Tag Archief van: recensie

Kunst / Interview
special: Interview met Maria Roosen
Maria Roosen, Zelfportret (wachten), 2014, glas, collectie Museum Arnhemperskit

Werken moeten hun werk doen

In het Stedelijk Museum Schiedam is tot en met 3 mei 2026 een solotentoonstelling te bezichtigen met werk van kunstenares Maria Roosen. Oud en nieuw. Sommige zijn speciaal voor deze plek gemaakt. In gedachten lopen wij samen door de beneden- en bovenzalen van het museum en staan stil bij enkele kunstwerken en haar ideeën daarachter.

We beginnen buiten, met de Spiegelborsten (2009-2025) die in een boom bij de entree van het museum hangen. We zien onszelf erin.

251116-FE0469-FredErnst-1600px

Maria Roosen, Spiegelborsten © Fred Ernst

‘Je ziet jezelf als reflectie en je wordt zo als het ware in de vorm zelf opgenomen. Ook de omgeving wordt in die vorm getrokken. Het is een belangrijk werk voor mij en het was al op verschillende plaatsen te zien, zoals op de Biënnale van Venetië.’

Invloed van andere kunstenaars

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

In dit verband loop ik even vooruit naar het glazen zelfportret van Holbein uit 2014, dat u verwerkte in het Zelfportret naar Holbein (der Alter). Dit roept de vraag op of u geïnspireerd bent door andere kunstenaars?

‘Ik ben zeker geïnspireerd door andere kunstenaars: Holbein met zijn prachtige portretten, de beeldhouwer Constantin Brâncuși met zijn zoeken naar de essentie in vorm en sokkel als onderdeel van een beeld, zijn eindeloze zuil en repetitie. De houding van de arte povera ook, waarin echte materialen worden gebruikt vanwege de eigenschappen van dat materiaal: vuur, paarden, aarde bijvoorbeeld. Ik denk dan met name aan Jannis Kounellis.
Daarom ben ik ook met glas gaan werken. Glasblazers werken met vloeibaar glas; de eerste vorm die zo wordt gemaakt, is de bol. Een werk ontstaat vanuit de binnenkant: het groeit vanuit één druppeltje (glas), vanuit één steek (breiwerk), vanuit één druppeltje vloeibare verf (aquarel).’

Wat in dit verband ook opvalt, is dat in uw werk zachte, kwetsbare en harde materialen samenkomen. Bijvoorbeeld in Soft Gun (2012), dat voor het eerst wordt getoond; een zachte aquarelcontour om een geweer. Of in Bed (1994), een combinatie van hout, textiel en glas. Is dat uw boodschap aan de wereld: de zachte krachten zullen winnen?

‘Mooi gezegd, maar ik heb geen bepaalde boodschap aan de wereld, hoewel ik denk dat de zachte kracht het van het geweer wint … Ik vind het belangrijk dat een beeld meerdere lagen heeft, meerdere interpretaties kan hebben.’

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Luisteren en waarnemen

De auteurs van de brochure bij deze tentoonstelling, curator Inez Piso-Tuncay en Silke Muller, stellen dat u intuïtief te werk gaat. In welke betekenis van het woord?

‘Intuïtie is voor mij een vorm van kennis die zich naar boven beweegt, als een soort waarneming. Je lichaam weet wat het moet doen: rennen als er brand is. Ik probeer open te staan voor het moment. En zo goed mogelijk te luisteren, waarnemen van wat het gevoel zegt. Het doet denken aan een uitspraak van Brâncuși: Het is niet moeilijk iets te maken, maar het is wel moeilijk jezelf in staat te stellen het te maken.’

Elementen uit eerder werk

Ik lees verder in de brochure dat de werken op deze tentoonstelling een gesprek met elkaar aangaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee beelden Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture, allebei in 2025 gemaakt in samenwerking met en gebreid door Carolien Evers. De ene zwart, de ander wit. Zij voeren mij terug naar de eenpersoonskapellen (Shelters) die u eerder uit hout sneed en waarvan er twee in 2024 op de tentoonstelling RE-BELLE in de Grote Kerk van Breda waren te zien. Herneemt u graag eerdere elementen uit later werk, zoals ook kannen en dergelijke?

MariaRoosen-259

Maria Roosen, Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture

‘Ja. Alles is circulair. Het is een ontwikkeling. Zoals Privé 2025 (vliegengordijn) in de laatste zaal, dat teruggaat op mijn Dagboektekeningen (1988-1989). Nu op ware grootte. Tegelijk begin je ook min of meer opnieuw. Altijd weer bij nul beginnen. Ik was blij mijn eerste dagboektekeningen na zoveel jaar weer terug te zien. Ik herkende dingen waar ik later verder aan heb doorgewerkt of op ben doorgegaan.’

Ik heb ten slotte niet kunnen terugvinden of u ook doceert, maar heb wel het idee dat uw werk invloedrijk is.

‘Ik heb wel lesgegeven en heb veel connectie met het werk van dertigers van nu. Zij staan fluïde en kritisch in het leven. Ze zoeken elkaar op. Hun werk gaat net als dat van mij vaak over lichamelijkheid, sensualiteit, en het procesmatige zit er ook in. Andersom zoeken ze ook mij op. Ik krijg veel reacties van jonge kunstenaars. Ik werk ook graag samen met ambachtsmensen, zoals glasblazers in Tsjechië. Er is in de kunst weer veel interesse in het ambachtelijke. Dat is mooi om te zien.’

Net als de tentoonstelling Schrobben Harken Gieten Vegen zelf.

Kunst / Interview
special: Interview met Maria Roosen
Maria Roosen, Zelfportret (wachten), 2014, glas, collectie Museum Arnhemperskit

Werken moeten hun werk doen

In het Stedelijk Museum Schiedam is tot en met 3 mei 2026 een solotentoonstelling te bezichtigen met werk van kunstenares Maria Roosen. Oud en nieuw. Sommige zijn speciaal voor deze plek gemaakt. In gedachten lopen wij samen door de beneden- en bovenzalen van het museum en staan stil bij enkele kunstwerken en haar ideeën daarachter.

We beginnen buiten, met de Spiegelborsten (2009-2025) die in een boom bij de entree van het museum hangen. We zien onszelf erin.

251116-FE0469-FredErnst-1600px

Maria Roosen, Spiegelborsten © Fred Ernst

‘Je ziet jezelf als reflectie en je wordt zo als het ware in de vorm zelf opgenomen. Ook de omgeving wordt in die vorm getrokken. Het is een belangrijk werk voor mij en het was al op verschillende plaatsen te zien, zoals op de Biënnale van Venetië.’

Invloed van andere kunstenaars

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

Maria Roosen, Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014, glas, collectie Museum Arnhem

In dit verband loop ik even vooruit naar het glazen zelfportret van Holbein uit 2014, dat u verwerkte in het Zelfportret naar Holbein (der Alter). Dit roept de vraag op of u geïnspireerd bent door andere kunstenaars?

‘Ik ben zeker geïnspireerd door andere kunstenaars: Holbein met zijn prachtige portretten, de beeldhouwer Constantin Brâncuși met zijn zoeken naar de essentie in vorm en sokkel als onderdeel van een beeld, zijn eindeloze zuil en repetitie. De houding van de arte povera ook, waarin echte materialen worden gebruikt vanwege de eigenschappen van dat materiaal: vuur, paarden, aarde bijvoorbeeld. Ik denk dan met name aan Jannis Kounellis.
Daarom ben ik ook met glas gaan werken. Glasblazers werken met vloeibaar glas; de eerste vorm die zo wordt gemaakt, is de bol. Een werk ontstaat vanuit de binnenkant: het groeit vanuit één druppeltje (glas), vanuit één steek (breiwerk), vanuit één druppeltje vloeibare verf (aquarel).’

Wat in dit verband ook opvalt, is dat in uw werk zachte, kwetsbare en harde materialen samenkomen. Bijvoorbeeld in Soft Gun (2012), dat voor het eerst wordt getoond; een zachte aquarelcontour om een geweer. Of in Bed (1994), een combinatie van hout, textiel en glas. Is dat uw boodschap aan de wereld: de zachte krachten zullen winnen?

‘Mooi gezegd, maar ik heb geen bepaalde boodschap aan de wereld, hoewel ik denk dat de zachte kracht het van het geweer wint … Ik vind het belangrijk dat een beeld meerdere lagen heeft, meerdere interpretaties kan hebben.’

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Soft Gun, 2012, aquarel, courtesy Maria Roosen

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Maria Roosen, Bed, 1994, glas, textiel, hout, collectie Museum Arnhem, verworven met steun van het Mondriaan Fonds

Luisteren en waarnemen

De auteurs van de brochure bij deze tentoonstelling, curator Inez Piso-Tuncay en Silke Muller, stellen dat u intuïtief te werk gaat. In welke betekenis van het woord?

‘Intuïtie is voor mij een vorm van kennis die zich naar boven beweegt, als een soort waarneming. Je lichaam weet wat het moet doen: rennen als er brand is. Ik probeer open te staan voor het moment. En zo goed mogelijk te luisteren, waarnemen van wat het gevoel zegt. Het doet denken aan een uitspraak van Brâncuși: Het is niet moeilijk iets te maken, maar het is wel moeilijk jezelf in staat te stellen het te maken.’

Elementen uit eerder werk

Ik lees verder in de brochure dat de werken op deze tentoonstelling een gesprek met elkaar aangaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee beelden Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture, allebei in 2025 gemaakt in samenwerking met en gebreid door Carolien Evers. De ene zwart, de ander wit. Zij voeren mij terug naar de eenpersoonskapellen (Shelters) die u eerder uit hout sneed en waarvan er twee in 2024 op de tentoonstelling RE-BELLE in de Grote Kerk van Breda waren te zien. Herneemt u graag eerdere elementen uit later werk, zoals ook kannen en dergelijke?

MariaRoosen-259

Maria Roosen, Soft Shelter (Artemis) en Haute Couture

‘Ja. Alles is circulair. Het is een ontwikkeling. Zoals Privé 2025 (vliegengordijn) in de laatste zaal, dat teruggaat op mijn Dagboektekeningen (1988-1989). Nu op ware grootte. Tegelijk begin je ook min of meer opnieuw. Altijd weer bij nul beginnen. Ik was blij mijn eerste dagboektekeningen na zoveel jaar weer terug te zien. Ik herkende dingen waar ik later verder aan heb doorgewerkt of op ben doorgegaan.’

Ik heb ten slotte niet kunnen terugvinden of u ook doceert, maar heb wel het idee dat uw werk invloedrijk is.

‘Ik heb wel lesgegeven en heb veel connectie met het werk van dertigers van nu. Zij staan fluïde en kritisch in het leven. Ze zoeken elkaar op. Hun werk gaat net als dat van mij vaak over lichamelijkheid, sensualiteit, en het procesmatige zit er ook in. Andersom zoeken ze ook mij op. Ik krijg veel reacties van jonge kunstenaars. Ik werk ook graag samen met ambachtsmensen, zoals glasblazers in Tsjechië. Er is in de kunst weer veel interesse in het ambachtelijke. Dat is mooi om te zien.’

Net als de tentoonstelling Schrobben Harken Gieten Vegen zelf.

Boeken / Fictie

Perec als maatschappijcriticus

recensie: De dingen – Georges Perec
vienna_boekenkastPixabay

Het eerste hoofdstuk van De dingen is Perec ten voeten uit: het boek opent met een ietwat oeverloos aandoende, nauwgezette beschrijving van een ouderwets-elitair ingericht appartement. Maar wat volgt is een opmerkelijk goed te volgen narratief dat in een heldere chronologie en zonder al te veel digressies wordt gepresenteerd.

Het is pas na het stilleven van de openingspassage – die leest als de beschrijving van een filmdecor en de manier waarop een camera dat decor zou moeten filmen – dat de protagonisten van het boek, Sylvie en Jérôme, worden geïntroduceerd. Bij het vertellen van het verhaal van deze personages lijkt Perec het principe show, don’t tell te hebben omgekeerd: De dingen bevat maar weinig afgebakende scènes, en bestaat hoofdzakelijk uit een aaneenschakeling van diepgaande analyses van de beweegredenen van Sylvie en Jérôme en van de patronen en gewoontes die hun leven kenmerken.

Het tell, don’t show dat Perec als uitgangspunt voor deze korte roman heeft gekozen, zorgt ervoor dat – zoals Manet van Montfrans in haar nawoord bij De dingen ook noemt – Sylvie en Jérôme in deze roman in feite niet waarlijk als personages fungeren. Zij staan eerder symbool voor de generatie die in de jaren ’60 voor het eerst in aanraking kwam met de consumptiemaatschappij. Ook al was Perec er niet bepaald door gecharmeerd, het feit dat hij naar aanleiding van de publicatie van De dingen tot socioloog van de consumptiemaatschappij werd gebombardeerd, heeft hij toch echt grotendeels aan zijn eigen keuze voor deze metapsychologische verteltrant te danken.

Symbool van een generatie

En inderdaad is er een meer romanachtige versie van De dingen denkbaar, waarin Sylvie en Jérôme als individuen meer uitgewerkt zouden zijn, waarin wij meer leren over hun achtergrond en de eigenaardigheden van hun relatie en waarin meer directe rede zou zijn gebruikt. Het boek was dan eerder opgevat als een vertelling met een maatschappijkritische ondertoon. Het is voor de geïnteresseerde lezer misschien de moeite waard om te onderzoeken of meer recente boeken zoals De perfecties van Vincenzo Latronico – waarvoor De dingen als inspiratiebron diende – of The Anthropologists van Ayşegül Savaş misschien niet waarlijke roman-manifestaties van De dingen zijn.

Doordat het boek niet in scènes is opgebouwd, komen Sylvie en Jérôme als karakters niet helemaal tot leven en voelt de tekst vrij analytisch aan. Maar toch is het vertelperspectief effectief. De analyses die Perec presenteert worden met grote regelmaat geïllustreerd aan de hand van pijnlijk concrete details die de tragiek en de noodlottigheid van het materialistische doolhof waarin de twee zich bevinden voor de lezer voelbaar maken. De lezer krijgt het gevoel met de neus op de feiten van de kapitalistische samenleving te worden gedrukt.

Het zijn die ludieke details waar Perec de lezer voortdurend op trakteert, die maken dat De dingen absoluut geen grote droge hap is. Zij zorgen ervoor dat het boek, als schets van een meerjarige psychosociale ontwikkeling van een individu dat tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, toch uitermate levendig aanvoelt.

De dingen: een debuut als warming-up voor later werk

Het boek leest dus zeker niet als een sociologisch onderzoeksrapport. Sterker nog, De dingen is misschien wel een perfect boek voor wie behoefte heeft aan een inleiding tot het werk van Georges Perec: het verhaal is uniform qua perspectief, wordt in een redelijk zuivere chronologische volgorde verteld, en de metapsychologische analyses zijn toegankelijk geschreven. Het boek kent geen lange uitweidingen, geen labyrintische fractale effecten, geen enigmatische perspectiefwisselingen en geen ingewikkelde syntactische constructies. Kortom, de elementen die gemeenplaatsen zijn in veel van Perecs latere werk en die een groot deel van zijn oeuvre wat ontoegankelijk van aard maken. En toch bevat De dingen de aandacht voor sprekende details en onmiskenbare blijken van vertelplezier die voor Perec zo kenmerkend zijn.

De dingen heeft de kiemen van de typische, ingewikkelde Perec-stijl in zich die in latere boeken tot volle bloei zouden komen. Maar in dit boek lijkt Perec zich op dat vlak nog enigszins in te houden. Het boek is daarmee een toegankelijke instapper voor wie het werk van Perec beter wil leren kennen. Wie al is ingewijd in de wereld van deze fascinerende schrijver en een bewondering koestert voor de literaire vrijheid die Perec zich in zijn andere boeken zo duidelijk permitteert, zal De dingen misschien niet roemen als Perecs belangrijkste literaire verdienste. Het boek is immers wat ‘gewoontjes’ en redelijk conformistisch in vergelijking met zijn andere werk. Maar De dingen is wel een van de weinige boeken waarin Perec zich relatief onverholen maatschappijkritisch uitlaat. En dat is dan wel weer bijzonder.

Theater / Voorstelling

Slapstickversie van de middeleeuwen

recensie: Welkom in de middeleeuwen – Bos Theaterproducties/Inge Bos
welkom 2Willem van Walderveen

Een houten ‘troon’ op wieltjes, een bordkartonnen schandpaal, een bord met ‘Echt waar!’ erop: deze plus nog een handvol rekwisieten is alles wat het team van regisseur Niek Barendsen nodig heeft. Onder de vlag van Bos Theaterproducties maken ze een zeer geslaagde theaterversie van de populaire geschiedenis-televisieserie Welkom in de middeleeuwen. Op tv is het concept geestig, op toneel blijkt de formule zelfs hilarisch.

476 na Christus. De Germanen hebben de Romeinen verjaagd uit Nederland. De leider van de Germanen (Tobias Nierop) slaat zich op de borst: dat heeft-ie toch maar eens mooi voor elkaar. Nu kunnen eindelijk de middeleeuwen beginnen in dit land, nu er mensen wonen met hart voor de zaak. Niks, helemaal niks zijn we opgeschoten met die Romeinen, constateert de Germaanse leider. Maar de rest van de Germanen tikt de leider op de vingers: de Romeinen brachten onze voorvaderen verharde wegen, badhuizen, poëzie, paleizen, aquaducten, riolering. Het begin van beschaving, zeg maar.

754 na Christus. Bonifacius (Teun Donders) wordt vermoord door heidense Friezen. Die heeft hij met grof geweld geprobeerd te kerstenen. Hij heeft hun heilige bomen, functioneel voor hun natuurgodsdienst, omgehakt en staat nog altijd te zwaaien met een bijl. Bonifacius begrijpt maar niet waarom die Friezen zijn woeste ingrepen niet pikten.

Echt waar!

Speelse geschiedenislesjes zoals die over de Romeinen en die over de moord op Bonifacius zijn kenmerkend voor de Welkom-series op tv. Officieel is het jongerentelevisie. Tekstschrijver en regisseur Niek Barendsen maakt het programma al jaren, met in elke reeks een ander historisch thema. De programma’s bestaan goeddeels uit sketches waarin gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis zijn verwerkt. De scènes worden gespeeld door acteurs van naam en faam. Vooral wanneer buitenissige feitjes worden voorzien van een bordje ‘Echt waar!’ zijn die toneelstukjes nog leerzaam ook. En ze zijn zo slim gemaakt dat ze zowel voor de jeugdige doelgroep geestig zijn als voor volwassen (mee)kijkers.

Rode draad is het personage van de hedendaagse presentator Dorine Goudsmit, dat op televisie wordt vertolkt door Plien van Bennekom. Zij interviewt zogenaamd historische personen, gespeeld door topacteurs.

Welke eeuw

Bedenker, schrijver en regisseur Niek Barendsen heeft nu een theaterbewerking gemaakt van zijn serie Welkom in de middeleeuwen. Daarbij kan Barendsen leunen op zijn eigen, bijzonder geestige teksten. Op toneel neemt een zestal acteurs die voor zijn rekening.
Desi van Doeveren speelt interviewer Dorine, die hoofdfiguren uit de Nederlandse middeleeuwen bevraagt. De overige vijf acteurs (Tobias Nierop, Kim van Zeben, Teun Donders, Sophie de Wit en Dick Kingma) nemen alle rollen van alle middeleeuwers voor hun rekening. De acteerstijl houdt het midden tussen comedy en slapstick. Op een bordje dat op het podium staat, wordt geprojecteerd in welke eeuw we zitten.

Plastic ridderschild

In extreem hoog tempo volgen de historische scènes elkaar op. Van de Germanen en de vermoorde Bonifacius naar Karel de Grote, uiteindelijk eindigend bij Willem van Oranje. Wonderbaarlijk is hoe de acteurs razendsnel switchen van personage naar personage. Het ensemble is een goed geoliede machine, dat zichtbaar plezier heeft in het spel. Met hier een ander hoedje en daar een plastic ridderschild verschijnt de volgende historische figuur op het podium.

De gekste onderwerpen en weetjes komen langs, van lepra tot de drijfveren van kruisvaarders; van het vrouwelijk schoonheidsideaal tot het gebruik van urine als vlekkenverwijderaar. Het publiek wordt rechtstreeks toegesproken. Nu en dan dreigt een speler vanaf het podium toeschouwers te zullen onderspatten met water, spuug of kots.

Vragen en antwoorden

Het jonge publiek wordt opgeroepen tijdens de pauze vragen over de middeleeuwen op te schrijven, waarop de spelers na de pauze het antwoord zullen geven of spelen. Uiteraard zijn er daarvan een aantal vooraf ingefluisterd door de volwassen makers, zoals de vraag of middeleeuwers zich wasten, en of ze seks hadden, maar het is leuk de antwoorden uitgebeeld te zien.

Tobias Nierop

Regisseur Barendsen mag zich verheugen in een ensemble dat zich met volle overgave inzet in dit absurd-hoog-tempo-theater, compleet met liedjes en dansjes.

Opvallend in het geheel is Tobias Nierop, die bekendheid verwierf met zijn vertolking van Johan Cruijff in 14 de musical. Nierop neemt onder andere een aantal van de sleutelpersonages voor zijn rekening, zoals Karel de Grote en Willem van Oranje. Hij is zowel fysiek als in mimiek als in stemgebruik de sterkste van het ensemble. Alleen al het spel van Tobias Nierop is een goede reden om te gaan kijken naar Welkom in de middeleeuwen.

 

Tekst: Niek Barendsen
Decor- en kostuumontwerp: Joris van Veldhoven
Muziek: Niek Barendsen
Lichtontwerp: Wannes van der Veer, Sander Schaart
Choreografie: Kiki Heus

Theater / Voorstelling

Kibbelen op weg naar de Apocalyps

recensie: HOPE – NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater Hamburg
HOPE Mit Texten von Maria Milisavljević Regie Guy WeizmanChoreografie Roni HaverKerstin Schomburg

Hoop, echte existentiële hoop, ontstaat niet op momenten van grote voorspoed, omdat we dan best tevreden zijn. Hoop ontstaat in tijden van tegenspoed. Dan is het een noodzakelijke emotie om te kunnen doorgaan. Theatermakers NITE/Club Guy & Roni/Thalia Theater Hamburg gebruiken het concept ‘hoop’ om ter discussie te stellen in welke staat de wereld is waarin wij leven, in een oogstrelende maar ook rommelige voorstelling.

NITE staat voor Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble. NITE is de voortzetting van het Groningse Noord Nederlands Toneel, onder leiding van regisseur en choreograaf Guy Weizman en choreograaf Roni Haver. Samen vormden zij eerder het dansgezelschap Club Guy & Roni. Zij streven naar maatschappelijk geëngageerde, multidisciplinaire voorstellingen die het publiek aan het denken zetten.

Thalia Theater Hamburg zoekt voor zijn maatschappijkritische voorstellingen graag de aansluiting bij internationale theatermakers. Dan is NITE/Club Guy & Roni geen vreemde keuze.

Balletkleding

In HOPE gebruiken de makers een nogal omslachtige vertelling om hun boodschap over de huidige, bedenkelijke toestand van de wereld te verpakken. Een gezelschap van dansers en acteurs, goeddeels gehuld in babyroze balletkleding, ruziet over een nieuw ballet, onbewust van het feit dat de wereld de volgende dag ten onder zal gaan.

De choreograaf van het beoogde ballet (Maike Knirsch) gooit de ensemblevoorstelling die eerder is bedacht echter op de schop en wil alsnog een soloballet maken. Iedereen is kwaad, behalve degene die de solo zal dansen (Gloria Odosi).

Monologen

Er ontspint zich een ruzieachtige woordenstroom. Daarin concurreren eenlingen, duo’s en grotere groepen met elkaar. Er zijn weinig gesprekken of dialogen; spelers spreken een voor een korte monologen uit (tekst: Maria Milisavljević, 1982, Arnsberg, Duitsland), voornamelijk met het gezicht naar de zaal. Bewust Brechtiaans: de vierde wand naar het publiek wordt voortdurend doorbroken.

De monoloogjes, veelal in korte zinnetjes, van Milisavljević getuigen van kwetsbaarheid: ‘Iets moois, iets fijns.’ Van eenzaamheid, van behoefte aan intimiteit: ‘Hug me!’ Van het zoeken naar houvast op allerlei gebieden: ‘Elke waarheid is iemand anders’ leugen.’ Er is een soort verteller (Bien De Moor) die zich onderscheidt door een geel kostuum.
De voorstelling wordt gespeeld in een mengelmoes van Duits, Engels en Nederlands, met Engelse en Nederlandse boventitels.

Schetsmatig

Individuen stellen zich voor aan de hand van uit het leven gegrepen anekdotes. Die vorm werkt niet goed, omdat de verhaaltjes te schetsmatig, te fragmentarisch zijn om de personages echt een karakter te geven. Zo beklijven de namen van de personages ook niet echt, de verschillende types blijven daartoe te oppervlakkig.

Kwetsbaar

Daarbinnen is niettemin onder anderen Tilo Werner als een van de dansers erg mooi: balancerend op de punten van zijn zwarte glitterschoenen vertelt hij een kwetsbare homo-erotische droom. Vorm en inhoud vallen daar samen: de wiebelige man en het bange verlangen.

Gekissebis

Personages die hun verhaal hebben gedaan, krijgen een hoofddeksel met een hoge roze veer op het hoofd. Ze worden daardoor iets tussen revueartiesten en circuspaarden in. Met behulp van verrijdbare decorstukken, deels voorzien van spiegelende oppervlakken, verandert de omgeving steeds van structuur. Er is veel gekissebis, concurrentie. Aanvallen en verdedigen.

Fragmentarische teksten, korte dansen op indringende, live uitgevoerde muziek vormen de aanloop naar een nogal lang uitgestelde apotheose. De dreiging van een naderende zondvloed wordt gesymboliseerd doordat er water door het dak druppelt, dat door Tilo Werner wordt opgevangen in zijn roestvrijstalen champagneglaasje.

Prachtige muziek

Bij het toenemen van de spanning wint HOPE enorm aan kracht, zowel in het spel als in de wervelende vormgeving, de spectaculaire belichting en zeker ook in de prachtige, aanzwellende muziek (muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp). De noodzaak van ‘hoop’ wordt duidelijker wanneer het erop lijkt dat het apocalyptische einde nadert.

De actuele boodschap die je kunt halen uit de warrige interactie tussen de spelers en uit de zoekende teksten van HOPE komt neer op: we kibbelen, maken elkaar het leven zuur met futiliteiten, jaloezie en kleinzieligheid, terwijl de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dan zal blijken hoe hard je elkaar nodig hebt. En hoe hard je dan hoop nodig hebt, als houvast om te proberen te overleven.

Tekst: Maria Milisavljević
Choreografie: Roni Haver
Dans: Rosie Reith, Tatiana Matveeva, Tommy Heeffer
Decorontwerp: Ascon de Nijs
Componist: Camill Jammal
Muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp
Lichtontwerp: Maarten van Rossem
Kostuumontwerp: Simon Carle & MAISON the FAUX

Film / Films

Linklaters ode aan cinema

recensie: Nouvelle Vague - Richard Linklater
nouvelle vague© Filmdepot

Richard Linklater reconstrueert met Nouvelle Vague niet de geboorte van de Franse filmbeweging uit de jaren ’60, maar vangt vooral het gevoel dat erbij hoorde: dat film alles kan zijn. Nouvelle Vague is een hangout-film over makers, ego’s en ideeën. Losjes, speels en gemaakt met een onmiskenbare liefde voor film.

De nieuwe film van Linklater is een feest van herkenning voor de cinefiel. Alsof je naar The Avengers voor filmnerds kijkt, wandelen de grote spelers van de Franse cinema door het beeld. Namen als Truffaut, Melville, Bresson en Chabrol komen en gaan. Niet als de legendarische figuren waar ze nu bekend om staan, maar als jonge makers vol ideeën, twijfel en arrogantie, klaar om de wereld van film op te schudden. De spotlight in Nouvelle Vague staat op de maestro van de beweging: Jean-Luc Godard. De film volgt hem door de straten van Parijs, waar hij À bout de souffle (Breathless) maakte, volgens velen een van de meest invloedrijke films aller tijden.

Hangout-film

Linklater staat bekend als de man van de hangout-film, een officieus subgenre van films waar conflict of climax ver te zoeken is. Weinig spanning, weinig drama, een echte slice of life met ruimte voor humor en kleine momenten die een wereld kunnen schetsen. Een film waar je elk moment kunt ‘binnendruppelen’, zonder eigenlijk iets van het verhaal gemist te hebben. In dat opzicht voelt Nouvelle Vague als Linklaters eerdere film Dazed and Confused (1993), maar dan volledig gedipt in de esthetiek van Godards À bout de souffle uit 1960. De hippies ingeruild voor pretentieuze filmmakers, de highschool voor de straten van Parijs, en joints voor sigaretten en koffie.

Linklater ontmantelt de mythe rond Godard in Nouvelle Vague en zet er een man voor in de plaats: een haantje dat zichzelf ziet als revolutionair, een zelfverklaarde profeet van de cinema. Zijn monologen eindeloos en meanderend, vol kunst en politiek. Ze botsen heerlijk tegen de banale chaos van het filmsetleven: een camera die weigert te draaien, een acteur die te laat komt, een crew die op halve kracht werkt. Linklater kijkt niet neer op de klungeligheid; hij omarmt deze. Je verlaat de film dan ook niet met het gevoel dat je naar legendes hebt gekeken, maar naar mensen die durfden te maken, ondanks alle twijfel en tegenslag.

Liefdesbrief

Stilistisch is Nouvelle Vague een kameleon. Linklater bootst de look en feel van À bout de souffle tot in de details na: zwart-wit, losse camerabewegingen, abrupte montage, speelse omgang met dialoog. Het is duidelijk dat Linklater niet zozeer een verhaal wil vertellen of een boodschap wil overbrengen (want die is er eigenlijk niet). Bijna obsessief doet hij zijn best om zijn eigen handtekening uit te wissen – als eerbetoon, maar ook als experiment.

Dit gaat echter niet zonder risico. Cinefielen en makers zullen ongetwijfeld smullen van de details en verwijzingen, maar voor wie op zoek is naar spanning of emotie is Nouvelle Vague misschien een lange zit. Toch blijft er genoeg doorheen sijpelen dat onmiskenbaar Linklater is: zijn fascinatie voor makers en kunstenaars die praten, zoeken en dromen.

De vraag dringt zich op waarom hij (een Amerikaan) deze film móést maken, iets waar hij zelf ook jaren onzeker over was voordat hij besloot het toch te doen. Misschien ligt het antwoord bij hemzelf. Ook Linklater kwam uit een filmbeweging, namelijk die van de onafhankelijke cinema uit de jaren ’90, samen met namen als Soderbergh en Tarantino. Is Nouvelle Vague dan misschien een stille zelfportettering?

Wat Nouvelle Vague in ieder geval is, is een liefdesbrief aan rebellie, aan het maken zelf, en aan cinema als daad. Of zoals Linklater het zelf verwoordde: ‘A love letter to those who made you want to make films.’ En soms hoeft een film ook niet veel meer te doen dan dat. Zodra je de knop kan omzetten en los kan laten dat er vrijwel geen drama of conflict gaat komen, is het puur genot om jezelf even onder te dompelen in het Parijs van de jaren ’60.

Film / Films

Een soepel samenspel van zware thema’s en luchtige humor

recensie: Zootropolis 2 - Jared Bush & Byron Howard
ZOOTOPIA 2©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Zootropolis 2 bewijst opnieuw hoe krachtig animatie kan zijn wanneer volwassen thematiek wordt verpakt in een wervelend kinderavontuur. Net als in het eerste deel gebruiken de makers dieren als spiegel voor menselijk gedrag en maatschappelijk ongemak. Kinderen zien een spannend undercoververhaal, terwijl volwassenen worden getrakteerd op actuele kwesties die slim en humoristisch in de plot zijn verweven.

Dit vervolg sluit direct aan op het origineel: konijn-agent Judy Hopps en ex-oplichter Nick Wilde zijn inmiddels officiële partners. Hun band wordt echter stevig op de proef gesteld wanneer ze undercover moeten in nieuwe, minder bekende hoeken van de stad om de mysterieuze reptielenvluchter Gary De’Snake op te sporen. De speurtocht leidt hen door een reeks levendige wijken waar nieuwe diersoorten, culturen en sociale spanningen samenkomen.

Thema’s voor alle leeftijden

Hoewel de film trouw blijft aan de vertrouwde Disney-boodschappen — durf te dromen, vertrouw op elkaar, iedereen kan het verschil maken — schuwt Zootropolis 2 de zwaardere onderwerpen niet. Onder de kleurrijke animatie ligt een duidelijke onderstroom van reflectie over diversiteit, angst voor het ‘andere’ en de kracht van vooroordelen. De vraag of reptielen werkelijk een bedreiging vormen of slechts verkeerd begrepen worden, vormt het morele kloppend hart van het verhaal.

Het knappe is dat deze thematiek nooit te zwaar aanvoelt. De film blijft lichtvoetig dankzij de lange reeks grappen, visuele vondsten en onverwachte filmverwijzingen. Zo krijgen volwassenen een glimlach van de knipogen naar The Silence of the Lambs, The Shining en de komisch dreigende Godfather-parodie van het minuscule maffiamolletje. De makers weten steeds precies wanneer de toon luchtig moet blijven, zonder de boodschap te verzwakken.

Animatie vol leven en nieuwe werelden

Visueel gezien schittert Zootropolis 2 met minstens zoveel overtuiging als zijn voorganger. De animatie is rijk, dynamisch en vol details die de stad opnieuw laten bruisen. Het universum wordt bovendien uitgebreid met nieuwe zones en diersoorten: reptielen, semi-aquatische zoogdieren en andere creaturen voegen frisse energie toe. De charismatische nieuwe burgemeester, Brian Winddancer — een uitbundig vormgegeven hengst — is een van de vele kleurrijke nieuwkomers die meteen tot de verbeelding spreken.

©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Ook de interactie tussen Judy en Nick blijft een belangrijk ankerpunt. Hun groei als team, inclusief botsingen en onverwachte inzichten, geeft het verhaal een warm en herkenbaar menselijk element. Hun samenwerking vormt de tegenhanger van de maatschappelijke spanningen die overal om hen heen spelen, waardoor de film tegelijkertijd persoonlijk en groots aanvoelt.

Een waardige opvolger

Zootropolis 2 is een van die zeldzame kinderfilms die op meerdere niveaus werkt: voor jonge kijkers is het een spannend, grappig avontuur; voor volwassenen een verrassend actuele spiegel van de samenleving. De balans tussen humor, emotie en thematische diepgang is indrukwekkend, en de animatie draagt elke scène met flair.

Met een team van bijna zevenhonderd makers achter de schermen is het duidelijk dat dit vervolg met dezelfde zorg en ambitie is gemaakt als het Oscarwinnende origineel. Of het opnieuw prijzen gaat winnen is afwachten, maar inhoudelijk én visueel verdient het in ieder geval een plek tussen de beste animatiefilms van de laatste jaren.

Film / Films

Neurenberg door Amerikaanse ogen

recensie: Nuremberg - James Vanderbilt (2025)
Filmstill Nuremberg© Photo by Scott Garfield

Nuremberg is zo’n film die je dwingt jezelf af te vragen hoe je de bioscoop komt binnenwandelen. Wat neem je mee uit je eigen leven? Hoe sta je tegenover de geschiedenis, en hoe beïnvloedt dat wat je ziet? De film roept uiteenlopende meningen op en laat bij iedere kijker een andere indruk achter: alleen al daarom is hij interessant.

Het uitgangspunt is sterk: legerpsychiater Douglas Kelley krijgt de opdracht de geestelijke gezondheid en persoonlijkheid van de gearresteerde nazileiders te onderzoeken voorafgaand aan de beroemde Processen van Neurenberg. Daarmee opent de film een venster op een cruciaal historisch moment, waarin de wereld voor het eerst probeerde internationale rechtsnormen te formuleren voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Intrigerende geschiedenis, maar niet altijd even zorgvuldig

Het historische aspect vormt een van de sterkste punten van de film. Veel dialogen zijn gebaseerd op bestaande transcripties, en de film toont overtuigend hoe revolutionair het tribunaal was. De keuze om nazikopstukken niet zonder proces te executeren, maar te berechten volgens het internationaal recht, legde de basis voor alles wat later zou uitmonden in instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Tegelijkertijd kiest regisseur en scenarist James Vanderbilt voor een uitgesproken Hollywoodbenadering. Dat levert enerzijds een gestroomlijnd, meeslepend drama op, maar leidt anderzijds tot discutabele keuzes. Zo krijgt Kelley in de film een heldenrol toebedeeld die hij historisch nooit heeft gehad. Ook de subplot rondom de band tussen Kelley en Görings dochter voelt overbodig en haalt vaart uit het verhaal.

Daarnaast stapelt de film meerdere verhaallijnen op elkaar: de psychologische strijd tussen Kelley en Göring, en de totstandkoming van het tribunaal. Elk van die lijnen had op zichzelf een sterke film kunnen opleveren, maar samen zorgen ze soms voor onnodige ruis.

En dan is er de onvermijdelijke Amerikaanse borstklopperij: van de heldhaftige toonzetting tot de afsluitende Amerikaanse vlag — subtiel is het allemaal niet.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Crowe schittert, Malek overtuigt, en de spanning werkt

Wat Nuremberg overeind houdt en zelfs naar een hoger niveau tilt, is het acteerwerk. Russell Crowe is ronduit fenomenaal als Hermann Göring: charismatisch, manipulatief, glad en gevaarlijk. Zijn spel maakt pijnlijk duidelijk hoe iemand tegelijk briljant en moreel volkomen verdorven kan zijn. Ook Rami Malek zet een degelijke, al is het minder gelaagde, Kelley neer.

De scènes tussen de twee vormen de kern van de film: benauwend, psychologisch geladen en moreel ongemakkelijk. De confrontaties werpen interessante vragen op over verantwoordelijkheid, schuld, zelfbeeld en propaganda — vragen die door de Hollywoodinvloeden soms niet de ruimte krijgen die ze verdienen, maar die wel blijven resoneren.

Interessant, mooi gemaakt, maar niet zonder kanttekeningen

Nuremberg heeft een strakke visuele stijl. Koelere kleurtonen en een grijs, grauw decor plaatsen je als kijker meteen in de naoorlogse tijd. Maar tegelijkertijd is dit visueel verzorgde en acteertechnisch sterke historische drama dus duidelijk een Amerikaanse productie met een uitgesproken Amerikaanse invalshoek: helden zijn Amerikaans, initiatief is Amerikaans, oplossingen zijn Amerikaans. Sommige keuzes zijn discutabel, andere ronduit onnodig, en toch blijft de film de moeite waard.

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internationale recht of de psychologie achter macht en kwaad, biedt Nuremberg genoeg stof tot nadenken. En voor iedereen die Russell Crowe graag op zijn best ziet: dit is er zo één.

Film / Films

Een fonkelende afsluiter voor Oz

recensie: Wicked: For Good - Jon M. Chu
WICKED FOR GOOD© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved. (via Filmdepot)

Met Wicked: For Good komt het tweeluik tot een krachtig en rijk gelaagd einde. Waar het eerste deel vooral opbouwde, levert het tweede deel de beloofde ontlading: alle puzzelstukjes vallen in elkaar en de makers nemen de tijd om de losse eindjes uit het verhaal van Oz zorgvuldig af te ronden. De cirkel is rond.

Vocaal is dit vervolg ronduit adembenemend. Cynthia Erivo bewijst opnieuw waarom ze wordt gezien als een van de grootste stemmen van deze generatie. ‘No Good Deed’ is zonder twijfel het kloppend hart van de film: rauw, intens en bijna fysiek voelbaar. De emotionele kracht van haar vertolking verankert het verhaal diep in de kijker.

De nieuwe nummers, ‘No Place Like Home’ en ‘The Girl in the Bubble’, zijn betekenisvolle uitbreidingen van het narratief. Ze verdiepen de karakterontwikkeling van Elphaba en Glinda door hun innerlijke conflicten, verlangens en kwetsbaarheden scherper te belichten. Dankzij deze liedjes wordt hun emotionele reis niet alleen duidelijker, maar ook menselijker en gelaagder.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Glinda krijgt de ruimte die ze verdient

Dankzij de toevoeging van haar jongere zelf krijgen we eindelijk zicht op de drijfveren van Glinda: haar verlangen naar magie, haar behoefte om geliefd te worden en haar worsteling met verwachtingen. Het personage wordt hierdoor merkbaar uitgediept. Ariana Grande zet dit weergaloos neer. Haar spel is gevoelig en open, soms speels, soms breekbaar, maar altijd geloofwaardig. Dit is een Glinda die meer is dan glitter en glimlach: een volwaardig, complex personage.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Een visueel feest

Net als in het eerste deel is de cinematografie ronduit verbluffend. De sets ademen vakmanschap en doen denken aan het beste wat de filmindustrie te bieden heeft. Je voelt dat hier de absolute top heeft samengewerkt: elk shot lijkt met chirurgische precisie ontworpen om de magie van Oz te vangen, van weidse landschappen tot intieme momenten van emotionele intensiteit.

Rustiger, maar nooit saai

Wie de musical kent, weet dat acte 2 nu eenmaal minder bombastisch is. Ook in de film ligt het tempo wat lager, maar verveling treedt geen moment op. De makers benutten de rust om personages te laten reflecteren en relaties te verdiepen. Het voelt als een noodzakelijke ademhaling, niet als een dal.

Het slot van Wicked: For Good is emotioneel geladen, groots opgezet en trouw aan de thematische kern van de reeks. Het zet een waardige punt achter een duologie die al vanaf het begin grote ambities had. Toch is er één gemis: Fiyero (stel je hier gerust even Erivo’s ‘Fiyerooooo!’-uithaal uit ‘No Good Deed’ voor). Jonathan Bailey speelt de rol met charme en warmte (hoe kan het ook anders?), maar net als in de musical blijft Fiyero’s keuze voor Elphaba vrij oppervlakkig. De contouren zijn er, maar de film had de kans om zijn emoties en motivaties scherper in beeld te brengen en kiest uiteindelijk niet voor die verdieping. Het is een kleine hapering in een verder zeer compleet geheel.

Wicked: For Good is een meeslepend, visueel adembenemend en muzikaal overweldigend slotstuk dat recht doet aan de geliefde wereld van Oz. Met fenomenale vertolkingen, nieuwe nummers die écht iets toevoegen en een prachtig verweven afronding van alle verhaallijnen, levert de film precies wat hij moet: magie. Een waardige, krachtige afsluiter van een klassieker.

Boeken / Fictie

Perfecte cadeautjes

recensie: Drie boekjes in de serie Van Oorschot Terloops
mamuka-jimshiashvili-jwxYvMCYMA0-unsplashMamuka Jimshiashvili voor Unsplash

Ruim drie jaar geleden schonken we op deze website al eens aandacht aan ‘de kostelijke serie boekjes Van Oorschot Terloops’. De serie is nog steeds alive and kicking. De boekjes met wandelingen, geschreven door bekende schrijvers, passen zó in binnenzak of tas. En in de zak met cadeautjes van de Kerstman.

Recent verschenen weer drie titels: De zakdoekjesboom van Hans Hagen, De duivelsberg van Daan Borrel en ten slotte Het kind en ik van Otto de Kat. Respectievelijk spelend aan de rand van het Gooi (bij ’s-Graveland), de 17de etappe van het Pieterpad bewandelend en zich bewegend rond Slot Loevestein. Alle drie voorin traditiegetrouw voorzien van een plattegrondje van het gebied, zodat je de wandelingen eventueel na zou kunnen lopen. Maar ook vanuit de leunstoel is het genieten geblazen.

De duivelsberg

Om te beginnen de wandeling van de schrijfster Daan Borrel (°1990), die in 2025 debuteerde met de roman De dragers. Deze stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2025. We beginnen ermee, omdat de auteur ook ingaat op het fenomeen ‘wandelen’.

Ze haalt Henry David Thoreau (Walking, 1851) aan. Hij beveelt aan te wandelen ‘in de geest van het eeuwige avontuur’. Dan ben je ‘een vrij man’, qua geest en lichaam. Wandelen in de wilde natuur. Vrouwen wandelen volgens Borrel op een andere manier: om te overleven ‘en voor hun water hele afstanden (…) naar een waterput (…) om eenmaal daar belaagd of ontvoerd te worden’. Of zoals Maria, de moeder van Jezus, zij ging ver te voet. Een kleine toespeling op het feit dat Daan Borrel tijdens een wandeling met haar moeder ontdekt dat ze zwanger is. Ze lopen door. Voor de lol. De titel van het boekje slaat op het pannenkoekenrestaurant waar ze uitrusten.

Door haar zwangerschap wandelt ze nog wel, ‘veel rondom het huis, en soms ook verder weg, toch bereikte ik niet meer dat vrije gevoel (…), die contemplatie, spirituele esthetische ervaring’. Toen Sadie, de dochter van Daan en Jelte, wat groter werd, moest ze ‘alleen een nieuwe vorm van vrijheid (…) ontdekken, één in afhankelijkheid’. En dat doet ze. Die zoektocht beschrijft ze subtiel en fijnzinnig.

De zakdoekjesboom

Meer dan een generatie ouder dan Daan Borrel is dichter en schrijver Hans Hagen (°1955). Hij weeft door zijn verhaal ook gedichten, zoals ‘kruidje’:

ze zeggen dat zelfs planten
lief kunnen hebben
het kruidje-roer-mij-niet bijvoorbeeld
de blaadjes vouwen zich samen
als je ze aanraakt
kruidje doet alsof hij dood is
tot je opnieuw aait
en weer
dan houdt hij zijn blaadjes wijd open
geen angst of pijn
aai meer

Hagen begint zijn wandeling bij zijn geboortehuis op Groenlust bij ’s-Graveland. Degene die de wandeling na wil lopen, kan bij de ingang van landgoed Gooilust beginnen, even verderop in het boek. De auteur haalt herinneringen op waaraan hij twijfelt. Net als Borrel, omdat haar moeder zich dezelfde belevenissen soms anders herinnert. ‘Ik weet bijvoorbeeld’, schrijft Hagen, ‘heel zeker dat een van de kalkoenen van (…) buren twee koppen had. Eentje van achteren en eentje van voren (…). Zelf gezien. Of zelf verzonnen?’

De auteur is duidelijk geïnteresseerd in de geschiedenis van de omgeving waar hij is geboren en nu wandelt. Die geschiedenis gaat terug op de families Corver Hooft, Six en Blauw. Hagen verweeft deze geschiedenis telkens met herinneringen aan zijn jeugd. Hoe hij zijn vriendjes onder het verhoogde terras van Blauw doorjoeg. Zoals bij Borrel telkens beelden bovenkomen van een wandeling met onder anderen haar moeder, die ze later overdoet. Hagen betrekt ook meer familieleden in zijn verhaal, dat daarom soms wat te veel uitwaaiert in het pendelen tussen vroeger en nu, de wandeling en de natuur.
De titel van het boekje slaat op de Davidia involucrata, de vaantjes- of zakdoekjesboom, die rond mei in bloei staat. ‘Dan hangen er rijen lichte zakdoekjes aan de takken, teer als vlindervleugels. Een klein wit doekje boven, een groter doekje onder als bloem.’

Het kind en ik

De titel van het boekje van Otto de Kat ten slotte is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff, dat voorin is afgedrukt. Telkens neemt de auteur – pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt (°1946), schrijver en onder meer ook oprichter van uitgeverij Balans – één of meer regels ervan om zijn verhaal aan op te hangen. Voor- en achteruit denkend in de tijd.

Het verhaal gaat terug tot de jongensjaren van de auteur, die zou gaan studeren, theologie met bijvak Nederlands, zoals de ik-figuur bij Nijhoff zou gaan vissen. De Kat maakt ‘een wak in het verleden’. Zijn stijl is even poëtisch als die van de dichter.
De Kat start zijn wandeling bij Brakel. Zijn vader ‘loopt met passen uit de eeuwigheid’ op hem af. Weer is het – net als bij Hagen – juni, en ‘er zijn tere kleuren groen’. Het doel van de wandeling is Slot Loevestein, ‘dwars door het Munnikenland, langs meertjes vol waterlelies en kuifeenden’.

Wandelen doen alle drie de auteurs door de natuur. Het is alleen eerder autorijden op zijn vijftiende, zonder leraar, dat De Kat vrijheid geeft, ‘losgezongen van de wereld’. Zijn fantasie gaat met hem op de loop. Hij denkt ‘aan Tempeliers en Geuzen en Spanjolen (…) en Cisterciënzers’, zoals jongens op die leeftijd doen.

De manier waarop De Kat geschiedenis en fantasie verweeft met het heden en wat er in het echt bestaat, is vloeiender en evenwichtiger dan de manier waarop Hagen dat doet. Poëtischer van taal ook. ‘Terug, telkens terug, in de tijd zeker, het gebied strekt zich uit in zijn eigen verleden. Heeft het landschap een geheugen? Ja, hier wordt het bewezen, het hele Munnikenland ademt achteruit.’

Het is natuurlijk wat je als lezer aanspreekt, of degene die je een of meer boekjes cadeau zou willen doen. Daar kun je je (kerst)cadeautje(s) op uitzoeken. Voor elck wat wils. Vol verlangen zien we uit naar de komende delen in deze prachtige serie!

  • Daan Borrel, De duivelsberg
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028252103
  • Hans Hagen, De zakdoekjesboom
    Een wandeling
    88 pagina’s
    ISBN 9789028251373
  • Otto de Kat, Het kind en ik
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028253049
Kunst / Expo binnenland

De stad in om te koekeloeren

recensie: Ed van der Elsken
MomentsbyKelly-5 kleinerPurmerends Museum

‘Ik ga niet de stad in om te koekeloeren’, zegt een bezoeker in een van de twee zalen met werk van de fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) in het Purmerends Museum. Daarmee gaat hij onbewust een ‘schijnbaar contact [aan] met de persoon op de foto, zonder tussenkomst van de fotograaf’, zoals Birgit Donker schreef in het boek Lust for life. Ed van der Elsken in kleur. De man ging naar het museum om te koekeloeren.

Ed van der Elsken zou dit jaar 100 zijn geworden. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Purmerends Museum twee tentoonstellingen: Oog voor Amsterdam en Avonturen op het land. Dat is niet zo’n gekke keus voor een museum zo’n twaalf kilometer van Amsterdam, in een plaats die nauw met de 750-jarige hoofdstad is verbonden. Gedurende de periode dat Van der Elsken zijn foto’s schoot, verhuisden immers duizenden Amsterdammers naar Purmerend. Uiteindelijk wortelt een derde van de inwoners in Amsterdam.
De fotograaf en cineast Ed van der Elsken werd ook in Amsterdam geboren en woonde sinds 1971 in Edam, ruim vijf kilometer van Volendam verwijderd.

Een fotograaf filmt Amsterdam

Op de begane grond toont het museum zowel foto’s uit de jaren zeventig en tachtig als de film Een fotograaf filmt Amsterdam (1982), die overigens ook thuis rustig via de Eye Film Player valt te bekijken. En dat is aan te bevelen, want de film duurt bijna een uur.
De filmer en de (Super 8?) camera racen op een autootje door de straten. Af en toe zegt de cineast iets tegen voorbijgangers. Soms houdt een voorbijganger een hand voor de camera. Een ex van Van der Elsken filmt terug. ‘Net Superman die door Amsterdam vliegt’, zegt hij. ‘Mijn stad, jullie stad.’

5

Zaaloverzicht Purmerends Museum

Op de foto’s zie je – zoals het museum op een tekstbord het verwoordt – ‘gezichten, blikken en verhalen’. Het zijn meestal meerdere mensen die ook al dan niet contact leggen met elkaar. Twee mannen in saamhorigheid op een bankje op een speelplaats aan de Zeedijk, drie overstekende meisjes, krakers te midden van rellen, demonstrerende Dolle Mina’s. Binnen de context van een stad in beweging.
Slechts een enkele keer is het een enkeling die in beeld is gevangen. Zoals een Leerfetisjist op het Waterlooplein of een eenzame vrouw in de Nieuwmarktbuurt. Ze staat aan een deur waarop een bordje is bevestigd met de mededeling dat je voor de portier moet aanbellen.
Nog zeldzamer is het dat er helemaal geen mensen staan afgebeeld, zoals op de foto van de etalage van Café de Dood aan de Oude Hoogstraat. Ook dat is Amsterdam.

Avonturen op het land

7

Zaaloverzicht Purmerends Museum

In een kleine zaal op de eerste verdieping van het museum hangt ook een kleine selectie kleurenfoto’s, zonder bijschriften. Nu van Edam, waar Van der Elsken vanaf 1971 woonde. Ook hier is een film te zien: Avonturen op het land (1980). Een film die zelfs iets meer dan een uur duurt en ook thuis via de Eye Film Player gratis valt te zien.
Waar de eerste film eindigt met luchtopnamen, begint de tweede er praktisch mee. We zien een stadsmens in de natuur, die eenden ‘drijfsijsjes’ noemt. Zien we in de eerste film de toen verpauperde delen van de binnenstad van Amsterdam, hier is een heftig beeld de castratie van een stier. Ze staan tegenover liefelijkere beelden. Bijvoorbeeld van een jongen die praat met kikkers. Te midden van de strenge winter van 1979. Ook hier filmt Van der Elsken zijn vrouw. We horen zijn stem en op de achtergrond muziek, waaronder de Pastorale (zesde symfonie) van Beethoven; raak gekozen.

Nog te zien tot: 29 maart 2026 (Oog voor Amsterdam) en 1 februari 2026 (Avonturen op het land)