Kunst / Expo binnenland

‘Das Innere nach Aussen’

recensie: Maria Lassnig –Ways of Being

Wie een idee wil krijgen van het leven van Maria Lassnig (1919-2014), moet een beetje door de zalen van  de grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam heen- en- weer lopen. De bordjes over verschillende periodes hangen verspreid tussen de meer dan  tweehonderd kunstwerken. Van haar werk lukt dat wat makkelijker, als je één en ander op elkaar betrekt.

Zaalopname Maria Lassnig – Ways of Being, 2019, Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto: Gert Jan van Rooij

Er is bij de niet chronologisch maar thematisch ingerichte zalen en kabinetten wél een hulpmiddel gebruikt: het onderdeel over haar Parijse jaren heeft bijvoorbeeld roze muren, haar New Yorkse jaren blauwe. Opvallend is, dat op de tekstbordjes de nadruk valt op mensen die Lassnig in respectievelijk Parijs en New York ontmoette, zoals de dichter Paul Celan en beeldhouwster Louise Bourgeois, van wie in de tuinen van het Rijksmuseum in Amsterdam overigens tot en met 3 november a.s. werk valt te zien. Informatief voor de context, dat zeker, hoewel Lassnig goed op eigen benen kan staan.

Körperbewusstsein

Soms doet zo’n ontmoeting er echter wel toe. Neem bijvoorbeeld Lassnigs Spreektralie (1999) waarin tralies het hoofd van een lichaam scheidt: ‘We zijn vreemden voor elkaar’ is de tekstregel van Celan die erbij hangt. Dat heeft niets met een Descartiaanse scheiding tussen lichaam en geest te maken, maar alles met wat Lassnig Körperbewusstsein (lichaamsbewustzijn) noemde: het probleem dat je je hersenen niet kunt voelen op de manier waarop je je benen, buik en borsten voelt. Dit leren we uit de film Iris (1971) over haar buurvrouw en vriendin.

Körperbewusstsein is hét centrale thema in het werk van Maria Lassnig, waarvoor ze in 1948 de term bedacht. Toen had ze haar studie in Wenen (tijdens de Tweede Wereldoorlog) al afgerond en stond op het punt uit te vliegen; van 1960-1968 woonde en werkte ze in Parijs (waar ze dus onder anderen Celan ontmoette). In 1968 verhuisde ze naar New York (waar ze dus onder meer Louise Bourgeois leerde kennen). In New York studeerde ze animatiefilm, waarvan in de tentoonstelling enkele voorbeelden zijn te zien. Haar beroemdste film, Kantate (1992) wordt op groot scherm ook vertoond. In 1980 werd Lassnig hoogleraar aan de Universiteit van Wenen. Daar overleed ze, in 2014.

Maria Lassnig, Dame mit Hirn, ca. 1990-1999. © Maria Lassnig Foundation

Zwevende hersenen

Wat dat lichaamsbewustzijn inhoudt, is duidelijk aan de schilderijen, tekeningen, films en beeldhouwwerken af te lezen: Lassnig beeldde alleen díe delen van meestal haar eigen lichaam af, die ze voelde. Op die manier mist het lichaam vaak een boven- of onderkant, is iets vaag gehouden of zweven de hersenen boven het hoofd. Zowel in vroeg als later werk, in het dierlijke Kopf (1963) en Dame mit Hirn (ca. 1990-1999), of het bronzen beeld Gehirnausschütterung (ca. 1979-1980).
Aan Lassnigs fascinatie voor dieren is een hele zaal gewijd, waarin de verhouding tussen mens en dier (vaak als alter ego) wordt belicht.

Maar er is ook nog iets anders. In een intrigerend zelfportret uit 1971 (Selbstporträt mit Regenschirm) is haar hoofd in cellofaan gewikkeld. Er is dus niet alleen een breuk tussen het gevoel van het hoofd en de rest van het lichaam, maar ook in de communicatie tussen het ik en de buitenwereld, lijkt ze te willen zeggen.
Een buitenwereld die haar werk lang niet altijd begreep. En dat doet, lijkt Glas im schwarzen Kopf (voor 2002) te suggereren, pijn. Immers: ook pijn is Körperbewusstsein.

Maria Lassnig, Selbstporträt mit Regenschirm, 1971. Courtesy Kunstsammlung des Landes Kärnten / MMKK, Klagenfurt. Foto: F. Neumueller. © Maria Lassnig Foundation

Dat neemt niet weg dat de kunst van Maria Lassnig op grote, gerenommeerde tentoonstellingen te zien was. Ze vertegenwoordigde Oostenrijk bijvoorbeeld op de Biënnale in Venetië (1980) en nam deel aan de documenta in Kassel (1982 en 1997).
In 1994 was haar werk ook in het Stedelijk Museum Amsterdam te zien, op Rudi Fuchs’ eerste Couplet-tentoonstelling, Das Innere nach Aussen. Een heel toepasselijke titel, eigenlijk ook voor deze grote, overrompelende overzichtstentoonstelling die nog op initiatief van oud-directeur Beatrix Ruf in samenwerking met het Albertina Museum in Wenen tot stand kwam. Een tentoonstelling om een paar keer naar toe te gaan, wil al dat indrukwekkende werk goed tot je doordringen. Met name het latere werk pakt je bij de lurven.

Reageer op dit artikel