Tag Archief van: recensie

Film / Films

Een cocktail van charisma en chaos

recensie: Honey Don’t – Ethan Coen
HONEY DON'T! bannerFilmdepot (2025 Focus Features, LLC. All Rights Reserved)

Terwijl Joel Coen na de splitsing van de gebroeders Coen koos voor een grimmige zwart-witverfilming van Shakespeares Macbeth, slaat zijn broer Ethan een compleet andere weg in. Na Drive-Away Dolls levert hij samen met zijn vrouw Tricia Cooke met Honey Don’t het tweede deel af van hun geplande ‘B-film’ trilogie — wederom vol pulp, absurdisme en camp.

Op papier lijkt het bijna te mooi om waar te zijn: een originele mid-budgetfilm van een van de gebroeders Coen, een neo-noir detectiveverhaal, ode aan de B-film, en een sterrencast met Margaret Qualley, Chris Evans en Aubrey Plaza. In een tijd waarin originaliteit zeldzaam is in Hollywood, lijkt dit precies de soort film die het huidige filmlandschap nodig heeft. Het doet dan ook des te meer pijn om te zeggen dat Honey Don’t de verwachtingen helaas niet waarmaakt, en Ethan Coen een film aflevert die het best beschreven kan worden als iets waar je de gebroeders Coen hiervoor nooit op kon betrappen: klungelig en stuurloos.

Moderne noir

Margaret Qualley is Honey O’Donahue, een privédetective die moeiteloos voldoet aan het klassieke film-noir archetype: een drankprobleem, een cynisch wereldbeeld, zelfverzekerd en meedogenloos. Ze dendert met een gezonde dosis nuchterheid door het stoffige Bakersfield, Californië, een stad geteisterd door mysterieuze moorden. Binnen een strakke 90 minuten wordt er een poging gedaan een wereld op te bouwen rond haar zoektocht naar de dader, bevolkt door foute politieagenten, seksverslaafde priesters en een mysterieuze Franse femme fatale. Verwacht in Honey Don’t dan ook cheesy oneliners, obscure referenties naar B-films van de jaren 70, een bizar maar doch voorspelbaar detectiveplot, en een parade aan excentrieke personages. Nee, de film neemt zichzelf inderdaad niet erg serieus.

In de persronden rond zijn vorige film Drive-Away Dolls, die qua stijl en thematiek in hetzelfde universum lijkt te spelen, gaf Ethan Coen aan dat hij samen met Tricia Cooke een ‘lesbische B-film trilogie’ wil maken die het vergeten B-filmgenre nieuw leven inblaast. Waar Drive-Away Dolls nog een Bush-tijdperk screwball roadtrip was, kiezen ze voor Honey Don’t het noir-genre – wederom gegoten in een uitgesproken queer jasje.

Verdwaald in subplots

Voor een film die vooral leunt op humor en excentrieke personages, zijn de grappen opvallend vlak. Dit valt niet te wijten aan het acteerwerk: Qualley is zoals gewoonlijk uitstekend, en Evans, die een rommelige weg achter de rug heeft na zijn rol als Captain America, lijkt te genieten van zijn rol als megalomane seksverslaafde priester. Het is dan ook verfrissend om te zien dat Ethan iets probeert wat afwijkt van zijn voorgaande onwijs strak geregisseerde films, en meer los probeert te raken van het gelikte Coen-esque waar ze als duo bekend om staan.

Nee, het grote probleem zit hem in de structuur van de film zelf, die in alles gehaast in elkaar lijkt gezet. De film verdwaalt in zijn eigen subplots; verhaallijnen lijken onafgemaakt en plottwists blijven betekenisloos. Er zijn lollige momenten, maar zelfs wanneer je Honey Don’t bekijkt door de bril van de B-film – waar plot ondergeschikt is, stijl boven inhoud gaat en de camp wordt opgevoerd – blijft slordigheid geen excuus. Drive-Away Dolls speelde met dezelfde esthetiek, maar wist binnen zijn eigen logica nog te functioneren: ondanks de eigenaardigheden zat het goed in elkaar, en werkte het tongue-in-cheek gehalte prima als wat het pretendeert te zijn: een vermakelijke B-film.

Het meest wrange aan Honey Don’t is dat je de potentie wel voortdurend voelt. De liefde voor de pulp spat eraf, en de acteurs hebben zichtbaar plezier. Hoewel er in de eerste helft kortstondige momenten zijn waarop je de energie voelt waarnaar ze op zoek zijn – denk aan de chemie tussen Qualley en Plaza tijdens hun eerste ontmoeting (‘I love those click-clacking heels’) – vliegt het geheel zodanig uit de bocht in het laatste halfuur dat je na een abrupt einde maar met een vraag kan overblijven: ‘was dit het?’

Film / Films

Een cocktail van charisma en chaos

recensie: Honey Don’t – Ethan Coen
HONEY DON'T! bannerFilmdepot (2025 Focus Features, LLC. All Rights Reserved)

Terwijl Joel Coen na de splitsing van de gebroeders Coen koos voor een grimmige zwart-witverfilming van Shakespeares Macbeth, slaat zijn broer Ethan een compleet andere weg in. Na Drive-Away Dolls levert hij samen met zijn vrouw Tricia Cooke met Honey Don’t het tweede deel af van hun geplande ‘B-film’ trilogie — wederom vol pulp, absurdisme en camp.

Op papier lijkt het bijna te mooi om waar te zijn: een originele mid-budgetfilm van een van de gebroeders Coen, een neo-noir detectiveverhaal, ode aan de B-film, en een sterrencast met Margaret Qualley, Chris Evans en Aubrey Plaza. In een tijd waarin originaliteit zeldzaam is in Hollywood, lijkt dit precies de soort film die het huidige filmlandschap nodig heeft. Het doet dan ook des te meer pijn om te zeggen dat Honey Don’t de verwachtingen helaas niet waarmaakt, en Ethan Coen een film aflevert die het best beschreven kan worden als iets waar je de gebroeders Coen hiervoor nooit op kon betrappen: klungelig en stuurloos.

Moderne noir

Margaret Qualley is Honey O’Donahue, een privédetective die moeiteloos voldoet aan het klassieke film-noir archetype: een drankprobleem, een cynisch wereldbeeld, zelfverzekerd en meedogenloos. Ze dendert met een gezonde dosis nuchterheid door het stoffige Bakersfield, Californië, een stad geteisterd door mysterieuze moorden. Binnen een strakke 90 minuten wordt er een poging gedaan een wereld op te bouwen rond haar zoektocht naar de dader, bevolkt door foute politieagenten, seksverslaafde priesters en een mysterieuze Franse femme fatale. Verwacht in Honey Don’t dan ook cheesy oneliners, obscure referenties naar B-films van de jaren 70, een bizar maar doch voorspelbaar detectiveplot, en een parade aan excentrieke personages. Nee, de film neemt zichzelf inderdaad niet erg serieus.

In de persronden rond zijn vorige film Drive-Away Dolls, die qua stijl en thematiek in hetzelfde universum lijkt te spelen, gaf Ethan Coen aan dat hij samen met Tricia Cooke een ‘lesbische B-film trilogie’ wil maken die het vergeten B-filmgenre nieuw leven inblaast. Waar Drive-Away Dolls nog een Bush-tijdperk screwball roadtrip was, kiezen ze voor Honey Don’t het noir-genre – wederom gegoten in een uitgesproken queer jasje.

Verdwaald in subplots

Voor een film die vooral leunt op humor en excentrieke personages, zijn de grappen opvallend vlak. Dit valt niet te wijten aan het acteerwerk: Qualley is zoals gewoonlijk uitstekend, en Evans, die een rommelige weg achter de rug heeft na zijn rol als Captain America, lijkt te genieten van zijn rol als megalomane seksverslaafde priester. Het is dan ook verfrissend om te zien dat Ethan iets probeert wat afwijkt van zijn voorgaande onwijs strak geregisseerde films, en meer los probeert te raken van het gelikte Coen-esque waar ze als duo bekend om staan.

Nee, het grote probleem zit hem in de structuur van de film zelf, die in alles gehaast in elkaar lijkt gezet. De film verdwaalt in zijn eigen subplots; verhaallijnen lijken onafgemaakt en plottwists blijven betekenisloos. Er zijn lollige momenten, maar zelfs wanneer je Honey Don’t bekijkt door de bril van de B-film – waar plot ondergeschikt is, stijl boven inhoud gaat en de camp wordt opgevoerd – blijft slordigheid geen excuus. Drive-Away Dolls speelde met dezelfde esthetiek, maar wist binnen zijn eigen logica nog te functioneren: ondanks de eigenaardigheden zat het goed in elkaar, en werkte het tongue-in-cheek gehalte prima als wat het pretendeert te zijn: een vermakelijke B-film.

Het meest wrange aan Honey Don’t is dat je de potentie wel voortdurend voelt. De liefde voor de pulp spat eraf, en de acteurs hebben zichtbaar plezier. Hoewel er in de eerste helft kortstondige momenten zijn waarop je de energie voelt waarnaar ze op zoek zijn – denk aan de chemie tussen Qualley en Plaza tijdens hun eerste ontmoeting (‘I love those click-clacking heels’) – vliegt het geheel zodanig uit de bocht in het laatste halfuur dat je na een abrupt einde maar met een vraag kan overblijven: ‘was dit het?’

Film / Films

Liefde en strijd in een eigentijdse War of the Roses

recensie: The Roses - Jay Roach
The Roses banner© 2025 Searchlight Pictures

De Roses zijn een stel dat dol op elkaar is, maar na al die jaren samen ook vatbaar is voor de impact van grote veranderingen. Zo geschiedt als Theo (Benedict Cumberbatch) zijn carrièreplannen in duigen ziet vallen en Ivy (Olivia Colman) juist mogelijkheden gaat zien om zichzelf te ontwikkelen. Hoe zal deze spanning de relatie van de gelukkige geliefden beïnvloeden?

The Roses is een zwarte komedie geregisseerd door Jay Roach, gebaseerd op de roman The War of the Roses van Warren Adler uit 1981. De film is een remake van de gelijknamige klassieker uit 1989 met Michael Douglas en Kathleen Turner in de hoofdrollen. Waar het ‘origineel’ uitblonk in grofheid en over-the-top situaties, kiest deze nieuwe versie voor een subtielere en gelaagdere aanpak.

Ontmoet the Roses

Wanneer Theo en Ivy elkaar voor het eerst ontmoeten in Londen, is hij een succesvolle architect en verdient zij haar sporen in een topkeuken. Na een wellustige ontmoeting in haar restaurant trouwen ze en krijgen ze twee kinderen, Hattie (gespeeld door Delaney Quinn als kind en Hala Finley als jongvolwassene) en Roy (Ollie Robinson als kind en Wells Rappaport als jongvolwassene), en verhuizen ze naar de VS voor een nieuw begin.

Aanvankelijk lijkt alles voorspoedig te verlopen. Theo staat op het punt zijn grote doorbraak te beleven met een spraakmakend nautisch museum in San Francisco. Tegelijk opent Ivy haar eerste restaurant, met de ondeugende naam We’ve Got Crabs. Maar dan slaat het noodlot toe: op de dag van de onthulling stort Theo’s gebouw in door een constructiefout. Zijn reputatie is in één klap verwoest. Ironisch genoeg zorgt diezelfde storm ervoor dat Ivy’s restaurant overspoeld wordt met bezoekers, onder wie een invloedrijke recensent. Plots is zij de rijzende ster, terwijl hij viraal gaat met een publieke inzinking.

Geen een-op-een remake

Waar de film uit 1989 vol inzet op fysieke comedy en absurde confrontaties – met Danny DeVito als regisseur én acteur – kiest deze nieuwe versie voor een tragikomische ondertoon die vooral richting het einde escaleert. Jay Roach, bekend van Meet the Parents en Austin Powers, toont zich hier van een verrassend subtiele kant.

Die subtiliteit maakt de film juist krachtig. Op een droge, soms pijnlijke maar ook grappige manier wordt duidelijk hoe een huwelijk uit balans raakt wanneer partners niet meer op gelijke voet staan. Het maakt het verhaal herkenbaar voor veel koppels – zonder in clichés te vervallen.

Met Benedict Cumberbatch en Olivia Colman in de hoofdrollen kan het eigenlijk niet misgaan. Hun spel is gelaagd, invoelbaar en vooral geloofwaardig. De chemie tussen hen zorgt ervoor dat je als kijker moeiteloos meegaat in hun liefdesgeschiedenis – én hun strijd.

Britse humor

Een kleine dissonant in de film is de rol van Amy, gespeeld door comédienne Kate McKinnon. Haar spel is uitbundig en overduidelijk komisch, wat soms schuurt met de verder subtiele toon van de film. Dat zou goed te verklaren zijn door het verschil in humor: waar Amerikaanse comedy vaak direct en luidruchtig is met duidelijke punchlines, is Britse humor droog, onderkoeld en rijk aan ironie. In deze film is dat contrast duidelijk voelbaar en storend. Ook al is het een Brits-Amerikaanse samenwerking, deze twee types humor gaan niet goed samen.

Verrassend genoeg is dit de eerste keer dat Cumberbatch en Colman samen de hoofdrollen vertolken. Hun vriendschap buiten de set is voelbaar in de oprechte dynamiek op het scherm.

The Roses is een geslaagde, eigentijdse remake die humor en drama in balans weet te houden. Met uitstekende acteerprestaties en een scherp oog voor de dynamiek van moderne relaties is het een film die zowel vermakelijk als confronterend is. Geen flauwe kopie, maar een subtiele herinterpretatie met een eigen smoel.

Vanaf 28 augustus 2025 te zien in bioscopen.

Film / Films

Whodunnit mist de ziel van het boek

recensie: Chris Columbus – The Thursday Murder Club
The Thursday Murder Club (2025)Giles Keyte, Netflix

Een verhaal gebaseerd op een internationale bestseller, een topcast met geliefde acteurs als Helen Mirren, David Tennant en Pierce Brosnan én een flink budget: in theorie heeft de verfilming van Richard Osmans The Thursday Murder Club (2025) alle ingrediënten voor een groot succes. Maar weet de praktijk die verwachtingen waar te maken, of zullen we ook hier zeggen dat het boek beter was?

Laten we maar gelijk starten met het antwoord op die vraag: ja, het boek was beter. Het verhaal van de film volgt grofweg het eerste deel van de Thursday Murder Club-reeks. Gesitueerd in het prachtige Coopers Chase, een seniorengemeenschap met een erg luxe locatie en een verscheidenheid aan gezelschappen en activiteiten, volgen we één zeer exclusief clubje dat zichzelf The Thursday Murder Club noemt. Aanvankelijk bestaande uit voormalig MI6-agent Elizabeth (Helen Mirren), gepensioneerd vakbondsleider Ron (Pierce Brosnan) en gepensioneerd psychiater Ibrahim (Ben Kingsley), wordt de club algauw uitgebreid met oud-verpleegkundige Joyce (Celia Imrie), wier medische expertise goed van pas komt. Elke donderdag buigen ze zich over cold cases, tot er een echte moord plaatsvindt binnen hun sociale kringen. Aannemer Tony Curran, mede-eigenaar van Coopers Chase, wordt dood aangetroffen. Dit opent de weg voor mede-eigenaar Ian Ventham (David Tennant) om de inwoners van Coopers Chase eruit te zetten en het gebouw om te bouwen tot een stel luxeappartementen. Reden genoeg voor onze favoriete vier bejaarden om zich tegen de zaak aan te bemoeien en de politie – ongevraagd – te ondersteunen bij het ontrafelen van het mysterie. Dat ze de zaak weten op te lossen zal je niet verbazen, maar de focus ligt op de manier waarop ze dat voor elkaar krijgen. Het viertal weet het stereotype ‘oud en bejaard’ in hun voordeel te gebruiken en laat keer op keer blijken dat je hen niet moet onderschatten.

Net zo charmant, maar minder krachtig

Het klonk zo veelbelovend toen bekend werd gemaakt dat Netflix een alom geliefde boekenserie ging verfilmen! Met zoveel humor, plotwendingen en een flinke dosis knusheid – en oké, ook de nodige kneuterigheid – leek The Thursday Murder Club bij uitstek geschikt voor een miniserie. Zeker gezien Netflix al eerder een andere favoriet, A Good Girl’s Guide to Murder, tot een vermakelijke miniserie had weten om te toveren.

Dat aanvankelijke enthousiasme sloeg gauw om in verbazing toen bleek dat het niet ging om een serie, maar om een film. Het verhaal lijkt namelijk te rijk om in een schamele twee uur verteld te worden, en na het zien van deze film is die angst alleen maar bevestigd. Belangrijke en mooie verhaallijnen zijn gesneuveld, inclusief veel van de spitsvondigheid, warmte en gelaagdheid die het boek juist zo uniek en vermakelijk maakten. In de boeken draait het niet alleen om de moorden die opgelost worden, maar juist ook om thema’s rondom ouder worden, ziekte, afscheid nemen en de waarde van iemands ervaringen en expertise. De film toont er een afgezwakte versie van: de charme blijft, maar is een stuk minder krachtig.

Kill your darlings

Voor de film is duidelijk gekozen om de nadruk te leggen op de whodunnit. We volgen slimme acties en spannende gebeurtenissen die lijken op te bouwen naar een Poirot-achtig eindmoment, maar dat moment komt uiteindelijk nooit echt. In het boek ontbreekt zo’n moment ook, maar dat draagt juist bij aan de boodschap; het laat zien dat sommige mysteries geen ‘spannende puzzel’ zijn, maar trieste verhalen die onderdeel zijn van iemands leven, waarin een dader niet per se een kwaadwillige slechterik is. Die gelaagdheid en boodschap komen minder goed over in de film. De film heeft een geringe opbouw en er volgen wel heel veel ‘toevallige’ ontdekkingen elkaar op, zeker richting het gehaaste einde. Daardoor voelt de ontknoping afgeraffeld en vlak. Veel van de oorspronkelijke bochten en verhaallijnen zijn afgesneden – juist daarvoor had een serie meer ruimte geboden. Bij deze film werd het principe ‘kill your darlings’ te enthousiast toegepast: er sneuvelen geen personages uit het verhaal, maar juist het verhaal zelf.

Plezier spat van het scherm af

Fragment uit The Thursday Murder Club

© Giles Keyte, Netflix

Als we stoppen met vergelijken, is er in The Thursday Murder Club gelukkig best veel te genieten. De setting is prachtig – wie wil er na deze filmbeelden níét in Coopers Chase wonen? – en de cast heeft zichtbaar plezier. Pierce Brosnan en Tom Ellis zijn een heerlijk vader-zoon duo, Jonathan Pryce ontroert als de lieve, dementerende Stephen en Henry Lloyd-Hughes overtuigt als de intimiderende maar goedhartige klusser Bogdan. De mix van spannende, serieuze en soms ronduit bizarre situaties – van aquarobics tot naaktschilderlessen en een soort Sterren Dansen op het IJs – houdt het geheel luchtig en vermakelijk.

Kortom: het boek was beter, maar dat maakt de film niet slecht. Verwacht geen ingewikkelde puzzel met briljante plotwendingen, maar een gezellig, warm moordmysterie met een vleugje Britse ironie. En met deel vijf van de boekenreeks net uitgebracht (september 2025) smaakt de film zeker naar meer; al blijft het een raadsel hoe Netflix verdergaat, nu sommige personages in de film een ander lot treffen dan in de boeken.

Film / Films

Tragiek als decor, pinguïn als symboliek

recensie: Peter Cattaneo – The Penguin Lessons
The Penguin Lessons - Peter Cattaneo©Andrea Resmini - ©NOSTROMO PRODUCTION STUDIOS SL - NOSTROMO PICTURES CANARIAS SL - PENGUIN LESSONS LTD.

The Penguin Lessons, gebaseerd op de memoires van Tom Michell, is een lichtvoetige film met een zware historische achtergrond. We volgen Steve Coogan als een cynische Britse leraar op een jongensinternaat in Buenos Aires, tegen de achtergrond van de militaire dictatuur. Een aangespoelde keizerspinguïn zet onverwacht zijn persoonlijke verandering in gang.

Regisseur Peter Cattaneo, bekend van The Full Monty, grijpt terug op vertrouwde elementen uit het feelgoodgenre van de jaren ’90: een zonderling die, via een onwaarschijnlijke band, langzaam ontdooit. Dat levert een toegankelijke en bij vlagen charmante film op, maar de balans tussen luchtigheid en politieke ernst blijkt lastig vol te houden.

Juan Salvador

Michell is een leraar die zichtbaar is afgehaakt: hij doet zijn werk op de automatische piloot en houdt afstand tot collega’s en leerlingen. Tijdens een vakantie in Venezuela vindt hij een met olie besmeurd dier op het strand. Hij neemt de pinguïn mee naar Argentinië, noemt hem – op aanraden van zijn huishoudster en haar dochter – Juan Salvador en houdt hem stiekem op het schoolterrein.

De pinguïn wordt meer dan een gimmick. In scènes waarin Michell het dier probeert terug te sturen naar de zee, of verstopt in een tas langs de douane loodst, ontstaat een subtiele dynamiek tussen mens en dier. Juan Salvador werkt als katalysator: door de zorg voor de pinguïn raakt Michell opnieuw betrokken bij de wereld om hem heen.

Een ongemakkelijke mix

De scènes waarin Michell en de pinguïn elkaar leren kennen, zijn bij vlagen geestig, hoewel de humor soms wat flauw blijft. Toch weet de film hier en daar oprechte warmte op te roepen. Zoals wanneer Juan Salvador, eindelijk geaccepteerd door iedereen, mag zwemmen in het grote zwembad van de school en trots op de klassenfoto staat.

Wat wringt is de historische context. The Penguin Lessons speelt zich af tijdens de Vuile Oorlog (1976–1983), een periode waarin naar schatting 30.000 mensen verdwenen of vermoord werden door het militaire regime. De film gebruikt dit grimmige decor voornamelijk als achtergrond voor Michells persoonlijke ontwaken. In plaats van een scherp contrast, voelt het soms alsof de geschiedenis een decorstuk is: stil en indrukwekkend, maar weinig geïntegreerd in het drama.

The Penguin Lessons - Peter Cattaneo

photo by Lucia Faraig ©NOSTROMO PRODUCTION STUDIOS SL – NOSTROMO PICTURES CANARIAS SL – PENGUIN LESSONS LTD

Wanneer Michells vriendin – de dochter van zijn huishoudster – zomaar wordt opgepakt op straat, neemt hij het voor haar op, aangemoedigd door zijn herwonnen idealisme. Maar de manier waarop deze verhaallijn wordt afgerond – inclusief haar vrijlating mede dankzij Michells tussenkomst – voelt te eenvoudig, en staat haaks op de tragiek van de werkelijke geschiedenis. De aftiteling, met daarin een nuchtere tekstkaart over het aantal mensen dat tijdens deze oorlog verdween of omkwam, voelt daardoor eerder als late correctie dan als geïntegreerd onderdeel van het verhaal.

Lichtpuntjes

Gelukkig bevat The Penguin Lessons ook geslaagde momenten. Zo zijn er passages waarin de film de vinger even op de zere plek legt. Een scène waarin Michell aangeraden wordt zijn loon zo snel mogelijk uit te geven, vangt de economische instabiliteit van het Argentinië van toen met wrange precisie. Zijn verbazing en frustratie – met een zak brood dat plots evenveel kost als een dagloon – maken de situatie tastbaar. Het zijn dit soort details waarin de film even aan kracht wint.

Daarnaast weet Steve Coogan zijn personage geloofwaardig neer te zetten als een man die zijn cynisme langzaam aflegt. Jonathan Pryce brengt subtiliteit in zijn rol als de schooldirecteur, en ook de Argentijnse castleden – met name Vivian El Jaber en Alfonsina Carrocio – geven de film een waardevolle lokale verankering. Verder is de montage tussen de pinguïn en de menselijke personages kundig gedaan. Af en toe breekt er iets echts door in deze film, waarin oprechte bedoelingen voelbaar zijn, ook als de uitvoering niet altijd overtuigt.

Kortom: The Penguin Lessons is een warm verhaal over idealen, vriendschap en verandering, maar wel één dat de diepte slechts aanraakt, waar het erin had kunnen duiken.

Vanaf 23 oktober 2025 in de bioscoop.

Film / Films

Spectaculair debuut van Eva Victor

recensie: Sorry, Baby – Eva Victor
Sorry-Baby_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

In Sorry, Baby is traumaverwerking geen scène, maar een schaduw die zich overal meebeweegt: in de vorm van een kat, een sandwich of een paniekaanval. Met droge humor, ongemak en lef vertelt Eva Victor een verhaal over herstel dat zich langzaam om je heen wikkelt als een warme deken.

De A24-film is bijna een genre op zich geworden. Als er een nieuwe film verschijnt van de indie-filmstudio, valt hij meestal in twee hokjes te plaatsen: ofwel een horror à la The Witch (2015) en Get Out (2017), óf een klein, intiem drama zoals Past Lives (2023) en Minari (2020). Niet dat deze films over één kam geschoren moeten worden – stuk voor stuk zijn ze op zichzelf staande, uitstekende films – maar het patroon lijkt onderhand moeilijk te negeren.

Sorry, Baby, de grote hit van het Sundance festival begin dit jaar, valt duidelijk in de tweede categorie, en lijkt zich moeiteloos te nestelen als hét ‘A24-drama’ van 2025. Dat is niet zonder reden: schrijver, regisseur en hoofdrolspeler(!) Eva Victor levert niet alleen een spectaculair debuut af, maar iets compleet eigens waar het zelfvertrouwen vanaf barst.

Het leven op de campus

Centraal in Sorry, Baby staat Agnes (gespeeld door Eva Victor zelf), een literatuurdocente aan een kleine universiteit in New England. De film opent met de binnenkomst van haar vroegere huisgenoot en beste vriendin Lydie (een sterke Naomi Ackie), die groot nieuws met zich meebrengt: ze krijgt een kind. De film lijkt te beginnen als een warm weerzien tussen twee oude vrienden. We worden meegenomen in hun gesprekken over de romantiek van het studentenleven, de vriendschappen die ze vormden en hoe hun levens in contrast met elkaar staan: Lydie die een gezin opbouwt in New York, en Agnes die is blijven hangen op de campus. De chemie is voelbaar, de humor scherp en de gesprekken zijn oprecht.

Vriendinnen op grond

© Filmdepot

Eva Victor houdt, ondanks het rustige tempo waarmee het verhaal zich ontvouwt, je als kijker onwijs scherp door niet bang te zijn het tapijt onder je voeten vandaan te trekken. De centrale gebeurtenis – een grensoverschrijdende ontmoeting met een professor – blijft buiten beeld door een elliptische vertelstructuur, maar is als een blok in de maag voelbaar doorheen de hele film.

Van warm nest tot spookhuis

De film springt tussen heden en verleden, waar je wordt meegenomen in het verwerkingsproces van Agnes; Victor toont hoe ze zich een weg baant door paniekaanvallen, de zoektocht naar nieuwe intimiteit, maar ook de eenzaamheid op de campus in New England. Wat begint als een warm nest – een huis vol boeken, knus kaarslicht en een grijze kat – verandert ‘s nachts in een spookhuis. Een mysterieus geklop, piepende en krakende deuren: we blijven met Agnes angstig in bed achter. Het zijn momenten die wat weg hebben van een horrorfilm, en dat is heel slim gedaan door Victor: je wordt meegezogen in de angsten van Agnes en dat maakt het trauma tastbaar.

Eva Victors stijl is opvallend: ze combineert droge humor met emotionele kwetsbaarheid, en weet zelfs in de donkerste momenten ruimte te vinden voor absurditeit en lichtheid. Kleine scènes – een kitten adopteren, een onverwachte sandwich met een vreemdeling – zijn hoogtepunten in de film, mede dankzij het bijzonder oprechte script van Victor. Elke zin, ongemakkelijke stilte of klop op de deur voelt dan ook echt; alsof je door een raam iemands leven binnen gluurt.

Balanceren op een koord

Een film over het proces van traumaverwerking luchtig houden is een moeilijk koord om op te balanceren; je wil een onderwerp als seksueel misbruik niet bagatelliseren met humor, maar ook niet wegvallen in de beladenheid van het trauma. Het onderwerp is zwaar, maar zo voelt de film nooit. Sorry, Baby gaat niet over slachtofferschap, maar over herstel en over hoe het leven, ondanks alles, gewoon doorgaat. Dat Eva Victor dit als debutant zo overtuigend weet neer te zetten, maakt Sorry, Baby niet alleen een meer dan indrukwekkende eerste film, maar het begin van een veelbelovende carrière.

Film / Films

Zusterschap in stilte: een portret van verborgen misbruik in het regenwoud

recensie: Manas – Marianna Brennand (2024)
2 zussen aan waterfilmdepot

Het lijkt een idyllisch bestaan: diep in het Braziliaanse regenwoud woont Marcielle, afgekort Tielle, met haar familie. Ze helpt haar moeder met het schoonmaken van açaibessen, klimt moeiteloos in bomen, vaart met een boot naar school en kijkt films met vriendinnen bij het lokale winkeltje. Maar de ogenschijnlijke idylle begint te barsten.

Regisseur Marianna Brennand deed jarenlang onderzoek naar de seksuele uitbuiting van minderjarigen in het Amazonegebied. In haar speelfilmdebuut Manas geeft ze de schokkende misbruikcijfers in Brazilië een gezicht. Ze heeft een heldere missie: er móét iets veranderen.

Het is nergens veilig

Tielle — indrukwekkend gespeeld door Jamilli Correa — ontdekt al snel dat het leven in haar afgelegen gemeenschap allesbehalve onschuldig is. Zodra haar menstruatie begint, saboteert haar vader haar hangmat en dwingt hij haar bij hem in het enige bed te slapen: lepeltje-lepeltje. Even later neemt hij haar mee ‘op jacht’, maar al snel blijkt wie de prooi is.

Haar moeder en vriendin moedigen haar aan om garnalen en açai te verkopen op de vrachtschepen die elke twee weken aanleggen. Iedereen weet wat er écht gebeurt aan boord. Toch lonkt de hoop op eigen geld of zelfs een man die je wegvoert, ver van huis. Een keuze tussen twee kwaden.

Onzichtbare vrouwen

Voordat Brennand begon met filmen, sprak ze meer dan tien jaar lang met vrouwen in het Amazonegebied. Wat ze aantrof was een cyclus van geweld die zó normaal was geworden, dat niemand die nog leek te zien. ‘Het is de enige realiteit die de meeste van deze vrouwen kennen’, zegt ze.

Die complexiteit weet Brennand scherp te vangen. Ze toont een vader (Rômulo Braga) die zijn eigen gedrag niet als misbruik ziet, en een moeder (Fátima Macedo) die balanceert tussen slachtofferschap en medeplichtigheid. ‘Sommige dingen kun je niet veranderen’, zegt ze tegen Tielle, wanneer die vraagt weer in haar eigen hangmat te mogen slapen.

Documentaire werd speelfilm

De verhalen van de vrouwen die Brennand sprak, waren heftig en onthutsend. Ze besefte dat het onethisch zou zijn om hen dit op camera te laten herbeleven. Door Manas als speelfilm te maken, kon Brennand een zintuiglijke ervaring creëren. De kijker voelt, hoort en ziet het leven zoals Tielle dat doet. Vooral het personage Danielle, de moeder, is gelaagd en pijnlijk herkenbaar. Zij belichaamt de perverse cyclus die generaties lang is doorgegeven. Haar eigen moeder maakte hetzelfde mee, en haar grootmoeder daarvoor. Nu haar dochters aan de beurt zijn, worstelt Danielle met haar geweten. Ze wil helpen, probeert iets te doen, maar heeft niet de kracht om zich écht uit te spreken. Het resultaat is oorverdovende stilte.

Stap in de goede richting

Manas betekent ‘zussen’ of ‘zusterschap’. In het noorden van Brazilië, waar de film is opgenomen, is er mede dankzij de film een sociale beweging ontstaan. Het woord mana of manina wordt nu gebruikt voor iemand op wie je kan leunen. Daarnaast is er ook de campagne ‘Manas support Manas’ opgestart, waarbij er naast een luisterend oor ook hulp geboden wordt aan zusters die erom vragen. Hopelijk is deze film een stap richting het doorbreken van de stilte en een begin van verandering.

Manas won de regieprijs op het filmfestival van Venetië én de Grand Jury Fiction Award op Movies that Matter.

Vanaf 14 augustus 2025 te zien in de bioscoop.

De naaister en de wind
Boeken / Fictie

Een literaire wervelwind

recensie: César Aira – De naaister en de wind
De naaister en de wind

De naaister en de wind – een van César Aira’s meer nadrukkelijk surrealistische werken – laat zich op geen enkele manier voorspellen. Deze roman past, zowel wat vorm als wat inhoud betreft, naadloos in het oeuvre van deze auteur, die de lezer wel vaker op het verkeerde been zet.

Bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling van De haas in 2023 bleek al dat je bij Aira nooit weet wat voor kapsones hij in zijn verhalen voor je in petto heeft. Met zijn roman De naaister en de wind – uit 1994, maar nu voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen – is die stelling onderschreven, met een kleine aantekening: de wervelwind-achtige vertelstijl, schijnbaar uitgetekend op een sterk filosofische blauwdruk, is in al zijn romans terug te vinden. Ook blijkt uit al zijn boeken zonder meer dat Aira lak heeft aan welke literaire, genre-gebonden conventie dan ook.

In De naaister en de wind gaat naaister annex huisvrouw Delia op zoek naar haar zoon Omar, die volgens haar per ongeluk is ontvoerd naar het verre zuiden van Patagonië. Zodra haar man, Ramón, hoort dat zijn vrouw aldus de hielen heeft gelicht, reist hij haar in een kleine truck achterna. Onder nogal verwonderlijke omstandigheden komen Delia en Ramón, en nog enkele andere van hun dorpsgenoten, op de pampa terecht – het uitgestrekte, kale zuiden van Zuid-Amerika. Daar wervelen hun wegen, geholpen door de wind – die ook als personage fungeert – op groteske wijze om elkaar heen.

Transformatie als motief

Transformatie is een terugkerend motief in De naaister en de wind: een autootje verandert in een vlinder, de wind wordt een personage, een fossiel verandert in een rijtuig. Maar misschien wel de belangrijkste gedaanteverwisseling is die van Aira in zijn jeugdvriend, Omar, aan het begin van het boek. Na enkele autobiografische overpeinzingen, waarin Aira uiteenzet wat voor verhaal hij wil schrijven en waarin hij zich laat meevoeren door zijn herinneringen, denkt hij terug aan een onschuldig spelletje verstoppertje met zijn buurjongen in de oplegger van een vrachtwagen en verwisselt zichzelf met de ander: het is niet langer Aira die in de oplegger zit, maar Omar. Die truc slaat aan: Aira heeft zijn verhaal gevonden, en steekt van wal. De vrachtwagen vertrekt, neemt per abuis Omar mee, en Delia reist hem achterna.

Een surreëel verhaal – of toch niet?

Verderop in de tekst nemen de verhaallijnen tamelijk surrealistische wendingen; zo verdwaalt Delia op den duur in een grimmige truck zo groot als een appartementencomplex en komt op een bizarre wijze het ultieme monster van de pampa ter wereld. In het bekende interview De geur van guave beweert Gabriel García Márquez dat hij nooit ook maar iets uit zijn magisch-realistische romans heeft hoeven verzinnen: de Zuid-Amerikaanse werkelijkheid had hem zogenaamd al het materiaal verschaft dat hij nodig had om zijn boeken en verhalen te schrijven. Met die bewering in het achterhoofd zou je je kunnen afvragen of het wel terecht is om de surrealistische elementen in De naaister en de wind af te schrijven als jolige verzinsels van de hand van de schrijver. Wat als zij meer zijn dan pure fantasie? Wat voor waarheid dragen zij in zich?

Een fascinatie voor de pampa

De lezer krijgt de indruk dat de surrealistische verteltrant dient om de ervaring van het bestaan in Patagonië weer te geven. Dat komt door de nadruk die in het verhaal wordt gelegd op het landschap en de weersverschijnselen die uniek zijn voor zuidelijk Argentinië. Zou het kunnen dat Patagonië een landstreek is die zich niet door middel van realistische, voorstelbare scenario’s laat omschrijven, en dat Aira in het surrealisme de enig mogelijke vorm heeft gevonden om die omgeving voor niet-ingewijden voelbaar te maken? Met andere woorden: komt het surrealistische beeld van de pampa dat Aira schetst misschien juist strikt overeen met hoe het daadwerkelijk voelt om daar te zijn?

De fascinatie die Aira in zijn boeken voor de pampa aan den dag legt – ook in De haas en in Een episode uit het leven van een landschapsschilder speelde Patagonië een onmisbare rol – werkt aanstekelijk. De lezer krijgt zin om Patagonië met eigen ogen te bekijken, al was het maar om te beoordelen hoeveel van Aira’s romans er daadwerkelijk verzonnen is en hoeveel niet.

Van verhaal naar beschouwing en terug

De openingspassage – de nostalgische mijmering waarin Aira zichzelf verwisselt met zijn jeugdvriend Omar – is redelijk goed te interpreteren in het licht van het narratief dat erop volgt: zodra niet langer Aira, maar Omar in de vrachtwagen zit, worden Omar en zijn ouders automatisch de hoofdpersonages van het verhaal. Die verwisseling zet de verschillende verhaallijnen die zich op de pampa afspelen in gang. De overgang tussen autobiografie en narratief is hier helder en soepel, en Aira weet op ingenieuze wijze de focus te verleggen van het metanarratieve naar het narratieve niveau.

De openingspassage is de eerste in een reeks vergelijkbare beschouwingen die in de loop van de tekst het verhaal over Delia blijven onderbreken. Maar de meeste van deze filosofische intermissies hebben – in tegenstelling tot de eerste – zo goed als geen duidbare, inhoudelijke verbinding met het narratief over Delia. Dat komt doordat de meeste van deze digressies een nogal serieuze toon kennen, en soms wat al te filosofisch, idiosyncratisch en onnavolgbaar zijn.

Wat betreft stijl en perspectief zijn de digressies nogal ver verwijderd van het verhaal van Delia, dat een logische chronologie kent en bovendien op een luchtige en lachwekkende wijze wordt verteld. Deze twee literaire ‘ingrediënten’ zijn dus soms, door de grote verschillen ertussen, lastig met elkaar in verbinding te brengen. En dat terwijl er snel en regelmatig tussen deze twee elementen wordt geschakeld, waardoor juist de indruk wordt gewekt dat een dergelijke inhoudelijke verbinding wel degelijk bestaat.

En dat is spijtig. Als de lezer de rest van de metanarratieve onderbrekingen – net zoals de eerste – goed had kunnen plaatsen in het licht van het narratief over Delia, dan hadden die onderbrekingen op geslaagde wijze extra diepte aan de tekst kunnen geven.

Niet Aira’s meest toegankelijke werk

Voor de lezer die zich graag laat vermaken door een surrealistisch en absurdistisch plot is De naaister en de wind absoluut de moeite waard. Voor die lezer zullen echter de tamelijk ondoordringbare filosofische bespiegelingen aanvoelen als onnodige complexiteiten, die toegankelijkere boeken met een surrealistische verteltrant achterwege laten. Aira-liefhebbers daarentegen kunnen ook deze bespiegelingen waarderen. Voor hen is De naaister en de wind eerst en vooral een aangenaam warm bad in Aira’s literaire universum.

Theater / Voorstelling

Genderneutrale Hamlet in Drents bos

recensie: Hømlet – Shakespearetheater Diever
HømletKoen Timmerman

Het ene personage na het andere sneuvelt in Hømlet van Shakespearetheater Diever. En iedereen die doodgaat, wordt opgelost in een bad met bubbelend zuur, tot er alleen een litertje vloeistof rest. Een mooi symbool voor de maffiose hofhouding die de louche koning Claudius erop nahoudt in deze nogal vergaande bewerking van Shakespeares Hamlet.

Dit is een theaterseizoen vol Hamlet-uitvoeringen, het ene na het andere gezelschap speelt het stuk. Het verhaal van de Drentse versie, Hømlet, in een notendop. De oude koning van Denemarken, Hømlet senior, overlijdt terwijl hij een tukje doet in de boomgaard. Zijn kind, Hømlet junior, is in zak en as. Zijn broer Claudius danst echter op zijn graf, pikt onmiddellijk zijn troon in, en trouwt binnen de kortste keren met seniors weduwe Gertrude.
De rouwende Hømlet hoort van de dolende geest van zijn overleden vader dat er kwaad steekt achter diens dood, en gaat op onderzoek uit om alle slechteriken te ontmaskeren. Tijdens die zoektocht vallen zowel schuldige als onschuldige slachtoffers.

Nep-Scandinavisch

Shakespearetheater Diever transformeert William Shakespeares klassieker uit 1601 in Hømlet, voorzien van koddige nep-Scandinavische spelling. De aangepaste titel is behalve geestig ook een statement. Ten eerste zette de groep al vier keer eerder een Hamlet neer. En ten tweede zou deze Hømlet ongeveer genderneutraal zijn – al wordt wel gesproken van een ‘zoon’ en ‘de kroonprins’. De rol wordt gespeeld door Inge Wijers, een vrouw.

Hømlet is ‘een kroonprins die anders was’, aldus de inleiding bij de voorstelling. Hij moet zichzelf kunnen zijn, is de herhaalde boodschap, maar hoe wordt niet echt duidelijk. Vertaler, bewerker en regisseur Jack Nieborg zette nogal stevig het mes in tekst en dramaturgie, die daardoor hier en daar hoe dan ook nogal gehavend zijn.

80 jaar

Shakespearetheater Diever, theater in de openlucht in het bos in Drenthe, loopt zich warm voor 2026: volgend jaar bestaan ze 80 jaar. Elk jaar wordt er (minstens) één Shakespeare opgevoerd, inmiddels al 25 jaar onder de bezielende leiding van bewerker/regisseur Jack Nieborg. Zo leveren ze charmante en geestige voorstellingen af, want humor is een voorwaarde voor dit gezelschap dat goeddeels draait op amateurs en vrijwilligers. Hun Shakespeare-bewerkingen zijn geestig tot zelfs hilarisch, maar tegelijkertijd bloedserieus.

Androgyn

Nieborg heeft Hamlet naar het heden vertaald tot Hømlet, inclusief een vrouw die de titelrol speelt. Dat is uiteraard al vaker gedaan – bijvoorbeeld door Abke Haring in 2014. De vraag is een beetje wat je met die keuze inhoudelijk opschiet, tenzij de bedoeling is dat Hømlet een androgyn personage is. Alleen – dat is de Drentse Hømlet van Inge Wijers niet, zij zet een man neer.

Inderdaad schreef Shakespeare weinig vrouwenrollen, maar Nieborg laat in deze voorstelling een hele zwik rollen überhaupt door vrouwen spelen, het is niet zo dat die acteurs anders niet aan de bak komen.

Aangeschoten

Inge Wijers is een verdienstelijke, maar geen ijzersterke Hømlet, op een of twee momenten na. Misschien was ze in een andere rol beter uit de verf gekomen, want Wijers is beslist een verdienstelijk acteur.
Opvallend op hun plek zijn Anne Peter van Muijen als de even gehaaide als onhandige koning Claudius, voorzien van een blonde Hans Klok-pruik; en Marion Nieborg-Juch als de immer aangeschoten koningin Gertrude. Zij heeft de lach aan haar kont en speelt de dronken koningin juist niet zwalkend, maar met fijne subtiele wankelingen. Fraai is ook de glasheldere Horatio van Siebren de van der Schueren. Zijn timing en ritme zijn zo sterk dat hij de blik van de toeschouwer naar zich toe zuigt.

Toekomst

Nieborg heeft de tekst flink naar zijn hand gezet. Zo is aan het einde de opkomst van de Noorse Prins Fortinbras geschrapt. Regisseur Erik Whien van Theater Rotterdam maakte eerder dit jaar diezelfde keuze in zijn Hamlet. Dramaturgisch kun je Fortinbras zien als de lichte weg naar de toekomst aan het einde van dit zwarte stuk. Laat Fortinbras weg, en die toekomst valt over de rand.

Een vreemde kronkel is in Diever ook dat Hømlet zichzelf mag zijn, maar dat hij desondanks niet meer wil leven.

Ingenieus decor

Het decor van Hømlet (ontwerp en bouw: Janco van Barneveld) is stemmig, mooi, doeltreffend en vooral: buitengewoon ingenieus. Het Shakespearetheater blinkt daarnaast altijd uit in prachtige kostuums (kostuumontwerp: Margot van der Kamp).

Ondanks de kritische noten levert Jack Nieborg hier opnieuw een fijne, geestige, en toch zeer serieuze avond toneel af.

 

Decorontwerp: Janco van Barneveld
Kostuumontwerp: Margot van der Kamp
Lichtontwerp: Henry van Niel

Boeken / Fictie

Engelse geschiedenis, magisch herschreven

recensie: Lang leve Jane - Cynthia Hand, Brodi Ashton en Jodi Meadows
Lang leve Janebol.com

Lady Jane Grey (1537-1554) is een tiener die negen dagen koningin van Engeland was en daarna werd onthoofd. Geschiedenis is niet ieders lievelingsvak, maar een hervertelling ervan kan verrassend leuk zijn.

Dat bewijzen de drie schrijfsters van Lang leve Jane. Ze maken twee dingen duidelijk: Lady Jane Grey verdient een beter verhaal én geschiedenis mag je met humor, fantasie en hart herschrijven.

Humor in de vertelstem

De vertelstem is brutaal en zelfbewust. De schrijfsters spreken de lezer rechtstreeks aan, bijvoorbeeld met ‘Hé, hallo! Wij zijn het, de vertellers buurvrouw, buurvrouw en buurvrouw.’ In een interview vertelt de vertaalster dat in het Engels ‘Hey, there! It ’s us, your friendly Neighborhood narrators’ een knipoog is naar Spider-Man. In de Nederlandse vertaling geeft ze hier een creatieve draai aan door naar de televisieserie Buurman & Buurman (1984-heden) te verwijzen.

Televisieserie

In 2024 werd het boek bewerkt tot een televisieserie, een mooie aanvulling. De weelderige kostuums en sets passen bij een fantasiewereld van de Tudor-dynastie. De serie (IMDb rating: 7,4/10) is te bekijken op Prime Video.

Spoiler, Lady Jane sterft niet

Lang leve Jane mag je hier letterlijk nemen; in het verhaal leeft ze verder. De schrijfsters gebruiken haar tragische geschiedenis als uitgangspunt voor een fantasierijke, luchtige en humorvolle vertelling. De speelse toon maakt het, toch wel dikke, boek toegankelijk en inspireert om meer te lezen over deze persoon.

Geschiedenis gemengd met magie

Het boek is geschreven voor Young Adults en valt onder het genre cozy fantasy met een historisch randje. Toch spreekt het ook oudere lezers aan. Voor een schoolbibliotheek is het misschien te dik, maar voor de enthousiaste lezer is er goed nieuws; er zijn meer boeken van dezelfde schrijfster-combinatie in een vergelijkbare stijl. De volgende roman verschijnt dit jaar in het Nederlands, opnieuw vertaald door Mariella Manfré.

Over de makers

Het schrijvers-trio Hand, Ashton en Meadows ontmoette elkaar in 2012 en schrijft sindsdien samen de ‘Lady Janies’-boeken, in het Nederlands soepel vertaald door Mariella Manfré.

De boekomslag en het schutblad werden geïllustreerd door Sophie Pluim, waarmee de Nederlandse hardcover-editie (2023) een mooie, sfeervolle extra laag krijgt. Ze heeft zich laten inspireren door middeleeuwse handschriften.

Rommelige geschiedenis toegestaan

Soms is de beste manier om geschiedenis te begrijpen door er lekker mee te rommelen, en daar heeft dit boek de perfecte formule voor gevonden. Drie schrijfsters hebben samen die arme tiener een verhaal met magie gegeven.

Film / Documentaire

Waar geluk de weg van de sterren volgt

recensie: Wishing on a Star – Peter Kerekes (2024)
Wishing on a StarFilmdepot

In de documentaire Wishing on a Star helpt de 63-jarige astrologe Luciana haar cliënten hun diepste verlangens te verwezenlijken. De sleutel? Een verjaardagsreis – zorgvuldig berekend op basis van astrologische coördinaten – die hun sterren gunstig zou stemmen en hun wensen zal doen uitkomen.

Regisseur Peter Kerekes volgt Luciana en haar cliënten in deze bijzondere zoektocht naar betekenis, geluk en controle over het lot. Zo laat hij op speelse wijze zien hoe gewone mensen via astrologie zoeken naar richting en zingeving.

De astrologe als gids

Producer Erica Barbiani, tevens schrijfster van het scenario, leerde Luciana bijna dertig jaar geleden kennen via haar tante Viviana. Die vertrok destijds op aanraden van Luciana naar Kaapverdië om de liefde van haar leven te vinden. Barbiani beproefde haar geluk zelf ook en volgde Luciana’s raad deels op: ze reisde niet af naar Nieuw-Zeeland, zoals geadviseerd, maar koos voor een haalbare bestemming binnen Italië. Toch kwam het uiteindelijk allemaal uit, beweert ze. Ze besloot dat ze dit verhaal wilde vertellen.

Luciana opereert niet als een exotisch reisbureau, maar als spirituele routeplanner. Ze bepaalt op basis van complexe astronomische berekeningen waar iemand zich op zijn verjaardag zou moeten bevinden om gewenste veranderingen uit te lokken. Al is er wel een mouw aan te passen als de reis echt niet gemaakt kan worden: zo viert Valentina haar verjaardagsreis naar Alaska in haar eigen woonkamer, met ijsbadjes, dikke kleren en een tent.

Tussen geloof en ironie

Kerekes, bekend om zijn droge humor en subtiele vertelstijl, laat het oordeel volledig aan de kijker. De film balanceert tussen lichtvoetige verwondering over en oprechte betrokkenheid bij de levens van Luciana’s cliënten. Sommigen hopen op liefde, anderen op gezondheid, werk of simpelweg rust. De verjaardagsreizen vormen een kapstok voor persoonlijke verhalen die universeel aanvoelen.

De kracht van Wishing on a Star zit in de versmelting van documentaire en storytelling. Kerekes weet realiteit en kleine menselijke drama’s te verweven zonder de waarheid geweld aan te doen. Alles wat we zien is echt – Luciana is geen actrice, haar klanten zijn geen figuranten – maar de manier waarop hun verhalen in beeld zijn gebracht, voelt haast als fictie. Het is een slimme, tedere vorm van cinema waarin de absurditeit van het leven naadloos samengaat met oprechte hoop.

Meer dan een spiritueel grapje

Wat begint als een bijna ironisch portret van mensen die hun lot laten afhangen van sterrenstanden verandert geleidelijk in iets diepers. Kerekes toont hoe astrologie, ongeacht feitelijke houdbaarheid, mensen houvast biedt in een onzekere wereld. En dat houvast, lijkt de film te willen zeggen, is op zichzelf al waardevol.

De film stelt geen vragen over de wetenschappelijke onderbouwing van Luciana’s methodes. Dat zou ook afdoen aan het grotere punt: deze mensen verlangen niet naar concrete astrologische voorspellingen, maar naar richting en hoop. Luciana biedt een concreet ritueel, een verhaal, een daad – iets wat helpt in beweging te komen.

Teder en geestig

Visueel is de film ingetogen en doordacht. De rustige beelden, zonder haast of bombast, passen bij het intieme karakter van de verhalen. Kerekes vertrouwt op de kracht van observatie en korte dialogen, waardoor de documentaire vaak voelt als een stille overpeinzing.

Wishing on a Star is een ontroerende en geestige verkenning van moderne spiritualiteit. Zonder cynisme maar ook zonder naïviteit laat Peter Kerekes zien hoe mensen in hun zoektocht naar geluk soms het onwaarschijnlijke omarmen – en daarin misschien juist het meest menselijk zijn. Een film die je niet alleen laat glimlachen, maar je ook zachtjes aan het denken zet.

Wishing on a Star

© Filmdepot