Film / Films

Mensen en paarden met een missie

recensie: Of Horses and Men

.

De debuutfilm van Benedikt Erlingsson is opgebouwd uit de belevenissen van de inwoners van een kleine IJslandse gemeenschap en een verdwaalde toerist. De andere hoofdrolspelers van de film, de paarden, fungeren als spiegels. Een schitterende bijrol is weggelegd voor de uitgestrekte en ruige landschappen.

Episodisch

~

De episodisch opgezette film volgt verschillende personages; mensen én paarden.
Kolbeinn is een ijdele man en erg trots op zijn merrie Grána. Een bezoek te paard aan de buren is voor hem een demonstratie van de schoonheid en kracht van de merrie. De hengst van de buren is ook onder de indruk van Grána en onderneemt actie. Buurvrouw Solveig heeft haar zinnen gezet op Kolbeinn, maar hij heeft vooralsnog geen oog voor haar. En er zijn meer kapers op de kust…

Dronkenlap Vernhardur heeft de missie zijn geliefde wodka aan te schaffen, Grimur ziet zijn weg versperd worden door de hekken van boer Egill en, de eigenzinnige Johanna smeedt plannen om een wilde merrie te vangen. Toerist Juan loopt deze mooie jongedame tegen het lijf en krijgt ineens zin om te leren paardrijden.

Absurdistisch en mooi

~

De absurde situaties vol zwarte humor die ontstaan door de acties van deze vastberaden mensen, wekken verbazing en bewondering op. Maar ook afkeer en schrik, want het gaat er niet altijd even zachtzinnig aan toe. De gedrongen paarden, met hun parmantige manier van draven, zijn fascinerend om naar te kijken, evenals de prachtige beelden van de weerbarstige omgeving. De muziek en cinematografie dragen effectief bij aan de vervreemding van de kleine gemeenschap.

Paralellen

~

Door het lot van de mensen en dieren aan elkaar te verbinden, trekt de film interessante paralellen. De menselijke personages blijken, naast dat ze vooral gemotiveerd worden door hun instincten, net zo eigenwijs en stoer als de sterke IJslandse paarden. Of Horses and Men levert bijzondere filmmomenten die doen denken aan personagevertolkingen van  Alex van Warmerdam en aan de sfeer in Fargo. De film blijft wel erg schetsmatig om voortdurend te blijven boeien. Hierdoor blijft de kijker helaas op afstand , maar er valt genoeg, al dan niet ongemakkelijk, te gniffelen. 

Boeken / Fictie

Radicaal visueel

recensie: Erik Lindner - Acedia

Erik Lindners gedichten hebben vaak iets weg van een extreme extrapolatie van het aloude en inmiddels enigszins clichématige show, don’t tell-principe, zo laat zijn vijfde bundel Acedia zien.

Vooral in de reeksen gedichten wordt er veel, heel veel getoond, alsof een drone met een camera boven een stuk land vliegt. Toch blijkt al vrij snel dat de gedichten zeker niet zo objectief zijn als ze op het eerste oog lijken: vrij vroeg in de bundel staat al ‘Een boomstronk kronkelt als touw’. Dat is een vergelijking, een manier om grip te krijgen op een observatie en/of daar iets over te zeggen, en derhalve subjectief.

Beeldrijm

Er wordt bovendien wel degelijk verteld. Lindners gedichten zijn geordend, op een manier waarop beeldende kunst soms geordend is: eerder visueel dan duidelijk betekenisdragend. Het taalgebruik is kaal, maar de gedichten zitten vol beelden die kort en effectief neergezet worden. Neem bijvoorbeeld het volgende, titelloze gedicht:

De zee is paars bij Piraeus.

Een vlag kruipt uit de klokkentoren
als de wind draait.

Een man stapt over een hond.
Een vrouw wrijft gebogen over haar ooglid.

In een parapluwinkel valt een paraplu van de toonbank.

Op een smalle tak zit een duif
die eraf valt, fladdert en opnieuw gaat zitten
de bes die te ver op het uiteinde van de twijg zit
de tak die doorbuigt, de kraag die opbolt als de duif verschuift.

Een meisje stapt in de metro met een bureaula.

Op het dikke zand aan de branding
schuift een visser horizontaal zijn hengel uit
een fiets staat naast hem op de standaard.

Hij staat wijdbeens alsof hij plast.
Vogelpootafdrukken in het zand.
De hengel kromt boven de zee.

Op het eerste gezicht is dit een collage van verschillende, willekeurige observaties. Toch zijn er sterke onderlinge verbanden tussen de beelden: ze zijn ontleend aan de natuur (bijvoorbeeld zee, wind, duif, zand), of verwijzen specifieker naar water (zee, hengel, visser, branding, ‘alsof hij plast’). Bovendien zit er veel beeldrijm in het gedicht: de vlag in de wind en de opbollende kraag, de gerekte vormen van de vlag(genstok), toren, tak, bureaula, hengel. Vergelijk het met bijvoorbeeld een schilderij van de latere Mondriaan: het kunstwerk verwijst naar zichzelf, het draait om verhoudingen tussen lijnen en kleurvlakken en niet om zoiets als (allegorische) betekenis.

Meer woord naast beeld

De compositie van de bundel zelf is ook prikkelend. Acedia is, zoals dat in de Angelsaksische wereld heet, een new and selected poems-uitgave. Na de nieuwe gedichten (nog niet de helft van het boek) volgt een selectie uit Lindners vorige vier bundels. De ordening is opvallend: de bloemlezing begint bij Lindners vijfde bundel en loopt in omgekeerd chronologische volgorde tot en met zijn debuut. Dat is niet alles: alleen in de verantwoording achterin wordt aangegeven welke gedichten waarvandaan komen. Verdere markeringen ontbreken, alsof alles samen een geheel vormt. Let ook op de neutrale ondertitel van de bundel: Gedichten, in plaats van iets in de trant van Gedichten 1996-2014.

De aparte volgorde confronteert je op een interessante wijze met Lindners poëzie: die lijkt opener, voller en minder kaal te worden. De verteller is duidelijker aanwezig, wandelt als ik-persoon steeds vaker het gedicht in. De gedichten zijn prateriger, door zinnen als ‘Alles wat ontstaan is kan verdwijnen’ en ‘Toets de pioniers niet, / ik vraag je’. Het beeldende van het latere werk is al duidelijk aanwezig, maar minder extreem uitgewerkt. Er staat nog veel woord naast beeld. Daarom maakt het oudere werk (uit de eerste drie bundels) iets minder indruk.

Acedia is een mooi carrièreoverzicht dat zijn best doet om geen carrièreoverzicht te lijken. Lindners radicaal visuele werk maakt de meeste indruk, maar de gedichten uit zijn eerdere bundels mogen er absoluut ook zijn. Bovendien zorgt de bijzondere opzet van de bundel voor nieuwe perspectieven op Lindners poëzie.

Theater / Voorstelling

Dolf Jansen is scherp, maar mist hier en daar finesse

recensie: Dolf Jansen - De nieuwsjager

In al het geweld van oudejaarsconferences mag die van Dolf Jansen niet ontbreken. Al sinds 2001 is hij bekend met het genre, zowel solo als in combinatie met zijn maatje Hans ‘Lebbis’ Sibbel. Ter promotie van deze editie heeft hij zichzelf laten fotograferen in een krantenpak, rennend naar nieuws. De link met zijn hardloopverleden komt subtiel terug. Jansen spreekt net zo snel als hij denkt, al laat hij ook ruimte voor een poëtisch intermezzo. Er zijn voldoende lachmomenten en Jansen toont zich een bekwaam nieuwsduider. Toch is de balans niet altijd even aanwezig.

‘Lebbis’ Sibbel. Ter promotie van deze editie heeft hij zichzelf laten fotograferen in een krantenpak, rennend naar nieuws. De link met zijn hardloopverleden komt subtiel terug. Jansen spreekt net zo snel als hij denkt, al laat hij ook ruimte voor een poëtisch intermezzo. Er zijn voldoende lachmomenten en Jansen toont zich een bekwaam nieuwsduider. Toch is de balans niet altijd even aanwezig.

Dolf Jansen is overal. Staat hij niet in het theater, dan presenteert hij wel voor de radio (Spijkers met koppen) of schrijft hij columns voor diverse media. Dat komt handig uit voor zijn huidige theaterprogramma; hij hoeft niet geforceerd op zoek naar opmerkelijke nieuwsfeiten. De oudejaarsconference is namelijk geen gemakkelijk genre en past niet iedere cabaretier. Vorig jaar ondervond Theo Maassen grote moeite met het concept en praatte openlijk over zijn twijfels en worstelingen, volgend jaar mag Herman Finkers, toch niet bekend om zijn actuele grappen, het stokje overnemen van de meester Youp van ’t Hek. Jansen is zeker geschikt voor de klus en voelt zich dan ook als een vis in het water, maar is niet voldoende in staat om de balans in het programma te bewaken. Zo begint hij heel aardig met een nummer van Roy Orbison als startpunt van zijn pleidooi om positief te blijven denken. Vervolgens maakt hij de zaal warm met enkele verwijzingen naar het WK voetbal in 2014, met op de achtergrond een levensgroot doek van Jansen zelf. Hij imiteert de zweefduik van Robin van Persie als hét symbool van 2014. Met enkele rake grappen gaat het publiek er goed voor zitten en het lijkt een gezellige avond te worden. Helaas lijkt Jansen dat niet aan te voelen en wil hij per se vasthouden aan zijn verhaal. Zo spitsvondig als hij begint, zo belerend wordt hij in het uur daarna. Dat haalt de vaart eruit. Ondertussen probeert hij de band met zijn vader te verweven in het verhaal, zonder dat het echt iets toevoegt. Bovendien is het niet bijster origineel, met iets meer creativiteit had het nog een meerwaarde kunnen hebben. Een zin als ‘de wind waait gaten in mijn dagen’ wordt met het nodige drama gebracht, maar de kitscherigheid spat er vanaf.

De noodzaak om in de chaos van het nieuws een rustpunt in te bouwen is begrijpelijk, al was een lied beter op zijn plaats geweest. Laat desnoods muziek op de achtergrond spelen of werk het lichtplan verder uit, zodat het programma diepgang krijgt. Nu komt het wat gekunsteld over en dat is jammer. Toch redt Jansen de avond met zijn onderzoekje naar woningcorporaties, geeft hij Limburg een veeg uit de pan en weet hij de dubbelzinnigheid van Westerse ethiek goed uit te leggen. Inhoudelijk klopt het allemaal, maar Jansen moet oppassen dat hij zich niet vertilt aan het engagement én de noodzaak tot persoonlijke en poëtische verhaallijnen. Een iets hogere grapdichtheid zou de avond zeker goed hebben gedaan. Volgend jaar opnieuw proberen?

Muziek / Album

Beste album

recensie: Navarone - A Date At The Chapel

In de winter van 2013 nam Navarone op één dag twee sets op in de kapel van Roepaen. Samen met een orkestraal collectief bracht de band hun rocksongs ten gehore in speciale akoestische arrangementen.

Met het uitkomen van A Date At The Chapel trekt Navarone het land door om de akoestische versies die op dit album staan live uit te voeren. De arrangementen zijn gemaakt door Chris Christodoulou, Minhkel Zilmer en Robin Assen. Assen is tevens producer van dit werk.

Rockoptreden in schaapskleding
De filmploeg schoot op de opnamedag in december als tweede ploeg in de wereld in 4K-kwaliteit. Veel acts zullen jaloers zijn op die voorsprong. Deze superkwaliteit komt overigens niet tot zijn recht op de bijgesloten DVD, maar een bijgeleverde toegangscode geeft toegang tot de vertoning op het internet waarbij alle mogelijkheden van deze kwaliteit wel zichtbaar zijn. De beelden zijn in de fraaie ambiance van de kapel erg sfeervol en vol afwisseling geschoten. De cameraploeg heeft duidelijk zijn best gedaan om van dit rockoptreden in schaapskleding wat bijzonders te maken en is daar bijzonder goed in geslaagd!

Toch gaat het uiteindelijk om de muziek van Navarone. Het repertoire is afkomstig van beide studioalbums van de band. Het zwaartepunt ligt daarbij op het debuut. Alle composities van A Darker Shade of White zijn vertegenwoordigd. Het eerder dit jaar verschenen album Vim and Vigor is leverancier van een minderheid van de liedjes, maar vormt door de arrangementen een fraaie eenheid met het oudere werk.

Staat als een kapel
Het album A Date At The Chapel is misschien wel het mooiste werk dat Navarone tot op heden wist vast te leggen. Natuurlijk zijn ze als rockband niet te versmaden op tal van festivalpodia, maar in de akoestische verpakking komt de kwaliteit van de composities nog beter tot zijn recht en met de ingehouden speelkracht laat de band horen en zien dat ze hun instrumenten uitstekend weten te hanteren. De geschoolde krachten van het orkest The Wooden Collective steken daarbij niet af tegen de kwaliteit van de bandleden. Wel vormen ze een fraaie aanvulling op het rockgeluid, dat met strijkers, harp, fluit, klarinet en vleugel een bijzondere bewerking krijgt, die staat als een huis. Of, in dit bijzondere geval, moet ik eigenlijk zeggen: ‘als een kapel’.
 

Boeken / Fictie

Weerzinwekkende body horror

recensie: David Cronenberg (vert. Thijs en Arjaan van Nimwegen) - Geconsumeerd

.

Nathan en Naomi zijn geen doorsnee koppel. Als ‘embedded journalists’ bijten ze zich helemaal vast in hun onderwerp. Zo is Nathan bezig met een artikel over louche artsen in Oost Europa die, al dan niet gezonde, organen en andere lichaamsdelen amputeren. Naomi op haar beurt doet onderzoek naar een Frans filosofenechtpaar Célestine en Aristide Aresteguy, van wie wordt vermoed dat Aristide zijn vrouw heeft vermoord en deels heeft opgegeten. Naar mate Nathan en Naomi nauwer betrokken raken bij hun subjecten, blijken hun casussen meer en meer met elkaar verweven te zijn.

Vormen van consumentisme
Nathan en Naomi zijn hightechfetisjisten ten top. Het overgrote deel van hun communicatie vindt plaats via hun laptops en telefoons. Dat ze voor elkaar gemaakt zijn, blijkt uit hun consumptiepatroon. Zo hebben ze merktrouw gezworen: beiden gebruiken een Nikon waardoor ze naar hartelust microlenzen kunnen uitlenen. Nathan beschouwt het dan ook als verraad wanneer Naomi ineens haar Apple-producten lijkt te prefereren. 

Cronenberg werkt zijn titel op ingenieuze wijze uit. Nathan en Naomi hebben consumeren tot een kunst verheven door vol overgave de kassa’s van elektronicawinkels op vliegvelden te spekken. Hun seksleven en voorliefde voor technologische snufjes vloeien naadloos in elkaar over. Tegelijkertijd ontvouwt zich het verhaal van Célestine die vrij letterlijk door haar man geconsumeerd zou zijn. Een sterke maag is geen overbodige luxe bij deze passages. 

Te veel van het goede

Cronenberg heeft veel roem vergaard met films die binnen het zogeheten body horror-genre vallen. Op papier bezit Geconsumeerd alle elementen voor zo’n verhaal: apotemnofilie (een sterke wens om een of meerdere ledematen te amputeren), zeldzame seksueel overdraagbare aandoeningen en een sappige kannibalistische moord. Geconsumeerd is duidelijk door een filmmaker geschreven, getuige de vele cinematografische beschrijvingen.  

Toch ontbreekt het dit debuut wat aan overtuigingskracht. Allereerst doordat de relatie tussen Nathan en Naomi erg aan de oppervlakte blijft – terwijl deze juist zo essentieel is. Verder lijkt Cronenberg zóveel van zijn fascinaties in de roman te willen proppen dat sommige onderwerpen hierdoor niet goed tot hun recht komen. De echte Cronenberg-fan komt zeker niet bedrogen uit maar voor andere lezers ligt een overkill aan indrukken wel op de loer. 

Muziek / Achtergrond
special: Martinus - Martinus

Warme klanken

Het verlangen om de band Martinus ook live te horen kan niet beter aangewakkerd worden dan door te luisteren naar deze in eigen beheer uitgebrachte EP. Met warme klanken stookt Martinus het haardvuur stevig op.

Het zestal dat samenwerkt onder de naam Martinus maakt muziek die tot de melancholische folk en Americana gerekend kan worden, zo schrijft de groep zelf in de bij hun EP geleverde persnotitie. Naast de broers Ashwin (zang, gitaar en tekstschrijver) en Aäron Steps (bas), spelen Yannick Hermans (gitaar, zang), Ingo Jetten (gitaar, zang) Joost Koevoets (drum) en Astrid van Kerckhoven (viool) op deze debuut-EP. De vier nummers ademen een grote mate van vakmanschap en rust uit. De warmte van de composities neemt samen met de sound en de productie al snel bezit van de luisteraar. De meerstemmige zang van de goed bij elkaar kleurende stemmen klinkt als een klok.

‘Move On’, ‘Whose Choice’, ‘Drugs’ en ‘True Love’ doen in kwaliteit niets voor elkaar onder. Alle composities gaan over de liefde tussen twee mensen, al is dat in ‘Drugs’ over de liefde tussen ouders en hun zoon die verloren is door de drugs.

Het enige wat helpt om meer te genieten van dit kleine juweeltje, is de repeatknop van de cd-speler indrukken.

Live in Nederland:
11 januari 2015 Butterfly Moves, Sittard
10 februari 2015 Studio Tilburg, Tilburg
6 maart 2015 Poppodium Volt, Sittard
 

Boeken / Fictie

Meester der observatie

recensie: Ernest Hemingway - Een mekka voor veinzers

Ter gelegenheid van het festival Literaire Meesters verzamelde uitgeverij Het Literatuurhuis vroege teksten, columns en essays van en over een van de meest tot de verbeelding sprekende schrijvers van de vorige eeuw: Ernest Hemingway.

Noem de naam Hemingway en velen roepen in koor: drank, jagen, boksen, vissen en vrouwen en o ja, is dat niet die schrijver die zelfmoord pleegde? Inderdaad, dat is de schrijver die zichzelf in 1961 door zijn bebaarde kop schoot. Hij was het leven zat, een wrak na jaren van excessief drankgebruik. Maar wordt, ondanks het macho beeld dat men van hem heeft en dat de schrijver overigens zelf rijkelijk voedde, Hemingways werk nog wel gelezen? Iedereen zal de titels van zijn boeken kunnen noemen, maar wie kan iets zinnigs over de inhoud zeggen? Het Literatuurhuis doet met Een mekka voor veinzers een poging het leesvuur weer wat aan te wakkeren.

Eerste teksten

Met zijn eerste vrouw, Hadley Richardson, vertrekt Hemingway naar Parijs, het literaire mekka van dat moment. Hij weet met de Toronto Star, een krant waarvoor hij in Amerika reeds schrijft, een deal te sluiten zodat hij ook in Parijs voor haar mag werken. Het boek begint met veelal niet eerder gepubliceerde stukken die hij schreef voor deze Toronto Star. Het is meteen het beste én interessantste wat het te bieden heeft. Columns vanuit Parijs, reisverslagen en teksten over  onderwerpen die later ook in zijn romans regelmatig terugkeren. Hemingways typische stijl is al licht aanwezig, maar vooral in de thematiek vindt men de schrijver zoals wij hem kennen.

Observator

Wie Hemingways romans leest, moet verbluft zijn over het enorme observatievermogen dat de schrijver tentoonspreidt. Ook in zijn vroege werk laat hij blijken deze signaleringskunst te bezitten. Hij schrijft over zijn bohémien landgenoten die in de jaren twintig in groten getale naar Parijs trekken en zich de godganse dag in haar cafés ophouden. Het kost weinig moeite je de tafereeltjes voor te stellen. De rokerige, overdrukke ruimten waarin iedereen een eind weg kakelt en de een er nog vreemder uitziet dan de ander. Hemingway observeert en trekt de conclusie dat in hun streven naar individualisme ‘ze een soort uniformiteit in de excentriciteit bereikt hebben’.

Ditzelfde vermogen etaleert hij in zijn stukken over de op de vlucht geslagen bevolking van Thracië. Tevens zien we hier de gevoelige Hemingway die, hoewel aanwezig in zijn fictie, vaak onderbelicht blijft:

Het is een zwijgende stoet. Niemand die zelfs maar gromt. Dit is alles wat ze kunnen doen om in beweging te blijven. Hun prachtige boerenkostuums zijn doorweekt en bemodderd. Kippen bengelen, aan hun poten opgehangen, aan de karren. Kalveren snuffelen aan het trekvee zodra een opstopping de stoet stil doet houden. Een oude man loopt gebogen onder een jong varken, een zeis en een geweer, een kip aan zijn zeis vastgebonden. Een huisvader spreidt een deken over een barende vrouw in een van de karren, om haar tegen de slagregen te beschermen. Zij is de enige die geluid maakt. Haar dochtertje kijkt naar haar in panische angst en begint te huilen. En de stoet trekt voort.

Herhaling

Het grootste deel van Een mekka voor veinzers gaat op aan essays over de schrijver. Helaas, want na zo’n veelbelovend begin verlang je naar meer onontdekte pareltjes van de meester zelf. Ton de Kok schreef het boeiendste essay, waarin hij een verbinding legt tussen De oude man en de zee en het Bijbelboek Prediker. Bovendien laat hij Santiago (de oude visser uit de novelle) en Salomo (de schrijver van Prediker) elkaar op het strand ontmoeten. De overige essays zijn onderhoudend, maar de Hemingwaykenner en -liefhebber zal niet veel nieuws opsteken. Daarnaast worden feitjes uit schrijvers leven in verschillende teksten te vaak herhaald. Voor een eerste kennismaking met de zelfbenoemde macho vormen de essays echter een goede opmaat.

Theater / Achtergrond
special: Tractor Girl maakt sneeuwpop op de Zuidpool

Droom komt uit

Theatermaker Manon Ossevoort bedacht een verhaal: ‘Meisje dat op een tractor naar de Zuidpool rijdt’. Nu, twaalf jaar later, is haar verhaal werkelijkheid geworden.

~

Na een barre laatste etappe bereikte het team in de vroege ochtend van 9 december de Zuidpool. Hier heeft Manon, zoals beloofd, een sneeuwpop gemaakt ‘met de dromen van de wereld in z’n buik’. Ze verzamelde deze dromen in de afgelopen jaren met haar voorstelling Doe tijdens haar lange reis per tractor door Europa, de Balkan en Afrika. Maar ook via haar site kon je je droom aan haar meegeven. Alle dromen reden jarenlang mee achterop de tractor, werden gedigitaliseerd en zitten nu in een kleine globe in de buik van een sneeuwpop op Antarctica.

In haar gastenboek kun je nu bijvoorbeeld lezen: ‘Hi Manon! I am so glad to hear that you really made it!!!  We met in 2008 in Namibia at the Kunene River! I thought your story was so inspiring and I read it in the news today that you arrived at the South Pole. That really touched me and I just wanted to say that I am very happy to be a little part of it. Thanks for taking our wishes with you. Love, Stefanie’.

12058-1.jpg‘Het is belangrijk om dromen te hebben, maar misschien nog wel belangrijker om voorbeelden te hebben dat dromen uit kunnen komen. Het heeft me 12 jaar gekost, maar ik ben zo blij om hier te zijn met al deze dromen. Ik hoop dat velen al zijn uitgekomen.’ aldus Manon. ‘Ik wil mensen in de kracht van hun dromen laten geloven – ze laten weten dat met doorzettingsvermogen en vastberadenheid je je dromen waar kunt maken. Ik had de schijnbaar onmogelijke droom om met een tractor naar de Zuidpool te reizen. Dat is nu gelukt! Geloof in je dromen!’ Een mooie nieuwjaarswens voor 2015.

Het hele expeditieteam is inmiddels veilig thuisgekomen voor Kerst.

Theater / Voorstelling

Lekkere kerst met warme appelsap en whiskey

recensie: Circus Treurdier - Het eeuwige nachtcafé/Kerst met Kaak XL

Een half uur voor aanvang gaan de deuren naar het nachtcafé van Circus Treurdier open. De grote zaal van Theater Bellevue is omgetoverd tot een donkere en gezellig kerstige bedoening. De geuren van warme appelsap, kaneel en Jameson zijn niet weg te denken. De zaal is gevuld met tafeltjes, lampjes of nepkaarsen, glazen zijn gevuld met spannende dranken, bier of wijn, en lachende mensen staan in de rij voor de bar waar al dat lekkers vandaan lijkt te komen. Vijf minuten voor de voorstelling neem ik plaats aan zo’n tafeltje, dat ik deel met verschillend gezelschap. Iedereen lijkt als een kind zo opgewonden voor degenen die de aankomende drie en een half uur beloven te vullen.

Het verhaal lijkt op sommige vlakken gebaseerd op A Christmas Carol, een novelle van Charles Dickens uit 1843. In dit ‘kerstverhaal’ is Frederik Kaak de nieuwe Scrooge, een rol die fantastisch wordt gespeeld door Jan-Paul Buijs. Hij neemt het publiek op sleeptouw in zijn eigenzinnige en bittere gedachten over kerst en de tijd die hieraan vooraf ging.
Kaak zit, na jaren van succes als televisiepresentator, eenzaam en alleen thuis. Hij zoekt volhardend naar een nieuw televisieformat om zijn roem uit de jaren negentig voort te kunnen zetten. Gedurende de avond maken we kennis met zijn omgeving, die hem duidelijk nooit meer hoeft te zien. De voorstelling laat ons via een absurdistische weg en met een grote portie humor zien waar het met kerst toch eigenlijk om gaat: veel lieve woorden en vergiffenis.

Muzikaal en humoristisch
De humor zit in alles: de teksten zijn vlijmscherp en enorm goed, zowel op klank als inhoudelijk. De vier acteurs rondom Buijs schakelen non-stop van het ene personage naar het andere, nog niet eens sprekend over de muzikale capaciteit waarmee zij de avond in korte optredens aan elkaar lijmen. De vier bedrijven worden van elkaar onderscheiden door korte pauzes waarin het publiek een nieuw drankje of kleine snack bij de Treurdieriaanse bar kan halen.
Het nachtcafé voelt oneindig door de tijdloze glitters van het gordijn dat het café van de televisiedoos onderscheidt. De lege doos is tegelijkertijd het thuis van Mr. Kaak, waarin hij door zijn kostuum letterlijk in de patronen van het behang verdwijnt. De acteurs komen uit alle hoeken van het café en bewegen zich sluw, mysterieus en sierlijk, maar ook hysterisch door de toeschouwers heen. Het publiek buldert van begin tot eind. Het klopt van begin tot eind.

Circus Treurdier bestaat uit een groep jonge individuele makers die zich richten op theater-, muziek- en filmproducties. In hun werk zul je altijd een combinatie vinden van kleinkunst, toneel en popmuziek. Zij zeggen zelf er naar te streven om ‘het gat te dichten tussen de hoge en populaire kunst’. In het Het Eeuwige Nachtcafé is dit dichten een feest om de kerstdagen mee te beginnen, al zal ermee eindigen ook heus ultiem zijn. Chapeau!

Theater / Voorstelling

Een walhalla voor alfa’s en bèta’s

recensie: Jan Beuving en Daan van Eijk - Reken maar nergens op

Het knusse doch muffe Werftheater in Utrecht is afgeladen. Hoewel het podiumpje een schooltoneelstukje doet vermoeden, wordt de knullige entourage overspoeld door de gezwindheid van het getalenteerde duo.

Jan en Daan of Daan en Jan, want dat is immers hetzelfde, razen met prachtige bewoordingen door de geschiedenis van de exacte wetenschappen. Af en toe blijven ze staan bij een wonderbaarlijk verhaal over een van hun nerdhelden, zoals het legendarische rekenwonder Wim Klein en de ongeëvenaarde natuurkundige Hessel de Vries. In de drang naar het verklaren van de wereld en het heelal wordt niet geschroomd andere wetenschappen te betrekken. Er wordt op los geflirt met biologie, filosofie en religie, wat ook voor het publiek zonder bèta-achtergrond resulteert in een boeiende voorstelling.

Signatuur
Als ware poëzie zijn de teksten in elkaar geweven. Met belegen woorden en vernuftige zinsconstructies weten Jan en Daan een stempel te drukken op hun werk. Hoewel de stijl van de liedjes in snelheid en begeleiding soms wat eenzijdig lijkt, hoort de aandachtige luisteraar interessante maatsoorten en akkoordprogressies voorbij komen. Toch zijn de Ruitjesblues en het prachtige Lot een aangename afwisseling. Vooral laatstgenoemde spreekt tot de verbeelding en doet de drang naar het zoeken van verklaringen even vergeten. De kunst van het vertellen hebben de heren aardig onder de knie, waardoor je steeds wordt meegezogen in de verhalen die vol zitten met grappige woordspelingen.

Als een Jekko
De sneltreinvaart zit niet alleen in de liedjes, maar ook in de afwisseling van de scènes. Een aantal van deze scènes lenen zich op zichzelf al voor een voorstelling, waardoor er soms enige diepgang blijft liggen. Door deze afwisseling word je als toeschouwer overigens wel continu geactiveerd om je juiste geheugensporen op te duikelen. Hilarische conversaties bij het loket voor moeilijke vraagstukken, die het multi-interpreteerbare karakter van taal aantonen, lopen als een laagdrempelige rode draad door het programma heen. Ook hier kunnen alfa’s hun hart ophalen.

Intellectueel en braaf
Als kibbelende buurjongetjes nemen ze je mee langs toevallige ontdekkingen. Bij de ontdekking van het toeval staan gereformeerde Jan en nuchtere Daan lijnrecht tegenover elkaar. Met dit contrast wordt gedurende de voorstelling wat voorzichtig gespeeld, een felle confrontatie blijft dan ook uit. Er wordt gemierenneukt en verlangd naar anatomieles van Doutzen Kroes en snaartheorie van Janine Jansen. Wellustiger wordt het niet. Intellectueel theater is het zeker, academici worden dan ook naar hartenlust bediend. Jan en Daan verstaan naast hun exacte vakgebied ook zeker het vak van de literaire (lied-)kunst. Gaat dat zien!