Boeken / Fictie

Stof tot nadenken

recensie: John Fante - Vraag het aan het stof

Ondergetekende zag eerst de filmversie van Ask the Dust. Een kardinale fout natuurlijk: ten eerste krijg je een definitief idee van hoe de personages er uit (zouden moeten) zien – een gegeven waar Herman Koch in Geachte Heer M.

Geachte Heer M. overigens heel fraai mee speelt – en ten tweede moet de film al heel goed meevallen, wil je achteraf nog zin hebben om het boek te lezen.

En viel dat bij Ask the Dust even tegen: al bij al een klef melodrama met een humoristische inslag die niet werkt. Met bovendien weinig chemie tussen hoofdrolspelers Collin Farrell en Salma Hayek. Kortom, een film om snel te vergeten. Maar wàt een ervaring was het boek waarop Ask the Dust is gebaseerd. ‘De beste roman ooit geschreven’, staat op de kaft van de Nederlandstalige editie. Getekend: Charles Bukowski, auteur van onder meer de meesterwerken Post Office en Ham on Rye. Altijd opletten met dergelijke quotes natuurlijk, maar we snappen perfect wat Bukowski in deze roman van zijn generatiegenoot zag: het is een energie, rusteloze vertelling, samengebald in niet meer dan 200 pagina’s.

Een Hongerkunstenaar
Een zinderend verslag van hoe Arturo Bandini, een would-be schrijver die zich, met amper één gepubliceerd verhaal op zijn conto, de ambitie aanmeet om een alles verschroeiend meesterwerk te schrijven. Hij verhuist naar Los Angeles, trekt in een armzalig hotel en stelt daar vast dat hij niet aan schrijven toe komt. Zijn buik trekt samen van de honger, de Californische zon verschroeit hem levend en wanneer hij aan zijn typemachine zit, gebeurt er niets. Bovendien lijkt zijn hotel bevolkt door (wereld)vreemde creaturen, aan wie hij nog geld verschuldigd is of omgekeerd. Kortom, niet de beste werkomstandigheden. Af en toe is er een lichtpunt – de 175 dollar die hij krijgt voor een tweede gepubliceerd verhaal – maar daar staan even zoveel dompers tegenover. Zoals wanneer hij zich moet verlagen tot het stelen van een melkfles om toch iets binnen te hebben, om vervolgens vast te stellen dat hij een fles vreselijke karnemelk heeft gegapt.

Eén en ander wordt in beweging gezet wanneer hij Camilla Lopez ontmoet, een dienster in een plaatselijk café. De wat labiele Camilla heeft Mexicaanse roots en probeert het in Amerika te rooien. Aanvankelijk vonkt het met het Italiaanse karakter van Arturo en vliegen de racistische, confronterende verwijten alle kanten op, maar al snel groeien ze naar elkaar toe en breken bijgevolg in de schrijver alle creatieve dammen open. Maar dan blijkt Camilla, wanneer zijn eerste roman eindelijk verschijnt, verdwenen.

What’s in a name
Vraag het aan het stof is een weergaloze roman die de lezer geen adempauze gunt. Het tempo is jachtig, de humor scherp en perfect gedoseerd, en de schrijver roept de City of Angels van de jaren 30 op een verbluffende manier tot leven – het schrijfplezier spat van de pagina’s. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze roman al uit 1939 dateert, zo fris en levendig komt hij over. En al even onvoorstelbaar is het feit dat dit boek tot zo’n lamlendige film leidde in 2007. O ironie: toen scenarist Robert Towne inspiratie zocht voor zijn dialogen in Chinatown, nam hij Ask the Dust ter hand. En laat diezelfde Towne de regisseur zijn van de sof Ask the Dust. ’t Kan verkeren.

Alleen de Nederlandse titel is wat minder, maar dat kan je natuurlijk de schrijver niet aanwrijven. Terwijl Ask the Dust geweldig klinkt – drie éénlettergreepwoorden, dwingende toon – lijdt Vraag het aan het stof wat aan langdradigheid, met zijn twee lidwoorden én voorzetsel om amper vijf woorden. Vooral omdat het proza van Fante zo gebald en soepel is, zonder ook maar één woord teveel. Maar goed, als je de titel al moet aangrijpen om kritiek te formuleren, dan weet je dat je een dijk van een roman hebt geschreven natuurlijk. Een dijk die na bijna 80 jaar nog altijd niet het kleinste barstje vertoont. 

Kunst / Expo binnenland

Vijftien jaar PS Projectspace

recensie: Frank Ammerlaan, Justin Andrews, Tim Ayres, Karina Bisch, Ronald de Bloeme e.a. - PS 1999-2014 / a 15 year anniversary exhibition

Dit jaar viert PS Projectspace (PS) zijn vijftiende levensjaar. Kunstenaar Jan van der Ploeg is  in zijn eigen woonkamer begonnen met het tentoonstellen van kunst. Nu heeft PS zijn eigen projectruimte in Amsterdam en biedt het een platform aan nationale en internationale kunstenaars. Dit vijftienjarige bestaan wordt gevierd met een jubileumtentoonstelling in samenwerking met deSERVICEGARAGE. 8WEEKLY kreeg de kans om nog voor de officiële opening een kijkje te nemen.

De grotere werken in deSERVICEGARAGE.

De grotere werken in deSERVICEGARAGE.

Jan van der Ploeg werd vijftien jaar geleden geïnspireerd door zijn goede vriend en collega, de kunstenaar Julian Dashper, die jonge kunstenaars de kans gaf hun werk ten toon te stellen in zijn huis. Het bijzondere aan PS is dat zij buiten het commerciële veld fungeert. Het is geen galerie en daarom is er dan ook geen winstoogmerk. Het draait bij PS om het tonen van kunst die Van der Ploeg aanspreekt en die hij wil laten zien aan het publiek. Eerst stelde hij deze kunst vanuit zijn eigen huis aan de Leidsekade tentoon en sinds een aantal jaar in de projectruimte aan de Madurastraat.

Cindy Moorman, Gallery Assistent bij PS en Studio Assistent van Van der Ploeg, vertelt enthousiast over het organiseren van de jubileumtentoonstelling: “We zijn begonnen met het idee om een tentoonstelling te maken met vijftien kunstenaars waarmee we in de afgelopen jaren hebben samengewerkt. Al snel schoot de teller over de vijftien, er waren namelijk zoveel kunstenaars waar we iets mee wilden doen. Toen hebben we de servicegarage benaderd, omdat PS zelf te klein is voor zoveel kunstwerken. Het resultaat is een extra grote jubileumtentoonstelling, waarin ook ruimte is voor grotere werken.”

De oude directeurskamer waarin PS projectspace gevestigd is.

De oude directeurskamer waarin PS projectspace gevestigd is.

Op de vraag wat voor soort kunst we in de tentoonstelling kunnen verwachten heeft Moorman een duidelijk antwoord: “Er is eigenlijk geen specifieke stroming vertegenwoordigd, Van der Ploeg zelf is de stroming. Alle kunstenaars die hier te zien zijn, zijn door hem op zijn gevoel uitgekozen. Het zijn vrienden van hem, het zijn kunstwerken waar hij door geraakt en geïnspireerd wordt.” Als we rondkijken in de tentoonstelling zien we veel visueel werk, felle kleuren en abstracte vormen. Het geheel is verbonden aan Van der Ploegs zijn eigen kunstwerken. Hij staat onder andere bekend om zijn visuele en kleurrijke schilderingen in openbare ruimtes.

In PS vinden we vooral werken van klein formaat aan de hoge witte muren van de directiekamer van het schoolgebouw. Felle kleuren en diverse vormen hangen in een mooie eenheid bij elkaar. Weer anders is het in deSERVICEGARAGE, waar grote werken goed tot hun recht komen door het industriële karakter van de ruimte die wordt gevuld door zeer verschillende technieken en materialen. Gezamenlijk vormen ze een bijzondere geheel met de rauwe sfeer van de locatie. Op de jubileumtentoonstelling zijn werken te vinden van o.a. Frank Ammerlaan, Riëtte Wanders, Michiel Ceulers en Ruth Campau.

deSERVICEGARAGE
Cruquiusweg 79, 1019 AT Amsterdam
deservicegarage@gmail.com
www.deservicegarage.nl
open: Donderdag – Zaterdag 12 – 18 hrs.

PS projectspace
Madurastraat 72, 1094 GR Amsterdam
info@psprojectspace.nl
www.psprojectspace.nl
open: Donderdag – Zaterdag 13 – 17 hrs.

Theater / Voorstelling

Schijnbare terloopsheid in een raak drama

recensie: Fahd Larhzaoui/Nonprofit Kapitalist/Don Duyns - Schijn

.

Schijn werd eind mei door de vakjury van het Nederlands Theater Festival als één van de elf beste voorstellingen van het afgelopen seizoen geselecteerd. Het is een monoloog die in eerste instantie lijkt te gaan over een Marokkaans jongetje dat moet omgaan met cultuurverschillen waar hij mee te kampen krijgt als hij ineens in Rotterdam komt te wonen. Het heeft bijna iets onschuldigs: een anekdote over zijn eerste schooldag op een Nederlandse basisschool, de kinderlijke verwondering dat iedereen een broodtrommel had, behalve hij. Een vermakelijke anekdote weliswaar, maar één uit duizenden.

Maar er sluimert iets. Al snel wordt duidelijk dat dit niet het verhaal is dat Larhzaoui wil vertellen, maar de context, de voorwaarden voor zijn verhaal. Waar dit precies naar toe gaat blijft nog even in het ongewis. Dat een jongen uit Marokko zich ontheemd voelt als hij ineens in Nederland woont, levert mooie scènes op, maar is nog wat algemeen.

Marokkaans gezin in oer-Hollands tafereel
Dan weet Fahd Larhzaoui een prachtig beeld te vangen. Hij vertelt hoe hij als tiener met zijn gezin op de bank naar het Rad van Fortuin kijkt en in het reclameblok een commercial van discotheek ITs voorbij kwam. Ineens raakt hij de kern van het drama: het Marokkaanse gezin in een oer-Hollands tafereel, zijn homoseksuele gevoelens die de kop op komen steken en die hij onmogelijk tot uitdrukking kan brengen. Dat wat vertrouwd zou moeten voelen, een zaterdagavond met zijn gezin op de bank voor de tv, is in één klap verstikkend en beklemmend.

Don Duyns schreef een dynamische, technisch kloppende tekst van het levensverhaal van Fahd Larhzaoui. De schakels tussen het hier en nu met het publiek, algemene overpeinzingen en uitgespeelde scènes lijken de hele tijd natuurlijk te ontstaan, zoals dat gaat als je associërend een verhaal vertelt. Soms lijkt zijn manier van vertellen zo’n terloopsheid in zich te hebben, dat je als publiek even vergeet wat er allemaal onder zit. Fahd Larhzaoui weet dat, en laat het drama des te harder inslaan als we net even iets meer achterover willen leunen.

Zonder maskerade
Op het laatst vertelt hij hoe hij een maand geleden aan zijn familie vertelde dat deze voorstelling er zou komen. Fahd Larhzaoui kan zijn tranen niet meer bedwingen. Hetzelfde geldt voor de zaal. Na ruim een uur acteren lijkt hij hier alles los te laten en laat hij alle emotie binnen. Deze keer stromen de tranen over zijn wangen als hij, net zoals aan het begin, zichzelf voorstelt, nu zonder maskerade, en ons vraagt of we nog vragen hebben.

Schijn is theater dat niet alleen raakt op je gevoel, maar ook op je begrip. Met een hoofd vol vragen loop je dan ook naar buiten.

Boeken / Fictie

Ieder huis heeft zijn kruis

recensie: Hila Blum - Het bezoek

Bijna vijfhonderd bladzijden heeft Hila Blum nodig om te komen tot het uiteindelijke bezoek in Het bezoek. In de tussentijd legt ze de wortels van een samengesteld gezin bloot en weet ze de lezer mee te slepen door een moeras van liefdestwijfel en hartenpijn.

Plaats van handeling: Jeruzalem, Israël. Hoofdpersonen: Nilly en Natty, een getrouwd stel dat – ondanks hun tienjarige relatie – er nog steeds achter probeert te komen wie de ander eigenlijk is. Samen hebben ze een dochtertje, Asia. Natty heeft een puberdochter uit zijn eerste huwelijk, Dida. Tot zover de feiten.

Tien jaar geleden, kort na hun onstuimige ontmoeting, heeft Natty zijn prille liefde meegenomen naar Parijs voor een weekje romantiek. Tijdens het diner in een sterrenrestaurant ontdekt Natty dat zijn portemonnee is verdwenen. Ze worden uit de brand geholpen door een joviale Fransman, Duclos, die de rekening betaalt en, vreemd genoeg, ook zorg draagt voor de terugkeer van de portemonnee.

Prachtvrouw
Het eigenaardige voorval in Parijs is voor Hila Blum het startpunt om de relatie van Nilly en Natty onder de loep te nemen. De ontmoeting met de behulpzame Fransman heeft iets teweeggebracht dat het hele boek door zal blijven zinderen als kiem van onzekerheid en wantrouwen. Blum legt in zwervende, omcirkelende bewegingen de vinger op de zere plek die zich – al vanaf het begin – langzaam in dit huwelijk begint te manifesteren.

Maar hoe zit het met Natty? Wat is zijn probleem? Er is iets, ze weet alleen niet precies wat. Dingen die geen aandacht hebben gekregen, verwaarlozing, een wildgroei aan emotioneel onkruid. Ergens, altijd, een verborgen tuin.

Als Nilly aan die plek begint te krabben, weet ze niet meer van ophouden: de liefde die zo overtuigend begon, blijkt vele hindernissen te moeten nemen. Vanuit haar visie beschreven, maakt ze op een afstandelijke en vaak cynische manier duidelijk dat er heel wat mis is aan Natty. Hij is het type man dat zichzelf feliciteert met de geweldige vrouw die hij aan de haak heeft geslagen. Tot overmaat van ramp spreekt hij haar consequent aan met ‘hallo schoonheid’ en ‘prachtvrouw van me’.    

Andere vrouw
Het bezoek is een dynamische familiekroniek waarin Hila Blum alle ins en outs met terugwerkende kracht de revue laat passeren. Geen kroniek die door de ontwikkelingen in de familie uitwaaiert tot een breed spectrum van succesvol nageslacht. Het is juist andersom. Blum komt mondjesmaat met steeds meer details en voorvallen op de proppen die het gebeuren terugbrengen tot de meest essentiële vraag: waarom zijn deze twee mensen bij elkaar? De ruimte om met elkaar te manoeuvreren wordt gaandeweg steeds kleiner.

Ondertussen worden we deelgenoot van de barsten die dit huwelijk met zekerheid naar een einde zullen voeren. Zoals Asia, die als baby op een moment van onachtzaamheid uit een openstaand raam is gevallen; een drama dat blijvende gevolgen zal hebben voor het kind, alsook voor de onderlinge verhoudingen. Het heetste hangijzer is Dida’s ontdekking van Natty in een innige omstrengeling met een andere vrouw. Op dat moment wordt duidelijk wat het – vanaf het begin van de roman aangekondigde – bezoek voor invloed zal hebben.

Blum schrijft haar onderhoudende debuutroman in een beeldende stijl, waarin ze met fijngevoeligheid en bedekte humor de menselijke tekortkomingen ontmaskert. De overvloed aan pagina’s die nodig zijn om Nilly tot haar inzicht te laten komen, lijken overbodig maar brengen uiteindelijk wel de noodzakelijke helderheid:

Want de tijd herschept de mensen uiteindelijk wel. Hij doet het weliswaar heel traag, niemand zal hem erop betrappen, het is een soort omgekeerde vingervlugheid, maar alles wordt herschapen, en dat is de waarheid.

Muziek / Achtergrond
special: Naked Song

Het is lastig kiezen

Het Naked Song Festival biedt een podium voor de beste singer-songwriters van het moment die hun liedjes zo naakt mogelijk vertolken. De kracht van de liedjes moet het zelf doen, zonder opsmuk.

Het jaarlijkse Naked Song Festival in Eindhoven is de afsluiting van de ‘Ad van Meurs presenteert’-reeks waarbij iedere maandagavond singer-songwriters hun beste liedjes vertolken. Op het festival keert een aantal van hen terug. Maar er is ook ruimte voor artiesten die een groter gehoor nodig hebben dan het intieme Meneer Frits-podium. Meer toehoorders betekent een groter budget zodat meer artiesten in het bereik liggen. Vanwege de kwaliteit van het programma is het festival wederom stijf uitverkocht.

Gevoel als raadgever

~

Het zogenaamde plus-concert door Eels is een uitstekende show, maar heeft door de volledige bezetting met band een heel andere uitstraling dan op een Naked Song Festival wordt verwacht. Mark Oliver Everett steekt een beetje de draak met zijn naakte liedjes maar geeft ondertussen een fraaie show, begeleid door een kwartet van uitstekende muzikanten. Over het algemeen heel akoestisch en ingehouden. Slechts een enkele keer zwellen de nummers aan tot orkestkracht. Een begeleiding waar  een drumstel is te zien met een uitgebreide paukenset en een heus klokkenspel, steelgitaar, contrabas, trompet, akoestische gitaar en mondorgel, is geen naakte benadering van de liedjes. Maar wel een heel erg fraaie. Eels vertolkt een prachtige bloemlezing uit zijn rijke oeuvre en speelt een bijzondere cover van het Elvis Presley-nummer ‘Just Can’t Help Falling In Love’.

Maar omdat we geen genoeg kunnen krijgen van Howe Gelb schuiven we aan bij zijn 2 Meter Sessie. Ook Gelb kan er geen genoeg van krijgen en geeft Gabriel Sullivan de ruimte om een liedje van eigen hand ten gehore te brengen, terwijl de ploeg van Jan Douwe Kroeske al bij de eerste toegift te kennen geeft dat zijn speeltijd erop zit. Met wat napraten over Gelb en zijn muziek nog in de oren laten we de stemming even niet meer verstoren door andere klanken. Natuurlijk missen we nu vele andere goede artiesten als Novastar en de uit Noorwegen afkomstige Jonas Alaska, die net als vele andere niet gehoorde singer-songwriters niet op het gevoelslijstje van de avond stonden. Zouden we de volgende dag nog een keer kunnen kiezen uit dit fraaie aanbod, dan zou opnieuw een dag gevuld kunnen worden met de rest van deze prachtige muziek. Misschien een idee voor de toekomst?

Boeken / Fictie

Bijna esoterische reis door het universum

recensie: Sasja Janssen - Ik trek mijn species aan

Wie ben ik te midden van de groep soortgenoten die mij omringt? Wat blijft er van mij over als ik mij van hen onderscheid? Wat is mijn plek in het geheel van de schepping? Al deze grote vragen stelt Sasja Janssen zichzelf in Ik trek mijn species aan, een bundel die op licht trieste toon begint, maar eindigt in een ontroerend loslaten.

Het motto van de bundel is ontleend aan W.F. Hermans en komt uit Nooit meer slapen: ‘dat ik altijd en in alles weerloos, machteloos en vervangbaar als een atoom ben’. Het lijkt erop dat het antwoord op de grote vragen dus niet erg positief zal uitpakken voor het individu. Tijdens het lezen van de bundel blijken er echter nog verrassende kanten aan het bestaan te zitten. In drukke zinnen, die bol staan van betekenis, neemt Janssen ons mee op een trip door het universum.

The circle of life
De bundel lijkt te draaien om een aantal cycli die aan het leven inherent zijn. Begin en einde zijn belangrijke begrippen, net als scheppen en loslaten. Neem bijvoorbeeld de dood: zonder dood zouden wij geen begin kunnen ervaren, want als alles eeuwig door zou gaan, zou dat woord en zijn betekenis alle waarde verliezen.

In de gedichtencyclus ‘Toch het begint’ wordt verteld hoe het leven zich ontwikkelt vanuit sterrenstof, via amoebes en vissen naar talige wezens die het schrift uitvinden. De toon van de gedichten wordt steeds onheilspellender; het onheil ligt op de loer, ‘de hel losjes om de hals’. Maar als de overbevolking de overhand neemt en ‘de aarde zonder haar schoonheid’ wordt bedorven, lijkt ook daarna iets nieuws van start te kunnen gaan.
 

                  Ze spinde, ze buitelde in kommen, ze wrong melkwegen uit.
                  Iemand viel in grote hoogten.


Zelfonderzoek in breed perspectief
Daarna begint het onderzoek naar de kern van het individu. Hoewel het moeilijk is iets te onderzoeken waar je zelf deel van uitmaakt, probeert Janssen toch een beeld te schetsen van de complexiteit van de cycli die samen het leven en de schepping vormen. Dat doet ze door rond een aantal thema’s te blijven cirkelen die met elkaar samenhangen: begin, einde en het vermogen om te creëren. Als lezer val je samen met Janssen van de ene cyclus in de andere, waarin een eindpunt altijd een nieuw begin impliceert. Het perspectief dat ze inneemt, wordt steeds breder, groter, hoger. Bijna duizelt het je, want het hoort allemaal bij elkaar.

Dan zoomt ze weer in, want ze keert opnieuw terug naar het individu. Ze beschrijft de liefde en de seks, het vermogen van de mens om kinderen te creëren en zo een nieuwe cyclus te starten. Er ontstaat een verwachtingsvol beeld van wat wij zelf kunnen scheppen.
 

                  Mijn zonen lippen haar overal en voor het eerst jubel ik mijn sterke
                  handen.
                  Algauw maken mijn zonen zonen uit meisjes van rivierklei
                 
                  nog in plastic. Ik hang sterrenstelsels op, veeg vlinderwolken
                  als ogen boven het land, verspreid de vogels en insecten
                  bijen bijen binnen.

Ze beschrijft ook de angst en de twijfel onderweg, het verlies van controle over wat je creëert, omdat dat op zijn beurt ook weer zal gaan creëren in een nieuwe cyclus, waar jij geen deel meer van zal uitmaken. Voor ze de bundel afsluit, werpt ze nog de vraag op of onze herinneringen zullen blijven, of dat ons leven een proces van herinneren is.
 

                  ik herinner me de komst van mijn boeken, het waren geen geboortes
                  ze waren er altijd al geweest

En dan sluit ze op ontroerende wijze af.
 

                  Voortaan alleen nog het heelal, steppen en zeeën, zonder ik.
                  Ga ik je vergeten?
                  Mag ik je nog overal één keer pakken.
                  Pak me dan, als je kan.
                  Maar ik ben het niet meer, ik zit al onder de modder.
                  Ik ben van de metalige rivieren, de rode aarde.
                  Is het om de anderen?
                  Ik ben de anderen.

Heeft Janssen daarmee de vragen die ze oproept beantwoord? Misschien. Ze heeft ons in ieder geval op een bijna esoterische reis meegenomen door een universum dat van zichzelf herhalende delen aan elkaar hangt, in poëzie die over zichzelf heen buitelt, grof en teder tegelijk is, hartgrondig twijfelt, en uiteindelijk tot rust komt. 

Boeken / Fictie

Navelstaarderij

recensie: Edward St. Aubyn (vert. Nicolette Hoekmeijer) - Met stomheid geslagen

In Met stomheid geslagen rekent Edward St Aubyn genadeloos af met de literaire wereld. De Engelsman vergeet echter iets in plaats te stellen van de navelstaarderij van schrijvers, uitgevers en redacteuren.

Een juryvoorzitter van de prestigieuze Elysian-literatuurprijs die er alles aan doet om zijn eigen favorieten te laten winnen, een uitgeverij die de verkeerde boeken inzendt en een schrijver die besluit om de juryvoorzitter om te laten leggen wanneer hij erachter komt dat hij niet genomineerd is. Het zijn slechts enkele personages die de lezer in Met stomheid geslagen volgt.

Verbondjes
Er zijn nog veel meer schrijvers, juryleden, redacteuren en agenten die de revue passeren en allemaal hebben ze hun eigen visie op literatuur. Toch hebben al deze personages enkele belangrijke eigenschappen gemeen: ze nemen zichzelf allemaal ontzettend serieus, denken het allemaal beter te weten dan hun collega’s en gaan over lijken om te krijgen wat ze willen. Of beter gezegd: waarvan ze denken dat het ze toekomt. Zo probeert juryvoorzitter Malcolm verbondjes met juryleden te sluiten om ervoor te zorgen dat zijn favorieten op de shortlist komen:

Eén ding was Malcolm glashelder, waar het ging om de selectie van de beste roman van dat jaar: Jo moest tot elke prijs een halt worden toegeroepen. Het was ronduit schandalig hoe zij de shortlist in een houdgreep hield. Later die avond verstevigde hij telefonisch zijn verbond met Penny. Zij dacht precies zo over Jo’s toenemende invloed en samen besloten ze haar favorieten te lezen en tijdens een etentje hun bevindingen naast elkaar te leggen en te bekijken op welke van haar titels ze hun pijlen het beste konden richten.

Enkel destructief
St Aubyn beschrijft op komische wijze het reilen en zeilen binnen de literaire wereld. Een personage als Sonny, die Malcolm wil laten vermoorden omdat hij niet genomineerd is voor de prijs en uiterlijk vertoon boven alle andere zaken stelt, heeft een hoog slapstickgehalte. Ook Didier, de minnaar van schrijfster Katherine, wiens boek niet is genomineerd omdat de uitgeverij per ongeluk een kookboek in plaats van haar roman heeft ingestuurd, is met zijn constant wijdlopige en pseudodiepzinnige taalgebruik een vermakelijk personage.

Toch weet de roman niet tot het einde te boeien. Dit komt vooral doordat St Aubyn alleen maar destructief te werk gaat. Alle personages en gebeurtenissen staan in dienst van zijn kritiek op de literaire wereld, maar er is niks dat tegenwicht kan bieden aan deze afrekening. Enkele personages die het goede voorbeeld geven, waren dan ook meer dan welkom geweest. Het had Met stomheid geslagen wat constructiever en een stuk interessanter gemaakt.

Film / Films

Twee keer zoveel sfeer

recensie: The Double

The Double laat hier en daar een steekje vallen, maar alle filmaspecten werken zo mooi samen om een specifieke sfeer te creëren, dat dat weinig stoort.

Simon James (Jesse Eisenberg) is een nietszeggend persoon met een nietszeggende baan en een nietszeggend leven. Het enige verzetje dat hij heeft is het (soms wat creepy) fantaseren over zijn overbuurvrouw / collega Hannah (Mia Wasikowska). Op een dag krijgt hij een nieuwe collega, die fysiek zijn dubbelganger is, maar qua persoonlijkheid zijn tegenpool.

Krachtige rollen, ijzersterke sfeer

~

The Double is een film met sfeer. Regisseur Richard Ayoade (Submarine) heeft maar een paar minuten nodig om een heel specifieke atmosfeer te creëren en weet die gedurende 90 minuten vast te houden en op enkele momenten zelfs aan te sterken. De wereld van Simon James is donker en deprimerend bijna op het dystopische af. Het is uitzonderlijk gestructureerd en bureaucratisch (waar Ayoade de nodige humor uit weet te putten) en wordt naarmate de film vordert steeds tragischer. Rond de climax wordt de sfeer zelf bijna naargeestig op de manier waarop Simon het slachtoffer van zijn omgeving is geworden. Het kan wat ongemakkelijk zijn om te aanschouwen, maar Ayoade zet de sfeer in om het verhaal en de emotie te versterken en slaagt daar uitstekend in.

De sfeer geeft blijk van een goede regie en wordt bereikt door mooi opgezette shots, goede art direction, toepasselijke cinematografie en een magische, ontzenuwende soundtrack. Het is echter het acteerwerk dat centraal staat. Eisenberg speelt een heerlijke dubbelrol van twee extremen. Hij zet ze allebei vrij over the top neer, maar onderstreept hiermee hun verschillen, die in het verhaal worden teruggekoppeld aan hun identieke gezichten. Hij heeft plezier in het spelen van de verlegen, onzekere Simon en de zelfverzekerde James. In de scènes waar ze samen in beeld zijn (soms zelfs met dezelfde kleding) zijn ze makkelijk te onderscheiden door de verschillende speelstijlen die gehanteerd worden.

Uitleg overschaduwd

~

Op enkele momenten overschaduwt de sfeer het verhaal echter ook een beetje. Sommige stukken zijn verwarrend vanwege onvoldoende uitleg over hun plaats in het verhaal of in de wereld. Dit is het ergst op het einde: de gebeurtenissen zijn indrukwekkend gefilmd, maar krijgen te weinig uitleg om de betekenis die de film erin wil leggen tot zijn recht te laten komen.  Een beetje meer duidelijkheid zou de film ten goede zijn gekomen, maar The Double weet genoeg sfeer en substantie te leveren om een intense rit te zijn over eenzaamheid en identiteit.

Muziek / Achtergrond
special:

Eclectic030 helpt onbekende Utrechtse dj’s en producers

Door het grote aanbod van dj’s en producers in Nederland is het voor beginnend dj’s — ook in Utrecht — lastig om bekend te worden. Het online platform Eclectic 030 biedt Utrechtse artiesten een steuntje in de rug.

De initiatiefnemers van Eclectic 030 zijn Sven Colenbrander en Michael Pattipeiluhu. Het tweetal, afkomstig uit de dj- en dancescene, wil onbekende Utrechtse dj’s en producers een kans geven. Aangezien Nederlandse dj’s wereldwijd een naam hebben, is het aanbod (door navolging) de laatste jaren enorm toegenomen. Dat maakt het moeilijk om door te breken. Colenbrander: “In Nederland ligt de focus op gevestigde namen. Er is te weinig aandacht voor muziek die wel vet is, maar niet veel wordt beluisterd. Daar gaan wij verandering in brengen.”

Beat


Producers en dj’s kunnen hun producties en live-sets posten op de Facebookpagina van Eclectic. Het hoeft geen dance te zijn, zo benadrukt Colenbrander: “We houden het zo breed mogelijk: van hiphop tot house, van underground tot lounge. Wel moet een nummer elektronisch zijn en rechtenvrij.” Het duo richt zich op ‘jong en hip Utrecht’, en dus is het van belang dat een track ook een kans van slagen heeft in de discotheek: “Een beat is wel een vereiste, ja.” Elke maand kiest het tweetal vijftien tracks en een live-set uit het aanbod op de Facebookpagina. Die krijgen een plekje op het online platform voor producers (Soundcloud), waarop ze te downloaden zijn.

Boost


Colenbrander en Pattipeiluhu zijn optimistisch gestemd, en zitten vol plannen. Pattipeiluhu: “We zijn pas kort online, maar hebben nu al honderden likes. In de zomer moeten dat er tweeduizend zijn. Het gaat als een lopend vuurtje!” Vanaf eind juni krijgt wekelijks een dj of producer op radiozender FunX de kans zijn of haar verhaal te doen. Colenbrander: “Zoiets is natuurlijk ook een boost om aan ons project mee te doen.” Daarnaast gaat het duo clubreviews schrijven over het uitgaansleven in Utrecht. Colenbrander: “Schone wc’s en een fair deurbeleid zijn belangrijke items tegenwoordig. We gaan het kritisch benaderen, maar we kraken niks af. En het zou natuurlijk mooi zijn als tegelijkertijd een van ‘onze’ dj’s aan het draaien is.”

Voor meer info, kijk hier.

Muziek / Concert

Meeliften op de euforie

recensie: Madness

Voor de mannen van Madness was het bij voorbaat een gewonnen wedstrijd in de Ronda-zaal van het kakelverse TivoliVredenburg. Een half uur eerder won Nederland met 2-1 van Mexico.

Veel bezoekers komen vanavond waarschijnlijk rechtstreeks uit de kroeg, in een euforische stemming en met een slok op. De vrolijke ska van Madness is dan natuurlijk een fijn vervolg van de avond.

Oranje
De Britse band, die haar hoogtijdagen kende aan het begin van de jaren tachtig met de albums One Step Beyond en Absolutely, speelt hier gretig op in. Zes van de tien muzikanten zijn (deels) in oranje gehuld. Zanger Graham McPherson (‘Suggs’) -de vijftig gepasseerd maar nog kwiek van lijf en leden- refereert meerdere malen aan de overwinning van het Nederlands elftal en roept het uitzinnige publiek op om een Nederlands lied aan te heffen. Na enige chaos en verwarring schalt er uiteindelijk een vrij bezopen versie van “Wij houden van Oranje” door de zaal.

Topvorm

~

Tja, wat kan er eigenlijk mis gaan op zo’n avond? In het ergste geval werkt de band op de automatische piloot het bekende rijtje hits af. Daar is geen sprake van. Eerdere optredens, o.a. op Pinkpop in 2013, en recent werk bewezen al dat de band nog immer in topvorm verkeert en inmiddels aan zijn tweede (of derde) jeugd is begonnen. De albums ‘Oui Oui Si Si Ja Ja Da Da’ uit 2012 en met name ‘The Liberty Of Norton Folgate’ uit 2009 behoren tot het betere werk van Madness en zijn bij vlagen verrassend anders -serieuzer- van toon.  

Maar uiteraard zijn het de talloze hits die de zaal aan het springen, dansen en hossen krijgen: ‘One step beyond’, ‘Nigt boat to Cairo’, ‘Baggy trousers’, ‘Our House’, ‘Shut up’, ‘It Must Be Love’, ‘The Prince’, ‘The Bed and Breakfast Man’ ‘Madness’, ‘Cardiac Arrest’, ze komen allemaal voorbij. Het is bijna niet te bevatten hoeveel nummers van de band in het collectieve geheugen zijn beland. Sporadisch spelen de nutty boys iets uit hun latere periode, zoals het olijke ‘Misery’ en het licht melancholische ‘Forever Young’.  

Het optreden wordt gaandeweg de avond steeds beter. Het geluid in de nieuwe zaal is geweldig (het blazerswerk knalt in de rondte) en het publiek (van alle leeftijden) gaat, vooral vlak voor het podium, volledig uit zijn dak. Ietwat gemakzuchtig misschien is de uitvoering van ‘Fight For Your Right’ van The Beastie Boys (wel fijn om dat nummer weer eens te horen) en ook de slotact met mensen uit de zaal die meezingen met ‘Always Look At The Bright Side Of Life’ komt wat gekunsteld over. Maar verder: een euforische avond.