Tag Archief van: recensie

Kunst / Expo binnenland

Spel van lijnen en cirkels

recensie: De weg van het Penseel op papier en linnen – Anneke Schat
01 OnrustvlindersE*D.SIGN (Ester van Leuveren)

In de informatieve krant bij de tentoonstelling De weg van het Penseel op papier en linnen van Anneke Schat (1942-2024) in Museum Lunteren lezen we ‘dat Anneke zowel links- als rechtshandig’ was. Dat verklaart veel.

04 Vlinderen voor de Stèle

Anneke Schat, Vlinderen voor de Stèle

Neem het evenwicht in haar oeuvre: edelsmeedkunst, werk in staal en op papier of linnen. Evenwicht tussen gevoel en ratio, lege vlakken en zwarte inkt, orde en regelmaat. Telkens uitgaand van vormen uit de natuur. Op de grens van realisme en abstractie, met de nadruk op het laatste. Voorbeelden van zulke grenswerken zijn Monkeys on a string (1989), Heimwee naar het regenwoud (1996) en de vele vlinders. Leuk is dat kinderen op de tentoonstelling worden uitgenodigd om met vlindervormen aan de slag te gaan.

Anneke Schat-Portegijs

Anneke Schat is vooral als edelsmid bekend geworden, waarbij ze (nog zo’n kenmerk) van buiten naar binnen werkte, wat volgens een bijschrift staat voor optimisme. Net als het gebruik van de kleur geel.

Anneke Schat werd in 1942 in Amsterdam geboren. Zij kreeg haar opleiding aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (thans Gerrit Rietveld Academie). Hier volgde ze lessen bij Karel Niehorster (edelsmid) en Carel Kneulman (beeldhouwer). Deze opleiding rondde ze in 1964 af. In 1976 kwam zij op het spoor van de Japanse kalligrafie en nam les bij sensei (leraar) Hideko Satori (Tokio).
In 1980 verhuisde Schat naar het Gelderse Ede, pal bij Lunteren. Daar bereidde ze tal van tentoonstellingen voor, zoals in Laren, Amstelveen en Den Haag. In 2024 overleed zij.

05 Schaatsen in het regenwoud

Anneke Schat, Schaatsen in het regenwoud

Museum Lunteren

Op de benedenverdieping van de nieuwe vleugel van Museum Lunteren en in de Schatzaal op de eerste verdieping is haar werk te zien. Beneden zijn in twee vitrines onder meer zilveren miniaturen geëxposeerd. Boven onder andere foto’s van sieraden en van de Gouden Televizier-Ringen, die zij van 1975 tot 2020 ontwierp. In 2020 kwam zij tot een standaardvorm die bestaat uit drie delen van een cirkel, waarvan er eentje naar buiten keert.

Het accent van deze expositie ligt echter op Schats studie van de Japanse kalligrafie, inclusief enkele voorstudies voor haar werk op papier en linnen (Penseelstreken voor de Piramidaal, 1984). Ze werkte bijvoorbeeld met Chinese inkt (Samengebalde energie/Zon, wind en water, 2000), op Oeigoers Daphne-papier en met Schmincke-pigment.

03 Wilde cirkel

Anneke Schat, Wilde cirkel

Eigen beeldtaal en verwantschappen

In al haar kunst heeft zij een prachtige, herkenbare eigen beeldtaal ontwikkeld. Soms vermoed je een zekere verwantschap met het werk van bijvoorbeeld Sam Middleton (1927-2015) en Robert Zandvliet (1970). Middleton maakte net als Schat (Onrustige vlinder, 1991 en Zandoogjes, 1991) veelvuldig gebruik van cirkels. Middleton heeft overigens ook in Japan gewoond en daar ongetwijfeld kennisgemaakt met de Japanse kalligrafie die Schat zo boeide.
De kunstenares heeft met Zandvliet de verfstreektechniek en kleurschakeringen gemeen, onder meer in enkele grotere werken (120 x 100 cm) die in Lunteren worden getoond.

De eerdergenoemde krant bij deze expositie spreekt van ‘een unieke tentoonstelling (internationale allure)’. Los van het wat ronkende taalgebruik is het zeker een expositie die een tripje naar het Gelderse Lunteren meer dan de moeite waard maakt.

Kunst / Expo binnenland

Spel van lijnen en cirkels

recensie: De weg van het Penseel op papier en linnen – Anneke Schat
01 OnrustvlindersE*D.SIGN (Ester van Leuveren)

In de informatieve krant bij de tentoonstelling De weg van het Penseel op papier en linnen van Anneke Schat (1942-2024) in Museum Lunteren lezen we ‘dat Anneke zowel links- als rechtshandig’ was. Dat verklaart veel.

04 Vlinderen voor de Stèle

Anneke Schat, Vlinderen voor de Stèle

Neem het evenwicht in haar oeuvre: edelsmeedkunst, werk in staal en op papier of linnen. Evenwicht tussen gevoel en ratio, lege vlakken en zwarte inkt, orde en regelmaat. Telkens uitgaand van vormen uit de natuur. Op de grens van realisme en abstractie, met de nadruk op het laatste. Voorbeelden van zulke grenswerken zijn Monkeys on a string (1989), Heimwee naar het regenwoud (1996) en de vele vlinders. Leuk is dat kinderen op de tentoonstelling worden uitgenodigd om met vlindervormen aan de slag te gaan.

Anneke Schat-Portegijs

Anneke Schat is vooral als edelsmid bekend geworden, waarbij ze (nog zo’n kenmerk) van buiten naar binnen werkte, wat volgens een bijschrift staat voor optimisme. Net als het gebruik van de kleur geel.

Anneke Schat werd in 1942 in Amsterdam geboren. Zij kreeg haar opleiding aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (thans Gerrit Rietveld Academie). Hier volgde ze lessen bij Karel Niehorster (edelsmid) en Carel Kneulman (beeldhouwer). Deze opleiding rondde ze in 1964 af. In 1976 kwam zij op het spoor van de Japanse kalligrafie en nam les bij sensei (leraar) Hideko Satori (Tokio).
In 1980 verhuisde Schat naar het Gelderse Ede, pal bij Lunteren. Daar bereidde ze tal van tentoonstellingen voor, zoals in Laren, Amstelveen en Den Haag. In 2024 overleed zij.

05 Schaatsen in het regenwoud

Anneke Schat, Schaatsen in het regenwoud

Museum Lunteren

Op de benedenverdieping van de nieuwe vleugel van Museum Lunteren en in de Schatzaal op de eerste verdieping is haar werk te zien. Beneden zijn in twee vitrines onder meer zilveren miniaturen geëxposeerd. Boven onder andere foto’s van sieraden en van de Gouden Televizier-Ringen, die zij van 1975 tot 2020 ontwierp. In 2020 kwam zij tot een standaardvorm die bestaat uit drie delen van een cirkel, waarvan er eentje naar buiten keert.

Het accent van deze expositie ligt echter op Schats studie van de Japanse kalligrafie, inclusief enkele voorstudies voor haar werk op papier en linnen (Penseelstreken voor de Piramidaal, 1984). Ze werkte bijvoorbeeld met Chinese inkt (Samengebalde energie/Zon, wind en water, 2000), op Oeigoers Daphne-papier en met Schmincke-pigment.

03 Wilde cirkel

Anneke Schat, Wilde cirkel

Eigen beeldtaal en verwantschappen

In al haar kunst heeft zij een prachtige, herkenbare eigen beeldtaal ontwikkeld. Soms vermoed je een zekere verwantschap met het werk van bijvoorbeeld Sam Middleton (1927-2015) en Robert Zandvliet (1970). Middleton maakte net als Schat (Onrustige vlinder, 1991 en Zandoogjes, 1991) veelvuldig gebruik van cirkels. Middleton heeft overigens ook in Japan gewoond en daar ongetwijfeld kennisgemaakt met de Japanse kalligrafie die Schat zo boeide.
De kunstenares heeft met Zandvliet de verfstreektechniek en kleurschakeringen gemeen, onder meer in enkele grotere werken (120 x 100 cm) die in Lunteren worden getoond.

De eerdergenoemde krant bij deze expositie spreekt van ‘een unieke tentoonstelling (internationale allure)’. Los van het wat ronkende taalgebruik is het zeker een expositie die een tripje naar het Gelderse Lunteren meer dan de moeite waard maakt.

Theater / Voorstelling

Hoe eenzaamheid tegelijkertijd klein en groots kan zijn

recensie: All the Lonely People – Silbersee/Martin Fondse Music
Lonely People 02 © Sanne PeperSanne Peper

‘Twee paspoorten, een identiteitskaart en een kleine tienduizend euro aan contanten’, dat treffen de medewerkers van de GGD aan bij iemand die al een tijdje dood in zijn woning lag. Handig, die paspoorten: zo weten ze tenminste meteen wie dit bij leven was. Muziektheatergezelschap Silbersee maakt met All the Lonely People een heftige, aangrijpende en helaas herkenbare voorstelling over mensen die een eenzame dood zijn gestorven.

Op de speelvloer staat een grote hoeveelheid gekleurde plastic kratten, acht hoog opgestapeld. In die kratten zitten kartonnen ordners met daarin de dossiers van mensen die eenzaam zijn overleden.

Nederland telt 17.000 overlijdens per jaar. Eén op de tien daarvan wordt niet direct opgemerkt, stelt acteur Jacqueline Blom droog vast aan het begin van All the Lonely People. Blom is de enige acteur tussen zes musici van Silbersee.

Overlast

Het komt méér voor dan je zou denken: alleenstaande mensen die uiteindelijk ook in hun eentje overlijden. Geregeld duurt het even, of soms echt lang, voordat de omgeving door heeft dat zo iemand niet meer leeft. Bijvoorbeeld doordat er geen reactie komt op aanbellen of opbellen. Maar vaker door een overvolle brievenbus, en in het treurigste geval door overlast door ongedierte of stank.

Eleanor Rigby

Over zulke overledenen gaat All the Lonely People. Een ode aan vergeten levens van muziektheatergezelschap Silbersee. ‘All the lonely people’ is een zinnetje uit het liedje ‘Eleanor Rigby’ (1966) van The Beatles. Dat lied gaat over een vrouw die de kerkgemeenschap helpt, maar desondanks bij overlijden een eenzame uitvaart heeft.

Basis voor deze voorstelling is de rubriek over eenzame overledenen van journalist en schrijver Joris van Casteren in de Volkskrant. De teksten zijn gebaseerd op zijn stukken.

Vergeten

Behalve de torens van gekleurde plastic kratten, staat er in het decor een klein metalen bureau. Jacqueline Blom zet een soort ambtenaar neer, die aan dat bureautje ordner na ordner opent, hardop voorleest wat bekend is over de overledene: klein, terughoudend, maar de levensverhalen komen toch hard binnen. Veel van de voorgelezen informatie is door instanties verzameld bij omwonenden, verre familie, vergeten vrienden. Uiteindelijk stempelt ze het dossier af: gezien, gelezen, afgerond.

Fragmentarisch

Blom leest met een mengeling van medelijden, verbazing en afgrijzen. Aanvankelijk fragmentarische zinnen, dan steeds langere verslagjes, en uiteindelijk flinke stukken of een heel dossier. Ze begint droog, emotieloos. Gaandeweg begint ze op wat ze leest te reageren met mimiek, met stembuigingen. En met korte pauzes om te laten doordringen wat er eigenlijk precies wordt gezegd over een overledene. Vervolgens begint ze de levens en levenseindes die ze voorleest uit te spelen, zittend, met haar gezicht, haar stem en haar bovenlichaam.

Ongecensureerd

De ordners bevatten allerlei personages door elkaar. Alleenstaande vrouwen. Teleurgestelde gelukszoekers. Mensen die voorheen door vrienden omringd waren, maar die uiteindelijk toch alleen zijn achtergebleven.

Veel van de levensverhalen zijn niet zomaar een beetje verdrietig. Vele zijn hard, direct, treurig, zo niet hartverscheurend. En ze komen bij de toeschouwer keihard binnen; ongecensureerd, onopgesmukt. Je kunt niet nalaten te denken: we zijn met zo’n acht miljard mensen op aarde, en toch is er zo veel eenzaamheid.

Door merg en been

De musici doorsnijden de voorgelezen geschiedenissen met zowel muziek als geluiden. Zo klakt zanger en dwarsfluitist Qisheng Zheng minutenlang met haar tong, waardoor het geluid van een tikkende klok ontstaat. De muziek van Arnout Lems’ basgitaar gaat door merg en been. Labalou Kaito Winse komt oorspronkelijk uit Burkina Faso. Hij bespeelt diverse traditionele (blaas)instrumenten, en drukt zo een sterk stempel op de sfeer.
Michaela Riener zingt, en ze zorgt met grote trommelstokken voor zwaar aangezette percussie. De sterke zangstem van Kaspar Kröner gaat geregeld door merg en been, vaak in atonale klanken. Pianist en componist Martin Fondse weeft op toetsen alle muzikale inbreng aan elkaar.
De muzikale onderbrekingen zijn hard nodig, omdat de indringende teksten op den duur naar de strot vliegen.

Aangrijpend

Regisseur Mart van Berckel laat Blom toewerken naar een soort emotioneel crescendo, het wordt de zakelijke ambtenaar eigenlijk allemaal te veel. Van Berckel vlecht daar de steeds indringender muziek doorheen, soms door de musici bovenop de huid van Blom te laten kruipen. Het geheel is claustrofobisch, aangrijpend.

De musici dragen kostuums in verschillende kleuren blauw, samengesteld uit diverse verknipte kledingstukken: alsof zij de restanten van de overledenen meetorsen (kostuums: Daphne Karstens). Jacqueline Blom heeft een lichtbruine trui en broek aan, de ambtenaar wordt daardoor opzettelijk kleurloos. De emotie moet van haar spel komen.

Hoarders

Inventief is de inzet van de krattentorens. Die verrijden haast ongemerkt, hellen over en vormen gaandeweg het soort doolhof dat hoarders, ziekelijke verzamelaars, van hun woning maken (decor: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan).

Jammer is dat de voorstelling tegen het einde wat ontspoort, onder andere door herhaling van teksten. Maar dat is de makers graag vergeven. De boodschap van deze indrukwekkende All the Lonely People is niet heel gezellig, maar helaas wel waar: we zijn met zijn allen zo druk met ons eigen leven, dat sommige mensen de race niet kunnen bijbenen en bijgevolg de eenzaamheid niet de baas kunnen.

Tekst gebaseerd op de Eenzame Uitvaart-serie van Joris van Casteren
Compositie: Silbersee/Martin Fondse Music
Decor en licht: Vera Selhorst en Anne Ammerlaan
Kostuums: Daphne Karstens en Ilaria Ciummei
Geluid: Wouter Snoei, Aya Dupont
Techniek: Richard Bron

Boeken / Fictie

Moord is bijzaak

recensie: Het onmogelijke fortuin – Richard Osman
Het onmogelijke fortuinbol.com

Na een zijsprong met de start van de reeks Voor al uw moordzaken én de verschijning van de verfilming van De moordclub (op donderdag) keert Richard Osman terug naar zijn bekendste personages. Het onmogelijke fortuin is alweer het vijfde deel in De moordclub (op donderdag)-reeks, waarin de hoogbejaarde speurneuzen zich ditmaal begeven in de wereld van cryptomunten, huurmoordenaars en autobommen.

Met De moordclub (op donderdag)-reeks geeft Osman het detectivegenre een eigen draai. Geen excentrieke rechercheurs, maar ouderen met een uit de hand gelopen hobby staan centraal. Dat is niet zomaar een gimmick: de boeken gaan juist over ouder worden, over onderschat worden ondanks een leven vol ervaring, over vriendschap, familiebanden en eenzaamheid. Osman weet deze thema’s licht te houden met humor en charme, zonder ze te bagatelliseren. Door de reeks heen zien we hoe de personages en hun onderlinge relaties zich blijven ontwikkelen. Bovendien werkt in dit vijfde deel een grote gebeurtenis uit het vierde deel van de reeks, De laatste duivel die sterft, nadrukkelijk door.

Tussen bitcoins en autobommen

De welbekende clubleden Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim treffen we op de bruiloft van Joyce’ dochter Joanna. Tussen het feestgedruis door wordt Elizabeth aangesproken door Nick Silver, een man die ervan overtuigd is dat iemand hem wil vermoorden. Hij heeft een autobom onder zijn wagen gevonden en denkt dat dit alles te maken heeft met een gigantisch bitcoinvermogen waar hij over beschikt. Wanneer Silver vervolgens spoorloos verdwijnt, maar wél verdachte berichten blijft sturen naar de bruidegom, is het nieuwe mysterie geboren. Toch blijkt al snel dat Het onmogelijke fortuin vooral níét draait om dat mysterie – en precies dat maakt dit boek zo geslaagd voor lezers die de eerdere delen kennen. Hoewel het verhaal op zichzelf te lezen is, mis je zonder voorkennis veel onderlinge grapjes, emotionele ontwikkelingen en betekenisvolle details. In een reeks waarin het leven naast moord en doodslag centraal staat, zijn juist die lagen onmisbaar.

Moord is slechts bijzaak

Hoewel ook dit deel weer een vernuftig opgebouwd mysterie bevat, lees je deze reeks niet voor de spanning rondom de antiek-oplichterijen, drugsdeals en spionagepraktijken. Je leest haar voor de personages. Het onmogelijke fortuin valt daarbij extra op, omdat het verhaal nog nadrukkelijker ruimte maakt voor alles náást het raadsel. Meer dan eens leren we over de levens van de clubleden, zeker nu er nieuwe perspectieven zijn toegevoegd, zoals die van Joyce’ dochter en Rons kleinzoon. Ook Connie krijgt eindelijk meer ruimte en laat zowaar verdere karakterontwikkeling zien. Waar Ron eerder soms wat naar de achtergrond leek te verdwijnen, krijgen hij, zijn kinderen en zijn kernprincipes hier meer aandacht – al is de aanleiding minder prettig. Met de introductie van nieuwe personages treden thema’s als rouw en eenzaamheid nog sterker op de voorgrond. Zoals Joyce in haar dagboek opmerkt: je hebt het nieuws, en je hebt het leven. Dit boek gaat dan ook niet echt over bommen en bitcoins, maar over eenzame mannen met te veel kattenbeeldjes en moedige vrouwen in lastige situaties.

Osmans superkracht is zijn humor en schrijfstijl, en waar die in de verfilming grotendeels ontbraken, keren ze in Het onmogelijke fortuin gelukkig volledig terug: heerlijk droog, scherp en bovenal herkenbaar Brits. Tegelijkertijd schuwt hij emoties niet en weet hij de ups en downs van het ouder worden raak te verwoorden, met een lach en een traan. Opvallend zijn deze keer de grappen die subtiel verwijzen naar de verfilming – zoals Ron die iedereen naar diens favoriete James Bond acteur vraagt. Die van hem is vanzelfsprekend de knappe acteur Pierce Brosnan, die geheel toevallig de rol van Ron op zich neemt in de verfilming. Deze knipogen werken het beste voor de lezers die zich al langer in de wereld van Coopers Chase begeven.

Het onmogelijke fortuin bewijst dat Osman zijn succesformule nog altijd beheerst: humor, charme, een goed doordacht mysterie, maar vooral oog voor het echte leven. Wie de eerdere delen heeft gelezen, krijgt hier een rijk en emotioneel vervolg voorgeschoteld en loopt zelfs de kans dat dit deel uitgroeit tot de favoriet van deze boekenreeks.

Muziek / Album

Ode aan Bohemen

recensie: Bohemian Legacy
trio 258perskit

Nee – het gaat niet om 50 jaar Bohemian Rhapsody, maar het draait op de nieuwe cd van Trio 258 om meer dan anderhalve eeuw Bohemian Legacy. Daarbij denk je als muziekliefhebber direct aan de zogeheten Nationale School, die in het toenmalige Tsjechoslowakije zijn opmars maakte. Met componisten als Smetana, Dvořák en Suk. Zij putten inspiratie uit de sages en volksmuziek van Bohemen.

Trio 258 bestaat uit Lestari Scholtes (piano), Eduardo Paredes Crespo (viool) en Leonard Besseling (cello). De naam van het trio verwijst naar Keizersgracht 258, waar ze tien jaar geleden voor het eerst samenkwamen en waar ook het atelier is gevestigd van vioolbouwer Matthieu Besseling, de bouwer van de cello van Leonard Besseling. De muziek die ze spelen omvat drie generaties: Smetana (1824-1884), Dvořák (1841-1904) en Suk (1874-1935).

Bedřich Smetana was eigenlijk de eerste componist die inspiratie putte uit Tsjechische thema’s, ritmes en melodieën. Hij werd vooral bekend door zijn symfonische gedicht De Moldau, dat de loop van deze rivier in muziek vangt. Zijn muziek was van grote invloed op die van de volgende componist, Antonín Dvořák, wellicht de beroemdste van de drie. Josef Suk ten slotte was weer een leerling én schoonzoon van Dvořák. Hij is de minst bekende en Trio 258 breekt terecht een lans voor zijn muziek.

Warmbloedige Smetana

De cd begint warmbloedig met het Pianotrio in g kleine terts opus 15 van Smetana, dat hij schreef na de dood van zijn dochter. Verschillende emoties wisselen elkaar af. Een lyrische cellomelodie, een vioolsolo in het hoge register van het instrument dat zingt als een leeuwerik in de lucht en een pianopartij waarin de pianiste stevig in de toetsen moet grijpen. De klopmotieven zou je enerzijds kunnen duiden als een hartslag en anderzijds ‘gewoon’ als de invloed van Beethoven, die er zich ook graag van bediende. Het Pianotrio is een verhaal dat spannend wordt verteld, om het even wat je er als luisteraar in hoort, want spelen kunnen ze, Trio 258!

Een lang en kort stuk

Waar Smetana het nog op drie delen hield, had Dvořák voor zijn Pianotrio nummer 3 in f kleine terts opus 65 vier delen nodig. Aan de ene kant zijn we met hem verder in de tijd opgeschoven, aan de andere kant horen we ook hier nog invloeden uit het (neo)classicisme van Beethoven en Brahms. Soms zelfs meer dan trekjes uit de Boheemse volksmuziek.

Tot slot klinkt de Elegie in Des grote terts, een kort werk van Josef Suk, zó kort (zo’n zes minuten) dat het een volledig deel van Smetana of Dvořák zou kunnen omspannen. Het is een ode aan Praag, met de wat melancholieke stemming die de stad kenmerkt. Met een nog kortere, hevige uitbarsting die even doet denken aan de muziek van de Roma uit die streek.

De retorische accenten die de leden van Trio 258 toepassen, laten duidelijk horen dat ze zich de (muzikale) taal van Bohemen eigen hebben gemaakt. Soms gelardeerd met een subtiel glijden (portamento) tussen de noten. En zó direct opgenomen, dat je soms de ademhaling van de musici kunt horen. Het is zo alsof je je in dezelfde kamer aan de Amsterdamse Keizersgracht bevindt, zeg maar.

Overigens debuteert het trio op 13 maart 2026 in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Ze spelen dan het Eerste trio van Franz Schubert en het op deze cd opgenomen Pianotrio in f kleine terts van Dvořák.

Kunst / Expo binnenland

Art She Crafted: tentoonstelling van vergeten vrouwen verdient een vervolg

recensie: Art She Crafted - Wereldmuseum Rotterdam
Vaas Shipibo gemeenschap Peru - Art She Crafted RotterdamTessa Vallinga

Bij binnenkomst in Art She Crafted in het Wereldmuseum Rotterdam is er geen inleiding in woorden, maar in aantallen. Op een curvevormige wand verschijnen in snel tempo portretten van vrouwen. Elke paar seconden een nieuw gezicht, een nieuwe naam. Kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) komt voorbij, maar ook Susanna Groeneweg (1875-1940) – het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer – en de Egyptische farao Hatsjepsoet (ca. 1507-1458 v.Chr.). Het tempo ligt te hoog om ze allemaal te onthouden. En dat is precies de boodschap: dit zijn er al veel, maar het zijn er nog veel meer.

Via een QR-code ontvouwt zich een digitaal archief met korte biografieën van vrouwen van invloed op kunst en cultuur. Niet altijd als maker, maar ook als opdrachtgever, beschermer, handelaar of kennisdrager. Dankzij hun positie binnen politiek, religie of economie konden zij artistieke productie mogelijk maken en vormgeven. Dat veel van deze namen nauwelijks bekend zijn, is geen toeval, maar het gevolg van hoe geschiedenis is opgeschreven. Die geschiedschrijving, zo maakt Art She Crafted duidelijk, kreeg in de negentiende eeuw vaste vorm. In die periode werd het idee van het mannelijke ‘genie’ gecanoniseerd. Vrouwen verdwenen uit beeld of werden gereduceerd tot rollen: muze, moeder, heilige of ‘vrouw van’. Niet omdat zij geen invloed hadden, maar omdat hun invloed niet paste binnen het dominante narratief. De tentoonstelling positioneert zich nadrukkelijk als correctie op die vertekening, en geeft belangrijke vrouwelijke makers van vandaag de dag een plek in de spotlight.

Vrouwen geven visuele kennis door

De ruimtelijke vormgeving ondersteunt dat streven. Je beweegt je door een soort zachte tunnel, waarin vitrages de wanden vormen en de chronologie bewust losgelaten is. Er zijn slechts twee globale categorieën: ‘Vrouwen uit de geschiedenis’ en ‘Vrouwen van nu’. Binnen die indeling lopen tijd, plaats en discipline door elkaar. Een geografische of hiërarchische ordening ontbreekt, en dat is een kracht. De vormgeving voorkomt zo de totstandkoming van een nieuwe canon en benadrukt verbanden over tijd en cultuur heen.

Zo vertelt een beschilderde aardewerken vaas uit de Shipibo-Conibo-cultuur in Peru over de centrale rol van vrouwen in het doorgeven van visuele kennis binnen gemeenschappen. Even verderop tonen videowerken van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat hoe fotografie en kalligrafie kunnen worden ingezet om de positie van vrouwen in Iran te bevragen. De kunstwerken in de tentoonstelling staan niet in dienst van een lineair verhaal, maar resoneren thematisch met elkaar.

Ook anonieme objecten krijgen nadrukkelijk ruimte. Een Chileense arpillera, een textielcollage gemaakt van reststoffen, toont het dagelijkse leven onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Armoede en onderdrukking zijn zichtbaar in huiselijke scènes. Het werk is niet gesigneerd, waarschijnlijk omdat het in het geheim werd vervaardigd. Juist die anonimiteit onderstreept de politieke lading ervan. Maaksterschap wordt hier niet opgevat als individuele roem, maar als noodzaak.

Vrouwelijke makers waren geen uitzondering

De tentoonstelling kaart halverwege een breder historisch kantelpunt aan. De late negentiende en vroege twintigste eeuw brengen wereldwijd nieuwe mogelijkheden door industrialisatie, fotografie, design en mode. Vrouwen treden zichtbaarder naar voren en claimen ruimte binnen disciplines die tot dan toe als ‘toegepast’ of ondergeschikt werden gezien. De Italiaans-Franse modeontwerper Elsa Schiaparelli is daarvan een bekend voorbeeld. Haar werk laat zien hoe mode zich kon ontwikkelen tot een volwaardige avant-gardistische kunstvorm. Tegelijkertijd maakt de tentoonstelling duidelijk dat zij geen uitzondering was, maar onderdeel van een bredere beweging vrouwelijke makers.

Een nieuwe renaissance

In de laatste zaal, uitgevoerd in warm okergeel, verschuift de focus naar hedendaagse makers. Werk van gevestigde namen, zoals de Iers-Britse ontwerper Simone Rocha, wordt getoond naast dat van jongere of minder institutioneel verankerde kunstenaars, zoals de Palestijnse schilder Malak Mattar, die haar werk onder meer via Etsy verkoopt. Het contrast is groot, maar niet ongemakkelijk. Het benadrukt dat zichtbaarheid, marktwaarde en artistieke relevantie niet samenvallen. De tentoonstelling concludeert dat deze vrouwen aan de vooravond staan van een nieuwe renaissance. Een waarin collectiviteit, ambacht en culturele uitwisseling centraal staan.

Art She Crafted eindigt met de stelling dat vrouwelijke invloed geen uitzondering was, maar een constante kracht in de vorming van kunst en cultuur. Die conclusie wordt overtuigend onderbouwd, zonder te vervallen in simplificatie of activistische retoriek. Het enige echte bezwaar tegen de tentoonstelling is haar omvang. De verhalen zijn rijk, de objecten gelaagd, maar de context blijft soms noodgedwongen beknopt. Juist daardoor wekt de tentoonstelling de wens naar meer verdieping. En dat is, in dit geval, een teken van succes.

Theater / Voorstelling

Wonderschone voorstelling van twee theatercoryfeeën

recensie: Liefdesbrieven – MORE Theater Producties
Liefdesbrieven_05_(c) Bram WillemsBram Willems

Als het balletje nou nét ietsje anders was gerold, waren Melissa en Andrew dan wel of niet voor elkaar bestemd geweest? Dat is de fascinerende vraag waarmee de toeschouwer achterblijft wanneer in Liefdesbrieven van MORE Theater Producties het doek valt.

Een lange tafel met daarop twee multomappen met teksten, en erachter twee stoelen. Op de grond markeert een rechthoek van witte lijnen de plek van de tafel. Méér dan deze sobere vormgeving (decor: Marc Heinz) hebben theatercoryfeeën Anne Wil Blankers en Hans Croiset niet tot hun beschikking; en meer hebben ze ook niet nodig voor hun Liefdesbrieven (1988). Regisseur Mark Rietman kiest voor een enscenering waarin de personages de brieven voorlezen. De brieven die zij zelf hebben geschreven, niet die van de ander.

Dat is niet zozeer een makkelijke keuze; de Amerikaanse toneelschrijver A.R. Gurney (1930-2017) reikt die optie zelf aan in zijn regieaanwijzingen. De aanpak levert een geestige, wonderschone voorstelling op.

Een leven lang

Melissa Gardner is een rijkeluiskind met een gouvernante en een butler. Andrew Ladd is van nederiger komaf, maar hij is wel mega-slim. Andrew – ‘Andy’ in het dagelijks gebruik – weet nog precies wanneer hij Melissa voor het eerst zag: in 1937, in de tweede klas. Het schooljongetje wil onmiddellijk met Melissa trouwen.
Deze kalverliefde resulteert niet in een huwelijk, maar wel in een leven lang brieven schrijven. De twee schrijven lang niet altijd liefdesbrieven, maar ze blijven wel met elkaar in contact, ongeacht de fysieke afstand die hen scheidt. De gestudeerde Andrew zit zelfs een tijd in Japan.

Emoties

Andy schrijft graag en goed, Melissa tekent liever. En terwijl de man uit het mindere milieu keurig blijft, is de gefortuneerde Melissa juist grof in de bek. Ze scheldt en vloekt op papier, het woord ‘klootzak’ ligt haar in de mond bestorven. We herkennen de meesterhand van regisseur Rietman, die feilloos intonatie en zinsmelodie inzet om emoties kracht bij te zetten.

Partners komen en gaan, minnaars komen en gaan, bij beiden. Op een of andere manier lopen ze elkaar in de liefde vooral nét mis. De twee zijn beurtelings verliefd op elkaar, maar zelden tegelijkertijd, waardoor er nooit een normale relatie ontstaat. Grappig is dat jaloezie op de partner die de ander dan wél heeft een belangrijke rol speelt.

Verknipte dialogen

De brieven vormen in dit stuk een soort aaneenschakeling van monologen, hoewel de personages wel degelijk expliciet op elkaars teksten reageren, waardoor een soort verknipte dialogen ontstaan. Razend knap is dat juist niet elke gebeurtenis, elk feit wordt uitgeschreven, maar dat de toehoorder niettemin volledig begrijpt wat er is gebeurd.

Sterk is de ontwikkeling die deze personages in de loop der tijden doormaken: Gurney krijgt het voor elkaar de toon van de brieven te laten groeien van kindertaal naar pubertaal naar volwassenentaal naar bejaardentaal. Van onhandig of kortaf naar gematigd en bedachtzaam. Gurney werd voor dit stuk genomineerd voor de Pulitzer Prize for Drama.

Loepzuiver

Je zou denken dat het voorlezen van een tekst een simpele opgave is, maar niets is minder waar. Anne Wil Blankers en Hans Croiset zetten loepzuiver en met gevoel voor detail personages neer die aan elkaar gewaagd zijn, of waarbij de een juist – tijdelijk – sterker is dan de ander. In feite hebben ze alleen hun stem, hun gezicht en hun handen om emoties neer te zetten, maar ze drukken zo alles uit: plezier, verdriet, boosheid, liefde. Een topprestatie.

Commentaar

Geestig en trefzeker is ook de manier waarop de acteurs uitdrukkelijk reageren wanneer de ander iets voorleest dat een reactie uitlokt: met een verbaasd gezicht, wegwerpgebaar, verontwaardiging, schouders optrekken, lachen, hoofdschudden. Zo geeft de een voortdurend commentaar op de brief die de ander ‘schrijft’.

Anne Wil Blankers speelde dit stuk in 2007 met Paul van Vliet, in de regie van Mette Bouhuijs. Van Vliet is ons in 2023 ontvallen; de kans om hem nog te zien is voorgoed verkeken. Blankers (1940) en Croiset (1935) zijn er nog, en hoe. Krachtig, geloofwaardig, geestig. Zij zijn gelukkig nog wel te zien, met deze geslaagde, indrukwekkende Liefdesbrieven.

Tekst: A.R. Gurney
Vertaling: Jan Donkers
Decor en licht: Marc Heinz
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Film / Films

Warme tragikomedie over vrienden in de rouw

recensie: To New Beginnings - Paprika Steen
To New BeginningsNordisk Film Production via Filmdepot

Tijdens een oudejaarsavond met een hechte vriendengroep zorgt de komst van een nieuweling voor een reeks ongelukkige gesprekken, die even pijnlijk als herkenbaar zijn. To New Beginnings (Det nye år in het Deens) is een verrassende zwarte komedie over rouw, ongemak en alles wat onuitgesproken blijft tussen jarenlange vrienden. Regisseur Paprika Steen maakte eerder naam als actrice (Kristine Steen) in de eerste Dogma 95-films, waarin groepsdynamiek en onderdrukte conflicten centraal stonden. In deze komedie keert zij als regisseur terug naar dit thematische terrein.

De oude vrienden Nomi (Tuva Novotny), Jens (Anders W. Berthelsen), Charlotte (Birgitte Hjort Sørensen) en Kris (Christian Tafdrup) komen traditiegetrouw samen op oudejaarsavond voor een avond vol gezelligheid. Maar er ontbreekt iemand: Martin. Hij overleed een aantal jaar geleden bij een tragisch ongeluk. Zijn beste vriend Jens heeft het er zichtbaar moeilijk mee. De rouw drukt zwaar op hem tijdens dit etentje. Maar voor Nomi, Martins ex-vriendin, is het anders. Zij neemt dit jaar voor het eerst haar nieuwe vriend Finn (Lars Brygmann) mee. En dat zorgt voor onenigheid.

Oude tradities versus de nieuwe realiteit

De film legt de verhoudingen bloot binnen langdurige vriendschappen en toont hoe mensen anders omgaan met verlies en verandering. Finn is een nuchtere en onbeholpen radioloog. Terwijl Jens probeert vast te houden aan tradities, heeft Finn een andere avondplanning voor ogen. De nieuwkomer probeert allesbehalve likable te zijn. Hij stelt ongemakkelijke vragen en kaart gevoelige onderwerpen aan. Dit alles leidt tot confrontaties met uitbarstingen van lang onderdrukte gevoelens en spanningen.

Imperfecte volwassenen

Wat Steen sterk in beeld brengt, zijn de kwetsbaarheden van mensen. Lastige thema’s behandelt ze met humor en het nodige ongemak, zoals het eeuwenoude onderwerp de vermogenskloof. Zo deelt Finn graag zijn ideeën over wat Jens met zijn geld kan doen. Ook het contrast tussen de imperfecte volwassenen en de kinderen wordt mooi belicht. Volwassenen horen evenwichtiger te zijn dan kinderen, maar hier zijn het juist de kinderen die open en volwassen gesprekken voeren met elkaar.

Warme film over echte onderwerpen

De vrienden zijn aandoenlijk om naar te kijken. Wel is een kritiekpunt dat de personages meer uitgediept kunnen worden. Als kijker raak je niet écht overtuigd dat je kijkt naar jarenlange vriendschappen. Een gelaagdere dialoog had daaraan kunnen bijdragen. Zo is het verleden tussen Martin en Jens evident, maar hoe zit dat met de rest van de groep? De laatste dertig minuten zijn onderhoudend, maar Steen had deze niet nodig om een sterke film neer te zetten. Toch verdoe je, ondanks de langere zit,  geen tijd met dit Deense stuk. Met humor en veel menselijkheid toont To New Beginnings hoe moeilijk het is om samen verder te gaan wanneer alles verandert.

Gezien in Filmkoepel, Haarlem. ‘To New Beginnings’ is vanaf 25 maart te zien op Picl.

Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.

Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.