Tag Archief van: boeken

Boeken / Fictie

Bridgerton is er niets bij

recensie: Het familiegeheim van Florence Grace – Tracy Rees
Bron: Richard Norris via Pixabay

Ze mag dan nog niet zo lang schrijven, maar Tracy Rees weet haar lezeressen (en eventuele lezers) wel in te palmen met haar romans over heldhaftige jongedames. Tenminste, voor de liefhebber van het genre ‘onrealistische, overgedramatiseerde bouquetroman, maar dan goed geschreven’, is haar nieuwe boek Het familiegeheim van Florence Grace één groot feest.

Een allerzieligst weesmeisje

Het is niet de eerste roman – en het zal ook zeker niet de laatste zijn – waarin Tracy Rees de lezer eerst laatst kennismaken met een zielig hoofdpersonage. Het devies lijkt: hoe zieliger, hoe beter. De protagonist lijkt ook almaar sneuer te worden: waar personage Nora in Mijn zomers aan zee (2018) enkel een eenzame single is en Josie Westgate uit Het geheim van Silvermoor (2021) een verwaarloosd kindje dat tenminste ouders heeft, spant hoofdpersonage Florence Buckley uit Trees’ nieuwste roman toch écht wel de kroon. Dit weesmeisje verliest op jonge leeftijd beide ouders. Omdat haar vader een zeeman is, wordt ze opgevoed door haar oma, die ook al vrij vroeg in het boek het loodje legt. Degene die Florence – liefkozend ‘Florrie’ genoemd door iedereen in het dorp Braggenstones – echt veel kennis bijbrengt, is Oude Rilla. Een soort van kruidenvrouwtje, dat allerlei visioenen heeft over de inwoners van het dorp. Lang hoeven we niet met Florrie mee te leven, want de verlossing dient zich al snel aan. Als haar oma ongeneeslijk ziek blijkt, wil ze nog één groot geheim delen met Florrie. Florence’ moeder, Elizabeth Wade, blijkt een ware ‘Grace’ te zijn en behoort tot een adellijke familie. Een familie die haar niet al te graag wil omarmen, maar Florrie toch opneemt in de familie na de dood van haar oma.

Nieuwe familieleden

Op een dag staat Florrie’s nicht Annis voor de deur om haar op te halen. En zo begint Florrie, in het jaar 1850, aan haar nieuwe leven en verruilt ze Braggenstones, dat naast Truro in het graafschap Cornwall ligt, voor Londen. Daar maakt ze kennis met haar ‘nieuwe familieleden’: haar verwaande, trotse tante Dinah, naïeve nicht Judith, krankzinnige nicht Calantha, goedhartige oom Irwin, mopperkonterige opa Hawker en twee ontzettend knappe neven Turlington en Sanderson. Samen wonen ze in het groteske ‘Helicon’: een grote, witgepleisterde villa in de buurt van Belgravia Square. Vanaf hier is de vergelijking met hitserie Bridgerton (van Netflix) snel gemaakt: Florrie wordt – net zoals Daphne Bridgerton uit de gelijknamige serie – klaargestoomd door haar tante om zich aan de ‘bon ton’ – de upper class society van Londen – te kunnen showen. Een klein probleempje: Florrie is stronteigenwijs en houdt er een eigen willetje op na. Haar tante Dinah pakt haar daarom meteen goed aan en sluit Florrie op in een kleine ruimte naast de zolder (ter illustratie: Harry Potter in zijn bezemkast is er niets bij). De enige die voor Florrie’s belangen opkomt, is de door haar familie ‘knettergek’ genoemde Calantha. Helaas willen de Graces Calantha in een gekkenhuis stoppen en als Calantha hier lucht van krijgt, peert ze ‘m snel. Als Florrie haar boetedoening heeft gedaan en naar de regels en wetten van haar tante begint te leven, verwordt ze langzaam tot een beeldschone, welopgevoede jongedame. Dat ze zó’n schoonheid is, valt vooral haar neef Turlington op en hij begint avances te maken. Een prille, incestueuze relatie: heeft zo’n vorm van liefde enige bestaansrecht?

Onrealistisch doch romantisch

Hoe ongepast haar gevoelens ook zijn, Florence spreekt ze heel nadrukkelijk uit. Tenminste, richting de lezer. Er is sprake van een ‘vertellende ik’, een ik-verteller die terugblikt op haar leven. Ze vertelt hoe Turlington en zij om elkaar heen dansten, hoe ze vriendschap sloot met het winkelmeisje, hoe haar beste vrienden het huwelijksbootje in stapten en over nog vele andere futiliteiten. Het feit dat Turlington en Florence neef en nicht van elkaar zijn, maakt dat je nooit helemaal staat te springen om de gelukzalige momenten die ze met elkaar beleven. Het is net te… tja, hoe zeg je dat: not done? De dialogen werken soms ook niet mee. Soms converseren de twee geliefden zo poeslief met elkaar (‘Lieveling dit’, ‘Lieveling dat’), dat je niets anders kunt doen dan met je ogen rollen. Hoe onrealistisch het verhaal ook doordendert, de schrijfstijl van Rees is goed en lijkt almaar beter te worden. Ze kan alles op een prachtige manier beschrijven. Mocht de inhoud je tegenstaan, dan kun je aldus nog altijd genieten van de schrijfstijl. Het jammere is dat het verhaal op een gegeven moment een beetje ‘klaar’ is. Op een gegeven moment is het helder hoe het verhaal gaat eindigen. Toch is en blijft het een volwaardige roman, die met veel luister zal worden ontvangen door zij die Jane Austens boeken als zoete koek slikken.

Boeken / Fictie

Bridgerton is er niets bij

recensie: Het familiegeheim van Florence Grace – Tracy Rees
Bron: Richard Norris via Pixabay

Ze mag dan nog niet zo lang schrijven, maar Tracy Rees weet haar lezeressen (en eventuele lezers) wel in te palmen met haar romans over heldhaftige jongedames. Tenminste, voor de liefhebber van het genre ‘onrealistische, overgedramatiseerde bouquetroman, maar dan goed geschreven’, is haar nieuwe boek Het familiegeheim van Florence Grace één groot feest.

Een allerzieligst weesmeisje

Het is niet de eerste roman – en het zal ook zeker niet de laatste zijn – waarin Tracy Rees de lezer eerst laatst kennismaken met een zielig hoofdpersonage. Het devies lijkt: hoe zieliger, hoe beter. De protagonist lijkt ook almaar sneuer te worden: waar personage Nora in Mijn zomers aan zee (2018) enkel een eenzame single is en Josie Westgate uit Het geheim van Silvermoor (2021) een verwaarloosd kindje dat tenminste ouders heeft, spant hoofdpersonage Florence Buckley uit Trees’ nieuwste roman toch écht wel de kroon. Dit weesmeisje verliest op jonge leeftijd beide ouders. Omdat haar vader een zeeman is, wordt ze opgevoed door haar oma, die ook al vrij vroeg in het boek het loodje legt. Degene die Florence – liefkozend ‘Florrie’ genoemd door iedereen in het dorp Braggenstones – echt veel kennis bijbrengt, is Oude Rilla. Een soort van kruidenvrouwtje, dat allerlei visioenen heeft over de inwoners van het dorp. Lang hoeven we niet met Florrie mee te leven, want de verlossing dient zich al snel aan. Als haar oma ongeneeslijk ziek blijkt, wil ze nog één groot geheim delen met Florrie. Florence’ moeder, Elizabeth Wade, blijkt een ware ‘Grace’ te zijn en behoort tot een adellijke familie. Een familie die haar niet al te graag wil omarmen, maar Florrie toch opneemt in de familie na de dood van haar oma.

Nieuwe familieleden

Op een dag staat Florrie’s nicht Annis voor de deur om haar op te halen. En zo begint Florrie, in het jaar 1850, aan haar nieuwe leven en verruilt ze Braggenstones, dat naast Truro in het graafschap Cornwall ligt, voor Londen. Daar maakt ze kennis met haar ‘nieuwe familieleden’: haar verwaande, trotse tante Dinah, naïeve nicht Judith, krankzinnige nicht Calantha, goedhartige oom Irwin, mopperkonterige opa Hawker en twee ontzettend knappe neven Turlington en Sanderson. Samen wonen ze in het groteske ‘Helicon’: een grote, witgepleisterde villa in de buurt van Belgravia Square. Vanaf hier is de vergelijking met hitserie Bridgerton (van Netflix) snel gemaakt: Florrie wordt – net zoals Daphne Bridgerton uit de gelijknamige serie – klaargestoomd door haar tante om zich aan de ‘bon ton’ – de upper class society van Londen – te kunnen showen. Een klein probleempje: Florrie is stronteigenwijs en houdt er een eigen willetje op na. Haar tante Dinah pakt haar daarom meteen goed aan en sluit Florrie op in een kleine ruimte naast de zolder (ter illustratie: Harry Potter in zijn bezemkast is er niets bij). De enige die voor Florrie’s belangen opkomt, is de door haar familie ‘knettergek’ genoemde Calantha. Helaas willen de Graces Calantha in een gekkenhuis stoppen en als Calantha hier lucht van krijgt, peert ze ‘m snel. Als Florrie haar boetedoening heeft gedaan en naar de regels en wetten van haar tante begint te leven, verwordt ze langzaam tot een beeldschone, welopgevoede jongedame. Dat ze zó’n schoonheid is, valt vooral haar neef Turlington op en hij begint avances te maken. Een prille, incestueuze relatie: heeft zo’n vorm van liefde enige bestaansrecht?

Onrealistisch doch romantisch

Hoe ongepast haar gevoelens ook zijn, Florence spreekt ze heel nadrukkelijk uit. Tenminste, richting de lezer. Er is sprake van een ‘vertellende ik’, een ik-verteller die terugblikt op haar leven. Ze vertelt hoe Turlington en zij om elkaar heen dansten, hoe ze vriendschap sloot met het winkelmeisje, hoe haar beste vrienden het huwelijksbootje in stapten en over nog vele andere futiliteiten. Het feit dat Turlington en Florence neef en nicht van elkaar zijn, maakt dat je nooit helemaal staat te springen om de gelukzalige momenten die ze met elkaar beleven. Het is net te… tja, hoe zeg je dat: not done? De dialogen werken soms ook niet mee. Soms converseren de twee geliefden zo poeslief met elkaar (‘Lieveling dit’, ‘Lieveling dat’), dat je niets anders kunt doen dan met je ogen rollen. Hoe onrealistisch het verhaal ook doordendert, de schrijfstijl van Rees is goed en lijkt almaar beter te worden. Ze kan alles op een prachtige manier beschrijven. Mocht de inhoud je tegenstaan, dan kun je aldus nog altijd genieten van de schrijfstijl. Het jammere is dat het verhaal op een gegeven moment een beetje ‘klaar’ is. Op een gegeven moment is het helder hoe het verhaal gaat eindigen. Toch is en blijft het een volwaardige roman, die met veel luister zal worden ontvangen door zij die Jane Austens boeken als zoete koek slikken.

Boeken / Non-fictie

Vrijheid tegen wil en dank

recensie: Lale Gül – Ik ga leven
Vrijheid tegen wil en dankShamsher Ali Khan Niazi via Pixabay

Intussen heeft schrijfster Lale Gül met haar debuut Ik ga leven de NS Publieksprijs in ontvangst mogen nemen. Verdiend? Méér dan terecht. Haar openhartige relaas over opgroeien in een streng islamitisch gezin is tot de laatste letter zeer beklemmend doch erg ontroerend.  

Big Brother is watching you

Wie herinnert zich zijn eerste geliefde niet? O, het geluk om samen hand in hand te mogen flaneren in het stadscentrum, zwijmelend samen oog in oog staan voor menige winkelruit. Of achterop de fiets springen bij een ander, samen op zoek naar een nieuw avontuur. Ook Büsra – Güls alter ego – wordt verliefd. Smoorverliefd op haar Haagse Freek. In zijn armen voelt Büsra zich geborgen. Maar ook veilig? Dat nooit. Büsra is immers een moslima en de islamitische leer wordt thuis met strenge hand nageleefd. Vooral Büsra’s moeder – die de kwade bijnamen ‘Karbonkel’ en ‘Droogstoppel’ krijgt toegedicht door Büsra – houdt haar dochter streng in de gaten. Iedere stap die Büsra zet, wordt als een potentiële misstap gezien. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft Büsra ook letterlijk een ‘Big Brother’ die op haar let: Halil, die zoveel meer mag dan Büsra zelf: 

“Moeder vindt het ook niet erg dat Halil een vriendin heeft, maar als ze het van mij wist, werd ik tot appelmoes gemept, verstoten, op straat gezet, naar Turkije gestuurd of God weet wat meer. En als je ze wees op hun hypocrisie was er altijd wel een moreel excuus voorhanden om ze te ontslaan van de plicht te handelen volgens hun eigen morele eisen.” – pagina 71 

Naast een ‘Vader’ en ‘Moeder’ (consequent aangeduid met een hoofdletter, zonder een échte naam prijs te geven), heeft Büsra nog een ‘Oma’, een schare aan bemoeizuchtige tantes en een zusje: Defne (wier ogen ze graag wil openen). Haar Oma is een stuk coulanter dan haar ouders. Maar goed ook dat Büsra – vanwege de krapte in haar ouders huis – bij haar Oma mag intrekken: 

“In de bajes hebben ze meer leefruimte dan bij ons thuis.” – pagina 48 

Schijnleven

In de veilige haven van haar Oma’s huis begint Büsra steeds meer kleine stukjes vrijheid te claimen en zorgt ze ervoor dat haar Oma haar levenslust herwint. Naast haar studie Nederlands, besteedt Büsra haar tijd en energie in haar bijbaan in een restaurant en bij de Albert Heijn én in haar vriend Freek. Diens ouders staan in eerste instantie niet te springen om hun gehoofddoekte schoondochter, maar als Büsra op een dag bijna stikt en haar schoonvader haar redt, ontstaat er een magische, onbreekbare band tussen hen twee. Büsra gaat gebukt onder haar dubbele identiteit en het schijnleven dat ze angstvallig verborgen houdt voor haar ouders. ‘Chronisch moe’ wordt ze van de vele rollen die ze iedere dag weer moet spelen: die van de ‘ideale dochter, kleindochter, vriendin en zus’. Ze ziet de vriendschappen die ze heeft, langzaam ‘’verdampen’. Haar ouders zouden een hartverzakking krijgen als ze te weten zouden komen dat hun rebellerende dochter zich zou toegeven aan zina: buitenechtelijk seksueel contact. Constant hebben haar ouders vermoedens over het onzedelijke leven van hun dochter. Als Büsra één keer te laat thuiskomt – dat wil zeggen rond elf uur in de avond – wordt ze meteen om de oren geslagen door haar vader. Die heeft intussen al lang en breed gecheckt hoelaat haar dienst bij de AH eindigde. Vanaf dat moment willen haar ouders zowel haar studie- als werkrooster zien.  

Het temperament van Multatuli

Gül laat heden en verleden met elkaar vervlechten om te laten zien in wat voor hardvochtige wereld ze opgroeit. Telkens blijft de spanning in de lucht hangen: lukt het haar alter ego Büsra om te kiezen voor het leven dat ze wil leiden en komt ze ooit onder het juk van haar ouders vandaan? Wie de hele mediahype niet heeft meegekregen omtrent dit boek, zal tot de laatste letter van dit boek zijn of haar adem inhouden. Je leeft intens mee met deze intelligente, jonge vrouw, die in zo’n schril contrast staat met de cultuur die haar wordt opgedrongen. Ze schiet ver door in haar kritiek, voornamelijk wat betreft haar moeder. Haar Moeder – ‘Karbonkel’ – heeft haar letterlijk vele oorvegen gegeven en met dit boek geeft Gül haar moeder talloze, hetzij figuurlijke, oorvegen terug. Het is niet voor niks dat Gül haar moeder vergelijkt met Multatuli’s Droogstoppel. In de roman Max Havelaar (1860) is deze figuur één van de vertellers, die staat voor de Hollandse koopman uit die tijd die enkel handelt vanuit zijn eigen, egoïstische ambities en bekrompen ideologie. Een treffende vergelijking, zo lijkt. Ook de imam krijgt een kritische bijnaam: imam Wawelaar, naar de dominee uit Max Havelaar. Die dominee predikte dat de Javanen destijds heidenen waren en ook Büsra’s moeder haalt maar liefst de godsvruchtige woorden aan van haar geliefde imam, die andersgelovigen of niet-gelovigen hekelt. 

Pretentieuze schrijverij

Een aspect dat bijna onderbelicht zou blijven, maar ondanks de anti-agenda van Gül opvallend is, is het feit dat dit boek is opgetekend door een student Nederlands aan de VU. Vanaf pagina één slaat Gül je om de oren met chique woorden, waarvan je bijna niet gelooft dat ze bestaan. Zou ze bewust hebben gekozen voor deze archaïsche woorden om haar lezer te imponeren? En talloze verwijzingen maken naar klassiekers uit de Nederlandse literatuur om te laten zien hoe eigen ze zich de Nederlandse cultuur heeft gemaakt – en wellicht zelfs meer omarmd dan die van haar voorvaderen (de Turkse)? Als lezer voel je je bijna nietig bij het lezen van de duizelingwekkende, complex geformuleerde zinnen van Gül, die met veel omwegen iets duidelijk probeert te maken. Voor een pagina of vijf is het te doen, maar na een tijdje begint deze haast ‘pretentieuze’ stijl je te irriteren. De schrijfstijl staat je als lezer namelijk in de weg: je komt totaal niet vlot door het boek heen. En ook komen de dialogen niet realistisch over: niet alleen Gül, maar ook haar ouders en vrienden bedienen zich van de taal die Gül bezigt. Ook staat het boek vol met gevloek en getier en met passages waarin heel open en (letterlijk) bloot wordt prijsgegeven hoe een hete vrijpartij eraan toe gaat. Toegankelijk voor de middelbare scholier? Op het randje. Hoezeer de schrijfstijl je ook tegen kan staan, het neemt niet weg dat dit een gelaagd boek is. Het geeft een kijkje in de belevingswereld van een jonge moslima die zich niet alleen los wil rukken van haar familie, maar ook van haar religie en daarmee in zekere zin ook haar wortels. Dat verdient het welverdiende applaus dat ze al van menigeen kreeg.  

outdoor bench
Boeken / Fictie

De Amerikaanse bril en andere verhalen

recensie: Veranderlijke blikken op toen en nu, hier en daar – verhalen van Robert Menasse
outdoor bench

Robert Menasse is een Oostenrijkse schrijver wiens naam hier te lande niet heel veel oproept. De Amerikaanse bril vormt een uitgelezen bundel voor de liefhebber van verhalen die organisch samenhangen.

Die samenhang is subtiel uitgewerkt. In de dagelijkse beleving zijn verbanden tussen mensen en dingen uit verschillende tijden en plaatsen eigenlijk in ruste. Je focust je op het hier en nu. Maar Menasse probeert de betekenis en houdbaarheid van die verbanden zo bewust mogelijk tot zich door te laten dringen. Dat levert het ene na het andere besef op, eerder in de vaart van het verhaal dan theoretisch. De feiten lijken losjes autobiografisch, zo beschreven dat ze evengoed van de lezer kunnen zijn.

Tijdsverschillen

De hoofdpersonen associëren zich met wie ze zich herinneren dat ze destijds waren, natuurlijk dénken dat ze waren. Wat waren hun verwachtingen en wat is daar van uitgekomen? Hoe ervoeren ze vroeger gebeurtenissen als de val van de Muur, 11/9, de moord op Allende en John F. Kennedy, toen mateloos populair? Maar wat is zijn imago nu? Zo gaan op een realistische manier feit en fantasie een open verbond aan.

Grappig is dat de wordingsgeschiedenis van de bundel ook enigszins duizelt van tijdsverschillen. De Weense schrijver leefde deels in Amsterdam. De verhalen uit de bronbundel Ich kann jeder sagen (2009) én in De Amerikaanse bril (2021) stonden eerder in Nederlandse bladen, inclusief die van ná 2009. Ra ra, hoe kan dat?

Menasse is vindingrijk in de variaties op zijn thema.De uitwerkingen zijn verhaaltechnisch even vernuftig, waarbij ook het element spanning niet ontbreekt. En dat alles in een directe stijl en op een goedgehumeurde toon, hoe akelig gebeurtenissen ook zijn. Scheutig met onnodige uitweidingen is hij niet. Heel wat zinnen zijn zo bijzonder geformuleerd dat je ze graag herleest.

Menasse begint de bundel met een citaat van zichzelf. Daarin vraagt hij zijn moeder naar haar Amerikaanse bril (met jaloezieën voor de glazen), die modegril die niet tot Europa is doorgedrongen. Had ze die nog?

Jazeker had ze die! Ze zocht en zocht, maar vond alleen de foto die haar met die bril liet zien. ‘De realiteit is verdwenen. Het beeld bleef.’ Op de voorkant van het boek prijkt die foto. Zo te zien niet echt een bril die je heel veel beter naar de werkelijkheid laat kijken.

In de slotalinea van het laatste verhaal scheidt de ik van zijn vrouw, verhuist in 2001 naar Amerika, ‘weg uit Wenen. Ik had het gevoel een ramp overleefd te hebben. Ik had de mooiste vooruitzichten.’ Enfin, of die uitkwamen lezen we later wel ergens.

Niemandsland, een Antarctische ontdekkingsreis
Boeken / Non-fictie

Zeehondenstoof en doodgevroren ontdekkingsreizigers

recensie: Niemandsland. Een Antarctische ontdekkingsreis - Adwin de Kluyver
Niemandsland, een Antarctische ontdekkingsreis

Adwin de Kluyver is niet het type historicus dat zijn dagen slijt in een stoffige bibliotheek. Na vele bronnen over de cultuurhistorie van Antarctica te hebben gelezen, vond hij het tijd om zelf naar het continent af te reizen.

Met Niemandsland schrijft historicus Adwin de Kluyver een persoonlijk reisverslag waarin hij het spoor volgt van de Japanse Nobu Shirase, die begin twintigste eeuw namens zijn land de zuidpool wilde bereiken. In een historische driemaster, vergelijkbaar met het vervoer van Shirase, reist De Kluyver van Argentinië naar Antarctica.

Onderweg vertelt hij over het ijskoude werelddeel vanuit verschillende invalshoeken, waarvoor hij gebruikmaakt van uitgebreid onderzoek. Aan bod komen nu eens niet de romantische avonturen van dappere ontdekkingsreizigers; de Kluyver laat zien hoe het er daadwerkelijk aan toe ging, op basis van dagboekfragmenten en andere bronnen.

Van de ontdekkingsreizigers…

De reis van Nobu Shirase verliep niet gemakkelijk. Satellieten of vliegtuigen waren immers nog niet uitgevonden, Antarctica kon nog niet van bovenaf bekeken worden. De eerste zeevaarders wisten niet precies wat daar nu precies lag, ten zuiden van Afrika en Zuid-Amerika. Shirase kon zich in zijn voorbereiding alleen maar baseren op de reisverslagen van eerdere ontdekkingsreizigers, die melding maakten van reusachtige ijsschotsen.

In die tijd was een ware zuidpoolwedloop gaande, vergelijkbaar met de ruimtewedloop in de jaren  zestig. Verschillende landen streden om als eerste de zuidpool te bereiken en om vervolgens het continent te claimen. Sommigen moesten de strijd zelfs met hun leven bekopen. Onder meer de Engelse Robert Falcon Scott stierf onderweg van de kou en honger in zijn tentje in de sneeuw. De reddingsploeg kwam te laat en plaatste vervolgens een kruis op de laatste rustplaats. Dit laatste aandenken is daar nu nog altijd te zien.

… naar de filosofen en dieren

Naast de historische reisverslagen wordt ook duidelijk dat het continent een plek is die voor velen tot de verbeelding spreekt. Een Russische schrijver fantaseerde over een utopische staat op de Zuidpool. In de negentiende eeuw dachten sommigen dat er een groot gat zou moet zijn op die plek, een ingang naar de binnenkant van de aarde.

Opvallend zijn de verhalen over het lot van de dieren op het ijskoude continent. De Kluyver beschrijft de eerste ontmoeting tussen de mens en de almachtige albatros (en als interessant zijspoor het ontstaansverhaal van The Rime of the Ancient Mariner), het lot van de eerste ontdekte pinguïns en het contact tussen zeehonden en mensen (waarna de zeehonden door hen werden verorberd; in een van de reishutten op de Zuidpool is nog altijd een recept voor de bereiding van zeehond te lezen).

In een van de meest tragische hoofdstukken komen de sledehonden aan bod die de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen naar de zuidpool brachten. ‘Dat er onheil dreigde, wisten ze niet’, zo kondigt De Kluyver het lot van de arme honden aan. Van de 93 honden overleefde slechts een enkeling de brute reis. Hondenliefhebbers kunnen dit hoofdstuk maar beter overslaan…

Lezenswaardig reisverslag

Adwin de Kluyver heeft met Niemandsland een zeer lezenswaardig en fascinerend boek geschreven. Door de verschillende invalshoeken leest het als een complete geschiedenis van het continent sinds de mens het voor het eerst in het vizier kreeg. Door de voortdurende afwisseling in vorm en verhaal is het boek geen moment saai. De ene keer schrijft hij in de ik-vorm, dan hangt hij een hoofdstuk op aan Latijnse spreuken en dan is het weer een personale vertelling.

De Kluyver verheerlijkt de verhalen niet, maar toont juist de rauwe en eerlijke kant van de ontdekkingsreizen, zonder een oordeel te vellen over de personages. Zijn eigen reisverhaal, in reisnotities tussen de hoofdstukken in, vormen een relevante toevoeging en brengen het boek tot leven.

Op deze manier laat hij zien dat de zuidpool meer is dan een witte vlek op de globe. Het is een plek die tot de verbeelding spreekt, het laatste continent dat door de mens geclaimd is en bovendien een oord met een wonderschone natuur. Dat Adwin de Kluyver dit alles in één boek weet te vatten én op een toegankelijke en boeiende manier heeft opgeschreven, is een knappe prestatie.

Boeken / Fictie

Nieuwe Koch biedt weinig spanning

recensie: Een film met Sophia - Herman Koch

Een film met Sophia is de nieuwste roman van schrijver en acteur Herman Koch. Over een uitgebluste oude filmmaker en zijn interesse in de jonge hoofdrolspeelster in zijn nieuwste film.

Koch kennen we van Jiskefet, de satirische televisieserie die hij maakte met Kees Prins en Michiel Romeyn (denk aan: Debiteuren Crediteuren en De Lullo’s). Koch schrijft al net zo lang, maar in 2009 brak hij door als auteur bij het grote publiek met zijn roman Het Diner. Hij ontving de NS Publieksprijs en Het Diner werd in Europa meer dan een miljoen keer verkocht.

Verhouding

Het boek begint met een paginalange overdenking van hoofdpersoon Stanley Forbes over of – en zo ja, hoe – hij het etentje van vanavond af zal zeggen. Het is oudjaarsavond, dus hij komt er niet met een klein smoesje vanaf, zo hoor je hem denken. Hij kan zeggen dat hij ziek is, maar wat als zijn vrienden langskomen? Of als hij niet ziek klinkt? Bovendien zou dat betekenen dat hij de rest van de dag niet meer naar buiten kan. Afijn, overwegingen te over die dan ook bladzijdenlang doorgaan.

Naarmate de scène vordert blijkt dat Stanley, een beroemde Nederlandse filmregisseur die ‘het heeft gemaakt’ in Amerika, niet alleen thuis is. Op enig moment komt Sophia, de zestienjarige dochter van een bevriende schrijver, in zijn t-shirt van de trap en vraagt, de slaap uit haar ogen vegend, of hij melk in huis heeft.

Sophia blijkt de hoofdrolspeelster te zijn in zijn nieuwste Nederlandse film genaamd Terug naar huis. Een film die hij in feite helemaal niet wilde maken, want wat is er niet verschrikkelijk en vermoeiend aan de Nederlandse filmindustrie (en überhaupt de hele Nederlandse culturele sector)? Stanley voelt zich eigenlijk veel te goed, maar feit is dat hij werk nodig heeft, en met Sophia, een meisje met nul ervaring als actrice, ziet hij het wel zitten. Aldus geschiedde.

Fascinatie

Het hele boek gaat over Stanley’s fascinatie voor Sophia. Vanaf het moment dat hij haar de eerste keer ziet, in de tuin van een bevriend stel – haar ouders, tot de bewuste ochtend, die de ochtend ná de première van de film in Tuschinski blijkt te zijn.

In de tussentijd neemt Koch je mee op de gedachtestroom van Stanley Forbes, die een nogal nukkige, oude man blijkt te zijn die neerkijkt op een groot deel van de Nederlandse culturele wereld. Niet omdat hij zo prettig kan samenwerken, maar dankzij de goede naam die hij heeft opgebouwd, krijgt hij de kans een nieuwe – zijn laatste – film te maken.

Gedurende het boek lezen we over het maken van deze film, de jaloerse gevoelens van Stanley richting de mannelijke tegenspeler van Sophia en over zijn overwegingen Sophia geheel uit de film te knippen.

Weinig spanning

Ook wordt je meegenomen in Stanley’s herinneringen en kom je te weten waar zijn eerdere films over gingen en waarom hij de dingen toentertijd zus of zo heeft gedaan. Al met al, iets wat we niet gewend zijn van Kochs romans, redelijk….saai! Je leest eigenlijk vooral door om te weten hoe het nou verdergaat met Sophia. Hoe is zij bij hem thuis beland in zijn t-shirt? Waarom wil hij per se het etentje afzeggen? Dat is het enige dat je verder doet lezen. De ontknoping volgt aan het eind, de rest voelt als opvulling.

Niettemin schrijft Koch zeer toegankelijk en leest het boek binnen één á twee middagen weg. Vermakelijk, maar licht teleurstellend gezien de lage spanningsboog.

 

Boeken / Fictie

Valse levensstart op kostschool

recensie: De gelukzalige jaren van tucht – Fleur Jaeggy

Van de Zwitserse schrijfster Fleur Jaeggy (1940) zijn inmiddels vier titels vertaald. Pas nu lijkt een lezerspubliek ervan doordrongen dat zij aandacht verdient, vooral door haar onvergelijkelijke schrijfstijl op de korte baan.

In zekere zin heeft ze een onverbiddelijk mensbeeld gemeen met Thomas Bernhard, die ze persoonlijk gekend heeft. Diens mensbeeld kan niet los worden gezien van familie- en medische malheur. Jaeggy heeft heel wat kinderjaren op kostscholen verspild, wat ook in ander werk opduikt. Ze ontkent autobiografisch gelezen te moeten worden. Haar thema draagt dan ook door de vertelwijze genoeg autonome trekken. Dat maakt het verhaal des te boeiender.

Ritmiek

De beheerste, alleen onderhuids rancuneuze Jaeggy bedient zich meestal van korte en ultrakorte zinnen. Die ontsnappen aan eentonigheid door een toch bedaarde ritmiek, zoals in de monologues intérieurs die door je hoofd gaan, gebroken fragmenten die zich van de hak op de tak bewegen. 

In het vertaalde I beati anni del castigo (1989) kijkt de veertienjarige naamloze ik terug op haar jarenlange verblijf in een kostschool. Later weet ze dat in de buurt Robert Walser dertig jaar in een gesticht zat, lange wandelingen maakte (‘In Appenzell ontkom je niet aan wandelen’) en onderweg per ongeluk stierf. Wie weet gaat er nu door haar heen dat dat haar voorland had kunnen zijn, weliswaar ontvlucht, maar niet als schrijfster. 

Aftastend

Op de kostschool hangt ‘een zweem van mortuarium’. Tucht bestaat in het zogenaamd braaf verdragen van de afwezigheid van gewenst leven. ‘Veel meisjes bezitten een dagboek. Met beslag. Met een sleuteltje. Ze denken dat ze hun leven bezitten.’ De opsluiting wordt gedeeld in aanwezigheid van (bijna alleen) vrouwelijk personeel en andere meisjes in de puberteit. De komst van een nieuwe leerling is een belevenis. Belangrijk voor het imago is om nauwlettend aftastend met een novice bevriend te raken. Frédérique heet ze. Met haar Duitse kamergenote Marion heeft de ik nauwelijks contact. 

Bijzonder is hoe de strakke psychologie tussen de meisjes gestalte krijgt in de beschreven herinnering van de volwassen ik. De bewoordingen in de overwegend korte zinnen zijn in hun ongewoonheid des te treffender. Op een kerstconcert speelt Frédérique piano. ‘Ze toonde geen emotie, geen ijdelheid, geen bescheidenheid, het was of ze haar eigen stoffelijke omhulsel volgde.’ 

Prooi

Halverwege de roman komt er een nieuw meisje. ‘Haar rode haren waren prachtig, een prooi, ze leken wel gefotografeerd. Toen ze de Speisesaal binnenkwam viel er opeens een stilte. Bestek bleef roerloos in de lucht hangen.’ Stilzwijgend laat Frédérique zich verdringen. Micheline is extravert en vrolijk, heeft een dito daddy. ‘Ze omhelsde me zoals ze een menigte zou omhelzen.’ Later in hun vrije leven mislukken hun contacten even zielloos als ze dat waren in het kostschoolregime. 

Ook al ken je de treurigheden van het bestaan onderhand nu wel, er is niet aan te ontkomen als ze met de meest nodige woorden en precisie worden opgetekend. 

Boeken / Non-fictie

Neil Young voor de camera

recensie: Gijsbert Hanekroot & Gijsbert Kamer - Neil Young by Hanekroot

Een fotoboek in woorden vatten is een uitdaging. Beelden zeggen vaak meer dan vele woorden bij elkaar. Gijsbert Hanekroot schoot ooit de foto die de hoes van Tonight’s the Night mocht worden. Neil Young by Hanekroot vertelt het verhaal van Neil Young tijdens concerten in binnen- en buitenland met Hanekroot achter de lens.

Een fotoboek vol zwart-wit foto’s is voor de Neil Young fans het ultieme kerstcadeau van 2021. Wie iemand ermee wil verrassen moet snel zijn want de uitgave is gelimiteerd. De periode die het boek beslaat is 1971-1976 als Young in een creatieve ‘vibe’ is en ook nog met Crosby, Stills, Nash & Young op tournee gaat.

De iconische foto

Op de hoes van het album Tonight’s the Night staat een foto  van Gijsbert Hanekroot. Deze foto, die hij schoot tijdens het concert in London’s Rainbow Theatre op 5 november 1973, is technisch gezien niet zijn mooiste foto. De belichting laat te wensen over. Toch is het een tot de verbeelding sprekende foto volgens de muzikanten zelf. Het is een beeld van een moment in het concert waarop Young iets belangrijks lijkt te zeggen.

Door het grillige releasebeleid in die jaren, veroorzaakt door wispelturigheid van de artiest, verscheen het album pas in 1975. En dat terwijl het album al anderhalf jaar klaar lag. Dat Young wel meer opnam dat bleef liggen weten we inmiddels. Het album Homegrown dat direct na Tonight’s the Night werd vastgelegd, bleef maar liefst vijfenveertig jaar op de plank.

Het beeld op de hoes van Tonight’s the Night vertelt het muzikale verhaal van Young zoals Hanekroot het waarnam door zijn cameralens, niets wetende van de verhalen achter de muziek van Young. Hanekroot was feitelijk alleen uit op de mooiste beelden.

Wie op zijn gemak door het fotoboek bladert hoort als het ware de muziek in zijn hoofd klinken. Voorwaarde hiervoor is natuurlijk wel dat je goed ingevoerd bent in de muziek van Neil Young.

Beelden vertellen verhalen

Het fotoboek verhaalt over de vele concerten die Hanekroot bezocht om Young vast te leggen. Gijsbert Kamer vertelt over de reizen die Hanekroot maakte om de foto’s te maken, gelardeerd met het verhaal rond de albums die Neil Young in de verbeelde periode opnam.

Dat we nu alle albums kunnen noemen die Young opnam, geeft een heel ander beeld dan het in de jaren zeventig was. Dat maakt het boek duidelijk een werkstuk van 2021. We lezen over albums waarvan we nu weten dat Young ze wel opnam, maar die hij soms vele jaren op de plank liet liggen. Het releasebeleid van de muziek van Young heeft de laatste jaren een vlucht genomen waarbij veel historisch live- en studiomateriaal plots werd uitgegeven en ontbrekende studioalbums alsnog verschenen.

Het zijn dure tijden voor de fans van ’the loner’, zoals Neil Young ook wel genoemd wordt, naar zijn autobiografische lied van zijn debuutalbum. Binnenkort verschijnt een recent opgenomen album Barn dat hij opnam met zijn band Crazy Horse die ook in de vroege jaren zeventig aan zijn zijde speelde.

Als toegift herbergt het boek een aantal foto’s dat Hanekroot achter de schermen maakte. Zo zien we Young met zijn Rolls Royce in Amsterdam en samen met Paul en Linda McCartney tijdens een optreden in Ahoy Rotterdam.

Neil Young by Hanekroot is voor de fan een waardevol document bij de fraaie muziek van dit popicoon. Machtig mooi om met regelmaat eens door te bladeren en te genieten van de muziek die van de beelden lijkt te schitteren.

Boeken / Non-fictie

Hoe je voortborduurt op een paniekstoornis

recensie: Een steekje los - Iris ter Haar
borduurfotoDominika Roseclay Pexels

Een paniekstoornis heeft vele gezichten. Daar weet Iris ter Haar alles van. In haar boek Een steekje los vertelt ze kwetsbaar en met humor over hoe ze een paniekstoornis ontwikkelt, hulp zoekt, op een wachtlijst belandt en hoe borduren haar door die periode heen helpt.

Het boek van Ter Haar hoort thuis in de serie Hoofdzaken van uitgeverij Blossom Books. In deze serie verschenen eerder onder meer Druks van Francien Regelink en Gevalletje Borderline van Kathelijn Hulshof.

Als in maart 2020 heel het land in de kramp schiet door de op handen zijnde coronalockdown, blijft Ter Haar opvallend rustig. Nederlanders krijgen de opdracht om thuis te blijven, maar voor de auteur verandert er niet veel. ‘Ineens is mijn intense drang om het huis niet te verlaten geen symptoom van disfunctioneren meer, maar ben ik gewoon een goede, brave burger!’

Twee lezers

Met deze anekdote vangt Een steekje los aan. Het laat aan lezers zonder paniekstoornis direct zien hoe het leven van Ter Haar er normaliter uitziet. Voor lezers die met soortgelijke psychologische klachten kampen, kan het herkenning oproepen. Beide soorten lezers weet de schrijfster zo mee te nemen in haar verhaal.

In drie delen vertelt Ter Haar hoe je een paniekstoornis ontwikkelt, welke verschillende varianten ervan zijn en wat voor een therapie zij volgde om met haar angsten te leren leven. Ook laat ze haar vriend Steve aan het woord, om te laten zien hoe hij met haar paniekaanvallen omgaat.

In haar tienerjaren heeft Ter Haar wel in de gaten dat haar wereld anders in elkaar steekt dan die van haar leeftijdsgenoten. Maar zoals ze zelf zegt: ‘Als je aan een vis vraagt wat water is, heeft hij geen idee waar je het over hebt.’ Hetzelfde geldt voor Ter Haar, die – zoals ze zelf zegt – altijd al wat bangig is aangelegd.

Knipoog

Ze studeert psychologie, leert alles over de verschillende symptomen van paniek- en angststoornissen, maar ze plaatst zichzelf niet in een van die hokjes. Totdat ze bij de huisarts aanklopt, omdat het zo echt niet langer gaat. Ze belandt op een wachtlijst voor therapie en er gaan 182 dagen voorbij voordat ze die krijgt. Om die periode te overbruggen start Ter Haar met borduren. En dat is direct een knipoog naar de titel van het boek.

Borduren helpt de auteur om haar hoofd rustig te krijgen. ‘De herhalende beweging van de naald door de stof, van achteren naar voor, van voor naar achteren, is een meditatieve bezigheid.’ Het gaat haar zo goed af, dat ze haar eigen webshop opent die ze – vanuit huis – kan runnen.

Metafoormoe

In het verhaal van Ter Haar komen geregeld borduurmetaforen voor. Als ze in het ziekenhuis ligt, lijkt het hechten van haar voet net op borduren. En haar gevoelens, gedachten en gedrag ‘zaten allemaal door elkaar en in de knoop als opgepropte bolletjes garen, waarvan je niet meer wist waar de streng begon en waar die eindigde’. De metaforen zijn leuk gevonden, maar lijken soms ook iets te vergezocht en te vaak terug te komen, waardoor de vaart uit het verhaal gehaald wordt.

Zwangerschapspaniek

Het boek staat vol met voorbeelden waarbij de paniek bij Ter Haar de kop op stak. Het maakt het verhaal tastbaar. Zo vertelt ze bijvoorbeeld over hoe ze in het ziekenhuis belandde met een mes in haar voet. Of over de bewuste keuze om kinderloos te blijven en de angst die ze heeft om zwanger te raken. ‘De keren dat ik voor de zekerheid een zwangerschapstest deed, ondanks het feit dat ik de pil slikte, kan ik niet op één hand tellen.’ Als ze in 2016 plots toch ongewenst zwanger blijkt te zijn, slaat de paniek dan ook toe.

Ter Haar en haar vriend kiezen voor een abortus en daarna dacht ze dat de kous af was. Maar niets is minder waar. ‘Soms raak ik zo in paniek van het idee dat ik misschien zwanger ben, dat ik mijn vriend vraag of hij gebruikte condooms uit de prullenbak wil vissen en er water in wil laten lopen om te controleren of er geen gaatje in zit,’ vertelt ze tegen een psycholoog waar ze uiteindelijk succesvol EMDR-therapie voor deze paniek volgt.

Eigen huisnummer

De voorbeelden die Ter Haar aanhaalt zijn levendig en kwetsbaar en nemen de lezer mee. Tegelijkertijd weet de schrijfster met een nodige dosis humor ook het onderwerp luchtig te houden. Haar tienerjaren brengt ze thuis het meest door in haar slaapkamer. ‘Ik was er een gelukkige ongelukkige einzelgänger (ik ging voor de gothic look in die tijd dus ongelukkig zijn paste ook wel bij mijn persoonlijke aesthetic). Mijn moeder grapte dat ze mijn slaapkamerdeur een eigen huisnummer wilde geven: welkom op nummer 96, onze dochter Iris vind je op 96a.’

Toch leest Een steekje los gemakkelijk weg, ondanks het zware onderwerp. Het boek biedt aan de hand van concrete, openhartige voorbeelden en handige kaders handvatten voor eenieder die kampt met angststoornissen of daar meer over wil weten.

Lotta Blokker, Falling Man, 2019, was, bruikleen van de kunstenaar
Kunst / Achtergrond
special: Lotta Blokker
Lotta Blokker, Falling Man, 2019, was, bruikleen van de kunstenaar

Schaduwbeelden

In 2022 is Lotta Blokker tot Kunstenaar van het Jaar benoemd, reden om ook op 8WEEKLY aandacht aan haar werk te besteden. Immers: deze verkiezing op grond van vele duizenden stemmen geeft aan hoezeer haar werk in brede kring wordt gewaardeerd. In deze special vergelijken we oud en nieuw werk van haar met elkaar.

Nu er twee tentoonstellingen in Museum de Fundatie in Zwolle achter ons liggen zijn de catalogi van deze exposities nodig om de kunstwerken die in 2014 en 2021 werden getoond te kunnen vergelijken. Je zou kunnen zeggen dat er iconen uit de kunstgeschiedenis doorschemeren in de beelden van Lotta Blokker (1980) die Museum de Fundatie in 2014 toonde. De beelden die het museum in 2021 exposeerde lieten veelal nieuwe schaduwbeelden zien. En dat zijn niet alleen iconen meer!

Iconen

Achter de beelden die in 2014 waren te zien, schemeren iconische afbeeldingen zoals we kennen van christelijke figuren uit de kunstgeschiedenis. Zo is voor Blokker het houten beeld Maria Magdalena van Donatello (1386-1466) het ultieme beeld. Dat zegt ze in een interview met Ralph Keuning, directeur van Museum de Fundatie, in de catalogus bij die expositie uit 2014: The Hour of the Wolf. Dat beeld van Donatello doemt nog steeds op achter haar werk, zo sterk staat het op haar netvlies. Bijvoorbeeld bij het wassen beeld Loss (2020): twee vrouwen die lijden, toen en nu.

Behalve iconen lijkt Blokker ook haar eigen, eerdere werk als schaduwbeeld te gebruiken. Zo grijpt het beeld Refugee (2018) terug op See me, een kruisbeeld uit 2007, dat op die manier opnieuw tot leven komt. Heeft de Christusfiguur het hoofd naar links, dat van de vluchteling neigt naar rechts. Hangen de armen en handen van de Christus af, die van de vluchteling zijn gedraaid en omhoog gericht, als wil hij vliegen. Zie je bij de Christusfiguur de ribbenkast, de vluchteling lijkt op het eerste gezicht weldoorvoed. Ten slotte heeft de Christusfiguur de voeten naast elkaar op de aarde geplant waar de vluchteling de rechtervoet heeft opgetild als wil hij loskomen van de aarde.

Schaduwbeelden

Lotta Blokker, Falling Man, 2019, was, bruikleen van de kunstenaar

Lotta Blokker, Falling Man, 2019, was, bruikleen van de kunstenaar

De schaduwbeelden achter de recente beelden zijn niet alleen iconen meer, niet alleen voorbeelden uit de (christelijke) kunstgeschiedenis, maar ook foto’s van mensen die iedereen uit de media kent. Van Alan Kurdi, het aangespoelde jongetje op het strand van Bodrum. De foto die Richard Drew maakte van de Falling Man, die op 9/11 uit het raam van het World Trade Centre sprong. Van Settela Steinbach, het meisje met haar hoofd tussen de deuren van de trein die haar in 1944 transporteerde van Westerbork naar Auschwitz-Birkenau.

Alleen is de vallende man door Lotta Blokker rechtop gezet, pal voor hij valt. Je neemt als toeschouwer een tussenpositie in. Je kijkt naar de mensen die Blokker uitkoos om de wereld om ons heen ‘te pakken’, om ons gevoel en ons verstand aan te spreken. Want dat is wat haar kunst doet en misschien wordt het daarom ook zo gewaardeerd. Je valt stil, je bevriest een beetje, net als de beelden doen op het momentum, het moment waarop de fotograaf afdrukte. Pal voor de deuren dicht gaan, pal voordat de val inzet.

Het was maar een kleine expositie in Museum de Fundatie, en het is ‘maar’ een dunne catalogus, bestaande uit opnieuw een indringend interview met Lotta Blokker door Ralph Keuning en vijftig foto’s in kleur en zwart-wit. Maar met wát een impact. Lotta Blokker heeft ons heel wat te (ge)zeggen als Kunstenaar van het jaar! Dat was zo in 2014 en dat is nog steeds zo. We kunnen in 2022 vast meer van haar verwachten.

Boeken / Non-fictie

Een openhartig gesprek met onze kroonprinses

recensie: Amalia - Claudia de Breij

Amalia van Oranje zal ooit haar vader koning Willem-Alexander opvolgen. Ter gelegenheid van haar achttiende verjaardag gaat cabaretier en schrijfster Claudia de Breij met haar in gesprek. Dit boek is eerste publiekelijke kennismaking met de toekomstige koningin van Nederland.

Het boek Amalia is onderdeel van een lange traditie waarin er een boek verschijnt van de troonopvolger op zijn of haar achttiende verjaardag.  De traditie is ooit gestart door Hella Haasse met het boek Portret van prinses Beatrix toen zij achttien werd. Renate Rubinstein schreef een soortgelijk boek over Willem-Alexander toen hij achttien werd.

In ruim honderd pagina’s komen allerlei onderwerpen kort aan bod. De Breij is in afgelopen zomer meermaals bij Amalia thuis op bezoek geweest. Daar krijgt de schrijfster een rondleiding van Amalia door Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde en spreekt ze met de kroonprinses over haar passie voor paardrijden en zingen. Ook vertelt wat hoeveel energie het haar heeft gekost om cum laude voor haar eindexamen te slagen.

Verzoend

Amalia heeft zich op haar veertiende al verzoend met haar toekomst. De monarchie wordt in Nederland vaak ter discussie gesteld, bijvoorbeeld als het koninklijke gezin in coronatijd naar Griekenland vliegt. Of denk aan het vakantiehuis dat de familie heeft in Mozambique. Amalia is echter nuchter over de kritische houding van het volk. ‘Ze mogen de monarchie best afschaffen, hoor, dan ga ik ook door met leven. Maar de monarchie is zoveel groter dan mijzelf.’

Het boek leest gemakkelijk weg. De Breij lijkt aanvankelijk nog erg zenuwachtig voor haar eerste ontmoeting met het koningshuis. Voor haar eerste bezoek belt ze nog licht gepanikeerd op naar de Rijksvoorlichtingsdienst. ‘Waar is die achteringang van paleis Huis ten Bosch dan? Ik blijk er al drie keer als een blind paard langs te zijn gereden.’

Vriendschappelijk

Later in het boek lijken de gesprekken bijna vriendschappelijk. Ze praten over Amalia’ s relatie met haar ouders, waarbij de kroonprinses vertelt dat het aan toe gaat zoals bij elk ander gezin. “Haar vader kan er soms, als zij nog denken ‘we zijn gewoon allemaal leuk over en weer grapjes aan het maken’, ineens helemaal klaar mee zijn zonder dat de drie dochters dat hebben zien aankomen.”

Het zijn de hoofdstukken die eveneens kort beschreven worden, maar waar je als lezer meer van wilt weten. Juist omdat het herkenbare situaties zijn, kun je je daar als lezer mee identificeren. Het zorgt ervoor dat de koninklijke familie niet boven het volk staat, maar meer gezien worden als mensen van vlees en bloed.

Onzekerheid

Amalia oogt wijs voor haar leeftijd, maar heeft tegelijkertijd ook de twijfels en onzekerheden die passen bij een meisje van achttien. Zo worstelt ze wel eens met vriendschap en geeft ze aan niet onbezorgd van alles op social media plaatsen wat ze wil. Daarnaast heeft ze ook haar oom (prins Friso) en haar tante (Inès Zorrequieta, de zus van koningin Maxima) verloren. Als het haar te veel wordt, praat ze wel eens met een psycholoog. Dat moet geen taboe zijn, vindt de kroonprinses. “Als ik er behoefte aan heb, maak ik een afspraak. Even je hart luchten, en dan ben ik weer voor een maand klaar.”

Al met al is Amalia een laagdrempelige en openhartige kennismaking met de kroonprinses van Nederland. Dat is onder meer te danken aan de bijna vriendschappelijke toon in de gesprekken tussen De Breij en de toekomstige koningin. Het boek laat zien hoe een meisje van achttien worstelt met dezelfde problemen als haar leeftijdsgenoten en dat maakt het boek tastbaar en herkenbaar.