Tag Archief van: Theater

Theater / Voorstelling

Hoe houden vrouwen zich staande in een door mannen ontworpen wereld?

recensie: Phaedra in vlammen – Het Nationale Theater
Phaedra in vlammenBart Grietens

Midden op de speelvloer staat een grote transparante bak met water. Een bad waarin je je kunt reinigen. Een privéplek waarin je je ongezien kunt wanen en die de gelegenheid biedt voor intimiteit. Maar in een bad kun je ook het lichaam van een dierbare overledene wassen. Het bad krijgt al deze functies in de genadeloze Phaedra in vlammen van regisseur Ola Mafaalani bij Het Nationale Theater.

Phaedra is het zat, ze krijst het uit van ellende. Al twintig jaar speelt ze de gedweeë koningin in de poppenkast die het hof van haar man Theseus is. Theseus is de held die op Kreta het monster Minotaurus doodde. Maar hij is ook saai. En hij houdt er een stoet minnaressen op na. Hij heeft allang geen oog meer voor zijn vrouw, er is alleen nog obligate intimiteit die eerder afstandelijk is dan warm.

Theseus schenkt Phaedra groteske kledingstukken. Hij belemmert opzettelijk haar bewegingsvrijheid door enorme tulen kostuums voor haar mee te brengen. Die passen over de bruidsjurk die ze altijd draagt, symbool voor het onherroepelijk gebonden zijn aan haar man. In die tulen kooi kan Phaedra niet alleen niet vrijuit bewegen, ze kan daardoor ook niet dicht bij anderen komen, kan niet intiem worden en raakt zo onvermijdelijk geïsoleerd (kostuumontwerp: Regine Standfuss).

Steen in de vijver

De aankomst van de jeugdige Persea aan het hof is de steen die in die stilstaande vijver wordt gegooid. Persea is door Theseus uitverkoren als verloofde voor zijn troonopvolger Demophon. Maar met Persea komt een jonge vrouw binnen die maling heeft aan de heersende mores in deze mannenwereld. Zij ziet het lijden van Phaedra en probeert haar te helpen met geneeskrachtige kruiden. Persea is zuiver, eerlijk, onbedorven door intriges en gekonkel, immuun voor de giftige hofcultuur. En ze valt buiten de invloedssfeer van hogepriester Panopeus, die Theseus in de tang houdt. Tot haar eigen verbazing wordt Phaedra verliefd op deze verloofde van haar zoon, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Vrouwenstuk

Phaedra in vlammen is geschreven door Nino Haratischwili (Georgië, 1983). De plot is losjes gebaseerd op Hippolytos (428 v.Chr.) van Euripides en Phèdre (1677) van Racine. In die stukken wordt Phaedra verliefd op haar stiefzoon Hippolytus. Haratischwili actualiseert het drama en maakt er een vrouwenstuk van, mede door de liefde van Phaedra te laten uitgaan naar een vrouw.

Verantwoordelijkheid

Regisseur Ola Mafaalani (Syrië, 1968) heeft een lange staat van dienst als regisseur van maatschappelijk relevante, geëngageerde voorstellingen. Vrijblijvendheid, zo naïef zijn dat je de consequenties van je keuzes en je daden niet overziet, waardoor je zomaar onbedoeld ongeluk en kwaad veroorzaakt… Mafaalani gelooft er niet in. Iedere mens heeft een verantwoordelijkheid voor zijn eigen geluk en dat van de ander, en voor de samenleving als geheel. Met die verantwoordelijkheid moet je zorgvuldig en integer omgaan.

Mafaalani laat de personages in Phaedra in vlammen onverantwoorde keuzes maken die uiteindelijk anderen of de samenleving schaden. De enige die zich volledig bewust is van de consequenties van zijn daden is de hogepriester Panopeus, prachtig vilein gespeeld door Rick Paul van Mulligen.

As

Rode draden door de hele voorstelling heen zijn de muziek van de strijkers van het New European Ensemble, en de as die gestaag vanuit het plafond op het podium en de spelers dwarrelt. Die as is de voorbode van de onafwendbare rampspoed die over Phaedra zal worden uitgestort. Malou Gorter speelt de koningin afwisselend woedend, cynisch, verbaasd, liefdevol. Van fluisterend tot krijsend.
Yela de Koning als Persea draagt een sobere, rechte grijze jurk en lange grijze kousen. Ze heeft grote zware bergschoenen, waardoor ze letterlijk op haar tenen door deze mannenwereld kan lopen. Yela de Koning zet de verloofde kalm en onverstoorbaar neer: puur, eerlijk, integer, onbedorven, kwetsbaar.

Op Van Mulligen na krijgen de mannenrollen van Mafaalani minder ruimte. Gustav Borreman in de rol van Theseus, en Yamill Jones als troonopvolger Demophon hebben vooral korte, kleine teksten, waardoor weinig diepgang kan ontstaan. Sander Plukaard als de jongere zoon Acamas komt beter uit de verf. Plukaard overtuigt als de verwende, verliefde, jaloerse, puberale verrader die uiteindelijk het laatste duwtje geeft aan de neergang van Phaedra en Persea.

Feminiene ambities

De portee van Phaedra in vlammen is helder. Aangezien de wereld niet is ontworpen door vrouwen, rekening houdend met wat voor hen het meest zinvol is, maar door mannen en vanuit hun verlangens, kunnen vrouwen hooguit optimaal functioneren door zich zo goed mogelijk aan die mannelijke norm aan te passen. Vrouwen die feminiene ambities vooropzetten, zullen dat bezuren. Dat is de boodschap die regisseur Ola Mafaalani brengt met haar noodlotsdrama bij Het Nationale Theater. Betekenisvol theater maken: dit is hoe je dat doet.

 

Tekst: Nino Haratischwili
Muziek: Emlyn Stam, Santiago Velo, Matthijs Broersma, Willem Stam, Astrid Haring, Ernestine Stoop, Rada Ovcharova, Jellantsje de Vries
Decorontwerp: Jeffrey Kranen, Ola Mafaalani
Kostuumontwerp: Regine Standfuss

Theater / Voorstelling

Hoe houden vrouwen zich staande in een door mannen ontworpen wereld?

recensie: Phaedra in vlammen – Het Nationale Theater
Phaedra in vlammenBart Grietens

Midden op de speelvloer staat een grote transparante bak met water. Een bad waarin je je kunt reinigen. Een privéplek waarin je je ongezien kunt wanen en die de gelegenheid biedt voor intimiteit. Maar in een bad kun je ook het lichaam van een dierbare overledene wassen. Het bad krijgt al deze functies in de genadeloze Phaedra in vlammen van regisseur Ola Mafaalani bij Het Nationale Theater.

Phaedra is het zat, ze krijst het uit van ellende. Al twintig jaar speelt ze de gedweeë koningin in de poppenkast die het hof van haar man Theseus is. Theseus is de held die op Kreta het monster Minotaurus doodde. Maar hij is ook saai. En hij houdt er een stoet minnaressen op na. Hij heeft allang geen oog meer voor zijn vrouw, er is alleen nog obligate intimiteit die eerder afstandelijk is dan warm.

Theseus schenkt Phaedra groteske kledingstukken. Hij belemmert opzettelijk haar bewegingsvrijheid door enorme tulen kostuums voor haar mee te brengen. Die passen over de bruidsjurk die ze altijd draagt, symbool voor het onherroepelijk gebonden zijn aan haar man. In die tulen kooi kan Phaedra niet alleen niet vrijuit bewegen, ze kan daardoor ook niet dicht bij anderen komen, kan niet intiem worden en raakt zo onvermijdelijk geïsoleerd (kostuumontwerp: Regine Standfuss).

Steen in de vijver

De aankomst van de jeugdige Persea aan het hof is de steen die in die stilstaande vijver wordt gegooid. Persea is door Theseus uitverkoren als verloofde voor zijn troonopvolger Demophon. Maar met Persea komt een jonge vrouw binnen die maling heeft aan de heersende mores in deze mannenwereld. Zij ziet het lijden van Phaedra en probeert haar te helpen met geneeskrachtige kruiden. Persea is zuiver, eerlijk, onbedorven door intriges en gekonkel, immuun voor de giftige hofcultuur. En ze valt buiten de invloedssfeer van hogepriester Panopeus, die Theseus in de tang houdt. Tot haar eigen verbazing wordt Phaedra verliefd op deze verloofde van haar zoon, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Vrouwenstuk

Phaedra in vlammen is geschreven door Nino Haratischwili (Georgië, 1983). De plot is losjes gebaseerd op Hippolytos (428 v.Chr.) van Euripides en Phèdre (1677) van Racine. In die stukken wordt Phaedra verliefd op haar stiefzoon Hippolytus. Haratischwili actualiseert het drama en maakt er een vrouwenstuk van, mede door de liefde van Phaedra te laten uitgaan naar een vrouw.

Verantwoordelijkheid

Regisseur Ola Mafaalani (Syrië, 1968) heeft een lange staat van dienst als regisseur van maatschappelijk relevante, geëngageerde voorstellingen. Vrijblijvendheid, zo naïef zijn dat je de consequenties van je keuzes en je daden niet overziet, waardoor je zomaar onbedoeld ongeluk en kwaad veroorzaakt… Mafaalani gelooft er niet in. Iedere mens heeft een verantwoordelijkheid voor zijn eigen geluk en dat van de ander, en voor de samenleving als geheel. Met die verantwoordelijkheid moet je zorgvuldig en integer omgaan.

Mafaalani laat de personages in Phaedra in vlammen onverantwoorde keuzes maken die uiteindelijk anderen of de samenleving schaden. De enige die zich volledig bewust is van de consequenties van zijn daden is de hogepriester Panopeus, prachtig vilein gespeeld door Rick Paul van Mulligen.

As

Rode draden door de hele voorstelling heen zijn de muziek van de strijkers van het New European Ensemble, en de as die gestaag vanuit het plafond op het podium en de spelers dwarrelt. Die as is de voorbode van de onafwendbare rampspoed die over Phaedra zal worden uitgestort. Malou Gorter speelt de koningin afwisselend woedend, cynisch, verbaasd, liefdevol. Van fluisterend tot krijsend.
Yela de Koning als Persea draagt een sobere, rechte grijze jurk en lange grijze kousen. Ze heeft grote zware bergschoenen, waardoor ze letterlijk op haar tenen door deze mannenwereld kan lopen. Yela de Koning zet de verloofde kalm en onverstoorbaar neer: puur, eerlijk, integer, onbedorven, kwetsbaar.

Op Van Mulligen na krijgen de mannenrollen van Mafaalani minder ruimte. Gustav Borreman in de rol van Theseus, en Yamill Jones als troonopvolger Demophon hebben vooral korte, kleine teksten, waardoor weinig diepgang kan ontstaan. Sander Plukaard als de jongere zoon Acamas komt beter uit de verf. Plukaard overtuigt als de verwende, verliefde, jaloerse, puberale verrader die uiteindelijk het laatste duwtje geeft aan de neergang van Phaedra en Persea.

Feminiene ambities

De portee van Phaedra in vlammen is helder. Aangezien de wereld niet is ontworpen door vrouwen, rekening houdend met wat voor hen het meest zinvol is, maar door mannen en vanuit hun verlangens, kunnen vrouwen hooguit optimaal functioneren door zich zo goed mogelijk aan die mannelijke norm aan te passen. Vrouwen die feminiene ambities vooropzetten, zullen dat bezuren. Dat is de boodschap die regisseur Ola Mafaalani brengt met haar noodlotsdrama bij Het Nationale Theater. Betekenisvol theater maken: dit is hoe je dat doet.

 

Tekst: Nino Haratischwili
Muziek: Emlyn Stam, Santiago Velo, Matthijs Broersma, Willem Stam, Astrid Haring, Ernestine Stoop, Rada Ovcharova, Jellantsje de Vries
Decorontwerp: Jeffrey Kranen, Ola Mafaalani
Kostuumontwerp: Regine Standfuss

Kunst / Achtergrond
special: Maurizio Cattelan: A Clever Way into the Heart
Maurizio CattelanSilke van Kamp

Verscholen onder de spotlight

Gehuld in een vilten maatpak rollen er lovende woorden over de tong van Silke van Kamp. Dat een voordracht van een essay over een hedendaagse kunstenaar zó meeslepend en leuk kan zijn, bewijst deze onder de spotlight gestapte regisseur. De laatste week van september is haar theatrale voordracht A Clever Way into the Heart te zien in de zalen van Frascati in Amsterdam – en gedurende oktober ook in verschillende theaters in de Randstad. Haar manifest werd bekroond met de Lucian T. Armozatia Award. Iedereen die Silkes voordracht heeft gezien, begrijpt precies waarom.

‘Alles is fout, alles is slecht, alles is al gemaakt en jij bent slechts een schil die iedereens tijd verspilt.’ In A Clever Way into the Heart word je meegezogen, en vind je jezelf, naast Van Kamp, vastgelijmd aan haar bed. Moe van het bluffen, zakelijk gelul en geldzaken. Bang en verdrietig, om de onbeantwoorde vraag: ‘Wat betekent kunst nog voor mij?’ Silke, theatermaker en schrijfster van dit manifest, houdt wél van kunst. ‘Misschien wel zoveel dat ik er bang voor was en het ging haten’, vertelt ze over het moment dat ze thuis in bed ligt met een burn-out. Opgebrand. Totdat ze op het werk van Maurizio Cattelan stuit en haar ‘held’ ontmoet. Iemand die zich verzet tegen alle mogelijke autoriteit in de wereld van de kunst, in plaats van zich erdoor te leiden.

Stupid

Silke droomt van eeuwig beginnen, verzucht ze. ‘Zolang ik niet begin, blijf ik voor altijd briljant in mijn hoofd.’ Ze heeft last van faalangst, is haar plezier en eigenwijsheid verloren. Bang voor de meningen van anderen, bang om te horen dat haar werk niet goed genoeg is, dat het niet bijzonder, of simpelweg stom, is. Ze slaat steil achterover als ze ontdekt dat het juist de angst om iets stoms te maken is wat haar held, Cattelan, in zijn kunstpraktijk omarmt. ‘Toen wist ik dat ik écht van kunst hield’, roept ze, wanneer ze leert dat de stoerste rebel die ze kende, het bangst was van iedereen.

Eeuwig beginnen

Silkes held was letterlijk doodsbang om de ruimte met zijn kunstenaarschap te vullen. Dat blijkt in Torno Subito. In 1986 kreeg de steiloor de kans om een solo-expositie in te vullen in een galerie in Bologna. Maurizio was slechts vier jaar geleden als kunstenaar begonnen en vulde de lege expositieruimte enkel met één klein bordje. ‘TORNO SUBITO‘, las je erop. De klassieke ‘BE RIGHT BACK‘ tekst van winkeliers. De galeriebezoekers stonden in een lege ruimte gespannen te wachten op kunst of een kunstenaar die nooit verscheen. Wachtend op ‘het briljante werk van een kunstenaar die nog moest beginnen’, pleit de essayschrijfster met twinkelende ogen op het podium.

Kwetsbaar

Silkes bewondering werkt aanstekelijk als ze stapsgewijs uitlegt welke zes terugkerende elementen van Cattelan een grootmeester maken. Niet alleen meester van de kunst, maar ook – of misschien wel vooral – meester van zijn publiek.

This is the one profession in which I can be a little bit stupid, and people will say ‘Oh you’re so stupid; thank you, thank you for being so stupid’

Cattelans woorden prikkelen de tot burn-out verslagen Silke tot haar diepste. Ze voelt zich verwant aan zijn werk, de onopvallende kwetsbaarheid die schuilgaat achter de steile oren van Cattelan raakt haar.

Net als bij de Italiaanse grootmeester, is het ook de kwetsbaarheid achter Silkes bravoure waarmee ze haar publiek om haar vinger windt. Met ongeremde trefzekerheid zet ze het kleinste en meest ongemakkelijke van zichzelf en Cattelan in de spotlight. Haar theatrale essaylezing is doordrenkt van een meeslepend spanningsveld tussen zelftwijfel en het verlangen naar bevestiging, en stuurt je naar huis met een grote dosis materie om over na te denken.

Nog te zien tot: 14/10/2025 (Het Nationale Theater, Den Haag), 30/10/2025 (Theater Kikker, Utrecht).

Theater / Voorstelling

Zingend op de bouwplaats van het leven

recensie: Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? de Musical
scènebeeld Hoe Overleef Ik-musicalAnnemieke van der Togt

Anno 2025 zijn de survivaltips van de Hoe overleef ik-serie weer helemaal terug en nu gericht op (jong)volwassenen. Na het succes van het boek Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? (2023) van bestsellerauteur Francine Oomen is er nu de gelijknamige musical. Laat het boek zich goed vertalen naar het toneel?

Op 14 september 2025 ging Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? de Musical feestelijk in première in Theater aan de Parade in Den Bosch. Amper twee jaar geleden kwam het boek uit en in deze zeer korte tijd is het verhaal bewerkt tot een musical.

Nostalgie naar de HOI-serie

Het HOI-universum (hoe overleef ik) is deze maand weer helemaal terug met een tweede boek voor jongvolwassenen én een musical. Aan het begin van deze eeuw brak auteur Francine Oomen door met haar HOI-boeken voor tieners over de vriendengroep Rosa, Esther en Jonas. Een hele generatie jongeren is groot geworden met deze boekenserie bestaande uit titels als Hoe overleef ik het jaar 2000?, Hoe overleef ik mezelf? en Hoe overleef ik mijn eerste zoen? Deze boekenserie mondde destijds ook al uit in een film en twee musicals.

Inmiddels zijn Rosa en haar vrienden volwassenen geworden. Francine Oomen liet zich een paar jaar geleden namelijk inspireren door een tiktok van een jongen die behoefte had aan volwassen survivaltips van de HOI-boeken. Zo verscheen in 2023 het succesvolle boek waar deze musical op is gebaseerd. Twee jaar later is er een nieuw boek Hoe overleef ik alles wat anders gaat dan gedacht?, terwijl in dezelfde maand het eerste boek voor volwassenen op het toneel verschijnt in de vorm van een musical.

Quarterlifecrisis

Rosa is inmiddels 25, ze worstelt met de problemen in haar leven, en haar vriendschappen zijn verwaterd. In een opwelling mailt ze Esther, die in Amerika woont, en stelt voor om samen op vakantie te gaan naar Portugal in de buurt bij Joya. Ze spoort Jonas op en maakt samen met hem een lange roadtrip naar Portugal, waar ze Esther en Joya ontmoeten. Aan de buitenkant zien hun levens er goed uit, maar als ze in gesprek gaan, blijkt iedereen met grote problemen te worstelen en lijken ze allemaal in een quarterlifecrisis te zitten.

© Annemieke van der Togt

De musical laat zien dat het leven op sociale media er nog zo mooi kan uitzien, maar dat iedereen worstelt met problemen en het juist kan helpen om er met elkaar over te praten. Het boek blijft dan ook prima overeind als musical. Natuurlijk zijn er veranderingen, maar die komen de show ten goede. Af en toe missen de vrienden van Rosa wat diepgang in de musical, want deze focust vooral op de problemen van Rosa, terwijl het boek wel wat meer achtergrondinformatie geeft over de andere personen.

Een bouwplaats

Wat meteen in het oog springt als je de theaterzaal binnenloopt, is dat het podium is omgetoverd tot bouwplaats. Het verhaal speelt zich juist af op verschillende plekken in Nederland en Portugal en een reis door Europa, maar niet op een bouwplaats. De bouwplaats van het leven, de bouwplaats van de problemen in je hoofd, de bouwplaats in het hoofd van Rosa, vul zelf maar in. Het abstracte decor van Joris van Veldhoven is ijzersterk en lost natuurlijk ook het ‘probleem’ op van al die verschillende locaties die anders op het toneel verbeeld moeten worden.

Het is een kleine musical, die slechts door vijf acteurs wordt gespeeld en waarin slechts één iemand een dubbelrol vertolkt (Twan Bosschaart als Abel en Jurriaan). De acteurs hebben een goede chemie en komen over als een gezellige vriendengroep. Mitch Blaauw, die Jonas speelt, valt erg op door zijn goede komische timing en krijgt daardoor de hele zaal mee, zonder dat hij een karikatuur maakt van de onzekere Jonas.

Het boek laat zich goed tot een musical vertalen, doordat de vele gedachten van Rosa in verschillende nummers worden vertolkt. Zo blijft het verhaal vaart houden en komt de gedachtestorm van Rosa ook duidelijk naar voren. Kortom, Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? de Musical is een geslaagde show, die een inkijkje geeft in het leven van de moderne twintigers met een quarterlifecrisis.

 

Theater / Voorstelling

Genderneutrale Hamlet in Drents bos

recensie: Hømlet – Shakespearetheater Diever
HømletKoen Timmerman

Het ene personage na het andere sneuvelt in Hømlet van Shakespearetheater Diever. En iedereen die doodgaat, wordt opgelost in een bad met bubbelend zuur, tot er alleen een litertje vloeistof rest. Een mooi symbool voor de maffiose hofhouding die de louche koning Claudius erop nahoudt in deze nogal vergaande bewerking van Shakespeares Hamlet.

Dit is een theaterseizoen vol Hamlet-uitvoeringen, het ene na het andere gezelschap speelt het stuk. Het verhaal van de Drentse versie, Hømlet, in een notendop. De oude koning van Denemarken, Hømlet senior, overlijdt terwijl hij een tukje doet in de boomgaard. Zijn kind, Hømlet junior, is in zak en as. Zijn broer Claudius danst echter op zijn graf, pikt onmiddellijk zijn troon in, en trouwt binnen de kortste keren met seniors weduwe Gertrude.
De rouwende Hømlet hoort van de dolende geest van zijn overleden vader dat er kwaad steekt achter diens dood, en gaat op onderzoek uit om alle slechteriken te ontmaskeren. Tijdens die zoektocht vallen zowel schuldige als onschuldige slachtoffers.

Nep-Scandinavisch

Shakespearetheater Diever transformeert William Shakespeares klassieker uit 1601 in Hømlet, voorzien van koddige nep-Scandinavische spelling. De aangepaste titel is behalve geestig ook een statement. Ten eerste zette de groep al vier keer eerder een Hamlet neer. En ten tweede zou deze Hømlet ongeveer genderneutraal zijn – al wordt wel gesproken van een ‘zoon’ en ‘de kroonprins’. De rol wordt gespeeld door Inge Wijers, een vrouw.

Hømlet is ‘een kroonprins die anders was’, aldus de inleiding bij de voorstelling. Hij moet zichzelf kunnen zijn, is de herhaalde boodschap, maar hoe wordt niet echt duidelijk. Vertaler, bewerker en regisseur Jack Nieborg zette nogal stevig het mes in tekst en dramaturgie, die daardoor hier en daar hoe dan ook nogal gehavend zijn.

80 jaar

Shakespearetheater Diever, theater in de openlucht in het bos in Drenthe, loopt zich warm voor 2026: volgend jaar bestaan ze 80 jaar. Elk jaar wordt er (minstens) één Shakespeare opgevoerd, inmiddels al 25 jaar onder de bezielende leiding van bewerker/regisseur Jack Nieborg. Zo leveren ze charmante en geestige voorstellingen af, want humor is een voorwaarde voor dit gezelschap dat goeddeels draait op amateurs en vrijwilligers. Hun Shakespeare-bewerkingen zijn geestig tot zelfs hilarisch, maar tegelijkertijd bloedserieus.

Androgyn

Nieborg heeft Hamlet naar het heden vertaald tot Hømlet, inclusief een vrouw die de titelrol speelt. Dat is uiteraard al vaker gedaan – bijvoorbeeld door Abke Haring in 2014. De vraag is een beetje wat je met die keuze inhoudelijk opschiet, tenzij de bedoeling is dat Hømlet een androgyn personage is. Alleen – dat is de Drentse Hømlet van Inge Wijers niet, zij zet een man neer.

Inderdaad schreef Shakespeare weinig vrouwenrollen, maar Nieborg laat in deze voorstelling een hele zwik rollen überhaupt door vrouwen spelen, het is niet zo dat die acteurs anders niet aan de bak komen.

Aangeschoten

Inge Wijers is een verdienstelijke, maar geen ijzersterke Hømlet, op een of twee momenten na. Misschien was ze in een andere rol beter uit de verf gekomen, want Wijers is beslist een verdienstelijk acteur.
Opvallend op hun plek zijn Anne Peter van Muijen als de even gehaaide als onhandige koning Claudius, voorzien van een blonde Hans Klok-pruik; en Marion Nieborg-Juch als de immer aangeschoten koningin Gertrude. Zij heeft de lach aan haar kont en speelt de dronken koningin juist niet zwalkend, maar met fijne subtiele wankelingen. Fraai is ook de glasheldere Horatio van Siebren de van der Schueren. Zijn timing en ritme zijn zo sterk dat hij de blik van de toeschouwer naar zich toe zuigt.

Toekomst

Nieborg heeft de tekst flink naar zijn hand gezet. Zo is aan het einde de opkomst van de Noorse Prins Fortinbras geschrapt. Regisseur Erik Whien van Theater Rotterdam maakte eerder dit jaar diezelfde keuze in zijn Hamlet. Dramaturgisch kun je Fortinbras zien als de lichte weg naar de toekomst aan het einde van dit zwarte stuk. Laat Fortinbras weg, en die toekomst valt over de rand.

Een vreemde kronkel is in Diever ook dat Hømlet zichzelf mag zijn, maar dat hij desondanks niet meer wil leven.

Ingenieus decor

Het decor van Hømlet (ontwerp en bouw: Janco van Barneveld) is stemmig, mooi, doeltreffend en vooral: buitengewoon ingenieus. Het Shakespearetheater blinkt daarnaast altijd uit in prachtige kostuums (kostuumontwerp: Margot van der Kamp).

Ondanks de kritische noten levert Jack Nieborg hier opnieuw een fijne, geestige, en toch zeer serieuze avond toneel af.

 

Decorontwerp: Janco van Barneveld
Kostuumontwerp: Margot van der Kamp
Lichtontwerp: Henry van Niel

Theater / Voorstelling

Verwarrende, inktzwarte zoektocht naar bevrijding

recensie: FRANK - Cherish Menzo/GRIP & Theater Utrecht i.s.m. met Dance on Ensemble
FRANK_c_Bas_de_Brouwer24Bas de Brouwer

Als je een nieuwe mens wilt bouwen, heb je daarvoor bestaand mens-materiaal nodig. In FRANK – denk aan ‘Frankenstein’ – van performer Cherish Menzo cum suis bestaat dat mens-materiaal uit robotachtige figuren, waarin we vervolgens tot slaaf gemaakten herkennen. Uiteindelijk breken ze los in deze vreemde, inktzwarte, verwarrende dans-/performance-voorstelling.

In een vierkante laboratoriumruimte met een witte vloer en wanden van transparant plastic wordt een tekst geprojecteerd van de Britse dichter Percy Shelley. Een tekst over duisternis, geheimen, lijkenhuizen en doodskisten. Percy Shelley was de man van Mary Shelley, die in 1818 Frankenstein; Or, The Modern Prometheus schreef.

Zwarte regenjassen

In die laboratoriumruimte (of is het een slachthuis?) maken Cherish Menzo, Malick Cissé, Mulunesh en Omagbitse Omagbemi als robots een soort dansende rondjes, van hoek naar hoek naar hoek naar hoek, op een zware elektronische soundscape (geluidsontwerp: Maria Muehombo). Allen dragen zwarte regenjassen met capuchons, zijn daardoor uniform, onherkenbaar, anoniem.

Aanvankelijk zijn ze gedwee, marcheren ze keurig hun rondjes. Maar meer en meer beginnen de individuen om zich heen te kijken, door de vierde wand die de plastic schermen vormen, kijken ze naar het publiek. Ze breken uit het keurslijf en worden personages. De regenjassen gaan uit, eronder kostuums waarin het rood van bloed herkenbaar is. Uit hun zakken strooien ze van tijd tot tijd inktzwarte as. De vier worden zowel slachtoffer als dader in dit laboratorium-slachthuis, in een ongemakkelijke, cryptische voorstelling die schuurt en schrijnt.

Monster

De ‘Frank’ uit de titel is gebaseerd op het monster van Frankenstein; choreograaf Cherish Menzo stelt in de aankondiging van deze voorstelling dat ze de figuur/de idee van ‘het monster’ wil onderzoeken. Daarbij is ‘monster’ natuurlijk een makkelijke aanduiding voor alles waar je last van hebt.

Menzo

Performancekunstenaar, danser en choreograaf Cherish Menzo heeft inmiddels een stevige status opgebouwd. In 2023 won ze de Regieprijs van de Toneeljury voor de meest indrukwekkende regie van het afgelopen seizoen, en de BNG Bank Theaterprijs, een stimuleringsprijs voor opkomend talent, voor DARKMATTER. In 2024 won ze de Gieskes-Strijbisprijs voor mid-career makers, samen met muzikant Vernon Chatlein.

JEZEBEL (2019) en DARKMATTER (2022) vormden de eerste twee luiken van een drieluik, die ze ‘een verbeelde, mythische trilogie’ noemt. FRANK vormt van deze trilogie het derde deel. Thema’s zoals vrouwelijkheid, huidskleur, tot slaaf gemaakt-zijn keren in haar werk terug.

Teksten

In FRANK ontwikkelt zich een verhalende choreografie, waarbij teksten in het Engels en het Frans op de achterwand worden geprojecteerd, die de spelers ook uitspreken. Dat is tamelijk verwarrend, want de teksten (geschreven door Menzo en Khadija El Kharraz Alami) verschijnen en verdwijnen snel, terwijl ze veelal associatief en niet heel coherent zijn. Dat gedoe met abstracte teksten is erg jammer en het leidt ook af. De boodschap over het bouwen van een mens die een monster is, of het monster dat een mens is, komt er ook zonder tekst uit.

Bevrijd

De kapstok die Frankenstein biedt, geeft gelegenheid in het monster dat losbreekt uit zijn gevangenschap bevrijde tot slaaf gemaakten te zien. Uit een kluwen van dansers ontstaan mensen, individuen, personages. Menzo gebruikt fraaie tribal Afrikaans-geïnspireerde dans en dito muziek. Zo komt ‘Bam Bam’ uit 1966 langs, van Toots & The Maytals, een liedje waarin je de tot slaaf gemaakten met ritmische zang het tempo van werken erin hoort houden. De liggende, zingende Menzo wordt door haar medespelers bedolven onder de akelige, rondgestrooide zwarte as. Daaruit verrijst ze.

Onaangenaam

Uiteindelijk breken de performers letterlijk uit het keurslijf en uit het decor. Ze breken door de vierde wand – de fictieve afscheiding tussen speelvloer en tribune – heen en wenden zich direct tot toeschouwer: ‘Look at that!’ De ketenen zijn verbroken, de muren zijn neergehaald. De confrontatie is voor de toeschouwer onaangenaam.

Het meest confronterend is uiteindelijk het zingen van het beroemde Surinaamse kinderliedje ‘Agen masra Jantje e kiri suma pikie’ (‘Alweer vermoordt Meester Jantje een mensenkind’).

FRANK is een pijnlijke voorstelling. Geen feestje, wel zeer fraai vormgegeven. Het gaat nog lang duren voordat de verhoudingen tussen mensen van alle kleuren, genders en herkomst in evenwicht zijn.

FRANK maakt in het voorjaar van ’26 een tournee langs de Nederlandse theaters.

Geluidsontwerp: Maria Muehombo aka M I M I
Video design: Andrea Casetti
Geluids- en videotechniek: Arthur De Vuyst
Decorontwerp: Morgana Machado Marques
Lichtontwerp: Ryoya Fudetani
Dramaturgie: Johanne Affricot, Renée Copraij
Kostuums: Cherish Menzo
Tekst: Khadija El Kharraz Alami, Cherish Menzo
Technici op tournee: Pieter-Jan Buelens, Ryoya Fudetani, Hadrien Jeangette, Arthur De Vuyst

Theater / Voorstelling

Hadestown is on-Nederlands goed!

recensie: Hadestown – Koninlijk Theater Carré
Orpheus en EurydiceDanny Kaan

Hadestown neemt je swingend mee op weg naar de hel. Deze musical was al een hit op Broadway en West End en nu kun je dit mythologisch liefdesverhaal eindelijk in Nederland zien. Is het de moeite waard?

In het kader van Broadway aan de Amstel brengt Koninklijk Theater Carré, na onder andere Sunset Boulevard (2018) en The Book of Mormon (2022), deze zomer dus Hadestown naar Nederland. De musical heeft een Brits-Nederlandse cast en wordt in het Engels opgevoerd, maar de hoofdrollen worden voornamelijk door Nederlandse acteurs vertolkt.

Klassieke mythologie in een Amerikaanse bar

Hadestown vertelt het eeuwenoude verhaal van de verliefde Orpheus die naar de hel gaat om zijn geliefde Eurydice te zoeken. Deze mythe wordt verweven met die van Hades en Persephone. Eeuwenoude Griekse verhalen, maar in een totaal andere setting: een bar in de jazzy sfeer van New Orleans uit de jaren 20. Het klinkt misschien wat vreemd, maar het werkt perfect. De muziek van deze show heeft namelijk geen klassieke musicalsound, maar nummers met een jazz, blues, folk en soms zelfs een beetje gospel sound.

Hermes, de verteller, gaat midden in de bar staan en begint met het delen van het verhaal. De toehoorders worden als vanzelf de spelers in de mythe. En de bar? Die verandert door een mooi lichtspel in de weg naar de onderwereld.

Topcast

Hades en Persephone

Edwin Jonker als Hades en Joy Wielkens als Persephone. © Danny Kaan

De cast van Hadestown is ijzersterk; de zang, het spel, de dans, alles valt mooi samen. Spelers die opvallen zijn Edwin Jonker, Jeangu Macrooy, Joy Wielkens en Claudia de Breij.

Edwin Jonker zet een weergaloze Hades neer; de rol van de twijfelende slechterik lijkt op zijn lijf geschreven. Hij speelde natuurlijk al mee in diverse musicals, maar toch zie je nu nog weer een andere kant van hem. Waar hij in Jesus Christ Superstar als Pilates – ook een twijfelende bad guy – al positief opviel, lijkt hij deze kant van zichzelf nog verder ontwikkeld te hebben. En die stém, die is nog lager dan voorheen.

Persephone, echtgenote van Hades gespeeld door Joy Wielkens, trekt op het podium ook alle aandacht naar zich toe. Wielkens, bij het grote publiek waarschijnlijk bekend van haar rollen op tv, gooit hoge ogen met haar stem én vooral met hoe vrij zij over het podium beweegt. Zij geeft zich echt over aan de muziek en gaat helemaal los.

Jeangu Macrooy speelt de onschuldige Orpheus in zijn tweede musical ooit. De rol staat in schril contrast met zijn rol als Jezus vorig jaar, maar ook deze zet hij geloofwaardig neer. Ook al torent hij boven iedereen uit, hij is écht de onzekere Orpheus: ‘a poor boy’ zoals Hermes hem omschrijft.

Diezelfde Hermes is de verteller van het verhaal en wordt de ene voorstelling door Claudia de Breij en de andere voorstelling door Maarten Heijmans gespeeld. Claudia de Breij speelde de première en verbaast meteen. Dat de cabaretière goed kan zingen is algemeen bekend, toch leek ze een wat opvallende keuze voor een musical met een jazz en folk sound. De Breij neemt al deze twijfels na de eerste paar zinnen al meteen weg, want ze lijkt een ware transformatie doorgemaakt te hebben. Haar stem klinkt warm en past, samen met haar hele performance als Hermes, perfect bij deze musical.

Hadestown is een musical die je gezien moet hebben, ook als je niet zo van musicals houdt. De muziek (en overigens het verhaal ook) zal velen aanspreken. Het is een swingende show waarbij het moeilijk is om stil te zitten. Hopelijk is Hadestown een startsein voor meer ontraditionele musicals in Nederland, want het musicalgenre is heel breed en dat is niet altijd terug te zien in de Nederlandse theaters.

Kortom, Hadestown is geweldig en echt de culturele must-see van deze zomer! Het enige minpuntje is wellicht dat de show alleen in juli en augustus te zien is, dus je moet er snel bij zijn.

Theater / Voorstelling

Prachtige eerste akte maar verliest na de pauze haar kracht

recensie: Tijd voor Geluk
Tijd voor geluk © Dim Balsem (6)Dim Balsem

Wat gebeurt er als mensen elkaar wél willen vasthouden, maar dat simpelweg niet kunnen? Tijd voor Geluk, de nieuwe voorstelling van Internationaal Theater Amsterdam (ITA), gebaseerd op een toneeltekst van de Noorse schrijver Arne Lygre, onderzoekt precies dat. De personages verlangen intens naar de ander, maar botsen steeds weer op de grenzen van communicatie en nabijheid.

Wachten op een bankje

Het toneelbeeld in de Rabozaal bestaat uit een bankje en een tribune waar de acteurs blokfluit spelen. Alle personages zijn wit gekleed, behalve Axle (Minne Koole), het enige personage met een naam, hij is in het blauw, een verwijzing naar zijn anders-zijn. Op dat bankje aan een rivier ontmoeten een moeder (Marieke Heebink), haar dochter (Ilke Paddenburg), een ex-koppel, een weduwe en haar stiefkinderen elkaar. Aanvankelijk leren we hen kennen via losse scènes, maar langzaam raken hun gesprekken met elkaar verweven.

Het ideale moment

De zus is na jaren weer thuis. Samen met haar moeder wacht ze op haar broer Axle, die pas aan het eind van de eerste akte arriveert. Ze wachten op dat ene moment waarop alles weer klopt, het gezin weer compleet is. Ondertussen ontmoeten ze anderen: een stel dat uit elkaar gaat, een weduwe en haar kinderen die een rustplek zoeken voor hun overleden vader. Terwijl iedereen zo gefixeerd is op het ideale moment, merken ze niet dat de echte verbondenheid al in de toevallige ontmoetingen zit op een bankje aan de rivier.

Samen alleen

Lygres tekst is helder, absurdistisch en raak. Onder de droge humor schuilt steeds een emotionele kern. Elk woord lijkt zorgvuldig gekozen, niets is overbodig. Personages praten geregeld over zichzelf in de derde persoon (‘de moeder zegt’, ‘de zus denkt’), wat zorgt voor vervreemding: alsof ze niet durven zeggen wat ze echt voelen. Ze zijn fysiek samen, maar innerlijk alleen.

Acteerwerk

De tekst vraagt om meer dan alleen een goede tekstbehandeling, ook lichaamstaal, interpretatie en fysieke expressie zijn belangrijk. Marieke Heebink draagt als ‘de moeder’ de voorstelling. Ze beweegt tussen overdrijving en verstilling, grootse gebaren en betekenisvolle pauzes. Ze is hilarisch én geloofwaardig. In een scène waarin ze vol overgave begint te zingen, met grote bewegingen, in zichzelf gekeerd maar net niet verstaanbaar, ligt de zaal dubbel. Wanneer Ilke Paddenburg hierop inspeelt, wordt het nog geestiger.

Paddenburg laat in details zien hoeveel emotie er schuilgaat onder alledaagse woorden. Ook Minne Koole maakt indruk als de eerlijke Axle. Zijn spel is ontwapenend en gevoelig, je sluit hem meteen in je hart.

Alle drie spelen uitvergroot, zonder te vervallen in karikatuur of slapstick. Dat is knap. Wel schuurt deze stijl soms in scènes met andere personages: daar mist het spel de gelaagdheid, en lijkt de tekst boven het spel te zweven. De emotionele onderlaag verdwijnt, de vorm gaat overheersen.

Verdwijnen om opnieuw te beginnen

De moeder en zus wachten de hele eerste akte op Axle. Maar zodra hij verschijnt, kondigt hij zijn vertrek aan: hij wil ‘even verdwijnen’, afstand nemen van zijn oude leven en zichzelf opnieuw ontdekken. Zijn eerlijkheid staat haaks op de omzichtige communicatie van zijn moeder en zus, die elkaar voortdurend proberen te sparen. Als buitenstaander benoemt Axle wat de anderen niet durven: dat nabijheid soms verstikt, en afstand nodig is om opnieuw te beginnen.

Zijn vertrek raakt, juist omdat de anderen zo naar hem verlangd hebben. Het legt hun afhankelijkheid bloot, vooral die van de moeder, voor wie haar kinderen het levensdoel lijken. Toch steunt ze zijn keuze. Of Axles verdwijnen een nieuw begin betekent of iets definitievers, blijft in het midden.

Tweede akte minder overtuigend

Na de pauze begint een nieuwe ronde, met dezelfde spelers in andere rollen. De moeder blijft zoeken naar haar zoon, oude patronen keren terug. Wat in de eerste helft fris en gelaagd was, voelt nu als herhaling. De cyclische structuur is ongetwijfeld bewust gekozen, maar mist een nieuwe energie. Het tempo zakt weg.

Tijd voor geluk © Dim Balsem (3)

© Dim Balsem

ITA-effecten

Naarmate de energie wegzakt, voelen sommige theatrale, visuele en muzikale keuzes vooral als typisch effect aan. Bijvoorbeeld wanneer de achterwand plotseling opengaat en er licht naar binnen valt of de blauwe verf die op de vloer wordt gegoten – het zijn mooie beelden, maar ze lijken niet samen te vallen met de andere elementen van de voorstelling. Hetzelfde geldt voor de muziek die de personages maken, het komt te veel over als trucje.

Het slotbeeld, waarin de cast samen met diverse ITA-medewerkers het podium betreedt om ‘Angels’ van Robbie Williams te zingen, probeert verbondenheid uit te stralen, maar voelt juist geforceerd aan. Hierdoor verliest de voorstelling de emotionele kracht die de eerste akte zo sterk maakte.

De eerste akte van Tijd voor Geluk is op zichzelf een krachtig en afgerond toneelstuk dat de thematiek helder en overtuigend belichaamt. Het laat prachtig zien hoe geluk, wanneer je het probeert vast te houden, vaak juist door je vingers glipt.

Theater / Voorstelling

Een hartelijke strijd: RIDCC bruist van het talent

recensie: Tweede halve finale RIDCC
Sticky Ends - Xiaoyun FanTon van Til

De Rotterdam International Duet Choreography Competition (RIDCC) is één van ’s werelds grootste springplanken voor jonge choreografen. Dit jaar gingen zestien choreografenduo’s op 12, 13 en 14 juni de strijd met elkaar aan. De tweede halve finale bleek een gemoedelijke competitie, waarin vooral het talent en de ontwikkeling van jonge makers centraal stond.

De RIDCC werd in 2017 opgericht door dansers Maya Roest en Mischa van Leeuwen. Zij wilden een dansfestival organiseren dat verder gaat dan een strijd om prijzengeld. RIDCC is een platform dat dansers met elkaar in contact brengt en hen helpt om zich ook na de competitie verder te ontwikkelen door middel van masterclasses en coaching. De grote juryprijs is voor vele jonge makers een droom die uitkomt: een ton om een dansproductie te maken samen met het Scapino Ballet Rotterdam. Ook de verschillende sponsoren, waaronder Het Nationale Ballet en Codarts Rotterdam, reiken elk hun eigen partneraward uit. Deze awards bieden de winnaar vaak de unieke kans om met een professioneel gezelschap te werken. Door deze vele gewilde prijzen schreven honderden jonge makers zich in voor de zevende editie van de RIDCC, door middel van een videoregistratie van hun choreografie. Uit de vele inzendingen werden zestien choreografieën geselecteerd om deel te nemen aan één van de twee halve finales in Theater Rotterdam.

Van existentiële vragen tot moleculaire biologie

VISCUM - Noé Chapsel

VISCUM – Noé Chapsel, Fotograaf: Ton van Til

Tijdens de tweede halve finale werden acht van de zestien deelnemers gepresenteerd aan de jury en een publiek vol dansliefhebbers. De avond werd gevuld met een zeer gevarieerde verzameling aan choreografieën. De deelnemers gaven op verschillende manieren en met uiteenlopende thematieken invulling aan de dansvorm ‘duet’.

Het Noors-Belgische duo Anna Benedicte Andresen en Iannes Bruylant bijten het spits af met hun choreografie An Existential Duet. In eerste instantie lijkt het duo zichzelf voor te stellen, maar later blijkt dit alles onderdeel van de choreografie. Anna en Iannes bespreken op humoristische wijze – geleid door complexe liften en bewegingen – waar zij dankbaar voor zijn in het leven, zoals hun familie en het feit dat zij door het vele dansen niet naar de sportschool hoeven, en existentiële vraagstukken. Later verschuift dit naar een meer traditioneel duet op Franstalige muziek. De choreografie voelt zeer persoonlijk, alsof je naar een repetitie van vrienden aan het kijken bent.

VISCUM van de Franse Noé Chapsal heeft een totaal andere sfeer. De autodidact danst samen met Charlotte Louvel in een met touwen gecreëerde boksring. De dansers springen tegen elkaar aan, lijken te vechten in het midden van de ring. Na de confrontatie troosten zij elkaar en fatsoeneren zij elkaars leren pakken. VISCUM gaat over pogingen om dichter tot elkaar te komen, consent en het vinden van de juiste fysieke afstand.

Ook de zes overige choreografieën verkennen interessante en originele thema’s. Zo liet de Chinese Xiaoyun Fan zich inspireren door de term sticky end, jargon uit de moleculaire biologie dat het punt beschrijft waar DNA-strengen zich na een breuk opnieuw verbinden. De twee dansers beginnen de choreografie in een kledingstuk waarin ze aan elkaar vastzitten en zich als een spin over het podium bewegen. Na een periode van afstand, waarin ze zich vrijmaken uit het kostuum, vinden ze later de verbinding terug met een verzoenende kus.

In Trångt creëren de Deense Albert Buchreitz en de Zweedse Tilda Åsberg een vernieuwende choreografie op een zeer klein oppervlakte. Buchreitz en Åsberg beelden een huiselijk tafereel uit, en gebruiken krukken en andere attributen voor ingewikkelde liften. Voor de Nederlandse toeschouwer lijkt het haast een beklag tegen de huizencrisis, waarin velen tot te kleine huizen veroordeeld zijn.

Een hartelijke strijd

De deelnemers zullen de halve finales van het RIDCC ongetwijfeld als een warm bad hebben ervaren; niet alleen door het zeer enthousiaste publiek, maar ook doordat er een weinig competitieve sfeer heerste. De finalisten werden na afloop van de halve finale subtiel aangekondigd via de socialmediakanalen. Hierdoor lag de nadruk van de voorstelling vooral op de dansers, hun talent en de boodschap die zij via hun choreografie wilden uitdragen.

De RIDCC is zeker een aanrader voor dansliefhebbers die de talenten van morgen als eerste willen bewonderen. Daarnaast zullen vele dansende bezoekers Theater Rotterdam met een bulk aan inspiratie verlaten. Het dansfestival laat duidelijk zien dat duetten op vele creatieve manieren kunnen worden vormgegeven.

XL Production Award Winnaar Noé Chapsal

XL Production Award Winnaar Noé Chapsal, RIDCC 2025. Fotograaf: Marco de Swart

Volgend jaar zal de RIDCC plaatsvinden op 18, 19 en 20 juni met zestien nieuwe deelnemers. De halve finales en finale kunnen niet alleen in Theater Rotterdam, maar ook via een livestream bekeken worden. Daarnaast is de verwachting dat de winnaar van 2025 een productie met het Scapino Ballet Rotterdam zal ontwikkelen voor het komende theaterseizoen, vergelijkbaar met de productie van dit jaar.

 

Theater / Voorstelling

In chaos verpakte kwetsbaarheid

recensie: Loskomen
soheb-zaidi-yuv1FPyZdR0-unsplashSoheb Zaidi voor Unsplash

Afgelopen woensdagavond stond Fabian Franciscus in Schijndel op het podium met zijn voorstelling Loskomen. Een ontspannen avond, behalve voor de enkeling die zich met woorden moest bewapenen tijdens de vele interacties met het publiek. Lachen is tijdens deze voorstelling gegarandeerd dankzij de duidende verteller met zijn cynische ondertoon.

Een stille start

De voorstelling gaat van start met een lange dan wel niet bewuste stilte. De lichten van de zaal zijn gedimd en hoe langer de stilte zich voortzet, des te giecheliger en rumoeriger het publiek wordt. Na een poos is daar Franciscus die, zonder opkomstmuziek, ontspannen en al zwaaiend het podium oploopt. Een begroeting aan de plaats waarin hij speelt (Schijndel) volgt. Hij stelt vragen aan het publiek en probeert hiermee het enthousiasme voor de avond te peilen.

Vanaf het begin springt de cabaretier van de hak op de tak en dit blijkt een voorbode van hoe de voorstelling gaat verlopen. Franciscus maakt uitschieters in zijn verhalen waarbij hedendaagse onderwerpen een onverwachte wending krijgen. Zo zijn we het ene moment nog in de verhaallijn van alledaagse routine binnen zijn gezin en komen we terecht in de overval welke hij recent heeft meegemaakt. Een spannende gebeurtenis die zichtbare frustratie opwekt, te zien aan de manier van spreken en bewegen. Tegelijkertijd is het ook komisch dankzij de duidende verhaallijn van het tafereel. De manier waarop hij het verhaal ontleedt en brengt, geeft het verwerkingsproces weer en ook hoe bizar de situatie eigenlijk moet zijn geweest. De zaal laat van zich horen met een ‘ohhh’ en gelach op de momenten dat Franciscus zijn mimiek en toon inzet bij het beschrijven van deze en andere situaties.

Van Costa Rica naar de psycholoog

Aan het begin van de voorstelling is nog niet duidelijk welke rol het decor speelt in de verhaallijn. We zien een wat gedateerde stoel aan de linkerzijde en twee fietsen met de achterlichten aan op rechts. Over de gehele achterlijn zien we vier naast elkaar geplaatste ringen met licht en vier lichtbalken. In de tweede helft van de voorstelling krijgen de stoel en de fietsen al snel een verbindende factor. Wanneer de cabaretier vertelt over zijn bezoeken aan de psycholoog, imiteert hij de vrouw terwijl hij in de gedateerde stoel zit. Hier bespreekt hij zijn angsten, woede, depressie en intrusies.

Met het verhaal dat hij in Costa Rica van een berg af plast, houdt hij het publiek in een bijna constante lach. Dit wisselt zich af met meer diepgaande materie, namelijk de situatie in Amerika. Hier wordt tijdens de voorstelling meerdere keren naar verwezen, maar kan zijn doel maar niet bereiken. Net wanneer het lijkt dat hij nu eindelijk verder zal ingaan op het Amerika-onderwerp en de missende inclusiviteit daar – dat onderwerp dat zijn verhalen over inclusiviteit meer bodem zou kunnen geven – stopt de verhaallijn en gaat hij over op interactie met het publiek of een alledaags onderwerp zoals de fietslampjes die hij bij onbekende fietsen op aanraden van zijn psycholoog uitzet. Zoals hij haar imiteert, komt het neer op de kleine stappen die hij heeft weten te zetten. Kleine stappen met een groots effect.

De kracht van het kleine

Het grootse effect blijft in de voorstelling immers uit. Wel blijft het idee achter dat juist de kleine onderwerpen de voorstelling groot hebben gemaakt. Het stand-upprincipe in combinatie met de gevatte interactie met het publiek en de chaotische manier van de verhaallijn samenstellen zijn amusant. Al met al een vermakelijke voorstelling met een lach en een interessante inkijk in hoe Franciscus de wereld ziet.

De kern van het verhaal lijkt in eerste instantie het conflict dat Fabian Franciscus met de wereld heeft. Gaandeweg wordt duidelijk dat het eigenlijk bij iedere situatie gaat om een conflict met zichzelf en de zelfacceptatie die hierbij komt kijken. De voorstelling is dus zeker het bezoeken waard voor mensen die deze zoektocht herkennen.

Theater / Voorstelling

Een liefkozend en eerlijk pak rammel voor het publiek

recensie: Wendy Pan – Circus Treurdier
IMG_6809-Enhanced-NRperskit

Wendy Pan is even magisch als de naam doet vermoeden: een naam die – voor wie het niet meteen doorheeft – een combinatie is van de namen ‘Wendy’ en ‘Peter Pan’. Alleen zijn de Wendy en Peter in dit toneelstuk volwassenen en dan van het soort dat totaal niet zelfredzaam is in het leven. Wendy kan letterlijk én figuurlijk niet meer op haar eigen benen staan. Een goed begin voor een absurdistisch toneelstuk met een vleugje magie.

Al mot ik krupe…

Al vanaf het moment dat acteur Peter van Rooijen op komt draven, wordt de vierde wand doorbroken. Van Rooijen vertelt namelijk dat hij Sophie zal spelen. Alleen al het continu benadrukken dat hij ‘Sophie’ is, levert lachsalvo na lachsalvo op vanuit het publiek. Hoewel het praatje aan de ietwat lange kant is, is het zeker vermakelijk te noemen. Zeker gezien het feit dat Jan-Paul Buijs achter een lichtdoorlatend gordijn alle zinnen influistert die Van Rooijen ‘zogenaamd’ vergeten is. Eén ding is al meteen zonneklaar: de teksten zijn doorspekt van grappige woordspelingen en het is zeker flauw, al slaat het daar nooit in door. Naast Van Rooijen en Buijs is er nog een andere rol vertegenwoordigd op het podium: de vader van ‘Wendy’ zit rechts van het podium met een krant voor zijn neus. Daarover later meer.

Van Rooijen blijft zinnen aan elkaar rijgen die niet alleen over het toneelstuk gaan, maar ook over hoe de zaken precies werken in de toneelwereld. Over het instuderen van teksten, bijvoorbeeld. Iets wat Wendy, gespeeld door Sophie Höppener, ook doet: zij verklapt dat de spelers altijd in de actiemodus wachten in de coulissen voor het geval iemand zijn of haar tekst vergeet en letterlijk moet ‘inspringen’. Grappig genoeg zien we dit meteen ook in werking tijdens dit toneelstuk: stagiair Mees Markus laat af en toe zien aan het publiek hoe dit eruitziet als je denkt dat niemand je opmerkt. Van Rooijen lijkt de tijd te doden totdat de daadwerkelijke ‘Sophie’ opkomt. Hierin kun je een grappige verwijzing zien naar wat je precies moet doen als acteur als een van je collega-acteurs zijn of haar tekst of cue mist. De reden waarom Sophie er zo lang over doet om te arriveren, is omdat haar personage, Wendy Pan, niet meer in staat is om te lopen. Ze kan alleen nog maar kruipend door het leven gaan. Dit tot grote ergernis van haar moeder Angela, de rol van een hooggehakte Jan-Paul Buijs. Aldus wordt Sophie – op handen en knieën – zo het podium op gedragen en in het logeerbed in haar ouderlijk huis gelegd. Het decor van deze voorstelling: een slaapkamer met drie ramen met wapperende gordijntjes en twee ouderwetse lampjes die flakkeren aan weerszijden van het kamertje.

Kinderlijke volwassenen of volwassen kinderen?

Wendy’s moeder is zo ontsteld door de fysieke toestand van haar dochter dat ze eerst hulp van de huisarts inschakelt. Een rol die met veel humor aan de man wordt gebracht door Sam van Hulst. Voordat hij ook maar een diagnose kan vaststellen, krijgt hij de ongezouten kritiek van Angela over zich heen gestort. Waarom? Hij is een rokende huisarts. Pislink wordt hij als iemand hem bekritiseert om zijn verlangen naar een peuk. Hij spreekt over zijn twee hersenhelften die met elkaar in conflict zijn: de ene helft weet – zeker vanwege zijn patiënten met longkanker – dat het slecht is, maar die andere helft denkt: ‘Fuck it, ik wil een peuk.’ Een grappig detail dat je al luisterend vaker voorbij hoort komen: de verschillende typetjes benoemen allemaal één keer welke afweging hun brein tergt. Vooral Wendy gaat ten onder aan de stemmetjes in haar hoofd. Wendy is een 40-jarige vrouw die is stukgelopen op haar schuldgevoel voor zo’n beetje alles omtrent het bevoorrechte leven dat ze leidt. Tranen van verdriet rollen over haar ogen als ze denkt aan al die keren dat ze een minderjarige bezorger door de regen naar haar huis liet fietsen om een pizza af te leveren en geen fooi kon geven. Alles wat ook maar enigszins op ‘onrecht’ leek in haar leven, trekt aan haar geestesoog voorbij en brengt haar aan het jammeren. Ze wordt haast letterlijk ‘verpletterd’ door haar immense schuldgevoel. En toch is er echt niks met haar aan de hand, stelt de dokter.

Wat een poppenkast!

De ouders van Wendy schakelen niet alleen de hulp in van een ‘echte geneesheer’, maar laten ook de pastoor over de vloer komen. Zijn binnenkomst wordt tot driemaal toe onderbroken door Höppener, omdat zij dan even ‘loskomt’ uit haar rol om iets te vertellen over haar acteerervaring. En binnen no time verzandt ze in een pleidooi over de rechten van haar stagiair die meer tekst toebedeeld zou moeten krijgen. Als haar zegje voorbij is en de pastoor dan eindelijk daadwerkelijk over de deurdrempel is gekomen, is hij een andere mening toegedaan dan de huisarts. Wendy is bezeten door de duivel (‘Eigenlijk een soort geit met een mensenbuik’, aldus de geestelijke) en die moet uit haar gedreven worden. Wat volgt, is een fantastische scène waarin moeder Angela, de huisarts en de pastoor ‘D’r oet!’ blijven roepen tegen Wendy, die inmiddels vastgeketend in bed ligt. Het spel wordt zo nu en dan onderbroken door prachtige en subtiele liedjes, waarin op tedere wijze wordt gezongen over alledaagse waarnemingen (alle dieren die Wendy ooit in haar leven heeft opgegeten) of met een soort razende bezetenheid wordt gezongen over de zelfkastijding van Wendy (‘Ik moet, ik moet wakker blijven! Ik moet, ik moet wakker blijven!’). En vooral Van Rooijen vertolkt zijn rol als pastoor uitermate grappig. Zoals hij zelf zegt, is het opzetten van een zeer ‘Limburgs’ (eerlijk toegegeven: het klinkt eerder Brabants) stemmetje al genoeg om door iedereen amusant gevonden te worden. Iedere keer als hij de bühne verlaat, hoop je dat hij snel terugkeert.

Ter bewustwording ende vermaeck

Het samenspel is niet alleen heel goed, maar ook nog eens behoorlijk vermakelijk. Alles lijkt te dienen ter lering ende vermaeck. Het publiek ervaart een bepaalde mate van bewustwording over het eigen handelen in het leven (met name over dingen waarvoor je je een beetje schaamt of waarvan je weet dat het eigenlijk niet goed is voor de wereld). De uitgesproken tekst houdt je keer op keer scherp tijdens de voorstelling. Het zijn weldoordachte relazen die erg tot de verbeelding spreken en zeer herkenbaar zijn. Ergens levert dat ook op dat de bezoeker soms zal lachen als een boer met kiespijn, zo pijnlijk dichtbij komt het soms en een gelijkenis met je eigen leven is snel gevonden. Bijzonder: iets alledaags zo bespreken dat je er met een andere blik naar leert kijken. Dus… wie krijgt hier nu een pak rammel? Alleen Wendy, die daar zó hard om smeekt? Nou, sommige toeschouwers zullen vast met rode koontjes de zaal verlaten.

Boven alles zijn de teksten zeer grappig. Woordspeling op woordspeling: iedere keer weet dit gezelschap het publiek te betoveren met goede stijlfiguren en beeldspraak. In dit toneelstuk is geen plaats voor het ophouden van de schone schijn. Zo hangt moeder Angela de vuile was over haar jeugd buiten. Er is maar één schijn die wordt opgehouden en dat is dat er nooit of te nimmer een ademend wezen twee uur lang een krant heeft zitten doorspitten op het podium. De vaderfiguur die al die tijd zogenaamd druk het nieuws tot zich nam, blijkt een pop te zijn. En wel een verdraaid realistisch ogende pop. Is het de enige illusie die je zult verliezen? Kortweg: nee. Na de twee uur durende voorstelling kom je erachter dat de acteurs gepoogd hebben om je heel wat illusies armer te maken. Deze voorstelling is een ontzettend geslaagde en originele muziektheatervoorstelling. En wat heeft dit alles te doen met Peter Pan? Nou, die aap komt duidelijk uit de mouw als je de voorstelling met eigen ogen zult aanschouwen. En wees niet gevreesd: je zult je het schuldgevoel niet herinneren (en/of de behoefte aan duizend weesgegroetjes), maar wél alle momenten dat je hardop moest lachen om de spitsvondige woordgrappen.

Nog te zien tot zaterdag 31 mei 2025 in Theater Bellevue in Amsterdam.