Tag Archief van: 8WEEKLY

Boeken / Fictie

I couldn’t help but wonder: boek of doek?

recensie: Sex and the City - Candace Bushnell
Omslag Sex and the Cityomslag

Een beetje kenner herkent aan de titel al om welke serie het gaat. Hoofdpersoon Carrie Bradshaw kondigt een quasi-filosofisch vraagstuk over een ‘first world problem’ aan in de televisieserie Sex and the City. Onbekender is dat deze serie gebaseerd is op het gelijknamige boek van Candace Bushnell, dat amper tweehonderd pagina’s telt en uitgroeide tot een serie die wel bijna vijftig uur aan kijkplezier biedt. Nu er na dertig jaar echt een einde komt aan SATC, is het tijd om de balans op te maken: werkt het boek of het doek beter?

Bushnell publiceerde haar gebundelde columns in 1996, waarop vervolgens een serie van zes seizoenen, twee films en twee spin-offseizoenen gebaseerd werden. Ze werd zelf geboren in Glastonbury en verhuisde op 19-jarige leeftijd naar ’the Big Apple’. In veel interviews beweert ze dat het fictieve personage Carrie Bradshaw en veel anekdotes uit zowel het boek als de serie autobiografisch zijn. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er in het boek en de serie?

Doek

We volgen typische problemen van dertigers-vrouwen in Manhattan, New York. In de alom bekende introtune pronken de Twin Towers nog trots en waggelt hoofdpersoon Carrie Bradshaw in een tutu. Deze blonde krullenbol is een charmante en overmatig dramatische hoofdpersoon. Naast haar staan de roodharige Miranda als cynische workaholic, de naïeve brunette Charlotte, die wacht op haar prins op het witte paard, en ten slotte de bombshell Samantha, die menig man om haar vinger windt en er altijd uitziet om door een ringetje te halen.

Rondom de millenniumwisseling domineerden deze vier vrouwen zes seizoenen lang het beeldscherm. Een hoog gehalte aan humor, herkenbaarheid (ondanks hun peperdure levensstijl) en drang naar onafhankelijkheid maakten het succes van deze serie. De serie blijft duidelijk fictief: met de inkomsten uit een wekelijkse column worden een hip appartement in de Upper East Side en meer dan honderd paar Manolo Blahnik-schoenen betaald. Daarnaast is uitgenodigd worden op alle hippe restaurantopeningen én op een dagelijkse basis worden uitgevraagd door knappe baseballspelers en andere gewilde mannelijke vrijgezellen van 35+ natuurlijk dagelijkse kost. Was het al benoemd dat iedereen maatje 32 heeft zonder te sporten of te diëten? Het blijven de 90’s.

Boek

Zoals de naam van de bundel al doet vermoeden, speelt seks, of in ieder geval het veroveren van een knappe man met geld, een grote rol in de korte verhalen.
Het geschreven verhaal is een stuk meer versnipperd dan dat op het doek, waarschijnlijk omdat het boek een verzameling van columns bevat. Het overgrote deel van deze columns betreft anekdotes van rijke ‘socialites’. Over het algemeen is er door dit gebrek aan samenhang weinig te zeggen over karakterontwikkeling. Carrie speelt in de eerste helft van het boek hooguit een bijrol. Pas later in het boek wordt er meer vanuit haar perspectief geschreven, met name over de grillige relatie die ze met Mr Big heeft. In het boek neemt ze een nonchalante, onverschillige houding aan, waar zij in de serie juist bekendstaat als (zelf)obsessief en egocentrisch. Opvallend is verder dat Carrie een zeer duidelijk alcohol- en drugsprobleem onder de leden heeft, terwijl dat geen significante rol speelt in de serie.

Charlotte en Miranda worden beiden een of twee keer genoemd, en vervullen een verwaarloosbare en onherkenbare rol in het boek. Charlotte wordt beschreven als een seksverslaafde Britse vrouw, terwijl zij in de serie juist een preutse, naïeve New Yorkse is. Miranda wordt neergezet als een drugsverslaafde ‘cable executive’ (wat dat ook mag zijn), waar zij in de serie een hardwerkende, nuchtere advocate is. Samantha komt gedurende het hele verhaal iets frequenter voor, maar (helaas) niet zo kenmerkend als in de serie. In het boek is Samantha veel minder uitgesproken feministisch en seksueel revolutionair dan in de serie, waarin juist haar personage sterk bijdraagt aan de populariteit ervan.

Hetzelfde geldt voor de kenmerkende en iconische 90’s-mode in de serie; deze neemt een veel minder grote plaats in het boek in. Logisch, gezien het visuele effect van een serie. Ook het perspectief is verschillend. In het boek worden de scènes vanuit de derde persoon beschreven, terwijl de serie wordt verteld vanuit het perspectief van Carrie. Carrie’s introspectie wordt door middel van intermezzo’s en voice-overs in de serie duidelijker blootgelegd, wat zorgt voor drama en emotie. In het boek leer je de innerlijke strijd van Carrie minder goed kennen. Zinnen als ‘I couldn’t help but wonder if he ever really loved me’ of ‘The moment he looked at me I turned into stone’ komen daarin niet voor. Dit maakt Carrie in het boek een (relatief) nonchalant en nuchter personage.

Ondanks het verschil in medium en plot, heeft de serie wel degelijk elementen en scènes uit het boek overgenomen. Bijvoorbeeld wanneer Mr Big tijdens een wankel moment in de relatie een weekend buiten de stad heeft gepland met Carrie, en zij uit principe besluit niet mee te gaan. Dit betekent in het boek een scheur in hun al doodbloedende relatie. In de serie is deze scène een dramatisch en abrupt einde van hun liefdesverhaal in een van de eerste seizoenen.

Boek of doek?

Ondanks scherpe en vermakelijke anekdotes ontbreekt er in het boek een samenhangend plot, gelaagdheid en karaktergroei. De verhalen zijn wellicht beter tot hun recht gekomen in hun originele vorm als losse columns dan gebundeld in een boek. Het boek geeft een heel andere sfeer en context dan de serie; het is dus zeker niet overbodig om het boek te lezen als je de serie al gezien hebt. Wel doet het boek af aan de iconische serie. De mode, de scènes in New York en de ruimte voor karakterontwikkeling van alle vier de vrouwen missen in het boek. Daarnaast geeft de serie meer hoop, zelfvertrouwen, ontspanning en inspiratie. Het boek krijgt drie van de vijf sterren. De serie krijgt er overtuigend vijf!

Boeken / Fictie

I couldn’t help but wonder: boek of doek?

recensie: Sex and the City - Candace Bushnell
Omslag Sex and the Cityomslag

Een beetje kenner herkent aan de titel al om welke serie het gaat. Hoofdpersoon Carrie Bradshaw kondigt een quasi-filosofisch vraagstuk over een ‘first world problem’ aan in de televisieserie Sex and the City. Onbekender is dat deze serie gebaseerd is op het gelijknamige boek van Candace Bushnell, dat amper tweehonderd pagina’s telt en uitgroeide tot een serie die wel bijna vijftig uur aan kijkplezier biedt. Nu er na dertig jaar echt een einde komt aan SATC, is het tijd om de balans op te maken: werkt het boek of het doek beter?

Bushnell publiceerde haar gebundelde columns in 1996, waarop vervolgens een serie van zes seizoenen, twee films en twee spin-offseizoenen gebaseerd werden. Ze werd zelf geboren in Glastonbury en verhuisde op 19-jarige leeftijd naar ’the Big Apple’. In veel interviews beweert ze dat het fictieve personage Carrie Bradshaw en veel anekdotes uit zowel het boek als de serie autobiografisch zijn. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er in het boek en de serie?

Doek

We volgen typische problemen van dertigers-vrouwen in Manhattan, New York. In de alom bekende introtune pronken de Twin Towers nog trots en waggelt hoofdpersoon Carrie Bradshaw in een tutu. Deze blonde krullenbol is een charmante en overmatig dramatische hoofdpersoon. Naast haar staan de roodharige Miranda als cynische workaholic, de naïeve brunette Charlotte, die wacht op haar prins op het witte paard, en ten slotte de bombshell Samantha, die menig man om haar vinger windt en er altijd uitziet om door een ringetje te halen.

Rondom de millenniumwisseling domineerden deze vier vrouwen zes seizoenen lang het beeldscherm. Een hoog gehalte aan humor, herkenbaarheid (ondanks hun peperdure levensstijl) en drang naar onafhankelijkheid maakten het succes van deze serie. De serie blijft duidelijk fictief: met de inkomsten uit een wekelijkse column worden een hip appartement in de Upper East Side en meer dan honderd paar Manolo Blahnik-schoenen betaald. Daarnaast is uitgenodigd worden op alle hippe restaurantopeningen én op een dagelijkse basis worden uitgevraagd door knappe baseballspelers en andere gewilde mannelijke vrijgezellen van 35+ natuurlijk dagelijkse kost. Was het al benoemd dat iedereen maatje 32 heeft zonder te sporten of te diëten? Het blijven de 90’s.

Boek

Zoals de naam van de bundel al doet vermoeden, speelt seks, of in ieder geval het veroveren van een knappe man met geld, een grote rol in de korte verhalen.
Het geschreven verhaal is een stuk meer versnipperd dan dat op het doek, waarschijnlijk omdat het boek een verzameling van columns bevat. Het overgrote deel van deze columns betreft anekdotes van rijke ‘socialites’. Over het algemeen is er door dit gebrek aan samenhang weinig te zeggen over karakterontwikkeling. Carrie speelt in de eerste helft van het boek hooguit een bijrol. Pas later in het boek wordt er meer vanuit haar perspectief geschreven, met name over de grillige relatie die ze met Mr Big heeft. In het boek neemt ze een nonchalante, onverschillige houding aan, waar zij in de serie juist bekendstaat als (zelf)obsessief en egocentrisch. Opvallend is verder dat Carrie een zeer duidelijk alcohol- en drugsprobleem onder de leden heeft, terwijl dat geen significante rol speelt in de serie.

Charlotte en Miranda worden beiden een of twee keer genoemd, en vervullen een verwaarloosbare en onherkenbare rol in het boek. Charlotte wordt beschreven als een seksverslaafde Britse vrouw, terwijl zij in de serie juist een preutse, naïeve New Yorkse is. Miranda wordt neergezet als een drugsverslaafde ‘cable executive’ (wat dat ook mag zijn), waar zij in de serie een hardwerkende, nuchtere advocate is. Samantha komt gedurende het hele verhaal iets frequenter voor, maar (helaas) niet zo kenmerkend als in de serie. In het boek is Samantha veel minder uitgesproken feministisch en seksueel revolutionair dan in de serie, waarin juist haar personage sterk bijdraagt aan de populariteit ervan.

Hetzelfde geldt voor de kenmerkende en iconische 90’s-mode in de serie; deze neemt een veel minder grote plaats in het boek in. Logisch, gezien het visuele effect van een serie. Ook het perspectief is verschillend. In het boek worden de scènes vanuit de derde persoon beschreven, terwijl de serie wordt verteld vanuit het perspectief van Carrie. Carrie’s introspectie wordt door middel van intermezzo’s en voice-overs in de serie duidelijker blootgelegd, wat zorgt voor drama en emotie. In het boek leer je de innerlijke strijd van Carrie minder goed kennen. Zinnen als ‘I couldn’t help but wonder if he ever really loved me’ of ‘The moment he looked at me I turned into stone’ komen daarin niet voor. Dit maakt Carrie in het boek een (relatief) nonchalant en nuchter personage.

Ondanks het verschil in medium en plot, heeft de serie wel degelijk elementen en scènes uit het boek overgenomen. Bijvoorbeeld wanneer Mr Big tijdens een wankel moment in de relatie een weekend buiten de stad heeft gepland met Carrie, en zij uit principe besluit niet mee te gaan. Dit betekent in het boek een scheur in hun al doodbloedende relatie. In de serie is deze scène een dramatisch en abrupt einde van hun liefdesverhaal in een van de eerste seizoenen.

Boek of doek?

Ondanks scherpe en vermakelijke anekdotes ontbreekt er in het boek een samenhangend plot, gelaagdheid en karaktergroei. De verhalen zijn wellicht beter tot hun recht gekomen in hun originele vorm als losse columns dan gebundeld in een boek. Het boek geeft een heel andere sfeer en context dan de serie; het is dus zeker niet overbodig om het boek te lezen als je de serie al gezien hebt. Wel doet het boek af aan de iconische serie. De mode, de scènes in New York en de ruimte voor karakterontwikkeling van alle vier de vrouwen missen in het boek. Daarnaast geeft de serie meer hoop, zelfvertrouwen, ontspanning en inspiratie. Het boek krijgt drie van de vijf sterren. De serie krijgt er overtuigend vijf!

Theater / Voorstelling

Poging om suïcide bespreekbaar te maken

recensie: ADEM – Theaterbolwerk PUNCH
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

‘Ik staar naar mijn schoen, en probeer eruit te zien alsof ik nadenk’, zegt de suïcidale vrouw. Want ze weet niet wat ze moet zeggen, terwijl haar therapeut kennelijk van haar verwacht dat ze haar dodelijke plan nu uit de doeken zal doen. Het is niet eenvoudig de gedachten aan zelfdoding bespreekbaar te maken. Bij Theaterbolwerk PUNCH doet toneelschrijver Roel Pronk een fijne poging met zijn stuk ADEM.

Alle hulpverleners en verzorgers herhalen het keer op keer: ‘Denk je aan suïcide, zoek dan geestelijke hulp. Práát erover, bel hulplijn 113.’ Maar hoe is het voor de persoon met de sombere gedachten zelf? Hoe voelt die zich in de spreekkamer van een hulpverlener die eigenlijk nauwelijks tijd heeft om te luisteren? En hoe moet die omgaan met bezorgde, dierbare naasten? ADEM probeert daarop antwoord te geven in een kaleidoscopische, fragmentarische voorstelling.

Voorkomen van zelfmoord

113 Zelfmoordpreventie vraagt momenteel aandacht voor zelfdoding onder jongeren. De jongste cijfers zeggen dat in Nederland per maand gemiddeld 26 jongeren zichzelf het leven benemen.

Theaterbolwerk PUNCH biedt nieuwe schrijvers de ruimte een tekst te maken die meteen wordt gespeeld. Schrijver Roel Pronk kreeg die kans. Pronk kent het gevoel dat het leven te zwaar wordt. Vandaar dat hij ADEM schreef. PUNCH brengt het nu op de podia, in de regie van Gerardjan Rijnders. Ze werken samen met 113 Zelfmoordpreventie.

Hanna van Vliet, Ali Zijlstra, Leendert de Ridder, Kharim Amier en Jip Smit nemen beurtelings de rollen op zich van een persoon met suïcidale gedachten, diens vader, diens therapeut, vrienden en vriendinnen. Ze spelen korte scènes die uit het leven zijn gegrepen.

Fragmentarisch

Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar heen. Teksten en scènes zijn door deze aanpak onvermijdelijk fragmentarisch. We zien hoe anderen omgaan met iemand met neigingen tot zelfdoding: zelfmoord is egoïstisch, en het leven is toch echt leuk genoeg. Het steeds herhaalde mantra is: ‘Adem in, adem uit’.

Verwachtingen

We horen de gedachten van de suïcidale persoon. De somberheid. Het onvermogen gelukkig te zijn. De twijfel aan een betere toekomst. Het zich moeizaam groot houden tegenover dierbaren. De angst niet te kunnen voldoen aan verwachtingen – zelfs niet aan die van de hulpverlener, die kennelijk een verstandig en samenhangend verslag van de sombere zielenroerselen verwacht in het uurtje therapietijd dat daartoe beschikbaar is.

Praten over zelfmoordpogingen, al dan niet mislukt, is bij voorbaat ingewikkeld: ‘We gaan het niet hebben over gisteravond’, stribbelt het personage van Hanna van Vliet voortdurend tegen.

Praat erover

Het paradoxale is dat iedereen die betrokken is bij deze voorstelling beoogt suïcidale mensen ertoe te bewegen erover te praten, opdat de negativiteit gekeerd kan worden, maar dat uit de teksten juist blijkt dat niets helpt. De liefde van de vader niet, de gesprekken met de therapeut niet, het weer kunnen praten met de beste vriendin niet. Dat is best vreemd. Alsof de getoonde strategieën om zelfdoding te voorkomen volgens dit stuk niet werken.

Transparante schermen

ADEM speelt in een waanzinnig fraaie setting (decor: Marjolein Ettema), even simpel als geniaal en functioneel. Op drie transparante schermen veranderen gestructureerde lijnen en blokken in kronkelende, golvende en hoekige vlakken, naargelang de suïcidale persoon somberder wordt, of die weer op de voeten landt door de nuchtere benadering van de omgeving.

De zorgvuldig gefragmenteerde belichting (licht: Jordy Veenstra) isoleert personages van de anderen of plaatst ze juist in een groep.

Soelaas

Regisseur Rijnders laat zijn spelers het hele scala aan mogelijkheden voor tekstbehandeling uit de kast trekken, van fluisteren tot schreeuwen tot huilen. Van eenzaam in elkaar kruipen tot bovenop elkaar gaan zitten.

Het geboden advies dat de makers van deze voorstelling willen geven: ook al voel je je niet begrepen, ook al lijkt het aantrekkelijk jezelf voorgoed van al het eenzame gepieker te verlossen, warmte zoeken bij elkaar kan soelaas bieden.

Tekst: Roel Pronk
Decor: Marjolein Ettema
Video: Menno Broere
Licht: Jordy Veenstra
Muziek / Sound scape: Floris Bosma | Flows’ productions
Techniek: Patrick Knoop | PK eventtechniek

Denk je aan zelfdoding? We zijn er voor je. Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten. Bel gratis 113.

Film / Serie

Visueel indrukwekkend epos met barsten in het verhaal

recensie: War of the Kingdoms | Cyrill Boss, Philipp Stennert
oVEZQmzgUu5IoiWBeYHfqGbth9sAgcCFIT0qL0lTCANAL+

Het Duitse epos Hagen leek alles mee te hebben: een budget van meer dan vijftig miljoen euro, een legendarisch verhaal en een internationale cast. Toch flopte de film vorig jaar hard. Met nog geen tweehonderdduizend bezoekers bleef het succes ver uit. Als zesdelige miniserie krijgt het project nu een tweede kans onder de naam War of the Kingdoms, met Gijs Naber wederom als de centrale figuur.

De serie is gebaseerd op het beroemde Nibelungenlied, een middeleeuwse sage die zo invloedrijk is dat zelfs J.R.R. Tolkien zich erdoor liet inspireren. War of the Kingdoms kiest voor een uitgesproken, filmische stijl en zet meteen de toon. Je wordt zonder veel uitleg het verhaal ingetrokken, wat de wereld fascinerend maakt, maar ook verwarrend kan zijn voor wie het verhaal nog niet kent.

Het verhaal

Hagen von Tronje is een soldaat en opperbevelhebber, gedreven door plicht en loyaliteit aan zijn koning en koninkrijk. Achter zijn zwijgzame façade schuilt echter een verboden liefde voor prinses Kriemhild, een gevoel dat hij nooit openlijk kan tonen. Tegelijk draagt hij een onontdekt verleden met zich mee, dat wel littekens heeft achtergelaten.

Wanneer de koning sterft, staat het rijk op instorten. De Hunnen vallen vanuit het oosten binnen, Romeinse legers naderen vanuit het zuiden en de jonge Gunther erft de troon. Zijn vastberadenheid om het koninkrijk te redden leidt hem naar Brunhild, de legendarische Walkurenkoningin met mysterieuze krachten. Om haar hand te winnen heeft hij zowel de hulp nodig van Hagen als van Siegfried, de charismatische drakendoder die voor extra onrust zorgt.

Een productie die indruk maakt

Het enorme budget is op vrijwel elk moment zichtbaar. War of the Kingdoms blinkt uit in indrukwekkende locaties, zorgvuldig ontworpen kostuums en overtuigende mythische wezens. Het camerawerk is dynamisch en filmisch, waardoor de serie soms meer aanvoelt als een grote bioscoopproductie dan als televisie. Dat de film en serie gelijktijdig zijn opgenomen, een unicum in Europa, werpt hier duidelijk zijn vruchten af.

Ook het acteerwerk ligt op hoog niveau. Gijs Naber overtuigt als de getormenteerde Hagen von Tronje, een man die veel voelt, maar weinig zegt. De ontwikkeling van Siegfried (Jannis Niewöhner), die begint als een irritante opschepper en langzaam verandert in een tragisch figuur, is eveneens sterk gespeeld. Opvallend prettig is bovendien de aanwezigheid van meerdere krachtige vrouwenrollen, die meer zijn dan enkel bijfiguren in een mannenepos.

Te veel losse eindjes

Waar de serie visueel excelleert, laat het verhaal steken vallen. In zes afleveringen worden veel verhaallijnen geïntroduceerd, maar niet allemaal bevredigend afgerond. Zo wordt Hagens verleden wel onthuld, maar nauwelijks verbonden aan zijn verdere ontwikkeling als personage. Ook het verhaal rondom de verminkte hand van Gunthers jongere broer voelt afgeraffeld. Het meest frustrerend is misschien wel dat de breuk tussen Siegfried en Brunhild totaal onverklaard blijft.

War of the Kingdoms haalt inhoudelijk niet het niveau van series als Game of Thrones of filmreeksen als The Lord of the Rings. Toch maakt de serie veel goed met zijn visuele kracht, sterke acteerprestaties en ambitieuze opzet. Wie bereid is door narratieve tekortkomingen heen te kijken, krijgt een indrukwekkend en stijlvol epos voorgeschoteld dat ondanks alles de moeite waard is.

De serie is vanaf 25 november 2025 exclusief te streamen bij CANAL+ en vanaf 29 november 2025 wekelijks om 20:30 uur te zien op CANAL+ Action.

Film / Films

Een krachtige aanklacht tegen kindhuwelijken

recensie: Nawi, Dear Future Me | Vallentine Chelluget, Apuu Mourine, Kevin & Tobias Schmutzler | 2024
Nawi_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

Dear Future Me, schrijft de dertienjarige Nawi in haar dagboek. Het schrift krijgt ze van haar lerares, die haar ziet als een slim en leergierig meisje met goede cijfers en grote dromen. Schrijf je dromen op en maak ze waar, lijkt de boodschap. Maar in een traditioneel Afrikaans dorp blijkt dromen voor een meisje niet vanzelfsprekend, laat staan realiseerbaar.

‘Niets meer en niets minder.’ Zo omschrijft Nawi haar waarde wanneer ze hoort dat ze wordt uitgehuwelijkt voor zestig schapen, acht kamelen en honderd geiten. In de afgelegen regio Turkana, in het noorden van Kenia, zijn kindhuwelijken officieel verboden, maar in de praktijk nog altijd wijdverbreid. De bruidsschat kan voor arme families het verschil betekenen tussen overleven en verhongeren.

Gedwongen keuzes

Nawi wordt beloofd aan een veel oudere, welgestelde man. Haar vader worstelt met het besluit, maar staat machteloos tegenover de traditie én een schuld bij zijn broer die moet worden afbetaald. Als enige dochter rust op Nawi de verantwoordelijkheid om haar familie te redden. Haar argumenten dat ze met onderwijs later meer kan betekenen, vinden geen gehoor. Het huwelijk wordt voltrokken. Nawi is pas dertien.

Met een slimme smoes weet ze de consumptie van het huwelijk uit te stellen. Wanneer een overstroming het dorp treft, grijpt ze haar kans en slaat ze op de vlucht. Vanaf dat moment wordt de film niet alleen een aanklacht tegen kindhuwelijken, maar ook een verhaal over moed, verzet en zelfbeschikking.

Lokaal verteld, lokaal geworteld

De film is gebaseerd op een kort verhaal van Milcah Cherotich, geschreven voor een nationale verhalenwedstrijd in Kenia. Die lokale oorsprong voel je. Nawi is geen van buitenaf opgelegd drama, maar een verhaal dat van binnenuit wordt verteld door makers die het onderwerp van dichtbij kennen.

Opvallend is het collectieve regisseurschap: vier regisseurs werkten samen aan de film. Onder hen Apuu Mourine, afkomstig uit Turkana, en Vallentine Cheluget uit Kisumu. Voor beiden is dit hun speelfilmdebuut. De Duitse broers Tobias en Kevin Schmutzler maakten eerder al sociaal geëngageerde films en brengen die betrokkenheid hier opnieuw mee.

Goede intenties, wisselende uitvoering

De boodschap van de film is helder en urgent, maar de uitvoering is niet altijd even sterk. Op verschillende momenten verraadt de film zijn beginnende makers. Sommige camerakeuzes suggereren dreiging of actie die vervolgens uitblijft, wat verwarrend werkt en de spanning ondermijnt. Vooral de camerahoeken die gepakt worden, kloppen niet helemaal met het verhaal dat ze willen vertellen.

De toevoeging van de oudere, toekomstige Nawi, passend bij de ondertitel Dear Future Me, is een mooi idee, maar blijft dramaturgisch onderbenut. De lijn wordt niet consequent doorgetrokken, waardoor het concept meer belofte dan uitwerking heeft.

Ook het slot voelt te nadrukkelijk optimistisch. De plotselinge realisatie van Nawi’s droom, verbeeld in een school die letterlijk lijkt te zijn ontsproten aan haar dagboektekeningen, komt geforceerd over. De nuance maakt plaats voor een bijna sprookjesachtig einde.

Indrukwekkend ondanks tekortkomingen

Toch weet Nawi te overtuigen. De weidse landschappen van Turkana zijn adembenemend gefilmd, de muziek is aanstekelijk en Michelle Lemuya Ikeny speelt de rol van Nawi met grote overtuigingskracht en natuurlijke kwetsbaarheid. Haar spel draagt de film.

Nawi is een sympathieke, betrokken film met een belangrijke boodschap, die ondanks zijn oneffenheden weet te raken. Niet voor niets is de film de officiële Keniaanse inzending voor de Oscars van 2025.

Film / Films

Eeuwigheid als keuzeprobleem

recensie: Eternity | David Freyne
Eternity_st_4_jpg_sd-lowFilmdepot

Je gaat dood en reist per trein naar een knooppunt: een chaotische plek waar ‘afterlife coordinators’ je helpen kiezen waar je je eeuwigheid wilt doorbrengen. Verkopers bestoken je met aanbiedingen en folders. Maar wat als daar al iemand op je zit te wachten? Kies je dan voor het leven dat je geleid hebt, of voor het leven dat je had kunnen leiden?

Joan (Elizabeth Olsen) komt precies voor die keuze te staan. Kiest ze haar huidige echtgenoot Larry (Miles Teller), met wie ze kinderen en kleinkinderen heeft en een heel leven heeft opgebouwd? Of kiest ze voor haar eerste liefde Luke (Callum Turner), die jong sneuvelde in een oorlog en decennialang op haar heeft gewacht?

Geen weg terug

De regels van dit hiernamaals worden al snel duidelijk. Elke nieuwkomer arriveert, verbijsterd en verward, op The Junction: een kruising tussen een statig treinstation, een congrescentrum en een jaren 50-hotel. De nieuwkomers, die eruitzien zoals ze waren op het hoogtepunt van hun geluk, worden overspoeld met advertenties, lichtbakken en vlotte verkopers die hun een eeuwige bestemming proberen aan te smeren. Maar één ding is zeker: als je eenmaal hebt gekozen, is er geen weg terug.

Wie echt geen keuze kan maken, wordt aan het werk gezet op The Junction: als barman, schoonmaker of ‘afterlife coordinator’. Daar blijf je totdat je eindelijk een beslissing durft te nemen. En als je een verkeerde keuze maakt en wegloopt uit je eeuwigheid, beland je in het niets.

Te weinig verhaal, te veel focus op details

De uitwerking van het kruispunt is fantastisch. Aan alles is gedacht: comfortabele kamers waar je kunt acclimatiseren, een breed scala aan eeuwigheden: van bergen tot zee, van een oneindig pretpark tot een Weimar-eeuwigheid (‘met 100% minder nazi’s’) en zelfs locaties die zijn opgeheven omdat ze niet bleken te werken. Alles is tot in detail vormgegeven. In iedere eeuwigheid kun je bovendien de archieven induiken om je leven terug te kijken, alleen of samen.

Die rijkdom aan details is imponerend, maar lijkt ten koste te zijn gegaan van het verhaal. De liefdesdriehoek tussen Joan, Larry en Luke had diepgang en spanning kunnen bieden, maar blijft opvallend vlak. Daardoor sleept de film en voelt hij langer dan nodig. De balans tussen wereldbouw en emotionele ontwikkeling is zoek.

Elizabeth Olsen geen talent voor comedy

De casting van Elizabeth Olsen als Joan pakt helaas niet goed uit. Haar komisch talent is beperkt; ze zet overdreven mimiek in om grappen te verkopen en heeft weinig variatie in emotionele expressie. Hierdoor valt ze op, vooral naast Teller en Turner, die hun rollen met overtuiging en natuurlijk komisch gevoel neerzetten.

Een positieve uitschieter is Da’Vine Joy Randolph als ‘afterlife coordinator’ Anna. Zij weet de film keer op keer op te tillen, zelfs wanneer het plot weer in herhaling valt. Jammer genoeg blijft de belofte dat haar eigen achtergrond wordt uitgediept onbeantwoord. Een gemiste kans, want haar personage is een van de interessantste van de film.

Onder de humor en de visuele rijkdom schuilt in Eternity een prikkelende gedachte over liefde en tijd. De film vraagt niet zozeer wat er ná de dood komt, maar wat er van ons overblijft als tijd geen rol meer speelt. Kan liefde bestaan zonder eindigheid? Is geluk iets dat we kunnen herbeleven, of slechts iets dat we ooit kenden? Een verrassend filosofische onderlaag, die nog lang blijft resoneren.

Boeken / Fictie

Perec als maatschappijcriticus

recensie: De dingen – Georges Perec
vienna_boekenkastPixabay

Het eerste hoofdstuk van De dingen is Perec ten voeten uit: het boek opent met een ietwat oeverloos aandoende, nauwgezette beschrijving van een ouderwets-elitair ingericht appartement. Maar wat volgt is een opmerkelijk goed te volgen narratief dat in een heldere chronologie en zonder al te veel digressies wordt gepresenteerd.

Het is pas na het stilleven van de openingspassage – die leest als de beschrijving van een filmdecor en de manier waarop een camera dat decor zou moeten filmen – dat de protagonisten van het boek, Sylvie en Jérôme, worden geïntroduceerd. Bij het vertellen van het verhaal van deze personages lijkt Perec het principe show, don’t tell te hebben omgekeerd: De dingen bevat maar weinig afgebakende scènes, en bestaat hoofdzakelijk uit een aaneenschakeling van diepgaande analyses van de beweegredenen van Sylvie en Jérôme en van de patronen en gewoontes die hun leven kenmerken.

Het tell, don’t show dat Perec als uitgangspunt voor deze korte roman heeft gekozen, zorgt ervoor dat – zoals Manet van Montfrans in haar nawoord bij De dingen ook noemt – Sylvie en Jérôme in deze roman in feite niet waarlijk als personages fungeren. Zij staan eerder symbool voor de generatie die in de jaren ’60 voor het eerst in aanraking kwam met de consumptiemaatschappij. Ook al was Perec er niet bepaald door gecharmeerd, het feit dat hij naar aanleiding van de publicatie van De dingen tot socioloog van de consumptiemaatschappij werd gebombardeerd, heeft hij toch echt grotendeels aan zijn eigen keuze voor deze metapsychologische verteltrant te danken.

Symbool van een generatie

En inderdaad is er een meer romanachtige versie van De dingen denkbaar, waarin Sylvie en Jérôme als individuen meer uitgewerkt zouden zijn, waarin wij meer leren over hun achtergrond en de eigenaardigheden van hun relatie en waarin meer directe rede zou zijn gebruikt. Het boek was dan eerder opgevat als een vertelling met een maatschappijkritische ondertoon. Het is voor de geïnteresseerde lezer misschien de moeite waard om te onderzoeken of meer recente boeken zoals De perfecties van Vincenzo Latronico – waarvoor De dingen als inspiratiebron diende – of The Anthropologists van Ayşegül Savaş misschien niet waarlijke roman-manifestaties van De dingen zijn.

Doordat het boek niet in scènes is opgebouwd, komen Sylvie en Jérôme als karakters niet helemaal tot leven en voelt de tekst vrij analytisch aan. Maar toch is het vertelperspectief effectief. De analyses die Perec presenteert worden met grote regelmaat geïllustreerd aan de hand van pijnlijk concrete details die de tragiek en de noodlottigheid van het materialistische doolhof waarin de twee zich bevinden voor de lezer voelbaar maken. De lezer krijgt het gevoel met de neus op de feiten van de kapitalistische samenleving te worden gedrukt.

Het zijn die ludieke details waar Perec de lezer voortdurend op trakteert, die maken dat De dingen absoluut geen grote droge hap is. Zij zorgen ervoor dat het boek, als schets van een meerjarige psychosociale ontwikkeling van een individu dat tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, toch uitermate levendig aanvoelt.

De dingen: een debuut als warming-up voor later werk

Het boek leest dus zeker niet als een sociologisch onderzoeksrapport. Sterker nog, De dingen is misschien wel een perfect boek voor wie behoefte heeft aan een inleiding tot het werk van Georges Perec: het verhaal is uniform qua perspectief, wordt in een redelijk zuivere chronologische volgorde verteld, en de metapsychologische analyses zijn toegankelijk geschreven. Het boek kent geen lange uitweidingen, geen labyrintische fractale effecten, geen enigmatische perspectiefwisselingen en geen ingewikkelde syntactische constructies. Kortom, de elementen die gemeenplaatsen zijn in veel van Perecs latere werk en die een groot deel van zijn oeuvre wat ontoegankelijk van aard maken. En toch bevat De dingen de aandacht voor sprekende details en onmiskenbare blijken van vertelplezier die voor Perec zo kenmerkend zijn.

De dingen heeft de kiemen van de typische, ingewikkelde Perec-stijl in zich die in latere boeken tot volle bloei zouden komen. Maar in dit boek lijkt Perec zich op dat vlak nog enigszins in te houden. Het boek is daarmee een toegankelijke instapper voor wie het werk van Perec beter wil leren kennen. Wie al is ingewijd in de wereld van deze fascinerende schrijver en een bewondering koestert voor de literaire vrijheid die Perec zich in zijn andere boeken zo duidelijk permitteert, zal De dingen misschien niet roemen als Perecs belangrijkste literaire verdienste. Het boek is immers wat ‘gewoontjes’ en redelijk conformistisch in vergelijking met zijn andere werk. Maar De dingen is wel een van de weinige boeken waarin Perec zich relatief onverholen maatschappijkritisch uitlaat. En dat is dan wel weer bijzonder.

Theater / Voorstelling

Gedurfde grappige musical die niet over autisme gaat

recensie: Stoornis of my life

Na jarenlang succesvolle voorstellingen met Showponies, en alle varianten daarop, heeft Alex Klaasen nu een musical gemaakt: Stoornis of my life. Met de mysterieuze ondertitel: ‘een musical die niet over autisme gaat’. Maar waarover dan wel?  

Alex Klaasen heeft een broer met autisme en hun familiedynamiek is de inspiratiebron voor deze nieuwe musical. Gedurfd, want het is niet alleen een musical, maar echt een musicalkomedie. Grappen maken over iemand met  autisme, als dat maar goed gaat!

Familieband

De musical vertelt het verhaal van twee broers Jasper en Willem. Jasper heeft een autisme spectrum stoornis (ASS) is 49 jaar, woont begeleid met een groep mensen die ook op het spectrum zit en is een enorme musicalfan. Zijn broer Willem is een bekende soapster. Als hun moeder overlijdt, staat hun wereld op zijn kop. Iedereen maakt zich zorgen over Jasper, kan hij dit wel aan? Ondertussen heeft Jasper het idee dat hij de hoofdrol speelt in zijn eigen musical en legt het publiek van alles uit over musicals. Maar het duurt wel erg lang voor zijn ‘eleven o’clock song’ komt, is hij eigenlijk wel de hoofdrolspeler van deze musical?

Stoornis of my life vertelt een mooi verhaal over rouwverwerking bij twee broers die heel verschillend zijn. Autisme staat centraal en toch ook weer niet. De musical gaat namelijk vooral ook over de worsteling van broer Willem, ‘The Glass Child’, de broer die zich nooit gezien voelde omdat alle aandacht van zijn moeder naar Jasper ging vanwege zijn autisme.  De draai in de musical wordt heel mooi gemaakt aan de hand van de metafoor ‘de musical’, want musicalfan Jasper denkt de hoofdrol te spelen in deze musical, maar komt er langzaam maar zeker achter dat het eigenlijk allemaal draait om zijn broer Willem, die het moeilijker heeft dan iedereen dacht.

Musicals en autisme

In deze voorstelling leer je veel over autisme en over musicals. Als musicalfan leert Jasper je alles over de opbouw van musicals en waar hij het liefst in de zaal zit. Er zitten gedurende de hele show veel knipogen in naar andere musicals. Daarnaast leert Jasper, samen met de woongroep, je veel over autisme, wat ze in de show ‘op het spectrum’ noemen (aangezien iedereen het liever anders noemt).
Het is lastig om een grappige musical te maken over autisme, zonder daarbij de mensen zelf te beledigen. Toch krijgt Alex Klaasen dit op voortreffelijke wijze goed voor elkaar. Natuurlijk komen er allerlei stereotypen van autisme voorbij, maar uiteindelijk is dit toch nog een behoorlijk breed spectrum. En vooral ‘Amber’s  Powersong’ maakt veel goed, want Jaspers begeleider blijkt zelf ook autisme te hebben. Ze is een laat gediagnostiseerde vrouw met autisme en zingt over haar worsteling. Haar verhaallijn laat zien dat het stereotype beeld van autisme, niet klopt. In de musical is dat voor Willem een eye opener, maar voor menigeen in het publiek zal dit ook nieuwe informatie zijn.

Sterke cast

De musical heeft ook nog eens een sterrencast. Zo wisselen Noortje Herlaar en Kim Lian de rol van Amber af, beiden waren al langere tijd niet meer in musicals te zien. Soy Kroon en Jim Bakkum wisselen de rol van broer Willem af. En uiteraard speelt Alex Klaasen de rol van Jasper voortreffelijk.

Kortom, Alex Klaasen heeft het weer voor elkaar: een succesvolle grappige voorstelling. Dit keer geen revue, maar een musical. Een show die ontroerend, persoonlijk, leerzaam én heel grappig is, een geslaagde combinatie. Bovendien draagt het ook bij aan een wat gevarieerdere representatie van autisme in de media, want het spectrum is breder dan alleen de ‘Kees Momma’s’ van deze wereld, al is de musical wel erg wit.

Theater / Voorstelling

Kibbelen op weg naar de Apocalyps

recensie: HOPE – NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater Hamburg
HOPE Mit Texten von Maria Milisavljević Regie Guy WeizmanChoreografie Roni HaverKerstin Schomburg

Hoop, echte existentiële hoop, ontstaat niet op momenten van grote voorspoed, omdat we dan best tevreden zijn. Hoop ontstaat in tijden van tegenspoed. Dan is het een noodzakelijke emotie om te kunnen doorgaan. Theatermakers NITE/Club Guy & Roni/Thalia Theater Hamburg gebruiken het concept ‘hoop’ om ter discussie te stellen in welke staat de wereld is waarin wij leven, in een oogstrelende maar ook rommelige voorstelling.

NITE staat voor Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble. NITE is de voortzetting van het Groningse Noord Nederlands Toneel, onder leiding van regisseur en choreograaf Guy Weizman en choreograaf Roni Haver. Samen vormden zij eerder het dansgezelschap Club Guy & Roni. Zij streven naar maatschappelijk geëngageerde, multidisciplinaire voorstellingen die het publiek aan het denken zetten.

Thalia Theater Hamburg zoekt voor zijn maatschappijkritische voorstellingen graag de aansluiting bij internationale theatermakers. Dan is NITE/Club Guy & Roni geen vreemde keuze.

Balletkleding

In HOPE gebruiken de makers een nogal omslachtige vertelling om hun boodschap over de huidige, bedenkelijke toestand van de wereld te verpakken. Een gezelschap van dansers en acteurs, goeddeels gehuld in babyroze balletkleding, ruziet over een nieuw ballet, onbewust van het feit dat de wereld de volgende dag ten onder zal gaan.

De choreograaf van het beoogde ballet (Maike Knirsch) gooit de ensemblevoorstelling die eerder is bedacht echter op de schop en wil alsnog een soloballet maken. Iedereen is kwaad, behalve degene die de solo zal dansen (Gloria Odosi).

Monologen

Er ontspint zich een ruzieachtige woordenstroom. Daarin concurreren eenlingen, duo’s en grotere groepen met elkaar. Er zijn weinig gesprekken of dialogen; spelers spreken een voor een korte monologen uit (tekst: Maria Milisavljević, 1982, Arnsberg, Duitsland), voornamelijk met het gezicht naar de zaal. Bewust Brechtiaans: de vierde wand naar het publiek wordt voortdurend doorbroken.

De monoloogjes, veelal in korte zinnetjes, van Milisavljević getuigen van kwetsbaarheid: ‘Iets moois, iets fijns.’ Van eenzaamheid, van behoefte aan intimiteit: ‘Hug me!’ Van het zoeken naar houvast op allerlei gebieden: ‘Elke waarheid is iemand anders’ leugen.’ Er is een soort verteller (Bien De Moor) die zich onderscheidt door een geel kostuum.
De voorstelling wordt gespeeld in een mengelmoes van Duits, Engels en Nederlands, met Engelse en Nederlandse boventitels.

Schetsmatig

Individuen stellen zich voor aan de hand van uit het leven gegrepen anekdotes. Die vorm werkt niet goed, omdat de verhaaltjes te schetsmatig, te fragmentarisch zijn om de personages echt een karakter te geven. Zo beklijven de namen van de personages ook niet echt, de verschillende types blijven daartoe te oppervlakkig.

Kwetsbaar

Daarbinnen is niettemin onder anderen Tilo Werner als een van de dansers erg mooi: balancerend op de punten van zijn zwarte glitterschoenen vertelt hij een kwetsbare homo-erotische droom. Vorm en inhoud vallen daar samen: de wiebelige man en het bange verlangen.

Gekissebis

Personages die hun verhaal hebben gedaan, krijgen een hoofddeksel met een hoge roze veer op het hoofd. Ze worden daardoor iets tussen revueartiesten en circuspaarden in. Met behulp van verrijdbare decorstukken, deels voorzien van spiegelende oppervlakken, verandert de omgeving steeds van structuur. Er is veel gekissebis, concurrentie. Aanvallen en verdedigen.

Fragmentarische teksten, korte dansen op indringende, live uitgevoerde muziek vormen de aanloop naar een nogal lang uitgestelde apotheose. De dreiging van een naderende zondvloed wordt gesymboliseerd doordat er water door het dak druppelt, dat door Tilo Werner wordt opgevangen in zijn roestvrijstalen champagneglaasje.

Prachtige muziek

Bij het toenemen van de spanning wint HOPE enorm aan kracht, zowel in het spel als in de wervelende vormgeving, de spectaculaire belichting en zeker ook in de prachtige, aanzwellende muziek (muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp). De noodzaak van ‘hoop’ wordt duidelijker wanneer het erop lijkt dat het apocalyptische einde nadert.

De actuele boodschap die je kunt halen uit de warrige interactie tussen de spelers en uit de zoekende teksten van HOPE komt neer op: we kibbelen, maken elkaar het leven zuur met futiliteiten, jaloezie en kleinzieligheid, terwijl de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dan zal blijken hoe hard je elkaar nodig hebt. En hoe hard je dan hoop nodig hebt, als houvast om te proberen te overleven.

Tekst: Maria Milisavljević
Choreografie: Roni Haver
Dans: Rosie Reith, Tatiana Matveeva, Tommy Heeffer
Decorontwerp: Ascon de Nijs
Componist: Camill Jammal
Muziek: Camill Jammal, Hanna Caroline Boos, Matze Pröllochs, Timon Schempp
Lichtontwerp: Maarten van Rossem
Kostuumontwerp: Simon Carle & MAISON the FAUX

Film / Films

Linklaters ode aan cinema

recensie: Nouvelle Vague - Richard Linklater
nouvelle vague© Filmdepot

Richard Linklater reconstrueert met Nouvelle Vague niet de geboorte van de Franse filmbeweging uit de jaren ’60, maar vangt vooral het gevoel dat erbij hoorde: dat film alles kan zijn. Nouvelle Vague is een hangout-film over makers, ego’s en ideeën. Losjes, speels en gemaakt met een onmiskenbare liefde voor film.

De nieuwe film van Linklater is een feest van herkenning voor de cinefiel. Alsof je naar The Avengers voor filmnerds kijkt, wandelen de grote spelers van de Franse cinema door het beeld. Namen als Truffaut, Melville, Bresson en Chabrol komen en gaan. Niet als de legendarische figuren waar ze nu bekend om staan, maar als jonge makers vol ideeën, twijfel en arrogantie, klaar om de wereld van film op te schudden. De spotlight in Nouvelle Vague staat op de maestro van de beweging: Jean-Luc Godard. De film volgt hem door de straten van Parijs, waar hij À bout de souffle (Breathless) maakte, volgens velen een van de meest invloedrijke films aller tijden.

Hangout-film

Linklater staat bekend als de man van de hangout-film, een officieus subgenre van films waar conflict of climax ver te zoeken is. Weinig spanning, weinig drama, een echte slice of life met ruimte voor humor en kleine momenten die een wereld kunnen schetsen. Een film waar je elk moment kunt ‘binnendruppelen’, zonder eigenlijk iets van het verhaal gemist te hebben. In dat opzicht voelt Nouvelle Vague als Linklaters eerdere film Dazed and Confused (1993), maar dan volledig gedipt in de esthetiek van Godards À bout de souffle uit 1960. De hippies ingeruild voor pretentieuze filmmakers, de highschool voor de straten van Parijs, en joints voor sigaretten en koffie.

Linklater ontmantelt de mythe rond Godard in Nouvelle Vague en zet er een man voor in de plaats: een haantje dat zichzelf ziet als revolutionair, een zelfverklaarde profeet van de cinema. Zijn monologen eindeloos en meanderend, vol kunst en politiek. Ze botsen heerlijk tegen de banale chaos van het filmsetleven: een camera die weigert te draaien, een acteur die te laat komt, een crew die op halve kracht werkt. Linklater kijkt niet neer op de klungeligheid; hij omarmt deze. Je verlaat de film dan ook niet met het gevoel dat je naar legendes hebt gekeken, maar naar mensen die durfden te maken, ondanks alle twijfel en tegenslag.

Liefdesbrief

Stilistisch is Nouvelle Vague een kameleon. Linklater bootst de look en feel van À bout de souffle tot in de details na: zwart-wit, losse camerabewegingen, abrupte montage, speelse omgang met dialoog. Het is duidelijk dat Linklater niet zozeer een verhaal wil vertellen of een boodschap wil overbrengen (want die is er eigenlijk niet). Bijna obsessief doet hij zijn best om zijn eigen handtekening uit te wissen – als eerbetoon, maar ook als experiment.

Dit gaat echter niet zonder risico. Cinefielen en makers zullen ongetwijfeld smullen van de details en verwijzingen, maar voor wie op zoek is naar spanning of emotie is Nouvelle Vague misschien een lange zit. Toch blijft er genoeg doorheen sijpelen dat onmiskenbaar Linklater is: zijn fascinatie voor makers en kunstenaars die praten, zoeken en dromen.

De vraag dringt zich op waarom hij (een Amerikaan) deze film móést maken, iets waar hij zelf ook jaren onzeker over was voordat hij besloot het toch te doen. Misschien ligt het antwoord bij hemzelf. Ook Linklater kwam uit een filmbeweging, namelijk die van de onafhankelijke cinema uit de jaren ’90, samen met namen als Soderbergh en Tarantino. Is Nouvelle Vague dan misschien een stille zelfportettering?

Wat Nouvelle Vague in ieder geval is, is een liefdesbrief aan rebellie, aan het maken zelf, en aan cinema als daad. Of zoals Linklater het zelf verwoordde: ‘A love letter to those who made you want to make films.’ En soms hoeft een film ook niet veel meer te doen dan dat. Zodra je de knop kan omzetten en los kan laten dat er vrijwel geen drama of conflict gaat komen, is het puur genot om jezelf even onder te dompelen in het Parijs van de jaren ’60.

Film / Films

Een soepel samenspel van zware thema’s en luchtige humor

recensie: Zootropolis 2 - Jared Bush & Byron Howard
ZOOTOPIA 2©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Zootropolis 2 bewijst opnieuw hoe krachtig animatie kan zijn wanneer volwassen thematiek wordt verpakt in een wervelend kinderavontuur. Net als in het eerste deel gebruiken de makers dieren als spiegel voor menselijk gedrag en maatschappelijk ongemak. Kinderen zien een spannend undercoververhaal, terwijl volwassenen worden getrakteerd op actuele kwesties die slim en humoristisch in de plot zijn verweven.

Dit vervolg sluit direct aan op het origineel: konijn-agent Judy Hopps en ex-oplichter Nick Wilde zijn inmiddels officiële partners. Hun band wordt echter stevig op de proef gesteld wanneer ze undercover moeten in nieuwe, minder bekende hoeken van de stad om de mysterieuze reptielenvluchter Gary De’Snake op te sporen. De speurtocht leidt hen door een reeks levendige wijken waar nieuwe diersoorten, culturen en sociale spanningen samenkomen.

Thema’s voor alle leeftijden

Hoewel de film trouw blijft aan de vertrouwde Disney-boodschappen — durf te dromen, vertrouw op elkaar, iedereen kan het verschil maken — schuwt Zootropolis 2 de zwaardere onderwerpen niet. Onder de kleurrijke animatie ligt een duidelijke onderstroom van reflectie over diversiteit, angst voor het ‘andere’ en de kracht van vooroordelen. De vraag of reptielen werkelijk een bedreiging vormen of slechts verkeerd begrepen worden, vormt het morele kloppend hart van het verhaal.

Het knappe is dat deze thematiek nooit te zwaar aanvoelt. De film blijft lichtvoetig dankzij de lange reeks grappen, visuele vondsten en onverwachte filmverwijzingen. Zo krijgen volwassenen een glimlach van de knipogen naar The Silence of the Lambs, The Shining en de komisch dreigende Godfather-parodie van het minuscule maffiamolletje. De makers weten steeds precies wanneer de toon luchtig moet blijven, zonder de boodschap te verzwakken.

Animatie vol leven en nieuwe werelden

Visueel gezien schittert Zootropolis 2 met minstens zoveel overtuiging als zijn voorganger. De animatie is rijk, dynamisch en vol details die de stad opnieuw laten bruisen. Het universum wordt bovendien uitgebreid met nieuwe zones en diersoorten: reptielen, semi-aquatische zoogdieren en andere creaturen voegen frisse energie toe. De charismatische nieuwe burgemeester, Brian Winddancer — een uitbundig vormgegeven hengst — is een van de vele kleurrijke nieuwkomers die meteen tot de verbeelding spreken.

©2025 Searchlight Pictures All Rights Reserved.

Ook de interactie tussen Judy en Nick blijft een belangrijk ankerpunt. Hun groei als team, inclusief botsingen en onverwachte inzichten, geeft het verhaal een warm en herkenbaar menselijk element. Hun samenwerking vormt de tegenhanger van de maatschappelijke spanningen die overal om hen heen spelen, waardoor de film tegelijkertijd persoonlijk en groots aanvoelt.

Een waardige opvolger

Zootropolis 2 is een van die zeldzame kinderfilms die op meerdere niveaus werkt: voor jonge kijkers is het een spannend, grappig avontuur; voor volwassenen een verrassend actuele spiegel van de samenleving. De balans tussen humor, emotie en thematische diepgang is indrukwekkend, en de animatie draagt elke scène met flair.

Met een team van bijna zevenhonderd makers achter de schermen is het duidelijk dat dit vervolg met dezelfde zorg en ambitie is gemaakt als het Oscarwinnende origineel. Of het opnieuw prijzen gaat winnen is afwachten, maar inhoudelijk én visueel verdient het in ieder geval een plek tussen de beste animatiefilms van de laatste jaren.