Tag Archief van: cultuur

Muziek / Concert

Impressie en expressie

recensie: Recensie: NTR Zaterdagmatinee 25 februari 2023
Portret Eric WhitacreMarc Royce

Het schijnt dat je óf een bewonderaar bent van zijn muziek, óf er niets mee hebt. Maar kan het ook zo zijn, dat je er dubbel over bent? Ja – dat kan.

De bewonderaars van de composities van Eric Whitacre (1970) – want over hem gaat het – lopen weg met bijvoorbeeld diens ‘Sing gently’, dat afgelopen zaterdag als toegift werd gezongen door het Groot Omroepkoor onder leiding van de componist. In coronatijd werd het opgenomen door Eric Whitacre’s Virtual Choir:

De tegenstanders vinden zijn muziek te eenvoudig, te zoet en sentimenteel, maar The Sacred Veil (2018) voor koor, cello en piano dat voorafgaand aan deze toegift de Nederlandse première beleefde, heeft van beide wat. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat het door de compositie zelf is ingegeven.

The Sacred Veil

Het twaalfdelige, een uur durende werk gaat over leven en dood. Over de rollercoaster waarin Whitacre’s vriend en schrijver Charles Anthony Silvestri en diens met kanker gediagnostiseerde, zwangere vrouw Julia Lawrence Silvestri en hun kinderen terechtkomen. Én over het thuis komen, dat wil zeggen de eeuwige rust na de dood.
De titel van het stuk slaat op de sluier tussen twee werelden, leven en dood. Whitacre noemde het in zijn inleidende praatje overigens ‘energy’, wat een andere, meer new age-achtige kleur aan het geheel geeft.

Die heilige sluier, dat thuiskomen, die eeuwige rust en energie staan voor de zoete kant van het werk. Nog benadrukt door een korte sopraansolo van Varvara Tishina die zich tegen het eind losmaakt uit het koor en er als een ziel of een engel hoog bovenuit zweeft.
De minder zoete en sentimentele kant van het stuk ligt in de rusten (‘In weary gratitude, they stand’) die voor het stokken van de adem staan, in de kakofonie ook van het deel waarin de arts de definitieve uitslag bekend maakt en in kleine, dissonante passages die zinsneden laten schrijnen (‘It’s so soft and clean!’).
De minder zoete kant uit zich verder in tegenstellingen die naar voren komen in de tekst (‘You rise; I fall’) en afwijkingen daarbinnen die je niet verwacht: ‘Child of mourning / child of night’ in plaats van ‘child of morning’.

Misschien kun je in dit verband met de Nederlandse componist JacobTV (1951) spreken van ‘peperen met suiker’, in het geval van Whitacre extra benadrukt door de piano en cello die dan weer wat in de schaduw van de koorpartijen treden, een kabbelende onderlaag spelen of een echo geven van het thematisch materiaal (‘I am here’ van ‘I’m afraid’ in het hart van de compositie).
Alles bij elkaar intrigerend en prachtig uitgevoerd door het Groot Omroepkoor en de twee instrumentalisten: Quirine Viersen (cello) en Nicolas van Poucke (piano).

Toek Numan: 3 Haiku

Voorafgaand aan dit werk zingt het Groot Omroepkoor (ingestudeerd door Martina Batič) en met twee andere instrumentalisten (Ellen Versney, harp en Esther Doornink, marimba) 3 Haiku (2013) van de Nederlandse componist Toek Numan (1971).

In lange, vloeiende lijnen, met verglijdende samenklanken zingt het koor een Engelse vertaling van de tekst van Matsuo Bashō, omstrengeld door het spel van de twee instrumentalisten.

Waar Whitacre de luisteraar volgens het programmaboekje bij dit concert meeneemt op een ‘emotionele reis’, nam Numan de luisteraar mee ‘op de stroom van zijn eigen associaties, gevoelens en gedachten’. Een subtiel verschil, maar wel degelijk een verschil: de expressie van leven en dood en de impressie van de schoonheid van het leven en de natuur. Allebei de composities krijgen een groot onthaal. Naast mij zit iemand die na de tweede Haiku uit Numans compositie zegt: ‘Prachtig’ en na Whitacre een traantje wegpinkt.
Whitacre loopt met verende, haast dansende tred de trap op en af, zijn halflange haar op en neer wapperend, zoals je van een klassieke rockstar kunt verwachten.

Muziek / Concert

Impressie en expressie

recensie: Recensie: NTR Zaterdagmatinee 25 februari 2023
Portret Eric WhitacreMarc Royce

Het schijnt dat je óf een bewonderaar bent van zijn muziek, óf er niets mee hebt. Maar kan het ook zo zijn, dat je er dubbel over bent? Ja – dat kan.

De bewonderaars van de composities van Eric Whitacre (1970) – want over hem gaat het – lopen weg met bijvoorbeeld diens ‘Sing gently’, dat afgelopen zaterdag als toegift werd gezongen door het Groot Omroepkoor onder leiding van de componist. In coronatijd werd het opgenomen door Eric Whitacre’s Virtual Choir:

De tegenstanders vinden zijn muziek te eenvoudig, te zoet en sentimenteel, maar The Sacred Veil (2018) voor koor, cello en piano dat voorafgaand aan deze toegift de Nederlandse première beleefde, heeft van beide wat. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat het door de compositie zelf is ingegeven.

The Sacred Veil

Het twaalfdelige, een uur durende werk gaat over leven en dood. Over de rollercoaster waarin Whitacre’s vriend en schrijver Charles Anthony Silvestri en diens met kanker gediagnostiseerde, zwangere vrouw Julia Lawrence Silvestri en hun kinderen terechtkomen. Én over het thuis komen, dat wil zeggen de eeuwige rust na de dood.
De titel van het stuk slaat op de sluier tussen twee werelden, leven en dood. Whitacre noemde het in zijn inleidende praatje overigens ‘energy’, wat een andere, meer new age-achtige kleur aan het geheel geeft.

Die heilige sluier, dat thuiskomen, die eeuwige rust en energie staan voor de zoete kant van het werk. Nog benadrukt door een korte sopraansolo van Varvara Tishina die zich tegen het eind losmaakt uit het koor en er als een ziel of een engel hoog bovenuit zweeft.
De minder zoete en sentimentele kant van het stuk ligt in de rusten (‘In weary gratitude, they stand’) die voor het stokken van de adem staan, in de kakofonie ook van het deel waarin de arts de definitieve uitslag bekend maakt en in kleine, dissonante passages die zinsneden laten schrijnen (‘It’s so soft and clean!’).
De minder zoete kant uit zich verder in tegenstellingen die naar voren komen in de tekst (‘You rise; I fall’) en afwijkingen daarbinnen die je niet verwacht: ‘Child of mourning / child of night’ in plaats van ‘child of morning’.

Misschien kun je in dit verband met de Nederlandse componist JacobTV (1951) spreken van ‘peperen met suiker’, in het geval van Whitacre extra benadrukt door de piano en cello die dan weer wat in de schaduw van de koorpartijen treden, een kabbelende onderlaag spelen of een echo geven van het thematisch materiaal (‘I am here’ van ‘I’m afraid’ in het hart van de compositie).
Alles bij elkaar intrigerend en prachtig uitgevoerd door het Groot Omroepkoor en de twee instrumentalisten: Quirine Viersen (cello) en Nicolas van Poucke (piano).

Toek Numan: 3 Haiku

Voorafgaand aan dit werk zingt het Groot Omroepkoor (ingestudeerd door Martina Batič) en met twee andere instrumentalisten (Ellen Versney, harp en Esther Doornink, marimba) 3 Haiku (2013) van de Nederlandse componist Toek Numan (1971).

In lange, vloeiende lijnen, met verglijdende samenklanken zingt het koor een Engelse vertaling van de tekst van Matsuo Bashō, omstrengeld door het spel van de twee instrumentalisten.

Waar Whitacre de luisteraar volgens het programmaboekje bij dit concert meeneemt op een ‘emotionele reis’, nam Numan de luisteraar mee ‘op de stroom van zijn eigen associaties, gevoelens en gedachten’. Een subtiel verschil, maar wel degelijk een verschil: de expressie van leven en dood en de impressie van de schoonheid van het leven en de natuur. Allebei de composities krijgen een groot onthaal. Naast mij zit iemand die na de tweede Haiku uit Numans compositie zegt: ‘Prachtig’ en na Whitacre een traantje wegpinkt.
Whitacre loopt met verende, haast dansende tred de trap op en af, zijn halflange haar op en neer wapperend, zoals je van een klassieke rockstar kunt verwachten.

Theater / Voorstelling

Het boeiende leven van een legendarische danser

recensie: Recensie: première Nureyev - Jan Kooijman
Jan Kooijman danst in NureyevAnnemieke van der Togt

Geboren in een rijdende trein, achterna gezeten door de KGB en uiteindelijk gevlucht van de beknellende Sovjet-Unie naar het vrije Frankrijk: het leven van danser Rudolf Nureyev (1938-1993) klinkt als een spannende roman. Niet gek dat hij onderwerp was van boeken, documentaires en een film. In Nureyev brengt Jan Kooijman de legendarische danser tot leven in het theater.

De meeste mensen zullen Jan Kooijman kennen als presentator van programma’s als So You Think You Can Dance, Dance Dance Dance en Hij, Zij, Hen. Als acteur verkreeg hij naamsbekendheid in GTST en verscheen hij in films als Verliefd op Ibiza en Hartenstraat. Voor zijn overstap naar televisie en film was hij jarenlang actief als danser bij het Scapino Ballet. In Nureyev gaat hij terug naar zijn roots als danser en keert hij terug in het theater in deze serieuze en complexe rol. Hierbij wordt hij vergezeld door de twee jonge dansers Kiran Gezels en Nehanda Péguillan.

Een bijzondere repetitie

In het stuk zien we Nureyev op 54-jarige leeftijd werken aan zijn zwanenzang: het choreograferen van een nieuwe versie van het ballet La Bayadère voor de Opéra in Parijs. Hij lijdt al enkele jaren aan AIDS en zijn gezondheid wordt steeds zwakker. Hij onderbreekt tijdens een woede-uitbarsting de repetitie en stuurt het gezelschap weg, alleen de hoofdrolspelers dienen te blijven. Hij vertelt over het beroemde ballet, over de verboden liefde tussen strijder Solor en tempeldanseres Nikiya. Hij sommeert de dansers om meer te voelen tijdens het dansen, in plaats van alles alleen perfect uit te voeren.

Jan Kooijman acteert in Nureyev

Een fascinerende levensgeschiedenis

Nureyev begint vervolgens snel te vertellen over zijn bijzondere leven. Van het moment dat hij verliefd werd op het ballet tijdens een bezoek aan een voorstelling van Song of the Cranes tot het intense verzet tegen zijn ziekte. Vanaf het begin van de voorstelling wordt verwezen naar het meest bepalende moment in zijn leven: zijn vlucht naar Frankrijk. Nureyev is in Parijs voor optredens met het Mariinsky Ballet en wordt continu gevolgd door de KGB. Hij moet terug naar de Sovjet-Unie, maar weigert. In een steriele witte ruimte neemt hij het besluit om asiel aan te vragen in Frankrijk, waarna een indrukwekkende balletcarrière in het Westen van start gaat bij onder andere The Royal Ballet. Hij dompelt zich al snel onder in een losbandig leven vol feesten, maar komt altijd terug bij zijn grote liefde, de Deense danser Erik Bruhn.

Knap uitgevoerde monoloog mist soms diepgang

Kooijman levert een zeer knappe prestatie door de 80 minuten durende monoloog foutloos voor te dragen. Hij laveert overtuigend tussen de gefrustreerde, zieke man en het jonge feestbeest. Zelfs dialogen weet hij in zijn eentje levendig te maken voor de toeschouwer. Kooijman heeft echter soms moeite om het opvliegende en narcistische karakter van Nureyev geloofwaardig neer te zetten. De tekst van Allard Blom is daarbij niet altijd even ondersteunend. De focus ligt vooral op een beschrijving van gebeurtenissen en feiten en minder op de emoties en de beleefwereld van Nureyev. Hierdoor heb je niet het gevoel dat je de danser écht leert kennen tijdens deze voorstelling.

Jan Kooijman danst in Nureyev

Mooie combinatie van theater en dans

De voorstelling heeft voldoende vaart en blijft boeien. Wanneer de monoloog langdradig begint te worden, wordt dit afgewisseld door danssegmenten uitgevoerd door Gezels en Péguillan. De choreografie is in handen van Rinus Sprong, een oude bekende van Kooijman uit de tijd van So You Think You Can Dance. Een klassieke choreografie gaat naadloos over in een modernere dans wanneer Péguillan haar spitzen uittrekt. De dansers hebben tijdens de voorstelling geen tekst. Hierdoor fungeren zij als een blank canvas op wie verschillende personages worden geprojecteerd, zoals de dansers van La Bayadère, geliefde Erik Bruhn en vriendin en collega-danser Margot Fonteyn. Kooijman voegt zich sporadisch tussen de dansers, maar voert geen ingewikkelde choreografieën uit. Een goede keuze, aangezien het geloofwaardig ‘nadoen’ van een grootse danser als Rudolf Nureyev wel erg veel uitdaging met zich meebrengt.

Aanrader voor de liefhebber

Nureyev is zonder twijfel een zeer een originele en vernieuwende Nederlandse productie en is een aanrader voor liefhebbers van theater en dans. De monoloog legt veel nadruk op de feitelijke levensloop van de danser, waardoor het geheel soms wat oppervlakkig blijft. Desalniettemin blijft de voorstelling boeien door het vermengen van een monoloog met dansfragmenten. De toeschouwer wordt meegenomen door een indrukwekkende levensgeschiedenis van een van de beste dansers uit de 20ste eeuw én het mooie verhaal van het ballet La Bayadère.

Theater / Voorstelling

De ongemakkelijke waarheid die kolonialisme heet

recensie: Gelukzoekers op Sumatra – Korthals-Stuurman Theaterbureau
gelukzoekersopsumatra 3Annemieke van der Togt/Piek

Het podium staat vol rook. Komt door een bosbrand: het oeroude bos is platgebrand door de Nederlanders. Op deze plek moet een lucratieve rubberplantage komen. Deze opzettelijke bosbrand is het symbool voor het kwaad dat de kolonisator in Indonesië heeft aangericht aan het land, aan zijn inwoners. Korthals Stuurman Theaterbureau brengt daarover een fraaie voorstelling.

Het is een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederland: de kolonisatie van – voormalig – Nederlands-Indië, en de manier waarop de bevolking onder de knoet werd gehouden. Het is geen nieuws dat de Nederlanders zich daar misdroegen; en de overheersers wisten best wat ze deden. Ze vonden alleen dat ze in hun recht stonden en dat de inwoners inferieure wezens waren, die ze mochten behandelen als slaafgemaakten.

Nu koloniaal verleden en slavernij eindelijk onderwerp van gesprek zijn, is een klimaat ontstaan waarin daaraan ook in het theater aandacht besteed wordt. Madelon Székely-Lulofs (1899-1958) schreef in de jaren 30 van de vorige eeuw romans over het leven van de kolonisatoren. Regisseur Olivier Diepenhorst gebruikt de teksten van Székely-Lulofs om er Gelukzoekers op Sumatra mee te maken, onder de vlag van Korthals Stuurman Theaterbureau.

Arrogante kolonisator

Planter Van Hemert (Stefan Rokebrand) staat symbool voor de arrogante kolonisator die met harde hand regeert over zowel zijn witte personeel als over zijn gekleurde slaafgemaakten. Vanuit Nederland wordt Frank (Willem Voogd) naar Van Hemert gestuurd om het aftappen van rubberbomen te inspecteren, begeleid door zijn echtgenote Marian (Yara Alink). Hoewel ze hun best doen op Sumatra te aarden, doet Frank zijn werk vooral in de hoop snel fortuin te maken, terwijl Marian zich zeven slagen in de rondte verveelt. Het belangrijkste vertier is ‘de club’, waarop wordt gezopen, gedanst en geflirt.

gelukzoekersopsumatra 4

© Annemieke van der Togt/Piek

Parallel aan het verhaal van de witte kolonisatoren loopt dat van de gekleurde inwoners. Terwijl het toch echt hún land is, worden ze vanaf Java verscheept naar Sumatra, waar ze onder het mom van een schijn-contract slavenarbeid verrichten, gedwongen door mishandelingen en martelingen. Het lukt Roeki (Joenoes Polnaija) niet om Karimah (Tara Hetharia) uit handen van de geile witte mannen te houden. Zelf raakt hij verslaafd aan gokken, waardoor hij zijn kansen om terug te kunnen naar Java verspeelt.

Schetsmatig

Regisseur Diepenhorst diept vooral de karakters uit van de gefrustreerde en verveelde Marian, de machteloos-kwade Karimah, en de even woedende als hulpeloze Roeki. Zij zetten grote emoties, vertwijfeling, frustratie neer. Huilend, schreeuwend, kronkelend. Van Hemert, zijn knechtje John (Rick van Werd) en Frank blijven oppervlakkig en schetsmatig. Daarbinnen is Rokebrand nog het sterkste: zijn plantagebaas is autoritair, eng en manipulatief, waarbij het in zijn voordeel werkt dat Rokebrand door zijn lengte vanzelfsprekend domineert.

Knap aan de regie is dat het verhaal van personages op de achtergrond zonder woorden doorloopt, terwijl zich op de voorgrond een gesproken scène afspeelt. Mooi aan het contrast tussen de Indische en de Nederlandse wereld is dat de Indische wordt begeleid door een zware, monotone soundscape, terwijl de Nederlandse een jazzy ondertoon heeft (muziek: Mark van Bruggen).

Verzuipen

Het decor (ontwerp: Lidwien van Kempen) van kale metaalkleurige palen symboliseert de rubberplantage. Slagen op een reusachtige houten ‘gong’ dienen om iedereen in het gareel te houden. Een groot houten raamwerk midden op de speelvloer verbeeldt alles van het slavenschip tot het plantershuis. Een grote ronde ton met water kan zowel worden gebruikt om slaafgemaakten half te verzuipen als ze niet doen zoals opgedragen, als om de handen van de daders in onschuld te wassen.

Dankzij een feeëriek licht, ballet-achtige soepel vallende kostuums en de lichtvoetige manier van spelen, komen bewegingstaal en fysieke communicatie over als dans. Vooral tegen het einde ziet het spel er bijna uit als een choreografie. Oogstrelend en tegelijk effectief. Gelukzoekers op Sumatra is zo een even esthetische als hardhandige manier om een ongemakkelijke waarheid over Nederland als kolonisator te vertellen.

 

Decor: Lidwien van Kempen
Kostuums: Nola van Timmeren
Licht: Yuri Schreuders
Muziek: Mark van Bruggen

Kunst / Achtergrond
special: Edward Hopper’s New York
Afbeelding7Whitney Museum

Wat je moet weten over Hopper

Edward Hopper, was dat niet een nogal uitgekauwd subject dat al ongeveer honderd jaar de aandacht kreeg waar types als Nellie Mae Rowe alleen maar van konden dromen, dacht de criticus, toen ze met een kaartje in de hand nog even eerst koffie ging halen voor ze binnentrad bij Hopper’s New York in het Whitney Museum of American Art. Toch ligt hier een opengeslagen Hoppercatalogus en is er een biografie aangeschaft. Vijf verrassende feiten voor de Hopperleek.

1. Hopper was een reclametekenaar

Afbeelding1

Reclametekening van Hopper, voor Bricklayer’s Coffee Break 1907-1910 Whitney Museum of American Art, New York; Josephine N. Hopper Bequest
Rights and reproductions
© Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York

Edward Hopper was een laatbloeier. Hij was een gesloten, zwijgzame man die zijn geld verdiende met reclametekeningen in een stijl die moeilijk te herkennen is als van de hand van de kunstenaar. Zonder zijn vrouw Jo Nivison Hopper, die Edward niet alleen onder de aandacht bracht van het Brooklyn Museum, maar ook de communicatie voor hem deed, was Hopper misschien wel een nukkige reclametekenaar gebleven, die in zijn vrije tijd schilderijen maakte.

2. Hopper haatte Parijs

Afbeelding2

Edward Hopper, Île Saint-Louis, 1909. Whitney Museum of American Art, New York; Josephine N. Hopper Bequest © Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York

Oké. Hij haatte Parijs niet echt. Maar hij had een hekel aan fauvisme. ‘For the most part very bad’, schrijft hij na een bezoek aan Salon d’Automne naar huis. Dus toen hij in 1906 in Parijs was, trok hij niet naar Cézanne en consorten die een revolutie in de schilderkunst ontketenden, maar pakte zijn schilderspullen en begon met name gebouwen te schilderen, in een opvallend impressionistische stijl. In die tijd schenen wel meer New Yorkers naar Parijs te gaan, geschrokken van de hevige bouwambities in hun geliefde Manhattan.

3. Jo Hopper stond model voor haar man

Afbeelding4

Whitney Museum of American Art, New York; Josephine N. Hopper Bequest
Rights and reproductions
© Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York

Het valt niet meteen op, maar alle vrouwen op Hoppers schilderijen zijn een en dezelfde vrouw: Jo Verstille Nivison Hopper. Ze stond model voor haar man, verkleedde zich zelfs geregeld. Hoewel het Whitney Museum de nadruk legt op hoe de Hoppers graag naar theater gingen, of hoe de twee samen hele karakters bedachten voor op de schilderijen, was het helemaal niet zo gezellig bij de Hoppers thuis als je zou denken.

Jo ondersteunde haar man in zijn werk, maar werd niet door hem gesteund. Terwijl zij, in tegenstelling tot Edward, een zelfstandig werkend kunstenaar was. Tot ze op haar 41e trouwde met meneer Hopper. Haar werk is nooit meer zo goed ontvangen als vóór het huwelijk.

Ook vochten de Hoppers elkaar vaak de tent uit, zowel fysiek als mentaal. Zij was geen goede huisvrouw, hij geen goede geliefde. Ze aten vlees uit blik en brachten, ondanks het huiselijk geweld, grote delen van de tijd samen door, waarin niet alleen gevochten, maar ook veel geschilderd werd. Op de expositie hangt New York Movie (1939), met daarnaast de schets voor het schilderij. Waar Jo op de schets glimlacht, is daar op het schilderij niks meer van over. Ook in Morning Sun (1952) komt ze anders uit de verf. Jo, getekend als een oudere dame op de schets, is op het schilderij op bepaalde vlakken jonger geverfd. Het draagt bij aan een zekere vervreemding die het – in principe vredige – tafereel opwekt.

Afbeelding3

Edward Hopper, New York Movie, 1939. The Museum of Modern Art; given anonymously. © 2022 Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York. Image courtesy Art Resource, New York

4. Hopper mengde zich niet met zijn buren

Jo en Edward Hopper woonden in een studio aan Washington Square Park. Vanwege goedkope huur en tolerante mentaliteit was Greenwich Village in de jaren 20 van vorige eeuw aantrekkelijk voor kunstenaars en mensen met een bohemian inborst. Hopper echter, mengde zich niet met de vernieuwende artiesten. Hij maakte contact met een paar oudere mensen maar besteedde nogal weinig aandacht aan de beweeglijkheid om hem heen. De figuren op zijn schilderijen zijn nooit zichtbaar vrolijk of levendig. Hoewel de meeste kunstenaars om hem heen focusten op ‘the capital on the rise’ (letterlijk), koos Hopper ervoor om die opkomst van gebouwen en de drukte in de stad volledig weg te laten.

5. Hopper wordt gebruikt in scenografie

Afbeelding6

Edward Hopper, Study for Morning Sun, 1952. Whitney Museum of American Art, New York; Josephine N. Hopper Bequest
© Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York

Afbeelding5

Morning Sun, 1952. Columbus Museum of Art, Ohio; museum purchase, Howald Fund
© 2022 Heirs of Josephine N. Hopper/Licensed by Artists Rights Society (ARS), New York

Hoppers horizontaal georiënteerde werken laten zich lezen als een bioscoopscherm. Zijn gebruik van licht, compositie en onderwerpen zijn een geliefde inspiratiebron voor filmmakers. Hoeveel acteurs zijn er dankzij Hopper wel niet eenzaam aan een bar neergezet, gefilmd van buitenaf? Volgens de overlevering keek Alfred Hitchcock naar Hopperschilderijen, en liet Hopper zich op zijn beurt inspireren door cinema, onder andere door Hitchcock. Voor beide makers is het voyeurisme in hun werk tekenend. Maar ook Wim Wenders (Paris, Texas) en David Lynch bestudeerden Hopperschilderijen om Amerika weer te geven.

Leestip

Edward Hopper’s New York, hardcover, 256 pagina’s, 65 dollar, te koop via Whitney Museum.

Theater / Voorstelling

Dansende diva heeft zin in liefde

recensie: Igone de Jongh - Zin in Liefde
Igone de Jongh met twee dansersMark Engelen

‘Diva’s’, zoals Maria Callas, Édith Piaf en Whitney Houston, is het overkoepelende thema van de tweede eigen productie van ballerina Igone de Jongh. In Zin in Liefde komen beide aspecten van deze eigengereide vrouwen aan bod: de glitter en glamour, maar ook de schaduwkant van de roem.

Igone de Jongh is zonder twijfel de bekendste Nederlandse ballerina van de afgelopen twintig jaar. Na haar opleiding aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam beklom ze in razendsnel tempo de hiërarchische ladder bij Het Nationale Ballet. Vanaf 2019 ging ze verder als zelfstandig danseres. Zin in Liefde is haar tweede eigen productie, waarin ze samen met drie Oekraïense dansers van het door haar opgerichte The United Ukranian Ballet Company het podium bestiert. De choreografieën zijn gemaakt door Sasha Riva, die ook meedanst in de voorstelling, en Simone Repele.

Glitterende start

De titel suggereert een liefdesverhaal, maar de voorstelling centreert zich rondom diva’s. De voorstelling begint veelbelovend met de Jongh, gekleed in een glitterjurk, en haar drie collega’s dansend op Judy Garlands ‘I Got Rhythm’. Een jong meisje op een schommel (gespeeld door Lara Lina Uribe Echevarria of Josephine Krijnen ), vertelt over hoe zij voorbestemd is om een ster te worden: een verwijzing naar de jonge Igone toen zij begon met dansen?

Simpele, maar doeltreffende aankleding

De drie dansers naast de Jongh zijn gekleed in simpele donkerblauwe outfits en geschminkt als pierrots, waardoor hun expressie tijdens het dansen soms lastig is af te lezen. Wellicht is dit de bedoeling, aangezien ze tijdens de voorstelling voornamelijk fungeren als een soort geesten die de diva begeleiden of haar emoties uitbeelden. Het decor is simpel, maar doeltreffend om het verhaal te vertellen. Een kaptafel, vanaf waar de diva droomt van liefde of mijmert over voorbije tijden, en een theatergordijn, maar dan achterstevoren. Hierdoor kijkt het publiek op de rug van de diva en lijkt zo zelf op het podium te staan.

Twee dansers geschminkt als pierrots

Klassieke dans in modern jasje

De dansstijl van de voorstelling kan worden omschreven als klassiek ballet met moderne elementen. Het gracieuze van het klassiek ballet wordt afgewisseld met grovere en schokkerige bewegingen, wat zorgt voor een mooi contrast. Het is verfrissend dat er veel gebruik wordt gemaakt van andere vormen dan stereotype man-vrouw duetten: man-man duetten en trio’s en kwartetten komen allemaal voorbij.

De Jongh is nog altijd een fantastische danseres om te zien en legt moeiteloos een been in haar nek, oftewel een développé in balletjargon. Toch worden de energiekere en technisch uitdagendere choreografieën gedanst door haar collega’s (Alexis Tutunnique, Sasha Riva en Veronika Rakitina). Vooral de petite Rakitina knalt van het podium af. Een lichte teleurstelling waren de te simpele en te lange playbackdans op ‘How Will I Know’ van Whitney Houston en de bureaustoelendans op ‘Padam, padam’ van Édith Piaf. Een dans met zulke attributen is zeer lastig om goed uit te voeren, maar ziet er voor het publiek toch enigszins knullig uit.

Igone de Jongh en een danser

Onduidelijk verhaal

Het verloop van het verhaal is lastig te volgen voor het publiek. De intenties van sommige scènes zijn direct duidelijk, zoals dromen over een nieuwe liefde of het verdriet achter de roem. Echter zijn sommige dansen meer conceptueel en daardoor lastiger te plaatsen binnen de context van het verhaal. Het jonge meisje zou het publiek context moeten verschaffen, maar spreek voornamelijk vage, clichématige zinnen uit, zoals ‘licht zonder donker bestaat niet’. De voorstelling bevat mogelijke autobiografische verwijzingen naar de Jonghs liefdesleven, maar haar nuchtere imago past niet bij het beeld van de getroebleerde diva dat tijdens de voorstelling geschetst wordt. Ten slotte ontbreekt er een grote ontknoping. Het verhaal van de diva eindigt abrupt en laat ons achter met vragen. Komt er een happily ever after of gaat ze ten onder aan de roem?

Prachtige dans voor de liefhebber

Het is jammer dat het verhaal soms onduidelijk en clichématig is, maar de scherpe en energieke dans van de drie ‘pierrots’ afgewisseld met de rustigere stukken van de Jongh, maken veel goed. Zin in Liefde is zeker een aanrader voor liefhebbers van klassiek ballet en moderne dans.

 

Theater / Voorstelling

Absurd sketchcabaret op hoog niveau

recensie: Todesangstschrei - Rundfunk

Na meerdere malen uitstel om bekende redenen, is het eindelijk zo ver: Rundfunk vervolgt hun tour van de voorstelling Todesangstschrei. Het sinistere thema ‘de dood’ speelt de hoofdrol in dit sketchcabaret, maar toch valt er meer dan genoeg te lachen om de absurde karakters en situaties.

Het duo Rundfunk, bestaande uit Yannick van de Velde en Tom van Kalmthout, verwierf in 2015 in razendsnel tempo grote bekendheid door hun gelijknamige komedieserie. De woorden “Jullie hebben allemaal een onvoldoende!… Behalve jij!” die Pierre Bokma als de illustere leraar Duits uitsprak, hebben onder twintigers een cultstatus verworven. Yannick en Tom hebben sindsdien niet stilgezeten. In 2017 trokken zij de theaters in met hun debuutprogramma Wachstumsschmerzen (groeipijn) bekroond met de cabaretprijs Neerlands Hoop in 2018. Todesangstschrei (doodsangstkreet) is volgens de heren van Rundfunk de logische opvolger op hun eerste voorstelling. Nadat je groeipijnen zijn overwonnen en je eindelijk op eigen benen staat, kijkt immers je leven lang de onvermijdbare dood over je schouder mee. Is Todesangstschrei net zo goed als hun debuut?

Sketchcabaret in hoog tempo

Kalmthout en van de Velde beheersen hun kenmerkende stijl, het absurdistische sketchcabaret waar ze in Wachstumsschmerzen mee debuteerden, tot in de puntjes. Gekleed in matching truien en strakke maillots nemen de twee mannen een scala van verschillende personages aan. Het decor is sober, passend bij het donkere thema. Een zwart paneel met alleen een grijze deur zorgt ervoor dat alle aandacht uitgaat naar het duo.

De sketches volgen elkaar in krankzinnig hoog tempo op, van elkaar gescheiden door flikkerende lichten en bombastische operamuziek. Het kan niet anders dan dat het publiek, voornamelijk Millennials en Gen-Z’ers, zich na afloop uitgeput heeft afgevraagd waar het zojuist naar heeft gekeken. De scènes verschillen sterk van elkaar, maar zijn enigszins verbonden door hun gemeenschappelijke thema ‘de dood’. Hierdoor voelt de voorstelling toch als één geheel.

Vieze grappen op niveau

De humor van Rundfunk is gevat, soms flauw, en draait vaak om seks en geweld. Dit alles wordt kundig gemixt met een vleugje maatschappijkritiek. Een voorbeeld hiervan is het terugkerende personage van een vader die na de dood van zijn vrouw zijn puberdochter probeert op te voeden. Tijdens haar eerste menstruatie projecteert hij direct het ‘ongestelde vrouwen zijn boos en onredelijk’-cliché op haar en praat haar, wanneer hij haar betrapt op masturberen, op bizarre wijze een soort elektracomplex aan.

De mannen shockeren het publiek graag van tijd tot tijd, zoals de dans- en circusact in het midden van de voorstelling bewijst. De scène van twee pedofielen die op hun afspraakje wachten in een donker steegje en om de tijd te doden wat keuvelen over het weer, zorgt voor een gevoel van zowel hilariteit als ongemak.

Toch missen sommige sketches de x-factor. Het enige muzikale intermezzo, een rap waarin de karakters reageren op de haat van anderen, mist een goede clou. Vooral als deze rap wordt vergeleken met de briljante gangsterrap van de zevenjarige Rens uit Wachstumsschmerzen. Een ander voorbeeld van een minder geslaagde sketch is de sitcomscène, waarin de lachband stopt met meewerken. Het stuk is origineel wat betreft idee, maar duurt net wat te lang.

Verbazing voor jong en oud

Rundfunk staat garant voor topentertainment, mits de bezoeker harde en soms vulgaire grappen kan waarderen en het moordende tempo kan bijhouden. De korte sketches zijn uitermate geschikt voor het socialmediatijdperk en wellicht daarom zo populair bij de jongere generatie. Toch is Rundfunk ook echt een aanrader voor de wat oudere cabaretliefhebber, vooral voor degenen die het absurdisme, van bijvoorbeeld Jiskefet kunnen waarderen.

Todesangstschrei is een waardige opvolger van Wachstumsschermzen: dezelfde formule, hetzelfde tempo, maar een ander thema. De mannen zorgen voor verwardheid, verbazing en hilariteit bij het publiek door hun voorstelling met een hoge grapdichtheid en absurdisme. Zelfs na afloop van het slotapplaus blijft die verbazing voortduren. Kleine tip: trek oude kleren aan als je op de voorste rij zit!

Theater / Voorstelling

Interactief dilemma met grote consequenties

recensie: Schuld of Onschuld: De Strafmoord

Een lastig dilemma met grote consequenties: moet meneer De Ruiter de gevangenis in voor de moord op Siegert van der Zijl? In het online theaterstuk Schuld of Onschuld: De Strafmoord moet het publiek onderzoek doen en deze vraag beantwoorden.

Een ijzersterk motief

Deze rechtszaak draait om de schuldvraag rondom de moord op Siegert van der Zijl (Waldemar Torenstra). Zijn levenloze lichaam werd aangetroffen in zijn Amsterdamse bovenwoning. Het grote aantal klappen dat Van der Zijl heeft opgevangen met zijn hoofd is hem fataal geworden. Hoofdverdachte Wim de Ruiter, gespeeld door Mark Rietman, heeft een ijzersterk motief: zijn dochter lijkt slachtoffer te zijn in een zedenzaak waar Van der Zijl bij betrokken is. Hij is hiervoor echter vrijgesproken.

Voor de detectiveliefhebbers en true crime lovers

Voor wie graag tv-programma’s als Baantjer en Wie Is De Mol? kijkt of het spel Cluedo speelt, is dit online theaterspel een ideaal tijdverdrijf om de koude wintertijd door te komen. Deelnemers krijgen toegang tot een speciale website, waar van 27 t/m 31 december elke dag meerdere video’s en dossierstukken worden geüpload. De bevlogen betogen van het OM en de advocaat van de beklaagde, maar ook getuigenverklaringen en opnames van gesprekken met 112 moeten kritisch bekeken worden. Op basis hiervan moet het publiek namelijk de volgende vraag beantwoorden: is meneer De Ruiter schuldig of onschuldig? Na het vonnis komt op 2 januari de laatste video online, waar te zien is wat er écht met het slachtoffer is gebeurd. Zo ontdek je als publieksjury of je zojuist een onschuldige de gevangenis in hebt gestuurd of misschien wel de moordenaar te pakken hebt.

Later aansluiten in het spel is gelukkig geen probleem, de video’s zullen t/m 31 januari 2023 online blijven staan. Het enige element dat wegvalt na 2 januari is je mogelijkheid om mee te stemmen op het eindvonnis.

Een grote verzameling BN’ers

Eerdere edities van Schuld of Onschuld, zoals De Kerstmoord en De Droommoord, leken hun sterrencast mede te danken te hebben aan de lockdowns. Door corona waren een groot aantal topacteurs beschikbaar. Voor deze nieuwste editie wisten Stichting TOF en Korthals Stuurman Theaterproducties echter ook een flinke sterrencast te strikken. Zo vertolken Isa Hoes en Roos van Erkel op overtuigende wijze de lastige rollen van echtgenote en dochter van de beklaagde en zien we Jeroen Spitzenberger stralen als de excentrieke buurman. De herkenbaarheid van de deelnemende acteurs is groot en dat verhoogt het speelplezier.

Voor herhaling vatbaar

Louise Korthals en Jan Kooijman nemen voor de vierde keer de rollen van de zakelijke officier van justitie Vera de Rie en charismatische advocaat Jelle Groot Kamerlink voor hun rekening. Tussen de twee is een ware strijd gaande, die door de eerdere edities alleen maar aangewakkerd is. Ze willen allebei graag hun gelijk krijgen en de publieksjury voor zich winnen. Geen van beide acteurs weet van tevoren hoe de vork écht in de steel steekt, de ontknoping op 2 januari zal voor de twee acteurs net zo spannend zijn als voor de deelnemers.

Hierdoor is het goed te begrijpen dat Korthals in een interview aangeeft dat ze zelf graag meeleest op het forum. Deelnemers kunnen namelijk theorieën met elkaar delen en maken goed gebruik van deze mogelijkheid. Wie zich een weg weet te banen door de wirwar aan berichten van anderen, komt tot nieuwe ideeën en inzichten. Details die jou eerder niet opvielen, kunnen door een ander ineens erg belangrijk lijken. Waarom begint buurman Abe Jongeneel (Jeroen Spitzenberger) tijdens zijn getuigenverklaring ineens over het nummer ‘Take Five’ en (waarom) is dit relevant? Daarnaast is er een knipperend fietslichtje wat veroorzaakt zou worden door een kapotte batterij, maar zou het lichtje in kwestie dan niet uit zijn?

De actieve schrijvers op het forum bewijzen telkens weer dat er altijd fanatieke speurders bezig zijn met deze moordzaak en jij niet alleen bent. Dit nieuwe interactieve moordmysterie, Schuld of Onschuld: De Strafmoord bewijst dat dit concept ook zonder lockdown de moeite waard is.

 

Meedoen? Tickets zijn verkrijgbaar via: https://www.schuldofonschuld.nl/

Film / Serie

Meer levend dan dood

recensie: Wednesday - Alfred Gough & Miles Millar
Vlad Cioplea / NetflixNetflix

Het personage Wednesday uit The Addams Family verscheen 58 jaar geleden voor het eerst op het doek. Ondanks dat hebben we als kijker nog nooit écht de kans gekregen om haar goed te leren kennen. Daar brengt Netflix verandering in: een serie van acht afleveringen die helemaal draaien om de intelligente Wednesday.

Deze spin-off serie zit vol met plot twists en mysterie. Wednesday is dé spin-off waarvan niemand wist dat ze hem nodig hadden en is amper te vergelijken met de films van drie decennia geleden.

Eindelijk menselijker

Het is altijd best moeilijk geweest om je in te leven in de iconische karakters van The Addams Family. In deze Netflix Original slagen de makers erin om de karakters menselijker te maken zonder de oorspronkelijke karaktereigenschappen te schrappen. Kijkers krijgen eindelijk de kans om zich ook te identificeren met de sarcastische, vreemde en vaak emotieloze Addams leden. Vooral Wednesday, de ster van de serie, zien we voor het eerst van een kwetsbare kant.

Wednesday worstelt met normale tienerproblemen en gaat die op haar eigen manier te lijf. Hierdoor krijgt haar karakter diepgang. Actrice Jenna Ortega heeft het zichzelf erg moeilijk gemaakt om de subtiele gevoelens te laten zien van de stoïcijnse Wednesday, maar is daar enorm in geslaagd.

Actueel

Hoewel hoofdkarakter Wednesday Addams oldschool is, slaagt de serie er toch in om actuele onderwerpen in het verhaal te weven. Hedendaagse en pijnlijke onderwerpen zoals conversietherapie en kolonisatie worden creatief belicht zonder dat het geforceerd voelt.

Verrassing van Burton

Voor het eerst spelen er meerdere zwarte acteurs mee in een Burton project. Dit kwam enigszins als een verrassing door een verleden van blanke casting. Recente controversiële uitspraken van regisseur Tim Burton over deze kwestie werden veelvuldig besproken in de media.

De serie op zich is helaas ook niet zo Burtonesque als veel mensen hadden verwacht ondanks de veelbelovende slogan ‘from the imagination of Tim Burton’ op posters. Burton regisseerde maar vier van de acht afleveringen. Al met al is Wednesday een vermakelijke serie met goede acteurs en een origineel verhaal.

Film / Films

Levensadem

recensie: Mes frères et moi
dmitriy-ermakov-AXzC9pew07w-unsplashUnsplash

Binnen een Italiaanse familie van sjacheraars zijn er vier totaal verschillende broers die aan het begin van de film Mes frères et moi kort worden voorgesteld: Abel, de oudste, Mo, Hedi en Nour. Hun vader is overleden en hun moeder ligt op bed aan de beademing. Adem – daar gaat het over in deze film van de Franse cineast Yohan Manca.

Nour – een rol (en wat voor een!) van Maël Rouin Berrandou – zet thuis twee geluidsboxen op de gang, richting de slaapkamer waarin zijn comateuze moeder ligt. Zo kan ze genieten van de operamuziek die ze draaide toen ze pas was getrouwd. Nour draait de muziek ook voor zichzelf. Aria’s uit bijvoorbeeld La Traviata van Verdi, gezongen door Maria Callas en Luciano Pavarotti, schallen tot ergernis van de andere drie broers door het huis. De film zou zomaar in de tijd van Callas en Pavarotti (al schelen ze een generatie) kunnen spelen, want moderne media als mobieltjes en dergelijke komen niet in beeld.

Een heimelijke traan

De 14-jarige Nour heeft een Taakstraf in Gemeenschapsdienst (TIG) opgelegd gekregen en moet de gang verven van de school waarop hij zit. Aan het eind van de gang hoort hij pianoklanken en zingen uit een klaslokaal komen en hij gaat op onderzoek uit. Hier geeft de jonge operazangeres Sarah (Judith Chemla) gedurende de zomer gratis zangles aan een stel meisjes die bij Nour op school zitten.

Hij begint te zingen, nog ongeschoold en eerst heimelijk op de gang zodat niemand in de klas hem ziet. Hij zingt de aria waar zijn moeder in het bijzonder zo van houdt: Una furtiva lagrima uit L’eliser d’amore van Donizetti. Een aria over iets anders heimelijks: een heimelijke traan die rolt over de wangen van jonge mensen en die heeft te maken met de dood; op het eind van de film zien we de traan echt rollen over het gezicht van Abel, wanneer hij hun moeder dood op bed aantreft. ‘Moeder is gestopt met ademhalen. Met een glimlach, schijnt’, denkt Nour aan het graf. En weer klinkt de aria, nu uit een draagbare cd-speler die hij heeft meegenomen.

Adem in – adem uit

Tussen die twee ademhalingen speelt het verhaal zich af: van de volgens de baas van TIG te zachte antwoorden van Nour, de eerst nog voorzichtige ademhaling op de gang, naar de uiteindelijk steeds vrijer zingende jongen in Sarah’s klas, tot het stoppen met ademhalen door moeder. Je kunt het ademen ook figuurlijk opvatten: Nour die zoekt naar ademruimte om te proberen zijn droom waar te maken binnen de weinige ruimte die de drie broers hem gunnen. Broers die niet snappen welke rol muziek voor Nour speelt. Abel wil liever dat zijn broer pizza’s gaat bezorgen, wat hij overigens ook doet.

Het gaat ook over welke belangrijke rol muziek überhaupt kan hebben voor mensen die willen ontsnappen aan het naargeestige leven in een achterstandswijk in een Zuid-Frans, niet met name genoemd havenstadje.

Desolaatheid én licht

Sarah zegt in de film dat muziek je helpt het leven anders te bekijken en sterker te worden. Wat niet wegneemt dat Manca het desolate, wat armzalige van een gezin zonder vader, met een stervende moeder en de vier jongens niet wegpoetst. De gewelddadige rol van de politie die op zoek is naar drugs is al even rauw in beeld gebracht.

Manca plaatst het huis in al zijn desolaatheid tegenover het in licht gevangen lokaal op de school van Nour. De karakters van de broers, en van Nour zelf, groeien gaandeweg in de film. Dat is prachtig gedaan, door bijvoorbeeld het openbloeiende gezicht van Nour en de traan van Abel, die niet zo kwaad is als hij lijkt en de familie bij elkaar wil houden. En dat zonder dat er in de film ook maar één moment sprake is van kitsch.

Op het eind van de zomervakantie krijgt Nour van Sarah een kaartje voor een opera-opvoering waarin zij optreedt. Ze lijkt voor hem te zingen, want je moet altijd iemand in de zaal uitzoeken om voor te zingen of te spelen. Dat heeft ze hem geleerd en brengt ze nu zelf in praktijk. Levensecht, zoals de hele film die rond het thema levensadem cirkelt.

Gezien op Picl
Nog te zien tot 13 maart 2023

Film / Kunst / Muziek / Theater / Film / Kunst / Muziek
special:

8WEEKLY podcast – Seizoen 2 aflevering 1

De gevarieerde redactie van online cultuurmagazine 8WEEKLY.nl bespreekt het recente cultuurnieuws, nieuwe releases, evenementen en festivals. Wij bespreken scherpe culturele stellingen en geven cultuurtips over boeken, films, muziek, podiumkunsten, beeldende kunst en meer!

De 8weekly podcast is terug met een nieuw! Seizoen 2, veel van hetzelfde maar in een nieuw jasje. Jorien, Vick en Sanne nemen het laatste nieuws op gebied van cultuur met je door. Voor dit nieuwe seizoen doen zij dat ook aan de hand van een aantal nieuwe rubriekjes. Zo vindt er een heuse battle plaats tijdens de ‘One Minute of Fame’, vertelt Vick zijn ‘Rant’ haarfijn wat hij van soepgooiende klimaatactivisten vindt. De ‘Spotlight’ staat dit keer op de Top2000. Bespreekt Jorien de ‘Remake’ The Prom en vindt Sanne dat de film Amsterdam een ‘Opsteker’ verdient.

Wat vind jij, de luisteraar van onze podcast? Heb je tips? Laat het ons weten via de 8WEEKLY socials –> Instagram, Twitter en Facebook.

Luister nu hier naar de podcast!