onderuit. Toch blijven we met de broers Van der Westen en The Secret Combination heel dicht bij huis. Son of the Velvet Rat luidt ons op een bijzondere wijze het voorjaar in. Wat is ontdekken van fraaie muziek toch heerlijk!

Geheime kunstcombinatie

The Secret Combination doet haar naam eer aan. Het is een groep muzikanten, die hun sporen verdiende in bands als Urban Dance Squad, Het Goede Doel, de begeleidingsband van Ilse de Lange en nog veel meer. Deze dubbelaar Finally, hun vijfde album ondertussen, steekt in een hoes met artwork van de hand van Jeroen van Merwijk, die ons onlangs ontviel. Het album heeft een feelgood americanastijl waarbij de band over het algemeen binnen de lijntjes kleurt. Toch horen we in ‘Ain’t No Crime’ een stevig geluid, dat opvalt binnen het totale geluidsbeeld van Finally. We horen zelfs een ruw randje gitaar en een wat hoger tempo. Het nummer wordt gevolgd door een pianoliedje dat door Elton John gemaakt had kunnen zijn. Dit maakt dat ‘Rainy Day Parade’ een schril contrast vormt met het nummer daarvoor, zeker vanwege de strijkers rond de pianoklanken.

Ook de albumafsluiter ‘Real Love’ is van de stevigere snit en klinkt heviger. Hier horen we een lekker orgeltje, dat ons terug voert naar The Doors. Zo herbergt cd twee van de dubbelaar een aantal stijlelementen die het misschien wel rechtvaardigen dat het twee schijfjes zijn, terwijl het qua speelduur ook met gemak op één glimmend schijfje had gepast. Laten we echter vooral niet klagen met zo’n heerlijk album dat schreeuwt om vaak beluisterd en bekeken te worden, met het prachtig vormgegeven hoesje in de hand om de totaalbeleving compleet te maken. Wat een heerlijke, nu niet meer geheime kunstcombinatie!

Acoustic duo Dieter & Eric van der Westen

Muziek maken met je broer, terwijl je elk eigen carrières hebt die behoorlijk ver uit elkaar liggen, is natuurlijk een machtige uitdaging. En zeker ook samen in een bubbel stappen in een tijd die veel muzikanten aan huis kluistert, om vervolgens met een album op de proppen te komen dat de sfeer uitademt van ontspannen vakmanschap! Zelfs hun albumrelease is een puur online beleving zonder interactie met het publiek. De titel van het album, The Sun Will Rise Again, verhaalt al van de liedjes van onbevangenheid en hoop, die de broers willen uitdragen.

Het album is gedoopt in een leeg Paradiso op 12 maart 2021 tijdens de corona-lockdown-periode. De broers laten zich ook zonder publiek van hun beste kant horen. Tijdens dit optreden hoor je hoe goed ze op elkaar zijn ingespeeld en wordt het album in al zijn schoonheid tentoongespreid. Soms hoor je een moeilijk moment van dissonantie, wat later ook op het album te horen blijkt te zijn. Zo’n toonklank vraagt een stapje meer van de luisteraar en doet de oren spitsen. Dat zijn momenten die de ene keer meer pakken dan de andere. De geoefende luisteraar heeft hier wel oren naar, maar een achteloze luisteraar zal dat mogelijk vertalen als ‘vals klinken’. Aan de kwaliteit van de liedjes doet het helemaal niets af. De bezetting met als rode draad de akoestische bas, gitaar en stemmen van Eric en Dieter zorgt voor een aangenaam warme klank.

Son of the Velvet Rat

Sommige albums kunnen je verrassen en direct bij de figuurlijke ‘kladden’ grijpen. Solitary Company is zo’n album, dat bij de opening ‘Alicia’ al zijn belofte aankondigde, maar bij het titelnummer valt werkelijk je mond open van verbazing: hoe mooi een eerste beluistering direct de diepte van het liedje laat horen, in een muzikale uiting die van alles in je hoofd oproept en voor altijd bijblijft. Het verplaatsen van muzikale herinneringen lijkt daarmee direct een feit geworden. Son of the Velvet Rat is feitelijk een duo van twee mensen, die ook elkaars levenspartners zijn. De zang en het gitaarspel van liedjesschrijver Georg Altziebler wordt smaakvol ingevuld met zijn vaste partner Heike Binder op accordeon, orgel en zang. En dat in samenwerking met een keur van gastmuzikanten om de muziek een warme, dreigende sfeer te geven. De chemie is duidelijk voelbaar.

De volgende vraag roept zich wel op: hoe omschrijven we zo’n stijl en zo’n liedjes, die anderen nog nooit hebben gehoord? De stijl laat zich gedeeltelijk omschrijven als country-noir, maar heeft ook andere invloeden. De country/folk-invloeden zijn vermengd met een vleugje van de muziek van Angelo Badalamenti. De spanning van zijn werk is subtiel verweven in de klankstijlen die we horen in het lange nummer ‘Solitary Company’, dat terecht het titelnummer is geworden van dit album. Laat dit liedje de rest dan niet in de schaduw staan? Het antwoord is volmondig ‘nee’! De overige negen composities voelen als een intro en verdere uitdieping of aanvulling op dit prachtige vlaggenschip.

Muziek / Album

Harpmuziek van eigen bodem

recensie: Anne Vanschothorst & Michelle Sweegers
https://rolfvankoppenfotografie.nl/1920x1280-origrolfvankoppenfotografie-img_0032-harp-muziek-1/

Harp is een bijzonder instrument. Natuurlijk kennen sommigen van ons Joanna Newsom of Lavina Meijer, om een paar internationale harpisten te noemen. Over Anne Vanschothorst publiceerden we eerder hier op deze website. Haar nieuwe werk staat nu het zonnetje naast het debuut van Michelle Sweegers.

Hoe bijzonder is het om zeer kort na elkaar twee harpisten te kennen die nieuw werk uitbrengen en dan ook nog van eigen bodem. Beide muzikanten hebben ervoor gekozen om het werk ook nog eens in eigen beheer uit te brengen.

Anne Vanschothorst & Antjie Krog

De harpmuziek van Anne Vanschothorst plaatst de muzikante zelf vaak in de hoek van de toegepaste muziek. Met andere woorden: muziek die vaak een andere functie heeft dan solistisch luisteren. Muziek die je hoort bij beelden, zoals muziek die je hoort in een museum terwijl je ogen de mooiste ervaringen opdoen. En als de muziek er niet zou zijn dan zou de beleving van de beelden heel anders zijn. Toch heeft Vanschothorst inmiddels meerdere werken gemaakt waar haar muziek juist op de voorgrond treedt en beelden oproept bij de luisteraar. Op dit nieuwe werk klip lied snaar werkt Vanschothorst samen met de gelauwerde Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog. De poëzie van Krog is van een grote schoonheid. In deze bundel zijn de gedichten weergegeven in de oorspronkelijke taal van de schrijfster, maar daarnaast – telkens gevolgd door een tweede regel in een andere kleur gedrukt – ook in het Nederlands. Het is even wennen om te lezen en steeds een regel over te slaan, maar het went, en na herhaalde lezing van Krogs poëzie ontvouwt zich de schoonheid van haar taalgebruik.

De cd herbergt harpmuziek van Vanschothorst met daarin de voordracht van Krog verweven. Het is niet zo dat je constant gedichten hoort tijdens het harpspel; we horen meer en nadrukkelijker van haar prachtige harpimprovisaties dan dat we het vermengd horen met de woorden van Krog. Het maakt het waard om de cd vaker te beluisteren. Een grotere inspanning is nodig als je wil luisteren naar de gedichten. Het is wel een album waar je even voor moet gaan zitten, zodat je steeds ook de voordracht van Krog kunt ervaren om vervolgens door te steken naar het landschap van de harpmuziek die Vanschothorst ons schildert.

Michelle Sweegers

De muziek van Anne Vanschothorst grenst uiteraard aan die van Michelle Sweegers in het gebruik van de klanken van de harp. Maar er zijn even grote verschillen als overeenkomsten. Vanschothorst bedient zich uitsluitend van improvisatie en Sweegers werkt met bestaande muziek, die ze veelal naar haar hand zet. Deze jonge muzikante benadert de harp als een instrument om van te houden omdat, zoals ze zelf vertelde in een interview in krant, de klanken van het instrument vibreren in het lichaam van de bespeelster. Er komen niet alleen klanken uit de snaren. Soms laat ze hoorbaar het pedaalwerk klinken als onderdeel van haar interpretatie van de muziek. Sweegers laat ook de klankkast klinken door met haar hand erop te trommelen. Dit laatste horen we nadrukkelijk in het afsluitende nummer van het album, ‘Penguinski’, dat geschreven werd door Howells en bewerkt werd door Michelle Sweegers zelf. Het album Seasons: landscape & animals is, zoals de titel al doet vermoeden, rond de vier jaargetijden.

Sweegers heeft een album gemaakt dat uitnodigt om vaak naar te luisteren en veelal tot rust te komen door de heerlijke klanken van het harpspel. Haar spel staat vol van melodie, maar laat genoeg ruimte om de fantasie en de gedachten mee te voeren op uitsluitend de aanraking van de snaren. Andere instrumenten of zang ontbreken namelijk, maar dat voelt niet als een gemis. Het is muziek die ademt. Soms is het een compositie van een klassieke componist als Liszt of de minder bekende Smetana – met als Sweger’s favoriet ‘The Moldau’ –, maar vaker is het hedendaagse muziek die ze ons laat horen. De diversiteit aan componisten is groot en toch luistert het album als een perfecte eenheid. We gaan nog veel horen van Michelle Sweegers, belooft ze in het kranteninterview. Ze componeert zelf in de stijl van Einaudi en Glass, maar ze wil ook rock en metalmuziek gaan uitbrengen. De harp gaat ons nog verbazen als we zo’n gedreven muzikante ermee aan het werk horen.

 

Muziek / Album

Americana-diversiteit uit eigen land

recensie: Americana update volume 10: Sunshine Cleaners, The Tibbs & Tip Jar

Voor deze tweede lustrumeditie van de Americana update blijven we in Nederland, maar doorkruisen we het land. Voor Sunshine Cleaners gaan we naar Middelburg, voor The Tibbs naar Amsterdam en voor Tip Jar naar Nuenen. Wat hebben we toch een kwaliteit en diversiteit in ons land!

Voor kwaliteitsmuziek hoeven we vaak niet naar het buitenland. Het is meer dat je het moet willen horen. Als de bands en artiesten de verhoogde aandacht krijgen die ze verdienen, dan gaat de belangstelling van het publiek zeker groeien. Voor veel stijlen zijn we in ons eigen land al snel bij het juiste adres. Ook voor Americana is dat ondanks de naam van de stijl ook in hoge mate het geval.

Sunshine Cleaners

De Middelburgse band Sunshine Cleaners verraste ons vorig jaar met het album Silent Voices, rond de teksten van de gedichten van Dietrich Bonhoeffer. Ook live liet de band met Sjef Hermans op gitaar en zang, Jacqueline Heijmans’ zang en Geert de Heer op mandoline en dobro zich van de mooiste kant zien. Natuurlijk ontstaat na zo’n mooi album even de angst dat het bij dit samenwerkingsverband rond deze dichter zou blijven, maar we worden al snel verrast met een tweede album: Sad Songs For Us To Bear. Opnieuw zijn het liedjes rond een centraal thema, maar nu niet gebaseerd op de teksten van een dichter. Deze keer zijn het teksten over gewone mensen, die onder ongewone omstandigheden tot bijzondere dingen in staat zijn geweest. Een heel fraai uitgangspunt om liedjes mee te larderen.

Bijna alle liedjes zijn van de hand van de band zelf. Slechts een cover telt het album en dat is een liedje van Blaze Foley: ‘Our Little Town’. Blaze Foley zelf is tevens onderwerp op het titelnummer van het album. Dit gaat over Foley, die vooral een zwervend bestaan leidde en zo goed als straatarm stierf. Van de opbrengst van de verkoop van concertopnames op cassette werd zijn begrafenis betaald. Toch heeft Foley later nog veel muzikanten beïnvloed en geïnspireerd.

De meest actuele gewone persoon, die op het album een eerbetoon ten deel valt, is de klimaatactiviste Greta Tunberg in het liedje ‘Little Girl’. We horen tenslotte opnieuw een lied over Bonhoeffer voorbijkomen in de albumafsluiter ‘Shut Down The Doors Of Woe’. Het nieuwe album van Sunshine Cleaners is zeer authentiek en wordt zeer warm aanbevolen. Het album gaat niet snel vervelen, maar dan moet je het eerst  bij de band zelf aanschaffen want ze hebben ervoor gekozen om het niet op streamingdiensten te plaatsen. Een alternatief is natuurlijk de band live gaan zien als het weer kan!

The Tibbs

De Amsterdamse band The Tibbs debuteerde in 2016 met het full length-album Takin’ Over en kon direct rekenen op internationaal succes. Na het aantrekken van zangeres Roxanne Hartog werd het gat dat Elsa Beckman – die op het debuut zong – achterliet, ruimschoots opgevuld. Hartog tekende naast alle zanglijnen ook voor de teksten op Another Shot Fired. De stijl van de band vinden we terug in de Motown-hoek, maar ook zeker richting Booker T and the MG’s. De drive en kleur van de muziek van The Tibbs mag dan wel retro klinken, maar is zeker van deze tijd. De heerlijke blazerssectie van het soulcollectief voelt regelmatig aan als een warme deken.

Het album gaat meteen lekker van start met het uptempo ‘The Main Course’ en legt daarmee de lat heel hoog voor wat er komen gaat. Het daaropvolgende ‘Not a Begger’ laat direct de verleidelijke kant van Hartog horen, als ze wat zwoeler zingt dan in het openingsnummer. Het nummer heeft daarnaast een heerlijke groovy sound, die aanvoelt als een nachtclubsound, waarmee The Tibbs je om hun vinger winden. Direct daarna gaat het tempo alweer omhoog met ‘Damaged Heart’. Opvallend is dat de meeste liedjes van het album rond de drie minuten of korter klokken en meestal met een krachtig slot aan de compositie. Slechts twee composities duren iets meer dan vier minuten. De heren en dame van The Tibbs houden van lekker pakkende, kort en bondige liedjes. Meestal met echte kop en kont aan de compositie. Luister bijvoorbeeld eens naar het innemende ‘Get Us Through The Night’, dat een van de langere nummers van het album is en laat je helemaal inpakken door de charmes van Hartog en haar geweldige band. Dit zijn The Tibbs op zijn allermooist.

Tip Jar

Het vijfde album One Lifetime van het duo Tip Jar is tot stand gekomen tijdens de COVID-19 pandemieperiode, waardoor het is opgenomen op verschillende plekken op de wereld en is samengebracht in de mixage. Op 29 januari was de online releaseshow van het album. Door de beperkingen was er geen andere optie dan dat Bart de Win en Arianne de Knegt vanuit de huiskamer het album geheel als duo speelden, zonder de rijke instrumentatie die we op het album horen met medewerking van vele gastmuzikanten en als vaste kern Harry Hendriks op snaren. Natuurlijk spelen ook Bill Small en Walt Wilkins uit Texas mee op het album. Sommige van de liedjes zijn ook in deze samenwerkingen tot stand gekomen. De eerste single van het album ‘Go On To Get Lucky’ ligt lekker in het gehoor en is tevens de opener van het album. Tijdens de releaseshow vertelt Arianne dat ‘Dreamer’s Dream’ haar favoriet van het album is. Een blik op de credits leert dat het liedje door Bart en haarzelf is geschreven. Hetzelfde geldt voor de single ‘Kiss Me’. Of je de liedjes nu in duoformaat of op het album hoort, ze blijven fijn overeind.

De rijke instrumentatie, die we horen op dit album is natuurlijk niet te versmaden. Hier horen we viool, banjo, dobro, mandoline, klarinet, bas en drums naast het piano- en gitaarspel van Bart de Win. Eric van der Lest heeft in Eindhoven alle onderdelen van het album bij elkaar gemixt tot een waardig nieuw album van Tip Jar. ‘Tell Me Something’ is zoals ze zeggen een full-bandsong geschreven door Bart, Walt en Ron Flynt. Tijdens de releaseshow speelt De Win zeer verdienstelijk piano, terwijl ze als duo de song recht doen. Bij deze sobere uitvoering horen we de echo van de albumversie, die rijk voorzien is van instrumenten, maar een goede compositie als deze blijft ook in een sobere uitvoering helemaal overeind. Een van de kroonjuwelen van het album, ‘Falling Angel’, is bedoeld als een soort Crosby, Stills & Nash-song en voelt ook zo aan. Het nummer is samen met Wilkins en het duo zelf geschreven. Op het album horen we Baer Traa en Walt Wilkins in samenzang met Tip Jar. Dit album tilt Tip Jar andermaal tot een hoger plan dan ze reeds bekleedde.