Boeken / Fictie

Meesterlijk laveren op een driebaansweg

recensie: Billy Summers - Stephen King

‘Toen Billy Summers op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte…’ Nou ja, van Stephen King een Kafka maken wordt lastig. De Amerikaanse schrijver noemde zichzelf ooit ‘de McDonalds van de literatuur’. Maar daarmee doet hij zichzelf wel erg tekort. King heeft een enorme fantasie, een stijl waar menig literator jaloers op kan zijn, en is echt een rasverteller met een zeer scherp oog voor menselijke emoties en actuele ontwikkelingen. Zijn Billy Summers (vertaald naar het Nederlands in 2022) is een heerlijke thriller zonder paranormale complicaties.

Met ijzeren discipline – het streven is om 2000 woorden per dag te schrijven – breidt Stephen King (1947) zijn imponerende oeuvre nog steeds uit. Ook zijn nieuwste boeken vliegen als warme broodjes over de toonbank, en niet ten onrechte. Met grote regelmaat publiceert hij weer een fraai staaltje schrijfkunst. Behalve aan horrorverhalen (The Shining, 1977), waagt King zich ook graag aan universele thema’s. Neem bijvoorbeeld De beproeving (1978), waarin hij al beschrijft hoe een supervirus de wereld op zijn kop zet. Of het magnifieke liefdesverhaal dat hij verpakt in 22-11-63 (2011).

Billy Summers is voor de verandering een realistische thriller. Hoofdpersoon is een voormalige scherpschutter uit het leger, die als huurmoordenaar zijn kostje verdient met het elimineren van ‘foute types’.  Wij treffen Billy op het moment dat hij zijn laatste slag wil slaan met een bijzonder lucratieve opdracht. Daarna kan hij zijn geweer aan de wilgen hangen.

Driebaansweg

Maar zo simpel blijft het natuurlijk niet. Billy krijgt het gevoel dat het zaakje stinkt, en zijn neus laat hem niet in de steek. Er ontvouwt zich een geschiedenis met drie verhaallijnen die King moeiteloos met elkaar verweeft. Ziedaar de driebaansweg waar King zich op bevindt.

De lucratieve opdracht blijkt levensgevaarlijk voor onze protagonist; zijn dekmantel van ‘schrijver’ wordt langzaam geen dekmantel meer, maar de realiteit; en dan is er nog de ontmoeting met zijn protegé, met wie hij een bijzondere relatie opbouwt. Aan actie geen gebrek. En King laveert soepel van de ene baan naar de andere, alsof er niks gemakkelijkers bestaat.

Land met diepe kloven

Interessant in het verhaal van Billy is het doorkijkje naar de recente Amerikaanse geschiedenis. Zo leggen de beschrijving van de legerervaringen in Irak een aantal pijnlijke beleidsmissers bloot. Of als Billy geen contact met een belangrijke relatie kan krijgen en hij zichzelf moed inspreekt: ‘Hij veronderstelt dat in een wereld waarin een oplichter tot president kan worden gekozen alles mogelijk is’. Ook onderneemt hij een rake wraakactie, verscholen achter een Melaniamasker. Dat King niets van Trump moet hebben, is geen geheim. De schrijver heeft het duidelijk wel gehad met rechts Amerika. Dat Billy’s bedrieglijke opdrachtgever en uiteindelijke hoofdschurk associaties oproept met Jeffrey Epstein is vast ook geen toeval. King’s panoramische highways slingeren door een land met diepe kloven.

Zijn finale stemt deze keer melancholisch en stelt ons voor een paar interessante literaire vragen. In hoeverre is Billy de schrijver van het laatste hoofdstuk van zijn manuscript? Hoe betrouwbaar is dit hele verhaal eigenlijk? Wat hebben we überhaupt aan fictie? King stipt dit soort vragen nog even luchtig aan in het slothoofdstuk. In het besef dat we in elk geval een hoop meesterlijke verzinsels hebben gelezen, kunnen we het boek met een (uit)gerust hart dichtslaan.

[pro_ad_display_adzone id=30963]