Tag Archief van: Amsterdam

Theater / Voorstelling

Verwarrende, inktzwarte zoektocht naar bevrijding

recensie: FRANK - Cherish Menzo/GRIP & Theater Utrecht i.s.m. met Dance on Ensemble
FRANK_c_Bas_de_Brouwer24Bas de Brouwer

Als je een nieuwe mens wilt bouwen, heb je daarvoor bestaand mens-materiaal nodig. In FRANK – denk aan ‘Frankenstein’ – van performer Cherish Menzo cum suis bestaat dat mens-materiaal uit robotachtige figuren, waarin we vervolgens tot slaaf gemaakten herkennen. Uiteindelijk breken ze los in deze vreemde, inktzwarte, verwarrende dans-/performance-voorstelling.

In een vierkante laboratoriumruimte met een witte vloer en wanden van transparant plastic wordt een tekst geprojecteerd van de Britse dichter Percy Shelley. Een tekst over duisternis, geheimen, lijkenhuizen en doodskisten. Percy Shelley was de man van Mary Shelley, die in 1818 Frankenstein; Or, The Modern Prometheus schreef.

Zwarte regenjassen

In die laboratoriumruimte (of is het een slachthuis?) maken Cherish Menzo, Malick Cissé, Mulunesh en Omagbitse Omagbemi als robots een soort dansende rondjes, van hoek naar hoek naar hoek naar hoek, op een zware elektronische soundscape (geluidsontwerp: Maria Muehombo). Allen dragen zwarte regenjassen met capuchons, zijn daardoor uniform, onherkenbaar, anoniem.

Aanvankelijk zijn ze gedwee, marcheren ze keurig hun rondjes. Maar meer en meer beginnen de individuen om zich heen te kijken, door de vierde wand die de plastic schermen vormen, kijken ze naar het publiek. Ze breken uit het keurslijf en worden personages. De regenjassen gaan uit, eronder kostuums waarin het rood van bloed herkenbaar is. Uit hun zakken strooien ze van tijd tot tijd inktzwarte as. De vier worden zowel slachtoffer als dader in dit laboratorium-slachthuis, in een ongemakkelijke, cryptische voorstelling die schuurt en schrijnt.

Monster

De ‘Frank’ uit de titel is gebaseerd op het monster van Frankenstein; choreograaf Cherish Menzo stelt in de aankondiging van deze voorstelling dat ze de figuur/de idee van ‘het monster’ wil onderzoeken. Daarbij is ‘monster’ natuurlijk een makkelijke aanduiding voor alles waar je last van hebt.

Menzo

Performancekunstenaar, danser en choreograaf Cherish Menzo heeft inmiddels een stevige status opgebouwd. In 2023 won ze de Regieprijs van de Toneeljury voor de meest indrukwekkende regie van het afgelopen seizoen, en de BNG Bank Theaterprijs, een stimuleringsprijs voor opkomend talent, voor DARKMATTER. In 2024 won ze de Gieskes-Strijbisprijs voor mid-career makers, samen met muzikant Vernon Chatlein.

JEZEBEL (2019) en DARKMATTER (2022) vormden de eerste twee luiken van een drieluik, die ze ‘een verbeelde, mythische trilogie’ noemt. FRANK vormt van deze trilogie het derde deel. Thema’s zoals vrouwelijkheid, huidskleur, tot slaaf gemaakt-zijn keren in haar werk terug.

Teksten

In FRANK ontwikkelt zich een verhalende choreografie, waarbij teksten in het Engels en het Frans op de achterwand worden geprojecteerd, die de spelers ook uitspreken. Dat is tamelijk verwarrend, want de teksten (geschreven door Menzo en Khadija El Kharraz Alami) verschijnen en verdwijnen snel, terwijl ze veelal associatief en niet heel coherent zijn. Dat gedoe met abstracte teksten is erg jammer en het leidt ook af. De boodschap over het bouwen van een mens die een monster is, of het monster dat een mens is, komt er ook zonder tekst uit.

Bevrijd

De kapstok die Frankenstein biedt, geeft gelegenheid in het monster dat losbreekt uit zijn gevangenschap bevrijde tot slaaf gemaakten te zien. Uit een kluwen van dansers ontstaan mensen, individuen, personages. Menzo gebruikt fraaie tribal Afrikaans-geïnspireerde dans en dito muziek. Zo komt ‘Bam Bam’ uit 1966 langs, van Toots & The Maytals, een liedje waarin je de tot slaaf gemaakten met ritmische zang het tempo van werken erin hoort houden. De liggende, zingende Menzo wordt door haar medespelers bedolven onder de akelige, rondgestrooide zwarte as. Daaruit verrijst ze.

Onaangenaam

Uiteindelijk breken de performers letterlijk uit het keurslijf en uit het decor. Ze breken door de vierde wand – de fictieve afscheiding tussen speelvloer en tribune – heen en wenden zich direct tot toeschouwer: ‘Look at that!’ De ketenen zijn verbroken, de muren zijn neergehaald. De confrontatie is voor de toeschouwer onaangenaam.

Het meest confronterend is uiteindelijk het zingen van het beroemde Surinaamse kinderliedje ‘Agen masra Jantje e kiri suma pikie’ (‘Alweer vermoordt Meester Jantje een mensenkind’).

FRANK is een pijnlijke voorstelling. Geen feestje, wel zeer fraai vormgegeven. Het gaat nog lang duren voordat de verhoudingen tussen mensen van alle kleuren, genders en herkomst in evenwicht zijn.

FRANK maakt in het voorjaar van ’26 een tournee langs de Nederlandse theaters.

Geluidsontwerp: Maria Muehombo aka M I M I
Video design: Andrea Casetti
Geluids- en videotechniek: Arthur De Vuyst
Decorontwerp: Morgana Machado Marques
Lichtontwerp: Ryoya Fudetani
Dramaturgie: Johanne Affricot, Renée Copraij
Kostuums: Cherish Menzo
Tekst: Khadija El Kharraz Alami, Cherish Menzo
Technici op tournee: Pieter-Jan Buelens, Ryoya Fudetani, Hadrien Jeangette, Arthur De Vuyst

Theater / Voorstelling

Verwarrende, inktzwarte zoektocht naar bevrijding

recensie: FRANK - Cherish Menzo/GRIP & Theater Utrecht i.s.m. met Dance on Ensemble
FRANK_c_Bas_de_Brouwer24Bas de Brouwer

Als je een nieuwe mens wilt bouwen, heb je daarvoor bestaand mens-materiaal nodig. In FRANK – denk aan ‘Frankenstein’ – van performer Cherish Menzo cum suis bestaat dat mens-materiaal uit robotachtige figuren, waarin we vervolgens tot slaaf gemaakten herkennen. Uiteindelijk breken ze los in deze vreemde, inktzwarte, verwarrende dans-/performance-voorstelling.

In een vierkante laboratoriumruimte met een witte vloer en wanden van transparant plastic wordt een tekst geprojecteerd van de Britse dichter Percy Shelley. Een tekst over duisternis, geheimen, lijkenhuizen en doodskisten. Percy Shelley was de man van Mary Shelley, die in 1818 Frankenstein; Or, The Modern Prometheus schreef.

Zwarte regenjassen

In die laboratoriumruimte (of is het een slachthuis?) maken Cherish Menzo, Malick Cissé, Mulunesh en Omagbitse Omagbemi als robots een soort dansende rondjes, van hoek naar hoek naar hoek naar hoek, op een zware elektronische soundscape (geluidsontwerp: Maria Muehombo). Allen dragen zwarte regenjassen met capuchons, zijn daardoor uniform, onherkenbaar, anoniem.

Aanvankelijk zijn ze gedwee, marcheren ze keurig hun rondjes. Maar meer en meer beginnen de individuen om zich heen te kijken, door de vierde wand die de plastic schermen vormen, kijken ze naar het publiek. Ze breken uit het keurslijf en worden personages. De regenjassen gaan uit, eronder kostuums waarin het rood van bloed herkenbaar is. Uit hun zakken strooien ze van tijd tot tijd inktzwarte as. De vier worden zowel slachtoffer als dader in dit laboratorium-slachthuis, in een ongemakkelijke, cryptische voorstelling die schuurt en schrijnt.

Monster

De ‘Frank’ uit de titel is gebaseerd op het monster van Frankenstein; choreograaf Cherish Menzo stelt in de aankondiging van deze voorstelling dat ze de figuur/de idee van ‘het monster’ wil onderzoeken. Daarbij is ‘monster’ natuurlijk een makkelijke aanduiding voor alles waar je last van hebt.

Menzo

Performancekunstenaar, danser en choreograaf Cherish Menzo heeft inmiddels een stevige status opgebouwd. In 2023 won ze de Regieprijs van de Toneeljury voor de meest indrukwekkende regie van het afgelopen seizoen, en de BNG Bank Theaterprijs, een stimuleringsprijs voor opkomend talent, voor DARKMATTER. In 2024 won ze de Gieskes-Strijbisprijs voor mid-career makers, samen met muzikant Vernon Chatlein.

JEZEBEL (2019) en DARKMATTER (2022) vormden de eerste twee luiken van een drieluik, die ze ‘een verbeelde, mythische trilogie’ noemt. FRANK vormt van deze trilogie het derde deel. Thema’s zoals vrouwelijkheid, huidskleur, tot slaaf gemaakt-zijn keren in haar werk terug.

Teksten

In FRANK ontwikkelt zich een verhalende choreografie, waarbij teksten in het Engels en het Frans op de achterwand worden geprojecteerd, die de spelers ook uitspreken. Dat is tamelijk verwarrend, want de teksten (geschreven door Menzo en Khadija El Kharraz Alami) verschijnen en verdwijnen snel, terwijl ze veelal associatief en niet heel coherent zijn. Dat gedoe met abstracte teksten is erg jammer en het leidt ook af. De boodschap over het bouwen van een mens die een monster is, of het monster dat een mens is, komt er ook zonder tekst uit.

Bevrijd

De kapstok die Frankenstein biedt, geeft gelegenheid in het monster dat losbreekt uit zijn gevangenschap bevrijde tot slaaf gemaakten te zien. Uit een kluwen van dansers ontstaan mensen, individuen, personages. Menzo gebruikt fraaie tribal Afrikaans-geïnspireerde dans en dito muziek. Zo komt ‘Bam Bam’ uit 1966 langs, van Toots & The Maytals, een liedje waarin je de tot slaaf gemaakten met ritmische zang het tempo van werken erin hoort houden. De liggende, zingende Menzo wordt door haar medespelers bedolven onder de akelige, rondgestrooide zwarte as. Daaruit verrijst ze.

Onaangenaam

Uiteindelijk breken de performers letterlijk uit het keurslijf en uit het decor. Ze breken door de vierde wand – de fictieve afscheiding tussen speelvloer en tribune – heen en wenden zich direct tot toeschouwer: ‘Look at that!’ De ketenen zijn verbroken, de muren zijn neergehaald. De confrontatie is voor de toeschouwer onaangenaam.

Het meest confronterend is uiteindelijk het zingen van het beroemde Surinaamse kinderliedje ‘Agen masra Jantje e kiri suma pikie’ (‘Alweer vermoordt Meester Jantje een mensenkind’).

FRANK is een pijnlijke voorstelling. Geen feestje, wel zeer fraai vormgegeven. Het gaat nog lang duren voordat de verhoudingen tussen mensen van alle kleuren, genders en herkomst in evenwicht zijn.

FRANK maakt in het voorjaar van ’26 een tournee langs de Nederlandse theaters.

Geluidsontwerp: Maria Muehombo aka M I M I
Video design: Andrea Casetti
Geluids- en videotechniek: Arthur De Vuyst
Decorontwerp: Morgana Machado Marques
Lichtontwerp: Ryoya Fudetani
Dramaturgie: Johanne Affricot, Renée Copraij
Kostuums: Cherish Menzo
Tekst: Khadija El Kharraz Alami, Cherish Menzo
Technici op tournee: Pieter-Jan Buelens, Ryoya Fudetani, Hadrien Jeangette, Arthur De Vuyst

Theater / Voorstelling

Hadestown is on-Nederlands goed!

recensie: Hadestown – Koninlijk Theater Carré
Orpheus en EurydiceDanny Kaan

Hadestown neemt je swingend mee op weg naar de hel. Deze musical was al een hit op Broadway en West End en nu kun je dit mythologisch liefdesverhaal eindelijk in Nederland zien. Is het de moeite waard?

In het kader van Broadway aan de Amstel brengt Koninklijk Theater Carré, na onder andere Sunset Boulevard (2018) en The Book of Mormon (2022), deze zomer dus Hadestown naar Nederland. De musical heeft een Brits-Nederlandse cast en wordt in het Engels opgevoerd, maar de hoofdrollen worden voornamelijk door Nederlandse acteurs vertolkt.

Klassieke mythologie in een Amerikaanse bar

Hadestown vertelt het eeuwenoude verhaal van de verliefde Orpheus die naar de hel gaat om zijn geliefde Eurydice te zoeken. Deze mythe wordt verweven met die van Hades en Persephone. Eeuwenoude Griekse verhalen, maar in een totaal andere setting: een bar in de jazzy sfeer van New Orleans uit de jaren 20. Het klinkt misschien wat vreemd, maar het werkt perfect. De muziek van deze show heeft namelijk geen klassieke musicalsound, maar nummers met een jazz, blues, folk en soms zelfs een beetje gospel sound.

Hermes, de verteller, gaat midden in de bar staan en begint met het delen van het verhaal. De toehoorders worden als vanzelf de spelers in de mythe. En de bar? Die verandert door een mooi lichtspel in de weg naar de onderwereld.

Topcast

Hades en Persephone

Edwin Jonker als Hades en Joy Wielkens als Persephone. © Danny Kaan

De cast van Hadestown is ijzersterk; de zang, het spel, de dans, alles valt mooi samen. Spelers die opvallen zijn Edwin Jonker, Jeangu Macrooy, Joy Wielkens en Claudia de Breij.

Edwin Jonker zet een weergaloze Hades neer; de rol van de twijfelende slechterik lijkt op zijn lijf geschreven. Hij speelde natuurlijk al mee in diverse musicals, maar toch zie je nu nog weer een andere kant van hem. Waar hij in Jesus Christ Superstar als Pilates – ook een twijfelende bad guy – al positief opviel, lijkt hij deze kant van zichzelf nog verder ontwikkeld te hebben. En die stém, die is nog lager dan voorheen.

Persephone, echtgenote van Hades gespeeld door Joy Wielkens, trekt op het podium ook alle aandacht naar zich toe. Wielkens, bij het grote publiek waarschijnlijk bekend van haar rollen op tv, gooit hoge ogen met haar stem én vooral met hoe vrij zij over het podium beweegt. Zij geeft zich echt over aan de muziek en gaat helemaal los.

Jeangu Macrooy speelt de onschuldige Orpheus in zijn tweede musical ooit. De rol staat in schril contrast met zijn rol als Jezus vorig jaar, maar ook deze zet hij geloofwaardig neer. Ook al torent hij boven iedereen uit, hij is écht de onzekere Orpheus: ‘a poor boy’ zoals Hermes hem omschrijft.

Diezelfde Hermes is de verteller van het verhaal en wordt de ene voorstelling door Claudia de Breij en de andere voorstelling door Maarten Heijmans gespeeld. Claudia de Breij speelde de première en verbaast meteen. Dat de cabaretière goed kan zingen is algemeen bekend, toch leek ze een wat opvallende keuze voor een musical met een jazz en folk sound. De Breij neemt al deze twijfels na de eerste paar zinnen al meteen weg, want ze lijkt een ware transformatie doorgemaakt te hebben. Haar stem klinkt warm en past, samen met haar hele performance als Hermes, perfect bij deze musical.

Hadestown is een musical die je gezien moet hebben, ook als je niet zo van musicals houdt. De muziek (en overigens het verhaal ook) zal velen aanspreken. Het is een swingende show waarbij het moeilijk is om stil te zitten. Hopelijk is Hadestown een startsein voor meer ontraditionele musicals in Nederland, want het musicalgenre is heel breed en dat is niet altijd terug te zien in de Nederlandse theaters.

Kortom, Hadestown is geweldig en echt de culturele must-see van deze zomer! Het enige minpuntje is wellicht dat de show alleen in juli en augustus te zien is, dus je moet er snel bij zijn.

Theater / Voorstelling

Prachtige eerste akte maar verliest na de pauze haar kracht

recensie: Tijd voor Geluk
Tijd voor geluk © Dim Balsem (6)Dim Balsem

Wat gebeurt er als mensen elkaar wél willen vasthouden, maar dat simpelweg niet kunnen? Tijd voor Geluk, de nieuwe voorstelling van Internationaal Theater Amsterdam (ITA), gebaseerd op een toneeltekst van de Noorse schrijver Arne Lygre, onderzoekt precies dat. De personages verlangen intens naar de ander, maar botsen steeds weer op de grenzen van communicatie en nabijheid.

Wachten op een bankje

Het toneelbeeld in de Rabozaal bestaat uit een bankje en een tribune waar de acteurs blokfluit spelen. Alle personages zijn wit gekleed, behalve Axle (Minne Koole), het enige personage met een naam, hij is in het blauw, een verwijzing naar zijn anders-zijn. Op dat bankje aan een rivier ontmoeten een moeder (Marieke Heebink), haar dochter (Ilke Paddenburg), een ex-koppel, een weduwe en haar stiefkinderen elkaar. Aanvankelijk leren we hen kennen via losse scènes, maar langzaam raken hun gesprekken met elkaar verweven.

Het ideale moment

De zus is na jaren weer thuis. Samen met haar moeder wacht ze op haar broer Axle, die pas aan het eind van de eerste akte arriveert. Ze wachten op dat ene moment waarop alles weer klopt, het gezin weer compleet is. Ondertussen ontmoeten ze anderen: een stel dat uit elkaar gaat, een weduwe en haar kinderen die een rustplek zoeken voor hun overleden vader. Terwijl iedereen zo gefixeerd is op het ideale moment, merken ze niet dat de echte verbondenheid al in de toevallige ontmoetingen zit op een bankje aan de rivier.

Samen alleen

Lygres tekst is helder, absurdistisch en raak. Onder de droge humor schuilt steeds een emotionele kern. Elk woord lijkt zorgvuldig gekozen, niets is overbodig. Personages praten geregeld over zichzelf in de derde persoon (‘de moeder zegt’, ‘de zus denkt’), wat zorgt voor vervreemding: alsof ze niet durven zeggen wat ze echt voelen. Ze zijn fysiek samen, maar innerlijk alleen.

Acteerwerk

De tekst vraagt om meer dan alleen een goede tekstbehandeling, ook lichaamstaal, interpretatie en fysieke expressie zijn belangrijk. Marieke Heebink draagt als ‘de moeder’ de voorstelling. Ze beweegt tussen overdrijving en verstilling, grootse gebaren en betekenisvolle pauzes. Ze is hilarisch én geloofwaardig. In een scène waarin ze vol overgave begint te zingen, met grote bewegingen, in zichzelf gekeerd maar net niet verstaanbaar, ligt de zaal dubbel. Wanneer Ilke Paddenburg hierop inspeelt, wordt het nog geestiger.

Paddenburg laat in details zien hoeveel emotie er schuilgaat onder alledaagse woorden. Ook Minne Koole maakt indruk als de eerlijke Axle. Zijn spel is ontwapenend en gevoelig, je sluit hem meteen in je hart.

Alle drie spelen uitvergroot, zonder te vervallen in karikatuur of slapstick. Dat is knap. Wel schuurt deze stijl soms in scènes met andere personages: daar mist het spel de gelaagdheid, en lijkt de tekst boven het spel te zweven. De emotionele onderlaag verdwijnt, de vorm gaat overheersen.

Verdwijnen om opnieuw te beginnen

De moeder en zus wachten de hele eerste akte op Axle. Maar zodra hij verschijnt, kondigt hij zijn vertrek aan: hij wil ‘even verdwijnen’, afstand nemen van zijn oude leven en zichzelf opnieuw ontdekken. Zijn eerlijkheid staat haaks op de omzichtige communicatie van zijn moeder en zus, die elkaar voortdurend proberen te sparen. Als buitenstaander benoemt Axle wat de anderen niet durven: dat nabijheid soms verstikt, en afstand nodig is om opnieuw te beginnen.

Zijn vertrek raakt, juist omdat de anderen zo naar hem verlangd hebben. Het legt hun afhankelijkheid bloot, vooral die van de moeder, voor wie haar kinderen het levensdoel lijken. Toch steunt ze zijn keuze. Of Axles verdwijnen een nieuw begin betekent of iets definitievers, blijft in het midden.

Tweede akte minder overtuigend

Na de pauze begint een nieuwe ronde, met dezelfde spelers in andere rollen. De moeder blijft zoeken naar haar zoon, oude patronen keren terug. Wat in de eerste helft fris en gelaagd was, voelt nu als herhaling. De cyclische structuur is ongetwijfeld bewust gekozen, maar mist een nieuwe energie. Het tempo zakt weg.

Tijd voor geluk © Dim Balsem (3)

© Dim Balsem

ITA-effecten

Naarmate de energie wegzakt, voelen sommige theatrale, visuele en muzikale keuzes vooral als typisch effect aan. Bijvoorbeeld wanneer de achterwand plotseling opengaat en er licht naar binnen valt of de blauwe verf die op de vloer wordt gegoten – het zijn mooie beelden, maar ze lijken niet samen te vallen met de andere elementen van de voorstelling. Hetzelfde geldt voor de muziek die de personages maken, het komt te veel over als trucje.

Het slotbeeld, waarin de cast samen met diverse ITA-medewerkers het podium betreedt om ‘Angels’ van Robbie Williams te zingen, probeert verbondenheid uit te stralen, maar voelt juist geforceerd aan. Hierdoor verliest de voorstelling de emotionele kracht die de eerste akte zo sterk maakte.

De eerste akte van Tijd voor Geluk is op zichzelf een krachtig en afgerond toneelstuk dat de thematiek helder en overtuigend belichaamt. Het laat prachtig zien hoe geluk, wanneer je het probeert vast te houden, vaak juist door je vingers glipt.

Kunst / Expo binnenland

De kunst mag spreken

recensie: ARTZUID 2025 – Amsterdam Sculptuur Biënnale
APEX (2025) - Ricardo van EykJW Kaldenbach Photography

In Amsterdam-Zuid heb je grofweg lanen en pleinen. Op de een of andere manier structureren ze inhoudelijk de negende editie van de tweejaarlijkse tentoonstelling ARTZUID. Het is elke keer weer de moeite waard om de hedendaagse kunst in gesprek te zien gaan met de al (be)staande beelden in het Plan Zuid van Berlage.

De overkoepelende titel is dit jaar Enlightenment (Verlichting). Of, zoals in een flyer staat te lezen: ‘De titel (…) verwijst naar (…) de 18de eeuw (…). Een eeuw van de rede (…). Tegelijkertijd was er de keerzijde van het kolonialisme (…). Deze paradox (…) is nu net zo actueel als toen en hoort bij het discours’ in de 750-jarige stad.

The Ones XI (2024) - Micky Hoogendijk

The Ones XI (2024) – Micky Hoogendijk, © JW Kaldenbach Photography

Als je als bezoeker bij Station Zuid de uitgang richting Oud-Zuid neemt, stuit je onder het viaduct met de tram- en bushaltes op het Prinses Amaliaplein. Hier staat als eerste van de in totaal zeventig beelden het adembenemende Bloemen Ikonen (lichttekens) van Adelheid en Huub Kortekaas. Het stelt een lichaam voor waarvan het hoofd als het ware is omkranst door bloemen. Intuïtief voel je aan dat het concept hiervan verdergaat dan de hersens, de ratio; de bloemen reiken tot rondom de hartstreek. Is het een statement dat curator Ralph Keuning voor deze ARTZUID maakte? Nee – want hij gaat uit van een ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’ en niet van een eenheid zoals Adelheid en Huub Kortekaas. Maar een mooie binnenkomer is het.

Invulling van het begrip ‘verlichting’

Wanneer je vervolgens de eerste laan vanaf deze kant, de Minervalaan, inloopt, stuit je op een rationeel opgebouwd werk als Palletstapel van Wouter van der Giessen. Met rode, gele, blauwe en groene banen. Nét geen Mondriaan met diens primaire kleuren rood, geel en blauw. Je ziet echter ook een andere invulling van het begrip ‘verlichting’ door Keuning: Water van Ronald Westerhuis, bekend van het Nationaal Monument MH17. Water kan immers – wanneer het straks warm weer is – verlichting bieden.

Na het informatiepunt wordt het echter anders. Aan de Apollolaan lijken als het ware pleintjes of eilandjes te zijn gemaakt. Op het ene pleintje stuit je op kunst die op de een of andere manier te maken heeft met wat Keuning de keerzijde van de Verlichting noemt: het kolonialisme. Je stuit bijvoorbeeld op The Monument Group van Atelier van Lieshout. Het is op deze plaats neergezet een commentaar op monumenten die politieke en militaire overwinningen verheerlijken en – verbeeld door de gebogen man op de voorgrond – de nare gevolgen ervan. En dat in de nabijheid van wat vroeger het Van Heutsz-monument heette en nu het Monument Indië-Nederland. Én in de nabijheid van Long Tall Peace Sister van de Japanse kunstenaar Yoshitomo Nara.

Luisteren en in gesprek gaan

Een ander eilandje bevat kunstwerken die het thema ‘luisteren’ oproepen. Neem bijvoorbeeld APEX van Ricardo van Eyk, met zijn schotels die geluiden opvangen. Een werk als dit past goed binnen het thema en draagt bij aan waar het Keuning ook om gaat: het gesprek over kunst, de 750-jarige stad en de samenleving. Daartoe is een publieksprogramma samengesteld.

Migrant (2015) - Tony Cragg

Migrant (2015) – Tony Cragg, © JW Kaldenbach Photography

In die zin interpreteer ik The Ones XI van Micky Hoogendijk: twee gestileerde figuren zonder meer. Leeg dus, zonder verdere opvulling – niet op de manier van het beeld De verwoeste stad van Zadkine in Rotterdam, maar als de verbeelding van het begrip ‘het lege midden’ van de theoloog Karl Barth. Een midden dat namelijk uitnodigt om door middel van gesprekken te worden gevuld.
Al was het alleen maar een gesprek over Bloemen Ikonen of die ene zonnestraal die valt op de bronzen Migrant van Tony Cragg. Hoe breed je het thema en de gebaren van deze ARTZUID ook opvat en laat zijn, dáár gaat het uiteindelijk om. De kunst mag spreken. Tot je gevoel en je ratio. Soms adembenemend mooi en hoopvol, maar soms ook niet.

Muziek / Concert

Narratio viert feest!

recensie: Presentatieconcert
Narratio Quartet_Marten RootMarten Root

Alle goeds komt in drieën: drie boxen met meerdere cd’s. Met alle strijkkwartetten van Ludwig van Beethoven. Respectievelijk uit zijn vroege, midden- en late scheppingsperiode. Gespeeld op oude instrumenten.

Het strijkkwartet (2 violen, altviool en cello) was – toen Beethoven ze begon te schrijven – nog een relatief jong genre. Zijn vroege kwartetten zijn schatplichtig aan die van Joseph, ‘pappa’ Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart. Alle drie samen (Haydn, Mozart en Beethoven) vormen ze de zogeheten Weense school. In de middenperiode (zo rond 1800) vond Beethoven zijn eigen stijl. En de late strijkkwartetten wijzen vooruit en vormen volgens Johannes Leertouwer ‘de modernste muziek ooit geschreven’.

8WEEKLY trio albums

Presentatieconcert

Leertouwer is primarius (eerste violist) van het Narratio Quartet, dat verder bestaat uit Franc Polman (tweede viool), Dorothea Vogel (altviool) en Viola de Hoog (cello). Ze bespelen alle vier instrumenten die dateren uit 1690-ca. 1800. Wat vieren ze met een presentatieconcert in de Uilenburgersjoel in Amsterdam en een nog uit te brengen film door Jaap Leertouwer/Kurtadocs? De hoogstwaarschijnlijk eerste opname van Beethovens complete strijkkwartetten op historische instrumenten volgens de zogeheten historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Opgenomen tussen juli 2023 en juli 2024 en uitgebracht op Challenge Records.

Tijdens genoemd concert in de Uilenburgersjoel zitten de musici in het midden van de zaal en zit het publiek, zo’n honderd mensen, eromheen. Dit levert een soort huiskamersfeer op die je ook authentiek zou kunnen noemen; strijkkwartetten gedijen van oudsher bij uitstek in de huiskamer. Niet voor niets noemde Goethe het strijkkwartet een gesprek tussen vier intelligente mensen ‘die zich met elkaar onderhouden. Je gelooft iets van hun conversatie te begrijpen en de eigenzinnigheden van de instrumenten te leren kennen’.

Grosse Fuge van Beethoven

Dat eerste (conversatie) komt tijdens het concert vooral tot uitdrukking in de Grosse Fuge, die Beethovens strijkkwartet opus 130 (1825) afsluit. Dit deel – dat ervoor zorgt dat het hele kwartet bij elkaar zo’n uur duurt (!) – wordt op de toppen van hun kunnen uitgevoerd door het Narratio Quartet.
Voor het tweede (eigenzinnigheid) geldt in dit geval wellicht eerder ‘de eigenzinnigheden van de instrumentalisten’. Kenmerkend is dat ze alle noten altijd spelen met oude strijkstokken en instrumenten met darmsnaren, maar dat is gebruikelijk. Opvallender zijn de glijdende noten, die een van de instrumentalisten in de film de uitspraak ontlokken dat deze hem aan de stijl van zangeres Shirley Bassey doen denken. Niet iedereen zal dit overigens kunnen waarderen, daarvan is Franc Polman (lid van het Orkest van de Achttiende Eeuw) zich ook terdege bewust.

Natuurlijk kan iedereen dit nu voor zichzelf aan de hand van de opnamen beoordelen. Het was – vertelden de musici nadat het strijkkwartet opus 130 was uitgeklonken en voordat er een preview van de film werd vertoond – een onderneming die destijds is begonnen tussen de schuifdeuren. Het idee kwam in een stroomversnelling toen er geld kwam vanuit de National University in Seoul, waar Johannes Leertouwer docent Historically Informed Performance Practice is. Dat geld was overigens primair bedoeld voor onderzoek en niet voor de onderzoekers. Celliste Viola de Hoog – evenzeer een grote naam binnen de oude muziek – zette de zoektocht naar geld voort en kwam uit bij Stichting de Zaaier en Stichting de Oosterkerk Amsterdam. Het was de fluitist Marten Root die de naam Narratio Quartet verzon, een naam die naar de kunst van de retorica verwijst. Retorica speelt namelijk binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk een grote rol.

Preview Narratio

Tot zover de obligate plichtplegingen die bij een cd-presentatie horen.
In de preview van de film Narratio komen we nog meer te weten. Het is ‘zoeken naar de Graal’, vertelde Franc Polman. Na een jaar elke maand een week zoeken en samen repeteren, waren de eerste vruchten van hun werk rijp en vielen ze te horen tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht. In 2009 speelden ze daar de complete strijkkwartetten op vijf achtereenvolgende avonden.
Viola de Hoog merkte in de film op dat dit ‘iets met de luisteraars doet. En dat is waar het om gaat’. Maar ook de musici doet het wat; ontroerend was bijvoorbeeld een take waarin de gezichten van de musici in close-up waren te zien terwijl ze naar een opname zaten te luisteren. Jammer was alleen dat er in de film door de muziek heen wordt gepraat; aan de ene kant is Beethoven, zeker zijn late kwartetten, geen achtergrondmuziek en aan de andere kant wil je ook wat de musici hebben te vertellen goed binnen laten komen. Bij de definitieve montage niet doen dus.

Die film belooft los hiervan een mooi document te worden, en dat zijn de cd-boxen stuk voor stuk vast ook. Om vaak te gaan beluisteren, zo steeds dieper in de muziek door te dringen en wat van de conversatie te begrijpen.

Theater / Voorstelling

Een liefkozend en eerlijk pak rammel voor het publiek

recensie: Wendy Pan – Circus Treurdier
IMG_6809-Enhanced-NRperskit

Wendy Pan is even magisch als de naam doet vermoeden: een naam die – voor wie het niet meteen doorheeft – een combinatie is van de namen ‘Wendy’ en ‘Peter Pan’. Alleen zijn de Wendy en Peter in dit toneelstuk volwassenen en dan van het soort dat totaal niet zelfredzaam is in het leven. Wendy kan letterlijk én figuurlijk niet meer op haar eigen benen staan. Een goed begin voor een absurdistisch toneelstuk met een vleugje magie.

Al mot ik krupe…

Al vanaf het moment dat acteur Peter van Rooijen op komt draven, wordt de vierde wand doorbroken. Van Rooijen vertelt namelijk dat hij Sophie zal spelen. Alleen al het continu benadrukken dat hij ‘Sophie’ is, levert lachsalvo na lachsalvo op vanuit het publiek. Hoewel het praatje aan de ietwat lange kant is, is het zeker vermakelijk te noemen. Zeker gezien het feit dat Jan-Paul Buijs achter een lichtdoorlatend gordijn alle zinnen influistert die Van Rooijen ‘zogenaamd’ vergeten is. Eén ding is al meteen zonneklaar: de teksten zijn doorspekt van grappige woordspelingen en het is zeker flauw, al slaat het daar nooit in door. Naast Van Rooijen en Buijs is er nog een andere rol vertegenwoordigd op het podium: de vader van ‘Wendy’ zit rechts van het podium met een krant voor zijn neus. Daarover later meer.

Van Rooijen blijft zinnen aan elkaar rijgen die niet alleen over het toneelstuk gaan, maar ook over hoe de zaken precies werken in de toneelwereld. Over het instuderen van teksten, bijvoorbeeld. Iets wat Wendy, gespeeld door Sophie Höppener, ook doet: zij verklapt dat de spelers altijd in de actiemodus wachten in de coulissen voor het geval iemand zijn of haar tekst vergeet en letterlijk moet ‘inspringen’. Grappig genoeg zien we dit meteen ook in werking tijdens dit toneelstuk: stagiair Mees Markus laat af en toe zien aan het publiek hoe dit eruitziet als je denkt dat niemand je opmerkt. Van Rooijen lijkt de tijd te doden totdat de daadwerkelijke ‘Sophie’ opkomt. Hierin kun je een grappige verwijzing zien naar wat je precies moet doen als acteur als een van je collega-acteurs zijn of haar tekst of cue mist. De reden waarom Sophie er zo lang over doet om te arriveren, is omdat haar personage, Wendy Pan, niet meer in staat is om te lopen. Ze kan alleen nog maar kruipend door het leven gaan. Dit tot grote ergernis van haar moeder Angela, de rol van een hooggehakte Jan-Paul Buijs. Aldus wordt Sophie – op handen en knieën – zo het podium op gedragen en in het logeerbed in haar ouderlijk huis gelegd. Het decor van deze voorstelling: een slaapkamer met drie ramen met wapperende gordijntjes en twee ouderwetse lampjes die flakkeren aan weerszijden van het kamertje.

Kinderlijke volwassenen of volwassen kinderen?

Wendy’s moeder is zo ontsteld door de fysieke toestand van haar dochter dat ze eerst hulp van de huisarts inschakelt. Een rol die met veel humor aan de man wordt gebracht door Sam van Hulst. Voordat hij ook maar een diagnose kan vaststellen, krijgt hij de ongezouten kritiek van Angela over zich heen gestort. Waarom? Hij is een rokende huisarts. Pislink wordt hij als iemand hem bekritiseert om zijn verlangen naar een peuk. Hij spreekt over zijn twee hersenhelften die met elkaar in conflict zijn: de ene helft weet – zeker vanwege zijn patiënten met longkanker – dat het slecht is, maar die andere helft denkt: ‘Fuck it, ik wil een peuk.’ Een grappig detail dat je al luisterend vaker voorbij hoort komen: de verschillende typetjes benoemen allemaal één keer welke afweging hun brein tergt. Vooral Wendy gaat ten onder aan de stemmetjes in haar hoofd. Wendy is een 40-jarige vrouw die is stukgelopen op haar schuldgevoel voor zo’n beetje alles omtrent het bevoorrechte leven dat ze leidt. Tranen van verdriet rollen over haar ogen als ze denkt aan al die keren dat ze een minderjarige bezorger door de regen naar haar huis liet fietsen om een pizza af te leveren en geen fooi kon geven. Alles wat ook maar enigszins op ‘onrecht’ leek in haar leven, trekt aan haar geestesoog voorbij en brengt haar aan het jammeren. Ze wordt haast letterlijk ‘verpletterd’ door haar immense schuldgevoel. En toch is er echt niks met haar aan de hand, stelt de dokter.

Wat een poppenkast!

De ouders van Wendy schakelen niet alleen de hulp in van een ‘echte geneesheer’, maar laten ook de pastoor over de vloer komen. Zijn binnenkomst wordt tot driemaal toe onderbroken door Höppener, omdat zij dan even ‘loskomt’ uit haar rol om iets te vertellen over haar acteerervaring. En binnen no time verzandt ze in een pleidooi over de rechten van haar stagiair die meer tekst toebedeeld zou moeten krijgen. Als haar zegje voorbij is en de pastoor dan eindelijk daadwerkelijk over de deurdrempel is gekomen, is hij een andere mening toegedaan dan de huisarts. Wendy is bezeten door de duivel (‘Eigenlijk een soort geit met een mensenbuik’, aldus de geestelijke) en die moet uit haar gedreven worden. Wat volgt, is een fantastische scène waarin moeder Angela, de huisarts en de pastoor ‘D’r oet!’ blijven roepen tegen Wendy, die inmiddels vastgeketend in bed ligt. Het spel wordt zo nu en dan onderbroken door prachtige en subtiele liedjes, waarin op tedere wijze wordt gezongen over alledaagse waarnemingen (alle dieren die Wendy ooit in haar leven heeft opgegeten) of met een soort razende bezetenheid wordt gezongen over de zelfkastijding van Wendy (‘Ik moet, ik moet wakker blijven! Ik moet, ik moet wakker blijven!’). En vooral Van Rooijen vertolkt zijn rol als pastoor uitermate grappig. Zoals hij zelf zegt, is het opzetten van een zeer ‘Limburgs’ (eerlijk toegegeven: het klinkt eerder Brabants) stemmetje al genoeg om door iedereen amusant gevonden te worden. Iedere keer als hij de bühne verlaat, hoop je dat hij snel terugkeert.

Ter bewustwording ende vermaeck

Het samenspel is niet alleen heel goed, maar ook nog eens behoorlijk vermakelijk. Alles lijkt te dienen ter lering ende vermaeck. Het publiek ervaart een bepaalde mate van bewustwording over het eigen handelen in het leven (met name over dingen waarvoor je je een beetje schaamt of waarvan je weet dat het eigenlijk niet goed is voor de wereld). De uitgesproken tekst houdt je keer op keer scherp tijdens de voorstelling. Het zijn weldoordachte relazen die erg tot de verbeelding spreken en zeer herkenbaar zijn. Ergens levert dat ook op dat de bezoeker soms zal lachen als een boer met kiespijn, zo pijnlijk dichtbij komt het soms en een gelijkenis met je eigen leven is snel gevonden. Bijzonder: iets alledaags zo bespreken dat je er met een andere blik naar leert kijken. Dus… wie krijgt hier nu een pak rammel? Alleen Wendy, die daar zó hard om smeekt? Nou, sommige toeschouwers zullen vast met rode koontjes de zaal verlaten.

Boven alles zijn de teksten zeer grappig. Woordspeling op woordspeling: iedere keer weet dit gezelschap het publiek te betoveren met goede stijlfiguren en beeldspraak. In dit toneelstuk is geen plaats voor het ophouden van de schone schijn. Zo hangt moeder Angela de vuile was over haar jeugd buiten. Er is maar één schijn die wordt opgehouden en dat is dat er nooit of te nimmer een ademend wezen twee uur lang een krant heeft zitten doorspitten op het podium. De vaderfiguur die al die tijd zogenaamd druk het nieuws tot zich nam, blijkt een pop te zijn. En wel een verdraaid realistisch ogende pop. Is het de enige illusie die je zult verliezen? Kortweg: nee. Na de twee uur durende voorstelling kom je erachter dat de acteurs gepoogd hebben om je heel wat illusies armer te maken. Deze voorstelling is een ontzettend geslaagde en originele muziektheatervoorstelling. En wat heeft dit alles te doen met Peter Pan? Nou, die aap komt duidelijk uit de mouw als je de voorstelling met eigen ogen zult aanschouwen. En wees niet gevreesd: je zult je het schuldgevoel niet herinneren (en/of de behoefte aan duizend weesgegroetjes), maar wél alle momenten dat je hardop moest lachen om de spitsvondige woordgrappen.

Nog te zien tot zaterdag 31 mei 2025 in Theater Bellevue in Amsterdam.

Theater / Voorstelling

Anti-oorlogsstuk voegt niets nieuws toe

recensie: Moeder Courage en haar kinderen – Het Nationale Theater
Moeder Courage - Bart Grietens-38Bart Grietens

Wie in deze tijd een voorstelling maakt waarin de waanzin van oorlog aan de kaak wordt gesteld, staat bij voorbaat met 1-0 voor. Niettemin slaagt Het Nationale Theater er helaas niet in met Moeder Courage en haar kinderen, klassieker van Bertolt Brecht, een pakkende voorstelling te maken die de toeschouwer in het hart raakt, die iets toevoegt aan de voor de hand liggende afkeer van oorlog.

Moeder Courage en haar kinderen, in de regie van Liesbeth Colthof, begint sterk en veelbelovend. Met een gedicht over de kans te ontsnappen aan de vallende bommen. En met fraaie freestyle streetdance door Daley Monte en Pepe Rollema. Het gedicht is niet afkomstig uit de oorspronkelijke tekst, maar is geschreven door Lena Khalaf Tuffaha, Amerikaans dichter met een Arabische achtergrond.

Colthof heeft rondgetrokken in diverse oorlogsgebieden, ze weet waar ze het over heeft. De liedjes in Moeder Courage heeft ze daarom vervangen door teksten van hedendaagse auteurs die de oorlog kennen.

Verkeerde moment

Om te beginnen verschijnen twee ronselaars om mannen te strikken als soldaat in de nooit-eindigende oorlog. Marketentster Moeder Courage, haar twee onhandige zoons en haar dochter, die niet kan spreken, kruisen precies op het verkeerde moment het pad van de ronselaars. Hun eerste slachtoffer is Eilif, de oudste zoon van Courage.

Rek op wieltjes

De Moeder Courage van Brecht reist achter de fronten langs met een soort van huifkar waarin haar handelswaar zit. Het dak dient als uitkijkpost. Colthofs Courage heeft bij wijze van huifkar zo’n hoog ijzeren rek op wieltjes waarin supermarkten de kratten met voorraad verplaatsen. Zo’n ijzeren rek is Courages winkeltje met koopwaar voor de soldaten.

Dertigjarige Oorlog

Bertolt Brecht (1898-1956) schreef Moeder Courage en haar kinderen in 1939, nog vóór de Tweede Wereldoorlog. Hij situeerde het stuk in de Europese Dertigjarige Oorlog (1618-1648), de strijd tussen hervormden en katholieken. Courage reist altijd door oorlogsgebied, van oost naar west, van noord naar zuid; uiteindelijk maakt de plek niet uit, oorlog is de enige constante. Brecht maakt van Courage geen sympathiek personage: ze is een opportunist, gehard door het leven. Het enige wat ze wil is overleven en haar gezin bij elkaar houden. Om geld te verdienen is ze afhankelijk van de oorlog: ze verkoopt spullen aan soldaten, en zonder oorlog geen soldaten. Brechts boodschap: de oorlog pakt burgers hun gewone leven af, en maakt er mensen van die alles aangrijpen wat overleven mogelijk maakt, of die oplossingen nou ethisch of onethisch zijn.

Colthof maakt van Moeder Couragecourage betekent ‘moed’ – een activistische voorstelling. Nou was activisme Brechts handelsmerk, maar in deze setting doet het kinderachtig, amateuristisch aan, met veel schreeuwen en stampen.
En omdat er zo veel acteurs in dubbelrollen in- en uitlopen, wordt Courage slechts één van de personages, in plaats van degene om wie het allemaal draait.

Statisch

Het decor (ontwerp: Marloes en Wikke) helpt niet bij het illustreren van deze zinloze odyssee. De ijzeren kar – symbool voor de moeizame zwerftocht – verroert bijna niet; verplaatsingen zijn vooral te lezen op matrixborden boven de speelvloer. Daardoor krijgt de voorstelling iets statisch.

Colthof zet Courage met haar ijzeren rek in een gestileerd heuvellandschap. Boven op de heuvel twee musici (Rosa Ronsdorf en Nina de Jong). Onderaan, en soms zelfs pal voor de neus van het publiek, de spelers. Courage (Tamar van den Dop) zelf zit geregeld met haar rug naar de handeling; helemaal vooraan, in een oude plastic tuinstoel. Alsof ze een buitenstaander is, een toeschouwer die niet deelneemt aan het spel.

Is Courage wel onder de mensen, dan lult ze zich overal uit, is grof in de mond. Een lompige volksvrouw. Tamar van den Dop zet haar met verve neer: hypocriet terwijl ze eigenlijk bang is. Onverschillig. Wanhopig.

Dubbelrollen

De overige personages vliegen af en aan. De enige constante is dochter Kattrin (een mooie, ingetogen, wanhopig verlangende Yela de Koning).
Dat rondgevlieg van personages is een van de minpunten van deze voorstelling. Iedereen heeft dubbelrollen, sommige spelers zijn minder getalenteerd. De regie dwingt tot veel opzeggerige omgang met de tekst. Soms geëxalteerd, soms kwaad, vaak schreeuwend. En nu en dan opeens doorleefd, wat een merkwaardig contrast oplevert tussen de scènes onderling.

Het ensemble wil maar geen ensemble worden. Duidelijke interactie met tegenspelers zien we alleen bij Stefan Rokebrand in diverse rollen: niets gebeurt zonder dat hij er actief op reageert, waardoor zijn personages er meteen uitspringen.

Bijzonder fraai zijn de kostuums. Ontwerper Carly Everaert vermengt punk met buitenissige Mad Max-grappen. Courage draagt een soort Tina Turner-Mad Max-pruik. Laarzen zijn vervaardigd van een collage van werkhandschoenen. De mantel van Courage bestaat uit een verzameling rode leren jassen. Hesjes zijn gemaakt van tientallen ritsen, een harnas van losse kettingen. Bijzonder en betekenisvol: na zo veel jaar oorlog heeft niemand nog een nieuw kledingstuk aan het lijf.

Lang

Na de pauze is de vaart eruit, sleept de voorstelling aan. Hij duurt met 2 uur en 50 minuten sowieso erg lang, maar dat tweede deel voegt aan de anti-oorlogsboodschap weinig toe. Minder eerbied voor de ellenlange tekst had het resultaat goed gedaan.

Tekst: Bertolt Brecht
Muziek: Rosa Ronsdorf, Nina de Jong
Dans: Daley Monte, Pepe Rollema
Scenografie: Marloes en Wikke
Kostuumontwerp: Carly Everaert
Lichtontwerp: Julian Maiwald

Theater / Voorstelling

De omgekeerde wereld

recensie: Lady Macbeth
Het Nationale Ballet - Lady Macbeth ©Altin Kaftira ALT07425Altin Kaftira

Al enige tijd wordt de aandacht steeds vaker gericht op sterke vrouwen uit de geschiedenis. Musea stellen ze centraal in exposities, van Artemisia Genteleschi tot Charley Toorop en Magdalena Abakanowicz. Maar ook de Nationale Opera & Ballet doen eraan mee. Na onder meer Frida en Mata Hari wordt nu Lady Macbeth in de aandacht gebracht.

In de tweede akte van Macbeth, het toneelstuk van William Shakespeare (1603-1606), verdwijnt Lady Macbeth opeens van het toneel. Veldheer Macbeth heeft met haar hulp bereikt wat hij wil: koning van Schotland worden. Nu is ze niet meer nodig en wordt afgedankt.

Typisch Shakespeare

Wat Helen Pickett (choreografie, regie en bewerking) en James Bonas (regie en bewerking) laten zien, is niet alleen hoe het bij Shakespeare allemaal zo is gekomen, maar vooral wat hij níet vertelt. En dan door de ogen van Lady Macbeth, die méér is dan de ambitieuze ‘vrouw van’. Het is eerder omgekeerd: Macbeth als ‘de man van’. De omgekeerde wereld dus.
De hoofdpersonages die Shakespeare ten tonele voert, zijn bij Pickett en Bonas teruggebracht tot vier solodansers: de complexe Lady Macbeth en Macbeth, Lady Macbeths vriendin Lady Macduff en Banquo, een andere Schotse veldheer en weer de vriend van Macbeth.

Opvallend in deze nieuwe productie van Het Nationale Ballet is dat er door de hele avondvullende voorstelling heen in formele zin wordt gewerkt met tweetallen, helemaal Shakespeare eigen, al vanaf diens vroege komedie Twee edellieden van Verona. Dit zorgt voor een sterke eenheid binnen het geheel. Het zijn namelijk niet alleen de pas de deux bij de dansers, maar ook verderop in het ballet tussen de dokter en een verpleegster die op verzoek van Macbeth diens in waanzin wegglijdende vrouw volgen in haar gang door het kasteel. Een kasteel dat al een beetje in verval begint te raken en dat ook nog eens symmetrisch, gespiegeld is opgebouwd. Aan de rekwisieten ervan is – net als voor de kostuums en decors – bijgedragen door crowdfunding.

Muziek van Peter Salem

En dan is er de eclectische muziek van componist Peter Salem (onder meer bekend door de muziek bij de serie Call the Midwife). In de eerste plaats is er hier ook weer een spiegeling: tussen de muziek die wordt gespeeld door Het Balletorkest onder leiding van Koen Kessels en de elektronisch opgewekte klanken. In de tweede plaats werkt de componist met wat hij noemt een vrouwelijke en een mannelijke sfeer, die haast doen denken aan een eerste en tweede thema uit de klassieke sonatevorm die vroeger mannelijk en vrouwelijk werden genoemd.

Daarmee zijn we er nog niet, want de monologen uit Shakespeares toneelstuk zijn muzikaal vertaald als soli, met name door een altviool. Het werkt niet als een Leitmotiv in die zin dat het een frase is die telkens terugkomt als in dit geval Lady Macbeth danst, maar wordt ingezet als haar stem. En als klap op de vuurpijl is er de humoristische banketscène aan het eind van de eerste akte waarin de attributen in de keuken (een spiegeling van de lange tafel van het banket…) een dialoog aangaan met het slagwerk uit het orkest.
Ik (Els van Swol) geef het stokje nu door aan Lisa Wibier.

Verhalende dans

Shakespeare inspireert de danskunst al vele decennia, met het ballet Romeo en Julia als bekendste voorbeeld. Om zo’n eeuwenoud toneelstuk succesvol te kunnen vertalen naar een vernieuwende choreografie dient er een evenwicht te zijn tussen uitdagende danselementen en verhalende bewegingen, de zogenoemde gesture language. De choreografie van Pickett legt vooral de nadruk op het tweede. Hierdoor is het stuk goed te volgen voor het publiek, maar de talentvolle solisten van Het Nationale Ballet kunnen op technisch vlak veel meer. Een combinatie waarbij het publiek in applaus kan uitbarsten (zoals de beroemde 32 fouettés uit het Zwanenmeer) ontbreekt. Toch zal het publiek zeker onder de indruk zijn van dit ballet. Alle solisten en het corps de ballet dansen hun rollen met karakter en zij voeren de choreografie nagenoeg perfect uit.

De choreografie van Lady Macbeth bevat moderne kenmerken, maar volgt ook duidelijk de traditie van grote voorgangers als Marius Petipa. Daarbij voegt Pickett verrassende elementen toe aan de choreografie om het geheel afwisselend te maken, zoals het geklap op een door Schotse traditionele dans geïnspireerde groepschoreografie en het gebruik van keukengerei en -meubilair tijdens de al genoemde banketscène.

Meer vrouwen!

Het klassieke ballet is – net als vele andere kunstvormen – decennialang onderworpen geweest aan de male gaze: prima ballerina’s moeten de ultieme schoonheid belichamen, de beloning waar de prins voor strijdt. Lady Macbeth is een geslaagde toevoeging aan de reeks avondvullende balletten over inspirerende vrouwen, die deze traditie veranderen. De verhalende choreografie, de mooie kostuums en het grimmige decor maken het een boeiende voorstelling voor een breed publiek. Daarbij zijn de thema’s van dit eeuwenoude verhaal, waarin de ambitieuze Lady Macbeth in een door mannen gedomineerde wereld te gronde wordt gericht, nog altijd zeer relevant!

Theater / Voorstelling

Breed palet van emoties in virtuoze dansvoorstelling

recensie: Home – ISH Dance Collective
ShotsByJuv_Home_SCENEFOTOGRAFIE--31 kopieShotsByJuv

Thuis is waar de bank is. Vier dansers zitten, staan, hangen, klauteren over een crèmekleurige bank, een chaise-longue, een fauteuil en een hocker. Het decor van Home van choreograaf Denden Karadeniz laat niets te raden over: dit is een huiskamer. Na aanvankelijke harmonie, ontwikkelen zich al snel conflicten en competitie in deze huiselijke omgeving.

De plek, de aanpak en het gezelschap suggereren een vorm van isolement in Home van ISH Dance Collective. Is dit een studentenhuis? Een woongroep? Heerst er een coronapandemie, waardoor de vier dansers de ruimte niet uit mogen en tot elkaar zijn veroordeeld?
Waar het isolement aanvankelijk in harmonie wordt verdragen, ontstaan al snel kleine en steeds grote wordende irritaties, ondersteund door een elektronische soundscape die de handeling ondersteunt. (componist: Simone Giacomini).

Talent

ISH Talent biedt beginnende makers de kans een eigen dansvoorstelling te ontwikkelen. Onder die Talent-vlag maakt de bevlogen Denden Karadeniz Home. Karadeniz is danser, hij danste onder andere bij ISH. Daarnaast is hij choreograaf. Hij hoort tot de makers die zeer serieus aan de slag gaat met hedendaagse dansstijlen. Zo heeft hij het Zero Dance Theatre opgericht, een contemporary fusion-dansgroep. Contemporary fusion is een mengvorm die moderne dans, breakdance, acrobatiek, hiphop, vogue en streetdance combineert tot een dynamisch en grenzeloos geheel.

Stoelendans

Met Home maakt Karadeniz deels een verhalende voorstelling met dansers Amalia Stitz, Noor Jayani, Maxim Kuznetsov en Giulio Hoxhallari. In een carré-vormige ruimte delen de vier in eerste instantie de grote bank. Alsof ze gezamenlijk televisie zitten te kijken. Maar al snel ontstaat een soort stoelendans waarbij de dansers steeds verwisselen van plek. Er ontstaat verveling, onderlinge irritatie. Ze staan, liggen, hangen, lopen, stuiteren, glijden op en over de zitelementen.
Die zitelementen zijn meteen de rekwisieten, die veranderen van plaats, gaan rechtop, ondersteboven, tegen elkaar aan en van elkaar af.

Oogstrelend

Je kunt in Home thema’s en vertellingen zien. De dansers spelen met balans en disbalans. Met steeds wisselende emoties. Met elkaar aantrekken of juist afstoten. Met vrolijkheid en agressie. Er zijn fragmenten met zijn vieren, met trio’s, duetten, en er zijn solo’s. De dansers concurreren, werken samen, vormen bondjes of zijn vijanden. Ze vertrouwen of wantrouwen elkaar. Ze ondersteunen en bestrijden elkaar.
In een beklemmend fragment lijkt Maxim Kuznetsov levend begraven te worden door de grote bank, maar hij ontworstelt zich daaraan. Giulio Hoxhallari is sterk in een soort neurotische lichaamstaal, en mag op zeker moment op de sofa bij de psychiater om af te reageren.

Home is een oogstrelende, virtuoze voorstelling van een getalenteerde choreograaf, met sterke dansers die zich vol storten in deze veelzijdige, fascinerende dansvorm.

Tekst: Wajdi Mouawad
Lichtontwerp: Mike den Ottolander
Licht en geluid: Menno Drost
Componist: Simone Giacomini

Theater / Interview
special: Een boodschap aan mijn vaak stille Europese publiek
Copy-of-THE-HORSE-OF-JENIN_TROUPE-COURAGE©Kamerich-Budwilowitz-9Kamerich & Budwilowitz

Een gesprek met theatermaker Alaa Shehada over zijn voorstelling ‘The Horse of Jenin

Ik ontmoet Alaa Shehada in de foyer van Bellevue Theater, nadat ik zijn voorstelling The Horse of Jenin heb gezien. In 70 minuten deelt Alaa verhalen over zijn jeugd, over een Duitse kunstenaar die een enorm paard creëerde uit het puin in de Palestijnse stad Jenin, over hoe datzelfde paard een plek werd waar Alaa speelde met vrienden en flirtte met zijn eerste liefde, en een symbool van vrijheid en verbeelding werd. En over hoe het paard uiteindelijk door het Israëlische leger werd gestolen.

Alaa, kan je vertellen wanneer theater een rol in je leven ging spelen?

Als je op zoek bent naar een romantisch verhaal over een grote inspiratie, dat heb ik niet. Het was eerder een gevoel vanuit mezelf. Ik keek tv als kind, en steeds ging dat innerlijke gevoel toe naar het imiteren wat ik zag op tv. Ja, mijn innerlijke kind voelde: ‘Ik wil spelen.’

In 2009 begon ik als student bij The Freedom Theatre in Palestina. Vier jaar kreeg ik daar theaterles. Ik vond de opleiding heel goed, er kwamen internationale leraren van over de hele wereld lesgeven. Sommigen goed, sommigen erg slecht. Westerse leraren met een houding van ‘ik ga eens even lesgeven in Palestina, even te ervaren hoe het hier is, om te leven onder onderdrukking’.

Kan je iets vertellen over het ontstaan van de voorstelling, waar begon het idee?

Helaas was dat nadat het Israëlische leger het kunstwerk van het Paard, waar de voorstelling over gaat, stal en meenam uit Jenin. Het was voor mij en voor iedereen in Jenin heel zwaar om dat te zien gebeuren. Dus toen ben ik begonnen erover te schrijven. Eerst in een korte monoloog van vier minuten. Ik presenteerde die monoloog op verschillende evenementen, ook hier in Amsterdam, en het sprak mensen aan. Ik ben er aan blijven schrijven, (samen)werken en improviseren, tot dat het was wat het nu is.

In de voorstelling werk je met maskers, wat voor maskers zijn dat?

De maskers die we gebruiken zijn gebaseerd op de techniek van de Commedia dell’arte, een oude Italiaanse improvisatiestijl. Dit is een acteerstijl waarbij je met een masker verschillende personages tot leven brengt.

Katrien, de oprichter van Troupe Courage, gaf les in het Freedom Theatre in Palestina toen ik daar student was. Later ben ik met haar naar Amsterdam gegaan, en sindsdien werken we al 15 jaar samen. Samen ontwikkelden we workshops en gaven we lessen.

Binnen Troupe Courage hebben we de maskertechniek verder ontwikkeld tot de zogenoemde Troupe Courage-stijl. We staan er internationaal om bekend hoe we Commedia uit zijn stoffige context hebben gehaald en er universeel en tijdloos theater van hebben gemaakt, waarmee we de wereld rondreizen. We gebruiken de maskers niet alleen in onze voorstellingen, maar ook als hulpmiddel in onze workshops. Ze helpen acteurs bij het aanleren van specifieke acteertechnieken en lichaamsexpressie. Met een masker op wordt de focus verlegd naar fysiek spel, waardoor je je lichaam bewuster en effectiever leert gebruiken.

Copy-of-THE-HORSE-OF-JENIN_TROUPE-COURAGE©Kamerich-Budwilowitz-14

© Kamerich & Budwilowitz

Hoe is het om te werken aan scènes uit je eigen jeugd?

Het is natuurlijk heel gevoelig materiaal, en het is gevoelig en persoonlijk om die verhalen te delen met anderen. Maar tegelijkertijd ben ik me heel bewust van het belang van deze verhalen. Ik deel ze niet alleen voor mezelf maar ook vanuit een bepaalde vrijgevigheid. Ja, het is mijn persoonlijke verhaal maar het representeert alle Palestijnse jongens die zijn opgegroeid in een onderdrukt, geoccupeerd land. Dus het is tegelijkertijd mijn verhaal als het verhaal van alle Palestijnse kinderen.

In je voorstelling spreek je het Nederlandse publiek direct aan op hun ongemakkelijke zachte lachjes, in tegenstelling tot de uitbundige, harde lach uit jouw cultuur. Ik herkende meteen wat je zei, dat ongemakkelijke van het Nederlands publiek.

Nederland heeft zijn eigen cultuur natuurlijk en ik vind de mensen hier allemaal heel lief hoor. Mijn drama gaat juist over het uitwisselen van ideeën, gedachten en expressies tussen verschillende culturen. We moeten dat nemen hoe het is, en ermee spelen. Ik maak grapjes over de Nederlandse cultuur, maar de meeste grappen maak ik over mezelf en mijn cultuur. Nederlanders kunnen soms heel beschermend worden als je grappen maakt over hun cultuur. Maar juist dát punt, dat schrijnende, de plek waar het schuurt, is waar humor interessant wordt.

Wat is de rol van humor in jouw werk?

Komedie is een heel goed middel om verhalen en situaties om te keren. Grapjes maken van fucked-up situations. Mijn focus als maker ligt op het ‘omflippen’ van het verhaal. Hoe kan ik een situatie helemaal omkeren? Bijvoorbeeld ook in mijn werk als clown voor kinderen in ziekenhuizen. Daar kiepert humor de boel ook omver. Humor is deel van ons dagelijks leven, sterker nog, het is een manier om te overleven.

Dank Alaa, voor je mooie werk. Als laatste vraag: wat wil je dat deze voorstelling teweegbrengt?

Deze voorstelling is ook een boodschap aan mijn, vaak stille, Europese publiek, over hun rol. Of je het wil of niet, ook de Nederlandse overheid is onderdeel van de onderdrukking. Ik denk dat deze voorstelling meer empathie teweeg kan brengen dan bijvoorbeeld een nieuwsbericht, juist omdat het verhaal wordt ‘omgeflipt’ met humor en persoonlijke, kinderlijke herinneringen. Mijn verhaal op toneel gaat over een jongen die opgroeit in Jenin. Maar jij bent toch ook opgegroeid in je eigen huis en stad?

The Horse of Jenin is deze hele week te zien in Bellevue en daarna nog in Deventer, Broek in Waterland, Leiden en Groningen. Ga dat zien!