Boeken / Non-fictie

De waanzinnige leeservaring

recensie: Barbara Tuchman – De waanzinnige veertiende eeuw

Een non-fictiepil van meer dan 750 pagina’s die handelt over de middeleeuwen: je kunt je afvragen waarom De waanzinnige veertiende eeuw uit 1978 in godsnaam een everseller werd. Maar daar zijn verschillende argumenten voor aan te brengen.

Eind jaren 70, begin jaren 80 kende het Westen een (korte) fascinatie voor de middeleeuwen. Enerzijds kende in de wetenschap de mediëvistiek een grote bloei dankzij de nogal marxistische benadering van de periode door beroemde wetenschappers als Jacques Legoff en (vooral) Emmanuel LeRoy Ladurie, anderzijds bracht de literatuur bijna gelijktijdig drie bestsellers rond de middeleeuwen voort: Montaillou in 1975, De waanzinnige veertiende eeuw in 1978 en De naam van de roos in 1980. Die laatste werd de bekendste en meest tegenwoordige (het boek werd verfilmd en wordt momenteel tot serie herwerkt), maar ook het boek van Tuchman weerstond de tand des tijds goed – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Herfsttij der middeleeuwen. Vooral om Barbara Tuchman heel wervend kon schrijven – ook al moest de historische waarheid zich daar soms naar buigen.

Bevooroord-eeuwd

De grootste kritiek die Tuchman (terecht) te slikken kreeg, is haar tunnelvisie die ook al uit de titel bleek: alle ontwikkelingen – zowel positief als negatief – zijn zorgvuldig geselecteerd om te kunnen bewijzen dat de veertiende eeuw écht waanzinnig was: de Zwarte Dood, de 100-jarige Oorlog, de cultuurrenaissance in Italië, het ontstaan van de moderne roman … Maar die tweedeling tussen edele cultuur en agressie gaat eigenlijk voor élke eeuw (in de middeleeuwen) op. Zo zou je voor de 11e eeuw de Kruistochten en millennium-godsdienstwaanzin perfect tegenover de opkomst van de steden kunnen plaatsen.

Positief aan die selectieve aanpak is dan weer dat het de lezer toelaat zich volledig onder te dompelen in een sensationele, onbekende wereld, bijna letterlijk aan de hand van de Franse ridder Enguerrand VII van Coucy. Een aanpak die Frits van Oostrom ook hanteerde in zijn Maerlants wereld en Nobel streven, en die werkt. Omdat het aantoont dat we hier niet spreken over een exotisch non-fictiedecor, maar over een tijdsgewricht dat ‘amper’ 600 jaar van ons verwijderd is maar eigenlijk niet verder van onze 21e eeuw kon staan, behalve dat het ook bevolkt werd door mensen van vlees en bloed. Je gelooft het, met andere woorden.

Aangename kennismaking

Als kennismaking met een heel boeiend tijdsgewricht is De waanzinnige veertiende eeuw uitermate geschikt. Maar het is daarnaast een heel persoonlijke kijk geworden, dus van echte objectiviteit is geen sprake. En misschien zal ook de omvang vele hedendaagse lezers afschrikken. Maar hey, toen we 12 waren deinsden we toch ook niet terug voor de klepper die Kruistocht in spijkerbroek was?