Tag Archief van: 8WEEKLY

Boeken / Fictie

Origineel uitgangspunt, veel plotlijnen

recensie: Tandenjager - Auke Hulst
Kaft TandenjagerBol.com

Voor de hoofdpersoon van Tandenjager, gezegend met een knap uiterlijk maar een gebit in slechte staat, worden ‘mooie tanden’ een drijfveer. Het verhaal speelt zich af in de tijd waarin de tandheelkunde zich begint te ontwikkelen, en dat vormt het decor voor zijn ambitie: hogerop komen.

In de kern gaat het verhaal over een arme jongeman, levend rond 1800, die rijk wil worden in de tijd dat tandbederf de norm was. Hij wordt tandenjager: iemand die tanden uit de mond van gestorven soldaten haalt om ze te verkopen. Die tanden worden verwerkt in kunstgebitten voor welgestelde burgers.
De jongen noemt zichzelf ‘Vos’ en is vastberaden te stijgen op de sociale ladder. Wanneer hij een gaaf gebit vindt, laat hij dat implanteren door een tandarts. Zijn nieuwe tanden, in combinatie met zijn aantrekkelijke uiterlijk en rijke woordenschat, openen deuren naar een wereld die tot dan toe voor hem gesloten bleef. Op het lichaam van de soldaat, de voormalige eigenaar van de tanden, vindt ‘Vos’ brieven, gericht aan de markiezin Margaux. Daardoor raakt hij geobsedeerd door deze vrouw en ziet hij een kans om door haar een plek te verwerven tussen de adel. Er ontstaat een broeierige en verboden verliefdheid tussen Vos en Margaux. Het basisidee – een tandenjager als sociale klimmer – is fascinerend en sterk gevonden. Toch raakt dit uitgangspunt ondergesneeuwd door de vele stilistische en thematische zijwegen die de auteur inslaat.

Overspoeld door de sfeer

De roman is bewust overdadig in taalgebruik. De schrijver bedient zich van een ouderwets, cultuurhistorisch register en doorspekt de tekst met Franse en Engelse uitdrukkingen. Dat draagt bij aan de historische sfeer, maar vraagt ook het nodige van de lezer. Wie moeite heeft met vreemde talen, zal hier afhaken.
Om de romantische tijdsgeest op te roepen, vloeien de zinnen over van zintuiglijke en emotionele metaforen. Denk aan passages als: ‘de muziek van haar vocabulaire verleende haar beweringen het soortelijk gewicht van sterren’ of ‘vogelkreten die het midden houden tussen jammerklacht en uitjouwen’. Dat is mooi, maar soms ook verwarrend.
Daarnaast zijn er uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, zoals: ‘Buiten: karren beladen met kolen die meer rook dan warmte zouden geven, voorlieden die opdrachten schreeuwden, bestrating die vuursteen werd onder ijzeren wielen, het flemen van de zelfverklaarde volgelingen van Venus, (…).’
Daarbij worden historische gebeurtenissen toegevoegd. Het remt allemaal de vaart van het verhaal dat je verwacht: de tandenjager op zoek naar aanzien en liefde.

Bijzondere opbouw

Soms raak je als lezer de draad kwijt. Niet altijd is duidelijk waar je je in het verhaal bevindt, of waarom een heel hoofdstuk nodig is. De spanningsboog verslapt daardoor, en dat gaat ten koste van de aandacht voor de hoofdpersonen: Vos en Margaux.
Margaux krijgt pas in het laatste hoofdstuk een achtergrond en geschiedenis, terwijl zij zo’n centrale rol speelt. Dat maakt het geheel onevenwichtig.

Alleen voor de zeer belezen lezer

Tandenjager biedt veel extra informatie: over filosofie, historische context, literatuur. De auteur weeft citaten en verwijzingen naar beroemde schrijvers door gedachten en dialogen heen. Grote thema’s als geloof, natuur, liefde en racisme komen aan bod, met als constante ondertoon een afwisseling tussen lust en walging – vaak verpakt in ongemakkelijke seksscènes.
Dat past bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, en bij hoe er toen gedacht werd. Toch schuurt het, zeker wanneer de man-vrouwdynamiek in seks zo nadrukkelijk en stereotiep wordt neergezet. In een moderne roman voelt dat als een polariserende keuze.

Tandenjager is een ambitieus boek dat de lezer niet spaart. Het originele uitgangspunt, een sociale klimmer en zijn verboden liefde, komt niet goed uit de verf doordat het verhaal te vaak en te uitgebreid afdwaalt naar zijwegen. De roman vergt concentratie, geduld en een ruime literaire bagage. Dit is een boek voor iemand die het leuk vindt om studerend te lezen. Het vampiermotief is een passende invalshoek, maar wordt te weinig in het verhaal verweven. De historische feiten overtroeven deze sfeer. Tegelijkertijd is het een roman die past bij de tijd waarin het zich afspeelt, vol met romantische melancholie en verlangen naar onbereikbaar geluk.

Boeken / Fictie

Origineel uitgangspunt, veel plotlijnen

recensie: Tandenjager - Auke Hulst
Kaft TandenjagerBol.com

Voor de hoofdpersoon van Tandenjager, gezegend met een knap uiterlijk maar een gebit in slechte staat, worden ‘mooie tanden’ een drijfveer. Het verhaal speelt zich af in de tijd waarin de tandheelkunde zich begint te ontwikkelen, en dat vormt het decor voor zijn ambitie: hogerop komen.

In de kern gaat het verhaal over een arme jongeman, levend rond 1800, die rijk wil worden in de tijd dat tandbederf de norm was. Hij wordt tandenjager: iemand die tanden uit de mond van gestorven soldaten haalt om ze te verkopen. Die tanden worden verwerkt in kunstgebitten voor welgestelde burgers.
De jongen noemt zichzelf ‘Vos’ en is vastberaden te stijgen op de sociale ladder. Wanneer hij een gaaf gebit vindt, laat hij dat implanteren door een tandarts. Zijn nieuwe tanden, in combinatie met zijn aantrekkelijke uiterlijk en rijke woordenschat, openen deuren naar een wereld die tot dan toe voor hem gesloten bleef. Op het lichaam van de soldaat, de voormalige eigenaar van de tanden, vindt ‘Vos’ brieven, gericht aan de markiezin Margaux. Daardoor raakt hij geobsedeerd door deze vrouw en ziet hij een kans om door haar een plek te verwerven tussen de adel. Er ontstaat een broeierige en verboden verliefdheid tussen Vos en Margaux. Het basisidee – een tandenjager als sociale klimmer – is fascinerend en sterk gevonden. Toch raakt dit uitgangspunt ondergesneeuwd door de vele stilistische en thematische zijwegen die de auteur inslaat.

Overspoeld door de sfeer

De roman is bewust overdadig in taalgebruik. De schrijver bedient zich van een ouderwets, cultuurhistorisch register en doorspekt de tekst met Franse en Engelse uitdrukkingen. Dat draagt bij aan de historische sfeer, maar vraagt ook het nodige van de lezer. Wie moeite heeft met vreemde talen, zal hier afhaken.
Om de romantische tijdsgeest op te roepen, vloeien de zinnen over van zintuiglijke en emotionele metaforen. Denk aan passages als: ‘de muziek van haar vocabulaire verleende haar beweringen het soortelijk gewicht van sterren’ of ‘vogelkreten die het midden houden tussen jammerklacht en uitjouwen’. Dat is mooi, maar soms ook verwarrend.
Daarnaast zijn er uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, zoals: ‘Buiten: karren beladen met kolen die meer rook dan warmte zouden geven, voorlieden die opdrachten schreeuwden, bestrating die vuursteen werd onder ijzeren wielen, het flemen van de zelfverklaarde volgelingen van Venus, (…).’
Daarbij worden historische gebeurtenissen toegevoegd. Het remt allemaal de vaart van het verhaal dat je verwacht: de tandenjager op zoek naar aanzien en liefde.

Bijzondere opbouw

Soms raak je als lezer de draad kwijt. Niet altijd is duidelijk waar je je in het verhaal bevindt, of waarom een heel hoofdstuk nodig is. De spanningsboog verslapt daardoor, en dat gaat ten koste van de aandacht voor de hoofdpersonen: Vos en Margaux.
Margaux krijgt pas in het laatste hoofdstuk een achtergrond en geschiedenis, terwijl zij zo’n centrale rol speelt. Dat maakt het geheel onevenwichtig.

Alleen voor de zeer belezen lezer

Tandenjager biedt veel extra informatie: over filosofie, historische context, literatuur. De auteur weeft citaten en verwijzingen naar beroemde schrijvers door gedachten en dialogen heen. Grote thema’s als geloof, natuur, liefde en racisme komen aan bod, met als constante ondertoon een afwisseling tussen lust en walging – vaak verpakt in ongemakkelijke seksscènes.
Dat past bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, en bij hoe er toen gedacht werd. Toch schuurt het, zeker wanneer de man-vrouwdynamiek in seks zo nadrukkelijk en stereotiep wordt neergezet. In een moderne roman voelt dat als een polariserende keuze.

Tandenjager is een ambitieus boek dat de lezer niet spaart. Het originele uitgangspunt, een sociale klimmer en zijn verboden liefde, komt niet goed uit de verf doordat het verhaal te vaak en te uitgebreid afdwaalt naar zijwegen. De roman vergt concentratie, geduld en een ruime literaire bagage. Dit is een boek voor iemand die het leuk vindt om studerend te lezen. Het vampiermotief is een passende invalshoek, maar wordt te weinig in het verhaal verweven. De historische feiten overtroeven deze sfeer. Tegelijkertijd is het een roman die past bij de tijd waarin het zich afspeelt, vol met romantische melancholie en verlangen naar onbereikbaar geluk.

Film / Films

Jennifer Lawrence schittert in Ramsays verstikkende nachtmerrie

recensie: Die My Love - Lynne Ramsay
Die My Love© Filmdepot

De film opent in verstikkende hitte: vliegen, droog hout en leegte, zonder enig menselijk houvast. Het half opgeknapte huis en de verwilderde tuin zetten meteen een gevoel van verlatenheid neer, terwijl de muziek vergeefs probeert op te boksen tegen de monotone stilte. Met deze combinatie van beeld en geluid sleurt de film je vanaf het eerste moment onverbiddelijk de wereld van Grace in.

Lynne Ramsay, meester in het blootleggen van menselijke ontwrichting, toont opnieuw hoe dicht ieder mens bij de rand van waanzin kan komen. Zeven jaar na You Were Never Really Here keert ze terug met Die My Love, een film die de intensiteit heeft van een koortsdroom. Waar Ramsays eerdere werk vooral draaide om geweld, schuld en trauma, richt ze haar blik hier nadrukkelijk op de intieme en lichamelijke ontregeling van moederschap. Daardoor voelt de film verwant aan haar oeuvre, maar ook als een stap naar een nog rauwer, persoonlijker terrein.

Die My Love

Jennifer Lawrence (Grace) en Robert Pattinson (Jackson) – © Filmdepot

Wanneer het evenwicht kantelt

Grace en Jackson trekken zich terug in een afgelegen huis in Montana, ver weg van alles wat vertrouwd is. Aanvankelijk lijken ze het toonbeeld van een liefdevol, speels koppel dat samen een kind op de wereld zet. Maar na de geboorte van hun kindje kantelt het evenwicht. Grace glijdt van een post-partumdepressie in een psychose. Jackson, overweldigd en machteloos, vlucht in zijn werk. De dagen worden stil en lang, en Grace blijft alleen achter met een realiteit die tussen haar vingers glipt.

Ramsay confronteert ons met ongemakkelijke waarheden over moederschap – ontdaan van romantiek, kwetsbaar en pijnlijk herkenbaar voor wie het onuitgesprokene kent. De worsteling van Grace is individueel, maar staat ook symbool voor vrouwen die onder de druk van verwachtingen, verantwoordelijkheid en vermoeidheid hun houvast verliezen. Ramsay kiest niet voor een vijand of verklaring; ze laat zien hoe fragiel de menselijke geest kan zijn wanneer steun en structuur wegvallen.

Cinematografie als mentale spiegel

De cinematografie van Seamus McGarvey vangt zowel de claustrofobie van het vervallen huis als de benauwende uitgestrektheid van het landschap. Hittemirages, voortdurende trillingen in beeld en schijnbaar banale details – een hond in de verte, een schaduw die net te lang blijft hangen – dienen niet alleen als sfeer, maar als een blik in Grace’ ontwrichte binnenwereld. Het maakt de film niet alleen psychologisch intens, maar ook fysiek voelbaar.

Het sound design versterkt dat gevoel. Gezoem, gehijg, krakend hout: niets is toevallig. Geluid wordt een apart personage, een wirwar van impulsen die het perspectief van Grace nabootst. Soms werkt die aanpak overweldigend goed; soms wordt de nadruk op auditieve ontregeling iets te voorspelbaar, waardoor de spanning eerder herhaald dan opgebouwd voelt.

Die My Love

Jennifer Lawrence als Grace – © Filmdepot

Een film die blijft schuren

Jennifer Lawrence is uitzonderlijk sterk als Grace. Ze speelt met een diepe subtiliteit de momenten waarop helderheid en waanzin in elkaar overlopen. Soms zie je dat Grace beseft dat haar gedrag onacceptabel is, maar de rem niet meer vindt. Even vaak is er totale verwarring — een blik die verraadt dat ze elk houvast heeft verloren. Lawrence maakt zowel de wanhoop als de impulsiviteit griezelig invoelbaar.

Toch heeft Die My Love zwaktes. Ramsay vertrouwt zo sterk op intensiteit en subjectieve beleving dat sommige scènes hun kracht verliezen door herhaling. Waar haar eerdere films spanning opbouwen via contrast, kiest deze film voor constante druk. Dat maakt de emotionele cadans vlakker. Daarnaast blijft Jackson als personage onderbelicht, waardoor de dynamiek binnen het gezin minder complex wordt dan het onderwerp eigenlijk verdient.

Die My Love is een nietsontziende film over liefde, moederschap en mentale ontwrichting. Ramsay weigert weg te kijken, maar verliest soms nuance door haar rigoureuze intensiteit. Toch is het resultaat een rauwe, adembenemende nachtmerrie die blijft nazinderen. Een film die je misschien niet nóg eens wilt zien, maar ook nooit meer vergeet.

Kunst / Expo binnenland

Realisme in een veelbewogen tijd

recensie: European Realities – Museum More
Portret van Marguerite Kelsey - Meredith Frampton, 1928. Foto Jeanne van RuttenFoto Jeanne van Rutten

De tentoonstelling European Realities in museum More in Gorssel laat zien hoe het interbellum, de periode van 1919 tot 1939, zijn weerslag vond in de schilderkunst. Tussen de twee wereldoorlogen zijn er grote verschuivingen en woelingen. Van economisch optimisme en vooruitgangsdenken tot wereldwijde, financiële rampspoed en de opkomst van totalitaire ideologieën. De tentoonstelling is daardoor niet per se geruststellend.

De tachtig schilderijen die te zien zijn, uit twintig Europese landen bijeengebracht, kennen een grote variatie aan onderwerpen, stijl en sfeer. De invloeden zijn nogal divers. Berlijn kende bijvoorbeeld een vrijgevochten bruisende sfeer in de jaren twintig, die Goldene Zwanziger. De stad ontwikkelde zich tot een vrijplaats voor een alternatieve levensstijl met een bloeiend, hedonistisch nachtleven. Tal van kunstenaars, schrijvers en musici vestigden zich er. Aangetrokken door eenzelfde zinderende sfeer in het Parijs van de Années folles vestigden zich ook hier vele kunstenaars. Het waren jaren van artistieke vernieuwing.

Dit terwijl de Eerste Wereldoorlog diepe sporen had achtergelaten. Oorlogstrauma’s, lijden en verdriet. Onder dit alles smeulde een steeds groter wordende politieke onrust. De paniek en onzekerheid die ontstonden door de beurskrach in 1929 veroorzaakten een langdurige economische recessie. Er was massale werkloosheid, armoede en honger. Uiteindelijk wierp de Tweede Wereldoorlog haar schaduw vooruit.

European Realities is thematisch ingericht en ordent daarmee hoe in de schilderkunst de complexiteit van het interbellum werd verbeeld.

Hoe de mens te bevatten

Een naargeestig en indrukwekkend werk is Dode strijder in prikkeldraad van Robert Angerhoger uit 1920. De oorlog teruggebracht tot één beeld. Een groot contrast daarmee is het elegante en geïdealiseerde portret van Marguerite Kelsey, acht jaar later geschilderd door Meredith Frampton. Er zijn meer portretten die naar een al dan niet geïdealiseerde werkelijkheid zijn geschilderd. Ook genderfluïditeit, mensen van kleur en naakten. En, een onmiskenbaar kenmerk van die tijd: ‘de moderne vrouw’. Fraaie beelden. Alsof het na de gesneuvelde soldaat met het afbeelden van de mens nog goed is gekomen. Dat is niet het geval. Opvallend hoe hoekig en zelfs lelijk sommige geportretteerden zijn. Met onnatuurlijk grote ogen, kaalhoofdig, starre blikken, een koude uitdrukking en een verwrongen gezicht. Zelfs onooglijk is De verloving is nabij van Karl Hubbuch, het verliefde stel staat veraf van welk schoonheidsideaal dan ook. Verder zijn er schilderijen van kinderen waar het kind-zijn grotendeels ontbreekt.

Het lijkt alsof vooral ook de afzichtelijke kant van de mens moet worden benadrukt.

Verzakelijking en vervreemding

De mens zou voor iedereen – om in termen van de filosoof Kant te spreken – het doel moeten zijn. Desondanks is er gedachtegoed waarbij de mens vooral als middel wordt gebruikt.

Rekwisitie - Krsto Hegedušić, 1920. Foto Jeanne van Rutten

‘Rekwisitie’ van Krsto Hegedušić

Bij een vluchtige blik lijkt Rekwisitie van Krsto Hegedušić een idyllisch, Breugeliaans tafereel: een besneeuwd boerendorp met bewoners in traditionele kleding. Het gaat echter om gruwelijkheden. Soldaten plegen gewelddadigheden, het is terreur. De bewoners zijn ontsteld, sommigen laten het gelaten over zich heen gaan, en op de voorgrond zit een vrouw in wanhoop met de handen voor haar gezicht.

Een andere vorm van ontmenselijking is te zien bij kunstenaars die zich richten op industrialisatie en technologische vernieuwing. De mens is dan nog nauwelijks aanwezig, afwezig zelfs. Sava-weg van Omer Mujadžić toont dikke, zwarte rookpluimen tegen een grijze lucht, dit dient niet het geluk van allen. Verder zijn er stadsgezichten, afbeeldingen van betonnen constructies en het uitzicht uit een raam van een woonkazerne. En niemand is aanwezig. Ook een leeg, maar wel fraai gestileerd beeld is Vanuit het centrale paleis van Torsten Jovinge.

De moderniteit is onbewogen vormgegeven en vooral vervreemdend.

Vanuit het centrale paleis - Torsten Jovinge, 1933. Foto Jeanne van Rutten

‘Vanuit het centrale paleis’ van Torsten Jovinge

Stilleven en perspectief

Er zijn enkele stillevens met ongebruikelijke elementen. Zoals Stilleven met cactus van Lisa Elisabeth Krugell. Het schilderij heeft een grauwe sfeer, de kleuren zijn somber en hoewel een huiselijke afbeelding is het geen knus tafereel. Er zijn op meer werken cacteeën afgebeeld. Het laat zich raden welke symbolische betekenis hieraan gegeven kan worden.

Een heel ander werk is Stilleven met fluit van Dick Ket. Met uiterste precisie is het tafereel in heldere kleuren geschilderd. Een fluit, theedoek, aardewerk jeneverfles en geëmailleerd schaaltje. Alles klopt, maar toch ook niet. Mocht de zwaartekracht in werking treden, dan zouden alle voorwerpen naar beneden glijden. Ook bij andere werken is het perspectief verwrongen.

Een contrast met veel van de tentoongestelde werken is Portret van een dochter van August Jansen. Een verlegen kijkend meisje met haar speelgoed. Ook een vorm van perspectief.

Tijdgeest

Om de tijdgeest van de tentoonstelling te duiden, is er per zaal historische informatie te lezen. Ook is er een video te zien met beelden uit de twintiger en dertiger jaren in Nederland. Eindigend met de beroemde woorden van Colijn: ‘Gaat u maar rustig slapen’. Niet lang daarna braken voor velen slapeloze nachten aan.

Al met al heeft European Realities een ernstig karakter. Onwillekeurig ontstaat de neiging vergelijkingen te trekken met ons tijdgewricht. Het zet aan tot denken.

Kunst / Expo binnenland

Van bladnerf tot lijnenspel

recensie: De natuur als co-creator
0175_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©OssipOssip van Duivenbode

Sinds Iris van Herpen in 2007 haar eigen modehuis lanceerde, groeide de Nederlandse modepionier uit tot een trendsetter in futuristische couture, waarbij ze haar ontwerpen vaak vormgeeft in dialoog met architecten, biologen en technologische vernieuwers.

Met Sculpting the Senses presenteert de Kunsthal Rotterdam de eerste grootschalige Nederlandse overzichtstentoonstelling van modeontwerper Iris van Herpen. De expositie is gebaseerd op haar gelijknamige presentatie in Parijs, die plaatsvond van 29 november 2023 tot 28 april 2024 in het Musée des Arts Décoratifs. De tentoonstelling toont een flinke selectie, waaronder de levende algenjurk.

Beweging en zintuiglijke ervaring

Iris Van Herpen Couture 25/26

Sympoieis gown, 2025. In samenwerking met Chris Bellamy, University of Amsterdam and the Francis Crick Institute for Biomedical Discovery Pyrocystis lunula algae, Nutrient Gel, H2O silicone, Silk Organza, Tulle. ©Molly SJ Lowe

De jurken van Van Herpen zijn ontworpen om in te bewegen. Ze lijken te reageren op hoe het lichaam zich kan vormen. De materialen zijn licht, gelaagd en vol experiment. Het dragen van haar ontwerpen is geen passieve handeling; het is een interactie tussen drager en kledingstuk. In de Kunsthal zijn de jurken echter statisch. Het is haast alsof je naar sculpturen kijkt. Onze verbeelding wordt geprikkeld: hoe zouden deze creaties zich ontvouwen?
Het gevoel van expressiviteit in de werken komt op fascinerende wijze tot leven in de algenjurk. De presentatie zelf is ietwat anticlimactisch. Het ‘levende’ valt in eerste instantie niet echt op en net hierin schuilt de poëzie. Subtiel komt het werk echt tot leven wanneer de donkerte inzet.

Natuur als technologie

Van Herpen onderzoekt de symbiose tussen natuur en technologie. In haar visie is technologie geen tegenpool van het organische, maar een verlengstuk ervan: ‘Technologie is onderdeel van de natuur’, vertelt ze. Haar ontwerpen zijn vaak geïnspireerd op biologische processen, alsof ze de natuur opnieuw uitvindt in textiel. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit haar Crystallization-top: gemaakt met een 3D-printer lijkt dit werk op een soort slakkenhuis met bladnerven.

Samenwerkingen als creatieve bouwsteen

Samenwerking lijkt een katalysator te zijn in haar creaties. Ze werkt met wetenschappers, architecten, muzikanten en biologen om haar visie vorm te geven. De soundscapes in de tentoonstelling – gecreëerd door haar partner Salvador Breed – versterken de ervaring van de jurken als levende wezens. Muziek en geluid zijn ook een katalysator tot ontwerpen: ‘When I hear music, I sometimes see patterns’, zegt Van Herpen. Die patronen en lijnenspellen vinden hun weg naar haar designs. De klanklandschappen vormen een auditieve ruimtelijkheid voor de tentoonstelling, waarin de jurken naast zichtbaarheid ook prikkelen als interactief werk tussen zien en horen. Het raakt dicht aan het leven.

De beleving van de tentoonstelling

De tentoonstelling is geen stugge presentatie, maar een ruimtelijke ervaring. De expositie begint met een golvende ruimte. Spiegels op de grond versterken de ervaring van deze desoriëntatie. De jurken lijken te wachten op onze toenadering en we kunnen ze bekijken vanuit meerdere invalshoeken omdat we om de werken heen kunnen lopen. Het is alsof ze ons ook bekijken via de spiegels op de grond en de afwisseling tussen licht en donker in de ruimtes. Ze spelen met een verlangen naar symbiose. Een verlangen naar een magische wisselwerking. Alsof we willen dat ze stiekem elk moment tot leven kunnen komen.

0277_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©Ossip

©Ossip van Duivenbode

Heeft de kleding dezelfde magie als ze stilstaat? Misschien niet. Dat is precies de kracht ervan. De ontwerpen van Iris van Herpen zijn als zaden: ze lijken stil te staan, maar zijn vol leven. In Sculpting the Senses toont Van Herpen een toekomst waarin mode niet langer een eindproduct is, maar een proces. Een symbiose tussen mens en omgeving. Met de vraag of deze scheiding eigenlijk wel bestaat.

Boeken / Fictie

Spanning, liefde en sensatie

recensie: Atmosphere - Taylor Jenkins Reid
Atmosphere - Taylor Jenkins ReidAmbo|Anthos Uitgevers

Homoseksualiteit was in de jaren tachtig al enige tijd geen taboe meer in het progressieve deel van de Amerikaanse samenleving. Maar in conservatieve kringen en in de militaire organisaties leidde het onherroepelijk tot sociale uitsluiting, verbanning en ontslag uit de militaire gelederen. In de historische liefdesroman Atmosphere wordt de lezer meegenomen naar de eighties en het professionele leven, de emoties en de coming-out van de astronaut en NASA-medewerker Joan.

De standaard liefdesroman kenmerkt zich door twee mensen die voor elkaar bestemd zijn en die – voordat zij een romantische relatie kunnen ontwikkelen – gehinderd worden door een serie obstakels. Unfaire rivalen, heersende sociale conventies, misverstanden tussen de aspirant-geliefden en onoplosbare familievetes staan onvermijdelijk in de weg.

Na de uiteindelijke overwinning van alle dramatische en complexe hindernissen kan het romantische paar zich eindelijk verenigen en het lange en gelukkige leven veroveren. In Atmosphere zijn alle benodigde juicy ingrediënten ruimschoots aanwezig.

Historische context

De NASA-omgeving en het historische tijdperk waarin de eerste ruimtevaartreizen werden uitgevoerd, geven een extra dimensie aan de romance van Joan en Vanessa. De vrouwen zijn niet alleen pioniers van de ruimtevaart, zij behoren ook nog eens tot de eerste groep vrouwen die tot de NASA toegelaten zijn. Niet alleen moeten ze flinke ladingen wantrouwen en seksistische opmerkingen van hun mannelijke collega’s verdragen, maar ook vechten en slikken om dezelfde carrièrekansen te krijgen. Daarnaast maakt het schrijnende taboe en verbod op homoseksuele relaties het onmogelijk hun romance openlijk te beleven, laat staan te legaliseren. Het pionierschap van Joan en Vanessa bestaat zonder meer ook uit het moedige openbreken van de verstikkende conservatieve heteronorm in de toenmalige samenleving.

Een kwestie van stijl

‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’ Aldus de uitspraak van literatuurcriticus Michaël Zeeman.

De woordkeuze, de directheid, het niet erg hoge stilistische en literair-kwalitatieve gehalte maken onder andere dat Atmosphere in de categorie ontspanningslectuur valt. Dit verklaart misschien ook een niet al te mooie, misschien wat gehaaste vertaling. Is dit werk daarom minder lezenswaardig? Het antwoord daarop luidt hartgrondig ‘nee’. In de eerste plaats omdat ontspanningslectuur wel degelijk de maatschappij in beweging kan zetten en ook gedegen achtergrond, geschiedenis en context kan verstrekken. Atmosphere geeft een goede inkijk in het zware pionierstraject naar sociale en legale acceptatie van vrouwen in het algemeen en lesbische vrouwen in het bijzonder. Het lijkt volkomen misplaatst en hautain – ook gezien de tijden – om vandaag de dag cultuur elitair in ‘laag’ en ‘hoog’ in te delen. Alleen al vanwege deze relevantie verdient deze roman de nodige aandacht.

Al met al is Atmosphere een verhaal met actie, spanning, liefde en avontuur over het prille moment waarop verandering werd verkregen door de moed en de opofferingen van vrouwen als Joan en Vanessa.

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Film / Films

Scandinavische sterrencast in absurd Vikingsprookje

recensie: The Last Viking (2025) – Anders Thomas Jensen
Viking 1September Film

‘Jij moet goed op je broertje Manfred passen, want hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd.’ Aldus een Deense vader tegen Anker, zijn oudste zoontje. Anker vat deze serieuze opdracht zó letterlijk op dat zijn eigen leven erdoor wordt weggevaagd. The Last Viking van regisseur Anders Thomas Jensen is in de kern een wrang sprookje over twee totaal verschillende broers die onvermijdelijk hetzelfde lot is beschoren.

Mensen die een afwijking hebben, zijn alleen afwijkend wanneer de anderen deze afwijking niet delen. De afwijkende mensen voelen zich daardoor alleen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen diezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

Deze drogredenering komt van een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte, en dus afwijkende, zoon wil oppeppen. The Last Viking begint met deze absurde volkswijsheid, in de vorm van een korte animatiefilm.

Buit

Het Viking-tekenfilmpje is de proloog van een film over twee broers. Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een steekje los, een afwijking dus. De ander, Anker (Nikolaj Lie Kaas), is een onhandige crimineel met een agressieprobleem, en daarmee blijkbaar min of meer normaal.
Anker maakt bij een overval ruim 40 miljoen Deense kronen buit. Hij wordt echter onmiddellijk gearresteerd en verdwijnt in het gevang.

Maar voordat hij wordt gepakt, heeft Anker het geld in bewaring gegeven aan zijn broer Manfred, die woont bij hun zus Freja (Bodil Jørgensen). Als Anker na vijftien jaar vrijkomt, heeft Manfred inmiddels besloten dat hij John Lennon is: Manfred heeft namelijk een dissociatieve identiteitsstoornis. Dat verklaart ook waarom Manfred als kind dacht dat hij een Viking was.
Deze haakse wending in het verhaal – de identiteitsstoornis – vormt de start van een onnavolgbare zoektocht naar het verdwenen geld van de overval. Manfred/John Lennon heeft het geld namelijk kwijtgemaakt.

Broederliefde

Deze absurdistisch zwarte komedie gaat echter niet zozeer over een overval met een grote buit. Ze gaat vooral over broederliefde, loyaliteit, solidariteit. Over voor elkaar door het vuur gaan. Over hoe je moet omgaan met afwijkende mensen, en over de vraag wat eigenlijk normaal is en wat niet. En natuurlijk over het zoeken naar geluk door kleine luiden.

Verder uitweiden over de plot betekent in dit geval onmiddellijk te veel verklappen; deze film moet het op veel fronten hebben van het verrassingselement.

Zesde samenwerking

Het is een enorm genoegen in The Last Viking een aantal Scandinavische topacteurs aan het werk te zien. Voor deze speelfilm werkt de Deense regisseur Anders Thomas Jensen voor de zesde keer samen met Denen Mads Mikkelsen en Nikolaj Lie Kaas, met wie hij onder andere de komisch-absurde films The Green Butchers (2003) en Riders of Justice (2020) maakte.

Mikkelsen is inmiddels een wereldster. Het is buitengewoon sterk hoe hij transformeert tot de getikte Manfred. Hij doet dat zelfs zó overtuigend en naturel, met mimiek, wapperende armgebaren, met een speciaal loopje, met een houterige lichaamstaal, dat je nu en dan zelfs vergeet dat het Mikkelsen is.
Nikolaj Lie Kaas zet de criminele broer Anker neer met een mengelmoes van geslepenheid, wanhoop, frustratie, agressie en liefde.

Sarah Lund

Voor The Last Viking maakt Jensen gebruik van een volledige Scandinavische sterrencast, met onder anderen de Zweedse Sofie Gråbøl (Sarah Lund uit The Killing) en de Deen Søren Malling, bekend uit alle Deense (misdaad)series van het afgelopen decennium.

De fotografie is magistraal (director of photography: Sebastian Blenkov), maar de Scandinavische landschappen zijn dan ook van zichzelf al uiterst fotogeniek.

Te lang

Jammer is dat de plot van tijd tot tijd alle kanten opschiet (script van Anders Thomas Jensen: de regisseur zelf). Zulke zijstraten in het verhaal kunnen makkelijk gemist worden en duren te lang, waardoor de totale film aan de lange kant is.

The Last Viking is een lomp, wreed maar tegelijk hilarisch sprookje, tegen het decor van Scandinavië, waar mythen en sagen de bewoners door de donkere winters heen helpen. Snoeihard en hardhandig, maar ook vertederend en hartverwarmend.

Film / Films

Weinig kapot in The Smashing Machine

recensie: Benny Safdie - The Smashing Machine
Foto The Smashing Machine© Filmdepot

Na de doorbraak van de gebroeders Safdie met Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) – films die hen in één klap tot de meest veelbelovende jonge makers van het moment maakten – volgde een grote verrassing: het duo ging ieder zijn eigen weg. Toch is 2025 misschien wel hét jaar waarin alle ogen opnieuw op beide Safdies zijn gericht, met hun eerste soloprojecten: Josh met Marty Supreme later dit jaar, en Benny met The Smashing Machine.

Wie aan de films van de Safdies denkt, denkt aan stress, chaos en adrenaline – verhalen die je hartslag omhoogjagen. The Smashing Machine heeft daar niets van. De titel is ironisch: er wordt nauwelijks iets kapotgemaakt in Benny Safdies sportdrama. Geen spektakel, geen heroïek; deze film doet eerder denken aan Raging Bull dan aan Rocky – en zelfs dan gestript van bravoure en cinematische flair. Het mag duidelijk zijn dat Safdie iets nieuws probeert met zijn sport-biopic over MMA-legende Mark Kerr.

De ijsbergsla van Hollywood

Nog opvallender is de casting. Dwayne ‘The Rock’ Johnson – ooit doorgebroken als fenomeen in WWE en inmiddels uitgegroeid tot een van Hollywoods grootste sterren – koos het afgelopen decennium vooral voor rollen die draaiden om spiermassa en charisma, niet om nuance of kwetsbaarheid. Hij werd het gezicht van risicovrije blockbusters: een actieheld zonder persoonlijkheid die alle problemen moeiteloos oplost, met titels als Red Notice (2021), Red One (2024) en Fast X (2023). Rollen uit één mal gegoten, zonder uitdaging voor hem of de kijker. ‘The Rock’ begon een reputatie te krijgen als de ijsbergsla onder de filmsterren: immens populair, maar inhoudelijk neutraal en smaakloos. Juist daarom was de aankondiging dat hij de hoofdrol zou spelen in The Smashing Machine zo intrigerend: een rauwe, fysiek én emotioneel zware rol waarin hij bijna onherkenbaar is.

Transformatie

Johnson verdwijnt namelijk volledig in de rol van Mark Kerr, de MMA-legende die eind jaren negentig op het toppunt van zijn carrière stond, maar tegelijkertijd worstelde met pijnstillerverslaving en persoonlijke demonen. Voor deze rol onderging Johnson een radicale transformatie: dagelijks drie tot vier uur in de make-upstoel om Kerrs vermoeide, door het leven getekende gezicht te creëren. Hij werkte met een stemcoach om Kerrs zachte, bijna verlegen toon te vinden – een scherp contrast met zijn eigen bariton. ‘Ik was doodsbang’, gaf Johnson toe in interviews. Begrijpelijk, want Kerr is een complex personage dat in deze film tot het bot wordt ontleed door Safdie.

Kerr wordt neergezet als een gevoelige, bijna verlegen man, verscheurd tussen fysieke kracht en innerlijke onzekerheid. Emily Blunt speelt Dawn Staples, Kerrs vriendin, wiens aanwezigheid de spanning en intensiteit in de film brengt. Safdie geeft ons flarden van complexiteit – Dawn die balanceert tussen liefde, frustratie en zelfbehoud – maar die lagen worden nooit volledig opengevouwen. Daardoor voelt ze soms als de zoveelste ‘hysterische vrouw van’, een cliché dat we ook zagen bij Blunt in Oppenheimer. Toch is de chemie tussen Johnson en Blunt aanwezig, rauw en ongemakkelijk, alsof je naar een relatie kijkt die elk moment kan imploderen. Het is tegelijkertijd fascinerend én frustrerend: je mist het perspectief van Dawn, zeker in een film die pretendeert de mensen rond Kerr centraal te zetten.

Slice of life

Safdie kiest ervoor de film in een verité-stijl te filmen: realistisch, bijna documentair, met handheld camera’s en snelle zooms. Het voelt alsof we stiekem meekijken in Kerrs leven. Het verhaal omarmt realisme en laat weinig ruimte voor artificiële elementen: geen grote character arcs, geen bombastische climaxen, geen imponerende monologen. Het is een slice of life – en dat geeft de film charme.

Toch voelt The Smashing Machine soms meer als een experiment dan als een afgeronde film. Johnson worstelt om los te breken van zijn persona, Blunt vervalt toch in clichés en Safdie lijkt te zoeken naar vorm. Er borrelt creativiteit onder het oppervlak, maar die komt niet volledig tot uiting. Uiteindelijk is dit vooral een monument voor Mark Kerr en zijn leven – en een interessante, zij het onvolmaakte, stap in Benny Safdies carrière.

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf