Theater / Voorstelling

Hoe seksueel onrecht een sterke vrouw breekt

recensie: Prima Facie – ITA Ensemble

‘Ik ben een sterke vrouw. Ik schaam mij niet. Ik ben geen slet.’ Tessa Ensler is een succesvolle strafrechtadvocaat. Maar ook in de advocatuur moeten vrouwen tegelijkertijd én professioneel op scherp staan, én privé verdacht zijn op verraad. Prima Facie van ITA Ensemble is een adembenemende solo, geregisseerd door Eline Arbo.

Strafrechtadvocaat Tessa Ensler (Maria Kraakman) danst, in toga, terwijl het publiek de zaal binnenkomt. Op punkmuziek. Ze laadt zich op alsof ze een boksring in moet, staat ‘strak gespannen als een veer’. Zo gaat ze de rechtbank in en daar zal ze met een zorgvuldig uitgestippelde strategie haar cliënt vrij pleiten, hoe fout hij ook is.

‘Het is voor mij niet emotioneel, het is een spel’: deze jonge strafrechtadvocaat wint veelal omdat ze het klappen van de juridische zweep tot in de finesses kent. Totdat ze aan de verkeerde kant van de rechtspraak terechtkomt en ervaart hoe het is om niet geloofd, niet serieus genomen te worden.

Verkrachtingsslachtoffers

Prima Facie (2019) is een prijswinnend stuk van de Australische Schrijver Suzie Miller. ‘Prima facie’ – letterlijk: op het eerste gezicht – is een juridische term die aangeeft of er voor een claim voldoende bewijs ligt om een gang naar de rechter zinvol te maken. Miller heeft zelf een juridische achtergrond. In de nasleep van de #MeToo-beweging stelt ze de juridische omgang met seksueel geweld aan de kaak. Een op de drie vrouwen heeft ervaring met seksueel geweld. Nog geen veertig procent van de verkrachtingsslachtoffers doet aangifte bij de politie. 58 procent van die zaken wordt vervolgens door het Openbaar Ministerie geseponeerd en komt dus nooit voor de rechter.

Regisseur Arbo haakt daarop in: er deugt iets niet aan het rechtssysteem, deze vrouwen wordt onrecht gedaan. Daders komen weg met delicten die het leven van vrouwen voorgoed veranderen.

Loepzuiver

foto: Prima Facie – ITA Ensemble © Fabian Calis

Arbo laat Maria Kraakman de strafrechtadvocaat puur naturel spelen. Kraakman zet de Werdegang van Tessa loepzuiver neer. Stapje voor stapje, van zelfverzekerd en succesvol, naar gebroken en bang. Elk personage dat Tessa in haar verhaal opvoert, krijgt een ander stemmetje, een eigen lichaamstaal.

Deze monoloog is voor de acteur een tour de force van anderhalf uur: Kraakman volbrengt hem schijnbaar moeiteloos, met humor, of overmand door schaamte en verdriet. Met opgetrokken schouders en een geknakt nekje zet ze een beschadigde vrouw neer. Je gelooft haar, Kraakman ís een vrouw die onrecht wordt gedaan.

Verrassend

De achterwand van het decor (scenografie: Renée Faveere) bestaat uit rekken vol hangende dossiers. Op de speelvloer figureren twee grote houten decorblokken als alles, van aanrecht tot collegebank tot rechtbank. De blokken herbergen een keur aan verrassende klepjes, laatjes en plankjes waarmee Kraakman elke denkbare situatie vorm kan geven. Wanneer het licht (licht: Varja Klosse) verandert, wordt Kraakman hetzij een ander personage, of ze is op een andere locatie.

Alles klopt aan deze voorstelling. De tekst is vlijmscherp. De thematiek is helaas actueel: in hoeverre worden vrouwen die het slachtoffer worden van seksueel geweld serieus genomen, en in hoeverre was dat geweld misschien toch best wel een beetje hun eigen schuld? Het decor is even fraai als functioneel, het licht helpt te begrijpen waar we zijn. Maar de grootste lof gaat uit naar de indrukwekkende Kraakman en de trefzekere sturing van regisseur Arbo.

 

Tekst: Suzie Miller
Regie: Eline Arbo
Spel: Maria Kraakman
Scenografie: Renée Faveere
Licht: Varja Klosse
Geluidsontwerp en compositie: Thijs van Vuure
Kostuums: Rebekka Wörmann
Fotografie: Fabian Calis