Tag Archief van: recensie

Kunst / Expo binnenland

Art She Crafted: tentoonstelling van vergeten vrouwen verdient een vervolg

recensie: Art She Crafted - Wereldmuseum Rotterdam
Vaas Shipibo gemeenschap Peru - Art She Crafted RotterdamTessa Vallinga

Bij binnenkomst in Art She Crafted in het Wereldmuseum Rotterdam is er geen inleiding in woorden, maar in aantallen. Op een curvevormige wand verschijnen in snel tempo portretten van vrouwen. Elke paar seconden een nieuw gezicht, een nieuwe naam. Kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) komt voorbij, maar ook Susanna Groeneweg (1875-1940) – het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer – en de Egyptische farao Hatsjepsoet (ca. 1507-1458 v.Chr.). Het tempo ligt te hoog om ze allemaal te onthouden. En dat is precies de boodschap: dit zijn er al veel, maar het zijn er nog veel meer.

Via een QR-code ontvouwt zich een digitaal archief met korte biografieën van vrouwen van invloed op kunst en cultuur. Niet altijd als maker, maar ook als opdrachtgever, beschermer, handelaar of kennisdrager. Dankzij hun positie binnen politiek, religie of economie konden zij artistieke productie mogelijk maken en vormgeven. Dat veel van deze namen nauwelijks bekend zijn, is geen toeval, maar het gevolg van hoe geschiedenis is opgeschreven. Die geschiedschrijving, zo maakt Art She Crafted duidelijk, kreeg in de negentiende eeuw vaste vorm. In die periode werd het idee van het mannelijke ‘genie’ gecanoniseerd. Vrouwen verdwenen uit beeld of werden gereduceerd tot rollen: muze, moeder, heilige of ‘vrouw van’. Niet omdat zij geen invloed hadden, maar omdat hun invloed niet paste binnen het dominante narratief. De tentoonstelling positioneert zich nadrukkelijk als correctie op die vertekening, en geeft belangrijke vrouwelijke makers van vandaag de dag een plek in de spotlight.

Vrouwen geven visuele kennis door

De ruimtelijke vormgeving ondersteunt dat streven. Je beweegt je door een soort zachte tunnel, waarin vitrages de wanden vormen en de chronologie bewust losgelaten is. Er zijn slechts twee globale categorieën: ‘Vrouwen uit de geschiedenis’ en ‘Vrouwen van nu’. Binnen die indeling lopen tijd, plaats en discipline door elkaar. Een geografische of hiërarchische ordening ontbreekt, en dat is een kracht. De vormgeving voorkomt zo de totstandkoming van een nieuwe canon en benadrukt verbanden over tijd en cultuur heen.

Zo vertelt een beschilderde aardewerken vaas uit de Shipibo-Conibo-cultuur in Peru over de centrale rol van vrouwen in het doorgeven van visuele kennis binnen gemeenschappen. Even verderop tonen videowerken van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat hoe fotografie en kalligrafie kunnen worden ingezet om de positie van vrouwen in Iran te bevragen. De kunstwerken in de tentoonstelling staan niet in dienst van een lineair verhaal, maar resoneren thematisch met elkaar.

Ook anonieme objecten krijgen nadrukkelijk ruimte. Een Chileense arpillera, een textielcollage gemaakt van reststoffen, toont het dagelijkse leven onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Armoede en onderdrukking zijn zichtbaar in huiselijke scènes. Het werk is niet gesigneerd, waarschijnlijk omdat het in het geheim werd vervaardigd. Juist die anonimiteit onderstreept de politieke lading ervan. Maaksterschap wordt hier niet opgevat als individuele roem, maar als noodzaak.

Vrouwelijke makers waren geen uitzondering

De tentoonstelling kaart halverwege een breder historisch kantelpunt aan. De late negentiende en vroege twintigste eeuw brengen wereldwijd nieuwe mogelijkheden door industrialisatie, fotografie, design en mode. Vrouwen treden zichtbaarder naar voren en claimen ruimte binnen disciplines die tot dan toe als ‘toegepast’ of ondergeschikt werden gezien. De Italiaans-Franse modeontwerper Elsa Schiaparelli is daarvan een bekend voorbeeld. Haar werk laat zien hoe mode zich kon ontwikkelen tot een volwaardige avant-gardistische kunstvorm. Tegelijkertijd maakt de tentoonstelling duidelijk dat zij geen uitzondering was, maar onderdeel van een bredere beweging vrouwelijke makers.

Een nieuwe renaissance

In de laatste zaal, uitgevoerd in warm okergeel, verschuift de focus naar hedendaagse makers. Werk van gevestigde namen, zoals de Iers-Britse ontwerper Simone Rocha, wordt getoond naast dat van jongere of minder institutioneel verankerde kunstenaars, zoals de Palestijnse schilder Malak Mattar, die haar werk onder meer via Etsy verkoopt. Het contrast is groot, maar niet ongemakkelijk. Het benadrukt dat zichtbaarheid, marktwaarde en artistieke relevantie niet samenvallen. De tentoonstelling concludeert dat deze vrouwen aan de vooravond staan van een nieuwe renaissance. Een waarin collectiviteit, ambacht en culturele uitwisseling centraal staan.

Art She Crafted eindigt met de stelling dat vrouwelijke invloed geen uitzondering was, maar een constante kracht in de vorming van kunst en cultuur. Die conclusie wordt overtuigend onderbouwd, zonder te vervallen in simplificatie of activistische retoriek. Het enige echte bezwaar tegen de tentoonstelling is haar omvang. De verhalen zijn rijk, de objecten gelaagd, maar de context blijft soms noodgedwongen beknopt. Juist daardoor wekt de tentoonstelling de wens naar meer verdieping. En dat is, in dit geval, een teken van succes.

Kunst / Expo binnenland

Art She Crafted: tentoonstelling van vergeten vrouwen verdient een vervolg

recensie: Art She Crafted - Wereldmuseum Rotterdam
Vaas Shipibo gemeenschap Peru - Art She Crafted RotterdamTessa Vallinga

Bij binnenkomst in Art She Crafted in het Wereldmuseum Rotterdam is er geen inleiding in woorden, maar in aantallen. Op een curvevormige wand verschijnen in snel tempo portretten van vrouwen. Elke paar seconden een nieuw gezicht, een nieuwe naam. Kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) komt voorbij, maar ook Susanna Groeneweg (1875-1940) – het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer – en de Egyptische farao Hatsjepsoet (ca. 1507-1458 v.Chr.). Het tempo ligt te hoog om ze allemaal te onthouden. En dat is precies de boodschap: dit zijn er al veel, maar het zijn er nog veel meer.

Via een QR-code ontvouwt zich een digitaal archief met korte biografieën van vrouwen van invloed op kunst en cultuur. Niet altijd als maker, maar ook als opdrachtgever, beschermer, handelaar of kennisdrager. Dankzij hun positie binnen politiek, religie of economie konden zij artistieke productie mogelijk maken en vormgeven. Dat veel van deze namen nauwelijks bekend zijn, is geen toeval, maar het gevolg van hoe geschiedenis is opgeschreven. Die geschiedschrijving, zo maakt Art She Crafted duidelijk, kreeg in de negentiende eeuw vaste vorm. In die periode werd het idee van het mannelijke ‘genie’ gecanoniseerd. Vrouwen verdwenen uit beeld of werden gereduceerd tot rollen: muze, moeder, heilige of ‘vrouw van’. Niet omdat zij geen invloed hadden, maar omdat hun invloed niet paste binnen het dominante narratief. De tentoonstelling positioneert zich nadrukkelijk als correctie op die vertekening, en geeft belangrijke vrouwelijke makers van vandaag de dag een plek in de spotlight.

Vrouwen geven visuele kennis door

De ruimtelijke vormgeving ondersteunt dat streven. Je beweegt je door een soort zachte tunnel, waarin vitrages de wanden vormen en de chronologie bewust losgelaten is. Er zijn slechts twee globale categorieën: ‘Vrouwen uit de geschiedenis’ en ‘Vrouwen van nu’. Binnen die indeling lopen tijd, plaats en discipline door elkaar. Een geografische of hiërarchische ordening ontbreekt, en dat is een kracht. De vormgeving voorkomt zo de totstandkoming van een nieuwe canon en benadrukt verbanden over tijd en cultuur heen.

Zo vertelt een beschilderde aardewerken vaas uit de Shipibo-Conibo-cultuur in Peru over de centrale rol van vrouwen in het doorgeven van visuele kennis binnen gemeenschappen. Even verderop tonen videowerken van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat hoe fotografie en kalligrafie kunnen worden ingezet om de positie van vrouwen in Iran te bevragen. De kunstwerken in de tentoonstelling staan niet in dienst van een lineair verhaal, maar resoneren thematisch met elkaar.

Ook anonieme objecten krijgen nadrukkelijk ruimte. Een Chileense arpillera, een textielcollage gemaakt van reststoffen, toont het dagelijkse leven onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Armoede en onderdrukking zijn zichtbaar in huiselijke scènes. Het werk is niet gesigneerd, waarschijnlijk omdat het in het geheim werd vervaardigd. Juist die anonimiteit onderstreept de politieke lading ervan. Maaksterschap wordt hier niet opgevat als individuele roem, maar als noodzaak.

Vrouwelijke makers waren geen uitzondering

De tentoonstelling kaart halverwege een breder historisch kantelpunt aan. De late negentiende en vroege twintigste eeuw brengen wereldwijd nieuwe mogelijkheden door industrialisatie, fotografie, design en mode. Vrouwen treden zichtbaarder naar voren en claimen ruimte binnen disciplines die tot dan toe als ‘toegepast’ of ondergeschikt werden gezien. De Italiaans-Franse modeontwerper Elsa Schiaparelli is daarvan een bekend voorbeeld. Haar werk laat zien hoe mode zich kon ontwikkelen tot een volwaardige avant-gardistische kunstvorm. Tegelijkertijd maakt de tentoonstelling duidelijk dat zij geen uitzondering was, maar onderdeel van een bredere beweging vrouwelijke makers.

Een nieuwe renaissance

In de laatste zaal, uitgevoerd in warm okergeel, verschuift de focus naar hedendaagse makers. Werk van gevestigde namen, zoals de Iers-Britse ontwerper Simone Rocha, wordt getoond naast dat van jongere of minder institutioneel verankerde kunstenaars, zoals de Palestijnse schilder Malak Mattar, die haar werk onder meer via Etsy verkoopt. Het contrast is groot, maar niet ongemakkelijk. Het benadrukt dat zichtbaarheid, marktwaarde en artistieke relevantie niet samenvallen. De tentoonstelling concludeert dat deze vrouwen aan de vooravond staan van een nieuwe renaissance. Een waarin collectiviteit, ambacht en culturele uitwisseling centraal staan.

Art She Crafted eindigt met de stelling dat vrouwelijke invloed geen uitzondering was, maar een constante kracht in de vorming van kunst en cultuur. Die conclusie wordt overtuigend onderbouwd, zonder te vervallen in simplificatie of activistische retoriek. Het enige echte bezwaar tegen de tentoonstelling is haar omvang. De verhalen zijn rijk, de objecten gelaagd, maar de context blijft soms noodgedwongen beknopt. Juist daardoor wekt de tentoonstelling de wens naar meer verdieping. En dat is, in dit geval, een teken van succes.

Theater / Voorstelling

Wonderschone voorstelling van twee theatercoryfeeën

recensie: Liefdesbrieven – MORE Theater Producties
Liefdesbrieven_05_(c) Bram WillemsBram Willems

Als het balletje nou nét ietsje anders was gerold, waren Melissa en Andrew dan wel of niet voor elkaar bestemd geweest? Dat is de fascinerende vraag waarmee de toeschouwer achterblijft wanneer in Liefdesbrieven van MORE Theater Producties het doek valt.

Een lange tafel met daarop twee multomappen met teksten, en erachter twee stoelen. Op de grond markeert een rechthoek van witte lijnen de plek van de tafel. Méér dan deze sobere vormgeving (decor: Marc Heinz) hebben theatercoryfeeën Anne Wil Blankers en Hans Croiset niet tot hun beschikking; en meer hebben ze ook niet nodig voor hun Liefdesbrieven (1988). Regisseur Mark Rietman kiest voor een enscenering waarin de personages de brieven voorlezen. De brieven die zij zelf hebben geschreven, niet die van de ander.

Dat is niet zozeer een makkelijke keuze; de Amerikaanse toneelschrijver A.R. Gurney (1930-2017) reikt die optie zelf aan in zijn regieaanwijzingen. De aanpak levert een geestige, wonderschone voorstelling op.

Een leven lang

Melissa Gardner is een rijkeluiskind met een gouvernante en een butler. Andrew Ladd is van nederiger komaf, maar hij is wel mega-slim. Andrew – ‘Andy’ in het dagelijks gebruik – weet nog precies wanneer hij Melissa voor het eerst zag: in 1937, in de tweede klas. Het schooljongetje wil onmiddellijk met Melissa trouwen.
Deze kalverliefde resulteert niet in een huwelijk, maar wel in een leven lang brieven schrijven. De twee schrijven lang niet altijd liefdesbrieven, maar ze blijven wel met elkaar in contact, ongeacht de fysieke afstand die hen scheidt. De gestudeerde Andrew zit zelfs een tijd in Japan.

Emoties

Andy schrijft graag en goed, Melissa tekent liever. En terwijl de man uit het mindere milieu keurig blijft, is de gefortuneerde Melissa juist grof in de bek. Ze scheldt en vloekt op papier, het woord ‘klootzak’ ligt haar in de mond bestorven. We herkennen de meesterhand van regisseur Rietman, die feilloos intonatie en zinsmelodie inzet om emoties kracht bij te zetten.

Partners komen en gaan, minnaars komen en gaan, bij beiden. Op een of andere manier lopen ze elkaar in de liefde vooral nét mis. De twee zijn beurtelings verliefd op elkaar, maar zelden tegelijkertijd, waardoor er nooit een normale relatie ontstaat. Grappig is dat jaloezie op de partner die de ander dan wél heeft een belangrijke rol speelt.

Verknipte dialogen

De brieven vormen in dit stuk een soort aaneenschakeling van monologen, hoewel de personages wel degelijk expliciet op elkaars teksten reageren, waardoor een soort verknipte dialogen ontstaan. Razend knap is dat juist niet elke gebeurtenis, elk feit wordt uitgeschreven, maar dat de toehoorder niettemin volledig begrijpt wat er is gebeurd.

Sterk is de ontwikkeling die deze personages in de loop der tijden doormaken: Gurney krijgt het voor elkaar de toon van de brieven te laten groeien van kindertaal naar pubertaal naar volwassenentaal naar bejaardentaal. Van onhandig of kortaf naar gematigd en bedachtzaam. Gurney werd voor dit stuk genomineerd voor de Pulitzer Prize for Drama.

Loepzuiver

Je zou denken dat het voorlezen van een tekst een simpele opgave is, maar niets is minder waar. Anne Wil Blankers en Hans Croiset zetten loepzuiver en met gevoel voor detail personages neer die aan elkaar gewaagd zijn, of waarbij de een juist – tijdelijk – sterker is dan de ander. In feite hebben ze alleen hun stem, hun gezicht en hun handen om emoties neer te zetten, maar ze drukken zo alles uit: plezier, verdriet, boosheid, liefde. Een topprestatie.

Commentaar

Geestig en trefzeker is ook de manier waarop de acteurs uitdrukkelijk reageren wanneer de ander iets voorleest dat een reactie uitlokt: met een verbaasd gezicht, wegwerpgebaar, verontwaardiging, schouders optrekken, lachen, hoofdschudden. Zo geeft de een voortdurend commentaar op de brief die de ander ‘schrijft’.

Anne Wil Blankers speelde dit stuk in 2007 met Paul van Vliet, in de regie van Mette Bouhuijs. Van Vliet is ons in 2023 ontvallen; de kans om hem nog te zien is voorgoed verkeken. Blankers (1940) en Croiset (1935) zijn er nog, en hoe. Krachtig, geloofwaardig, geestig. Zij zijn gelukkig nog wel te zien, met deze geslaagde, indrukwekkende Liefdesbrieven.

Tekst: A.R. Gurney
Vertaling: Jan Donkers
Decor en licht: Marc Heinz
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

Theater / Voorstelling

Swingende weergave van de Franse Revolutie

recensie: Moeder van Europa – Orkater
web-Moeder van Europa Joep van Aert -lupdate lichter_lowres-1-DSCF7964Joep van Aert

Eigenlijk, stelt de Franse koningin Marie Antoinette, is het verhaal van háár dood door de guillotine het enige historische feit dat iedereen kent over de achttiende-eeuwse koningshuizen. Daar heeft ze een punt. Want wie weet er nog wie Maria Theresia was: Marie Antoinettes machtige, Oostenrijkse moeder? Laat staan wie de figuren aan hun hoven waren?

Orkater brengt in zijn muziektheatervoorstelling Moeder van Europa de periode voor het voetlicht die voorafging aan de Franse Revolutie (1789-1799). In monologen, dialogen en in liedteksten. Het resultaat is oogstrelend, maar ook aan de lange kant en knap ingewikkeld.

Bloed

Deze voorstelling zet vier historische personages in de spotlights, die elkaar aan het begin voorstellen. De Oostenrijkse machthebber Maria Theresia (Manoushka Zeegelaar Breeveld). De Franse koningin Marie Antoinette (Selin Akkulak). Componist en violist Chevalier (Shahine El-Hamus). En raadsheer en hoveling Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt).

Maria Theresia staat er bij Orkater groots bij, in een enorme grijs-witte jurk met hoepelrok, voorzien van extreem brede schouders. Dit uiterlijk machtsvertoon helpt om de omgeving te imponeren, want zonder is zo’n vrouw gewoon een vrouw. Voor historische vrouwen aan de top waren bloedbanden van fundamenteel belang, vooral die met mannen, aldus Maria Theresia: ‘Als wij ons niet ankeren met bloed, worden we zó weggeblazen.’ Bloed van vaders, echtgenoten, kinderen.

Aartshertogin

Maria Theresia (1717-1780) is de geschiedenis ingegaan als de ‘Moeder van Europa’. Ze was zowel aartshertogin van Oostenrijk als koningin van Hongarije en Bohemen. Bij ontstentenis van een sterke echtgenoot (haar Frans Stefan kon zoveel macht niet aan) nam Maria Theresia vanzelfsprekend de heerschappij op zich. Ze kreeg zestien (!) kinderen, die ze dermate slim uithuwelijkte dat Oostenrijk tentakels had over een flink deel van Europa.

Maria Theresia’s bekendste kind is Marie Antoinette (1755-1793), die ze op haar 14e uithuwelijkte aan de Franse troonpretendent Louis XVI. Dat was in de aanloop naar de Franse Revolutie: het volk pikte het gebrek aan zorg voor de onderdanen, de spilzucht en geldverslindende oorlogszuchtigheid van het koningshuis niet meer. Het element uit die revolutie dat heden ten dage het bekendste is, is inderdaad de onthoofding van Marie Antoinette en haar Louis.

Slavernij

Deze periode kun je zien als de proloog van het Europa dat wij nu kennen. Zo maakte de kennis over scheepsbouw het mogelijk de wereldzeeën te bevaren en mensen van kleur mee terug te brengen, goeddeels slaafgemaakt.

Bij Orkater gebruiken regisseur Belle van Heerikhuizen en tekstschrijvers Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld deze geschiedenis om zowel iets te vertellen over het ontstaan van het huidige Europa als over discriminatie, racisme en slavernij.

Statement

Orkater maakt er een fraaie voorstelling van met zang en dans. Met fantastische, grootse kostuums (Marga Weimans), een inventief decor (Ruben Wijnstok) – voornamelijk bestaand uit vier achterdoeken – dat op een geraffineerde manier het hof symboliseert. En met fijne live muziek op het podium, gemaakt door vijf musici.
De vier spelers zijn mensen die allen deels een niet-westerse achtergrond hebben. Dat op zich is al een statement: Europa zou Europa niet zijn zonder alle mensen die van over de grenzen het continent komen verrijken. In deze setting is duidelijk dat de bestaande machtsverhoudingen zullen gaan kantelen.

Jazzy

Manoushka Zeegelaar Breeveld zet Maria Theresia vooral snibbig neer, er stroomt geen warm bloed door deze koningin. Zeegelaar Breeveld valt op doordat ze een fantastische, jazzy zangstem heeft.

Selin Akkulak maakt van Marie Antoinette enerzijds een lastige puber (als het verhaal begint, is ‘Antoinette’ veertien!), anderzijds een gefrustreerde volwassene, die haar rol moeilijk te dragen vindt.
Omdat haar man het te druk heeft met zijn eigen leventje, focust Marie Antoinette op andere hovelingen. Het stuk suggereert dat ze een relatie had met de Frans-Afrikaanse componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George (Shahine El-Hamus).

Een goed punt in de tekst: van Marie Antoinette is door kroniekschrijvers – en ook wel door historici – een spilzieke, hysterische karikatuur gemaakt, terwijl de Franse koningin met de Oostenrijkse roots wel degelijk een vruchtbare voedingsbodem heeft gegeven aan onder andere kunst en cultuur.

Kantelen

Bij Maria Theresia in Wenen is Angelo Soliman (Michiel Blankwaardt), een uit Afrika afkomstige vrijmetselaar, opgeklommen tot raadsheer.
Shahine El-Hamus en Michiel Blankwaardt hebben vooral verdienstelijke bijrollen. Hun personages blijven nogal aan de oppervlakte. Mogelijk is er weinig bekend over de historische figuren waarop hun personages zijn gebaseerd.

Kluwen

De plot pingpongt tussen personages, Parijs, Wenen en het musicerende gezelschap. En dan wordt het geheel ook nog doorsneden door zang en dans.
Het probleem aan Moeder van Europa is dat de makers te veel tegelijkertijd willen. De aanloop naar de Franse Revolutie als kapstok voor alles van de machtige konings- en keizerrijken, tot het ontevreden volk, tot de rol die mensen van kleur speelden aan de hoven – enzovoort: het geheel wordt onvermijdelijk een kluwen van onderwerpen.

Het lukt regisseur Van Heerikhuizen niet echt zodanig te jongleren met alle feiten en personages dat deze geschiedenisles helder over het voetlicht komt. De vraag is oprecht of de toeschouwer die de Franse Revolutie en alles daarrond niet zo scherp op het netvlies heeft de teksten wel begrijpt. Zeker de rol van mensen van kleur aan de hoven wordt er door deze voorstelling niet duidelijker op. Doordat die ook nog geestig wil zijn, leunt deze muziektheatervoorstelling aan tegen een historische musical.

Slotakkoord

Door de veelheid van stukjes en fragmentjes is deze voorstelling met een uur en veertig minuten aan de lange kant. Dat komt mede doordat er aan het einde een aantal scènes zitten waarbij je denkt: dit is het slotakkoord… en dan komt er toch weer een volgend stukje.
Moeder van Europa is hoe dan ook een lust voor het oog. Het is zeer wel mogelijk de achttiende-eeuwse geschiedenis gewoon te laten voor wat die is en te genieten van dit swingende muziektheater.

Tekst: Jibbe Willems, Manoushka Zeegelaar Breeveld
Dramaturgie: Robbert van Heuven
Compositie: Yariv Vroom
Muziek: Timothy Banchet, Valentijn Bannier, Rani Kumar, Manon van de Kempe, Yariv Vroom
Choreografie: Donna Chittik
Decor: Ruben Wijnstok
Kostuums: Marga Weimans
Lichtontwerp: Stefan Dijkman

Film / Films

Warme tragikomedie over vrienden in de rouw

recensie: To New Beginnings - Paprika Steen
To New BeginningsNordisk Film Production via Filmdepot

Tijdens een oudejaarsavond met een hechte vriendengroep zorgt de komst van een nieuweling voor een reeks ongelukkige gesprekken, die even pijnlijk als herkenbaar zijn. To New Beginnings (Det nye år in het Deens) is een verrassende zwarte komedie over rouw, ongemak en alles wat onuitgesproken blijft tussen jarenlange vrienden. Regisseur Paprika Steen maakte eerder naam als actrice (Kristine Steen) in de eerste Dogma 95-films, waarin groepsdynamiek en onderdrukte conflicten centraal stonden. In deze komedie keert zij als regisseur terug naar dit thematische terrein.

De oude vrienden Nomi (Tuva Novotny), Jens (Anders W. Berthelsen), Charlotte (Birgitte Hjort Sørensen) en Kris (Christian Tafdrup) komen traditiegetrouw samen op oudejaarsavond voor een avond vol gezelligheid. Maar er ontbreekt iemand: Martin. Hij overleed een aantal jaar geleden bij een tragisch ongeluk. Zijn beste vriend Jens heeft het er zichtbaar moeilijk mee. De rouw drukt zwaar op hem tijdens dit etentje. Maar voor Nomi, Martins ex-vriendin, is het anders. Zij neemt dit jaar voor het eerst haar nieuwe vriend Finn (Lars Brygmann) mee. En dat zorgt voor onenigheid.

Oude tradities versus de nieuwe realiteit

De film legt de verhoudingen bloot binnen langdurige vriendschappen en toont hoe mensen anders omgaan met verlies en verandering. Finn is een nuchtere en onbeholpen radioloog. Terwijl Jens probeert vast te houden aan tradities, heeft Finn een andere avondplanning voor ogen. De nieuwkomer probeert allesbehalve likable te zijn. Hij stelt ongemakkelijke vragen en kaart gevoelige onderwerpen aan. Dit alles leidt tot confrontaties met uitbarstingen van lang onderdrukte gevoelens en spanningen.

Imperfecte volwassenen

Wat Steen sterk in beeld brengt, zijn de kwetsbaarheden van mensen. Lastige thema’s behandelt ze met humor en het nodige ongemak, zoals het eeuwenoude onderwerp de vermogenskloof. Zo deelt Finn graag zijn ideeën over wat Jens met zijn geld kan doen. Ook het contrast tussen de imperfecte volwassenen en de kinderen wordt mooi belicht. Volwassenen horen evenwichtiger te zijn dan kinderen, maar hier zijn het juist de kinderen die open en volwassen gesprekken voeren met elkaar.

Warme film over echte onderwerpen

De vrienden zijn aandoenlijk om naar te kijken. Wel is een kritiekpunt dat de personages meer uitgediept kunnen worden. Als kijker raak je niet écht overtuigd dat je kijkt naar jarenlange vriendschappen. Een gelaagdere dialoog had daaraan kunnen bijdragen. Zo is het verleden tussen Martin en Jens evident, maar hoe zit dat met de rest van de groep? De laatste dertig minuten zijn onderhoudend, maar Steen had deze niet nodig om een sterke film neer te zetten. Toch verdoe je, ondanks de langere zit,  geen tijd met dit Deense stuk. Met humor en veel menselijkheid toont To New Beginnings hoe moeilijk het is om samen verder te gaan wanneer alles verandert.

Gezien in Filmkoepel, Haarlem. ‘To New Beginnings’ is vanaf 25 maart te zien op Picl.

Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.

Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.

Theater / Voorstelling

Statement over racisme en vreemdelingenhaat

recensie: Hedda – Toneelschuur Producties
Hedda 12 © Sanne PeperSanne Peper

Al op het moment dat het publiek de zaal binnenkomt, nog vóórdat de voorstelling is begonnen, zit de acteur die Hedda speelt in het decor met een pistool in haar hand. Een vooraankondiging van het onvermijdelijke noodlottige einde waar het stuk op afstevent. Regisseur Abdel Daoudi maakt van Hedda expliciet een vrouw van kleur, ook nog voorzien van een scherpe tong.

Henrik Ibsens Hedda Gabler (1890) is een veel gespeeld stuk over wat indertijd werd gezien als een ‘moderne’ vrouw. Een pasgetrouwde vrouw die de vanzelfsprekende onvrijheid binnen het conventionele huwelijk slecht verdraagt. Ze probeert haar omgeving naar haar hand te zetten, maar de tradities zijn stug en haar opzet werkt tegen haar.

Kapstok

Bij Toneelschuur Producties actualiseert en bewerkt Sarah Sluimer Ibsens tekst tot Hedda, een stuk waarin eigenlijk alleen de contouren van het origineel nog herkenbaar zijn. Bewerker Sluimer en regisseur Daoudi gebruiken het stuk als kapstok om er een politiek getinte voorstelling aan op te hangen met een scherpe boodschap over sluimerend racisme en de omgang met nieuwkomers in een gevestigde witte samenleving.
Iets soortgelijks deed Daoudi in zijn eerdere Toneelschuur Productie Branden.

Schulden

Deze Hedda (Hajar Fargan) is niet de dochter van generaal Gabler uit de oertekst – die haar het pistool schonk waarmee ze in de rondte zwaait – maar een ‘woestijnprinses’, en journalist met wortels in een ver land. Hedda is onlangs getrouwd met academicus Jurgen Tesman (Thomas Höppener). Als de voorstelling begint, is het koppel net terug van een luxe huwelijksreis; de koffers staan nog bij de deur. En dan hebben ze ook nog een veel te duur huis gekocht. Ze koersen razendsnel af op hun financiële ondergang, ware het niet dat de verweesde Jurgen is opgevoed door zijn steenrijke, betuttelende tante Juul (Nanette Edens). Zij neemt de schulden van het jonge stel op zich.

Kleinerend

Zowel tante Juul als Hedda’s journalistieke chef Brack (Peter Blok) doen uitermate neerbuigend tegen nieuwkomer Hedda, toch overduidelijk een intelligente vrouw. Zij wordt echter voortdurend gewezen op wat haar taak wordt: kinderen krijgen en braaf huisvrouw zijn. Echtgenoot Jurgen is weliswaar intelligent, maar ook zeer naïef: hij neemt de kleinerende houding van de buitenwacht ten opzichte van zijn vrouw voor lief.

Migrantenzoon

Het wankele evenwicht wordt definitief verstoord door de komst van de paniekerige vriendin Thea (Aiko Beemsterboer). Zij heeft in het verleden een kleine affaire gehad met Jurgen en is inmiddels getrouwd met een veel oudere man. Maar Thea heeft stiekem een jonge, buitenechtelijke vlam: de niet-westerse Amir (Nur Dabagh). Een briljante wetenschapper en schrijver, maar niettemin een ‘waanzinnige migrantenzoon’.

Om de rommelige verhoudingen compleet te maken: Amir heeft in het verleden iets gehad met Hedda. Vanwege hun gedeelde lot als nieuwkomer noemen Hedda en Amir elkaar ‘kameraad’.

Racistisch

In de benadering van Sluimer en Daoudi ligt de nadruk op de cultuurverschillen en de disbalans tussen de oude garde en de nieuwkomers. De gevestigde orde is nauwelijks verholen racistisch: ze discrimineert en doet neerbuigend. Deze bewerking speelt expliciet in op de moeite die het oude Europa heeft met migranten en asielzoekers. Om met Hedda te spreken: ‘Je voelde je even een vreemde in je eigen Europa?’ Daarmee had dit makkelijk een cynisch pamflet kunnen worden, maar Hedda is juist geestig, vol kleine en grote grappen.

Lichaamstaal

Daoudi laat Hajar Fargan als Hedda in stil spel voortdurend commentaar geven op wat anderen zeggen. Met mimiek en in lichaamstaal drukt Fargan alles uit, van geamuseerdheid tot verontwaardiging.
Peter Blok is puntgaaf als de aalgladde redactiechef Brack. Als symbool voor zijn weigering een positieve bijdrage te leveren aan het leven en het werk van Hedda stopt Brack zijn handen weg in zijn zakken. Met alleen zijn stem en zijn mimiek drukt Blok minachting uit, superioriteit, maar ook geamuseerdheid.

Jurgen Tesman is de comic relief in deze Hedda. Thomas Höppener maakt van Jurgen een fijne springerige sukkel, die zich door zijn rijke tante Juul in het pak laat naaien. Jurgen moet een begenadigd wetenschapper zijn, maar is kinderlijk in het dagelijks gebruik en in zijn huwelijk met Hedda.

Muisje

Aiko Beemsterboer krijgt van Daoudi weinig ruimte om van de ongelukkig getrouwde Thea méér te maken dan een lichtgeraakt, overgevoelig muisje, ook nog voornamelijk gehuld in lichtgrijs. Beemsterboer valt wel op door een sterke timing en intonatie, haar Thea reageert steeds snel en adequaat.

Nanette Edens mag in haar beperkte rol als tante Juul niet veel meer doen dan een clichématige rijkeluis-bitch neerzetten.
Nur Dabagh als de briljante Amir komt niet echt uit de verf. Zijn personage is nogal vlak: hetzij serieus, hetzij kwaad.

Losse decorblokken

Speciaal compliment verdient het decor (scenografie: Vera Selhorst), uitgevoerd in zalmroze en mintgroen. Het bestaat uit blokken van verschillende hoogtes, waardoor nabijheid, afstand, boven en of juist onder iemand staan kunnen worden uitgedrukt; en je kunt je er ook nog achter verstoppen. Naarmate de personages verder van elkaar komen te staan, desintegreren ook de losse decorblokken tot een landschap van eilandjes die van elkaar zijn verwijderd.

Hoewel de plot naar het einde toe rommeliger wordt, en de tekst minder richting heeft, slaagt Daoudi erin met het oude stuk van Ibsen als basis een fijne, geestige voorstelling te maken met een ondertoon van heldere maatschappijkritiek.

Tekst: Henrik Ibsen
Bewerking: Sarah Sluimer
Scenografie: Vera Selhorst
Kostuumontwerp: Dymph Boss
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

 

Kunst / Expo binnenland

Verzamelen, verwonderen, verbeelden

recensie: Microkosmos - De wereld in een Wunderkammer
rechts Oceanus III, links Drinkhoorn, zilver en buxushout - Daan Brouwer 2024Jeanne van Rutten

In september 2025 ging Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen, met pensioen. Ter gelegenheid hiervan – op zijn initiatief en door zijn bevlogenheid – kwam de tentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer tot stand. Het is een tentoonstelling over bijzondere verzamelingen curiosa en hoe hedendaagse kunstenaars er zich door laten inspireren. Er ontvouwt zich een wonderlijke en mysterieuze wereld waarin werkelijkheid en verbeelding zich vermengen.

deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet - verzameling Midas Dekker

Deels geprepareerde haan met opengewerkt skelet – verzameling Midas Dekker

Het verzamelen van curiosa, oftewel rariteiten, begon ergens in de veertiende eeuw. Langzamerhand ontstond een steeds grotere verzameldrift onder met name vorsten, de adel en welgestelde burgerij. Door ontdekkingsreizen en internationale handel kwam er een steeds grotere hoeveelheid exotica naar Europa. Er ontstonden kleine en grote collecties schelpen, fossielen, opgezette dieren, voorwerpen met veronderstelde helende of magische krachten en meer. De ‘Wunderkammer‘ werd een statussymbool en uiteindelijk, door onder andere de ontwikkeling van de wetenschap, de voorloper van het museum.

De verzamelingen zijn aanvankelijk nogal eclectisch en ongeordend. Op de tentoonstelling staat een hoge buffetkast uit de Nederlandse Kaapkolonie (1652-1795). De deuren en lades staan open; er valt veel te zien, zoals een opgezette stekelvis, amuletten, een door Maori gegraveerde potvistand en zwaarden en krissen uit Indonesië.

Ook zijn er vitrines met opgezette kleurrijke vogels en vlinders, en aan de plafonds hangen dieren, waaronder een krokodil en een haai. Er zijn skeletten te zien. En een bloederig ogend, realistisch beeld van de anatomie van de mens, in dit geval de man. Verder een Victoriaans haardscherm met opgezette kolibries, nautilusschelpen, kokosnoten en struisvogeleieren in een zilveren houder. En onnoemlijk veel meer. Zoals werk van Jan Brueghel de Jonge, Matthijs Röling en Maurits Escher.

Bekende verzamelaars

Een aantal bekende verzamelaars heeft meegewerkt aan de tentoonstelling en bijzondere items ter beschikking gesteld.

Tatoeagekunstenaar Henk Schiffmacher laat bijvoorbeeld een stukje van de getatoeëerde huid van een walvisvaarder zien en een geprepareerde, getatoeëerde onderarm, compleet met botten, huid en hand. Het oogt griezelig. Bioloog Midas Dekker houdt het vooral bij dieren. Apart is een haan die aan de ene kant is geprepareerd en aan de andere kant open gewerkt, waardoor het skelet zichtbaar is. Acteur en schrijver Ramsey Nasr zegt over zichzelf álles te verzamelen. Het begon met een aantal likeurflesjes, die nu zacht aangelicht staan te pronken in een vitrine. Ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon toont onder andere een Pygmee-rok en de schedel van een brulaap. Van programmamaker en schrijver Boudewijn Büch is het vermaarde en zo door hem begeerde dodo-botje te zien. Het is niet precies bekend hoe de dodo eruit heeft gezien. Büch was ervan overtuigd dat het botje origineel was; het bleek uiteindelijk het elleboogbotje van een schildpad te zijn.

Installatie Terra Ultima - Raoul Deleo 2025

Installatie Terra Ultima – Raoul Deleo 2025

Hedendaagse kunstenaars

Aan de tentoonstelling werkten eenentwintig hedendaagse kunstenaars mee die zich door de Wunderkammer laten inspireren. Het heeft geleid tot bijzondere werken.

Het begin van de tentoonstelling is een donkere ruimte. In het midden staat een verlichte, museale vitrinekast met vondsten uit onbekende ecosystemen en archeologische opgravingen. Die zullen altijd onbekend blijven, want ze zijn ontsproten aan de verbeelding van Dana Meyer en Jeroen Kuster. Meyer heeft een verzameling natuurhistorische vondsten gecreëerd: insecten en zeedieren. Ze zijn met precisie gemaakt, ogen realistisch en zien er soms huiveringwekkend uit. Het oogt levensecht, mede vanwege de wetenschappelijke namen. Kuster heeft in dezelfde modus ook de verbeelding de vrije loop gelaten. Zijn koralen en fossielen lijken ook echt, maar nadere bestudering van vooral de fossielen maakt duidelijk dat dit onwaarschijnlijk is.

Ontdekkingsreiziger en kunstenaar Raoul Deleo kwam te weten waar Terra Ultima ligt. Verder niemand. Zijn installatie oogt negentiende-eeuws en de ‘jarmadillo’, ook uit de verbeelding ontstaan, is een mythisch dier dat door Deleo werd ontdekt en getekend met technieken die biologen eeuwen geleden gebruikten. Een video laat de totstandkoming zien.

Insectenkast - Mattheus Graft 2022

Insectenkast – Mattheus Graft 2022

De Insectenkasten van Mattheus Graft zouden op een afstandje bekeken in een natuurhistorisch museum niet misstaan, ware het niet dat de insecten uit door hem verzameld afval zijn gemaakt.

Daan Brouwer, zilversmid en kunstenaar, liet zich leiden door onder andere nautilusbokalen. Zijn werk is fraai vormgegeven, elegant. Het werk van de overige deelnemende kunstenaars is evenzo bijzonder en wonderlijk. Al met al doet de tentoonstelling de naam eer aan: het is een Wunderkammer op zich, fascinerend.

Ten slotte

De tentoonstelling kent vier thema’s: arteficialia, naturalia, exotica en scientifica. Het is aan te bevelen – om het zicht te houden op de grote hoeveelheid objecten – de leidraad te gebruiken die bij de entree te leen is. De catalogus is geheel in Wunderkammer-stijl vormgegeven en een op zichzelf staand interessant naslagwerk tevens prentenboek.

Theater / Voorstelling

Herkenbare problemen in fijne relatiekomedie

recensie: God van de slachting – Kobra Theaterproducties
God van de slachting – Kobra Theaterproductiesfotografie: Annemieke van der Togt

‘Een drupje alcohol en hup: het masker valt.’ Aldus Berry wanneer het voorspelbare conflict tussen de vier personages in God van de slachting losbarst. Want dát er in deze relatiekomedie ruzie gaat komen, is onontkoombaar. In de regie van Hanneke Braam is vooral de vraag hóé het zaakje zal ontploffen.

En wéér gaat Eelco’s telefoon. Deze brallerige advocaat vindt de precaire zaak van een bellende cliënt veel interessanter dan de ongemakkelijke conversatie waarin hij zit.
Eelco en zijn vrouw Annette zijn op bezoek bij Berry en Linda. Eelco en Annette zijn de ouders van de elfjarige Ferdinand. Berry en Linda die van de even oude Bruno. Eelco’s rinkelende telefoon onderbreekt voortdurend het gesprek.

De twee koppels bespreken een vechtpartij tussen hun zoons. Advocatenzoontje Ferdinand heeft Bruno geslagen met een eind hout. Resultaat zijn twee afgebroken voortanden bij het slachtoffer. Bruno’s ouders dringen aan op excuses van ouders en zoontje; boetedoening, straf voor het meppende kind.

Glaasje rum

Het overduidelijke cultuurverschil tussen de twee ouderparen zal echter niet tot verzoening leiden, maar juist tot verharding. Annette vindt zichzelf eigenlijk veel chiquer dan Linda en Berry. Annette en Eelco vinden dat het voortanden-incident sterk wordt overdreven; ze staan de hele voorstelling lang op het punt te vertrekken. Maar Linda bijt zich als een pitbull vast in het gebrek aan omgangsvormen van het gezin waaruit zoontje Ferdinand voortkomt. Zij is vastbesloten door te drammen totdat ze gelijk krijgt. Haar man, gastheer Berry, probeert het bezoekje een beetje op te leuken door een glaasje rum te schenken, maar door de alcohol gaat de rem er natuurlijk helemaal af bij het gezelschap.

Zo wordt een onhandig incident tussen twee basisschooljochies gaandeweg enorm opgeblazen. In dit conflict blijft niemand gespaard en dat het uit de hand zal lopen is vanaf het eerste moment zonneklaar.

Relatiekomedie

God van de slachting (Le Dieu du Carnage, 2006) is een stuk van Yasmina Reza (1959), een Franse toneel- en romanschrijver met Iraanse, Russische en Hongaarse roots. Deze relatiekomedie, dit verbale bloedbad, wordt wereldwijd geregeld gespeeld. Ze is in 2011 zelfs verfilmd onder de titel Carnage (‘bloedbad’), door regisseur Roman Polanski. In Nederland is het stuk in 2009 en in 2024 gespeeld door Theatergroep Suburbia, in 2013 door Senf Theaterproducties, in 2017 door Toneelgroep Het Volk, en in 2022 door Het Tuintheater. En nu brengt Kobra Theaterproducties het in de regie van Hanneke Braam.

Herkenbare thema’s

God van de slachting – Kobra Theaterproducties

Annemieke van der Togt

Dat God van de slachting zo populair is onder makers, komt niet alleen doordat de tekst een grote grapdichtheid heeft, maar ook doordat er en passant een heleboel herkenbare, alledaagse thema’s de revue passeren. Bijvoorbeeld. Huwelijken die na verloop van jaren sleets beginnen te worden. Klassenverschillen tussen ‘rijke’ snobs en mensen die kunst en maatschappelijk engagement belangrijker vinden dan geld. De verslaafdheid aan de mobiele telefoon. De man-vrouwverhouding. Het alledaagse gelijk van politieke correctheid. Ouders die aan collega-ouders uitleggen hoe zij hun kinderen moeten opvoeden. Kinderen die elkaar omarmen of juist buitensluiten.
De vertaling van het stuk door Laurens Spoor is door Kobra geactualiseerd om die dichter bij het huidige tijdsgewricht te brengen.

Clownesk

Braam regisseerde in 2024 bij Kobra Theaterproducties met succes Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf? Daarin speelde comedian Sanne Wallis de Vries de dragende rol van Martha. In deze God van de slachting zien we Remko Vrijdag, vooral bekend als cabaretier en komiek.

Deze clowneske variant van het stuk staat of valt met het talent van de acteurs, het tempo, het niet al te toneelmatig omgaan met de tekst. Dat laatste lukt vooral bij de start van de voorstelling niet helemaal goed, de tekstbehandeling is aanvankelijk nogal opzeggerig.

Corpsbal

Maar als de vaart er eenmaal in zit, gaat deze voorstelling vliegen. Remko Vrijdag zet de egocentrische corpsbal fijn vet neer. Hij lééft als hij wordt gebeld en de scherpe advocaat kan uithangen. Vrijdag heeft niet alleen de lach aan zijn kont, hij is ook overtuigend door stil spel, door een hoog tempo, door een scherpe tekstbehandeling.

Yara Alink als zijn tuttige vrouw Annette krijgt vooral de ruimte van Braam wanneer ze zich hardop mag ergeren aan haar horkerige man. Voorts moet Annette voortdurend braken, ook over een kostbaar kunstboek dat Linda dierbaar is heen. Maar waardóór Annette steeds kotsmisselijk is, wordt niet echt duidelijk, of het moet zijn dat haar huwelijk haar de strot uitkomt.

Watje

De Berry van Johan Goossens is een onbehouwen flapuit. Berry is een boomlange goedzak. Het volkse type, uitbater van een winkel in huishoudelijke artikelen. Maar Berry is ook een watje: hij heeft de hamster van zijn negenjarige dochtertje op straat gezet, vooral omdat deze beer van een vent bang is voor knaagdieren. Zijn politiek correcte vrouw neemt hij allang niet meer serieus.

Rosa da Silva als de linkse kunstliefhebber Linda laat haar personage als enige echt een transformatie doormaken. Haar Linda begint weliswaar principieel, maar toch beheerst en rationeel. In de loop van de voorstelling wordt Linda feller, agressiever, en zelfs wanhopiger: dat de wereld een eerlijkere plek wordt, ziet zij niet gebeuren.

Binnenwereld

Er is duidelijk een verschil tussen de beschaafde buitenkant en de valse binnenwereld. Braam stopt een heleboel grappige, fijne regievondsten in de voorstelling; zoals wanneer Remko Vrijdag een selfie maakt van zichzelf met de vrouw die hij heeft ‘verslagen’, alsof ze een geschoten tijger is. Het fraaie interieur met would-bedesign (decor: Calle de Hoog) helpt ook.

God van de slachting is niet een heel origineel stuk, maar het heeft wel degelijk een bijzonder geestige tekst vol leuke vondsten. Regisseur Braam houdt de vaart er stevig in, waardoor dit een fijne avond theater is.

Tekst: Yasmina Reza
Vertaling: Laurens Spoor
Decor: Calle de Hoog
Kostuums: Nola van Timmeren
Lichtontwerp: Remko van Wely
Muziekfragementen: Casjan Berends en Arnold Schut
Techniek: Luuk van Overeem & Shiva Stempher
Fotografie: Annemieke van der Togt

Film / Films

Hamlet naar letter en geest

recensie: Hamnet - Chloé Zhao
HAMNET2025 Focus Features, LLC. All Rights Reserved.

Aan het begin van de film Hamnet van de Chinees-Amerikaanse regisseur en co-auteur Chloé Zhao (bekend van onder meer Nomadland) beweegt de camera zich door een bos. Op de grond ligt Agnes (Anne) Hathaway (gespeeld door Jessie Buckley), de latere vrouw van William Shakespeare (gespeeld door Paul Mescal). Dit openingsshot benadrukt meteen dat het bos een grote rol speelt in de film. Van begin tot eind.

Deze cinematografie (van Łukasz Żal) doet denken aan bijvoorbeeld The Tree of Life van de Amerikaanse filmer Terrence Malick, door wie Zhao is beïnvloed. Die bovennatuurlijke sfeer van het begin van Hamnet wordt geaccentueerd door het feit dat Agnes vervolgens wordt voorgesteld als het kind van een bosheks. Pas aan het eind van de film evolueert het bovennatuurlijke beeld naar de metafysische sfeer van de roman Hamnet (2020) van de Ierse Maggie O’Farrell, waarop de film is gebaseerd.

Tussen begin en eind gebeuren fraaie dingen en zaken waar je vraagtekens bij kunt plaatsen.
Fraai zijn de Shakespeare-achtige spiegelingen in het verhaal: William komt als kind thuis en krijgt ervan langs, Agnes komt thuis en krijgt eveneens op haar donder. Zij gaat het huis uit wanneer ze zwanger blijkt te zijn. Dat William met haar wil trouwen, valt bij zijn aanstaande schoonouders niet in goede aarde. Want ook hij zou behekst zijn. Hun eerste kind, Susanna, wordt geboren in … het bos.

De tweeling Hamnet en Judith

Na haar volgt de tweeling Hamnet en Judith, die aan elkaar zijn verknocht. Hamnet speelt met haar en met zijn vader. Met hem doet hij zogenaamd aan zwaardvechten, wat een voorafschaduwing is van latere beelden in de film (het zwaardgevecht tussen Hamlet en Laertes in het toneelstuk Hamlet). Net zoals er ook steeds terugkerende frases zijn, zoals ‘The rest is silence’ en ‘To be or not to be’ (leven of dood), allebei citaten uit hetzelfde stuk. En zo citeert ook de componist van de fraaie filmmuziek, Max Richter, zichzelf (bijvoorbeeld met het lied ‘Arrival’) of schrijft stijlcitaten die aan de muziek van Shakespeares tijdgenoot Henry Purcell doen denken. Dat is het fraaie deel van de film.

Inspiratie voor Hamnet en Hamlet

Op een gegeven moment zegt Hamnet tegen zijn moeder: ‘She got it’, waarna Agnes het gezicht van het meisje in close-up naar de camera keert. Het is de toeschouwers duidelijk: zij heeft de pest. Iets wat Hamnet helaas nog eens uit gaat leggen. Een voorbeeld van overbodige zaken in de film; we zien en weten het zo ook wel. Dit voorbeeld betreft overigens een scène die in het boek van O’Farrell niet voorkomt.
Het kruidenvrouwtje in Agnes speelt weer op, wanneer zij de ziekte met huismiddeltjes en rabarber uit de omgeving van het bos probeert te genezen. En zowaar: Judith overleeft, maar Hamnet sterft op elfjarige leeftijd. Twee schitterende rollen overigens, door Olivia Lynes en Jacobi Jupe, leeftijdsgenootjes van Hamnet.

Volgens O’Farrell en Zhao zou Hamlet zijn geïnspireerd door de dood van Hamnet. Dat is inlegkunde, want de realiteit is dat het toneelstuk is gebaseerd op onder anderen Amleth, een prins uit een dertiende-eeuwse Deense legende. Die inlegkunde mag natuurlijk, als je de film maar niet als waargebeurd beschouwt, want dat klopt maar deels.

Natuurlijk, The Globe Theatre in Londen bestond en is weer opgebouwd. Daar speelt de slotscène van de film zich af, waar Agnes vooraan bij het toneel in de zogenaamde Standing Yard de première van Hamlet van haar man bijwoont. De achterwand van het toneel is een afbeelding van een bos. Wéér dat bos, maar nu is het beeld inhoudelijk uitgestegen boven de beginshots. Agnes en William zijn geen kinderen van een (bos)heks, maar twee volwassen mensen die een groot verlies hebben geleden. Ze kijken elkaar aan en begrijpen elkaars diepste verdriet. Ze kunnen samen verder.

Jessie Buckley won recent voor haar rol in Hamnet een Golden Globe Award (What is in a name!) voor beste actrice, terwijl de film ook een Golden Globe won voor beste dramafilm. Of ze dit waard zijn, kan de kijker zelf beoordelen. De film kent in ieder geval ook wat zwakkere elementen en momenten, maar een goede totaalindruk blijft.