Tag Archief van: 8WEEKLY

Kunst / Expo binnenland

Van bladnerf tot lijnenspel

recensie: De natuur als co-creator
0175_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©OssipOssip van Duivenbode

Sinds Iris van Herpen in 2007 haar eigen modehuis lanceerde, groeide de Nederlandse modepionier uit tot een trendsetter in futuristische couture, waarbij ze haar ontwerpen vaak vormgeeft in dialoog met architecten, biologen en technologische vernieuwers.

Met Sculpting the Senses presenteert de Kunsthal Rotterdam de eerste grootschalige Nederlandse overzichtstentoonstelling van modeontwerper Iris van Herpen. De expositie is gebaseerd op haar gelijknamige presentatie in Parijs, die plaatsvond van 29 november 2023 tot 28 april 2024 in het Musée des Arts Décoratifs. De tentoonstelling toont een flinke selectie, waaronder de levende algenjurk.

Beweging en zintuiglijke ervaring

Iris Van Herpen Couture 25/26

Sympoieis gown, 2025. In samenwerking met Chris Bellamy, University of Amsterdam and the Francis Crick Institute for Biomedical Discovery Pyrocystis lunula algae, Nutrient Gel, H2O silicone, Silk Organza, Tulle. ©Molly SJ Lowe

De jurken van Van Herpen zijn ontworpen om in te bewegen. Ze lijken te reageren op hoe het lichaam zich kan vormen. De materialen zijn licht, gelaagd en vol experiment. Het dragen van haar ontwerpen is geen passieve handeling; het is een interactie tussen drager en kledingstuk. In de Kunsthal zijn de jurken echter statisch. Het is haast alsof je naar sculpturen kijkt. Onze verbeelding wordt geprikkeld: hoe zouden deze creaties zich ontvouwen?
Het gevoel van expressiviteit in de werken komt op fascinerende wijze tot leven in de algenjurk. De presentatie zelf is ietwat anticlimactisch. Het ‘levende’ valt in eerste instantie niet echt op en net hierin schuilt de poëzie. Subtiel komt het werk echt tot leven wanneer de donkerte inzet.

Natuur als technologie

Van Herpen onderzoekt de symbiose tussen natuur en technologie. In haar visie is technologie geen tegenpool van het organische, maar een verlengstuk ervan: ‘Technologie is onderdeel van de natuur’, vertelt ze. Haar ontwerpen zijn vaak geïnspireerd op biologische processen, alsof ze de natuur opnieuw uitvindt in textiel. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit haar Crystallization-top: gemaakt met een 3D-printer lijkt dit werk op een soort slakkenhuis met bladnerven.

Samenwerkingen als creatieve bouwsteen

Samenwerking lijkt een katalysator te zijn in haar creaties. Ze werkt met wetenschappers, architecten, muzikanten en biologen om haar visie vorm te geven. De soundscapes in de tentoonstelling – gecreëerd door haar partner Salvador Breed – versterken de ervaring van de jurken als levende wezens. Muziek en geluid zijn ook een katalysator tot ontwerpen: ‘When I hear music, I sometimes see patterns’, zegt Van Herpen. Die patronen en lijnenspellen vinden hun weg naar haar designs. De klanklandschappen vormen een auditieve ruimtelijkheid voor de tentoonstelling, waarin de jurken naast zichtbaarheid ook prikkelen als interactief werk tussen zien en horen. Het raakt dicht aan het leven.

De beleving van de tentoonstelling

De tentoonstelling is geen stugge presentatie, maar een ruimtelijke ervaring. De expositie begint met een golvende ruimte. Spiegels op de grond versterken de ervaring van deze desoriëntatie. De jurken lijken te wachten op onze toenadering en we kunnen ze bekijken vanuit meerdere invalshoeken omdat we om de werken heen kunnen lopen. Het is alsof ze ons ook bekijken via de spiegels op de grond en de afwisseling tussen licht en donker in de ruimtes. Ze spelen met een verlangen naar symbiose. Een verlangen naar een magische wisselwerking. Alsof we willen dat ze stiekem elk moment tot leven kunnen komen.

0277_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©Ossip

©Ossip van Duivenbode

Heeft de kleding dezelfde magie als ze stilstaat? Misschien niet. Dat is precies de kracht ervan. De ontwerpen van Iris van Herpen zijn als zaden: ze lijken stil te staan, maar zijn vol leven. In Sculpting the Senses toont Van Herpen een toekomst waarin mode niet langer een eindproduct is, maar een proces. Een symbiose tussen mens en omgeving. Met de vraag of deze scheiding eigenlijk wel bestaat.

Kunst / Expo binnenland

Van bladnerf tot lijnenspel

recensie: De natuur als co-creator
0175_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©OssipOssip van Duivenbode

Sinds Iris van Herpen in 2007 haar eigen modehuis lanceerde, groeide de Nederlandse modepionier uit tot een trendsetter in futuristische couture, waarbij ze haar ontwerpen vaak vormgeeft in dialoog met architecten, biologen en technologische vernieuwers.

Met Sculpting the Senses presenteert de Kunsthal Rotterdam de eerste grootschalige Nederlandse overzichtstentoonstelling van modeontwerper Iris van Herpen. De expositie is gebaseerd op haar gelijknamige presentatie in Parijs, die plaatsvond van 29 november 2023 tot 28 april 2024 in het Musée des Arts Décoratifs. De tentoonstelling toont een flinke selectie, waaronder de levende algenjurk.

Beweging en zintuiglijke ervaring

Iris Van Herpen Couture 25/26

Sympoieis gown, 2025. In samenwerking met Chris Bellamy, University of Amsterdam and the Francis Crick Institute for Biomedical Discovery Pyrocystis lunula algae, Nutrient Gel, H2O silicone, Silk Organza, Tulle. ©Molly SJ Lowe

De jurken van Van Herpen zijn ontworpen om in te bewegen. Ze lijken te reageren op hoe het lichaam zich kan vormen. De materialen zijn licht, gelaagd en vol experiment. Het dragen van haar ontwerpen is geen passieve handeling; het is een interactie tussen drager en kledingstuk. In de Kunsthal zijn de jurken echter statisch. Het is haast alsof je naar sculpturen kijkt. Onze verbeelding wordt geprikkeld: hoe zouden deze creaties zich ontvouwen?
Het gevoel van expressiviteit in de werken komt op fascinerende wijze tot leven in de algenjurk. De presentatie zelf is ietwat anticlimactisch. Het ‘levende’ valt in eerste instantie niet echt op en net hierin schuilt de poëzie. Subtiel komt het werk echt tot leven wanneer de donkerte inzet.

Natuur als technologie

Van Herpen onderzoekt de symbiose tussen natuur en technologie. In haar visie is technologie geen tegenpool van het organische, maar een verlengstuk ervan: ‘Technologie is onderdeel van de natuur’, vertelt ze. Haar ontwerpen zijn vaak geïnspireerd op biologische processen, alsof ze de natuur opnieuw uitvindt in textiel. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit haar Crystallization-top: gemaakt met een 3D-printer lijkt dit werk op een soort slakkenhuis met bladnerven.

Samenwerkingen als creatieve bouwsteen

Samenwerking lijkt een katalysator te zijn in haar creaties. Ze werkt met wetenschappers, architecten, muzikanten en biologen om haar visie vorm te geven. De soundscapes in de tentoonstelling – gecreëerd door haar partner Salvador Breed – versterken de ervaring van de jurken als levende wezens. Muziek en geluid zijn ook een katalysator tot ontwerpen: ‘When I hear music, I sometimes see patterns’, zegt Van Herpen. Die patronen en lijnenspellen vinden hun weg naar haar designs. De klanklandschappen vormen een auditieve ruimtelijkheid voor de tentoonstelling, waarin de jurken naast zichtbaarheid ook prikkelen als interactief werk tussen zien en horen. Het raakt dicht aan het leven.

De beleving van de tentoonstelling

De tentoonstelling is geen stugge presentatie, maar een ruimtelijke ervaring. De expositie begint met een golvende ruimte. Spiegels op de grond versterken de ervaring van deze desoriëntatie. De jurken lijken te wachten op onze toenadering en we kunnen ze bekijken vanuit meerdere invalshoeken omdat we om de werken heen kunnen lopen. Het is alsof ze ons ook bekijken via de spiegels op de grond en de afwisseling tussen licht en donker in de ruimtes. Ze spelen met een verlangen naar symbiose. Een verlangen naar een magische wisselwerking. Alsof we willen dat ze stiekem elk moment tot leven kunnen komen.

0277_Kunsthal_Iris_van_Herpen_©Ossip

©Ossip van Duivenbode

Heeft de kleding dezelfde magie als ze stilstaat? Misschien niet. Dat is precies de kracht ervan. De ontwerpen van Iris van Herpen zijn als zaden: ze lijken stil te staan, maar zijn vol leven. In Sculpting the Senses toont Van Herpen een toekomst waarin mode niet langer een eindproduct is, maar een proces. Een symbiose tussen mens en omgeving. Met de vraag of deze scheiding eigenlijk wel bestaat.

Boeken / Fictie

Spanning, liefde en sensatie

recensie: Atmosphere - Taylor Jenkins Reid
Atmosphere - Taylor Jenkins ReidAmbo|Anthos Uitgevers

Homoseksualiteit was in de jaren tachtig al enige tijd geen taboe meer in het progressieve deel van de Amerikaanse samenleving. Maar in conservatieve kringen en in de militaire organisaties leidde het onherroepelijk tot sociale uitsluiting, verbanning en ontslag uit de militaire gelederen. In de historische liefdesroman Atmosphere wordt de lezer meegenomen naar de eighties en het professionele leven, de emoties en de coming-out van de astronaut en NASA-medewerker Joan.

De standaard liefdesroman kenmerkt zich door twee mensen die voor elkaar bestemd zijn en die – voordat zij een romantische relatie kunnen ontwikkelen – gehinderd worden door een serie obstakels. Unfaire rivalen, heersende sociale conventies, misverstanden tussen de aspirant-geliefden en onoplosbare familievetes staan onvermijdelijk in de weg.

Na de uiteindelijke overwinning van alle dramatische en complexe hindernissen kan het romantische paar zich eindelijk verenigen en het lange en gelukkige leven veroveren. In Atmosphere zijn alle benodigde juicy ingrediënten ruimschoots aanwezig.

Historische context

De NASA-omgeving en het historische tijdperk waarin de eerste ruimtevaartreizen werden uitgevoerd, geven een extra dimensie aan de romance van Joan en Vanessa. De vrouwen zijn niet alleen pioniers van de ruimtevaart, zij behoren ook nog eens tot de eerste groep vrouwen die tot de NASA toegelaten zijn. Niet alleen moeten ze flinke ladingen wantrouwen en seksistische opmerkingen van hun mannelijke collega’s verdragen, maar ook vechten en slikken om dezelfde carrièrekansen te krijgen. Daarnaast maakt het schrijnende taboe en verbod op homoseksuele relaties het onmogelijk hun romance openlijk te beleven, laat staan te legaliseren. Het pionierschap van Joan en Vanessa bestaat zonder meer ook uit het moedige openbreken van de verstikkende conservatieve heteronorm in de toenmalige samenleving.

Een kwestie van stijl

‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’ Aldus de uitspraak van literatuurcriticus Michaël Zeeman.

De woordkeuze, de directheid, het niet erg hoge stilistische en literair-kwalitatieve gehalte maken onder andere dat Atmosphere in de categorie ontspanningslectuur valt. Dit verklaart misschien ook een niet al te mooie, misschien wat gehaaste vertaling. Is dit werk daarom minder lezenswaardig? Het antwoord daarop luidt hartgrondig ‘nee’. In de eerste plaats omdat ontspanningslectuur wel degelijk de maatschappij in beweging kan zetten en ook gedegen achtergrond, geschiedenis en context kan verstrekken. Atmosphere geeft een goede inkijk in het zware pionierstraject naar sociale en legale acceptatie van vrouwen in het algemeen en lesbische vrouwen in het bijzonder. Het lijkt volkomen misplaatst en hautain – ook gezien de tijden – om vandaag de dag cultuur elitair in ‘laag’ en ‘hoog’ in te delen. Alleen al vanwege deze relevantie verdient deze roman de nodige aandacht.

Al met al is Atmosphere een verhaal met actie, spanning, liefde en avontuur over het prille moment waarop verandering werd verkregen door de moed en de opofferingen van vrouwen als Joan en Vanessa.

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Film / Films

Scandinavische sterrencast in absurd Vikingsprookje

recensie: The Last Viking (2025) – Anders Thomas Jensen
Viking 1September Film

‘Jij moet goed op je broertje Manfred passen, want hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd.’ Aldus een Deense vader tegen Anker, zijn oudste zoontje. Anker vat deze serieuze opdracht zó letterlijk op dat zijn eigen leven erdoor wordt weggevaagd. The Last Viking van regisseur Anders Thomas Jensen is in de kern een wrang sprookje over twee totaal verschillende broers die onvermijdelijk hetzelfde lot is beschoren.

Mensen die een afwijking hebben, zijn alleen afwijkend wanneer de anderen deze afwijking niet delen. De afwijkende mensen voelen zich daardoor alleen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen diezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

Deze drogredenering komt van een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte, en dus afwijkende, zoon wil oppeppen. The Last Viking begint met deze absurde volkswijsheid, in de vorm van een korte animatiefilm.

Buit

Het Viking-tekenfilmpje is de proloog van een film over twee broers. Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een steekje los, een afwijking dus. De ander, Anker (Nikolaj Lie Kaas), is een onhandige crimineel met een agressieprobleem, en daarmee blijkbaar min of meer normaal.
Anker maakt bij een overval ruim 40 miljoen Deense kronen buit. Hij wordt echter onmiddellijk gearresteerd en verdwijnt in het gevang.

Maar voordat hij wordt gepakt, heeft Anker het geld in bewaring gegeven aan zijn broer Manfred, die woont bij hun zus Freja (Bodil Jørgensen). Als Anker na vijftien jaar vrijkomt, heeft Manfred inmiddels besloten dat hij John Lennon is: Manfred heeft namelijk een dissociatieve identiteitsstoornis. Dat verklaart ook waarom Manfred als kind dacht dat hij een Viking was.
Deze haakse wending in het verhaal – de identiteitsstoornis – vormt de start van een onnavolgbare zoektocht naar het verdwenen geld van de overval. Manfred/John Lennon heeft het geld namelijk kwijtgemaakt.

Broederliefde

Deze absurdistisch zwarte komedie gaat echter niet zozeer over een overval met een grote buit. Ze gaat vooral over broederliefde, loyaliteit, solidariteit. Over voor elkaar door het vuur gaan. Over hoe je moet omgaan met afwijkende mensen, en over de vraag wat eigenlijk normaal is en wat niet. En natuurlijk over het zoeken naar geluk door kleine luiden.

Verder uitweiden over de plot betekent in dit geval onmiddellijk te veel verklappen; deze film moet het op veel fronten hebben van het verrassingselement.

Zesde samenwerking

Het is een enorm genoegen in The Last Viking een aantal Scandinavische topacteurs aan het werk te zien. Voor deze speelfilm werkt de Deense regisseur Anders Thomas Jensen voor de zesde keer samen met Denen Mads Mikkelsen en Nikolaj Lie Kaas, met wie hij onder andere de komisch-absurde films The Green Butchers (2003) en Riders of Justice (2020) maakte.

Mikkelsen is inmiddels een wereldster. Het is buitengewoon sterk hoe hij transformeert tot de getikte Manfred. Hij doet dat zelfs zó overtuigend en naturel, met mimiek, wapperende armgebaren, met een speciaal loopje, met een houterige lichaamstaal, dat je nu en dan zelfs vergeet dat het Mikkelsen is.
Nikolaj Lie Kaas zet de criminele broer Anker neer met een mengelmoes van geslepenheid, wanhoop, frustratie, agressie en liefde.

Sarah Lund

Voor The Last Viking maakt Jensen gebruik van een volledige Scandinavische sterrencast, met onder anderen de Zweedse Sofie Gråbøl (Sarah Lund uit The Killing) en de Deen Søren Malling, bekend uit alle Deense (misdaad)series van het afgelopen decennium.

De fotografie is magistraal (director of photography: Sebastian Blenkov), maar de Scandinavische landschappen zijn dan ook van zichzelf al uiterst fotogeniek.

Te lang

Jammer is dat de plot van tijd tot tijd alle kanten opschiet (script van Anders Thomas Jensen: de regisseur zelf). Zulke zijstraten in het verhaal kunnen makkelijk gemist worden en duren te lang, waardoor de totale film aan de lange kant is.

The Last Viking is een lomp, wreed maar tegelijk hilarisch sprookje, tegen het decor van Scandinavië, waar mythen en sagen de bewoners door de donkere winters heen helpen. Snoeihard en hardhandig, maar ook vertederend en hartverwarmend.

Film / Films

Weinig kapot in The Smashing Machine

recensie: Benny Safdie - The Smashing Machine
Foto The Smashing Machine© Filmdepot

Na de doorbraak van de gebroeders Safdie met Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) – films die hen in één klap tot de meest veelbelovende jonge makers van het moment maakten – volgde een grote verrassing: het duo ging ieder zijn eigen weg. Toch is 2025 misschien wel hét jaar waarin alle ogen opnieuw op beide Safdies zijn gericht, met hun eerste soloprojecten: Josh met Marty Supreme later dit jaar, en Benny met The Smashing Machine.

Wie aan de films van de Safdies denkt, denkt aan stress, chaos en adrenaline – verhalen die je hartslag omhoogjagen. The Smashing Machine heeft daar niets van. De titel is ironisch: er wordt nauwelijks iets kapotgemaakt in Benny Safdies sportdrama. Geen spektakel, geen heroïek; deze film doet eerder denken aan Raging Bull dan aan Rocky – en zelfs dan gestript van bravoure en cinematische flair. Het mag duidelijk zijn dat Safdie iets nieuws probeert met zijn sport-biopic over MMA-legende Mark Kerr.

De ijsbergsla van Hollywood

Nog opvallender is de casting. Dwayne ‘The Rock’ Johnson – ooit doorgebroken als fenomeen in WWE en inmiddels uitgegroeid tot een van Hollywoods grootste sterren – koos het afgelopen decennium vooral voor rollen die draaiden om spiermassa en charisma, niet om nuance of kwetsbaarheid. Hij werd het gezicht van risicovrije blockbusters: een actieheld zonder persoonlijkheid die alle problemen moeiteloos oplost, met titels als Red Notice (2021), Red One (2024) en Fast X (2023). Rollen uit één mal gegoten, zonder uitdaging voor hem of de kijker. ‘The Rock’ begon een reputatie te krijgen als de ijsbergsla onder de filmsterren: immens populair, maar inhoudelijk neutraal en smaakloos. Juist daarom was de aankondiging dat hij de hoofdrol zou spelen in The Smashing Machine zo intrigerend: een rauwe, fysiek én emotioneel zware rol waarin hij bijna onherkenbaar is.

Transformatie

Johnson verdwijnt namelijk volledig in de rol van Mark Kerr, de MMA-legende die eind jaren negentig op het toppunt van zijn carrière stond, maar tegelijkertijd worstelde met pijnstillerverslaving en persoonlijke demonen. Voor deze rol onderging Johnson een radicale transformatie: dagelijks drie tot vier uur in de make-upstoel om Kerrs vermoeide, door het leven getekende gezicht te creëren. Hij werkte met een stemcoach om Kerrs zachte, bijna verlegen toon te vinden – een scherp contrast met zijn eigen bariton. ‘Ik was doodsbang’, gaf Johnson toe in interviews. Begrijpelijk, want Kerr is een complex personage dat in deze film tot het bot wordt ontleed door Safdie.

Kerr wordt neergezet als een gevoelige, bijna verlegen man, verscheurd tussen fysieke kracht en innerlijke onzekerheid. Emily Blunt speelt Dawn Staples, Kerrs vriendin, wiens aanwezigheid de spanning en intensiteit in de film brengt. Safdie geeft ons flarden van complexiteit – Dawn die balanceert tussen liefde, frustratie en zelfbehoud – maar die lagen worden nooit volledig opengevouwen. Daardoor voelt ze soms als de zoveelste ‘hysterische vrouw van’, een cliché dat we ook zagen bij Blunt in Oppenheimer. Toch is de chemie tussen Johnson en Blunt aanwezig, rauw en ongemakkelijk, alsof je naar een relatie kijkt die elk moment kan imploderen. Het is tegelijkertijd fascinerend én frustrerend: je mist het perspectief van Dawn, zeker in een film die pretendeert de mensen rond Kerr centraal te zetten.

Slice of life

Safdie kiest ervoor de film in een verité-stijl te filmen: realistisch, bijna documentair, met handheld camera’s en snelle zooms. Het voelt alsof we stiekem meekijken in Kerrs leven. Het verhaal omarmt realisme en laat weinig ruimte voor artificiële elementen: geen grote character arcs, geen bombastische climaxen, geen imponerende monologen. Het is een slice of life – en dat geeft de film charme.

Toch voelt The Smashing Machine soms meer als een experiment dan als een afgeronde film. Johnson worstelt om los te breken van zijn persona, Blunt vervalt toch in clichés en Safdie lijkt te zoeken naar vorm. Er borrelt creativiteit onder het oppervlak, maar die komt niet volledig tot uiting. Uiteindelijk is dit vooral een monument voor Mark Kerr en zijn leven – en een interessante, zij het onvolmaakte, stap in Benny Safdies carrière.

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf

Kunst / Expo binnenland

Pracht, praal en propaganda

recensie: Remco Beckers - Bourgondiërs in Limburg
Campagnebeeld basis liggend zonder© Limburgs Museum

Drie hertogen, drie karakters, één tentoonstelling. De expositie Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum in Venlo draait om ‘pracht, praal en propaganda’ – zoals een tekst in de eerste nis stelt. Of, volgens een reclamespotje op radio en tv, om ‘intrige, macht en feesten’. Daar lusten veel mensen wel pap van, blijkt uit de rijen voor de kassa’s.

Die pracht, praal en propaganda slaan op Filips de Goede (1396-1467). Hij is de eerste van de drie hertogen die voorbijkomen: Filips de Goede, Karel de Stoute (1433-1477) en Maria de Rijke (1457-1482).

Gordijn om nis – © Limburgs Museum

Filips de Goede en zijn Banket van de Fazant

Van Filips de Goede hangt er een portret naar Rogier Van der Weyden. Daaronder ligt een vliesketting van prinses Beatrix. Filips de Goede was namelijk de stichter van de Orde van het Gulden Vlies. Prinses Beatrix werd in 1985 tijdens een staatsbezoek aan Spanje met deze orde onderscheiden.

Opvallend is een gordijn om een van de volgende nissen. Het gordijn is duidelijk geïnspireerd op zo’n vliesketting en munten uit de Bourgondische tijd. Complimenten voor Lies Willers, de ontwerper van de tentoonstelling. Hetzelfde geldt voor het grafisch ontwerp van Studio Berry Stok en de props van Sindy Buissink op de bankettafel.

Het gordijn hangt om de tafel die het beroemde Banket van de Fazant (1454) in Lille verbeeldt. Er liggen bijvoorbeeld wafels op, maar dan zonder het wapen van Filips de Goede zoals hij het graag zag. Om de hoek hangt zo’n wafelijzer met zijn wapen.

Reliekhouder Karel de Stoute – © Trésor de Liège

Karel de Stoute: tussen harnas en reliek

Na Filips de Goede komt krijgsheer Karel de Stoute aan de macht. Niet voor niets is er een zaal met harnassen en wapenborden om dit te benadrukken. Ook hangt er van hem een portret (ca. 1500), mét Gulden Vliesketting.

Maar Karel de Stoute was behalve krijgslustig ook vroom. Voor het eerst in Nederland is hier een reliekhouder (1467-1471) van hem te zien, gemaakt door Gérard Loyet. Deze houder met St. Lambertus is fraai uitgelicht in een donkere nis met banken. Daarop kun je als bezoeker gaan zitten om de uitvoerige audiotour te beluisteren.

Maria de Rijke en de Limburgse identiteit

Het laatste deel van de tentoonstelling is erg boeiend. Daarin staat Maria de Rijke centraal. Zij was, in tegenstelling tot haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk, geliefd bij het volk. Haar verhaal is kort, want ze overleed al op 25-jarige leeftijd. Al is ze opgenomen in de Canon van Nederland, mede omdat ze na Karel de Stoute door het zogenaamde Groot Privilege de rust deed weerkeren. Zo legde ze de basis voor de Nederlandse staatsinrichting. Maximiliaan schafte overigens na haar dood het Groot Privilege weer af.

Maria van Bourgondië, Niklas Reiser, ca 1500, Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie – © KHM-Museumsverband

Maar de aandacht in deze zaal gaat vooral uit naar de zoektocht naar een eigen ‘Limburgse identiteit’ in de schone kunsten. Een van de interessantste onderdelen van de door Remco Beckers samengestelde expositie. In wezen gaat het om een mix van Brabantse, Gelderse en Luikse invloeden. Die uiten zich in gedrongen figuren, ovale gezichten en gestileerd haar. De voorbeelden die worden getoond, zoals De boom van Jesse (ca. 1500), laten dit duidelijk zien.

Bart Van Loo heeft het er in zijn boek Stoute schoenen al over dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond (Nijmegen met de gebroeders Van Lymborch). Dit breidde zich uit naar Zutphen, de Veluwe, Noord- en Midden-Limburg (Roermond) en naar wat later het hertogdom Kleef werd. Van Loo is met zijn boeken over de Bourgondiërs de grote inspiratiebron voor deze tentoonstelling.

In diezelfde zaal komt ook de positie van vrouwen aan bod, een thema dat na de vroege dood van Maria de Rijke (1482) aan het eind van de Bourgondische tijd meer aandacht kreeg. De tentoonstelling besteedt onder meer aandacht aan de begijnen en het dagelijks leven. Want dat was er na(ast) alle pracht, praal en propaganda natuurlijk ook. Ook in Bourgondisch Limburg.

Een grote, evenwichtig samengestelde tentoonstelling met topstukken die de Bourgondische tijd tot leven brengen – sommige voor het eerst in Nederland te zien.

Theater / Voorstelling

Als de draad van Ariadne

recensie: Zachtop lachen – Kobratheater
Zachtop lachenAnnemieke van der Togt

Deze recensie verschijnt in medias res; de première van het toneelstuk Zachtop lachen ligt al enige tijd achter ons, maar de dernière is pas op 21 december 2025 in Maastricht. Tijd genoeg dus om nog een bezoekje aan de sterke voorstelling te plannen. En het gelijknamige boek waarop het is gebaseerd, van Malou Holshuijsen – ook op deze site besproken – erbij te pakken.

Esther Scheldwacht (Het Nationale Theater) bewerkte het boek en regisseerde de voorstelling met slechts drie personages: Malou (gespeeld door Emma Buysse), haar psychiater (geacteerd door Kees Hulst) en haar jeugdvriendin Madé (Minouk Beekman, tevens akoestische en elektrische gitaar en zang).

Malou en Indië

Malou is een vrouw die lijdt aan PTSS, angststoornissen en waarschijnlijk ook nog eens baarmoederhalskanker. Voor de psychische aandoeningen is ze onder behandeling van een psychiater, die haar EMDR-therapie geeft. Geslaagd of niet? Voor een antwoord moet je het stuk zien of het boek lezen.

De zetting op toneel is een steriel witte, halfronde bank met hoge rug waarin een lichtbalk is aangebracht (decor van Lidwien van Kempen). Fel licht, dat niet altijd fijn is voor de ogen. Slechts een keer baadt de bank in warm licht (ontwerp van Yuri Schreuders). Namelijk op het moment dat het gaat over het Indië van oma Helana (zeg niet Indonesië, meent ze). Zij zat in een jappenkamp.
Een achtergrond die een grote rol speelt in het intergenerationele verhaal en in de stilte over dat verleden. Er vallen ook geladen stiltes in de opvoering, en de grappen die Malou tegen de psychiater maakt, zijn in de toneelbewerking minder nadrukkelijk aanwezig dan in het boek.

In de zaal wordt slechts een keer echt uitbundig gelachen. Op het moment namelijk dat Malou op de vraag van de psychiater wat ze zou doen als ze alles wist, antwoordt: ‘Meedoen met De slimste mens’. Verder wordt er zachtop gelachen, zoals oma in het boek doet in de ambulance op weg naar het ziekenhuis, ‘een lachje, zachtop’. Alleen wanneer Malous vier jaar jongere broer oma voor de voeten werpt dat ze toch wel vier jaar vakantie heeft gehad in een kamp, schatert ze het uiteindelijk uit. Alles weglachend, zoals Malou grappen maakt.

Madé en het muziekontwerp

Bijzonder treffend is het muziekontwerp van Moos de Walle, met dank aan Lucky Fonz III. Zoals de tekst van de drie spelers werkt als recitatieven (verhalende gedeeltes) in bijvoorbeeld de passionen van Joh. Seb. Bach, zo werken de gitaarmuziek en zang van Madé als aria’s (reflecties op de tekst).
Verder ondersteunt musique concrète (geluiden uit de werkelijkheid, zoals van treinen, omroepberichten op een perron) het geladen verhaal.

Een verhaal dat zich ontvouwt als een draad van Ariadne, zoals Madé aan het begin van het stuk al breiend op het podium zit en al breiend rondloopt. Ze breit iets roods, de kleur van zowel gevaar als de liefde. Die dubbelslag zit in het stuk en wordt ook door Kees Hulst invoelend over het voetlicht gebracht.

Een knappe bewerking, kortom, gespeeld door drie ijzersterke acteurs. Ga!

Indieupdate 10
Muziek / Album

Indie in veel smaken

recensie: Indie-update volume 10
Indieupdate 10

Niet dat er geen indiemuziek gemaakt werd in de afgelopen jaren, maar na bijna drie jaar is hier een nieuwe indie-update. Het kwam er gewoon niet van en niemand anders had het tot hiertoe al besproken. Drie albums in mooie, verschillende smaken. I Am Oak brengt na zes jaar weer een album vol verstilde liedjes. Het livealbum van Bywater Call laat een krachtig rootsrockgeluid op ons los. De kleine en rustige liedjes van Kurt Efting schuren tegen het americana-genre aan.

De drie albums die deze keer tegen het licht worden gehouden, vergen nauwelijks gewenning om ervan te gaan houden. Dat is makkelijk gezegd natuurlijk, maar als het genre je aanspreekt, dan kan je bijna niet om de kwaliteit van deze drie onafhankelijken heen. De kwaliteit springt direct uit de boxen.

I Am Oak

Wie de formatie I Am Oak al jaren volgt, heeft al zo’n zes jaar moeten wachten op nieuwe muziek. De eenmansformatie van Thijs Kuijken heeft tijdens de coronatijd wel een teken van leven laten horen in de vorm van een dubbel-lp Odd Seeds, waarop veel van zijn muziek in een ander jasje werd gestoken, maar echt nieuwe muziek bleef lang uit. Time Drifts is zijn zevende studioalbum, wederom opgenomen in zijn huisstudio. Deze keer krijgt hij hier en daar hulp van een collega-muzikant, maar voor het merendeel is de multi-instrumentalist/zanger zelf aan het werk. Kwaliteit staat bij I Am Oak altijd voorop in de muziek. Je wordt getrakteerd op heerlijke liedjes die ertoe doen en uitnodigen om veel meer geluisterd te worden. Niet één voor één, maar gewoon het hele album op repeat in de speler. Nu heeft I Am Oak nog geen enkel album gemaakt dat niet in je hart ging zitten, zo ook deze nieuweling. Er valt dan ook niet veel in negatieve zin aan te merken op dit album, of het zou de hoes moeten zijn met de collage met de gekleurde ‘eieren’ die de kunstmatigheid niet kunnen overstijgen. Hier zou een AI-programma wellicht iets beters mee gedaan kunnen hebben.

Bywater Call

De Canadese formatie Bywater Call heeft inmiddels zo’n drie studioalbums op haar naam staan, die alle even onderhoudend klinken. De southern soul/rootsrock die deze band maakt, heeft de weg inmiddels wel gevonden naar de liefhebbers. Nu de zevenkoppige band inmiddels vele kilometers heeft afgelegd en zo’n 140 shows in tien verschillende landen heeft gegeven in het afgelopen jaar, is het tijd om dat podiumgeweld vast te leggen op een cd om met de wereld te delen. Wie ze ook live wil zien, kan ze tegenkomen in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Spanje, Frankrijk en Engeland, nog voordat december van dit jaar zal aanbreken. Wie Sunshine (Live 2024) op zich laat inwerken, zal – als je van de muziekstijl houdt – snel overtuigd zijn. Met echte livebeelden erbij zal de muziek nog meer tot leven komen. Naast spetteren weet Bywater Call ook zonder meer de gevoelige snaar te raken. Luister bijvoorbeeld naar het prachtige ‘Bring Me Down’, dat in zo’n tien minuten alle kanten op gaat en het hele palet van Bywater Call laat horen. De zang van Meghan Parnell speelt naast de gitaar van Dave Barnes een hoofdrol. Het vleugje trompet van Stephen Dyte is zalig en niet overheersend. De uitgesponnen versie van het Stephen Stills nummer ‘Love The One You’re With’ mag hier een eervolle vermelding krijgen. Wat een hitte straalt hier uit de boxen bij het lange instrumentale tweede deel!

Kurt Efting

Voor velen zal Kurt Efting een nieuwe naam zijn, zo ook voor uw recensent. Toch is De taal van het hart zijn derde studioalbum – zo is te lezen in de bijgaande brief bij het album. Als we even wat verder lezen, is helder waarom dit album wellicht wat meer aandacht zou kunnen krijgen. BJ Baartmans speelt mee en het album is opgenomen in zijn eigen Wild Verband-studio samen met bekenden als Harry Hendriks en gastzangeres Rosanne Alderliefste. De laatst voornoemde maakt daardoor van ‘Dronken hart’ een van de pareltjes van dit Nederlandstalige album. Alle liedjes zijn geschreven door Efting zelf. Efting speelt gitaar en zingt op een muzikaal bedje van drums, bas, piano, hammondorgel, Wurlitzer en gitaren. Zo vallen de teksten netjes in de plooi onder een fraaie begeleiding. Wie houdt van Nederlandstalige liedjes in het rustige genre, met teksten die diepgang hebben, is bij Efting aan het juiste adres. De zeer ervaren begeleiders bij deze fijne liedjes maken het luisteren naar De taal van het hart een genot dat zich wat vaker zal herhalen. Zo ontdek je steeds meer details en neem je de teksten dieper op in je hart.