Berichten

Boeken / Poezie

Gedichten voor de volhouder

recensie: Elma van Haren - Zuurstofconfetti

In Zuurstofconfetti zet Elma van Haren, na zo’n tien jaar zwijgen, de lezer weer flink aan het werk. Maar ze is een dichteres voor wier gedichten en gedachten je graag moeite wil doen. Of het echt loont is een andere vraag.

Nog vóór de titelpagina staat een gedicht, ‘Nu’, waar je je tanden op kan stukbijten. Het lijkt de ongrijpbaarheid van het heden die in opeengepakte beeldspraak wordt onderzocht. Bron van die verdichting, samenballing én beeldenstroom, is de ene inval na de andere. Hier en daar ziet de lezer zich eerder voor een wiskundige dan een poëticale vergelijking geplaatst.

Wildgroei

Van Haren is uit op originaliteit, ze wil zelfs niet in de buurt van clichés komen, die immers zomaar zijn weg te slikken. Grammatica lapt ze lichtjes aan haar laars, ze gebruikt veel lettertypes en inspringende regels, maar ook neologismen (zie titel: lucht door ventilator rondgezwiept), woord- en toespelingen, spreektaal, uiteenlopende strofevormen en stukjes proza. Dat duizelt af en toe, ook al omdat de gedichten nogal aan de lange kant zijn: alleen ‘Dorst’ beslaat één pagina.

Alle levendigheid heeft soms iets weg van wildgroei. Er is namelijk geen enkel citaat los te breken dat iets kan zeggen over het gedicht als geheel, laat staan over de bundel. Taalgoochelen, waar Van Haren wel wat van kan, staat de inhoudelijke richting in de weg als al die associaties meerdere suggesties van betekenis lijken te bieden.

Huismus

De gedichten die zich meer blootgeven, danken dat aan een hulpvaardige toelichting of aan een (auto)biografische insteek. Het hoofdpersonage in de meeste gedichten is een vrouw, maar echt nader leren we haar niet kennen. Ze is een huismus die niet per se de straat op wil, last heeft van oorsuizen, van ‘Decibellenpijn’ en nog andere demonische zaken, zelfs van oploskoffie.

Ze lijkt niet heel welgemoed in het leven te staan. Niet voor niets drijft Sint-Franciscus op de cover in Arezzo demonen uit. Ze heeft afgesproken met een man (‘wat moet ik, minnaar zonder beminde?’) die mee- en/of tegenvalt. De dichteres formuleert, zo te lezen, met speels gemak en op lichte toon. Waarschijnlijk helpt dat haar om de vreemde gewichten van het bestaan de baas te zijn. Desnoods roept ze de Maagd Maria aan: ‘En als U toch bezig bent,/ trek dan in één moeite recht,/ wat mij in pieken en dalen door merg en been gaat.’

Van Haren is naast schrijfster ook beeldend kunstenares. De enkele werken die te googlen zijn, nemen door compositie, kleurgebruik en figuratieve inslag meteen voor zich in. Was dat met haar gedichten ook maar iets meer het geval.

 

 

Reageer op dit artikel

Boeken / Poezie

Gedichten voor de volhouder

recensie: Elma van Haren - Zuurstofconfetti

In Zuurstofconfetti zet Elma van Haren, na zo’n tien jaar zwijgen, de lezer weer flink aan het werk. Maar ze is een dichteres voor wier gedichten en gedachten je graag moeite wil doen. Of het echt loont is een andere vraag.

Nog vóór de titelpagina staat een gedicht, ‘Nu’, waar je je tanden op kan stukbijten. Het lijkt de ongrijpbaarheid van het heden die in opeengepakte beeldspraak wordt onderzocht. Bron van die verdichting, samenballing én beeldenstroom, is de ene inval na de andere. Hier en daar ziet de lezer zich eerder voor een wiskundige dan een poëticale vergelijking geplaatst.

Wildgroei

Van Haren is uit op originaliteit, ze wil zelfs niet in de buurt van clichés komen, die immers zomaar zijn weg te slikken. Grammatica lapt ze lichtjes aan haar laars, ze gebruikt veel lettertypes en inspringende regels, maar ook neologismen (zie titel: lucht door ventilator rondgezwiept), woord- en toespelingen, spreektaal, uiteenlopende strofevormen en stukjes proza. Dat duizelt af en toe, ook al omdat de gedichten nogal aan de lange kant zijn: alleen ‘Dorst’ beslaat één pagina.

Alle levendigheid heeft soms iets weg van wildgroei. Er is namelijk geen enkel citaat los te breken dat iets kan zeggen over het gedicht als geheel, laat staan over de bundel. Taalgoochelen, waar Van Haren wel wat van kan, staat de inhoudelijke richting in de weg als al die associaties meerdere suggesties van betekenis lijken te bieden.

Huismus

De gedichten die zich meer blootgeven, danken dat aan een hulpvaardige toelichting of aan een (auto)biografische insteek. Het hoofdpersonage in de meeste gedichten is een vrouw, maar echt nader leren we haar niet kennen. Ze is een huismus die niet per se de straat op wil, last heeft van oorsuizen, van ‘Decibellenpijn’ en nog andere demonische zaken, zelfs van oploskoffie.

Ze lijkt niet heel welgemoed in het leven te staan. Niet voor niets drijft Sint-Franciscus op de cover in Arezzo demonen uit. Ze heeft afgesproken met een man (‘wat moet ik, minnaar zonder beminde?’) die mee- en/of tegenvalt. De dichteres formuleert, zo te lezen, met speels gemak en op lichte toon. Waarschijnlijk helpt dat haar om de vreemde gewichten van het bestaan de baas te zijn. Desnoods roept ze de Maagd Maria aan: ‘En als U toch bezig bent,/ trek dan in één moeite recht,/ wat mij in pieken en dalen door merg en been gaat.’

Van Haren is naast schrijfster ook beeldend kunstenares. De enkele werken die te googlen zijn, nemen door compositie, kleurgebruik en figuratieve inslag meteen voor zich in. Was dat met haar gedichten ook maar iets meer het geval.

 

 

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Compromisloos pleidooi van vier sterke vrouwen

recensie: ROSE stories / Daria Bukvić - Melk en Dadels

Ze zijn Nederlands, ze zijn Marokkaans, maar bovenal vier unieke mensen. Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua el Akchaoui en Khadija el Kharraz Alami laten zich door niets of niemand in hokjes stoppen. Met humor, liefde en woede vertellen ze over hun leven in twee culturen.

Melk en Dadels is van origine een kookboek. Een kijkje in de keukens van 20 Marokkaanse moeders, die hun favoriete recepten bespreken met hun kinderen. Zij, de moeders, behoren tot de eerste generatie die een nieuw leven in Nederland hebben opgebouwd. Hun dochters en zonen zijn groot geworden met de Nederlandse én Marokkaanse cultuur, in een land dat hen nog steeds reduceert tot stereotype. In de handen van schrijver Tofik Dibi en regisseuse Daria Bukvić wordt Melk en Dadels het relaas van de dochters: vier sterke vrouwen die het podium claimen om hun eigen verhaal te vertellen.

Supermarokkaan

Ahouaoui, Bououargane, El Akchaoui en el Kharraz Alami hebben de energie van een cabaretier. In sneltreinvaart leren ze ons over de verschillende soorten Marokkanen. Zo is er de Gucci-gang Marokkaan met de nodige bling bling, de insjallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan en zelfs de onopvallende Marokkaan die letterlijk verdwijnt in het decor. Als er iets gedaan wordt wat not done is – een Mac-menu dat niet halal is, een voorzichtige flirt met een jongen – verschijnt Supermarokkaan die als streng geweten de actrices op het rechte pad houdt.

Whitesplaining

Keer op keer volgt er een bulderlach uit de zaal. Aan alles voel je dat hier een gevoelige snaar wordt geraakt. Ik bevind me in een overwegend Marokkaans publiek, en voel de herkenning en opluchting. Niet alleen bij de passages over de Marokkaanse cultuur en gewoontes, maar ook bij de uitsluiting in de Nederlandse cultuur die de vier vrouwen ervaren hebben. El Akchaoui vertelt over de talloze figuren in haar jeugd die haar racistisch behandeld hebben. Een passage waar discriminatie wordt aangekaart, wordt direct neergesabeld met de gebruikelijke verweren: de dader maakt van zichzelf een slachtoffer, en van het slachtoffer een zeurpiet. Als el Kharraz Alami als actrice in een DWDD-achtig programma verschijnt, wordt ze onmiddellijk geframed. Een Marokkaanse vrouw die de hoofdrol speelt in een film, wat een prestatie! Maar waarom toch die felle reactie op de presentator, vraagt de tafeldame zich af. Op treffende wijze steekt Bukvić de draak met whitesplaining in de Nederlandse media.

Patriarchale druk

Daarnaast worden de pijlen gericht op de patriarchale druk waar de performers mee te maken hebben. Zo vertellen ze ons over de mannen in hun leven die hen zonder scrupules ‘hoer’ hebben genoemd, en de vernederende impact die dat woord op hen heeft gehad. Als Ahouaoui herhaalt hoe mooi de liefde in de Marokkaanse gemeenschap is, blijkt dat de ware liefde wel erg benauwd is. Homoseksuelen, transgenders en mensen met een ander geloof of een andere afkomst vallen allemaal af. Daar moeten de andere actrices niets van hebben, en beginnen elkaar uit protest te zoenen. Ze bepalen zelf wel wie ze liefhebben.

Rechtse hoek

Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua el Akchaoui en Khadija el Kharraz Alami zijn meer dan een optelsom van hun Nederlandse- en Marokkaanse identiteit. Ze zijn gevormd door hun dubbele afkomst, maar bepalen zelf wat ze wel of niet met hun leven doen. Dat is uiteindelijk het belangrijkste inzicht dat Melk en Dadels geeft. Daria Bukvić weet deze voorstelling precies de energie te geven die het nodig heeft: het is een feestje, maar wel een die een rechtse hoek uitdeelt als je het niet verwacht. Dan staat Bououargane of el Kharraz Alami op en geeft een vurig pleidooi om hen in alle facetten te zien. Om hen niet alleen als Nederlander of Marokkaan te zien, maar als unieke mensen.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Volk en verbeelding

recensie: René ten Bos - Het volk in de grot

Denker des Vaderlands René ten Bos schrijft met Het volk in de grot een actueel boek dat klassiek filosofische thema’s aansnijdt.

Ten Bos gebruikt graag metaforen om zijn denken uiteen te zetten. De grot blijkt een metafoor die vaker voorkomt in de geschiedenis van het denken. De metafoor van de grot duikt veelvuldig op, vanaf de eerste mensen die op haar muren tekenden tot de moderne ‘bubbels’ waarin wij nu schijnen te leven.

Verlichting

De bekendste grot uit de geschiedeis is natuurlijk die van Plato. In zijn grot-allegorie wordt duidelijk hoe de mens die denkt dat de schaduwen die hij ziet werkelijkheid zijn, zich vergist. Het blijken afspiegelingen van ‘echtere’ voorwerpen. De enkeling die naar de bron van het licht op zoek gaat en daar – na een pijnlijke verblinding – de werkelijkheid onder ogen komt, ziet hoe hij altijd in een schijnwereld heeft geleefd. Hier zou het verhaal kunnen stoppen. Maar dat doet het niet. Deze ‘wijze’ besluit om terug de grot in te gaan, om zijn medemensen te ‘verlichten’. Precies dit laatste staat centraal in Het volk in de grot.

Vormeloos geheel

Maar wie is dat volk waar zo vaak over gesproken wordt? Ten Bos begint zijn boek met een poging antwoord te geven op deze vraag. Aan de hand van bekende denkers als Judith Butler en Giorgio Agamben komt hij tot een benadering. Dit zou al snel een langdradige verhandeling kunnen worden, maar de Denker des Vaderlands neemt je in fijne bewoordingen en heldere taal mee. Het volk zweeft tussen ‘insluiting en uitsluiting’ en is vormloos. Het is niet een tegenovergestelde van ‘elite’ maar veeleer een niet afgebakende ruimte waar iedereen toe kan behoren. Ten Bos komt dus niet met een definitie, want als die er al is, dan is die wel dat het volk nooit gedefinieerd kan worden. Toch wordt voortdurend en van alle kanten gepoogd het volk wél af te bakenen. Het volk is dom, het volk, dat zijn de arbeiders, het volk wordt niet gehoord en zo verder.

Hoogmoed van de wetenschap

Sinds Plato is er eigenlijk niet veel veranderd in de manier waarop geleerden, denkers en wetenschappers zich geroepen voelen om het volk te verlichten. Maar zit dat volk daar eigenlijk wel op te wachten? Waarom mag het niet in de grot blijven, waar het zich zo prettig voelt? Ten Bos laat zien dat dit een terechte vraag is, en nog altijd actueel. In tijden van nepnieuws – waarin iedereen in zijn eigen ‘grot’ zit – is de waarheid weer een felbevochten recht dat door politici van links tot rechts geclaimd wordt. Maar die ene vraag blijft prangend. Waarom moeten we zo nodig die grot uit? Waarom moet het volk opgevoed worden, onderwezen, uit de schaduw komen en verlicht worden? Ten bos neemt ook de niet filosofisch ingewijde lezer mee in het denken over deze kwestie. Hij schrijft toegankelijk, persoonlijk, scherp en bij vlagen op een vermakelijke manier cynisch.

Geborgenheid

Ook Nietzsche, een door Ten Bos geliefde denker, bekritiseerde eind 19e eeuw al deze drang naar ratio en kennis. ‘Ook de verstandigste mens heeft van tijd tot tijd de natuur weer nodig, dat wil zeggen zijn onlogische grondhouding tegenover alle dingen.’ Zo bezien is het misschien wel menseigen om de schaduwrijke grot te verkiezen boven het kille licht van de werkelijkheid. Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk verlangen wij allemaal terug naar de geborgenheid van de baarmoeder. Wie heeft gegronde redenen om ons daaruit los te trekken? Ten Bos kiest geen kant, maar geeft een sterk pleidooi voor het stellen van deze vraag.

Het volk in de grot bevraagt juist die aanname die nooit aan een kritische overweging wordt blootgesteld. Wil het volk niet liever warmte, veiligheid en gezelschap in plaats van alleen die waarheid. De grondbeginselen van intellectuelen, wetenschappers en journalisten worden in een ander licht bekeken. Dat maakt Het volk in de grot als een spiegel voor al zijn lezers, want het zijn toch vooral de geleerden en intellectuelen die een filosofisch boek openslaan. Daarmee heeft Ten Bos meteen de aandacht van het juiste publiek te pakken.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Een warrig koninkrijk

recensie: Hoda Barakat (vert. Djûke Poppinga) - Koninkrijk der aarde

Koninkrijk der aarde, de eerste roman van de Libanese schrijver Hoda Barakat die in het Nederlands verschijnt, is een boek waar je als lezer moeilijk vat op krijgt.

Tannoes en Salma, beiden op jonge leeftijd wees geworden, vertellen samen de geschiedenis van hun familie. Zij wonen in de bergen van Libanon, in een maronitisch-christelijk dorp ergens halverwege de twintigste eeuw. De bewoners van het dorp laten zich voorstaan op hun onafhankelijkheid en hun autonomie, hun afzijdigheid van het grote politieke gebeuren van de dag. De Franse invloeden, de verschillende groeperingen die verwikkeld zijn in een machtsstrijd die een bloedige climax beleefde ten tijde van de Libanese Burgeroorlog (1975-1990): ze hebben er niks mee en houden stug vol dat het met hun gemeenschap niks te maken heeft.

Complexe machtsrelaties

Van die illusie laat Barakat in Koninkrijk der aarde weinig heel: dat Tannoes en Salma op een berg wonen, betekent niet dat het gewoel in de dalen en aan de kust aan hen voorbijgaat. De spanningen tussen religieuze groepen staan niet los van de politiek, maar zijn daar juist mee verbonden. Salma somt de banden tussen politiek en religie op voor haar broer: ‘Naties, volkeren, religies, sekten; hoofdmannen, koningen, prinsen, gedeputeerden, ministers…’ Het persoonlijke en politieke, het kleine en het grote, de wens en de realiteit: Barakat weeft ze mooi door elkaar in deze roman. Overal spelen complexe machtsrelaties, waarvoor Barakat vaak mooie metaforen en beelden hanteert. Zo heeft Tannoes een mooie zangstem, maar zijn stilte weerspiegelt die van de maronieten.

Geen gemakkelijke roman

Koninkrijk der aarde is geen gemakkelijke roman. Hoewel voorkennis niet noodzakelijk is, zal voor de lezer die niet per se veel weet van de twisten in Libanon veel onduidelijk blijven. Daardoor verarmt het verhaal. Vervelender is echter de structuur van deze roman, waarin Tannoes en Salma het vertellersstokje soms per hoofdstuk van elkaar overnemen. Dit gebeurt echter op een wat warrige manier.

Ook Barakats schrijfstijl werpt drempels op. In de vele verhalen die broer en zus vertellen, figureren nog veel meer personages, die niet allemaal goed uit de verf komen of helder te onderscheiden zijn.  De verhalen en personages blijven komen, telkens in dezelfde vlakke stijl. De verwarring tussen vertellers komt deels ook hierdoor: hun stemmen zijn te weinig onderscheidend. Hierdoor komen de dramatiek en het tragische van de verhalen in deze roman nooit helemaal aan. Dat alles maakt van Koninkrijk der aarde een teleurstellende roman.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Oranjes als speelbal van de grote mogendheden

recensie: Jeroen Koch - Oranje in revolutie & oorlog. Een Europese geschiedenis.

Op 18 januari 1795 ontsnapte Willem V als een dief in de nacht aan de Franse revolutionaire legers. Zijn aftocht vanuit Scheveningen naar Engeland markeert de  roemloze afsluiting van twee eeuwen Oranjestadhouderschap.

Historicus Jeroen Koch beschrijft in zijn fantastisch geïllustreerde boek Oranje in revolutie & oorlog. Een Europese geschiedenis 1772-1890, dat de ‘onverbrekelijke band’ tussen Oranje en Nederland allerminst vanzelfsprekend was. Na de set Koningsbiografieën van Willem I (1772-1843), Willem II (1792-1849) en Willem III (1817-1890), komt Koch in zijn nieuwste boek met een toetje. Hierin ligt de nadruk op de belevenissen van de Oranjedynastie in Europees perspectief. Koch beschrijft helder hoezeer steeds wisselende coalities invloed hadden op hun pogingen tot rehabilitatie. Ook heeft hij dankbaar en handig gebruik gemaakt van de onderlinge correspondentie van de Oranjes, waardoor hij laat zien hoezeer ze speelbal waren van de grote mogendheden.

Compensatie

In de herfst van 1799 viel een Oranjeleger de Bataafse Republiek binnen. Onder leiding van erfprins Willem Frederik, hielden 40.000 Britse en Russische troepen zes weken lang een drassige landstrook tussen Texel en Alkmaar bezet. Dit bevrijdingsleger werd smadelijk door het Franse en Bataafse leger in de pan gehakt. Bovendien bleef de gehoopte orangistische revolte uit.

Vanaf dat moment zocht Willem Frederik naarstig naar territoriale compensatie. Aanvankelijk kregen de Oranjes die van Napoleon, die in 1799 aan de macht was gekomen. Frederik’s weigering om in 1806 toe te treden tot de Rijnbond (tegen Pruisen) werd door Napoleon zwaar bestraft. Hij pakte alle bezittingen weer af. Willem Frederik stuurde daarop een slijmerige brief waarin hij schaamteloos smeekte: ‘Van Uwe Keizerlijke Majesteit alleen hangt de positie van mijn Huis af.’ Napoleon antwoordde niet eens meer.

Oorlogsheld

Beroofd van hun landgoederen waren de Oranjes nu volledig afhankelijk van de grote mogendheden. Wat restte was het ‘project Willem’. Willem Frederik zette zijn zoon Willem in als potentiële huwelijkspartner voor de Britse erfprinses Charlotte. Willem veroorzaakte tijdens zijn verblijf in Engeland echter al snel een schandaal door een prostituée zwanger te maken.

In het leger zocht Willem naar eerherstel. Vanaf juni 1811 diende hij in Portugal en Spanje onder generaal Wellington. Op het slagveld bleek Willem over talent en heldenmoed te beschikken. Zijn finest hour beleefde hij bij Quatre-Bras. Daar hield Willem op 16 juni 1815 een Franse overmacht van Napoleon tegen. Napoleon noemde Willem achteraf een ‘génie de la guerre.’ Terecht zo meent Koch.

NapoleonRehabilitatie

Na Napoleon’s Waterloo nam het volk de Oranjes weer in genade aan. Door de inauguratie van Willem Frederik op 30 maart 1814 telden de Oranjes weer mee op het Europese toneel. De vorsten van de restauratie probeerden het koningschap anders in te vullen, zo betoogd Koch.

In West-Europa raakte het burgerkoningschap in zwang. Koningen streefden naar een betere band tussen vorst en natie. De nalatenschap van Willem I is echter ambivalent. Als koning-koopman was zijn welvaartspolitiek zeer modern. Maar zijn ideeën over de invloed van het parlement waren zeer conservatief. Verblind door zijn wens om de staatsschuld terug te dringen, luisterde Willem I onvoldoende naar zijn volk. Op basis van de kerkpolitiek, de taalstrijd en de omgang met de Zuidelijke Nederlanden, oordeelt Koch dan ook hard: ‘Willem I regeerde wel, maar reageerde niet.’ Daarnaast zagen de Oranjes niet in dat voor de grote mogendheden machtsevenwicht veel belangrijker was dan nationalisme.

Populair koningschap

Na het verlies van België hechtte Willem II juist veel waarde aan de verbondenheid met het volk. De vorst moest de massa bespelen. De door Koch gememoreerde passage, waarin Willem II midden in de nacht van 12 november 1840 in pyjama helpt een brand te blussen, is hier een mooi voorbeeld van.  Het is alleen jammer dat deze passage rechtstreeks is overgenomen uit de biografie van Van Zanten.

De ontkenning van de mythe, dat Willem II in de nacht van 14 op 15 maart 1848 onder invloed van revoluties elders in Europa ‘in 24 uur van zeer conservatief zeer liberaal’, zou zijn geworden, komt beter uit de verf. Willem II was nooit enkel reactionair en behoudzuchtig. Bovendien besefte hij in de zomer van 1847 al dat de ministeriële verantwoordelijkheid en dus de inperking van zijn macht onvermijdelijk was.

Familie op de troon

Willem III kon zich allerminst bij de grondwet van 1848 neerleggen. Koch schetst een ontluisterend beeld van een man, die in de loop van de jaren 1860 het politiek zwaartepunt zag verschuiven naar de Tweede Kamer. Volgens zijn echtgenote Sophie van Wurtemburg, hield hij slechts van eten, drinken en moorden (jagen). In de zomer van 1875 sloopte Willem III het interieur van een villa in Montreaux. Ook zijn verhouding met de courtisane Madame Musard berokkende de monarchie veel schade.

Na de dood van Sophie in 1877 wist Willem III toch aan zijn dynastieke verplichtingen te voldoen. Met zijn tweede vrouw Emma kreeg hij in 1880 Wilhelmina. Voortaan zat er in Nederland, net als in de rest van West-Europa,  een ‘familie op de troon.’ De voorloper van Koningsdag, Prinsessedag werd geïntroduceerd. Emma’s mateloze populariteit deed de rest. Zo bleef de onverbrekelijke mythe van Oranje en vaderland in tact.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Met hart en ziel

recensie: Ole Martin Hoystad - De ziel

Cultuurhistoricus Ole Martin Hoystad ontrafelt in zijn nieuwste onderzoek een van de meest besproken begrippen uit de menselijke geschiedenis. De ziel laat de voortdurende veranderingen zien in de manier waarop de mens over zijn raadselachtige binnenste nadenkt.

De Noorse onderzoeker Hoystad verwierf bekendheid met zijn onderzoek naar het hart, een symbool dat niet weg te denken is uit ons taalgebruik, maar dat door zijn vele betekenissen tegelijkertijd niet makkelijk te definiëren valt. In De ziel doet hij iets soortgelijks. Tot een eenduidige definitie komt de historicus niet en precies het ontbreken daarvan zegt veel over de aard van onze ziel.

Dualisme

Wanneer we praten over de ziel denken we al snel aan zijn tegenstelling: het lichaam. Dit loskoppelen van ziel en lichaam in de geschiedenis van het denken wordt het begin van de moderniteit genoemd, die met Descartes werd ingeluid. Dat betekent dat mensen ver vóór die tijd ook al dachten over de ziel, maar dan niet in verhouding tot het lichaam. Het zielenverhaal van Hoystad begint bij Homerus, om via de presocratici bij Plato en Artistoteles te komen, en zo de verschillende verschijningsvormen van de ziel in de oudheid te laten zien. Zo waarschuwde Heraclitus voor een vochtige ziel, een aandoening die je kon oplopen bij het drinken van teveel alcohol. Voor deze presocraat waren lichaam en ziel dus duidelijk verbonden met elkaar. In de middeleeuwen speelt Augustinus een belangrijke rol, de kerkvader die heel wat zonden beging voordat hij gelovig werd. Die zonden schreef hij op in de hoop op die manier zijn ziel te kunnen reinigen. Het gangbare idee in die tijd was dat God uiteindelijk over de reinheid van de ziel zou oordelen.

Volledige historie

De ziel is zo ontzettend uitgebreid dat er weinig mensen zullen zijn die er niets van kunnen leren. Hoystad gaat op elke besproken denker zo diep in dat een volledig beeld gevormd kan worden van diens ideeën en de tijd waarin die ontstonden. Door deze overvloed aan achtergrondinformatie zou je De ziel bijna ook als naslagwerk kunnen gebruiken. Door die niet geringe omvang van het boek en de detaillering is het geen werk dat je binnen een paar dagen uit leest. Maar dat hoeft ook niet, de ziel is zo oud als de mensheid en haar leren kennen móet wel tijd kosten. Niet getreurd, Hoystad schrijft bijzonder helder, oppeppend en met humor. De grote hoeveelheid aan informatie blijft zo boeien.

Zielsopvattingen

De grote verscheidenheid aan zielsopvattingen door de tijd heen laat zien hoe belangrijk het begrip is voor de mens. We zijn nog altijd bezig met die ziel, ongeacht de invulling van dat begrip en ongeacht religie of cultuur. Dit is ook zo in de moderne geseculariseerde wereld, denk aan de zielloosheid van Adolf Eichman die Hannah Arendt heeft laten zien. Zonder gewetensbezwaren is hij verantwoordelijk voor het transport van duizenden joden naar de gaskamers, simpelweg omdat het hem werd opgedragen. Andere moderne denkers als psychoanalyticus Freud, taalfilosoof Wittgenstein en schrijver Franz Kafka blijken eveneens een beeld te hebben van dat ‘binnenste’ van de mens. Zo is de ziel kneedbaar en wordt ze gevormd door alles wat wij meemaken, voelen of vrezen. Voor iedereen met een brede historische- en filosofische interesse is De ziel zowel leerzaam als vermakelijk, Hoystad schrijft met hart en ziel.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Ze zijn meer dan hun kleur

recensie: Vamba Sherif & Ebissé Rouw (red.) - Zwart. Afro-Europese literatuur uit de Lage Landen

Een bundel met alleen zwarte auteurs: de universele lezer zal ervan walgen. Wie echter goed leest, ziet dat Zwart, samengesteld door Vamba Sherif en Ebissé Rouw, de Nederlandse literatuur verrijkt.

Zwart. Afro-Europese literatuur uit de Lage Landen is een interventie. Dat is een beschrijving van het boek en ook een interpretatiekader. Samenstellers Vamba Sherif en Ebissé Rouw hebben een twintigtal schrijvers verzameld, van wie sommigen bekend zijn, anderen minder, en die elk hun wortels hebben in het Afrika ten zuiden van de Sahara. Sherif, schrijver van een vijftal romans, en Rouw, redacteur bij Amsterdam University Press en medeoprichter van de podcast Dipsaus, zijn ambitieus: ‘Het is onze verwachting én onze hoop dat door deze bundel het Nederlandstalige literaire landschap voorgoed zal veranderen,’ besluiten zij hun inleiding tot de bundel.

In beeld brengen

Die verandering hebben ze al bewerkstelligd. Zwart zet een diverse en getalenteerde groep schrijvers op de kaart en erkent hun aanwezigheid en maakt ruimte voor ze in de Nederlandse literatuur. De in Zwart verzamelde auteurs hebben allemaal hun roots liggen in landen die geen koloniale geschiedenis met Nederland delen. Dat maakt hen anders dan Indische auteurs en schrijvers met een Antilliaanse of Surinaamse achtergrond. Sinds de jaren negentig is ook een aantal schrijvers met wortels in het Midden-Oosten en Noord-Afrika doorgebroken. Als laatste is er een grote groep witte Zuid-Afrikaanse auteurs die warme banden met het Nederlandse literaire veld onderhouden. Maar, stellen Rouw en Sherif terecht, zwart – dat overigens veeleer een politieke term is dan een accurate beschrijving van iemands huidskleur – Afrika is tot nog toe grotendeels buiten beeld gebleven.

Bijna geen enkele bloemlezing of samengestelde bundel ontkomt aan een niveauverschil tussen de verschillende bijdragen, ook Zwart niet. In dit geval komt het wellicht ook door de presentatie van de auteurs: Rouw en Sherif hebben namelijk gekozen voor een alfabetische volgorde, Simone Atangana Bekono als eerste, Chika Unigwe als laatste, waardoor allerlei genres en verschillende typen bijdragen door elkaar lopen. Bovendien staat alleen in de inhoudsopgave vermeld of de bijdrage een kortverhaal is, een essay of een beschouwing – bij de stukken zelf ontbreekt dergelijke informatie. Een genreaanduiding is niet alles, maar het helpt de lezer wel om zich te oriënteren.

Persoonlijke bijdragen

De meeste bijdragen aan Zwart zijn veelal persoonlijk getoonzet: de auteurs beschrijven hun ervaringen met racisme, discriminatie en uitsluiting, al dan niet in een fictionele vertaling. De beste bijdragen, zoals die van Kiza Magendane, laten zien hoe hun identiteit, wie zij zijn, een compromis is tussen hun eigen ideeën en wat anderen hen opleggen, en hoe die twee op elkaar reageren. Diezelfde Kiza Magendane schrijft over het belang van onderwijs en hoe hij consequent werd onderschat door mensen die hem moesten helpen. Als vluchteling uit Congo ondervond hij hoe docenten hem te laag inschatten en herhaaldelijk over psychiaters en psychische hulp begonnen.

‘Het einddoel,’ schrijft hij aan het einde van zijn essay, ‘is om een land te ontwikkelen dat de innerlijke wil van iedereen de ruimte geeft, zodat iedereen zich kan ontwikkelen tot een burger, een vriend of een ouder die zich buigt over andere zaken dan alleen maar kleur.’ Zwart doet een aanzet tot zo’n wereld, waarin minderheidsgroeperingen niet geacht worden telkens over hun eigen lichaam te beginnen, hun eigen kleur. Sherif en Rouw hebben een boek samengesteld dat van de lezer vraagt een binaire logica te verlaten: niet langer of/of, maar en/en. Zoals Magendane schrijft: ‘Wij zijn meer dan onze kleur.’

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Ontroerende raamvertelling

recensie: Bos Theaterproducties - Vele hemels boven de zevende

De titel Vele hemels boven de zevende zal je vast niet ontgaan zijn. Het is het debuut van de Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck. Het boek telt vijf protagonisten die met elkaar verbonden zijn en vertellen over het wel en wee in het leven. In de gelijknamige voorstelling van Bos Theaterproducties zijn de mooiste zinnen uit het boek gefilterd en samengebracht tot één ontroerende, mooie voorstelling.

Op het podium een karig decor: zwarte doeken op de achtergrond en op een verhoging een stoel en tafel, waarop enkele flessen staan. Het decor zal het gehele toneelstuk ondergeschikt blijven aan het spel van de zes acteurs. Vijf van de zes toneelspelers vormen één familie: vader Jos, moeder Jeanne, dochters Elsie en Eva en Lou, de dochter van Elsie. Eva (Hanne Arendzen) vormt het ‘vijfde wiel’ in de familie: ze is een tikkeltje aan de zware kant en – als ze al mannen aantrekt – trekt ze de verkeerde mannen aan die haar op botte wijze dumpen (‘Ik zal nooit van u een stijve kunnen krijgen.’). Dat is wel anders met haar knappe zus Elsie (Anne Lamsvelt), die in een ongelukkig huwelijk zit opgesloten en een affaire begint met de lange, knappe gestalte Casper (Stefan Rokebrand). Casper is een kunstenaar, die geobsedeerd lijkt te zijn door zijn liefde voor Elsie en beschouwt haar haast als een soort langverwachte muze. Terwijl de ene liefde opbloeit, bevriest het huwelijk van Elsie tot het nulpunt. Vader Jos (Peter Bolhuis) gaat ten onder aan de kwellende herinnering van een vroeger ongeluk en drinkt zich iedere dag ladderzat. Moeder Jeanne (Henriëtte Tol) kan het niet meer aan en vlucht telkens het huis uit om ‘schnitzels’ of taartjes te gaan eten buiten de deur. Dan is er ook nog de kleine 12-jarige Lou (Fee Swart), snakkend naar de aandacht van haar moeder Elsie, die Lou’s puberjaren – en alle problemen die daarbij komen – moet doorstaan. Ook Lou vertoont vluchtgedrag: het liefst gaat ze naar haar geliefde tante Eva, die haar goed kan troosten. Eva staat min of meer symbool voor een veilige haven voor haar familie: zij staat altijd klaar om hun klaagzangen, verwensingen en verlangens aan te horen. Op den duur gaat dit haar steeds meer wringen, want wie biedt de helpende hand aan Eva?

Gezwinde gesprekken

De voorstelling kent een aangenaam hoog tempo. De zes acteurs spreken hun korte tekstfragmenten na elkaar uit, waardoor de zinnen over de toneelvloer in rappe snelheid heen en weer kaatsen. De spelers zijn goed op elkaar ingespeeld en weten precies de goede timing aan te houden. In het oorspronkelijke boek waar dit toneelstuk op geënt is, wordt ook continu in ieder hoofdstuk gewisseld van vertelperspectief. De hoofdstukken uit het boek zijn gereduceerd tot enkele, prachtige zinnen. In het begin van het toneelstuk knaagt deze manier van vertellen: in één kortstondig moment vloeien alle verhaallijnen in elkaar over. De vraag is of het verhaal wel helder te volgen blijft als zoveel verschillende mensen aan het woord zijn. Het antwoord is ‘ja’: deze manier van vertellen geeft juist een boeiende vorm. De spelers vertellen niet alleen het verhaal vanuit hun eigen belevenis als personage, maar zijn ook om de beurt de vertellers. Middenin het uitspelen van een gebeurtenis, kan een personage zich omdraaien naar het publiek en extra toevoegen wat het moment voor betekenis heeft of had. Soms leidt dat tot humoristische ontknopingen, maar vaak leidt het ook tot situaties waarin je medelijden wordt opgewekt en je met meewarig hoofd meekijkt naar de steeds ongelukkiger wordende personages.

Hilarische vertolkt

Het toneelstuk heeft bovendien iets luchtigs om zich heen hangen. Ondanks het snelle tempo waarin de scènes elkaar opvolgen, komt het acteerwerk goed uit de verf door de rustige, beheerste manier van toneelspelen van de acteurs. Zo wordt Jeanne hilarisch vertolkt door Tol die haar neerzet als een herkenbare, zeurende vrouw die zwelgt in zelfmedelijden. Ook roept Bolhuis de lachers op zijn hand met zijn vaak herhaalde uitroep ‘proost!’, vaak nét op een moment waarop een andere speler klaar is mijn zijn/haar korte monoloog. Elsie en Casper, als dartelende tortelduifjes, blijven meer ‘oppervlakkige’ personages. Dit in tegenstelling tot de 12-jarige Lou, die haar schattige karakter zo nu en dan weet af te schudden. Arendzen zet een tamelijk bescheiden Eva neer, die in haar verfomfaaide outfit oogt als een gezellige vernederlandste ‘Bridget Jones’: op zoek naar de liefde, graaiend in haar goed gevulde koelkast (de mayonaise pot uitlikkend) en een toeverlaat voor haar naasten en – als psychologe – voor haar patiënten.

Het spel lijkt zich naar het einde van de voorstelling uit te vergroten: niet alleen in stemvolume en handelingen, maar ook in emotie. Als toeschouwer kruip je helemaal in het verhaal en ga je mee in de zee van gevoelens. Daardoor slaat het einde in als een bom en wellen de tranen op in de ooghoeken. Een ontroerende voorstelling over familieproblemen, waarbij de waarheid niet mooier wordt getoond dan deze is. Een voorstelling zoals je het leven moet nemen: met een lach én een traan.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Een revue als nooit tevoren

recensie: KemnaSenf – De Alex Klaasen Revue Showponies

Wat kan Alex Klaasen jou niet bieden? De veelzijdige (musical)acteur én geniale tekstschrijver komt nu na vele andere successen (Lang en Gelukkig, Woef Side Story en De Gelaarsde Poes) met de volgende extravagante, unieke voorstelling. In De Alex Klaasen Revue Showponies zien we Klaasen in allerlei vormen en gedaantes, samen met een geweldig ensemble, de meest waanzinnige sketches uitkramen en ontroerende liedjes vertolken. Humor is de pijler waarop deze revue is gevestigd en lachen is verzekerd.

Met inmiddels 6 Musical Awards op zak, is Alex Klaasen niet meer weg te denken uit de Nederlandse theaterwereld. Hij valt niet te omzeilen op de Nederlandse televisiezenders, waar hij op NPO 3 in de kinderprogramma’s Het Klokhuis, Missie Aarde en Welkom in de Gouden Eeuw speelde. Menigeen kent hem als de stylist Yari in Gooische Vrouwen, één van de vele typetjes die Klaasen tot in de kleinste details speelt. Dát is Klaasens grote kracht: zich kunnen verdiepen in zoveel mogelijk gedaantes en deze met alle hilariteit van dien aan het grote publiek tonen. In Showponies vormen Klaasen en zijn achtkoppige theatergezelschap in de eerste scène een klas gewillige paardenmeisjes- en jongens die op ponykamp gaan. In wezen zijn zij allemaal showponies of – in Klaasens eigen woorden – ‘een lekker extravert iemand die houdt van glitter, van verkleden en van dansen’. Het decor wisselt continu en razendsnelle verkleedpartijen zijn nodig om afwisselend een scène met misdienaars te kunnen spelen en dan – hup, hup, hup – een scène uit een sprookje.

De voorstelling is een mengelmoes van toneel, musical, cabaret en sketches. Op de vraag of dat niet een tikkeltje overdreven is, kan geruststellend worden geantwoord dat alles goed en wel afgewogen in de juiste dosering aan bod komt. De teksten van zowel de sketches als de liedjes zijn volkomen nonsens, maar wel heel grappig door de perfecte timing waarmee iedere zin en ieder woord wordt neergezet. Zoals gezegd: aan komische momenten genoeg in deze voorstelling, maar zo nu en dan is het ook pijnlijk confronterend. Klaasen kan namelijk heel goed de gedragingen van de mens uitvergroten in zijn spel, waarmee hij ons als publiek laat inzien hoe absurd we soms als samenleving bezig zijn. Het belangrijkste thema lijkt voornamelijk homoseksualiteit te zijn: de acceptatie en de afwijzing in onze samenleving daarvan en hoe er actueel naar gekeken wordt. Dit alles wordt bezongen in de meest hilarische liedjes (bv. in een operalied over de homo-app Grindr).

Nough-tea Alex

Het eerder gekozen woord ‘ensemble’ dekt niet helemaal de lading. De achtkoppige cast die zich schaart achter meesterbrein Klaasen, bestaat uit bekende acteurs (Freek Bartels, Daniël Cornelissen en Jip Smit) en aanstormende talenten (Jolijn Henneman, Roman Brasser, Kiefer Zwart, Stef van Gelder en Cripta Scheepers). Zij draaien mee in dit rariteitencircus alsof dit soort uitdagend vreemde rollen op hun lijf geschreven zijn. Bovendien zijn de dansjes aanstekelijk, de pastelkleurige pakken prachtig en de attributen zijn bijzonder multifunctioneel vormgegeven (wat het lachsalvo vanuit de zaal extra doet oplaaien). Er zijn twee zaken die boven dit alles uitsteken: het razendsnelle tempo waarin de scènes elkaar afwisselen en de teksten van de liedjes. Deze maken dat je op de terugweg naar huis de meest onlogische zinnen probeert op te halen uit je herinneringen en tot de slotsom komt dat de liedjes zijn geënt op al bestaande liedjes (bv. van ABBA).

De voorstelling is opgedeeld in twee duidelijke delen, waarbij de vervormde bestaande liedjes vooral in het eerste deel voorkomen. Het eerste deel tot aan de pauze bestaat uit een snelle afwisseling van genres. In het tweede deel lijkt een grote droom van Klaasen werkelijkheid te worden: opgedirkt in een flamboyante jurk met pailletten, draagt hij een blonde pruik met krullende lokken en is hij opgetut met een lading make-up. In het tweede deel brengt hij een ode aan alle vrouwelijke supersterren van weleer (o.a. Liza Minelli en Judy Garland), omdat ‘alle goede nummers voor vrouwen geschreven zijn’. Dit tweede deel is persoonlijker van aard en hierin wordt meer over Klaasen als artiest opgemerkt – met de nodige dosis zelfspot uiteraard (‘Hoe drinkt Barbra Streisand haar tea? Nough-tea? Hones-tea?’).

De voorstelling Showponies is niet voor tere zieltjes. Zoals al uit de poster van deze voorstelling blijkt: het is allemaal reuzeflauw. Wie naar deze voorstelling gaat, moet geen equivalent van de 19e-eeuwse variété programma’s uit Frankrijk verwachten, maar eerder een over de top gelijkenis met revues als die van André van Duin. Eén waarin humor centraal staat en dit zowel middel als doel van de voorstelling is. Voorwaarde is dat je Alex Klaasen van tevoren moet omarmen: om zijn genialiteit en zijn artisticiteit, maar bovenal om zijn zelfspot. Mocht daarvan nu nog geen sprake zijn: deze voorstelling verlaat je niet zonder kriebelende gevoelens in je buik voor Klaasen.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Onmogelijke codes kraken met KASSETT

recensie: mc KASSETT - KRAAK

Je moet het maar durven: een voorstelling maken over het antwoord op alles. Ambitie kan ze niet worden ontzegd, de performers van KASSETT. Voor KRAAK liet het muziektheatercollectief zich inspireren door het Voynichmanuscript, een ‘tekst’ uit 1500 die tot op heden niemand heeft kunnen ontcijferen. Maar Oukje den Hollander en Michaël Bloos hebben de code gekraakt, zo laten ze ons vol trots weten. Zij hebben een geheim wapen, één waar de geleerden voor hen niet aan hadden gedacht: de muziek

Hoe gaan ze de code kraken met muziek? Hoe kan je cryptografie vertalen naar muziektheater? Terwijl iconen uit het manuscript op een dia vergroot worden, zingt Den Hollander liederen die op de beelden geïnspireerd lijken te zijn. Het toneelbeeld lijkt recht uit een roman van Dan Brown te komen. We zien een houten constructie, die zich als een spin uitstrekt over drie eilanden met violen, keyboards en trommels. Met de juiste aansturing beginnen de mechanieken te draaien, en ontstaat er een bizarre symfonie. Er is geen touw vast te knopen aan wat we horen, maar het beeld dat is ontstaan intrigeert.

Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen

Naast muziek en theater is filosofie een speerpunt waar KASSETT theater mee maakt. Die filosofische inslag krijgt in KRAAK de gestalte van taalfilosoof Ludwig Wittgenstein, die met zijn Tractatus Logico-Philosophicus zeven stellingen opwierp over een zinvolle toepassing van taal. Bloos en Den Hollander leiden ons door de stellingen, om uit te komen bij de meest bekende: ‘waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen’. Wittgenstein verwijst naar de grenzen van de taal, het manuscript belooft ons een taal die alles oplost. Halverwege de voorstelling speelt Bloos Wittgenstein zelf, en krijgen we meer te weten over zijn eenzaamheid en de tragische historie van zijn gezin. Het zijn mooi geschreven scenes, maar het wordt niet evident wat de meerwaarde voor de gehele performance is. Het is eerder het gedachtegoed dan de biografie van Wittgenstein die de link vormt met het kraken van de code, en het bereiken van een universele taal.

Muziektheaterexperiment

Wittgensteins gedachtegoed is bovendien nogal taaie materie, waardoor de performance bij vlagen te veel een college wordt. Dat is jammer, aangezien juist het onredelijke de grote troef is die Kassett in huis heeft. Zij kunnen de code kraken door het te vertalen naar iets ongrijpbaars als muziek, maar lijken uiteindelijk toch voor een meer verstandelijke benadering te gaan. Desondanks is KRAAK een interessant muziektheaterexperiment dat naar meer smaakt.

Reageer op dit artikel