Muziek / Album

Af en toe iets meer peper graag!

recensie: Audiotransparant - Nevland

.

Het klinkt integer, melancholisch, desolaat, maar vooral mooi. Audiotransparent heeft de triestheid van een herfstachtige dag.” Oor sprak zelfs van het beste Nederlandse debuut van 2003. Het leverde Audiotransparent onder meer een plaats op in het voorprogramma van Under Byen en Tindersticks. Die laatste band vroeg ze hoogstpersoonlijk om ook in 013 het voorprogramma te verzorgen. Ze beschouwen het nog steeds als hun mijlpaal!

Doorgaans wordt hun sound omschreven als een mix van indie, americana en postrock. Muzikaal mag je dan denken aan bands als het zojuist genoemde Tindersticks, Low, Sparklehorse, Madrugada en Sigur Rós. Nog niet zo lang geleden verscheen van Audiotransparent het langverwachte tweede album Nevland. Naar aanleiding daarvan had 8WEEKLY onlangs een interview met toetsenist/ violist Andreas Willemse en gitarist Gijs van Veldhuizen. Uit dat gesprek bleek dat het opnameproces bepaald niet zonder slag of stoot was verlopen. Met als dieptepunt het vertrek van zanger Wouter Touw halverwege de opnames. Zoiets gaat je natuurlijk niet in de koude kleren zitten. Toch zijn ze er opmerkelijk nuchter onder. Wouter had bereikt wat hij wilde bereiken en gaf de voorkeur aan zijn studie. Dit was voor beide partijen de beste oplossing en daarmee was alles wel zo’n beetje gezegd.

Groeien

~

Op Nevland– de titel verwijst naar het Scandinavische woord ‘nev’(=nieuw) als ook naar FC Groningen spits Erik Nevland- is het basgitarist Bart Looman die de microfoon ter hand heeft genomen. Hier en daar klinkt het nog wat onwennig- Looman moet duidelijk nog groeien in zijn rol als zanger-, maar het moet gezegd; het gaat hem heel behoorlijk af! Zijn stemgeluid is iets dieper dan dat van Wouter, wiens vocalen vaak deden denken aan de Belgenpop van dEUS en Zita Swoon. Bart houdt de woorden langer vast – denk aan Radiohead zanger Thom Yorke. Daardoor is het contrast met de muziek minder aanwezig. De teksten zijn voornamelijk geinspireerd door zijn reizen door Scandinavie. Muzikaal is er verder weinig veranderd. Hoogstens vertoont Nevland iets meer country-invloeden. Ook dit keer kwam de productie weer voor rekening van Corno Zwetsloot.

Gewogen

Het zijn vooral Draw Yoursef a Tree– slepend en ingetogen; het heldere warme gitaargeluid doet denken aan Calexico; er had iets minder galm over de stem gemogen- , nachtclubkraker The Friday of our lives– met een magnifieke jazzy gastbijdrage van trompettist Jan Dekker-, This city will outlive us en het droefgeestige September Waltz die indruk maken. De tweede helft van het album is kwalitatief beduidend minder (Coldshore en The run in zijn te vrijblijvend om indruk te maken en Last years resolutions is te kaal- een tweede stem zou hier wonderen doen!). Her en der had het ook best iets uitbundiger gemogen. Spanningsopbouw zonder climax- karakteristiek postrockelement- kunnen we zeker waarderen, maar bij Audiotransparent lijkt het zo langzamerhand een gimmick te worden. Pas in afsluiter Fin -Calexico intro- haalt men echt alles uit de kast. Helaas staan de gitaren dan weer net iets te zacht. Zo’n climax moet dus oorverdovend mannen! (zie het Schotse Mogwai en het Japanse Mono)

Eindoordeel: beslist geen verkeerd album, maar naar mijn mening had er meer ingezeten! We zijn benieuwd hoe ze het er live vanaf gaan brengen.

Film / Films

Een nieuw en eigenzinnig dvd-label

recensie: REEL23: 1. The Atrocity Exhibition // 2. No Maps for these Territories // 3. Vergeef me // 4. Aike & Aine

Sinds enkele weken is Nederland een nieuw en experimenteel dvd-label rijker: het door de Filmfreak opgerichte Reel23 . Het is een label met een eigen stijl, een fijne neus voor interessante, onconventionele films en een geheel eigen visie. Aangezien de Nederlandstalige markt te klein is voor de unzeitgemasse films die Reel23 uit wil brengen, koos het label voor een Europese aanpak. De eerste vier dvd’s die Reel23 uitbrengt getuigen in elk geval van een gedurfde, maar ook veelbelovende aanpak.

~

Reel23 is geen gewoon dvd label. Terwijl de meeste labels zich volledig laten dicteren door winstmaximalisatie, brengt Reel23 zo goed als onverkoopbare dvd’s uit. Reel23 is een label met een visie. Het wil het schemergebied tussen feit en fictie verkennen en een podium vormen voor afwijkende en verontrustende opvattingen. Reel23 richt zich daarbij niet op de narratieve film, maar op de meer alternatieve film waarin een eigenzinnige visie wordt uitgedragen; hoe bizar, duister of verontrustend die visie ook mag zijn. De vier dvd’s die nu verschijnen, bevatten beelden, opvattingen en ideeën die niet iedereen zullen aanspreken, maar die wel eigengereid en interessant zijn.

Samenwerking met regisseurs

Reel23 heeft ondertussen zijn sporen reeds verdiend. Het label wist het bijvoorbeeld voor elkaar te krijgen dat J.G Ballard een intrigerend audiocommentaar insprak bij Weiss’ verfilming van zijn roman The Atrocity Exhibition. Een zeldzame gebeurtenis, aangezien Ballard dit twee keer eerder (bij de adaptaties van Cronenberg en Spielberg) weigerde. Daarnaast onderscheidt Reel23 zich van een gewoon label doordat de regisseurs nauw betrokken werden bij de totstandkoming van de dvd’s. Zo schreef elk van hen een ‘director’s statement‘ waarin uitgelegd wordt waarom en hoe de film tot stand is gekomen. Verder zijn er in samenwerking met de regisseurs een aantal interessante extra’s aan de dvd’s toegevoegd. Cyrus Frisch maakte bijvoorbeeld een epiloog bij zijn film Vergeef me. Het geheel vormt een unieke verzameling goedverzorgde dvd’s die in de collectie van de rechtgeaarde filmfanaat niet mogen ontbreken.

1. The Atrocity Exhibition

(Jonathan Weiss, 2000)

~

The Atrocity Exhibition van de Amerikaanse regisseur Jonathan Weiss is zo’n film die je alleen op obscure festivals en in bedompte videotheken tegenkomt. Met deze nieuwe dvd-release zal daar eindelijk verandering in komen. De film is gebaseerd op J.G Ballards The Atrocity Exhibition. Deze ongebruikelijke roman uit 1969 bestaat uit een grote hoeveelheid korte fragmenten die titels dragen als: Why I Want to Fuck Ronald Reagan. In zijn opmerkelijke debuutfilm weet Weiss de sfeer van het boek om te zetten in een ander medium zonder daarbij wezenlijke concessies te hoeven doen. J.G. Ballard was onder de indruk van Weiss’ prestatie en schreef hem in een fax: “I almost felt that I was reading the book as I watched the film.” Deze fax is in een onleesbaar miniatuurformaat opgenomen in het boekje bij de dvd, gelukkig kan hij echter ook op de website van Reel23 geraadpleegd worden.

Weiss’ The Atrocity Exhibition verteld in feite geen verhaal maar is (zoals de titel al zegt) een ’tentoonstelling van gruwelijkheden.’ Centraal in deze tentoonstelling staat Dr. T. (Victor Slezak) die, als we de voice-over aan het begin van deze film mogen geloven, zowel het onderwerp als de maker van deze film is. Dr. T. is bezig met verschillende verontrustende scenario’s waarin de alomtegenwoordige thematiek van de jaren zestig centraal staat: de dreiging van WOIII, de moord op JFK, de dood van Marilyn Monroe en de oorlog in Vietnam. Zoals we van een Ballard-adaptatie kunnen verwachten speelt perversie een belangrijke rol in deze scenario’s. Dr. T. verzamelt foto’s van de handen van Lee Harvy Oswald, sjouwt rond met twee onthoofde Christusbeelden en neemt een meisje van achteren terwijl ze een portret van Ronald Reagan voor haar gezicht houdt. Met een intrigerend beeldenbombardement weet Weiss een sfeer van angst en waanzin op te roepen. Hij maakt daarbij intensief gebruik van bestaand filmmateriaal, zoals atoomontploffingen, shots van Marilyn Monroe en de moord op JFK. Aan de dvd is van zowel Weiss als Ballard een audiocommentaar toegevoegd.

2. Vergeef me (Forgive Me)

(Cyrus Frisch, 2001)

~

Cyrus Frisch is een provocateur die zelfs wijlen Theo van Gogh doet verbleken. Hij tart voortdurend de verfijnde smaak en werd meer dan eens opgepakt (waarbij hij echter telkens vrijwel direct weer werd vrijgelaten). In een tijdperk waar provocatie nauwelijks nog mogelijk lijkt is het lot van de provocateur dat hij schouderophalend wordt genegeerd. Zo verging het Frisch ook. Toch is zijn film Vergeef me terecht opgenomen in de Reel23 reeks. In deze film zet Frisch op niet altijd even subtiele wijze vraagtekens bij de macht van filmmakers en televisie-epigonen. Frisch stelt zichzelf voor als Faust en wil zo de suggestie oproepen dat filmmakers hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Hij benadrukt dit nog eens ten overvloede door beelden uit Murnau’s Faust in zijn film te monteren. De kwestie die Frisch aan de orde stelt is relevant, maar de manier waarop hij dit probeert te doen is gevaarlijk en wellicht onverstandig.

De opzet van Frisch is om verder te gaan dan verdraaglijk en wenselijk is, om zo een vergrootglas te leggen op bestaande real life shows als die van Jerry Springer. Hij selecteerde daarvoor een vijftal persoonlijkheden die veelal zowel fysiek als psychisch kwetsbaar en labiel zijn. Hij manipuleert en vernedert hen in een film (Zonder titel, de voorloper van Vergeef me die ook in de uiteindelijke film verwerkt is) en een theaterproductie (Jesus/Lover) en confronteert hen vervolgens met de reacties erop. Hij vraagt dan bijvoorbeeld: “Wat vind je er nu van dat je als een gestoorde gek wordt afgeschilderd in de recensies?” Tegelijkertijd heeft hij ook de pers gemanipuleerd, zij werden met hun uitlatingen ongewild en onbewust onderdeel van Frisch’ complot. In de epiloog die speciaal aan deze dvd is toegevoegd, geeft een van deelnemers haar onomwonden mening over de film: “Het is goedkoop.” De vraag die dan ook blijft hangen na het zien van deze film is: waarin verschilt Vergeef me nu wezenlijk van andere real life producties? Is een film die in de titel reeds vergiffenis vraagt voor de schade die ermee wordt aangericht authentiek en waarachtig te noemen? Vergeef me laat je met een ongemakkelijk gevoel achter; je weet niet of je die Frisch nu naar de hel moet wensen of hem toch moet complimenteren.

3. No Maps for these Territories

(Mark Neale, 2000)

~

Liefhebbers van het werk van de Amerikaanse cyberpunkschrijver William Gibson kunnen hun hart ophalen aan No Maps for these Territories dat, zoals de Britse regisseur Mark Neale in een van de extra’s uitlegt, niet als een documentaire maar als de enige film over William Gibson beschouwd moet worden. Gibson is een van de meest vernieuwende en tevens invloedrijkste sciencefictionschrijvers, die in zijn grensverleggende roman Neuromancer het concept cyberspace introduceerde. Hij gaf slechts zeer zelden openhartige interviews en weigerde stelselmatig aan documentaires mee te werken. Na herhaalde pogingen van regisseur Neale liet Gibson zich uiteindelijk toch verleiden om mee te werken aan No Maps for These Territories, een combinatie tussen een road movie en een interview. Neale reed enkele weken met Gibson in een limousine rond waarin een aantal camera’s waren opgesteld. Een vrouwelijke, computerachtige stem stelt Gibson vragen die hij voor zijn doen uiterst openhartig beantwoordt. Zo gaat hij in op zijn behoefte om zichzelf te distantiëren van Neuromancer en geeft hij enkele beschouwingen over de toekomst ten beste. De film is doorspekt met andere interviews, zoals die met Bruce Sterling, en U2’s Bono en collega schrijver Jack Womack lezen voor uit Gibsons werk. Aan de dvd zijn enkele uitvoerige extra’s toegevoegd waarin onder andere het hoe en waarom van deze film wordt uitgelegd.

4. Aika & aine (Time & Matter)

(Mika Taanila, 1998-2005)

~

Aike & Aine is een compilatie van korte films en documentaires van de Finse duizendpoot Mika Taanila, die zich naast film ook met elektronische muziek, instrumentenbouw, robotica en computertechnologie bezighoudt. Op de dvd staan vijf filmpjes van zijn hand die allemaal iets te maken hebben met de combinatie tussen de voortschrijdende techniek en een toekomstig utopia. Taanila laat in zijn filmpjes zowel de dromen als de mislukkingen van de pioniers van de toekomst zien. In Futuro – A New Stance for Tomorrow wordt het verhaal verteld van de opkomst en ondergang van Futuro, een eivormig futuristisch plastic huis dat in 1968 ontworpen werd door de Finse architect Matti Suuronen. Taanila maakte over dit project een eigenzinnige documentaire waarin interviews en archiefbeelden elkaar afwisselen. Hij doet dit op zo’n manier dat je voortdurend twijfelt of het nu een echte of een fictieve documentaire is. Iets soortgelijks gebeurt in Robocup 99, een documentaire over het wereldkampioenschap voetbal voor robots. Taanila’s interesse in elektronische muziek is terug te vinden in maar liefst drie filmpjes, waarvan Optical sound wellicht de meest interessante is. In dit filmpje van niet meer dan tien minuten wordt de Symphony #2 for Dot Matrix Printers van [The User] van beelden voorzien. Het is bovendien van een interessant audiocommentaar voorzien. De andere twee filmpjes zijn: A Physical Ring en The Future’s Not What It Used To Be en ook aan deze laatste is een audiocommentaaar toegevoegd.

De vijfde Reel23 dvd verschijnt in november en zal een gerestaureerde versie bevatten van twee vroege films van David Cronenberg, te weten Stereo uit 1969 en Crimes of the Future uit 1970.

Boeken / Fictie

In de huid van een psychotica

recensie: Nachtzwaluw

De Amsterdamse Eva woont zes jaar gelukkig samen met haar vriendin Nona als ze tijdens een college gedragstherapie intens verliefd wordt op de docent, Andreas. Hij lijkt haar ook wel interessant te vinden. Al gauw beheersen de gedachten en gevoelens over ‘haar man’ haar hele leven. Zo erg, dat ze in een psychotische gemoedstoestand glijdt. Schrijfster Elise van Kleef beschrijft in Nachtzwaluw op invoelbare wijze de beklemmende gedachtengangen van iemand die lijdt aan een obsessieve waan.

Eva is vanaf het eerste college tot over haar oren verliefd op haar docent gedragstherapie. Al snel vult ze haar dagen met dagdromen over hoe ze haar vriendin Nona zal gaan verlaten, hoe ze haar vertrouwde leventje met de poezen Tiet en Sang achter zich zal laten, ofwel: over hoe ze alles op zal geven om bij ‘haar man’ Andreas te kunnen zijn. Alsof hun relatie voorbestemd is en de hele wereld erop wacht:

Ik stap in het bad en ineens weet ik wat zo bijzonder en ongewoon is vandaag: het is mijn trouwdag! Hij zal mij komen halen als ik klaar ben, als ik gebaad ben, als ik mijn rituele wassing heb gehouden… Onze trouwdag zal iets goeds doen voor de wereld. Iedereen zal er zijn.

In deze lyrische trant – die ontroert door de hunkerende, droomachtige naïviteit – is een groot deel van de roman geschreven. De eindeloze woordenstroom van de hoofdpersoon is zo hardnekkig dat het bijna absurd wordt, maar het is duidelijk dat Eva niet in staat is haar gedachtengang een gezonde halt toe te roepen. Daarvoor is zij al te ver in de psychose geraakt. En als lezer ga je erin mee.

Vogels

~

Over de schrijfster Elise van Kleef is niet meer bekend dan dat zij zelf ooit te maken heeft gehad met een psychiatrische stoornis. Eerder schreef zij in haar debuut Paviljoen Eikman over een studente die opgenomen wordt omdat ze waan en werkelijkheid niet meer uit elkaar kan houden. Ook Nachtzwaluw is een geschiedenis van een psychiatrische ziekte. Of het volledig op haar eigen ervaringen gebaseerd is, valt niet direct op te maken uit de roman. Heel veel feiten die te maken hebben met de psychiatrische aandoening worden niet vermeld. Zo vertelt de hoofdpersoon dat zij vroeger opgenomen is geweest, maar verder wordt daar niet over uitgeweid. Verder meldt Eva plompverloren dat zij tien pillen moet slikken. Het waarom hiervan en hoe ze de werking van de pillen ervaart, kom je echter niet te weten als lezer. De medicijnen zouden de wilde gedachtenstroom moeten temperen (de schrijfster zou dat moeten weten), maar daarvan blijkt niets uit de roman. Eva raakt juist steeds verder verstrikt in haar psychotische wanen en verliest langzamerhand alle grip op de realiteit.

Geconcentreerd keek ik naar de figuren in het witte schuim die zich onder mijn ogen vormden als ik mijn lichaam in het warme water had laten zakken. Steeds opnieuw deed ik ontdekkingen: vogels! Nee, nachtzwaluwen vormden zich! Daar is hij weer, dacht ik dan, de nachtzwaluw in het bad. Zo had ik het idee dat hij mij nooit in de steek liet. Andreas. Mijn geliefde, mijn minnaar, mijn man.

Maalstroom

Nachtzwaluw is zeker geen klinisch verslag, daarvoor worden de details over het ziektebeeld te weinig uitgewerkt. Als puur fictieve roman overtuigt het verhaal echter ook niet op alle fronten. Daarvoor gebeurt er niet genoeg. En, wat vooral jammer is, de personages worden totaal niet uitgewerkt. Eva’s ambivalente houding ten opzichte van haar psychiater, Blank, wordt niet uitgediept. Eva maakt uiteenlopende opmerkingen als “Ik houd van haar” en “Blank stond machteloos” – en daar blijft het bij. De complexe relatie met haar vader wordt slechts vaag aangestipt. Ook vriendin Nona blijft steevast op de achtergrond. Zij is de brede schouder waarop Eva leunt, de rots in de branding die altijd alles begrijpt. Meer niet. Haar vocabulaire bestaat vrijwel uitsluitend uit begroetingen als “Hee Eve Love” en “Mopje, wil je een biertje?” Toch vormen die frasen een soort contrapunt in de obsessieve gedachtenvlucht van Eva. Ze herinneren aan de nabije realiteit, aan het leven met Nona en de poezen dat zij gewend was te leiden. Na verloop van tijd vindt zij daar toch ook haar houvast, lijkt het. Het einde van de roman is dan ook hoopvol, al is uit het verhaal niet eenduidig op te maken hoe Eva de psychose uiteindelijk de baas wordt. Van Kleef geeft een paar mogelijke aanknopingspunten, wederom zonder ze nader te duiden of uit te werken. Het wordt aan de lezer overgelaten om ze uit Eva’s stream of consciousness te halen. En daarmee komen we bij het sterkste punt van het boek: het is vooral die maalstroom zelf, die de roman de moeite waard maakt. Van Kleef slaagt er heel goed in om de vernauwde gedachtenwereld van iemand met een psychose van binnenuit te beschrijven, zodat Eva’s situatie invoelbaar wordt. En dat is interessant genoeg.

Boeken / Strip

Canadese coming of age

recensie: Michel Rabagliati - Pauls vakantiebaantje

Steeds vaker verschijnen er strips waarbij de auteur niet alleen een mooi getekend verhaal presenteert, maar hij ook iets persoonlijks te vertellen heeft (zie bijvoorbeeld het hier eerder besproken Kraut van Peter Pontiac). Ook bij de Franstalige Canadees Michel Rabagliati is dit het geval. Uit de (semi-)autobiografische serie over ‘Paul’ die hij reeds in 1999 begonnen is, verschijnt nu eindelijk een deel in het Nederlands.

Pauls vakantiebaantje verbeeldt het leven van een jongen die aan het eind van zijn middelbare schooltijd behoorlijk met zichzelf en de wereld overhoop ligt. We komen Paul tegen op het moment dat hij zijn schoolopleiding voortijdig heeft afgebroken en in een drukkerij is gaan werken. Het werk staat hem niet aan en het wil ook absoluut niet vlotten. Als hij het aanbod krijgt om een zomerkamp te gaan leiden, aarzelt hij dan ook geen moment.

Volwassen

~

In het begin van het boek stuit Paul geregeld op zijn eigen grenzen. Al snel blijkt dat hij zichzelf maar moeilijk staande kan houden in de grote boze wildernis. Het buitenleven in de vorm van kamperen en bergbeklimmen bevalt deze stadsjongen helemaal niet. Ook het leidinggeven aan een groep kinderen is voor hem een zware opgave. Langzaamaan ontwikkelt hij zich en komt hij in zijn rol, waarbij zijn angsten ook steeds meer verdwijnen. Hij durft meer verantwoordelijkheden op zich te nemen. Bovendien begint de liefde voor Annie, zijn medeleidster, te ontluiken. Ook hier durft Paul steeds doortastender op te treden. Naar het einde toe staat hij duidelijk meer volwassen in het leven.

Handicap

Een van de mooiste passages uit het verhaal gaat over de relatie tussen Paul en een blind meisje, Marieke, dat hij onder zijn hoede heeft genomen. Door zijn ogen beleeft ze het bos, het meer en de bergen. Marieke laat Paul ook inzien dat zelfs iemand met een werkelijk grote handicap nog iets van het leven kan maken. Waarna het boek wordt afgesloten door een volwassen Paul die, jaren later, op dezelfde plaats terugkijkt naar wat deze zomer allemaal voor hem betekend heeft (en tevens nog een belangrijke ontdekking doet).

Het Noord-Amerikaanse landschap

Zo opgeschreven klinkt het allemaal misschien wat simpel. Het hele verhaal wordt echter opgetekend in een heerlijke half-realistische stijl, die met name door een nieuwe generatie Franse tekenaars wordt gebruikt om ‘volwassen’ verhalen mee te vertellen. Met deze stijl ontstaat een mooie spanning tussen de vaak humorvolle tekeningen en de rauwe realiteit van de verhalen. De Canadees Rabagliati past dezelfde formule toe als zijn Franse voorbeelden, maar waar zij vooral het grotestadsleven bezingen, trekt Rabagliati de natuur in. De pracht van het Noord-Amerikaanse landschap komt in alle glorie tot zijn recht in de tekeningen.

Anekdotes

~

Pauls vakantiebaantje is een lichtverteerbaar verhaal, dat in al zijn eenvoud een paar mooie thema’s aansnijdt, zoals het volwassenwordingsproces van de hoofdpersoon, de romantiek, het groepsgevoel en de ontwikkeling van menselijke relaties. De setting is een soort geïdealiseerde jaren ’70, waar de zomers lang en mooi zijn. Dit alles wordt overgoten met een saus van gemoedelijkheid. In tegenstelling tot in het al eerder genoemde Kraut drukt de last van het verleden niet zwaar op Paul. Wat je hier krijgt voorgeschoteld is gewoon een aantal anekdotes uit een zomer waarin de hoofdpersoon van een jongen in een man veranderde.

Al met al ontstaat er, ondanks het ietwat voorspelbare scenario, een zeer aantrekkelijk boek. Niet al te zware kost, met af en toe eens een rafelig en scherp randje. Deze recensent wacht met spanning op de vertaling van de andere twee delen waarin Pauls belevenissen beschreven worden: Paul à la campagne (1999) en Paul en appartement (2004).

Boeken / Fictie

‘In balkenbrij is alles mogelijk.’

recensie: Het ultieme recept van Torgny Lindgren

Vanaf de foto op de achterkant van Het ultieme recept kijkt schrijver Torgny Lindrgen de lezer wijs, of beter eigenwijs over zijn bril aan. Hij heeft vriendelijke lach- en denkrimpels en in zijn ogen ligt niet alleen humor en vriendelijkheid, maar ook ironie. Het is een fijne foto om naar te kijken, je voelt je direct thuis bij deze intelligente blik. En zo is eigenlijk het boek zelf: vriendelijk, ironisch, grappig en intelligent.

Verboden te schrijven

Als een Zweedse correspondent van een krant ontslagen wordt wegens beschuldiging van het schrijven van verzinsels en leugens, vat hij zijn schrijfverbod letterlijk op: tot de dood van de hoofdredacteur schrijft hij geen letter, geen zin en geen leesteken meer. Pas vijftig jaar later, als hij inmiddels in een verzorgingstehuis woont, overlijdt de hoofdredacteur en begint de man weer met schrijven. Hij schrijft verder aan het bericht waaraan hij vijftig jaar eerder was begonnen. Het is een artikel over twee vreemdelingen in een dorp: een textielverkoper die leeft onder de naam Robert Maser, maar eigenlijk de Duitse oorlogsmisdadiger Martin Bormann is, en de voor de alom aanwezige tuberculose immune leraar Lars Högström. Beiden hebben een voorliefde voor balkenbrij, een lokaal gerecht van voornamelijk orgaan- en afvalvlees, en ze gaan op zoek naar de beste bereiding ervan.

Het leven is…

Het ultieme recept is het licht absurdistische verslag van een zoektocht. Een zoektocht naar de perfecte balkenbrij, maar ook naar een recept voor het leven. De schrijver wordt namelijk tijdens het schrijven van het bericht steeds sterker en vitaler, hoewel hij al 107 jaar oud is. Voor hem is het leven schrijven, het is een noodzaak, het enige dat echt bestaat. En daarmee is Het ultieme recept ook een boek over waarheid en fictie. “Hij schreef uit zijn herinnering, de herinnering is de enige werkelijkheid die er is.” Maar: “De fantasie is [ook] mijn herinnering.” Het gaat niet om wat goed of fout is, waar of onwaar. Zo zit het leven niet in elkaar.

Melancholie

~

Het boek is doordrenkt van een soort gelaten melancholie: je moet doen wat je moet doen, en verder zul je het wel zien. “Iets begrijpen is niet eenvoudig, zei Bertil. En niemand weet of het helpt. Als het verstand rijpt, neemt het genoegen met zichzelf.” Het leven in Het ultieme recept heeft geen zin, de personages hebben geen doel in het leven en dat uit zich ook in de vorm van het boek: het is eigenlijk een mooie verzameling kleine waarheden over het leven. Bijvoorbeeld: “Je moet nooit je aandacht laten ontsnappen en onverschillig worden, zei Bertil. Dat kan gevaarlijker zijn dan wat dan ook.” Of: “Als ik denk aan alles wat ik echt heb gezien, dan word ik duizelig en draaierig, geen mens heeft de kracht om in ernst stil te staan bij wat hij heeft gezien.” Maar er straalt ook een zekere levenskracht uit het boek. De waarde van het leven zit in de kleine dingen, en niet in het grote verhaal of in een groter geheel van een godsdienst.

Charme

Lindgrens stijl is wat afstandelijk, passend bij de licht melancholische sfeer en de donkere Zweedse winters (vier in een jaar, volgens het boek). Hij beschrijft op licht ironische toon hoe de personages door het leven gaan, zonder ooit ongevoelig of zelfs bot te worden. Hij beziet ze met een liefdevolle blik, als een vader zijn kinderen. En dat is misschien wel de grootste charme van Het ultieme recept. Het boek kabbelt aangenaam voort en je voelt je als lezer thuis in de kleine wereld van de vreemde personages. Verhaal loopt door verhaal, maar alle verschillende ingrediënten komen samen in een smakelijk geheel, net zoals in de ultieme balkenbrij.

Theater / Voorstelling

Op aarde is het leuker dan in de hemel

recensie: Lucifer (Annette Speelt)

Apollion loopt op blote voeten, zijn vieze schoenen heeft hij in zijn hand. Hij is poolshoogte gaan nemen in het aardse paradijs, waar God Adam en Eva heeft neergezet. De engel Apollion heeft daar dus door het slijk gelopen, en met zijn modderschoenen zou hij de hemel maar besmeuren. Dat mag niet, dat verstoort de idylle. Want de hemel is natuurlijk de allerbeste plek om te zijn. Maar Apollion is door het dolle heen. Het is ontzettend leuk in dat modderige aardse paradijs, veel leuker dan in de hemel. Dat bericht verstoort de rust onder de engelen. Die mens, die moet het nu niet te hoog in zijn bol gaan krijgen, laag bij de grond en sterfelijk als hij is. De Haagse groep Annette Speelt brengt Vondels klassieker Lucifer, over de opstand van de engelen tegen God.

~

Wil je als theatermaker een zeventiende-eeuwse tekst over het voetlicht krijgen, dan moet je proberen het verhaal dicht bij de toeschouwer te brengen. Dus is de hemel een smetteloos paarse vergaderzaal met design-meubilair, en lopen de engelen in hippe kleren. Er is een trap omhoog, waar God onzichtbaar zetelt. Zijn rechterhand, boodschapper-engel Gabriël, sjouwt van boven naar beneden om aan de rest van de engelen te vertellen wat God zoal heeft te melden. Groot is de paniek als blijkt dat God heeft besloten de mensen een treetje hoger op de ladder te plaatsen dan de engelen.

Vreedzaam

En dan worden de engelen ontevreden en jaloers. Die mens heeft het wel erg goed getroffen. Adam ziet er goed uit, en Eva is een lekker ding, als ze Apollion moeten geloven. Ze beminnen elkaar als konijnen, terwijl engelen geen liefde kennen en altijd in hun eentje zijn. Als dat zo doorgaat, dan hebben die mensen zich binnenkort enorm vermenigvuldigd. En al die mensen gaan dus belangrijker worden dan de engelen, die eerst de oogappels van God waren? Dat kan zo niet! De aanvankelijk zo vreedzame engel Lucifer neemt de taak van aanvoerder op zich: de engelen gaan rebelleren.

Toppen en dalen

~

Op zich is het al een hele prestatie van Annette speelt om deze tekst, op rijm en in zeventiende-eeuws Nederlands, op duidelijke wijze bij het publiek over te brengen. Toch krijgt het verhaal je niet echt in zijn greep. De teksten zijn erg gekunsteld, en daar valt niet tegenop te acteren. Iedereen doet zo zijn best om begrijpelijk te zijn, dat bijna elke zin met evenveel nadruk wordt uitgesproken. Daardoor mist de voorstelling een natuurlijke beweging van toppen en dalen in de gespeelde emoties.

Moedige poging

Eigenlijk zijn er maar twee momenten echt spannend. Dat is wanneer Apollion (Jorrit Ruijs) op blote voeten komt vertellen over de schepping Mens. En als Belial (Thijs Römer) collega Lucifer (Joèlke Sanders) ervan probeert te weerhouden ten strijde te trekken. Daarmee is deze Lucifer weliswaar een moedige poging en oud verhaal tot leven te wekken, maar geen must voor de toeschouwer.


Lucifer
is dit seizoen te zien t/m 2 oktober. Klik hier voor informatie over speeldata.

Film / Achtergrond
special: James Dean vijftig jaar na zijn dood

Van rebel tot icoon

Het is vrijdag 30 september 1955 als Jimmy Dean besluit zijn nieuwe Porsche 550 Spyder te testen. Onderweg wordt hij nog op de bon geslingerd vanwege te hard rijden. Enkele kilometers verderop, waar twee grote snelwegen elkaar kruisen, botst hij frontaal tegen een Ford Tudor, breekt zijn nek en is vrijwel op slag dood. De veelbelovende Hollywood-ster die net zijn nieuwste film Giant heeft afgerond, is niet meer.

~

Het duurde slechts enkele uren totdat het nieuws overal bekend werd en heel Hollywood in shock achterliet. De toch al frêle actrice Liz Taylor, die samen met Jimmy in Giant speelde, werd zo ziek dat ze verpleegd moest worden. Niet alleen de vrienden en kennissen van Jimmy reageerden geschokt, de hele wereld was er ondersteboven van. Gezien het feit dat Jimmy nog maar één film van betekenis op zijn naam had staan, is dit buitenproportioneel. Vrijwel meteen groeide Dean uit tot een legende. Zo klonken er al na enkele dagen geluiden dat Dean helemaal niet dood was, maar zo erg gewond zou zijn dat Warner Bros hem verborgen hield. Af en toe werd Jimmy op straat gesignaleerd. In tijdschriften verschenen artikelen en leuzen als: “50.000 reward to find Jimmy Dean.” Hoe kon een acteur die bij zijn dood slechts bekend was van één filmrol tot zo’n legende uitgroeien? Het blijft een mysterie.

East of Eden

Jimmy Dean had zich rond 1953 een zekere faam verworven met enkele toneelrollen. Tijdens een aantal screentests wist hij te imponeren, zonder een rol te bemachtigen. Hij werd echter niet vergeten. Toen Elia Kazan in 1954 de verfilming van Steinbecks roman East of Eden regisseerde wist Paul Osborn hem te overtuigen dat hij niet Marlon Brando (zoals hij van plan was), maar Jimmy Dean moest casten. Hoewel Kazan een onaangename indruk kreeg van Dean, zag hij direct dat niemand beter in staat zou zijn om de Kainsrol van Carl Trask te spelen. Jimmy Dean was in feite Carl Trask en er ging net genoeg melancholie en verdriet achter zijn bravoure schuil om de rol te kunnen spelen. Kazan kreeg gelijk. De film werd een succes en Jimmy groeide uit tot een ster.

Outcast

~

Jimmy Dean is onsterfelijk geworden met drie films: East of Eden, Rebel without a Cause en Giant. Onlangs zijn deze films in interessante special editions opnieuw uitgebracht op dvd. In elk van de films speelt Jimmy een outcast. In East of Eden speelt hij de verloren zoon die uitgroeit tot een Kainsfiguur en zijn broer te gronde richt. In Rebel without a Cause speelt hij een tiener die niets erger vindt dan voor lafaard uitgemaakt te worden, waardoor hij zich in stompzinnige avonturen stort, wat zijn ouders ‘oplossen’ door elke keer maar te verhuizen. En in Giant speelt hij (in een belangrijke bijrol) een armoedzaaier die olie vindt, steenrijk wordt en zijn buren met die rijkdom probeert af te troeven. In al deze rollen wordt bravoure afgewisseld met verlatenheid, angst en verdriet. Niemand is beter in staat om die elementen op een natuurlijke wijze met elkaar te laten versmelten, zodat de persoon die wordt neergezet emotionele diepgang krijgt zonder zijn onaangename trekjes te verliezen.

Rebel

Wie een poging doet de films objectief te bekijken en door het iconische imago van Jimmy Dean heen te prikken, zal zich desondanks al snel verwonderen over de bijna goddelijke status die Dean kort na zijn dood verwierf. Hoewel hij uitstekend acteert en een uitmuntend talent voor improvisatie tentoonspreidde, is zijn acteerwerk niet dermate verbluffend dat het een zo’n grote verheerlijking verdient. Bovendien is hem niet geheel ten onrechte verweten dat hij Marlon Brando probeerde te imiteren. Dat Jimmy desondanks uitgroeide tot een icoon heeft alles te maken met het feit dat hij overleed op het moment dat het grote publiek hem net ontdekt had. Zijn levensstijl en de manier waarop hij om het leven kwam zullen ook wel meegeholpen hebben. Minstens zo belangrijk was echter dat Jimmy Dean ook in zijn werkelijke leven a Rebel without a Cause was. Hij was eenzelvig, koppig, en had last van extreme stemmingswisselingen, terwijl hij anderzijds ook weer gevoelig en attent was. De rollen die hij gespeeld heeft waren hem dan ook stuk voor stuk op het lijf geschreven.

The ultimate screen icon

~

Naar aanleiding van het feit dat het vijftig jaar geleden is dat Jimmy Dean overleed, verschijnt er een drietal nieuwe boeken over hem. Het eerste, James Dean: The ultimate portrait of the ultimate screen icon, is een mooi uitgegeven boek vol foto’s en bronmateriaal. Het is een koffietafelboek voor de echte fan. Babyfoto’s, jeugdige essays, posters in allerlei talen, filmshots, tekeningen, school- en privéfoto’s, noem maar op, het zit er allemaal in. Het bevat veel relevante informatie over Jimmy Dean, maar voegt daar niks wezenlijk nieuws aan toe. Bovendien blijven de minder prettige kanten van Dean onderbelicht, wat waarschijnlijk te maken heeft met de censuur van de James Dean estate, die voor dit boek zeldzaam fotomateriaal ter beschikking stelde. Een tweede boek is dat van de historicus en filmcriticus Steven Tropiano. In zijn boek Rebel Cool: An Oral History of James Dean heeft Tropiano een grote hoeveelheid citaten en anekdotes verzameld zodat er een interessant en veelkleurig portret ontstaat. Tropiano betrekt ook de naweeën van Jimmy Deans acteerwerk in zijn analyse. Hij traceert de invloed die Jimmy Dean had op andere acteurs en gaat in op de films waarin geprobeerd is Deans levensverhaal te vertellen.

Het laatste boek dat vanwege het jubileum wordt uitgegeven is James Dean: Fifty Years ago. Het bestaat uit een tachtigtal foto’s die de bekende fotograaf Dennis Stock van Jimmy nam in de paar weken die hij in 1954 (vlak voor het filmen van Rebel without a Cause) met hem doorbracht in New York en Fairmount. Stocks foto-essay trok direct de aandacht toen het rond de première van East of Eden in Life verscheen. Een van zijn meest bekende foto’s is een verregende Jimmy Dean op Times Square, die ook op de voorkant van dit boek prijkt. In het boek is tevens een korte, maar goed geschreven persoonlijke herinnering van Stock zelf opgenomen. Uit deze drie boeken wordt eens te meer duidelijk dat Deans nalatenschap meer iconografisch dan conceptueel is. Hij heeft geen wereldveranderde ideeën nagelaten, maar schonk de wereld slechts het beeld van zichzelf als de ultieme vertegenwoordiger van een generatie.

De boeken:

George Perry • James Dean: The ultimate portrait of the ultimate screen icon • Uitgever: Dorling Kindersley • Prijs: £16.99 (gebonden) • 240 bladzijden • ISBN 1405305258
Dennis Stock • James Dean: Fifty Years Ago • Harry N Abrams • $ 29.95 • 128 pages • ISBN: 0810959038
S. Tropiano • Rebel cool: An Oral Histroy of James Dean • Uitgever: Sanctuary • Prijs: £ 15.99(gebonden) • 224 bladzijden • ISBN: 1860746357

De dvds’s:

East of Eden (special edition) • Regisseur: Elia Kazan • 1955 • 113 minuten • Warner
Rebel without a Cause (special edition) • Regisseur: Nicolas Ray •1955 • 106 minuten • Warner
Giant (special edition) • Regisseur: George Stevens • 1956 • 201 minuten • Warner

Theater / Voorstelling

Cruiseschip Europa

recensie: The place where we belong (Productiehuis Frascati / Space)

Zelf noemen de mensen van Space hun voorstelling The place where we belong, sociëteit Europa een “hoorspel in de openbare ruimte” . En hoewel Petra Ardai en Luc van Loo vertéllen over Petra’s inburgeringscrisis, doen ze dat in levende lijve, en ze luisteren het verhaal op met beeldmateriaal. Zo zien we Boedapest, een filmpje van een typisch Nederlandse ‘gouden huwelijks viering’ (spelletje, sketchje, en om vijf uur weer naar huis voor het eten), en straatinterviews. Daarnaast stellen Van Loo en Ardai vragen aan het publiek. Het leuke is dat het duo hun verhaal brengt als een gesprek in de huiskamer en de beelden becommentarieert als keek het er voor het eerst naar.

~

Petra Ardai speelt een Hongaarse ‘positieve migrant’; een hoogst aangepaste migrant, die echter na zeventien jaar in Nederland identiteitsproblemen krijgt. Luc van Loo is echtgenoot en inburgeringscoach. Het verhaal begint bij het begin; we zien beelden van het achtergelaten Boedapest, dat wel van goud lijkt te zijn, met haar koepelende pracht en praal aan het brede water van de Donau. De confrontatie met Nederland vanuit het vliegtuig maakt Petra blij: “Alleen door ernaar te kijken voel ik mij verschoond”. Ze wil het Oostblok best verlaten, en de liefde voor haar aanstaande en voor het nieuwe thuisland is groot. Maar na jarenlang te hebben gekozen voor de weg van de minste weerstand – jaren waarin ze zich zoveel mogelijk aanpaste – komt Petra er tijdens het opvoeden van haar kind achter dat ze haar Hongaarse identiteit terug wil. Ineens voelt zich verscheurd.

Debat

Al lijkt het stuk steeds heel persoonlijk, het publiek wordt toch het politieke debat ingeduwd. Zo krijgen we als inleiding een gedicht te horen van Attila Joszef, Ode aan Thomas Mann. Daarin spreekt de dichter de gedachte uit: “/zoveel blanken, zitten er ook Europeanen tussen?” Met andere woorden: hebben Europeanen wel gevoel voor elkaar? Willen ze iets met elkaar?

Deze vraag wordt opgeworpen maar blijft in de lucht hangen. Dat is een gemiste kans en het maakt het stuk rommelig. Het wordt er niet beter op wanneer Petra het in de straatinterviews en in de vragen aan het publiek ineens wil gaan hebben over ‘de verharding van de Nederlandse samenleving na de moord op Theo van Gogh’.

Brrr

~

Valt er met een platgeslagen onderwerp als dit een zinvolle reactie te verwachten? Was inburgeren en laten inburgeren niet altijd moeilijk, en zal het niet altijd moeilijk blijven? Doordat Luc Petra ertoe maant andere vragen te stellen, snappen we dat het Petra’s eigen worsteling betreft. Ook haar verzuchting vervolgens dat ‘positieve’ of ‘hoogst aangepaste’ migranten meestal vrouwen zijn, haar vraag hoe ze het wat ‘gezelliger’ kan maken voor zichzelf met Nederlanders, en of er niet een Nederlander is die “misschien een grapje heeft voor mij”, onderstrepen die persoonlijke strijd. Maar het stuk krijgt toch een moraliserende toon waar je niet op zit te wachten.

Kansrijk Europa

The place where we belong had misschien als een echt hoorspel gepresenteerd kunnen worden, met het beeldmateriaal in flitsen erbij en de straatinterviews en vragen aan het publiek eruit. Ook dan zou, en veel subtieler, via Lucs levensechte reacties worden getoond hoe betuttelend, pragmatisch en opgelegd grappig Nederlanders kunnen zijn. Ook al is het omdát ze in de regel zo hun best doen betrouwbaar te zijn. En hoe moeilijk dat is voor iemand die langer bij dingen stil wil staan. Het publiek had dan zelf kunnen concluderen hoe moeilijk het is om met verschillende culturen samen te leven, maar ook hoe spannend en verrijkend dat kan zijn, gezien de hoorbare lol en de wijsheid die Petra en Luc delen. En was Space dàn met hun veelzeggende beeld van de het cruiseschip ‘Europa’ geëindigd, dan hadden we vast allemaal staan te popelen om in te stappen in de droom van een Verenigd Groot Europa.

De voorstelling is nog bij te wonen tot en met 9 december 2005. Kijk hier voor een actuele speellijst.

Muziek / Album

Onderschat nooit een talent

recensie: Tracy Chapman - Where you Live

Er zijn van die artiesten die in de vergetelheid raken en waarvan je bij het verschijnen van een nieuw album oneerbiedig denkt “wie zit dáár nu nog op te wachten?”. De Amerikaanse solo-artieste Tracy Chapman, bij iedereen bekend vanwege haar overweldigende (titelloze) debuutalbum uit 1988, leek de laatste tien jaar ook enigszins teruggezakt te zijn naar de onderste regionen van de Eredivisie van singer/songwriters. Tracy Chapman, die vrouw met dat karakteristieke, warme stemgeluid, is echter nog steeds actief en heeft sinds haar debuutalbum 5 minder succesvolle platen op haar naam staan. Of ze nu direct een nieuwe schare fans zal verwerven met haar recent verschenen cd Where You Live is de vraag, maar deze plaat verdient een méér dan waardig applaus.

Where You Live kwam tot stand na een vierjarig schrijfproces (vijf van de elf nummers op de plaat zijn in 2001 geschreven). Zouden meer muzikanten moeten doen, oudere songs een tijdje laten weken en ze opnieuw kritisch beoordelen. Het resultaat is namelijk een fraai uitgebalanceerde cd; op Where You Live staat geen enkel misplaatst of overbodig nummer. De cd is samen met Tchad Blake, bekend als producer van o.a. Los Lobos, Pearl Jam, Elvis Costello opgenomen bij Chapman thuis in haar eigen studio.

Americana-sfeer

~

Verwacht geen ruige Chapman-plaat, het is eerder een intiem onderonsje. Tracy Chapman schotelt de luisteraar op Where You Live een bord vol rustige, ingetogen songs voor. Qua sfeer kiest ze in diverse nummers voor Americana-achtige instrumenten, zoals dobro, glockenspiel, mandoline en steelgitaar. Ter versterking van de begeleidingsband zijn er gastrollen voor bassist Flea van de Red Hot Chili Peppers (ja!) en Mitchell Froom op toetsen. De songteksten zijn deels sociaal geëngageerd (America en 3,000 Miles), deels melancholiek (Going Back, Don’t Dwell), maar het is vooral de romantiek die overheerst op Where You Live, met songs als Never Yours, Love’s Proof en Talk To You.

Knappe eerste helft

De cd opent met een lekker folkrock nummer Change (een nummer dat qua tekst aan ons allemaal opgedragen kan zijn) om vervolgens flink gas terug te nemen met Talk To You, waarin de galmende elektrische gitaar van Chapman prachtig harmonieert met de bas en toetsen van de 2 gastmuzikanten. Het derde nummer 3,000 Miles kent iets teveel herhaling in het refrein en neigt daardoor langdradig te worden. Going Back is een fraaie americana song met Mitchell Froom op het bijzondere toetsinstrument celeste. In Don’t Dwell gaat Chapman bijna naar gospelachtige hoogte met haar aparte stemgeluid. Het zesde nummer, halverwege de cd, is Never Yours, een nummer dat net zo goed van haar debuutalbum afkomstig had kunnen zijn. Let op de prachtige oneliner: I’ve been a lot of things but never yours.

Top Eredivisie

In het tweede gedeelte van Where You Live stoot Tracy Chapman gewoon door naar de top van de Eredivisie. Het voor Chapman ruige nummer America is een linkse directe richting de politici in Washington. Love’s Proof is simpelweg een wonderschone ballad. Before Easter kent een hoofdrol voor de “twang” van gitarist Joe Gore en de holle drumbeat van slagwerker Quinn. Het nummer Taken, is een potentiële Americana-klassieker, die niet zo hebben misstaan op bijvoorbeeld Gold van Ryan Adams. Na het sterke slotnummer Be And Be Not Afraid (inclusief mondharmonica solo van Chapman) weet de liefhebber van kwaliteitsmuziek het zeker: met Where You Live laat Tracy Chapman eventuele cynici een stevig poepie ruiken. Ze is simpelweg een tè groot talent en niet meer weg te denken uit de selecte top van singer/songwriters.

8WEEKLY

Het nachtpodiumverhaal

Artikel: Deel V: We do know Flo

In de periode van september tot en met december 2005 werkt 8WEEKLY samen met het VPRO televisieprogramma Nachtpodium. Iedere aflevering zullen wij een item maken waarin we jonge en nieuwe culturele talenten presenteren. Daaraan gekoppeld publiceren we iedere week een achtergrondverhaal. In de volgende aflevering komende zondagnacht (00:40) ga ik op bezoek bij striptekenaar Floor de Goede (1980), die als Flo iedere werkdag stripjes over zijn dagelijks leven op het internet zet.

Flo was een van de eerste tekenaars in Nederland die een dagelijkse strip op het web publiceerde, als een soort weblog. Sinds april 2004 verschijnt op www.doyouknowflo.nl dagelijks een stripje van vier plaatjes, waarbij Flo dingen vertelt die hem de dag ervoor zijn overkomen. Zo is er ook al een stripje te lezen over ons bezoek. De inspiratie voor een dagelijkse strip op het internet vond Flo bij de site American Elf van auteur James Kochalka. Het idee om zelf iedere dag op het web te publiceren kwam echter ook grotendeels voort uit praktische overwegingen. Flo noemt zichzelf een luie tekenaar en het dagelijks maken van een strip geldt voor hem als een stok achter de deur om aan het werk te blijven. Daarnaast maakte Flo vooral boekjes in eigen beheer en had hij geen zin om langer te wachten op een uitgever om zijn strips voor een groter publiek openbaar te maken.

Met potlood en muispen

Volgens zijn moeder was Flo al aan het tekenen toen hij net een potlood kon vasthouden, en zijn eerste stripverhalen maakte hij al voor zijn zevende. Inmiddels heeft hij gekozen voor een bestaan als onafhankelijk tekenaar. Bij het maken van zijn strips gaat Flo in eerste instantie heel traditioneel te werk. Een idee wordt opgetekend in een schetsboekje, en vervolgens op papier met potlood getekend en geïnkt. Die tekening wordt in Photoshop ingescand en gekleurd en kan vervolgens het web op. Meestal werkt Flo thuis, maar soms ook in de studio De Wittenkade, waar ook Peter de Wit (Sigmund), Aloys Oosterwijk (Willem’s Wereld) en Maaike Hartjes (o.m. voor Viva) werken.

8WEEKLY gaat voor Nachtpodium op bezoek bij Flo
8WEEKLY gaat voor Nachtpodium op bezoek bij Flo

Oost, west…

Flo is een echte huismus, en die huiselijkheid vormt doorgaans de rooie draad in zijn strips. Hij vertelde in zijn daily’s al openlijk over zijn verhuizing, zijn relatie met zijn vriend Bas, de baby’s van vrienden en familie, en recentelijk zelfs over zijn problemen met een slechte adem. Die alledaagsheid slaat goed aan bij het publiek. De site van Flo wordt dagelijks door maar liefst 1600 bezoekers bekeken. Er is een grote groep mensen die iedere dag echt zit te wachten op het nieuwe stripje, en een aantal daarvan geeft dagelijks zijn of haar commentaar op het forum. Zelf is de tekenaar soms wel verbaasd over de positieve reacties, omdat de strips geen standaardgrapjes zijn met een kop, midden en staart. Zo nu en dan plaatst Flo een daily wat later omdat een gebeurtenis meer grapjes op kan leveren, of om, zoals hij onlangs deed, te voorkomen dat iemand het einde van de nieuwe Harry Potter zou verklappen.

Papieren wereld

Flo’s werk is niet alleen op het internet te aanschouwen; hij werkt ook op papier. Regelmatig krijgt hij opdrachten, zoals het ontwerpen van een flyer voor Sail Amsterdam. Ook kleurt Flo Fokke en Sukke-strips in voor Jean-Marc van Tol. Daarbij verscheen onlangs zijn eerste boekje bij de Belgische uitgeverij Bries, getiteld De dagelijkse beslommeringen, waarin hij daily’s uit de periode april tot september 2004 bundelde. Voor de stichting Bep is tot 20 november in etalages in de Amsterdamse wijk Oud-West (rond het Bellamyplein) een expositie van Flo te zien, waarbij de strips tot een groot formaat zijn opgeblazen.