Tag Archief van: 8WEEKLY

Film / Films

Neurenberg door Amerikaanse ogen

recensie: Nuremberg - James Vanderbilt (2025)
Filmstill Nuremberg© Photo by Scott Garfield

Nuremberg is zo’n film die je dwingt jezelf af te vragen hoe je de bioscoop komt binnenwandelen. Wat neem je mee uit je eigen leven? Hoe sta je tegenover de geschiedenis, en hoe beïnvloedt dat wat je ziet? De film roept uiteenlopende meningen op en laat bij iedere kijker een andere indruk achter: alleen al daarom is hij interessant.

Het uitgangspunt is sterk: legerpsychiater Douglas Kelley krijgt de opdracht de geestelijke gezondheid en persoonlijkheid van de gearresteerde nazileiders te onderzoeken voorafgaand aan de beroemde Processen van Neurenberg. Daarmee opent de film een venster op een cruciaal historisch moment, waarin de wereld voor het eerst probeerde internationale rechtsnormen te formuleren voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Intrigerende geschiedenis, maar niet altijd even zorgvuldig

Het historische aspect vormt een van de sterkste punten van de film. Veel dialogen zijn gebaseerd op bestaande transcripties, en de film toont overtuigend hoe revolutionair het tribunaal was. De keuze om nazikopstukken niet zonder proces te executeren, maar te berechten volgens het internationaal recht, legde de basis voor alles wat later zou uitmonden in instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Tegelijkertijd kiest regisseur en scenarist James Vanderbilt voor een uitgesproken Hollywoodbenadering. Dat levert enerzijds een gestroomlijnd, meeslepend drama op, maar leidt anderzijds tot discutabele keuzes. Zo krijgt Kelley in de film een heldenrol toebedeeld die hij historisch nooit heeft gehad. Ook de subplot rondom de band tussen Kelley en Görings dochter voelt overbodig en haalt vaart uit het verhaal.

Daarnaast stapelt de film meerdere verhaallijnen op elkaar: de psychologische strijd tussen Kelley en Göring, en de totstandkoming van het tribunaal. Elk van die lijnen had op zichzelf een sterke film kunnen opleveren, maar samen zorgen ze soms voor onnodige ruis.

En dan is er de onvermijdelijke Amerikaanse borstklopperij: van de heldhaftige toonzetting tot de afsluitende Amerikaanse vlag — subtiel is het allemaal niet.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Crowe schittert, Malek overtuigt, en de spanning werkt

Wat Nuremberg overeind houdt en zelfs naar een hoger niveau tilt, is het acteerwerk. Russell Crowe is ronduit fenomenaal als Hermann Göring: charismatisch, manipulatief, glad en gevaarlijk. Zijn spel maakt pijnlijk duidelijk hoe iemand tegelijk briljant en moreel volkomen verdorven kan zijn. Ook Rami Malek zet een degelijke, al is het minder gelaagde, Kelley neer.

De scènes tussen de twee vormen de kern van de film: benauwend, psychologisch geladen en moreel ongemakkelijk. De confrontaties werpen interessante vragen op over verantwoordelijkheid, schuld, zelfbeeld en propaganda — vragen die door de Hollywoodinvloeden soms niet de ruimte krijgen die ze verdienen, maar die wel blijven resoneren.

Interessant, mooi gemaakt, maar niet zonder kanttekeningen

Nuremberg heeft een strakke visuele stijl. Koelere kleurtonen en een grijs, grauw decor plaatsen je als kijker meteen in de naoorlogse tijd. Maar tegelijkertijd is dit visueel verzorgde en acteertechnisch sterke historische drama dus duidelijk een Amerikaanse productie met een uitgesproken Amerikaanse invalshoek: helden zijn Amerikaans, initiatief is Amerikaans, oplossingen zijn Amerikaans. Sommige keuzes zijn discutabel, andere ronduit onnodig, en toch blijft de film de moeite waard.

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internationale recht of de psychologie achter macht en kwaad, biedt Nuremberg genoeg stof tot nadenken. En voor iedereen die Russell Crowe graag op zijn best ziet: dit is er zo één.

Film / Films

Neurenberg door Amerikaanse ogen

recensie: Nuremberg - James Vanderbilt (2025)
Filmstill Nuremberg© Photo by Scott Garfield

Nuremberg is zo’n film die je dwingt jezelf af te vragen hoe je de bioscoop komt binnenwandelen. Wat neem je mee uit je eigen leven? Hoe sta je tegenover de geschiedenis, en hoe beïnvloedt dat wat je ziet? De film roept uiteenlopende meningen op en laat bij iedere kijker een andere indruk achter: alleen al daarom is hij interessant.

Het uitgangspunt is sterk: legerpsychiater Douglas Kelley krijgt de opdracht de geestelijke gezondheid en persoonlijkheid van de gearresteerde nazileiders te onderzoeken voorafgaand aan de beroemde Processen van Neurenberg. Daarmee opent de film een venster op een cruciaal historisch moment, waarin de wereld voor het eerst probeerde internationale rechtsnormen te formuleren voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Intrigerende geschiedenis, maar niet altijd even zorgvuldig

Het historische aspect vormt een van de sterkste punten van de film. Veel dialogen zijn gebaseerd op bestaande transcripties, en de film toont overtuigend hoe revolutionair het tribunaal was. De keuze om nazikopstukken niet zonder proces te executeren, maar te berechten volgens het internationaal recht, legde de basis voor alles wat later zou uitmonden in instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Tegelijkertijd kiest regisseur en scenarist James Vanderbilt voor een uitgesproken Hollywoodbenadering. Dat levert enerzijds een gestroomlijnd, meeslepend drama op, maar leidt anderzijds tot discutabele keuzes. Zo krijgt Kelley in de film een heldenrol toebedeeld die hij historisch nooit heeft gehad. Ook de subplot rondom de band tussen Kelley en Görings dochter voelt overbodig en haalt vaart uit het verhaal.

Daarnaast stapelt de film meerdere verhaallijnen op elkaar: de psychologische strijd tussen Kelley en Göring, en de totstandkoming van het tribunaal. Elk van die lijnen had op zichzelf een sterke film kunnen opleveren, maar samen zorgen ze soms voor onnodige ruis.

En dan is er de onvermijdelijke Amerikaanse borstklopperij: van de heldhaftige toonzetting tot de afsluitende Amerikaanse vlag — subtiel is het allemaal niet.

Filmstill Nuremberg

© Photo by Scott Garfield

Crowe schittert, Malek overtuigt, en de spanning werkt

Wat Nuremberg overeind houdt en zelfs naar een hoger niveau tilt, is het acteerwerk. Russell Crowe is ronduit fenomenaal als Hermann Göring: charismatisch, manipulatief, glad en gevaarlijk. Zijn spel maakt pijnlijk duidelijk hoe iemand tegelijk briljant en moreel volkomen verdorven kan zijn. Ook Rami Malek zet een degelijke, al is het minder gelaagde, Kelley neer.

De scènes tussen de twee vormen de kern van de film: benauwend, psychologisch geladen en moreel ongemakkelijk. De confrontaties werpen interessante vragen op over verantwoordelijkheid, schuld, zelfbeeld en propaganda — vragen die door de Hollywoodinvloeden soms niet de ruimte krijgen die ze verdienen, maar die wel blijven resoneren.

Interessant, mooi gemaakt, maar niet zonder kanttekeningen

Nuremberg heeft een strakke visuele stijl. Koelere kleurtonen en een grijs, grauw decor plaatsen je als kijker meteen in de naoorlogse tijd. Maar tegelijkertijd is dit visueel verzorgde en acteertechnisch sterke historische drama dus duidelijk een Amerikaanse productie met een uitgesproken Amerikaanse invalshoek: helden zijn Amerikaans, initiatief is Amerikaans, oplossingen zijn Amerikaans. Sommige keuzes zijn discutabel, andere ronduit onnodig, en toch blijft de film de moeite waard.

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internationale recht of de psychologie achter macht en kwaad, biedt Nuremberg genoeg stof tot nadenken. En voor iedereen die Russell Crowe graag op zijn best ziet: dit is er zo één.

Film / Films

Een fonkelende afsluiter voor Oz

recensie: Wicked: For Good - Jon M. Chu
WICKED FOR GOOD© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved. (via Filmdepot)

Met Wicked: For Good komt het tweeluik tot een krachtig en rijk gelaagd einde. Waar het eerste deel vooral opbouwde, levert het tweede deel de beloofde ontlading: alle puzzelstukjes vallen in elkaar en de makers nemen de tijd om de losse eindjes uit het verhaal van Oz zorgvuldig af te ronden. De cirkel is rond.

Vocaal is dit vervolg ronduit adembenemend. Cynthia Erivo bewijst opnieuw waarom ze wordt gezien als een van de grootste stemmen van deze generatie. ‘No Good Deed’ is zonder twijfel het kloppend hart van de film: rauw, intens en bijna fysiek voelbaar. De emotionele kracht van haar vertolking verankert het verhaal diep in de kijker.

De nieuwe nummers, ‘No Place Like Home’ en ‘The Girl in the Bubble’, zijn betekenisvolle uitbreidingen van het narratief. Ze verdiepen de karakterontwikkeling van Elphaba en Glinda door hun innerlijke conflicten, verlangens en kwetsbaarheden scherper te belichten. Dankzij deze liedjes wordt hun emotionele reis niet alleen duidelijker, maar ook menselijker en gelaagder.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Glinda krijgt de ruimte die ze verdient

Dankzij de toevoeging van haar jongere zelf krijgen we eindelijk zicht op de drijfveren van Glinda: haar verlangen naar magie, haar behoefte om geliefd te worden en haar worsteling met verwachtingen. Het personage wordt hierdoor merkbaar uitgediept. Ariana Grande zet dit weergaloos neer. Haar spel is gevoelig en open, soms speels, soms breekbaar, maar altijd geloofwaardig. Dit is een Glinda die meer is dan glitter en glimlach: een volwaardig, complex personage.

© 2025 Universal Studios. All Rights Reserved.

Een visueel feest

Net als in het eerste deel is de cinematografie ronduit verbluffend. De sets ademen vakmanschap en doen denken aan het beste wat de filmindustrie te bieden heeft. Je voelt dat hier de absolute top heeft samengewerkt: elk shot lijkt met chirurgische precisie ontworpen om de magie van Oz te vangen, van weidse landschappen tot intieme momenten van emotionele intensiteit.

Rustiger, maar nooit saai

Wie de musical kent, weet dat acte 2 nu eenmaal minder bombastisch is. Ook in de film ligt het tempo wat lager, maar verveling treedt geen moment op. De makers benutten de rust om personages te laten reflecteren en relaties te verdiepen. Het voelt als een noodzakelijke ademhaling, niet als een dal.

Het slot van Wicked: For Good is emotioneel geladen, groots opgezet en trouw aan de thematische kern van de reeks. Het zet een waardige punt achter een duologie die al vanaf het begin grote ambities had. Toch is er één gemis: Fiyero (stel je hier gerust even Erivo’s ‘Fiyerooooo!’-uithaal uit ‘No Good Deed’ voor). Jonathan Bailey speelt de rol met charme en warmte (hoe kan het ook anders?), maar net als in de musical blijft Fiyero’s keuze voor Elphaba vrij oppervlakkig. De contouren zijn er, maar de film had de kans om zijn emoties en motivaties scherper in beeld te brengen en kiest uiteindelijk niet voor die verdieping. Het is een kleine hapering in een verder zeer compleet geheel.

Wicked: For Good is een meeslepend, visueel adembenemend en muzikaal overweldigend slotstuk dat recht doet aan de geliefde wereld van Oz. Met fenomenale vertolkingen, nieuwe nummers die écht iets toevoegen en een prachtig verweven afronding van alle verhaallijnen, levert de film precies wat hij moet: magie. Een waardige, krachtige afsluiter van een klassieker.

Boeken / Fictie

Perfecte cadeautjes

recensie: Drie boekjes in de serie Van Oorschot Terloops
mamuka-jimshiashvili-jwxYvMCYMA0-unsplashMamuka Jimshiashvili voor Unsplash

Ruim drie jaar geleden schonken we op deze website al eens aandacht aan ‘de kostelijke serie boekjes Van Oorschot Terloops’. De serie is nog steeds alive and kicking. De boekjes met wandelingen, geschreven door bekende schrijvers, passen zó in binnenzak of tas. En in de zak met cadeautjes van de Kerstman.

Recent verschenen weer drie titels: De zakdoekjesboom van Hans Hagen, De duivelsberg van Daan Borrel en ten slotte Het kind en ik van Otto de Kat. Respectievelijk spelend aan de rand van het Gooi (bij ’s-Graveland), de 17de etappe van het Pieterpad bewandelend en zich bewegend rond Slot Loevestein. Alle drie voorin traditiegetrouw voorzien van een plattegrondje van het gebied, zodat je de wandelingen eventueel na zou kunnen lopen. Maar ook vanuit de leunstoel is het genieten geblazen.

De duivelsberg

Om te beginnen de wandeling van de schrijfster Daan Borrel (°1990), die in 2025 debuteerde met de roman De dragers. Deze stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2025. We beginnen ermee, omdat de auteur ook ingaat op het fenomeen ‘wandelen’.

Ze haalt Henry David Thoreau (Walking, 1851) aan. Hij beveelt aan te wandelen ‘in de geest van het eeuwige avontuur’. Dan ben je ‘een vrij man’, qua geest en lichaam. Wandelen in de wilde natuur. Vrouwen wandelen volgens Borrel op een andere manier: om te overleven ‘en voor hun water hele afstanden (…) naar een waterput (…) om eenmaal daar belaagd of ontvoerd te worden’. Of zoals Maria, de moeder van Jezus, zij ging ver te voet. Een kleine toespeling op het feit dat Daan Borrel tijdens een wandeling met haar moeder ontdekt dat ze zwanger is. Ze lopen door. Voor de lol. De titel van het boekje slaat op het pannenkoekenrestaurant waar ze uitrusten.

Door haar zwangerschap wandelt ze nog wel, ‘veel rondom het huis, en soms ook verder weg, toch bereikte ik niet meer dat vrije gevoel (…), die contemplatie, spirituele esthetische ervaring’. Toen Sadie, de dochter van Daan en Jelte, wat groter werd, moest ze ‘alleen een nieuwe vorm van vrijheid (…) ontdekken, één in afhankelijkheid’. En dat doet ze. Die zoektocht beschrijft ze subtiel en fijnzinnig.

De zakdoekjesboom

Meer dan een generatie ouder dan Daan Borrel is dichter en schrijver Hans Hagen (°1955). Hij weeft door zijn verhaal ook gedichten, zoals ‘kruidje’:

ze zeggen dat zelfs planten
lief kunnen hebben
het kruidje-roer-mij-niet bijvoorbeeld
de blaadjes vouwen zich samen
als je ze aanraakt
kruidje doet alsof hij dood is
tot je opnieuw aait
en weer
dan houdt hij zijn blaadjes wijd open
geen angst of pijn
aai meer

Hagen begint zijn wandeling bij zijn geboortehuis op Groenlust bij ’s-Graveland. Degene die de wandeling na wil lopen, kan bij de ingang van landgoed Gooilust beginnen, even verderop in het boek. De auteur haalt herinneringen op waaraan hij twijfelt. Net als Borrel, omdat haar moeder zich dezelfde belevenissen soms anders herinnert. ‘Ik weet bijvoorbeeld’, schrijft Hagen, ‘heel zeker dat een van de kalkoenen van (…) buren twee koppen had. Eentje van achteren en eentje van voren (…). Zelf gezien. Of zelf verzonnen?’

De auteur is duidelijk geïnteresseerd in de geschiedenis van de omgeving waar hij is geboren en nu wandelt. Die geschiedenis gaat terug op de families Corver Hooft, Six en Blauw. Hagen verweeft deze geschiedenis telkens met herinneringen aan zijn jeugd. Hoe hij zijn vriendjes onder het verhoogde terras van Blauw doorjoeg. Zoals bij Borrel telkens beelden bovenkomen van een wandeling met onder anderen haar moeder, die ze later overdoet. Hagen betrekt ook meer familieleden in zijn verhaal, dat daarom soms wat te veel uitwaaiert in het pendelen tussen vroeger en nu, de wandeling en de natuur.
De titel van het boekje slaat op de Davidia involucrata, de vaantjes- of zakdoekjesboom, die rond mei in bloei staat. ‘Dan hangen er rijen lichte zakdoekjes aan de takken, teer als vlindervleugels. Een klein wit doekje boven, een groter doekje onder als bloem.’

Het kind en ik

De titel van het boekje van Otto de Kat ten slotte is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff, dat voorin is afgedrukt. Telkens neemt de auteur – pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt (°1946), schrijver en onder meer ook oprichter van uitgeverij Balans – één of meer regels ervan om zijn verhaal aan op te hangen. Voor- en achteruit denkend in de tijd.

Het verhaal gaat terug tot de jongensjaren van de auteur, die zou gaan studeren, theologie met bijvak Nederlands, zoals de ik-figuur bij Nijhoff zou gaan vissen. De Kat maakt ‘een wak in het verleden’. Zijn stijl is even poëtisch als die van de dichter.
De Kat start zijn wandeling bij Brakel. Zijn vader ‘loopt met passen uit de eeuwigheid’ op hem af. Weer is het – net als bij Hagen – juni, en ‘er zijn tere kleuren groen’. Het doel van de wandeling is Slot Loevestein, ‘dwars door het Munnikenland, langs meertjes vol waterlelies en kuifeenden’.

Wandelen doen alle drie de auteurs door de natuur. Het is alleen eerder autorijden op zijn vijftiende, zonder leraar, dat De Kat vrijheid geeft, ‘losgezongen van de wereld’. Zijn fantasie gaat met hem op de loop. Hij denkt ‘aan Tempeliers en Geuzen en Spanjolen (…) en Cisterciënzers’, zoals jongens op die leeftijd doen.

De manier waarop De Kat geschiedenis en fantasie verweeft met het heden en wat er in het echt bestaat, is vloeiender en evenwichtiger dan de manier waarop Hagen dat doet. Poëtischer van taal ook. ‘Terug, telkens terug, in de tijd zeker, het gebied strekt zich uit in zijn eigen verleden. Heeft het landschap een geheugen? Ja, hier wordt het bewezen, het hele Munnikenland ademt achteruit.’

Het is natuurlijk wat je als lezer aanspreekt, of degene die je een of meer boekjes cadeau zou willen doen. Daar kun je je (kerst)cadeautje(s) op uitzoeken. Voor elck wat wils. Vol verlangen zien we uit naar de komende delen in deze prachtige serie!

  • Daan Borrel, De duivelsberg
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028252103
  • Hans Hagen, De zakdoekjesboom
    Een wandeling
    88 pagina’s
    ISBN 9789028251373
  • Otto de Kat, Het kind en ik
    Een wandeling
    64 pagina’s
    ISBN 9789028253049
Boeken / Fictie

Origineel uitgangspunt, veel plotlijnen

recensie: Tandenjager - Auke Hulst
Kaft TandenjagerBol.com

Voor de hoofdpersoon van Tandenjager, gezegend met een knap uiterlijk maar een gebit in slechte staat, worden ‘mooie tanden’ een drijfveer. Het verhaal speelt zich af in de tijd waarin de tandheelkunde zich begint te ontwikkelen, en dat vormt het decor voor zijn ambitie: hogerop komen.

In de kern gaat het verhaal over een arme jongeman, levend rond 1800, die rijk wil worden in de tijd dat tandbederf de norm was. Hij wordt tandenjager: iemand die tanden uit de mond van gestorven soldaten haalt om ze te verkopen. Die tanden worden verwerkt in kunstgebitten voor welgestelde burgers.
De jongen noemt zichzelf ‘Vos’ en is vastberaden te stijgen op de sociale ladder. Wanneer hij een gaaf gebit vindt, laat hij dat implanteren door een tandarts. Zijn nieuwe tanden, in combinatie met zijn aantrekkelijke uiterlijk en rijke woordenschat, openen deuren naar een wereld die tot dan toe voor hem gesloten bleef. Op het lichaam van de soldaat, de voormalige eigenaar van de tanden, vindt ‘Vos’ brieven, gericht aan de markiezin Margaux. Daardoor raakt hij geobsedeerd door deze vrouw en ziet hij een kans om door haar een plek te verwerven tussen de adel. Er ontstaat een broeierige en verboden verliefdheid tussen Vos en Margaux. Het basisidee – een tandenjager als sociale klimmer – is fascinerend en sterk gevonden. Toch raakt dit uitgangspunt ondergesneeuwd door de vele stilistische en thematische zijwegen die de auteur inslaat.

Overspoeld door de sfeer

De roman is bewust overdadig in taalgebruik. De schrijver bedient zich van een ouderwets, cultuurhistorisch register en doorspekt de tekst met Franse en Engelse uitdrukkingen. Dat draagt bij aan de historische sfeer, maar vraagt ook het nodige van de lezer. Wie moeite heeft met vreemde talen, zal hier afhaken.
Om de romantische tijdsgeest op te roepen, vloeien de zinnen over van zintuiglijke en emotionele metaforen. Denk aan passages als: ‘de muziek van haar vocabulaire verleende haar beweringen het soortelijk gewicht van sterren’ of ‘vogelkreten die het midden houden tussen jammerklacht en uitjouwen’. Dat is mooi, maar soms ook verwarrend.
Daarnaast zijn er uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, zoals: ‘Buiten: karren beladen met kolen die meer rook dan warmte zouden geven, voorlieden die opdrachten schreeuwden, bestrating die vuursteen werd onder ijzeren wielen, het flemen van de zelfverklaarde volgelingen van Venus, (…).’
Daarbij worden historische gebeurtenissen toegevoegd. Het remt allemaal de vaart van het verhaal dat je verwacht: de tandenjager op zoek naar aanzien en liefde.

Bijzondere opbouw

Soms raak je als lezer de draad kwijt. Niet altijd is duidelijk waar je je in het verhaal bevindt, of waarom een heel hoofdstuk nodig is. De spanningsboog verslapt daardoor, en dat gaat ten koste van de aandacht voor de hoofdpersonen: Vos en Margaux.
Margaux krijgt pas in het laatste hoofdstuk een achtergrond en geschiedenis, terwijl zij zo’n centrale rol speelt. Dat maakt het geheel onevenwichtig.

Alleen voor de zeer belezen lezer

Tandenjager biedt veel extra informatie: over filosofie, historische context, literatuur. De auteur weeft citaten en verwijzingen naar beroemde schrijvers door gedachten en dialogen heen. Grote thema’s als geloof, natuur, liefde en racisme komen aan bod, met als constante ondertoon een afwisseling tussen lust en walging – vaak verpakt in ongemakkelijke seksscènes.
Dat past bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, en bij hoe er toen gedacht werd. Toch schuurt het, zeker wanneer de man-vrouwdynamiek in seks zo nadrukkelijk en stereotiep wordt neergezet. In een moderne roman voelt dat als een polariserende keuze.

Tandenjager is een ambitieus boek dat de lezer niet spaart. Het originele uitgangspunt, een sociale klimmer en zijn verboden liefde, komt niet goed uit de verf doordat het verhaal te vaak en te uitgebreid afdwaalt naar zijwegen. De roman vergt concentratie, geduld en een ruime literaire bagage. Dit is een boek voor iemand die het leuk vindt om studerend te lezen. Het vampiermotief is een passende invalshoek, maar wordt te weinig in het verhaal verweven. De historische feiten overtroeven deze sfeer. Tegelijkertijd is het een roman die past bij de tijd waarin het zich afspeelt, vol met romantische melancholie en verlangen naar onbereikbaar geluk.

Film / Films

Jennifer Lawrence schittert in Ramsays verstikkende nachtmerrie

recensie: Die My Love - Lynne Ramsay
Die My Love© Filmdepot

De film opent in verstikkende hitte: vliegen, droog hout en leegte, zonder enig menselijk houvast. Het half opgeknapte huis en de verwilderde tuin zetten meteen een gevoel van verlatenheid neer, terwijl de muziek vergeefs probeert op te boksen tegen de monotone stilte. Met deze combinatie van beeld en geluid sleurt de film je vanaf het eerste moment onverbiddelijk de wereld van Grace in.

Lynne Ramsay, meester in het blootleggen van menselijke ontwrichting, toont opnieuw hoe dicht ieder mens bij de rand van waanzin kan komen. Zeven jaar na You Were Never Really Here keert ze terug met Die My Love, een film die de intensiteit heeft van een koortsdroom. Waar Ramsays eerdere werk vooral draaide om geweld, schuld en trauma, richt ze haar blik hier nadrukkelijk op de intieme en lichamelijke ontregeling van moederschap. Daardoor voelt de film verwant aan haar oeuvre, maar ook als een stap naar een nog rauwer, persoonlijker terrein.

Die My Love

Jennifer Lawrence (Grace) en Robert Pattinson (Jackson) – © Filmdepot

Wanneer het evenwicht kantelt

Grace en Jackson trekken zich terug in een afgelegen huis in Montana, ver weg van alles wat vertrouwd is. Aanvankelijk lijken ze het toonbeeld van een liefdevol, speels koppel dat samen een kind op de wereld zet. Maar na de geboorte van hun kindje kantelt het evenwicht. Grace glijdt van een post-partumdepressie in een psychose. Jackson, overweldigd en machteloos, vlucht in zijn werk. De dagen worden stil en lang, en Grace blijft alleen achter met een realiteit die tussen haar vingers glipt.

Ramsay confronteert ons met ongemakkelijke waarheden over moederschap – ontdaan van romantiek, kwetsbaar en pijnlijk herkenbaar voor wie het onuitgesprokene kent. De worsteling van Grace is individueel, maar staat ook symbool voor vrouwen die onder de druk van verwachtingen, verantwoordelijkheid en vermoeidheid hun houvast verliezen. Ramsay kiest niet voor een vijand of verklaring; ze laat zien hoe fragiel de menselijke geest kan zijn wanneer steun en structuur wegvallen.

Cinematografie als mentale spiegel

De cinematografie van Seamus McGarvey vangt zowel de claustrofobie van het vervallen huis als de benauwende uitgestrektheid van het landschap. Hittemirages, voortdurende trillingen in beeld en schijnbaar banale details – een hond in de verte, een schaduw die net te lang blijft hangen – dienen niet alleen als sfeer, maar als een blik in Grace’ ontwrichte binnenwereld. Het maakt de film niet alleen psychologisch intens, maar ook fysiek voelbaar.

Het sound design versterkt dat gevoel. Gezoem, gehijg, krakend hout: niets is toevallig. Geluid wordt een apart personage, een wirwar van impulsen die het perspectief van Grace nabootst. Soms werkt die aanpak overweldigend goed; soms wordt de nadruk op auditieve ontregeling iets te voorspelbaar, waardoor de spanning eerder herhaald dan opgebouwd voelt.

Die My Love

Jennifer Lawrence als Grace – © Filmdepot

Een film die blijft schuren

Jennifer Lawrence is uitzonderlijk sterk als Grace. Ze speelt met een diepe subtiliteit de momenten waarop helderheid en waanzin in elkaar overlopen. Soms zie je dat Grace beseft dat haar gedrag onacceptabel is, maar de rem niet meer vindt. Even vaak is er totale verwarring — een blik die verraadt dat ze elk houvast heeft verloren. Lawrence maakt zowel de wanhoop als de impulsiviteit griezelig invoelbaar.

Toch heeft Die My Love zwaktes. Ramsay vertrouwt zo sterk op intensiteit en subjectieve beleving dat sommige scènes hun kracht verliezen door herhaling. Waar haar eerdere films spanning opbouwen via contrast, kiest deze film voor constante druk. Dat maakt de emotionele cadans vlakker. Daarnaast blijft Jackson als personage onderbelicht, waardoor de dynamiek binnen het gezin minder complex wordt dan het onderwerp eigenlijk verdient.

Die My Love is een nietsontziende film over liefde, moederschap en mentale ontwrichting. Ramsay weigert weg te kijken, maar verliest soms nuance door haar rigoureuze intensiteit. Toch is het resultaat een rauwe, adembenemende nachtmerrie die blijft nazinderen. Een film die je misschien niet nóg eens wilt zien, maar ook nooit meer vergeet.

Kunst / Expo binnenland

Realisme in een veelbewogen tijd

recensie: European Realities – Museum More
Portret van Marguerite Kelsey - Meredith Frampton, 1928. Foto Jeanne van RuttenFoto Jeanne van Rutten

De tentoonstelling European Realities in museum More in Gorssel laat zien hoe het interbellum, de periode van 1919 tot 1939, zijn weerslag vond in de schilderkunst. Tussen de twee wereldoorlogen zijn er grote verschuivingen en woelingen. Van economisch optimisme en vooruitgangsdenken tot wereldwijde, financiële rampspoed en de opkomst van totalitaire ideologieën. De tentoonstelling is daardoor niet per se geruststellend.

De tachtig schilderijen die te zien zijn, uit twintig Europese landen bijeengebracht, kennen een grote variatie aan onderwerpen, stijl en sfeer. De invloeden zijn nogal divers. Berlijn kende bijvoorbeeld een vrijgevochten bruisende sfeer in de jaren twintig, die Goldene Zwanziger. De stad ontwikkelde zich tot een vrijplaats voor een alternatieve levensstijl met een bloeiend, hedonistisch nachtleven. Tal van kunstenaars, schrijvers en musici vestigden zich er. Aangetrokken door eenzelfde zinderende sfeer in het Parijs van de Années folles vestigden zich ook hier vele kunstenaars. Het waren jaren van artistieke vernieuwing.

Dit terwijl de Eerste Wereldoorlog diepe sporen had achtergelaten. Oorlogstrauma’s, lijden en verdriet. Onder dit alles smeulde een steeds groter wordende politieke onrust. De paniek en onzekerheid die ontstonden door de beurskrach in 1929 veroorzaakten een langdurige economische recessie. Er was massale werkloosheid, armoede en honger. Uiteindelijk wierp de Tweede Wereldoorlog haar schaduw vooruit.

European Realities is thematisch ingericht en ordent daarmee hoe in de schilderkunst de complexiteit van het interbellum werd verbeeld.

Hoe de mens te bevatten

Een naargeestig en indrukwekkend werk is Dode strijder in prikkeldraad van Robert Angerhoger uit 1920. De oorlog teruggebracht tot één beeld. Een groot contrast daarmee is het elegante en geïdealiseerde portret van Marguerite Kelsey, acht jaar later geschilderd door Meredith Frampton. Er zijn meer portretten die naar een al dan niet geïdealiseerde werkelijkheid zijn geschilderd. Ook genderfluïditeit, mensen van kleur en naakten. En, een onmiskenbaar kenmerk van die tijd: ‘de moderne vrouw’. Fraaie beelden. Alsof het na de gesneuvelde soldaat met het afbeelden van de mens nog goed is gekomen. Dat is niet het geval. Opvallend hoe hoekig en zelfs lelijk sommige geportretteerden zijn. Met onnatuurlijk grote ogen, kaalhoofdig, starre blikken, een koude uitdrukking en een verwrongen gezicht. Zelfs onooglijk is De verloving is nabij van Karl Hubbuch, het verliefde stel staat veraf van welk schoonheidsideaal dan ook. Verder zijn er schilderijen van kinderen waar het kind-zijn grotendeels ontbreekt.

Het lijkt alsof vooral ook de afzichtelijke kant van de mens moet worden benadrukt.

Verzakelijking en vervreemding

De mens zou voor iedereen – om in termen van de filosoof Kant te spreken – het doel moeten zijn. Desondanks is er gedachtegoed waarbij de mens vooral als middel wordt gebruikt.

Rekwisitie - Krsto Hegedušić, 1920. Foto Jeanne van Rutten

‘Rekwisitie’ van Krsto Hegedušić

Bij een vluchtige blik lijkt Rekwisitie van Krsto Hegedušić een idyllisch, Breugeliaans tafereel: een besneeuwd boerendorp met bewoners in traditionele kleding. Het gaat echter om gruwelijkheden. Soldaten plegen gewelddadigheden, het is terreur. De bewoners zijn ontsteld, sommigen laten het gelaten over zich heen gaan, en op de voorgrond zit een vrouw in wanhoop met de handen voor haar gezicht.

Een andere vorm van ontmenselijking is te zien bij kunstenaars die zich richten op industrialisatie en technologische vernieuwing. De mens is dan nog nauwelijks aanwezig, afwezig zelfs. Sava-weg van Omer Mujadžić toont dikke, zwarte rookpluimen tegen een grijze lucht, dit dient niet het geluk van allen. Verder zijn er stadsgezichten, afbeeldingen van betonnen constructies en het uitzicht uit een raam van een woonkazerne. En niemand is aanwezig. Ook een leeg, maar wel fraai gestileerd beeld is Vanuit het centrale paleis van Torsten Jovinge.

De moderniteit is onbewogen vormgegeven en vooral vervreemdend.

Vanuit het centrale paleis - Torsten Jovinge, 1933. Foto Jeanne van Rutten

‘Vanuit het centrale paleis’ van Torsten Jovinge

Stilleven en perspectief

Er zijn enkele stillevens met ongebruikelijke elementen. Zoals Stilleven met cactus van Lisa Elisabeth Krugell. Het schilderij heeft een grauwe sfeer, de kleuren zijn somber en hoewel een huiselijke afbeelding is het geen knus tafereel. Er zijn op meer werken cacteeën afgebeeld. Het laat zich raden welke symbolische betekenis hieraan gegeven kan worden.

Een heel ander werk is Stilleven met fluit van Dick Ket. Met uiterste precisie is het tafereel in heldere kleuren geschilderd. Een fluit, theedoek, aardewerk jeneverfles en geëmailleerd schaaltje. Alles klopt, maar toch ook niet. Mocht de zwaartekracht in werking treden, dan zouden alle voorwerpen naar beneden glijden. Ook bij andere werken is het perspectief verwrongen.

Een contrast met veel van de tentoongestelde werken is Portret van een dochter van August Jansen. Een verlegen kijkend meisje met haar speelgoed. Ook een vorm van perspectief.

Tijdgeest

Om de tijdgeest van de tentoonstelling te duiden, is er per zaal historische informatie te lezen. Ook is er een video te zien met beelden uit de twintiger en dertiger jaren in Nederland. Eindigend met de beroemde woorden van Colijn: ‘Gaat u maar rustig slapen’. Niet lang daarna braken voor velen slapeloze nachten aan.

Al met al heeft European Realities een ernstig karakter. Onwillekeurig ontstaat de neiging vergelijkingen te trekken met ons tijdgewricht. Het zet aan tot denken.

Kunst / Expo binnenland

Van bladnerf tot lijnenspel

recensie: De natuur als co-creator
0175_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©OssipOssip van Duivenbode

Sinds Iris van Herpen in 2007 haar eigen modehuis lanceerde, groeide de Nederlandse modepionier uit tot een trendsetter in futuristische couture, waarbij ze haar ontwerpen vaak vormgeeft in dialoog met architecten, biologen en technologische vernieuwers.

Met Sculpting the Senses presenteert de Kunsthal Rotterdam de eerste grootschalige Nederlandse overzichtstentoonstelling van modeontwerper Iris van Herpen. De expositie is gebaseerd op haar gelijknamige presentatie in Parijs, die plaatsvond van 29 november 2023 tot 28 april 2024 in het Musée des Arts Décoratifs. De tentoonstelling toont een flinke selectie, waaronder de levende algenjurk.

Beweging en zintuiglijke ervaring

Iris Van Herpen Couture 25/26

Sympoieis gown, 2025. In samenwerking met Chris Bellamy, University of Amsterdam and the Francis Crick Institute for Biomedical Discovery Pyrocystis lunula algae, Nutrient Gel, H2O silicone, Silk Organza, Tulle. ©Molly SJ Lowe

De jurken van Van Herpen zijn ontworpen om in te bewegen. Ze lijken te reageren op hoe het lichaam zich kan vormen. De materialen zijn licht, gelaagd en vol experiment. Het dragen van haar ontwerpen is geen passieve handeling; het is een interactie tussen drager en kledingstuk. In de Kunsthal zijn de jurken echter statisch. Het is haast alsof je naar sculpturen kijkt. Onze verbeelding wordt geprikkeld: hoe zouden deze creaties zich ontvouwen?
Het gevoel van expressiviteit in de werken komt op fascinerende wijze tot leven in de algenjurk. De presentatie zelf is ietwat anticlimactisch. Het ‘levende’ valt in eerste instantie niet echt op en net hierin schuilt de poëzie. Subtiel komt het werk echt tot leven wanneer de donkerte inzet.

Natuur als technologie

Van Herpen onderzoekt de symbiose tussen natuur en technologie. In haar visie is technologie geen tegenpool van het organische, maar een verlengstuk ervan: ‘Technologie is onderdeel van de natuur’, vertelt ze. Haar ontwerpen zijn vaak geïnspireerd op biologische processen, alsof ze de natuur opnieuw uitvindt in textiel. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit haar Crystallization-top: gemaakt met een 3D-printer lijkt dit werk op een soort slakkenhuis met bladnerven.

Samenwerkingen als creatieve bouwsteen

Samenwerking lijkt een katalysator te zijn in haar creaties. Ze werkt met wetenschappers, architecten, muzikanten en biologen om haar visie vorm te geven. De soundscapes in de tentoonstelling – gecreëerd door haar partner Salvador Breed – versterken de ervaring van de jurken als levende wezens. Muziek en geluid zijn ook een katalysator tot ontwerpen: ‘When I hear music, I sometimes see patterns’, zegt Van Herpen. Die patronen en lijnenspellen vinden hun weg naar haar designs. De klanklandschappen vormen een auditieve ruimtelijkheid voor de tentoonstelling, waarin de jurken naast zichtbaarheid ook prikkelen als interactief werk tussen zien en horen. Het raakt dicht aan het leven.

De beleving van de tentoonstelling

De tentoonstelling is geen stugge presentatie, maar een ruimtelijke ervaring. De expositie begint met een golvende ruimte. Spiegels op de grond versterken de ervaring van deze desoriëntatie. De jurken lijken te wachten op onze toenadering en we kunnen ze bekijken vanuit meerdere invalshoeken omdat we om de werken heen kunnen lopen. Het is alsof ze ons ook bekijken via de spiegels op de grond en de afwisseling tussen licht en donker in de ruimtes. Ze spelen met een verlangen naar symbiose. Een verlangen naar een magische wisselwerking. Alsof we willen dat ze stiekem elk moment tot leven kunnen komen.

0277_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©Ossip

©Ossip van Duivenbode

Heeft de kleding dezelfde magie als ze stilstaat? Misschien niet. Dat is precies de kracht ervan. De ontwerpen van Iris van Herpen zijn als zaden: ze lijken stil te staan, maar zijn vol leven. In Sculpting the Senses toont Van Herpen een toekomst waarin mode niet langer een eindproduct is, maar een proces. Een symbiose tussen mens en omgeving. Met de vraag of deze scheiding eigenlijk wel bestaat.

Boeken / Fictie

Spanning, liefde en sensatie

recensie: Atmosphere - Taylor Jenkins Reid
Atmosphere - Taylor Jenkins ReidAmbo|Anthos Uitgevers

Homoseksualiteit was in de jaren tachtig al enige tijd geen taboe meer in het progressieve deel van de Amerikaanse samenleving. Maar in conservatieve kringen en in de militaire organisaties leidde het onherroepelijk tot sociale uitsluiting, verbanning en ontslag uit de militaire gelederen. In de historische liefdesroman Atmosphere wordt de lezer meegenomen naar de eighties en het professionele leven, de emoties en de coming-out van de astronaut en NASA-medewerker Joan.

De standaard liefdesroman kenmerkt zich door twee mensen die voor elkaar bestemd zijn en die – voordat zij een romantische relatie kunnen ontwikkelen – gehinderd worden door een serie obstakels. Unfaire rivalen, heersende sociale conventies, misverstanden tussen de aspirant-geliefden en onoplosbare familievetes staan onvermijdelijk in de weg.

Na de uiteindelijke overwinning van alle dramatische en complexe hindernissen kan het romantische paar zich eindelijk verenigen en het lange en gelukkige leven veroveren. In Atmosphere zijn alle benodigde juicy ingrediënten ruimschoots aanwezig.

Historische context

De NASA-omgeving en het historische tijdperk waarin de eerste ruimtevaartreizen werden uitgevoerd, geven een extra dimensie aan de romance van Joan en Vanessa. De vrouwen zijn niet alleen pioniers van de ruimtevaart, zij behoren ook nog eens tot de eerste groep vrouwen die tot de NASA toegelaten zijn. Niet alleen moeten ze flinke ladingen wantrouwen en seksistische opmerkingen van hun mannelijke collega’s verdragen, maar ook vechten en slikken om dezelfde carrièrekansen te krijgen. Daarnaast maakt het schrijnende taboe en verbod op homoseksuele relaties het onmogelijk hun romance openlijk te beleven, laat staan te legaliseren. Het pionierschap van Joan en Vanessa bestaat zonder meer ook uit het moedige openbreken van de verstikkende conservatieve heteronorm in de toenmalige samenleving.

Een kwestie van stijl

‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’ Aldus de uitspraak van literatuurcriticus Michaël Zeeman.

De woordkeuze, de directheid, het niet erg hoge stilistische en literair-kwalitatieve gehalte maken onder andere dat Atmosphere in de categorie ontspanningslectuur valt. Dit verklaart misschien ook een niet al te mooie, misschien wat gehaaste vertaling. Is dit werk daarom minder lezenswaardig? Het antwoord daarop luidt hartgrondig ‘nee’. In de eerste plaats omdat ontspanningslectuur wel degelijk de maatschappij in beweging kan zetten en ook gedegen achtergrond, geschiedenis en context kan verstrekken. Atmosphere geeft een goede inkijk in het zware pionierstraject naar sociale en legale acceptatie van vrouwen in het algemeen en lesbische vrouwen in het bijzonder. Het lijkt volkomen misplaatst en hautain – ook gezien de tijden – om vandaag de dag cultuur elitair in ‘laag’ en ‘hoog’ in te delen. Alleen al vanwege deze relevantie verdient deze roman de nodige aandacht.

Al met al is Atmosphere een verhaal met actie, spanning, liefde en avontuur over het prille moment waarop verandering werd verkregen door de moed en de opofferingen van vrouwen als Joan en Vanessa.

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Film / Films

Scandinavische sterrencast in absurd Vikingsprookje

recensie: The Last Viking (2025) – Anders Thomas Jensen
Viking 1September Film

‘Jij moet goed op je broertje Manfred passen, want hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd.’ Aldus een Deense vader tegen Anker, zijn oudste zoontje. Anker vat deze serieuze opdracht zó letterlijk op dat zijn eigen leven erdoor wordt weggevaagd. The Last Viking van regisseur Anders Thomas Jensen is in de kern een wrang sprookje over twee totaal verschillende broers die onvermijdelijk hetzelfde lot is beschoren.

Mensen die een afwijking hebben, zijn alleen afwijkend wanneer de anderen deze afwijking niet delen. De afwijkende mensen voelen zich daardoor alleen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen diezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

Deze drogredenering komt van een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte, en dus afwijkende, zoon wil oppeppen. The Last Viking begint met deze absurde volkswijsheid, in de vorm van een korte animatiefilm.

Buit

Het Viking-tekenfilmpje is de proloog van een film over twee broers. Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een steekje los, een afwijking dus. De ander, Anker (Nikolaj Lie Kaas), is een onhandige crimineel met een agressieprobleem, en daarmee blijkbaar min of meer normaal.
Anker maakt bij een overval ruim 40 miljoen Deense kronen buit. Hij wordt echter onmiddellijk gearresteerd en verdwijnt in het gevang.

Maar voordat hij wordt gepakt, heeft Anker het geld in bewaring gegeven aan zijn broer Manfred, die woont bij hun zus Freja (Bodil Jørgensen). Als Anker na vijftien jaar vrijkomt, heeft Manfred inmiddels besloten dat hij John Lennon is: Manfred heeft namelijk een dissociatieve identiteitsstoornis. Dat verklaart ook waarom Manfred als kind dacht dat hij een Viking was.
Deze haakse wending in het verhaal – de identiteitsstoornis – vormt de start van een onnavolgbare zoektocht naar het verdwenen geld van de overval. Manfred/John Lennon heeft het geld namelijk kwijtgemaakt.

Broederliefde

Deze absurdistisch zwarte komedie gaat echter niet zozeer over een overval met een grote buit. Ze gaat vooral over broederliefde, loyaliteit, solidariteit. Over voor elkaar door het vuur gaan. Over hoe je moet omgaan met afwijkende mensen, en over de vraag wat eigenlijk normaal is en wat niet. En natuurlijk over het zoeken naar geluk door kleine luiden.

Verder uitweiden over de plot betekent in dit geval onmiddellijk te veel verklappen; deze film moet het op veel fronten hebben van het verrassingselement.

Zesde samenwerking

Het is een enorm genoegen in The Last Viking een aantal Scandinavische topacteurs aan het werk te zien. Voor deze speelfilm werkt de Deense regisseur Anders Thomas Jensen voor de zesde keer samen met Denen Mads Mikkelsen en Nikolaj Lie Kaas, met wie hij onder andere de komisch-absurde films The Green Butchers (2003) en Riders of Justice (2020) maakte.

Mikkelsen is inmiddels een wereldster. Het is buitengewoon sterk hoe hij transformeert tot de getikte Manfred. Hij doet dat zelfs zó overtuigend en naturel, met mimiek, wapperende armgebaren, met een speciaal loopje, met een houterige lichaamstaal, dat je nu en dan zelfs vergeet dat het Mikkelsen is.
Nikolaj Lie Kaas zet de criminele broer Anker neer met een mengelmoes van geslepenheid, wanhoop, frustratie, agressie en liefde.

Sarah Lund

Voor The Last Viking maakt Jensen gebruik van een volledige Scandinavische sterrencast, met onder anderen de Zweedse Sofie Gråbøl (Sarah Lund uit The Killing) en de Deen Søren Malling, bekend uit alle Deense (misdaad)series van het afgelopen decennium.

De fotografie is magistraal (director of photography: Sebastian Blenkov), maar de Scandinavische landschappen zijn dan ook van zichzelf al uiterst fotogeniek.

Te lang

Jammer is dat de plot van tijd tot tijd alle kanten opschiet (script van Anders Thomas Jensen: de regisseur zelf). Zulke zijstraten in het verhaal kunnen makkelijk gemist worden en duren te lang, waardoor de totale film aan de lange kant is.

The Last Viking is een lomp, wreed maar tegelijk hilarisch sprookje, tegen het decor van Scandinavië, waar mythen en sagen de bewoners door de donkere winters heen helpen. Snoeihard en hardhandig, maar ook vertederend en hartverwarmend.