Tag Archief van: Theater

Theater / Voorstelling

Slapstickversie van de middeleeuwen

recensie: Welkom in de middeleeuwen – Bos Theaterproducties/Inge Bos
welkom 2Willem van Walderveen

Een houten ‘troon’ op wieltjes, een bordkartonnen schandpaal, een bord met ‘Echt waar!’ erop: deze plus nog een handvol rekwisieten is alles wat het team van regisseur Niek Barendsen nodig heeft. Onder de vlag van Bos Theaterproducties maken ze een zeer geslaagde theaterversie van de populaire geschiedenis-televisieserie Welkom in de middeleeuwen. Op tv is het concept geestig, op toneel blijkt de formule zelfs hilarisch.

476 na Christus. De Germanen hebben de Romeinen verjaagd uit Nederland. De leider van de Germanen (Tobias Nierop) slaat zich op de borst: dat heeft-ie toch maar eens mooi voor elkaar. Nu kunnen eindelijk de middeleeuwen beginnen in dit land, nu er mensen wonen met hart voor de zaak. Niks, helemaal niks zijn we opgeschoten met die Romeinen, constateert de Germaanse leider. Maar de rest van de Germanen tikt de leider op de vingers: de Romeinen brachten onze voorvaderen verharde wegen, badhuizen, poëzie, paleizen, aquaducten, riolering. Het begin van beschaving, zeg maar.

754 na Christus. Bonifacius (Teun Donders) wordt vermoord door heidense Friezen. Die heeft hij met grof geweld geprobeerd te kerstenen. Hij heeft hun heilige bomen, functioneel voor hun natuurgodsdienst, omgehakt en staat nog altijd te zwaaien met een bijl. Bonifacius begrijpt maar niet waarom die Friezen zijn woeste ingrepen niet pikten.

Echt waar!

Speelse geschiedenislesjes zoals die over de Romeinen en die over de moord op Bonifacius zijn kenmerkend voor de Welkom-series op tv. Officieel is het jongerentelevisie. Tekstschrijver en regisseur Niek Barendsen maakt het programma al jaren, met in elke reeks een ander historisch thema. De programma’s bestaan goeddeels uit sketches waarin gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis zijn verwerkt. De scènes worden gespeeld door acteurs van naam en faam. Vooral wanneer buitenissige feitjes worden voorzien van een bordje ‘Echt waar!’ zijn die toneelstukjes nog leerzaam ook. En ze zijn zo slim gemaakt dat ze zowel voor de jeugdige doelgroep geestig zijn als voor volwassen (mee)kijkers.

Rode draad is het personage van de hedendaagse presentator Dorine Goudsmit, dat op televisie wordt vertolkt door Plien van Bennekom. Zij interviewt zogenaamd historische personen, gespeeld door topacteurs.

Welke eeuw

Bedenker, schrijver en regisseur Niek Barendsen heeft nu een theaterbewerking gemaakt van zijn serie Welkom in de middeleeuwen. Daarbij kan Barendsen leunen op zijn eigen, bijzonder geestige teksten. Op toneel neemt een zestal acteurs die voor zijn rekening.
Desi van Doeveren speelt interviewer Dorine, die hoofdfiguren uit de Nederlandse middeleeuwen bevraagt. De overige vijf acteurs (Tobias Nierop, Kim van Zeben, Teun Donders, Sophie de Wit en Dick Kingma) nemen alle rollen van alle middeleeuwers voor hun rekening. De acteerstijl houdt het midden tussen comedy en slapstick. Op een bordje dat op het podium staat, wordt geprojecteerd in welke eeuw we zitten.

Plastic ridderschild

In extreem hoog tempo volgen de historische scènes elkaar op. Van de Germanen en de vermoorde Bonifacius naar Karel de Grote, uiteindelijk eindigend bij Willem van Oranje. Wonderbaarlijk is hoe de acteurs razendsnel switchen van personage naar personage. Het ensemble is een goed geoliede machine, dat zichtbaar plezier heeft in het spel. Met hier een ander hoedje en daar een plastic ridderschild verschijnt de volgende historische figuur op het podium.

De gekste onderwerpen en weetjes komen langs, van lepra tot de drijfveren van kruisvaarders; van het vrouwelijk schoonheidsideaal tot het gebruik van urine als vlekkenverwijderaar. Het publiek wordt rechtstreeks toegesproken. Nu en dan dreigt een speler vanaf het podium toeschouwers te zullen onderspatten met water, spuug of kots.

Vragen en antwoorden

Het jonge publiek wordt opgeroepen tijdens de pauze vragen over de middeleeuwen op te schrijven, waarop de spelers na de pauze het antwoord zullen geven of spelen. Uiteraard zijn er daarvan een aantal vooraf ingefluisterd door de volwassen makers, zoals de vraag of middeleeuwers zich wasten, en of ze seks hadden, maar het is leuk de antwoorden uitgebeeld te zien.

Tobias Nierop

Regisseur Barendsen mag zich verheugen in een ensemble dat zich met volle overgave inzet in dit absurd-hoog-tempo-theater, compleet met liedjes en dansjes.

Opvallend in het geheel is Tobias Nierop, die bekendheid verwierf met zijn vertolking van Johan Cruijff in 14 de musical. Nierop neemt onder andere een aantal van de sleutelpersonages voor zijn rekening, zoals Karel de Grote en Willem van Oranje. Hij is zowel fysiek als in mimiek als in stemgebruik de sterkste van het ensemble. Alleen al het spel van Tobias Nierop is een goede reden om te gaan kijken naar Welkom in de middeleeuwen.

 

Tekst: Niek Barendsen
Decor- en kostuumontwerp: Joris van Veldhoven
Muziek: Niek Barendsen
Lichtontwerp: Wannes van der Veer, Sander Schaart
Choreografie: Kiki Heus

Theater / Voorstelling

Slapstickversie van de middeleeuwen

recensie: Welkom in de middeleeuwen – Bos Theaterproducties/Inge Bos
welkom 2Willem van Walderveen

Een houten ‘troon’ op wieltjes, een bordkartonnen schandpaal, een bord met ‘Echt waar!’ erop: deze plus nog een handvol rekwisieten is alles wat het team van regisseur Niek Barendsen nodig heeft. Onder de vlag van Bos Theaterproducties maken ze een zeer geslaagde theaterversie van de populaire geschiedenis-televisieserie Welkom in de middeleeuwen. Op tv is het concept geestig, op toneel blijkt de formule zelfs hilarisch.

476 na Christus. De Germanen hebben de Romeinen verjaagd uit Nederland. De leider van de Germanen (Tobias Nierop) slaat zich op de borst: dat heeft-ie toch maar eens mooi voor elkaar. Nu kunnen eindelijk de middeleeuwen beginnen in dit land, nu er mensen wonen met hart voor de zaak. Niks, helemaal niks zijn we opgeschoten met die Romeinen, constateert de Germaanse leider. Maar de rest van de Germanen tikt de leider op de vingers: de Romeinen brachten onze voorvaderen verharde wegen, badhuizen, poëzie, paleizen, aquaducten, riolering. Het begin van beschaving, zeg maar.

754 na Christus. Bonifacius (Teun Donders) wordt vermoord door heidense Friezen. Die heeft hij met grof geweld geprobeerd te kerstenen. Hij heeft hun heilige bomen, functioneel voor hun natuurgodsdienst, omgehakt en staat nog altijd te zwaaien met een bijl. Bonifacius begrijpt maar niet waarom die Friezen zijn woeste ingrepen niet pikten.

Echt waar!

Speelse geschiedenislesjes zoals die over de Romeinen en die over de moord op Bonifacius zijn kenmerkend voor de Welkom-series op tv. Officieel is het jongerentelevisie. Tekstschrijver en regisseur Niek Barendsen maakt het programma al jaren, met in elke reeks een ander historisch thema. De programma’s bestaan goeddeels uit sketches waarin gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis zijn verwerkt. De scènes worden gespeeld door acteurs van naam en faam. Vooral wanneer buitenissige feitjes worden voorzien van een bordje ‘Echt waar!’ zijn die toneelstukjes nog leerzaam ook. En ze zijn zo slim gemaakt dat ze zowel voor de jeugdige doelgroep geestig zijn als voor volwassen (mee)kijkers.

Rode draad is het personage van de hedendaagse presentator Dorine Goudsmit, dat op televisie wordt vertolkt door Plien van Bennekom. Zij interviewt zogenaamd historische personen, gespeeld door topacteurs.

Welke eeuw

Bedenker, schrijver en regisseur Niek Barendsen heeft nu een theaterbewerking gemaakt van zijn serie Welkom in de middeleeuwen. Daarbij kan Barendsen leunen op zijn eigen, bijzonder geestige teksten. Op toneel neemt een zestal acteurs die voor zijn rekening.
Desi van Doeveren speelt interviewer Dorine, die hoofdfiguren uit de Nederlandse middeleeuwen bevraagt. De overige vijf acteurs (Tobias Nierop, Kim van Zeben, Teun Donders, Sophie de Wit en Dick Kingma) nemen alle rollen van alle middeleeuwers voor hun rekening. De acteerstijl houdt het midden tussen comedy en slapstick. Op een bordje dat op het podium staat, wordt geprojecteerd in welke eeuw we zitten.

Plastic ridderschild

In extreem hoog tempo volgen de historische scènes elkaar op. Van de Germanen en de vermoorde Bonifacius naar Karel de Grote, uiteindelijk eindigend bij Willem van Oranje. Wonderbaarlijk is hoe de acteurs razendsnel switchen van personage naar personage. Het ensemble is een goed geoliede machine, dat zichtbaar plezier heeft in het spel. Met hier een ander hoedje en daar een plastic ridderschild verschijnt de volgende historische figuur op het podium.

De gekste onderwerpen en weetjes komen langs, van lepra tot de drijfveren van kruisvaarders; van het vrouwelijk schoonheidsideaal tot het gebruik van urine als vlekkenverwijderaar. Het publiek wordt rechtstreeks toegesproken. Nu en dan dreigt een speler vanaf het podium toeschouwers te zullen onderspatten met water, spuug of kots.

Vragen en antwoorden

Het jonge publiek wordt opgeroepen tijdens de pauze vragen over de middeleeuwen op te schrijven, waarop de spelers na de pauze het antwoord zullen geven of spelen. Uiteraard zijn er daarvan een aantal vooraf ingefluisterd door de volwassen makers, zoals de vraag of middeleeuwers zich wasten, en of ze seks hadden, maar het is leuk de antwoorden uitgebeeld te zien.

Tobias Nierop

Regisseur Barendsen mag zich verheugen in een ensemble dat zich met volle overgave inzet in dit absurd-hoog-tempo-theater, compleet met liedjes en dansjes.

Opvallend in het geheel is Tobias Nierop, die bekendheid verwierf met zijn vertolking van Johan Cruijff in 14 de musical. Nierop neemt onder andere een aantal van de sleutelpersonages voor zijn rekening, zoals Karel de Grote en Willem van Oranje. Hij is zowel fysiek als in mimiek als in stemgebruik de sterkste van het ensemble. Alleen al het spel van Tobias Nierop is een goede reden om te gaan kijken naar Welkom in de middeleeuwen.

 

Tekst: Niek Barendsen
Decor- en kostuumontwerp: Joris van Veldhoven
Muziek: Niek Barendsen
Lichtontwerp: Wannes van der Veer, Sander Schaart
Choreografie: Kiki Heus

Theater / Voorstelling

Een rockend en indrukwekkend dertigersdilemma

recensie: Tick, Tick… BOOM! – OpusOne
TTB-5.perskit

Bijna dertig en nog steeds niet succesvol: de ambitieuze musicalcomponist Jon voelt de tijd dringen en wil graag doorbreken. Deze semi-autobiografische musical van Jonathan Larson over zijn dertigersdilemma is nu voor korte tijd in de Amstelveense schouwburg De Landing te zien.

De dertig naderen en nog niet aan de verwachtingen voldoen die je als tiener had. Nog geen huisje, boompje, beestje of succesvolle carrière. De quarterlifecrisis is van alle tijden en staat centraal in de musical Tick, Tick… BOOM! uit de jaren ’90. Bij een jongere generatie is de musical waarschijnlijk bekend van de Netflix-verfilming uit 2021.

Dertigersdilemma

TTB-4.

© perskit

De musical is gemaakt door Jonathan Larson (script, liedteksten en muziek), die een paar jaar later doorbrak met de musical RENT. Deze musical heeft zijn stempel gedrukt op het musicallandschap en is wereldwijd zeer succesvol. Larson heeft dit succes nooit meegemaakt, want hij stierf plotseling op 35-jarige leeftijd, een paar dagen voor de première van RENT. Met dit gegeven kijk je toch nét even anders naar de semi-autobiografische musical Tick, Tick… BOOM!

In de vroege jaren ’90 in New York werkt de musicalcomponist hard aan zijn musical Superbia. Binnenkort viert hij zijn dertigste verjaardag, maar zijn succes als musicalcomponist blijft uit en dat zit hem dwars. Hij hoopt dat Superbia succesvol gaat worden en dat de show na de workshop een producent gaat vinden. Jon twijfelt veel en zijn omgeving oefent druk op hem uit. Zijn vriendin Susan wil graag haar eigen dromen najagen en zijn beste vriend Michael denkt dat zijn goedbetaalde marketingbaan ook iets voor Jon is. Jon voelt het tikken van de klok nu zijn dertigste verjaardag nadert, welke keuzes moet hij maken?

OpusOne brengt nu voor slechts drie weken de Engelstalige versie van Tick, Tick… BOOM! naar Nederland met Milan van Waardenburg, Liss Walravens en Paul Morris. Het is een kleine show met drie acteurs, een kleine band, weinig decor in een intiem theater. Het podium is een klein speelvlak en aan de zijkanten zit publiek, dat soms ook even onderdeel is van de musical.

Een goed trio

Je hangt 1,5 uur lang aan de lippen van Milan van Waardenburg als Jon. Een moeilijke rol die hij moeiteloos speelt, want hij vertelt Jons levensverhaal aan een publiek (als hij de handmicrofoon vast heeft) terwijl hij het tegelijkertijd beleeft. Van Waardenburg laat zien waarom hij een van de beste Nederlandse musicalacteurs van zijn generatie is, want deze rockmusical zingt hij met gemak en ook blijkt hij goede komische timing te hebben. Hij was eerder onder andere te zien als Valjean in Les Misérables (ook op West End) en als De Dood in Elisabeth, maar de rol van Jon is dus echt wat anders en ook dit doet hij met verve.

Liss Walravens speelt Jons vriendin Susan en wat andere rollen, Paul Morris is Jons beste vriend Michael en neemt ook wat andere rollen op zich. Beiden spelen goed en laten vooral Van Waardenburg schitteren. Morris is voor het eerst te zien in een Nederlandse musical (hij deed ooit mee aan Op zoek naar Danny & Sandy en speelde in een aantal Duitse musicals) en laat met zijn vertolking van Michael zien dat hij wel vaker in Nederlandse musicals mag staan.

Engelstalige versie

De musical wordt helemaal opgevoerd in het Engels, dus zowel de liedjes als de dialogen. Dan is er de eeuwige discussie in musicalland: is een Nederlandse vertaling niet beter? In de liedjes is het Engels prima te volgen en verstaan, maar in de gesprekken niet altijd. Geen van de drie acteurs heeft een overtuigend Amerikaans accent, toch zit dat de voorstelling niet echt in de weg door het goede spel. Toch zitten er hier en daar grapjes of Amerikaanse referenties in, die voor het Nederlandse publiek niet helemaal te volgen zijn. Zou in dit geval een show met Nederlandse teksten en Engelse nummers niet beter op zijn plek zijn geweest?

Tick, Tick… BOOM! maakt indruk door met weinig materiaal en spelers een show neer te zetten waarin je wordt opgezogen. Op de valreep van 2025 is deze musical toch echt wel een must-see voor musicalliefhebbers. Al is het alleen maar om van zo dichtbij het ijzersterke optreden van musicalster Milan van Waardenburg te zien.

Opgelet, korte looptijd: slechts te zien tot en met 10 januari 2026!

Theater / Voorstelling

Gedurfde grappige musical die niet over autisme gaat

recensie: Stoornis of my life

Na jarenlang succesvolle voorstellingen met Showponies, en alle varianten daarop, heeft Alex Klaasen nu een musical gemaakt: Stoornis of my life. Met de mysterieuze ondertitel: ‘een musical die niet over autisme gaat’. Maar waarover dan wel?  

Alex Klaasen heeft een broer met autisme en hun familiedynamiek is de inspiratiebron voor deze nieuwe musical. Gedurfd, want het is niet alleen een musical, maar echt een musicalkomedie. Grappen maken over iemand met  autisme, als dat maar goed gaat!

Familieband

De musical vertelt het verhaal van twee broers Jasper en Willem. Jasper heeft een autisme spectrum stoornis (ASS) is 49 jaar, woont begeleid met een groep mensen die ook op het spectrum zit en is een enorme musicalfan. Zijn broer Willem is een bekende soapster. Als hun moeder overlijdt, staat hun wereld op zijn kop. Iedereen maakt zich zorgen over Jasper, kan hij dit wel aan? Ondertussen heeft Jasper het idee dat hij de hoofdrol speelt in zijn eigen musical en legt het publiek van alles uit over musicals. Maar het duurt wel erg lang voor zijn ‘eleven o’clock song’ komt, is hij eigenlijk wel de hoofdrolspeler van deze musical?

Stoornis of my life vertelt een mooi verhaal over rouwverwerking bij twee broers die heel verschillend zijn. Autisme staat centraal en toch ook weer niet. De musical gaat namelijk vooral ook over de worsteling van broer Willem, ‘The Glass Child’, de broer die zich nooit gezien voelde omdat alle aandacht van zijn moeder naar Jasper ging vanwege zijn autisme.  De draai in de musical wordt heel mooi gemaakt aan de hand van de metafoor ‘de musical’, want musicalfan Jasper denkt de hoofdrol te spelen in deze musical, maar komt er langzaam maar zeker achter dat het eigenlijk allemaal draait om zijn broer Willem, die het moeilijker heeft dan iedereen dacht.

Musicals en autisme

In deze voorstelling leer je veel over autisme en over musicals. Als musicalfan leert Jasper je alles over de opbouw van musicals en waar hij het liefst in de zaal zit. Er zitten gedurende de hele show veel knipogen in naar andere musicals. Daarnaast leert Jasper, samen met de woongroep, je veel over autisme, wat ze in de show ‘op het spectrum’ noemen (aangezien iedereen het liever anders noemt).
Het is lastig om een grappige musical te maken over autisme, zonder daarbij de mensen zelf te beledigen. Toch krijgt Alex Klaasen dit op voortreffelijke wijze goed voor elkaar. Natuurlijk komen er allerlei stereotypen van autisme voorbij, maar uiteindelijk is dit toch nog een behoorlijk breed spectrum. En vooral ‘Amber’s  Powersong’ maakt veel goed, want Jaspers begeleider blijkt zelf ook autisme te hebben. Ze is een laat gediagnostiseerde vrouw met autisme en zingt over haar worsteling. Haar verhaallijn laat zien dat het stereotype beeld van autisme, niet klopt. In de musical is dat voor Willem een eye opener, maar voor menigeen in het publiek zal dit ook nieuwe informatie zijn.

Sterke cast

De musical heeft ook nog eens een sterrencast. Zo wisselen Noortje Herlaar en Kim Lian de rol van Amber af, beiden waren al langere tijd niet meer in musicals te zien. Soy Kroon en Jim Bakkum wisselen de rol van broer Willem af. En uiteraard speelt Alex Klaasen de rol van Jasper voortreffelijk.

Kortom, Alex Klaasen heeft het weer voor elkaar: een succesvolle grappige voorstelling. Dit keer geen revue, maar een musical. Een show die ontroerend, persoonlijk, leerzaam én heel grappig is, een geslaagde combinatie. Bovendien draagt het ook bij aan een wat gevarieerdere representatie van autisme in de media, want het spectrum is breder dan alleen de ‘Kees Momma’s’ van deze wereld, al is de musical wel erg wit.

Theater / Voorstelling

Kibbelen op weg naar de Apocalyps

recensie: HOPE – NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater Hamburg
HOPE Mit Texten von Maria Milisavljević Regie Guy WeizmanChoreografie Roni HaverKerstin Schomburg

Hoop, echte existentiële hoop, ontstaat niet op momenten van grote voorspoed, omdat we dan best tevreden zijn. Hoop ontstaat in tijden van tegenspoed. Dan is het een noodzakelijke emotie om te kunnen doorgaan. Theatermakers NITE/Club Guy & Roni/Thalia Theater Hamburg gebruiken het concept ‘hoop’ om ter discussie te stellen in welke staat de wereld is waarin wij leven, in een oogstrelende maar ook rommelige voorstelling.

NITE staat voor Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble. NITE is de voortzetting van het Groningse Noord Nederlands Toneel, onder leiding van regisseur en choreograaf Guy Weizman en choreograaf Roni Haver. Samen vormden zij eerder het dansgezelschap Club Guy & Roni. Zij streven naar maatschappelijk geëngageerde, multidisciplinaire voorstellingen die het publiek aan het denken zetten.

Thalia Theater Hamburg zoekt voor zijn maatschappijkritische voorstellingen graag de aansluiting bij internationale theatermakers. Dan is NITE/Club Guy & Roni geen vreemde keuze.

Balletkleding

In HOPE gebruiken de makers een nogal omslachtige vertelling om hun boodschap over de huidige, bedenkelijke toestand van de wereld te verpakken. Een gezelschap van dansers en acteurs, goeddeels gehuld in babyroze balletkleding, ruziet over een nieuw ballet, onbewust van het feit dat de wereld de volgende dag ten onder zal gaan.

De choreograaf van het beoogde ballet (Maike Knirsch) gooit de ensemblevoorstelling die eerder is bedacht echter op de schop en wil alsnog een soloballet maken. Iedereen is kwaad, behalve degene die de solo zal dansen (Gloria Odosi).

Monologen

Er ontspint zich een ruzieachtige woordenstroom. Daarin concurreren eenlingen, duo’s en grotere groepen met elkaar. Er zijn weinig gesprekken of dialogen; spelers spreken een voor een korte monologen uit (tekst: Maria Milisavljević, 1982, Arnsberg, Duitsland), voornamelijk met het gezicht naar de zaal. Bewust Brechtiaans: de vierde wand naar het publiek wordt voortdurend doorbroken.

De monoloogjes, veelal in korte zinnetjes, van Milisavljević getuigen van kwetsbaarheid: ‘Iets moois, iets fijns.’ Van eenzaamheid, van behoefte aan intimiteit: ‘Hug me!’ Van het zoeken naar houvast op allerlei gebieden: ‘Elke waarheid is iemand anders’ leugen.’ Er is een soort verteller (Bien De Moor) die zich onderscheidt door een geel kostuum.
De voorstelling wordt gespeeld in een mengelmoes van Duits, Engels en Nederlands, met Engelse en Nederlandse boventitels.

Schetsmatig

Individuen stellen zich voor aan de hand van uit het leven gegrepen anekdotes. Die vorm werkt niet goed, omdat de verhaaltjes te schetsmatig, te fragmentarisch zijn om de personages echt een karakter te geven. Zo beklijven de namen van de personages ook niet echt, de verschillende types blijven daartoe te oppervlakkig.

Kwetsbaar

Daarbinnen is niettemin onder anderen Tilo Werner als een van de dansers erg mooi: balancerend op de punten van zijn zwarte glitterschoenen vertelt hij een kwetsbare homo-erotische droom. Vorm en inhoud vallen daar samen: de wiebelige man en het bange verlangen.

Gekissebis

Personages die hun verhaal hebben gedaan, krijgen een hoofddeksel met een hoge roze veer op het hoofd. Ze worden daardoor iets tussen revueartiesten en circuspaarden in. Met behulp van verrijdbare decorstukken, deels voorzien van spiegelende oppervlakken, verandert de omgeving steeds van structuur. Er is veel gekissebis, concurrentie. Aanvallen en verdedigen.

Fragmentarische teksten, korte dansen op indringende, live uitgevoerde muziek vormen de aanloop naar een nogal lang uitgestelde apotheose. De dreiging van een naderende zondvloed wordt gesymboliseerd doordat er water door het dak druppelt, dat door Tilo Werner wordt opgevangen in zijn roestvrijstalen champagneglaasje.

Prachtige muziek

Bij het toenemen van de spanning wint HOPE enorm aan kracht, zowel in het spel als in de wervelende vormgeving, de spectaculaire belichting en zeker ook in de prachtige, aanzwellende muziek (muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp). De noodzaak van ‘hoop’ wordt duidelijker wanneer het erop lijkt dat het apocalyptische einde nadert.

De actuele boodschap die je kunt halen uit de warrige interactie tussen de spelers en uit de zoekende teksten van HOPE komt neer op: we kibbelen, maken elkaar het leven zuur met futiliteiten, jaloezie en kleinzieligheid, terwijl de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dan zal blijken hoe hard je elkaar nodig hebt. En hoe hard je dan hoop nodig hebt, als houvast om te proberen te overleven.

Tekst: Maria Milisavljević
Choreografie: Roni Haver
Dans: Rosie Reith, Tatiana Matveeva, Tommy Heeffer
Decorontwerp: Ascon de Nijs
Componist: Camill Jammal
Muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp
Lichtontwerp: Maarten van Rossem
Kostuumontwerp: Simon Carle & MAISON the FAUX

Theater / Voorstelling

Indrukwekkende musicalklassieker van hoog niveau

recensie: West Side Story
WSS-cast-1920x1080px liggendDaan Kaan

Eindelijk toert er weer een grote musicalklassieker langs de Nederlandse en Vlaamse theaters: West Side Story. Dit welbekende liefdesverhaal wordt groots gebracht, met veel acteurs, een indrukwekkend decor en een mooi orkest.

Deze musical vertelt het welbekende liefdesverhaal van Tony en Maria in het New York van de jaren ’50, gebaseerd op Romeo en Julia. Hun liefde is verboden, want hun vrienden en familie behoren tot de rivaliserende bendes de Sharks (de Puertoricanen) en de Jets (de Pools-Amerikanen).

Musical van hoog niveau

In West Side Story wordt van iedere artiest het uiterste gevraagd: zang, dans én acteren moeten van hoog niveau zijn wil de show indruk maken en dat is zeker gelukt. Vooral de zang en dans zijn van het hoogste niveau, klassiekers als ‘Vannacht’, ‘Maria’, ‘Een plaats voor ons’ en ‘Amerika’ maken veel indruk. Thijs Snoek als Tony en Silvana Rocha als Maria zijn vooral vocaal heel sterk en maken daardoor veel indruk. Het ensemble, de Jets en de Sharks, danst de sterren van de hemel. Alleen het acteerwerk van de gangsters komt niet altijd goed uit de verf, maar het is ook wel erg veel gevraagd om zeer goed dansende en zingende gangsters ook nog geloofwaardig als moorddadige gasten over te laten komen.

Het koppel dat daadwerkelijk van het podium afspat, omdat zang, dans, acteren én chemie helemaal samenvallen, zijn Anita en Bernardo: Esmée Dekker en Joey Ferré. Dit powerkoppel steelt de show en Esmée zorgt hier en daar ook nog eens voor een komische noot.

Kleine veranderingen

De musical is gemoderniseerd en volgt hierin vooral de filmversie uit 2021. Toch zijn er een paar opvallende regiekeuzes die geslaagd en minder geslaagd uitpakken. De nummers van de Jets, ‘Cool’ en ‘Wijkagent Krupke’, zijn omgedraaid, waardoor dit laatste komische nummer vrij slecht getimed voelt, omdat het pas komt nadat er al doden zijn gevallen.

Een andere opvallende keuze is om de twee doden na het gevecht te laten liggen op het toneel, ook na de pauze. Ze dansen zelfs nog even mee bij ‘Een plaats voor ons’, terwijl hun lichamen blijven liggen. Een geslaagde keuze, want het maakt hun dood nog dramatischer. Zeker ook als ze onder aan het balkon blijven liggen als Maria boven het luchtige nummer ‘Ik voel me heerlijk’ zingt. Al komt dat nummer niet helemaal lekker uit de verf door Maria met een handmicrofoon te laten zingen als een soort popster (wat even doet denken aan de nieuwe versie van Evita op West End), in plaats van dromerig voor een spiegel of bij een kledingkast.

Daarnaast is het decor indrukwekkend en speelt het door de uitschuivende en bewegende balkons echt een goede ondersteunende rol in de musical.

WSS_96-Foto Karlijn de Kok

©Daan Kaan

Tijdloze klassieker?

West Side Story is een echte musicalklassieker, gemaakt door musicalgrootheden Leonard Bernstein (componist) en Stephen Sondheim (liedteksten). Maar hoe tijdloos is deze musical uit 1957? Het liefdesverhaal is populair, zeker wanneer er in 1961 een iconische filmversie wordt gemaakt met Natalie Wood als Maria en Richard Beymer als Tony. In Nederland is er in 1996 een succesvolle Nederlandse bewerking te zien met Maaike Widdershoven en Addo Kruizinga, en in 2017 is er een Engelstalige internationale tourproductie in Nederland te zien. Ivo van Hove maakt in 2020 een totaal nieuwe Broadway-versie, die door de pandemie slechts een paar weken heeft gedraaid. In 2021 is er een verfilming door Steven Spielberg, met Rachel Zegler als Maria, die niet erg veel afwijkt van het origineel. Deze versie van De Graaf en Cornelissen Producties lijkt op die moderne filmversie gebaseerd te zijn.

Dit liefdesverhaal lijkt tijdloos, want onmogelijke liefde is van alle tijden. Toch voelt de klassieker hier en daar wat afstandelijk. Met ingewikkelde liefde kun je je makkelijk identificeren, maar twee vechtende New Yorkse bendes uit de jaren ’50 zijn toch een behoorlijke ver-van-je-bedshow. Maar moet elke klassieker dan helemaal gemoderniseerd worden? Denk aan de nieuwe Sunset Boulevard of Evita op West End en Broadway. Of dichter bij huis: Ivo van Hoves Jesus Christ Superstar. En diezelfde Van Hove heeft natuurlijk al die totaal andere versie van West Side Story gemaakt in 2020. Had die versie de musical dichter bij de Nederlander gebracht of blijft deze show een typisch Amerikaans liefdesverhaal?

Al met al is West Side Story zeker een aanrader om te zien. De productie pakt groot uit, is van hoog niveau en doet deze klassieker echt eer aan.

Theater / Voorstelling

Vrolijke musical over de roerige jaren 80

recensie: AFAS Theater - Doe Maar! de nederpopmusical
Doe maar - de nederpopmusical castSet Vexy

‘Pink goes good with green’, zei Glinda in Wicked, maar wie in het Nederlandse musicallandschap neongroen en roze combineert met een vleugje geel, reist terug naar de jaren 80 onder begeleiding van de muziek van de populaire band Doe maar. Momenteel is er een gelijknamige nederpopmusical te zien met de muziek van deze band in het AFAS Theater in Leusden. Een energieke show die ook leuk is voor mensen die niet in het bijzonder fan zijn van Doe maar.

Doe maar! de nederpopmusical is een echte jukeboxmusical, een musical op basis van de muziek van een of meerdere artiesten. Het stuk is echter geen biografische musical, want het vertelt niet de ontstaansgeschiedenis van de band Doe maar, maar een geheel nieuw verhaal (zoals Mamma Mia! dit doet met de muziek van ABBA).

Lastige en grappige situaties

Doe maar - de nederpopmusical

Beeld: Set Vexy

De musical speelt zich af in de roerige jaren 80, waarin we twee vriendinnen volgen en drie totaal verschillende huishoudens zien. De vriendinnen Janis (Isha Ferdinandus) en Alice (Maaike Franken) worden verliefd op de oudere Rits (Wolter Weulink), die worstelt met zijn eigen problemen. Janis heeft een hippie als moeder (Brigitte Heitzer) en Alice komt juist uit een heel strikt en traditioneel gezin met hardwerkende vader Rob (Han Oldigs) en ongelukkige moeder Ria (Ellen Pieters). Daarnaast moet Rits voor zijn jongere broertje (Jelmer de Groot) zorgen en staat zijn vader (Daniël Boissevain) na decennia ineens voor de deur.

Deze totaal verschillende gezinnen hebben elk hun eigen problemen en dat zorgt voor de nodige lastige en grappige situaties, die prima gevat worden in de nummers van Doe maar. Thema’s als protesteren tegen kernwapens, emancipatie, verliefdheid en drugs komen aan de orde. En dan blijken er ineens ook best veel parallellen te zijn tussen de jaren 80 en de huidige situatie in de wereld.

Groots aangepakt

In 2007 was deze musical ook al te zien, maar dit was een veel kleinere versie met weinig decor en een kleine cast (met onder anderen Jan Rot en Kim-Lian van der Meij). Deze versie van de Doe maar-musical is echt groots aangepakt: een cast met een groot ensemble, met op het podium het complete interieur van de drie huishoudens waar de musical over gaat.

Met het decor en de kleding waan je je zo in de jaren 80, en het grote kleurrijke ensemble draagt hier goed aan bij. Bovendien worden de draaischijven en lopende band goed ingezet in de choreografie, waardoor er bijvoorbeeld bedden of steps voorbijkomen op de juiste momenten.

Te midden van deze vrolijk gekleurde chaos blijft de sterke cast fier overeind staan. Wolter Weulink zingt als Rits schijnbaar moeiteloos allerlei Doe maar-hits en spat echt van het podium af. Brigitte Heitzer speelt een lieve zorgzame moeder en de hele cast is samen met de band vocaal sterk. Bovendien blijkt ook Daniël Boissevain een aardig nootje te kunnen zingen. De gehele musical is behoorlijk komisch, maar vooral Ellen Pieters en Han Oldigs hebben als het strikte echtpaar echt een goede humoristische dynamiek die voor veel gelach zorgt.

Doe maar - de nederpopmusical

Beeld: Set Vexy

Na het slotapplaus is de finale en kan het publiek lekker meezingen met nog wat bekende hits van de band. Wie Doe maar-fan was of die tijd bewust heeft meegemaakt, kan zijn pret niet op. Maar is de musical ook leuk voor mensen die Doe maar nauwelijks kennen? Ja, want het is een goed, energiek en vrolijk verhaal met aanstekelijke muziek. Hier en daar zijn de nummers wat anders gearrangeerd waardoor ze prima in het moderne gehoor liggen. Daarnaast is de muziek van Doe maar geschikt voor iedereen en je leert ook nog eens iets over de jaren 80.

Theater / Voorstelling

Hoe een tevreden burger tot een bange vluchteling verwordt

recensie: Prophet Song - ITA Ensemble/Mina Salehpour
Prophet Song © Andreas Schlager (13)Andreas Schlager

Hoe ontstaan vluchtelingen? Normale mensen die hun hele hebben en houden achterlaten in de hoop elders een nieuwe start te maken? Niet van de ene dag op de andere, in elk geval. De indrukwekkende voorstelling Prophet Song van ITA Ensemble laat het geleidelijke proces zien waarin een tevreden burger verandert in een angstige vluchteling.

Hoe reageren normale burgers wanneer de machthebbers zich opeens tegen hen keren? Bij de Ierse burgers in Prophet Song heerst eerst ongeloof: het zal zo’n vaart niet lopen, toch? Vervolgens zijn ze verontwaardigd: ja zeg, dat kan zomaar niet. Maar stukje bij beetje zet de neergang door, neemt rechteloosheid met bruut geweld de macht over en gaat de democratie ten onder. Het is niet moeilijk in Prophet Song alle hedendaagse oorlogen te zien, plus het regime van Donald Trump.

Noodwetvoorziening

In deze voorstelling van de Iraans-Duitse regisseur Mina Salehpour worden de burgers van Ierland overvallen door autoritaire machthebbers. Met een plots ingevoerde ‘noodwetvoorziening’ in de hand grijpen ze hard en redeloos in tegen burgers die hen onwelgevallig zijn. Na aanvankelijke verbazing en verontwaardiging om het rechteloze tekeergaan van agenten en soldaten, blijkt al snel dat tegenspraak, protesten of rechtszaken geen nut hebben.

Mannen worden zonder duidelijke aanklacht opgepakt. Vervolgens verdwijnen zij in het ondoorgrondelijke rechtssysteem – als er al sprake is van een rechtssysteem. Misschien komen ze nog ooit terug, misschien zijn ze ook al op dag één om het leven gebracht.

Onzichtbare baby

Zo wordt ook Larry (Sanne den Hartogh) opgepakt. Larry is de man van Eilish. Hij is voorzitter van de onderwijsvakbond en bereidt een staking voor. Reden om hem zonder pardon op te pakken. Net als een vriend, die al eerder in het gevang verdween.

Spil van de plot is vervolgens zijn echtgenote Eilish (Janni Goslinga), moeder van hun vier kinderen. De jongste is nog een baby. Eilish houdt baby Ben rechtop midden vóór haar lichaam vast. Met haar linkerhand ondersteunt ze het hoofdje, met de rechter de billetjes. Baby Ben is echter ‘onzichtbaar’: Goslinga draagt geen kind, geen pop, geen bundeltje doeken, maar een imaginair kind. Een baby is een symbool voor nieuw leven, voor de toekomst. In het onzichtbaar zijn van die baby kunnen we de twijfel zien aan de mogelijkheid van nieuw leven, aan de vraag of er wel sprake zal zijn van een toekomst.

Stapje voor stapje

Eilish gelooft niet in de plotselinge rechteloosheid. Ze gaat ervan uit dat haar man weer wordt vrijgelaten. Ze probeert ondertussen haar kinderen op koers te houden en voor haar dementerende vader (Gijs Scholten van Aschat) te zorgen. Heel langzaam, stapje voor stapje, na een reeks van nare incidenten, begint deze alledaagse vrouw in te zien dat er geen weg terug is, dat de situatie alleen maar erger zal worden.

Bewerkt boek

Prophet Song is een bewerking van het gelijknamige boek uit 2023 van de Ierse schrijver Paul Lynch. De internationaal vermaarde regisseur Mina Salehpour, als kind met haar ouders gevlucht uit Iran, bewerkte het boek samen met Lea Goebel tot een theatertekst.

Scenograaf Andrea Wagner geeft de spelers alleen een tafel, een stel sobere stoelen en een plastic teil als decor. Desondanks is de vormgeving groots, overweldigend, mede dankzij de subtiele belichting (lichtontwerp Mark Van Denesse) en een zeer zware, dreigende soundscape (componist Sandro Tajouri).
In het stuk volgen de gebeurtenissen elkaar in een razend tempo op, en Salehpour houdt er een moordend tempo in door de scènes bijna ongemerkt in elkaar te laten overvloeien. Daardoor vliegen de twee uur die de voorstelling duurt om.

Zwijgende massa

Mooie vondst is een soort klassiek Grieks ‘koor’ van figuranten op het podium. Nu eens lopen ze tussen de acteurs door, soms staan ze op een rij, of ze keren de spelers de rug toe. De figuranten symboliseren de zwijgende massa, de wereld die ziet hoe de ramp zich voltrekt, maar niet ingrijpt.

Salehpour heeft een hele roedel ijzersterke acteurs tot haar beschikking. Vooral Janni Goslinga als moeder Eilish levert een topprestatie. Goslinga staat feitelijk de volle twee uur in de schijnwerpers. We zien haar geleidelijk veranderen van liefdevol, vrolijk en strijdlustig in bang en wanhopig. Goslinga trekt alle registers van haar grote talent open, van lachend naar huilend, van beweeglijk naar stram.

Gijs Scholten van Aschat zet volkomen geloofwaardig en naturel een verwarde, eigenwijze dementerende vader neer. Jesse Mensah speelt oudste zoon Mark met toepasselijke bravoure, speels in stemgebruik en lichaamstaal. Maria Kraakman zet zo’n beetje alle vrouwenrollen neer, met groots gemak schakelend van personage naar personage.

Lichtvoetigheid

Opvallend is Roman Derwig als de speelse twaalfjarige zoon Bailey, en als een licht schmierende soldaat. Hij zet een mooie bokkige puber neer, en een irritante, spottende soldaat. Derwig speelde eerder dit jaar de titelrol in Hamlet bij Theater Rotterdam. Toen stond hij er vooral bij als een jammerende jongen, met hangende wenkbrauwen en een pruillip. In Prophet Song stuitert Derwig met jeugdige lichtvoetigheid over het podium.

De enige die niet goed uit de verf komt, is ‘Ntianu Stuger als dochter Molly. Stuger heeft zich de afgelopen jaren bewezen als groot talent, maar ze krijgt van Salehpour nauwelijks de ruimte om méér te doen dan het meisje nogal hangerig neerzetten.

Vreedzaam

De apocalyps waar de voorstelling op afstevent, is niet louter inktzwart. Er is een uitweg. Vluchtelingen zetten in een lange sliert koers naar de grens met een vreedzaam buurland. Misschien hebben ze tóch een toekomst.

Tekst: Paul Lynch
Bewerking: Mina Salehpour en Lea Goebel
Scenografie: Andrea Wagner
Componist: Sandro Tajouri
Lichtontwerp: Mark Van Denesse
Kostuumontwerp: Maria Anderski

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf

Theater / Voorstelling

Als de draad van Ariadne

recensie: Zachtop lachen – Kobratheater
Zachtop lachenAnnemieke van der Togt

Deze recensie verschijnt in medias res; de première van het toneelstuk Zachtop lachen ligt al enige tijd achter ons, maar de dernière is pas op 21 december 2025 in Maastricht. Tijd genoeg dus om nog een bezoekje aan de sterke voorstelling te plannen. En het gelijknamige boek waarop het is gebaseerd, van Malou Holshuijsen – ook op deze site besproken – erbij te pakken.

Esther Scheldwacht (Het Nationale Theater) bewerkte het boek en regisseerde de voorstelling met slechts drie personages: Malou (gespeeld door Emma Buysse), haar psychiater (geacteerd door Kees Hulst) en haar jeugdvriendin Madé (Minouk Beekman, tevens akoestische en elektrische gitaar en zang).

Malou en Indië

Malou is een vrouw die lijdt aan PTSS, angststoornissen en waarschijnlijk ook nog eens baarmoederhalskanker. Voor de psychische aandoeningen is ze onder behandeling van een psychiater, die haar EMDR-therapie geeft. Geslaagd of niet? Voor een antwoord moet je het stuk zien of het boek lezen.

De zetting op toneel is een steriel witte, halfronde bank met hoge rug waarin een lichtbalk is aangebracht (decor van Lidwien van Kempen). Fel licht, dat niet altijd fijn is voor de ogen. Slechts een keer baadt de bank in warm licht (ontwerp van Yuri Schreuders). Namelijk op het moment dat het gaat over het Indië van oma Helana (zeg niet Indonesië, meent ze). Zij zat in een jappenkamp.
Een achtergrond die een grote rol speelt in het intergenerationele verhaal en in de stilte over dat verleden. Er vallen ook geladen stiltes in de opvoering, en de grappen die Malou tegen de psychiater maakt, zijn in de toneelbewerking minder nadrukkelijk aanwezig dan in het boek.

In de zaal wordt slechts een keer echt uitbundig gelachen. Op het moment namelijk dat Malou op de vraag van de psychiater wat ze zou doen als ze alles wist, antwoordt: ‘Meedoen met De slimste mens’. Verder wordt er zachtop gelachen, zoals oma in het boek doet in de ambulance op weg naar het ziekenhuis, ‘een lachje, zachtop’. Alleen wanneer Malous vier jaar jongere broer oma voor de voeten werpt dat ze toch wel vier jaar vakantie heeft gehad in een kamp, schatert ze het uiteindelijk uit. Alles weglachend, zoals Malou grappen maakt.

Madé en het muziekontwerp

Bijzonder treffend is het muziekontwerp van Moos de Walle, met dank aan Lucky Fonz III. Zoals de tekst van de drie spelers werkt als recitatieven (verhalende gedeeltes) in bijvoorbeeld de passionen van Joh. Seb. Bach, zo werken de gitaarmuziek en zang van Madé als aria’s (reflecties op de tekst).
Verder ondersteunt musique concrète (geluiden uit de werkelijkheid, zoals van treinen, omroepberichten op een perron) het geladen verhaal.

Een verhaal dat zich ontvouwt als een draad van Ariadne, zoals Madé aan het begin van het stuk al breiend op het podium zit en al breiend rondloopt. Ze breit iets roods, de kleur van zowel gevaar als de liefde. Die dubbelslag zit in het stuk en wordt ook door Kees Hulst invoelend over het voetlicht gebracht.

Een knappe bewerking, kortom, gespeeld door drie ijzersterke acteurs. Ga!