Tag Archief van: 8WEEKLY

Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.

Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.

Theater / Voorstelling

Statement over racisme en vreemdelingenhaat

recensie: Hedda – Toneelschuur Producties
Hedda 12 © Sanne PeperSanne Peper

Al op het moment dat het publiek de zaal binnenkomt, nog vóórdat de voorstelling is begonnen, zit de acteur die Hedda speelt in het decor met een pistool in haar hand. Een vooraankondiging van het onvermijdelijke noodlottige einde waar het stuk op afstevent. Regisseur Abdel Daoudi maakt van Hedda expliciet een vrouw van kleur, ook nog voorzien van een scherpe tong.

Henrik Ibsens Hedda Gabler (1890) is een veel gespeeld stuk over wat indertijd werd gezien als een ‘moderne’ vrouw. Een pasgetrouwde vrouw die de vanzelfsprekende onvrijheid binnen het conventionele huwelijk slecht verdraagt. Ze probeert haar omgeving naar haar hand te zetten, maar de tradities zijn stug en haar opzet werkt tegen haar.

Kapstok

Bij Toneelschuur Producties actualiseert en bewerkt Sarah Sluimer Ibsens tekst tot Hedda, een stuk waarin eigenlijk alleen de contouren van het origineel nog herkenbaar zijn. Bewerker Sluimer en regisseur Daoudi gebruiken het stuk als kapstok om er een politiek getinte voorstelling aan op te hangen met een scherpe boodschap over sluimerend racisme en de omgang met nieuwkomers in een gevestigde witte samenleving.
Iets soortgelijks deed Daoudi in zijn eerdere Toneelschuur Productie Branden.

Schulden

Deze Hedda (Hajar Fargan) is niet de dochter van generaal Gabler uit de oertekst – die haar het pistool schonk waarmee ze in de rondte zwaait – maar een ‘woestijnprinses’, en journalist met wortels in een ver land. Hedda is onlangs getrouwd met academicus Jurgen Tesman (Thomas Höppener). Als de voorstelling begint, is het koppel net terug van een luxe huwelijksreis; de koffers staan nog bij de deur. En dan hebben ze ook nog een veel te duur huis gekocht. Ze koersen razendsnel af op hun financiële ondergang, ware het niet dat de verweesde Jurgen is opgevoed door zijn steenrijke, betuttelende tante Juul (Nanette Edens). Zij neemt de schulden van het jonge stel op zich.

Kleinerend

Zowel tante Juul als Hedda’s journalistieke chef Brack (Peter Blok) doen uitermate neerbuigend tegen nieuwkomer Hedda, toch overduidelijk een intelligente vrouw. Zij wordt echter voortdurend gewezen op wat haar taak wordt: kinderen krijgen en braaf huisvrouw zijn. Echtgenoot Jurgen is weliswaar intelligent, maar ook zeer naïef: hij neemt de kleinerende houding van de buitenwacht ten opzichte van zijn vrouw voor lief.

Migrantenzoon

Het wankele evenwicht wordt definitief verstoord door de komst van de paniekerige vriendin Thea (Aiko Beemsterboer). Zij heeft in het verleden een kleine affaire gehad met Jurgen en is inmiddels getrouwd met een veel oudere man. Maar Thea heeft stiekem een jonge, buitenechtelijke vlam: de niet-westerse Amir (Nur Dabagh). Een briljante wetenschapper en schrijver, maar niettemin een ‘waanzinnige migrantenzoon’.

Om de rommelige verhoudingen compleet te maken: Amir heeft in het verleden iets gehad met Hedda. Vanwege hun gedeelde lot als nieuwkomer noemen Hedda en Amir elkaar ‘kameraad’.

Racistisch

In de benadering van Sluimer en Daoudi ligt de nadruk op de cultuurverschillen en de disbalans tussen de oude garde en de nieuwkomers. De gevestigde orde is nauwelijks verholen racistisch: ze discrimineert en doet neerbuigend. Deze bewerking speelt expliciet in op de moeite die het oude Europa heeft met migranten en asielzoekers. Om met Hedda te spreken: ‘Je voelde je even een vreemde in je eigen Europa?’ Daarmee had dit makkelijk een cynisch pamflet kunnen worden, maar Hedda is juist geestig, vol kleine en grote grappen.

Lichaamstaal

Daoudi laat Hajar Fargan als Hedda in stil spel voortdurend commentaar geven op wat anderen zeggen. Met mimiek en in lichaamstaal drukt Fargan alles uit, van geamuseerdheid tot verontwaardiging.
Peter Blok is puntgaaf als de aalgladde redactiechef Brack. Als symbool voor zijn weigering een positieve bijdrage te leveren aan het leven en het werk van Hedda stopt Brack zijn handen weg in zijn zakken. Met alleen zijn stem en zijn mimiek drukt Blok minachting uit, superioriteit, maar ook geamuseerdheid.

Jurgen Tesman is de comic relief in deze Hedda. Thomas Höppener maakt van Jurgen een fijne springerige sukkel, die zich door zijn rijke tante Juul in het pak laat naaien. Jurgen moet een begenadigd wetenschapper zijn, maar is kinderlijk in het dagelijks gebruik en in zijn huwelijk met Hedda.

Muisje

Aiko Beemsterboer krijgt van Daoudi weinig ruimte om van de ongelukkig getrouwde Thea méér te maken dan een lichtgeraakt, overgevoelig muisje, ook nog voornamelijk gehuld in lichtgrijs. Beemsterboer valt wel op door een sterke timing en intonatie, haar Thea reageert steeds snel en adequaat.

Nanette Edens mag in haar beperkte rol als tante Juul niet veel meer doen dan een clichématige rijkeluis-bitch neerzetten.
Nur Dabagh als de briljante Amir komt niet echt uit de verf. Zijn personage is nogal vlak: hetzij serieus, hetzij kwaad.

Losse decorblokken

Speciaal compliment verdient het decor (scenografie: Vera Selhorst), uitgevoerd in zalmroze en mintgroen. Het bestaat uit blokken van verschillende hoogtes, waardoor nabijheid, afstand, boven en of juist onder iemand staan kunnen worden uitgedrukt; en je kunt je er ook nog achter verstoppen. Naarmate de personages verder van elkaar komen te staan, desintegreren ook de losse decorblokken tot een landschap van eilandjes die van elkaar zijn verwijderd.

Hoewel de plot naar het einde toe rommeliger wordt, en de tekst minder richting heeft, slaagt Daoudi erin met het oude stuk van Ibsen als basis een fijne, geestige voorstelling te maken met een ondertoon van heldere maatschappijkritiek.

Tekst: Henrik Ibsen
Bewerking: Sarah Sluimer
Scenografie: Vera Selhorst
Kostuumontwerp: Dymph Boss
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

 

Theater / Voorstelling

Herkenbare problemen in fijne relatiekomedie

recensie: God van de slachting – Kobra Theaterproducties
God van de slachting – Kobra Theaterproductiesfotografie: Annemieke van der Togt

‘Een drupje alcohol en hup: het masker valt.’ Aldus Berry wanneer het voorspelbare conflict tussen de vier personages in God van de slachting losbarst. Want dát er in deze relatiekomedie ruzie gaat komen, is onontkoombaar. In de regie van Hanneke Braam is vooral de vraag hóé het zaakje zal ontploffen.

En wéér gaat Eelco’s telefoon. Deze brallerige advocaat vindt de precaire zaak van een bellende cliënt veel interessanter dan de ongemakkelijke conversatie waarin hij zit.
Eelco en zijn vrouw Annette zijn op bezoek bij Berry en Linda. Eelco en Annette zijn de ouders van de elfjarige Ferdinand. Berry en Linda die van de even oude Bruno. Eelco’s rinkelende telefoon onderbreekt voortdurend het gesprek.

De twee koppels bespreken een vechtpartij tussen hun zoons. Advocatenzoontje Ferdinand heeft Bruno geslagen met een eind hout. Resultaat zijn twee afgebroken voortanden bij het slachtoffer. Bruno’s ouders dringen aan op excuses van ouders en zoontje; boetedoening, straf voor het meppende kind.

Glaasje rum

Het overduidelijke cultuurverschil tussen de twee ouderparen zal echter niet tot verzoening leiden, maar juist tot verharding. Annette vindt zichzelf eigenlijk veel chiquer dan Linda en Berry. Annette en Eelco vinden dat het voortanden-incident sterk wordt overdreven; ze staan de hele voorstelling lang op het punt te vertrekken. Maar Linda bijt zich als een pitbull vast in het gebrek aan omgangsvormen van het gezin waaruit zoontje Ferdinand voortkomt. Zij is vastbesloten door te drammen totdat ze gelijk krijgt. Haar man, gastheer Berry, probeert het bezoekje een beetje op te leuken door een glaasje rum te schenken, maar door de alcohol gaat de rem er natuurlijk helemaal af bij het gezelschap.

Zo wordt een onhandig incident tussen twee basisschooljochies gaandeweg enorm opgeblazen. In dit conflict blijft niemand gespaard en dat het uit de hand zal lopen is vanaf het eerste moment zonneklaar.

Relatiekomedie

God van de slachting (Le Dieu du Carnage, 2006) is een stuk van Yasmina Reza (1959), een Franse toneel- en romanschrijver met Iraanse, Russische en Hongaarse roots. Deze relatiekomedie, dit verbale bloedbad, wordt wereldwijd geregeld gespeeld. Ze is in 2011 zelfs verfilmd onder de titel Carnage (‘bloedbad’), door regisseur Roman Polanski. In Nederland is het stuk in 2009 en in 2024 gespeeld door Theatergroep Suburbia, in 2013 door Senf Theaterproducties, in 2017 door Toneelgroep Het Volk, en in 2022 door Het Tuintheater. En nu brengt Kobra Theaterproducties het in de regie van Hanneke Braam.

Herkenbare thema’s

God van de slachting – Kobra Theaterproducties

Annemieke van der Togt

Dat God van de slachting zo populair is onder makers, komt niet alleen doordat de tekst een grote grapdichtheid heeft, maar ook doordat er en passant een heleboel herkenbare, alledaagse thema’s de revue passeren. Bijvoorbeeld. Huwelijken die na verloop van jaren sleets beginnen te worden. Klassenverschillen tussen ‘rijke’ snobs en mensen die kunst en maatschappelijk engagement belangrijker vinden dan geld. De verslaafdheid aan de mobiele telefoon. De man-vrouwverhouding. Het alledaagse gelijk van politieke correctheid. Ouders die aan collega-ouders uitleggen hoe zij hun kinderen moeten opvoeden. Kinderen die elkaar omarmen of juist buitensluiten.
De vertaling van het stuk door Laurens Spoor is door Kobra geactualiseerd om die dichter bij het huidige tijdsgewricht te brengen.

Clownesk

Braam regisseerde in 2024 bij Kobra Theaterproducties met succes Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf? Daarin speelde comedian Sanne Wallis de Vries de dragende rol van Martha. In deze God van de slachting zien we Remko Vrijdag, vooral bekend als cabaretier en komiek.

Deze clowneske variant van het stuk staat of valt met het talent van de acteurs, het tempo, het niet al te toneelmatig omgaan met de tekst. Dat laatste lukt vooral bij de start van de voorstelling niet helemaal goed, de tekstbehandeling is aanvankelijk nogal opzeggerig.

Corpsbal

Maar als de vaart er eenmaal in zit, gaat deze voorstelling vliegen. Remko Vrijdag zet de egocentrische corpsbal fijn vet neer. Hij lééft als hij wordt gebeld en de scherpe advocaat kan uithangen. Vrijdag heeft niet alleen de lach aan zijn kont, hij is ook overtuigend door stil spel, door een hoog tempo, door een scherpe tekstbehandeling.

Yara Alink als zijn tuttige vrouw Annette krijgt vooral de ruimte van Braam wanneer ze zich hardop mag ergeren aan haar horkerige man. Voorts moet Annette voortdurend braken, ook over een kostbaar kunstboek dat Linda dierbaar is heen. Maar waardóór Annette steeds kotsmisselijk is, wordt niet echt duidelijk, of het moet zijn dat haar huwelijk haar de strot uitkomt.

Watje

De Berry van Johan Goossens is een onbehouwen flapuit. Berry is een boomlange goedzak. Het volkse type, uitbater van een winkel in huishoudelijke artikelen. Maar Berry is ook een watje: hij heeft de hamster van zijn negenjarige dochtertje op straat gezet, vooral omdat deze beer van een vent bang is voor knaagdieren. Zijn politiek correcte vrouw neemt hij allang niet meer serieus.

Rosa da Silva als de linkse kunstliefhebber Linda laat haar personage als enige echt een transformatie doormaken. Haar Linda begint weliswaar principieel, maar toch beheerst en rationeel. In de loop van de voorstelling wordt Linda feller, agressiever, en zelfs wanhopiger: dat de wereld een eerlijkere plek wordt, ziet zij niet gebeuren.

Binnenwereld

Er is duidelijk een verschil tussen de beschaafde buitenkant en de valse binnenwereld. Braam stopt een heleboel grappige, fijne regievondsten in de voorstelling; zoals wanneer Remko Vrijdag een selfie maakt van zichzelf met de vrouw die hij heeft ‘verslagen’, alsof ze een geschoten tijger is. Het fraaie interieur met would-bedesign (decor: Calle de Hoog) helpt ook.

God van de slachting is niet een heel origineel stuk, maar het heeft wel degelijk een bijzonder geestige tekst vol leuke vondsten. Regisseur Braam houdt de vaart er stevig in, waardoor dit een fijne avond theater is.

Tekst: Yasmina Reza
Vertaling: Laurens Spoor
Decor: Calle de Hoog
Kostuums: Nola van Timmeren
Lichtontwerp: Remko van Wely
Muziekfragementen: Casjan Berends en Arnold Schut
Techniek: Luuk van Overeem & Shiva Stempher
Fotografie: Annemieke van der Togt

Film / Films

Hamlet naar letter en geest

recensie: Hamnet - Chloé Zhao
HAMNET2025 Focus Features, LLC. All Rights Reserved.

Aan het begin van de film Hamnet van de Chinees-Amerikaanse regisseur en co-auteur Chloé Zhao (bekend van onder meer Nomadland) beweegt de camera zich door een bos. Op de grond ligt Agnes (Anne) Hathaway (gespeeld door Jessie Buckley), de latere vrouw van William Shakespeare (gespeeld door Paul Mescal). Dit openingsshot benadrukt meteen dat het bos een grote rol speelt in de film. Van begin tot eind.

Deze cinematografie (van Łukasz Żal) doet denken aan bijvoorbeeld The Tree of Life van de Amerikaanse filmer Terrence Malick, door wie Zhao is beïnvloed. Die bovennatuurlijke sfeer van het begin van Hamnet wordt geaccentueerd door het feit dat Agnes vervolgens wordt voorgesteld als het kind van een bosheks. Pas aan het eind van de film evolueert het bovennatuurlijke beeld naar de metafysische sfeer van de roman Hamnet (2020) van de Ierse Maggie O’Farrell, waarop de film is gebaseerd.

Tussen begin en eind gebeuren fraaie dingen en zaken waar je vraagtekens bij kunt plaatsen.
Fraai zijn de Shakespeare-achtige spiegelingen in het verhaal: William komt als kind thuis en krijgt ervan langs, Agnes komt thuis en krijgt eveneens op haar donder. Zij gaat het huis uit wanneer ze zwanger blijkt te zijn. Dat William met haar wil trouwen, valt bij zijn aanstaande schoonouders niet in goede aarde. Want ook hij zou behekst zijn. Hun eerste kind, Susanna, wordt geboren in … het bos.

De tweeling Hamnet en Judith

Na haar volgt de tweeling Hamnet en Judith, die aan elkaar zijn verknocht. Hamnet speelt met haar en met zijn vader. Met hem doet hij zogenaamd aan zwaardvechten, wat een voorafschaduwing is van latere beelden in de film (het zwaardgevecht tussen Hamlet en Laertes in het toneelstuk Hamlet). Net zoals er ook steeds terugkerende frases zijn, zoals ‘The rest is silence’ en ‘To be or not to be’ (leven of dood), allebei citaten uit hetzelfde stuk. En zo citeert ook de componist van de fraaie filmmuziek, Max Richter, zichzelf (bijvoorbeeld met het lied ‘Arrival’) of schrijft stijlcitaten die aan de muziek van Shakespeares tijdgenoot Henry Purcell doen denken. Dat is het fraaie deel van de film.

Inspiratie voor Hamnet en Hamlet

Op een gegeven moment zegt Hamnet tegen zijn moeder: ‘She got it’, waarna Agnes het gezicht van het meisje in close-up naar de camera keert. Het is de toeschouwers duidelijk: zij heeft de pest. Iets wat Hamnet helaas nog eens uit gaat leggen. Een voorbeeld van overbodige zaken in de film; we zien en weten het zo ook wel. Dit voorbeeld betreft overigens een scène die in het boek van O’Farrell niet voorkomt.
Het kruidenvrouwtje in Agnes speelt weer op, wanneer zij de ziekte met huismiddeltjes en rabarber uit de omgeving van het bos probeert te genezen. En zowaar: Judith overleeft, maar Hamnet sterft op elfjarige leeftijd. Twee schitterende rollen overigens, door Olivia Lynes en Jacobi Jupe, leeftijdsgenootjes van Hamnet.

Volgens O’Farrell en Zhao zou Hamlet zijn geïnspireerd door de dood van Hamnet. Dat is inlegkunde, want de realiteit is dat het toneelstuk is gebaseerd op onder anderen Amleth, een prins uit een dertiende-eeuwse Deense legende. Die inlegkunde mag natuurlijk, als je de film maar niet als waargebeurd beschouwt, want dat klopt maar deels.

Natuurlijk, The Globe Theatre in Londen bestond en is weer opgebouwd. Daar speelt de slotscène van de film zich af, waar Agnes vooraan bij het toneel in de zogenaamde Standing Yard de première van Hamlet van haar man bijwoont. De achterwand van het toneel is een afbeelding van een bos. Wéér dat bos, maar nu is het beeld inhoudelijk uitgestegen boven de beginshots. Agnes en William zijn geen kinderen van een (bos)heks, maar twee volwassen mensen die een groot verlies hebben geleden. Ze kijken elkaar aan en begrijpen elkaars diepste verdriet. Ze kunnen samen verder.

Jessie Buckley won recent voor haar rol in Hamnet een Golden Globe Award (What is in a name!) voor beste actrice, terwijl de film ook een Golden Globe won voor beste dramafilm. Of ze dit waard zijn, kan de kijker zelf beoordelen. De film kent in ieder geval ook wat zwakkere elementen en momenten, maar een goede totaalindruk blijft.

Boeken / Fictie

I couldn’t help but wonder: boek of doek?

recensie: Sex and the City - Candace Bushnell
Omslag Sex and the Cityomslag

Een beetje kenner herkent aan de titel al om welke serie het gaat. Hoofdpersoon Carrie Bradshaw kondigt een quasi-filosofisch vraagstuk over een ‘first world problem’ aan in de televisieserie Sex and the City. Onbekender is dat deze serie gebaseerd is op het gelijknamige boek van Candace Bushnell, dat amper tweehonderd pagina’s telt en uitgroeide tot een serie die wel bijna vijftig uur aan kijkplezier biedt. Nu er na dertig jaar echt een einde komt aan SATC, is het tijd om de balans op te maken: werkt het boek of het doek beter?

Bushnell publiceerde haar gebundelde columns in 1996, waarop vervolgens een serie van zes seizoenen, twee films en twee spin-offseizoenen gebaseerd werden. Ze werd zelf geboren in Glastonbury en verhuisde op 19-jarige leeftijd naar ’the Big Apple’. In veel interviews beweert ze dat het fictieve personage Carrie Bradshaw en veel anekdotes uit zowel het boek als de serie autobiografisch zijn. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er in het boek en de serie?

Doek

We volgen typische problemen van dertigers-vrouwen in Manhattan, New York. In de alom bekende introtune pronken de Twin Towers nog trots en waggelt hoofdpersoon Carrie Bradshaw in een tutu. Deze blonde krullenbol is een charmante en overmatig dramatische hoofdpersoon. Naast haar staan de roodharige Miranda als cynische workaholic, de naïeve brunette Charlotte, die wacht op haar prins op het witte paard, en ten slotte de bombshell Samantha, die menig man om haar vinger windt en er altijd uitziet om door een ringetje te halen.

Rondom de millenniumwisseling domineerden deze vier vrouwen zes seizoenen lang het beeldscherm. Een hoog gehalte aan humor, herkenbaarheid (ondanks hun peperdure levensstijl) en drang naar onafhankelijkheid maakten het succes van deze serie. De serie blijft duidelijk fictief: met de inkomsten uit een wekelijkse column worden een hip appartement in de Upper East Side en meer dan honderd paar Manolo Blahnik-schoenen betaald. Daarnaast is uitgenodigd worden op alle hippe restaurantopeningen én op een dagelijkse basis worden uitgevraagd door knappe baseballspelers en andere gewilde mannelijke vrijgezellen van 35+ natuurlijk dagelijkse kost. Was het al benoemd dat iedereen maatje 32 heeft zonder te sporten of te diëten? Het blijven de 90’s.

Boek

Zoals de naam van de bundel al doet vermoeden, speelt seks, of in ieder geval het veroveren van een knappe man met geld, een grote rol in de korte verhalen.
Het geschreven verhaal is een stuk meer versnipperd dan dat op het doek, waarschijnlijk omdat het boek een verzameling van columns bevat. Het overgrote deel van deze columns betreft anekdotes van rijke ‘socialites’. Over het algemeen is er door dit gebrek aan samenhang weinig te zeggen over karakterontwikkeling. Carrie speelt in de eerste helft van het boek hooguit een bijrol. Pas later in het boek wordt er meer vanuit haar perspectief geschreven, met name over de grillige relatie die ze met Mr Big heeft. In het boek neemt ze een nonchalante, onverschillige houding aan, waar zij in de serie juist bekendstaat als (zelf)obsessief en egocentrisch. Opvallend is verder dat Carrie een zeer duidelijk alcohol- en drugsprobleem onder de leden heeft, terwijl dat geen significante rol speelt in de serie.

Charlotte en Miranda worden beiden een of twee keer genoemd, en vervullen een verwaarloosbare en onherkenbare rol in het boek. Charlotte wordt beschreven als een seksverslaafde Britse vrouw, terwijl zij in de serie juist een preutse, naïeve New Yorkse is. Miranda wordt neergezet als een drugsverslaafde ‘cable executive’ (wat dat ook mag zijn), waar zij in de serie een hardwerkende, nuchtere advocate is. Samantha komt gedurende het hele verhaal iets frequenter voor, maar (helaas) niet zo kenmerkend als in de serie. In het boek is Samantha veel minder uitgesproken feministisch en seksueel revolutionair dan in de serie, waarin juist haar personage sterk bijdraagt aan de populariteit ervan.

Hetzelfde geldt voor de kenmerkende en iconische 90’s-mode in de serie; deze neemt een veel minder grote plaats in het boek in. Logisch, gezien het visuele effect van een serie. Ook het perspectief is verschillend. In het boek worden de scènes vanuit de derde persoon beschreven, terwijl de serie wordt verteld vanuit het perspectief van Carrie. Carrie’s introspectie wordt door middel van intermezzo’s en voice-overs in de serie duidelijker blootgelegd, wat zorgt voor drama en emotie. In het boek leer je de innerlijke strijd van Carrie minder goed kennen. Zinnen als ‘I couldn’t help but wonder if he ever really loved me’ of ‘The moment he looked at me I turned into stone’ komen daarin niet voor. Dit maakt Carrie in het boek een (relatief) nonchalant en nuchter personage.

Ondanks het verschil in medium en plot, heeft de serie wel degelijk elementen en scènes uit het boek overgenomen. Bijvoorbeeld wanneer Mr Big tijdens een wankel moment in de relatie een weekend buiten de stad heeft gepland met Carrie, en zij uit principe besluit niet mee te gaan. Dit betekent in het boek een scheur in hun al doodbloedende relatie. In de serie is deze scène een dramatisch en abrupt einde van hun liefdesverhaal in een van de eerste seizoenen.

Boek of doek?

Ondanks scherpe en vermakelijke anekdotes ontbreekt er in het boek een samenhangend plot, gelaagdheid en karaktergroei. De verhalen zijn wellicht beter tot hun recht gekomen in hun originele vorm als losse columns dan gebundeld in een boek. Het boek geeft een heel andere sfeer en context dan de serie; het is dus zeker niet overbodig om het boek te lezen als je de serie al gezien hebt. Wel doet het boek af aan de iconische serie. De mode, de scènes in New York en de ruimte voor karakterontwikkeling van alle vier de vrouwen missen in het boek. Daarnaast geeft de serie meer hoop, zelfvertrouwen, ontspanning en inspiratie. Het boek krijgt drie van de vijf sterren. De serie krijgt er overtuigend vijf!

Theater / Voorstelling

Poging om suïcide bespreekbaar te maken

recensie: ADEM – Theaterbolwerk PUNCH
foto: annemieke van der togtAnnemieke van der Togt

‘Ik staar naar mijn schoen, en probeer eruit te zien alsof ik nadenk’, zegt de suïcidale vrouw. Want ze weet niet wat ze moet zeggen, terwijl haar therapeut kennelijk van haar verwacht dat ze haar dodelijke plan nu uit de doeken zal doen. Het is niet eenvoudig de gedachten aan zelfdoding bespreekbaar te maken. Bij Theaterbolwerk PUNCH doet toneelschrijver Roel Pronk een fijne poging met zijn stuk ADEM.

Alle hulpverleners en verzorgers herhalen het keer op keer: ‘Denk je aan suïcide, zoek dan geestelijke hulp. Práát erover, bel hulplijn 113.’ Maar hoe is het voor de persoon met de sombere gedachten zelf? Hoe voelt die zich in de spreekkamer van een hulpverlener die eigenlijk nauwelijks tijd heeft om te luisteren? En hoe moet die omgaan met bezorgde, dierbare naasten? ADEM probeert daarop antwoord te geven in een kaleidoscopische, fragmentarische voorstelling.

Voorkomen van zelfmoord

113 Zelfmoordpreventie vraagt momenteel aandacht voor zelfdoding onder jongeren. De jongste cijfers zeggen dat in Nederland per maand gemiddeld 26 jongeren zichzelf het leven benemen.

Theaterbolwerk PUNCH biedt nieuwe schrijvers de ruimte een tekst te maken die meteen wordt gespeeld. Schrijver Roel Pronk kreeg die kans. Pronk kent het gevoel dat het leven te zwaar wordt. Vandaar dat hij ADEM schreef. PUNCH brengt het nu op de podia, in de regie van Gerardjan Rijnders. Ze werken samen met 113 Zelfmoordpreventie.

Hanna van Vliet, Ali Zijlstra, Leendert de Ridder, Kharim Amier en Jip Smit nemen beurtelings de rollen op zich van een persoon met suïcidale gedachten, diens vader, diens therapeut, vrienden en vriendinnen. Ze spelen korte scènes die uit het leven zijn gegrepen.

Fragmentarisch

Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar heen. Teksten en scènes zijn door deze aanpak onvermijdelijk fragmentarisch. We zien hoe anderen omgaan met iemand met neigingen tot zelfdoding: zelfmoord is egoïstisch, en het leven is toch echt leuk genoeg. Het steeds herhaalde mantra is: ‘Adem in, adem uit’.

Verwachtingen

We horen de gedachten van de suïcidale persoon. De somberheid. Het onvermogen gelukkig te zijn. De twijfel aan een betere toekomst. Het zich moeizaam groot houden tegenover dierbaren. De angst niet te kunnen voldoen aan verwachtingen – zelfs niet aan die van de hulpverlener, die kennelijk een verstandig en samenhangend verslag van de sombere zielenroerselen verwacht in het uurtje therapietijd dat daartoe beschikbaar is.

Praten over zelfmoordpogingen, al dan niet mislukt, is bij voorbaat ingewikkeld: ‘We gaan het niet hebben over gisteravond’, stribbelt het personage van Hanna van Vliet voortdurend tegen.

Praat erover

Het paradoxale is dat iedereen die betrokken is bij deze voorstelling beoogt suïcidale mensen ertoe te bewegen erover te praten, opdat de negativiteit gekeerd kan worden, maar dat uit de teksten juist blijkt dat niets helpt. De liefde van de vader niet, de gesprekken met de therapeut niet, het weer kunnen praten met de beste vriendin niet. Dat is best vreemd. Alsof de getoonde strategieën om zelfdoding te voorkomen volgens dit stuk niet werken.

Transparante schermen

ADEM speelt in een waanzinnig fraaie setting (decor: Marjolein Ettema), even simpel als geniaal en functioneel. Op drie transparante schermen veranderen gestructureerde lijnen en blokken in kronkelende, golvende en hoekige vlakken, naargelang de suïcidale persoon somberder wordt, of die weer op de voeten landt door de nuchtere benadering van de omgeving.

De zorgvuldig gefragmenteerde belichting (licht: Jordy Veenstra) isoleert personages van de anderen of plaatst ze juist in een groep.

Soelaas

Regisseur Rijnders laat zijn spelers het hele scala aan mogelijkheden voor tekstbehandeling uit de kast trekken, van fluisteren tot schreeuwen tot huilen. Van eenzaam in elkaar kruipen tot bovenop elkaar gaan zitten.

Het geboden advies dat de makers van deze voorstelling willen geven: ook al voel je je niet begrepen, ook al lijkt het aantrekkelijk jezelf voorgoed van al het eenzame gepieker te verlossen, warmte zoeken bij elkaar kan soelaas bieden.

Tekst: Roel Pronk
Decor: Marjolein Ettema
Video: Menno Broere
Licht: Jordy Veenstra
Muziek / Sound scape: Floris Bosma | Flows’ productions
Techniek: Patrick Knoop | PK eventtechniek

Denk je aan zelfdoding? We zijn er voor je. Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten. Bel gratis 113.

Film / Serie

Visueel indrukwekkend epos met barsten in het verhaal

recensie: War of the Kingdoms | Cyrill Boss, Philipp Stennert
oVEZQmzgUu5IoiWBeYHfqGbth9sAgcCFIT0qL0lTCANAL+

Het Duitse epos Hagen leek alles mee te hebben: een budget van meer dan vijftig miljoen euro, een legendarisch verhaal en een internationale cast. Toch flopte de film vorig jaar hard. Met nog geen tweehonderdduizend bezoekers bleef het succes ver uit. Als zesdelige miniserie krijgt het project nu een tweede kans onder de naam War of the Kingdoms, met Gijs Naber wederom als de centrale figuur.

De serie is gebaseerd op het beroemde Nibelungenlied, een middeleeuwse sage die zo invloedrijk is dat zelfs J.R.R. Tolkien zich erdoor liet inspireren. War of the Kingdoms kiest voor een uitgesproken, filmische stijl en zet meteen de toon. Je wordt zonder veel uitleg het verhaal ingetrokken, wat de wereld fascinerend maakt, maar ook verwarrend kan zijn voor wie het verhaal nog niet kent.

Het verhaal

Hagen von Tronje is een soldaat en opperbevelhebber, gedreven door plicht en loyaliteit aan zijn koning en koninkrijk. Achter zijn zwijgzame façade schuilt echter een verboden liefde voor prinses Kriemhild, een gevoel dat hij nooit openlijk kan tonen. Tegelijk draagt hij een onontdekt verleden met zich mee, dat wel littekens heeft achtergelaten.

Wanneer de koning sterft, staat het rijk op instorten. De Hunnen vallen vanuit het oosten binnen, Romeinse legers naderen vanuit het zuiden en de jonge Gunther erft de troon. Zijn vastberadenheid om het koninkrijk te redden leidt hem naar Brunhild, de legendarische Walkurenkoningin met mysterieuze krachten. Om haar hand te winnen heeft hij zowel de hulp nodig van Hagen als van Siegfried, de charismatische drakendoder die voor extra onrust zorgt.

Een productie die indruk maakt

Het enorme budget is op vrijwel elk moment zichtbaar. War of the Kingdoms blinkt uit in indrukwekkende locaties, zorgvuldig ontworpen kostuums en overtuigende mythische wezens. Het camerawerk is dynamisch en filmisch, waardoor de serie soms meer aanvoelt als een grote bioscoopproductie dan als televisie. Dat de film en serie gelijktijdig zijn opgenomen, een unicum in Europa, werpt hier duidelijk zijn vruchten af.

Ook het acteerwerk ligt op hoog niveau. Gijs Naber overtuigt als de getormenteerde Hagen von Tronje, een man die veel voelt, maar weinig zegt. De ontwikkeling van Siegfried (Jannis Niewöhner), die begint als een irritante opschepper en langzaam verandert in een tragisch figuur, is eveneens sterk gespeeld. Opvallend prettig is bovendien de aanwezigheid van meerdere krachtige vrouwenrollen, die meer zijn dan enkel bijfiguren in een mannenepos.

Te veel losse eindjes

Waar de serie visueel excelleert, laat het verhaal steken vallen. In zes afleveringen worden veel verhaallijnen geïntroduceerd, maar niet allemaal bevredigend afgerond. Zo wordt Hagens verleden wel onthuld, maar nauwelijks verbonden aan zijn verdere ontwikkeling als personage. Ook het verhaal rondom de verminkte hand van Gunthers jongere broer voelt afgeraffeld. Het meest frustrerend is misschien wel dat de breuk tussen Siegfried en Brunhild totaal onverklaard blijft.

War of the Kingdoms haalt inhoudelijk niet het niveau van series als Game of Thrones of filmreeksen als The Lord of the Rings. Toch maakt de serie veel goed met zijn visuele kracht, sterke acteerprestaties en ambitieuze opzet. Wie bereid is door narratieve tekortkomingen heen te kijken, krijgt een indrukwekkend en stijlvol epos voorgeschoteld dat ondanks alles de moeite waard is.

De serie is vanaf 25 november 2025 exclusief te streamen bij CANAL+ en vanaf 29 november 2025 wekelijks om 20:30 uur te zien op CANAL+ Action.

Film / Films

Een krachtige aanklacht tegen kindhuwelijken

recensie: Nawi, Dear Future Me | Vallentine Chelluget, Apuu Mourine, Kevin & Tobias Schmutzler | 2024
Nawi_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

Dear Future Me, schrijft de dertienjarige Nawi in haar dagboek. Het schrift krijgt ze van haar lerares, die haar ziet als een slim en leergierig meisje met goede cijfers en grote dromen. Schrijf je dromen op en maak ze waar, lijkt de boodschap. Maar in een traditioneel Afrikaans dorp blijkt dromen voor een meisje niet vanzelfsprekend, laat staan realiseerbaar.

‘Niets meer en niets minder.’ Zo omschrijft Nawi haar waarde wanneer ze hoort dat ze wordt uitgehuwelijkt voor zestig schapen, acht kamelen en honderd geiten. In de afgelegen regio Turkana, in het noorden van Kenia, zijn kindhuwelijken officieel verboden, maar in de praktijk nog altijd wijdverbreid. De bruidsschat kan voor arme families het verschil betekenen tussen overleven en verhongeren.

Gedwongen keuzes

Nawi wordt beloofd aan een veel oudere, welgestelde man. Haar vader worstelt met het besluit, maar staat machteloos tegenover de traditie én een schuld bij zijn broer die moet worden afbetaald. Als enige dochter rust op Nawi de verantwoordelijkheid om haar familie te redden. Haar argumenten dat ze met onderwijs later meer kan betekenen, vinden geen gehoor. Het huwelijk wordt voltrokken. Nawi is pas dertien.

Met een slimme smoes weet ze de consumptie van het huwelijk uit te stellen. Wanneer een overstroming het dorp treft, grijpt ze haar kans en slaat ze op de vlucht. Vanaf dat moment wordt de film niet alleen een aanklacht tegen kindhuwelijken, maar ook een verhaal over moed, verzet en zelfbeschikking.

Lokaal verteld, lokaal geworteld

De film is gebaseerd op een kort verhaal van Milcah Cherotich, geschreven voor een nationale verhalenwedstrijd in Kenia. Die lokale oorsprong voel je. Nawi is geen van buitenaf opgelegd drama, maar een verhaal dat van binnenuit wordt verteld door makers die het onderwerp van dichtbij kennen.

Opvallend is het collectieve regisseurschap: vier regisseurs werkten samen aan de film. Onder hen Apuu Mourine, afkomstig uit Turkana, en Vallentine Cheluget uit Kisumu. Voor beiden is dit hun speelfilmdebuut. De Duitse broers Tobias en Kevin Schmutzler maakten eerder al sociaal geëngageerde films en brengen die betrokkenheid hier opnieuw mee.

Goede intenties, wisselende uitvoering

De boodschap van de film is helder en urgent, maar de uitvoering is niet altijd even sterk. Op verschillende momenten verraadt de film zijn beginnende makers. Sommige camerakeuzes suggereren dreiging of actie die vervolgens uitblijft, wat verwarrend werkt en de spanning ondermijnt. Vooral de camerahoeken die gepakt worden, kloppen niet helemaal met het verhaal dat ze willen vertellen.

De toevoeging van de oudere, toekomstige Nawi, passend bij de ondertitel Dear Future Me, is een mooi idee, maar blijft dramaturgisch onderbenut. De lijn wordt niet consequent doorgetrokken, waardoor het concept meer belofte dan uitwerking heeft.

Ook het slot voelt te nadrukkelijk optimistisch. De plotselinge realisatie van Nawi’s droom, verbeeld in een school die letterlijk lijkt te zijn ontsproten aan haar dagboektekeningen, komt geforceerd over. De nuance maakt plaats voor een bijna sprookjesachtig einde.

Indrukwekkend ondanks tekortkomingen

Toch weet Nawi te overtuigen. De weidse landschappen van Turkana zijn adembenemend gefilmd, de muziek is aanstekelijk en Michelle Lemuya Ikeny speelt de rol van Nawi met grote overtuigingskracht en natuurlijke kwetsbaarheid. Haar spel draagt de film.

Nawi is een sympathieke, betrokken film met een belangrijke boodschap, die ondanks zijn oneffenheden weet te raken. Niet voor niets is de film de officiële Keniaanse inzending voor de Oscars van 2025.

Film / Films

Eeuwigheid als keuzeprobleem

recensie: Eternity | David Freyne
Eternity_st_4_jpg_sd-lowFilmdepot

Je gaat dood en reist per trein naar een knooppunt: een chaotische plek waar ‘afterlife coordinators’ je helpen kiezen waar je je eeuwigheid wilt doorbrengen. Verkopers bestoken je met aanbiedingen en folders. Maar wat als daar al iemand op je zit te wachten? Kies je dan voor het leven dat je geleid hebt, of voor het leven dat je had kunnen leiden?

Joan (Elizabeth Olsen) komt precies voor die keuze te staan. Kiest ze haar huidige echtgenoot Larry (Miles Teller), met wie ze kinderen en kleinkinderen heeft en een heel leven heeft opgebouwd? Of kiest ze voor haar eerste liefde Luke (Callum Turner), die jong sneuvelde in een oorlog en decennialang op haar heeft gewacht?

Geen weg terug

De regels van dit hiernamaals worden al snel duidelijk. Elke nieuwkomer arriveert, verbijsterd en verward, op The Junction: een kruising tussen een statig treinstation, een congrescentrum en een jaren 50-hotel. De nieuwkomers, die eruitzien zoals ze waren op het hoogtepunt van hun geluk, worden overspoeld met advertenties, lichtbakken en vlotte verkopers die hun een eeuwige bestemming proberen aan te smeren. Maar één ding is zeker: als je eenmaal hebt gekozen, is er geen weg terug.

Wie echt geen keuze kan maken, wordt aan het werk gezet op The Junction: als barman, schoonmaker of ‘afterlife coordinator’. Daar blijf je totdat je eindelijk een beslissing durft te nemen. En als je een verkeerde keuze maakt en wegloopt uit je eeuwigheid, beland je in het niets.

Te weinig verhaal, te veel focus op details

De uitwerking van het kruispunt is fantastisch. Aan alles is gedacht: comfortabele kamers waar je kunt acclimatiseren, een breed scala aan eeuwigheden: van bergen tot zee, van een oneindig pretpark tot een Weimar-eeuwigheid (‘met 100% minder nazi’s’) en zelfs locaties die zijn opgeheven omdat ze niet bleken te werken. Alles is tot in detail vormgegeven. In iedere eeuwigheid kun je bovendien de archieven induiken om je leven terug te kijken, alleen of samen.

Die rijkdom aan details is imponerend, maar lijkt ten koste te zijn gegaan van het verhaal. De liefdesdriehoek tussen Joan, Larry en Luke had diepgang en spanning kunnen bieden, maar blijft opvallend vlak. Daardoor sleept de film en voelt hij langer dan nodig. De balans tussen wereldbouw en emotionele ontwikkeling is zoek.

Elizabeth Olsen geen talent voor comedy

De casting van Elizabeth Olsen als Joan pakt helaas niet goed uit. Haar komisch talent is beperkt; ze zet overdreven mimiek in om grappen te verkopen en heeft weinig variatie in emotionele expressie. Hierdoor valt ze op, vooral naast Teller en Turner, die hun rollen met overtuiging en natuurlijk komisch gevoel neerzetten.

Een positieve uitschieter is Da’Vine Joy Randolph als ‘afterlife coordinator’ Anna. Zij weet de film keer op keer op te tillen, zelfs wanneer het plot weer in herhaling valt. Jammer genoeg blijft de belofte dat haar eigen achtergrond wordt uitgediept onbeantwoord. Een gemiste kans, want haar personage is een van de interessantste van de film.

Onder de humor en de visuele rijkdom schuilt in Eternity een prikkelende gedachte over liefde en tijd. De film vraagt niet zozeer wat er ná de dood komt, maar wat er van ons overblijft als tijd geen rol meer speelt. Kan liefde bestaan zonder eindigheid? Is geluk iets dat we kunnen herbeleven, of slechts iets dat we ooit kenden? Een verrassend filosofische onderlaag, die nog lang blijft resoneren.

Boeken / Fictie

Perec als maatschappijcriticus

recensie: De dingen – Georges Perec
vienna_boekenkastPixabay

Het eerste hoofdstuk van De dingen is Perec ten voeten uit: het boek opent met een ietwat oeverloos aandoende, nauwgezette beschrijving van een ouderwets-elitair ingericht appartement. Maar wat volgt is een opmerkelijk goed te volgen narratief dat in een heldere chronologie en zonder al te veel digressies wordt gepresenteerd.

Het is pas na het stilleven van de openingspassage – die leest als de beschrijving van een filmdecor en de manier waarop een camera dat decor zou moeten filmen – dat de protagonisten van het boek, Sylvie en Jérôme, worden geïntroduceerd. Bij het vertellen van het verhaal van deze personages lijkt Perec het principe show, don’t tell te hebben omgekeerd: De dingen bevat maar weinig afgebakende scènes, en bestaat hoofdzakelijk uit een aaneenschakeling van diepgaande analyses van de beweegredenen van Sylvie en Jérôme en van de patronen en gewoontes die hun leven kenmerken.

Het tell, don’t show dat Perec als uitgangspunt voor deze korte roman heeft gekozen, zorgt ervoor dat – zoals Manet van Montfrans in haar nawoord bij De dingen ook noemt – Sylvie en Jérôme in deze roman in feite niet waarlijk als personages fungeren. Zij staan eerder symbool voor de generatie die in de jaren ’60 voor het eerst in aanraking kwam met de consumptiemaatschappij. Ook al was Perec er niet bepaald door gecharmeerd, het feit dat hij naar aanleiding van de publicatie van De dingen tot socioloog van de consumptiemaatschappij werd gebombardeerd, heeft hij toch echt grotendeels aan zijn eigen keuze voor deze metapsychologische verteltrant te danken.

Symbool van een generatie

En inderdaad is er een meer romanachtige versie van De dingen denkbaar, waarin Sylvie en Jérôme als individuen meer uitgewerkt zouden zijn, waarin wij meer leren over hun achtergrond en de eigenaardigheden van hun relatie en waarin meer directe rede zou zijn gebruikt. Het boek was dan eerder opgevat als een vertelling met een maatschappijkritische ondertoon. Het is voor de geïnteresseerde lezer misschien de moeite waard om te onderzoeken of meer recente boeken zoals De perfecties van Vincenzo Latronico – waarvoor De dingen als inspiratiebron diende – of The Anthropologists van Ayşegül Savaş misschien niet waarlijke roman-manifestaties van De dingen zijn.

Doordat het boek niet in scènes is opgebouwd, komen Sylvie en Jérôme als karakters niet helemaal tot leven en voelt de tekst vrij analytisch aan. Maar toch is het vertelperspectief effectief. De analyses die Perec presenteert worden met grote regelmaat geïllustreerd aan de hand van pijnlijk concrete details die de tragiek en de noodlottigheid van het materialistische doolhof waarin de twee zich bevinden voor de lezer voelbaar maken. De lezer krijgt het gevoel met de neus op de feiten van de kapitalistische samenleving te worden gedrukt.

Het zijn die ludieke details waar Perec de lezer voortdurend op trakteert, die maken dat De dingen absoluut geen grote droge hap is. Zij zorgen ervoor dat het boek, als schets van een meerjarige psychosociale ontwikkeling van een individu dat tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, toch uitermate levendig aanvoelt.

De dingen: een debuut als warming-up voor later werk

Het boek leest dus zeker niet als een sociologisch onderzoeksrapport. Sterker nog, De dingen is misschien wel een perfect boek voor wie behoefte heeft aan een inleiding tot het werk van Georges Perec: het verhaal is uniform qua perspectief, wordt in een redelijk zuivere chronologische volgorde verteld, en de metapsychologische analyses zijn toegankelijk geschreven. Het boek kent geen lange uitweidingen, geen labyrintische fractale effecten, geen enigmatische perspectiefwisselingen en geen ingewikkelde syntactische constructies. Kortom, de elementen die gemeenplaatsen zijn in veel van Perecs latere werk en die een groot deel van zijn oeuvre wat ontoegankelijk van aard maken. En toch bevat De dingen de aandacht voor sprekende details en onmiskenbare blijken van vertelplezier die voor Perec zo kenmerkend zijn.

De dingen heeft de kiemen van de typische, ingewikkelde Perec-stijl in zich die in latere boeken tot volle bloei zouden komen. Maar in dit boek lijkt Perec zich op dat vlak nog enigszins in te houden. Het boek is daarmee een toegankelijke instapper voor wie het werk van Perec beter wil leren kennen. Wie al is ingewijd in de wereld van deze fascinerende schrijver en een bewondering koestert voor de literaire vrijheid die Perec zich in zijn andere boeken zo duidelijk permitteert, zal De dingen misschien niet roemen als Perecs belangrijkste literaire verdienste. Het boek is immers wat ‘gewoontjes’ en redelijk conformistisch in vergelijking met zijn andere werk. Maar De dingen is wel een van de weinige boeken waarin Perec zich relatief onverholen maatschappijkritisch uitlaat. En dat is dan wel weer bijzonder.