Tag Archief van: museum

Kunst
special: Ensorjaar in België

Het stilleven van Ensor: eigenzinnig en grotesk

In 2024 wordt de 75ste sterfdag van James Ensor herdacht met een speciaal Ensorjaar in België. Verschillende tentoonstellingen worden georganiseerd om zijn kunstenaarschap te vieren. Rose, Rose, Rose à mes yeux! James Ensor en het stilleven in België, 1830-1930 in Mu.ZEE in de historische badplaats Oostende is de eerste tentoonstelling die volledig gewijd is aan het stilleven van Ensor, een genre dat hij radicaal vernieuwde. Het laat zien hoe de Belgische meester afscheid nam van de academische traditie, en zijn eigen weg koos door de kunst.

De Britse Vlaming James Ensor (1860-1949) maakte ongeveer tweehonderd stillevens, een genre dat hij ooit omschreef als ‘de triomf van de kleur en van het leven’. Een kwart van deze werken is in Mu.ZEE in de badplaats Oostende te zien, waaronder enkele bijzondere bruiklenen uit Europese musea en privéverzamelingen. Bij de entree geven een klein stilleven met rozen en andere bloemen in warme kleuren en een gedicht de naam Rose, Rose, Rose à mes yeux! aan de tentoonstelling:

Noble Rose entre toutes les Roses, Rose des heures, Rose des vents, Rose altière des guerriers d’Angleterre, Rose diamantée, Rose nostalgique des pays ardents, Rose lunaire, Rose capitale, Rose songeuse des nuits d’été, Rose des poètes, soyez toujours Rose, Rose, Rose à mes yeux – James Ensor, 1923

Thuis bij de meester

Ensor was een pionier van het symbolisme. In het James Ensorhuis in Oostende, de plek waar hij vanaf 1917 tot aan zijn dood woonde en werkte, kun je interactief ontdekken hoe hij zijn artistieke visie ontwikkelde. Zijn geboorteplaats Oostende, ‘Koningin der Badsteden’, speelde hierbij een essentiële rol. Hij vond inspiratie in de stad, op het strand en in de cultuur, maar hij voelde zich er vaak ook een buitenstaander. Zijn vernieuwende stijl en gedurfde, vaak satirische onderwerpen werden niet altijd begrepen of gewaardeerd. Toch was Ensor geen kluizenaar en deed hij er ook buiten het atelier alles aan om zich als de grote ‘Maestro’ te manifesteren. In de stijlkamers met originele meubelen en reproducties waan je je even terug in die tijd. Ook is er een souvenirwinkeltje van de familie te zien, met exotische schelpen, opgezette vissen, Chinese souvenirs en griezelige carnavalsmaskers. Deze elementen keren terug in de stillevens van Ensor, die even verderop worden geëxposeerd in Mu.ZEE.

Pionier

James trok op zijn zeventiende naar de Academie van Brussel, maar na drie jaar keerde hij teleurgesteld en zonder diploma terug. Thuis in zijn atelier op zolder creëerde de Vlaming zijn eigen kunst, zowel in stijl als iconografie. De eigenzinnige meester hoort volgens de tentoonstellingsmakers van Mu.ZEE thuis in het rijtje Edvard Munch, Claude Monet en Odilon Redon. Het werk van deze Europese avantgardisten markeert de beginfase van het modernisme. Om de kwaliteit en moderniteit van Ensors oeuvre te kunnen tonen, wordt in de tentoonstelling echter een andere vergelijking gemaakt, namelijk met andere Belgische kunstenaars uit de negentiende en twintigste eeuw. Om voor deze 120 extra stillevens ruimte te creëren, zijn er pop-upachtige wanden van ruw hout geïnstalleerd, die hier en daar een doorkijkje mogelijk maken. Het in een oud warenhuis gevestigde museum is in afwachting van een langdurige renovatie die na het Ensorjaar van start zal gaan.

Academische perfectie

Hubert Bellis, Daags na carnaval. Collectie M Leuven, inv. S/14/B. Foto: Dominique Provost

De tentoonstelling begint met een vrij lange reeks schilderijen van kunstenaars die in in de stijl van de academie werkten. Tal van trucjes werden bedacht om composities virtuositeit en levendigheid te geven. Door een gezicht toe te voegen trek je de aandacht, zo demonstreert Hubert Bellis met zijn grote doek. Veel meesters tonen technische perfectie in rijp fruit en groenten, dode vissen met hele grote ogen, geschoten wild en weelderige bloemboeketten, naast oosterse waaiers en porselein. Veel creaties blijven echter vrij statisch en decoratief. Dit gebrek aan artistieke ambitie kan niet iedereen worden aangerekend. Vrouwelijke kunstenaars werden immers buiten de academies gehouden en moesten hun onderwerpen maar in huiselijke sfeer zien te vinden. De melancholie van hun lot wordt treffend weerspiegeld in het schilderij met dodenmasker van Berthe Art uit 1885.

James Ensor, De rog (La raie), 1892. Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, inv. 4489. Foto: J. Geleyns

Een eigen koers

Een vrolijke ommekeer vindt plaats in het centrale deel, dat het intrigerende stilleven van James Ensor laat zien. Met name de jaren 1880 en ‘90 markeren zijn meest creatieve periode. Waar hij in het begin vooral bezig is met materie, licht en reflectie in vrij brave composities, neemt kleur het in zijn latere werk over. Door parelmoer aan het wit toe te voegen, verdoezelt hij de hardheid van zijn kleuren. Het resultaat is daar: zijn stillevens zijn fris van kleur en lijken bijna licht te geven. Het zijn zelfstandige kunstwerken waarin naast huisraad, bloemen, vruchten en schelpen, meer exotische en theatrale motieven figureren. De maskers verbeelden voor de veelal onbegrepen en bespotte kunstenaar de ware aard van de mens. In plaats van het gelaat te verbergen, tonen ze de gezichten van zijn kwelgeesten. Experimenten met beeldtaal vallen ook op in de ruimte met Ensors prachtige tekeningen vol raadselachtige duivels, monsters en doodshoofden, in de geest van Bosch en Bruegel. Hij schuwt provocatie niet, zo is te zien in De rog uit 1892. Hij schildert een rechtop zittende dode rog met dikke staart, die de toeschouwer lijkt aan te kijken. De erotische sfeer van de voorstelling wordt versterkt door een grote schelp met vleeskleurige binnenkant.

Voorbij het stilleven

In de laatste zalen wordt weer context gecreëerd met werk van andere Belgische meesters. Gevestigde moderne meesters die zich ook hebben toegelegd op het stilleven gaan net als Ensor het experiment aan. Louis Thevenet en Albert Saverys zijn present, maar ook Rik Wouters, Gustave Van de Woestyne en Walter Vaes die nog meer een eigen richting zoeken, passeren de revue. Ensors stadsgenoot Louis Spilliaert is geen stillevenschilder maar hij maakt ze wel. Zijn objecten lijken individuen die worden geportretteerd. Het stilleven wordt vormelijker en gaat over representatie, de essentie, en ook met het traditionele perspectief wordt druk geëxperimenteerd. In de epiloog pakt Jean Brusselmans uit met zijn stapeling van allerlei verschillende vormen. Kunstenaars René Magritte, Marthe Donas en Frits Van den Berghe spelen in hun composities eveneens met de grenzen van het concept, waardoor het stilleven haast lijkt op te houden te bestaan.

#Ensor2024

James Ensor, Masker en schaaldieren (Masque regardant des crustacés), 1891. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, inv. 1958. Foto: Rik Klein Gotink

Oostende en Antwerpen bundelen hun krachten met een complementair Ensorjaar. Tot en met augustus 2024 brengt Oostende een museaal programma en een gevarieerd stadsfestival ter ere van Ensor. Er zijn theateropvoeringen, concerten, exposities, buitenactiviteiten en zelfs de restauranthouders en pralinemakers maken van je bezoek aan de historische badplaats een feest. In september 2024 neemt Antwerpen de fakkel over met vier uiteenlopende tentoonstellingen van internationale allure over Ensors blijvende relevantie door de kruisbestuiving met hedendaagse kunst, mode en fotografie, met als grootste klapper Ensors stoutste dromen. Het impressionisme voorbij in KMSKA. Brussel haakt aan met James Ensor. Inspired by Brussels, een tentoonstelling die in februari zal plaatsvinden in De Koninklijke Bibliotheek van België.

 

De tentoonstelling in Mu.ZEE is nog geopend tot en met 14 april 2024. Informatie: www.muzee.be

Alle tentoonstellingen, activiteiten, events die plaatsvinden in Oostende en Antwerpen zijn te vinden op https://www.ensor2024.be

Kunst
special: Ensorjaar in België

Het stilleven van Ensor: eigenzinnig en grotesk

In 2024 wordt de 75ste sterfdag van James Ensor herdacht met een speciaal Ensorjaar in België. Verschillende tentoonstellingen worden georganiseerd om zijn kunstenaarschap te vieren. Rose, Rose, Rose à mes yeux! James Ensor en het stilleven in België, 1830-1930 in Mu.ZEE in de historische badplaats Oostende is de eerste tentoonstelling die volledig gewijd is aan het stilleven van Ensor, een genre dat hij radicaal vernieuwde. Het laat zien hoe de Belgische meester afscheid nam van de academische traditie, en zijn eigen weg koos door de kunst.

De Britse Vlaming James Ensor (1860-1949) maakte ongeveer tweehonderd stillevens, een genre dat hij ooit omschreef als ‘de triomf van de kleur en van het leven’. Een kwart van deze werken is in Mu.ZEE in de badplaats Oostende te zien, waaronder enkele bijzondere bruiklenen uit Europese musea en privéverzamelingen. Bij de entree geven een klein stilleven met rozen en andere bloemen in warme kleuren en een gedicht de naam Rose, Rose, Rose à mes yeux! aan de tentoonstelling:

Noble Rose entre toutes les Roses, Rose des heures, Rose des vents, Rose altière des guerriers d’Angleterre, Rose diamantée, Rose nostalgique des pays ardents, Rose lunaire, Rose capitale, Rose songeuse des nuits d’été, Rose des poètes, soyez toujours Rose, Rose, Rose à mes yeux – James Ensor, 1923

Thuis bij de meester

Ensor was een pionier van het symbolisme. In het James Ensorhuis in Oostende, de plek waar hij vanaf 1917 tot aan zijn dood woonde en werkte, kun je interactief ontdekken hoe hij zijn artistieke visie ontwikkelde. Zijn geboorteplaats Oostende, ‘Koningin der Badsteden’, speelde hierbij een essentiële rol. Hij vond inspiratie in de stad, op het strand en in de cultuur, maar hij voelde zich er vaak ook een buitenstaander. Zijn vernieuwende stijl en gedurfde, vaak satirische onderwerpen werden niet altijd begrepen of gewaardeerd. Toch was Ensor geen kluizenaar en deed hij er ook buiten het atelier alles aan om zich als de grote ‘Maestro’ te manifesteren. In de stijlkamers met originele meubelen en reproducties waan je je even terug in die tijd. Ook is er een souvenirwinkeltje van de familie te zien, met exotische schelpen, opgezette vissen, Chinese souvenirs en griezelige carnavalsmaskers. Deze elementen keren terug in de stillevens van Ensor, die even verderop worden geëxposeerd in Mu.ZEE.

Pionier

James trok op zijn zeventiende naar de Academie van Brussel, maar na drie jaar keerde hij teleurgesteld en zonder diploma terug. Thuis in zijn atelier op zolder creëerde de Vlaming zijn eigen kunst, zowel in stijl als iconografie. De eigenzinnige meester hoort volgens de tentoonstellingsmakers van Mu.ZEE thuis in het rijtje Edvard Munch, Claude Monet en Odilon Redon. Het werk van deze Europese avantgardisten markeert de beginfase van het modernisme. Om de kwaliteit en moderniteit van Ensors oeuvre te kunnen tonen, wordt in de tentoonstelling echter een andere vergelijking gemaakt, namelijk met andere Belgische kunstenaars uit de negentiende en twintigste eeuw. Om voor deze 120 extra stillevens ruimte te creëren, zijn er pop-upachtige wanden van ruw hout geïnstalleerd, die hier en daar een doorkijkje mogelijk maken. Het in een oud warenhuis gevestigde museum is in afwachting van een langdurige renovatie die na het Ensorjaar van start zal gaan.

Academische perfectie

Hubert Bellis, Daags na carnaval. Collectie M Leuven, inv. S/14/B. Foto: Dominique Provost

De tentoonstelling begint met een vrij lange reeks schilderijen van kunstenaars die in in de stijl van de academie werkten. Tal van trucjes werden bedacht om composities virtuositeit en levendigheid te geven. Door een gezicht toe te voegen trek je de aandacht, zo demonstreert Hubert Bellis met zijn grote doek. Veel meesters tonen technische perfectie in rijp fruit en groenten, dode vissen met hele grote ogen, geschoten wild en weelderige bloemboeketten, naast oosterse waaiers en porselein. Veel creaties blijven echter vrij statisch en decoratief. Dit gebrek aan artistieke ambitie kan niet iedereen worden aangerekend. Vrouwelijke kunstenaars werden immers buiten de academies gehouden en moesten hun onderwerpen maar in huiselijke sfeer zien te vinden. De melancholie van hun lot wordt treffend weerspiegeld in het schilderij met dodenmasker van Berthe Art uit 1885.

James Ensor, De rog (La raie), 1892. Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, inv. 4489. Foto: J. Geleyns

Een eigen koers

Een vrolijke ommekeer vindt plaats in het centrale deel, dat het intrigerende stilleven van James Ensor laat zien. Met name de jaren 1880 en ‘90 markeren zijn meest creatieve periode. Waar hij in het begin vooral bezig is met materie, licht en reflectie in vrij brave composities, neemt kleur het in zijn latere werk over. Door parelmoer aan het wit toe te voegen, verdoezelt hij de hardheid van zijn kleuren. Het resultaat is daar: zijn stillevens zijn fris van kleur en lijken bijna licht te geven. Het zijn zelfstandige kunstwerken waarin naast huisraad, bloemen, vruchten en schelpen, meer exotische en theatrale motieven figureren. De maskers verbeelden voor de veelal onbegrepen en bespotte kunstenaar de ware aard van de mens. In plaats van het gelaat te verbergen, tonen ze de gezichten van zijn kwelgeesten. Experimenten met beeldtaal vallen ook op in de ruimte met Ensors prachtige tekeningen vol raadselachtige duivels, monsters en doodshoofden, in de geest van Bosch en Bruegel. Hij schuwt provocatie niet, zo is te zien in De rog uit 1892. Hij schildert een rechtop zittende dode rog met dikke staart, die de toeschouwer lijkt aan te kijken. De erotische sfeer van de voorstelling wordt versterkt door een grote schelp met vleeskleurige binnenkant.

Voorbij het stilleven

In de laatste zalen wordt weer context gecreëerd met werk van andere Belgische meesters. Gevestigde moderne meesters die zich ook hebben toegelegd op het stilleven gaan net als Ensor het experiment aan. Louis Thevenet en Albert Saverys zijn present, maar ook Rik Wouters, Gustave Van de Woestyne en Walter Vaes die nog meer een eigen richting zoeken, passeren de revue. Ensors stadsgenoot Louis Spilliaert is geen stillevenschilder maar hij maakt ze wel. Zijn objecten lijken individuen die worden geportretteerd. Het stilleven wordt vormelijker en gaat over representatie, de essentie, en ook met het traditionele perspectief wordt druk geëxperimenteerd. In de epiloog pakt Jean Brusselmans uit met zijn stapeling van allerlei verschillende vormen. Kunstenaars René Magritte, Marthe Donas en Frits Van den Berghe spelen in hun composities eveneens met de grenzen van het concept, waardoor het stilleven haast lijkt op te houden te bestaan.

#Ensor2024

James Ensor, Masker en schaaldieren (Masque regardant des crustacés), 1891. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, inv. 1958. Foto: Rik Klein Gotink

Oostende en Antwerpen bundelen hun krachten met een complementair Ensorjaar. Tot en met augustus 2024 brengt Oostende een museaal programma en een gevarieerd stadsfestival ter ere van Ensor. Er zijn theateropvoeringen, concerten, exposities, buitenactiviteiten en zelfs de restauranthouders en pralinemakers maken van je bezoek aan de historische badplaats een feest. In september 2024 neemt Antwerpen de fakkel over met vier uiteenlopende tentoonstellingen van internationale allure over Ensors blijvende relevantie door de kruisbestuiving met hedendaagse kunst, mode en fotografie, met als grootste klapper Ensors stoutste dromen. Het impressionisme voorbij in KMSKA. Brussel haakt aan met James Ensor. Inspired by Brussels, een tentoonstelling die in februari zal plaatsvinden in De Koninklijke Bibliotheek van België.

 

De tentoonstelling in Mu.ZEE is nog geopend tot en met 14 april 2024. Informatie: www.muzee.be

Alle tentoonstellingen, activiteiten, events die plaatsvinden in Oostende en Antwerpen zijn te vinden op https://www.ensor2024.be

Kunst / Expo binnenland

Van stills naar films

recensie: This Will Not End Well - Nan Goldin
Zelfportret Goldinhttps://www.stedelijk.nl/nl/nieuws/nan-goldin

This Will Not End Well is niet de alledaagse fototentoonstelling zoals je haar waarschijnlijk gewend bent. Geen ingelijste foto’s netjes naast elkaar hangend aan de muur. Nee. De tentoonstelling bestaat uit zes diavoorstellingen ondersteund door muziek, bewegend beeld en soms een voice-over van de fotografe zelf. Nan Goldin presenteert haar fototentoonstelling daarom ook als filmmaker en niet als fotograaf.

French Chris

Nan Goldin, French Chris on the convertible, New York City, 1979. © Nan Goldin.

Goldins werk wordt gezien als krachtig tijdsdocument. Ze fotografeert zichzelf en haar vrienden en laat vooral de kwetsbare kanten van het leven zien. Thema’s die voorbijkomen zijn bijvoorbeeld de hoogte- en dieptepunten van drugsgebruik, familietrauma’s en zelfdoding. Al rond de jaren tachtig begon Goldin haar diavoorstellingen te presenteren in clubs en bioscopen. Ze werkte deze voorstellingen de afgelopen jaren constant bij met nieuwe foto’s en andere elementen.

Foto of film?

Bij binnenkomst word je vrijblijvend verzocht om de camera(’s) op je telefoon af te plakken met een sticker, zodat je geen foto’s of video’s kunt nemen van het intieme werk dat hier getoond wordt. Dit verzoek hoor je de laatste tijd veel in nachtclubs, waar het dient om mensen aan te sporen te leven in het moment. Het is een mooi initiatief, dat ook zeker hier toepasbaar is. Alleen jammer dat de keuze wordt overgelaten aan de bezoeker.

De volledig zwarte zaal is opgedeeld in zes paviljoens, elk ontworpen door Hala Wardé met het specifieke werk als uitgangspunt. De diavoorstellingen worden getoond in deze paviljoens, waar je vrij naar binnen en buiten kunt lopen. Dit is aan de ene kant fijn, want niet iedereen heeft zo’n lange spanningsboog om alle diavoorstellingen, die variëren van 14 tot 45 minuten, helemaal te bekijken. Daarnaast zitten er soms akelige en verontrustende beelden tussen die je misschien liever niet wilt zien, zoals het injecteren van heroïne of heftige littekens en verwondingen. Aan de andere kant veroorzaakt de vrije in- en uitloop onrust bij de andere bezoekers. Ook weet je niet waar in het verhaal je binnenstroomt, wanneer je een nieuwe ruimte betreedt.

De manier van presenteren is misschien even wennen en heeft zo zijn voor- en nadelen. Het belangrijkste positieve punt is dat de presentatie veel toevoegt aan de beleving van het werk. Je bekijkt de foto’s namelijk een voor een met bijpassende muziek en in een vaste volgorde, gekozen door de maker. Deze combinatie prikkelt verschillende zintuigen, waardoor de foto’s nog meer tot leven komen. De fotoseries zijn zo bijna documentairefilms geworden, zoals Goldin dat zelf ook bedoeld heeft. Zo is op de website van het museum te lezen: ‘I have always wanted to be a filmmaker. My slideshows are films made up of stills’.

Persoonlijk verhaal

Brian en Nan

Nan Goldin, Brian and Nan in Kimono, 1983. © Nan Goldin.

Goldin laat in haar werk vaak mensen zien die door de samenleving als buitenbeentjes worden beschouwd. In This Will Not End Well zijn verschillende verhalen te zien van deze buitenbeentjes. Zo vertelt The Ballad of Sexual Dependency, een van Goldins meest bekende series, die eerder is uitgebracht als boek, het verhaal van Goldins vrienden vanaf de jaren zeventig en tachtig tot en met vandaag de dag. De beelden zijn momentopnames van alledaagse taferelen en wilde feesten maar ook van hele intieme, kwetsbare momenten. Dit is karakteristiek aan haar werk. Ze houdt het dicht bij zichzelf.
Zo ook in een ander paviljoen: Memory Lost. In de tentoonstelling is te lezen wat deze serie voor Goldin betekent: ‘Memory Lost is about seeing things through a veil of darkness. Drugs set me free, and then they became my prison’. De foto’s tonen haar afkickervaring ondersteund door archiefmateriaal bestaande uit interviews en geluidsopnames.

Hoewel het werk, misschien in een andere montage, al eerder tentoongesteld is, weet Goldin in deze presentaties met de toevoeging van muziek, een voice-over of een enkel bewegend beeld weer zes indrukwekkende verhalen neer te zetten.

Goed om te weten: als je de tentoonstelling wilt bezoeken, moet je vooraf een tijdslot reserveren op de website en moet je ongeveer 2,5 uur rekenen om alle diavoorstellingen van begin tot eind te bekijken.

Kunst / Expo binnenland

Omzien in schaamte

recensie: Roofkunst - 10 verhalen, in Mauritshuis Den Haag

Er is al een tijdje veel te doen over roofkunst. Schatten die in het verleden zonder blikken of blozen werden ingepikt, worden nu vaak met uitvoerige excuses teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Het Mauritshuis maakt deze historische realiteit virtueel toegankelijk.

‘Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars’, schreef George Orwell op 4 februari 1944 in The Tribune. In zijn tijd overwon gelukkig de goede, humane kant. Maar de overwinnaars zijn ook maar al te vaak schurken geweest, veroveraars, moordenaars, verkrachters, plunderaars. Geschiedenis is vaak geschreven door de rovers, daar kun je niet omheen, zeker niet in musea.

De expositie over roofkunst in het Mauritshuis is bescheiden van omvang, maar de tien verhalen die er verteld worden, belichten veel facetten van dit actuele thema. Van De trofee die Napoleon meenam uit Berlijn tot De echo’s van een Britse ‘strafexpeditie’ in Benin. Van De overblijfselen van nazimisdaden tot De toekomst van het kanon van Kandy, in Ceylon buitgemaakt door Nederlandse VOC-troepen. De verhalen geven je samen een caleidoscopisch beeld van West-Europese roofzucht en de huidige dialoog over eigendomsrechten. De tentoonstelling is georganiseerd in samenwerking met drie Berlijnse musea en de Stiftung Humboldt Forum im Berliner Schloss.

Beleving met behulp van VR

VR (in headset) – Quadriga op de Brandenburger Tor, beeld Jongsma + O’Neill

Alle verhalen zijn opgebouwd rond gestolen kunstvoorwerpen. Het meest tot de verbeelding spreken de drie waarbij je een VR-bril krijgt opgezet en zelf in een historisch decor wordt opgenomen. Daar sta je opeens, bovenop de Brandenburger Tor. Links naast je de fameuze koperen strijdwagen, onder je het plein waar de Franse cavalerie zich verzamelt achter de bekende generaal met zijn tweekantige steek en witte paard. Zo mooi dat je bijna vergeet wat het heikele onderwerp van deze tentoonstelling ook alweer is. Het verhaal draait om het paardenvierspan dat in 1806 door de Fransen als trofee wordt meegenomen. Het beeld keert overigens in 1814 weer terug naar Berlijn.

Of neem het laatste VR-verhaal. In een klein tempelcomplex op Bali beleef je de gevolgen van een Nederlandse ‘expeditie’ die daar in 1849 wordt ondernomen. Op de grond voor je een paar roerloze lichamen van Balinezen; verderop het geluid en geflits van geweervuur; vanuit het niets opeens een vlucht opgeschrokken vleermuizen … En tenslotte de stilte. De kris van een plaatselijke strijder belandt via een verzamelaar in een Duits museum.

Het is duidelijk dat VR ongekende mogelijkheden biedt, ook voor geschiedenisfans. De expositie in het Mauritshuis speelt hier kundig op in. Dankzij de video-installaties en digitale technieken van kunstenaarsduo Jongsma + O’Neill sta je letterlijk oog in oog met het verleden. Dat is wel een wow-ervaring.

Betrokkenheid van het museum

Het Mauritshuis is op verschillende manieren zelf betrokken bij het onderwerp roofkunst. Een paar van de getoonde voorwerpen zijn of waren eigen bezit en maken deel uit van het grote verhaal. Daarnaast is de geschiedenis van het museum nauw verweven met onderwerpen als slavernij en kolonialisme, zo valt te lezen. De bouwer van het oorspronkelijke Mauritshuis – dat in 1704 vrijwel geheel door brand werd verwoest – was Johan Maurits van Nassau-Siegen, gouverneur van de kolonie Nederlands-Brazilië in de jaren 1636-1644. Niet alleen handelde hij persoonlijk in tot slaaf gemaakten, maar bovendien nam hij bij zijn terugkeer talloze kunstvoorwerpen mee naar Den Haag.

In de collectie van het huidige museum bevinden zich ook veel stukken die geroofd zijn geweest door Franse revolutionairen of nazi’s. Een zelfportret van Rembrandt, door Hitler opgeborgen in een Oostenrijkse zoutmijn en bedoeld voor het megalomane Führermuseum dat hij ooit wilde realiseren, kon gelukkig na de oorlog worden teruggegeven aan de familie Rathenau. In 1947 verkochten zij het aan het Mauritshuis, waar het nu een prominent (VR-)onderdeel van de expositie is.

De gedachtevorming over roofkunst is zeker nog niet helemaal uitgekristalliseerd, er zijn vaak nog complexe vragen te beantwoorden. Wie zijn precies de rechtmatige eigenaars of hun erfgenamen? Zijn die nog wel te traceren? Moet alle geroofde kunst worden teruggevraagd en teruggegeven? Of zijn er soms ook redenen om dat niet te doen? Het Mauritshuis pikt die vragen op en mengt zich met een kleine, maar vaak verrassende tentoonstelling in de discussie.

 

Het Mauritshuis organiseert op 16 en 17 november een internationaal symposium over roofkunst. Tijdens dit symposium staan de drie periodes die behandeld worden in de tentoonstelling centraal: koloniale roofkunst, napoleontische roofkunst en naziroofkunst.

Kunst / Expo binnenland

Een moment met Ai Weiwei

recensie: Ai Weiwei - In Search of Humanity

Kalm komt hij de zaal binnenlopen. De fotografen staan klaar met hun camera’s voor de pers preview. Hij wacht even, poseert, en loopt vervolgens naar de talkshowachtige setting op het podium.

De mensen in de zaal worden steeds enthousiaster naarmate ze beseffen dat de wereldberoemde kunstenaar nu echt voor hun neus zit. Naast de professionele camera’s komen nu ook de mobieltjes tevoorschijn. Iedereen neemt foto’s. Als antwoord hierop begint Ai Weiwei met foto’s maken van het publiek. Ook op zijn telefoon. De aanwezigen lachen. Het interview geleid door de directeur van de Kunsthal, Marianne Splint, begint.

Het gesprek is als een wals. Waarbij nauwkeurig voorbereide onderwerpen bruut maar zorgzaam afgekapt worden met de sterke meningen van Weiwei. Zo waarschuwt hij ons voor ‘mainstream thinking’ in de media en benadrukt hij dat we allemaal zowel ‘goed’ als ‘slecht’ kunnen zijn. Oftewel, de keuze is aan ons. Ook het levensverhaal van Ai Weiwei komt aan bod, en zijn luchtig aandoende humor krijgt vrij spel. Splint geeft met haar vragen secuur vorm aan de gevatte ironie die het zware levensverhaal van Ai Weiwei omvat. Hierdoor ontvouwt zich, net als in de expositie, een mensenleven.

Grootste overzichtstentoonstelling tot nu toe

De Kunsthal heeft geen eigen collectie, maar vertelt verhalen. Dit keer het verhaal van Ai Weiwei. In Search of Humanity is de grootste overzichtstentoonstelling van de kunstenaar tot nu toe. Enkele bekende werken zoals de Sunflower Seeds en de Study of Perspective serie springen er bij binnenkomst meteen uit. Een grote slang gemaakt van kinderrugtasjes introduceert de volgende ruimte. Het indrukwekkende werk genaamd Snake Ceiling vertelt over de angstaanjagende aardbeving van 2008 in Sichuan waarbij duizenden kinderen om het leven kwamen. Een ander ontzagwekkend werk is de installatie Crystal Ball. De grote bal lijkt vol te zitten met zeewater. De zwemvesten gaan letterlijk gebukt onder het gevaarte. De wanhoop en de fysieke zwaarte die de mensen moeten doorstaan om te vluchten wordt voor een moment invoelbaar. De tentoonstelling heeft ook een persoonlijke kant. De tijd die Ai Weiwei in China in gevangenschap doorbracht heeft hij namelijk tastbaar gemaakt door zijn cel op ware grootte te repliceren.

Op zoek naar zichzelf

Het oeuvre van Ai Weiwei is binnen de muren van de Kunsthal overzichtelijk, maar verliest daarbij niks van haar grootsheid. Zijn persoonlijke zoektocht is duidelijk in zijn werk. Zo bediscussieert hij op een beeldende manier het lot van China’s culturele erfgoed, komt zijn worsteling met de politieke structuren van zowel China als van de westerse wereld naar voren en klinkt zijn drang naar gerechtigheid door om hen die geen stem hebben een stem te geven. Toch noemt Ai Weiwei zichzelf geen activist. Hij is vooral bezig met wat hij denkt en voelt dat hij moet doen in het moment. ‘Freedom of expression is an essential quality of life’, aldus de kunstenaar. En zo wordt in de visie van Ai Weiwei de kritische houding er een die ons allemaal zou moeten treffen als essentieel aspect van ons leven. Persoonlijke vrijheid en subjectieve expressie zijn volgens Ai Weiwei belangrijk bij de zoektocht naar jezelf in de wereld. Een uitspraak die lijkt te materialiseren in het moment dat hij ook van de pers foto’s maakt. Met een flinke scheut ironie, die een scherpheid van waarneming verklapt, en door de simpele act van het foto maken, gooit Ai Weiwei het gemaakte uit de sociale interactie weg, waardoor hij deelneemt aan het gesprek als mens van vlees en bloed.

Eerlijke kunst vraagt om eerlijke kijkers

Ai Weiwei’s kunst is naast een persoonlijke zoektocht, een uiting van betrokkenheid bij mensen en gebeurtenissen in de wereld. Dit blijkt niet alleen uit zijn werk, maar ook uit zijn aanwezigheid. Met deze betrokkenheid sluit hij ook het interview. We hebben allemaal een verantwoordelijkheid naar elkaar. ‘Use you personal judgement rather than propaganda’, vertelt Ai. Deze woorden zijn ook treffend voor de tentoonstelling. Het werk nodigt uit om door een eerlijke lens bekeken te worden. Eerlijk in de zin van erkennen vanuit welke ‘echte’ problematiek het werk is voortgekomen ondanks dat de boodschap verpakt is in een ‘show’. De expositie is niet bedoeld voor bezoekers die louter komen om foto’s voor socials te maken. Nee, Weiwei’s kunst verlangt óók naar persoonlijke verantwoordelijkheid. Het vraagt om onafhankelijk nadenken zodat wij streven naar het menselijke in onszelf.

 

Kunst / Expo binnenland

Onverwacht en spannend

recensie: Stoel neemt stelling - Centraal Museum Utrecht

Het Centraal Museum bezit de meeste Rietveldstoelen ter wereld. Het is haar ambitie om een van de beste stoelenmusea van de wereld te worden. Deze missie wordt krachtig zichtbaar gemaakt in de tentoonstelling Stoel neemt stelling waarin ruim honderd makers figureren. Het Utrechtse museum brengt een ode aan de vormgeving van de stoel en belicht tegelijkertijd ook de symboliek en het maakproces aan de hand van de meest uiteenlopende ontwerpen.

Conservator Toegepaste kunst en vormgeving Natalie Dubois vond in ontwerper Joost van Bleiswijk de perfecte vormgever en medecurator van de tentoonstelling waarin ruim honderd stoelen bijzondere verhalen vertellen. ‘Stoel neemt stelling gaat niet alleen over bekende designstoelen, maar ook over gewaagde en experimentele stoelen, stoelen die een onverwacht verhaal vertellen en stoelen als kunstobject,’ zegt Bart Rutten, artistiek directeur van het museum. Naast recente aanwinsten worden ook bijzondere bruiklenen van verzamelaars en andere musea geëxposeerd.

Context

Gerrit Rietveld is het vertrekpunt. Met zijn grensverleggende ontwerpen brak hij met elke traditie. Je kunt in de tentoonstelling goed zien hoe makers zich door hem lieten inspireren. Er is ook ruimte voor een ander perspectief. Zo toont Victor Sonna dat iconen wat hem betreft plaatsgebonden zijn. Toen de Kameroens-Nederlandse kunstenaar in Mali was stonden de rietvelden in brand, een ecologische ramp waar niemand zich hier om leek te bekommeren. In Nobody gives a Shit about Rietveld in Mali (2018) bevraagt Sonna Rietveld met een voorstelling van diens stoel in een veld met riet.

Iconen

Er zijn mooie designklassiekers te zien van Michael Thonet, Charlotte Perriand en Eileen Gray. Het behang van de zaal sluit er naadloos op aan. De Wrapped armchair (1964-1965) van Christo en Jeanne-Claude is niet om op te zitten maar nog wel als stoel herkenbaar. Bruce Nauman zet de kijker aan het werk en laat met A Cast of the Space under my Chair (1965-1968) de stoel in zijn geheel weg. Het is niet meteen duidelijk waarom het goedkope plastic tuinmeubel zich mag mengen in dit illustere gezelschap. Lezing leert dat dit model door een non-profit organisatie werd verwerkt in maar liefst 1,3 miljoen rolstoelen. Zo maakt een stoel zonder naam ook geschiedenis.

Een nieuwe generatie

Anna Aagaard Jensen – A Basic Instinct, 2018
Collectie Centraal Museum, Utrecht
Foto: Ernst Moritz

De tentoonstelling biedt veel ruimte aan een nieuwe generatie ontwerpers. Voor Cross Cultural Chairs (2018) bezocht Matteo Guarnaccia de meest dichtbevolkte landen ter wereld. Met lokale makers vertaalde hij hun gewoontes, politiek en geschiedenis in acht stoelontwerpen, een artistieke reis die in een documentaire werd vastgelegd. Anna Aagaard Jensen’s sculpturale stoel uit 2018 is een fantastische aanwinst voor het museum. A Basic Instinct is een van de stoelen waarop je zelfs mag zitten, maar let op: alleen door wie zich als vrouw identificeert. Met haar ontwerp laat de Deense je vol zelfvertrouwen achteroverleunen en dat geheel wijdbeens zodat je de ruimte om je heen wel op moet eisen.

Houtflow

De tentoonstelling doet recht aan de creativiteit en experimenteerdrift van de kunstenaar. Aan de wand hangt de fotografische tekening The Chairs (2014), van de Britse alleskunner David Hockney. Hij bracht tweehonderd foto’s vanuit verschillende perspectieven samen in één compositie waarin de stoelen bijna tot leven komen. Tayeba Begum Lipi’s rolstoel van blinkende scheermesjes neemt op grillige wijze stelling tegen het geweld dat vrouwen in Bangladesh ondergaan. En Jeroen Junte ontwierp een stoel in Rietveld-stijl met het AI-programma Midjourney. Het werd uitgevoerd door Vakvrouwen en kreeg van ChatGPT de naam Houtflow mee.

Droog zitten

Diverse thema’s worden uitgediept waaronder duurzaamheid. Natuur en design komen prachtig samen in The Wiltshire chair (2000-2006) van het duo Alice en Gavin Munro, die letterlijk aan een wilgenboom groeide. De hoge poten van The Urge to Sit Dry (2018) van Boris Maas toont hoe hoog je nog droog kunt zitten wanneer de zeespiegel stijgt. Ook Kees Dekkers wil bewustzijn creëren. Hij laat het museumpubliek kiezen wat het meest ongemakkelijke afval is dat straks zijn transparante No Waste Chair mag vullen.

A seat at the table

Stil wordt het bij de stoel die pijnlijk leeg blijft. Jaarlijks zetten nabestaanden van de MH17-slachtoffers 298 lege stoelen neer voor de Russische ambassade in Den Haag. Ze eisen opheldering over wat er werkelijk gebeurd is. Met de krachtige NEIN chair uit 2017 ageert Tessa Koot tegen artistieke onderdrukking. De stoel die niet wordt aangeboden is het onderwerp van Spoken Word kunstenaar Roziena Salihu. Ze liet zich inspireren door Shirley Chisholm, de eerste vrouw van kleur die lid werd van het Amerikaanse congres. Ze eiste een plek op aan de tafel van het publieke debat en sprak de krachtige woorden: ‘If they don’t give you a seat at the table, bring your own folding chair’.

Kunstroof

Thierry Oussou, Impossible Is Nothing, 2016
Foto: Denise Hermanns

Symboliek speelt ook een rol in Impossible is Nothing (2016), een installatie van Thierry Ousso. Centraal staat de troon van de laatste koning van Dahomey, het huidige Benin. Dit symbool van macht werd in 1892 door Frankrijk geroofd en speelt nu een rol in een diplomatiek geschil. Ousso nam op onconventionele wijze deel aan het debat over geroofd erfgoed en authenticiteit. Hij liet in zijn geboorteland in het geheim een replica ingraven om deze een half jaar later met nietsvermoedende studenten kunstgeschiedenis en archeologie weer op graven. De troon is nog steeds onbereikbaar, zoals ook de replica die nu in het museum achter een muur van kijkgaten staat opgesteld.

 

Stoel neemt stelling is tot en met 14 januari 2024 te zien in het Centraal Museum in Utrecht.

 

Kunst / Expo binnenland

Jan Schoonhoven in een ander licht

recensie: Lothar Wolleh ziet Jan Schoonhoven - Museum Prinsenhof Delft

‘Het is wel mooi ofzo’, zegt een bezoeker tegen haar vriendin terwijl ze door de tentoonstelling Lothar Wolleh ziet Jan Schoonhoven slenteren. In dat ‘ofzo’ schuilt een licht ongenoegen. De kunst van Schoonhoven poogt emotieloos te zijn, maar is in het juiste licht zeker niet ‘expressieloos’. Het biedt uitkomst om door een andere lens te kijken naar zijn kunst. De fotograaf Lothar Wolleh krijgt dit voor elkaar.

Ontmoeting

De expositie begint met een aantal portretten gemaakt door Lothar Wolleh. Gelijk sta je oog in oog met een zelfverzekerde Jan Schoonhoven. Een horloge gemaakt door de twee heren springt als een van de weinige gebruiksvoorwerpen in de tentoonstelling in het oog. Achter glas, bevroren in de tijd, lijkt het de kiem te symboliseren van waaruit een artistiek avontuur aan het ontspruiten is. De strakke uitvoering vol rechthoekjes verwijst naar hun gezamenlijke fascinatie voor een specifieke kunststroming: de Zero-beweging. Sinds hun ontmoeting wandelen de twee mannen geregeld door Delft. Het ritme van de stad is dan ook terug te zien in de reliëfs van Schoonhoven die je in de tweede zaal tegemoet treden. De vroege reliëfs lijken onmiskenbaar op de dakjes van Delftse huisjes. De foto’s van Wolleh laten een andere kant zien van de stad. We zien de band die Schoonhoven heeft met Delft. In verstilde houdingen zien we hem lopen door steegjes en over pleinen. Er straalt een solitaire en vertrouwde sfeer uit de beelden.

De tijd nemen

Het valt op dat de foto’s van Wolleh een specifieke lichtinval hebben. Hij speelt met zwarte vlakken terwijl er een stille, haast poëtische sfeer heerst bij de gefotografeerde. De grote reliëfs van Schoonhoven lijken iets waar je in eerste instantie de tijd voor moet nemen. Pas na een aantal minuten kijken, raak je ontvankelijk voor de genuanceerde vormendans. De portretten van Schoonhoven die tussen de witte werken hangen maken je bewust van het feit dat deze reliëfs wel degelijk door een kunstenaar zijn gemaakt en niet uit een fabriek afkomstig zijn.

Nul-groep

Schoonhoven haalt vanaf eind jaren 50 steeds meer inspiratie uit de Zero-beweging. In Nederland richt hij daarom de Nul-groep op. Het huis waar hij met zijn vrouw Anita woont wordt het artistieke hart hiervan. Wolleh fotografeert de bijeenkomsten van de kunstenaars in het huis van het echtpaar. Het werk van Schoonhoven en de Nul-groep  streeft naar objectieve kunst. Dat betekent dat ze een tegenhanger willen zijn voor meer emotionele kunststromingen. Schoonhovens reliëfs en installaties worden groter en lijken ook steeds leger. Wollehs foto’s laten echter een rijk, emotioneel en intiem leven zien waaruit dit werk voortkomt. Er is een veelheid te zien aan mensen in het huis en de doorleefde uitdrukkingen van de Schoonhovens verklappen een artistiek nest rijk aan emotie. Al dit lijkt onderdeel te zijn geweest van het proces van de Nul-groep.

Steeds een ander licht

De band tussen de twee mannen lijkt in deze expositie meer op de voorgrond te treden dan de boodschap van het werk van Schoonhoven. Door de lens van Wolleh wordt de emotionele menselijke kant zichtbaar van Schoonhoven. De kant van initiator, kunstenaar, getrouwde man en vriend. Wolleh zet Schoonhoven letterlijk in een ander licht.

 

 

 

 

Kunst / Expo binnenland

Liefde voor wetenschap

recensie: Heropening van het Universiteitsmuseum Utrecht (UMU)

Na een periode van grondig verbouwen, restaureren en testen viert het Universiteitsmuseum Utrecht (UMU) deze week haar lang verwachte heropening. Het museumgebouw is vergroot en nog beter ingericht om inspirerende verhalen te kunnen vertellen over de wetenschap. Het resultaat: een ‘museum voor nieuwsgierige mensen’ dat families met jonge kinderen en scholen graag ziet komen. Deze academische speeltuin is echter ook interessant voor andere museumbezoekers.

Wegens succes verbouwd

Het UMU onderging de afgelopen drie jaar een flinke verbouwing omdat het oorspronkelijke gebouw te klein werd voor het groeiend aantal bezoekers. Er kwamen een grotere entreehal met museumwinkel en vijf nieuwe tentoonstellingszalen die werden ingericht met collecties die nu nog completer zijn. Videoschermen met verhalen van hoogleraren, interactieve proeven en grote, kleurrijke speelkussens sporen bezoekers van alle leeftijden aan om zelf met onderzoek aan de slag te gaan. Zo kun je een hart-long machine in elkaar zetten, het gedrag van apen en mensen bestuderen en experimenteren met de stromen bezoekers in de altijd drukke Domstad.

Het verhaal van de wetenschap

Beroemde Utrechtse wetenschappers van vroeger en nu leverden een bijdrage aan de collectie die meer dan 200.000 objecten omvat. De alfawetenschappen zijn helaas wat minder present dan de bèta- en gammastudies. Voor de waardevolle Atlas maior van Blaeu en het wereldberoemde Utrechts Psalter moet je nog altijd de verderop in de stad gelegen Universiteitsbibliotheek bezoeken. Het universiteitsmuseum wil bezoekers vooral laten zien hoe je wetenschap bedrijft en doet dat gelukkig heel divers aan de hand van onder andere natuurwetenschappelijke instrumenten, naturalia, waxmodellen, testen met zintuigen en bodemproeven.

Academisch erfgoed

Een van de topstukken is de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek, pionier van de microbiologie. De zelfgemaakte lens waarmee tijdgenoot Christiaan Huygens in 1655 de maan van Saturnus ontdekte, krijgt eveneens een eigen vitrine. In de rand van de lens een mooi citaat van Ovidius: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (‘Ze brachten de verre sterren naar onze ogen’). De liefde voor de wetenschap is voelbaar in het Bleulandkabinet van Jan Bleuland. Van 1780 tot 1838 verzamelde deze professor in de geneeskunde anatomische preparaten van mens en dier, een rijke bron van informatie in die tijd en nog altijd is zijn kabinet een plek voor verwondering. Naast tekeningen en reproducties zie je ook skeletten en opgezette dieren. Leuk is het draakje gemaakt van stekelrog, een van de fantasiedieren die door zeelieden werden verkocht.

De Blaschka’s

Een Blaschka hydroid poliep, foto Guido Mocafico

Heel bijzonder is de persoonlijke donatie van de Nederlandse professor dr. A.A.W. Hubrecht (1853 – 1915). Hij stond zijn lichaam af aan de wetenschap en zijn schedel is nu in het Bleulandkabinet opgenomen. Het toont prachtig aan hoe bevlogen wetenschappers soms kunnen zijn. Als hoogleraar zoölogie kreeg Hubrecht in 1882 van de universiteit de middelen om 86 glasmodellen te bestellen bij vader en zoon Leopold en Rudolf Blaschka. Hij wilde deze levensechte modellen van ongewervelde zeedieren, waaronder kwallen, zeeanemonen en slakken, inzetten als studieobject tijdens colleges en practica. Waarschijnlijk zijn ze vanwege hun kwetsbaarheid niet vaak gebruikt. De verzameling is uniek in Nederland en nu prachtig uitgelicht in het museum.

Reflectie

Ook de Oude Hortus met haar historische kassen kreeg een opknapbeurt en in het achttiende-eeuwse Zaadhuis is een nieuw museumcafé geopend. De ultieme plek om alle indrukken van je museumbezoek even op je in te laten werken. Je kunt in de tuinen vele plant- en boomsoorten ontdekken, zoals de 250 jaar oude Ginkgo Biloba boom, die je in het wild niet meer tegenkomt. Kijk bij het verlaten van het UMU nog even naar het kunstwerk met draaibare spiegels van Jonathan Straatman dat hoog in de hal hangt. Met deze installatie slaat het museum een brug tussen de wereld van de kunst en wetenschap. De Utrechtse kunstenaar biedt een moment van reflectie. Door te kijken naar jezelf, begrijp je jezelf beter. Net als dat wetenschap een manier is om de wereld te begrijpen.

Het UMU en de Oude Hortus zijn vanaf woensdag 6 september weer open voor publiek: https://umu.nl/

Kunst / Expo binnenland

Weg met het ideaalbeeld

recensie: PINK de Thierry – Leven in kunst / Frans Hals Museum

De wereld is een podium, zo zei Shakespeare, maar kan ons dagelijkse toneelstuk ook kunst zijn? PINK de Thierry (1943-2023) (pseudoniem van Helena Scheerder) vervaagt de grenzen tussen privé en kunst, tussen wat gespeeld is en wat niet. Haar werk uit de jaren tachtig heeft een voorziende blik op wat later realityshows zijn gaan heten. Voor het eerst heeft ze een overzichtstentoonstelling, in het Frans Hals Museum.

De performances van PINK de Thierry komen in navolging van de Fluxus beweging, van Gilbert & George en Bruce Nauman. Waar haar voorgangers alles tot kunst verheffen, zelfs het dagelijks bestaan en hun eigen lichaam, gaat PINK nog een stapje verder en vraagt zich af: waar liggen de grenzen van de privésfeer? In haar beeldtaal grijpt ze regelmatig terug naar de reclamefotografie, met vaak grote theatraliteit. Ze houdt van de overdrijving en speelt zelf een rol – wellicht door haar verleden als schouwspeler – en ook in haar kunstenaarschap, gezien haar artiestennaam. Haar werk is veelal kritiek op het ‘ideale gezin’ – met de maatschappelijke bron waar dit ideaalbeeld uit put – en de consumptiemaatschappij.

Kritiek op consumentisme

In 1981 verstuurt ze verhuisbriefjes dat zij met haar gezin als ‘familie De Koning’ gaat verkassen naar Theater de Meervaart in Amsterdam. Daar verblijft ze dertig dagen in een nagemaakt appartement. Deze is gemeubileerd met woonartikelen van de Bijenkorf, met de prijskaartjes er nog aan. Bezoekers mogen PINK en haar gezin tussen 16:00 en 17:00 uur aanschouwen bij de dagelijkse beslommeringen. Als een levende etalage dus en daarmee kritiek op het consumentisme. Het alledaagse bestaan verheft ze hiermee tot kunst, als een readymade bijna. Dit concept heeft ze in vervolgwerken verder uitgediept en haar gezin speelt regelmatig een rol in haar eigen gecreëerde werelden.

Het ideale gezin

In meerdere performances veroordeelt ze het idee van het ideale gezin, gedocumenteerd in video of foto’s, en mooi gepresenteerd bij de tentoonstelling in de Hallen van het Frans Hals. In At Home woont ze dertig dagen in een tweedimensionaal droomhuis, gemaakt van beschilderde hardboard platen, op de Grote Markt in Haarlem. Een over de top schouwspel dat lijkt op jaren zestig reclames. Voorbijgangers mogen het gezin bekijken, waardoor hun ogen veranderen in die van gluurders. Voor een ander werk overnacht het gezin in het Frans Hals Museum met hun bedden afgebakend tussen paaltjes. PINK maakt hiermee het lichaam en het slapen tot een kunstvorm.

Haar werk gaat over het grensgebied waar kunst eindigt en ‘het echte leven’ begint en hoe de joods-christelijke maatschappij het ideale gezin ziet – het welbekende huisje-boompje-beestje. Ook gaat het over kijken. Naar iets wat je eigenlijk niet mag zien, naar privésferen die normaal verborgen zijn. PINK heeft kritiek op televisie, dat het leven te sensationeel en spannend voorspiegelt in haar ogen. Er zit daarom een overdreven burgerlijkheid in haar performances: zoals bij haar televisie-uitzending Tea Time waar niet meer dan thee wordt gedronken en gekeuveld wordt over sigaren en suikerklontjes.

Vercommercialisering kunst

In de jaren tachtig valt het haar op dat kunstenaars steeds meer moeten onderhandelen om hun werk te tonen en zichzelf telkens moeten promoten. Ze besluit er een performance van te maken. Samen met man Donald (die optreedt als zaakwaarnemer, adviseur en assistent) vertrekt ze naar de Verenigde Staten en klopt aan bij de grote musea voor een expositie. Met een witte golftas, waar een drieëntwintig meter lange afdruk van haar werk in zit, gaat ze op pad. Pas als een museum instemt met een performance toont ze haar ‘visitekaartje’. Alleen het Museum of Contemporary Art Los Angeles hapt toe. De performance wordt vastgelegd in video, naast geënsceneerde foto’s waarin ze wederom teruggrijpt naar het over de top gehalte van reclamefotografie: zij in een bikini naast een zwembad of heroïsch voor een Amerikaanse bolide.

Bij later werk zegt ze de performance vaarwel en richt zich meer op collages en schilderkunst. Tekst komt daarin vaak terug, in onleesbare krabbels of een eigen taal. Dit schrift komt uit de Arcadia-wereld van vroegere performances. Art is mightier than the pen staat op een van de werken, met gezichten verborgen achter stukken tekst. Kunst staat boven het woord, volgens haar. Met de Bijbel als inspiratiebron bij een ander werk lijkt het of ze wilt zeggen dat onze wereld uit tekst bestaat, uit theorieën. Het woord dat theoretici ons opleggen verblindt ons. Het ideale gezin komt hier eveneens uit voort, net als het kapitalisme. Wees kritisch, lijkt ze te zeggen. We leven in verzonnen verhalen en de ideale maatschappij is niets anders. PINK de Thierry is van mening dat de ideale wereld niet bestaat. Het enige dat er bestaat is het alledaagse.

PINK de Thierry – Leven in kunst is nog tot 29 oktober te zien in het Frans Hals Museum, Haarlem.

Kunst / Expo binnenland

‘Enter at own risk’: kunst met woorden van Rogier Roeters

recensie: Recensie: Rogier Roeters in Voorlinden

Deze zomer is het werk van de legendarische Alex Katz in Museum Voorlinden te zien. Zoals vooraf verwacht krijgt deze tentoonstelling volop aandacht van het publiek. Wat in het Wassenaarse museum echter het meest verrast is de speelse en soms controversiële tekenkunst van Rogier Roeters.

‘Enter at own risk. Luv you (ook als je doorloopt)’. Roeters verwelkomt zijn publiek met deze prikkelende tekst. Wat kun je na de entree verwachten? Een bezoekster loopt de zaal in en werpt met grote ogen een blik op haar vriendin. Gegiechel volgt. Weer een andere kijker zakt door zijn knieën om iets aandachtig te lezen en een fotootje te nemen. In een witte ruimte zijn tussen neonwerken vele honderden tekeningen in stift op de muur gepind. Ze worden bevolkt door abstracte figuren en alledaagse objecten. De bonte creaties krijgen een extra dimensie door teksten en woorden zoals ‘C’est la vie maar nu even niet’.

Rogier Roeters, Eend
Foto: Tomas van Oorschot

Verbinding
We betreden het universum van de Bossche kunstenaar en Instagram-sensatie Rogier Roeters (1980). De kunstenaar biedt een kijkje in het menselijke brein in een zoektocht naar wat ons allemaal verbindt. Tijdens een rondgang door de zaal krijg je in korte tijd allerlei emoties te zien, verwerkt in cartooneske tekeningen. In zijn grote ‘vitrine’ – er staat er ook een op zaal – etaleert hij onze onzekerheden, verlangens en irritaties. Roeters vertedert maar neemt tegelijkertijd zijn medemens schaamteloos en vol humor op de hak om te laten zien ‘dat we allemaal maar wat aankloten’. Veel bekijks krijgt een tekening met de tekst: ‘I went to the museum Voorlinden and all I got waren 623 fotos van mijzelf in een zwembad’. Hier verbeeldt Roeters het iconische kunstwerk van Leandro Erlich uit de vaste collectie, de natte droom voor de Instagrammers onder ons.

Aandachtstrekker
Roeters gaat geen onderwerp uit de weg: ijdelheid, hebzucht, vrouwelijke ongemakken, verveling, seks en zelfs reclamemerken komen voor in bizarre en soms rauwe associaties. Je wordt steeds gretiger om zijn hersenspinsels op papier te bekijken, want het ene werk is nog grappiger dan het andere. Kleine verrekijkers bieden uitkomst om ook de allerhoogste tekeningen in de ruimte te bekijken, want dit ‘gesammtskunstwerk’ schreeuwt om aandacht en slaagt daar vol overtuiging in. Na je bezoek wacht nog meer hedendaagse kunst in het museum zoals de bijzondere solo ‘It’s about time’ van Maarten Baas en de eerdergenoemde tentoonstelling met grote landschappen en iconische portretten van de 95-jarige Alex Katz.

Kunst / Expo binnenland

Overheerst door stereotypen

recensie: The Kabuler - Kunsthal Rotterdam

In de Kunsthal in Rotterdam is momenteel een kleine expositie te zien met werk van Magnum-fotografen Cristina de Middel (1975) en Lorenzo Meloni (1983). Zij reisden met hun camera’s rond in Afghanistan, kort nadat de Amerikanen er op 1 september 2021 vertrokken waren. De deur naar een ‘normaal’ leven stond nog op een kiertje, maar al gauw zouden de Taliban weer hun ware gezichten laten zien.

De foto’s en impressies van De Middel en Meloni dateren van januari 2022. In die maand konden ze nog betrekkelijk vrij rondreizen en indrukken verzamelen in Afghanistan. De Taliban –  flink vertegenwoordigd in hun expositie – oefenden toen nog geen ijzeren censuur en repressie uit, al waren de tekenen bepaald niet gunstig meer. Er waren nog vrouwen in hooggeplaatste functies, die ook geïnterviewd konden worden; er waren nog beauty salons en andere ‘vrijplaatsen’; er was nog een sprankje hoop op vrijheid. Wat De Middel en Meloni nog vast konden leggen, bundelden ze in een soort glossy: The Kabuler. Dit magazine vormt de basis voor de expositie in de Kunsthal, de geëxposeerde foto’s en spreads komen allemaal uit The Kabuler.

Meer dan clichés …

De thema’s die de fotografen kozen, zijn behoorlijk divers. Er staan bijvoorbeeld interessante portretten van mensen in, mooie landschapsfoto’s en een groot aantal beelden van het dagelijkse leven en bijzonderheden als Afghaanse recepten en mode. Als je wilt, kun je bij een tafeltje ook op je gemak een compleet exemplaar van The Kabuler doorbladeren.

Een toch wel cruciale bijdrage in het magazine betreft een overzicht ván en waarschuwing vóór clichés die vaak op Afghanistan worden geprojecteerd. Voortdurende oorlog, armoede, ongeletterdheid, terrorisme, vrouwenonderdrukking, papaverteelt … Hoewel zulke gemeenplaatsen zeker niet allemaal uit de lucht zijn gegrepen, doen ze volgens de fotografen te weinig recht aan de culturele rijkdommen en diversiteit die het land historisch ook te bieden heeft. Met The Kabuler willen zij het beeld van het land graag nuanceren.

… maar de stereotypen overheersen

De voor de hand liggende vraag is natuurlijk: in hoeverre slagen ze hierin? Het probleem is dat de uitgebreide aandacht voor de Taliban – voor strijders, machthebbers en hun wereldbeeld – veel andere thema’s toch in de schaduw zet. Wat zijn hun plannen? Hoe verhoudt je je daartoe? Ook als de Taliban niet het directe onderwerp zijn, vormen ze erg vaak het referentiepunt. En zelfs pogingen om hen eens van een heel andere kant te laten zien, ontkomen niet altijd aan stereotype uitkomsten. Neem de foto van twee strijders in een speeltuin die ze net hebben ontdekt. Ogenschijnlijk durven ze wel even te poseren als speelse mannen die een schommel uitproberen, maar echt ontspannen kijken ze allerminst. In hoeverre is deze foto geënsceneerd? Zien we hier twee volwassen kerels die eigenlijk nooit kind hebben kunnen zijn? Bevestigt dit niet juist het beeld dat we al van ze hadden?

Zoals bekend hebben de Taliban sindsdien hun verstikkende greep op het land al weer flink verstevigd. Fundamentalistische dogmatiek en machtsvertoon – een paar van de allerergste stereotypen – hebben Afghanistan voor veel mensen, en helemaal voor meisjes en vrouwen, weer haast onleefbaar gemaakt. Dan is The Kabuler inderdaad een kleine verademing, maar ook niet meer dan dat.