Tag Archief van: recensie

Theater / Voorstelling

Luchtige en hemelse musical

recensie: Nonsens de musical
Nonsens_Pretpakhuis_scenefoto's_AVfotoreportages_8AV fotoreportages

Een musical over nonnen. Veel mensen denken dan aan Sister Act, maar die was vorig theaterseizoen al te zien. Nu reist er een echte musicalkomedie door het land met alleen maar nonnen op het podium: Nonsens de musical.

Oorspronkelijk is de show een off-Broadway musical van Dan Goggin uit 1985 en was al eerder in Nederland te zien in 2016. Het Pretpakhuis brengt dit theaterseizoen een moderne Nederlandse versie van Nonsense op het toneel.

Benefietconcert

Het noodlot heeft toegeslagen in het klooster: na het eten van bedorven soep zijn er 52 nonnen overleden. Het grootste deel van de zusters is begraven, maar voor de laatste drie begrafenissen was geen geld. De hoofdzuster (Mylène d’Anjou) heeft het geld aan ‘belangrijkere’ zaken besteed, zoals een abonnement op een streamingdienst. Hierdoor liggen de laatste drie zusters nog in de vriezer. De overgebleven vijf nonnen van het klooster organiseren een benefietconcert om geld op te halen voor de laatste drie begrafenissen.

Nonsens de musical laat dit benefietconcert, en alles wat er in de coulissen gebeurt tijdens het concert, zien. Het benefietconcert verloopt uiteraard niet vlekkeloos. Zuster Amnesia (Linda Verstraten) vergeet steeds wat ze moet doen, vlogger-non (Lisanne Dijkstra) mag van de hoofdzuster haar nummer niet zingen en zo blijft er van alles misgaan.

Luchtig en simpel

De musical is eigenlijk een reeks korte sketches achter elkaar geplakt en met de rode draad van het benefietconcert aan elkaar verbonden. Het is simpel, maar werkt goed. Nonsens gaat van de ene grap naar de andere (soms flauwe) grap: van woordspelingen, naar foute grappen, publieksparticipatie, grappige liedjes en verwijzingen naar de actualiteit.

Het is een kleine musical met slechts vijf acteurs en alle vijf de nonnen zijn erg grappig. Mylène d’Anjou valt extra op door haar goede komische timing. Als de hoofdzusters per ongeluk stoned wordt, ontstaat er bijvoorbeeld een hilarische scène. Daarnaast valt Ger Otte op, die erg jaloers is als nét-niet-hoofdzuster en met een enkele blik de zaal aan het lachen krijgt.

Er zitten veel knipogen in de musical, zo worden twee van de nonnen gespeeld door mannen (Ger Otte en Christaan Schreuder) en zingt de non die vlogt, Lisanne Dijkstra, over influencers, terwijl de actrice zelf ook tiktokster is. Bovendien mag het publiek regelmatig meedoen, bijvoorbeeld met de quiz van zuster Amnesia en ook op andere momenten is er publieksparticipatie.

De vertaling van Jon van Eerd is dan ook goed gevonden, met allerlei verwijzingen naar de actualiteit bijvoorbeeld naar The Voice of VI. Nonsens zorgt voor veel gelach. De ene grap werkt wat beter dan de andere natuurlijk, maar het is echt een musical die je de buitenwereld even laat vergeten.

De humor staat centraal in deze musical, maar natuurlijk wordt er veel in gezongen en de nummers zijn ook echt een feestje. Kortom, Nonsens is een echte musicalkomedie voor wie een luchtige en vrolijke avond uit wil.

Theater / Voorstelling

Luchtige en hemelse musical

recensie: Nonsens de musical
Nonsens_Pretpakhuis_scenefoto's_AVfotoreportages_8AV fotoreportages

Een musical over nonnen. Veel mensen denken dan aan Sister Act, maar die was vorig theaterseizoen al te zien. Nu reist er een echte musicalkomedie door het land met alleen maar nonnen op het podium: Nonsens de musical.

Oorspronkelijk is de show een off-Broadway musical van Dan Goggin uit 1985 en was al eerder in Nederland te zien in 2016. Het Pretpakhuis brengt dit theaterseizoen een moderne Nederlandse versie van Nonsense op het toneel.

Benefietconcert

Het noodlot heeft toegeslagen in het klooster: na het eten van bedorven soep zijn er 52 nonnen overleden. Het grootste deel van de zusters is begraven, maar voor de laatste drie begrafenissen was geen geld. De hoofdzuster (Mylène d’Anjou) heeft het geld aan ‘belangrijkere’ zaken besteed, zoals een abonnement op een streamingdienst. Hierdoor liggen de laatste drie zusters nog in de vriezer. De overgebleven vijf nonnen van het klooster organiseren een benefietconcert om geld op te halen voor de laatste drie begrafenissen.

Nonsens de musical laat dit benefietconcert, en alles wat er in de coulissen gebeurt tijdens het concert, zien. Het benefietconcert verloopt uiteraard niet vlekkeloos. Zuster Amnesia (Linda Verstraten) vergeet steeds wat ze moet doen, vlogger-non (Lisanne Dijkstra) mag van de hoofdzuster haar nummer niet zingen en zo blijft er van alles misgaan.

Luchtig en simpel

De musical is eigenlijk een reeks korte sketches achter elkaar geplakt en met de rode draad van het benefietconcert aan elkaar verbonden. Het is simpel, maar werkt goed. Nonsens gaat van de ene grap naar de andere (soms flauwe) grap: van woordspelingen, naar foute grappen, publieksparticipatie, grappige liedjes en verwijzingen naar de actualiteit.

Het is een kleine musical met slechts vijf acteurs en alle vijf de nonnen zijn erg grappig. Mylène d’Anjou valt extra op door haar goede komische timing. Als de hoofdzusters per ongeluk stoned wordt, ontstaat er bijvoorbeeld een hilarische scène. Daarnaast valt Ger Otte op, die erg jaloers is als nét-niet-hoofdzuster en met een enkele blik de zaal aan het lachen krijgt.

Er zitten veel knipogen in de musical, zo worden twee van de nonnen gespeeld door mannen (Ger Otte en Christaan Schreuder) en zingt de non die vlogt, Lisanne Dijkstra, over influencers, terwijl de actrice zelf ook tiktokster is. Bovendien mag het publiek regelmatig meedoen, bijvoorbeeld met de quiz van zuster Amnesia en ook op andere momenten is er publieksparticipatie.

De vertaling van Jon van Eerd is dan ook goed gevonden, met allerlei verwijzingen naar de actualiteit bijvoorbeeld naar The Voice of VI. Nonsens zorgt voor veel gelach. De ene grap werkt wat beter dan de andere natuurlijk, maar het is echt een musical die je de buitenwereld even laat vergeten.

De humor staat centraal in deze musical, maar natuurlijk wordt er veel in gezongen en de nummers zijn ook echt een feestje. Kortom, Nonsens is een echte musicalkomedie voor wie een luchtige en vrolijke avond uit wil.

Theater / Voorstelling

Zingend strijden voor het Vaderland

recensie: Willem van Oranje de musical
Scenefoto Willem van Oranje_3 (c) Danny KaanDanny Kaan

Hoe vertel je het verhaal van de Vader des Vaderlands Willem van Oranje? Al meer dan 10 jaar hebben de makers van Willem van Oranje de musical zich beziggehouden met deze vraag. Het maakproces ging niet zonder enige strubbelingen, die regelmatig ook het nieuws behaalden, maar nu is de musical er eindelijk. En hoe. Willem van Oranje de musical staat sinds februari 2026 in het speciaal voor de show gebouwde Prinsentheater in Delft.

Willem van Oranje werd vermoord in Delft, zo leert elke Nederlander tijdens de geschiedenisles. Goede aanleiding om juist daar, aan de rand van Delft, het nieuwe Prinsentheater te bouwen, speciaal voor de musical. Willem van Oranje de musical heeft namelijk een eigen theater nodig, omdat de zaal 360 graden draait en het theater eigenlijk om de set heen is gebouwd. Een techniek vergelijkbaar met de theater Hangaar van Soldaat van oranje, die diezelfde regisseur, Theu Boermans, ook nu toepast.

Een geschiedenisles

De geschiedenisles begint bij keizer Karel V die zijn zoon Filips II kroont. Filips II’s (Roben Mitchell) ego blijkt gekrenkt door Willem van Nassau (Joris Smit), omdat Willem de favoriet is van zijn vader Karel V. De nieuwe streng katholieke koning onderdrukt de Nederlanden met vervolgingen van protestanten en uiteindelijk breekt de Tachtigjarige Oorlog uit. Verschillende veldslagen komen voorbij, de beeldenstorm, het Leids Ontzet, de Acte van Verlatinghe. Tussen alle veldslagen en het politieke gekonkel met de Hertogin van Parma, de Hertog van Alva, de koning zelf en het bestuurlijke systeem van de Nederlanden, zien we ook een stuk van het liefdesleven van Willem van Oranje. Van politieke huwelijken, overlijdens en affaires.

De musical is een lange geschiedenisles van 3,5 uur met veel historische informatie, maar weinig drama. Ondanks dat de musical echt wel ingekort had kunnen worden, verveelt de show nooit. Er is altijd veel te zien en alles gaat vlot door. Toch rijst na de eerste akte de vraag: ‘Is Willem echt zo’n passieve lafaard?’ Gelukkig onderneemt hij iets meer actie in de tweede akte.

Visueel spektakel

Willem van Oranje de musical is echt een show waarbij het publiek zijn ogen uit kijkt. Een draaiend theater, videobeelden en een groots decor samen gecombineerd zorgen voor een waar visueel spektakel. De theaterzaal waar het publiek in zit draait rond, vergelijkbaar met Soldaat van Oranje, waardoor er verschillende sets zijn die men ziet: van troonzaal tot kerk, bar, binnenplaats en slagveld. Bovendien wordt alles ondersteund door mooie videobeelden op de achtergrond of tijdens het draaien van de zaal. Zo zien we regelmatig een landkaart die reizen en veroveringen aangeeft en zien we ridders te paard op video, die afstappen en zo het toneel op lopen.

In de show ligt de nadruk echt op het vertellen van het verhaal met visueel spektakel. Een geschiedenisles die je meebeleeft. De musical vat het in het programmaboekje samen als ‘Zijn leven. Zijn strijd. Ons verhaal.’ Toch voelt de musical meer als een mooie geschiedenisles, het verhaal van Nederland, dan een kijkje in het leven van Willem van Oranje zelf. Je leert de stadhouder niet echt kennen, er zijn weinig emoties of persoonlijk drama te zien, zoals vaak wel het geval is in het medium musical. Vooral in de eerste akte is Willem een passief personage en komt hij pas echt tot actie na de pauze. Willem van Oranje blijkt een saaie politicus die iedereen te vriend wil houden en je ziet weinig emotie over zijn relatieperikelen.

De cast weet zich goed staande te houden tussen al het visuele spektakel. Er wordt goed geacteerd en gezongen, als is er geen enkel lied dat echt blijft hangen. Daarvoor moet je de musical vaker zien. Joris Smit speelt een rustige Willem van Oranje, Roben Mitchell zorgt als Filips II voor een vleugje humor en Matteo van der Grijn maakt indruk als de strijdlustige Lumey. De show heeft een zeer grote cast met ook veel figuranten in het ensemble, om zo de historische scènes geloofwaardig te spelen.

Kortom, Willem van Oranje is een grootse lange geschiedenisles vol spektakel. Een lange musical die wat zitvlees vergt, maar zeker niet verveelt.

Muziek / Interview
special: Recensie Human / Colors (25th Anniversary Edition) + interview SPOOK
SPOOK - Humanomslag

Terugkeren en jubileren

De band SPOOK is terug! Marijn Ooijman keert met Human terug naar waar hij vijfentwintig jaar geleden met Colors het bedje spreidde. Met dezelfde mix van rock, pop, jazz en blues weet SPOOK andermaal een album te presenteren dat nog lang gekoesterd mag worden. Met de release van het tweede album Human is het meteen tijd voor het zilveren jubileum van het debuutalbum.

De mix van diverse stijlen maakt het moeilijk om SPOOK in een muzikaal hokje te stoppen. Misschien is dat dan wel meteen de kracht van deze band. Want deze dwarsheid door allerlei stijlen heen maakt dat het album Human met regelmaat zal blijven klinken.

Human

Zelf noemt singer-songwriter en leider van de band SPOOK Marijn Ooijman zijn muziek ‘genuine jazz infused poprock’. Dat lezen we op zijn website, die naast het album Human ook reclame maakt voor zijn theatertour: Het SPOOK genaamd AMBITIE.

Het is net of de tijd heeft stilgestaan als je naar het nieuwste album van de band luistert. Stil, omdat de stijl van het debuut doorklinkt in het nieuwe album. Het vergt een aantal luisterbeurten om de schoonheid van alle liedjes te ontdekken en alle lagen van het album te ontrafelen. De stem van Ooijman is je baken in deze ontdekkingsreis. Als je graag een album luistert dat één stijl borgt, ben je bij SPOOK aan het verkeerde adres. Maar wie graag op reis genomen wordt door een landschap of amalgaam van stijlen, kan zich helemaal thuis voelen bij Human.

Het album pakt je bij je lurven en brengt je terug naar waar SPOOK sterk in is: fijn subtiel elektrisch gitaarwerk, een kristalheldere stem die een tekst zingt die ook ergens over gaat. Ooijman vertelt waarom en hoe hij mens is met alles wat hem bezighoudt. Ook hier is natuurlijk de liefde niet ver weg, zoals dat bij het leven hoort. De eerste single ‘Movie Girl‘ van Human verscheen al in juli vorig jaar. Een vrolijk liedje dat sterk het UK-popbandgevoel in zich heeft. De release van het album zelf was op 17 januari 2026.

Een van de liedjes die in je hoofd zal gaan zitten is ‘Dance For Me Now’, dat ergens huist tussen een popballad en jazzswinger. Het is een regelrecht liefdesliedje. Op het daaropvolgende ‘Straight To Hell’ krijgen we een heel andere signatuur, waarin we zelfs een trombone horen in een schijnbare livesetting aan het einde van de compositie.

‘Dreamin’ Flow’ sluit het album af als een soort modern slaapliedje en nodigt je uit om de slaap te nemen en je klaar te maken voor de morgen. Laat je niet voor lang in slaap wiegen door SPOOK, maar druk op play om nogmaals dit wonderschone album te luisteren. Of stond je speler al op repeat?

Colors

Ook het zilveren debuutalbum Colors werd 25 jaar geleden voorafgegaan door de single ‘To Be Me‘ met op de flipside een akoestische versie van het liedje. Dit is de bonustrack van de jubileumeditie van het album, die geremasterd is door Big Bo Brocken. Voor fans van destijds twee redenen om opnieuw een aanschaf te overwegen. Wie voor het eerst van SPOOK hoort, doet er goed aan om na een paar luisterbeurten van de nieuweling meteen ook het debuut aan de verzameling toe te voegen. Dan kun je dubbel genieten van wat Ooijman je te bieden heeft.

Waarom 25 jaar wachten?

Echt zware kost hoeven we van SPOOK niet te verwachten als we de instrumentale omlijsting van de liedjes beschouwen. Alle liedjes lenen zich prima voor een bandbenadering, maar blijven ook akoestisch overeind. Wie dieper luistert naar de teksten van Ooijman zal zich verbazen over de diepgang die je daarin aantreft. Al met al is de muziek van SPOOK een enerverende luisterervaring. De kristalheldere productie van Big Bo Brocken en ook de remastering maken die luisterervaring compleet. Geen spierballenblues, rock of jazz. Muziek die uitnodigt om echt te luisteren en te beleven.

We vragen Marijn naar zijn muzikale reis van de afgelopen jaren en het nieuwe album.

Waarom duurde het 25 jaar?

‘Omdat we in 2008/2009 uit elkaar gingen en ieder een eigen weg insloeg op muzikaal gebied. Vijf jaar geleden kwamen gitarist Jeffrey en ik elkaar weer tegen en zijn we onze oude liedjes samen akoestisch gaan spelen. En van het een kwam het ander. We zijn nooit gestopt met muziek maken, hoor. Alleen in andere genres. En we zijn ook altijd liedjes blijven schrijven en die staan nu gedeeltelijk op Human. Er is meer in de maak.’ In de tussentijd heeft Marijn blues en Southern Rock gespeeld en is hij op pad geweest als tourmanager voor onder anderen Michael Dotson, Kyla Brox, Lance Lopez, Timo Gross, Steve Conte en vele anderen.

Wat maakt dat je nu weer een album als Human wilde uitbrengen?

‘Vooral het feit dat ik verder moet met het schrijven van liedjes en dat betekent dat de liedjes in mijn hoofd vastgelegd moeten worden om ruimte te creëren.’

Vanwaar de samenwerking met Bo?

‘Bo is een van mijn beste vrienden, al jaren, en heel af en toe hielp ik hem in zijn studio met wat hand- en spandiensten tijdens de verbouwing. Ik zag hoe gepassioneerd hij bezig was en hoe hij alles in zijn hoofd had. Het is exact zo geworden zoals hij geschetst had. Bo is een echte vakman die ieders muzikale wensen en ideeën in hun waarde laat. En het beste uit de artiest en uit de liedjes haalt tijdens de opnames en tijdens het mixproces. Alles kan bij Bo. Analoog, digitaal, hij heeft alles in huis en is gek op vintage.’

Moeten we nu weer 25 jaar wachten?

‘Nee, zeker niet. Ik heb alweer het een en ander klaarliggen, maar alles valt of staat met het financiële plaatje, dus we hopen dat de plaat Human goed gaat lopen. Via alle gerenommeerde platenwinkels is alles te bestellen/te koop: Human op cd en vinyl en Colors 25th Anniversary op cd.’

Waarom moeten we naar het theater komen?

‘Allereerst alleen al voor de muziek, maar zeker ook voor het verhaal. Het verhaal van iemand wiens ambitie hem in trouble brengt, hem vooruit stuwt, hem rare dingen laat doen en hem ook hele mooie dingen laat doen, waarover hijzelf enorm twijfelt. Een verhaal over een levensloop, over keuzes maken, over je minderwaardig voelen, over jeugd en opvoeding en over het zijn wie je bent en daarmee om durven/moeten gaan. De liedjes en beelden geven de nodige diepte en inkijkjes in zijn leven.’

Film / Films

De waardigheid van een invalide

recensie: Joe Speedboot – Sam de Jong
Joe-Speedboot_st_5_jpg_sd-highFilmdepot

Aan het verstand van Fransje mankeert niets. Omdat hij in een rolstoel zit en ook niet kan praten, behandelt iedereen in het dorp hem echter als een kleuter. Maar vanaf het moment dat nieuwkomer Joe Speedboot ten tonele verschijnt, gaat in Fransjes leven de zon schijnen.

‘Er wordt gezegd dat de samoerai een tweevoudige weg heeft, van het penseel en het zwaard’, aldus het geschreven motto aan het begin van Joe Speedboot. De spreuk is ontleend aan de zeventiende-eeuwse Japanse samoerai en filosoof Miyamoto Musashi. De pen staat dan voor cultuur, het zwaard staat voor de strijd. Voor de invalide hoofdpersoon Fransje Hermans wordt dit motto de werkelijkheid: hij kan goed schrijven, maar hij blijkt ook uit te blinken in de merkwaardige sport armworstelen.

Dagboek

De middelbare scholier Fransje (Daan Buringa) zit sinds een onzinnig ongeluk in een rolstoel. Na veel oefenen kan hij wel zijn armen en handen gebruiken, maar hij kan niet praten. Schrijven kan hij daarentegen als de beste: hij schrijft het ene na het andere dagboek vol met eigen overpeinzingen en met alles wat er gebeurt in zijn (fictieve) dorp Lomark.

Fransje is erg intelligent, zijn hersenen zijn door het ongeluk niet geraakt. Helaas groeit hij op in het kansloze gezin van een autosloper, met een onbruikbare broer (Chris Peters). Zijn ouders (Janni Goslinga en Rogier Schippers), onervaren in dit soort tegenslag, proberen in hun onmacht de gehandicapte zoon het gevoel te geven dat hij nuttig is.

In zijn waarde

Maar het licht gaat bij Fransje pas aan als de onaangepaste, creatieve, goedlachse Joe Speedboot ten tonele verschijnt. Joe neemt Fransje als eerste serieus, laat hem in zijn waarde en kan Frans’ gezelschap waarderen. Wanneer blijkt dat Fransje door al het rijden met de rolstoel en door zijn taak in de autosloperij een ijzersterke rechterarm heeft ontwikkeld, bedenkt Joe dat Fransje wel kan gaan meedoen aan wedstrijden armworstelen, waarbij stevig wordt gegokt.

Succesroman

Het verhaal kent een onderstroom van lichtvoetig gebrachte filosofie, leunend op de eerdergenoemde Miyamoto Musashi. Die komt ook aan de orde in Joe Speedboot (2005), de meeslepende en hilarische succesroman van Tommy Wieringa die aan de film ten grondslag ligt. Het is niet verstandig de vergelijking met het boek ver door te voeren. De plot is onvermijdelijk flink ingedikt en er zijn stevige elementen weggelaten.
Knap is dat het scenario van Jan Eilander en Daniël Samkalden de essentie van het coming-of-age verhaal desondanks overeind laat. Zij hebben het verhaal van Tommy Wieringa meer dan verdienstelijk omgezet in een filmscript. Het script laat het oorspronkelijke verhaal intact, en het nodigt de kijker uit mee te gaan in het wel en wee van Fransje.

Uiteraard zijn daartoe aanpassingen gedaan. De meest opvallende is die van de verteller: de stem van vriendin PJ (spreek uit: PieDjé) vertelt in de voice-over het verhaal van Fransje. Aan het einde van de film blijkt waarom, dat moeten we hier niet verklappen.

Waagstuk

Regisseur Sam de Jong heeft een flinke dobber gehad aan de verfilming van de roman van Wieringa. Het boek wordt beschouwd als een moderne klassieker, het is per definitie een waagstuk dat te willen verfilmen. De Jongs filmplannen lagen er sinds 2021, de opnames startten begin mei 2024. De film is er nu, bijna twee jaar later. Een van de tegenvallers was dat hoofdspeler Daan Buringa een arm brak, waardoor de opnames moesten worden stilgelegd.

Geestig

Deze verfilming is het wachten waard. Het is een fijne, geestige film geworden. Belangrijk voor dat succes zijn de drie hoofdrolspelers: Tobias Kersloot als Joe Speedboot, Daan Buringa als Fransje, en QiQi van Boheemen als PJ. Drie sterke jonge acteurs die ervoor zorgen dat we dit verhaal geloven. Vooral de charismatische Tobias Kersloot (Joe) is een groot talent. Daan Buringa moet het als zwijgende invalide voornamelijk hebben van zijn mimiek. Dat gaat hem behoorlijk goed af, Buringa heeft een heel scala aan gelaatsuitdrukkingen in zijn mars.

Voorts valt Chris Peters op, als Fransjes lamlendige broer Dirk. Peters mag lekker vet een sukkel spelen, met als gevolg dat we serieus medelijden krijgen met het feit dat Fransje het van deze grote broer moet hebben voor het vertier in zijn leven.

Ongezelligheid

Dit alles tegen de achtergrond van een landschap dat afwisselend boerenland, industrie en rivieren laat zien. Veel ongezelligheid: Nederland biedt geen herbergzame aanblik in deze film.
In de score zorgt een wisselwerking van Hollandse smartlappen, gabberhouse, house en zachte singer/songwritermuziek (we zien Froukje!) voor commentaar op de locaties waar we zijn. Dit alles dient ter ondersteuning van de ontwikkeling die de personages doormaken: van verwarde, dorpse pubers bij wie langzaam enig besef ontstaat van wat ze willen, tot strijdvaardige jongvolwassenen. Joe Speedboot is een vrolijke, hoewel nogal dik aangezette, feelgoodfilm.

Kunst / Expo binnenland

Spel van lijnen en cirkels

recensie: De weg van het Penseel op papier en linnen – Anneke Schat
01 OnrustvlindersE*D.SIGN (Ester van Leuveren)

In de informatieve krant bij de tentoonstelling De weg van het Penseel op papier en linnen van Anneke Schat (1942-2024) in Museum Lunteren lezen we ‘dat Anneke zowel links- als rechtshandig’ was. Dat verklaart veel.

04 Vlinderen voor de Stèle

Anneke Schat, Vlinderen voor de Stèle

Neem het evenwicht in haar oeuvre: edelsmeedkunst, werk in staal en op papier of linnen. Evenwicht tussen gevoel en ratio, lege vlakken en zwarte inkt, orde en regelmaat. Telkens uitgaand van vormen uit de natuur. Op de grens van realisme en abstractie, met de nadruk op het laatste. Voorbeelden van zulke grenswerken zijn Monkeys on a string (1989), Heimwee naar het regenwoud (1996) en de vele vlinders. Leuk is dat kinderen op de tentoonstelling worden uitgenodigd om met vlindervormen aan de slag te gaan.

Anneke Schat-Portegijs

Anneke Schat is vooral als edelsmid bekend geworden, waarbij ze (nog zo’n kenmerk) van buiten naar binnen werkte, wat volgens een bijschrift staat voor optimisme. Net als het gebruik van de kleur geel.

Anneke Schat werd in 1942 in Amsterdam geboren. Zij kreeg haar opleiding aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (thans Gerrit Rietveld Academie). Hier volgde ze lessen bij Karel Niehorster (edelsmid) en Carel Kneulman (beeldhouwer). Deze opleiding rondde ze in 1964 af. In 1976 kwam zij op het spoor van de Japanse kalligrafie en nam les bij sensei (leraar) Hideko Satori (Tokio).
In 1980 verhuisde Schat naar het Gelderse Ede, pal bij Lunteren. Daar bereidde ze tal van tentoonstellingen voor, zoals in Laren, Amstelveen en Den Haag. In 2024 overleed zij.

05 Schaatsen in het regenwoud

Anneke Schat, Schaatsen in het regenwoud

Museum Lunteren

Op de benedenverdieping van de nieuwe vleugel van Museum Lunteren en in de Schatzaal op de eerste verdieping is haar werk te zien. Beneden zijn in twee vitrines onder meer zilveren miniaturen geëxposeerd. Boven onder andere foto’s van sieraden en van de Gouden Televizier-Ringen, die zij van 1975 tot 2020 ontwierp. In 2020 kwam zij tot een standaardvorm die bestaat uit drie delen van een cirkel, waarvan er eentje naar buiten keert.

Het accent van deze expositie ligt echter op Schats studie van de Japanse kalligrafie, inclusief enkele voorstudies voor haar werk op papier en linnen (Penseelstreken voor de Piramidaal, 1984). Ze werkte bijvoorbeeld met Chinese inkt (Samengebalde energie/Zon, wind en water, 2000), op Oeigoers Daphne-papier en met Schmincke-pigment.

03 Wilde cirkel

Anneke Schat, Wilde cirkel

Eigen beeldtaal en verwantschappen

In al haar kunst heeft zij een prachtige, herkenbare eigen beeldtaal ontwikkeld. Soms vermoed je een zekere verwantschap met het werk van bijvoorbeeld Sam Middleton (1927-2015) en Robert Zandvliet (1970). Middleton maakte net als Schat (Onrustige vlinder, 1991 en Zandoogjes, 1991) veelvuldig gebruik van cirkels. Middleton heeft overigens ook in Japan gewoond en daar ongetwijfeld kennisgemaakt met de Japanse kalligrafie die Schat zo boeide.
De kunstenares heeft met Zandvliet de verfstreektechniek en kleurschakeringen gemeen, onder meer in enkele grotere werken (120 x 100 cm) die in Lunteren worden getoond.

De eerdergenoemde krant bij deze expositie spreekt van ‘een unieke tentoonstelling (internationale allure)’. Los van het wat ronkende taalgebruik is het zeker een expositie die een tripje naar het Gelderse Lunteren meer dan de moeite waard maakt.

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Boeken / Fictie

Moord is bijzaak

recensie: Het onmogelijke fortuin – Richard Osman
Het onmogelijke fortuinbol.com

Na een zijsprong met de start van de reeks Voor al uw moordzaken én de verschijning van de verfilming van De moordclub (op donderdag) keert Richard Osman terug naar zijn bekendste personages. Het onmogelijke fortuin is alweer het vijfde deel in De moordclub (op donderdag)-reeks, waarin de hoogbejaarde speurneuzen zich ditmaal begeven in de wereld van cryptomunten, huurmoordenaars en autobommen.

Met De moordclub (op donderdag)-reeks geeft Osman het detectivegenre een eigen draai. Geen excentrieke rechercheurs, maar ouderen met een uit de hand gelopen hobby staan centraal. Dat is niet zomaar een gimmick: de boeken gaan juist over ouder worden, over onderschat worden ondanks een leven vol ervaring, over vriendschap, familiebanden en eenzaamheid. Osman weet deze thema’s licht te houden met humor en charme, zonder ze te bagatelliseren. Door de reeks heen zien we hoe de personages en hun onderlinge relaties zich blijven ontwikkelen. Bovendien werkt in dit vijfde deel een grote gebeurtenis uit het vierde deel van de reeks, De laatste duivel die sterft, nadrukkelijk door.

Tussen bitcoins en autobommen

De welbekende clubleden Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim treffen we op de bruiloft van Joyce’ dochter Joanna. Tussen het feestgedruis door wordt Elizabeth aangesproken door Nick Silver, een man die ervan overtuigd is dat iemand hem wil vermoorden. Hij heeft een autobom onder zijn wagen gevonden en denkt dat dit alles te maken heeft met een gigantisch bitcoinvermogen waar hij over beschikt. Wanneer Silver vervolgens spoorloos verdwijnt, maar wél verdachte berichten blijft sturen naar de bruidegom, is het nieuwe mysterie geboren. Toch blijkt al snel dat Het onmogelijke fortuin vooral níét draait om dat mysterie – en precies dat maakt dit boek zo geslaagd voor lezers die de eerdere delen kennen. Hoewel het verhaal op zichzelf te lezen is, mis je zonder voorkennis veel onderlinge grapjes, emotionele ontwikkelingen en betekenisvolle details. In een reeks waarin het leven naast moord en doodslag centraal staat, zijn juist die lagen onmisbaar.

Moord is slechts bijzaak

Hoewel ook dit deel weer een vernuftig opgebouwd mysterie bevat, lees je deze reeks niet voor de spanning rondom de antiek-oplichterijen, drugsdeals en spionagepraktijken. Je leest haar voor de personages. Het onmogelijke fortuin valt daarbij extra op, omdat het verhaal nog nadrukkelijker ruimte maakt voor alles náást het raadsel. Meer dan eens leren we over de levens van de clubleden, zeker nu er nieuwe perspectieven zijn toegevoegd, zoals die van Joyce’ dochter en Rons kleinzoon. Ook Connie krijgt eindelijk meer ruimte en laat zowaar verdere karakterontwikkeling zien. Waar Ron eerder soms wat naar de achtergrond leek te verdwijnen, krijgen hij, zijn kinderen en zijn kernprincipes hier meer aandacht – al is de aanleiding minder prettig. Met de introductie van nieuwe personages treden thema’s als rouw en eenzaamheid nog sterker op de voorgrond. Zoals Joyce in haar dagboek opmerkt: je hebt het nieuws, en je hebt het leven. Dit boek gaat dan ook niet echt over bommen en bitcoins, maar over eenzame mannen met te veel kattenbeeldjes en moedige vrouwen in lastige situaties.

Osmans superkracht is zijn humor en schrijfstijl, en waar die in de verfilming grotendeels ontbraken, keren ze in Het onmogelijke fortuin gelukkig volledig terug: heerlijk droog, scherp en bovenal herkenbaar Brits. Tegelijkertijd schuwt hij emoties niet en weet hij de ups en downs van het ouder worden raak te verwoorden, met een lach en een traan. Opvallend zijn deze keer de grappen die subtiel verwijzen naar de verfilming – zoals Ron die iedereen naar diens favoriete James Bond acteur vraagt. Die van hem is vanzelfsprekend de knappe acteur Pierce Brosnan, die geheel toevallig de rol van Ron op zich neemt in de verfilming. Deze knipogen werken het beste voor de lezers die zich al langer in de wereld van Coopers Chase begeven.

Het onmogelijke fortuin bewijst dat Osman zijn succesformule nog altijd beheerst: humor, charme, een goed doordacht mysterie, maar vooral oog voor het echte leven. Wie de eerdere delen heeft gelezen, krijgt hier een rijk en emotioneel vervolg voorgeschoteld en loopt zelfs de kans dat dit deel uitgroeit tot de favoriet van deze boekenreeks.

Muziek / Album

Ode aan Bohemen

recensie: Bohemian Legacy
trio 258perskit

Nee – het gaat niet om 50 jaar Bohemian Rhapsody, maar het draait op de nieuwe cd van Trio 258 om meer dan anderhalve eeuw Bohemian Legacy. Daarbij denk je als muziekliefhebber direct aan de zogeheten Nationale School, die in het toenmalige Tsjechoslowakije zijn opmars maakte. Met componisten als Smetana, Dvořák en Suk. Zij putten inspiratie uit de sages en volksmuziek van Bohemen.

Trio 258 bestaat uit Lestari Scholtes (piano), Eduardo Paredes Crespo (viool) en Leonard Besseling (cello). De naam van het trio verwijst naar Keizersgracht 258, waar ze tien jaar geleden voor het eerst samenkwamen en waar ook het atelier is gevestigd van vioolbouwer Matthieu Besseling, de bouwer van de cello van Leonard Besseling. De muziek die ze spelen omvat drie generaties: Smetana (1824-1884), Dvořák (1841-1904) en Suk (1874-1935).

Bedřich Smetana was eigenlijk de eerste componist die inspiratie putte uit Tsjechische thema’s, ritmes en melodieën. Hij werd vooral bekend door zijn symfonische gedicht De Moldau, dat de loop van deze rivier in muziek vangt. Zijn muziek was van grote invloed op die van de volgende componist, Antonín Dvořák, wellicht de beroemdste van de drie. Josef Suk ten slotte was weer een leerling én schoonzoon van Dvořák. Hij is de minst bekende en Trio 258 breekt terecht een lans voor zijn muziek.

Warmbloedige Smetana

De cd begint warmbloedig met het Pianotrio in g kleine terts opus 15 van Smetana, dat hij schreef na de dood van zijn dochter. Verschillende emoties wisselen elkaar af. Een lyrische cellomelodie, een vioolsolo in het hoge register van het instrument dat zingt als een leeuwerik in de lucht en een pianopartij waarin de pianiste stevig in de toetsen moet grijpen. De klopmotieven zou je enerzijds kunnen duiden als een hartslag en anderzijds ‘gewoon’ als de invloed van Beethoven, die er zich ook graag van bediende. Het Pianotrio is een verhaal dat spannend wordt verteld, om het even wat je er als luisteraar in hoort, want spelen kunnen ze, Trio 258!

Een lang en kort stuk

Waar Smetana het nog op drie delen hield, had Dvořák voor zijn Pianotrio nummer 3 in f kleine terts opus 65 vier delen nodig. Aan de ene kant zijn we met hem verder in de tijd opgeschoven, aan de andere kant horen we ook hier nog invloeden uit het (neo)classicisme van Beethoven en Brahms. Soms zelfs meer dan trekjes uit de Boheemse volksmuziek.

Tot slot klinkt de Elegie in Des grote terts, een kort werk van Josef Suk, zó kort (zo’n zes minuten) dat het een volledig deel van Smetana of Dvořák zou kunnen omspannen. Het is een ode aan Praag, met de wat melancholieke stemming die de stad kenmerkt. Met een nog kortere, hevige uitbarsting die even doet denken aan de muziek van de Roma uit die streek.

De retorische accenten die de leden van Trio 258 toepassen, laten duidelijk horen dat ze zich de (muzikale) taal van Bohemen eigen hebben gemaakt. Soms gelardeerd met een subtiel glijden (portamento) tussen de noten. En zó direct opgenomen, dat je soms de ademhaling van de musici kunt horen. Het is zo alsof je je in dezelfde kamer aan de Amsterdamse Keizersgracht bevindt, zeg maar.

Overigens debuteert het trio op 13 maart 2026 in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Ze spelen dan het Eerste trio van Franz Schubert en het op deze cd opgenomen Pianotrio in f kleine terts van Dvořák.

Kunst / Expo binnenland

Art She Crafted: tentoonstelling van vergeten vrouwen verdient een vervolg

recensie: Art She Crafted - Wereldmuseum Rotterdam
Vaas Shipibo gemeenschap Peru - Art She Crafted RotterdamTessa Vallinga

Bij binnenkomst in Art She Crafted in het Wereldmuseum Rotterdam is er geen inleiding in woorden, maar in aantallen. Op een curvevormige wand verschijnen in snel tempo portretten van vrouwen. Elke paar seconden een nieuw gezicht, een nieuwe naam. Kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) komt voorbij, maar ook Susanna Groeneweg (1875-1940) – het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer – en de Egyptische farao Hatsjepsoet (ca. 1507-1458 v.Chr.). Het tempo ligt te hoog om ze allemaal te onthouden. En dat is precies de boodschap: dit zijn er al veel, maar het zijn er nog veel meer.

Via een QR-code ontvouwt zich een digitaal archief met korte biografieën van vrouwen van invloed op kunst en cultuur. Niet altijd als maker, maar ook als opdrachtgever, beschermer, handelaar of kennisdrager. Dankzij hun positie binnen politiek, religie of economie konden zij artistieke productie mogelijk maken en vormgeven. Dat veel van deze namen nauwelijks bekend zijn, is geen toeval, maar het gevolg van hoe geschiedenis is opgeschreven. Die geschiedschrijving, zo maakt Art She Crafted duidelijk, kreeg in de negentiende eeuw vaste vorm. In die periode werd het idee van het mannelijke ‘genie’ gecanoniseerd. Vrouwen verdwenen uit beeld of werden gereduceerd tot rollen: muze, moeder, heilige of ‘vrouw van’. Niet omdat zij geen invloed hadden, maar omdat hun invloed niet paste binnen het dominante narratief. De tentoonstelling positioneert zich nadrukkelijk als correctie op die vertekening, en geeft belangrijke vrouwelijke makers van vandaag de dag een plek in de spotlight.

Vrouwen geven visuele kennis door

De ruimtelijke vormgeving ondersteunt dat streven. Je beweegt je door een soort zachte tunnel, waarin vitrages de wanden vormen en de chronologie bewust losgelaten is. Er zijn slechts twee globale categorieën: ‘Vrouwen uit de geschiedenis’ en ‘Vrouwen van nu’. Binnen die indeling lopen tijd, plaats en discipline door elkaar. Een geografische of hiërarchische ordening ontbreekt, en dat is een kracht. De vormgeving voorkomt zo de totstandkoming van een nieuwe canon en benadrukt verbanden over tijd en cultuur heen.

Zo vertelt een beschilderde aardewerken vaas uit de Shipibo-Conibo-cultuur in Peru over de centrale rol van vrouwen in het doorgeven van visuele kennis binnen gemeenschappen. Even verderop tonen videowerken van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat hoe fotografie en kalligrafie kunnen worden ingezet om de positie van vrouwen in Iran te bevragen. De kunstwerken in de tentoonstelling staan niet in dienst van een lineair verhaal, maar resoneren thematisch met elkaar.

Ook anonieme objecten krijgen nadrukkelijk ruimte. Een Chileense arpillera, een textielcollage gemaakt van reststoffen, toont het dagelijkse leven onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Armoede en onderdrukking zijn zichtbaar in huiselijke scènes. Het werk is niet gesigneerd, waarschijnlijk omdat het in het geheim werd vervaardigd. Juist die anonimiteit onderstreept de politieke lading ervan. Maaksterschap wordt hier niet opgevat als individuele roem, maar als noodzaak.

Vrouwelijke makers waren geen uitzondering

De tentoonstelling kaart halverwege een breder historisch kantelpunt aan. De late negentiende en vroege twintigste eeuw brengen wereldwijd nieuwe mogelijkheden door industrialisatie, fotografie, design en mode. Vrouwen treden zichtbaarder naar voren en claimen ruimte binnen disciplines die tot dan toe als ‘toegepast’ of ondergeschikt werden gezien. De Italiaans-Franse modeontwerper Elsa Schiaparelli is daarvan een bekend voorbeeld. Haar werk laat zien hoe mode zich kon ontwikkelen tot een volwaardige avant-gardistische kunstvorm. Tegelijkertijd maakt de tentoonstelling duidelijk dat zij geen uitzondering was, maar onderdeel van een bredere beweging vrouwelijke makers.

Een nieuwe renaissance

In de laatste zaal, uitgevoerd in warm okergeel, verschuift de focus naar hedendaagse makers. Werk van gevestigde namen, zoals de Iers-Britse ontwerper Simone Rocha, wordt getoond naast dat van jongere of minder institutioneel verankerde kunstenaars, zoals de Palestijnse schilder Malak Mattar, die haar werk onder meer via Etsy verkoopt. Het contrast is groot, maar niet ongemakkelijk. Het benadrukt dat zichtbaarheid, marktwaarde en artistieke relevantie niet samenvallen. De tentoonstelling concludeert dat deze vrouwen aan de vooravond staan van een nieuwe renaissance. Een waarin collectiviteit, ambacht en culturele uitwisseling centraal staan.

Art She Crafted eindigt met de stelling dat vrouwelijke invloed geen uitzondering was, maar een constante kracht in de vorming van kunst en cultuur. Die conclusie wordt overtuigend onderbouwd, zonder te vervallen in simplificatie of activistische retoriek. Het enige echte bezwaar tegen de tentoonstelling is haar omvang. De verhalen zijn rijk, de objecten gelaagd, maar de context blijft soms noodgedwongen beknopt. Juist daardoor wekt de tentoonstelling de wens naar meer verdieping. En dat is, in dit geval, een teken van succes.

Theater / Voorstelling

Wonderschone voorstelling van twee theatercoryfeeën

recensie: Liefdesbrieven – MORE Theater Producties
Liefdesbrieven_05_(c) Bram WillemsBram Willems

Als het balletje nou nét ietsje anders was gerold, waren Melissa en Andrew dan wel of niet voor elkaar bestemd geweest? Dat is de fascinerende vraag waarmee de toeschouwer achterblijft wanneer in Liefdesbrieven van MORE Theater Producties het doek valt.

Een lange tafel met daarop twee multomappen met teksten, en erachter twee stoelen. Op de grond markeert een rechthoek van witte lijnen de plek van de tafel. Méér dan deze sobere vormgeving (decor: Marc Heinz) hebben theatercoryfeeën Anne Wil Blankers en Hans Croiset niet tot hun beschikking; en meer hebben ze ook niet nodig voor hun Liefdesbrieven (1988). Regisseur Mark Rietman kiest voor een enscenering waarin de personages de brieven voorlezen. De brieven die zij zelf hebben geschreven, niet die van de ander.

Dat is niet zozeer een makkelijke keuze; de Amerikaanse toneelschrijver A.R. Gurney (1930-2017) reikt die optie zelf aan in zijn regieaanwijzingen. De aanpak levert een geestige, wonderschone voorstelling op.

Een leven lang

Melissa Gardner is een rijkeluiskind met een gouvernante en een butler. Andrew Ladd is van nederiger komaf, maar hij is wel mega-slim. Andrew – ‘Andy’ in het dagelijks gebruik – weet nog precies wanneer hij Melissa voor het eerst zag: in 1937, in de tweede klas. Het schooljongetje wil onmiddellijk met Melissa trouwen.
Deze kalverliefde resulteert niet in een huwelijk, maar wel in een leven lang brieven schrijven. De twee schrijven lang niet altijd liefdesbrieven, maar ze blijven wel met elkaar in contact, ongeacht de fysieke afstand die hen scheidt. De gestudeerde Andrew zit zelfs een tijd in Japan.

Emoties

Andy schrijft graag en goed, Melissa tekent liever. En terwijl de man uit het mindere milieu keurig blijft, is de gefortuneerde Melissa juist grof in de bek. Ze scheldt en vloekt op papier, het woord ‘klootzak’ ligt haar in de mond bestorven. We herkennen de meesterhand van regisseur Rietman, die feilloos intonatie en zinsmelodie inzet om emoties kracht bij te zetten.

Partners komen en gaan, minnaars komen en gaan, bij beiden. Op een of andere manier lopen ze elkaar in de liefde vooral nét mis. De twee zijn beurtelings verliefd op elkaar, maar zelden tegelijkertijd, waardoor er nooit een normale relatie ontstaat. Grappig is dat jaloezie op de partner die de ander dan wél heeft een belangrijke rol speelt.

Verknipte dialogen

De brieven vormen in dit stuk een soort aaneenschakeling van monologen, hoewel de personages wel degelijk expliciet op elkaars teksten reageren, waardoor een soort verknipte dialogen ontstaan. Razend knap is dat juist niet elke gebeurtenis, elk feit wordt uitgeschreven, maar dat de toehoorder niettemin volledig begrijpt wat er is gebeurd.

Sterk is de ontwikkeling die deze personages in de loop der tijden doormaken: Gurney krijgt het voor elkaar de toon van de brieven te laten groeien van kindertaal naar pubertaal naar volwassenentaal naar bejaardentaal. Van onhandig of kortaf naar gematigd en bedachtzaam. Gurney werd voor dit stuk genomineerd voor de Pulitzer Prize for Drama.

Loepzuiver

Je zou denken dat het voorlezen van een tekst een simpele opgave is, maar niets is minder waar. Anne Wil Blankers en Hans Croiset zetten loepzuiver en met gevoel voor detail personages neer die aan elkaar gewaagd zijn, of waarbij de een juist – tijdelijk – sterker is dan de ander. In feite hebben ze alleen hun stem, hun gezicht en hun handen om emoties neer te zetten, maar ze drukken zo alles uit: plezier, verdriet, boosheid, liefde. Een topprestatie.

Commentaar

Geestig en trefzeker is ook de manier waarop de acteurs uitdrukkelijk reageren wanneer de ander iets voorleest dat een reactie uitlokt: met een verbaasd gezicht, wegwerpgebaar, verontwaardiging, schouders optrekken, lachen, hoofdschudden. Zo geeft de een voortdurend commentaar op de brief die de ander ‘schrijft’.

Anne Wil Blankers speelde dit stuk in 2007 met Paul van Vliet, in de regie van Mette Bouhuijs. Van Vliet is ons in 2023 ontvallen; de kans om hem nog te zien is voorgoed verkeken. Blankers (1940) en Croiset (1935) zijn er nog, en hoe. Krachtig, geloofwaardig, geestig. Zij zijn gelukkig nog wel te zien, met deze geslaagde, indrukwekkende Liefdesbrieven.

Tekst: A.R. Gurney
Vertaling: Jan Donkers
Decor en licht: Marc Heinz
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij