Tag Archief van: recensie

Kunst / Expo binnenland

The Birth of Modern Sculpture

recensie: Constantin Brancusi: de allereerste overzichtstentoonstelling in Nederland
Overzichtsfoto werk Brancusi in H’Art Museum te AmsterdamTessa Vallinga

Beeldhouwwerken, glad en glanzend, ze vangen licht en geven het weer terug. In de vleugel van het H’ART Museum in Amsterdam is momenteel de eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland te zien van Constantin Brancusi, de beeldhouwer bij wie – zo wordt gezegd – de moderne sculptuur begon. Met meer dan vijftig werken, van gepolijste bronzen hoofden tot verstilde vogelvormen van marmer, schetst de tentoonstelling een zorgvuldig beeld van een kunstenaar die zijn leven wijdde aan een wereld van eenvoud.

Wat meteen opvalt, is Brancusi’s fascinatie voor contouren. Zijn sculpturen zijn geen portretten in de klassieke zin, maar studies van lijnen en volumes. Ze tonen een fascinatie voor wat een vorm is, niet wat hij voorstelt. Niet het detail, maar de omtrek of, zoals de beeldhouwer het noemt, ‘de essentie’ staat centraal. Door radicale stilering zocht de kunstenaar naar wat er achter het geportretteerde gezicht schuilt, en brengt zo de tand des tijds tot stilstand in brons en marmer. De keuze voor zijn onderwerpen, slapende hoofdjes van kinderen en dierenfiguren, roept vragen op. Waarom deze figuren? Heeft het te maken met bepaalde herinneringen? De tentoonstelling laat het open, en dat maakt mensen nieuwsgierig.

Idealist

Die zoektocht naar eenvoud kwam, zoals H’ART Museum laat zien, niet uit het niets. Brancusi’s achtergrond in Roemenië, de academische scholing in Parijs en de invloed van fotografie (onder meer via zijn vriendschap met Man Ray) vormen de onderlaag van zijn ontwikkeling. Het museum aan de Amstel neemt je mee door zijn wereld. Van Roemenië naar Parijs, van marmer naar brons, en van de academie naar het atelier: dé plek waar alles samenviel. Over zijn werk De kolom zonder einde zegt de kunstenaar het volgende: ‘Ik zou graag mijn eindeloze zuil in Central Park willen zetten. Die steekt dan boven alles daar uit. De zuil maak ik van metaal. In elke piramide zitten appartementen, waarin mensen kunnen wonen.’ Middels citaten op de muren zet de tentoonstelling Brancusi neer als dromer en idealist.

Tot diep in de nacht

Dat past binnen de tijdgeest van het bruisende Parijs in de jaren twintig, waarin zijn atelier uitgroeide tot ontmoetingsplek voor kunstenaars, schrijvers en dansers. In het zuiden van Parijs, later het kloppend hart van de avant-garde, woonde en werkte Brancusi in zijn drukbezochte studio. Er werd vele avonden gedineerd, dansoptredens uitgevoerd tussen de sculpturen, en gekletst en gediscussieerd tot diep in de nacht. De films en foto’s, onder andere van Man Ray, tonen dat universum en brengen een licht gevoel van FOMO teweeg bij diens aanschouwers.

De brug naar nu

Toch blijft de tentoonstelling zelf in het geheel wat braaf. Alles is netjes uitgelicht en zorgvuldig gepresenteerd. Alleen haalt precies dat iets weg van de radicaliteit die typerend is voor het oeuvre van de beeldhouwer. Zijn atelier, ooit een levendige sociale ruimte vol experiment, klinkt hier slechts zachtjes door. Bovendien mis je af en toe een brug naar het nu. Een breder perspectief op zijn invloed op latere generaties beeldhouwers had niet misstaan.
En toch: tussen al die gladgestreken vlakken voel je de aanwezigheid van de kunstenaar zijn hand. Een man die zijn beelden koesterde en er kopieën van maakte voor zichzelf. Brancusi, The Birth of Modern Sculpture is een wereld waarin stilte spreekt. Een plek om te vergeten waar je bent en alleen nog te kijken.

Kunst / Expo binnenland

The Birth of Modern Sculpture

recensie: Constantin Brancusi: de allereerste overzichtstentoonstelling in Nederland
Overzichtsfoto werk Brancusi in H’Art Museum te AmsterdamTessa Vallinga

Beeldhouwwerken, glad en glanzend, ze vangen licht en geven het weer terug. In de vleugel van het H’ART Museum in Amsterdam is momenteel de eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland te zien van Constantin Brancusi, de beeldhouwer bij wie – zo wordt gezegd – de moderne sculptuur begon. Met meer dan vijftig werken, van gepolijste bronzen hoofden tot verstilde vogelvormen van marmer, schetst de tentoonstelling een zorgvuldig beeld van een kunstenaar die zijn leven wijdde aan een wereld van eenvoud.

Wat meteen opvalt, is Brancusi’s fascinatie voor contouren. Zijn sculpturen zijn geen portretten in de klassieke zin, maar studies van lijnen en volumes. Ze tonen een fascinatie voor wat een vorm is, niet wat hij voorstelt. Niet het detail, maar de omtrek of, zoals de beeldhouwer het noemt, ‘de essentie’ staat centraal. Door radicale stilering zocht de kunstenaar naar wat er achter het geportretteerde gezicht schuilt, en brengt zo de tand des tijds tot stilstand in brons en marmer. De keuze voor zijn onderwerpen, slapende hoofdjes van kinderen en dierenfiguren, roept vragen op. Waarom deze figuren? Heeft het te maken met bepaalde herinneringen? De tentoonstelling laat het open, en dat maakt mensen nieuwsgierig.

Idealist

Die zoektocht naar eenvoud kwam, zoals H’ART Museum laat zien, niet uit het niets. Brancusi’s achtergrond in Roemenië, de academische scholing in Parijs en de invloed van fotografie (onder meer via zijn vriendschap met Man Ray) vormen de onderlaag van zijn ontwikkeling. Het museum aan de Amstel neemt je mee door zijn wereld. Van Roemenië naar Parijs, van marmer naar brons, en van de academie naar het atelier: dé plek waar alles samenviel. Over zijn werk De kolom zonder einde zegt de kunstenaar het volgende: ‘Ik zou graag mijn eindeloze zuil in Central Park willen zetten. Die steekt dan boven alles daar uit. De zuil maak ik van metaal. In elke piramide zitten appartementen, waarin mensen kunnen wonen.’ Middels citaten op de muren zet de tentoonstelling Brancusi neer als dromer en idealist.

Tot diep in de nacht

Dat past binnen de tijdgeest van het bruisende Parijs in de jaren twintig, waarin zijn atelier uitgroeide tot ontmoetingsplek voor kunstenaars, schrijvers en dansers. In het zuiden van Parijs, later het kloppend hart van de avant-garde, woonde en werkte Brancusi in zijn drukbezochte studio. Er werd vele avonden gedineerd, dansoptredens uitgevoerd tussen de sculpturen, en gekletst en gediscussieerd tot diep in de nacht. De films en foto’s, onder andere van Man Ray, tonen dat universum en brengen een licht gevoel van FOMO teweeg bij diens aanschouwers.

De brug naar nu

Toch blijft de tentoonstelling zelf in het geheel wat braaf. Alles is netjes uitgelicht en zorgvuldig gepresenteerd. Alleen haalt precies dat iets weg van de radicaliteit die typerend is voor het oeuvre van de beeldhouwer. Zijn atelier, ooit een levendige sociale ruimte vol experiment, klinkt hier slechts zachtjes door. Bovendien mis je af en toe een brug naar het nu. Een breder perspectief op zijn invloed op latere generaties beeldhouwers had niet misstaan.
En toch: tussen al die gladgestreken vlakken voel je de aanwezigheid van de kunstenaar zijn hand. Een man die zijn beelden koesterde en er kopieën van maakte voor zichzelf. Brancusi, The Birth of Modern Sculpture is een wereld waarin stilte spreekt. Een plek om te vergeten waar je bent en alleen nog te kijken.

Film / Films

Jennifer Lawrence schittert in Ramsays verstikkende nachtmerrie

recensie: Die My Love - Lynne Ramsay
Die My Love© Filmdepot

De film opent in verstikkende hitte: vliegen, droog hout en leegte, zonder enig menselijk houvast. Het half opgeknapte huis en de verwilderde tuin zetten meteen een gevoel van verlatenheid neer, terwijl de muziek vergeefs probeert op te boksen tegen de monotone stilte. Met deze combinatie van beeld en geluid sleurt de film je vanaf het eerste moment onverbiddelijk de wereld van Grace in.

Lynne Ramsay, meester in het blootleggen van menselijke ontwrichting, toont opnieuw hoe dicht ieder mens bij de rand van waanzin kan komen. Zeven jaar na You Were Never Really Here keert ze terug met Die My Love, een film die de intensiteit heeft van een koortsdroom. Waar Ramsays eerdere werk vooral draaide om geweld, schuld en trauma, richt ze haar blik hier nadrukkelijk op de intieme en lichamelijke ontregeling van moederschap. Daardoor voelt de film verwant aan haar oeuvre, maar ook als een stap naar een nog rauwer, persoonlijker terrein.

Die My Love

Jennifer Lawrence (Grace) en Robert Pattinson (Jackson) – © Filmdepot

Wanneer het evenwicht kantelt

Grace en Jackson trekken zich terug in een afgelegen huis in Montana, ver weg van alles wat vertrouwd is. Aanvankelijk lijken ze het toonbeeld van een liefdevol, speels koppel dat samen een kind op de wereld zet. Maar na de geboorte van hun kindje kantelt het evenwicht. Grace glijdt van een post-partumdepressie in een psychose. Jackson, overweldigd en machteloos, vlucht in zijn werk. De dagen worden stil en lang, en Grace blijft alleen achter met een realiteit die tussen haar vingers glipt.

Ramsay confronteert ons met ongemakkelijke waarheden over moederschap – ontdaan van romantiek, kwetsbaar en pijnlijk herkenbaar voor wie het onuitgesprokene kent. De worsteling van Grace is individueel, maar staat ook symbool voor vrouwen die onder de druk van verwachtingen, verantwoordelijkheid en vermoeidheid hun houvast verliezen. Ramsay kiest niet voor een vijand of verklaring; ze laat zien hoe fragiel de menselijke geest kan zijn wanneer steun en structuur wegvallen.

Cinematografie als mentale spiegel

De cinematografie van Seamus McGarvey vangt zowel de claustrofobie van het vervallen huis als de benauwende uitgestrektheid van het landschap. Hittemirages, voortdurende trillingen in beeld en schijnbaar banale details – een hond in de verte, een schaduw die net te lang blijft hangen – dienen niet alleen als sfeer, maar als een blik in Grace’ ontwrichte binnenwereld. Het maakt de film niet alleen psychologisch intens, maar ook fysiek voelbaar.

Het sound design versterkt dat gevoel. Gezoem, gehijg, krakend hout: niets is toevallig. Geluid wordt een apart personage, een wirwar van impulsen die het perspectief van Grace nabootst. Soms werkt die aanpak overweldigend goed; soms wordt de nadruk op auditieve ontregeling iets te voorspelbaar, waardoor de spanning eerder herhaald dan opgebouwd voelt.

Die My Love

Jennifer Lawrence als Grace – © Filmdepot

Een film die blijft schuren

Jennifer Lawrence is uitzonderlijk sterk als Grace. Ze speelt met een diepe subtiliteit de momenten waarop helderheid en waanzin in elkaar overlopen. Soms zie je dat Grace beseft dat haar gedrag onacceptabel is, maar de rem niet meer vindt. Even vaak is er totale verwarring — een blik die verraadt dat ze elk houvast heeft verloren. Lawrence maakt zowel de wanhoop als de impulsiviteit griezelig invoelbaar.

Toch heeft Die My Love zwaktes. Ramsay vertrouwt zo sterk op intensiteit en subjectieve beleving dat sommige scènes hun kracht verliezen door herhaling. Waar haar eerdere films spanning opbouwen via contrast, kiest deze film voor constante druk. Dat maakt de emotionele cadans vlakker. Daarnaast blijft Jackson als personage onderbelicht, waardoor de dynamiek binnen het gezin minder complex wordt dan het onderwerp eigenlijk verdient.

Die My Love is een nietsontziende film over liefde, moederschap en mentale ontwrichting. Ramsay weigert weg te kijken, maar verliest soms nuance door haar rigoureuze intensiteit. Toch is het resultaat een rauwe, adembenemende nachtmerrie die blijft nazinderen. Een film die je misschien niet nóg eens wilt zien, maar ook nooit meer vergeet.

Boeken / Fictie

Spanning, liefde en sensatie

recensie: Atmosphere - Taylor Jenkins Reid
Atmosphere - Taylor Jenkins ReidAmbo|Anthos Uitgevers

Homoseksualiteit was in de jaren tachtig al enige tijd geen taboe meer in het progressieve deel van de Amerikaanse samenleving. Maar in conservatieve kringen en in de militaire organisaties leidde het onherroepelijk tot sociale uitsluiting, verbanning en ontslag uit de militaire gelederen. In de historische liefdesroman Atmosphere wordt de lezer meegenomen naar de eighties en het professionele leven, de emoties en de coming-out van de astronaut en NASA-medewerker Joan.

De standaard liefdesroman kenmerkt zich door twee mensen die voor elkaar bestemd zijn en die – voordat zij een romantische relatie kunnen ontwikkelen – gehinderd worden door een serie obstakels. Unfaire rivalen, heersende sociale conventies, misverstanden tussen de aspirant-geliefden en onoplosbare familievetes staan onvermijdelijk in de weg.

Na de uiteindelijke overwinning van alle dramatische en complexe hindernissen kan het romantische paar zich eindelijk verenigen en het lange en gelukkige leven veroveren. In Atmosphere zijn alle benodigde juicy ingrediënten ruimschoots aanwezig.

Historische context

De NASA-omgeving en het historische tijdperk waarin de eerste ruimtevaartreizen werden uitgevoerd, geven een extra dimensie aan de romance van Joan en Vanessa. De vrouwen zijn niet alleen pioniers van de ruimtevaart, zij behoren ook nog eens tot de eerste groep vrouwen die tot de NASA toegelaten zijn. Niet alleen moeten ze flinke ladingen wantrouwen en seksistische opmerkingen van hun mannelijke collega’s verdragen, maar ook vechten en slikken om dezelfde carrièrekansen te krijgen. Daarnaast maakt het schrijnende taboe en verbod op homoseksuele relaties het onmogelijk hun romance openlijk te beleven, laat staan te legaliseren. Het pionierschap van Joan en Vanessa bestaat zonder meer ook uit het moedige openbreken van de verstikkende conservatieve heteronorm in de toenmalige samenleving.

Een kwestie van stijl

‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’ Aldus de uitspraak van literatuurcriticus Michaël Zeeman.

De woordkeuze, de directheid, het niet erg hoge stilistische en literair-kwalitatieve gehalte maken onder andere dat Atmosphere in de categorie ontspanningslectuur valt. Dit verklaart misschien ook een niet al te mooie, misschien wat gehaaste vertaling. Is dit werk daarom minder lezenswaardig? Het antwoord daarop luidt hartgrondig ‘nee’. In de eerste plaats omdat ontspanningslectuur wel degelijk de maatschappij in beweging kan zetten en ook gedegen achtergrond, geschiedenis en context kan verstrekken. Atmosphere geeft een goede inkijk in het zware pionierstraject naar sociale en legale acceptatie van vrouwen in het algemeen en lesbische vrouwen in het bijzonder. Het lijkt volkomen misplaatst en hautain – ook gezien de tijden – om vandaag de dag cultuur elitair in ‘laag’ en ‘hoog’ in te delen. Alleen al vanwege deze relevantie verdient deze roman de nodige aandacht.

Al met al is Atmosphere een verhaal met actie, spanning, liefde en avontuur over het prille moment waarop verandering werd verkregen door de moed en de opofferingen van vrouwen als Joan en Vanessa.

Muziek / Album

De woedende Antonio Vivaldi

recensie: Fury/Mercy - Channa Malkin met La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross
Cover cd Channa MalkinValentine Laout | NewArtsInternational | Publicity | A&R | Video | The Netherlands

In zijn detective Marble Hall Murders voert schrijver Anthony Horowitz een personage op dat, wanneer hij boos is, luistert naar de muziek van de barokcomponist Antonio Vivaldi. Hoewel woede niet de eerste emotie is waarmee je de muziek van deze Italiaan associeert, is ze raak gekozen. Dat bewijzen de sopraan Channa Malkin en het oudemuziekensemble La Sfera Armoniosa met hun album Fury/Mercy.

Om te beginnen zijn daar twee minder bekende instrumentale concerti van de componist: het vierdelige in d kl.t. RV 129 (Madrigalesco) en het driedelige in G gr.t. RV 156 (RV staat voor Ryom Verzeichnis, de catalogus van Vivaldi’s werken, genoemd naar de Deense musicoloog die deze samenstelde).
Binnen enkele minuten weet de componist in zowel het eerste als derde deel van RV 129 van kleur te verschieten. De emoties vliegen alle kanten op. Als een boog bewegen de emoties van spanning naar ontspanning, van opkomende sterke gevoelens naar weer wegebbende gevoelens.
Datzelfde gebeurt in het concert RV 156. Het stuk begint vurig, vervolgens worden in het tweede deel tranen geplengd en sluit het vrolijk af.

Op dat moment is er nog geen zangstem of tekst aan te pas gekomen! Vreemd is dat niet, want in de tijd van Vivaldi werd uitgegaan van de zogenaamde affectenleer: de theorie dat bepaalde muzikale elementen (toonsoorten en dergelijke) bepaalde emoties – zoals woede, verdriet en vrolijkheid – bij de luisteraars kunnen oproepen.
Het ensemble La Sfera Armoniosa van luitist en dirigent Mike Fentross weet die emoties als geen ander over het voetlicht te brengen. Als luisteraar kun je er helemaal in meegaan.

Channa Malkin

Channa Malkin_Juan Carlos Villarroel

Foto: Juan Carlos Villarroël

En dan de soliste van deze cd: de sopraan Channa Malkin. Zij komt uit een muzikale familie en studeerde zang aan het Utrechts Conservatorium bij Charlotte Margiono. Ook volgde ze diverse masterclasses. Haar repertoire is breed, van barokopera tot kamermuziek. Ze debuteerde in Mozarts Le nozze di Figaro bij De Nationale Opera en werd in 2020 genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs. Dit is haar derde cd.

Ze start met een bekender stuk van Vivaldi: de aria Alma oppressa de sorte crudele (De ziel onderdrukt door het wrede lot) uit diens opera La fida ninfa. Dit is een van de eerste herontdekte opera’s van de componist. Malkin heeft een schitterende stem die ze telkens anders kleurt, wat een prestatie is.
Er staat nog een bekend stuk op deze cd: Non ti lusinghi la crudeltade (Laat wreedheid je niet vleien) uit de opera Tito Manlio (met een mooi expressieve hobosolo). Dat stuk werd bekend door de sopraan Cecilia Bartoli.

Uit de opera L’Atenaide zingt Malkin drie gedeeltes, als was het ook een concerto: een recitatief en arioso, een arioso, en een aria. In de aria In bosco romito (In het kluizenaarsbos) wendt de zangeres zowel een donker als een licht timbre aan, die mooi kleuren met de oude instrumenten. Iets wat ze wel meer doet. Soms zingt ze haast pathetisch over gevoelens. De begeleiding is daarentegen ingetogen, zodat de barokke contrastwerking extra uitkomt.

De opname wordt besloten met een geestelijk motet: In furore iustissimae irae (In de razernij van de gerechtvaardigdste woede), waarin we onder meer een orgel als continuo-instrument horen. De tekst gaat over de woede van God als straf voor wat een ik-figuur heeft misdaan. Er wordt gebeden om gespaard te mogen worden en dat huilen om mag slaan in vreugde. Wat minder fraai is de enorme dreun die de instrumentalisten geven op de laatste noot van de eerste aria. Net als het glijden naar de noten door de zangeres in de tweede aria, maar smaken verschillen.

Samensmelting van Fury/Mercy

Het personage in de detective van Anthony Horowitz vertelt, na het beluisteren van de muziek van Vivaldi, in zijn woede de waarheid. Dat gebeurt in een detective, maar wat de musici op deze cd hopen, is dat we samen een reis hebben gemaakt door ‘de diepten en toppen van de menselijke ervaring’, zoals Malkin in het begeleidende boekje schrijft. Om iets te laten zien wat ‘je in de beschaafde wereld misschien niet zou laten zien’. Zeker niet als vrouw; woede wordt nu eenmaal minder geaccepteerd bij vrouwen dan bij mannen.

Daarom roept Malkin de vrouw op ‘om zelfs de meest intense emoties te omarmen als een bron van groei en een geschenk’. Fury dat uitloopt in Mercy dus. Kenmerkend voor de zangeres, die in de rubriek ‘Onbewoond eiland’ in dagblad Het Parool ook eens zei dat er niet ‘iets mooiers bestaat dan het eenvoudige, weemoedige begin van het tweede deel [uit Beethovens Zevende symfonie] dat uitmondt in een samensmelting van noodlot en hoop’. Malkin en La Sfera Armoniosa van Mike Fentross zijn daarbij, enkele verschillen in smaak daargelaten, de beste gidsen die je je maar kunt wensen.

Theater / Voorstelling

Vrolijke musical over de roerige jaren 80

recensie: AFAS Theater - Doe Maar! de nederpopmusical
Doe maar - de nederpopmusical castSet Vexy

‘Pink goes good with green’, zei Glinda in Wicked, maar wie in het Nederlandse musicallandschap neongroen en roze combineert met een vleugje geel, reist terug naar de jaren 80 onder begeleiding van de muziek van de populaire band Doe maar. Momenteel is er een gelijknamige nederpopmusical te zien met de muziek van deze band in het AFAS Theater in Leusden. Een energieke show die ook leuk is voor mensen die niet in het bijzonder fan zijn van Doe maar.

Doe maar! de nederpopmusical is een echte jukeboxmusical, een musical op basis van de muziek van een of meerdere artiesten. Het stuk is echter geen biografische musical, want het vertelt niet de ontstaansgeschiedenis van de band Doe maar, maar een geheel nieuw verhaal (zoals Mamma Mia! dit doet met de muziek van ABBA).

Lastige en grappige situaties

Doe maar - de nederpopmusical

Beeld: Set Vexy

De musical speelt zich af in de roerige jaren 80, waarin we twee vriendinnen volgen en drie totaal verschillende huishoudens zien. De vriendinnen Janis (Isha Ferdinandus) en Alice (Maaike Franken) worden verliefd op de oudere Rits (Wolter Weulink), die worstelt met zijn eigen problemen. Janis heeft een hippie als moeder (Brigitte Heitzer) en Alice komt juist uit een heel strikt en traditioneel gezin met hardwerkende vader Rob (Han Oldigs) en ongelukkige moeder Ria (Ellen Pieters). Daarnaast moet Rits voor zijn jongere broertje (Jelmer de Groot) zorgen en staat zijn vader (Daniël Boissevain) na decennia ineens voor de deur.

Deze totaal verschillende gezinnen hebben elk hun eigen problemen en dat zorgt voor de nodige lastige en grappige situaties, die prima gevat worden in de nummers van Doe maar. Thema’s als protesteren tegen kernwapens, emancipatie, verliefdheid en drugs komen aan de orde. En dan blijken er ineens ook best veel parallellen te zijn tussen de jaren 80 en de huidige situatie in de wereld.

Groots aangepakt

In 2007 was deze musical ook al te zien, maar dit was een veel kleinere versie met weinig decor en een kleine cast (met onder anderen Jan Rot en Kim-Lian van der Meij). Deze versie van de Doe maar-musical is echt groots aangepakt: een cast met een groot ensemble, met op het podium het complete interieur van de drie huishoudens waar de musical over gaat.

Met het decor en de kleding waan je je zo in de jaren 80, en het grote kleurrijke ensemble draagt hier goed aan bij. Bovendien worden de draaischijven en lopende band goed ingezet in de choreografie, waardoor er bijvoorbeeld bedden of steps voorbijkomen op de juiste momenten.

Te midden van deze vrolijk gekleurde chaos blijft de sterke cast fier overeind staan. Wolter Weulink zingt als Rits schijnbaar moeiteloos allerlei Doe maar-hits en spat echt van het podium af. Brigitte Heitzer speelt een lieve zorgzame moeder en de hele cast is samen met de band vocaal sterk. Bovendien blijkt ook Daniël Boissevain een aardig nootje te kunnen zingen. De gehele musical is behoorlijk komisch, maar vooral Ellen Pieters en Han Oldigs hebben als het strikte echtpaar echt een goede humoristische dynamiek die voor veel gelach zorgt.

Doe maar - de nederpopmusical

Beeld: Set Vexy

Na het slotapplaus is de finale en kan het publiek lekker meezingen met nog wat bekende hits van de band. Wie Doe maar-fan was of die tijd bewust heeft meegemaakt, kan zijn pret niet op. Maar is de musical ook leuk voor mensen die Doe maar nauwelijks kennen? Ja, want het is een goed, energiek en vrolijk verhaal met aanstekelijke muziek. Hier en daar zijn de nummers wat anders gearrangeerd waardoor ze prima in het moderne gehoor liggen. Daarnaast is de muziek van Doe maar geschikt voor iedereen en je leert ook nog eens iets over de jaren 80.

Film / Films

Scandinavische sterrencast in absurd Vikingsprookje

recensie: The Last Viking (2025) – Anders Thomas Jensen
Viking 1September Film

‘Jij moet goed op je broertje Manfred passen, want hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd.’ Aldus een Deense vader tegen Anker, zijn oudste zoontje. Anker vat deze serieuze opdracht zó letterlijk op dat zijn eigen leven erdoor wordt weggevaagd. The Last Viking van regisseur Anders Thomas Jensen is in de kern een wrang sprookje over twee totaal verschillende broers die onvermijdelijk hetzelfde lot is beschoren.

Mensen die een afwijking hebben, zijn alleen afwijkend wanneer de anderen deze afwijking niet delen. De afwijkende mensen voelen zich daardoor alleen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen diezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

Deze drogredenering komt van een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte, en dus afwijkende, zoon wil oppeppen. The Last Viking begint met deze absurde volkswijsheid, in de vorm van een korte animatiefilm.

Buit

Het Viking-tekenfilmpje is de proloog van een film over twee broers. Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een steekje los, een afwijking dus. De ander, Anker (Nikolaj Lie Kaas), is een onhandige crimineel met een agressieprobleem, en daarmee blijkbaar min of meer normaal.
Anker maakt bij een overval ruim 40 miljoen Deense kronen buit. Hij wordt echter onmiddellijk gearresteerd en verdwijnt in het gevang.

Maar voordat hij wordt gepakt, heeft Anker het geld in bewaring gegeven aan zijn broer Manfred, die woont bij hun zus Freja (Bodil Jørgensen). Als Anker na vijftien jaar vrijkomt, heeft Manfred inmiddels besloten dat hij John Lennon is: Manfred heeft namelijk een dissociatieve identiteitsstoornis. Dat verklaart ook waarom Manfred als kind dacht dat hij een Viking was.
Deze haakse wending in het verhaal – de identiteitsstoornis – vormt de start van een onnavolgbare zoektocht naar het verdwenen geld van de overval. Manfred/John Lennon heeft het geld namelijk kwijtgemaakt.

Broederliefde

Deze absurdistisch zwarte komedie gaat echter niet zozeer over een overval met een grote buit. Ze gaat vooral over broederliefde, loyaliteit, solidariteit. Over voor elkaar door het vuur gaan. Over hoe je moet omgaan met afwijkende mensen, en over de vraag wat eigenlijk normaal is en wat niet. En natuurlijk over het zoeken naar geluk door kleine luiden.

Verder uitweiden over de plot betekent in dit geval onmiddellijk te veel verklappen; deze film moet het op veel fronten hebben van het verrassingselement.

Zesde samenwerking

Het is een enorm genoegen in The Last Viking een aantal Scandinavische topacteurs aan het werk te zien. Voor deze speelfilm werkt de Deense regisseur Anders Thomas Jensen voor de zesde keer samen met Denen Mads Mikkelsen en Nikolaj Lie Kaas, met wie hij onder andere de komisch-absurde films The Green Butchers (2003) en Riders of Justice (2020) maakte.

Mikkelsen is inmiddels een wereldster. Het is buitengewoon sterk hoe hij transformeert tot de getikte Manfred. Hij doet dat zelfs zó overtuigend en naturel, met mimiek, wapperende armgebaren, met een speciaal loopje, met een houterige lichaamstaal, dat je nu en dan zelfs vergeet dat het Mikkelsen is.
Nikolaj Lie Kaas zet de criminele broer Anker neer met een mengelmoes van geslepenheid, wanhoop, frustratie, agressie en liefde.

Sarah Lund

Voor The Last Viking maakt Jensen gebruik van een volledige Scandinavische sterrencast, met onder anderen de Zweedse Sofie Gråbøl (Sarah Lund uit The Killing) en de Deen Søren Malling, bekend uit alle Deense (misdaad)series van het afgelopen decennium.

De fotografie is magistraal (director of photography: Sebastian Blenkov), maar de Scandinavische landschappen zijn dan ook van zichzelf al uiterst fotogeniek.

Te lang

Jammer is dat de plot van tijd tot tijd alle kanten opschiet (script van Anders Thomas Jensen: de regisseur zelf). Zulke zijstraten in het verhaal kunnen makkelijk gemist worden en duren te lang, waardoor de totale film aan de lange kant is.

The Last Viking is een lomp, wreed maar tegelijk hilarisch sprookje, tegen het decor van Scandinavië, waar mythen en sagen de bewoners door de donkere winters heen helpen. Snoeihard en hardhandig, maar ook vertederend en hartverwarmend.

Film / Films

Weinig kapot in The Smashing Machine

recensie: Benny Safdie - The Smashing Machine
Foto The Smashing Machine© Filmdepot

Na de doorbraak van de gebroeders Safdie met Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) – films die hen in één klap tot de meest veelbelovende jonge makers van het moment maakten – volgde een grote verrassing: het duo ging ieder zijn eigen weg. Toch is 2025 misschien wel hét jaar waarin alle ogen opnieuw op beide Safdies zijn gericht, met hun eerste soloprojecten: Josh met Marty Supreme later dit jaar, en Benny met The Smashing Machine.

Wie aan de films van de Safdies denkt, denkt aan stress, chaos en adrenaline – verhalen die je hartslag omhoogjagen. The Smashing Machine heeft daar niets van. De titel is ironisch: er wordt nauwelijks iets kapotgemaakt in Benny Safdies sportdrama. Geen spektakel, geen heroïek; deze film doet eerder denken aan Raging Bull dan aan Rocky – en zelfs dan gestript van bravoure en cinematische flair. Het mag duidelijk zijn dat Safdie iets nieuws probeert met zijn sport-biopic over MMA-legende Mark Kerr.

De ijsbergsla van Hollywood

Nog opvallender is de casting. Dwayne ‘The Rock’ Johnson – ooit doorgebroken als fenomeen in WWE en inmiddels uitgegroeid tot een van Hollywoods grootste sterren – koos het afgelopen decennium vooral voor rollen die draaiden om spiermassa en charisma, niet om nuance of kwetsbaarheid. Hij werd het gezicht van risicovrije blockbusters: een actieheld zonder persoonlijkheid die alle problemen moeiteloos oplost, met titels als Red Notice (2021), Red One (2024) en Fast X (2023). Rollen uit één mal gegoten, zonder uitdaging voor hem of de kijker. ‘The Rock’ begon een reputatie te krijgen als de ijsbergsla onder de filmsterren: immens populair, maar inhoudelijk neutraal en smaakloos. Juist daarom was de aankondiging dat hij de hoofdrol zou spelen in The Smashing Machine zo intrigerend: een rauwe, fysiek én emotioneel zware rol waarin hij bijna onherkenbaar is.

Transformatie

Johnson verdwijnt namelijk volledig in de rol van Mark Kerr, de MMA-legende die eind jaren negentig op het toppunt van zijn carrière stond, maar tegelijkertijd worstelde met pijnstillerverslaving en persoonlijke demonen. Voor deze rol onderging Johnson een radicale transformatie: dagelijks drie tot vier uur in de make-upstoel om Kerrs vermoeide, door het leven getekende gezicht te creëren. Hij werkte met een stemcoach om Kerrs zachte, bijna verlegen toon te vinden – een scherp contrast met zijn eigen bariton. ‘Ik was doodsbang’, gaf Johnson toe in interviews. Begrijpelijk, want Kerr is een complex personage dat in deze film tot het bot wordt ontleed door Safdie.

Kerr wordt neergezet als een gevoelige, bijna verlegen man, verscheurd tussen fysieke kracht en innerlijke onzekerheid. Emily Blunt speelt Dawn Staples, Kerrs vriendin, wiens aanwezigheid de spanning en intensiteit in de film brengt. Safdie geeft ons flarden van complexiteit – Dawn die balanceert tussen liefde, frustratie en zelfbehoud – maar die lagen worden nooit volledig opengevouwen. Daardoor voelt ze soms als de zoveelste ‘hysterische vrouw van’, een cliché dat we ook zagen bij Blunt in Oppenheimer. Toch is de chemie tussen Johnson en Blunt aanwezig, rauw en ongemakkelijk, alsof je naar een relatie kijkt die elk moment kan imploderen. Het is tegelijkertijd fascinerend én frustrerend: je mist het perspectief van Dawn, zeker in een film die pretendeert de mensen rond Kerr centraal te zetten.

Slice of life

Safdie kiest ervoor de film in een verité-stijl te filmen: realistisch, bijna documentair, met handheld camera’s en snelle zooms. Het voelt alsof we stiekem meekijken in Kerrs leven. Het verhaal omarmt realisme en laat weinig ruimte voor artificiële elementen: geen grote character arcs, geen bombastische climaxen, geen imponerende monologen. Het is een slice of life – en dat geeft de film charme.

Toch voelt The Smashing Machine soms meer als een experiment dan als een afgeronde film. Johnson worstelt om los te breken van zijn persona, Blunt vervalt toch in clichés en Safdie lijkt te zoeken naar vorm. Er borrelt creativiteit onder het oppervlak, maar die komt niet volledig tot uiting. Uiteindelijk is dit vooral een monument voor Mark Kerr en zijn leven – en een interessante, zij het onvolmaakte, stap in Benny Safdies carrière.

Theater / Voorstelling

Hoe een tevreden burger tot een bange vluchteling verwordt

recensie: Prophet Song - ITA Ensemble/Mina Salehpour
Prophet Song © Andreas Schlager (13)Andreas Schlager

Hoe ontstaan vluchtelingen? Normale mensen die hun hele hebben en houden achterlaten in de hoop elders een nieuwe start te maken? Niet van de ene dag op de andere, in elk geval. De indrukwekkende voorstelling Prophet Song van ITA Ensemble laat het geleidelijke proces zien waarin een tevreden burger verandert in een angstige vluchteling.

Hoe reageren normale burgers wanneer de machthebbers zich opeens tegen hen keren? Bij de Ierse burgers in Prophet Song heerst eerst ongeloof: het zal zo’n vaart niet lopen, toch? Vervolgens zijn ze verontwaardigd: ja zeg, dat kan zomaar niet. Maar stukje bij beetje zet de neergang door, neemt rechteloosheid met bruut geweld de macht over en gaat de democratie ten onder. Het is niet moeilijk in Prophet Song alle hedendaagse oorlogen te zien, plus het regime van Donald Trump.

Noodwetvoorziening

In deze voorstelling van de Iraans-Duitse regisseur Mina Salehpour worden de burgers van Ierland overvallen door autoritaire machthebbers. Met een plots ingevoerde ‘noodwetvoorziening’ in de hand grijpen ze hard en redeloos in tegen burgers die hen onwelgevallig zijn. Na aanvankelijke verbazing en verontwaardiging om het rechteloze tekeergaan van agenten en soldaten, blijkt al snel dat tegenspraak, protesten of rechtszaken geen nut hebben.

Mannen worden zonder duidelijke aanklacht opgepakt. Vervolgens verdwijnen zij in het ondoorgrondelijke rechtssysteem – als er al sprake is van een rechtssysteem. Misschien komen ze nog ooit terug, misschien zijn ze ook al op dag één om het leven gebracht.

Onzichtbare baby

Zo wordt ook Larry (Sanne den Hartogh) opgepakt. Larry is de man van Eilish. Hij is voorzitter van de onderwijsvakbond en bereidt een staking voor. Reden om hem zonder pardon op te pakken. Net als een vriend, die al eerder in het gevang verdween.

Spil van de plot is vervolgens zijn echtgenote Eilish (Janni Goslinga), moeder van hun vier kinderen. De jongste is nog een baby. Eilish houdt baby Ben rechtop midden vóór haar lichaam vast. Met haar linkerhand ondersteunt ze het hoofdje, met de rechter de billetjes. Baby Ben is echter ‘onzichtbaar’: Goslinga draagt geen kind, geen pop, geen bundeltje doeken, maar een imaginair kind. Een baby is een symbool voor nieuw leven, voor de toekomst. In het onzichtbaar zijn van die baby kunnen we de twijfel zien aan de mogelijkheid van nieuw leven, aan de vraag of er wel sprake zal zijn van een toekomst.

Stapje voor stapje

Eilish gelooft niet in de plotselinge rechteloosheid. Ze gaat ervan uit dat haar man weer wordt vrijgelaten. Ze probeert ondertussen haar kinderen op koers te houden en voor haar dementerende vader (Gijs Scholten van Aschat) te zorgen. Heel langzaam, stapje voor stapje, na een reeks van nare incidenten, begint deze alledaagse vrouw in te zien dat er geen weg terug is, dat de situatie alleen maar erger zal worden.

Bewerkt boek

Prophet Song is een bewerking van het gelijknamige boek uit 2023 van de Ierse schrijver Paul Lynch. De internationaal vermaarde regisseur Mina Salehpour, als kind met haar ouders gevlucht uit Iran, bewerkte het boek samen met Lea Goebel tot een theatertekst.

Scenograaf Andrea Wagner geeft de spelers alleen een tafel, een stel sobere stoelen en een plastic teil als decor. Desondanks is de vormgeving groots, overweldigend, mede dankzij de subtiele belichting (lichtontwerp Mark Van Denesse) en een zeer zware, dreigende soundscape (componist Sandro Tajouri).
In het stuk volgen de gebeurtenissen elkaar in een razend tempo op, en Salehpour houdt er een moordend tempo in door de scènes bijna ongemerkt in elkaar te laten overvloeien. Daardoor vliegen de twee uur die de voorstelling duurt om.

Zwijgende massa

Mooie vondst is een soort klassiek Grieks ‘koor’ van figuranten op het podium. Nu eens lopen ze tussen de acteurs door, soms staan ze op een rij, of ze keren de spelers de rug toe. De figuranten symboliseren de zwijgende massa, de wereld die ziet hoe de ramp zich voltrekt, maar niet ingrijpt.

Salehpour heeft een hele roedel ijzersterke acteurs tot haar beschikking. Vooral Janni Goslinga als moeder Eilish levert een topprestatie. Goslinga staat feitelijk de volle twee uur in de schijnwerpers. We zien haar geleidelijk veranderen van liefdevol, vrolijk en strijdlustig in bang en wanhopig. Goslinga trekt alle registers van haar grote talent open, van lachend naar huilend, van beweeglijk naar stram.

Gijs Scholten van Aschat zet volkomen geloofwaardig en naturel een verwarde, eigenwijze dementerende vader neer. Jesse Mensah speelt oudste zoon Mark met toepasselijke bravoure, speels in stemgebruik en lichaamstaal. Maria Kraakman zet zo’n beetje alle vrouwenrollen neer, met groots gemak schakelend van personage naar personage.

Lichtvoetigheid

Opvallend is Roman Derwig als de speelse twaalfjarige zoon Bailey, en als een licht schmierende soldaat. Hij zet een mooie bokkige puber neer, en een irritante, spottende soldaat. Derwig speelde eerder dit jaar de titelrol in Hamlet bij Theater Rotterdam. Toen stond hij er vooral bij als een jammerende jongen, met hangende wenkbrauwen en een pruillip. In Prophet Song stuitert Derwig met jeugdige lichtvoetigheid over het podium.

De enige die niet goed uit de verf komt, is ‘Ntianu Stuger als dochter Molly. Stuger heeft zich de afgelopen jaren bewezen als groot talent, maar ze krijgt van Salehpour nauwelijks de ruimte om méér te doen dan het meisje nogal hangerig neerzetten.

Vreedzaam

De apocalyps waar de voorstelling op afstevent, is niet louter inktzwart. Er is een uitweg. Vluchtelingen zetten in een lange sliert koers naar de grens met een vreedzaam buurland. Misschien hebben ze tóch een toekomst.

Tekst: Paul Lynch
Bewerking: Mina Salehpour en Lea Goebel
Scenografie: Andrea Wagner
Componist: Sandro Tajouri
Lichtontwerp: Mark Van Denesse
Kostuumontwerp: Maria Anderski

Theater / Voorstelling

Sommige Nederlanders zijn Nederlandser dan andere Nederlanders

recensie: FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland - SADETTIN K/Nicole Beutler Projects
FIRST MAN - Bart Grietens-7Bart Grietens

‘Moeten opa en oma nu het land uit?’ vraagt het zoontje van de Turkse man in FIRST MAN als in 2023 de PVV de verkiezingen wint. Het zoontje voelt zich ‘plotseling’ een vreemdeling. De vader reageert met verbijstering, vertwijfeling en woede: ‘Belachelijk dat ik moet nadenken over zo’n vraag.’

In de solovoorstelling FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland bekijkt een vader de verrechtsing vanuit het standpunt van de Nederlander met een niet-westerse achtergrond. FIRST MAN is een coproductie van SADETTIN K en Nicole Beutler Projects.

Niet-Nederlands

Leg het maar eens uit aan je kind, geboren uit een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Dat er bepaalde Nederlanders zijn die vinden dat ze Nederlandser zijn dan dit biculturele kind, dat dit hún land is, en niet dat van het kind. En wat de vader vooral moet uitleggen: dat het kind in die storm van tegenwerking overeind moet blijven, moet blijven wie het is, inclusief zijn anders-klinkende naam, inclusief niet-Nederlandse voorouders.

Onalledaags onderwerp

In FIRST MAN. Hoe ik bijdroeg aan de omvolking van Nederland laat acteur Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, °1982) aan zijn publiek zien hoe hij denkt dat gesprek met zijn tienjarige zoon te zullen voeren aan de keukentafel. Die keukentafel is denkbeeldig, het decor bestaat uit niet meer dan een hoge witte lichtzuil, plus een vierkant zwart blok om op te zitten en op te staan (scenografie Emin Batman). De afwezige, spreekwoordelijke keukentafel staat symbool voor een alledaags gesprek over een onalledaags onderwerp.

Radicaal-rechts wint in Nederland jaar na jaar meer terrein, stelt Kirmiziyüz. Dat, terwijl hij, toen zijn zoon werd geboren, toch verwachtte dat de wind wel weer zou gaan liggen. Maar het racisme neemt toe. Iedereen met zogenoemde ‘niet-westerse’ roots krijgt de schuld van alles wat misgaat. Hoe goed je ook je best doet, je hoort er nooit bij; de klappen vallen altijd in jouw hoek. Probeer daarin nog maar eens normaal te blijven functioneren.
En toch: dit is ook het land van de Turkse grootouders, van de vader en van de biculturele zoon. Zelfs al zouden ze kúnnen ‘repatriëren’, zelfs dan: Nederland is hun thuis.

Politiek cabaret

De vader, de ik-figuur, valt samen met Sadettin Kirmiziyüz, die deze voorstelling zelf zowel heeft geschreven als speelt. Daarmee ontstaat een nogal hybride schouwspel, dat het midden houdt tussen toneel en politiek cabaret; niet zozeer geacteerd, als wel verteld. De tekst heeft duidelijk een lange ontstaansgeschiedenis, met als voorlopige slotsom de actuele verkiezingsuitslag, waarin de middenpartij D66 nipt won van de radicaal-rechtse PVV.

Vreemd element

Het is jammer dat Kirmiziyüz zich in zijn tekst echt te lang laat meeslepen door een toekomstfantasie waarin onoverwinnelijke superhelden van Superman tot Star Trek-types ten strijde zullen trekken tegen boze krachten, om hem en de zijnen te redden. Het doel van deze zijstraat in de verhaallijn is niet echt helder. Er moet een superheldenpak aan te pas komen, dat Kirmiziyüz moet aantrekken. In de tekst springt hij van de hak op de tak met associatieve oneliners. Ook een stuk spel zonder woorden, ondersteund door een zware soundscape, duurt erg lang.

Een vreemd element is ook de stem van HAL, de computer uit Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey. Computer HAL (je kunt er in het heden AI in zien) neemt in de film de macht over van de menselijke astronauten, totdat ze hem eindelijk de baas worden.

Hartverscheurend

Deze zijstappen vormen verwarrende onderbrekingen in het overigens uiterst zinnige betoog van Kirmiziyüz. Zijn persoonlijke boodschap en de zorgen om de toekomst van zijn zoon, tegen de achtergrond van een radicaliserend Nederland, zijn raak. Pijnlijk. Hartverscheurend. Kirmiziyüz brengt die passages met afwisselend vertwijfeling, angst, kwaadheid, verontwaardiging, frustratie… en hij heeft gelijk. Zijn uiteenzetting over het wij-zij-denken van Nederlanders met een Nederlandse achtergrond snijdt beslist hout. Zulke Nederlanders proberen mensen buiten te sluiten met wie ze al decennialang samenleven. Hoog tijd om de kinderen van de ‘nieuwe’ Nederlanders onomwonden gerust te kunnen stellen.

Tekst: Sadettin Kirmiziyüz
Dramaturgie: Liet Lenshoek
Scenografie: Emin Batman
Licht: Gé Wegman
Compositie: Gary Shepherd

Theater / Voorstelling

Het roofdier is weer vrij

recensie: Hoge Bomen – Bellevue productie/Het Nationale Theater
Hoge Bomen - © Juliette de Groot - Bellevue _ HNT 1Juliette de Groot

‘Waarom moet jij weer dingen maken? Waarom kun je niet gewoon onzichtbaar blijven?’ Aldus actrice Leyla, #MeToo-slachtoffer tegen regisseur Sven, de man die haar belaagde. In de interessante lunchvoorstelling Hoge Bomen van Het Nationale Theater/Bellevue producties staat de vraag centraal of een gecancelde ‘dader’ ooit weer terug kan en mag komen in zijn oude beroep.

Nu het ergste stof is neergedaald rond de storm van #MeToo-kwesties, nu er gedragsregels zijn opgesteld om herhaling te voorkomen, schuift schrijver Koen Caris in Hoge Bomen een gestrafte, gecancelde dader naar voren. Mag een #MeToo-dader ooit nog een podium krijgen, een voorstelling maken? En zo ja: onder welke voorwaarden? En wat doet zo’n terugkeer met de slachtoffers?

Vieze vingers

Caris voert in Hoge Bomen de gevierde regisseur Sven op. Alom geloofd en geprezen om zijn werk, maar achter de schermen een hork, die bovendien met zijn vieze vingers aan spelers zat. Onder anderen aan actrice Leyla, met wie hij zelfs een relatie had; al was die totaal ongelijkwaardig, begrijpen we.

Op het moment dat de voorstelling begint, is het vier jaar geleden dat Sven aan de schandpaal werd genageld wegens seksueel geweld. Best lang alweer, vindt Sven zelf. Hij heeft besloten dat hij een voorstelling wil maken over zijn daden en de nasleep ervan. Maar dan wel met goedkeuring en zelfs met medewerking van zijn slachtoffers. Hij klopt aan bij de zwaar getraumatiseerde, afwerende Leyla om haar dit plan voor te leggen.

Grenzen

Dat bezoek gaat gepaard met allerlei, zeer herkenbare, gedragsregels die naar aanleiding van #MeToo zijn opgesteld. Gedragsregels die potentiële slachtoffers in de gelegenheid moeten stellen hun grenzen aan te geven.
Sven verschijnt voor Leyla’s deurbelcamera: ‘Het spijt me dat je mij moet zien’. Vraagt expliciet om toestemming om binnen te mogen komen; maar hij haalt bij binnenkomst tegelijkertijd met een vies gezicht zijn neus op, alsof het in het huis van Leyla stinkt. Hij moet verplicht de deur openlaten om te voorkomen dat zij zich opgesloten of in het nauw gedreven zal voelen, maar hij onderhandelt over hoe vér die deur open moet blijven.

Neerbuigend

Raygin Fullinck, een jaar geleden afgestudeerd aan de regieopleiding, laat dader Sven (Bram Coopmans) zijn schijnbaar vriendelijke teksten veelal spelen met een vileine onderstroom in mimiek en lichaamstaal.
Coopmans is zeer fascinerend als de regisseur die zijn agressie en zijn libido niet in de hand had. Meteen tijdens zijn eerste pogingen om slachtoffer Leyla te benaderen, geeft Coopmans Sven een arsenaal aan glimlachjes en blikken mee die verglijden van meewarig, cynisch en sarcastisch tot neerbuigend. Hij fleemt, slijmt. Het mooie daaraan is dat je als toeschouwer denkt: ik geloof er niks van dat deze man zijn lesje heeft geleerd. Hij is nog even manipulatief als toen hij in de fout ging. Hij heeft zich alleen het deemoedige vocabulaire aangeleerd dat het roofdier moet bezigen om nog aan de bak te kunnen komen.
Door deze tweeslachtigheid wordt de vraag of Sven ook maar íéts heeft geleerd van zijn neergang, en van de jaren waarin hij niet heeft kunnen werken. Hij vindt nog steeds dat hij deze vrouw mag domineren.

Ongenuanceerd kwaad

Soumaya Ahouaoui als Leyla heeft helaas een te klein palet aan kleuren om een heel genuanceerd personage neer te zetten. Wat betreft haar lichaamstaal, maar vooral: voor wat betreft haar stemgebruik. Ze is eigenlijk de hele voorstelling boos, agressief, gefrustreerd. De beweging moet vooral komen uit haar armen en uit haar vooruitgestoken nek. Het volume van haar stem varieert weinig. Mogelijk verkiest regisseur Fullinck niet méér emoties voor het personage van de belaagde actrice, maar heel geloofwaardig is dat niet: Leyla moet nu vier jaar verder zijn, en dan zou ze nog even ongenuanceerd kwaad zijn.

Bijten

Hoge Bomen is zowel een spel als een gevecht. Het decor (scenografie: Nina Kay) is een ruitvormige, knalrode verhoging, waarin je een podium of een boksring kunt zien. De spelers benaderen elkaar erop, of scheppen er juist afstand mee. Fraai is in de achterwand een boog van beeldschermen waarop onder anderen een vervaarlijk happende dobermann pinscher is te zien.

Het roofdier is weer vrij. De vraag is of het ooit zal begrijpen dat het nooit meer mag bijten. Als we de cynische ondertoon van de regisseur mogen geloven, valt dat te betwijfelen.

Tekst: Koen Caris
Dramaturgie: Kyra Mol
Scenografie: Nina Kay
Lichtontwerp: Floriaan Ganzevoort
Muziek: Jin Hoogerwerf