Boeken

De geboorteplaats van de Amerikaanse filmindustrie

recensie: Richard Koszarski - Fort Lee: The Film Town (1904-2004)

Slechts weinig mensen weten dat Hollywood niet de bakermat van de Amerikaanse filmindustrie is. Voor, en vooral ook tegelijkertijd met de opkomst van Tinseltown, zaten de grote studio’s in New York. Het vlakbij New York gelegen Fort Lee vervulde in de eerste decennia van de vorige eeuw de rol die Hollywood nu al een jaar of tachtig vervult: het stadje was het decor van grote filmstudio’s, reusachtige decors en beroemde filmsterren. In Fort Lee: The Film Town schetst Richard Koszarski de inmiddels bijna vergeten geschiedenis van dit Amerikaanse dorpje onder de rook van The Big Apple.

Koszarski is lid van de Fort Lee Film Commissie en professor English & Cinema Studies aan de Rutgers Universiteit. Als geen ander is hij dus bij machte om informatie over de geschiedenis van Fort Lee te verzamelen, bundelen en analyseren. In Fort Lee: The Film Town presenteert hij ons een uitgebreid dossier over alles wat met deze geschiedenis te maken heeft. Honderden artikelen uit kranten, tijdschriften en essays passeren de revue en geven zodoende een uitgebreid beeld van hoe de media de ontwikkeling van de stad versloeg.

Uitputtende hoeveelheid

Buster Keaton aan het werk in Fort Lee.
Buster Keaton aan het werk in Fort Lee.

De artikelen zijn even informatief als vrijblijvend. Aan de ene kant bevatten ze erg veel informatie over alles wat er zich in Fort Lee afspeelde: verschillende artikelen over de opkomst van de studio’s in Fort Lee, de persberichten over het bouwen van nieuwe studio’s, de verhandelingen van een regisseur als D. W. Griffith, ‘op de set’-verslagen, berichten over ‘bijna-ongelukken’. Je kunt het zo gek niet bedenken, alles staat er in. Verder is er per filmproducent een apart hoofdstuk gewijd aan alle berichtgeving omtrent de belangrijkste producenten die in Fort Lee actief waren gedurende de eerste decennia van de vorige eeuw. De meeste artikelen zijn geschreven door journalisten, maar zo hier en daar komen de artikelen van de hand van filmkenners of regisseurs. Zo schrijft regisseur Raoul Walsch een lang stuk in het hoofdstuk over de Fox-studio. De artikelen worden opgeleukt met plaatjes van oude krantenartikelen, foto’s en sfeervolle filmposters uit die periode.

Lege huls

Veel informatie dus. Maar hier wordt verder niets mee gedaan. Koszarski heeft het nagelaten om al deze artikelen te analyseren en hier conclusies uit te trekken. Nergens worden overeenkomsten of verschillen tussen de artikelen benoemd en op waarde geschat. Want waarom werden juist op die plaats en in die tijd op die locatie zoveel studio’s gebouwd? En hoe kwam het nou dat de grote studio’s haast gelijktijdig besloten om te vertrekken? Koszarski moet ons het antwoord schuldig blijven. Hierdoor blijkt Fort Lee: The Film Town een lege huls te zijn. Je krijgt veel informatie, dat is waar, maar deze informatie blijft betekenisloos wanneer er niets mee gedaan wordt. Dit is een euvel waar veel filmboeken aan lijden. Je zou deze boeken onder kunnen verdelen in twee categorieën: de analyserende boeken en de verzamelende boeken. Koszarski’s Fort Lee: The Film Town behoort tot de laatste categorie. Het heeft de lezers die niet bekend zijn met de geschiedenis van Fort Lee niets te bieden. Enkel iemand die hier al veel vanaf weet zal Fort Lee: The Film Town
waardevol achten.

Film / Films

Hollywood-actie in Russische blockbuster

recensie: Night Watch (Nochnoy Dozor)

Night Watch, oftewel Nochnoy Dozor, bracht in thuisland Rusland meer op dan Spiderman 2 en was de officiële Russische inzending voor de Oscars 2005. Uiteindelijk werd de film van Timor Bekmambetov (ook van The Arena) niet eens genomineerd, maar toch blijft hij een Russisch publiekslievelingetje. Of de film over een oeroude strijd tussen goed en kwaad in de rest van de wereld ook zo’n daverend succes wordt, is echter nog maar de vraag.

~

Twee partijen leven, ondanks een wapenstilstand, al eeuwen op gespannen voet met elkaar. Wanneer die impasse in het hedendaagse Moskou wordt verbroken, moet één van de bovennatuurlijke ‘Others’ Anton (Konstantin Khabensky) de verantwoordelijke vampiers tegenhouden. Dat gaat echter niet helemaal volgens plan en binnen de kortste keren staat een enorme oorlog tussen goed en kwaad op uitbreken.

Rauw

Night Watch is een soort MatrixmeetsConstantinemeetsBlade, alleen dan met echt grof geweld. Vanaf een scène aan het begin van de film, waarin Anton in elkaar wordt geslagen door twee vampiers en zijn vrienden hem te hulp schieten, is het duidelijk dat de film net een stapje bruter is dan de gemiddelde Hollywoodfilm. Toch hebben de makers duidelijk geprobeerd elementen van Amerikaanse blockbusters te combineren met de Russische cinema, en daar zijn ze aardig in geslaagd. Naast snelle actie heeft Night Watch ook veel gevoel voor drama. Er is slow motion, er is geschreeuw, er is bloed, er is kerkgezang, kortom: een episch gebeuren dat prachtig in beeld is gebracht. De actiescènes, muziek en cinematografie zijn allemaal net zo rauw als de Russische taal en het grauwe hedendaagse Moskou vormt het perfecte toneel voor bloederige vertelling.

Vragen

~

Wat betreft het verhaal gaat Night Watch echter de mist in. De film is het eerste deel van een trilogie, gebaseerd op de boeken van de Russische schrijver Sergei Lukyanenko. Wat in de boeken misschien een overzichtelijk geheel is van namen, partijen, personages, good guys, bad guys en achtergrondinformatie, is in de film complete chaos. Night Watch ziet er cool uit, maar ik snapte er helemaal niets van. De grote lijnen zijn voor iedereen duidelijk: er woedt een eeuwige strijd tussen goed en kwaad, en de mens dreigt de pineut te worden. Maar wat zijn de ‘Others’ nou eigenlijk precies? Waarom drinkt Anton bloed voor hij het tegen vampiers opneemt? Hij is toch zelf geen vampier, of wel? Het lijkt wel alsof het script voor insiders is geschreven, zo snel wordt de informatie op de kijker afgevuurd, zonder verdere uitleg. Uiteindelijk blijven er dan ook veel vragen over.

Geslaagd

Night Watch is misschien wel de eerste echte Russische blockbuster waarbij voor de special effects en stunts goed naar Hollywood is gekeken. Dit gecombineerd met de grauwe somberheid van Moskou, de keiharde actie en de nodige dramatische shots, maakt van Night Watch een geslaagde epische horrorfilm. Dat het verhaal bijna niet te volgen is voor mensen die het boek niet hebben gelezen, is erg jammer. Jammer, maar gek genoeg niet cruciaal. Laten we wel hopen dat deel twee en drie iets meer duidelijkheid weten te brengen. Dnevnoy Dozor, oftewel Day Watch, draait in 2006 in de bios.

Film / Films

Pop-art dagboek

recensie: Tarnation

Wie Tarnation van Jonathan Caouette gezien heeft, zal het met me eens zijn: het geheel is moeilijk in een hokje te stoppen. Is het een speelfilm? Een documentaire? Of is het een misschien een vorm van therapie? Dit waargebeurde verhaal bestaat namelijk van begin tot eind uit beelden van foto’s met geluidsfragmenten van antwoordapparaten of dictofoons, stukjes homevideofilm gemaakt met goedkope camera’s en interviews met Caouette’s familie. Een grote autobiografische, audiovisuele collage. Een pop-art dagboek, zo u wil. Debuterend regisseur Caouette knutselde alles met iMovie aan elkaar en laat ons zo toe in zijn verknipte hoofd en jeugd.

Tarnation vertelt geen vrolijk verhaal. De vader van Caouette ging er vandoor toen Jonathans moeder zwanger was van hem was, en zijn moeder zelf is zwaar depressief en lijkt door allerlei medicijnen en schoktherapie totaal ontdaan te zijn van een persoonlijkheid. Zijn opa en oma, die de voogdij over Jonathan hebben verkregen, zijn twee seniele, southern white-trash grootouders. Door alle homevideo’s krijg je langzamerhand een idee van de traumatisch slechte jeugd die Jonathan heeft genoten.

Slechte videoclip

~

De stijl van de film is misschien nog opvallender dan het verhaal. De beelden zijn uiteraard van slechte kwaliteit, aangezien ze zijn opgenomen met eigen videocamera’s. In de bewerking met iMovie hebben deze beelden nog een behoorlijke transformatie ondergaan. De beelden hebben expres veel te veel kleur meegekregen, beelden zijn gespiegeld en verdubbeld of worden in negatief getoond. Het ziet er uit als een slechte videoclip in de stijl van de jaren tachtig, en sommige beelden doen denken aan bijvoorbeeld de schilderijen die Warhol van Marilyn Monroe maakte. Overtuigender dan de stijl is de sfeer. Mede door de prachtige muziek (onder andere Iron and Wine) maar zeker ook door de situering in de lagere milieus in het zuiden van de Verenigde Staten en de wetenschap dat het een waargebeurd verhaal is, doet de film denken aan een mix tussen Gummo en Elephant, en dan gedocumenteerd in plaats van fictief. Dat maakt Tarnation erg verontrustend.

Helder en rustig

~

In de extra’s heeft Caouette twee videoclips gemaakt bij liedjes die op de soundtrack staan. Ook hierin zien we fotocollages en beelden van zijn leven, geschoten met dezelfde non-professionele camera’s. Ook zijn er enkele uit de film weggelaten scènes te zien. En er staat, gelukkig, ook een audiocommentaar van regisseur Caouette op de dvd waarin hij zijn film op een sterke manier onderbouwt. Zo warrig en chaotisch als hij in zijn ego-document overkomt, zo helder en rustig is hij wanneer hij commentaar geeft. Het is haast niet voor te stellen dat hij op zo’n rustige wijze kan praten over een aantal vreselijke gebeurtenissen die we in de film hebben gezien.

Maar al met al is Tarnation eerder een interessant verwerkingproces met een eerlijk commentaar van de patiënt, dan een geslaagde film of een goede documentaire. Daarvoor komt het geheel uiteindelijk te expres-kitscherig en nep-artistiek over.

Boeken / Achtergrond
special: Een interview met Vrouwkje Tuinman over 'Grote acht'

Cirkelen rond een kern

.

~

In Grote acht krijgt de lezer in korte hoofdstukken vanuit het perspectief van de hoofdpersoon een inkijk in haar leven. Het meisje kent een problematische jeugd; haar ouders zijn gescheiden en haar vader is een moeilijke man. Elk weekeinde gaat ze naar hem toe, trotseert ze de viezigheid en zijn vreemde aanvallen. Mensen denken vaak dat haar vader haar opa is, want hij is een stuk ouder. Bovendien is hij niet helemaal gezond. Het meisje wordt heen en weer geslingerd tussen de loyaliteit die ze voelt voor haar vader en zijn afwijkende gedrag. Tuinman bundelt in deze roman enkele korte verhalen die eerder in tijdschriften verschenen: “Ik dacht eerst aan een verhalenbundel met een bepaalde samenhang, maar na een paar stukken leek het me toch interessanter om er een roman van te maken. De rode draad bleek dikker te zijn dan ik had verwacht.”

Poëzie versus proza

In poëtische en gecomprimeerde taal beschrijft Tuinman het binnenleven van de hoofdpersoon. Haar worsteling om een goede dochter te zijn voor haar vader die af en toe het kind lijkt, speelt daarbij een grote rol. De roman is fragmentarisch opgebouwd. Zo wordt het verhaal niet chronologisch verteld en verraden korte stukjes tekst tussen de hoofdstukken belangrijke gebeurtenissen. In die zin lijkt de roman op een groot gedicht. Tuinman beaamt dat. “Ik vind zelf het verschil tussen een gedicht en een roman niet zo vreselijk groot. Bij proza kijkt iedereen naar het verhaal, terwijl bij poëzie meer naar de taal wordt gekeken. Maar in mijn dichtbundel zit ook zeker een grote lijn en was ik net zolang bezig met schaven. Proza heeft gewoon een andere adem, en bij het schrijven van een gedicht ben je erg met de klank bezig, bij proza iets minder.”

Dat de structuur van Grote acht niet lineair of chronologisch is, houdt ook verband met de titel en het thema van de roman. “Ik wilde het boek eerst Twaalf noemen omdat ik twaalf de centrale leeftijd van de hoofdpersoon vind, maar dat kon niet omdat er een ander boek was uitgekomen met als titel 12. Het werd toen Grote acht, omdat de term verwijst naar een figuur in de paardendressuur en het daarbij als metafoor kan dienen voor het cirkelen om een bepaalde kern. Zo laat ik in mijn boek ook verschillende invalshoeken zien, maar je kunt je afvragen in hoeverre die informatie objectief is. Dit cirkelen gebeurt op zijn beurt ook op het niveau van de structuur of vorm. De titel verwijst dus níet naar de G8, de acht grootste landen op industrieel gebied.”

Autobiografie

Tuinmans beschrijvingen van het gevoelsleven van het meisje zijn soms zo beklemmend realistisch dat de vraag rijst in hoeverre de auteur over haar eigen ervaringen schrijft. “Het is allebei waar,” legt Tuinman uit, “het is wel en niet autobiografisch. Het grappige is dat me dat nu veel meer wordt gevraagd dan bij mijn bundel, terwijl voor beide boeken geldt dat de basislijn – in dit geval het meisje zijn, en een vader hebben die doodging toen ik nog niet zo oud was – waar is. Ik kies gewoon uitgangspunten die dicht bij mij liggen. Ik ga niet schrijven vanuit het perspectief van een jongetje dat in de judowereld zit, want ik weet niet hoe het is om een jongetje te zijn en ik weet niet hoe het is om judoka te zijn. Misschien dat mijn schrijven zich op den duur ontwikkelt, dat weet je niet, maar voorlopig kies ik onderwerpen die bekend zijn. Er komen dus stukken voor in Grote acht die echt waar zijn, en er komen heel veel dingen in voor die ik verzonnen heb. Dat laatste was trouwens ook het leukste om te doen.”

Tirannie

De achterflap vermeldt dat “de hoofdpersoon getekend is door tirannie”. Tuinman zelf zegt hierover: “Voor mij gaat het inderdaad heel erg over tirannie: met als medium angst ingeperkt worden, en de verschuiving die voortdurend optreedt tussen dat het daadwerkelijk gebeurt (de hoofdpersoon wordt geterroriseerd door haar vader) en de terreur die ze zichzelf oplegt. In die zin is het voor de hoofdpersoon een veilig patroon geworden. Die verschuiving vond ik interessant. Dit heeft ook zijdelings te maken met een ander thema, namelijk dat van de verwisseling van de ouder-kind rol. Zo lijkt het meisje de verzorger van de vader, ze is voortdurend bezig met zijn gemoedstoestand. Het boek gaat trouwens ook over verschillende manieren om eenzaamheid te beleven.”

~

Een enkele werkelijkheid

In de roman sluimeren een hoop dingen, sommige onderwerpen worden vluchtig aangeroerd. Op deze manier laat Tuinman de ruimte voor interpretatie grotendeels bij de lezer. Heftige onderwerpen zoals incest en ziekte worden subtiel in het verhaal geplaatst, zij worden nergens expliciet en staan in dienst van de grote thema’s. Het draait allemaal om het meisje en haar vader, het is de beschrijving van één werkelijkheid. Dit maakt het verhaal als een luchtbel waarin de tijd stilstaat. Als ik Tuinman hiernaar vraag, antwoordt ze: “Je mag aannemen dat er nog meer gebeurt in het leven van het meisje, ze gaat naar school bijvoorbeeld, maar hier krijgt de lezer niets van mee. Ze is gewoon niet in staat die andere werkelijkheid te beleven.”

Hoewel de lezer het meisje volgt gedurende meerdere jaren, lijkt haar verdriet geen ontwikkeling door te maken. Ze lijkt verstrikt in een vacuüm, waarin geen oplossingen te vinden zijn. Voor Tuinman maakt dit deel uit van het in leven houden van de terreur. “De hoofdpersoon houdt de terreur vrij hardnekkig in stand. Ik zou het zelf niet realistisch vinden als er in het bestek van dit boek een oplossing voor was gekomen. De worsteling wordt wel steeds groter.” De stijl van het boek draagt bij aan dit vacuüm, ze lijkt hetzelfde of de hoofdpersoon nu acht is of zestien. Volgens Tuinman is juist dit statische aspect interessant. “De hoofdpersoon is destructief bezig, het heeft ook te maken met de vraag: wat is slachtofferschap? Ik vind dit boeiender dan een gigantische groei.”

Een climax of catharsis blijft dan ook in feite uit. Er zitten wel kleine aanwijzingen verstopt in de tekst over de toekomst. Als doorbraak zou de lezer hoogstens de begrafenisscène kunnen opvatten die tot slot is geplaatst. Tuinman zegt hierover: “Op het laatst lukt het de hoofdpersoon deze scène te concretiseren. In die zin zit er dus wel een bepaalde ontwikkeling in.”

Less is more

Het boek is niet heel dik. Tuinman zegt zelf: “Ik ben erg van het compact schrijven, op zins-, alinea- en boekniveau. Ik vind dat er genoeg inzit, als ik het had uitgebreid, was het gewoon meer van hetzelfde geweest en had ik teveel ingekleurd. Het zet mensen nu aan het denken omdat er ruimte is voor interpretatie en dat vind ik een waardevol proces.”

Grote acht is geschreven met de precisie van een dichteres, wat prachtige compacte en beeldende zinnen oplevert. Het is een kleine roman. Tuinman is consequent in haar stijl en in het creëren van een bepaalde sfeer. In Grote acht is die sfeer treurig, voor oppervlakkige lezers is deze roman wellicht te zwaarmoedig en te weinig transparant. “Dan maar geen bestseller,” aldus de auteur en ik kan haar alleen maar gelijk geven. In de zee van debuutromans die het publiek jaarlijks overstroomt, is Grote acht een perfect gevormde druppel, voor degene die goed zoekt.

Vrouwkje Tuinman • Grote acht • Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar • prijs: €14,50 (Paperback) • 144 bladzijden • ISBN: 90 388 7436 7

Muziek / Album

No risk, no gain

recensie: James Blunt - Back to Bedlam

Tijdens het beluisteren van het album zat ik bijna twee uur per dag in de trein en had ik ook nog eens een gebroken hart. Een moment leek het er op dat ik zelfs wat van de Britse James Blunt ging houden. Maar bij nader inzien bleek het niet meer dan de dankbaarheid van een mishandeld hondje dat de regen voor een aai aanziet.

~

Back To Bedlam past dan ook beter bij regen dan bij zonnige dagen en dat is een positief punt van James Blunts debuutalbum, vind ik dan. Al weten de meeste nummers de aandacht niet vast te houden (het zijn geen dolksteek-in-hart-nummers), sommigen blijven toch in je hoofd hangen. Zoals bij Billy, So Long, Jimmy, het op de radio compleet stukgedraaide You’re Beautiful en het door Linda Perry geproduceerde No Bravery. In die nummers geeft zijn stem het geheel een beetje een edge en worden er verder geen risico’s genomen.

Weinig wol?

Het bleef me opvallen dat Blunt’s teksten soms op een kromme manier in elkaar grijpen. Wat te denken van: And if you want to talk about it anymore, lie here on the floor and cry on my shoulder (Cry). Is dat niet iets met tang en varken? Het klinkt allemaal erg poëtisch, maar het zegt natuurlijk helemaal niets. Ook speelt Blunt soms vals door in zijn teksten overbodige woorden te proppen omdat anders het metrum niet klopt. Bijvoorbeeld in Tears And Rain: It’s more than just words: it’s just tears and rain.

Subtiliteit troef

De plaat an sich draait op de opbouw van het album. Door die opbouw vertelt Blunt een verhaal en dat doet hij goed. Ook de productie van het album is mooi (al neigt het soms wat naar het overgeproduceerde), met hier en daar subtiele strijkers en fantastische toetsen-arrangementen. De Wurlitzer, Hammond en de Rhodes zijn een lust voor het oor. Ook met de orgelsolo van The Doors’ Riders On A Storm in So Long, Jimmy, komt Blunt weg. Helaas komen de gitaarriffs in veel intro’s me wel weer erg bekend voor.

Elevator Music

James Blunt is een zanger waarbij alles in het pakket zit. Toegankelijke kop, toegankelijke woorden en toegankelijke melodieën. Zijn raspende stem is weer eens een prettige afwisseling op het gangbare. Dus mocht u een eetcafé of lift in een middelgrote stad bezitten, dan zult u zich aan deze plaat zeker geen buil vallen. Aan deze rustig kabbelende singer-songwriter-rock zal niemand aanstoot nemen.

Film / Films

Dood aan de communisten!

recensie: Pickup on South Street

We schrijven 1953. De Verenigde Staten zijn in de ban van de verhoren van het House of Un-American Activities Committee, een door de overheid ingestelde onderzoekscommissie die mensen met (vermeende) communistische sympathieën aan strenge ondervragingen onderwerpt. Ook Hollywood blijft deze heisa niet bespaard. Een prominente groep regisseurs en acteurs steunde namelijk openlijk of in het geheim het communisme, en dit had veel onrust in de filmwereld tot gevolg. Communistisch-gezinden werden bedreigd (Gale Sondergaard), gedwongen om namen van andere sympathisanten te noemen (Elia Kazan) of werden geboycot door de rest van Hollywood (Kirk Douglas). In deze gespannen politieke arena verscheen de anticommunistische film Pickup on South Street van regisseur Sam Fuller.

~

De mooie, jonge Candy wordt, zonder dat ze het zelf weet, door een groep communistische Amerikanen ingezet om documenten te smokkelen. Wanneer ze het slachtoffer wordt van zakenroller Skip McCoy (die alleen op wat geld uit was) zijn de poppen aan het dansen. Zowel Candy, de communisten, Skip, de politie en een tipgeefster die door alle betrokken partijen benaderd wordt, jagen achter elkaar en achter grote sommen geld en geheime microfilmpjes aan.

Angstaanjager

Pickup on South Street werd duidelijk gemaakt om de communisten neer te zetten als de slechteriken. En dat is gelukt, de rooien komen er beroerd vanaf. Ook al komen ze in het begin over als normale Amerikanen, het blijken stuk voor stuk dieven, verraders en moordenaars te zijn. Tegen het einde van de film hebben ze zulke gruweldaden op hun naam staan en trekken ze zulke boeventronies dat de kijker geen greintje sympathie meer voor hen kan opbrengen. De boodschap moge duidelijk zijn: vertrouw niemand, iedereen kan een rooie zijn. Een perfecte angstaanjager deze film, precies zoals de toenmalige Republikeinse regering Eisenhower dat graag zag. Pickup on South Street moet dan ook meer gezien worden als propagandafilm dan als een speelfilm. Hoe vaak zie je niet dat een regering burgers angst aan probeert te praten door een vijand annex zondebok naar voren te schuiven? Hitler had de Joden, de rechtse Amerikaanse regering gebruikte lange tijd de communisten en tegenwoordig lijkt het er op dat rechtse regeringen de Islam zwart maken. En dat allemaal om de onderdanen te laten geloven in een sterke overheid, die desnoods wetten breekt om de burgers te kunnen beschermen…

Spanning

Pickup on South Street is niet veel beter dan vele andere politiethrillers of film-noirs uit de jaren na de Tweede Wereldoorlog maar is wel bijzonder interessant in verband met de politiek-maatschappelijke verhoudingen van die periode. Je proeft de spanning, de druk van een of andere studiobons die de rechtse regering te vriend wil houden, die zijn of haar rol in dit politieke hoofdstuk wil spelen. Het enige dat er op filminhoudelijk gebied echt uitspringt, is Thelma Ritter, die de rol van Moe de tipgeefster fantastisch speelt. Ritter speelt voor die tijd opvallend naturel, ontroerend breekbaar en erg overtuigend. Ook dat maakt de film de moeite waard.

Boeken / Fictie

Levend onder de levenden

recensie: Lloyd Hafts nieuwe bundel

Twee vaderlanden heeft de dichter Lloyd Haft: de Verenigde Staten, waar hij geboren is, en ons eigen Nederland. Beide komen aan bod in zijn nieuwe, tweetalige bundel. Formosa doet daarin dienst als rode draad.

Haft is sinoloog en getrouwd met een vrouw uit Taiwan, het eiland dat voorheen bekend stond als Formosa, wat blijkens het nawoord ‘mooi’ of ‘de schone’ betekent. Het speelt een leidende rol in zijn nieuwe, gelijknamige bundel. Daarachter zingt echter het eeuwige thema mee van de taal als ontoereikend instrument voor het vormgeven van de relatie die wij onderhouden met de wereld om ons heen. Een wereld die zich meedeelt via onze zintuigen en hersens, en de vorm krijgt van emoties, symbolen en andere diepe gevoelens, waaraan weer op poëtische wijze uitdrukking wordt gegeven.

Linguïstische dichotomie

~

Een meer dan gemiddelde belangstelling voor taal ligt bij een tweetalige schrijver als Haft voor de hand, maar het is de manier waarop hij daarmee omgaat die het voor de lezer interessant kan maken. De vorm die hij voor Formosa koos is daarbij op zich niet nieuw. Tweetalige uitgaven kennen we al uit de vertaalpraktijk, als een soort halfbakken maar onvermijdelijk compromis. Zeker bij poëzie is het voor een vertaler lastig kiezen tussen enerzijds de Nabokoviaanse aanpak van letterlijk vertalen, en anderzijds een meevoelen met de dichter waar de oorspronkelijke inhoud dan weer het slachtoffer van wordt, zoals we onlangs nog mochten meemaken bij de nieuwe vertaling van Leaves Of Grass. De originele tekst biedt dan in ieder geval nog de mogelijkheid om nog enigszins iets mee te krijgen van het oorspronkelijke gevoel, al blijft dat voor de meeste lezers in het geval van Russisch of Grieks ook niet meer dan een illusie.

Voor Haft daarentegen is een linguïstische dichotomie geen obstakel, hij gebruikt die juist als stijlmiddel. De gedichten in Formosa zijn niet onderverdeeld in originelen en vertalingen, maar in twee verschillende benaderingen van hetzelfde onderwerp. Die lijken in een enkel geval wel wat op elkaar, maar gaan minstens net zo vaak hun eigen weg.

Subtiel

De verschillen zijn soms zeer subtiel, niet meer dan nauw waarneembare nuances, maar juist daardoor is hun effect des te groter. Haft maakt zo inzichtelijk hoe secuur poëzie moet zijn, en laat tegelijk zien dat gedichten nooit verder komen dan tastende benaderingen, op weg naar de grenzen van het zegbare. Het wezen raken zij nooit, dat blijft verscholen in de suggestie. Dat gaat des te meer op waar de verschillende versies meer van elkaar afwijken. Haft hanteert daarbij een glijdende schaal, denkt dingen in het Engels die hij in het Nederlands zegt, en laat gedichten in enkele gevallen functioneel hun eigen weg gaan.

Paradoxaal genoeg zijn het juist de verschillen die de bundel zijn hechtheid geven, alsof de bezongen stof – veel rotsen en water, als vertegenwoordigers van twee principes die we in de Aziatische kunst vaker tegenkomen – des te hechter aaneengesmeed wordt, omsingeld door zorgvuldig gekozen woorden.

Daarbij springt de dichter over zijn eigen grenzen heen, in twee reeksen geïnspireerd op twee moderne Chinese schilders, die net als Haft zelf op zoek gingen naar de essentie van alle ervaring. Dan hebben we het over schoonheid die zelf de waarheid is, zodat het vanzelf weer zeer aards wordt, op een kalme en bedachtzame wijze.

Boeken / Fictie

Een gestoorde baron met een enorme penis

recensie: Chicklit over meisjes van vijftig

Een decadente trien, een dromerige weduwe en een balorige tiener. Dit gezelschap laat Sjuul Deckwitz in haar derde roman Onfortuinlijke meisjes een reisje naar Frankrijk maken. De verwende en egocentrische Victorine Griffeyn wordt op 49-jarige leeftijd door haar man Alfred verlaten. Ze wil tot zichzelf komen in het huis van wijlen haar moeder in het Franse Pargadin, en staat erop dat haar vriendin Lexia meegaat.

Road trip

Vic was ooit kunstenares en maakte furore met haar ‘hondenbeelden’, voornamelijk bestemd voor haar vriendinnen die een Ford-middenklasser ‘zo’n werkersauto, weetjewel’ noemen. Pupgroups maakt Vic allang niet meer, ze beperkt zich tot het aflopen van borrels en roddelen met haar ‘chique’ vriendinnen. Nu Alfred bij haar weg is doet ze een beroep op haar goede, oude vriendin Lexia, die eigenlijk niet op een zeurende Vic zit te wachten. En al helemaal niet op Vics balorige puberdochter Rosa, die ook meerijdt. Toch zegt ze ja.
De reis loopt uit op een totaal fiasco. Onderweg komen de dames Uco van Molenzweck de Slichte tegen, die Lexia en Vic nog kennen van vroeger. De excentrieke baron heeft nooit echt bij hun vriendenkring gehoord, maar werd geaccepteerd uit mededogen. Van Molenzweck straalde een bepaalde hulpeloosheid uit waardoor hij toch steeds weer op de borrel werd gevraagd. Hij heeft altijd al een diepe liefde voor Lexia gekoesterd en nu zij in Frankrijk op zijn pad komt, is hij vastbesloten haar voor zich te winnen. En wel tot elke prijs.

Wedgwood-AH-puntenservies

~

Deze Uco Van Molenzweck de Slichte wordt gehinderd door een buitengewoon onaangenaam lichamelijk ongemak: een penis van enorme afmetingen. Wanneer Vic ‘per ongeluk’ met hem in bed belandt, moet zij dan ook naar het ziekenhuis om de aangerichte schade te laten hechten.
Die penis is één van de details waarmee Deckwitz haar eigen Onfortuinlijke meisjes belachelijk maakt. Een horrelvoet of een bochel, nou vooruit. Maar een penis die door Lexia met een brandslang wordt vergeleken, geeft het verhaal iets potsierlijks.
Zo zijn er meer wendingen, namen en zinssneden die het verhaal een vreemde bijsmaak geven, in plaats van dat ze het door hun ongewoonheid interessanter maken. De idote naam van de baron bijvoorbeeld, of de beschrijvingen van Lexia’s dromerige karakter: “Lexia kon intens in de ban raken van het werk en de persoonlijkheid van schrijvers, schilders, filmers en componisten, levend dan wel dood – alsook van Romeinse Keizers.” En Lexia gaat dan niet voor een simpele Mozart of Fellini, nee, dat is toch minstens een Publius Aelius Hadrianus. Soortgelijke details en beschrijvingen komen zo vaak voor, dat ze irritatie gaan opwekken. Zo doet Deckwitz’ beschrijving van een verslagen Vic, net als de penis van Van Molenzweck, de wenkbrauwen weer even fronsen:

Vic, in elkaar gedoken in de grote fauteuil, wilde wel thee. Een geslagen vrouw. Maar plotseling hees ze zich overeind, pakte een kussen van de vloer en klemde het tegen haar buik. Lexia kende dit kussengebruik uit Amerikaanse sitcoms, waar het vele karakters tot troost was wanner het leven niet meeviel.

Kussengebruik uit Amerikaanse sitcoms? Gelukkig weet Lexia wat ze er mee aanmoet. Ze zet voor Vic een lekker kopje thee “in de pot van het Wedgwood-AH-puntenservies”.
Naast dit soort bevreemdende stukken bevat Onfortuinlijke meisjes echter ook een aantal mooie details. Zo laat Deckwitz via subtiele vingerwijzingen zien dat Lexia eigenlijk meer op heeft met Rosa en Alfred dan Vic. Op doorreis wil Rosa niet met haar moeder in het tweepersoonsbed maar met haar ’tante Lexi’. Alfred gaf Lexia ooit een kostbaar zilveren doosje met agaatjes voor de pilletjes tegen haar hartkwaal. Voor deze kwaal, een wispelturig hart, heeft Deckwitz een prachtige term verzonnen: Lexia’s ‘fladderhart’.

Chicklit

Op de flaptekst wordt Onfortuinlijke meisjes een road movie genoemd. Het boek heeft eigenlijk meer weg van chicklit, maar dan niet over shoppende twintigers of wanhopige dertigers. Onfortuinlijke meisjes gaat over meisjes van vijftig en hun wereld. Over een mislukt huwelijk, een teleurgestelde baron en een weduwe die alles maar over zich heen laat komen. Gegevens die tot een boeiende roman hadden kunnen leiden. Maar Onfortuinlijke meisjes is bovenal een ‘gewoon verhaal’, en weinig meer dan dat.

Boeken / Achtergrond
special: 2. Passionate Magazine

Tijdschriften over literatuur

De komende maanden kun je bij 8WEEKLY een serie artikelen verwachten waarin een dwarsdoorsnede wordt gegeven van de Nederlandstalige tijdschriften over literatuur. Vandaag nummer twee: Passionate Magazine.

Voor een literair tijdschrift ziet Passionate Magazine er opvallend glossy uit: grote foto’s, veel full colour en een ‘snelle’ pagina-indeling. Het is weer eens iets anders dan gedichten op wat dikker, crèmekleurig papier dat de geur van lijm en bomen draagt. De bladzijden zijn glad, de foto’s zogezegd groot en de poëzie wordt op een blok van gele stippeltjes afgedrukt. Voor de lezer die blijft geloven in de link tussen boeken en stoffigheid, zou dit frisse uiterlijk een schamele inhoud kunnen verbloemen.

Passionate Magazine is een uitgave van Passionate, dat zichzelf presenteert als een organisatie voor de ‘nieuwe letteren’. Passionate richt zich niet alleen op ontwikkelingen in geschreven literatuur (proza), maar ook op poëzie en nieuwe media – kortom op de snelheid waarmee de hedendaagse literatuur verandert. De organisatie, die opgericht is in 1995, houdt zich onder andere bezig met de organisatie van de Kunstbende, Write Now! en GDMW, Festival voor de nieuwe letteren.

Van klein en kleurloos naar groter en full colour

~

Passionate Magazine werd echter al in 1993 opgericht. Waar het voorheen een “klein, kleurloos, doch inhoudelijk interessant blaadje” was, zoals een brievenschrijver het in Passionate Magazine verwoordde, kan het magazine nu met recht glossy worden genoemd. Een grote foto van een schrijver siert de cover, het blad is gedrukt op mooi glad papier en naast inhoudelijke artikelen kent het tijdschrift veel kleurenfoto’s of andere kleuraccenten. Deze huidige lay-out dateert van 2004.

Een gemiddeld nummer van Passionate Magazine, dat elke twee maanden verschijnt, kent eenzelfde opbouw: verschillende verhalen en gedichten van bekende en onbekende auteurs worden afgewisseld met een groot interview met een schrijver of dichter, en met verscheidene essays. Daarnaast is er een aantal vaste rubrieken, zoals recensies van proza en poëzie, verschillende columns en de rubriek Waar is onze verslaggever?.

Ellis

De meeste nummers lijken niet over één bepaald thema te gaan, al sluiten verschillende artikelen in een tijdschrift wel op elkaar aan. In de meest recente jaargang valt op dat er veel aandacht is voor grote namen. Het nummer van maart/april 2005 is gewijd aan de Amerikaanse cultschrijver Bret Easton Ellis. Zo is er een voorpublicatie van zijn in september verschenen roman Lunar Park, worden verfilmingen van zijn romans besproken en zijn er enkele achtergrondartikelen te vinden die inzicht geven in zijn werk, zoals een artikel over de onmenselijkheid in het oeuvre van Ellis.

~

Deze meer serieuze stukken worden opgeleukt met een anekdote van Herman Brusselmans over zijn gesigneerde exemplaar van The informers van Ellis. De vaste rubriek 7 vragen aan… wordt nu ingevuld met antwoorden van Patrick Bateman, hoofdpersonage uit American Psycho. Minder geslaagd is de plaatsing van het verhaal Helium, waarin Laurens Abbink Spaink à la Ellis een gebeurtenis uit het leven van een rijke leeghoofd beschrijft. Het verhaal mag door enkele overeenkomsten met Ellis’ oeuvre dan schijnbaar in dit nummer passen, als mogelijke vergelijking met Ellis’ werk komt Helium zeker niet als beste kandidaat uit de bus. De publicatie lijkt daardoor een soort zwakke poging tot overreding: “Wij hebben in Nederland ook auteurs die schrijven als Ellis.”

Amerikaans proza

Deze uitgebreide aandacht voor Ellis is niet bijzonder opvallend: in meerdere nummers van Passionate Magazine nemen Amerikaanse auteurs een belangrijke plaats in. In het nummer van september/oktober 2005 wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan Brooklyn dwaasheid, de nieuwe roman van Paul Auster, en wordt er een aantal verhalen van een andere Amerikaanse auteur gepubliceerd.

De aandacht voor Amerikaanse literatuur is dus groot. Maar om nu te zeggen dat Passionate Magazine wat betreft het proza voornamelijk gericht is op het buitenland, is een wat al te boude stelling. Er worden namelijk verschillende verhalen van jonge, onbekende Nederlandse schrijvers gepubliceerd en het zomernummer van 2005 bevat een groot interview met Esther Gerritsen.

Wordslam

De poëzie in Passionate Magazine komt wel uitsluitend van Nederlandse bodem. In elk nummer wordt van enkele dichters werk gepubliceerd. Dit gaat meestal om een klein aantal gedichten. Opvallend is dat het vaak werk is van dichters die hun sporen hebben verdiend op het podium: op wordslams, of op poëziefestivals. Dat er een leven ná de wordslams is, ontsnapt echter niet aan de aandacht van de redactie en daarom worden in het september/oktobernummer twee wordslammers geïnterviewd die net een bundel hebben gepubliceerd. De keuze voor verhalen lijkt vaak ingegeven te zijn door een voorliefde voor een licht absurdisme, zoals de vertaalde verhalen van D. Harlan Wilson. Voor de verhalen geldt duidelijk: ‘schrijven is schrappen’, want wollig taalgebruik ontbreekt volledig.

~

Kritische blik?

Wat me opvalt in de artikelen in Passionate Magazine is het hoge informatiegehalte en de beperkte kritische blik. Een interview met Tom Lanoye geeft een interessant inzicht in zijn manier van werken en zijn ideeën, maar mist een kritisch tegenwicht. De interviews zijn geen weergave van interessante gesprekken, waarin schrijver en interviewer elkaar uitdagen, maar eerder kalme verslagen van een uitwisseling van informatie. Dat is jammer, zeker als er met een uitgesproken geëngageerd auteur als Lanoye gesproken wordt.

Dit is het grootste minpunt aan dit tijdschrift. Verder is er inhoudelijk weinig op Passionate Magazine aan te merken. De verdeling tussen nieuw werk en interviews met bekende schrijvers is namelijk goed, en er is ook genoeg ruimte voor essays over actuele zaken in de literaire wereld. Door de strakke vormgeving en vele kleurenfoto’s kan Passionate Magazine een glossy tijdschrift genoemd worden, misschien een blad voor jonge mensen, of mensen die zich jong voelen – het is zeker geen inhoudsloos tijdschrift.

Passionate Magazine. Tweemaandelijks tijdschrift:
– Losse nummers: € 4,95

– Abonnement: € 25 per jaar / € 14,25 per half jaar (studenten / CJP / R’dam-pas € 18,75)
– ISSN 1385-0013
Verkrijgbaar in de betere boekhandel.
Contact: passionatemagazine@passionate.nl / 010-2762626 (bestellen losse nummers)

Zie ook in deze reeks: 1. Het Trage Vuur, 3. Tzum, 4. De Revisor, 5. Armada, 6. Bunker Hill, 7. Raster, 8. De Gids, 9. Hollands maandblad, 10. Hard gras, 11. Parmentier, 12. Deus ex Machina, 13. Het liegend konijn, 14. Lava en 15. Yang.

8WEEKLY

Allemaal naar Rotterdam

Artikel: Literatuur, muziek en theater op het GDMW Festival

Waar literatuur is, is 8WEEKLY en daarom reisden twee razende literatuurreporters en een muziekreporter in het weekend van 30 september af naar het Geen Daden Maar Woorden Festival in Rotterdam. Vrijdag en zaterdag kon jong, hip, in literatuur, theater en muziek geïnteresseerd Nederland niet alleen nieuw talent spotten, maar ook genieten van gevestigde namen.

De nieuwe letteren

Het GDMW Festival werd dit jaar voor de negende keer georganiseerd door Passionate, dat zichzelf de ‘organisatie voor de nieuwe letteren’ noemt, in de traditie van De Nieuwe Stijl. In de persmap lezen we: “De nieuwe letteren verwijzen naar een literaire opvatting die ontleend is aan de moderne stadscultuur, waarin het draait om snelheid, multimedia, rauwheid en een zakelijke aanpak.” Al bij binnenkomst kun je niet om de multimedia heen: in de hal loop je meteen tegen een DJ/VJ opstelling aan. Hier lieten de WoordDansers en DJ Evol D. featuring Rudy can’t fail hun kunsten zien en horen. Helaas hebben wij door het snelle tempo waarin het programma gepresenteerd werd, de activiteiten in de hal slechts vanuit onze ooghoeken meegemaakt: ons haastend van de grote zaal naar de kleine, en vice versa.

De vrijdag

Gummbah
Gummbah

Nieuwe schrijvers?

We hebben veel nieuwe schrijvers leren kennen, niet in de laatste plaats dankzij Gummbah. De schrijvers die hij aan het publiek voorstelde zijn weliswaar niet terug te vinden op het programma van enig literair festival en ook niet in de plaatselijke boekhandel, maar hebben zeker eeuwigheidswaarde. Zo las hij voor uit de net niet gepubliceerde brievenbundel Beste homo’s van het waardetransport van Geurt Meurs en droeg hij gedichten voor uit Het vuur der berusting van Rinus Aalvlecht. Terwijl sommige mensen hun schoenen uittrokken en het zich gemakkelijk maakten, vonden anderen dit het juiste moment om een dutje te doen, blijkbaar geen acht slaand op het aforisme “het leven is een must!”

Ernest van der Kwast
Ernest van der Kwast

Iemand anders die vanuit eenzelfde innerlijke noodzaak schrijft en wiens werk wel in de boekwinkel te vinden is, is de jonge schrijver Ernest van der Kwast. Op de vraag naar zijn drijfveren antwoordde hij: “Liefde, Dood, Verveling. De bekende thema’s.” In de kleine zaal droeg hij vol vuur voor uit Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken en het dit jaar verschenen Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen. Het was, zoals wel vaker in deze zaal, niet bijster druk, maar het aanwezige publiek luisterde aandachtig.
Echt muisstil was het bij K. Michel. Zijn poëzie dwingt dat ook wel af: het laat zich niet op het eerste gehoor begrijpen en vormt zo een mooie tegenhanger van de hapklare brokken van de momenteel zo populaire poetry slammers. Michels gedichten zijn zeer uiteenlopend en gaan van het ontstaan van de taal naar een sprookje met een motto van de Ramones.

Vrolijk muziektheater

Van heel andere aard was het volgende. ‘De Vrolijke Brigade (muziektheater)’ staat er in het programmaboekje. We zijn gek op cross-over kunst. Zou het een soort musical zijn? Ja en nee. Dit nieuwe project van de groep Coolhaven is satirisch theater, cabaret, schooltoneel, dans, spoken word en muziek ineen. Het duurt een tijdje voordat je door hebt waar het over gaat, als je de kinderlijke setting op het podium ziet. Het geheel wordt uitbundig geregisseerd door een gedreven vrouwspersoon. Een groep van ongeveer tien volwassen mannen draagt naïef in elkaar geflanste kostuums uit de verkleedkist. “Wij zijn de Vrolijke Brigade!” zingen ze in koor, en net even buiten de maat. Alles zit zó over the top knullig in elkaar, dat het na een poosje wel duidelijk wordt: dit onverwacht grappig stukje theater drijft de spot met links-idealistische kunstuitingen. Dus publiek, scandeer maar vrolijk mee: “Jouw strijd, onze strijd, SOLIDARITEIT!”

~

Scabreuze teksten

Andere schrijvers die in de kleine zaal optraden, waren Theo-Henk Streng, de winnaar van de door Passionate georganiseerde schrijfwedstrijd Write Now!, Sanneke van Hassel, Désanne van Brederode (die wij helaas niet hebben gezien), Miquel Bulnes en Peer Wittenbols. Van Hassel bracht een dagboekachtig verhaal over een zwangerschap, dat zij opdroeg aan alle jonge vaders in de zaal. De half-Spaanse Bulnes, schrijver van twee romans, las een kort verhaal over de Domtoren voor. Vooraf verontschuldigde hij zich nog voor zijn ‘Gooise r’, die inderdaad duidelijk aanwezig was. Een aangename verrassing was Wittenbols, die begon met een verhaal over drie alcoholisten. Wittenbols is toneelschrijver in Arnhem en moest vanwege de stroomstoring bij de NS per taxi naar het festival komen, waar hij lichtelijk buiten adem arriveerde. Hij eindigde met een “scabreuze vertelling in rijm en proza”, een uitermate grappige combinatie van romantisch taalgebruik, platte grappen en woordspelingen.

Uiteenlopende stijlen

Sole is een opmerkelijk muziekgezelschap op dit festival. De basis van het trio wordt gevormd door een soort alternatieve hiphop. De bebaarde zanger spuugt zijn woordenstroom uit over het publiek. Hij zal ongetwijfeld wel heel veel te melden te hebben, maar verstaan doe je het niet, vanwege de harde rockmuziek waarvan ze zich bedienen. Nou ja, harde rockmuziek… De drummer drumt vooral opzwepende jazzritmes en dat maakt Sole zo spannend. Op dit festival van woordenliefhebbers trekken ze echter maar weinig publiek. Mensen komen zo af en toe wel nieuwsgierig aanwandelen, maar velen verlaten weer met dichtgeknepen oren de zaal. De weinigen die dit wel kunnen waarderen voelen zich ook niet echt op hun plek met het drink- en rookverbod in de zaal.In de kleine zaal mag gelukkig wel gedronken worden en het is daar dan ook een stuk gezelliger. Zeker bij de zachte folkklanken van de Engelse groep Tunng, die een minder heftige overgang vormt op alle voorlezers in het festivalprogramma. De moderne hippies van Tunng zitten er mooi bij. Het centrale duo van het gezelschap, Mike Lindsay en Sam Genders, speelt akoestische gitaar. De rest van de band bestaat uit een kleine zangeres die haar zang af en toe afwisselt met melodica. Naast haar zit een percussionist achter een waslijntje met allerlei ‘alternatieve’ percussie, zoals een bos schelpen en een windorgel. En er is natuurlijk de man achter de knoppen die Tunng van zijn karakteristieke elektronische geluid en samples voorziet. De groep charmeert het publiek, ook al zingen ze over seriemoordenaars. De folksongs ruisen en knisperen vriendelijk voort, maar zijn wel van een grote schoonheid en vormen het muzikale hoogtepunt van de vrijdagavond.

Vlammende Vlaming als voorprogramma

In de grote zaal zagen we als laatste schrijver nog Tom Lanoye optreden. De rasperformer uit Vlaanderen begon met “een experiment”, een nog ongepubliceerd stuk waarin de waarde van Schopenhauer ‘besproken’ werd. Toen hij uit zijn Verzamelde Gedichten ging voordragen, kwam hij echt op dreef en door zijn theatrale presentatie was het podium al gauw te klein. De geplande twintig minuten bleken ruim te kort, zoals Lanoye zelf ook naderhand tegen ons zei: “Ik kwam net op gang.” Hij kreeg het publiek moeiteloos stil, ondanks dat een deel duidelijk zat te wachten op het optreden van The Fall. Het was dan ook niet de eerste keer dat Lanoye het voorprogramma van een band verzorgde, zo antwoordde hij op onze vraag.

The Fall was van de bands de grote headliner van het festival. De groep uit 1977 was al postpunk bij het ontstaan van de punk zelf. Het geluid van The Fall houdt het midden tussen sleazy garagerock uit de jaren ’60 en indie rockmuziek uit de jaren ’80 en ’90. Voorman Mark E. Smith is gespecialiseerd in het ontslaan van bandleden, maar ook in het inspireren van verschillende generaties nieuwe muzikanten. Inmiddels is hij een oud mannetje, maar de jaren hebben hem niet milder gemaakt. Aan de gezichten van zijn verse bandleden is te zien dat hij zijn reputatie als onuitstaanbaar nog niet heeft verlaten. Maar wat is er verder nog over van de legende? Weinig. De hits van weleer die worden gespeeld zijn krachtig en temperamentvol, maar ze worden op zo’n kille en uitgebluste manier gebracht dat het hele optreden volkomen wordt verstierd. Jammer, maar het handjevol trouwe fans van toen en van nu is kennelijk nog niet vergeten hoe het ooit was geweest. Het is dringen voor het podium. Maar de conclusie is duidelijk. Ooit had The Fall de hele wereld en nu hebben ze niets meer. Helaas gaat het vaak zo met veel ‘legendarische bands’ uit de jaren ’70 die het nog eens proberen.

De zaterdag

Teren op oude en nieuwe roem

Ook op de tweede dag van het GDMW Festival stonden veel schrijvers geprogrammeerd. Dat een grote naam niet noodzakelijk een grootse prestatie met zich meebrengt, bewees Kees van Kooten. Hij schotelde de stampvolle (grote) zaal een cursus ‘Knutselen met krantenkoppen’ voor, gevolgd door een niet al te sterk pleidooi voor een volledig transparante samenleving waarin niemand nog kleren draagt en dus ook geen bommen kan verbergen. Hij sloot af met een column die vorige week in de Humo stond. Hoewel het overgrote deel van het publiek het allemaal prima vond, kon niet iedereen het optreden waarderen. “Hij teert op zijn roem,” oordeelden twee Groningers die speciaal voor Meindert Talma waren afgereisd.
Deze Friese schrijver en zanger speelde met The Negroes in de kleine zaal waar hij het jaar ervoor had voorgelezen. Talma paart droogkomische songteksten aan diverse muziekstijlen. Zijn band kan rocken, maar weet ook ruimte te laten voor gevoel. Deze combinatie sloeg aan bij het publiek, dat voorzichtig begon te swingen.

Ozark Henry
Ozark Henry

Een andere band “met gevoel voor emotie” (aldus de aankondiging) was het Belgische Ozark Henry. Met hun sobere bezetting van twee toetsenisten en een zangeres maakten ze sfeervolle muziek en kregen ze een flink deel van de grote zaal vol.
Maar terug naar de literatuur. Die was vaak toch heel wat minder populair, getuige de leeglopende zaal bij Khalid Boudou, wiens optreden aansloot op Ozark Henry. Boudou, auteur van het recent – zeer succesvol – verfilmde Het schnitzelparadijs, las voor uit nieuw, dit najaar te verschijnen werk. Toen hij zijn presentatie wat multimediaal wilde maken door met muziek een dialoog uit de film voor te lezen, bleek de techniek dat niet aan te kunnen.

Khalid Boudou
Khalid Boudou

Boekenlijstboeken en meer


In de kleine zaal was ondertussen voormalig diplomaat Richard Osinga aan het voorlezen uit zijn nieuwe roman, waarin een Afrikaanse jongen naar Nederland komt omdat hij voor Ajax wil voetballen. Zo bekijkt de lezer zijn eigen land door de ogen van een buitenstaander. Osinga las op een aangename, zeer rustige manier voor. Heel anders ging het er aan toe bij de voormalige Poetryslam-finalisten Sander Koolwijk en Peter M. van der Linden. Zeker niet minder aangenaam, maar wel beduidend minder rustig. Hoewel zeer verschillend van stijl brachten ze allebei poëzie die op het eerste gehoor tamelijk goed te begrijpen is en veel meer leunt op de presentatie.

Peter M. van der Linden
Peter M. van der Linden

Zeer laat op de avond konden we nog genieten van Tim Krabbé, die gepresenteerd werd als ‘schrijver van het ultieme boekenlijstboek’. Hij las onder andere een nooit gepubliceerd verhaal voor over een jonge aankomende schrijver die de tas met het manuscript van zijn eerste roman in de gracht laat vallen. De bij alle presentaties aanwezige achtergrondanimaties begonnen ons nu aardig op de zenuwen te werken, ook omdat ze helemaal niets met het verhaal van Krabbé te maken hadden.

Goede balans

Het is de organisatie van GDMW Festival 2005 gelukt een gevarieerde programmering neer te zetten. In literatuur geïnteresseerde bezoekers kunnen van schrijver naar schrijver, wat dan weer als nadeel heeft dat je de theaterpremières grotendeels aan je voorbij moet laten gaan. Er is een goede balans gevonden tussen ‘serieuze’ en wat meer luchtige acts. Het festivalgevoel is echt aanwezig en dat is een grote verdienste.