Tag Archief van: recensie

Film / Films

Weinig kapot in The Smashing Machine

recensie: Benny Safdie - The Smashing Machine
Foto The Smashing Machine© Filmdepot

Na de doorbraak van de gebroeders Safdie met Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) – films die hen in één klap tot de meest veelbelovende jonge makers van het moment maakten – volgde een grote verrassing: het duo ging ieder zijn eigen weg. Toch is 2025 misschien wel hét jaar waarin alle ogen opnieuw op beide Safdies zijn gericht, met hun eerste soloprojecten: Josh met Marty Supreme later dit jaar, en Benny met The Smashing Machine.

Wie aan de films van de Safdies denkt, denkt aan stress, chaos en adrenaline – verhalen die je hartslag omhoogjagen. The Smashing Machine heeft daar niets van. De titel is ironisch: er wordt nauwelijks iets kapotgemaakt in Benny Safdies sportdrama. Geen spektakel, geen heroïek; deze film doet eerder denken aan Raging Bull dan aan Rocky – en zelfs dan gestript van bravoure en cinematische flair. Het mag duidelijk zijn dat Safdie iets nieuws probeert met zijn sport-biopic over MMA-legende Mark Kerr.

De ijsbergsla van Hollywood

Nog opvallender is de casting. Dwayne ‘The Rock’ Johnson – ooit doorgebroken als fenomeen in WWE en inmiddels uitgegroeid tot een van Hollywoods grootste sterren – koos het afgelopen decennium vooral voor rollen die draaiden om spiermassa en charisma, niet om nuance of kwetsbaarheid. Hij werd het gezicht van risicovrije blockbusters: een actieheld zonder persoonlijkheid die alle problemen moeiteloos oplost, met titels als Red Notice (2021), Red One (2024) en Fast X (2023). Rollen uit één mal gegoten, zonder uitdaging voor hem of de kijker. ‘The Rock’ begon een reputatie te krijgen als de ijsbergsla onder de filmsterren: immens populair, maar inhoudelijk neutraal en smaakloos. Juist daarom was de aankondiging dat hij de hoofdrol zou spelen in The Smashing Machine zo intrigerend: een rauwe, fysiek én emotioneel zware rol waarin hij bijna onherkenbaar is.

Transformatie

Johnson verdwijnt namelijk volledig in de rol van Mark Kerr, de MMA-legende die eind jaren negentig op het toppunt van zijn carrière stond, maar tegelijkertijd worstelde met pijnstillerverslaving en persoonlijke demonen. Voor deze rol onderging Johnson een radicale transformatie: dagelijks drie tot vier uur in de make-upstoel om Kerrs vermoeide, door het leven getekende gezicht te creëren. Hij werkte met een stemcoach om Kerrs zachte, bijna verlegen toon te vinden – een scherp contrast met zijn eigen bariton. ‘Ik was doodsbang’, gaf Johnson toe in interviews. Begrijpelijk, want Kerr is een complex personage dat in deze film tot het bot wordt ontleed door Safdie.

Kerr wordt neergezet als een gevoelige, bijna verlegen man, verscheurd tussen fysieke kracht en innerlijke onzekerheid. Emily Blunt speelt Dawn Staples, Kerrs vriendin, wiens aanwezigheid de spanning en intensiteit in de film brengt. Safdie geeft ons flarden van complexiteit – Dawn die balanceert tussen liefde, frustratie en zelfbehoud – maar die lagen worden nooit volledig opengevouwen. Daardoor voelt ze soms als de zoveelste ‘hysterische vrouw van’, een cliché dat we ook zagen bij Blunt in Oppenheimer. Toch is de chemie tussen Johnson en Blunt aanwezig, rauw en ongemakkelijk, alsof je naar een relatie kijkt die elk moment kan imploderen. Het is tegelijkertijd fascinerend én frustrerend: je mist het perspectief van Dawn, zeker in een film die pretendeert de mensen rond Kerr centraal te zetten.

Slice of life

Safdie kiest ervoor de film in een verité-stijl te filmen: realistisch, bijna documentair, met handheld camera’s en snelle zooms. Het voelt alsof we stiekem meekijken in Kerrs leven. Het verhaal omarmt realisme en laat weinig ruimte voor artificiële elementen: geen grote character arcs, geen bombastische climaxen, geen imponerende monologen. Het is een slice of life – en dat geeft de film charme.

Toch voelt The Smashing Machine soms meer als een experiment dan als een afgeronde film. Johnson worstelt om los te breken van zijn persona, Blunt vervalt toch in clichés en Safdie lijkt te zoeken naar vorm. Er borrelt creativiteit onder het oppervlak, maar die komt niet volledig tot uiting. Uiteindelijk is dit vooral een monument voor Mark Kerr en zijn leven – en een interessante, zij het onvolmaakte, stap in Benny Safdies carrière.

Film / Films

Weinig kapot in The Smashing Machine

recensie: Benny Safdie - The Smashing Machine
Foto The Smashing Machine© Filmdepot

Na de doorbraak van de gebroeders Safdie met Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) – films die hen in één klap tot de meest veelbelovende jonge makers van het moment maakten – volgde een grote verrassing: het duo ging ieder zijn eigen weg. Toch is 2025 misschien wel hét jaar waarin alle ogen opnieuw op beide Safdies zijn gericht, met hun eerste soloprojecten: Josh met Marty Supreme later dit jaar, en Benny met The Smashing Machine.

Wie aan de films van de Safdies denkt, denkt aan stress, chaos en adrenaline – verhalen die je hartslag omhoogjagen. The Smashing Machine heeft daar niets van. De titel is ironisch: er wordt nauwelijks iets kapotgemaakt in Benny Safdies sportdrama. Geen spektakel, geen heroïek; deze film doet eerder denken aan Raging Bull dan aan Rocky – en zelfs dan gestript van bravoure en cinematische flair. Het mag duidelijk zijn dat Safdie iets nieuws probeert met zijn sport-biopic over MMA-legende Mark Kerr.

De ijsbergsla van Hollywood

Nog opvallender is de casting. Dwayne ‘The Rock’ Johnson – ooit doorgebroken als fenomeen in WWE en inmiddels uitgegroeid tot een van Hollywoods grootste sterren – koos het afgelopen decennium vooral voor rollen die draaiden om spiermassa en charisma, niet om nuance of kwetsbaarheid. Hij werd het gezicht van risicovrije blockbusters: een actieheld zonder persoonlijkheid die alle problemen moeiteloos oplost, met titels als Red Notice (2021), Red One (2024) en Fast X (2023). Rollen uit één mal gegoten, zonder uitdaging voor hem of de kijker. ‘The Rock’ begon een reputatie te krijgen als de ijsbergsla onder de filmsterren: immens populair, maar inhoudelijk neutraal en smaakloos. Juist daarom was de aankondiging dat hij de hoofdrol zou spelen in The Smashing Machine zo intrigerend: een rauwe, fysiek én emotioneel zware rol waarin hij bijna onherkenbaar is.

Transformatie

Johnson verdwijnt namelijk volledig in de rol van Mark Kerr, de MMA-legende die eind jaren negentig op het toppunt van zijn carrière stond, maar tegelijkertijd worstelde met pijnstillerverslaving en persoonlijke demonen. Voor deze rol onderging Johnson een radicale transformatie: dagelijks drie tot vier uur in de make-upstoel om Kerrs vermoeide, door het leven getekende gezicht te creëren. Hij werkte met een stemcoach om Kerrs zachte, bijna verlegen toon te vinden – een scherp contrast met zijn eigen bariton. ‘Ik was doodsbang’, gaf Johnson toe in interviews. Begrijpelijk, want Kerr is een complex personage dat in deze film tot het bot wordt ontleed door Safdie.

Kerr wordt neergezet als een gevoelige, bijna verlegen man, verscheurd tussen fysieke kracht en innerlijke onzekerheid. Emily Blunt speelt Dawn Staples, Kerrs vriendin, wiens aanwezigheid de spanning en intensiteit in de film brengt. Safdie geeft ons flarden van complexiteit – Dawn die balanceert tussen liefde, frustratie en zelfbehoud – maar die lagen worden nooit volledig opengevouwen. Daardoor voelt ze soms als de zoveelste ‘hysterische vrouw van’, een cliché dat we ook zagen bij Blunt in Oppenheimer. Toch is de chemie tussen Johnson en Blunt aanwezig, rauw en ongemakkelijk, alsof je naar een relatie kijkt die elk moment kan imploderen. Het is tegelijkertijd fascinerend én frustrerend: je mist het perspectief van Dawn, zeker in een film die pretendeert de mensen rond Kerr centraal te zetten.

Slice of life

Safdie kiest ervoor de film in een verité-stijl te filmen: realistisch, bijna documentair, met handheld camera’s en snelle zooms. Het voelt alsof we stiekem meekijken in Kerrs leven. Het verhaal omarmt realisme en laat weinig ruimte voor artificiële elementen: geen grote character arcs, geen bombastische climaxen, geen imponerende monologen. Het is een slice of life – en dat geeft de film charme.

Toch voelt The Smashing Machine soms meer als een experiment dan als een afgeronde film. Johnson worstelt om los te breken van zijn persona, Blunt vervalt toch in clichés en Safdie lijkt te zoeken naar vorm. Er borrelt creativiteit onder het oppervlak, maar die komt niet volledig tot uiting. Uiteindelijk is dit vooral een monument voor Mark Kerr en zijn leven – en een interessante, zij het onvolmaakte, stap in Benny Safdies carrière.

Theater / Voorstelling

Hoe een tevreden burger tot een bange vluchteling verwordt

recensie: Prophet Song - ITA Ensemble/Mina Salehpour
Prophet Song © Andreas Schlager (13)Andreas Schlager

Hoe ontstaan vluchtelingen? Normale mensen die hun hele hebben en houden achterlaten in de hoop elders een nieuwe start te maken? Niet van de ene dag op de andere, in elk geval. De indrukwekkende voorstelling Prophet Song van ITA Ensemble laat het geleidelijke proces zien waarin een tevreden burger verandert in een angstige vluchteling.

Hoe reageren normale burgers wanneer de machthebbers zich opeens tegen hen keren? Bij de Ierse burgers in Prophet Song heerst eerst ongeloof: het zal zo’n vaart niet lopen, toch? Vervolgens zijn ze verontwaardigd: ja zeg, dat kan zomaar niet. Maar stukje bij beetje zet de neergang door, neemt rechteloosheid met bruut geweld de macht over en gaat de democratie ten onder. Het is niet moeilijk in Prophet Song alle hedendaagse oorlogen te zien, plus het regime van Donald Trump.

Noodwetvoorziening

In deze voorstelling van de Iraans-Duitse regisseur Mina Salehpour worden de burgers van Ierland overvallen door autoritaire machthebbers. Met een plots ingevoerde ‘noodwetvoorziening’ in de hand grijpen ze hard en redeloos in tegen burgers die hen onwelgevallig zijn. Na aanvankelijke verbazing en verontwaardiging om het rechteloze tekeergaan van agenten en soldaten, blijkt al snel dat tegenspraak, protesten of rechtszaken geen nut hebben.

Mannen worden zonder duidelijke aanklacht opgepakt. Vervolgens verdwijnen zij in het ondoorgrondelijke rechtssysteem – als er al sprake is van een rechtssysteem. Misschien komen ze nog ooit terug, misschien zijn ze ook al op dag één om het leven gebracht.

Onzichtbare baby

Zo wordt ook Larry (Sanne den Hartogh) opgepakt. Larry is de man van Eilish. Hij is voorzitter van de onderwijsvakbond en bereidt een staking voor. Reden om hem zonder pardon op te pakken. Net als een vriend, die al eerder in het gevang verdween.

Spil van de plot is vervolgens zijn echtgenote Eilish (Janni Goslinga), moeder van hun vier kinderen. De jongste is nog een baby. Eilish houdt baby Ben rechtop midden vóór haar lichaam vast. Met haar linkerhand ondersteunt ze het hoofdje, met de rechter de billetjes. Baby Ben is echter ‘onzichtbaar’: Goslinga draagt geen kind, geen pop, geen bundeltje doeken, maar een imaginair kind. Een baby is een symbool voor nieuw leven, voor de toekomst. In het onzichtbaar zijn van die baby kunnen we de twijfel zien aan de mogelijkheid van nieuw leven, aan de vraag of er wel sprake zal zijn van een toekomst.

Stapje voor stapje

Eilish gelooft niet in de plotselinge rechteloosheid. Ze gaat ervan uit dat haar man weer wordt vrijgelaten. Ze probeert ondertussen haar kinderen op koers te houden en voor haar dementerende vader (Gijs Scholten van Aschat) te zorgen. Heel langzaam, stapje voor stapje, na een reeks van nare incidenten, begint deze alledaagse vrouw in te zien dat er geen weg terug is, dat de situatie alleen maar erger zal worden.

Bewerkt boek

Prophet Song is een bewerking van het gelijknamige boek uit 2023 van de Ierse schrijver Paul Lynch. De internationaal vermaarde regisseur Mina Salehpour, als kind met haar ouders gevlucht uit Iran, bewerkte het boek samen met Lea Goebel tot een theatertekst.

Scenograaf Andrea Wagner geeft de spelers alleen een tafel, een stel sobere stoelen en een plastic teil als decor. Desondanks is de vormgeving groots, overweldigend, mede dankzij de subtiele belichting (lichtontwerp Mark Van Denesse) en een zeer zware, dreigende soundscape (componist Sandro Tajouri).
In het stuk volgen de gebeurtenissen elkaar in een razend tempo op, en Salehpour houdt er een moordend tempo in door de scènes bijna ongemerkt in elkaar te laten overvloeien. Daardoor vliegen de twee uur die de voorstelling duurt om.

Zwijgende massa

Mooie vondst is een soort klassiek Grieks ‘koor’ van figuranten op het podium. Nu eens lopen ze tussen de acteurs door, soms staan ze op een rij, of ze keren de spelers de rug toe. De figuranten symboliseren de zwijgende massa, de wereld die ziet hoe de ramp zich voltrekt, maar niet ingrijpt.

Salehpour heeft een hele roedel ijzersterke acteurs tot haar beschikking. Vooral Janni Goslinga als moeder Eilish levert een topprestatie. Goslinga staat feitelijk de volle twee uur in de schijnwerpers. We zien haar geleidelijk veranderen van liefdevol, vrolijk en strijdlustig in bang en wanhopig. Goslinga trekt alle registers van haar grote talent open, van lachend naar huilend, van beweeglijk naar stram.

Gijs Scholten van Aschat zet volkomen geloofwaardig en naturel een verwarde, eigenwijze dementerende vader neer. Jesse Mensah speelt oudste zoon Mark met toepasselijke bravoure, speels in stemgebruik en lichaamstaal. Maria Kraakman zet zo’n beetje alle vrouwenrollen neer, met groots gemak schakelend van personage naar personage.

Lichtvoetigheid

Opvallend is Roman Derwig als de speelse twaalfjarige zoon Bailey, en als een licht schmierende soldaat. Hij zet een mooie bokkige puber neer, en een irritante, spottende soldaat. Derwig speelde eerder dit jaar de titelrol in Hamlet bij Theater Rotterdam. Toen stond hij er vooral bij als een jammerende jongen, met hangende wenkbrauwen en een pruillip. In Prophet Song stuitert Derwig met jeugdige lichtvoetigheid over het podium.

De enige die niet goed uit de verf komt, is ‘Ntianu Stuger als dochter Molly. Stuger heeft zich de afgelopen jaren bewezen als groot talent, maar ze krijgt van Salehpour nauwelijks de ruimte om méér te doen dan het meisje nogal hangerig neerzetten.

Vreedzaam

De apocalyps waar de voorstelling op afstevent, is niet louter inktzwart. Er is een uitweg. Vluchtelingen zetten in een lange sliert koers naar de grens met een vreedzaam buurland. Misschien hebben ze tóch een toekomst.

Tekst: Paul Lynch
Bewerking: Mina Salehpour en Lea Goebel
Scenografie: Andrea Wagner
Componist: Sandro Tajouri
Lichtontwerp: Mark Van Denesse
Kostuumontwerp: Maria Anderski

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf

Theater / Voorstelling

Een feestje in het Land van Oz

recensie: The Wiz - Van Hoorne Studios
The Wizvan hoorne studios

Op de gele klinkerweg volgen we een swingende Dorothy, die samen met haar nieuwe vrienden op zoek is naar de tovenaar van Oz. The Wiz staat weer in de Nederlandse theaters en is dit keer een echte familiemusical voor het hele gezin.

Deze nieuwe versie van de familiemusical The Wiz komt precies op tijd, want de wereld is natuurlijk al in de ban van het Land van Oz door de succesvolle verfilming van Wicked. De musicalversie van The Wiz was in 2006 al te zien in Nederland door producent Stage Entertainment en dit Amerikaanse sprookje kun je ook kennen van de filmversie uit 1978 met Michael Jackson en Diana Ross of van The Wizard of Oz uit 1939 met Judy Garland.

Het Land van Oz

Van Hoorne Studios richt zich met deze versie van The Wiz op het hele gezin en aan het snelle tempo van de musical is dit ook echt te merken. Wat de producent vorig jaar succesvol met de musical Shrek deed, probeert de kinderentertainmentexpert nu met The Wiz. Al lijkt hun poging om van een bekende musical een familiemusical te maken dit keer iets minder geslaagd en voelt de show soms wat chaotisch en gehaast.

Dorothy (Mickey Vermeer) belandt in het Land van Oz en wil weer naar huis. Daarom gaat ze op zoek naar de tovenaar van Oz, die haar hierbij zou kunnen helpen. Onderweg raakt ze bevriend met een vogelverschrikker (Mitch Wolterink), blikkenman (Qshans Thode) en leeuw (Marcel Visscher), die ieder voor hun eigen problemen hulp gaan zoeken bij de tovenaar.

Vrolijk en swingendThe wiz

Deze show wordt opgevoerd door een sterke cast met veel jonge en oude musicalsterren. Het trio, vogelverschrikker, blikkenman, leeuw, zorgt echt voor een vrolijke noot en de nodige humor. Laffe Leeuw Marcel Visscher valt op door zijn humoristische oneliners gericht op volwassenen. Mickey Vermeers zang en acteerwerk zijn goed, maar als Dorothy valt ze soms wat weg in de chaos van de show. Heksen Linda Wagenmakers en Mariska van Kolck laten duidelijk zien dat zij niet voor niets al decennia in musicals spelen.

Vocaal is de musical sterk en als publiek kun je lekker mee swingen (zachtjes in je stoel weliswaar) op hits als ‘Nieuwe dag’ en ‘Ga nou maar gewoon’. Toch is de zang niet altijd goed te verstaan, maar dat lijkt eerder aan de techniek te liggen dan aan de articulatie van de acteurs. Bij ‘Geen gezeik’ zingt Linda Wagenmakers als gemene heks werkelijk de sterren van de hemel, zo hard soms dat veel niet te verstaan is. Hetzelfde fenomeen doet zich een paar nummers later voor bij een solo van Mickey Vermeer, die ondanks goede zang en articulatie nauwelijks te verstaan is.

Wat gehaast en chaotisch

the wizDe show wordt zeer vlot verteld en duurt een uur en driekwartier (inclusief pauze), wat voor een volwassene soms wat gehaast aanvoelt en voor menig kind juist vrij lang is. De musical is dus behoorlijk ingekort en de nummers volgen vrij snel achter elkaar. Hierdoor voelt het alsof er wat diepgang mist en dat het wel erg snel verteld moet worden. Ondanks dat blijft de boodschap van het verhaal wel fier overeind staan: wees jezelf en de kracht komt vanuit jezelf.

Af en toe is de show wat chaotisch, zeker in het begin. Vaak op momenten waar een groot deel van het ensemble ook op het toneel staat en de ene keer de burgers van Oz speelt en een andere keer de soldaten van een heks. Door al het geschreeuw van de bange burgers voelt het toneel dan even als een onbedoelde chaos. Terwijl de musical juist uitblinkt in mooie momenten als Dorothy en haar drie vrienden onderweg zijn of als ze één tovenaar of heks ontmoeten.

Bij The Wiz is groot uitgepakt qua acteurs, het decor daarentegen is wat eenvoudig en bijvoorbeeld totaal niet te vergelijken met Disneymusicals als Frozen. Een voordeel van een eenvoudig decor is natuurlijk dat deze musical langs verschillende Nederlandse theaters toert en voor een musical anno 2025 nog redelijk betaalbaar is.

Kortom, kinderentertainmentexpert Van Hoorne lijkt een eigen formule gevonden te hebben om bekende musicals te transformeren tot familiemusicals. Al is The Wiz niet zo goed geslaagd als Shrek, de show zorgt zeker voor een leuke middag of avond uit. Bovendien maakt de show ook nieuwsgierig naar de familiemusical Aladdin, die over een jaar op de planken komt.

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Theater / Voorstelling

Als de draad van Ariadne

recensie: Zachtop lachen – Kobratheater
Zachtop lachenAnnemieke van der Togt

Deze recensie verschijnt in medias res; de première van het toneelstuk Zachtop lachen ligt al enige tijd achter ons, maar de dernière is pas op 21 december 2025 in Maastricht. Tijd genoeg dus om nog een bezoekje aan de sterke voorstelling te plannen. En het gelijknamige boek waarop het is gebaseerd, van Malou Holshuijsen – ook op deze site besproken – erbij te pakken.

Esther Scheldwacht (Het Nationale Theater) bewerkte het boek en regisseerde de voorstelling met slechts drie personages: Malou (gespeeld door Emma Buysse), haar psychiater (geacteerd door Kees Hulst) en haar jeugdvriendin Madé (Minouk Beekman, tevens akoestische en elektrische gitaar en zang).

Malou en Indië

Malou is een vrouw die lijdt aan PTSS, angststoornissen en waarschijnlijk ook nog eens baarmoederhalskanker. Voor de psychische aandoeningen is ze onder behandeling van een psychiater, die haar EMDR-therapie geeft. Geslaagd of niet? Voor een antwoord moet je het stuk zien of het boek lezen.

De zetting op toneel is een steriel witte, halfronde bank met hoge rug waarin een lichtbalk is aangebracht (decor van Lidwien van Kempen). Fel licht, dat niet altijd fijn is voor de ogen. Slechts een keer baadt de bank in warm licht (ontwerp van Yuri Schreuders). Namelijk op het moment dat het gaat over het Indië van oma Helana (zeg niet Indonesië, meent ze). Zij zat in een jappenkamp.
Een achtergrond die een grote rol speelt in het intergenerationele verhaal en in de stilte over dat verleden. Er vallen ook geladen stiltes in de opvoering, en de grappen die Malou tegen de psychiater maakt, zijn in de toneelbewerking minder nadrukkelijk aanwezig dan in het boek.

In de zaal wordt slechts een keer echt uitbundig gelachen. Op het moment namelijk dat Malou op de vraag van de psychiater wat ze zou doen als ze alles wist, antwoordt: ‘Meedoen met De slimste mens’. Verder wordt er zachtop gelachen, zoals oma in het boek doet in de ambulance op weg naar het ziekenhuis, ‘een lachje, zachtop’. Alleen wanneer Malous vier jaar jongere broer oma voor de voeten werpt dat ze toch wel vier jaar vakantie heeft gehad in een kamp, schatert ze het uiteindelijk uit. Alles weglachend, zoals Malou grappen maakt.

Madé en het muziekontwerp

Bijzonder treffend is het muziekontwerp van Moos de Walle, met dank aan Lucky Fonz III. Zoals de tekst van de drie spelers werkt als recitatieven (verhalende gedeeltes) in bijvoorbeeld de passionen van Joh. Seb. Bach, zo werken de gitaarmuziek en zang van Madé als aria’s (reflecties op de tekst).
Verder ondersteunt musique concrète (geluiden uit de werkelijkheid, zoals van treinen, omroepberichten op een perron) het geladen verhaal.

Een verhaal dat zich ontvouwt als een draad van Ariadne, zoals Madé aan het begin van het stuk al breiend op het podium zit en al breiend rondloopt. Ze breit iets roods, de kleur van zowel gevaar als de liefde. Die dubbelslag zit in het stuk en wordt ook door Kees Hulst invoelend over het voetlicht gebracht.

Een knappe bewerking, kortom, gespeeld door drie ijzersterke acteurs. Ga!

Theater / Voorstelling

Clash van culturen en van rollenpatronen

recensie: Gedeelde grond – Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen
Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (1)Richard Beukelaar

‘De lucht, de geur, het eten’, verzucht Mounir. De hele atmosfeer maakt dat hij het gevoel heeft dat hij thuiskomt als hij vanuit Den Haag naar Marokko reist. Maar zijn vrouw Salma maakt in Den Haag carrière. Voor haar betekent Nederland thuis en Marokko vakantie. Gedeelde grond, een fascinerende voorstelling van de combinatie Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen, toont een koppel in een culturele spagaat.

Behoren tot de tweede of tot de derde generatie immigranten in Nederland maakt dat je onvermijdelijk bungelt tussen meerdere culturen. Vaak biedt Nederland werk, een inkomen en hopelijk een toekomst voor de kinderen. Maar ook stress, discriminatie, weggezet worden als iemand met ‘een niet-westerse achtergrond’. Het land van herkomst is echter voor vrouwen vaak minder ideaal.

Toekomst

Gedeelde grond, geschreven door Max Wind, laat een echtpaar zien dat zeer aan elkaar gewaagd is. Allebei ambitieus en succesvol in de eigen branche, allebei vastbesloten het te maken in de maatschappij. Alleen: diep in hun hart hebben ze verschillende visies over hoe hun toekomst eruit moet zien.

Mounir is in Nederland weliswaar een succesvolle ondernemer, hij vindt het ook een vervelend land, met vervelende mensen die vervelend discrimineren en die in hem altijd de allochtoon zien.
Salma is een rijzende ster in de politiek, ziet hoe haar kinderen het behoorlijk doen in Nederland. Voor haar betekent Noord-Afrika een plek om met vakantie te gaan; maar daarna wil ze weer naar huis, naar Den Haag.
Stof voor een fundamenteel conflict: hij wil de verhuizing naar Marokko afdwingen, zij is met haar hoofd alweer bij terugvliegen naar Nederland, naar haar werk.

Rollenpatronen

Het stuk is de acteurs op het lijf geschreven: Mouna Laroussi is van Nederlands-Marokkaanse komaf, haar personage ook. Walid Benmbarek heeft een Marokkaans-Tunesische achtergrond. Vooral Benmbarek spreekt tijdens de voorstelling hier en daar een paar zinnen Arabisch – die hij vervolgens zelf vertaalt naar het Nederlands.

De wrijving tussen het koppel gaat niet alleen over de hang naar Marokko of die naar Nederland, maar ook over gender- en rollenpatronen. Terwijl Mounir zijn vrouw graag gewoon zou verwennen – zo mag ze van hem best stoppen met werken – is Salma juist vastbesloten een sterke maatschappelijke functie op zich te nemen.

Vanzelfsprekende chemie

Behalve met tekst vertellen de personages het verhaal ook met oogstrelende acrobatiek-achtige dans (choreografie Jakop Ahlbom). Deze acteurs zijn ook in het dagelijks leven een koppel. Die vanzelfsprekende chemie werpt hier beslist haar vruchten af.

In de regie van Zorba Huisman is vooral Laroussi zeer overtuigend. Haar timing, stemgebruik, lichaamstaal zijn puntgaaf. Zij is helemaal in het zwart gekleed, met halfblond geverfd haar.
Benmbarek is in zwart-wit gekleed, met een zwart shirt en een witte broek en schoenen; zijn kleren symboliseren het dilemma waarmee hij kampt. Hij is onrustig, beweegt erg veel met zijn armen. Benmbarek zet het macho personage met wat overdrijving neer, hier en daar moet hij een beetje trekken om geloofwaardig te zijn.

Liefdevolle sfeer

Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (3)

© Richard Beukelaar

Het decor, dat een villa in Marokko voorstelt, is vormgegeven als een soort grijze apenrots, opgebouwd uit staande en liggende gemarmerde blokken. Buitengewoon functioneel: de acteurs lopen, buitelen, stuiteren, dansen over de blokken, benaderen elkaar of scheppen juist afstand met behulp van die blokken. Het licht ondersteunt de sfeer van liefdevol warm oranjegeel tot onbehaaglijk strak wit.

Sterk aan de plot van Gedeelde grond is dat de vrouw en de man in zekere zin allebei gelijk hebben en krijgen. De spagaat is onvermijdelijk. Het moeten combineren van twee zó verschillende culturen is lastig. Zie er maar eens mee om te gaan.

 

Tekst: Max Wind
Choreografie: Jakop Ahlbom

Indieupdate 10
Muziek / Album

Indie in veel smaken

recensie: Indie-update volume 10
Indieupdate 10

Niet dat er geen indiemuziek gemaakt werd in de afgelopen jaren, maar na bijna drie jaar is hier een nieuwe indie-update. Het kwam er gewoon niet van en niemand anders had het tot hiertoe al besproken. Drie albums in mooie, verschillende smaken. I Am Oak brengt na zes jaar weer een album vol verstilde liedjes. Het livealbum van Bywater Call laat een krachtig rootsrockgeluid op ons los. De kleine en rustige liedjes van Kurt Efting schuren tegen het americana-genre aan.

De drie albums die deze keer tegen het licht worden gehouden, vergen nauwelijks gewenning om ervan te gaan houden. Dat is makkelijk gezegd natuurlijk, maar als het genre je aanspreekt, dan kan je bijna niet om de kwaliteit van deze drie onafhankelijken heen. De kwaliteit springt direct uit de boxen.

I Am Oak

Wie de formatie I Am Oak al jaren volgt, heeft al zo’n zes jaar moeten wachten op nieuwe muziek. De eenmansformatie van Thijs Kuijken heeft tijdens de coronatijd wel een teken van leven laten horen in de vorm van een dubbel-lp Odd Seeds, waarop veel van zijn muziek in een ander jasje werd gestoken, maar echt nieuwe muziek bleef lang uit. Time Drifts is zijn zevende studioalbum, wederom opgenomen in zijn huisstudio. Deze keer krijgt hij hier en daar hulp van een collega-muzikant, maar voor het merendeel is de multi-instrumentalist/zanger zelf aan het werk. Kwaliteit staat bij I Am Oak altijd voorop in de muziek. Je wordt getrakteerd op heerlijke liedjes die ertoe doen en uitnodigen om veel meer geluisterd te worden. Niet één voor één, maar gewoon het hele album op repeat in de speler. Nu heeft I Am Oak nog geen enkel album gemaakt dat niet in je hart ging zitten, zo ook deze nieuweling. Er valt dan ook niet veel in negatieve zin aan te merken op dit album, of het zou de hoes moeten zijn met de collage met de gekleurde ‘eieren’ die de kunstmatigheid niet kunnen overstijgen. Hier zou een AI-programma wellicht iets beters mee gedaan kunnen hebben.

Bywater Call

De Canadese formatie Bywater Call heeft inmiddels zo’n drie studioalbums op haar naam staan, die alle even onderhoudend klinken. De southern soul/rootsrock die deze band maakt, heeft de weg inmiddels wel gevonden naar de liefhebbers. Nu de zevenkoppige band inmiddels vele kilometers heeft afgelegd en zo’n 140 shows in tien verschillende landen heeft gegeven in het afgelopen jaar, is het tijd om dat podiumgeweld vast te leggen op een cd om met de wereld te delen. Wie ze ook live wil zien, kan ze tegenkomen in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Spanje, Frankrijk en Engeland, nog voordat december van dit jaar zal aanbreken. Wie Sunshine (Live 2024) op zich laat inwerken, zal – als je van de muziekstijl houdt – snel overtuigd zijn. Met echte livebeelden erbij zal de muziek nog meer tot leven komen. Naast spetteren weet Bywater Call ook zonder meer de gevoelige snaar te raken. Luister bijvoorbeeld naar het prachtige ‘Bring Me Down’, dat in zo’n tien minuten alle kanten op gaat en het hele palet van Bywater Call laat horen. De zang van Meghan Parnell speelt naast de gitaar van Dave Barnes een hoofdrol. Het vleugje trompet van Stephen Dyte is zalig en niet overheersend. De uitgesponnen versie van het Stephen Stills nummer ‘Love The One You’re With’ mag hier een eervolle vermelding krijgen. Wat een hitte straalt hier uit de boxen bij het lange instrumentale tweede deel!

Kurt Efting

Voor velen zal Kurt Efting een nieuwe naam zijn, zo ook voor uw recensent. Toch is De taal van het hart zijn derde studioalbum – zo is te lezen in de bijgaande brief bij het album. Als we even wat verder lezen, is helder waarom dit album wellicht wat meer aandacht zou kunnen krijgen. BJ Baartmans speelt mee en het album is opgenomen in zijn eigen Wild Verband-studio samen met bekenden als Harry Hendriks en gastzangeres Rosanne Alderliefste. De laatst voornoemde maakt daardoor van ‘Dronken hart’ een van de pareltjes van dit Nederlandstalige album. Alle liedjes zijn geschreven door Efting zelf. Efting speelt gitaar en zingt op een muzikaal bedje van drums, bas, piano, hammondorgel, Wurlitzer en gitaren. Zo vallen de teksten netjes in de plooi onder een fraaie begeleiding. Wie houdt van Nederlandstalige liedjes in het rustige genre, met teksten die diepgang hebben, is bij Efting aan het juiste adres. De zeer ervaren begeleiders bij deze fijne liedjes maken het luisteren naar De taal van het hart een genot dat zich wat vaker zal herhalen. Zo ontdek je steeds meer details en neem je de teksten dieper op in je hart.

Kunst / Expo binnenland

Dialoog tussen twee meesters

recensie: Eugène Brands en Gabriel Lester - Mysterious Universe
VBVD-MysteriousUniverse-Zaaloverzicht-DSC06873© Arabella Coebergh

In het boekje bij Mysterious Universe, samengesteld door Eliane Odding voor museum van Bommel van Dam in Venlo, staan drie woorden waar alles om draait: leegte, stilte en verwondering. Precies die begrippen vormen ook de kern van het werk van Eugène Brands (1913-2002), geëxposeerd in een prachtige zetting van Gabriel Lester (1972), die soms aan het hemelgewelf doet denken.

Dat idee wordt bevestigd in de twee filmportretten over beide kunstenaars, die aan het begin worden vertoond. Lester zorgt ervoor dat de gouaches, schilderijen, tekeningen, collages en assemblages van Brands optimaal tot hun recht komen – op een fraaie, originele manier. In één zaal hangen de kunstwerken zelfs los in de ruimte.

Leegte/ruimte

Het woord ‘leegte’ laat zich ook vertalen als ‘ruimte’: zowel in de titel van de tentoonstelling (ontleend aan enkele gouaches van Brands uit een privécollectie) als de ruimte waarnaar Lester in het filmportret van Simone de Vries (Hollandse meesters in de 21e eeuw) zegt te zoeken.

Beiden willen voorbij de concrete, materiële wereld denken. Daarom zijn de verfstreken van Brands ook zo (ver)dun(d) opgebracht – luchtig en immaterieel. Hij werkt lang niet altijd met contouren, Zelfportret (1994) daargelaten. De kleuren zijn meestal teer, met uitzondering van de rode accenten op bijvoorbeeld Red Sock: Mankind Surrounded by the Deep Darkness of the Universe (1996), of in een rood servet of een rode deksel op een van zijn collages en assemblages.

Stilte

Vallende maan – © Minted Media

Met name in de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen Eugène Brands in Zandvoort woonde, komt de stilte van de omgeving van de duinen en de zee duidelijk tot uitdrukking in zijn werk. Hij keerde zich dan ook al snel af van de kunst van de CoBrA-beweging, waartoe hij in 1949 wordt gerekend, na een door Willem Sandberg georganiseerde groepstentoonstelling met Appel, Constant en Corneille in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Brands richtte zich liever op de schilderijen van Paul Klee en Marc Chagall. Op Vallende maan (1951) zien we bijvoorbeeld de voor Klee zo kenmerkende pijl terug. Het enige wat nog aan CoBrA doet denken, is de invloed van kindertekeningen, tot in het Huis bij nacht II (1994) aan toe. Brands werkte toen in een atelier aan de grens van Nunspeet. Het Noord-Veluws Museum organiseerde overigens in 2023 ook een grote tentoonstelling met werk van Brands.

Verwondering

Meeting – © Minted Media

Voor zowel Brands als Lester is de ruimte, het universum, een mysterie. De letter M op een gouache uit 1973 verwijst daarnaar: mysterie, magie, materie, Melkweg. Het museum in Venlo verwacht dat dit thema anno 2025 veel bezoekers zal aanspreken, ook jongeren. Hoe dan ook: de expositie is een totaalervaring die vooral op gevoelsniveau raakt. Of, zoals een vrijwilligster bij de ingang zegt: ‘Het is niet wetenschappelijk!’ Nee – twee meesters gaan hier op poëtische wijze met elkaar in gesprek, zoals de twee figuurtjes onder een boom in het maanlicht op Brands’ Meeting (1954). Voeg je als bezoeker bij dat gesprek en verwonder je. In stilte.